CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

30. De Drechtraad 2004-2021.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 1 februari 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 29: Lijst ingekomen stukken23.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

“

“Straks zijn we weer stemvee, ja of ja stemmen.”

72

Foto op pagina 74-75 De Witte Brug over de A15 bij Papendrecht. 73

74

75

6

Nieuwe raadsperiode Drechtraad 2014-2018 Structuur nu helemaal gelijk aan een gemeenteraad. Voor na de verkiezingen in 2014 geeft de Drechtraad de nieuwe Drechtraad suggesties en ‘verbeteringen’ mee. Dit keer is er geen speciale commissie of een opdracht aan Bureau Drechtsteden. Er komt een werkgroep van alleen fractievoorzitters met ondersteuning van de coördinerend regiogriffier. De werkgroep komt met een overdrachtsdocument. Uiteraard bespreekt de werkgroep het rapport eerst met de Drechtraadsleden voordat het rapport definitief is. Tegelijkertijd stelt de werkgroep voor om van de eigen werkgroep een apart seniorenconvent te maken. Dit lijkt een goed idee. Alleen men wil het geen seniorenconvent noemen maar een presidium. Een presidium met alleen de fractievoorzitters, maar ook met plaatsvervangers. Het verschil is dat een seniorenconvent veelal vertrouwelijke zaken onderling met de voorzitter bespreekt. Een presidium gaat vooral ook over huishoudelijke zaken, wat openbaar kan. De nieuwe Drechtraad bespreekt het rapport en in een speciale bijeenkomst in april geven de oudgedienden de nieuwelingen er nog allerlei tips bij.

76

Arno Brok, ex-burgemeester van Dordrecht

“Mijn afscheid was zeer emotioneel” In maart 2017 stapte Arno Brok van Dordrecht over naar zijn oude liefde Friesland. Als Commissaris van de Koning aldaar kijkt hij met een warm gevoel terug als lid van de Drechtraad. “Als bestuurskundige raakte ik snel geboeid door dit bestuurlijke novum.” Voordat hij in Friesland belandde werkte Arno Brok als wethouder in Leeuwarden en later als burgemeester van Sneek. Hij herinnert zich de tijd dat hij als burgemeester van Dordrecht het stokje overnam van Ronald Bandell: “Ik keek naar hem op. Als 40-jarige kwam ik eigenlijk net kijken, zo voelde dat een beetje. Tegelijkertijd viel ik met mijn neus in de bestuurlijke boter. Vanaf het begin mocht ik de voorzittershamer van de Drechtraad hanteren en vanaf 2010 werd ik ook voorzitter van de regio Drechtsteden. Mijn standpunt luidde destijds: de kleinste gemeente, Alblasserdam, hoefde zich niet als kleinste te voelen en Dordrecht, de grootste gemeente, hoefde zich niet als de grootste te gedragen.”

“

“De kleinste hoeft zich niet de kleinste te voelen, en de grootste hoeft zich niet als de grootste te gedragen’.”

Handen op elkaar Hij weet een aantal hoogtepunten van zijn tijd bij de Drechtraad: “In het begin spraken de verschillende gemeenten voornamelijk voor zichzelf, maar langzaamaan acteerden zij meer en meer namens hun partij. Ik zette met het Drechtstedenbestuur in op ‘handelen’ en ‘doen’ en dat sprak aan. Ook buiten de Drechtsteden kregen we veel handen op elkaar voor de Drechtraad. Wanneer wij voor iedere bus met belangstellenden die bij ons langskwam een euro hadden gespaard, dan hadden we een aardig bedrag gehad om aan een goed doel te geven. Ondanks de landelijke interesse kreeg de Drechtraad overigens geen navolging. Veel gemeenteraden waren enthousiast en zagen ons model wel zitten, maar burgemeesters en wethouders waren bang voor hun positie. De Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden was namelijk de enige Gemeenschappelijke Regeling waar de raden (de politiek) het voor het zeggen hadden.” Samen kom je verder Het vertrek uit de Drechtsteden, in 2017, viel hem zwaar. “Ik vond het zeer emotioneel, ja. Ik heb er met heel veel plezier gewerkt, maar Fryslân trok mij naar het noorden. Ook daar zie ik een regionale samenwerking als een meerwaarde. Friesland telt 400 dorpen en ik pleit ervoor om niet alleen naar je eigen dorp te kijken, maar ook naar de regio. Dat de Drechtraad stopt ga ik niets over zeggen. Het past mij niet daar een oordeel over te geven.

Ik geloofde in het concept, want samen kom je altijd verder.” 77

Tips op basis van ervaringen Op woensdag 23 april 2014 gaan er veel concrete tips over tafel voor de nieuwe Drechtraadsleden. De inspiratie voor de tips komt vooral van de ervaringen en suggesties van ervaren Drechtraadsleden. Maar ook uitdagende vragen en eerste indrukken inspireren. Een kleine greep uit de tips, die soms verwijzen naar de regelgeving: - Deel binnen je lokale fractie kennis, ervaringen en actuele zaken over de Drechtraad. - Ken het Reglement van Orde. - Maak van de voorbereiding van de Drechtstedendinsdag een vast punt in de raad.

- Eet mee, een ideaal moment om informeel collega’s te ontmoeten en te spreken. - De Drechtraad kent geen coalitie – oppositie, daardoor is er ruimte voor inhoud. - Wees kritisch, maar niet wantrouwend en niemand wil een Drechtstad.

De tips geven een goed beeld over hoe de ervaren (Drecht)raadsleden in de Drechtraad staan. Het is natuurlijk de vraag of iedereen gehoor gaat geven aan alle tips. Het formele overdrachtsdocument heeft de titel ‘Samen stad aan het water’. Het digitale vergadersysteem doet zijn intrede. Er zijn geen meerkosten aan de digitalisering van het overdrachtsdossier verbonden, dat staat er voor de zekerheid als extra vermelding bij. ‘Dat wat lokaal moet en kan, blijft ook lokaal’ Dit uitgangspunt blijft staan. De samenwerking is flexibel ingericht in het netwerk van autonome organisaties én tegelijkertijd waar nodig deels geformaliseerd. Maar altijd vanuit dezelfde gedachte: ‘inhoud stuurt onze beweging’. Het staat nog maar weer eens opgeschreven. De samenwerking op zich staat dan ook niet ter discussie. Wel staat ter discussie het model Drechtsteden met de Drechtraad, daar kunnen aanpassingen komen die zorgen voor verbetering, luidt de gedachte. Het Reglement van Orde is in 2014 aangepast met een presidium en inwoners mogen komen inspreken, al gebeurt dat in de praktijk nauwelijks. In de ‘oude’ Drechtraad komt het voorstel voor een regiogriffie al naar boven, die komt er daadwerkelijk in 2015. Dat is nog wel een aandachtspunt, want de Wet gemeenschappelijke regeling kent geen griffier zoals de Gemeentewet dat kent sinds 2002.

In de Drechtraad-‘oplossing’ valt de regiogriffier formeel onder de regiosecretaris. Maar informeel, en dus in de praktijk, gaat de Drechtraad erover. Ter voorbereiding is er eerst een coördinerend griffier die op interim-basis de regiogriffie optuigt.

78

Regiogriffie In 2014 komt er een regiogriffie. Daarvoor stelt de Drechtraad de ‘verordening ondersteuning algemeen bestuur Drechtsteden’ vast. De argumentatie is in lijn met de koers waarop men sinds 2004 vaart:

• De Drechtraad wenst ondersteuning van een eigen volwaardig • • • •

ambtelijk apparaat, dat dezelfde functies vervult als de griffie bij de gemeenten. De Wgr is gebaseerd op het monistische stelsel en kent dus formeel geen griffie. In materiële zin kan een griffie als een afgeleide functie van de Drechtstedensecretaris bestaan, met de Drechtstedensecretaris in juridische zin als de leidinggevende. De Drechtraad kan dan in materieel opzicht functioneren als leidinggevende. De inrichting en de wijze van aansturing is in de verordening opgenomen.

Er komt een werkgeverscommissie, het Drechtstedenbestuur regelt het verder in lijn met de verordening. De Drechtraad heeft tegen die tijd al wel de verschillende onderdelen geregeld, zoals ook bij een gemeenteraad: een presidium, een agendacommissie, een auditcommissie, een ad hoc commissie en er zijn Carrousels ter voorbereiding van de Drechtraadsvergadering. De regiogriffier regelt het maandelijks overleg met de griffiers van de deelnemende gemeenten. De rol van regiogriffier vervult aanvankelijk de griffier van Dordrecht er extra bij. Vanaf 2015 is er sprake van een eigen regiogriffier met griffie. Deze valt dan niet onder Bureau Drechtsteden, dat tot die tijd de ondersteunende taken voor de regiogriffie vervult (en deze deels blijft vervullen). Zoals bedacht valt de regiogriffie formeel onder de regiosecretaris, maar informeel onder de Drechtraad. De werkgeverscommissie bespreekt het reilen en zeilen van de regiogriffie met de regiogriffier. De regiogriffier overlegt daarnaast regelmatig met de regiosecretaris apart en in de driehoek, met de voorzitter van de Drechtraad erbij.

79

Joke Heijmans, regiogriffier 2015-2021

“Ik wilde de Drechtraad een beetje ondeugend maken”

“

“Er ontstond

een vorm van

verbroedering die tot mooie resultaten heeft geleid.”

Met speels gemak somt ze een aantal mijlpalen op van de Drechtraad. Het introduceren van de Waterbus, de verbreding van de A15, het vaststellen van de Woonvisie en het op de kaart zetten van de Drechtsteden bij het Rijk en de provincie. Joke Heijmans (66), regiogriffier van 2015 tot maart 2021: “In andere regio’s keken ze jaloers naar de Drechtraad en de invloed van raadsleden op de gemeenschappelijke regeling.” Laten we maar direct aan het eind beginnen. Hoe kijkt Joke Heijmans naar het stoppen van de Drechtraad per 1 januari 2022: “Heel jammer”, klinkt het met een zekere weemoed in haar stem. “Er is zo veel meer mogelijk mét de Drechtraad, vooral als lobbypartij naar het Rijk en de provincie. Een aantal onderzoeken over het functioneren van de Drechtraad bleek de uiteindelijke doodsteek. Die zeiden, en ik zeg het wat kort door de bocht: Verander en verbeter die samenwerking. Eerlijk gezegd voelde het een beetje als een klap in het gezicht van de Drechtraad dat de verandering zou leiden tot het einde ervan. We deden toch ook prima werk!” Hoe kijkt u in zijn algemeenheid terug op de Drechtraad? “Het was een mooie ontwikkeling met boeiende samenwerkingen, die in de loop der jaren sterk zijn verbeterd. Raadsleden van de verschillende gemeenten kenden elkaar, ontmoetten elkaar en aten met elkaar. Er ontstond een vorm van verbroedering die tot mooie resultaten heeft geleid.

Zoals de vorming van de Sociale Dienst, misschien wel de beste dienst. Vernieuwend. Bij meer fysieke onderwerpen, zoals de verbreding van de A15 werkten Drechtstedenbestuurders en verschillende raadsleden ieder met hun eigen netwerk samen in de lobby richting Den Haag.” In 2015 werd u regiogriffier van de Drechtraad. Kende u de Drechtraad toen al? “Jazeker. Ik heb drie periodes in de raad van Dordrecht gezeten voor de PvdA, onder andere van 2006 tot 2010. Precies de periode waarin de besluitvorming over de Sociale Dienst bij de Drechtraad, die toen net een jaar bestond, werd gelegd. Van 2010 tot 2014 fungeerde ik

80

“

“Gemeenteraden wilden wel, maar

als plaatsvervangend Drechtraad-lid, zonder overigens een keer echt als vervanger te hoeven opdraven. Aanvankelijk, in 2006, was de Drechtraad een soort ver-van-mijn-bed-show. Alle raadsleden spraken namens de eigen gemeente en niet per se voor de regio. Tot rond 2009 de regiofracties ontstonden en men meer langs politieke lijnen ging denken: wat voor de regio goed is, is goed voor ons. Toen ik in 2015 griffier van de Drechtraad werd, begon ik met het adviseren van Drechtraadsleden. Ik wilde ze een beetje ondeugend maken. Pak je rol, drukte ik ze op het hart. Niet alleen in Dordrecht, maar zeker ook in de kleinere gemeentes als Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht en Hardinxveld-Giessendam. Langzaam kwamen hun raadsleden wat losser, zeker toen de fractievoorzitters van Papendrecht besloten om zelf zitting te nemen in de Drechtraad.”

colleges stonden niet te springen.”

Welke positie nam de Drechtraad in toen u als regiogriffier begon? “Een beetje afwachtend en naar mijn mening (te) volgzaam. Terwijl in Nederland veel belangstelling bleek voor deze bijzondere en unieke constructie. Op verzoek van veel regio’s in Nederland ging ik samen met verschillende Drechtraadsleden, onder wie Nelleke de Smoker-Van Andel van D66 en Chris Moorman en Fred Loos van Algemeen Belang Zwijndrecht, op werkbezoek. Jammer genoeg heeft de Drechtraad in Nederland, ondanks alle positieve reacties, geen navolging gekregen. De gemeenteraden wilden vaak wel, maar collegeleden, die hun zeggenschap zagen slinken, stonden niet te springen.” Terwijl er toch meerdere mijlpalen bereikt zijn. “Inderdaad. Ik noemde er al een paar en daar ben ik trots op. Tegelijkertijd lukte een aantal zaken ook niet. Zoals de Woonvisie, die weliswaar is vastgesteld, maar waar uiteindelijk niet bij iedere gemeente voldoende draagvlak bleek te zijn voor de uitvoering. Ik streefde er bovendien naar de Drechtraad te verkleinen. Bij de start van mijn griffierschap telden we 45 leden, maar dat aantal groeide toen Hardinxveld-Giessendam zich aansloot en enkele partijen zich afsplitsten. Op een zeker moment waren er 57 leden en dat maakt een gestructureerde vergadering erg lastig.”

81

Bent u tevreden over het beeld dat de inwoners van de Drechtraad hadden? “Het was voor hen niet altijd even duidelijk wat waar werd beslist en wat de balans was in de samenstelling van de Drechtraad. Dat hadden we beter kunnen communiceren. Er heerste ook angst voor een Drechtstad, het op alle vlakken samenvoegen van de zeven Drechtsteden. Daarom bleven de verschillende gemeenteraden zich ook, soms krampachtig, focussen op hun eigen gemeente. Ondernemers voelden overigens wel iets voor één gezamenlijke Drechtstad. In de afgelopen jaren is geprobeerd de bekendheid van de Drechtraad te vergroten. Onder meer door communicatie op de website en de huis-aan-huisbladen. Helaas bleef het resultaat daarvan beperkt.” Sinds maart 2021 heeft u het stokje overgedragen en bent u officieel met pensioen. Verveelt u zich sindsdien? “Nee zeg, geenszins. Eerlijk is eerlijk, het afscheid van mijn ‘gewone’ werkzame leven viel me best zwaar. Een beetje dubbel en weemoedig ook. Maar… ik heb het drukker dan ooit. Ik ben een fanatiek sporter in de vorm van kwart en halve triatlons. Verder ben ik voorzitter van de stichting die de atletiekhal op de Noordendijk in Dordrecht beheert. Ik ben PvdA-lid en ga helpen bij het vinden en begeleiden van nieuwe raadsleden. Bovendien ben ik jurylid bij de triatlonbond en heb me opgegeven voor een college Japanse filosofie bij de Vrije Academie.

En: iedere vrijdag houden de kleinkinderen me bezig, en met veel plezier.”

“

“Er was de angst voor een

Drechtstad.”

82

Foto op pagina 84-85 Het gemeentehuis van Sliedrecht 83

84

85

7

Jubilea Drechtraad 2016-2018 10-jarig jubileum en koperen jubileum met bommetje. Op dinsdag 8 maart 2016 bestaat de Drechtstedenregeling, en daarmee dus ook de Drechtraad, formeel 10 jaar. Een mooi moment om de Drechtraad te profileren en er meteen een terugkerend netwerkmoment van te maken, zowel landelijk als internationaal. Een netwerkmoment van hoge kwaliteit waar Europarlementariërs, Eerste en Tweede Kamerleden, leden van de Provinciale- en Gedeputeerde Staten en ambtelijke top van de ministeries nader kennismaken met de Drechtsteden. Het initiatief hiervoor komt van het Drechtstedenbestuur, waarbij de Drechtraad, de burgemeesters, gemeentesecretarissen en de ambtelijke top van de Drechtsteden zijn uitgenodigd. Een vertegenwoordiger van het Koningshuis of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijsrelaties vervult de rol als extra trekker. Er is een aantrekkelijk programma met entertainment, een vaartocht, een gezamenlijke lunch en na afloop een receptie. Woordvoerder van de Drechtsteden (Marcel van Bijnen, directeur) op die dag: “Onze huidige manier van samenwerken heeft ons veel vertrouwen in elkaar gebracht, maar we zien ook dat dit niet altijd tot ambitie en vaart leidt. Een mooi meetpunt is altijd: waar besteed je je tijd aan? Geef je je tijd aan de goede dingen?

Het gevaar van onze samenwerkingskracht is dat we te veel interne tijd nodig hebben om besluiten te nemen, dat alles wat we doen nivelleert en dat we daarmee uitkomen op middelmaat. Dat de excellente oplossingen er niet meer uitkomen, terwijl we die extra kwaliteit in ons gebied juist keihard nodig hebben.”

Het grootse jubileum van 10 jaar vraagt om herhaling en van herhaling is er zeker sprake. Na tweeëneenhalf jaar is er het 12½-jarig jubileum. Nu met hoogleraar Marcel Bogers als spreker. Bogers houdt de Drechtraad, zoals eerder anderen al deden, een spiegel voor en zet vraagtekens bij de verschillende onderdelen. Is het toch niet verstandig om te denken aan een herindeling, houdt hij de zaal voor? De uitspraak valt als een bommetje in het publiek. Een bommetje, waar zeker niet iedereen op zit te wachten.

86

Marcel Boogers, hoogleraar regionaal bestuur van de Universiteit Twente

“Een toonaangevend en inspirerend voorbeeld” Wanneer hoogleraar Marcel Boogers de Drechtraad typeert, laat hij woorden als ‘toonaangevend’ en ‘inspirerend’ vallen. Ondanks zijn lofuitingen over de Drechtraad kraakte hij tijdens het 12,5-jarig bestaan in 2017 ook kritische noten. Zijn voorstel om van de Drechtsteden één grote Drechtstad te maken viel niet overal in goede aarde. “Nederland is een klein land en een constructie als de Drechtraad blijkt een lastig verhaal.” Regionaal samenwerken maakt het ambtelijke en politieke leven goedkoper en efficiënter. En het levert bovendien meer gespecialiseerde ambtenaren op. Hoogleraar regionaal bestuur Marcel Boogers weet: “Veel lokale vraagstukken hebben een regionale schaal. Denk aan de woningmarkt, de arbeidsmarkt en de zorg. Je ontkomt er als lokaal bestuurder niet aan op die gebieden over je eigen grenzen heen te kijken. Vanuit de politieke steun heb je de neiging je volledig te focussen op lokaal niveau, maar vrijwel alle belangrijke beslissingen worden regionaal genomen. De Drechtraad liep voorop in die gedachte.”

“

“Veel lokale vraagstukken hebben een regionale schaal.”

Toch was u ook kritisch over de Drechtraad. “Tijdens het 12,5-jarig bestaan legde ik in mijn speech twee mogelijke toekomstpaden voor: of de Drechtraad zette een stap terug, dus met minder beleidsinhoudelijke taken. Of, zo suggereerde ik, er zou serieus gekeken kunnen worden naar een Drechtstad. Dat laatste bleek duidelijk een stap te ver, een overweging waar op voorhand al te veel haken en ogen aan zaten. Het blijkt ingewikkeld over lokale belangen heen te kijken, terwijl ik denk dat het echt niet anders kan. Ik voorzie een vierde bestuurslaag, waarbij de regio zich inpast tussen de gemeente, het Rijk en de provincie. Dat is eerder gebeurd, zonder succes. En toch is dat de enige manier van slagen, wat mij betreft.” Als we kijken naar de kansen voor de Drechtraad. Welke zijn gegrepen en welke zijn blijven liggen? “De grootste kans was om gezamenlijk na te gaan denken over regionale vraagstukken. Die kans is deels gegrepen. Fracties van de politieke partijen zochten elkaar bijvoorbeeld op om lastige politieke knopen door te hakken. Aan de andere kant zijn de grote belangen van regionale samenwerkingen wellicht iets te weinig uitgesproken. En misschien zijn ambtenaren en politici te weinig uitgedaagd door de Drechtraad.”

87

Denkt u dat een vorm als die van de Drechtraad ooit kans van slagen heeft? “Zeker. We hebben er het juiste politieke klimaat voor in Nederland. Je ziet hier en daar regionale samenwerkingen ontstaan, die lijken op de Drechtraad. Alleen ligt de focus op advies en niet op beslissing. Maar dat de Drechtraad een toonaangevend en inspirerend voorbeeld is voor veel regio’s in ons land, is duidelijk. Het zou zeker ook helpen wanneer een volgend kabinet een constructie als die van de Drechtraad wettelijk goedkeurt in plaats van ‘slechts’ gedoogd. Het haalt een hoge drempel weg om erover na te denken.” Wat zegt het over de toekomst van regionale samenwerking door gemeentes dat de Drechtraad stopt? “We wisten al een tijdje dat het minder goed ging met de Drechtraad. Nederland is een klein land en soms is er te weinig ruimte voor zulke initiatieven. In de Drechtsteden liep het vast op een visie voor de economische toekomst. Het is echt een ingewikkelde bestuurlijke discussie, waar burgers en ondernemers bang zijn dat het lokaal belang wordt ondergesneeuwd door het regionaal belang. Maar omdat het belang van de regio blijft groeien, moeten we goed nadenken, en dat is wat mij betreft onvermijdelijk, over hoe we daar bestuurlijk mee omgaan. Je moet je als bestuurder focussen op het totale belang. Zowel lokaal als regionaal.”

“

“Soms is er te weinig ruimte voor zulke initiatieven.”

88

8

Model van de Toekomst 2018 Dordrecht vaart eigen koers en afstudeerscriptie. In 2018 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen,. Maar net daarvoor, eind 2017, studeert wethouder André Flach van Hendrik-Ido-Ambacht af op het model Drechtsteden. De titel luidt ‘Drechtsteden, model voor de toekomst?’ Literatuuronderzoek, een enquête en interviews zijn ook hier de basis, dus wederom een gedegen onderzoek. Flach concludeert dat er sprake is van energieverlies op bestuurlijk niveau. Verlies vooral door bestuurlijke drukte. De regionale samenwerking in de Drechtsteden is één van de voorbeelden in bestuurlijk Nederland en de meest bekende. De Drechtsteden zijn een vorm van innovatief samenwerken tussen gemeenten. Het is de enige gemeenschappelijke regeling waar de gemeenteraden echt politiek ‘de baas’ zijn. Flach zet uiteen hoe het is georganiseerd: Het dagelijks bestuur bestaat uit één wethouder per gemeente, Dordrecht heeft er twee. Dordrecht levert de burgemeester als voorzitter van het Drechtstedenbestuur en van de Drechtraad. Elke fractie, uit de dan zes gemeenten, heeft een plek met een stemgewicht op basis van het verkregen stemmenaantal bij de laatste gemeenteraadsverkiezing. De zes autonome gemeenten zijn door hun schaal zelfstandig, kleinschalig en blijven nabij. Voor sommige gemeenten kan dit een manier zijn om een herindeling te ontlopen.

De Drechtraad bestaat in 2017 ruim 13 jaar (vanaf 2004 gerekend) en heeft zich ontwikkeld tot een zelfbewust, kaderstellend en controlerend politiek orgaan. Een voortdurende bezinning op de juiste bestuurlijke samenwerkingsvorm is blijvend actueel. In de beginfase werken de zes Drechtstedengemeenten nog vooral samen op uitvoerende taken en de Sociale Dienst Drechtsteden. Vanaf 2010 komt hier steeds meer beleidsmatige samenwerking bij en in 2014 stelt de Drechtraad een sterk inhoudelijk, regionaal meerjarenprogramma vast. Er zijn intussen vraagtekens over de houdbaarheid van de huidige samenwerkingsvorm. Flach verwijst in zijn scriptie naar het onderzoek 89

van Berenschot. Dat onderzoek loopt tegelijk met Flach zijn scriptieonderzoek en het zet, net als Flach, vraagtekens bij de houdbaarheid. Naast de voordelen van de samenwerking binnen de Drechtsteden leidt de huidige oplossing wel vaak tot toename van bestuurlijke drukte, zo is zijn beeld. Het aantal overlegmomenten in gemeenschappelijke regelingen is aanzienlijk. De Drechtstedensamenwerking functioneert hybride, met zowel elementen van intergemeentelijke samenwerking als elementen van regionale samenwerking. Binnen de Drechtsteden zien we meerdere personen die de afgelopen jaren verschillende rollen vervullen. De wethouder uit Sliedrecht is eerst tien jaar raadslid in zijn gemeente en nu wethouder en lid van het Drechtstedenbestuur. De wethouder uit Papendrecht is in Alblasserdam actief in verschillende ambtelijke rollen, daarna facilitair manager en vanaf 2010 wethouder. Eén van de gemeenteraadsleden uit Zwijndrecht is ruim zeven jaar raadslid, daarna vier jaar wethouder en vanaf 2014 weer actief als raadslid. De burgemeester van Alblasserdam is eerst bijna zes jaar griffier in Dordrecht, waarnaast bijna vier jaar coördinerend griffier voor de Drechtsteden. Nu (2017) na een poosje uit de Drechtsteden weggeweest te zijn is hij alweer ruim tweeënhalf jaar burgemeester. Sinds de zomer van 2021 is hij lid van het DSB, overigens zonder portefeuille.

De regiosecretaris is raadslid in de jaren 90 in Alblasserdam en werkt vervolgens zes jaar als ambtenaar in Zwijn-drecht. Na een afwezigheid van ruim vier jaar komt hij terug als algemeen directeur en later als algemeen directeur/secretaris van de Drechtsteden. De provinciesecretaris is eerst gemeentesecretaris in Dordrecht, daarna regiosecretaris en heeft nu regelmatig te maken met de Drechtsteden vanuit zijn rol als provinciesecretaris. De regiogriffier staat niet vermeld in de scriptie van Flach, maar deze is eerder jaren raadslid in de gemeente Dordrecht. Kortom, iedereen heeft voldoende regionale ervaring en zelfs vanuit verschillende posities om relevante antwoorden te kunnen geven in de interviews van Flach. Overigens is de regiogriffier verder niet betrokken bij dit onderzoek. Dordrecht onderzoekt zonder de andere gemeenten In september 2017 geeft de gemeente Dordrecht aan Berenschot de opdracht om onderzoek te doen naar de samenwerkingen waarin Dordrecht vertegenwoordigd is. De onderzoekers hebben de vraag meegekregen om te kijken of Dordrecht haar taken nog wel op de juiste schaal belegt en of zij voldoende invloed heeft binnen die samenwerkingen. Deze eenzijdige opdracht vanuit Dordrecht leidt vooral in de beginfase tot irritatie en onbegrip binnen de Drechtsteden.

Het onderzoek van Berenschot loopt in november en december van 2017, parallel aan de afstudeerscriptie van André Flach. 90

Het onbegrip over de eenzijdige opdracht van Dordrecht neemt niet weg dat er ook breder in de regio vraagtekens zijn bij de houdbaarheid van de huidige samenwerkingsvorm: zijn de gemeenten hierbinnen nog wel met de goede dingen bezig en behoeft de vorm aanpassing? Aan de ene kant is er de waardering voor de kennis, kunde en specialisatie op regionaal niveau. Het besef is duidelijk aanwezig dat gemeenten niet alles zelf meer kunnen en dat samenwerking kwaliteitsverbetering meebrengt. Tegelijkertijd is de onderlinge communicatie slecht en klaagt men over de discussies over bevoegdheden. Er zijn te veel afstemmings- en prioriteringsvraagstukken, vinden velen. Bij de gemeenten zelf ontbreekt het in sommige gevallen aan voldoende participatie in de regio, aan eigenaarschap en worstelt men met goed opdrachtgeverschap. Soms is er onvoldoende respect voor de professionaliteit van anderen, omdat men vast wil houden aan de eigen cultuur en werkwijze. Bezuinigingen in 2012 of ander politiek klimaat? De accountant constateert dat de ontwikkeling van de professionaliteit stokt vanaf 2012. Hij wijt dat aan de bezuinigingen, maar ook aan het veranderende politieke klimaat waarin het samen doelen bereiken minder belangrijk lijkt. Het geven en nemen is minder in balans en herindeling is weer een onderwerp.

Schaalvergroting leidt niet tot efficiency, er is hooguit sprake van kwaliteitsverbetering. Misschien is het zelfs wel duurder geworden, aldus de accountant. Wel of niet bestuurlijke efficiency? Vrijwel iedereen vindt dat er geen sprake is van bestuurlijke efficiency door de samenwerking. Integendeel, men ervaart een toegenomen bestuurlijke drukte. Bepaalde zaken komen zowel lokaal als regionaal op de agenda. En dat stoort; raadsleden en wethouders zijn daardoor meer tijd kwijt. Bij regionale portefeuillehouders stoort het ook door te veel betrokkenheid van lokale collega’s en anderzijds te weinig betrokkenheid van een groot deel van de in de diverse gemeenten actieve bestuurders en politici. Lang actieve raadsleden in de Drechtraad geven juist aan dat de bestuurlijke efficiency is toegenomen, vooral de procesmatige kant ervan. De raadsleden ontmoeten elkaar meer, waardoor discussies beter lopen en de Drechtraad is geprofessionaliseerd. Vrijwel iedereen vindt dat herindeling theoretisch beter zou zijn voor de efficiency, maar herindeling roept vooral weerstand op. Daarnaast is er sprake van verkokering van een grote ambtelijke organisatie en zijn er verschillen in cultuur tussen gemeenten. Raadsleden staan redelijk op afstand en hebben daardoor weinig zicht op de resultaten van de 91

lobbykracht, zo blijkt. De lobby geldt dan ook vooral de bestuurders en niet zozeer de raadsleden. Het algemene advies is om te stoppen met het hinken op twee gedachten. Focus op wat je echt samen wil doen en stel een toekomstvisie op. Kies, investeer en communiceer!

92

André Flach, wethouder Economie in Hendrik-Ido-Ambacht

“Aantoonbaar effect op alle vlakken”

“

“Het optimum zit daar tussenin.”

Drie jaar geleden studeerde André Flach af in Bestuur- en Organisatiewetenschappen aan de Universiteit in Utrecht. In zijn eindscriptie concludeerde hij dat regionale samenwerking op alle vlakken van de bestuurskracht tot een aantoonbaar effect heeft geleid, voor alle gemeenten in de Drechtsteden. Hij kijkt terug op de Drechtraad: “Ik ben trots op de samenwerking”. Als wethouder in Hendrik-Ido-Ambacht vindt hij dat je door samen te werken meer kunt doen, op een schaalniveau dat als afzonderlijke gemeente onhaalbaar is. “Het sterkste voorbeeld is de Sociale Dienst”, zegt André. “Wanneer je voor 30.000 inwoners werkt, heb je 350 cliënten waar je alle taken voor moet regelen. Loopbaanbegeleiding, omscholing, re-integratie. Allerlei specialismen die je dan als afzonderlijke gemeente moet doen. Maar werkt die dienst op een schaal van 300.000 inwoners, dan heb je pakweg 6.000 cliënten. Dan kun je kwalitatief op een veel hoger niveau je werk doen en daar profiteren ook onze inwoners in Ambacht van.” Kleven er ook nadelen aan een regionale samenwerking? “Je ziet twee uitersten: een gemeente is volledig zelfstandig, doet alles zelf en accepteert dat het kwaliteitsniveau op een groot aantal taken onder het gemiddelde ligt. Of de andere kant: men fuseert tot één grote gemeente met een groot schaalniveau. Het optimum zit daar wat mij betreft tussenin.

De ene taak is gebaat bij een maximale schaal, zoals de eerdergenoemde sociale dienst. Maar bijvoorbeeld het sportbeleid vraagt om een lokale benadering, kleinschalig en letterlijk nabij zijn. Dat geldt ook voor subsidieverstrekking en het beleid over openbare ruimte. Wij, in Ambacht en ook de andere gemeenten, zien de regionale samenwerking als de ideale manier om schaalgrootte en nabijheid te combineren.” In 2018 schreef u uw afstudeerscriptie over de voordelen van de Drechtsteden-samenwerking. Waarom koos u juist dat onderwerp? “Omdat ik er middenin zat als lid van het Drechtstedenbestuur. En in 2015 kreeg ik tijdens een landelijke bijeenkomst van collegawethouders letterlijk de vraag: jullie doen heel veel samen in de

93

“

“Verschil in

positivisme tussen de starters en zij die later aansloten.”

Drechtsteden, waarom fuseren jullie niet? Die vraag intrigeerde mij. Ik ging op zoek naar de kracht van nabijheid en zelfstandigheid, met een bestuur dat kort op de inwoners staat en werkt met korte lijnen. En de kracht van een regionaal verband. Uit het onderzoek bleek dat de samenwerking bijgedragen heeft aan het versterken van de bestuurskracht (bijvoorbeeld effectiviteit, ambtelijke kwaliteit en kosten) van de afzonderlijke gemeenten. Vooral in de eerste 10 jaar.” Welke rol speelde de Drechtraad daar dan in? “De Drechtraad was een uniek onderdeel van die samenwerking, waarbij de afspraak was dat de politiek de baas was en bleef. In mijn scriptie heb ik me niet zozeer gericht op de sturing vanuit de Drechtraad, maar wel op de regionale samenwerking. In een aantal interviews met onder andere Drechtraad-leden merkte ik wel het verschil in positivisme over die raad tussen mensen die er van meet af aan bij waren betrokken en mensen die er later bij waren gekomen.” Uw scriptie leidde tot een aantal conclusies. Wat is daarvan de belangrijkste? “Dat de regionale samenwerking op alle onderdelen van de bestuurskracht tot een aantoonbaar effect heeft geleid, in principe voor alle gemeenten. Het werkte het beste bij de gemeenten die ook daadwerkelijk durfden los te laten, zonder de inrichting van een controleapparaat. Hoe meer je losliet, hoe groter het rendement.

De gemeenten die er het slechtst voorstonden, lieten het meeste los en hebben er het meeste van geprofiteerd. In Hendrik-Ido-Ambacht bungelden wij wat onderaan op een aantal taken, zoals personeelsadvies, financiën, ICT en de sociale dienst. Maar sinds we lokaal durven los te laten, hebben we stevig geprofiteerd, is de kwaliteit van de genoemde zaken toegenomen en zijn we positief over de regionale samenwerking.” Het einde van de Drechtraad is nabij. Op welke manier kijkt u terug? “Vooropgesteld: het is een bijzondere en mooie constructie. Een effectief middel om te regionaliseren. De grootste klacht was dat door het regionaliseren de politiek buitenspel kwam te staan. Maar in de Drechtraad zat de politiek aan het roer. Ik vond het ook slim om stemgewicht

94

per gemeente te geven. In het begin zaten de Drechtraadsleden er namens hun gemeente in, maar ergens in dat proces zijn ze ook fracties gaan vormen en politiek gaan denken. Men ging denken als fractielid van een politieke partij en minder als lid van de Drechtraad. De laatste jaren loopt het minder soepel. Als lid van het Drechtstedenbestuur mocht ik me regelmatig verantwoorden aan de Drechtraad. Ik vond dat altijd boeiend en vormend voor mezelf. Ik kende het lokale bestuur, maar maakte kennis met de regio. Ik leerde regionaal heel veel mensen kennen.”

“

“We hebben

de verschillen

goed weten te overbruggen.”

Is het louter hulde en lof voor de Drechtraad? “Laten we eerlijk zijn: de Drechtraad heeft ook kansen laten liggen. De raad kwam terecht in een politieke structuur, terwijl de zakelijkheid had moeten blijven overheersen. Ook wat betreft de verschillen tussen de gemeenten. Men deed bepaalde uitspraken omdat er journalisten in de zaal zaten, vanuit een politieke gedachte dus. Maar ik vind het oprecht jammer dat de Drechtraad stopt.” Wil je uitleggen waarom je dat jammer vindt? “Ik ben trots op de samenwerking in de Drechtsteden en op de vorm waarin we dat georganiseerd hebben. We hebben de verschillen goed weten te overbruggen. Maar ik begrijp ook dat de structuur langzaamaan een belemmering is geworden, en daar kan niemand iets aan doen. Het ging de laatste jaren te veel over processen; de luchtigheid en de vaart miste. In de huidige vorm kregen de Drechtraad en het Drechtstedenbestuur soms een remmende invloed. We werken de laatste drie jaar op economisch gebied veel intergemeentelijk samen met de wethouders van de Drechtsteden en dat gaat prima. Drie keer per jaar hebben we een bijeenkomst met alle raadsleden en dan gaat het veel meer over de inhoud.” En nu verder zonder de Drechtraad. “Raadsleden van de verschillende gemeenten moeten elkaar blijven ontmoeten, want dat is de grootste winst van de Drechtraad. Als je elkaar kent, kijk je anders naar elkaar.

Je begrijpt beter waar de problematiek zit en waar iedereen mee bezig is. Het zorgt voor een regionale 95

“

“Raadsleden

moeten elkaar blijven ontmoeten.”

96

mindset. We blijven sowieso eens per kwartaal samenkomen, wel een stuk minder dan het was. Maar wanneer we meer op de inhoud blijven, kunnen de kwaliteit en de resultaten hetzelfde blijven. Iedereen moet de waarde blijven inzien en daar heb ik vertrouwen in. Ik ben en blijf altijd een regio-ambassadeur en lobbyen voor samenwerking in de regio. De verdeling lokaal/regionaal is wat mij betreft optimaal.”

Foto op pagina 98-99 De watertoren langs de rivier bij Zwijndrecht. 97

98

99

9

Traject einde Drechtraad 2019-2021 Conferenties met colleges leiden tot afbouw. Voor de overgang naar de nieuwe Drechtraad na de verkiezingen in 2018 verschijnt er dit keer geen rapport, maar de overgangsnotitie 2018-2022. Allereerst met een korte terugblik in deze notitie. Bij de start van de raadsperiode 2014 heeft de Drechtraad zijn kaderstellende rol actief ingevuld en in het raadsprogramma MJP (Meer Jaren Perspectief) 2014-2018 de ambities en speerpunten voor de Drechtsteden vastgelegd. Het Drechtstedenbestuur heeft het uitvoeringsprogramma gemaakt en uitgevoerd na de besluitvorming in de Drechtraad. De samenwerking tussen de gemeenten gaat een nieuwe fase in, volgens de notitie. Een fase waar de gemeenten en de regionale organisaties in vertrouwen met elkaar samenwerken. Een fase ook waarbij zowel nabijheid als zakelijkheid in goede balans zijn. De Drechtsteden is, waar gewenst, in staat de lokale agenda te ondersteunen en de eigen taken in co-ontwikkeling vorm te geven met de eigenaren. Het niveau van de Drechtsteden is in de samenwerking doorgeslagen naar (informele) legitimiteit boven doeltreffendheid. Er is binnen de Drechtsteden sprake van een hecht politiek-bestuurlijk netwerk, maar tegelijkertijd onvoldoende slagkracht. Rapport Berenschot De politieke ‘zelfstandigheid’ van de Drechtraad biedt de mogelijkheid om daadwerkelijke regionale afwegingen te maken.

Regionale afweging, los van een optelsom of het gemiddelde van de lokale belangen. De betrokkenheid van Drechtraadsleden is groter dan die bij andere samenwerkingsregio’s. Maar het vertrouwen en comfort in brede zin bij de overige raadsleden is er niet. Het succes van de Drechtraad is ook een bron van ‘vervreemding’ tussen Drechtraad en de eigenaren (de zes gemeenten). Dit drukt de legitimiteit van de samenwerking als geheel. De tekst van de gemeenschappelijke regeling is door de jaren heen organisch gegroeid en aangepast. Er is geen sprake van enige integrale toetsing. Daardoor is de tekst op punten onduidelijk en dubbelzinnig. Daarnaast is er nog de discussie over de taken en bevoegdheden. De sterke nadruk op gelijkheid en gelijkwaardigheid binnen de samenwerking maakt dat geen van de gemeenten zich uitgesproken comfortabel

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/218/documents/6212