2.18f Bijlage 4 Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen dd. 20240708.pdf
Tekst van het document
Wij zien de afgelopen jaren de groei van het aantal jeugdigen dat gebruikt maakt van jeugdhulp afvlakken. De gemiddelde kosten per jeugdigen stijgen licht. Dit is veelal te verklaren door indexatie. Wij werken de komende jaren graag met elkaar toe naar de situatie ‘geen groei - wel besparingen’. Ook lokaal zullen wij ons inspannen om deze besparingen te realiseren. Dit is noodzakelijk om de uitgaven op jeugdhulp, als onderdeel van de totale uitgaven binnen het sociaal domein, beheersbaar te houden. Ondanks dat we ons realiseren dat we uiteindelijk wel de geleverde zorg moeten betalen, gaan we niet akkoord met de kostenstijging van € 996.000 omdat dit haaks
16
9. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat, om tot het gewenste effect te komen, een stevigere investering noodzakelijk is. De SOJ heeft op dit vlak geen ervaring opgedaan. Het betreft hier specialistisch werk waarvoor de SOJ geen formatie voor heeft. De bezetting bij de SOJ betreft contractmanagement, beleid /juridische ondersteuning, clientadministratie, beschermingstafel, secretariaat, informatievoorziening en financieel beheer (laatste twee worden geleverd vanuit bedrijfsvoering/stafafdeling control).
10. Wij begrijpen uit uw zienswijze dat bij u de indruk is ontstaan dat er groei in de begroting is opgenomen. Dit is niet het geval. De begroting is gebaseerd op de actuele prognose ten tijde van het opstellen van de begroting (januari 2024). Ten opzichte van deze prognose is geen groei opgenomen. De kostenstijging van € 996.000 die u aanhaalt is de stijging van kosten groei jeugdhulpgebruik ten opzichte van de prognose 2023 bij de tweede bestuursrapportage. Deze is opgesteld in september 2023. Het gebruiken van de actuele prognose van de zorgkosten bij het opstellen
HardinxveldGiessendam (definitief)
staat op uw gekozen scenario van geen besparingen en geen groei voor de begroting 2025.
van de begroting doet tevens recht aan het uitgangspunt van realistisch begroten en aan het uitgangspunt in de kaderbrief dat van de (actuele) kostenprognose wordt uitgegaan.
11. Data gedreven werken Wij hebben met interesse kennis genomen van uw ambitie om effectieve en beschikbare jeugdhulp in te kopen tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten voor de 10 gemeenten. U streeft daarbij naar de volgende doelstellingen; waardering door de jeugdigen die jeugdhulp ontvangen, tijdig passende jeugdhulp, minder jeugdigen in verblijfsvoorziening, waardering door gemeenten en lagere kosten. Aan de hand van indicatoren en streefwaarden wilt u hierop gaan sturen. Wij kijken met belangstelling uit naar de resultaten en monitoring.
11. Dank voor de complimenten, we zijn inderdaad al aardig in staat om de data die we beschikbaar hebben op een juiste manier te duiden en in een goede forecast te plaatsen. Ook maken we vorderingen als het gaat om data van verschillende merken naast elkaar te presenteren. We zien daarin echter ook nog kansen en mogelijkheden, juist ook op gemeenteniveau. Zoals u al zegt, de arbeidsmarkt is lastig, maar toch willen we graag in het komend jaar vervolgstappen zetten die voor gemeenten interessant zijn voor het beleid wat gevoerd kan worden.
Ook nu al zien we een mooie doorontwikkeling van het dashboard voor gemeenten. Dit helpt ons als gemeente Gorinchem om meer zicht te krijgen op de ontwikkelingen in het jeugdzorg-landschap binnen onze gemeente. Dit geeft ons niet alleen informatie over ontwikkelingen uit het verleden, maar helpt ons ook om onderbouwd, beleidsmatige keuzes te maken voor de toekomst. We zien als gemeente wel de kwetsbaarheid van uw positie hierin door de schaarste op de arbeidsmarkt van dataprofessionals en het hierdoor beschikbaar zijn van de benodigde data-gerelateerde kennis en kunde bij slechts een zeer beperkt aantal medewerkers binnen uw organisatie. We zouden u dit mee willen geven als aandachtspunt voor de (nabije) toekomst. De samenwerking tussen de SOJ en ons als gemeente ervaren we als positief en zeer waardevol en leiden geregeld tot het goede gesprek en mooie nieuwe inzicht gevende dashboards/producten. Door hierin samen op te trekken, ook tijdens de databijeenkomsten, ontwikkelen we ons gezamenlijk op het gebied van datagedreven werken, wat we een belangrijke professionalisering vinden. We bedanken u hiervoor en hopen dit in de toekomst met elkaar voort te zetten. 1. Begroting 2025 Vanaf 2025 komt de gemeentelijke begroting onder druk te staan door verlaging van middelen vanuit het Rijk. Dit vraagt van ons om kritisch naar onze uitgaven te kijken.
Als de meicirculaire geen oplossing met zich meebrengt, zullen er structurele bezuinigingen gerealiseerd moeten worden in de gemeentelijke begroting. Wij kijken daarom kritisch naar onze interne uitgaven en nemen waar nodig maatregelen. Dit vragen wij ook van u als verbonden partij. Concreet betekent dit dat we dit najaar (2024) inzicht willen hebben in mogelijke besparingsmaatregelen, zodat we vervolgens met u afspraken kunnen maken over de daadwerkelijke vorm en omvang van door te voeren bezuinigingen. Dit doen we bij voorkeur en waar mogelijk in gezamenlijkheid met andere deelnemende gemeenten in de regio. 2. Veilig Thuis U geeft aan dat er door de autonome groei een formatieve uitbreiding nodig is van 7,25 fte. U doelt hiermee met name op de stijging in het aantal meldingen. Dit is een
17
1. Het algemeen bestuur bespreekt op 11 juli 2024 de uitkomst van de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten”.
2. Dank voor uw instemming met de gevraagde uitbreiding van 7,25 fte. Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit
forse ophoging en net als vorige - 2 - jaren zijn wij hier erg kritisch op. De normen waarop u zich op baseert zijn ons niet voldoende bekend en kunnen ons niet voldoende overtuigen waarom de gevraagde ophoging noodzakelijk is. Wij hebben tegelijk waardering en begrip voor de situatie waarin Veilig Thuis zich bevindt en zien de gevraagde ophoging dan ook als een serieus signaal. Voor het omgaan met de kwetsbare doelgroep waar het hier om gaat, zien wij een goede samenwerking als essentieel. Met de beweging die gemaakt moet worden met het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is er door alle betrokken partijen inzet noodzakelijk Het stopzetten van de 3,67 FTE aan regionale incidentele middelen kan en mag daarom niet betekenen dat u daarmee geen bijdrage meer levert aan het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming/ Veilig opgroeien is Teamwerk. Een ontwikkeling die moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen. Wij verwachten dat u binnen uw formatie daar actief een bijdrage aan blijft leveren. Wij vragen u om in samenwerking met het regionaal programmateam Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners in het vierde kwartaal van dit jaar te komen met een addendum. In dit addendum is opgenomen hoe en in welke vorm u per gemeente een bijdrage levert aan Veilig Opgroeien is Teamwerk.
Daarnaast vragen we u om aan te geven hoe u zich als organisatie voorbereidt op de vormgeving van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Welke mogelijkheden ziet u om uw organisatie anders vorm te geven in samenwerking en afstemming met uw netwerkpartners? Hoe kunt u meer gebiedsgericht gaan werken? Dit addendum kan in het AB worden vastgesteld en mede als basis dienen voor uw begroting 2026. Omdat wij ook zien dat het aantal meldingen stijgt en het hier gaat over de meest kwetsbare inwoners van onze gemeente, stemmen we -met nadruk op de hierboven genoemde kritische punten- in met de incidentele uitbreiding van 7,25 fte voor 2025. Dit als teken van vertrouwen en de hoop dat de inzet van de extra fte ten gunste van de inwoners komt. We verwachten echter dat u in samenwerking met de lokale gemeenten en netwerkpartners komt tot een afbouw van uw formatie per 1-1-2026 of eerder voor zover mogelijk.
aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse. Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a.
het Toekomstscenario, waarbij ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten. Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024. Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk). Wij onderschrijven dat niet iedere melding hetzelfde soort werkzaamheden vraagt. Hierop is het rekenmodel dat al meerdere jaren wordt benut voor
18
Veilig Thuis gestoeld. Elke melding dient een proces van triage te doorlopen. Iedere melding 'kost' werk, niet iedere melding vraagt evenveel intensiteit. Op basis van de triage dient een variant; bijv. onderzoek, advies of overdracht, te worden gestart. De urenbesteding hiervan verschilt. Het rekenmodel is hierop gebouwd en gevalideerd aan de hand van trend en realisatie. Veilig Thuis ZHZ hanteert in dit rekenmodel een fors lagere urennorm voor de afhandeling van de verschillende soorten meldingen dan het VNG model. Dit is mogelijk gemaakt door procesoptimalisatie en werkt tevens beperkend voor verdere negatieve bijstelling. In de aanname voor 2025 is uitgegaan van een hoger aantal overdrachten/ adviezen en minder onderzoek, anders dan de realisatie in 2023 en eerste helft 2024 laat zien. Hierbij is uitgegaan van het beleidseffect van verdere implementatie en bekendheid van de meldcode. 3. Meldpunt Zorg & Overlast Waar in de begroting 2024 nog werd gesproken over een plan van aanpak om de incidentele extra middelen af te bouwen, wordt in de begroting 2025 gevraagd om deze middelen nogmaals incidenteel toe te kennen en uit te breiden met nog eens 2 FTE (totaal € 429.000 extra voor het jaar 2025). Dat er sprake is van autonome groei van meldingen over (verwarde) personen is bij ons bekend. Niet voor niets investeren wij sinds 2022 in de lokale zorgstructuur door o.a.
inzet van de wijk-GGD. Echter in het licht van de financieel onzekere tijden, zijn wij kritisch op het uitbreiden van formatie. Hierbij doen wij nogmaals het verzoek om te komen tot een plan van aanpak tot afbouw van de extra middelen voor het Meldpunt Zorg & Overlast.
19
3. Dank voor uw reactie. Op basis van de ontvangen zienswijzen hebben we gezien dat er geen steun is voor de uitbreiding met 3 fte, maar voor 1 fte. Middels een impactanalyse wordt voor het Algemeen Bestuur inzichtelijk gemaakt wat de consequenties voor de uitvoering zijn als gevolg van deze bezuiniging voor de indicatoren en de wettelijke kaders. Er is in het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de voortgang van activiteiten door team OGGZ om tot afbouw van incidentele middelen te komen. Ter illustratie; de inzet van de wijk-GGD is in verschillende gemeenten succesvol en adviseren wij lokaal in te zetten. Ook is er middels landelijk beleid juist ingezet op het melden van meer casuïstiek bij het meldpunt zorg en overlast bij politiemeldingen. Per saldo wordt er over meer mensen gemeld. Deze meldingen moeten worden getriageerd en vervolgens op maat worden opgepakt. Dit is het gevolg van een groeiende kwetsbare doelgroep, maar ook als gevolg van preventieve maatregelen (zoals genoemd; het doen melding bij meldpunt zorg en overlast van E33politiemutaties), waardoor de doelgroep ook beter in zicht is. Er is nog geen indicatie dat er andere landelijke of regionale beleidsinitiatieven zijn die deze groei of de behoefte aan dit zicht doen afnemen.
Andere activiteiten die het team OGGZ kan ondernemen binnen de uitvoeringsopdracht om dit te keren, binnen dit staande beleid, zijn beperkt. De eerste burap van 2024 laat de laatste ontwikkeling (stijging) in het aantal meldingen zien. 4. Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Op dit moment loopt een bestuursopdracht gericht op verbetering van de aanpak van het voorkomen en oplossen van schoolverzuim en schooluitval, waarin gesignaleerde knelpunten in de keten worden opgelost. Helder moet ook worden wie welke verantwoordelijkheid in de keten heeft en wat dit betekent voor bezetting en financiering van LVS. Problematiek van verzuim en schoolverlaten is meestal niet alleen school gebonden. Wij pleiten daarom voor een structurele aansluiting van LVS op de lokale zorgstructuur. Wij zijn zeer benieuwd naar de uitkomsten van deze bestuursopdracht. Het opnemen van een groot bedrag uit de reserve in 2025, strookt niet met het incidentele karakter van de eerdere extra bijdragen. De gemeenteraad pleit ervoor om de uitkomsten van de bestuursopdracht leidend te laten zijn in het al dan niet inzetten van gelden uit de reserve voor LVS. Dit houdt in dat bij de uitkomst van de bestuursopdracht LVS een financiële paragraaf moet zijn waarbij bij de uitwerking van de scenario’s, rekening gehouden dient te worden met de bezuinigingsopgave voor het ravijnjaar 2026 waarmee alle gemeenten kampen.
5. Publieke gezondheid JongJGZ heeft aangegeven dat het niet binnen de gestelde indexatie voor het jaar 2024 e.v. haar taken kan laten plaatsvinden. Er ligt een verzoek tot structurele bijstelling van de opdrachtsom bij de DG&J en u bent daarover in gesprek. Dit kan ertoe leiden dat er een bestuurlijk voorstel met het verzoek tot aanvullende middelen en/of bijstelling van het takenpakket zal volgen. Wij pleiten ervoor dat hier zo snel mogelijk duidelijkheid over komt. Dit zodat wij hier tijdig rekening mee kunnen houden.
20
4. Er is al enkele jaren extra middelen nodig om de basistaken LVS uit te voeren, als gevolg van stijging van het aantal meldingen. In het eerste half jaar van 2024 is opnieuw een forse stijging van verzuimmeldingen zichtbaar (1e burap). De bezetting van LVS is onder de formatienorm, ook zonder deze aan de orde zijnde groei. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin door gemeenten een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht. Het niet toekennen van de begrote incidentele middelen heeft als consequentie dat vroeg in het jaar 2025 opnieuw een begrotingswijziging nodig is, wanneer de al in 2023 ingezette groei niet afneemt naar het oude niveau van aantallen cases, als de groei doorzet en/ of als uit de bestuursopdracht LVS blijkt dat extra middelen nodig zijn. De zienwijzen laten zien dat het frequent aanvragen van incidentele middelen bij gemeenten niet de voorkeur heeft. Mocht bijvoorbeeld uit de bestuursopdracht blijken dat de extra inzet niet meer nodig is dan vallen de gereserveerde middelen terug in de bestemmingsreserve. 5. In de komende BURAP volgt ons voorstel ten aanzien van de indexering van de opdrachtsom van Jong JGZ voor 2024.
Ons uitgangspunt hierbij is dat het basispakket JGZ basiszorg biedt waar ieder kind in Nederland recht op heeft. Eventuele lokale maatwerkafspraken vormen hierop een aanvulling en zouden niet ten koste mogen gaan van het basispakket JGZ. Wij verzoeken u daarom kritisch te kijken naar de verdeling van uw middelen over het
regionale basispakket JGZ en de lokaal ingekochte maatwerkproducten JGZ. 6. Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Wij staan achter het uitgangspunt van evenwichtig en reëel begrotingsbeleid waarmee er voor wordt gekozen om zowel geen groei als geen besparingen op te nemen. Wel wordt aan de hand van een prognosemodel een voorspelling gedaan voor het jeugdhulpgebruik. Dit is echter een momentopname en nadere analyse laat zien dat wij ten tijde van de prognose voor 2025 (en ook daarna) enkele dure jeugdigen in zorg hebben waarvan het zorggebruik naar verwachting zal afnemen. Bijvoorbeeld door uitstroom naar de zorgverzekeringswet. De prognoses houden hier op individueel niveau geen rekening mee.
6. Wij zullen uw opgave verwerken. U bent zelf verantwoordelijk voor de onderbouwing naar de provincie.
Om deze reden maken we gebruik van de mogelijkheid om beargumenteerd af te wijken van de begroting. We vragen u het voorgestelde bedrag van € 6.447.221 te verlagen met €150.000, wat neerkomt op een begrotingsbedrag van € 6.297.221. Hierbij houden we een marge aan en houden zo rekening met instroom van nieuwe jeugdigen met een intensieve zorgvraag. 7. Als gemeente zullen we ons zoveel als mogelijk voorbereiden op de afnemende rijksbijdragen. De Hervormingsagenda Jeugd beoogt hierin een aantal besparingen te realiseren waardoor de tekorten deels opgevangen kunnen worden, maar we zijn terughoudend in onze verwachting dat we hier grote besparingen op zullen boeken. In de afgelopen jaren zijn we als gemeente als kritisch geweest op de toegang en proberen we lokaal het verschil te maken. We vragen eenzelfde kritische blik van u hierin, waarbij de focus ligt op efficiënter werken en terughoudend te zijn in nieuwe initiatieven. 8. We verzoeken u bovenstaande punten uit onze zienswijze mee te nemen en van een reactie te voorzien. Wij vertrouwen erop u op deze wijze voldoende te hebben geïnformeerd. Hendrik-IdoAmbacht (definitief)
21
1. We zien dat de eerder ingezette positieve trendbreuk in de regionale kosten voor de jeugdhulp doorzet In de jaarrekening 2023 zien we dat de stabilisatie die in 2023 zichtbaar werd, heeft doorgewerkt in 2024 en zich ook in 2025 voortzet. Deze trendbreuk ten opzichte van eerdere jaren is mede het gevolg van de maatregelen die zijn genomen zoals verhoogde inzet op het normenkader vanuit het lokale jeugdteam en de inzet op jeugdhulp naar voren. Lokaal gaat het dan om bijvoorbeeld de inzet van de Praktijkondersteuner Huisartsenzorg (POH-er-Jeugd) en de Autipoli. Wij gaan ervan uit dat de dalende kostenontwikkeling van 2023 zich verder doorzet in de komende jaren. Hierbij spreken wij waardering uit voor de inzet die de SOJ en de aanbieders plegen om samen met alle gemeenten deze dalende trend op regionaal niveau te realiseren. Samen met de SOJ en de (regionale) aanbieders blijven wij ons als gemeente inzetten om passende en tijdige ondersteuning te realiseren voor onze
7. Wij zullen uw vraag om efficiency serieus oppakken.
8. Zoals gebruikelijk zal DG&J haar reactie op de door u ingebrachte punten middels een brief aan u kenbaar maken. 1. Op regioniveau zien we bij de 1e bestuursrapportage een groei van het jeugdhulpgebruik. Dit verschilt echter sterk per gemeente. Er zijn ook gemeenten met dalende kosten. Uw gemeente behoort tot deze categorie.
jeugdigen en tegelijkertijd de kosten voor jeugdhulp nog beter beheersbaar te houden.
22
2. Wij complimenteren de GR DG&J met het opleveren van deze concept begroting. Deze wekt vertrouwen, geheel in lijn met onze samenwerkingsrelatie met deze GR. Specifiek willen wij de GR DG&J complimenteren met de proactieve wijze waarop zij onze gemeente informeert over trendbreuken en de wijze waarop zij actief met gemeenten op zoek gaan naar verklaringen voor deze trendbreuken. Hierdoor zijn wij als gemeente beter in staat om grip te houden op de ontwikkelingen in de jeugdhulp.
2. Dank voor het compliment.
3. De gemeentelijke bijdrage stijgt, maar ook bij de GR DG&J wordt gewerkt aan de Bestuurlijke Opdracht in het sociaal domein In de begroting 2025 zien we een stijging van de gemeentelijke bijdrage. Indexaties spelen bij deze stijging een belangrijke rol. Als we kijken naar het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt zien wij een lichte stijging van de aantallen die onder andere te wijten is aan de bevolkingsgroei van de onze gemeente. Desondanks is er sprake van een afname van de jeugdhulpkosten. Wij vragen de DG&J om te onderzoeken of het mogelijk is om een andere wijze van indexeren te hanteren. Het stelt ons gerust dat de GR DG&J de bestuurlijke opdracht in het sociaal domein omarmt. Wij zien de resultaten hiervan graag tegemoet en hebben vertrouwen in de inzet die de DG&J hierop samen met gemeenten pleegt.
3. Het algemeen bestuur bespreekt op 11 juli 2024 de uitkomst van de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten”.
4. Wij steunen de intentie om de maatregelen rondom Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS), Meldpunt Zorg & Overlast en Veilig Thuis voorlopig incidenteel te financieren In de begroting 2025 presenteert u een aantal maatregelen ten aanzien van LVS, het Meldpunt Zorg en Overlast en Veilig Thuis. Er spelen op dit moment diverse ontwikkelingen rondom deze organisatieonderdelen van de GR DG&J. Voor LVS hebben wij in januari 2024 een zienswijze aan de GR DG&J gestuurd over het voorstel ten aanzien van de door de DG&J voorgestelde uitvoeringscenario's. In antwoord heeft het Algemeen Bestuur besloten tot een bestuurlijke opdracht die in november dit jaar wordt afgerond. Wij begrijpen uw keuze om eerst de uitkomsten van onder andere deze bestuursopdracht af te wachten. Wij sluiten ons daarom aan bij het voorstel om de maatregelen op dit vlak aanvankelijk incidenteel te financieren. Hierna is het aan het AB om over de voorstellen voor structurele financiering te besluiten.
4. Dank voor uw steun voor de voorstellen rondom Leerplicht en voortijdig schoolverlaten, Meldpunt Zorg en Overlast en Veilig Thuis.
5. Wij hebben een aantal vragen ten aanzien van het onderdeel Veilig Thuis U geeft in uw begroting aan dat de meldingen bij Veilig Thuis zijn gestegen en dat er daardoor ook een formatieve uitbreiding nodig is. Hier plaatsen wij vraagtekens bij. Wij verzoeken u te verkennen welke mogelijkheden er zijn voor innovatie. Hiernaast vragen wij ons af op welke wijze Veilig Thuis rekening houdt met de wijzigingen in het kader van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Wij verzoeken u om hier in uw reactie op onze zienswijze op terug te komen. Hiernaast valt ons op dat u ervoor heeft gekozen om de inzet voor professionals binnen ‘Veilig opgroeien is teamwerk* ’ te stoppen in 2025. Wij wachten het precieze plan van aanpak hierover
5. Uw wens van innovatie begrijpen wij. Landelijk zijn we daarom ook aan het verkennen welke mogelijkheden hierin voor ons van toepassing zou kunnen zijn. Het zal u niet verbazen dat dit ingewikkelde processen (bijv. privacy) zijn die veel tijd en geld vragen. Echter, zoeken we daarom landelijk of wij hierin onze krachten kunnen bundelen zodat we mogelijk in te toekomst de voordelen van verschillende technologische ontwikkelingen kunnen
af en willen u verzoeken om hier nauw bij betrokken te blijven in het kader van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming.
benutten zoals AI en RPA (robotic process automation). Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse.
Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a. het Toekomstscenario, waarbij ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten. Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024. Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk).
23
Wij hebben eerder al gebruik gemaakt van de mogelijkheid om af te wijken van de begroting Conform de werkwijze bij de begroting 2024 stelt u ons bij het onderdeel van de SOJ in de gelegenheid aan te geven of wij de raming realistisch vinden en, waar gewenst, onderbouwd af te wijken. Wij kunnen op deze manier effecten van eventuele lokaal genomen maatregelen meenemen. Wij hebben vanaf 2024 een structurele besparing in onze gemeentelijke begroting opgenomen voor de bijdrage aan de GR DG&J. Deze besparing bedroeg € 200.000 over 2024 en loopt op naar € 500.000 over de begroting 2025. Deze besparingen hebben als basis de inzet op Jeugdhulp naar Voren en sturing op afwijkingen van het normenkader binnen de jeugdhulp. Gezien de resultaten in de jaarrekening 2023 van de GR DG&J constateren wij dat onze besparingen behaald zijn. De begroting 2025 hoeft ten aanzien van onze bijdrage dan ook niet bijgesteld te worden. * 'Veilig opgroeien is teamwerk' is een werkwijze waarin de expertise van jeugdbescherming wordt toegevoegd aan het lokale team met als doel minder jeugdbeschermingsmaatregelen. 6. Wij verzoeken u onze zienswijze op de concept begroting 2025 en de jaarrekening 2023 te betrekken bij de behandeling in het Algemeen Bestuur van 11 juli 2023. Hoeksche Waard (concept)
1. We moeten scherpe keuzes maken om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Betere zorg is goedkopere zorg Wij ontvingen extra middelen bij de septembercirculaire 2023, structureel ongeveer € 0,3 miljoen. Ondanks dat leidt uw begrotingsvoorstel tot een extra structurele last op onze meerjarenbegroting van € 0,3 miljoen in 2025 en vanaf 2026 ruim € 0,4 miljoen. Als het nieuwe kabinet na de formatie blijft vasthouden aan de voorgestelde bezuiniging op het gemeentefonds vanaf 2026 zijn scherpe keuzes onvermijdelijk. Dat heeft uiteraard gevolgen voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. De komende periode onderzoeken wij samen met de gemeenteraad welke beleidskeuzes wij kunnen maken om het structurele evenwicht te herstellen. Wij geloven dat het mogelijk is om de zorg te verbeteren door het maken van goede en scherpe keuzes en kostenbesparingen te realiseren. Een aantal gemeentelijke taken wordt door gemeenschappelijke regelingen uitgevoerd. Voor gemeente Hoeksche Waard betreft de totale bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen ca. 25% van ons begrotingstotaal. Onze bijdrage aan de GR DG&J vormt hierin de grootste component. Daarom vinden wij het belangrijk om ook onze gemeenschappelijke regelingen kritisch tegen het licht te houden. De concrete maatregelen uit de bestuursopdracht moeten uiterlijk in de begroting 2026 van de GR DG&J te worden verwerkt.
Wij zijn ervan overtuigd dat wij samen met u deze financiële uitdagingen kunnen realiseren. 2. Autonome ontwikkelingen leiden tot een stijging van de inwonerbijdrage
24
6. Zoals gebruikelijk zal DG&J haar reactie op de door u ingebrachte punten middels een brief aan u kenbaar maken. 1. Het algemeen bestuur bespreekt op 11 juli 2024 de uitkomst van de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten”. Op basis van de omvang van de taken waarop hervormingen mogelijk worden geacht, kan een inschatting worden gemaakt van de bandbreedtes van de financiële baten van de uit te werken voorstellen. Als we kijken naar de begroting van de DG&J dan maakt het budget waarmee jeugdhulp wordt ingekocht (circa € 140 miljoen), ruim 75% uit van de totale begroting (circa € 180 miljoen). We verwachten dat de baten van het beperken van de vraag naar en het aanbod aan jeugdhulp substantieel in omvang kunnen zijn. De overige ombuigingsvoorstellen voor de DG&J hebben betrekking op een fractie van het resterende deel van de DG&J-begroting (die in totaal circa € 40 miljoen bedraagt voor GGD, LVS, Veilig Thuis, apparaatskosten SOJ en bedrijfsvoering). De lopende bestuursopdrachten hebben ook het doel om tot een structurele inzet voor DG&J te komen, in plaats van de gestapelde incidentele inzet. 2. Dank voor uw reactie, wij delen dit beeld.
Wij herkennen de uitdagingen waar we gezamenlijk voor staan. De stijging van de voorgestelde inwonerbijdrage 2025 (voor de Hoeksche Waard een stijging van € 260.494,-) op basis van de (beleid)voorstellen komt voor een groot gedeelte voort uit autonome, niet beïnvloedbare ontwikkelingen (inflatie, aangepaste cao’s), wijzigingen in wettelijke taken en de groeiende vraag naar publieke dienstverlening. De verschillende lopende bestuursopdrachten moeten richting de begroting van 2026 meer duidelijkheid geven over de wenselijkheid om onderdelen van beleid (Leerplicht, etc.) blijvend voort te zetten en hiervoor structureel middelen beschikbaar te stellen.
3. We stemmen deels in met incidentele uitbreiding van Veilig Thuis in 2025 In 2025 wordt, net als in 2023 en 2024, een extra inwonerbijdrage gevraagd voor de uitvoering van de taken van Veilig Thuis. Omdat wij onze jeugd- en wijkteams willen versterken, werken wij aan een lokaal plan van aanpak om dit te realiseren. Wij gaan ervan uit dat minder inzet op Veilig Thuis nodig is zodra de jeugd- en wijkteams goed functioneren. In 2023 en 2024 is incidenteel 3,67 Fte extra beschikbaar gesteld voor de samenwerking van Veilig Thuis met de jeugd- en wijkteams in het kader van Veilig Opgroeien is Teamwerk en daaropvolgend het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Uit gesprekken met u is naar voren gekomen dat deze incidentele Fte’s ook deels zijn ingezet voor de autonome groei. U stelt voor om de incidentele inzet van 3,67 Fte per 2025 te stoppen. Dit kan en mag echter niet betekenen dat u daarmee geen bijdrage meer levert aan het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming/ Veilig opgroeien is Teamwerk. Een ontwikkeling die moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen. Wij verwachten dat u binnen uw formatie daar actief een bijdrage aan blijft leveren.
Wij vragen u om in samenwerking met het regionaal programmateam Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners in het vierde kwartaal van dit jaar te komen met een addendum. In dit addendum is opgenomen hoe en in welke vorm u per gemeente een bijdrage levert aan Veilig Opgroeien is Teamwerk. Daarnaast vragen we u om aan te geven hoe u zich als organisatie voorbereidt op de vormgeving van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Welke mogelijkheden ziet u om uw organisatie anders vorm te geven in samenwerking en afstemming met uw netwerkpartners? Hoe kunt u meer gebiedsgericht gaan werken? Dit addendum kan in het AB worden vastgesteld en mede als basis dienen voor uw begroting 2026. Verder vraagt u een incidentele verhoging van 7,25 Fte ten gevolge van de bij te stellen formatie. U doet dit op basis van de VNG-normen en de eigen normen in relatie tot het verwachte aantal meldingen en adviezen voor 2025. Wij stemmen niet in met deze verhoging omdat wij nog onvoldoende overtuigd zijn van de noodzaak van deze verhoging. Gelet op de autonome groei en het belang dat u nauw samenwerkt met onze jeugd- en wijkteams in lijn met het toekomstscenario kunnen we wel instemmen met een voortzetting van de incidentele inzet van 3,67 Fte in
25
3. Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse. Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a.
het Toekomstscenario, waarbij ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten. Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de
2025. We zijn kritisch op de verschillende meldpunten en werken eraan dat deze meldpunten in de toekomst minder nodig zullen zijn door het versterken van onze jeugd- en wijkteams.
operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024. Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk). . Wij onderschrijven dat niet iedere melding hetzelfde soort werkzaamheden vraagt. Hierop is het rekenmodel dat al meerdere jaren wordt benut voor Veilig Thuis gestoeld. Elke melding dient een proces van triage te doorlopen. Iedere melding 'kost' werk, niet iedere melding vraagt evenveel intensiteit. Op basis van de triage dient een variant; bijv. onderzoek, advies of overdracht, te worden gestart. De urenbesteding hiervan verschilt. Het rekenmodel is hierop gebouwd en gevalideerd aan de hand van trend en realisatie. Veilig Thuis ZHZ hanteert in dit rekenmodel een fors lagere urennorm voor de afhandeling van de verschillende soorten meldingen dan het VNG model. Dit is mogelijk gemaakt door procesoptimalisatie en werkt tevens beperkend voor verdere negatieve bijstelling. In de aanname voor 2025 is uitgegaan van een hoger aantal overdrachten/ adviezen en minder onderzoek, anders dan de realisatie in 2023 en eerste helft 2024 laat zien.
Hierbij is uitgegaan van het beleidseffect van verdere implementatie en bekendheid van de meldcode.
4. De Hoeksche Waard is kritisch op de extra incidentele uitbreiding voor meldpunt Zorg en Overlast Vorig jaar, bij de begroting van 2024, gaf u aan met een plan van aanpak te komen om de aanvullende incidentele middelen voor 1 Fte af te bouwen. In onze zienswijze van vorig jaar vroegen wij u om een concreet plan hiervoor uit te werken. Dit plan hebben wij nooit ontvangen. In plaats daarvan vraagt u voor 2025 de incidentele uitbreiding van 2023 en 2024 te continueren en uit te breiden naar 3 Fte. Wij verbazen ons over deze gang van zaken en zijn daarom kritisch op dit voorstel. Wij begrijpen dat met ontwikkelingen zoals de bestuursopdracht het nog niet mogelijk is
26
4. Dank voor uw reactie. Op basis van de ontvangen zienswijzen hebben we gezien dat er geen steun is voor de uitbreiding met 3 fte, maar voor 1 fte. Middels een impactanalyse wordt voor het Algemeen Bestuur inzichtelijk gemaakt wat de consequenties voor de uitvoering zijn als gevolg van deze bezuiniging voor de indicatoren en de wettelijke kaders.
om de aanvullende Fte volledig af te bouwen in 2024. Daarom stemmen wij in met de continuering van de incidentele uitbreiding van 1 Fte in 2025. Hierbij stellen wij wel de voorwaarde dat het eerder toegezegde afbouwplan alsnog volgt. Wij stemmen niet in met de gevraagde aanvullende 2 Fte.
5. De Hoeksche Waard stemt in om de capaciteit van Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten incidenteel uit te breiden in 2025 Ook bij Leerlicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) neemt het aantal meldingen fors toe. U vraagt opnieuw een aanvullende incidentele bijdrage in afwachting van de bestuursopdracht. Deze bestuursopdracht is gericht op verbetering van de aanpak en het signaleren van knelpunten in de keten. De uitkomsten van deze bestuursopdracht moeten duidelijk maken wie welke verantwoordelijkheid heeft in deze keten en waarin wij het beste kunnen investeren. Ook gezien het benchmarkonderzoek, waaruit blijkt dat LVS beperkte capaciteit heeft, stemmen wij in om de capaciteit van LVS ook in 2025 incidenteel uit te breiden en dit te dekken uit de bestemmingsreserve.
6. De Hoeksche Waard wil graag een concrete uitwerking gerelateerd aan het verzoek om extra middelen voor de pandemische paraatheid U schetst de ontwikkelingen op het gebied van infectieziektebestrijding, gezondheid en milieu. Wij kijken uit naar de komst van het vaccinatie expertisecentrum Zuid Holland Zuid. Toenemende risico’s op de uitbraak van infectieziekten en milieu vragen om onverminderde aandacht. U ontvangt € 1,1 miljoen aan rijksmiddelen voor versterking van de pandemische paraatheid. Dit bedrag is wat ons betreft een taakstellend budget. Wij zijn daarom kritisch op de aanvullende structurele bijdrage
27
Er is in het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de voortgang van activiteiten door team OGGZ om tot afbouw van incidentele middelen te komen. Ter illustratie; de inzet van de wijk-GGD is in verschillende gemeenten succesvol en adviseren wij lokaal in te zetten. Ook is er middels landelijk beleid juist ingezet op het melden van meer casuïstiek bij het meldpunt zorg en overlast bij politiemeldingen. Per saldo wordt er over meer mensen gemeld. Deze meldingen moeten worden getriageerd en vervolgens op maat worden opgepakt. Dit is het gevolg van een groeiende kwetsbare doelgroep, maar ook als gevolg van preventieve maatregelen (zoals genoemd; het doen melding bij meldpunt zorg en overlast van E33politiemutaties), waardoor de doelgroep ook beter in zicht is. Er is nog geen indicatie dat er andere landelijke of regionale beleidsinitiatieven zijn die deze groei of de behoefte aan dit zicht doen afnemen. Andere activiteiten die het team OGGZ kan ondernemen binnen de uitvoeringsopdracht om dit te keren, binnen dit staande beleid, zijn beperkt. De eerste burap van 2024 laat de laatste ontwikkeling (stijging) in het aantal meldingen zien. 5. Dank voor uw instemming.
6. De GGD ZHZ heeft dusdanig kunnen onderhandelen met de GGD GHOR en de andere GGDen dat het eerder gepresenteerde tekort niet meer aanwezig is. Het beschikbare budget wordt verdeeld volgens de geactualiseerde verdeelsleutel van de formatienorm IZB wat voor onze regio gunstig uitpakt. In de verdeelsleutel is rekening gehouden met o.a. het inwoneraantal, vaccinatiegraad, aanmeldcentra vluchtelingen, etc.
van € 70.000,- die u vraagt. Wij zien graag een meer concrete uitwerking van wat u zowel regionaal als lokaal met deze aanvullende middelen wilt gaan doen voordat wij hiermee instemmen. 7. Wij vragen om een spoedig bestuurlijk voorstel voor JongJGZ JongJGZ stelt dat zij niet binnen de gestelde indexatie de taken kan uitvoeren. U heeft daarom een verzoek ontvangen tot structurele bijstelling van de opdrachtsom. Deze gesprekken kunnen leiden tot een bestuurlijk voorstel met verzoek tot structurele bijstelling van het budget of bijstelling van het takenpakket. Wij kijken uit naar dit voorstel en vragen om spoed op dit dossier.
7. Bij de eerste BURAP volgt ons voorstel ten aanzien van de indexering van de opdrachtsom van Jong JGZ voor 2024. Ons uitgangspunt hierbij is dat het basispakket JGZ basiszorg biedt waar ieder kind in Nederland recht op heeft. Eventuele lokale maatwerkafspraken vormen hierop een aanvulling en zouden niet ten koste mogen gaan van het basispakket JGZ. Wij adviseren u daarom kritisch te kijken naar de verdeling van uw middelen over het regionale basispakket JGZ en de lokaal ingekochte maatwerkproducten JGZ.
8. Wij vragen de post ‘per saldo groei jeugdhulpgebruik’ te schrappen De groei van het jeugdhulpgebruik is de afgelopen jaren gestabiliseerd. In de begroting 2025 is door u gekozen voor een scenario van geen besparingen en geen groei. Dit doet u vanwege evenwichtig begrotingsbeleid. Als voorstander van realistisch begroten staan wij achter deze keuze en vragen wij u om de post Per saldo groei jeugdhulpgebruik 2025 á €1.800.000, - te schrappen uit de begroting. Wij werken de komende jaren graag met elkaar toe naar de situatie ‘geen groei - wel besparingen’. Dit is noodzakelijk om de uitgaven op jeugdhulp, als onderdeel van de totale uitgaven binnen het sociaal domein, beheersbaar te houden. Door het maken van scherpe keuzes kunnen we de zorg voor onze jeugdigen verbeteren en daardoor beheersbaar en betaalbaar houden.
8. De post per saldo groei jeugdhulpgebruik waaraan u refereert komt uit de mutatietabel van de vorige begroting (jaarschijf 2025) van een jaar geleden naar de huidige begroting. Het geeft de groei aan die gedurende de twee peilmomenten heeft plaatsgevonden op regioniveau (1,3%). Dit verschilt overigens sterk per gemeente en in uw gemeente was het krimp. Ten opzichte van de prognose van de zorgkosten per gemeente in de begroting 2025 is geen groei opgenomen.
9. Rechtmatigheidsonderzoek passend bij de huidige taken van de SOJ U geeft aan dat u de maatregel rechtmatigheidsonderzoek bij zorgaanbieders (uit de Hervormingsagenda) namens de gemeenten kan uitvoeren. Wij zien dit als een passend onderdeel van de al bestaande taken van de SOJ. We zijn nieuwsgierig naar de daadwerkelijke inzet en opbrengsten hiervan en vragen u om dit inzichtelijk te maken in de bestuursrapportages en in de jaarrekening 2025.
Molenlanden (concept)
28
10. Tot slot Wij verwachten dat u in overeenstemming met de Wet op de gemeenschappelijke regelingen een reactie uit zult brengen op de door ons ingebrachte punten. Wij zien uw reactie met vertrouwen tegemoet. 1. Algemeen Het valt op dat de verhoging van lasten en dus de verhoging van de inwonerbijdrage vooral het gevolg is van gewenste formatie-uitbreidingen. Wij kijken hier kritisch naar, aangezien het Meerjarenbeleidsplan DG&J 2024-2028 nog niet definitief is vastgesteld
9. Het uitvoeren van de beoogde rechtmatigheidsonderzoeken maakt geen onderdeel uit van de bestaande taken. Wij zullen rapporteren over de inzet en de resultaten in bestuursrapportages en jaarrekening.
10. Zoals gebruikelijk zal DG&J haar reactie op de door u ingebrachte punten middels een brief aan u kenbaar maken. 1. Het algemeen bestuur bespreekt op 11 juli 2024 de uitkomst van de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten”.
29
en wij als gemeente voor financieel moeilijke jaren staan waarin bezuinigd zal moeten worden. Wij verwachten daarom ook van u een bijdrage aan de benodigde bezuinigingen. De bestuursopdracht ombuigingen en hervormingen waar nu door u, samen met de gemeenten, aan gewerkt wordt moet, wat ons betreft, veel gaan opleveren. We zullen gezamenlijk invulling moeten geven aan de financiële uitdaging die voor ons ligt.
Op basis van de omvang van de bij de voorstellen betrokken taken, kan een inschatting worden gemaakt van de bandbreedtes van de mogelijke financiële baten. Als we kijken naar de begroting van de DG&J dan maakt het budget waarmee jeugdhulp wordt ingekocht (circa € 140 miljoen), ruim 75% uit van de totale begroting (circa € 180 miljoen). We verwachten dat de baten van het beperken van de vraag naar en het aanbod aan jeugdhulp substantieel in omvang zijn. De overige ombuigingsvoorstellen voor de DG&J hebben betrekking op een fractie van het resterende deel van de DG&J-begroting (die in totaal circa € 40 miljoen bedraagt voor GGD, LVS, Veilig Thuis, apparaatskosten SOJ en bedrijfsvoering). De lopende bestuursopdrachten hebben ook het doel om tot een structurele inzet voor DG&J te komen, in plaats van de gestapelde incidentele inzet
2. Meldpunt Zorg & Overlast Daar waar in de begroting van 2024 nog gesproken werd over een plan van aanpak om de extra incidentele middelen af te bouwen vraagt u voor 2025 nogmaals om deze middelen met daarbij nog een extra uitbreiding van 2 FTE. Ook nu zijn wij, in het licht van de financieel onzekere tijden, kritisch op het toekennen van extra middelen voor het Meldpunt Zorg & Overlast en het toevoegen van incidentele extra formatie. Hierbij doen wij nogmaals het verzoek om te komen tot afbouw van deze middelen. Wij zien liever dat deze middelen lokaal ingezet kunnen worden ten behoeve van het versterken van de lokale zorg – en ondersteuningsstructuren.
2. Dank voor uw reactie. Op basis van de ontvangen zienswijzen hebben we gezien dat er geen steun is voor de uitbreiding met 3 fte, maar voor 1 fte. Middels een impactanalyse wordt voor het Algemeen Bestuur inzichtelijk gemaakt wat de consequenties voor de uitvoering zijn als gevolg van deze bezuiniging voor de indicatoren en de wettelijke kaders. Er is in het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de voortgang van activiteiten door team OGGZ om tot afbouw van incidentele middelen te komen. Ter illustratie; de inzet van de wijk-GGD is in verschillende gemeenten succesvol en adviseren wij lokaal in te zetten. Ook is er middels landelijk beleid juist ingezet op het melden van meer casuïstiek bij het meldpunt zorg en overlast bij politiemeldingen. Per saldo wordt er over meer mensen gemeld. Deze meldingen moeten worden getriageerd en vervolgens op maat worden opgepakt. Dit is het gevolg van een groeiende kwetsbare doelgroep, maar ook als gevolg van preventieve maatregelen (zoals genoemd; het doen melding bij meldpunt zorg en overlast van E33politiemutaties), waardoor de doelgroep ook beter in zicht is. Er is nog geen indicatie dat er andere landelijke of regionale beleidsinitiatieven zijn die deze groei of de behoefte aan dit zicht doen afnemen. Andere activiteiten die het team OGGZ kan ondernemen binnen de uitvoeringsopdracht om dit te
keren, binnen dit staande beleid, zijn beperkt. De eerste burap van 2024 laat de laatste ontwikkeling (stijging) in het aantal meldingen zien. 3. LVS Op dit moment loopt een bestuursopdracht gericht op verbetering van de aanpak voor het voorkomen en oplossen van schoolverzuim en schooluitval, waarin gesignaleerde knelpunten in de keten worden opgelost. Helder moet hieruit ook worden wie welke verantwoordelijkheid in de keten heeft en wat dit betekent voor bezetting en financiering van LVS. Problematiek van verzuim en schoolverlaten is meestal niet alleen school gebonden. Wij pleiten daarom voor een structurele aansluiting van LVS op de lokale zorgstructuur. Wij zijn zeer benieuwd naar de uitkomsten van deze bestuursopdracht. Ondanks bovenstaande dient wat ons betreft in de bestuursopdracht, bij de uitwerking van de scenario’s, rekening gehouden te worden met de bezuinigingsopgave voor het ravijnjaar 2026 waarmee alle gemeenten kampen. We kunnen voor nu wel instemmen met de incidentele middelen voor 2025.
3. Dank voor uw instemming. U roept op om in de verbetering van de ketensamenwerking gebruik te maken van al bestaande dienstverlening binnen het lokale veld van gemeenten en de lokale zorgstructuur. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin door gemeenten een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie en structurele financiering voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht.
4. Veilig Thuis Met het opstellen van het meerjarenperspectief 2019 - 2022 was de verwachting dat Veilig Thuis ZHZ in 2022 zou kunnen inkrimpen. Echter sinds 2022 ontvangt u voor het onderdeel Veilig Thuis extra middelen om incidenteel de formatie “maatschappelijk werkers" bij Veilig Thuis met 3,67 fte op te hogen. Deze ophoging was wenselijk omdat destijds door u geconstateerd werd dat ondanks de samenwerking binnen Veilig Opgroeien is Teamwerk het aantal meldingen niet afnam. De overdracht van casuïstiek met veiligheidsvraagstukken naar de lokale teams verliep niet goed. Voor de lokale teams was er onduidelijk over wanneer en op welke wijze de samenwerking (taken en verantwoordelijkheden) met VT eruitzag. Het doel was om deze incidentele middelen zo snel als mogelijk weer af te bouwen. In de tussenliggende tijd is er zowel lokaal als regionaal gewerkt aan de versteviging van de samenwerking.
4. Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse. Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a.
het Toekomstscenario, waarbij
De gemeente Molenlanden heeft hier zelf ook actief op ingezet, onder andere door evaluatie van lokale casuïstiek bespreking VOIT samen met VT en GI’s. De aandachtsfunctionarissen Veiligheid hebben daarbij tijd en ruimte gekregen om te investeren in kennis en expertise (o.a. Top 3 methodiek en Ouderenmishandeling). Met het oog op het verleggen van taken naar het lokale veld en de consequenties van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, vinden wij het ook logischer dat lokaal extra wordt geïnvesteerd op het thema veiligheid binnen de lokale teams van de gemeenten in plaats van extra te investeren in Veilig Thuis. Wij onderschrijven dus dat u de regionale incidentele middelen (voor de formatie uitbreiding van 3,67 fte bij Veilig Thuis) stopzet per 2025 en teruggeeft aan de lokale gemeenten. Op deze manier kan elke gemeente individueel beslissen op welke manier zij werken aan het verstevigen van hun lokale teams. Dit kan en mag echter niet betekenen dat u daarmee geen bijdrage meer levert aan het Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming/ Veilig opgroeien is Teamwerk. Een ontwikkeling die moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen. Wij verwachten dat
30
u binnen uw formatie daar actief een bijdrage aan blijft leveren. Wij vragen u om in samenwerking met het regionaal programmateam Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners in het vierde kwartaal van dit jaar te komen met een addendum. In dit addendum is opgenomen hoe en in welke vorm u per gemeente een bijdrage levert aan Veilig Opgroeien is Teamwerk. Daarnaast vragen we u om aan te geven hoe u zich als organisatie voorbereidt op de vormgeving van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Welke mogelijkheden ziet u om uw organisatie anders vorm te geven in samenwerking en afstemming met uw netwerkpartners? Hoe kunt u meer gebiedsgericht gaan werken? Dit addendum kan in het AB worden vastgesteld en mede als basis dienen voor uw begroting 2026. Tegelijkertijd geeft u aan dat er sprake is van een forse toename in het aantal meldingen (autonome groei). Deze toename maakt dat u extra formatie nodig hebt om binnen de gestelde wettelijke termijnen van afhandeling te blijven. U geeft aan in 2025 7,25 fte extra formatie nodig te hebben. Hoewel wij niet ontkennen dat het aantal meldingen toeneemt, vinden we de onderbouwing voor de door u gevraagde 7,25 fte op dit moment te mager. U refereert aan VNG normen en eerder door u zelf vastgestelde normen. De opbouw van deze normen zijn ons onvoldoende bekend.
Wel kunnen we ons voorstellen dat voor het uitvoeren van een onderzoek meer uren nodig zijn dan voor overdracht na triage. En over deze cijfers beschikken we wel. We zien namelijk een afname van het aantal onderzoeken en een toename van het aantal meldingen dat na triage overgedragen wordt. Dit zal van invloed zijn op de berekening van de benodigde formatie. Op dit moment gaan wij voor een deel akkoord met de gevraagde inzet. De 3,67 fte zien wij als noodzakelijk voor de continuïteit door de toename van de werkzaamheden. Daarentegen gaan wij op dit moment niet akkoord met de extra gevraagde incidentele uitbreiding. U dient eerst met een gedegen plan te komen voordat we akkoord gaan.
5. Pandemische paraatheid U stelt voor om het bedrag dat u ontvangt aan rijksmiddelen (1,1 miljoen) op te hogen met €70.000 met het oog op actuele ontwikkelingen als de dalende vaccinatiegraad. Wij missen hierbij een concrete uitwerking wat u met deze aanvullende middelen wilt gaat doen en waarom de taakstelling onvoldoende geacht wordt.
31
ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten. Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024. Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk). Wij onderschrijven dat niet iedere melding hetzelfde soort werkzaamheden vraagt. Hierop is het rekenmodel dat al meerdere jaren wordt benut voor Veilig Thuis gestoeld. Elke melding dient een proces van triage te doorlopen. Iedere melding 'kost' werk, niet iedere melding vraagt evenveel intensiteit. Op basis van de triage dient een variant; bijv. onderzoek, advies of overdracht, te worden gestart. De urenbesteding hiervan verschilt. Het rekenmodel is hierop gebouwd en gevalideerd aan de hand van trend en realisatie. Veilig Thuis ZHZ hanteert in dit rekenmodel een fors lagere urennorm voor de afhandeling van de verschillende soorten meldingen dan het VNG model.
Dit is mogelijk gemaakt door procesoptimalisatie en werkt tevens beperkend voor verdere negatieve bijstelling. In de aanname voor 2025 is uitgegaan van een hoger aantal overdrachten/ adviezen en minder onderzoek, anders dan de realisatie in 2023 en eerste helft 2024 laat zien. Hierbij is uitgegaan van het beleidseffect van verdere implementatie en bekendheid van de meldcode. 5. De GGD ZHZ heeft dusdanig kunnen onderhandelen met de GGD GHOR en de andere GGDen dat het eerder gepresenteerde tekort niet meer aanwezig is. Het beschikbare budget wordt verdeeld volgens de geactualiseerde verdeelsleutel van de formatienorm IZB wat voor onze regio gunstiger uitpakt. In de verdeelsleutel is rekening gehouden met o.a. het inwoneraantal, vaccinatiegraad, aanmeldcentra vluchtelingen, etc.
6. Jeugdgezondheidszorg Jong JGZ heeft aangegeven dat zij niet binnen de gestelde indexatie voor het jaar 2024 en verder de uitvoering kan laten plaatsvinden. Er ligt een verzoek tot structurele bijstelling van de opdrachtsom bij de DG&J en u bent daarover in gesprek. Omdat deze gesprekken ertoe kunnen leiden dat er medio 2024 een bestuurlijk voorstel zal volgen met een verzoek tot aanvullende middelen en/of bijstelling van het takenpakket, pleiten wij ervoor dat hier zo snel mogelijk duidelijkheid over komt.
7. Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Wij zijn voorstander van realistisch begroten, dus als gemeente staan wij op dit moment achter de keuze om de begroting van 2025 te baseren op de prognose 2024 en uit te gaan van geen groei, maar ook geen besparingen. Door het organiseren van meer lokale sturing en de ruimte die we als gemeente gekregen hebben om Jeugdhulp naar de voorkant vorm te geven, zien we op onderdelen positieve effecten op de ontwikkelingen binnen de Jeugdhulp. Daarnaast zien wij echter ook enkele ontwikkelingen die de kosten wel omhoog brengen. We vragen u aandacht om gezamenlijk met ons te werken aan de doelstellingen uit de hervormingsagenda om de kwaliteit en effectiviteit van hulp te versterken en het beheersen/terugdringen van de oplopende kosten naar een duurzaam betaalbaar stelsel. We hebben gezien de jaarrekening 2023 minder vertrouwen in de prognose, maar tegelijkertijd hebben we geen deugdelijke onderbouwing om op dit moment van de prognose af te wijken. Wij zullen daarom ook niet afwijken van de voorliggende raming. 8. Financiële uitdagingen Gelet op de financiële uitdagingen waarmee gemeente Molenlanden te maken heeft, besloten wij in 2023 om te bezuinigen. De helft van de voorgenomen bezuinigingen op gemeentelijk niveau moet nog concreet worden gemaakt. Met de kadernota voor 2025 zullen wij daarover besluiten nemen.
Uit een verkennende beeldvormende bijeenkomst van de gemeenteraad is gebleken dat ook van gemeenschappelijke regelingen een bijdrage aan de beoogde bezuinigingen wordt verwacht. U bent zich bewust van het feit dat we als gemeente voor financieel moeilijke jaren staan en we waarderen het zeer dat u echt stappen aan het zetten bent om uitvoering te geven aan de bestuursopdracht. Toch willen we dit signaal nadrukkelijk onder uw aandacht brengen. Zoals in de inleiding al aangegeven moet de bestuursopdracht waar nu door u, samen met de gemeenten, aan gewerkt wordt, wat ons betreft, veel gaan opleveren. Wij vragen u met klem om bij uw begrotingen voor de komende jaren rekening te houden met de financiële ontwikkelingen en dat u daar waar het realistisch is, bezuinigingen inboekt. Wij zullen u via de gebruikelijke wegen uiteraard meer in detail informeren zodra onze besluitvorming is afgerond.