20160108 Beheerdeel Nota OV 2016-2025 vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Nota Openbare Verlichting Alblasserdam 2016 - 2025 'Licht waar het moet, donker waar het kan'
Beheerdeel
Status: In opdracht van: Opgesteld door: Adviseur: Datum: Versie:
definitief B. van Gemerden F.J. Jonker (Stadsbeheer Dordrecht) R. van Bochove (Bema-Lux) 2 november 2015 10
Inhoudsopgave Samenvatting Beheerdeel 1
blz. 3
Uitgangspunten voor Beheer
A. Licht waar het moet, donker waar het kan. 5 B. Functies openbare verlichting 9 C. Wet- en regelgeving 9 D. Verlichtingsklassen 12 E. Duurzaam en doelmatig beheer en instandhouding 12 F. Vervangingsgrondslagen openbare verlichting 14 G. Rol van gebruikers/participatie 14 H. Meldingsmanagement 15 I. Lichthinder en lichtvervuiling 16 J. Koppeling met doelstellingen uit de Samenlevingsagenda in Alblasserdam 17 K. Bijdrage aan energiedoelstellingen 17 L. Tevredenheidsscore in Veiligheidsmonitor 18 M. Financiële uitgangspunten 18 2
Kosten van beheer
Bijlage I Analyses openbare verlichtingsmiddelen
19 20
1.1 Analyse van de huidige samenstelling verlichtingsmiddelen 1.2 Analyse lichttechnische kwaliteit 1.3 Financiel analyse 1.4 Analyse van meldingsmanagement 1.5 Analyse energiegebruik Bijlage II De beheerorganisatie
25
2.1 Belanghebbenden 2.2 Beheerbeleid 2.3 Beheerprogramma 2.4 Middelen 2.5 Uitvoering 2.6 Monitoring 2.7 Besluitvorming
pagina 2 van 30
Samenvatting Beheerdeel De gemeente heeft een grote maatschappelijke opgave. Het beheer van de openbare verlichting levert een belangrijke bijdrage aan deze opgave. Naast deze maatschappelijke opgave heeft de openbare verlichting ook een financiële waarde. Goed rentmeesterschap van de kapitaalgoederen zorgt ervoor dat deze waarde behouden blijft. Beheeropgave wordt complexer De opgave is om te zorgen dat de openbare verlichting maximaal bijdraagt aan de maatschappelijke doelen en dat daarbij ook op lange termijn de juiste investeringsbeslissingen worden genomen. Dit is een complexe opgave. Deze opgave wordt onder de huidige omstandigheden alleen maar groter, omdat de maatschappelijke uitdagingen groter worden en de financiële kaders krapper, terwijl tegelijkertijd ook een vergrijzing en een daarmee samenhangend vraagstuk van ‘kennisborging’ plaatsvindt. Bovendien wordt door de maatschappij meer samenwerking gevraagd en vraagt duurzaamheid om nieuwe oplossingen. Voor onze beheerorganisatie geldt: meer met minder of meer met hetzelfde. Een enorme uitdaging dus. Professionalisering is de oplossing In de beheerorganisatie kom je veel inzet, betrokkenheid en vakmanschap tegen. Maar dat is vanwege de nieuwe uitdagingen niet meer genoeg. Aan de continuïteit, voorspelbaarheid, transparantie en kwaliteit van de organisatie worden hogere eisen gesteld.
Professionaliseren, het verbeteren van deze aspecten, is nodig. Terugblik Structuur-, en Meerjaren vervangingsplan De beheer en onderhoudswerkzaamheden zijn de afgelopen jaren uitgevoerd op basis van het Structuurplan OVL. Het Structuurplan is in 2005 opgesteld voor de periode 2006-2015. Daaraan gekoppeld is er een Meerjaren vervangingsplan 2007-2011 opgesteld. De geplande werkzaamheden hieruit zijn echter maar voor een deel uitgevoerd, mede vanwege bezuinigingsmaatregelen. Analyses Openbare Verlichtingsmiddelen Op basis van kentallen en beheergegevens hebben we een aantal analyses gemaakt van de afgelopen jaren. Deze analyses vormen onder andere de basis voor hetgeen in het beleidsplan is opgenomen. Voor de leesbaarheid van dit beheerdeel is er eveneens voor gekozen om dit onderdeel op te nemen in bijlage I. Hoe is het beheer gekoppeld aan de uitgangspunten uit het beleidsdeel? In dit hoofdstuk wordt zichtbaar hoe het beheerdeel is gekoppeld aan de uitgangspunten die zijn geformuleerd in het beleidsdeel van de nota Openbare Verlichting. ( A t/m M) Dit vormt het belangrijkste onderdeel van het beheerdeel. Daarom is ervoor gekozen om met dit hoofdstuk te beginnen in het beheerdeel. Innovatie Verlichtingsmiddelen worden constant verbeterd, er komen nieuwe typen lampen op de markt en deze worden bij vervangingen toegepast en of middels pilots in de praktijk getoetst.
De beheerorganisatie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de huidige beheerorganisatie functioneert en wordt tevens aangegeven op welke wijze de beheerorganisatie zich de komende jaren verder wil ontwikkelen. De ISO- NEN 55000 norm, die momenteel in ontwikkeling is, zal hierbij een belangrijke rol spelen. pagina 3 van 30
Ondertussen is er in het afgelopen decennium op het gebied van beheer sprake van een sterke kennisontwikkeling en innovatie. Er is een Brits kwaliteitssysteem dat momenteel wordt vertaald in een norm: ISO-NEN 55000 Assetmanagement, deze is in 2013 beschikbaar gekomen. De beheerorganisatie van OVL wil de komende jaren onderzoeken of ze kan aansluiten op deze ontwikkeling. Professionalisering van beheer met zeven onderdelen In dit kwaliteitssysteem staan zeven onderdelen centraal om de professionalisering concreet vorm te geven. De onderdelen Belanghebbenden Beheerbeleid Beheerprogramma Middelen Uitvoering Monitoring Besluitvorming zorgen – in de goede samenhang – dat de organisatie door optimaal beheer de beste balans tussen kosten, prestaties en risico’s realiseert. Kern van de ordening is dat het primaire beheerproces parallel loopt aan de verbetercirkel van Deming (Plan Do Check Act), waardoor het zelflerend vermogen van de organisatie en de mensen vorm krijgt. Dit hoofdstuk is opgenomen in bijlage II, omdat het vooral interessant is als achtergrondinformatie voor personen die hier specifiek in geïnteresseerd zijn. Kosten van beheer In dit laatste hoofdstuk wordt toegelicht hoe de begroting van de openbare verlichting tot op heden is opgebouwd. Realisatiedeel In het realisatiedeel worden 2 scenario’s omschreven.
Het betreft een uitwerking van de ambities en kaders uit het beleid- en beheerdeel. Per scenario wordt aangegeven wat daarbij de financiële consequenties zijn voor de komende jaren. Vervolgens wordt er een voorkeurscenario aangegeven. Het bestuur heeft met behulp van de scenario’s meer inzicht in de financiële consequenties van de keuzes die gemaakt kunnen worden.
pagina 4 van 30
1
Hoe is het beheer gekoppeld aan de uitgangspunten uit het beleidsdeel? In dit hoofdstuk is zichtbaar gemaakt hoe het beheer is gekoppeld aan de uitgangspunten die zijn geformuleerd in het beleidsdeel van de nota Openbare Verlichting.
A
Licht waar het moet, donker waar het kan In hoofdlijnen betekent dit dat de openbare ruimte, die eigendom is van de gemeente en waarvan ze wegbeheerder is, wordt verlicht met uitzondering van: Wegen buiten de bebouwde kom (met uitzondering van gevaarlijke (kruispunten) Zelfstandig recreatieve fiets- en voetpaden die geen belangrijke functie hebben als woon- en werkverkeer (bijvoorbeeld paden in parken). In het onderstaande overzicht is kort samengevat aangegeven welke openbare ruimten en specifieke soorten verlichting er worden onderscheiden en op welke wijze deze worden verlicht. (gebaseerd op het voorkeurscenario)
Openbare ruimten/specifieke verlichting
verlichten
Toegepaste lichtpunthoogte
Kleur licht
Materiaal
Knelpunten / opmerking
Buiten de bebouwde kom
Alleen gevaarlijke kruispunten en woon-werk fietspaden
6, 8 of 10 meter voor de kruispunten en 4,5 meter voor de fietspaden
wit (dimbaar, bij fietspaden boven 30 watt)
standaard
Verlichting is vaak in beheer van Waterschap of Rijkswaterstaat
Hoofdontsluitingswegen Stroomwegen
Ja
10 meter
wit (dimbaar)
standaard
Gebiedsontsluitingswegen Erftoegangswegen
Ja Ja
8 of 10 meter 8 meter
standaard standaard
Fiets- en voetpaden binnen de bebouwde kom
4,5 meter
standaard
Fietspad Nieuwlandparc
Tunnels (en viaducten)
ja, mits het geen recreatief pad is Ja
wit (dimbaar) wit (dimbaar, boven 30 watt) wit (dimbaar boven 30 watt)
Verlichting is vaak in beheer van Rijkswaterstaat Geen Geen
Tegen plafond of wand
wit (dimbaar boven 30 watt)
Geen
Woonstraten/woonerven
Ja
Centrum/winkelcentrum
Ja
3,5 en 6 meter soms 4,5 meter -masten op diverse hoogten (3,5 t/m 10 meter
wit (dimbaar boven 30 watt) wit (dimbaar boven 30 watt)
Robuuste, lichttechnische armaturen. standaard
geen
Industriegbieden en bedrijventerreinen
Ja
6, 8 en 10 meter
wit (dimbaar boven 30 watt)
standaard voor bijzondere gevallen afwijkingen mogelijk standaard
Parken /recreatieve paden
Nee, met als uitzondering een doorgaande hoofd(fiets) route Nee
4,5 meter
wit (dimbaar boven 30 watt)
standaard
geen
nvt
nvt
nvt
Oude regeling vervalt.
Brandgangen en achterpaden ( particulier eigendom)
pagina 5 van 30
Geen
Geen
Toegangswegen en parkeerterreinen van sportaccommodaties Objectenverlichting (kunstwerken)
Ja
8 meter
wit (dimbaar boven 30 watt)
standaard
Ja, onder voorwaarden
Variabel afhankelijk situatie
Wit standaard en variabel indien nodig
Boomverlichting (seizoensverlichting) Kerstboomverlichting (seizoensverlichting) Sfeerverlichting (seizoensverlichting)
Nee
nvt
nvt
Standaard en per object maatwerk indien nodig. nvt
Ja, onder voorwaarden Mogelijk, Ja, in een specifiek aangewezen gebied nabij winkelcentra onder voorwaarden Ja, onder voorwaarden
variabel
wit / gekleurd licht wit / gekleurd licht
Lichtmastreclame
variabel
Geen
led verlichting led verlichting
Conform reclamebeleid en voorwaarden lm reclame
Hieronder staan een aantal specifieke soorten verlichting nog nader uitgewerkt. Omdat dit in de deelnemende gemeenten verschillend is georganiseerd, is er besloten om dit niet in het algemene beleidsdeel op te nemen, maar in het beheerdeel dat specifiek per gemeente wordt opgesteld. Brandgang/achterpadverlichting Met brandgangen worden bedoeld achterpaden en niet commerciële paden/pleintjes in bezit van rechtspersonen die grenzen aan de openbare weg. De gemeente heeft in het kader van de sociale veiligheid een aantal jaren geleden besloten om individuele bewoners (via een buurtgroep of vereniging) de mogelijkheid te geven een jaarlijkse vergoeding te ontvangen voor het zelf aanbrengen van achterpadverlichting. Van deze mogelijkheid is zeker in de beginperiode goed gebruik gemaakt. In totaal werden toen ca. 110 armaturen vergoed a € 11,34 = €1.247,-/jaar. In 2015 is ca 30% niet meer aanwezig/vervallen en zijn alle contracten verlopen. In afwachting van een nieuw besluit is de vergoeding afgelopen jaren wel uitgekeerd. Voortzetten van deze regeling is vanaf 2016 niet meer gewenst omdat : - Inmiddels zijn de meeste overeenkomsten zijn verlopen en verschillende buurtgroepen bestaan niet meer. - De administratieve kosten van het uitbetalen van relatief hoog zijn t.o.v. de uit te betalen vergoeding. - De aanschafkosten van armaturen omlaag zijn gegaan.
- De stroomkosten na de introductie van LED lampen sterk omlaag zijn gegaan. In de toekomst biedt de gemeente een andere mogelijkheid te om via een overeenkomst in bepaalde gevallen (brandgang)verlichting aan te brengen op particulier terrein. Het gaat dan om zogenaamde oriëntatieverlichting in de gehele brandgang, teneinde de zichtbaarheid en herkenbaarheid van objecten in de brandgang te vergroten. Uitgangspunten zijn: 1) niet commerciële openbare paden/pleintjes die aan de openbare weg grenzen. 2) de contracthouder dient een rechtspersoon te zijn, zoals bijvoorbeeld een VVE, woningbouwcoöperatie. 3) de aanleg van de brandgangverlichting geschiedt door of vanwege de gemeente op kosten van de aanvrager pagina 6 van 30
4) 5) 6) 7)
de gemeente past standaardmaterialen toe (vanwege de beheerbaarheid) het plan zal samen met de aanvrager worden opgesteld, de gemeente stelt hiertoe een offerte en een overeenkomst op. de verlichting wordt op het kabelnet (OVL aansluitingen) van Stedin aangesloten en brandt dus met de Openbare Verlichting mee. na aanleg zal de gemeente de brandgangverlichting voor rekening van derden beheren. Kosten worden jaarlijks in rekening gebracht.
Toegangswegen en parkeerterreinen van sportaccommodaties Toegangswegen en parkeerterreinen van sportvoorzieningen zijn vaak semiopenbare ruimten. Ondanks het feit dat de toegangswegen naar sportparken in Alblasserdam meestal geen eigendom zijn van de gemeente is het beheer van deze toegangswegen ondergebracht bij de gemeente. Vanwege maatschappelijke argumenten is dit ook te begrijpen, immers de verantwoording voor het functioneren van de verlichting en daarmee de veiligheid voor de toegangswegen naar de sportaccommodaties willen we vanwege de bedrijfszekerheid, niet bij derden onderbrengen. Er wordt openbare verlichting geplaatst en onderhouden langs de toegangswegen met de aangrenzende parkeerterreinen naar sportaccommodaties. Een uitgangspunt hierbij is, dat de verlichting geplaatst wordt tot de hoofdentree van het sportverenigingsgebouw, ongeacht de eigendomsgrenzen ter plaatse. Objectenverlichting Objecten/gebouwen of kunstwerken worden alleen aangelicht als deze aan de drie onderstaande criteria voldoen. - een bijzonder gebouw of kunstwerk in eigendom van de gemeente Alblasserdam - een bijzondere functie - een bijzondere plek in de gemeente Indien budget beschikbaar, zal per object door een deskundige een apart verlichtingsplan worden gemaakt. Dit maakt objectverlichting tot een kostbare zaak.
Belangrijk aandachtspunt is een goede afstemming tussen de openbare verlichting en de objectverlichting. Seizoensverlichting De seizoensverlichting kent 3 onderdelen: - (Kerst)boomverlichting - Sfeerverlichting - Boomverlichting (Kerst)boomverlichting (tijdelijk aangebracht) Door de gemeente Alblasserdam wordt jaarlijks op het plein voor het gemeentehuis een grote kerstboom geplaatst en verlicht. Deze verlichting is aangesloten op een eigen stroomvoorziening op het plein. Wanneer derden, bijvoorbeeld winkeliers of bedrijven een kerstboom op openbaar terrein willen plaatsen is dit na toestemming van de gemeente mogelijk Vanwege de bedrijfszekerheid van de Openbare Verlichting, kan en mag kerstboomverlichting niet direct worden aangesloten op het kabelnet van de Openbare Verlichting. De aanvrager (vaak winkeliersvereniging) dient zelf voor een (laagspanning)aansluiting te zorgen. Zowel de aansluitkosten, als de pagina 7 van 30
exploitatiekosten van deze kerstboomverlichting komen voor rekening van de aanvrager. Sfeerverlichting (tijdelijk aangebracht) Sfeerverlichting bestaat meestal uit feestelijk verlichte ornamenten die gedurende de periode november t/m medio februari kunnen worden opgehangen in een aantal winkelstraten.. Ze kunnen bijv. aan een gevel of lichtmast bevestigd worden. Deze soort verlichting kan onder voorwaarden worden aangesloten via de voeding van de openbare verlichting. Voor het aanbrengen is altijd toestemming van de gemeente nodig. De verlichting dient door een professionele firma geleverd en bevestigd te worden. De kosten worden in overleg verdeeld over aanvrager en gemeente. Boomverlichting (permanent aangebracht) Boomverlichting in deze vorm komt in Alblasserdam niet voor op dit moment. Mede omdat de beheerkosten van deze verlichting zijn hoog zijn en de verlichting vaak schade aan bomen veroorzaakt is het niet te verwachten dat deze soort verlichting in Alblasserdam aangebracht zal worden. Natuurvriendelijke verlichting De effecten van kunstlicht op populaties en ecosystemen zijn nog onvoldoende bestudeerd. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de kunstlichteffecten verder gaan dan alleen het verstoren van oriëntatie of tijdelijk verblinden.
Experimenten met aanpassingen in de spectrale compositie van kunstlicht zijn veelbelovend, en de komende jaren zal blijken welke kleur licht, afhankelijk van de specifieke omgeving het meest geschikt en natuurvriendelijk is. Wij verwachten dat dit vervolgens ook zijn doorwerking zal krijgen in de richtlijnen op het gebied van de Openbare verlichting. Tot nadere besluitvorming hierover noodzakelijk is, wordt de lichtkleur toegepast conform de huidige richtlijnen en zoals opgenomen in bovenstaande matrix. Er is specifieke aandacht voor vleermuisvriendelijke verlichting Tijdens de uitvoering van deze nota zal worden bekeken of bij concrete vervangingen van lichtmasten en/of armaturen in vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen rekening kan worden gehouden met vleermuisvriendelijke verlichting en/of maatwerkoplossingen, die binnen het gekozen beleidsmatige- en financiële kader van deze nota passen. In de wijk Blokweer zijn een viertal vleermuisvriendelijke armaturen geplaatst. Lichtmastreclame en functioneel gebruik lichtmasten Bebording/reclame/bloembakken aan lichtmasten Men heeft – indien men geen hang- of wandarmaturen gebruikt – voor verlichting een lichtmast nodig. Het bespaart ruimte en geld om deze mast, nu hij er toch staat, te gebruiken om ook andere zaken dan alleen het armatuur te monteren.
Hierbij valt te denken aan verkeersborden en naambordjes van straten, maar ook aan bijvoorbeeld lichtmastreclame en bloembakken. Een lichtmast biedt dus mogelijkheden, maar enige terughoudendheid is gewenst om visuele vervuiling te voorkomen. Ook in dit geval geldt immers dat overdaad schaadt De gemeente Alblasserdam heeft een doorlopend contract voor lichtmastreclame met een exploitant die een jaarlijkse vergoeding betaalt aan de gemeente. Combinaties met ANWB-bebording en Verkeersinstallaties Waar technisch mogelijk zullen masten gecombineerd worden met de bewegwijzering van de ANWB en Verkeerslichten. De verlichte ANWB bewegwijzering is aangesloten op het kabelnet van de openbare verlichting. pagina 8 van 30
Ook de verlichting van de Abris, plattegrondborden en stadklok is aangesloten op het net van de openbare verlichting.
B
Functies openbare ruimte De verlichting heeft 3 belangrijke functies in de openbare ruimte: 1. 2. 3.
Verkeersveiligheid Sociale Veiligheid Leefbaarheid
Voor openbare ruimten waar deze belangen kunnen conflicteren is een afwegingskader opgesteld. Dit afwegingskader is vanwege het algemene belang in de regio ook in het beleidsdeel opgenomen. Openbare ruimte Buiten de bebouwde kom Stroomwegen Gebiedsontsluitingswegen Erftoegangswegen Fiets- en voetpaden Binnen de bebouwde kom (verkeersfunctie) Stroomwegen Gebiedsontsluitingswegen Erftoegangswegen Fiets- en voetpaden Tunnels Binnen de bebouwde kom (verblijfsfunctie) Woonstraten Erftoegangswegen industriegebieden Binnenstad en kernwinkelgebied Winkelcentra Voetpaden
C
Verkeersveiligheid
Sociale veiligheid
Leefbaarheid
XXX X X X
O O O X
O O O O
XXX XXX XXX XXX XXX
X XX XXX XXX XXX
X X X X X
X XX XX XX X
XXX XX XXX XXX XXX
XX X XXX XXX X
Wet- en regelgeving In het beleidsdeel is wet- en regelgeving al uitgebreid aan de orde geweest. Het beheer moet voldoen aan de wet- en regelgeving. Hieronder wordt specifiek ingegaan op een aantal beheeraspecten van de wet- en regelgeving. Aansprakelijkheid Economisch rationeel beheer sluit het beste aan bij de wet- en regelgeving en de maatregelen die nodig zijn om de doelen voor vernieuwing en instandhouding van het OVL-systeem te bereiken. Bij rationeel beheer ligt de nadruk er vooral op om, gedurende een meerjarige periode (10 jaar), de kapitalisatie van investeringen, restwaarden en onderhoudskosten zo laag mogelijk te houden onder gelijkblijvende randvoorwaarden en doelen. Uit de Nederlandse praktijk blijkt dat rationeel beheer een planmatige aanpak vereist van onderhoud en vervanging. Dit planmatige karakter is het meest wezenlijke van rationeel beheer. Impliciet betekent dit dat er een grote nadruk ligt op preventief onderhoud. Correctief onderhoud is per definitie niet planmatig. Vanuit planmatigheid worden normen voor vervangingstermijnen van masten en armaturen gehanteerd. De budgetbewaking heeft een meerjarig karakter. Economisch beheer is een breder begrip maar ondersteunt de meerjarige kostenoptimalisatie van rationeel beheer. Er zijn verschillen. Ten eerste wordt het energieverbruik in de kostenoptimalisatie betrokken. Ten tweede wordt er in de pagina 9 van 30
aanpak van beheer meer ruimte geboden voor innovatie. Ten derde heeft het een bredere blik op maatschappelijke kosten, zoals: oog voor duurzaamheid van materialen; benutting van kansen om werk met werk te maken; vervangingstermijnen niet alleen afstemmen op functionaliteit, maar ook op ‘break-even’ van kosten van incidenteel herstel ten opzichte van groepsgewijze vervanging; aandacht voor ‘total cost of ownership’. Zoals reeds gezegd, ligt het voor de hand om met het oog op de beoogde doelstellingen van de OVL te kiezen voor de combinatie economisch rationeel beheer. Economisch rationeel beheer betekent tevens dat: het beheerplan een schakel vervult in de cyclische benadering. latere bijstelling en actualisering van het beheerplan logisch voortkomt uit de toepassing van de beheercyclus. dat er een meldingenmanagement is ingebed. de analyse van de OVL-prestaties gebeurt op basis van kengetallen. een beheersysteem voor de OVL onderdeel is van het ondersteunende proces voor de OVL binnen de gemeente. de relatie met leveranciers van diensten en producten voor de OVL actief wordt onderhouden. Zo worden innovatiemogelijkheden vroegtijdig gesignaleerd. er wordt gewerkt met een transparante begroting voor de OVL. het organisatiedeel actieve communicatie voert. er ingespeeld kan worden op marktontwikkelingen.
In het afgelopen decennium is op het gebied van beheer sprake van een sterke kennisontwikkeling. Er is een Brits kwaliteitssysteem dat momenteel wordt vertaald in een norm: ISO-NEN 55000 Assetmanagement, die in 2013 beschikbaar is gekomen.. De beheerorganisatie van OVL wil de komende jaren onderzoeken in hoeverre ze kan aansluiten op deze ontwikkeling. Landelijke normen en richtlijnen NPR 13201-1 Sinds 2005 volgt Alblasserdam bij vervangings- en nieuwe verlichtingsplannen de NPR 13201-1. ROVL De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde heeft in 2011 als voorloper op een nieuwe Europese norm de ROVL 2011 uitgebracht. Deze tussentijdse aanbeveling biedt meer handvatten om de verlichting, in die uren waarin er minder verkeersbewegingen zijn, te dimmen. Ook door de intrede van LED verlichting was er een nieuwe aanbeveling nodig. LED verlichting heeft de eigenschap om minder strooilicht te verspreiden en hierdoor kan de situatie ontstaan, dat de weg voldoende verlicht is maar dat er geen gezichtsherkenning mogelijk is vanwege het sterk afgekapte licht. De ROVL 2011 heeft daarom als aanbeveling om de verticale verlichtingssterkte minimaal 0,5 lux te laten zijn.
Alblasserdam zal de aanbeveling ROVL 2011 vanaf 2013 zoveel veel mogelijk hanteren, met dien verstande dat op onderdelen zoals een minimale verticale verlichtingssterkte van 0,3 lux (tot 2016) en daarna 0,5 lux zal worden afgeweken. De reden hiervoor is dat we, in straten die nu voldoen aan de NPR 13201-1 en waar de verlichtingsarmaturen van vervangen dienen te worden, deze aanbeveling niet gehaald wordt. Er dienen dan, òf extra masten geplaatst te worden òf er dient een lamp met meer vermogen toegepast te worden. Beide oplossingen leiden tot meer energieverbruik en meer masten. Dit is ongewenst, mede gezien de doelstelling om te besparen op het energieverbruik. De wijze pagina 10 van 30
waarop de openbare verlichting in Alblasserdam is ingericht en brandt (volgens de aanbeveling NPR 13201-1) wordt door de bewoners goed geaccepteerd.
Politiekeurmerk Veilig Wonen Bij nieuwe aanleg, reconstructies en/of vervangingen van de openbare verlichting wordt ontworpen volgens de NPR of ROVL-richtlijn en voldoet deze voor de woonomgeving automatisch aan de verlichtingsclassificatie van het Politiekeurmerk. Keurmerk Veilig Ondernemen De bedrijventerreinen in Alblasserdam voldoen aan dit keurmerk. Netbeheer Eigendom, beheer en onderhoud van de kabels in de grond die direct de openbare verlichting voeden, vallen onder de verantwoordelijkheid van de netbeheerder (Stedin). Eigen kabelnet Alblasserdam heeft een aantal eigen installaties met een stroomvoorziening via een eigen kabelnet. Dit eigen net is via een elektriciteitsmeter aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Het hebben van een eigen net kent voor en nadelen. Op dit moment is het zo dat alleen in specifieke gevallen gekozen is voor een eigen net zoals bijv. op het Raadhuisplein, Wilgenplein en het bedrijventerreinen Vinkenwaard Noord en Nieuwland. Verlichtingsmiddelen Verlichtingsmiddelen die worden aangeschaft voldoen altijd aan het CE-keurmerk. Elektrotechnische installatie en installatieverantwoordelijkheid De gemeente heeft als eigenaar van een elektrotechnische installatie vanuit de arbowetgeving de verplichting een invulling te geven aan de veiligheid van de bedrijfsvoering.
NEN 3140 is een kader waarbinnen een gemeente deze veilige bedrijfsvoering kan regelen. De sector Stadsbeheer van de gemeente Dordrecht, welke in opdracht van de gemeente Alblasserdam het werk coördineert, heeft de veilige beleidsvoering vastgelegd in een Handboek. Functionarissen die in hun werk in minder of meerdere mate betrokken zijn bij elektrotechnische installaties hebben een aanwijzing als Installatieverantwoordelijke, Werkverantwoordelijk, Vakbekwaam Persoon of Voldoende Onderricht Persoon. Beheer van het areaal van de openbare verlichting(OVL) en installatieverantwoordelijkheid kan niet los van elkaar gezien worden. In het handboek is een structuur opgezet waarbij afspraken gewaarborgd zijn over een manier van werken waarbij de veiligheid optimaal is. Verantwoordelijkheden zijn middels aanwijzingen toegekend en procedures en werkvoorschriften zijn beschreven. Specifieke eisen van verschillende soorten installaties zijn hierbij in acht genomen. De gedeelten eigen kabelnet en details in het werkproces van de samenwerking tussen de gemeente Alblasserdam en Dordrecht, dienen nog uitgewerkt en vastgelegd te worden. Uitgangspunt is dat de OVL-organisatie van de sector Stadsbeheer van Dordrecht op dit punt de gemeente Alblasserdam zo veel mogelijk ontzorgt.
pagina 11 van 30
D
Verlichtingsklassen We streven erna dat de openbare verlichting op het gebied van de verlichtingsklassen voor 100% aan de NPR/ROVL 2011 gaan voldoen. Bij vervanging en herinrichtingsprojecten zal de verlichting nu gaan voldoen aan de NPR en/of ROVL. De gemeente Alblasserdam heeft op dit moment 249 straten. Van alle straten is een lichtberekening gemaakt met een bepaalde mast/armatuur combinatie als uitgangspunt. Deze mast/armatuur combinatie is dan de referentie voor de hele straat. Al te ingewikkelde straatprofielen zijn veelal vermeden omdat dat die de berekeningen (onnodig) ingewikkeld maken. De uitkomst van de berekeningen geeft een indruk van de verlichtingskwaliteit in die straat. Het resultaat van de berekeningen geeft aan dat c.a. 72% op dit moment voldoet aan de richtlijnen. In het realisatiedeel wordt voorgesteld om alle straatvakken aan de NPR en/of ROVL te laten voldoen.
E
Duurzaam en doelmatig beheer en instandhouding In het beleidsdeel zijn de uitgangspunten opgenomen die we momenteel hanteren voor het duurzaam en doelmatig beheer en instandhouding van de Openbare Verlichting. Zoals reeds gemeld gaan we in de komende jaren onderzoeken in hoeverre we kunnen aansluiten bij een nieuwe ontwikkeling op het gebied van beheerorganisaties: de ISO-NEN 55000.
Professionalisering van beheer met zeven onderdelen In dit kwaliteitssysteem staan zeven onderdelen centraal om de professionalisering concreet vorm te geven. De onderdelen Belanghebbenden Beheerbeleid Beheerprogramma Middelen Uitvoering Monitoring Besluitvorming zorgen – in de goede samenhang – dat de organisatie door optimaal beheer de beste balans tussen kosten, prestaties en risico’s realiseert. Kern van de ordening is dat het primaire beheerproces parallel loopt aan de verbetercirkel van Deming (PDCA), waardoor het zelflerend vermogen van de organisatie en de mensen vorm krijgt. Toelichting op de zeven onderdelen Belanghebbenden De opgave van de beheerder begint buiten, bij de verschillende belanghebbenden en gebruikers. Het in kaart brengen van betrokkenen en hun belangen is belangrijk. Hierbij hoort ook een scherpe analyse van de context van de organisatie en de specifieke kenmerken van de gemeente en het bestuur, externe ontwikkelingen en kansen/bedreigingen. In het beleidsdeel is dit onderdeel in kaart gebracht. Beheerbeleid Dit onderdeel geeft antwoord op de kernvragen: waar gaan we naar toe, wat willen we bereiken en hoe komen we daar? Het beheerbeleid sluit aan op het onderdeel belanghebbenden, het meerjarenprogramma en ander vigerend beleid. Een helder beleid vormt de basis voor een concreet beheerprogramma.
Belangrijk onderdeel van deze bouwsteen is de vertaling van het beleid naar meetbare pagina 12 van 30
prestatie-eisen voor de OVL. Meetbaar, omdat ergens anders in het proces het beleid en de doelstellingen worden gemonitord en geëvalueerd. In het Beheerdeel is het beleid op een aantal belangrijke doelstellingen meetbaar gemaakt. Beheerprogramma Op basis van het beleid worden de beheermaatregelen bepaald en samengebracht in een integraal meerjarenbeheerprogramma. Vervolgens vindt nadere uitwerking in jaarplannen plaats. Programma en plannen gaan niet alleen over onderhoud maar ook over functionele aanpassing(en) en gebruiksbeïnvloeding. Bij programmering en prioritering zijn risicosturing en minimalisering van kosten over de gehele levenscyclus het uitgangspunt. Het meerjarenbeheerprogramma is nader uitgewerkt in het realisatiedeel. Middelen Met dit onderdeel worden alle noodzakelijk middelen op een slimme manier georganiseerd en ingezet. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over de organisatiestructuur, de werkprocessen, verandermanagement, de strategie voor uitbesteding, informatiemanagement en de bijbehorende geautomatiseerde systemen. Verder is de invulling van risicomanagement een belangrijk onderdeel waarbij de methodiek van de ISO – NEN 31000 Risicomanagement wordt toegepast. Het belangrijkste element van deze bouwsteen zijn de mensen in de beheerorganisatie. Zij moeten professioneel beheer vormgeven. Hun gedrag en competenties zijn allesbepalend.
Training, opleiding en coaching zijn hier cruciale elementen. Daarbij gaat het naast vakmanschap ook om bijvoorbeeld opdrachtgeverschap, leiderschap, communicatie en projectmanagement. Uitvoering Hier draait alles om een efficiënte voorbereiding en uitvoering van de projecten en activiteiten die voortvloeien uit het beheerprogramma en de jaarplannen. Communicatie met de omgeving is daarbij een belangrijk element. Een belangrijk aandachtspunt is en blijft dat bij nieuwbouw of vervangingen het ontwerpproces dusdanig is vormgegeven dat het in de toekomstige gebruiksfase mogelijk is de prestaties, kosten en risico’s te beheersen en de belanghebbenden/gebruikers er zo optimaal mogelijk bij te betrekken. Monitoring Monitoring en evaluatie zijn van belang om te toetsen of beleid en plannen hebben geleid tot het behalen van de doelstelling(en). Inspecties, onderzoek en analyses geven een objectief beeld van de behaalde resultaten. Op basis hiervan stelt de beheerorganisatie vast wat er moet worden aangepast: beleid, programmering, uitbesteding, projectmanagement, informatiemanagement, risicomanagement. Besluitvorming Na het vaststellen van de noodzakelijke veranderingen is het duidelijk welke acties moeten worden ingezet.
Verandering van het beleid zal door de raad worden vastgesteld, veranderingen in de bedrijfsvoering en tactische of operationele keuzes, kan het college en/of het management zelf vaststellen. Het aanbieden van het beleids-, beheer- en realisatiedeel van de nota Openbare Verlichting is een algehele actualisatie, omdat er in alle onderdelen in de afgelopen jaren nieuwe ontwikkelingen zijn opgetreden, die het noodzakelijk en wenselijk maken om het geheel opnieuw (door de raad) vast te laten stellen. In bijlage II: de beheerorganisatie hebben we alvast geëxperimenteerd met deze nieuwe indeling.
pagina 13 van 30
F
Vervangingsgrondslagen openbare verlichting De vervangingsgrondslagen zijn gebaseerd op een te verwachte levensduur opgegeven door de leverancier en opgedane ervaring, o.a. door masten te laten testen op standzekerheid om de te verwachte levensduur te bepalen. Door te testen is gebleken dat de levensduur, van 90% van de staalgegalvaniseerde masten met ca. 6 jaar kan worden verlengd en er wordt dan een garantie voor 6 jaar afgegeven.* Circa 10% van de gemeten masten wordt afgekeurd en dient te worden vervangen. In het beheersysteem zijn deze maatregelen en bijhorende kosten opgenomen. Eveneens geldt dit voor de visuele inspectie van de armaturen. Onderdeel Staal gegalvaniseerde masten Aluminium masten Aluminium masten met HPDE grondstuk Armaturen LED armaturen Lampen
Theoretische levensduur 46 jaar 41 jaar 50 jaar 23 jaar 23 jaar 2,5 t/m 6 jaar
* Het laten testen van lichtmasten is financieel verantwoord omdat de kosten van het testen lager zijn dan het rentedeel van de investering. Voorbeeld: Het vervangen van een lichtmast kost € 500,00 en het testen van een mast kost € 50,00. Door de mast te testen worden de investeringkosten 6 jaar doorgeschoven. Uit ervaring blijkt dat er 10% wordt afgekeurd. Het totale investeringsvoordeel (doorschuiven investering ) is dan € 500,00 - € 50,00 (testen)- € 50,00 (kosten testen van de 10% uitval) = €400,00. Het rente voordeel (uitgaande van 4%) is dan over de 6 jaar € 96,00. Het financiële voordeel t.o.v. direct vervangen is dus € 96,00 - € 50,00 = € 46,00.
G
Rol van gebruikers/participatie Bij het opstellen van het ontwerp voor de (her)inrichtings- en uitbreidingsplannen wordt het verlichtingsplan bepaald aan de hand van een programma van eisen, waarin de beheer- en beleidsuitgangspunten zijn opgenomen. In principe zal daarbij een keuze gemaakt moeten worden uit het assortiment dat is opgenomen in het huidige bestand. Dit bestand bevat de in Alblasserdam gebruikelijke verlichtingsmiddelen. De keuze voor de in het bestand opgenomen verlichtingsmiddelen is bepaald op basis van een evenwichtige afweging tussen esthetische-, kosten-, beheeronderhouds- en milieu-aspecten. pagina 14 van 30
Mocht een ontwerper of ontwikkelaar om goede redenen het gebruik van andere verlichtingsmiddelen wensen dan in het opgenomen bestand, dan kan hij met redenen omkleed een voorstel voor afwijkend materiaalgebruik voorleggen. Het college beslist uiteindelijk of deze materialen toegepast worden. Werkzaamheden van de openbare verlichting worden, waar dit mogelijk is, gecombineerd met (her)inrichtings- en uitbreidingsplannen. Er wordt gestreefd naar een optimale afstemming van de uitvoering van het verlichtingsplan in relatie tot het totale project. Deze werkzaamheden worden gecoördineerd door de afdelingen Buitenruimte van de gemeente Alblasserdam. Enkelvoudige vervangingswerkzaamheden worden gecoördineerd door de OVLorganisatie Dordrecht. Bij wijzigingen in de openbare ruimte worden bewoners bij voorkeur geïnformeerd op een informatieavond. Bij kleine projecten kan dit ook via een informatiebrief met tekening. Vanwege standaardisatie van materiaalgebruik, het willen voldoen aan de NPR/ROVL en minimaal energieverbruik is er beperkt inspraak mogelijk. Vragen om een lichtmast(en) anders te plaatsen proberen we op voorhand te voorkomen. In sommige gevallen kan dat niet en worden vragen alsnog gehonoreerd en dat geldt ook voor afscherming van licht naar de huizen toe. Het komt ook voor dat bewoners geen extra verlichting willen. In specifieke gevallen levert de gemeente maatwerk.
H
Meldingenmanagement Ieder jaar vragen burgers en bedrijven om extra verlichting of om lichtmasten te verplaatsen. De belangrijkste redenen zijn sociale (on)veiligheid of de lichtinval in woningen en het willen aanleggen of verbreden van inritten. De afhandeling van wijklijnmeldingen geschied volgens het proces zoals in bijlage II par.3.5 beschreven. De inhoudelijke werkwijze gaat als volgt: Aanvraag van extra verlichting De vraag voor extra verlichting wordt buiten (bij donker) beoordeeld. Lichttechnisch kan het allemaal goed berekend zijn, maar in werkelijkheid kan dat in verband met omgevingsfactoren zoals bomen of begroeiing heel anders uitpakken. Oplossingen kunnen zijn: bestaande verlichting verplaatsen en of extra verlichting plaatsen. groen snoeien of bomen opkronen of een combinatie daarvan (mogelijk in combinatie met een herinrichting). Als de verlichting berekeningstechnisch voldoet (NPR of ROVL), en er bij donker geen negatieve elementen van invloed zijn op de uitstraling van het licht (gelijkmatigheid), zal er geen aanpassing plaats vinden. Er zal ook niet boven de aanbevelingen van de NPR en/of ROVL verlicht gaan worden. Dit vanwege de relatie met andere aanliggende straten die deze dan als donker zouden ervaren en vanwege het energieverbruik.
Aanvraag voor verplaatsing van verlichting Bij het OV-ontwerp proberen we zoveel mogelijk een lichtmast op de grens van twee huizen te plaatsen. Wanneer dit in het verleden niet is gebeurd, zal de gemeente dit, daar waar mogelijk op aanvraag corrigeren. Dit hangt wel af van de pagina 15 van 30
ondergrondse infrastructuur en of het lichttechnisch mogelijk is. Ook zal overeenstemming met de naastgelegen bewoner bereikt moeten worden. Daarnaast zijn er nog veel soorten verzoeken. Hierbij geldt, dat wanneer een verplaatsing mogelijk is (lichttechnisch en ondergronds) de aanvrager betaalt. Bijvoorbeeld in combinatie met een inritaanvraag. Aanvraag voor afscherming van verlichting In een aantal gevallen, wordt op een verzoek voor afscherming van verlichting ingegaan. Dit mag namelijk niet ten koste gaan van de verlichtingskwaliteit op de openbare weg. Wat de ene bewoner hinderlijk vindt, is voor de ander plezierig. Wijkwensen Er kunnen wensen komen uit een wijkoverleg om extra verlichting te plaatsen. Binnen de beleids- en beheerkaders kan daar een invulling aan worden gegeven. Er zijn ook wensen die tegenstrijdig zijn met de beleids- en beheerkaders. Het gaat om het plaatsen van verlichting langs recreatieve paden, meer verlichting te plaatsen boven de aanbeveling van de NPR/ROVL, of bijzondere verlichting toe te passen die niet past in beheerkaders. Gezien de precedentwerking die hiervan uit kan gaan en de duurzaamheidsdoelstelling van de gemeente zullen de wensen in principe niet gehonoreerd worden. Overige wensen om extra verlichting te plaatsen bij een speelterrein zullen in overleg met de verantwoordelijke afdeling en wethouder worden beoordeeld.
In een aantal gevallen kan er ook verlichting geplaatst worden die in de nachtelijke uren wordt uitgeschakeld. Meldingen storingen. Storingen in het functioneren van de openbare verlichting kunnen bij voorkeur worden gemeld via de Meldlijn op de website van de gemeente. Via Stadsbeheer Dordrecht komen de meldingen terecht bij de aannemer van het onderhoudsbestek of netbeheerder die de storing binnen vastgestelde termijnen moet herstellen.
I
Lichthinder en lichtvervuiling Hoewel over het algemeen de openbare verlichting volledig geaccepteerd en zeer gewaardeerd wordt, zal ook een verlichtingsinstallatie zodanig moeten worden geplaatst en uitgevoerd, dat deze geen hinder veroorzaakt naar de omwonenden, weggebruikers, of naar anderen dan de doelgroep waar de installatie voor bedoeld is. De richtlijnen ter voorkoming van lichthinder van de NSVV zijn uitgangspunt. In de openbare verlichting wordt het licht dat boven een hoek van 70 graden wordt uitgestraald beschouwd als lichtvervuiling. Lichtvervuiling moet in relatie worden gezien tot de richtlijn NPR/ROVL 2011 Dat wil zeggen dat in het belang van de veiligheid de geadviseerde verlichtingsklasse voor een bepaald gebied wordt opgevolgd. In sommige gevallen adviseert de richtlijn om in het kader van de veiligheid juist een gedeelte van de berm of woonwijk 'mee te verlichten'. De richtlijn heeft de hoogste prioriteit. Op de tweede plaats wordt gekeken naar eventuele reductiemogelijkheden van lichtvervuiling.
pagina 16 van 30
J
Bijdrage aan de Samenlevingsagenda Openbare verlichting en gerelateerde zaken worden op diverse plaatsen in de Samenlevingsagenda 2015 genoemd. Kernwoord voor de openbare verlichting is het begrip fysieke duurzaamheid. Dit betekent in de praktijk zoveel mogelijk kosten efficiënte energiebesparing en een zo efficiënt en duurzaam mogelijk gebruik van materialen. Als doelstellingen en beoogd maatschappelijk effect worden o.m. genoemd :
Gemeente maakt duurzaamheid onderdeel van besluitvorming en handelt daar ook naar.
Het verbeteren van de verkeersveiligheid van (schoolgaande)fietsers.
Waarborgen schone, hele en veilige leefomgeving op een voldoende functioneel kwaliteitsniveau tegen zo laag mogelijke kosten.
Gemiddeld niveau buitenruimte op niveau B (CROW 323) houden
Voor de buitenruimte zijn de uitgangspunten sober en doelmatig met behoud van kwaliteit. Aan het voornemen van het bestuur om de komende jaren een flinke stap vooruit te maken op het gebied van duurzaamheid kan openbare verlichting een flinke bijdrage leveren. Duurzaam gebruik van materialen en toepassing van energiezuinige lampen leveren een substantiële bijdrage aan de voorgenomen doelstellingen.
K
Bijdrage aan energiedoelstellingen In 2013 zijn er in het energieakkoord nieuwe doelstellingen door het ministerie van Leefbaarheid en Milieu gepresenteerd. Doelstellingen zijn: 20% energie besparen in 2020, 50% 2030, te bereiken door het toepassen van slim energiemanagement en energiezuinige ledverlichting. Reëel is te stellen dat ten aanzien van de openbare verlichting de gemeente Alblasserdam over de periode van 23 jaar t.o.v. het huidige verbruik van 2014 ca. 36% energie kan besparen indien gekozen worden voor het Scenario 1 uit het realisatiedeel. De basis van deze besparing is het vervangen van armaturen voor led armaturen waarbij ook een deel van de verlichting in de nachtelijke uren de verlichting gedimd zal gaan worden. Deze besparing komt bovenop het al behaalde resultaat van de jaren ervoor, toen er ook al energie beperkende maatregelen zijn genomen. Opm. Om te kunnen voldoen aan de eisen van de ROVL 2011 moet er soms verlichting bij worden geplaatst, die extra energie kost. Door het toepassen van energiezuinige verlichting en dimmen slaat de balans uiteindelijk toch positief door.
pagina 17 van 30
L
Tevredenheidsscore in Veiligheidsmonitor Om het jaar wordt door het onderzoekcentrum Drechtsteden een meting gehouden onder de bewoners over hun beleving van leefbaarheid en veiligheid in hun gemeente. In dit onderzoek wordt aan bewoners ook de vraag gesteld hoe tevreden men is over de straatverlichting. Dit wordt vervolgens uitgedrukt in een percentage bewoners dat tevreden is over de straatverlichting. Uitgangspunt is dat de tevredenheidscore voor de straatverlichting minimaal 7,3 is. In de meest recente meting uit 2013, was dit ook het geval. In principe volgen we de tevredenheid via de monitor. Mocht deze indicator onverhoopt wegvallen, dan zullen we zelf periodieke onderzoeken moeten initiëren om de tevredenheid over de openbare verlichting te kunnen blijven volgen. In de Landelijke Veiligheidsmonitor is respondenten door middel van een aantal stellingen gevraagd naar hun mening over fysieke voorzieningen in hun woonbuurt. In 2014 is ruim driekwart van de Nederlanders (78 procent) het (helemaal) eens met de stelling dat het in hun buurt buiten goed verlicht is. Bron : Veiligheidsmonitor 2014 CBS
M
Financiële uitgangspunten Voor 2012 zijn er beperkt lichtmasten en armaturen vervangen. Er is alleen invulling gegeven aan een aantal maatregelen uit het Structuurplan waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij grootschalige herinrichtingsprojecten. De kapitaallasten van deze investeringen komen ten laste van de exploitatie openbare verlichting. In 2012/13 is in de wijk Blokweer een groot vervangingsproject is uitgevoerd. Ca. 150 Led armaturen zijn geplaatst als vervanging van de sterk verouderde verlichting in deze wijk. Daarnaast is er in 2013 is door de raad een extra krediet van € 55.000,- beschikbaar gesteld om de meest noodzakelijke vervangingen in 2013 te kunnen uitvoeren. De exploitatiebegroting en storting in de Voorziening (vervanging) van de openbare verlichting is met de vaststelling van de Zerro Based Budgettering (ZBB) in 2014 opnieuw vastgesteld en wordt jaarlijks waar nodig bijgesteld en geïndexeerd.
De kosten voor de eerste aanleg in nieuwbouwprojecten, komen ten laste van de grondexploitatie of van de projectontwikkelaar. Bij reconstructie of herinrichting van straten of wijken in het kader van bijvoorbeeld herstructurering, komen de kosten van wijziging van de openbare verlichting ten laste van het desbetreffende projectkrediet. Indien hier ook sprake is van noodzakelijke vervangingen, zullen de daaruit voortkomende kosten ten last komen van de voorziening. Areaaluitbreiding Om goed onderhoud en beheer uit te kunnen voeren zal jaarlijks bij de perspectiefnota, voor de mutaties areaaluitbreiding worden aangevraagd. pagina 18 van 30
In de mutaties zijn ook de extra lichtobjecten t.g.v. het oplossen van sociaal onveilige plekken en verbeteringen om te gaan voldoen aan de NPR/ROVL, opgenomen. In hoofdstuk 2 van dit beheerdeel zijn de beheer- en onderhoudskosten van 2015 nader gespecificeerd.
2
Kosten van Beheer
In dit hoofdstuk is de begroting van de jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten van de Openbare Verlichting van 2015 weergegeven, waarbij ook het Zerro Based Budgettering (ZBB) besluit van 2014 in is verwerkt. Het realisatiedeel van deze nota gaat in op de beheer – en onderhoudskosten vanaf 2015, dit afgezet tot de verschillende scenario’s.
exploitatiebegroting 2015 Kapitaallasten
€
Apparaatskosten
€
49.185
externe kosten (dienstverlening met Dordt)
€
35.000
€ €
94.300 20.000
Energiekosten (levering, transport en instandhouding) Groepsgewijze lampvervanging materialen
28.626
€
8.968
onderhoud en reparatiekosten
€
30.000
subtotaal
€
266.079
Investeringsplan begroting vervangingen ovl
€
118.000
totaal afgerond
€
384.000,-
In het realisatiedeel worden de berekende scenario's financieel vergeleken met m bovenstaande gegevens.
pagina 19 van 30
BIJLAGE I
Analyses openbare verlichtingsmiddelen
Een analyse van de toestand waarin de openbare verlichtingsmiddelen verkeren, bevorderd de kwaliteit van het op te stellen beheerplan. Deze analyse is de voorloper van de hierna opgestelde plannen en prioritering van maatregelen. De analyse is ook nodig om de doelmatigheid in de bedrijfsvoering te volgen en verbeterpunten te traceren. Tenslotte is een periodieke analyse nodig om het effect van eerdere beleidsbeslissingen te kunnen evalueren.
1.1
Analyse van de huidige samenstelling verlichtingsmiddelen Hieronder is de leeftijd van de lichtmasten en armaturen in 2015 weergeven. De theoretische levensduur van een lichtmast (staal/verzinkt) is 40 jaar en van een huidige armaturen is 20 jaar. Met levensduurverlening opgenomen in het voorkeurscenario, stellen we de te verwachten levensduur op 46 jaar voor een stalen lichtmast, 41 jaar voor een aluminium lichtmast en 23 jaar voor de armaturen. Leeftijds opbouw masten en armaturen 1329
1400 1200
Aantal
1000
Armaturen
846
800 600
Masten
1101
694
650
587 551
464
400
272
344
315 144
200 0 <5
>=5<10
>=10<15
>=15<20
>=20<25
>=25<30
179 91 5
13
>=30<35
>=35<40
25
0
73
>=40<45
Leeftijd in jaren
De gemiddelde leeftijd van de lichtmasten is 15 jaar. De gemiddelde leeftijd van de armaturen is 12 jaar. Zoals uit deze tabel is op te maken, is er sprake van achterstallig vervangingsonderhoud de vervanging van armaturen. (344 stuks tussen 20 en 25 jaar oud ) De voedingskabels zijn hoofdzakelijk in beheer bij de netbeheerder Stedin. Voor een enkel gebied heeft Alblasserdam een eigen kabelnet met installatiekasten in beheer.
1.2
Analyse lichttechnische kwaliteit De afgelopen jaren is de lichttechnische kwaliteit van de verlichting verbeterd tegelijkertijd met vervangingswerkzaamheden, bij herbestratingen of naar aanleiding van meldingen van sociaal onveilige plekken. In 2015 voldoet 72 % van de straatvakken aan de richtlijn NPR of ROVL 2011. pagina 20 van 30
21
>45
1.3
Financiële analyse Beheer en onderhoud Voor het uitvoeren van beheer- en onderhouds was het budget toereikend. Binnen het exploitatiebudget was er beperkt budget voor het oplossen van meldingen van burgers (lichthinder en donkere plekken). De frequentie van het schilderen van lichtmasten is vanwege bezuinigingen aangepast. Lichtmasten worden nu nog maar één keer in de levensduur geschilderd. Op het rechtzetten van lichtmasten is ook bezuinigd. Alleen lichtmasten die meer dan 10 graden scheef staan worden rechtgezet. In Drechtstedenverband is samen met met de gemeenten Dordrecht Sliedrecht en Zwijndrecht, het beheer en onderhoud van de openbare verlichting aanbesteed. Energie De energiekosten zijn de afgelopen jaren in beweging geweest. Dit heeft te maken gehad met o.a. een wetswijziging, waarbij het netwerkdeel en leveringsdeel gescheiden diende te worden. De eerste aanbesteding voor de energieleverantie leverde een voordeel op, maar tijdens het tweede contractdeel kregen we weer te maken met stijgende leveringskosten. In 2016 vindt een nieuwe regionale aanbesteding plaats. Voordelen zijn er ingeboekt ten aanzien van de instandhoudingkosten van de lichtobjecten en vanaf 2004 zijn de instandhoudingkosten voor de ontsteekpunten (aparte schakelinrichting voor openbare verlichting in trafohuisje Netbeheerder) komen te vervallen.
Als gevolg hiervan hebben we in 2012 een teruggave over de jaren 2004 t/m 2011 ontvangen. Vervangingen Het vervangingsbudget was niet altijd toereikend. Dit ten gevolge van bezuinigingen, vanaf eind 2009, waardoor niet alle vervangingswerkzaamheden uitgevoerd konden worden. Er zijn hoofdzakelijk vervangingswerkzaamheden uitgevoerd in de combinatie met herbestratings- en herinrichtingsprojecten. In enkele gevallen is vanuit de exploitatie een bijdrage geleverd om verbeteringen, zoals het plaatsen van extra lichtmasten en/of verplaatsing van lichtobjecten om te gaan voldoen aan de NPR/ROVL -normen, door te voeren.
1.4
Analyse van meldingenmanagement Meldingen of klachten worden gemeld via de meldlijn/e-loket en telefonisch. De gemeente schouwt de openbare verlichting niet en maakt zodoende gebruik van de meldingen van de burger. Meldingen worden voor ruim 90% op tijd beantwoord en de werkelijke reparatie is voor 90% binnen 6 werkdagen uitgevoerd*. Per jaar worden er gemiddeld 90 meldingen over de openbare verlichting opgelost. Ongeveer 80% hiervan zijn meldingen over niet functionerende verlichting. De overige meldingen zijn klachten over hinder van de verlichting, meldingen over donkere plekken en verzoeken tot verplaatsing van een lichtmast. Hinder is subjectief, maar in de meeste gevallen hebben we de burger wel een dienst kunnen leveren, door een deel van de verlichting af te schermen. Donkere plekken en verplaatsingen worden lichttechnisch beoordeeld, alle zijn doorgenomen met de melder. Niet alle meldingen leiden tot een aanpassing, echter dit wordt dan wel gemotiveerd en met de melder besproken. * Bestekseis, tot 1 april 2013 was dit 14 dagen.
pagina 21 van 30
5%
3%
2% Lamp brandt niet 53 stuks Lichtmast scheef 1 stuks Anders 3 stuks lampenkap weg/kapot 2 stuks 90%
3% 12% 3%
Lamp brandt niet 99 stuks Lichtmast scheef 3 stuks Anders 14 stuks lampenkap weg/kapot 4 stuks 82%
8% 11% Lamp brandt niet 70 stuks 3% Lichtmast scheef 3 stuks Anders 10 stuks lampenkap weg/kapot 7 stuks 78%
pagina 22 van 30
1.5
Analyse energieverbruik 2014 en 2015 Besparingsdoelstellingen vanuit de Taskforce verlichting zijn voor Alblasserdam niet realistisch. Eind 2007 heeft voormalig minister Cramer de Taskforce Verlichting ingesteld. De Taskforce kreeg de opdracht mee om met voorstellen en ideeën te komen voor energiezuinige verlichting en beperking van de lichthinder. Op 26 mei 2008 is hierover een rapport opgesteld. In het rapport worden algemene besparingsdoelstellingen (voor alle Nederlandse gemeenten) omschreven in een percentage t.o.v. het energieverbruik in 2007. Er zijn geen kengetallen van de jaren voor 2011 voor handen om te weten wat er in Alblasserdam aan energiebesparing is gerealiseerd. Er is in de afgelopen jaren ook sprake geweest van areaaluitbreiding en verlichting is verbeterd (extra verlichting geplaatst conform het huidige beleid van de gemeente om wegen aan de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR) te laten voldoen. De gevoerde beleidslijn is, dat de gemeente bij nieuwe aanleg, verbeteren en bij vervangingsprojecten energie efficiënte verlichtingsmiddelen toepast.
aangesloten vermogen Alblasserdam 2015 Totaal opgenomen vermogen ANWB Totaal opgenomen vermogen OV nacht reclame
2014
1,59 Kw
1,69 Kw
164,78 Kw 1,05 Kw
171,05 Kw 1,05 Kw
Totaal Stedin net
167,43 Kw
173,79 Kw
Totaal eigennet
14,48 Kw
9,46 Kw
181,90 Kw
183,25 Kw
Totaal Stedin + eigennet
Aantal lampen
OV 4015
eigennet 248 4263 Lampen
OV eigennet 4075 128
Besparing uitbreiding
-3,80% 34,65%
-0,74% OV
eigennet -1,49% 48,39%
4203 Lampen
1,41%
Conclusie: Ondanks dat er een uitbreiding is van 1,41% is het energie verbruik met 0,74 % afgenomen Bron : Beheersysteem 2015.
pagina 23 van 30
BIJLAGE II 2.1
De beheerorganisatie
Belanghebbenden De opgave van de beheerder begint buiten, bij de verschillende belanghebbenden en gebruikers. Het in kaart brengen van betrokkenen en hun belangen is belangrijk. Hierbij hoort ook een scherpe analyse van de context van de organisatie: specifieke kenmerken van de gemeente en het bestuur, externe ontwikkelingen en kansen/bedreigingen. In hoofdstuk 2 en 3 van het beleidsdeel is dit onderdeel uitgebreid in kaart gebracht. Hieronder volstaan we met een korte opsomming van de betrokken organisaties. De volgende organisatie(onderdelen) zijn betrokken bij de openbare verlichting: a. gebruikers/burgers/verkeersdeelnemers b. gemeenteraad c. burgemeester en wethouders d. Afdeling Buitenruimte Alblasserdam e. sector Stadsbeheer Dordrecht f. overige organisatie-onderdelen gemeente Alblasserdam g. Energieleverancier h. Stedin Netbeheer i. Stedin meetbedrijf j. aannemer openbare verlichting voor aanleg en onderhoud
Het OVL-product bevat onder meer de volgende werkzaamheden: werkzaamheden in het kader van het openbare verlichtingsbeleid werkzaamheden m.b.t. het beheersysteem het opstellen van onderhouds- en vervangingsplannen het ontwerpen en toetsen van lichttechnische plannen het coördineren van de onderhouds- en vervangingswerkzaamheden. het deelnemen in regionale en landelijke overlegstructuren.
2.2
Regionale samenwerking
Al sinds de jaren 90 hebben een aantal gemeenten uit de regio die hun onderhoudsbestek hadden ondergebracht bij CityTec BV regelmatig contact gehad met elkaar. Uit dit reguliere overleg is in 2007 een samenwerkingsverband ontstaan met 14 gemeenten. In oktober 2007 is door deze 14 gemeenten in het stadhuis van Gorinchem een nieuwe aanbesteding gehouden voor het onderhoud van openbare verlichting in de periode 1-1-2008 tot 1-1-2012. CityTec was de laagste inschrijver en aan hun is het werk gegund. Per 1-1-2008 is het Ovl. Buro Lek- Merwede opgericht met deelname van 14 regiogemeenten. Dit buro coördineerde het beheer en onderhoud ook namens de gemeente Alblasserdam. De gemeenten Alblasserdam en Sliedrecht hebben per 1-7-2011 de samenwerking met buro OVL opgezegd en hebben aansluiting gevonden in de regio Drechtsteden bij Stadsbeheer Dordrecht. Per 1-4-2013 heeft ook de gemeente Zwijndrecht zich hierbij aangesloten. Het beheersysteem is in korte tijd op orde gebracht en in 2012 is er een nieuwe gezamenlijke aanbesteding geweest voor de uitvoering van het onderhoud in de jaren 2013- 2017. De afhandeling van meldingen en klachten is door gebruik te maken van automatisering op een hoger plan gekomen. Meldingen komen via de website en meldlijn direct terecht bij de beheerder die snel actie kan ondernemen.
Niet eenvoudig blijft het afwikkelen van kabelstoringen (storingen in de elektrische voeding), vaak duurt het enige tijd voor deze zijn opgelost. De regionale samenwerking binnen Drechtsteden gaf een flinke impuls aan het opstellen van een nieuw beleid, beheer- en realisatieplan. Directe aanleiding om een nieuw plan gezamenlijk op te stellen was dat het oude beleid- en beheer plan in Dordrecht pagina 24 van 30
vervangen moest worden en dat de andere gemeenten geen of een verouderd plan hadden.
2.3
Beheerniveau Basisniveau voor kwaliteit van de Buitenruimte in de gemeente Alblasserdam is kwaliteitsniveau B conform publ 323 CROW. Soberheid en doelmatigheid zijn de kernwoorden hierbij.
2.4
Middelen Hieronder is beschreven hoe de huidige middelen zijn georganiseerd en worden ingezet. Training, opleiding en coaching Vakgerichte trainingen en opleidingen worden gevolgd, daarnaast worden ook persoonlijke opleidingen gevolgd. Risicomanagement Met het in dit beheerdeel omschreven onderhouds- en vervangingsplan is het goed laten functioneren van het bovengrondse deel van de openbare verlichting geregeld. Met de netbeheerder (thans Stedin) zal er een transport- en een dienstverleningsovereenkomst worden opgesteld met betrekking tot het onderhoud aan het kabelnet en het oplossen van kabelstoringen. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden Het bovengrondse deel van de openbare verlichting is eigendom van de gemeente. De gemeente Alblasserdam is als regievoerder verantwoordelijk voor het te voeren beleid en financiën. De verantwoordelijkheid voor de voorbereiding, uitvoering, het beheer en onderhoud berust bij de OVL-organisatie Dordrecht. Energie HVC levert op dit moment de energie aan de gemeente Alblasserdam. Het huidige contract loopt af per 31 december 2015 en is met een jaar verlengd. De energie wordt Drechtsteden breed aanbesteed. Netbeheer Stedin Netbeheer is in het verzorgingsgebied van de gemeente Alblasserdam aangewezen tot lokale beheerder van het elektriciteitsnetwerk.
Stedin Netbeheer zorgt voor aansluiting op, instandhouding van en het transport van elektriciteit over het elektriciteitsnet. Bij kabelstoring zal het team Openbare Verlichting bij Stadbeheer de storingsafhandeling volgen. Installatieverantwoordelijkheid In het kader van de NEN 3140 (elektrische bedrijfsvoering) hebben functionarissen betrokken bij de werkzaamheden aan en voor de openbare verlichting een aanwijzing als Installatieverantwoordelijke, Werkverantwoordelijke, Vakbekwaam Persoon of Voldoende Onderricht Persoon. Aanbestedingsbeleid Op basis van bestekken worden werkzaamheden met betrekking tot klein en groot onderhoud aanbesteed. Op dit moment is er een tijdelijke contract afgesloten en loopt gedurende de lopende aanbesteding. De aanbesteding heeft vanwege een bezwaarprocedure vertraging opgelopen en zal naar verwachting begin 2016 kunnen worden afgerond. Het is een gezamelijke aanbesteding, waarbij de gemeenten Alblasserdam, Sliedrecht en Zwijndrecht aansluiten. In het bestek zijn voor Alblasserdam alle OVL werkzaamheden opgenomen, exclusief het schilderen van lichtmasten. Er bestaat ook nog de mogelijk dat OVL werkzaamheden in een integraal civiel bestek kan worden opgenomen. pagina 25 van 30
Contracten De gemeente zet ten aanzien van de openbare verlichting onderstaande producten op de markt en sluit hiertoe contracten af voor een periode van maximaal 4 jaar. o Onderhoudsbestek (regionaal 4 gemeenten) o Energieleverantie (Drechtsteden) Sturing door de gemeente Een aannemer openbare verlichting voert de werkzaamheden aan de openbare verlichting uit. De sturing door de gemeente als opdrachtgever moet gewaarborgd zijn. Hierbij speelt enerzijds de kwaliteit van de opdrachtgever een rol en anderzijds de verantwoording van de aannemer als opdrachtnemer. De OVLorganisatie Dordrecht, ondergebracht bij de sector Stadsbeheer vervult namens de gemeente Alblasserdam de rol van Directievoerder. Vanaf 1 juli 2011, coördineert de OVL-organisatie Dordrecht naast die van Alblasserdam, ook het beheer en onderhoud van de openbare verlichting in Sliedrecht en vanaf 1 april 2013 ook voor Zwijndrecht. Voor de uitvoering van de extra regiowerkzaamheden huurt de OVL-organisatie Dordrecht vooralsnog specialisme in. Uitbreidingsplannen, saneringen en wegreconstructies Wanneer er sprake is van een uitbreidingsplan of nieuw bedrijventerrein e.d. wordt een plan door de OVL-organisatie Dordrecht getoetst en of ontworpen. Toetsing vindt plaats op basis van een Programma van Eisen, waarbij de uitgangspunten van het beleids- en beheerdeel zijn verwerkt.
Na aanleg wordt de verlichting door de aannemer opgeleverd en na goedkeuring door de OVL-organisatie Dordrecht, overgenomen in beheer. Wanneer lichtmasten en armaturen vervangen dienen te worden, zal voorafgaand aan de vervanging worden beoordeeld of de bestaande situatie moet worden aangepast of uitgebreid om te gaan voldoen aan de NPR en/of ROVL. Bij tussentijdse wegreconstructies (dus vóór de afschrijvingstermijn van de lichtmasten) wordt bezien of de openbare verlichting gehandhaafd kan blijven. Afhankelijk van de leeftijd van de installatie en/of de installatie voldoet aan de NPR en/of ROVL wordt een nieuw plan ontwikkeld. De kosten komen dan ten laste van het project. Beheer In 1992 werd het nieuwe Burgerlijk Wetboek van kracht. Daarin werd onder meer gesteld dat voortaan de verantwoordelijkheid voor de weg bij de wegbeheerder ligt, dus ook voor de openbare verlichting. Verder is de gemeente, met uitzondering van het kabelnet, de juridische eigenaar van de openbare verlichting. Gezien het voorgaande berust de zorgplicht, in de praktijk ook wel beheer genoemd, bij de gemeente.