30. De Drechtraad 2004-2021.pdf
Tekst van het document
Het Drechtstedenbestuur (dagelijks bestuur) Het Drechtstedenbestuur bestaat uit een voorzitter en vier tot acht bestuursleden, waarvan ten minste de helft uit collegeleden bestaat. De andere leden kunnen personen zijn die geen deel uitmaken van de Drechtraad, gemeenteraden of colleges. In de praktijk zijn het toch alleen collegeleden die deel uitmaken van het bestuur. Formeel is het mogelijk dat niet alle gemeenten een afgevaardigde hebben in het Dagelijks Bestuur van de Drechtraad. Dat komt ook niet voor. Alle deel39
nemende gemeenten zijn vertegenwoordigd met één collegelid in het bestuur, naast de voorzitter, tevens voorzitter van de Drechtraad. De samenstelling van het Drechtstedenbestuur kan gedurende de bestuursperiode veranderen door voortijds aftreden of bij ziekte, of tijdelijke vervanging. Het DB kiest zelf haar plaatsvervangend voorzitter en regelt de portefeuilleverdeling. Het Drechtstedenbestuur is bevoegd de dagelijkse zaken van de regeling uit te voeren, net zoals een college dat doet in een gemeente. Er is sprake van een mogelijke spagaat voor zowel Drechtraadsleden als -bestuurders, het Drechtstedenbelang versus het gemeentebelang. Dit heeft zich tot dan in 2008, maar ook in de jaren daarna, niet echt voorgedaan, tenminste niet zodanig dat het uitgroeide tot een probleem. Verantwoording afleggen Een dagelijks bestuurder legt verantwoording af aan de wethouders en de wethouders leggen op hun beurt weer verantwoording af aan de afzonderlijke gemeenteraden. Het Drechtstedenbestuur legt daarnaast verantwoording af aan de Drechtraad. De leden van de Drechtraad leggen op hun beurt weer verantwoording af aan hun eigen gemeenteraden. De Drechtraad heeft over de informatievoorziening een apart informatieprotocol. De meesten vinden het bestuurlijke deel van de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (GRD), anno 2008, aanvaardbaar geregeld.
Wel zijn er vraagtekens bij de gewogen stemverhouding. Als je echt duaal wilt zijn, zou de Drechtraad gekozen zijn door de inwoners, vinden sommigen. Nu is ook niet elke stem van een Drechtraadslid hetzelfde, de ene stem telt zwaarder dan de andere. De invoering van het dualisme in de Drechtraad is wel okay, vinden de meesten. Het valt in 2008 op dat er in de Drechtraad raadsleden vooral vanuit de regionale fracties spreken en niet zozeer vanuit de eigen gemeente. Binnen de Drechtraad bestaan er beelden van hoe bijvoorbeeld de verantwoording verloopt. Maar hoe het precies geregeld is, is niet of nauwelijks bekend. Het gevoel leeft dat raadsleden minder invloed hebben op de uitvoering van beleid. Het idee is dat de oorzaak vooral ligt bij het getrapt verantwoorden via het DB. De Drechtraad vergadert minder dan de gemeenteraad, wat niet helpt, denken sommigen. Officieel ligt de autoriteit bij de gemeenteraden, maar in de GRD is veel zeggenschap door de afzonderlijke gemeenteraden overgedragen. Er is afstand ontstaan tussen de Drechtsteden en de afzonderlijke gemeenteraden. Over sommige onderwerpen beslist de Drechtraad en over andere onderwerpen beslissen de gemeenteraden. Wat ligt nou precies 40
waar? Het is niet altijd even duidelijk en zeker niet bij iedereen. Lid van de Drechtraad versus raadslid zijn Theoretisch is het mogelijk dat een gemeenteraad niet iedere fractie laat deelnemen aan de Drechtraad. In enkele gemeenten is dit opgelost door in de plaatselijke regelgeving op te nemen dat iedere fractie recht heeft op een zetel in de Drechtraad. Het is voor gemeenten mogelijk een stemaanwijzing mee te geven aan Drechtraadsleden. Maar tegelijk is het aan het Drechtstedenraadslid zelf om aan te geven of deze namens zichzelf, de gemeenteraad of de (regio)fractie spreekt. De gemeenteraad kan het vertrouwen in een Drechtraadslid opzeggen en de benoeming opheffen. Dit schuurt met de democratische rechtmatigheid van het verlengd lokaal bestuur. Maar ook dit levert geen echte problemen op. De portefeuillehouders mogen zowel in de gemeente als in de GRD dezelfde portefeuille hebben. Eventuele tegenstrijdigheden zijn niet te voorzien, maar kunnen een bestuurder in een politieke spagaat brengen. Bestuurders zijn verantwoording verschuldigd aan zowel de eigen gemeenteraad als aan de Drechtraad en kunnen op beide plekken uit hun functie ontheven worden. Dit alles blijkt op zich in de praktijk geen problemen op te leveren. Voor- en tegenstanders Onbegrip en gebrek aan kennis leiden ertoe dat enkele raadsleden het regionale belang niet inzien.
Binnen sommige gemeenten zijn er één of twee raadsleden principieel tegen de Drechtsteden, een minderheid. Er zijn ook partijen die tegenstemmen doordat raadsleden niet goed op de hoogte zijn van de inhoud. Volgens een raadslid van een kleine partij is er voor een één- of tweemensfractie onvoldoende tijd om alle stukken van de Drechtsteden intensief te bestuderen. De Drechtraadvertegenwoordiger gaat daarom vaak niet naar de Drechtraadsvergadering. Een ander, positiever geluid is: ‘Zolang je als Drechtraadslid naar de informatiebijeenkomsten komt en het proces continu blijft volgen, is het allemaal wel te behappen’. Bij een grote groep raadsleden leeft het gevoel dat er steeds meer bevoegdheden naar de Drechtsteden gaan. Enkele raadsleden zetten vraagtekens bij het motief voor de samenwerking binnen de Drechtsteden. Velen verwijzen naar de dreiging vanuit de provincie om de gemeenten samen te voegen tot de ‘Drechtstad’. Er is wel een verschil tussen raadsleden die Drechtraadslid zijn en de ‘gewone’ raadsleden. Vrijwel alle Drechtraadsleden onderkennen de te grote afstand tussen de Drechtraad en de gemeenteraad. Het gebrek aan betrokkenheid is te zien aan de publieke tribune en bij de informatiebijeenkomsten waar over het algemeen vrijwel geen ‘gewone’ raadsleden aanwezig zijn. 41
Hardloopwedstrijd Het beeld van een hardloopwedstrijd: De ambtenaren van de Drechtsteden liggen ruim aan kop, met enige afstand gevolgd door de bestuurders. De Drechtraadsleden lopen achter de bestuurders aan en proberen deze bij te houden, met als gevolg dat ze af en toe vergeten om te kijken naar de collega-raadsleden. Bij de Drechtsteden gaat het in feite om een spannende reis, waarbij de komende twee à drie jaar inzichtelijk zijn, maar waar de reis zal eindigen weet niemand. Op dit moment, we zijn nog in 2008, is het takenpakket groot genoeg. Het is nu belangrijk om de huidige instrumenten de kans te geven om te slagen. Wanneer de veranderingen in dit tempo doorzetten, zal het leiden tot extra weerstand is de opgetekende mening door Van Dorsser in 2008. De agendering en een soort circus Het gevoel leeft dat de voorzitter van de Drechtraad en de ambtenaren de agenda bepalen. Geen van de Drechtraadsleden weet wat de agenda van de toekomst is. Kaderstellende discussies over mogelijke onderwerpen zijn er in ieder geval niet of nauwelijks. Een enkele keer komt het voor dat een afzonderlijke partij een stuk ter behandeling naar de raad stuurt. Op vrijwel alle agendapunten heeft het bestuur de regie en gaat het om voorstellen vanuit het bestuur. De Drechtraadsleden geven aan dat de Drechtraad zich laat leiden door de ‘politieke agenda’ van het bestuur.
Dit terwijl, volgens enkelen, het bestuur de agenda van de Drechtraad zou behoren uit te voeren. Over de voorbereiding van de vergaderingen zijn de (Drecht)raadsleden over het algemeen positief. Stukken zijn wel eens te compleet en/of technocratisch, maar bevatten voldoende informatie om een goede afweging te kunnen maken. Een goede doorkijk naar de te behandelen stukken in de toekomst ontbreekt helaas. In het kader van verlengd lokaal bestuur is de gemeenteraad verantwoordelijk voor de standpuntbepaling over de onderwerpen in de Drechtraad. Dit komt alleen in de praktijk steeds minder voor, omdat een Drechtraadslid kan kiezen namens wie hij of zij spreekt. Enkele regionale fracties ondermijnen, volgens de lokale partijen, het bepalen van een gemeentelijk standpunt. Deze fracties zeggen dat ze eerst de onderwerpen regionaal willen bespreken. Eveneens heerst onder raadsleden het gevoel dat de gemeenteraad zelf te lang buitenspel staat en vervolgens met de rug tegen de muur. Er ontstaat een soort ‘uitholling van de lokale politiek’. Regionaal en landelijk georiënteerde partijen vinden juist dat door de regionale fractievorming, het algemene belang beter tot zijn recht komt. Een woordvoerder kan meerdere standpunten vertegenwoordigen: van een fractie, het gemeentelijke, regionale en het eigen standpunt. Daarom noemt een raadslid het ‘een soort circus’, waarbij de besluiten42
vorming in de Drechtsteden als een samenhorigheidsvertoning dient. Het zijn veelal de lokale partijen die worstelen met regionale belangen, verantwoordelijkheden en taken. De informatieavonden zijn nuttig De informatieavonden zijn zeer nuttig, maar een informatiebijeenkomst in de middag is dat minder. Sommigen hebben dan andere verplichtingen, missen informatie en er is geen gelegenheid meer voor overleg met anderen om eventueel naar aanleiding van de gehoorde toelichting standpunten bij te stellen of te nuanceren. Er bestaat een ‘Inspraakverordening Drechtsteden’, alleen komt er niet of nauwelijks iemand inspreken. Zijn de stukken zo incompleet of zijn burgers niet geïnteresseerd in wat er in de Drechtraad gebeurt? Onvoldoende onderling vertrouwen Binnen een samenwerkingsverband verliest men altijd enigszins autonomie over de besluitvorming. Je pakt samen beleidsmatige ‘problemen’ aan. Belanghebbenden vinden besluiten al snel minder aanvaardbaar. Een gezonde dosis argwaan door onwetendheid en onbegrip voor elkanders inzichten ligt dan voor de hand. Daar waar geen zicht is op de toekomst van bepaalde processen en besluiten, ontstaat tegenwerking. Fracties maken zelf de keuze om een regionaal fractiestandpunt in te nemen, in plaats van een gemeentelijk standpunt. Wat blijkbaar tot argwaan leidt bij lokale en relatief kleine partijen.
‘Mede door de regionale fractievorming is er nauwelijks een gemeentelijke voorbespreking’. Dit spoort niet met wat oorspronkelijk bedacht is. Een gekozen Drechtraad zou een optie kunnen zijn, maar dan is er helemaal geen vertegenwoordiging vanuit de gemeente. Dit zou dan ook strijdig zijn met de Wet gemeenschappelijke regelingen. De vraag is of een tussenoplossing helpt, zoals een Drechtraad kiezen door de gemeenteraden. Dé oplossing lijkt er niet te zijn concludeert Van Dorsser in 2008.
43
Harmen van Dorsser, schreef zijn afstudeerscriptie over de Drechtraad
“Iedereen is moegestreden, Drechtstad een toekomstig feit” Wanneer de vraag luidt: wat zijn de voordelen van de Drechtraad, weet Harmen van Dorsser wel wat te noemen: schaalvergroting en professionalisering van minder beleidsongelijkheid in een regio. Maar hij ziet ook nadelen, die hij ook uitvoerig beschreef in zijn afstudeerscriptie in 2008. Nu, in 2021, vragen we Van Dorsser opnieuw naar zijn mening. Een monoloog:
“
“Zonder formele afstemmomenten, weer meer
eilandjesgedrag.”
“In 2010 begon ik als burgerraadslid bij Zwijndrecht en kort daarna als raadslid voor de VVD in Zwijndrecht en ook als vertegenwoordiger in de Drechtraad. Formeel vertegenwoordigde ik de Zwijndrechtse gemeenteraad. Wanneer ik nu de Drechtraad beschouw, dan zie ik voor én nadelen aan die regionale samenwerking. Er komt bijvoorbeeld meer afstand tot de inwoners van een gemeente wat leidt tot het meewegen van andere belangen. Daarnaast is het politiek gezien een mooi spel met dubbele petten. Een bestuurder van een gemeenteraad is veelal ook dagelijks bestuurder van een samenwerking met bredere belangen. Te gekunsteld De oprichting van de Drechtraad, waar ik niet bij betrokken was, boeide me. Deze samenwerkingsvorm heeft wel wat weg van een Europese Unie versus een landstaat, waarbij grotere thema’s soms vragen om een bredere opinie en samenwerking. Mobiliteit, woningbouwopgave, regionale energievoorziening, arbeidsmarktbeleid en sociale voorzieningen zijn daar wat mij betreft voorbeelden van. Mijn mening over de Drechtraad is in de jaren niet veranderd. Ik vind de samenwerkingsvorm te gekunsteld; het heeft nog steeds onvoldoende de legitimiteit van besluitvorming bereikt. Nuancering op een standpunt De Drechtraad heeft zeker een aantal zaken bereikt, zoals een goed inzicht in de thema’s die bij de gemeentelijke buren spelen.
Door de vertegenwoordiging vanuit gemeenten, en niet vanuit een aparte groep politici, is/was er maandelijks een bijeenkomst waarin politieke organisaties in een regio over de volle breedte inzichten met elkaar delen/deelden. Ik denk overigens dat dit het meest gemist gaat worden. Een nuancering op een standpunt door collega’s of inzicht in oplossingsrichtingen elders zijn soms fijn voor de meningsvorming.
44
Eilandjesgedrag Ik zie het als een goed gegrepen kans dat de Drechtraad eenheid in de regio heeft georganiseerd. De kans die is blijven liggen is de totstandkoming van de legitimering van het grote plaatje. Het zou zelfs ook kunnen zijn, dat dit juist is geblokkeerd. Ik ga niet over het feit dat de Drechtraad stopt, maar ik vermoed wel dat iedereen moegestreden is. De kans is groot dat er verschraling van de politiek ontstaat. Minder contact tussen de fracties, omdat er geen formele afstemmomenten zijn, zal uiteindelijk leiden tot weer meer eilandjesgedrag. Tot slot sta ik nog altijd achter het gedicht waarmee ik mijn afstudeerscriptie in 2008 opende: Zeven gemeenten aan het water Zijn verbonden door de eeuwen heen, Maar hoe moet het nou later, Kunnen ze het nog alleen. Om te overleven, Zijn ze hedendaags te klein, Maar met een té groots verleden, Om één stad te zijn. Samenwerken in Drechtsteden, Biedt uitkomst in deze tijd, Uiteindelijk is ieder moegestreden, Drechtstad, een toekomstig feit. Tegenwoordig woont Harmen van Dorsser in Rotterdam en is programmamanager bij Port of Rotterdam.
45
De kurk van de Drechtsteden is de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. Het is een rechtmatige basis voor het samenwerkingsverband, maar laat het als Drechtraad en Drechtstedenbestuur niet gebeuren dat het drijfvermogen afneemt, is het advies in de afstudeerscriptie (uit 2008) van Harmen van Dorsser. De gemeenschappelijke regeling zelf is niet het probleem en ook niet de manier waarop de Drechtraad vorm heeft gekregen, maar het onderling vertrouwen in de Drechtsteden is onvoldoende. Als ieder zijn/haar verantwoordelijkheid neemt, is de besluitvorming in de Drechtsteden pas legitiem. Rekenkamerrapport in 2009 In 2009 verschijnt het rekenkamerrapport over de regionalisering van de Drechtsteden. De gezamenlijke Rekenkamercommissies van de gemeenten Alblasserdam, Hendrik-Ido-Ambacht en Sliedrecht en de rekenkamer van Dordrecht laten dit onderzoek samen uitvoeren. De vraag luidt: zijn er resultaten en geven gemeenteraden voldoende sturing? Het rapport concludeert dat het model Drechtsteden goed is voorbereid en een strak-geregisseerd proces kent van een nieuw maar complex besturingsmodel. Het model functioneert goed, ondanks de complexiteit, zo is het beeld. Er blijken geen duidelijke gebreken of tekortkomingen in de opzet. Nadeel is de bestuurlijke drukte, die blijft en is ook niet te voorkomen volgens de onderzoekers.
Het rekenkamerrapport noemt wel mogelijke punten ter aanscherping. Zoals de wenselijkheid van regionale fractievorming, de intensiteit van betrokkenheid van niet- Drechtraadsleden, de structurering van de informatievoorziening en de opzet met - en de frequentie van - de Drechtraadvergaderingen. De gemeenteraad stuurt alleen via de raadsleden die lid zijn van de Drechtraad. De gemeenteraad als geheel stuurt maar weinig. Voor de kleinere gemeenten brengt deelname aan de Drechtsteden minder kwetsbaarheid, continuïteit en vergroting van kwaliteit en efficiency met zich mee. Specifieke doelen zijn er niet of nauwelijks. Het komt voor dat gemeenteraden denken zeggenschap te hebben over onderdelen, waarvan vervolgens in de praktijk blijkt dat ze daar niet over gaan. De praktijk laat zien, ook in de jaren na 2009, dat vooral de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) de meeste belangstelling heeft van zowel de raden zelf als de Drechtraad. De zeggenschap van de gemeenteraden is juist over dit onderdeel beperkt, die is gedelegeerd aan de Drechtraad. Afstemming tussen de gemeenteraad en de Drechtraad kent verschillende knelpunten, blijkt in 2009 uit dit onderzoek. Zo zorgt de voorbereidingsfase voor veel overleg, zowel op lokaal als op regionaal niveau. 46
De voorbereidingstijd is daarbij vaak onvoldoende, omdat stukken laat komen. Het is lastig de gemeenteraadsleden buiten de Drechtraad goed inhoudelijk te betrekken. Informatiebijeenkomsten toch politiek Naast het formele voorbereidingsproces per gemeente zijn er de zogenoemde Drechtraadcarrousels: Informatiebijeenkomsten op regionaal niveau voor alle raadsleden van de Drechtstedengemeenten. Het zijn bijeenkomsten met inhoudelijke thema’s zonder politieke discussie of stellingname. Er zijn daarvoor geen stukken waarmee raadsleden zich kunnen voorbereiden. De bijeenkomsten zijn ook niet bedoeld als input voor het besluitvormingsproces. De praktijk leert alleen dat er soms wel degelijk sprake is van het uitoefenen van invloed tijdens zo’n bijeenkomst. Die ervaring maakt dat de Carrousel in 2010 een andere invulling krijgt: de Carrousel is dan de voorbereidende ‘commissie’, zoals die er zijn bij gemeenten ter voorbereiding van de raadsvergadering. De niet-Drechtraadsleden mogen wel mee blijven doen in de Carrousel. Onderlinge verschillen gemeenteraden Er blijken onderlinge verschillen te zijn tussen de vier gemeenteraden. Raadsleden in Dordrecht hebben geen enkel probleem met het bestaan en functioneren van regiofracties. In de andere gemeenten is juist de regionale fractievorming omstreden. Het partijbelang kan voorrang krijgen boven het lokale belang, is het beeld.
Een ander verschil tussen Dordrecht en de andere gemeenten is dat in Dordrecht het behoud van eigen beleidsruimte en grip op de regionale ontwikkelingen in de raad niet aan de orde zijn geweest. In de andere gemeenten zijn dit juist wel belangrijke aandachtspunten. In Sliedrecht zijn de meest concrete afspraken gemaakt in een verordening over hoe om te gaan met de regionale onderwerpen. De ‘bestuurlijke drukte’, die nog steeds aan de orde is, geldt vooral de voorbereidingsfase van de Drechtraadsvergaderingen. De raadsleden van een regiofractie hebben laten weten dat als er echt sprake is van een conflict, het belang van de gemeente altijd het zwaarst weegt en dat de anderen dit accepteren. Het komt alleen weinig voor volgens de raadsleden. Het advies (we zijn in 2009) is om de knelpunten met elkaar te bespreken en met oplossingen te komen. De twee rapporten, de afstudeerscriptie en het rekenkamerrapport, zijn aanleiding voor de Drechtraad om een eigen evaluatierapport te willen. Een vervolg op het eerste rapport van de Commissie Scholten. De Commissie Scholten komt weer bij elkaar en gaat aan de slag. 47
Arjen Overbeek, oud-regiogriffier Drechtraad
“Je levert iets in om er samen beter uit te komen” Van 2009 tot 2014 fungeerde Arjen Overbeek als regiogriffier van de Drechtraad. Hij ziet een nadeel aan regionale samenwerking, maar ook en vooral legio voordelen. “De kunst is voor iedereen helder te hebben wat de voordelen zijn.” Arjen Overbeek begon zijn carrière in de jaren 80 in het bedrijfsleven. Later stapte hij in de PvdA als ondersteuner/adviseur en gemeenteraadslid in Haarlem. Vervolgens werd hij griffier bij diverse gemeenteraden en griffier van regionale samenwerkingsverbanden, waaronder de Drechtraad. Zijn huidige functie is Senioradviseur raden en Staten bij de Metropoolregio Amsterdam. “Samenwerken is moeilijk en regionale samenwerking is vaak nog veel lastiger”, zo begint Arjen zijn betoog. “De eigen belangen zijn soms zo groot (en terecht) dat men het gezamenlijke belang bijna niet meer kan zien. En dat is jammer. Dat vraagt om vertrouwen en leiderschap. Bij samenwerken lever je vaak ook iets in, maar wel met als doel om er gezamenlijk én individueel beter uit te komen. Dat betekent onderling vertrouwen. De kunst is om het voor iedereen helder te hebben wat het voordeel is. En daarbij speelt leiderschap een belangrijke rol.”
“
“Samenwerken is mensenwerk.”
48
Wat is daarvoor nodig? “Dat vraagt om een model van samenwerken dat past bij de eigen regio. Samenwerken is mensenwerk. Ik geloof niet in het kopiëren van de samenwerkingsreglementen naar een andere regio. Ik geloof in het samen ontwikkelen van een model van samenwerken. Dat hebben we in der tijd met raadsleden en bestuurders gedaan. Dat proces werd breed gedragen. Daar sprak vertrouwen uit. Daar was men trots op.” Het sleutelwoord is dus samenwerken? “Ja, maar samenwerken betekent ook continu onderhoud in relationele zin én van het systeem van samenwerken wat ‘toen’ bedacht was. Nogmaals, het is mensenwerk. Dat vraagt om continu investeren in draagvlak, het bieden van transparantie over wat er gebeurt én in regelmatig een stevige ‘apk’ van de samenwerking. Daarbij is actief leiderschap essentieel. Leiderschap dat gericht is op het iedereen optimaal in positie brengen binnen de constructie; te laten meedelen in
de gezamenlijke winst van het samenwerken. Het ‘hoe’ kan daarbij per raadsperiode verschillen. Het samenwerkingsmodel beweegt dan ook mee met de tijd.”
“
“Samenwerken betekent continu onderhoud in relationele zin.”
Met als voordelen? “Vooropgesteld, de voordelen van samenwerken wegen vrijwel altijd op tegen de nadelen. Een voordeel is het delen van kennis en ervaring maar ook het gezamenlijk optrekken in dossiers, zoals lobby bij het Rijk en in de EU. Iets wat vaak ook de grootste gemeente in een samenwerking niet alleen kan. Verder kunnen kleine gemeenten eenvoudiger ‘zelfstandig’ blijven. Je kunt je focussen op grotere onderwerpen, de ambtelijke kwaliteit van de gezamenlijke gemeenten stijgt en kan ook steviger externe adviseurs in de arm nemen. Denk als resultaten aan de aanpak van de verbreding van de A15 en de drie decentralisaties.” Wat vond u destijds van de oprichting van de Drechtraad? “De Drechtraad heeft in zijn ontwikkeling verschillende fasen doorlopen. In de periode waarin ik de Drechtraad mocht ondersteunen, zaten we in de fase van het verder ontwikkelen van het democratische karakter. En om hoe om te gaan met een groeiend aantal onderwerpen dat we toen als zes gemeenten wilden oppakken. Het was een spannende periode met veel energie van raadsleden, binnen en buiten de Drechtraad, en een actief Drechtstedenbestuur. Actief ook in de zin van het contact zoeken met de leden van de Drechtraad.
Met een stimulerend leiderschap van Arno Brok en andere bestuurders, die samen met de veel actieve raadsleden bezig waren in de regionale controle en kaderstellende instrumenten ontwikkelde en doorontwikkelde. In die jaren leidde dit tot een voorbeeld van samenwerken voor andere regio’s in het land. Speciaal interessant voor raadsleden uit kleinere gemeenten was: grotere onderwerpen, kwaliteit voor hun gemeenten binnenhalen. De gemeenten zijn zo aan elkaar gegroeid dat iedereen ook wel wist dat men van elkaar ‘afhankelijk’ was.” Welke kansen heeft de Drechtraad wat u betreft gegrepen? “Er zijn grote dossiers aangepakt die anders niet of zonder raadsleden waren besproken en behandeld. Die misschien wel ter besluitvorming
49
ooit een keer zouden worden voorgelegd aan de losse raden. Maar de vroegtijdige betrokkenheid en kaderstellende rol van de Drechtraad heeft er toen echt voor gezorgd dat raadsleden beter wisten wat er gebeurde. Er was veel interactie tussen volksvertegenwoordigers en de bestuurders over complexe vraagstukken. In vergelijking met andere GR-en in het land was er een stevige positionering van raadsleden binnen de gemeenschappelijke regeling.”
“
“Er was gezamenlijk een construct ontwikkeld.”
50
Het einde van de Drechtraad is nabij. Vindt u dat jammer? “Hoewel ik niet alle ins en outs ken van het stopzetten van de Drechtraad en ik niet weet wat hiervoor in de plaats zal komen, zou ik in eerste instantie zeggen ‘erg jammer’. En dan doel ik vooral ‘jammer’ op het punt dat er gezamenlijk een construct was ontwikkeld, waarmee raadsleden en bestuurders gezamenlijk naar gemeentegrensoverschrijdende dossiers als bijvoorbeeld de drie decentralisaties, de gezamenlijke havens en de detailhandel in de ‘stad aan het water’ werd aangepakt. Dat smaakte toen naar meer samenwerking, en meer betrokkenheid van raadsleden. Maar zoals gezegd: nieuwe tijden, nieuwe mensen, nieuwe samenwerkingsopzet.”
Foto op pagina 52-53 Knotwilgen in het polderlandschap van HardinxveldGiessendam. 51
52
53
4
Evaluatierapport Drechtraad 2010 Commissie Scholten II evalueert en wil structuuraanpassingen. De gemeenteraadsverkiezingen in 2010 zijn mede de aanleiding voor de Drechtraad om de Commissie Scholten een evaluatie te laten uitvoeren. De nieuwe Drechtraad en de nieuwe gemeenteraden kunnen hier dan hun voordeel mee doen, is de gedachte. De Commissie Scholten betrekt ook dit keer zoveel mogelijk personen om een zo groot mogelijk draagvlak te creëren. Het conceptrapport gaat eerst naar de Drechtraad voor commentaar, daarna, in maart, kan het definitieve rapport naar de gemeenteraden. De hoofdconclusie in het rapport is dat de Drechtraad onomstreden is, maar dat er aanpassingen mogelijk zijn. In feite dezelfde conclusie als die bij de andere onderzoeken. De titel van het rapport is: ‘Resultaat door betrokkenheid’. Verbetervoorstellen bestuurlijke organisatie Netwerkstad Drechtsteden. De Commissie Scholten komt met concrete verbetervoorstellen met vijf doelen, als uitgangspunt. Tenminste, dat is wat men wel wil bereiken. De uitgangspunten zijn: 1. Het creëren van mogelijkheden voor gemeenteraadsleden, burgemeesters en wethouders om regionaal meer betrokken te zijn bij de onderwerpen van hun keuze. 2. Inhoud centraal en daaromheen een meer flexibel regionaal bestuursmodel organiseren. 3. Het versterken van de regionale duale verhoudingen en een scherper onderscheid tussen informeel
(informatie, inspiratie & opinie) en formeel (besluitvorming) overleg. 4. Forse verbeterslag op ‘van buiten naar binnen’ werken. Intensiveren van de samenwerking met maatschappelijke partners en andere overheden. 5. Kwalitatieve verbetering van de organisatie van het regionale democratisch proces (zoals agendasetting, kwaliteit en tijdigheid van stukkenstroom).
De Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden levert een bijdrage aan ‘het vergroten van de uitvoeringsgerichtheid, het verminderen van de bestuurlijke drukte en het meer betrekken van raadsleden bij regionale vraagstukken’. 54
In het rapport staat het nog maar een keer opgeschreven. Het kan echt een stuk beter. De gedachte is: De verbetervoorstellen leveren hopelijk nieuwe energie op voor de samenwerking. De ‘oude’ Drechtraad vergadert altijd op een woensdag en vier keer per jaar, de ‘nieuwe’ Drechtraad doet dat wat vaker. De maandelijkse Drechtstedendinsdag doet zijn intrede, met uitzondering van het zomerreces en kerstreces. De omslag van de Drechtraad naar het nog meer functioneren als gemeenteraad, is de wens. Nodig is een agendacommissie en de Carrousels als voorbereidende commissie van de Drechtraad. De Drechtraad is er voor het debat met besluitvorming, net zoals een gemeenteraad. Samenwerking is voor de Drechtsteden een belangrijk middel en identiteitskenmerk om de benodigde bestuurskracht te realiseren. De samenwerking staat niet ter discussie, maar is op zich niet het doel. De samenwerking is een middel om het doel te bereiken. Het doel is het bereiken van de maatschappelijke doelen. De eigen verantwoordelijkheid en het wederzijds vertrouwen zijn daarbij een vereiste. ‘Structuur volgt inhoud’, is het adagium van de Drechtsteden. Er dreigt alleen ‘metaalmoeheid’. De uitdaging is om politiek en bestuur meer flexibel en vernieuwend rondom die inhoud te organiseren. Dit betekent niet over alles willen meepraten, meer snelheid en meer gericht op resultaat.
De kwaliteit van de organisatie in het democratische proces vraagt om meer kwaliteit qua inhoud en logistiek. De Drechtsteden hebben met het samenwerkingsmodel een krachtig instrument in handen om toekomstige opgaven van een passend antwoord te voorzien. Toch is een verdere focus op resultaat noodzakelijk, vindt de Commissie Scholten. Het gaat dan om de verbinding tussen het lokale en het regionale en de verhouding tussen bestuur en vertegenwoordiging. De uitdaging is om lokaal en regionaal niveau met een zekere ritmiek en evenwichtigheid met elkaar te verbinden. Betrokkenheid is geen verplichting, maar wel minder vrijblijvend. Het kan efficiënter en effectiever. De Commissie Scholten heeft de indruk dat het ‘beeld’ bestaat dat over het algemeen de samenwerking effectiever en efficiënter kan. Voor regionale samenwerking is meer op resultaatgericht overleg nodig. Een goede organisatie van het democratische proces kan de regionale duale verhoudingen versterken. Op basis van de evaluatie ziet de commissie mogelijkheden om de kracht van het regionale duale vergadermodel te versterken: het verder invoeren van het vergaderen zoals bij gemeen55
teraden het geval is. Daarvoor is het aan de regiogriffier, tevens griffier van Dordrecht, om goed samen te werken met Bureau Drechtsteden. Het streven is de inwoners beter te informeren over regionale activiteiten, dus over de samenwerking tussen de dan zes gemeenten. Gemeenten zelf zijn de eerste ingang voor inwoners en ondernemers en de relatie met de burgers. Zij zijn tenslotte de eerste overheid. Regionale diensten en de informatie erover zijn slechts beperkt zichtbaar. Gemeenten behoren te communiceren over het regionaal beleid en dit te vertalen zo nodig naar wat dit op lokale schaal betekent. Netwerkstad Drechtsteden ‘Netwerkstad Drechtsteden’ bestaat pas echt na het, de komende jaren, zetten van forse stappen in het meer ‘van buiten naar binnen’ denken. De Drechtsteden winnen aan kracht door overheidssamenwerking. Maatschappelijke netwerkkracht is er pas bij forse investeringen in de samenwerking met onze partners. De kracht zit vaak in de eenvoud. Het huidige model kan eenvoudiger en flexibeler. Het spiegelen van het lokale aan het regionale, en de vertegenwoordiging aan het bestuur. Zoals de gemeenteraad lokaal functioneert, zo kan het in het model Drechtraad in feite. De Drechtraad is een volwassen regionaal democratisch orgaan. De Drechtraad is van ‘experiment’ gegroeid naar een volwassen regionaal democratisch orgaan.
Tegelijkertijd is de constatering dat het enthousiasme voor de Drechtraad vermindert en dat is niet goed voor de democratische legitimatie. Er is veel gepraat over procedures en details in plaats van over de inhoud. Er is sprake van weinig onderling debat en er zijn onnodige ‘dubbelingen’ binnen de vergadercyclus. Dit vraagt, volgens de Commissie Scholten, om meer Inhoud en slagkracht binnen de samenwerking. Betrokkenheid van alle raadsleden is nodig. Uitgangspunt is dat alle ongeveer 150 raadsleden deelnemen aan de inhoudelijke voorbereiding. Regionale onderwerpen zijn van groot belang voor alle fracties. De besluitvorming blijft wel aan de Drechtraadsleden uiteraard. Maar er zijn meer mogelijkheden nodig voor afstemming, opinievorming en advisering door álle raadsleden. Juist de diversiteit in kennis en kunde van de verschillende beleidsvelden, vanuit de verschillende achtergronden van de raadsleden, verrijken het debat en verbeteren daarmee de beleidsvoorstellen. Betere afstemming van en wisselwerking tussen (inhoudelijke) lokale en regionale agenda’s werkt door in de portefeuilleverdelingen van raads56
leden in de verschillende fracties, is de verwachting. De kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol van raadsleden staat in het verlengd lokaal bestuur centraal. Dat wil volgens de Commissie Scholten zeggen: debat en sturing op (politieke) hoofdlijnen aan de voorkant én controle op de uitvoering van het Drechtstedenbestuur achteraf door de Drechtraad. Daarvoor mag de actieve informatieplicht niet ontbreken. De Drechtsteden hebben zo een actief platform waar volop mogelijkheden zijn voor opinie- en besluitvorming. De Drechtstedendinsdagavond voor raadsleden biedt hiervoor de ruimte. Carrousel met kamers naar Carrousels Een opiniërende, oordeelvormende fase is essentieel voor een goed besluitvormingstraject. Dat gebeurt deels in de lokale raden en/of door afstemming bij regiofracties. Voor een betere democratische legitimatie van de besluitvorming hoort dit ook plenair en in regionaal verband plaats te vinden, is de gedachte; de Carrousel als voorbereiding van besluitvorming dus. De Carrousel bestaat dan nog uit meerdere kamers, zoals bij de Politieke markt bij sommige gemeenten. Maar dat verandert in de loop der jaren. De kamers krijgen later ieder apart de naam Carrousel met daarachter het beleidsterrein. Anno 2020 is er de Carrousel Bestuur en Middelen, Carrousel Sociaal, Carrousel Fysiek en Carrousel Integraal.
De doorlooptijd van de raadsvoorstellen kan korter zodat er overzicht blijft. Een kortere tijd tussen de Carrousel en de Drechtraad biedt meer overzicht en dus meer grip op de (inhoudelijke) agenda’s, is het idee bij de Commissie Scholten. De kwaliteit van de vergaderstukken kan beter, zoals dat in menige gemeente het geval is. De Drechtraad heeft een eigen raadsinformatiesysteem (RIS) nodig, op de eigen website van de Drechtsteden. De nadruk ligt nu op het vergaderen in de avond, dus in principe niet op de middag. De actualiteit bepaalt mede de agenda van de Drechtraad. Er komt een pool van voorzitters voor de Kamers/Carrousels, die samen de agendacommissie vormen; iedereen is lid of plaatsvervangend lid van de Drechtraad en dus raadslid. Naast de griffier van Dordrecht hebben de andere griffiers de rol van griffier bij een Kamer/Carrousel. Deze rolverdeling blijft, ook na de
invoering van de aparte regiogriffier in 2015. Na 2015 is de griffier van Dordrecht de plaatsvervangend regiogriffier en de overige griffiers ondersteunen bij de Carrousels. Net als bij gemeenteraden die het BOB-model (Beelvorming, Opiniering, Besluitvorming) hanteren, geeft de Kamer/Carrousel aan of een voorstel een hamerstuk of debatstuk kan zijn in de Drechtraad van een maand later. De invoering van paral-
57
lelle sessies dwingt tot het maken van een werkverdeling en tot het vertrouwen op de oordeelsvorming van anderen. Voor alle onderwerpen in de Kamers/Carrousels geldt dat raadsleden technische vragen vooraf stellen bij Bureau Drechtsteden en dit na 2015 via de regiogriffie. Er zijn mogelijkheden voor meer politieke fractievorming, luidt de mening. Het Drechtraadmanifest bij de start van de Drechtraad geeft veel ruimte voor diversiteit. Er zijn soms onderwerpen die ruimte vragen voor een gemeentelijk standpunt, andere juist regionaal. Deze diversiteit blijft. Algemene beschouwingen doen hun intrede aan het eind van het jaar bij de behandeling van de begroting, zoals gemeenteraden dan ook nog
58
veelal doen. Het meer op hoofdlijnen debatteren en overtuigen van elkaar en daarmee meer politieke stellingname in het debat gaat helpen, is de veronderstelling. Er komt een auditcommissie, net zoals bij gemeenteraden. Een regionale rekenkamer is een optie, maar er is al voldoende samenwerking tussen de bestaande rekenkamers, luidt de gedachte bij de raadsleden uiteindelijk. Er komt geen regionale Rekenkamer. Het nut van een langetermijnagenda krijgt nog een keer extra aandacht, het pleidooi is om deze op de website te zetten. Er komt een aangepast Reglement van Orde, dit keer voor zowel de Drechtraad als voor de Carrousels.
Foto op pagina 60-61 Het weidse uitzicht over de Crezeepolder in Hendrik-IdoAmbacht. 59
60
61
Jan Heijkoop, burgemeester Hendrik-Ido-Ambacht
“We moeten het merk Drechtsteden overeind houden” Burgemeester Jan Heijkoop van Hendrik-Ido-Ambacht weet hoe je de lokale belangen in een regionale samenwerking in het vizier houdt: “Het begint met wethouders die in het gezamenlijke wethouderoverleg hun mannetje/vrouwtje staan”.
“
“In Ambacht
hechten wij waarde aan een regionale uitstraling”
Hoewel hij niet rechtstreeks bij de Drechtraad betrokken was, woonde hij als bezoeker veel vergaderingen bij. Hij volgde op de voet hoe het politieke proces tussen het dagelijks en het algemeen bestuur in de regio liep. En, zo zegt hij, lange tijd functioneerde dat goed. “Ik vind regionale samenwerking heel nuttig. Zeven wethouders van de verschillende Drechtsteden gingen uitvoerend met elkaar samenwerken. Maar in een bepaalde periode van de Drechtsteden-samenwerking was er extra geld nodig. In diezelfde periode kregen gemeenten te maken met begrotingsproblemen. Er ontstond daardoor spanning tussen een meerderheidsbesluit van eerst het dagelijks bestuur en later de Drechtraad en de gemeenten die hun begroting niet rond kregen. Maar die moesten wel een vervolg geven aan dat besluit. Dat heeft behoorlijk wat pittige discussie opgeroepen, wat tot het einde van de Drechtraad heeft geleid. Er ontstond behoefte aan herstructurering.” Laten we een paar stappen terug doen. Stond u te trappelen bij de oprichting van de Drechtraad? “Het was een heel effectieve manier om tot regionale besluitvorming te komen.
Daarom is het van belang dat de gemeenschappelijke regelingen die als uitgangspunt consensus hebben, toch regelen dat er bij tijd en wijle bij meerderheid van stemmen besluiten kunnen worden genomen, omdat het anders verlammend werkt ten aanzien van een aantal regionale doelstellingen. Ik ben blij met de Drechtstedendinsdagen waarop over tal van thema’s veel informatie werd gegeven, zodat de raadsleden van de verschillende gemeenten op hetzelfde informatie-level zaten en zo, op dezelfde basis, besluiten konden nemen. Het zorgde voor eenduidigheid. Die dinsdagen en andere netwerkbijeenkomsten moet je zuinig op zijn.” Wat heeft de Drechtraad voor Hendrik-Ido-Ambacht opgeleverd? “Er werd veel over het sociaal terrein gesproken en als Ambacht zijn we daar heel tevreden over. De Sociale Dienst Drechtsteden werkt heel professioneel. In Ambacht hechten wij waarde aan een regionale uitstraling. Bijvoorbeeld bij de ontsluiting van de A16 en de A15. Maar ook ten aanzien van de discussie over de Noordoevers. Daarbij is het belangrijk dat die worden gedragen door de verschillende Drecht-
62
steden, omdat dat nu eenmaal meer indruk maakt bij de provincie en de departementen. We moeten het merk Drechtsteden overeind houden, gelukkig gebeurt dat ook. Als burgemeesters hebben we intensief overleg met elkaar en we kennen elkaar heel goed. Dat leidde er bijvoorbeeld toe dat we tijdens de coronaperiode met dezelfde informatie naar buiten traden. Je zag het ook bij de opname van vluchtelingen een aantal jaren terug. Als burgemeesters proberen we altijd de verhoudingen binnen de Drechtsteden goed te houden.”
“
“Koester je raad, het kan een
bron zijn van creativiteit”
Maar de Drechtraad stopt niet voor niets, toch? “In een bepaald stadium had veel eerder ingegrepen moeten worden op meningsverschillen in het dagelijks bestuur. Want dat heeft de roep om een andere structuur wel in een stroomversnelling gebracht. Maar er waren ook goede discussies over duurzaamheid, over wonen en over de noodzaak van economische versterking. Het inlevingsvermogen voor de eigenheid van de zeven Drechtsteden is door de Drechtraad vergroot. Dat die nu gaat stoppen verandert weinig, denk ik. De wethouders gaan nauwer samenwerken met elkaar en de eerdergenoemde Drechtstedendinsdagen, waar de raadsleden bij elkaar komen, blijven. Ik heb daar alle vertrouwen in. In Ambacht zijn wij intrinsiek van overtuiging dat we regionaal moeten samenwerken, juist om zelfstandig te blijven. En dan moet je op een aantal uitvoerende taken samenwerken. Wij gaan altijd op zoek naar wat de grote gemeenschappelijke deler is. Het helpt dat wethouder André Flach en ik een groot mandaat hebben van onze raad. Het behoud en de uitbreiding van de regionale samenwerking is belangrijker dan het grootste gelijk op een aantal onderdelen.” Een vraag die je soms hoort is: hoe houd je bij regionale samenwerking de lokale belangen in het vizier? “Dat begint met wethouders die in het wethouderoverleg hun mannetje/vrouwtje staan.
Die overtuigd hun mening kunnen geven, die verbindend zijn om er samen uit te komen en in staat zijn het goede gesprek te voeren met hun eigen gemeenteraad en de commissies. Het heeft ook te maken met het vertrouwen dat er onderling is. Leg ook altijd je oor te luister bij mensen of organisaties die van een bepaald onderwerp veel verstand hebben. Koester je raad, het kan een bron zijn van creativiteit. Hoe het ook gaat: we moeten het merk Drechtsteden overeind houden.”
63
5
Aanassingen Drechtraad 2010 Meer de structuur van een gemeenteraad. De nieuwe Drechtraad van 2010 neemt grotendeels de aanbevelingen van de Commissie Scholten over. Het streven is om vooral de doorlooptijd van voorstellen te verkorten en de bestuurlijke drukte te verminderen. Het mag alleen niet ten koste gaan van de regionale en lokale verankering van voorstellen. De wens is meer inspiratie en bredere betrokkenheid; het idee is dat meer duidelijkheid van het proces daarbij helpt. Het regionale democratische proces stelt extra eisen aan de organisatie is het beeld. De Drechtdinsdagen doen hun intrede in september 2010. De avonden zijn bestemd voor de vergaderingen van de Drechtraad en de middagen voor het dagelijks bestuur. Dit wil niet zeggen dat het nu allemaal uitstekend geregeld is, er blijft discussie. Om te beginnen is er eerst nog op de Drechtstedendinsdag van 10 november 2010 een conferentie over het Drechtstedenmodel. Conferentie over en volgens het Drechtraadmodel in november 2010 Het programma ziet er als volgt uit: In de ochtend vergadert elk college zelf, zoals in de rest van het land veelal op de dinsdag. De colleges vergaderen ieder al wel vast op de locatie van de Drechtstedendinsdag, zodat iedereen op tijd is voor het verdere programma. Ieder college zit in een aparte zaal. In de middag vergaderen de portefeuillehouders (Pfo’s) met elkaar.
De verdeling is PFO Fysiek, - Sociaal en - Bestuur en Middelen. Dezelfde verdeling als voor de Carrousels van de Drechtraad. Na de verschillende overleggen begint de plenaire bijeenkomst, waar de portefeuillehouders met elkaar uitwisselen wat besproken is. Om vier uur volgt een
64
themabijeenkomst voor alle collegeleden en om vijf uur een themabijeenkomst voor zowel collegeleden als raadsleden. Het buffet, het moment van uitwisseling In de avond, van zes tot zeven, is de gezamenlijke, informele maaltijd, doorgaans een buffet. Vooral het samen eten heeft meerwaarde, volgens veel raadsleden. Daar leren zij elkaar beter kennen en het is prettig met elkaar ongedwongen van gedachten te wisselen. De (regio) fracties komen na het eten bijeen, voordat de Carrousels beginnen. In 2010 kent de Drechtraad zeven (regio)fracties: VVD; CDA, PvdA, GroenLinks, D66, Lokale Partijen, SGP/CU. Om half tien is de Drecht-
raadsvergadering voor het debat en het nemen van besluiten. De Drechtstedendinsdag rouleert over verschillende locaties. Niet elk gemeentehuis komt in aanmerking,
alleen plekken waar voldoende ruimte is voor de verschillende programmaonderdelen. De junivergadering vindt lang elk jaar in het Stadhuis van Dordrecht plaats.
De Drechtstedendinsdag Het dagelijks bestuur van de Drechtsteden vindt in november 2010 dat het nieuwe bestuurlijke model voorziet in een vermindering van de bestuurlijke en/of vergaderdrukte. Er ontstaat een vergadercyclus die zorgt voor afstemming tussen de Drechtraad en het Drechtstedenbestuur. De Drechtstedendinsdag is een instrument, waarbij vertrouwen, vernieuwing en inspiratie hand in hand gaan. Het is dé vaste ontmoetingsplek in de regio Drechtsteden voor zowel collegeleden als gemeenteraadsleden. Op de Drechtstedendinsdag zijn ontmoetingen mogelijk met nieuwe en bestaande partners. De wens is samenwerken aan de verbetering van de leefbaarheid en concurrentiekracht van het gebied. De Drechtstedendinsdag biedt kansen om die samenwerking te intensiveren. De afspraak om geen andere vergaderingen op die dagen te plannen biedt de garantie dat iedereen komt en daarmee van blijvende en brede betrokkenheid en enthousiasme is. Minder bestuurlijke drukte en verbetering dus. Een coördinatiegroep instellen helpt; deze bedient maandelijks het Drechtstedenbestuur, de Agendacommissie en de Netwerkdirectie met het actuele programmaoverzicht. De coördinatiegroep bestaat uit de secretaris Drechtsteden, ondersteuner van de Netwerkdirectie en de coördinerend griffier (later de regiogriffier).
Nu er allerlei aanpassingen zijn, lijkt men toch nog niet echt overtuigd dat het nu goed geregeld is. Meteen is er de wens voor het inplannen van een tussentijdse en zelfs allesomvattende evaluatie. Die evaluatie voert Bureau Drechtsteden uit met wel eerst allerlei adviezen vanuit de Drechtraad waar rekening mee te houden. Zoals: Hoe is de Drechtstedendinsdag ingeregeld? Wat vinden raadsleden van de agenda? Zijn er meer parallelle sessies nodig? Wanneer zijn onderwerpen informerend of opiniërend? Etc. De evaluatie is geen doel op zich, vindt de Drechtraad. De onderzoekers krijgen mee dat tussentijdse peilingen ook van groot belang kunnen zijn. Bureau Drechtseden gaat aan de slag en huurt een onderzoeksbureau in.
65
Het evaluatierapport in 2011 ‘De Drechtstedendinsdag: van goed naar beter’. De Drechtstedendinsdag krijgt in het evaluatierapport een gemiddelde voldoende. Er is veel verbeterd, maar er valt nog veel te verbeteren volgens het rapport. Het rapport opent met twee droombeelden. Het droombeeld van Fred Loos, op dat moment vicevoorzitter van de Drechtraad en het tweede droombeeld van Bert Blase, dan de bestuurlijke opdrachtgever van de evaluatie. Eerst het droombeeld van Fred Loos: “De Drechtsteden zit in een nieuwe samenwerkingsfase, waarin alles wat er in de regio gebeurt op elkaar afgestemd is. Waar ambtelijke organisaties als bedrijven zijn gaan opereren en waar de inwoners, bedrijven, verenigingen enz. centraal staan. Het is voor eenieder goed toeven in de Drechtsteden. Onderwerpen die betrekking hebben op de organisatie of bedrijfsvoering staan al heel lang niet meer op de agenda, omdat de Drechtsteden als een geoliede machine werken. Veelal wordt de raad verrast omdat de regio een overschot aan middelen heeft en dus doet waar zij oorspronkelijk voor is opgericht. Stukken komen te vroeg richting de Agendacommissie en zijn voorzien van een vergadernotitie waarin duidelijk staat wat er gevraagd wordt van de Drechtraad.
Papier wordt niet meer gebruikt, alles is digitaal beschikbaar en stukken zijn voorzien van een koppeling naar achterliggende ‘historische’ stukken, zodat de doorzetter ook aan zijn trekken komt.
66
Raadsleden uit de regio zijn op alle Drechtstedendinsdagen aanwezig omdat er zoveel dynamiek in de dag zit, waar simpelweg iedereen bij wil zijn. Raadsleden spreken alleen nog maar namens regiofracties, waarbij verschillen tot het verleden behoren. Eenieder brengt zijn kleur lokaal in en samen vormt de regiofractie de Drechtstedenkleur. De tribune bij de vergadering van de Drechtraad is gevuld met raadsleden uit andere streken waarbij er gekeken wordt naar hoe dat nu allemaal in de Drechtsteden verloopt, wat zij ervan kunnen leren en wat ze vooral wel moeten doen en op welke valkuilen ze moeten letten. Ook van het kabinet en de Tweede Kamer is een afvaardiging gekomen om de Drechtstedendinsdag te ervaren. Men ziet de voordelen, maar wil het zelf ervaren. Een droom, waarschijnlijk wel, maar wel één waarvan ik hoop dat deze ooit uitkomt: Samen vormen wij de Drechtsteden, de stad aan het water waar het goed toeven is.”
Het tweede droombeeld is van Bert Blase: “Wanneer ik de Drechtsteden voor me zie, denk ik eerst aan de ongeveer 260.000 inwoners, de honderden, veelal innovatieve bedrijven en de actieve verenigingen. En natuurlijk de zes zelfstandige gemeenten, die vanuit de kracht van hun eigen identiteit, intensief met elkaar samenwerken. De optelsom van dit alles noem ik voor het gemak het ‘netwerk Drechtsteden’, dat een gezamenlijke opgave heeft. Ik zie kenmerken van een bestuursstijl die partners (ver)bindt en met kracht resultaten boekt: Knooppunt zijn richting bewoners, instellingen en bedrijven, met open lijnen en veel interactie met maatwerk en burgerparticipatie. Bestuurderskracht want competent, herkenbaar en uitvoeringskrachtig gericht op resultaat. Zichtbare politieke besluitvorming op de samenleving gericht, duidelijk en herkenbaar ‘aan de voorkant’. De blik naar buiten ‘Europa van de regio’s’ en ‘naar binnen halen’ van die buitenwereld (en andersom). ‘De Drechtstedendinsdag: van goed naar beter.’ Deze titel van het rapport typeert de conclusies. Er is veel verbeterd sinds de invoering van de Drechtstedendinsdag, maar er valt nog wel veel te verbeteren. De Drechtstedendinsdag krijgt gemiddeld een krappe voldoende.
Verbeter de betrokkenheid, creëer mogelijkheden voor gemeenteraadsleden, burgemeesters en wethouders om regionaal meer betrokken te zijn bij de onderwerpen van hun keuze en strak sturen via gedeeld eigenaarschap. De Drechtraad bepaalt aan het begin van de nieuwe raadsperiode de kaders voor het regionaal meerjarenprogramma. De inhoud centraal stellen met daaromheen een meer flexibel regionaal bestuursmodel. De Agendacommissie
is proactief, de actuele bestuurlijke jaaragenda is het sturingsdocument. Randvoorwaarde blijft het behoud van autonomie van de lokale raden en bestuurders en raadsleden blijven intensief betrokken bij vernieuwingen. Er komt helderheid over de verschillende besluitvormingsprocessen: wanneer welk document in welk gremium, zoveel mogelijk aangesloten bij lopende programma’s, zoals de vernieuwde sturingsmethodiek. Intensiveren van de samenwerking met maatschappelijke partners en andere overheden. Suggesties voor interactie met de politiek zijn hoorzittingen en inspraakmogelijkheid in de carrouselvergadering. Informeren is de basis voor interactie met inwoners, strategische communicatie. Kwalitatieve verbetering van de organisatie van het regionale democratisch proces (zoals agendasetting, kwaliteit en tijdigheid van stukkenstroom). De Drechtstedendinsdag is hét regionaal platform voor bestuurders, raadsleden en maatschappelijke partners en daarmee het visitekaartje van de Drechtsteden. Bescheidenheid en nuchterheid kenmerken en sieren de Drechtsteden. Een gezonde dosis trots en zelfbewustzijn is echter ook op zijn plek, krijgen de leden nog eens extra mee. De Drechtsteden op nationaal niveau is een ‘best practice’ voor regionale samenwerking.
Een actuele website is een middel om bestuurders, raadsleden en maatschappelijke partners bij de ontwikkelingen binnen de Drechtsteden betrokken te houden. Een constante uitwisseling van informatie in het netwerk zorgt voor samenhang en draagvlak zodat alle partners in het netwerk hun rol kunnen vervullen.”
67
De bevindingen en aanbevelingen uit dit evaluatierapport zijn verdeeld over de vijf onderdelen van de Commissie Scholten, zodat er een goede vergelijking mogelijk is. Want zijn de onderdelen goed opgepakt en is het verbeterd? De evaluatie is, net als alle andere eerder verschenen rapporten, grondig aangepakt. Een enquête met verdiepingsgesprekken over de gegeven reacties uit de enquête. Het rapport is eerst, ‘ter verrijking’ zoals het rapport zelf meldt, besproken in de verschillende overleggroepen zoals: gemeentesecretarissen, griffiers, Pfo’s (Portefeuillehoudersoverleg) en in de Carrousel (raadsleden). De aanbevelingen over de vijf onderdelen van de Commissie Scholten: 1. Betrokkenheid - door gedeeld eigenaarschap De leden van het Drechtstedenbestuur zijn bestuurlijk opdrachtgever, ondersteund door een lid van het ONS-D (gemeentesecretarisoverleg) als ambtelijk opdrachtgever. Leden van het Drechtstedenbestuur sturen met de leden van het ONS-D op agendering van voorstellen in de verschillende gremia. De regisseur binnen Bureau Drechtsteden (in hun nieuwe rol) ondersteunt de rolneming van bestuurlijk opdrachtgever en ambtelijk opdrachtgever. Het regionaal meerjarenprogramma: een gezamenlijk document De Drechtraad bepaalt aan het begin van de nieuwe raadsperiode de kaders voor het regionaal meerjarenprogramma. Zo is er sturing en eigenaarschap.
De formateur stelt het regionaal meerjarenprogramma op en betrekt daarbij de Drechtraadsleden en maatschappelijke partners. 2. Inhoud centraal Onderwerpen uit het regionaal meerjarenprogramma komen op de agenda van de Drechtstedendinsdag. De bestuurlijke jaaragenda bewaakt de behandeling van inhoudelijke onderwerpen op
68
de Drechtstedendinsdag. Passend binnen de herpositionering van Bureau Drechtsteden (vierde kwartaal 2011) faciliteert zij het Drechtstedenbestuur en de Agendacommissie door de bestuurlijke jaaragenda continu tot een jaar vooruit in te vullen en bij te houden. Actieve rol Agendacommissie De Agendacommissie is proactief en agendeert onderwerpen die zij belangrijk acht, in interactie met het Drechtstedenbestuur, het driehoeksoverleg en de ambtelijke organisatie (Bureau Drechtsteden), in de Carrousel of in de vergadering van de Drechtraad. De actuele bestuurlijke jaaragenda is het sturingsdocument van de Agendacommissie. Bestuurlijke vernieuwing Het Drechtstedenbestuur geeft het traject van bestuurlijke vernieuwing vorm. Met behoud van autonomie van de lokale raden van de zes gemeenten. Bestuurders en raadsleden zijn intensief betrokken bij dit traject. 3. Dualisme-helderheid in besluitvormingsprocessen, taken en bevoegdheden Er komt helderheid over de verschillende besluitvormingsprocessen: wanneer welk document in welk
gremium? De taken van de GRD worden onder de loep genomen. Op basis van die vastgestelde taken is er brede investering in heldere rolneming (opdrachtgever-/opdrachtnemerschap). Op de vergadernotities staat wat de status van het stuk is (mandaat of delegatie). Bureau Drechtsteden voert hierop regie. Bestuurlijke driehoek Het driehoeksoverleg tussen de voorzitter Drechtsteden, secretaris Drechtsteden en coördinerend griffier Drechtraad, op regionaal niveau. Dit bevordert de regionale duale verhoudingen en waarborgt de integraliteit. De bestuurlijke driehoek voert de regie op de Drechtstedendinsdag. 4. Van buiten naar binnen - Rol maatschappelijke partners Een delegatie van het Drechtstedenbestuur en van de Agendacommissie gaat in gesprek met een delegatie van de maatschappelijke partners van de Drechtsteden. Zij wisselen van gedachten over het aangaan van een experiment om invulling te geven aan ‘governance’, waarbij maatschappelijke partners een herkenbare plek krijgen in beleidsvoorbereidende processen. Daarbij worden de suggesties voor interactie met de politiek meegenomen; hoorzittingen en inspraakmogelijkheid in de Carrouselvergadering. Strategie op strategische allianties en lobby De dossiers binnen het regionaal meerjarenprogramma zijn voorzien van strategische allianties en daaraan gekoppeld een lobbystrategie.
Dit sluit aan op het Programma Netwerkdemocratie en ontwikkelt daarbinnen een ‘methode alliantiemanagement’.
Communicatie Informeer inwoners van de Drechtsteden over regionale activiteiten en het regionaal beleid. Dit is de basis voor interactie met inwoners, onder meer over beleidsterreinen binnen het regionaal meerjarenprogramma. Het advies is dit verder uit te werken in het uitvoeringsplan behorend bij de visie op strategische communicatie. Aan de hand van het uitvoeringsplan komt een voorstel voor de bijbehorende formatie. 5. Verbetering kwaliteit proces Agendasetting De agendasetting verbetert door meer onderwerpen uit het regionaal meerjarenprogramma te behandelen op de Drechtstedendinsdag, gedeeld eigenaarschap en een actieve rol van de Agendacommissie. Verbetering kwaliteit van stukken Bureau Drechtsteden werkt in samenwerking met de Regiogriffie aan verbetering van de kwaliteit van stukken. Dit door het hanteren van eenduidige vergadernotities met daarin de status, bevoegdheid en fase van besluitvorming. Er komt een informatiesysteem voor raad en bestuur om uniformiteit in de stukken te bewerkstelligen en besluitvormingsprocessen te bewaken. De bestuurlijke driehoek ziet op stukken toe, voor de bestuurlijke behandeling en ambtelijk getoetst. Frequentie Drechtstedendinsdag Er zijn tien Drechtstedendinsdagen per jaar, met op twee Drechtstedendinsdagen ‘bedrijfsvoerings-gerelateerde’ onderwerpen.
De keuze voor de locatie voor de Drechtstedendinsdag is bepaald door de kosten en aanwezige faciliteiten.
69
Het rapport geeft ten slotte nog maar weer eens mee dat de Drechtstedensdinsdag hét regionaal platform voor bestuurders, raadsleden en maatschappelijke partners is en daarmee het visitekaartje van de Drechtsteden. Een gezonde dosis trots en zelfbewustzijn is op zijn plek, zegt het rapport. De samenwerking in de Drechtsteden is op nationaal niveau een ‘best practice’ voor regionale samenwerking. Om de ambities te realiseren is het goed om vanuit vertrouwen en verantwoordelijkheid de Drechtsteden op de kaart te zetten. De opdracht aan het Drechtstedenbestuur is dan ook de regionale samenwerking als ‘best practice’ zichtbaar te maken in bestuurlijk Nederland. Bestuurders en raadsleden zijn de ambassadeurs van de Drechtsteden en daarmee het visitekaartje van de Drechtsteden. Met het realiseren van de aanbevelingen uit de evaluatie van de Drechtstedendinsdag zal de Drechtstedendinsdag hét regionale platform zijn voor bestuurders, raadsleden en maatschappelijke partners, is de verwachting. En daarmee meteen het visitekaartje van de Drechtsteden. Hiermee sluit het rapport de aanbevelingen af.
70
Fred Loos, fractievoorzitter Algemeen Belang Zwijndrecht
“Doodzonde dat de Drechtraad stopt” Hij snapt dat het anders moet en dat er bepaalde dingen zijn gebeurd, die moesten veranderen. Maar hij ziet dat niet als de schuld van de Drechtraad. Fred Loos voelt de bui al hangen voor de periode na de Drechtraad. “Ik hoop dat we ooit omkijken en hardop zeggen: het was een mooie samenwerking.” Het was én is een unieke samenwerking, stelt Fred Loos, fractievoorzitter van Algemeen Belang Zwijndrecht, met klem. “We kwamen als gemeenteraden aan het roer te staan. Uniek in Nederland! We hebben sindsdien veel geld voor de regio binnengehaald en door dat geld op de juiste manier te investeren, hebben we meer geld gemaakt. Kijk, in feite loopt er alleen een rivier tussen de gemeenten van de Drechtsteden. Maar we werken allemaal samen voor een regio waar pakweg 270.000 mensen wonen.”
“
“Het was en is een unieke samenwerking.”
Goedkoper en sneller Loos vindt dat er best aardig wat is bereikt met de Drechtraad en dat er veel goedkoper en sneller is gegaan. Hij refereert aan het mandenmaken van Ronald Bandell, maar ook aan de Belastingdienst, die winst maakt, de Sociale Dienst, het Ingenieursbureau, ICT en het aantrekken van goed personeel. “Maar in de praktijd bleek het moeilijk om de niet-Drechtstad-leden aan te laten haken. Die hadden het gevoel toch geen invloed te kunnen uitoefenen. Het is ook jammer dat de centrumgemeente van gedachte veranderde over de verdeling van de financiën. Tot slot hielp het de Drechtraad ook niet dat sommige bestuurders in hun eigen gemeente een ander geluid lieten horen dan in de Drechtraad of het Drechtstedenbestuur. Dat ging ten koste van hun geloofwaardigheid en daarmee leken zij anderen tegen elkaar op te zetten.” Stemvee De Drechtraad zorgde ervoor dat de zeven lokale partijen met elkaar optrokken en regionale standpunten deelden. “Alles wat alleen in Zwijndrecht belangrijk was, bleef in Zwijndrecht”, kijkt Loos terug. “Al onze collega-lokale partijen spraken met één stem. Misschien hadden we in de Drechtraad ook een eigen programma moeten maken. Pro-actiever moeten zijn. Er lag een lijst met actiepunten, bedoeld om daar een keuze uit te maken, maar het bestuur besloot om alle punten uit te willen voeren. Onwerkbaar natuurlijk. Nu de Drechtraad stopt, gaat
71
heel veel werk weer terug naar de lokale politiek. Naar raadsleden die al tot over hun oren in het werk zitten en er extra opgaven bij krijgen. In de Drechtsteden zijn we straks, net als bijvoorbeeld de WGR ZuidHolland-Zuid, weer stemvee en mogen we ‘ja’ of ‘ja’ stemmen. Ik laat het maar gebeuren, we kunnen er niets meer aan veranderen. Maar één ding is zeker: het is echt doodzonde dat de Drechtraad stopt.”