4. Herziene Nota van Zienswijzen.pdf
Tekst van het document
Uit het onderzoek volgt dat geen van deze soorten in het plangebied aanwezig zijn. Wel blijkt dat direct aan de rand van het plangebied aan de noordzijde in het park een nestkast van de bosuil aanwezig is. Deze is ook door een koppel bosuilen in gebruik. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat in de omgeving vrijwel geen alternatieve nestplaatsen voor dit koppel aanwezig zijn. Echter, met het bijplaatsen van extra kasten voor de bosuil in de omgeving kan ervoor worden gezorgd dat voldoende alternatieve nestplaatsen in de omgeving aanwezig zijn. In dat geval is de nestplaats van de bosuil niet jaarrond beschermd en is hiervoor dan ook geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig. Deze nestkasten (3 stuks) zijn inmiddels opgehangen. Op basis van het voorgaande zijn wij van mening dat de gevolg van het plan wat betreft flora en fauna in voldoende mate zijn onderzocht. 10. Bouwhoogte Reclamant geeft aan dat de maximum bouwhoogte van 13 meter nergens langs de Oost Kinderdijk is toegestaan waardoor de hoogte niet passend is in deze omgeving en ook het panoramazicht ontneemt. Daarom is reclamant van mening dat het plan aangepast moet worden zodat de huidige zichtlijnen behouden kunnen worden. Reactie gemeente: Naar aanleiding van de zienswijzen is opnieuw gekeken naar de gekozen maximum bouwhoogte van 13 meter in relatie tot het voorgenomen bouwplan.
In het vast te stellen bestemmingsplan brengen we de bouwhoogte terug tot maximaal 11 meter. Dit is een bouwhoogte die past bij de ontwikkeling van een grondgebonden woning, bestaande uit twee bouwlagen met een kapconstructie. Voor de
4 Zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2015:653
28
gronden direct ten oosten van de entree van het plangebied geldt dat we de maximum goothoogte terugbrengen naar 4 meter en de bouwhoogte naar 10 meter. Dit past bij een grondgebonden woning, bestaande uit één bouwlaag met kapconstructie. Zo sluit het bestemmingsplan beter aan bij de planopzet met bijbehorende woningtypes, zoals ook goedgekeurd door de erfgoedcommissie. De onderstaande afbeelding laat in rood-wit de beoogde maatvoering in het vast te stellen bestemmingsplan zijn.
11. Cumulatie Reclamant geeft aan dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met ruimtelijke ontwikkelingen op korte afstand van elkaar. Volgen reclamant geeft het ontwerpbestemmingplan onvoldoende duidelijkheid over de cumulatieve invloed van de ontwikkelingen. Daarnaast mist reclamant een milieueffectrapportage. Reactie gemeente: In tegenstelling van wat reclamant aangeeft, is voor de ontwikkelingen Pijlstoep 31, Oost Kinderdijk 187a en Oost Kinderdijk 137-145 gekozen om verschillende haalbaarheidsonderzoeken gezamenlijk uit te voeren om zodoende de effecten van deze ontwikkeling in totaliteit te kunnen beoordelen. In paragraaf 2.2. van de toelichting wordt hier ook bij stil gestaan. Zo is bijvoorbeeld één integraal onderzoek naar de effecten wat betreft stikstof uitgevoerd. Ook is één gezamenlijke vormvrije m.e.r.-beoordeling voor de drie ontwikkelingen opgesteld waarin de gezamenlijke milieueffecten zijn bestudeerd.
29
Een milieueffectrapportage is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Het milieubelang krijgt daarmee een volwaardige plaats in de besluitvorming. In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. Voor een zogenoemd ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ geldt dat in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer een m.e.r.-beoordelingsplicht nodig is. Omdat in voorliggende situatie ruimschoots onder de genoemde drempelwaarden wordt gebleven, kan worden volstaan met een zogenoemde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ (bijlage 1 van de toelichting) en is het opstellen van een milieueffectrapportage niet noodzakelijk. Gelet op het voorgaande kunnen wij ons niet vinden in de reactie van reclamant. 12. Waardevermindering Reclamant stelt dat de ontwikkeling mogelijk zorgt voor een vermindering van de waarde van de onroerende zaken. Reactie gemeente: Het staat reclamant uiteraard vrij om op grond van afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening een verzoek tot tegemoetkoming in schade in te dienen.
Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van deze reactie door de maximum goot-/bouwhoogte op de verbeelding aan te passen. Tevens is naar aanleiding van de aangepaste vormgeving van de ontsluitingsweg de verbeelding zodanig uitgebreid dat de volledige ontsluitingsroute tot het bestemmingsplan behoort.
4.2
Zienswijze 2 Inhoud zienswijze 1. Voetpad Reclamant geeft in de zienswijze aan dat zij ervoor pleiten dat het voetpad van De Pijlstoep waar fietsers al tientallen jaren op worden gedoogd in het huidige gebruik blijft bestaan. Daarnaast wordt aanvullend aangegeven dat zij het van groot belang achten dat de toe te voegen woningen een directe verbinding krijgen op het voetpad Pijlstoep – Van Hogendorpweg. Reactie gemeente: Het voetpad ligt buiten de begrenzing van het plangebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. De initiatiefnemer en/of de gemeente is/zijn niet voornemens om de huidige situatie ter plaatse te veranderen. Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is niet aangepast naar aanleiding van deze reactie.
30
4.3
Zienswijze 3 Inhoud zienswijze 1. Afvoer hemelwater In de zienswijze wordt aangegeven dat reclamant bezwaar heeft tegen het dempen van sloten en het plaatsen van duikers. Hierdoor zou de doorstroming worden beperkt en stilgelegd wat de ophoping bevordert van slib en vuil in de achter gelegen sloot en de duikers zorgen voor een directe verbinding en doorstroming van slib en vuil naar het Lammetjes Wiel. Reactie gemeente: De waterhuishouding voor de ontwikkelingen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en Oost Kinderdijk 187a is gezamenlijk bestudeerd en uitgewerkt. Daaruit volgt dat het verhard oppervlak binnen het plan Oost Kinderdijk 137-145 richting de toekomst met circa 400 m2 zal toenemen. Het vuilwater zal worden aangesloten op de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van het dak en terrein zal middels een nieuw aan te leggen hoofdriool worden afgevoerd naar het open water in het plan van de Oost Kinderdijk 187a. Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het vuilwater zal worden verzameld middels een nieuw aan te leggen hoofdriool en via een nieuw te plaatsen vuilwatergemaal afvoeren op de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van de woningen en alle terreinverharding zal worden verzameld via een nieuw te leggen hoofdriool en worden afgevoerd op het nieuw aan te leggen open water aan de west- en noordzijde van het plangebied.
In dit plandeel vinden aanpassingen aan open water plaats omdat er bestaand open water wordt gedempt en nieuw open water wordt gerealiseerd. Het bestaande open water aan de zuid- en oostzijde wordt (deels) gedempt. In de nieuwe situatie wordt er extra open water gerealiseerd aan de west- en noordzijde. Het nieuwe open water wordt aangesloten op het bestaande open water en krijgt daarmee hetzelfde gereguleerde waterpeil. Ter plaatse Pijlstoep 26 zijn twee nieuwe duikers voorzien om het open water ook in de nieuwe situatie met elkaar in bevinding te houden. Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het verhard oppervlak richting de toekomst zal afnemen met circa 300 m2. Daarnaast wordt er in dit plan 300 m2 meer open water gegraven dan er wordt gedempt. Daarmee kan worden voorzien in de wateropgave vanuit de Oost Kinderdijk 137-145. De complete waterhuishouding wordt samen met de riolering in de civieltechnische voorbereidingsfase verder uitgewerkt. De waterparagraaf wordt met deze informatie aangevuld/geactualiseerd. Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van deze reactie door middel van een actualisatie/aanpassing van de waterparagraaf in de toelichting.
31
4.4
Zienswijze 4 Inhoud zienswijze 1. Precedentwerking In de zienswijze wordt door reclamant aangegeven dat zij opmerken dat aan de Pijlstoepzijde woningen beoogd zijn. Daarom rekent reclamant er op dat zij te zijner tijd een woning kunnen bouwen in hun tuin vanwege precedentwerking. Reactie gemeente: Wij willen opmerken dat er aan de Pijlstoep geen nieuwe woningen mogelijk worden gemaakt. In de situatie van het bestemmingsplan Pijlstoep 31 bevindt zich momenteel een leegstaande wasserij die gesloopt wordt. Op laatstgenoemde locatie worden geen nieuwe woningen bijgebouwd, maar krijgen de bestaande bedrijfswoningen enkel een reguliere woonbestemming. Een precedent is een gebeurtenis waarop men zich kan beroepen en kan eisen om in dezelfde omstandigheden dezelfde behandeling te krijgen. De situatie tussen het plangebied en het perceel van reclamant is verschillend van aard. Van precedentwerking is in voorliggende situatie wat ons betreft geen sprake. Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is niet aangepast naar aanleiding van deze reactie.
4.5
Zienswijze 5 Inhoud zienswijze 1. Landgoedbiotoop Reclamant is van mening dat er geen rekening is gehouden met de beschermingszone rondom het park ‘Huis te Kinderdijk’. Reactie gemeente De beoogde ontwikkeling ligt inderdaad gedeeltelijk binnen een door de provincie aangewezen landgoedbiotoop. Omdat het provinciale beleid aangeeft dat binnen deze waarde gebouwd mag worden, indien er geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop, is door Stichting in Arcadië een tuinhistorische verkenning uitgevoerd en vervolgens een cultuurhistorische effectrapportage opgesteld (bijlagen 2 en 3 bij de toelichting). Daarbij is gekeken naar onder meer of er waarden en kenmerken van de landgoedbiotoop zijn waar de ontwikkeling rekening mee dient te houden. Uit deze onderzoeken is gebleken dat de gronden van het plangebied die binnen de landgoedbiotoop liggen ver buiten de historische aanleg liggen en dat met de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop. Het enige waarmee rekening dient te worden gehouden is dat het kavel ten noorden open blijft en niet wordt bebouwd. Zoals ook blijkt uit de verbeelding behoren deze gronden niet tot het plangebied.
32
2. Waterafvoer Reclamant geeft aan dat als er minder woningen in het plangebied gerealiseerd worden, er ook geen noodzaak is om een aantal sloten te dempen. Dit zal volgens reclamant tot gevolg hebben dat de waterafvoer bij hevige regenval bij enkele bestaande woningen langs de dijk verder zal verslechteren. Reactie gemeente: De waterhuishouding voor de ontwikkelingen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en Oost Kinderdijk 187a is gezamenlijk bestudeerd en uitgewerkt. Daaruit volgt dat het verhard oppervlak binnen het plan Oost Kinderdijk 137-145 richting de toekomst met circa 400 m2 zal toenemen. Het vuilwater zal worden aangesloten op de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van het dak en terrein zal middels een nieuw aan te leggen hoofdriool worden afgevoerd naar het open water in het plan van de Oost Kinderdijk 187a. Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het vuilwater zal worden verzameld middels een nieuw aan te leggen hoofdriool en via een nieuw te plaatsen vuilwatergemaal afvoeren op de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van de woningen en alle terreinverharding zal worden verzameld via een nieuw te leggen hoofdriool en worden afgevoerd op het nieuw aan te leggen open water aan de west- en noordzijde van het plangebied.
In dit plandeel vinden aanpassingen aan open water plaats omdat er bestaand open water wordt gedempt en nieuw open water wordt gerealiseerd. Het bestaande open water aan de zuid- en oostzijde wordt (deels) gedempt. In de nieuwe situatie wordt er extra open water gerealiseerd aan de west- en noordzijde. Het nieuwe open water wordt aangesloten op het bestaande open water en krijgt daarmee hetzelfde gereguleerde waterpeil. Ter plaatse Pijlstoep 26 zijn twee nieuwe duikers voorzien om het open water ook in de nieuwe situatie met elkaar in bevinding te houden. Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het verhard oppervlak richting de toekomst zal afnemen met circa 300 m2. Daarnaast wordt er in dit plan 300 m2 meer open water gegraven dan er wordt gedempt. Daarmee kan worden voorzien in de wateropgave vanuit de Oost Kinderdijk 137-145. De complete waterhuishouding wordt samen met de riolering in de civieltechnische voorbereidingsfase verder uitgewerkt. De waterparagraaf wordt met deze informatie aangevuld/geactualiseerd. 3. Woningtype In de zienswijze stelt reclamant dat aan de bouw voor het dure segment geen behoefte is, maar vooral aan betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen. Reactie gemeente: In het rapport ‘Toets Ladder voor duurzame verstedelijking’ (bijlage 1 bij de toelichting) wordt er gekeken naar de kwantitatieve en de kwalitatieve behoefte van de ontwikkeling.
In het rapport volgt uit het woningmarktonderzoek Drechtsteden 2016 – 2031 dat voor de gemeente Alblasserdam is af te leiden dat de algemene woningbehoefte, ongeacht welk economisch scenario zal toenemen in de periode 2016 -2031. Het type woningen sluit aan bij de kwalitatieve woningbehoefte. Aanvullend geldt dat Alblasserdam een opgave heeft om circa 780 nieuwe woningen te realiseren. Op dit moment heeft de gemeente woningbouwplannen in de planning staan met 547 woningen. Voorliggend plan maakt onderdeel uit van dit genoemde aantal. Dat maakt dat er in Alblasserdam nog gezocht moet worden naar
33
nieuwe woningbouwplannen voor circa 240 woningen. Overigens is het zo dat in een aantal andere ontwikkelingen in de gemeente ruimte is voor woningen in het betaalbare segment. 4. Bouwhoogte Volgens reclamant is de gekozen bouwhoogte van 13 meter te hoog en is het altijd de bedoeling geweest om ter plaatse een beperkt aantal woningen te bouwen, landschappelijk in te passen en te voorzien van een bouwhoogte van 7 meter met goothoogte van 4 meter. Reactie gemeente: Naar aanleiding van de zienswijzen is opnieuw gekeken naar de gekozen maximum bouwhoogte van 13 meter in relatie tot het voorgenomen bouwplan. In het vast te stellen bestemmingsplan brengen we de bouwhoogte terug tot maximaal 11 meter. Dit is een bouwhoogte die past bij de ontwikkeling van een grondgebonden woning, bestaande uit twee bouwlagen met een kapconstructie. Voor de gronden direct ten oosten van de entree van het plangebied geldt dat we de maximum goothoogte terugbrengen naar 4 meter en de bouwhoogte naar 10 meter. Dit past bij een grondgebonden woning, bestaande uit één bouwlaag met kapconstructie. Zo sluit het bestemmingsplan beter aan bij de planopzet met bijbehorende woningtypes, zoals ook goedgekeurd door de erfgoedcommissie.
Door de randen van het plangebied landschappelijk in te richten en hier ruimte te bieden voor waterstructuren is in nauwe samenspraak met de belangenbehartigers in het gebied een goede balans gevonden tussen woningbouw en het versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur op deze locatie. De navolgende afbeelding laat in rood-wit de beoogde maatvoering in het vast te stellen bestemmingsplan zijn.
34
5. Voetpad Reclamant geeft in de zienswijze aan dat zij ervoor pleiten dat het voetpad van De Pijlstoep waar ook fietsers al tientallen jaren op worden gedoogd in het huidige gebruik blijft bestaan en niet opnieuw in particuliere handen komt. Reactie gemeente: Het voetpad ligt buiten de begrenzing van het plangebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. De initiatiefnemer en/of de gemeente is/zijn niet voornemens om de huidige situatie ter plaatse te veranderen. Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van deze reactie door de maximum goot-/bouwhoogte op de verbeelding aan te passen en de waterparagraaf in de toelichting te voorzien van een actualisatie/aanpassing.
4.6
Zienswijze 6 Inhoud zienswijze 1. Parkeren In de zienswijze wordt gesteld dat er te weinig parkeerplaatsen in het plan worden gerealiseerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling en wordt het gebruik van de parkeerplaatsen achter de appartementen in twijfel getrokken omdat de hoofdentree van het gebouw aan de voorzijde is beoogd. Reclamant is van mening dat de publicatie CROW 317 onterecht is gebruikt. Daarnaast verwacht reclamant nog meer parkeerproblemen indien garages niet als parkeerplaats gebruikt gaan worden. Verder wordt aangegeven dat onterecht de woning Pijlstoep 26 niet is meegenomen in verantwoording omtrent parkeren. Reactie gemeente: De gemeente Alblasserdam heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in het ‘Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan Alblasserdam’ d.d. 25 september 2019. We hebben geconstateerd dat we in het ontwerpbestemmingsplan abusievelijk de parkeernormen uit de basisnota uit 2017 hebben gebruikt en niet de normen uit de eindnota uit 2019. Het plan is getoetst aan het beleid uit 2019 en dus de nu geldende parkeernormen. Voor een koopappartement in de gemiddelde prijsklasse geldt conform het gemeentelijk parkeerbeleid een parkeernorm van 1,8 per woning. Uitgaande van 13 appartementen komt dat neer op een behoefte van 23,4 parkeerplaatsen. Voor de 18 nieuwe vrijstaande koopwoningen geldt een parkeernorm van 2,2 parkeerplaats per woning.
Dit komt neer op een totale parkeerbehoefte van 39,6 parkeerplaatsen. De plannen gezamenlijk hebben dan ook een totale parkeerbehoefte van 63 parkeerplaatsen. In de plannen voor de Oost Kinderdijk 137-145 en 187a zitten gezamenlijk 45 openbare plaatsen en 36 parkeerplaatsen op eigen terrein. Het parkeren op eigen terrein vindt plaats door middel van een dubbele oprit (minimaal 4,5 meter breed) zonder garage. Volgens het gemeentelijk parkeerbeleid telt een parkeerplaats op eigen terrein als 0,5 parkeerplaats. Dat maakt dat de 36 parkeerplaatsen op eigen
35
terrein in de parkeerbalans meetellen als 18 parkeerplaatsen. Samen met de 45 openbare parkeerplaatsen levert dat een totaal parkeeraanbod van 63 parkeerplaatsen op. Gelet op de totale parkeerbehoefte voor de plannen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en 187a van 63 parkeerplaatsen bevatten de plannen voldoende parkeerplaatsen om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Het gemeentelijk parkeerbeleid is in de regels van dit bestemmingsplan juridischplanologisch vastgelegd. Dit betekent dat bij de omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst zal worden of het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee wordt gesteld dat het aspect parkeren voldoende in dit plan is gewaarborgd. 2. Verkeersbewegingen Reclamant stelt dat er ter gevolge van de ontwikkelingen tezamen een ontoelaatbare toename van het aantal verkeersbewegingen ontstaat. Reclamant onderschrijft niet de conclusies van het uitgevoerde verkeersonderzoek en stelt onder meer dat de Oost Kinderdijk geen landelijk karakter heeft en er geen sprake is van vrijliggende fietspaden.
Concreet vraagt reclamant het volgende: 1) Wat is de actuele prognose met betrekking tot het aantal te verwachte verkeersbewegingen na realisatie van alle plannen (Bockhorn, Oost Kinderdijk 209, Mercon Kloos, Oost Kinderdijk 139-141 en Oost Kinderdijk 187a)? 2) Wat is de reden dat u niet zorgt dat het aantal verkeersbewegingen binnen de maximaal toegestane capaciteit van overtuigen per etmaal blijft? 3) Heeft de gemeente onderzoek gedaan naar de effecten van het ontwikkelen van alle plannen op de verkeersveiligheid van de dijken bij calamiteiten? 4) Heeft de gemeente onderzoek gedaan naar de effecten van alle plannen op de leefbaarheid rondom de projecten? 5) Welke maatregelen neemt de gemeente om de verkeersveiligheid en leefbaarheid rondom de projecten niet af te laten nemen? Reactie gemeente: Zoals in de haalbaarheidsonderzoeken van de ontwikkelingen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en 187a is opgenomen, wordt ingeschat dat sprake zal zijn van een toename van circa 350 motorvoertuigbewegingen per etmaal als gevolg van de ontwikkelingen. Dit verkeer verdeeld zich over beide richtingen op de Oost Kinderdijk. Uit de verkeersgegevens van de Oost Kinderdijk volgt dat de huidige etmaalintensiteit circa 8.000 motorvoertuigen per weekdag bedraagt. Bij dit plan zal de toename niet meer zijn dan 4 à 5%.
De ervaring leert dat een dergelijk percentage lager is dan de fluctuatie van de verkeersintensiteit op de Oost Kinderdijk over de dagen van de week en de verschillende seizoenen in het jaar. De verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkelingen gaat op in het bestaande verkeersbeeld en is dermate beperkt dat deze toename als niet waarneembaar is en zodoende ook geen negatieve invloed heeft op de verkeersveiligheid en leefbaarheid. Aanvullende maatregelen zijn daarom niet van toepassing. 3. Verkeersveiligheid Verder is reclamant van mening dat de veiligheid van wandelaars en fietsers in het geding komt nu er niet veilig vanaf de uitrit overgestoken kan worden naar het tegenovergelegen fietspad en het recreatiegebied.
36
Reactie gemeente: Als gevolg van de plannen ontstaan er geen wijzigingen in de oversteekmogelijkheden voor wandelaars en fietsers. Voor de toekomstige bewoners geldt dat zij net zoals de andere omwonenden rondom het plangebied op dezelfde wijze het tegenovergelegen fietspad kunnen gebruiken. Omdat de nieuwe ontsluitingsroute over voldoende opstelruimte beschikt om de Oost Kinderdijk te betreden zijn we niet van mening dat hier sprake is van een situatie die niet in lijn is met een goede ruimtelijke ordening. 4. Uitzicht Reclamant is van mening dat de toekomstige woningen op de plaats van de kassen het vrije uitzicht ernstig zal gaan belemmeren. Reactie gemeente: In Nederland bestaat geen recht op vrij uitzicht. Wij kunnen niet uitsluiten dat reclamant als gevolg van de ontwikkeling hier veranderingen in zal ondervinden, maar zijn daarbij niet van mening dat een situatie zal ontstaan die uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar is. 5. Dorps karakter Reclamant vindt het ontwerp grotendeels aansluiten bij het dorpse karakter van Alblasserdam door de toepassing van schuine kappen. Een deel van het appartementencomplex heeft echter geen schuine kap en is daarom te kolossaal. Reclamant zou hier ook graag een schuine kap zien.
Reactie gemeente: Opgemerkt wordt dat deze zienswijze geen betrekking heeft op het bestemmingsplan voor de locatie Oost Kinderdijk 187a, maar op de locatie Oost Kinderdijk 137145. Reclamant heeft eveneens tegen die ontwikkeling een zienswijze kenbaar gemaakt en hebben wij op die plek beantwoord. 6. Tuinen Reclamant is benieuwd of er is nagedacht over de erfafrastering en hoe een wildgroei aan verschillende schuttingen wordt voorkomen. Reactie gemeente: Aan de voorzijde van de ontwikkeling is de bestemming ‘Tuin’ opgenomen, waarin is vastgelegd dat erf- en terreinafscheidingen op de gronden voor de gevel van het hoofdgebouw maximaal 1 meter mogen bedragen. Een specifieke keuze voor erfafscheidingen is vooralsnog niet gemaakt, maar wij zijn het met reclamant eens dat het onwenselijk is om een wildgroei aan allerlei erfafscheidingen te krijgen. De ontwikkelende partij zal bij de realisatie van het plan dan ook zorgdragen dat er sprake is van uniformiteit wat betreft erfafscheidingen. Echter kan niet worden voorkomen dat toekomstige eigenaren hier in de loop der jaren aanpassingen in aanbrengen – dat is namelijk in heel Nederland vergunningvrij toegestaan. Dat geldt dus voor iedere situatie in Alblasserdam. Met een bestemmingsplan kan dat niet worden voorkomen.
37
7. Geluid Door dit plan zal er sprake zijn van een toename aan autobewegingen. Reclamant geeft aan dat de geluidsbelasting op de gevels van de bestaande woningen aan de dijk toe zal nemen en vraagt hoe groot deze toename is. Reactie gemeente: Zoals in de haalbaarheidsonderzoeken van de ontwikkelingen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en 187a is opgenomen, wordt ingeschat dat sprake zal zijn van een toename van circa 350 motorvoertuigbewegingen per etmaal als gevolg van de ontwikkelingen. Uit de verkeersgegevens van de Oost Kinderdijk volgt dat de huidige etmaalintensiteit circa 8.000 motorvoertuigen per weekdag bedraagt. Uit de Wet geluidhinder is af te leiden dat bij een toename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename van circa 40%. Bij dit plan zal de toename niet meer zijn dan 4 à 5%. Er is dus geen sprake van een merkbare geluidstoename. 8. Waterhuishouding Reclamant vraagt of is nagedacht over de waterhuishouding van de nieuwe situatie en hoe is gewaarborgd dat deze ten opzichte van de huidige situatie niet verslechterd. Reclamant vraagt of het mogelijk is om een tweetal bestaande sloten met elkaar in verbinding te brengen. Reactie gemeente: De waterhuishouding voor de ontwikkelingen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en Oost Kinderdijk 187a is gezamenlijk bestudeerd en uitgewerkt.
Daaruit volgt dat het verhard oppervlak binnen het plan Oost Kinderdijk 137-145 richting de toekomst met circa 400 m2 zal toenemen. Het vuilwater zal worden aangesloten op de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van het dak en terrein zal middels een nieuw aan te leggen hoofdriool worden afgevoerd naar het open water in het plan van de Oost Kinderdijk 187a. Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het vuilwater zal worden verzameld middels een nieuw aan te leggen hoofdriool en via een nieuw te plaatsen vuilwatergemaal afvoeren op de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van de woningen en alle terreinverharding zal worden verzameld via een nieuw te leggen hoofdriool en worden afgevoerd op het nieuw aan te leggen open water aan de west- en noordzijde van het plangebied. In dit plandeel vinden aanpassingen aan open water plaats omdat er bestaand open water wordt gedempt en nieuw open water wordt gerealiseerd. Het bestaande open water aan de zuid- en oostzijde wordt (deels) gedempt. In de nieuwe situatie wordt er extra open water gerealiseerd aan de west- en noordzijde. Het nieuwe open water wordt aangesloten op het bestaande open water en krijgt daarmee hetzelfde gereguleerde waterpeil. Ter plaatse Pijlstoep 26 zijn twee nieuwe duikers voorzien om het open water ook in de nieuwe situatie met elkaar in bevinding te houden.
Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het verhard oppervlak richting de toekomst zal afnemen met circa 300 m2. Daarnaast wordt er in dit plan 300 m2 meer open water gegraven dan er wordt gedempt. Daarmee kan worden voorzien in de wateropgave vanuit de Oost Kinderdijk 137-145. De complete waterhuishouding wordt samen met de riolering
38
in de civieltechnische voorbereidingsfase verder uitgewerkt. De waterparagraaf wordt met deze informatie aangevuld/geactualiseerd. 9. Afvalinzameling Reclamant is benieuwd of de wijze van afvalinzameling al bekend is. Reactie gemeente: De wijze van afvalinzameling betreft een uitvoeringsaspect wat niet in het bestemmingsplan wordt geregeld. Op dit moment is ook nog niet bekend hoe de afvalinzameling zal plaatsvinden. Dit wordt in de verdere uitwerking van de planningen bepaald. 10. Nulmeting Tot slot geeft reclamant aan dat de ontwikkelaar heeft toegezegd voor aanvang van de sloop- en bouwwerkzaamheden een nulmeting uit te voeren bij de omringende woningen om eventuele schade als gevolg van het project te objectief te kunnen monitoren. Reclamant vraagt of de gemeente het er mee eens is dat de bewoners kunnen bepalen welke onafhankelijke partij de meting uitvoert. Reactie gemeente: De procedure voor het planologische regime staat los van de uitvoering, zijnde de werkzaamheden die met het feitelijke realiseren van de ontwikkeling te maken hebben. De keuze wat betreft de partij die de genoemde nulmeting zal uitvoeren is iets tussen de omwonenden en de ontwikkelaar. Wij verwachten dat daar in gezamenlijkheid een goede keuze in kan worden gemaakt waar alle betrokken partijen mee in kunnen stemmen. De gemeente kan en mag daar in niet sturen.
Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van deze reactie door middel van een actualisatie/aanpassing van de parkeerregeling in de regels en de parkeer- en waterparagraaf in de toelichting.
4.7
Zienswijze 7 Inhoud zienswijze 1. Bebouwen kavel Reclamanten zijn van mening dat zij ook op hun kavel een extra woning/mantelzorgwoning mogen realiseren nu op de gronden van de achterburen die zijn aangekocht door de ontwikkelende partij ook gebouwd wordt. Daarnaast willen zij graag een reactie op hun verzoek. Reactie gemeente: De zienswijze van reclamant heeft geen betrekking op één van de bestemmingsplannen. Deze reactie wordt dan ook voor kennisgeving aangenomen. Ingediende verzoeken voor ruimtelijke ontwikkelingen worden via de gebruikelijke route voorzien van een reactie.
39
2. Participatie Reclamant betreurt het dat er geen bewonersparticipatie is geweest. Reactie gemeente: Volgens de Algemene wet bestuursrecht dient het ontwerp van een besluit, in deze het bestemmingsplan, voor een periode van zes weken ter inzage te liggen. Vervolgd door de terinzagelegging tijdens de beroepsprocedure. Participatie is niet verplicht gesteld door wetgeving. Hoewel het niet verplicht is, hebben er meerdere bewonersavonden plaatsgevonden waar de initiatiefnemer bij aanwezig was om vragen te beantwoorden omtrent de beoogde ontwikkelingen. Dit is een vorm van participatie. Daarbij komt dat de ontwikkelende partij reeds jaren in gesprek is met de omgeving over de voorgenomen ontwikkeling en dit ook in de media is vermeld. 3. Documentatie In de zienswijze wordt aangegeven dat reclamanten graag documentatie ontvangen betreffende het voorgenomen plan. Reactie gemeente: Documentatie betreffende het beoogde plan is nog niet voorhanden. Tijdens de bestemmingsplanprocedure waarin het planologische regime wordt geregeld is dat ook nog niet noodzakelijk. Op het moment dat een omgevingsvergunning ten behoeve van de activiteit bouwen wordt aangevraagd zijn deze documenten aan de orde en kunnen deze ook worden ingezien. Verder is via de projectwebsite https://www.dendijck.nl/ aanvullende informatie terug te vinden. 4.
Contact initiatiefnemer Reclamant geeft aan dat er contacten zijn geweest met de initiatiefnemer en omwonenden en dat er gesproken is over schadevergoedingen. Reactie gemeente: De gemeente is geen partij bij de gesprekken van de initiatiefnemer met omwonenden. Dit staat dan ook buiten de bestemmingsplanprocedures. Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is niet aangepast naar aanleiding van deze reactie.
4.8
Zienswijze 8 Inhoud zienswijze 1. Landgoedbiotoop Reclamant wijst op het feit dat het plangebied deels onderdeel uitmaakt van een landgoedbiotoop van de provincie en is van mening dat de beoogde woningbouwontwikkeling hiermee niet te verenigen is.
40
Reactie gemeente: De beoogde ontwikkeling ligt inderdaad gedeeltelijk binnen een door de provincie aangewezen landgoedbiotoop. Omdat het provinciale beleid aangeeft dat binnen deze waarde gebouwd mag worden, indien er geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop, is door Stichting in Arcadië een tuinhistorische verkenning uitgevoerd en vervolgens een cultuurhistorische effectrapportage opgesteld (bijlagen 2 en 3 bij de toelichting). Daarbij is gekeken naar onder meer of er waarden en kenmerken van de landgoedbiotoop zijn waar de ontwikkeling rekening mee dient te houden. Uit deze onderzoeken is gebleken dat de gronden van het plangebied die binnen de landgoedbiotoop liggen ver buiten de historische aanleg liggen en dat met de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting plaatsvindt van de waarden van de landgoedbiotoop. Het enige waarmee rekening dient te worden gehouden is dat het kavel ten noorden open blijft en niet wordt bebouwd. Zoals ook blijkt uit de verbeelding behoren deze gronden niet tot het plangebied. 2. Bouwhoogte Volgens reclamant is de gekozen goothoogte van 7 meter met bouwhoogte van 13 meter te hoog en is het altijd de bedoeling geweest om ter plaatse woningen te realiseren met een bouwhoogte van 7 meter en goothoogte van 4 meter.
Reactie gemeente: Naar aanleiding van de zienswijzen is opnieuw gekeken naar de gekozen maximum bouwhoogte van 13 meter in relatie tot het voorgenomen bouwplan. In het vast te stellen bestemmingsplan brengen we de bouwhoogte terug tot maximaal 11 meter. Dit is een bouwhoogte die past bij de ontwikkeling van een grondgebonden woning, bestaande uit twee bouwlagen met een kapconstructie. Voor de gronden direct ten oosten van de entree van het plangebied geldt dat we de maximum goothoogte terugbrengen naar 4 meter en de bouwhoogte naar 10 meter. Dit past bij een grondgebonden woning, bestaande uit één bouwlaag met kapconstructie. Zo sluit het bestemmingsplan beter aan bij de planopzet met bijbehorende woningtypes, zoals ook goedgekeurd door de erfgoedcommissie. Door de randen van het plangebied landschappelijk in te richten en hier ruimte te bieden voor waterstructuren is in nauwe samenspraak met de belangenbehartigers in het gebied een goede balans gevonden tussen woningbouw en het versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur op deze locatie. De navolgende afbeelding laat in rood-wit de beoogde maatvoering in het vast te stellen bestemmingsplan zijn.
41
3. Ontsluiting Reclamant is van mening dat de nieuwe uitrit binnen het plan onwenselijk is, omdat er gemakkelijk gebruik gemaakt kan worden van bestaande uitritten. De nu beoogde uitrit heeft een slecht uitzicht en zal leiden tot verkeersrisico’s. Verder is reclamant van mening dat hulpdiensten de infrastructuur niet mogen gebruiken en de parkeerplaatsen niet openbaar zijn, omdat het mandeling eigendom wordt. Daarom moet de gemeente eigenaar worden van de infrastructuur. Reactie gemeente: De stellingname van reclamant dat gebruik gemaakt kan worden van bestaande uitritten delen we niet. De enige bestaande uitrit die met het plangebied in verband kan worden gebracht, is de uitrit tussen de appartementengebouwen Noordstaete I en II. Deze uitrit is vanwege de beperkte ruimte verkeerskundig ongeschikt als ontsluitingsmogelijkheid. Tijdens de terinzagelegging van de ontwerpbestemmingsplannen heeft een verdere uitwerking van de bouwplannen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en 187a plaatsgevonden. Daarbij is ook gekeken naar een verdere uitwerking van de vormgeving van de ontsluitingsweg. Vanwege het te overbruggen hoogteverschil en het realiseren van een prettige, overzichtelijke en verkeersveilige situatie heeft dit geleid tot een optimalisatie van de vormgeving van de ontsluitingsweg.
Navolgende afbeelding laat zien dat de ontsluiting nu meer in een bocht is vormgegeven en iets oostelijker is komen te liggen. We zijn van mening dat met deze opzet sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De bestemmingsplannen voor Oost Kinderdijk 137-145 en 187a worden op dit punt aangepast.
42
Aangepast ontwerp Oost Kinderdijk 137-145 en 187a (Bron: Lindeloof tuin- en landschapsarchitecten BV).
De vraag of de gronden een openbaar of mandelig eigendomskarakter krijgen, is geen aspect wat in het bestemmingsplan aan bod komt. Daarbij komt dat de Wegenverkeerswet in Nederland de basis vormt voor alle verkeersregels. 4.
Bouwvlak en bouwhoogte Reclamant stelt dat op de verbeelding geen bouwvlakken maar nog verontrustender geen bouwhoogte is aangegeven. Reactie gemeente: Op de verbeelding is wel degelijk een bouwvlak aangegeven waar de beoogde woningen binnen geplaatst moeten worden. Daarnaast is op de verbeelding ook de maatvoering aangegeven in de vorm van een maximum bouwhoogte en een maximum goothoogte. Tevens is de achterzijde van de woonpercelen voorzien van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bebouwingsvrije zone ten behoeve van een groene overgang’, waar ter plaatse geen bouwwerken zijn toegestaan, met uitzondering van maximaal één vlonder per bouwperceel van maximaal 16 m2.
5.
Watercompensatie Reclamant vraagt hoe de watercompensatie in het plan is geregeld. Reactie gemeente: De waterhuishouding voor de ontwikkelingen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en Oost Kinderdijk 187a is gezamenlijk bestudeerd en uitgewerkt. Daaruit volgt dat het verhard oppervlak binnen het plan Oost Kinderdijk 137-145 richting de toekomst met circa 400 m2 zal toenemen. Het vuilwater zal worden aangesloten op
43
de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van het dak en terrein zal middels een nieuw aan te leggen hoofdriool worden afgevoerd naar het open water in het plan van de Oost Kinderdijk 187a. Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het vuilwater zal worden verzameld middels een nieuw aan te leggen hoofdriool en via een nieuw te plaatsen vuilwatergemaal afvoeren op de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van de woningen en alle terreinverharding zal worden verzameld via een nieuw te leggen hoofdriool en worden afgevoerd op het nieuw aan te leggen open water aan de west- en noordzijde van het plangebied. In dit plandeel vinden aanpassingen aan open water plaats omdat er bestaand open water wordt gedempt en nieuw open water wordt gerealiseerd. Het bestaande open water aan de zuid- en oostzijde wordt (deels) gedempt. In de nieuwe situatie wordt er extra open water gerealiseerd aan de west- en noordzijde. Het nieuwe open water wordt aangesloten op het bestaande open water en krijgt daarmee hetzelfde gereguleerde waterpeil. Ter plaatse Pijlstoep 26 zijn twee nieuwe duikers voorzien om het open water ook in de nieuwe situatie met elkaar in bevinding te houden. Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het verhard oppervlak richting de toekomst zal afnemen met circa 300 m2.
Daarnaast wordt er in dit plan 300 m2 meer open water gegraven dan er wordt gedempt. Daarmee kan worden voorzien in de wateropgave vanuit de Oost Kinderdijk 137-145. De complete waterhuishouding wordt samen met de riolering in de civieltechnische voorbereidingsfase verder uitgewerkt. De waterparagraaf wordt met deze informatie aangevuld/geactualiseerd. 6.
Bomen Reclamant is van mening dat de ontwikkeling niet voorziet in de versterking van het groen. Reactie gemeente: Wanneer de bestaande en beoogde situatie met elkaar vergeleken worden, zoals navolgende tabel laat zien, is af te leiden dat de hoeveelheid vierkante meter groen in de beoogde situatie gelijk blijft aan de bestaande situatie. De hoeveelheid water neemt iets toen en het verhard oppervlak neemt af. Gelet op deze situatie is wat ons betreft sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van deze reactie door de maximum goot-/bouwhoogte op de verbeelding aan te passen en de waterparagraaf in de toelichting te voorzien van een actualisatie/aanpassing. Naar aanleiding van de aangepaste vormgeving van de ontsluitingsweg is de verbeelding zodat aangepast dat het plangebied gedeeltelijk is verkleind zodat de volledige ontsluitingsroute tot het bestemmingsplan voor de locatie Oost Kinderdijk 187a behoort.
44
4.9
Zienswijze 9 Inhoud zienswijze 1. Waterberging Reclamant vraagt om de toename aan verharding verder in de toelichting te onderbouwen met een verhardingsbalans. Ook wil reclamant graag in overleg reden over de beoogde watercompensatie in C-water om zodoende een robuuste waterhuishoudkundige situatie te kunnen realiseren. Reactie gemeente: De waterhuishouding voor de ontwikkelingen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en Oost Kinderdijk 187a is gezamenlijk bestudeerd en uitgewerkt. Daaruit volgt dat het verhard oppervlak binnen het plan Oost Kinderdijk 137-145 richting de toekomst met circa 400 m2 zal toenemen. Het vuilwater zal worden aangesloten op de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van het dak en terrein zal middels een nieuw aan te leggen hoofdriool worden afgevoerd naar het open water in het plan van de Oost Kinderdijk 187a. Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het vuilwater zal worden verzameld middels een nieuw aan te leggen hoofdriool en via een nieuw te plaatsen vuilwatergemaal afvoeren op de gemeentelijke hoofdriolering in de Oost Kinderdijk. Het regenwater van de woningen en alle terreinverharding zal worden verzameld via een nieuw te leggen hoofdriool en worden afgevoerd op het nieuw aan te leggen open water aan de west- en noordzijde van het plangebied.
In dit plandeel vinden aanpassingen aan open water plaats omdat er bestaand open water wordt gedempt en nieuw open water wordt gerealiseerd. Het bestaande open water aan de zuid- en oostzijde wordt (deels) gedempt. In de nieuwe situatie wordt er extra open water gerealiseerd aan de west- en noordzijde. Het nieuwe open water wordt aangesloten op het bestaande open water en krijgt daarmee hetzelfde gereguleerde waterpeil. Ter plaatse Pijlstoep 26 zijn twee nieuwe duikers voorzien om het open water ook in de nieuwe situatie met elkaar in bevinding te houden. Voor de Oost Kinderdijk 187a geldt dat het verhard oppervlak richting de toekomst zal afnemen met circa 300 m2. Daarnaast wordt er in dit plan 300 m2 meer open water gegraven dan er wordt gedempt. Daarmee kan worden voorzien in de wateropgave vanuit de Oost Kinderdijk 137-145. Het plan is zodanig opgezet dat de C-watergangen middels een maaiboot te onderhouden zijn. In het plan is een keermogelijk voor de maaiboot en een inlaatplaats voorzien. Met de belangenbehartigers in het gebied is een schriftelijke overeenkomst gemaakt over de overdracht en het beheer en onderhoud van het open water. Het onderhoud is daarmee ons inziens gegarandeerd. De complete waterhuishouding wordt samen met de riolering in de civieltechnische voorbereidingsfase verder uitgewerkt. De waterparagraaf wordt met deze informatie aangevuld/geactualiseerd.
Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van deze reactie door middel van een actualisatie/aanpassing van de waterparagraaf in de toelichting.
45
4.10
Zienswijze 10 Inhoud zienswijze 1. Bouwhoogte Reclamant kan zich niet verenigen met een maximale bouwhoogte van 13 meter en stelt een maximale bouwhoogte van 10 meter voor gezien het overgangsgebied naar de Groene Long van Alblasserdam. Reactie gemeente: Naar aanleiding van de zienswijzen is opnieuw gekeken naar de gekozen maximum bouwhoogte van 13 meter in relatie tot het voorgenomen bouwplan. In het vast te stellen bestemmingsplan brengen we de bouwhoogte terug tot maximaal 11 meter. Dit is een bouwhoogte die past bij de ontwikkeling van een grondgebonden woning, bestaande uit twee bouwlagen met een kapconstructie. Voor de gronden direct ten oosten van de entree van het plangebied geldt dat we de maximum goothoogte terugbrengen naar 4 meter en de bouwhoogte naar 10 meter. Dit past bij een grondgebonden woning, bestaande uit één bouwlaag met kapconstructie. Zo sluit het bestemmingsplan beter aan bij de planopzet met bijbehorende woningtypes, zoals ook goedgekeurd door de erfgoedcommissie. De onderstaande afbeelding laat in rood-wit de beoogde maatvoering in het vast te stellen bestemmingsplan zijn.
46
2. Rookkanalen Reclamant verzoekt wegens de te verwachten hinder om een verbod op te nemen op het aanleggen van rookkanalen voor houtstook. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan is niet het juiste instrument om duurzaamheidsaspecten, waaronder de wijze van verwarming van woningen, vast te leggen. In de Algemene Plaatselijke Verordening kan een dergelijke wens wel vastgelegd worden. Daarom kan niet tegemoet gekomen worden aan de wens van reclamant. Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van deze reactie door de maximum goot-/bouwhoogte op de verbeelding aan te passen.
4.11
Zienswijze 11 Inhoud zienswijze 1. Bomenkap Reclamant geeft aan dat de ontwikkelende partij gestart is met de kap van vergunningplichtige bomen in het plangebied en maakt zijn ongenoegen hierover kenbaar. Reactie gemeente: Wij zijn het met reclamant eens dat het kappen van bomen volgens de regels moet plaatsvinden. Die regels zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening. Het bestemmingsplan bevat hierover geen regels. Voor zover er bomen zijn gekapt zonder de vereiste vergunning, is initiatiefnemer er op gewezen dat die vergunning nog moet worden aangevraagd. 2. Voetpad Reclamant geeft in de zienswijze aan dat zij ervoor pleit dat het voetpad van De Pijlstoep naar de Van Hogendorpweg in gemeentelijk eigendom komt. Reactie gemeente: Het voetpad ligt buiten de begrenzing van het plangebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. De initiatiefnemer en/of de gemeente is/zijn niet voornemens om de huidige situatie ter plaatse te veranderen. De gemeente ziet daarom geen aanleiding om eigenaar te worden van het voetpad. Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is niet aangepast naar aanleiding van deze reactie.
47
4.12
Zienswijze 12 Inhoud zienswijze 1. Ruimtelijke kwaliteit Reclamant geeft aan dat in het provinciaal beleid het uitgangspunt geldt dat de ruimtelijke kwaliteit bij een ontwikkeling tenminste gelijk moet blijven en is van mening dat daar in voorliggende situatie niet aan wordt voldaan. Zo deelt reclamant niet de stellingname dat in deze situatie sprake is van ‘inpassing’, omdat de gebiedsidentiteit wel aangepast zou worden en onvoldoende ingespeeld word op de groene omgeving. Ook wijkt de beoogde bebouwing qua aard en schaal af van de huidige situatie. Reclamant stelt dan ook dat sprake is van ‘transformeren’. Daarbij geldt dat de ontwikkeling in strijd is met de volgende richtpunten: 1) Stedelijke groen- en waterstructuur: Ontwikkelingen dragen bij aan het behouden en versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur. Daarbij gaat het om de recreatieve kwaliteit, de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de verbinding tussen stad en land. 2) Linten: Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. 3) Rivierdijk: Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Reclamant geeft aan dat het toekomstige woongebied groter is dan het huidige kassencomplex en dat daarmee de stedelijke groen en waterstructuur wordt verzwakt in plaats van wordt versterkt.
Daarnaast zorgt de gehanteerde maximum bouwhoogte van 13 meter voor te grote bouwvolumes die op deze plek niet passend is. Er wordt dan ook niet aangesloten op het punt dat in de linten aangesloten moet worden op de huidige korrel, de transparantie van het lint en de historische gaafheid van het lint. Bij de woningbouwontwikkeling dient volgens reclamant rekening te worden gehouden met de doorzichten en een beperkte maat van de bebouwing. De bebouwing moet aansluiten bij de karakteristieken van de parkachtige omgeving. Reactie gemeente: We zijn het met reclamant eens dat het voor deze ontwikkeling passender is om te stellen dat sprake is van transformeren in plaats van inpassen. Dat neemt niet weg dat in de totstandkoming van dit plan rekening is gehouden met de geschetste richtpunten van reclamant. 1) Door het verdwijnen van het kassencomplex ontstaat er ruimte voor wonen aan de rand van het parklandschap. Daarbij zorgen we ervoor dat de hoeveelheid verhard oppervlak per saldo met circa 300 m2 zal afnemen. Daarnaast wordt er in dit plan 300 m2 meer open water gegraven dan er wordt gedempt. Niet alleen breiden we de waterfunctie in het plangebied uit, ook zorgen we ervoor dat de bestaande structuur aan de randen van het plangebied kwalitatief wordt verbeterd. We richten deze randen landschappelijk in en bieden hier ruimte voor waterstructuren met natuurvriendelijke oevers.
Deze inrichting is in nauwe samenspraak met de belangenbehartigers in het gebied vormgegeven. Zo hebben we een goede balans gevonden tussen woningbouw en het versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur op deze locatie. De natuurvriendelijke oevers worden ingericht met
48
wilgen waardoor een harde achterkant tussen de woonpercelen en het parklandschap wordt voorkomen. De toekomstige Vereniging van Eigenaren zal er op toezien dat het groen toe wasdom komt en in stand wordt gehouden. In het bestemmingsplan hebben we deze gronden voorzien van een aanduiding om een bebouwingsvrije zone te regelen, waar uitsluitend één vlonder per bouwperceel is toegestaan. We zijn daarbij van mening dat de overgang naar het omliggende parklandschap op een meer zorgvuldige en kwaliteitsvolle manier plaatsvindt dan in de huidige situatie het geval is. Daarom zijn we niet van mening dat de stedelijke groen- en waterstructuur wordt verzwakt, zoals reclamant stelt. 2+3) Naar aanleiding van de zienswijzen is opnieuw gekeken naar de gekozen maximum bouwhoogte van 13 meter in relatie tot het voorgenomen bouwplan. In het vast te stellen bestemmingsplan brengen we de bouwhoogte terug tot maximaal 11 meter. Dit is een bouwhoogte die past bij de ontwikkeling van een grondgebonden woning, bestaande uit twee bouwlagen met een kapconstructie. Voor de gronden direct ten oosten van de entree van het plangebied geldt dat we de maximum goothoogte terugbrengen naar 4 meter en de bouwhoogte naar 10 meter. Dit past bij een grondgebonden woning, bestaande uit één bouwlaag met kapconstructie.
Zo sluit het bestemmingsplan beter aan bij de planopzet met bijbehorende woningtypes, zoals ook goedgekeurd door de erfgoedcommissie. De navolgende afbeelding laat in rood-wit de beoogde maatvoering in het vast te stellen bestemmingsplan zijn.
Het bebouwingsbeeld langs de Oost Kinderdijk gaat ook uit van één en twee bouwlagen met kap, maar wordt ook afgewisseld door grootschaligere bebouwingen als appartementen in 5 bouwlagen. Het beoogde woningbouwprogramma is daarmee ondergeschikt aan het woningbouwprogramma langs de dijk. Dit beeld 49
wordt nog eens versterkt doordat de woningen fors lager liggen. De tweedelijns bebouwing achter de dijk ten noordwesten van het plangebied kent soortgelijke bebouwingsmassa’s als in dit plan beoogd. Ter plaatse van bijvoorbeeld de “Noord en Landzigt” (= een straat iets verderop) en de W.B. van der Veldenstraat is de bebouwing ook uitgevoerd in twee lagen met een kap en een bouwhoogte van ca. 11 meter. Karakteristiek zijn de doorzichten tussen de gebouwen van het lint langs de dijk. Conform dit principe is ook de ontsluiting van het project ontworpen als een afrit vanaf de dijk die zicht biedt op het groen van de lagergelegen woonwijk. Onderaan de afrit wordt een markante boom gerealiseerd zodat dit groene beeld wordt waargemaakt. Gelet op het voorgaande zijn we van mening dat we aansluiten op de richtpunten ten aanzien van de linten en rivierdijk. 2. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Reclamant is van mening dat de voorgenomen ontwikkeling niet is voorzien in bestaand stedelijk gebied, omdat verspreid liggende kassen volgens de provinciale omgevingsverordening niet worden gezien als bestaand stedelijk gebied. Het bestemmingsplan moet daarom op dit aangepast worden aangevuld worden met een goede onderbouwing waarom de woningen niet in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kunnen worden.
Reactie gemeente: In lijn met het verzoek van reclamant zullen we de toelichting van het bestemmingsplan op dit punt aanpassen. Daarbij geldt dat Alblasserdam een opgave heeft om circa 780 nieuwe woningen te realiseren. Op dit moment heeft de gemeente woningbouwplannen in de planning staan met 547 woningen. Voorliggend plan maakt onderdeel uit van dit genoemde aantal. Dat maakt dat er in Alblasserdam nog gezocht moet worden naar nieuwe woningbouwplannen voor circa 240 woningen. Gelet op het voorgaande is het gerechtvaardigd om op voorliggende locatie woningen te realiseren. Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is aangepast naar aanleiding van deze reactie door de maximum goot-/bouwhoogte op de verbeelding aan te passen en de paragraaf met betrekking tot het provinciaal beleid in de toelichting te voorzien van een actualisatie/aanpassing.
4.13
Zienswijze 13 Inhoud zienswijze 1. Milieueffectrapportage Reclamant geeft aan een zienswijze in te willen dienen tegen het besluit van burgemeester en wethouders hebben dat geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld. Volgens reclamant is grote milieuoverlast te voorzien als gevolg van de mogelijkheid van rookkanalen in de te realiseren woningen. Reclamant heeft niet als doel om met deze zienswijze een m.e.r.-procedure op te starten,
50
maar wil aangeven dat de schoorstenen van houtkachels of openhaarden grote gevolgen heeft voor de gezondheid. Bij reclamant bestaat de wens om vastgelegd te hebben dat, ook na bouw en oplevering, geen rookkanalen kunnen worden aangebracht en het gebruik van houtkachels niet wordt toegestaan. De Algemene Plaatselijke Verordening biedt hier volgens reclamant mogelijkheden in. Reactie gemeente: Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit is een voorbereidingsbesluit in de zin van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze beslissing is niet zelfstandig vatbaar voor bezwaar en beroep. Indienen van een zienswijze is ook niet mogelijk. Belanghebbenden kunnen hun bezwaren tegen het besluit kenbaar maken in het kader van de wettelijke procedure waarvoor het vormvrije m.e.r.beoordelingsbesluit wordt genomen. In dit geval in het kader van de ter inzagelegging van de bestemmingsplanprocedure van bijbehorend ontwerpbestemmingsplan ‘Alblasserdam, Oost Kinderdijk 187a’. Los van dit procedurele aspect is het bestemmingsplan niet het juiste instrument om duurzaamheidsaspecten, waaronder de wijze van verwarming van woningen, vast te leggen. Via de door reclamant aangestipte Algemene Plaatselijke Verordening kan inderdaad wel een verbod op houtkachels vastgelegd worden. Aanpassing bestemmingsplan Het bestemmingsplan is niet aangepast naar aanleiding van deze reactie.
4.14
Zienswijze 14 Inhoud zienswijze 1. Bekendmaking Reclamant geeft aan dat in de publicatie in de Staatscourant van 30 december 2020 een aankondiging is gedaan dat het ontwerpbestemmingsplan gepubliceerd is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Volgens reclamant is dat niet het geval en kan daarom geen goed gemotiveerde zienswijze worden opgesteld. Reactie gemeente: Zoals in paragraaf 1.2 reeds toegelicht zijn de ontwerpbestemmingsplannen met bijbehorende stukken opnieuw gepubliceerd en vanaf donderdag 25 februari 2021 tot donderdag 8 april 2021 voor een ieder ter inzage gelegd. Dat maakt dat de gevolgde procedure op correcte wijze is gevolgd en een ieder de gelegenheid heeft gehad om een goed gemotiveerde zienswijze op te stellen. 2. Woongenot Reclamant is van mening dat het plan het woongenot aantast. Het plangebied is nu een natuurgebied waar het in de avond donker blijft. Door het plan verdwijnt de natuur en worden bomen gekapt waar veel vogels in wonen. Reactie gemeente: Het plangebied is in de huidige situatie voorzien van een agrarische dan wel recreatiebestemming. Een natuurbestemming is in het plangebied niet aanwezig.
51
Mede daarom zijn wij niet van mening dat het plangebied getypeerd kan worden als natuurgebied. Dat neemt niet weg dat rondom het huidige kassencomplex inderdaad sprake is van een natuurlijke inrichting met bomen. De kap van bomen zal inderdaad noodzakelijk zijn om het beoogde woningbouwplan te kunnen realiseren. Als onderdeel van de ontwikkeling is een landschappelijk inrichtingsplan opgeteld waarin gekeken is hoe de toekomstige woningen op een zo optimaal mogelijke manier aan kunnen sluiten op de groene en waterrijke omgeving van het plangebied. Van een grote hoeveelheid licht zal geen sprake zijn. Wij zijn van mening dat we met dit landschappelijk inrichtingsplan een goede inpassing van de woningen in de omgeving kunnen waarborgen en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 3. Geluidsoverlast Bij reclamant zijn zorgen dat het plan voor geluidsoverlast zal zorgen als gevolg van een toename van het aantal verkeersbewegingen. Volgens reclamant is er geen akoestisch onderzoek gedaan, waardoor het plan niet goed is onderbouwd. Reactie gemeente: Zoals in de haalbaarheidsonderzoeken van de ontwikkelingen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en 187a is opgenomen, wordt ingeschat dat sprake zal zijn van een toename van circa 350 motorvoertuigbewegingen per etmaal als gevolg van de ontwikkelingen.
Uit de verkeersgegevens van de Oost Kinderdijk volgt dat de huidige etmaalintensiteit circa 8.000 motorvoertuigen per weekdag bedraagt. Uit de Wet geluidhinder is af te leiden dat bij een toename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename van circa 40%. Bij dit plan zal de toename niet meer zijn dan 4 à 5%. Er is dus geen sprake van een merkbare geluidstoename. 4. Parkeeroverlast Volgens reclamant is er op dit moment al onvoldoende parkeerruimte op de Kinderdijk. Met de komst van de woningen zal de overlast nog groter worden. Een onderzoek naar de parkeerbehoefte is volgens reclamant noodzakelijk. Verder vraagt reclamant om met een voorwaardelijke verplichting in de planregels vast te leggen dat er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein komen. Reactie gemeente: De reactie van reclamant richt zich op een bestaande parkeerproblematiek. Met voorliggend plan hoeft de problematiek niet opgelost te worden. Daarbij komt dat de ontwikkelingen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en 187a gezamenlijk in voldoende parkeervoorzieningen voorzien om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. In artikel 18 van de regels van het bestemmingsplan is reeds een parkeerregeling opgenomen.
Daarin is onder meer geregeld dat binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd moet worden, conform de parkeernormen van Alblasserdam, en dat deze parkeergelegenheid in stand gehouden moet worden.
52
5. Verkeersdruk Als gevolg van het plan zullen meer verkeersbewegingen ontstaan. Naar mening van reclamant voorziet het bestemmingsplan onvoldoende in mogelijkheden voor een goede ontsluiting. Reactie gemeente: Tijdens de terinzagelegging van de ontwerpbestemmingsplannen heeft een verdere uitwerking van de bouwplannen aan de Oost Kinderdijk 137-145 en 187a plaatsgevonden. Daarbij is ook gekeken naar een verdere uitwerking van de vormgeving van de ontsluitingsweg. Vanwege het te overbruggen hoogteverschil en het realiseren van een prettige, overzichtelijke en verkeersveilige situatie heeft dit geleid tot een optimalisatie van de vormgeving van de ontsluitingsweg. Navolgende afbeelding laat zien dat de ontsluiting nu meer in een bocht is vormgegeven en iets oostelijker is komen te liggen. We zijn van mening dat met deze opzet sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De bestemmingsplannen voor Oost Kinderdijk 137-145 en 187a worden op dit punt aangepast.
Aangepast ontwerp Oost Kinderdijk 137-145 en 187a (Bron: Lindeloof tuin- en landschapsarchitecten BV).
6. Inkijk Reclamant geeft aan dat het plan een inbreuk doet op de privacy vanwege de inkijk. Aanpassing van het plan is nodig om de privacy te kunnen beschermen. Reclamant noemt daarbij een afschermende groenstrook met veel groenblijvende heesters van voldoende hoogte en vraagt om de aanleg en instandhouding van deze groenstrook ook in de planregels op te nemen.
53
Reactie gemeente: Zoals uit de landschappelijke inpassing van het plangebied volgt wordt tussen het plangebied en de bestaande woningen aan de Oost Kinderdijk voorzien in een afschermende groenstrook. In het vast te stellen bestemmingsplan hebben we deze groenstrook ook voorzien in de bestemming ‘Groen’, zodat voor reclamant helder is dat op deze plek geen woningen gerealiseerd zullen worden. 7. Uitzicht Momenteel heeft reclamant uitzicht over bomen. De huidige kassen nemen slechts een deel van het uitzicht weg. Na uitvoering van het plan zal reclamant zich hebben op de woningen en andersom. Reclamant is van mening dat het plan aangepast moet worden om het vrije uitzicht zo veel te behouden. Reactie gemeente: In Nederland bestaat geen recht op vrij uitzicht. Wij kunnen niet uitsluiten dat reclamant als gevolg van de ontwikkeling hier veranderingen in zal ondervinden, maar zijn daarbij niet van mening dat een situatie zal ontstaan die uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar is. 8. Lichthinder Volgens reclamant zal het plan zorgen voor een sterke toename van licht in de omgeving. Lichthinder is slecht voor de gezondheid en kan negatieve effecten tot gevolg hebben, zoals ontregeling van de natuur, energieverspilling en verstoring van het nachtelijk landschap.