20160108 Beleidsdeel OVL 2016 - 2025.pdf
Tekst van het document
Nota Openbare Verlichting Alblasserdam 2016 - 2025 'Licht waar het moet, donker waar het kan'
Beleidsdeel
Status: In opdracht van: Opgesteld door: Adviseur: Datum: Versie:
Definitief B. van Gemerden F.J. Jonker (Stadsbeheer Dordrecht) R. van Bochove (Bema-Lux) 2 november 2015 6
Inhoudsopgave
blz.
Voorwoord
3
Samenvatting Beleidsplan
5
1
Inleiding en leeswijzer
2
Beleidsuitgangspunten Openbare Verlichting
6
A. Licht waar het moet, donker waar het kan 7 B. Functies openbare verlichting 9 C. Wet- en regelgeving 9 D. Verlichtingsklassen 10 E. Duurzaam en doelmatig beheer en instandhouding 10 F. Vervangingsgrondslagen openbare verlichting 12 G. Rol van gebruikers/participatie 13 H. Meldingsmanagement 13 I. Lichthinder en lichtvervuiling 14 J. Koppeling met doelstellingen uit de 14 Samenlevingsagenda in Alblasserdam K. Bijdrage aan energiedoelstellingen 14 L. Tevredenheidsscore in Veiligheidsmonitor 15 M. Financiële uitgangspunten 15 3
Begrippenlijst
16
BIJLAGE I: Omgevingsanalyse: Openbare Ruimte
20
BIJLAGE II: Relaties doelgroepen
22
BIJLAGE III: Wet- en Regelgeving
26
BIJLAGE IV: Functies van Openbare Verlichting
32
pagina 2 van 35
Voorwoord Met trots presenteren wij u de Nota Openbare Verlichting 2016 - 2025.(Nota OVL)
Waarom een Nota Openbare Verlichting ? Een (beleids)nota is te beschouwen als: • een politiek bekrachtigd plan dat uitgevoerd gaat worden • een proces waarin gaandeweg keuzen worden gemaakt en beslissingen worden genomen. Draagvlak verwerven is hierbij uitgangspunt. • een bewust en systematisch handelen, met gebruikmaking van de daartoe geëigende middelen, met een duidelijk omlijnd politiek doel voor ogen, dat stap voor stap wordt afgewerkt • het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde middelen en in een bepaalde tijdsduur. Het onderwerp openbare verlichting leent zich uitstekend voor een nota omdat de gemeente verantwoordelijk is voor de aanleg en het goed functioneren van de openbare verlichting. Daarnaast levert Openbare Verlichting een belangrijke bijdrage aan de verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid in een stad of dorp. Daarbij is het goed te bedenken dat de openbare verlichting gemiddeld circa 4.100 uur per jaar brandt.
Waarom een gezamenlijke Nota Openbare Verlichting? In juli 2011 hebben de gemeenten Alblasserdam en Sliedrecht en per 1 april 2013 ook Zwijndrecht besloten om het beheer van de openbare verlichting te laten uitvoeren door of namens de sector Stadsbeheer van de gemeente Dordrecht. Het gezamenlijk opstellen van het beleidsdeel van de nota is een logisch gevolg hiervan. Lokale aspecten zijn verwerkt in het later opgestelde beheer- en realisatiedeel.
Hoe is de Nota Openbare Verlichting tot stand gekomen? Een regionale beleidsgroep OVL, bestaande uit Arianne de Ruiter (Dordrecht), Johan Jonker (Dordrecht), Leen de Jong (Sliedrecht), Bram van Gemerden (Alblasserdam) en Chris Janse (Zwijndrecht), heeft deze nota opgesteld. Daarbij is gebruik gemaakt van diverse publicaties over openbare verlichting die recent zijn verschenen. Daarnaast zijn inzichten die de afgelopen jaren zijn ontstaan tijdens gesprekken met burgers en mensen van verschillende vakdisciplines, die betrokken zijn bij het ontwerp, de inrichting en het beheer van de openbare ruimte, meegenomen. Om praktische redenen heeft de regionale beleidsgroep ervoor gekozen om de nota Openbare Verlichting in drie delen in te delen: • een Beleidsdeel • een Beheerdeel • een Realisatiedeel
Wat is de samenhang tussen de drie delen van de nota? Beleidsdeel In het beleidsdeel komt vooral de ‘wat’ vraag aan de orde. Wat gaan we verlichten en waarom? Aan de ene kant heeft de gemeente beleidsvrijheid in de keuze van verlichten. Aan de andere kant wordt deze keuzevrijheid enorm beperkt, vanwege de randvoorwaarden die worden gesteld vanuit de regelgeving, de uitvoering en de handhaving. Verder wordt er in het beleidsdeel een koppeling gemaakt met de regionale energiedoelstellingen en de doelstellingen uit de lokale meerjarenprogramma’s.
pagina 3 van 35
Beheerdeel In het beheerdeel komt de ‘hoe’ vraag aan de orde. Hoe gaan we de openbare verlichting duurzaam en doelmatig beheren en in standhouden? Realisatiedeel In het realisatiedeel komt de vraag ‘wat gaat het kosten?’ aan de orde. Op basis van het beleidsdeel zijn er een aantal scenario’s met een verschillend ambitieniveau geformuleerd, waarbij de basiskwaliteit van de openbare verlichting op orde blijft, maar er wel nuanceringen mogelijk zijn in het ambitieniveau. Bijvoorbeeld bij het versnellen van energiebesparing of versneld voldoen aan de verlichtingskwaliteit NPR/ROVL. Er wordt uiteraard een voorkeursoptie gepresenteerd, maar het college kan op basis van de gegevens in het realisatiedeel een eigen afweging maken, waarbij bij elk scenario een minimale basiskwaliteit van het beheer van de openbare verlichting gewaarborgd blijft.
Over welk areaal hebben we het in deze nota? Tot slot is het voor de lezer ook prettig een beeld te hebben van het areaal aan openbare verlichting waarover het gaat in deze nota. De kerngegevens van de openbare verlichting in de vier gemeenten zijn in onderstaande tabel beknopt weergegeven. Onderwerp Aantal lichtmasten Aantal armaturen Aantal lampen Percentage straatvakken dat voldoet aan de NPR/ROVL 2011 Aangesloten vermogen Verbruik Branduren
Alblasserdam
Dordrecht
Sliedrecht
Zwijndrecht
3810 4012 4270 72 %
23.758 24.765 25.410 ca. 96 %
4.185 4.383 4.619 ca. 45%
10.236 10.526 10.949 Niet bekend
Totaal
41.899 43.621 45.201
175 Kw 725000 Kwh 4150 uur/ jaar
Bron Alblasserdam: beheersysteem oktober 2015
pagina 4 van 35
Samenvatting beleidsdeel Nota Openbare Verlichting 2016-2025 De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg en het goed functioneren van de openbare verlichting. Beleidsuitgangspunt daarbij is 'licht waar het moet, donker waar het kan'. Dit basisprincipe wordt in dit beleidsdeel nader uitgewerkt. Op de plekken die worden verlicht zijn onderstaande begrippen uitgangspunt voor het bepalen van de (basis)kwaliteit • • • • •
Het verlichtingsniveau en de lichtkleur Typen masten, armaturen en lampen Ondergronds- en bovengronds net, schakeltijden en energie Beheer en onderhoud Wet- en regelgeving
De drie belangrijkste functies van de openbare verlichting zijn • verkeersveiligheid, • sociale veiligheid en • leefbaarheid. Daarnaast kunnen met de openbare verlichting nog andere ambities en doelstellingen binnen de gemeente worden nagestreefd, Bijvoorbeeld op het gebied van: • • • • • •
Duurzaamheid Energiebesparing Meldingenmanagement Burgerparticipatie Lichthinder en lichtvervuiling Burgertevredenheid
Het 'wat en waarom' van bovengenoemde punten worden in de beleidskeuzes (A t/m M) nader uitgewerkt in het beleidsdeel van de Nota OVL In het beheerdeel volgt een verdere uitwerking van het 'hoe' van deze keuzes. Het realisatiedeel geeft inzicht in de doorrekening van mogelijke scenario’s .
pagina 5 van 35
1
Inleiding en leeswijzer voor het beleidsdeel Om te beginnen In eerste instantie heeft de beleidsgroep een omgevingsanalyse gemaakt. Daarin zijn de gebruikers, beheerders en ontwerpers uitgebreid beschreven. Deze omgevingsanalyse heeft aandachtspunten opgeleverd, die zijn meegenomen in het beleidsdeel. De omgevingsanalyse is voor de liefhebbers opgenomen in bijlage I. In tweede instantie is gekeken naar de relaties tussen de verschillende betrokken doelgroepen, de openbare verlichting in de openbare ruimte en de manier waarop ze elkaar beïnvloeden. Deze informatie is belangrijk om de beleidskeuzes, die in het beleidsdeel worden gemaakt beter te begrijpen. De relaties zijn opgenomen in bijlage II. In derde instantie is gekeken naar de relevante wet- en regelgeving op het gebied van de openbare verlichting. Daarbij is gekeken naar de gemeentelijke aansprakelijkheid vanuit het Burgerlijk Wetboek en de normen en richtlijnen die gelden voor de openbare verlichting en de verlichtingsmiddelen. Deze wettelijke en andere regelgeving moeten worden beschouwd als de randvoorwaarden waarbinnen het beheer in de instandhouding van de openbare verlichting moet plaatsvinden. De beschrijving van de regelgeving is opgenomen in bijlage III. Een aantal aspecten van deze regelgeving zijn als beleidskader en beleidsuitgangspunten opgenomen in het beleidsdeel.
In vierde instantie is door de beleidsgroep gekeken naar de belangrijkste functies van de openbare verlichting. De belangrijkste functies zijn, de verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid. In bijlage IV worden de verschillende functies van de openbare verlichting beschreven. Afhankelijk van het deel van de openbare ruimte waar gebruik van wordt gemaakt, ligt de nadruk op één of een aantal functies (verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid) van de openbare verlichting (zie tabel aan het einde van dit hoofdstuk). Omdat de functies in de praktijk met elkaar kunnen conflicteren, is er in het beleidsdeel een afwegingskader opgesteld. Bij een conflictsituatie tijdens de realisatie van een project kan van dit kader gebruik worden gemaakt. In hoofdstuk 2. hierna, wordt aangegeven welke doelen de deelnemende gemeenten uit de regio nastreven en welke beleidsuitgangspunten deze gemeenten nastreven om de doelen te bereiken op het gebied van de openbare verlichting. Hierbij is rekening gehouden met de bovenstaande factoren op het gebied van wet- en regelgeving, functies en overige randvoorwaarden van de openbare verlichting etc. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke typen openbare ruimte worden onderscheiden, of ze verlicht worden en zo ja, onder welke verlichtingscriteria.
In dit hoofdstuk zijn kort samengevat de beleidskaders en de beleidsuitgangspunten voor de openbare verlichting vastgelegd. Tot slot is na dit hoofdstuk een begrippenlijst opgenomen, omdat we beseffen dat er bij de openbare verlichting veel termen worden gehanteerd, die niet bij iedereen even bekend zullen zijn.
pagina 6 van 35
2
Beleidsuitgangspunten In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke beleidsuitgangspunten de deelnemende gemeenten in de Drechtsteden in het kader van de openbare verlichting nastreven. Hierbij is rekening gehouden met de randvoorwaarden uit de hoofdstukken, te weten wet- en regelgeving, functies, de gebruikers, de huidige beheerorganisatie en huidige afspraken in het kader van de openbare verlichting. In het realisatiedeel worden op basis van dit beleidsdeel op lokaal niveau verschillende beleidsvarianten beschreven, waaruit door het bestuur een keuze kan worden gemaakt. Een minimale basiskwaliteit op basis van de beleidsuitgangspunten in dit beleidsdeel is bij elke variant het uitgangspunt.
2.1
Beleidskeuzen op basis van de beleidsuitgangspunten
A
Licht waar het moet, donker waar het kan In hoofdlijnen betekent dit dat de openbare ruimte, die eigendom is van de gemeente en waarvan ze wegbeheerder is, wordt verlicht met uitzondering van: • wegen buiten de bebouwde kom (met uitzondering van gevaarlijke kruispunten) • zelfstandige recreatieve fiets- en voetpaden, die geen belangrijke functie hebben als woon- en werkverkeer (o.a. wandelpaden in parken) Hieronder een uitwerking van deze visie. De hier voorgestelde beleidskeuzen zijn gebaseerd op de praktijk en/of het beleid van de afgelopen jaren. In bepaalde of bijzondere gevallen kan hiervan door het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken. Buiten de bebouwde kom Wegen buiten de bebouwde kom in eigendom van de gemeenten worden niet verlicht, met uitzondering van gevaarlijke kruispunten en woon-werk fietspaden. Verlichting plaatsen is een keuze waarbij de positieve functie van verlichting afgewogen moet worden tegen negatieve aspecten. Hierbij moet nadrukkelijk ook het toepassen van geleidingstechnieken en actieve of passieve markering overwogen worden. Voor wegen die buiten de bebouwde kom liggen en die onder een ander beheerregime vallen, gelden andere uitgangspunten. Hier zijn de beleidskaders van bijvoorbeeld het Waterschap, Rijkswaterstaat of Provincie bepalend.
Binnen de bebouwde kom De openbare ruimte binnen de bebouwde kom wordt wel verlicht, met uitzondering van parken en recreatieve voet- en fietspaden. •
Dorpsranden Aan de randen van de bebouwde kom, waar het omringende land open is, moet extra aandacht zijn voor vermindering van ongewenste lichtverspreiding. Een juiste materiaalkeuze (afgeschermde armaturen) en de locatie van de verlichtingsobjecten leveren hier een bijdrage aan.
•
Parken Bij parken wordt als algemeen uitgangspunt genomen dat niet wordt verlicht. Een park integraal sociaal verlichten is niet mogelijk en op pagina 7 van 35
ecologische gronden en energiebesparing niet wenselijk. Een uitzondering hierop kan door het college van burgemeester en wethouders gemaakt worden voor bijvoorbeeld een doorgaande fiets- of wandelroute. Hier kan verlicht worden als er voldoende sociale controle mogelijk is en een beplantingsvrije ruimte naast het pad gerealiseerd kan worden. Daarnaast moet er aanvullende dekking voor de investering en de exploitatie beschikbaar zijn. •
Achterpaden/brandgangen Er is geen algemeen uitgangspunt opgenomen, omdat het per gemeente en per situatie verschillend wordt geregeld. Dit moet van geval tot geval bekeken worden in overleg met de eigenaren en/of woningcorporatie. In het beheerdeel wordt dit onderwerp nader uitgewerkt.
•
Tunnels en viaducten Tunnels en viaducten worden in verband met de veiligheid en overgang van licht naar donker ook overdag waar nodig continue verlicht. Verlichting in tunnels en viaducten is vaak doelwit van vandalisme en daarom worden armaturen zoveel mogelijk aan of in de wanden of het plafond van de tunnels en viaducten bevestigd.
•
Industriegebieden De wegen in industriegebieden worden vanuit oogpunt van verkeer- en sociale veiligheid wel verlicht.
•
Voetpaden Voetpaden die een belangrijke rol spelen in het voetgangersnetwerk binnen de bebouwde kom worden wel verlicht. Recreatieve voetpaden worden vanuit duurzaamheidsaspecten niet verlicht.
•
Kinderspeelvoorzieningen en trap- en sportveldjes Speelplekken worden vanuit duurzaamheidsaspecten niet apart verlicht, maar via de openbare verlichting in desbetreffende openbare ruimte. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen of om maatschappelijke redenen een afwijkend besluit nemen , mits aanvullende dekking van de investeringskosten en exploitatie beschikbaar is.
•
Hondenuitlaatvoorzieningen Hondenuitlaatvoorzieningen worden niet apart verlicht, maar via de openbare verlichting in desbetreffende openbare ruimte. Het college van pagina 8 van 35
burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen of om maatschappelijke redenen een afwijkend besluit nemen, mits dekking van de investeringskosten en exploitatiekosten beschikbaar is. Een aantal specifieke onderwerpen van de openbare verlichting, zoals bijvoorbeeld seizoensverlichting, boomverlichting, aanlichten monumentale objecten, lichtmastreclame is in het beheerdeel opgenomen.
B
Functies openbare verlichting De openbare verlichting heeft 3 belangrijke functies in de openbare ruimte die wordt verlicht: • Verkeersveiligheid • Sociale veiligheid • Leefbaarheid. In bijlage IV is uitgebreid ingegaan op de functies van de openbare verlichting. Voor openbare ruimten waar deze belangen kunnen conflicteren, is onderstaand afwegingskader opgesteld.
Openbare ruimte Buiten de bebouwde kom Stroomwegen Gebiedsontsluitingswegen Erftoegangswegen Fiets- en voetpaden Binnen de bebouwde kom (verkeersfunctie) Stroomwegen Gebiedsontsluitingswegen Erftoegangswegen Fiets- en voetpaden Tunnels Binnen de bebouwde kom (verblijfsfunctie) Woonstraten Erftoegangswegen industriegebieden Binnenstad en kernwinkelgebied Winkelcentra Voetpaden
O X XX XXX
C
Verkeersveiligheid
Sociale veiligheid
Leefbaarheid
XXX X X X
O O O X
O O O O
XXX XXX XXX XXX XXX
X XX XXX XXX XXX
X X X X X
X XX XX XX X
XXX XX XXX XXX XXX
XX X XXX XXX X
= minder belangrijk = redelijk belangrijk = belangrijk = zeer belangrijk
Wet- en regelgeving In bijlage III wordt uitgebreid ingegaan op de wet- en regelgeving. Hieronder kort samengevat de uitwerking in dit beleidsdeel. De openbare verlichting dient in overeenstemming met de Europese regels en normen ontworpen en gerealiseerd te worden . De aanbevelingen van de NSVV, NPR, ROVL 2011 en het Politiekeurmerk Veilig Wonen worden, afhankelijk van het ambitieniveau, op termijn volledig nagestreefd en kunnen door de gemeente in privaatrechtelijke sfeer worden voorgeschreven (bijvoorbeeld in een bestek of contract tussen de gemeente en een leverancier, aannemer en/of energiebedrijf). pagina 9 van 35
De openbare verlichtingsinstallatie moet zodanig worden onderhouden, dat ze aan de gestelde normen blijft voldoen. Voor de regeling van aansprakelijkheid bij eventuele ongevallen of misdrijven is het van belang, dat duidelijk kan worden aangetoond dat het beheer en het onderhoud systematisch en naar behoren zijn en worden uitgevoerd.
D
Verlichtingsklassen Als de keus tot verlichten is gemaakt (zie A) adviseert de ROVL 2011 (de opvolger van de NPR en de NSVV) de gewenste verlichtingsklasse. Deze richtlijn is door zeer deskundige specialisten opgesteld en bevat de laatste technieken en inzichten op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. De meeste gemeenten in Nederland beschouwen deze richtlijn als de belangrijkste richtlijn voor de verlichtingskwaliteit van de openbare verlichting. Wij vinden het dan ook zeer wenselijk en belangrijk om op termijn volledig (100%) aan de geadviseerde verlichtingsklassen te voldoen. Afhankelijk van de uitgangssituatie in de gemeente en het tempo waarin we dit willen realiseren, kan dit aanzienlijke financiële consequenties hebben. In de huidige gegeven omstandigheden hanteert Justitie voor de rechtspraak op het gebied van de openbare verlichting de NPR en ROVL. Dat is dan ook de reden dat bijna alle gemeenten momenteel de NPR en/of de ROVL als uitgangspunt hanteren. Daar, waar we volgens ons beleid verlichten, streven we 100% de richtlijnen van de NPR en ROVL na. Op twee uitzonderingen na gaan we bij nieuwe aanleg en renovaties vanaf 2013 de ROVL volgen. De uitzonderingen zijn: • Het niet voldoen aan de minimale verticale verlichtingssterkte van 0,5 lux • Het niet voldoen aan een hogere wegdekluminantie in de basis bij stroomen gebiedsontsluitingswegen.
In beide uitzonderingsgevallen blijft wel de NPR van toepassing. De reden van deze uitzonderingen is, dat de huidige verlichtingssterkte op basis van de NPR als veilig wordt ervaren en het aanpassen van de verlichtingsinstallatie onevenredig hoge kosten met zich meebrengt en strijdig is met de energiebesparingsdoelstellingen. In het beheerdeel wordt dit per gemeente nader toegelicht en uitgewerkt.
E
Duurzaam en doelmatig beheer en instandhouding Beheer richt zich zowel op de activiteiten en maatregelen die betrekking hebben op de instandhouding van de verlichtingsinstallatie, als op de maatregelen die nodig zijn om de doelen voor vernieuwing van het OVL-systeem te bereiken, en op het stellen van randvoorwaarden voor nieuwe aanleg. In Nederland is het navolgende overzicht van beheer gangbaar
pagina 10 van 35
Bij rationeel beheer ligt de nadruk op het zo laag mogelijk houden van onderhoudskosten, via een meerjarige periode (10 jaar) van de kapitalisatie van investeringen, restwaarden en onderhoudskosten. Dit onder gelijkblijvende randvoorwaarden en doelen. Uit de Nederlandse praktijk blijkt, dat rationeel beheer een planmatige aanpak vereist van onderhoud en vervanging. Dit planmatige karakter is het meest wezenlijke van rationeel beheer. Impliciet betekent dit, dat er een grote nadruk ligt op preventief onderhoud. Correctief onderhoud is per definitie niet planmatig. Vanuit planmatigheid worden normen voor vervangingstermijnen van masten en armaturen gehanteerd. De budgetbewaking heeft een meerjarig karakter. Economisch beheer is een breder begrip, maar ondersteunt de meerjarige kostenoptimalisatie van rationeel beheer. Er zijn verschillen. Ten eerste wordt ook het energieverbruik in de kostenoptimalisatie betrokken. Ten tweede wordt er in de aanpak van beheer meer ruimte geboden voor innovatie.
Ten derde heeft het een bredere blik op maatschappelijke kosten, zoals: • oog voor duurzaamheid van materialen • benutting van kansen om werk met werk te maken • vervangingstermijnen niet alleen afstemmen op functionaliteit, maar ook op basis van testen op standzekerheid, zodat het omslagpunt van kosten van incidentele vervanging en/of herstel ten opzichte van groepsgewijze vervanging in overweging kan worden genomen • aandacht voor optimalisatie van maatschappelijke kosten. In het afgelopen decennium is er ondertussen op het gebied van beheer sprake van een sterke kennisontwikkeling. Er is een Brits kwaliteitssysteem dat is vertaald in een norm: ISO-NEN 55000 Assetmanagement, deze is in 2013 beschikbaar gekomen. De beheerorganisatie van OVL zal, als dit mogelijk is, de komende periode aanhaken bij deze ontwikkeling. In het beheerdeel zal deze nieuwe norm nader worden toegelicht. Duurzame instandhouding wordt momenteel gerealiseerd door bij de eerste aanleg en vervangingen, • • • •
duurzame inkoop van materialen toe te passen. de levensduur en recyclingmogelijkheden te betrekken bij de keuze van de materialen. milieuvriendelijk geproduceerde materialen toe te passen. verlichtingstechnisch efficiënte verlichtingsarmaturen toe te passen, waarbij de extra investeringen bij duurzamere producten worden terugverdiend binnen de pagina 11 van 35
• • • • • •
afschrijvingstermijn van het product. Dit ligt hoger dan vanuit de regionale duurzaamheidsdoelstellingen is bepaald. Voorwaarde is wel dat het extra benodigd budget beschikbaar wordt gesteld. In het realisatiedeel wordt dit verder uitgewerkt. milieuvriendelijke oppervlaktebescherming en/of oppervlaktebehandeling van de lichtmasten toe te passen. de vrijkomende materialen zoveel mogelijk te hergebruiken. defecte lampen af te voeren naar een erkende verwerker. een zorgvuldige afweging te maken bij het bepalen van het aantal lichtpunten in een verlichtingsplan. Een zo laag mogelijk geïnstalleerd vermogen en minimale onderhoudskosten zijn hierbij het uitgangspunt. remplaceerwerkzaamheden zoveel mogelijk te beperken door gebruik te maken van lampen met lange(re) levensduur. (Er dient altijd eerst een kosten/baten analyse gemaakt te worden). verlichting langs stroom- en gebiedsontsluitingswegen in de nachtelijke uren te dimmen.
Voor een doelmatig beheer hanteert de gemeente op dit moment de volgende uitgangspunten: • Bij de aanleg of reconstructie van openbare verlichting worden in een vroegtijdig stadium de ontwerper, stedenbouwkundige en de beheerder OVL betrokken, zodat het verlichtingsplan gezamenlijk en integraal tot stand kan komen. • Voor de openbare verlichting worden op het moment van aanleg de meest beheer- en gebruiksvriendelijke armaturen toegepast. Waar nodig zijn ze ook bestendig tegen vandalisme. • De openbare ruimten worden verlicht met standaardtypen lichtmasten en armaturen, die in de gemeente worden toegepast. Nieuwe ontwikkelingen worden gevolgd, beheertechnisch en lichttechnisch getoetst, en waar dit kan in overleg met stedenbouwkundigen als nieuwe standaard toegepast. Waar sprake is van een energiebesparing, zal deze prioriteit krijgen bij de mogelijke afweging. In het beheerdeel is dit per gemeente en per soort openbare ruimte nader uitgewerkt. • Het aantal verschillende typen lichtmasten, armaturen en lampen wordt bewust beperkt gehouden met het oog op doelmatig beheer, onderhoud, kosten en leefbaarheid. • Bij die categorieën openbare ruimte waar bijvoorbeeld leefbaarheid of levendige binnenstad een belangrijke rol speelt, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten om af te wijken van de 'standaard toegepaste' lichtmasten en armaturen.
Uitgangspunt blijft dan wel dat de verlichtingsmiddelen minimaal voldoen aan de beheer- en lichttechnische aspecten (veiligheidsaspecten).
F
Vervangingsgrondslagen Op basis van de huidige kennis en ervaring worden de volgende vervangingsgrondslagen gehanteerd: Onderdeel 1 2 3 4 5 6
Overspanningen RVS-masten Gietijzeren historische masten Staal gegalvaniseerde masten Staal gegalvaniseerde masten met poedercoating Aluminium masten
Boekhoudkundige Levensduur 25 jaar 60 jaar 80 jaar 46 jaar 50 jaar 41 jaar pagina 12 van 35
7 8 9 10 11 12 13
Aluminium masten met HPDE grondstuk Muursteunen gietijzer Muursteunen gegalvaniseerd oud-Hollandse armaturen Armaturen conventioneel LED armaturen Lampen conventioneel
50 jaar 80 jaar 50 jaar 60 jaar 20 jaar 15 tot 25 jaar 2,5 t/m 6 jaar
Vervolgens vindt na de boekhoudkundige levensduur een nieuwe methode van testen op standzekerheid van masten plaats om de levensduur van openbare verlichting op een verantwoorde wijze te kunnen verlengen. Ervaring leert, dat het mogelijk is de levensduur in ruim 90% van de gevallen te verlengen.
G
Rol van de gebruikers/participatie De laatste jaren wordt er minder uitsluitend vanuit de techniek gedacht en is er meer aandacht voor de gebruikers en hun beleving. Dit is uitgebreid beschreven in hoofdstuk 2 en 3. Burgerparticipatie past bij deze cultuuromslag. Het is een manier van werken waarbij we, rechtstreeks vanuit vastgestelde kaders, in contact treden met gebruikers om op die manier meningen, inzichten, kennis, ervaringen, wensen en belangen mee te kunnen wegen bij het vinden van oplossingen voor vraagstukken of het maken van beleid. Het begrip beleid is hierbij breed gedefinieerd en omvat, naast het werk aan de infrastructuur, ook de beleidsvorming, planvoorbereiding, realisatie, beheer en onderhoud. Het doel van burgerparticipatie is te komen tot een beter beleid, dat meer draagvlak heeft. Burgerparticipatie kan ook worden ingezet bij vraagstukken op het gebied van openbare verlichting. Een extra belangrijke voorwaarde rond openbare verlichting is het goed informeren van de gebruikers. Als er zonder kennis van zaken om beleidsmatige inbreng wordt gevraagd, is het risico dat de inbreng van burgers slechts zeer beperkt is. Bij reconstructies en herbestratingen is de participatie van burgers en gebruikers inmiddels al veel verder uitgekristalliseerd. In het beheerdeel is dit nader uitgewerkt.
H
Meldingenmanagement Openbare verlichting vereist een zorgvuldig meldingenmanagement. Het gaat daarbij vooral om de manier waarop de gemeente de feedback op haar dienstverlening organiseert. Om effectief aan meldingenmanagement te doen is het van belang dat het duidelijk is voor de gebruikers, waar en hoe ze een melding kunnen doen en wat er vervolgens met hun melding gebeurt. De communicatie van de gemeente over het meldingenmanagement speelt hierin een belangrijke rol. Heldere procedures rondom meldingen zorgen ervoor, dat snel duidelijk is waar de melding over gaat. Hierdoor kan de afhandeling sneller en gerichter plaatsvinden. Het analyseren van de meldingen is een taak van de beheerder. Ten eerste is het van belang om in kaart te brengen welke typen meldingen er binnenkomen. Een adequaat beheersysteem is essentieel bij het analyseren en afhandelen van de meldingen. De uitkomst van de analyse vormt daarnaast weer input voor het beleid. Het meldingenmanagement van de openbare verlichting maakt onderdeel uit van de procedures van de wijklijnmeldingen. Hiermee is de classificatie van de meldingen en sturing op de afhandeltermijnen gewaarborgd. In het beheerdeel is dit onderdeel nader uitgewerkt.
pagina 13 van 35
I
Lichthinder en lichtvervuiling Hoewel over het algemeen de openbare verlichting volledig geaccepteerd en zeer gewaardeerd wordt, zal ook een verlichtingsinstallatie zodanig moeten worden geplaatst en uitgevoerd, dat deze geen hinder veroorzaakt naar de omwonenden, weggebruikers, of naar anderen dan de doelgroep waar de installatie voor bedoeld is. De richtlijnen ter voorkoming van lichthinder van de NSVV zijn uitgangspunt. In de openbare verlichting wordt het licht dat boven een hoek van 70 graden wordt uitgestraald beschouwd als lichtvervuiling. Lichtvervuiling moet in relatie worden gezien tot de richtlijn NPR/ROVL 2011 Dat wil zeggen dat in het belang van de veiligheid de geadviseerde verlichtingsklasse voor een bepaald gebied wordt opgevolgd. In sommige gevallen adviseert de richtlijn om, in het kader van de veiligheid, juist een gedeelte van de berm of woonwijk 'mee te verlichten'. De richtlijn heeft de hoogste prioriteit. Op de tweede plaats wordt gekeken naar eventuele reductiemogelijkheden van lichtvervuiling.
J
Koppeling met doelstellingen uit de Samenlevingsagenda in Alblasserdam. Openbare verlichting en gerelateerde zaken worden op diverse plaatsen in de Samenlevingsagenda 2015 genoemd. Kernwoord voor de openbare verlichting is het begrip fysieke duurzaamheid. Dit betekent in de praktijk zoveel mogelijk kosten efficiënte energiebesparing en een zo efficiënt en duurzaam mogelijk gebruik van materialen. Als doelstellingen en beoogd maatschappelijk effect worden o.m. genoemd : •
Gemeente maakt duurzaamheid onderdeel van besluitvorming en handelt daar ook naar.
•
Het verbeteren van de verkeersveiligheid van (schoolgaande)fietsers.
•
Waarborgen schone, hele en veilige leefomgeving op een voldoende functioneel kwaliteitsniveau tegen zo laag mogelijke kosten.
•
Gemiddeld kwaliteitsniveau buitenruimte op niveau B (CROW 323) houden.
(vanwege de politieke diversiteit in de deelnemende gemeenten is dit gedeelte lokaal ingevuld)
K
Energiedoelstellingen Het landelijke energieverbruik van openbare verlichting bedraagt globaal 1,5% van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland. Bij een gemeente kan structureel worden bezuinigd op het energieverbruik van de openbare verlichting. Besparingen kunnen worden gerealiseerd door het vervangen van de conventionele voorschakelapparaten (cvsa’s) door elektronische voorschakelapparaten (evsa’s). Een kleine winst wordt gehaald uit de vervangingen van de laatste hogedruk kwikdamplampen en de gloeilampen. De grootste besparing kan worden verkregen door verlichting langs stroom- en pagina 14 van 35
gebiedsontsluitingswegen te dimmen in de nachtelijke uren en door het toepassen van energiezuinige verlichting(led). Uit financieel oogpunt gezien, is het zinvol een deel van de besparingen pas te realiseren bij de vervanging van armaturen, omdat de terugverdientijd van de besparing in relatie tot de resterende levensduur van de lampen anders mogelijk te kort of geheel niet aanwezig is. Naast het besparen van de energie wordt door de energiebesparing ook de uitstoot van CO2 in belangrijke mate beperkt. In het beheer- en realisatiedeel zullen de mogelijke besparingsplannen per gemeente nader worden uitgewerkt. Bij nieuwe aanleg en bij vervanging van armaturen van stroom- en gebiedsontsluitingswegen zal de verlichting in de nachtelijke uren (statisch) worden gedimd. Het dynamisch dimmen van de verlichting is zeer kostbaar, nauwelijks energiezuiniger ten opzichte van het statisch dimmen en wordt daarom (nog) niet toegepast. In 2013 zijn er in het energieakkoord nieuwe doelstellingen door het ministerie van Leefbaarheid en Milieu gepresenteerd. De landelijke doelstellingen zijn: 20% energie besparen in 2020, 50% 2030, te bereiken door het toepassen van slim energiemanagement en het plaatsen van energiezuinige ledverlichting. Opm. Om te kunnen voldoen aan de eisen van de ROVL 2011 moet er soms verlichting bij worden geplaatst, die extra energie kost.
Door het toepassen van energiezuinige verlichting en dimmen slaat de balans uiteindelijk toch positief door.
L
Oordeel burger over straatverlichting gemiddeld een 7,3 Om het jaar wordt door het Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD) een meting gehouden onder de bewoners over hun beleving van leefbaarheid en veiligheid in hun gemeente. In dit onderzoek wordt aan de burger als wijkbewoner ook een oordeel gevraagd over de straatverlichting. Dit wordt vervolgens uitgedrukt in een cijfer. Uitgangspunt is dat de score voor de straatverlichting in de Drechtsteden de komende jaren gemiddeld minimaal een 7,3 moet zijn.
M
Financiële uitgangspunten Omdat de financiële uitgangspunten per gemeente verschillend zijn, kunnen de financiële uitgangspunten niet worden opgenomen in het gezamenlijke beleidsdeel. De algemene financiële uitgangspunten zijn derhalve opgenomen in de lokale beheer- en realisatiedeel van de verschillende gemeenten. Op basis van het beheersysteem wordt een planning en een begroting gemaakt voor de investerings- en vervangingskosten. Het betreft een rekenkundige methode waarbij parameters als theoretische levensduur, visuele inspecties, dynamische metingen en gekozen beleidsvariant zijn opgenomen. Per jaar worden vervangingsplannen gemaakt en wordt een financiële afweging gemaakt voor aanpassingen om ook gelijk te gaan voldoen aan de lichttechnische richtlijnen ( ROVL 2011).
pagina 15 van 35
Begrippenlijst Actief beheer Actief beheer zorgt ervoor dat de beste prestaties in het beheer worden geleverd door het gestructureerde proces sterk te verweven met aspecten van informatievoorziening, klachtenmanagement en communicatie. Actief beheer is de tegenhanger van passief beheer. Beleid Beleid richt zich enerzijds op het formuleren van ambities en doelen en anderzijds op keuzes die in de Openbare Verlichting (hierna OVL) gemaakt worden om die doelen te bereiken. De ambities en doelen kunnen onder meer betrekking hebben op de Openbare Ruimte, milieueffecten en energieverbruik. Beheer Beheer richt zich zowel op de activiteiten en maatregelen die betrekking hebben op de instandhouding van de verlichtingsinstallatie, als op de maatregelen die nodig zijn om de doelen voor vernieuwing van het OVL-systeem te bereiken. Bedrijfsvoering Activiteiten/voorzieningen die (in-)direct met de uitvoering van de OVL te maken hebben, niet aan de activiteiten/voorzieningen van de OVL worden toegedeeld, maar waarvan wel de kosten worden toegerekend. CEN Europese Normalisatie Commissie. In deze commissie worden de Europese Normen opgesteld voor lichtmasten en armaturen, met uitzondering van Elektrotechniek. CENELEC Europese Normalisatie commissie specifiek voor Elektrotechniek. Constructieve kwaliteit De kwaliteit van het materiaal van de verlichtingsinstallatie.
CROW Het nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Dagelijks onderhoud Activiteiten die dagelijks uitgevoerd worden om de installatie optimaal te laten functioneren en in bedrijf te houden zoals klachtenbehandeling, storingsherstel, schadeherstel, schouwen, reinigen, richten van masten en armaturen, kwaliteitscontrole, op kleine schaal aanpassen/uitbreiden van de installatie alsmede incidentele vervangingen. Design & Construct Bij een Design & Construct overeenkomst legt de gemeente niet alle details vast wanneer zij bepaalde activiteiten uitbesteedt. In plaats daarvan wordt veel aan de marktpartij overgelaten op het gebied van ontwerp en inrichting, binnen bepaalde door de gemeente gestelde kaders. Bij Design, Construct & Maintainance wordt ook het onderhoud een bepaalde periode door een marktpartij verzorgd. Dualisme Het afzonderlijk stellen van bestuur en controlerende organen. In gemeenten komt dit erop neer dat wethouders geen lid meer mogen zijn van de gemeenteraad.
pagina 16 van 35
Dynamische verlichting Afhankelijk van actuele en/of lokale omstandigheden, zoals weer, verkeer en tijdstip, wordt de intensiteit van de verlichting aangepast. Economisch beheer Economisch beheer ondersteunt de meerjarige kostenoptimalisatie van rationeel beheer. Er zijn echter verschillen tussen de twee begrippen. Ten eerste wordt ook onder andere het energieverbruik in de kostenoptimalisatie betrokken. Ten tweede wordt er in de aanpak van beheer meer ruimte geboden voor innovatie. Ten derde heeft het een bredere blik op maatschappelijke kosten. Energie efficiency Minimalisatie van energieverbruik in relatie tot geldende kwaliteitsnormen. Energie efficiency wordt beïnvloed door inrichtingsaspecten, verouderingsaspecten, innovatieaspecten en integratieaspecten met andere vormen van beleid aangaande de Openbare Ruimte. Esthetische kwaliteit De kwaliteit van de in het straatbeeld waarneembare onderdelen van de verlichtingsinstallatie met betrekking tot de gewenste beeldkwaliteit. Externe analyse De externe analyse bij de ontwikkeling van het OVL-beleid richt zich op maatschappelijke en overige externe ontwikkelingen die van betekenis zijn voor het werkveld Openbare Verlichting. Extern kan betrekking hebben op alles buiten de OVL-organisatie of buiten de invloedssfeer van OVL-beleid.
Interne analyse De interne analyse bij de ontwikkelingen van het OVL-beleid richt zich op de OVLorganisatie en het bestaande OVL-areaal. Kengetal Een kengetal is een omschrijving van samengevatte informatie, dat zich leent om de gevolgen van gemeentelijk OVL-beleid inzichtelijk te maken voor management en bestuur. De belangrijkste vormen van toepassing zijn monitoring en benchmarking. Lampsysteemrendement Verhouding tussen de totale hoeveelheid licht die het OVL-systeem kan produceren en de totale energieopname van het OVL-systeem. Vervangingen Vervangingsinvesteringen: activiteiten die met een groot interval worden uitgevoerd en meestal plaatsvinden na het verstrijken van een afschrijvingstermijn of vastgestelde levensduur. Betreft over het algemeen òf renovaties, òf vervanging van masten, armaturen, kabels, voedingskasten en lampen niet zijnde incidentele vervanging. LED Led staat voor Light Emitting Diode en is een moderne elektronische lichtbron met een laag energieverbruik en een lange levensduur. Led is nog volop in ontwikkeling. Lichthinder De last die mens, dier en natuur ondervinden van het licht van de Openbare Verlichting.
pagina 17 van 35
Lichtstroomproductie De lichtstroomproductie van een lamp is het aantal uren dat de lamp aanstaat vermenigvuldigd met de theoretische lamplichtstroom van de desbetreffende lamp. Dit levert het totaal aantal lume-uren op, dat daadwerkelijk theoretisch geproduceerd wordt in een jaar. Vanwege de grootte van het getal wordt het vervolgens gedeeld door 10 6 en uitgedrukt in mLh (megalumenuur). Het begrip is op vergelijkbare wijze van toepassing op de totale OVL-installatie. Lichttechnische kwaliteit De lichttechnische kwaliteit geeft aan in hoeverre de verlichting voldoet aan de kwaliteitsrichtlijn van de NSVV/NPR/ROVL-2011 Lichtvervuiling Licht dat op plaatsen schijnt waar het niet de bedoeling is. NPR NPR is de afkorting van Nederlandse Praktijk Richtlijn. Dit is een richtlijn voor de openbare verlichting. Inmiddels is de NPR opgevolgd door de ROVL. NSVV Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde Openbare Verlichting Verlichtingsinstallaties in beheer bij de overheid die ten doel hebben om het openbare leven in de avond- en nachtelijke uren zo veilig en leefbaar mogelijk te laten functioneren. OVL-organisatie Organisatie-onderdeel dat belast is met de zorg voor Openbare Verlichtingsinstallatie(s). OVL Met de afkorting OVL wordt openbare verlichting bedoeld.
Parkmanagement Bij parkmanagement wordt het beheer en onderhoud van (een deel van) de Openbare Ruimte uitbesteed aan private partijen. Passief beheer Passief beheer kent een operationeel niet gestructureerd proces met weinig tot geen aspecten van informatievoorzieningen, klachtenmanagement en communicatie. Passief beheer is de tegenhanger van actief beheer. Rationeel beheer Rationeel beheer legt er de nadruk op dat over een meerjarige periode de kapitalisatie van investeringen, restwaarden en onderhoudskosten zo laag mogelijk is onder gelijkblijvende randvoorwaarden en doelen. Uit de Nederlandse praktijk blijkt dat rationeel beheer een planmatige aanpak vereist van onderhoud en vervanging. Impliciet betekent dit, dat er een grote nadruk ligt op preventief onderhoud. Correctief onderhoud is per definitie niet planmatig. Vanuit de planmatigheid hanteert de gemeente normen voor vervangingstermijnen van masten en armaturen. Daarnaast worden dynamische stabiliteitsmetingen toegepast. De budgetbewaking is meerjarig van karakter. Realisatie Realisatie richt zich op de uitvoeringspraktijk, dit betekent zowel de uitvoering van het dagelijks onderhoud, de uitvoering planmatige vervangingsprojecten en nieuwe aanleg. pagina 18 van 35
Remplaceren Term waarmee de vervanging van een lamp wordt bedoeld. ROVL ROVL is de afkorting van Richtlijn voor de Openbare Verlichting. Deze richtlijn is de herziene versie van de NPR, waarbij nieuwe technieken en veranderende inzichten op het gebied van veiligheid zijn meegenomen. Scenario Een scenario is een toekomstgerichte verkenning van ontwikkelingen. Standaardmateriaal Binnen het beheer wordt vanuit efficiënte gestreefd naar een standaard materialenpakket, waardoor de kosten zo laag mogelijk blijven en erbij schadegevallen en storingen sneller gereageerd kan worden. Strategische optie Mogelijkheid om de doelstellingen met de vastgestelde randvoorwaarden te kunnen bereiken. Turnkey-contract Bij een turnkey-contract wordt uitsluitend een progamma van eisen (pve) opgesteld door de gemeente. De aannemer verplicht zich vervolgens om het werk tegen een vaste prijs uit te voeren op basis van dit pve.
pagina 19 van 35
BIJLAGE I
Omgevingsanalyse: Openbare Ruimte
In deze bijlage maakt u via u een korte beschrijving kennis met de gebruikers, de beheerders en de makers van de openbare ruimte en de aandachtspunten die daarbij horen. Onderstaand overzicht is een korte weergave van de tekst in dit hoofdstuk.
Openbare ruimte
Gebruikers
Makers
Eigenaren/beheerders
Voetgangers Fietsers Brommer- en scooterrijders Motorrijders Automobilisten Etc.
Verkeerskundigen Stedenbouwkundigen Landschapsarchitecten Deskundigen OVL Civiele technici Deskundigen openbare ruimte
Gemeenten Provincies Waterschappen Rijksoverheid
1.1
De gebruikers van de openbare ruimte Er zijn verschillende manieren om een onderverdeling te maken binnen deze brede en diverse groep gebruikers van de openbare ruimte. Er kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de manier waarop de gebruikers zich in het donker voortbewegen. Er is ook een indeling mogelijk op basis van leeftijd of op basis van gezondheid. Tot slot kan ook nog gekeken worden naar de reden en tijdsduur van het gebruik van de openbare ruimte. Wil de gebruiker zich zo snel mogelijk van A naar B verplaatsen of wil hij juist verblijven in de openbare ruimte? Wil men naar de sterren kunnen kijken? Afhankelijk van deze aspecten zal de gebruiker andere verwachtingen hebben van de omgeving en van de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte. Aandachtspunt Veel oude verlichtingsinstallaties hadden in het verleden voornamelijk een verkeersfunctie. Ze stammen uit de tijd dat het begrip 'gebruikers' beperkt werd geïnterpreteerd. De laatste jaren komt er steeds meer aandacht voor de 'gebruiker' van de openbare verlichting in de brede zin van het woord, omdat de sociale veiligheid in de openbare ruimte een belangrijke functie vervult. Daarnaast is er een cultuuromslag gaande, waarbij er minder gedacht wordt vanuit de techniek en meer vanuit de gebruikers en hun beleving. Burgerparticipatie past bij deze cultuuromslag.
Het is belangrijk dat we bij de inrichting van de openbare ruimte en de eisen die worden gesteld aan de verlichting steeds de vraag stellen wie we voor ogen hebben als 'de gebruikers'.
1.2
De eigenaren/beheerders van de openbare ruimte In Nederland is de openbare ruimte grotendeels in eigendom en beheer van gemeenten, provincies, waterschappen of de rijksoverheid. Als we het hebben over openbare verlichting zijn de gemeenten, die circa 85% van de verlichting in beheer hebben, dus de belangrijkste spelers in het veld. pagina 20 van 35
Aandachtspunt De afstemming tussen de bovengenoemde spelers in de openbare ruimte blijkt in de praktijk niet altijd optimaal te zijn. Dit is terug te zien in het straatbeeld. Vaak is zichtbaar waar het beheer overgaat in andere handen of een ander gebied. Op die locaties verandert het verlichtingsregime plotsklaps van veel naar weinig verlichting (of andersom), verandert de kleur van de verlichting, worden er andere armaturen toegepast of is de opstelling van de lichtmasten ineens anders. Dit is verwarrend voor de gebruiker en komt de veiligheid niet ten goede. Ook de beeldkwaliteit is er niet bij gebaat. Goede afstemming en samenwerking tussen de verschillende eigenaren/beheerders is essentieel als het gaat om de inrichting van de openbare ruimte.
1.3
De ontwerpers van de openbare ruimte Als we het in dit plan hebben over de ontwerpers van de openbare ruimte, dan bedoelen we daarmee de mensen die plannen maken, beoordelen, de voorbereidingen treffen en zorgen voor de uitvoering. Deze makers slaan als het ware een brug tussen de gebruikers en de eigenaren. Ze hebben de taak om de openbare ruimte zo in te richten dat deze aangenaam en veilig is voor de gebruikers en goed te beheren is. In de tabel bovenaan in dit hoofdstuk hebben we al aangegeven wie we onder de makers verstaan. Daarnaast is er aandacht voor andere personen of partijen die bij het proces betrokken zijn, zoals projectleiders en bestuurders. De indeling in de tabel is slechts een vereenvoudiging van de werkelijkheid. Civiele techniek, verkeerskunde en wegontwerp begeven zich in elkaars vakgebied. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld lichttechniek en beleid openbare verlichting. De realiteit is complexer en weerbarstiger dan de indeling in disciplines, maar deze structuur is tot nu toe een handig hulpmiddel gebleken in de praktijk. Aandachtspunt Elke discipline heeft een eigen denkkader en hanteert haar eigen begrippen. Op het moment dat er samengewerkt wordt, ontstaan hierdoor soms situaties waarin men elkaar als 'lastig' gaat ervaren of elkaars keuzes niet begrijpt. Dat kan een goed eindresultaat in de weg staan.
Samenwerken wordt nog lastiger als bepaalde disciplines pas in een laat stadium of helemaal niet bij het project worden betrokken en er al allerlei keuzes zijn gemaakt. Voor een optimaal eindresultaat en een goede samenwerking is het noodzakelijk dat per project in een vroeg stadium alle invalshoeken en argumenten in beeld worden gebracht. Het beste resultaat wordt bereikt als alle disciplines zich open opstellen en er ruimte is voor een integrale benadering op grond van het beleid dat door de gemeente(n) is vastgesteld.
pagina 21 van 35
BIJLAGE II
Relaties en wisselwerking doelgroepen
In deze bijlage wordt ingegaan op de relaties tussen de verschillende betrokken partijen, de openbare ruimte en de openbare verlichting en de manier waarop ze elkaar beïnvloeden. Ook deze informatie is belangrijk om de beleidskeuzes, die in het beleidsdeel van deze nota worden voorgesteld beter te begrijpen. Daarbij wordt de volgende figuur als hulpmiddel gebruikt.
De grote cirkel staat voor de openbare ruimte, dat is het totaal. Hierbinnen bevinden zich drie deelverzamelingen: de gebruikers, de makers en de openbare verlichting. Deze hebben allemaal een relatie met elkaar en met de openbare ruimte. In totaal zijn er dus zes relaties te onderscheiden. De relaties gebruikers <-> openbare ruimte en gebruikers < -> openbare verlichting zijn echter samengevoegd, omdat het in dit plan gaat om hoe de gebruikers de openbare verlichting als onderdeel van de openbare ruimte ervaren en daardoor worden beïnvloed.
2.1
Ontwerpers < -> Openbare ruimte De ontwerpers hebben een grote invloed op de openbare ruimte. Samen met de eigenaren/beheerders zijn ze bepalend voor de keuzes die er gemaakt worden. Idealiter laten ze zich bij het maken van deze keuzes ook beïnvloeden door de openbare ruimte zelf en laten ze zich leiden en inspireren door de eigenschappen pagina 22 van 35
en kwaliteiten van de betreffende locatie. Dat geldt niet alleen voor de stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten, maar o.a. ook voor de verkeerskundigen, wegenbouwkundigen, civiele technici en verlichtingsdeskundigen. Op die manier kan er maatwerk worden geleverd en kunnen bepaalde kwaliteiten van de omgeving behouden, benut of zelfs versterkt worden.
2.2
Ontwerpers < - > Gebruikers De laatste jaren komt er steeds meer aandacht voor de gebruiker van de openbare ruimte en diens ideeën en beleving. Burgerparticipatie sluit hierop aan. Via burgerparticipatie kunnen gebruikers invloed uitoefenen op de ontwerpers en kunnen ideeën en wensen van de gebruiker worden meegenomen. Er wordt in toenemende mate van burgerparticipatie gebruik gemaakt. Bij stadsuitleg is nog te weinig sprake van een (directe) relatie tussen ontwerpers en gebruikers en van wederzijdse beïnvloeding. Een nadeel hiervan is dat er soms zaken worden uitgevoerd die weerstand en verzet oproepen.
2.3
Ontwerpers < - > Openbare verlichting De deskundigen openbare verlichting zijn onderdeel van de deelverzameling makers. Het is duidelijk dat ze een relatie hebben met openbare verlichting. Voor de andere disciplines, de wegenbouwkundigen, verkeerskundigen, civiele technici, landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen, is het minder duidelijk welke relatie ze met openbare verlichting hebben. De mate waarin men aandacht heeft voor het onderwerp is vaak persoonsgebonden. De deskundigen openbare verlichting hebben daarom in projecten de missie om informatie en deskundigheid zo goed en vroegtijdig mogelijk in te brengen in het project. Er moet een goede balans ontstaan tussen de openbare ruimte bij daglicht en het nachtbeeld en niet, dat er alleen oog is voor het voldoen aan de eisen op het gebied van verkeersveiligheid.
2.4
Gebruikers < -> Openbare ruimte Gebruikers < - > Openbare verlichting De gebruiker heeft in toenemende mate invloed op de openbare ruimte en de inrichting daarin, maar voor de openbare verlichting blijft het beperkt. Er wordt steeds meer inspraak mogelijk via burgerparticipatie. Als we kijken naar de participatieladder (dit is een aantal verschillende manieren waarop burgers kunnen worden betrokken bij projecten of het maken van beleid), dan geldt voor de Openbare Verlichting vooral informeren, raadplegen en adviseren en (nog) in mindere mate coproduceren (meewerken) en /of meebeslissen. Als voorbeeld van coproduceren kan bijvoorbeeld worden genoemd de pilot met ledverlichting in wijk Blokweer waarbij bewoners zelf mee hebben gewerkt bij de inventarisatie van donkere plekken en oplossingen hebben aangedragen voor verbeteringen. Een tweede voorbeeld is de Van Eesterensingel waar een onderzoek is gehouden naar de beleving van ledverlichting en de kleur van de ledverlichting. De gebruiker wordt echter wel in grote mate beïnvloed door de openbare ruimte en de openbare verlichting daarin. De verlichting is daarbij niet alleen medebepalend voor de beleving van de openbare ruimte door de gebruiker, ook pagina 23 van 35
wordt zijn gedrag er deels door bepaald. Dit bleek ook al enigszins uit hetgeen we beschreven bij de functies van de openbare verlichting. Voorbeelden • Als een weg door een woonwijk verlicht is met lage masten die een vriendelijk licht uitstralen, zal de weggebruiker geneigd zijn om langzamer te gaan rijden. • Wanneer er op een recht stuk weg hoge masten staan of het verlichtingsniveau heel hoog is, zal dit de indruk wekken dat er op deze weg stevig doorgereden mag worden (ook als het een weg door een woonwijk is, waar maar 30 km per uur mag worden gereden). Dit zal invloed hebben op het rijgedrag van de gebruiker. • Als direct na sluitingstijd in het uitgaansgebied het licht heel fel wordt aangedaan, zullen de bezoekers dit gebied sneller verlaten (veeglicht) • Als een weg in een natuurgebied niet of minimaal is verlicht, zat dit eerder uitnodigen tot het matigen van snelheid, dan wanneer de weg goed zou zijn verlicht. Het gegeven dat de omgeving en de verlichting daarin van invloed zijn op het gedrag van de gebruiker kan bewust worden ingezet bij het inrichten van de openbare ruimte.
2.5
Openbare verlichting < -> Openbare ruimte De omgeving is medebepalend voor de geschiktheid van het type openbare verlichting. Op een plattelandsweggetje wordt andere verlichting geplaatst dan in het centrum van de stad. In een woonwijk staan andere masten en armaturen dan langs een stroomweg. De invloed van de omgeving op de verlichting gaat echter verder. Ook op een veel subtieler niveau is ze van invloed op de verlichting. Voorbeelden • Als de wijk zo wordt ontworpen dat de woningen aan twee kanten met de auto bereikbaar zijn, komt er daardoor meestal meer verlichting. • Als een fietspad een eind van de weg af ligt zal dit, indien men het wil verlichten, apart verlicht moeten worden. Als het fietspad direct naast de weg ligt, is dit vaak niet nodig. • Als de bomen heel dicht bij de lichtmasten zijn geplaatst, verdwijnt de verlichting na enige tijd in de boomkruinen en wordt de weg minder goed verlicht. • Als de gevels van de gebouwen die aan de weg staan licht van kleur zijn, heeft de verlichting een ander effect dan wanneer de gevels donker van kleur zijn. Op haar beurt beïnvloedt de verlichting de omgeving. Ook dit is iets wat op allerlei manieren gebeurt en zich het beste laat illustreren met enkele concrete voorbeelden: • Als er in een natuurgebied volop openbare verlichting wordt geplaatst, ziet de omgeving er ineens een stuk minder natuurlijk uit.
• Als er in een mooi, oud stadscentrum met historische panden heel fel en koud licht brandt als het donker is, is de rustieke sfeer verdwenen. • Als er op een transferium of parkeerterrein slechts enkele lichtmasten staan, die ook nog slecht onderhouden zijn en scheef staan, zal dit gebied daardoor onaantrekkelijk worden. • Als er in een modern uitgaanscentrum hippe verlichting staat, zal dit gebied daardoor extra aantrekkelijk worden. pagina 24 van 35
•
Als er in een gebied allerlei soorten lichtmasten door elkaar staan of te veel typen armaturen worden toegepast, zal een plek als onrustig worden ervaren.
De sterke relatie tussen verlichting en openbare ruimte is een extra argument om het verlichtingsaspect en de bewoners in een vroeg stadium te betrekken bij de (her)inrichting van een gebied. Kortom voor een goed eindresultaat bij verlichtingsvraagstukken in de openbare ruimte is het van belang dat in een vroeg stadium alle disciplines bij het proces betrokken worden en dat alle invalshoeken en argumenten in beeld worden gebracht.
pagina 25 van 35
BIJLAGE III Wet- en Regelgeving In deze bijlage wordt de voor de openbare verlichting relevante wet- en regelgeving besproken. Er wordt gekeken naar de gemeentelijke aansprakelijkheid vanuit het Burgerlijk Wetboek en er worden normen en richtlijnen beschreven voor de verlichting en voor de verlichtingsmiddelen.
3.1
Aansprakelijkheid De Nederlandse wegbeheerder kan, op grond van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek (kwalitatieve of risicoaansprakelijkheid) dan wel krachtens artikel 6:162 (onrechtmatige daad), aansprakelijk worden gesteld voor schade ontstaan door een eenzijdig verkeersongeval ten gevolge van de gebrekkige of gevaarlijke toestand van de openbare weg. Onderscheid moet worden gemaakt tussen de risicoaansprakelijkheid uit artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek (hierna BW) en de schuldaansprakelijkheid zoals vastgelegd in artikel 6:162 BW. Het belangrijkste verschil tussen beide artikelen is, dat in het kader van het eerstgenoemde artikel de zorg van de wegbeheerder is losgekoppeld van de beoordeling omtrent de aansprakelijkheid. Bekendheid met het gebrek is dan ook niet vereist. Verder beperkt de werking van artikel 6:174 BW zich tot de staat van de openbare weg zelf, terwijl artikel 6:162 BW ook betrekking heeft op goederen die zich op het wegdek bevinden. Artikel 6:174 BW is speciaal gericht op wegbeheerders. Artikel 6:162 BW heeft een veel bredere werking. Krachtens artikel 6:174 BW is de wegbeheerder aansprakelijk wanneer de openbare weg niet voldoet aan de eisen en/of richtlijnen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, waardoor zich een gevaar voor personen en zaken verwezenlijkt. Hier geldt de risicoaansprakelijkheid.
Dat wil zeggen dat de weggebruiker niet meer de schuld van de wegbeheerder moet aantonen maar slechts de gevaarlijke toestand van de weg(uitrusting) en het daardoor intreden van gevaar. Hierbij moet wel aangemerkt worden dat er slechts sprake is van een inspanningsverplichting, de openbare weg hoeft niet steeds in perfecte staat te verkeren. De wegbeheerder kan de aansprakelijkheid in veel gevallen wegnemen door op een deugdelijke en effectieve wijze te waarschuwen voor gebreken aan de weg. Voor openbare verlichting is dit een lastige zaak. Aansprakelijkheid kan worden beperkt door: • het periodiek en systematisch uitvoeren van inspecties en onderhoud • een vastgesteld beleidsplan • een systeem van rationeel beheer (meerjaren vervangingsplan) • een goed werkend meldingenmanagement • adequaat handelen bij het verhelpen van schades en storingen. Aansprakelijkheid krachtens artikel 6:162 BW vereist een onrechtmatige daad, de toerekening hiervan en schade. Bovendien wordt er in dit artikel vanuit gegaan dat er een causaal verband kan worden gelegd tussen de onrechtmatige gedraging en de schade. Tenslotte hanteert dit artikel het uitgangspunt van relativiteit. Daarbij gaat het erom dat in het kader van de onrechtmatige gedraging de omvang van het risico wordt afgewogen tegen de omvang van de zorg.
Een kleine kans op een ongeval is in beginsel geen beletsel voor het aannemen van een onrechtmatigheid. In deze situatie moet de schade wel aanzienlijk zijn. Er moet dan sprake zijn van een onaanvaardbaar risico. Wanneer de wegbeheerder aansprakelijk is voor de schade, heeft de benadeelde in beginsel recht op volledige compensatie van de geleden schade. De omvang van de schadevergoedingsplicht kan worden verminderd met een beroep op de eigen schuld aan de kant van de benadeelde (artikel 6:101 BW). De eventuele pagina 26 van 35
onoplettendheid en onvoorzichtigheid van de benadeelde komt dus pas ter sprake in het kader van de schadevergoedingsplicht. Hoewel het wettelijk niet is vastgelegd dat een weg of de openbare ruimte verlicht moet worden, kan het ontbreken van verlichting wel worden aangemerkt als het plegen van een onrechtmatige daad. Als een onrechtmatige daad wordt aangemerkt: het doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Als het ontbreken van verlichting of onvoldoende of misleidende verlichting tot gevaarlijke situaties kan leiden, zal de wet in veel gevallen zo moeten worden geïnterpreteerd dat een adequate verlichting is vereist. Indien de rechter van mening mocht zijn dat dit het geval is, dan kan de gemeente zich beroepen op het gevoerde beleid zoals is vastgelegd in het beleidsplan. In dit beleidsplan moet dan een neerslag te vinden zijn van de belangenafweging die door de gemeente is gemaakt en op grond waarvan besloten is waar wel (en in welke mate) en waar niet openbare verlichting wordt toegepast. Het besluit om op de betreffende weg geen verlichting aan te brengen, kan in dit geval als redelijk worden beschouwd, zodat de gemeente niet een gebrek aan zorg verweten kan worden.
Wel kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade ontstaan door ondeugdelijke verlichtingsmiddelen ten gevolge van achterstallig of geheel nagelaten onderhoud. Bijvoorbeeld door slecht preventief en curatief onderhoud kunnen armaturen of kappen losraken en naar beneden vallen op voorbijgangers of geparkeerde auto's. Masten kunnen doorroesten en omvallen en op die manier schade veroorzaken. Bedrading en voedingen kunnen losraken waardoor aanrakingsgevaar kan ontstaan van onder spanning staande delen. Houd er rekening mee dat bij hoofdelijke aansprakelijkheid, krachtens artikel 6:174 en/of artikel 6:162 BW, de wegbeheerder zich jegens de weggebruiker niet kan ontrekken aan aansprakelijkheid met een beroep op een contractueel beding tussen hem en derden (bijvoorbeeld een aannemer). Uitgangspunt is dat bij een erkenning van aansprakelijkheid de verkeerssituatie moet worden aangepast. Gevallen waarbij aansprakelijkheid van de gemeente erkend wordt, dienen door de juridische afdeling aan de wegbeheerder systematisch kenbaar gemaakt te worden, zodat de daarvoor verantwoordelijke afdeling de betreffende situatie(s) ook daadwerkelijk kan aanpassen.
3.2
Landelijke normen en richtlijnen Bij het ontwikkelen van gemeentelijk OVL-beleid wordt rekening gehouden met landelijke normen en richtlijnen. Onderscheiden worden regelgeving met betrekking tot de kwaliteit van de verlichting en regelgeving met betrekking tot de verlichtingsmaterialen. Naast het Burgerlijk Wetboek zijn voor de OVL de volgende publicaties van belang: • Aanbevelingen voor de Openbare Verlichting van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) • Nederlandse Praktijkrichtlijn 13201-1 (NPR) • Richtlijn Openbare Verlichting 2011 (ROVL 2011) • Normen, gepubliceerd door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI). Deze normen kunnen nationale normen (NEN's) en Nederlandse Praktijkrichtlijnen (NPR's) betreffen of Europese Normen (EN's) volgens het Comité Européen de Normalisation (CEN). In samenwerking tussen de NSVV en het NNI is de NPR 13201-1 opgesteld. Hierin wordt het aspect verlichtingskwaliteit nader uitgewerkt. De richtlijn geeft al naar gelang het gebruik van de ruimte aanbevelingen voor de kwaliteit van de openbare verlichting en de verlichtingniveaus. De NPR 13201-1 is afgeleid van de pagina 27 van 35