2.18f Bijlage 4 Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen dd. 20240708.pdf
Tekst van het document
Zienswijzen Begroting 2025 GR DG&J Gemeente Alblasserdam (definitief)
Uitgebrachte zienswijze 1. Financiële situatie gemeente Alblasserdam Zoals bij u bekend is, hebben gemeenten vanaf 2026 vanwege een lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds te maken met financiële uitdaging. Het komt erop neer dat gemeenten hun taken moeten uitvoeren met minder financiële middelen. Wij zijn daarom, net als vele andere gemeenten, gestart met een bezuinigingsproces. De noodzaak voor een bezuinigingsproces is voor onze gemeente groter dan die van de gemiddelde gemeente. Wij zijn genoodzaakt al voor 2025 keuzes te maken om financieel gezond te blijven Wij delen u mee dat wij een fors deel van deze bezuinigingen willen realiseren door besparingen op onze bijdrage aan de verschillende Gemeenschappelijke Regelingen. De Gemeenschappelijke Regelingen binnen het sociaal domein (GR DG&J en GR Sociaal) omvatten maar liefst een derde van onze begroting.
2. Conceptbegroting 2025 In de stukken wordt gevraagd om kennis te nemen van de meerjarenraming 20262028, zoals deze is opgenomen in de begroting 2025. Deze meerjarenbegroting is niet uitgesplitst op themaniveau, enkel op totaalbedrag. Dit maakt het voor de deelnemende gemeenten lastig om gemotiveerd af te wijken, mocht dit de wens zijn en zorgt ook niet voor een duidelijk meerjarige uitwerking van de voorstellen. 3. Het valt op dat de verhoging van lasten en dus de verhoging van de inwonerbijdrage vooral het gevolg is van gewenste formatie-uitbreidingen. Wij kijken hier kritisch naar, aangezien het Meerjarenbeleidsplan (MJP) DG&J 2024-2028 nog niet definitief is vastgesteld. In onze aangeleverde zienswijze over het meerjarenbeleidsplan kunt u onze inhoudelijke punten nogmaals bekijken. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan een bestuursopdracht over de verkenning van de financiële bijdrage aan de GR DG&J. Omdat het conceptuitvoeringsprogramma (met daarin ook de aanbevelingen uit de bestuursopdracht) pas 26 september 2024 voorligt, geeft u aan dat in de voorliggende begroting 2025 hier geen rekening mee gehouden wordt. Tot slot wordt er ook hard gewerkt aan inhoudelijke bestuursopdrachten, die door de timing van dit document nog niet kunnen worden meegenomen.
1
Reactie Dagelijks Bestuur DG&J 1. Wij zijn bekend met de financiële situatie van de gemeenten in deze regio en de noodzaak tot bezuinigen bij verschillende van de 10 gemeenten. Wij voeren op dit moment de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten” uit. Daarnaast loopt er een aantal andere bestuursopdrachten en trajecten, waaronder de evaluatie van de inkoop jeugdhulp (het budget voor inkoop jeugdhulp bestrijkt drie kwart van onze begroting). Deze bestuursopdrachten en trajecten leiden tot beleidskeuzes voor gemeenten over de inzet van middelen. Ook bij het opstellen van het MJPuitvoeringsprogramma kijken we scherp naar wat er nodig is om onze basisdienstverlening op orde te houden en hoe we de noodzakelijke bewegingen kunnen maken als gevolg van landelijke en regionale ontwikkelingen. Elk van opdrachten kent een eigen proces en planning, via het Algemeen Bestuur. 2. Bedankt voor uw reactie op de financiële begroting. DG&J zal in de volgende begrotingsronde het door u gewenste inzicht verwerken in de begroting. 3. De voorstellen voor formatie-uitbreiding zijn gebaseerd op de te verwachten stijging van het aantal meldingen bij LVS, Meldpunt Zorg & Overlast en Veilig Thuis in 2025. De eerste bestuursrapportage 2024 bevestigt de aannames. De begroting 2025 is grotendeels beleidsarm.
De uitbreiding is noodzakelijk om wettelijke taken uit te voeren en voor landelijke protocollen/methodieken en regels die gevolgd moeten worden. Wanneer de formatie niet wordt uitgebreid, kunnen wettelijke termijnen niet worden nageleefd, meldingen niet worden opgepakt en zullen doorlooptijden oplopen en worden keuzes gemaakt wettelijke taken niet uit te voeren. Voor ontwikkeling in de keten of innovatie is nu beperkt ruimte en dan
geen ruimte. De richtlijn voor de formatie is gebaseerd op landelijke normen. DG&J werkt al substantieel onder deze normen, door werkprocessen efficiënt in te richten. Met de voorstellen blijft DG&J voor LVS, OGGZ en VT opnieuw onder deze normen. Om de basistaken uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk dat wij onze personele capaciteit in overeenstemming brengen met het (stijgende) aantal meldingen. In de begroting stellen we incidentele formatie-uitbreidingen voor, zodat zodra de lopende bestuursopdrachten helderheid geven over toekomstige structurele ramingen, hierop soepel kan worden geanticipeerd.
2
4. Wij als gemeenteraad kunnen dan ook niet in stemmen met alle gewenste formatie-uitbreidingen die nu worden voorgesteld, omdat we dit graag in samenhang met de Bestuursopdracht en het MJP besluiten. Graag maken we dan ook gebruik van uw verzoek om later in dit jaar voorstellen te doen voor begrotingswijzigingen, als uit het gezamenlijke MJP en bestuursopdracht blijkt dat dit de koers is die we gaan varen en formatie-uitbreidingen (deels) onontkoombaar zijn. We willen ons daar vooraf nog niet volledig aan committeren. Echter zullen deze voorstellen tot mogelijke begrotingswijzigingen niet tijdig aangeleverd worden om in onze eigen begroting te verwerken. Vandaar dat we op deze conceptbegroting wel concrete aanpassingen voorstellen.
4. Met de diverse bestuursopdrachten is beoogd structurele beleidshervormingen te bereiken waarvan de eerste effecten naar wij hopen in de begroting 2026 kunnen geeffectueerd. Ter overbrugging wordt een aantal onvermijdelijke, vooral incidentele formatie-uitbreidingen voorgesteld om de basistaken te kunnen blijven uitvoeren binnen de wettelijke kaders.
5. Structurele bijstelling als gevolg van indexatie Loon- en prijsindexaties vormen een groot deel van de verhoogde bijdrage. Wij vragen u om inspanningen te leveren om zo mogelijk een deel van deze indexaties te beperken en de conceptbegroting 2025 daarop aan te passen. We zien hier dan ook graag een voorstel voor in de geplande begrotingswijziging in de tweede helft van het jaar, in samenhang met de ambities uit het MJP en de bestuursopdracht over financiële keuzes. Daarin begrijpen we dat loon- en prijsindexaties niet altijd te vermijden zijn, maar willen toch een beroep doen om dit tot een minimum te beperken. We roepen u dan ook op om met name te kijken naar indexatie van kosten van de bedrijfsvoering en die hierbij te betrekken.
5. Dank voor uw begrip t.a.v. de benodigde loon- en prijsindexaties. We hebben te maken met het opvangen van CAO-lonen, waarvoor de voorgestelde loonindexatie de beste basis voor raming op dit moment is. Wij zijn ieder begrotingsjaar kritisch op de kosten van onze uitvoering en bedrijfsvoering. U ziet dit bijvoorbeeld terug in dat wij onze basistaken onder de formatienormen uitvoeren. In de tussenrapportage bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten” hebben wij geïnventariseerd welke mogelijkheden er nog meer zijn.
6. Versterking Pandemische paraatheid De verwachting is dat voor onze regio € 1,1 miljoen beschikbaar komt om de infectieziektenbestrijding organisatie (IZB) verder te versterken. Met deze middelen kan de formatieve omvang zoals deze uit een landelijk formatienormeringsonderzoek (Berenschot) voor de regio ZHZ is bepaald, grotendeels worden gedekt. Het verschil
6. De GGD ZHZ heeft dusdanig kunnen onderhandelen met de GGD GHOR en de andere GGD-en dat het eerder gepresenteerde tekort niet meer aanwezig is. Het beschikbare budget wordt verdeeld volgens een geactualiseerde verdeelsleutel van de formatienorm
3
bedraagt circa € 70.000. We kunnen niet instemmen met dit voorstel gezien de financiële situatie van de gemeente Alblasserdam en willen u dan ook verzoeken om de inspanningsverplichting te leveren om deze taak uit te voeren binnen de van het Rijk te ontvangen uitkering. De gemeente Alblasserdam staat wel open, dat als de definitieve bedragen zeker zijn, in een constructieve houding mee te denken om u in staat te stellen deze taak zo goed mogelijk uit te voeren. We vragen u dus ook om de conceptbegroting hierop aan te passen.
IZB, wat voor onze regio gunstig uitpakt. In de verdeelsleutel is rekening gehouden met o.a. het inwoneraantal, vaccinatiegraad, aanmeldcentra vluchtelingen, etc.
7. Veilig Thuis De financiële omvang van de uitbreiding bedraagt € 833.000 incidenteel. Net als in 2023 en 2024, wordt een incidentele extra inwonerbijdrage gevraagd voor de uitvoering van de taken van Veilig Thuis. Ook in onze vorige zienswijze hebben we voorgesteld dat we graag zien dat deze extra inzet lokaal wordt belegd, in lijn met de Hervormingsagenda. Met het oog op het verleggen van taken naar het lokale veld en de consequenties van het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming, vinden wij het nog steeds logischer dat lokaal extra wordt geïnvesteerd op het thema veiligheid binnen de sociale teams van de gemeenten in plaats van extra te investeren in Veilig Thuis. We kunnen namelijk ons geld maar één keer uitgeven. Dit kan en mag echter niet betekenen dat u daarmee geen bijdrage meer levert aan het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming/ Veilig opgroeien is Teamwerk. Een ontwikkeling die moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen. Wij verwachten dat u binnen uw formatie daar actief een bijdrage aan blijft leveren, omdat we daarin uw expertise ook nodig hebben voor een betere dienstverlening voor onze inwoners.
Wij vragen u om in samenwerking met het regionaal programmateam Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners in het vierde kwartaal van dit jaar te komen met een plan van aanpak waarin inhoudelijk en financieel een goede samenwerking tot stand kan komen tussen de regiowerkzaamheden en de lokale inzet omtrent de veiligheidsketen. Omdat de autonome groei niet onderkend wordt, stellen we dus niet voor om niet te investeren op dit thema, maar wel dit op een andere manier te organiseren. We vragen u dus ook om de conceptbegroting hierop aan te passen.
7. Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse. Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a.
het Toekomstscenario, waarbij ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten. Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024.
Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk). 8. Meldpunt Zorg en Overlast Waar in de begroting 2024 nog werd gesproken over een plan van aanpak om de incidentele extra middelen af te bouwen, wordt in de begroting 2025 gevraagd om deze middelen nogmaals incidenteel toe te kennen en uit te breiden met nog eens 2 fte. In 2024 hebben wij en andere gemeenten al opgeroepen tot een concrete planning om tot afbouw van de incidentele middelen te komen. Binnen de lopende bestuursopdracht is voorgesteld het totale takenpakket van OGGZ (waartoe het meldpunt zorg en overlast behoort) door te lichten en te hercontracteren, zodat het regionale dienstenpakket voor de OGGZ kan worden opgenomen in de begroting DG&J 2026. Een goede verbinding tussen lokale en regionale inzet moet besparingen op gaan leveren. We willen u verzoeken om tot een plan te komen om afbouw van deze middelen te realiseren en het lokale team daarin te versterken.
8. Dank voor uw reactie. Op basis van de ontvangen zienswijzen hebben we gezien dat er geen steun is voor de uitbreiding met 3 fte, maar voor 1 fte. Er is in het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de voortgang van de activiteiten van team OGGZ om tot afbouw van incidentele middelen te komen. Ter illustratie; de inzet van de wijk-GGD is in verschillende gemeenten succesvol en adviseren wij lokaal in te zetten. Ook is er middels landelijk beleid juist ingezet op het melden van meer casuïstiek bij het meldpunt zorg en overlast bij politiemeldingen. Per saldo wordt er over meer mensen gemeld. Deze meldingen moeten worden getriageerd en vervolgens op maat worden opgepakt. Dit is het gevolg van een groeiende kwetsbare doelgroep, maar ook als gevolg van preventieve maatregelen (zoals genoemd; het doen melding bij meldpunt zorg en overlast van E33politiemutaties), waardoor de doelgroep ook beter in zicht is. Er is nog geen indicatie dat er andere landelijke of regionale beleidsinitiatieven zijn die deze groei of dit zicht doen afnemen. De aanname onder de becijferde groei bij de OGGZ wordt bevestigd door de eerste burap 2024.
In de tussenrapportage bestuursrapportage inventarisatie bijdrage aan de financiële positie van gemeenten wordt voorgesteld het aantal dienstverleningsovereenkomsten voor de OGGZ te verminderen en te komen tot een basispakket, om de ambtelijke capaciteit die gemoeid is met het opstellen van dienstverleningsovereenkomsten en de opvolging hierop, te beperken. Vanuit onze uitvoering en informatiepositie blijven wij u op tactisch niveau adviseren over de versterking van uw lokale aanbod voor deze doelgroep.
9. Leerplicht en voortijdig schoolverlaten We verwijzen naar onze toelichting onder het kopje 'jaarrekening'. Op dit moment loopt een bestuursopdracht bij gemeenten gericht op verbetering van de aanpak voor
4
9. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin door gemeenten een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende
het voorkomen en oplossen van schoolverzuim en schooluitval, waarin gesignaleerde knelpunten in de keten worden opgelost. Helder moet hieruit worden wie welke verantwoordelijkheid in de keten heeft en wat dit betekent voor bezetting en financiering van LVS. Gezien de financiële situatie van de gemeente Alblasserdam willen we u dan ook nadrukkelijk verzoeken om in gezamenlijkheid oplossingen te bedenken die kostenefficiënt zijn en aansluiten op de activiteiten die gemeenten al lokaal hebben georganiseerd.
basisformatie voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht.
10. Borgen financiële kolom DG&J Er wordt dekking gevraagd voor het vast werven van senior capaciteit van 2 fte. De kosten worden geraamd op € 234.000. Voorgesteld wordt om de inwonerbijdrage met deze omvang structureel bij te stellen. Vanuit de accountant (managementletter) en de auditcommissie is hier dringend aandacht voor gevraagd. U geeft aan dat er de laatste jaren hiervoor structureel is ingehuurd. Dit kost ook geld. Wij gaan ervan uit dat hier ook middelen voor opgenomen waren in de begroting in verband met de inhuur. Waarom worden deze middelen niet gebruikt ter dekking voor het werven van 2 fte seniorcapaciteit?
10. Deze kosten voor inhuur in de afgelopen jaren kon worden gedekt uit incidentele middelen.
11. Jeugdgezondheidszorg Er wordt door JongJGZ aangegeven dat er niet binnen de gestelde indexatie voor het jaar 2024 en verder de uitvoering kan plaatsvinden. Er ligt een verzoek tot structurele bijstelling van de opdrachtsom bij de DG&J en u bent daarover in gesprek. Onze verwachting is dat deze gesprekken ertoe kunnen leiden dat er medio 2024 een bestuurlijk voorstel zal volgen met een verzoek tot aanvullende middelen en/of bijstelling van het takenpakket. We willen u dan ook vragen om ook kritisch naar deze opdracht te kijken zodat deze inhoudelijk en financieel passen bij de dienstverlening zoals hij nu is. We zijn namelijk tevreden over de huidige dienstverlening zoals deze nu geleverd wordt, maar zitten ook in een financieel lastige situatie.
11. Goed te horen dat u tevreden bent over de huidige dienstverlening door Jong JGZ. Uw overwegingen nemen wij mee in onze advisering over de indexering van de opdrachtsom van Jong JGZ voor 2024, ook ten aanzien van de positieve resultaatbestemming van Jong JGZ over 2023. Ons uitgangspunt is dat het basispakket JGZ basiszorg biedt waar ieder kind in Nederland recht op heeft. Eventuele lokale maatwerkafspraken vormen hierop een aanvulling en mogen niet ten koste gaan van de dienstverlening uit het basispakket JGZ. Wij adviseren u zelf ook kritisch te kijken naar de verdeling van uw middelen over het regionale basispakket JGZ en de lokaal ingekochte maatwerkproducten JGZ.
12. Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) We constateren dat voor het tweede jaar op rij er maar zeer beperkt sprake is van autonome groei van de jeugdhulpuitgave. In de begroting 2025 is er door u opnieuw voor gekozen, vanwege evenwichtig begrotingsbeleid, zowel geen besparingen als geen groei te verwerken. De gemeente Alblasserdam wil toewerken naar een situatie waarin realistisch wordt begroot en ook recht wordt gedaan aan de financiële opgave waar we voor staan. Dit is noodzakelijk om de jeugdhulpuitgaven beheersbaar te houden. In lijn met de Hervormingsagenda, verwachten we dat de belangrijkste besparingen moeten komen uit de versterking van de lokale teams en de reikwijdte jeugdhulp. Iets waar we in Alblasserdam al stevig op investeren. Gemeenten kunnen gemotiveerd afwijken van de nu voorliggende raming. Door het goed functioneren van onze lokale voorzieningen en de wens om bezuinigingen ook bij de GR te organiseren, vinden we het realistisch om een bezuiniging van de jeugdhulpuitgaven met
5
12. Wij zullen uw opgave verwerken in de begroting. U bent zelf verantwoordelijk voor de onderbouwing naar de provincie. Thans zijn de verwachte uitgaven 2024 hoger dan door u begroot.
€200.000,- in te boeken. Historische cijfers laten ook zien dat we structureel onder de geprognotiseerde ramingen van de SOJ zitten qua jeugdhulpuitgaven. 13. We zijn content dat u investeert (€400.000,-) in het uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoek naar onjuiste declaraties en deze als besparing (€600.000,) ook in te boeken. Wij zien de uitdagingen die hieruit voortkomen als een gedeelde verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten en de DG&J en wij vragen u om ook in dit proces proactief uw rol te nemen.
14. Tot slot In de voorliggende conceptbegroting van 2025 wordt het door de DG&J noodzakelijk geacht om formatie-uitbreiding op bepaalde onderdelen van de dienstverlening aan te vragen. We willen benadrukken dat we begrijpen dat u vanuit uw inhoudelijke expertise, deze voorstellen doet om een goede dienstverlening te garanderen voor inwoners in de Drechtsteden. Echter zijn we genoodzaakt om financieel scherp aan de wind te varen. Zoals eerder gemeld is onze bezuinigingsopdracht is fors. 15. Ondertussen wordt er veel werk verricht, gelukkig altijd in samenwerking met de DG&J en overige gemeenten. Tijdens dit schrijven is het MJP nog niet volledig afgerond en kunnen de resultaten van de financiële bestuursopdracht ook nog niet worden verwerkt in de conceptbegroting 2025.Op verschillende onderdelen van de dienstverlening (LVS en Jeugdgezondheidszorg) lopen ook bestuursopdrachten, waarin bij LVS ook tijdelijk extra uitbreiding gevraagd wordt voordat deze bestuursopdrachten zijn afgerond. De mogelijkheid bestaat dat dit voor de jeugdgezondheidszorg ook het geval gaat zijn. U kunt begrijpen dat, door de financiële situatie waar we als gemeente in zitten, onze voorkeur uit gaat naar structurele oplossingen voor de lange termijn waarin onze schaarse middelen zo goed mogelijk worden verdeeld.
Resumerend kunnen we concluderen dat de toename van de inwonerbijdrage vooral het gevolg is van formatie-uitbreidingen. In een tijd waarin wij als Alblasserdam voor enorme uitdagingen staan gelet op ons financieel perspectief en keuzes die we daarom moeten maken voelt dit tegenstrijdig. Ook omdat wij in het kader van de bezuinigingsopgave ook zelf naar onze bedrijfsvoering moeten kijken. Vandaar dat wij verwachten dat u onze voorstellen serieus in overweging neemt tijdens de behandeling in het Algemeen Bestuur.
Dordrecht (concept)
6
16. Wij vragen u deze zienswijze te betrekken bij de bespreking in de betreffende vergadering van het Algemeen Bestuur. En we zien uit naar uw reactie op onze zienswijze. 1. Ons algemene uitgangspunt is dat u uw taken binnen het beschikbaar gestelde budget uitvoert. We vragen u daarbij om rekening te houden met de financiële
13. Dank, dat zullen wij zeker proactief oppakken.
14. Dank voor deze noot. Voor een inhoudelijke reactie verwijzen we naar onze reacties hierboven.
15. Zie onze reactie op uw punten 1 en 3. In aanvulling daarop verwijzen wij naar de beschikbare tussenrapportage en de op 11 juli as. geplande bespreking in het algemeen bestuur van de uitkomst van de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten”. Als we kijken naar de begroting van de DG&J dan maakt het budget waarmee jeugdhulp wordt ingekocht (circa € 140 miljoen), ruim 75% uit van de totale begroting (circa € 180 miljoen). We verwachten dat de baten van het beperken van de vraag naar en het aanbod aan jeugdhulp substantieel in omvang kan zijn. De overige ombuigingsvoorstellen voor de DG&J hebben betrekking op een fractie van het resterende deel van de DG&J-begroting (die in totaal circa € 40 miljoen bedraagt voor GGD, LVS, Veilig Thuis, apparaatskosten SOJ en bedrijfsvoering). De lopende bestuursopdrachten hebben ook het doel om tot een robuuste inzet voor DG&J te komen. 16. Zoals gebruikelijk zal DG&J haar reactie op de door u ingebrachte punten middels een brief aan u kenbaar maken. 1. Dank voor deze reactie. Het door u gestelde uitgangspunt is herkenbaar en is in de basis ook het
bijdragen van het Rijk voor het uitvoeren van diverse taken. Voor de begroting 2025 hanteert u de begroting 2024 als uitgangspunt. U heeft de indexatie van lonen en materieel op basis van de kaderbrief 2025 doorgerekend. Deze indexatie, inclusief de bijgestelde indexatie voor 2024 (voorstel A), zorgen voor een structurele verhoging van de inwonerbijdrage. In aanvulling hierop doet u een aantal voorstellen. Hieronder geven we aan of we instemmen met het voorstel en waarom.
uitgangspunt voor de DG&J. Door zowel exogene als ook autonome ontwikkelingen ziet de DG&J zich genoodzaakt om een aantal voorstellen aan u voor te leggen.
1. Pandemische paraatheid Voor pandemische paraatheid vraagt u structureel € 70.000 op regioniveau. De specifieke uitkering van het Rijk is niet volledig dekkend. We vinden het belangrijk om goed voorbereid te zijn op een pandemie, maar verzoeken u om dit met een waakvlamfunctie te doen en uw werkzaamheden binnen het beschikbare budget uit te voeren. We gaan daarom niet akkoord.
2. De GGD ZHZ heeft dusdanig kunnen onderhandelen met de GGD GHOR en de andere GGDen dat het eerder gepresenteerde tekort niet meer aanwezig is. Het beschikbare budget wordt verdeeld volgens de geactualiseerde verdeelsleutel van de formatienorm IZB wat voor onze regio gunstig uitpakt. In de verdeelsleutel is rekening gehouden met o.a. het inwoneraantal, vaccinatiegraad, aanmeldcentra vluchtelingen, etc.
3.Veilig Thuis In 2023 en 2024 is incidenteel 3,67 fte beschikbaar gesteld voor de samenwerking van Veilig Thuis met de jeugd- en wijkteams in het kader van Veilig Opgroeien is Teamwerk en daaropvolgend het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Uit gesprekken met u is naar voren gekomen dat deze incidentele fte’s deels zijn ingezet voor de autonome groei.
3. Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur.
U stelt voor om de incidentele inzet van 3,67 Fte per 2025 te stoppen. U wilt dat gemeenten individuele maatwerkafspraken maken als zij willen dat Veilig Thuis zich inzet voor het Toekomstscenario. Het Toekomstscenario is een gezamenlijke opgave. We gaan samen met Veilig Thuis en Dordrecht Sociaal afspraken maken om te voldoen aan de landelijke leidraad in 2030. Deze ontwikkeling moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen. In het lokale plan van aanpak (gereed Q3 2024) wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre versterkingscapaciteit vanuit Veilig Thuis gewenst is. Wij verwachten dat u actief een bijdrage blijft leveren. Wij vragen u om in samenwerking met het regionaal programmateam Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners te komen met een addendum (in Q4). In dit addendum beschrijft u hoe en in welke vorm u per gemeente een bijdrage levert aan Veilig Opgroeien is Teamwerk. Daarnaast vragen we u om aan te geven hoe u zich als organisatie voorbereidt op het Toekomstscenario. Welke mogelijkheden ziet u om uw organisatie anders vorm te geven in samenwerking en afstemming met uw netwerkpartners? Hoe kunt u meer gebiedsgericht gaan werken? Dit addendum kan in het AB worden vastgesteld en mede als basis dienen voor uw begroting 2026.
7
Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van
Om dit mogelijk te maken willen wij de incidentele bijdrage van 3,67 fte nog eenmalig inzetten in 2025. Dit willen we via de voorliggende begroting regelen en niet als losse maatwerkafspraak. Onze voorwaarde is dat de formatie ingezet wordt t.b.v. het Toekomstscenario en om te komen tot een gezamenlijke, efficiënte uitvoering van de taken. Verder vraagt u een incidentele verhoging van 7,25 fte als gevolg van de bij te stellen formatie. U doet dit op basis van de VNG-normen en de eigen normen in relatie tot het verwachte aantal meldingen en adviezen voor 2025. We gaan niet akkoord met de incidentele verhoging van de inwonerbijdrage met € 667.200 op regioniveau voor het jeugddeel van Veilig Thuis en een incidentele subsidieverhoging van € 166.800 voor het volwassenendeel. Meer meldingen staan niet gelijk aan meer trajecten. Er moet uiteraard triage plaatsvinden, maar hieruit komen niet per definitie meer trajecten en interventies voort voor Veilig Thuis. Het kan ook zijn, dat meldingen teruggekoppeld worden aan het voorliggend veld en dat er preventieve inzet gepleegd kan worden. Daarvoor is de aanscherping van de meldcode bedoeld.
4. Crisisdienst We gaan akkoord met uw voorstel en onderschrijven dat het bedrag van € 118.000 op regioniveau wordt verrekend met de gemeenten. 5. Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) Het aantal meldingen op leerplicht en voortijdig schoolverlaten is de afgelopen jaren flink gestegen, waardoor gemeenten
8
de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse. Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a. het Toekomstscenario, waarbij ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten. Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024. Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk). Wij onderschrijven dat niet iedere melding hetzelfde soort werkzaamheden vraagt. Hierop is het rekenmodel dat al meerdere jaren wordt benut voor Veilig Thuis gestoeld. Elke melding dient een proces van triage te doorlopen. Iedere melding 'kost' werk, niet iedere melding vraagt evenveel intensiteit. Op basis van de triage dient een variant; bijv. onderzoek, advies of overdracht, te worden gestart. De urenbesteding hiervan verschilt. Het rekenmodel is hierop gebouwd en gevalideerd aan de hand van trend en realisatie.
Veilig Thuis ZHZ hanteert in dit rekenmodel een fors lagere urennorm voor de afhandeling van de verschillende soorten meldingen dan het VNG model. Dit is mogelijk gemaakt door procesoptimalisatie en werkt tevens beperkend voor verdere negatieve bijstelling. In de aanname voor 2025 is uitgegaan van een hoger aantal overdrachten/ adviezen en minder onderzoek, anders dan de realisatie in 2023 en eerste helft 2024 laat zien. Hierbij is uitgegaan van het beleidseffect van verdere implementatie en bekendheid van de meldcode. 4. Dank voor uw instemming. 5. Er is al enkele jaren extra middelen nodig om de basistaken LVS uit te voeren, als gevolg van stijging van het aantal meldingen. In het eerste half jaar van
voor 2023 en 2024 incidenteel middelen hebben toegekend (4,6 fte regionaal). In de begroting 2025 wordt opnieuw een incidentele bijdrage gevraagd op basis van de formatietool van Ingrado. Voor relatief verzuim wordt uitgegaan van 2.500 meldingen voor komend jaar. Van relatief verzuim is sprake als een leer- of kwalificatieplichtige leerling die is ingeschreven op school zonder geldige reden niet op school aanwezig is. Het kan gaan om ongeoorloofd verzuim (16 uur in 4 weken), ongeoorloofd overig verzuim (minder dan 16 uur in 4 weken) en luxe verzuim (verzuim aansluitend aan vakanties). In het jaarverslag 2022-2023 is te zien dat ruim de helft van de meldingen (1430 van 2646) bestaat uit ongeoorloofd overig verzuim. Dit is vaak beginnend of herhaaldelijk verzuim, waarbij een preventieve rol ligt voor leerplicht volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim. Preventieve inzet is wenselijk om grotere problemen te voorkomen. Met de voorwaarde dat er een balans is tussen de wettelijke taak van de gemeente (16 uur in 4 weken) en de preventieve inzet (minder dan 16 uur in 4 weken). De uitkomst van de bestuursopdracht, naar de rolneming van leerplicht en partners, moet hierin helderheid geven. Dit alles overziend stemmen wij in met de helft (€ 219.285) van het gevraagde bedrag, zodat tot het einde van het schooljaar 2024/2025 inhuurkrachten ingezet kunnen worden.
Hiermee willen we voorkomen dat scholen halverwege het schooljaar wissels krijgen in consulenten. Maar geven we onszelf ook de ruimte om de uitkomsten van de bestuursopdracht naar het leerplichtverzuim mee te wegen bij keuzes in het vervolg. 6. Meldpunt Zorg en Overlast en OGGZ Sinds 2018 financieren wij u incidenteel via een verhoging van de inwonerbijdrage met € 143.000 voor de versterking van het Meldpunt Zorg en Overlast. Niet duidelijk is waarom. Nu wordt er voor het jaar 2025 gevraagd de begroting incidenteel voor OGGZ, specifiek voor het onderdeel Meldpunt Zorg en Overlast, middels een verhoging van de inwonerbijdrage met € 429.000 op regioniveau te verhogen. Hierbij gaat u uit van autonome groei. Wij vinden dit onvoldoende onderbouwd en gaan daarom niet akkoord. We hebben meer informatie nodig om een weloverwogen besluit te nemen.
9
2024 is opnieuw een forse stijging van verzuimmeldingen zichtbaar (1e burap). De bezetting van LVS is onder de formatienorm, ook zonder deze aan de orde zijnde groei. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin door gemeenten een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht. Het toekennen van 50% van de begrote incidentele middelen heeft als consequentie dat vroeg in het jaar 2025 opnieuw een begrotingswijziging nodig is, wanneer de al in 2023 ingezette groei niet afneemt naar het oude niveau van aantallen cases, als de groei doorzet en/ of als uit de bestuursopdracht LVS blijkt dat extra middelen nodig zijn. De zienwijzen laten zien dat het frequent aanvragen van incidentele middelen bij gemeenten niet de voorkeur heeft. Mocht bijvoorbeeld uit de bestuursopdracht blijken dat de extra inzet niet meer nodig is dan vallen de gereserveerde middelen terug in de bestemmingsreserve.
6. Dank voor uw reactie. Op basis van de ontvangen zienswijzen hebben we gezien dat er geen steun is voor de uitbreiding met 3 fte, maar voor 1 fte. Middels een impactanalyse wordt voor het Algemeen Bestuur inzichtelijk gemaakt wat de consequenties voor de uitvoering zijn als gevolg van deze bezuiniging voor de indicatoren en de wettelijke kaders. Er is in het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de voortgang van activiteiten door team OGGZ om tot afbouw van incidentele middelen te komen. Ter illustratie; de inzet van de wijk-GGD is in verschillende gemeenten succesvol en adviseren wij lokaal in te zetten. Ook is er middels landelijk beleid juist ingezet op het melden van meer casuïstiek bij het meldpunt zorg en overlast bij politiemeldingen. Per saldo wordt er over meer mensen gemeld. Deze meldingen moeten worden getriageerd en vervolgens op maat worden opgepakt. Dit is het gevolg van een groeiende
7. Tuberculosebestrijding Voor tuberculosebestrijding vraagt u €75.000 op regioniveau om indexatie van de GGD Rotterdam Rijnmond te vergoeden. Aangezien deze GGD afgelopen jaren niet aan ons geïndexeerd heeft, hebben we hierop dus ook budget bespaard. Met dit bedrag gaan we (structureel) akkoord.
kwetsbare doelgroep, maar ook als gevolg van preventieve maatregelen (zoals genoemd; het doen melding bij meldpunt zorg en overlast van E33politiemutaties), waardoor de doelgroep ook beter in zicht is. Er is nog geen indicatie dat er andere landelijke of regionale beleidsinitiatieven zijn die deze groei of de behoefte aan dit zicht doen afnemen. Andere activiteiten die het team OGGZ kan ondernemen binnen de uitvoeringsopdracht om dit te keren, binnen dit staande beleid, zijn beperkt. De eerste burap van 2024 laat de laatste ontwikkeling (stijging) in het aantal meldingen zien. 7. Dank voor uw instemming
8. Medische Milieukunde Voor de inzet van een gezondheidskundig adviseur gevaarlijke stoffen vraagt u €77.000 op regioniveau. U versterkt hiermee structureel de capaciteit. PFAS en Chemours zijn actuele dossiers en wij kunnen ons voorstellen dat dit extra capaciteit vraagt van de GGD ZHZ. We stemmen hiermee incidenteel in, voor het jaar 2025, en dus niet structureel.
8. Dank voor uw instemming voor de incidentele middelen voor 2025. De taken van de gezondheidskundig adviseur gevaarlijke stoffen zijn structureel van aard. Deze rol is noodzakelijk in de crisis- en rampenorganisatie. De inzet op de dossiers Chemours/ PFAS staat hier los van.
9. Financiële kolom Voor de versterking van de financiële kolom vraagt u een structurele verhoging van de inwonerbijdrage met € 234.000 op regioniveau. Het feit dat de financiën in het publieke gezondheidsdomein en het sociaal domein flink onder druk staan, rechtvaardigt wat ons betreft een versterking van de financiële kolom van de GR DG&J.
9. Bedankt voor uw instemming.
Overige kanttekeningen/opmerkingen 10. GGD Benchmark 2021 In de benchmark van de GGDGHOR lezen wij terug, dat onze regio een forse inwonerbijdrage afdraagt aan de Dienst Gezondheid & Jeugd. Wij vragen hiervoor uw aandacht. In uw advies over het financieel perspectief aan de gemeenten lezen wij daarom graag terug wat uw reflectie daarop is. Waarom behoort onze GGD ZHZ bij de drie duurste van Nederland? En welke handelingsperspectieven en eventuele keuzes biedt dit het Algemeen Bestuur en de gemeenteraad?
10
10. Graag geven we hierbij een reactie op uw zienswijze. De 25 GGD'en zijn zeer verschillend georganiseerd in governance en ook bekostiging. Ter illustratie; er is geen tweede GR in Nederland samengesteld als DG&J met naast GGD ook Veilig Thuis, LVS en SOJ. Deze governance en bekostiging heeft invloed op de verschillen in de inwonerbijdrage. Diepere kennis van hoe de GGD'en van elkaar verschillen (zoals bijvoorbeeld hoe de JGZ is georganiseerd), alsook keuzes die in ZHZ in het
verleden zijn gemaakt voor deze GR voor bijvoorbeeld huisvesting en dienstverlening van de ICT/IV voorziening, is nodig om deze benchmark goed te kunnen duiden, alvorens hieruit conclusies te trekken. Ook is goed in het oog te houden dat sinds 2021 de rol van de GGD'en behoorlijk is gewijzigd. Ten behoeve van de financiële verkenning heeft een inventarisatie plaatsgevonden. Hierin is in de volle breedte naar het takenpakket van de bedrijfsonderdelen van DG&J gekeken; naar de uitvoering, suggesties voor beleidswijzigingen, en ook de overhead. 11. Jeugdgezondheidszorg Wij zien dat u een (eventuele) indexatie van de jeugdgezondheidszorg nog niet heeft doorberekend in de begroting. Als in de loop van dit/volgend jaar een extra indexatie dient te worden toegekend, dan vragen wij u welke ombuigings-voorstellen de DG&J kan treffen om de extra kosten van de inflatiecorrectie (deels) te compenseren.
12. Begroting 2025 – onderdeel Serviceorganisatie Jeugd ZHZ Net zoals in de begroting 2024 en het meerjarenperspectief heeft u ervoor gekozen om zowel geen groei als geen besparingen op te nemen voor de begrote jeugdhulpuitgaven vanaf 2025. Wij vinden dit niet realistisch gezien het verslechterende financiële perspectief van onze gemeente. We hebben – mede gezien de uitgavengroei bij de verbonden partijen – een lokaal ombuigingstraject opgestart. Door ons in beeld gebrachte maatregelen zijn o.a. (1) het invoeren van wachtlijsten en wachtlijstbeheer, (2) het verminderen van zorgfraude en (3) het oprichten van een Taskforce upcoding, normaliseren en handhaving van het normenkader. Tot slot (4) willen we kijken naar een eventuele aanscherping van het jeugdhulpvervoer. Graag gaan wij met u het gesprek aan hoe we (gezamenlijk) deze maatregelen vorm kunnen geven, zodat het beoogde besparingspotentieel gerealiseerd kan worden.
11
11. Parallel aan de komende BURAP volgt ons voorstel ten aanzien van de indexering van de opdrachtsom van Jong JGZ voor 2024. Ons uitgangspunt hierbij is dat het basispakket JGZ basiszorg biedt waar ieder kind in Nederland recht op heeft. Eventuele lokale maatwerkafspraken vormen hierop een aanvulling en zouden niet ten koste mogen gaan van het basispakket JGZ. Wij verzoeken u daarom kritisch te kijken naar de verdeling van uw middelen over het regionale basispakket JGZ en de lokaal ingekochte maatwerkproducten JGZ. In onze advisering is oog voor de positieve resultaatbestemming van Jong JGZ over 2023. 12. De kosten van de nieuwe bedrijfsapplicatie vallen inderdaad lager uit. Tegelijkertijd zien we ook ontwikkelingen die kostenverhogend werken. De kostenontwikkeling zal gemonitord worden. Bij de eerstvolgende begroting zal beoordeeld worden of de begroting naar beneden kan worden bijgesteld. Ten aanzien van de rentebaten wordt opgemerkt dat de ECB (Europese Centrale Bank) onlangs een eerste stap heeft gezet met een verlaging van de rente. De verwachting is dat wordt toegewerkt naar een structureel lager renteniveau. Bij de eerstvolgende begroting zal worden beoordeeld welk bedrag aan rentebaten kan worden opgenomen.
Daarnaast tonen uw jaarstukken 2023 een voordeel op de apparaatskosten van de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ door een nieuwe, minder dure bedrijfsapplicatie en rentebaten. We vragen u om deze voordelen (deels structureel en deels incidenteel) te verwerken in de voorliggende begroting. Voor het onderdeel Serviceorganisatie Jeugd ZHZ doet u het volgende voorstel: 13. Rechtmatigheidsonderzoek bij zorgaanbieders We onderschrijven de maatregel aangaande controles op onrechtmatige declaraties, vooruitlopend op de maatregelen in de Hervormingsagenda Jeugd. We onderschrijven echter niet de bijbehorende – in onze ogen te laag geraamde – besparing. Het door u voorgestelde besparingspotentieel is eenmalig € 200.000 op regioniveau. Het aandeel van Dordrecht hierin is ruim 30% (ca. € 60.000). Tijdens onze lokale, ambtelijke zoektocht naar ombuigingen hebben wij ook deze maatregel benoemd. Het door ons geraamde besparingspotentieel voor Dordrecht ligt aanzienlijk hoger. In hoeverre is sprake van een behoudende, conservatieve raming bij de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ?
13. Er is inderdaad sprake van een voorzichtige raming omdat er nog geen ervaring is opgedaan in onze regio. Het betreft hier specialistisch werk waarvoor de SOJ geen formatie heeft. De bezetting bij de SOJ betreft contractmanagement, beleid /juridische ondersteuning, clientadministratie, beschermingstafel, secretariaat, informatievoorziening en financieel beheer (laatste twee worden geleverd vanuit bedrijfsvoering/stafafdeling control).
Wij zijn van mening dat deze werkzaamheden al onderdeel (zouden) moeten uitmaken van het takenpakket van de medewerkers van de GR dienst Gezondheid & Jeugd. De maatregel zou dus niet mogen leiden tot een extra capaciteitsvraag tenzij hiermee andere "gaten" worden gedicht.
Gorinchem (definitief)
12
14. Wij gaan graag het gesprek met u aan waar we (Serviceorganisatie Jeugd ZHZ of intergemeentelijke Taskforce of anderszins) de uitvoering van de maatregel Rechtmatigheidsonderzoek bij zorgaanbieders het beste kunnen positioneren.
14. Dank voor het aanbod om met ons mee te denken ten aanzien van het positioneren van rechtmatigheidsonderzoek.
15. Daarnaast willen we u breder verzoeken om meer en beter te controleren op de contractafspraken die u heeft gemaakt met jeugdhulpaanbieders in het kader van het normenkader en winstmaximalisatie. En daarnaast beter en meer te handhaven bij fraude.
15. We zetten een taskforce op rondom rechtmatigheid en fraude. Rondom het signaleren van winstmaximalisatie verscherpen we onze aanpak, evenals rondom de uitvoering van de afspraken Normenkader. Per 1-1-2025 hebben we hieromtrent een nieuwe, sluitende werkwijze operationeel, in samenwerking met de toegang en de zorgaanbieders.
1. Gemeenschappelijke adviescommissie De raad heeft op 29 juni 2023 expliciet in haar zienswijzenbrief D-860718 ingezet op een gemeenschappelijke adviescommissie. Hiermee wordt de positie van de raad bij de besluitvorming gemeenschappelijke regelingen versterkt. Ook sluit een regionale werkgroep aan bij ons coalitieakkoord waarin de wens is geuit om de inzet van de raad ten aanzien van de regelingen te vergroten en de ontwikkelingen van onder meer DGJ te monitoren. Hierbij is gewenst om inzicht te krijgen in de opdracht en looptijd van de gemeenschappelijke adviescommissie. Wij vragen aan u wat uw standpunt is ten aanzien van een gemeenschappelijke adviescommissie. Ook vragen wij u om de actualisatie van de
1. Wij begrijpen dat u wacht op ons wijzigingsvoorstel van de GR. Deze ontvangt u in opvolging van het AB op 11 juli zo spoedig mogelijk. Hierin lichten wij toe dat een aantal raden heeft aangegeven een regionale raadsadviescommissie als bedoeld in artikel 24a Wgr te willen. Dat is tot op heden onvoldoende om deze commissie in te kunnen stellen. Alle raden zullen een voorstel voor instelling moeten steunen. Indien de commissie in de toekomst toch wenselijk wordt
gemeenschappelijke regeling ons toe te sturen naar aanleiding van de wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen.
Begrotingsvoorstellen 2. Uw voorstellen in de begroting 2025 leiden tot een ophoging van de gemeentelijke inwonerbijdrage aan DG&J. Voor zover die terug te voeren zijn op eerdere afspraken (AB besluiten) of onontkoombaar zijn, heeft het onze instemming.
gevonden door alle raden van onze regio, is instelling op grond van artikel 24a Wgr altijd mogelijk.
2. Bedankt voor uw reactie.
We hebben echter in onze zienswijze op het Meerjarenbeleidsplan reeds aangegeven dat ambities getoetst moeten worden aan de financiële haalbaarheid en moeten passen binnen de begrotingsafspraken. Enkele van uw voorstellen voor nieuw beleid zijn door ons derhalve ook kritisch ontvangen: A. Versterking pandemische paraatheid B. Incidenteel een verhoging van de begroting voor Veilig Thuis Volwassenen en Jeugd C. Incidenteel een verhoging van de begroting voor Meldpunt Zorg en Overlast D. Structureel een verhoging van de inwonerbijdrage voor de overhead Deze posten worden onderstaand van een nadere toelichting voorzien. De begrotingsvoorstellen rond TBC en MMK hebben onze instemming. 3. Tenslotte zijn we ook benieuwd naar de uitwerking van de bestuursopdracht waarin DG&J inventariseert welke mogelijkheden er zijn om bij te dragen aan de financiële positie van gemeente. Wij zien deze uitwerking graag z.s.m. tegemoet.
3. Het algemeen bestuur bespreekt op 11 juli 2024 de uitkomst van de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten”.
4. Pandemische paraatheid We zijn van mening dat de rijksbijdrage van 1,1 miljoen die hiervoor beschikbaar komt, voldoende soelaas biedt om het vraagstuk rond de pandemische paraatheid op een goede manier inhoud te geven. Juist ook omdat de bijdrage voor onze regio verhoudingsgewijs gunstig uitpakt. Wij stemmen hier niet mee in. In geval dat er zich een calamiteit voordoet, dan is er bereidheid om ons standpunt te herzien.
4. De GGD ZHZ heeft dusdanig kunnen onderhandelen met de GGD GHOR en de andere GGD-en dat het eerder gepresenteerde tekort niet meer aanwezig is. Het beschikbare budget wordt verdeeld volgens de geactualiseerde verdeelsleutel van de formatienorm IZB wat voor onze regio gunstiger uitpakt. In de verdeelsleutel is rekening gehouden met o.a. het inwoneraantal, vaccinatiegraad, aanmeldcentra vluchtelingen, etc.
5. Formatie uitbreiding Veilig Thuis Sinds 2022 ontvangt u voor het onderdeel Veilig Thuis extra middelen om incidenteel de formatie “maatschappelijk werkers" bij Veilig Thuis met 3,67 fte op te hogen. Met het opstellen van het meerjarenperspectief 2019 - 2022 was de verwachting dat Veilig Thuis ZHZ in 2022 zou kunnen inkrimpen. Deze ophoging was wenselijk omdat destijds door u geconstateerd werd dat ondanks de samenwerking binnen Veilig Opgroeien is Teamwerk het aantal meldingen niet afnam. De overdracht van casuïstiek met veiligheidsvraagstukken naar de lokale teams verliep niet goed. De lokale teams zouden onvoldoende toegerust zijn om de casussen over te nemen. Het
13
5. Gezien de uitgebrachte zienswijzen heeft het Algemeen Bestuur het besluit aangepast tot een uitbreiding van de formatie met 4,5 fte incidenteel voor 2025 in plaats van de voorgestelde 7,25 fte. De 7,25 fte is becijferd op basis van de prognose van de instroom voor 2025 (4600 meldingen) en is noodzakelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken (er is sprake van een landelijk homogeen
doel was om deze incidentele middelen zo snel als mogelijk weer af te bouwen. In de tussenliggende tijd is er zowel lokaal als regionaal gewerkt aan de versteviging van de samenwerking. De gemeente Gorinchem heeft hier zelf ook actief op ingezet, onder andere door formatie uitbreiding binnen het lokale team. Met het oog op het verleggen van taken naar het lokale veld en de consequenties van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, vinden wij het ook logischer dat lokaal extra wordt geïnvesteerd op het thema veiligheid binnen de lokale teams van de gemeenten in plaats van extra te investeren in Veilig Thuis. Wij onderschrijven dus dat u de regionale incidentele middelen (voor de formatie uitbreiding van 3,67 fte bij Veilig Thuis) stopzet per 2025 en teruggeeft aan de lokale gemeenten. Op deze manier kan elke gemeente individueel beslissen op welke manier zij werken aan het verstevigen van hun lokale teams. Dit kan en mag echter niet betekenen dat u daarmee geen bijdrage meer levert aan het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming/Veilig opgroeien is Teamwerk. Een ontwikkeling die moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering voor kinderen en gezinnen. Wij verwachten dat u binnen uw formatie daar actief een bijdrage aan blijft leveren. Tegelijkertijd geeft u aan dat er sprake is van een forse toename in het aantal meldingen (autonome groei).
Deze toename maakt dat u extra formatie nodig hebt om binnen de gestelde wettelijke termijnen van afhandeling te blijven. U geeft aan in 2025 7,25 fte extra formatie nodig te hebben. Hoewel wij niet ontkennen dat het aantal meldingen toeneemt, vinden we de onderbouwing voor de door u gevraagde 7,25 fte op dit moment te mager. U refereert aan VNG normen en eerder door u zelf vastgestelde normen. De opbouw van deze normen zijn ons onvoldoende bekend. Wel kunnen we ons voorstellen dat voor het uitvoeren van een onderzoek meer uren nodig zijn dan voor overdracht na triage. En over deze cijfers beschikken we wel. We zien namelijk een afname van het aantal onderzoeken en een toename van het aantal meldingen dat na triage overgedragen wordt. Dit zal van invloed zijn op de berekening van de benodigde formatie. Ondanks dat wij zien dat het aantal meldingen stijgt en het hier gaat over de meest kwetsbare inwoners van onze gemeente, zullen/kunnen we pas instemmen met de incidentele uitbreiding van 7,25 fte voor 2025 als we een nadere onderbouwing van uw organisatie hebben ontvangen. Wij vragen u om in samenwerking met het regionaal programmateam Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en in afstemming met de lokale gemeenten en betrokken netwerkpartners in het vierde kwartaal van dit jaar te komen met een addendum.
In dit addendum is opgenomen hoe en in welke vorm u per gemeente een bijdrage levert aan Veilig Opgroeien is Teamwerk. Daarnaast vragen we u om aan te geven hoe u zich als organisatie voorbereidt op de vormgeving van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Welke mogelijkheden ziet u
14
product met een landelijk vastgesteld handelingsprotocol en doorlooptijden), de basisinzet voor VOiT/ toekomstscenario en het landelijk programma Veiligheid Voorop. Met dit besluit is sprake van een bezuiniging. Het Algemeen Bestuur heeft opdracht gegeven een impactanalyse op te leveren op basis van deze bezuiniging voor 2025, gericht op de indicatoren in de begroting en voortzetting deelname aan de lopende programma's VOiT/ toekomstscenario en Veiligheid Voorop. Deze impactanalyse zal in het vierde kwartaal van 2024 worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan ook hier te benadrukken dat wij ook in het komend jaar proactief bijdragen aan VOIT op regionaal en tactisch niveau en hierover ook bestuurlijk adviseren, zoals u van ons verwacht. Wel zal de mate waarin dit plaatsvindt, afhankelijk zijn van de keuzes die worden gemaakt op basis van de impactanalyse. Binnen het programma wordt door de relevante partners sturing gegeven aan het proces naar invoering van o.a. het Toekomstscenario, waarbij ook de rollen van de verschillende partners in het nieuwe model gezamenlijk vorm krijgt. Het is niet gewenst of haalbaar hierin 1 van de partners uit te lichten.
Toegezegd aan het regionale programmateam VOIT is door VT dat beschikbare middelen voor de operationele inzet van VT regionaal en per lokaal team in programma VOIT worden aangeleverd door VT, in het door u gevraagde addendum, in Q4 2024. Gewenste aanvullende inzet in uitvoerende (regionale) pilots, projecten of programma's die operationele capaciteit vragen van Veilig Thuis, wordt overwogen op basis van een separate uitvoeringstoets en kostenraming (maatwerk). Wij onderschrijven dat niet iedere melding hetzelfde soort werkzaamheden vraagt. Hierop is het rekenmodel dat al meerdere jaren wordt benut voor Veilig Thuis gestoeld. Elke melding dient een proces van triage te doorlopen. Iedere melding 'kost' werk, niet iedere melding vraagt evenveel intensiteit. Op basis van de triage dient een variant; bijv. onderzoek, advies of overdracht, te worden gestart. De urenbesteding hiervan verschilt. Het rekenmodel is hierop gebouwd en gevalideerd aan de hand van trend en realisatie. Veilig Thuis ZHZ hanteert in dit
om uw organisatie anders vorm te geven in samenwerking en afstemming met uw netwerkpartners? Hoe kunt u meer gebiedsgericht gaan werken? Dit addendum kan in het AB worden vastgesteld en mede als basis dienen voor uw begroting 2026.
6. Meldpunt Zorg en Overlast U vraagt voor het jaar 2025 incidenteel de begroting voor OGGZ voor het Meldpunt Zorg en Overlast, met € 429.000 te verhogen en daar de gemeentelijke bijdrage op aan te passen. Op basis van de autonome groei stelt u voor de eerder beschikbaar gestelde incidentele uitbreiding voor 2023 en 2024 te continueren en voor het jaar 2025 de incidentele ophoging van 1 fte bij te stellen naar 3 fte incidenteel (€ 429.000). U geeft aan dat deze uitbreiding naar 3 fte het gevolg is van het toenemende aantal meldingen, die effectief toe geleidt dienen te worden naar passende hulp- zorgtrajecten. Ook benoemt u dat de toenemende complexiteit van de meldingen meer inzet vraagt. U verzoekt nu voor het 3e jaar op een rij incidenteel extra fte en inmiddels ook een uitbreiding van 1 naar 3 fte. In uw toelichting vinden wij onvoldoende onderbouwing voor deze extra ophoging met 2 fte. Ook mist een doorkijk voor de langere termijn in relatie tot formatie ontwikkeling. Wij vragen nadere toelichting op de oorzaken van het aanhoudend groeiend aantal te verwerken meldingen. Daarbij rijst de vraag of landelijke afspraken een invloed hebben op het aantal te verwerken meldingen bij het Meldpunt Zorg en Overlast, zowel in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Wij vragen u een prognose te geven ten aanzien van de termijn voor gevraagde incidentele fte ophoging.
We hebben dan ook meer informatie nodig over de oorzaken van toename van het aantal meldingen en de verwerking daarvan, om een weloverwogen besluit te kunnen nemen over de ophoging van 1 naar 3 fte. Wij kunnen instemmen met verlengen van 1 fte in 2025, dit is in lijn met ons oorspronkelijk besluit in 2022 om in te stemmen met een incidentele uitbreiding van 1 fte voor 3 jaar (2023 , 2024 en 2025). In afwachting van gevraagde extra onderbouwing stemmen wij nu niet in met een verdere uitbreiding van de incidentele fte van 1 naar 3 fte voor 2025.
15
rekenmodel een fors lagere urennorm voor de afhandeling van de verschillende soorten meldingen dan het VNG model. Dit is mogelijk gemaakt door procesoptimalisatie en werkt tevens beperkend voor verdere negatieve bijstelling. In de aanname voor 2025 is uitgegaan van een hoger aantal overdrachten/ adviezen en minder onderzoek, anders dan de realisatie in 2023 en eerste helft 2024 laat zien. Hierbij is uitgegaan van het beleidseffect van verdere implementatie en bekendheid van de meldcode.
6. Dank voor uw reactie. Op basis van de ontvangen zienswijzen hebben we gezien dat er geen steun is voor de uitbreiding met 3 fte, maar voor 1 fte. Middels een impactanalyse wordt voor het Algemeen Bestuur inzichtelijk gemaakt wat de consequenties voor de uitvoering zijn als gevolg van deze bezuiniging voor de indicatoren en de wettelijke kaders. Er is in het Algemeen Bestuur gerapporteerd over de voortgang van activiteiten door team OGGZ om tot afbouw van incidentele middelen te komen. Ter illustratie; de inzet van de wijk-GGD is in verschillende gemeenten succesvol en adviseren wij lokaal in te zetten. Ook is er middels landelijk beleid juist ingezet op het melden van meer casuïstiek bij het meldpunt zorg en overlast bij politiemeldingen. Per saldo wordt er over meer mensen gemeld. Deze meldingen moeten worden getriageerd en vervolgens op maat worden opgepakt. Dit is het gevolg van een groeiende kwetsbare doelgroep, maar ook als gevolg van preventieve maatregelen (zoals genoemd; het doen melding bij meldpunt zorg en overlast van E33politiemutaties), waardoor de doelgroep ook beter in zicht is. Er is nog geen indicatie dat er andere landelijke of regionale beleidsinitiatieven zijn die deze groei of de behoefte aan dit zicht doen afnemen.
Andere activiteiten die het team OGGZ kan ondernemen binnen de uitvoeringsopdracht om dit te keren, binnen dit staande beleid, zijn beperkt. De eerste burap van 2024 laat de laatste ontwikkeling (stijging) in het aantal meldingen zien.
7. Versterking financiële kolom De verhoogde inwonerbijdrage met € 234.000,00 ten behoeve van de overhead en specifieke versterking van de financiële kolom, kunnen we niet los zien van onze eigen formatieve vraagstukken die spelen en waarvoor ook niet direct een oplossing is. Daarnaast lijkt het vanuit bedrijfstechnisch oogpunt een logische stap om structurele inhuur (waar u van spreekt) om te zetten in structurele formatie. In onze optiek hoeft dit niet per definitie te leiden tot uitbreiding van de capaciteit met 2 fte. We missen derhalve een goede onderbouwing en kunnen niet instemmen met deze begrotingspost.
7. De taken die op ons afkomen kennen een structureel karakter en dienen structureel te worden geborgd. Ter illustratie enkele voorbeelden van wijzigingen; de toenemende complexere financiering voor de DG&J, specifieke verantwoordingseisen, en de rechtmatigheidsverantwoording die vanuit de wetgever een grotere interne controlelast betekent. De extra inzet de afgelopen jaren kon met incidentele middelen worden gefinancierd.
8. Onderdeel Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid (begroting 2025) U geeft aan dat u geconstateerd heeft dat voor het tweede jaar op rij er maar zeer beperkt sprake is van (autonome) groei. De uitgaven voor jeugdhulp en de groei hiervan in onze regio is zelfs lager dan gemiddeld in de rest van het land. Wij zijn verheugd dit te lezen.
8. Bovenregionale en landelijke afspraken zijn inderdaad voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de toename van de kosten. We zullen in samenwerking met u op zoek moeten naar maatregelen waar we wel invloed op uit kunnen oefenen.
De bijdrage die u vraagt is echter wederom hoger dan voorgaande jaren. Dit hangt samen met (boven) regionale en landelijke afspraken en ontwikkelingen waar we als individuele gemeenten geen grip op hebben. Toch zullen we de komende jaren scherpe keuzes moeten gaan maken om te komen tot een kwalitatief en financieel houdbaar stelsel. Dat maakt dat we u de volgende punten mee willen geven. 9. Uitvoeren rechtsmatigheidscontrole Eén van de beleidsintensiveringen die u voorstelt, is het uitvoeren rechtmatigheidscontroles door de SOJ. In de Hervormingsagenda Jeugd is het uitvoeren van controle op onrechtmatige declaraties ook heel specifiek opgenomen. Het verbaast ons echter dat u hier extra uitvoeringskosten voor vraagt. Wij zien dit namelijk als een onderdeel van uw bestaande takenpakket. Wij realiseren ons ook dat de gestelde eisen aan rechtmatigheidsonderzoek steeds meer vragen van organisaties zoals de SOJ. Wij stellen daarom voor om in plaats van de voorgestelde apparaatslasten á €400.000,- hiervoor € 200.000 te begroten. We zijn nieuwsgierig naar de daadwerkelijke inzet en opbrengsten hiervan en vragen u om dit inzichtelijk te maken in de bestuursrapportages en jaarrekening 2025. 10. Saldo groei jeugdhulpgebruik In de begroting 2025 is door u opnieuw gekozen voor een scenario van geen besparingen en geen groei. Dit doet u vanwege evenwichtig begrotingsbeleid.