CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2.14 Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu -Vaccinatiegraad RVP verslagjaar 2024.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 24 september 2024, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 14: Doorlopende lijst ingekomen stukken29.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

DKTP-Hib- Pneu BMRa HepB 3,2 2,9 3,3 5,3 5,1 2,3 0,9 0,8 0,8 1,0 0,9 4,8

Men ACWYa 3,8 2,2 0,8 2,4

DKTPbooster 20,4 8,4 8,4 7,1

DTP

HPV

DKT

MGV Totaal

5,8

5,1

8,5

6,7

13,5 10,1 3,1 3,9

11,1 5,1 3,6 3,8

5,3 4,9 1,9 4,3

0,8 0,8

0,8 0,5

0,5 1,5

0,5 1,5

4,6 1,0

2,1

0,6

5,8 0,8

4,4 0,0

1,5 0,9

1,4

1,3

2,0

1,2

7,6

2,7

0,8

7,6

7,2

1,9

2,7 1,5 0,8 2,0 2,5 3,1 2,1

2,6 1,4 0,8 1,6 2,2 3,0 2,0

2,7 1,4 1,1 0,9 2,8 4,7 3,3

3,1 1,4 1,3 0,9 2,8 6,9 5,3

9,9 3,6 4,8 11,3 13,3 13,8 10,3

3,1

6,0

7,7 3,1 0,0

4,4 3,6 1,8

3,3 3,9 2,1

10,6 4,7 0,7 4,8 9,8 13,7 12,5

4,6 1,9 1,3 2,7 3,7 4,9 3,4

Betekenis afkortingen: DKT = maternale DKT-vaccinatie, MGV = maternale griepvaccinatie. a Voor zowel zuigelingen als 9-jarigen (BMR) en/of 14-jarigen (MenACWY). b Situatie maart 2024. c Situatie maart 2023, ter vergelijking. NB: Het aandeel gerapporteerde anonieme vaccinaties is, net als de vaccinatiegraad, een momentopname. Wanneer op een later moment alsnog toestemming wordt geregistreerd, worden eerder toegediende vaccinaties alsnog met persoonsgegevens aan het RIVM doorgegeven. Daarom ligt het huidige aandeel anonieme vaccinaties voor het jaar 2022 (3,4%) lager dan het aandeel dat in het rapport van vorig jaar is gerapporteerd (4,9%). Het aandeel anonieme vaccinaties wordt alleen weergegeven als er in totaal minimaal 10 vaccinaties zijn geregistreerd per vaccinsoort en JGZ-organisatie.

Pagina 30 van 83

9,5 n.a. n.a.

RIVM-rapport 2024-0044

3.3

Overzicht van de vaccinatiegraad

3.3.1

Vaccinatiegraad op landelijk niveau De Tabellen 6-7 geven de landelijke vaccinatiegraad vanaf geboortecohort 2005 weer (zie Bijlage 2/3 voor de vaccinatiegraad voor cohort 1970-2004). Bijlage 4 geeft de landelijke vaccinatiegraad voor de verslagjaren 2022-2024 in meer detail weer. Let op: het betreft de vaccinatiegraad op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties. De cijfers zijn exclusief anonieme vaccinaties (zie paragraaf 3.2.1) en worden negatief beïnvloed als de DKTP-schemaindicatie ontbreekt (zie paragraaf 3.2.2). Ze zijn daarom een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad (zie paragraaf 3.4 voor verdere duiding). Kerncijfer volledige deelname Voor kinderen die in 2021 zijn geboren, ligt het landelijke kerncijfer voor volledige RVP-deelname op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties tenminste op 83,1%. Dit betekent dat zij alle vaccinaties volgens RVP-schema hebben ontvangen voor het bereiken van de 2-jarige leeftijd (tenminste 83,7% zonder leeftijdsgrens). Voor 6,8% van de kinderen die in 2021 zijn geboren, is op deze leeftijd geen enkele RVPvaccinatie geregistreerd (6,7% zonder leeftijdsgrens). Voor adolescenten die in 2008 zijn geboren, ligt de volledige RVPdeelname in het jaar dat ze zestien worden (zonder leeftijdsgrens) landelijk tenminste op 48,3% voor jongens en op 53,7% voor meisjes.

Dit betekent dat zij alle vaccinaties volgens RVP-schema hebben ontvangen in het jaar dat ze zestien worden. Als de MenACWY-vaccinatie voor adolescenten niet wordt meegenomen, is de deelname tenminste 50,0% voor jongens en 60,1% voor meisjes. Als ook de destijds alleen aan meisjes aangeboden HPV-vaccinatie, die vanaf 2022 ook aan jongens wordt aangeboden, buiten beschouwing wordt gelaten, ligt de deelname voor jongens tenminste op 82,7% en voor meisjes op 83,6%. Voor 2,8% van alle in 2008 geboren adolescenten is in het jaar dat ze zestien worden (zonder leeftijdsgrens) geen enkele RVP-vaccinatie geregistreerd. Adolescenten die geboren zijn in 2008 kregen overigens nog niet allemaal vaccinatie tegen hepatitis B aangeboden (alleen risicogroepen).

Pagina 31 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Tabel 6 Vaccinatiegraad (%) zuigelingen naar vaccinatie per cohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)

Zuigelingen (2 jaar) Hep Bb Pneu BMR

Cohort

DKTP

Hib

2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2018 2019 2019 2020 2020 2021 2021

94,5 95,2 95,0 95,4 95,4 95,5 95,4 94,8 94,2 93,5 92,6 92,4 92,6 93,1

95,1 95,9 95,6 96,0 96,0 96,1 95,9 95,4 94,9 94,2 93,4 93,1 93,5 93,8

17,9 18,6 19,3 19,4 19,5 19,7 51,4 94,5 93,8 93,1 92,2 92,0 92,3 93,0

94,4a 94,4 94,8 94,8 95,1 95,0 94,4 93,8 93,6 92,8 92,6 93,0 93,3

96,0 96,2 96,2 95,9 95,9 96,1 96,0 95,5 94,8 93,8 92,9 92,9 93,6 93,6

MenC/ ACWY 95,9 96,0 96,1 95,9 95,9 96,0 95,8 95,3 94,6 93,5 92,6 92,6 93,2 93,3

92,2 (92,7)e 87,3 (88,0)f 85,4 (86,1)g

92,9 (93,3)e 89,0 (89,6)f 87,2 (87,8)g

92,2 (92,7)e 87,6 (88,2)f 85,7 (86,3)g

92,5 (92,6)e 90,0 (90,0)f 87,8 (87,9)g

92,3 (92,7)e 88,8 (89,4)f 88,3 (88,8)g

92,0 (92,8)e 88,3 (89,4)f 88,0 (88,9)g

Alleen voor zuigelingen geboren op of na 1 april 2006. Percentage van het totale cohort. In 2011 is universele hepatitis B-vaccinatie ingevoerd; voorheen werden risicogroepen gevaccineerd. c Kerncijfer volledige deelname zuigelingen: alle vaccinaties volgens RVP-schema ontvangen voor het bereiken van de 2-jarige leeftijd. d Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 2 maart 2021. e Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 3 maart 2022. f Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 7 maart 2023. g Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 5 maart 2024. Gele arcering (cijfers cursief): het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme vaccinaties; onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad). Het effect was voor cohort 2019-2020 nog beperkt, omdat het kinderen betrof die voor een groot deel voor 1-12022 de adviesleeftijd voor vaccinatie bereikten (zie paragraaf 3.2.1). De cijfers voor DKTPHib-HepB worden voor zuigelingen geboren vanaf augustus 2020 ook negatief beïnvloed als de DKTP-schema-indicatie ontbreekt en de vaccinatietoestand daardoor mogelijk te strikt wordt beoordeeld (zie paragraaf 3.2.2). a

b

Pagina 32 van 83

Volledig c

91,2 90,2 90,2 90,8 91,3 (91,9)d 90,1 (90,6)e 83,6 (84,2)f 83,1 (83,7)g

RIVM-rapport 2024-0044

Tabel 7 Vaccinatiegraad (%) kleuters, schoolkinderen en adolescenten naar vaccinatie per cohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)

Kleuters (5 jaar) Cohort 2005 2006 2006 2007 2007 2008 2008 2009 2010 2010 2011 2011 2012 2012 2013 2013 2014 2015 2016 2016 2017 2017 2018 2018

revac 92,0 92,3

D(K)TP basisa totaalb 2,6 94,7 2,1 94,4

Schoolkinderen (10 jaar) DTP 92,0 90,8

BMR 92,0 90,9

92,3

2,4

94,7

90,0

90,1

92,0

2,4

94,4

89,5

89,5

91,9 91,5

2,2 2,1

94,1 93,7

91,1

2,1

93,2

90,4

2,3

92,7

90,3

2,2

92,5

89,9 89,4 88,5 (89,0)e 86,6 (87,1)f 80,1 (80,6)g

2,4 2,6 2,3

92,2 92,0 90,8 (91,2)e 88,7 (89,1)f 82,0 (82,4)g

89,7 88,9 (91,9)d 86,3 (89,7)e 82,5 (85,0)f 78,2 (81,1)g

89,7 89,0 (91,9)d 86,4 (89,7)e 82,7 (85,1)f 78,5 (81,2)g

2,1 1,8

Adolescenten (14/11 of 15 jaar) HPV♀c 53,0 63,1 (68,0)d 47,6 (66,4)e 58,5 (63,6)f

HPV♂

51,8 (60,1)g

45,5 (54,1)g

84,3 (85,3)e 80,3 (81,3)f 66,1 (68,6)g

Kinderen die basisimmuniteit pas bereiken op de leeftijd van 2 tot 5 jaar en daarom niet in aanmerking komen voor revaccinatie (= revac). b Voldoende beschermd (= som gerevaccineerd + basisimmuun 2 tot 5 jaar). c Vanaf cohort 2012 op 11 in plaats van 14 jaar vanwege verlaging vaccinatieleeftijd. d Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 2 maart 2021. e Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 3 maart 2022. f Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 7 maart 2023. g Tussen haakjes: zonder leeftijdsgrens, situatie 5 maart 2024. Gele arcering (cijfers cursief): het informed consent beïnvloedt deze cijfers (exclusief anonieme vaccinaties; onderrapportage werkelijke vaccinatiegraad). Het effect was voor cohort 2016-2017 (kleuters), 2011-2012 (schoolkinderen), cohort 2007-2008 (HPV) en cohort 2006-2007 (MenACWY) nog beperkt, omdat het kinderen betrof die voor een groot deel voor 1-1-2022 de adviesleeftijd voor vaccinatie bereikten (zie paragraaf 3.2.1). a

Pagina 33 van 83

MenACWY

RIVM-rapport 2024-0044

Tijdige start RVP Figuur 3 geeft weer op welke leeftijd kinderen hun eerste DKTPvaccinatie kregen. Uit deze figuur blijkt dat 89% van de gevaccineerde kinderen van geboortecohort 2018 ook tijdig (< 70 dagen na geboorte) de eerste vaccinatie ontving. Vanaf 2020 is het vaccinatieschema echter veranderd ((2), 3, 5 en 11 maanden in plaats van 2, 3, 4 en 11 maanden). Sindsdien krijgen de meeste kinderen hun eerste DKTPvaccinatie rond drie in plaats van twee maanden. Omdat de maternale DKT-vaccinatie eind 2019 al werd ingevoerd en daarvoor ook al buiten het RVP werd gegeven, geldt dat een deel van de kinderen dat in 2018 is geboren en vooral in 2019 dit nieuwe vaccinatieschema al heeft gevolgd, zonder dat de indicatie voor dit schema in Præventis is geregistreerd. Ook voor kinderen die vanaf 2020 zijn geboren, geldt dat de indicatie voor het gevolgde DKTP-schema (start bij twee of drie maanden) niet altijd correct geregistreerd is in Præventis, omdat de JGZ dit in die gevallen niet heeft doorgegeven. Hierdoor is de tijdigheid van de eerste DKTP-vaccinatie minder goed te beoordelen. Wel laat de grafiek voor kinderen die vanaf 2019 zijn geboren duidelijk een vaccinatiepiek rond de leeftijd van twee en drie maanden zien, waarbij in 2020-2022 meer kinderen rond de leeftijd van drie maanden zijn gevaccineerd. 100%

cumulatief percentage

80% 2022 2021 2020 2019 2018

60%

40%

20%

0%

25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85 90 95 100 105 110 115 120 leeftijd eerste DKTP-vaccinatie (in dagen)

Figuur 3 Cumulatief percentage gevaccineerde kinderen naar leeftijd bij de eerste DKTP-vaccinatie (cohort 2018-2022), op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)

Pagina 34 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Inhaalvaccinaties De cijfers in dit rapport zijn altijd een momentopname: het is mogelijk om een vaccinatie op een later moment in te halen. Onderstaande figuur laat duidelijk zien dat dit voor bijvoorbeeld de HPV-vaccinatie regelmatig gebeurt. Waar de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens voor meisjes die in 2008 geboren zijn (uitgenodigd in 2021) in het rapport van vorig jaar nog tenminste 63,6% was, is deze inmiddels toegenomen naar tenminste 65,9%. De verwachting is dat ook de vaccinatiegraad voor meisjes en jongens die geboren zijn in 2012 (uitgenodigd in 2022) nog verder gaat toenemen. 100

op 14-jarige leeftijd

op 11-jarige leeftijd

zonder leeftijdsgrens

90

Vaccinatiegraad (%)

80 71,4

70 60

59,3

50 40

69,8

65,0

65,9 60,1

63,1 53,0

51,8

47,6

45,5

54,1

58,5

45,5

30 20 10 0 2004♀

2005♀

2006♀

2007♀

2008♀

2012♀

2012♂

Geboortecohort

Oudere geboortecohorten (links in de grafiek) hebben meer tijd gehad om een HPVvaccinatie in te halen dan het jongste geboortecohort 2012 (rechts in de grafiek).

Figuur 4 HPV-vaccinatiegraad met en zonder leeftijdsgrens, uitgesplitst naar geboortecohort, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)

Sinds 2022 (vanaf geboortecohort 2012) krijgen jongens en meisjes een uitnodiging voor de HPV-vaccinatie in het jaar dat ze 10 jaar worden. Ook vond er een HPV-inhaalcampagne plaats binnen het RVP voor nog niet (volledig) gevaccineerde jongeren tot en met 18 jaar (2022/2023) en buiten het RVP voor nog niet (volledig) gevaccineerde 19- tot en met 26-jarigen (2023). Figuur 5 geeft de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens weer van jongeren tot en met 18 jaar die in 2022 zijn uitgenodigd naast geboortecohort 2012; een deel van hen ontving al eerder een uitnodiging.

Pagina 35 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

100

voor 2022

vanaf 2022

90

Vaccinatiegraad (%)

80 71,4

70 60 50

65,9

68,2

59,3

62,9 54,7

54,6

56,0

47,5 48,7

40

33,1

30 20 10 0

♀

♂ 2004

♀

♂ 2006

♀

♂ 2008

♀

♂ 2009

Geboortecohort

Meisjes geboren in 2004/2006/2008 werden ook uitgenodigd in het jaar dat ze 13 werden. Daarom is aangegeven of de vaccinatiegraad al werd behaald vóór 2022 of vanaf 2022.

Figuur 5 HPV-vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens, uitgesplitst naar geboortecohort en geslacht, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties)

Maternale DKT-vaccinatie De deelname aan de maternale DKT-vaccinatie onder vrouwen met een kind dat geboren is in de periode januari tot en met december 2023 wordt op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties geschat op tenminste 64% (zie Bijlagen 1 (methode) en 4). Dit is gelijk aan het percentage in het voorgaande rapport. Maternale griepvaccinatie Voor het eerst geeft dit rapport een schatting van de deelname aan de maternale griepvaccinatie (zie Bijlagen 1 (methode) en 4). Voor de JGZ bestaat de doelgroep uit vrouwen zonder medische indicatie voor griepvaccinatie die tijdens het griepseizoen 2023/2024 (1 oktober 2023 tot 1 maart 2024) 22 weken of langer zwanger waren. Dit betreft dus niet alle zwangeren. Op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) schatten we de deelname aan de maternale griepvaccinatie op tenminste 15%. Omdat alle anonieme maternale griepvaccinaties zijn toe te schrijven aan het griepseizoen 2023/2024, is het in tegenstelling tot bij de andere in dit rapport besproken vaccinaties wel mogelijk deze mee te tellen. De geschatte deelname aan de maternale griepvaccinatie komt inclusief anonieme vaccinaties uit op 16% (zie Bijlage 4). Deze beide schattingen zijn exclusief vaccinaties die in principe de huisarts toedient aan zwangeren met medische indicatie (en eventuele vaccinaties via de werkgever).

Naar schatting heeft ongeveer 10% van de zwangeren een medische indicatie [3].

Pagina 36 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

De meeste vrouwen die tussen 1 oktober 2023 en 1 maart 2024 een maternale vaccinatie via de JGZ haalden, kozen alleen voor de maternale DKT-vaccinatie (60%). 39% koos ervoor om beide maternale vaccinaties te halen. Slechts een heel klein deel (<1%) heeft alleen de maternale griepvaccinatie gehaald. 3.3.2

Vaccinatiegraad op regionaal niveau De vaccinatiegraad op GGD-regioniveau op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) staat weergegeven in Bijlage 5 (met leeftijdsgrens) en Bijlage 6 (zonder leeftijdsgrens). Het volledige overzicht van alle vaccinatiepercentages (met en zonder leeftijdsgrens) per gemeente is te raadplegen via: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0044.xlsx. Voor een aantal vaccinaties staat de geografische spreiding van gemeenten met een lagere vaccinatiegraad – op basis van de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens – weergegeven in de Figuren 6-9. De meeste van deze gemeenten concentreren zich in de zone die ook wel ‘Bible belt’ heet. Dit is een gebied waar van oudsher veel mensen wonen die zich om godsdienstige redenen niet laten vaccineren. De geografische kaarten uit de Figuren 6-9 en die van de overige vaccinaties worden ook weergegeven via VZinfo: https://www.vzinfo.nl/vaccinaties/regionaal. Als in deze geografische kaarten een gemeente wordt geselecteerd (door erop te klikken), komt er een tabel tevoorschijn met de vaccinatiegraad met en zonder leeftijdsgrens van de afgelopen jaren in de desbetreffende gemeente (herberekend naar de meest recente gemeentelijke indeling).

Deze regionale cijfers over de tijd zijn ook beschikbaar in de vorm van open data op CBS StatLine: https://statline.rivm.nl/#/RIVM/nl/dataset/50136NED/table. Let op: verschillen tussen regio’s of gemeenten en tussen jaren worden niet alleen veroorzaakt door daadwerkelijke verschillen in deelname, maar ook door de mate waarin op regionaal niveau informed consent wordt geregistreerd (afhankelijk van de bereidheid van gevaccineerden en/of de ouder(s) om toestemming te geven en de inspanning van de JGZ om toestemming te verkrijgen). Daarnaast worden regionale verschillen in de DKTP-Hib-HepB-vaccinatiegraad bij zuigelingen beïnvloed door de mate waarin de DKTP-schema-indicatie op regionaal niveau wordt doorgegeven. Tot slot is de vaccinatiegraad in gemeenten met weinig inwoners gevoeliger voor schommelingen dan de landelijke vaccinatiegraad. Voor de geografische kaarten geldt dat vanaf verslagjaar 2022, anders dan in eerdere verslagjaren, de vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens (exclusief anonieme vaccinaties) wordt getoond. In de open data zijn voor verslagjaar 2022-2024 de cijfers zowel met leeftijdsgrens als zonder leeftijdsgrens (exclusief anonieme vaccinaties) beschikbaar. Tot slot geeft Figuur 10 weer dat er sterke verschillen tussen JGZorganisaties zijn wat betreft de verdeling van het aandeel toegediende maternale DKT-vaccinaties en maternale griepvaccinaties.

Pagina 37 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

DKTP voldoende beschermd = gerevaccineerd of komt niet in aanmerking voor revaccinatie

Figuur 6 Vaccinatiegraad per gemeente voor D(K)TP voor zuigelingen (cohort 2021), kleuters (cohort 2018) en schoolkinderen (cohort 2013), op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (zonder leeftijdsgrens, exclusief anonieme vaccinaties) Pagina 38 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Figuur 7 Vaccinatiegraad per gemeente voor BMR voor zuigelingen (cohort 2021) en schoolkinderen (cohort 2013), en volledige (niet-)deelname voor zuigelingen (cohort 2021), op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (zonder leeftijdsgrens, exclusief anonieme vaccinaties) Pagina 39 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Figuur 8 Vaccinatiegraad per gemeente voor HPV voor jongens en meisjes (cohort 2012) en MenACWY (cohort 2008) voor adolescenten, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (zonder leeftijdsgrens, exclusief anonieme vaccinaties)

Pagina 40 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Figuur 9 Geschatte deelname aan de maternale DKT-vaccinatie (vrouwen met een kind dat geboren is in de periode januari-december 2023, exclusief anonieme vaccinaties) en de maternale griepvaccinatie (zwangeren die in aanmerking kwamen voor griepvaccinatie in het griepseizoen 2023/2024, inclusief anonieme vaccinaties) Alleen maternale DKT-vaccinatie

Alleen maternale griepvaccinatie

Beiden

100%

Verdeling maternale vaccinaties

90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

JGZ-organisatie

Enkel JGZ-organisaties die in totaal minimaal 10 maternale vaccinaties hebben geregistreerd, worden weergegeven.

Figuur 10 Verdeling maternale DKT-vaccinaties en maternale griepvaccinaties naar JGZ-organisatie, op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) Pagina 41 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

3.3.3

Vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden Tabel 8 presenteert de vaccinatiegraad in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Voor Curaçao was het niet mogelijk om tijdig gegevens aan te leveren. Ook voor Sint Maarten was het wegens omstandigheden niet mogelijk om de vaccinatiegraad voor alle leeftijdsgroepen aan te leveren. Over het algemeen is de vaccinatiegraad in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden hoog. Door verschil in doelgroepen en vaccinatieschema’s zijn gegevens over de vaccinatiegraad echter niet altijd goed vergelijkbaar. De methode om de vaccinatiegraad te bepalen, zoals die in dit hoofdstuk is gebruikt, geeft voor schoolgaande kinderen in dit gebied vaak een onderschatting. Dit komt doordat vaccinaties meestal per schooljaar worden aangeboden, ongeacht het geboortejaar van een kind. De leeftijdsgrenzen van 5, 10 en 15 jaar worden in dat geval niet altijd gehaald. Ook de COVID-19-pandemie is waarschijnlijk van invloed geweest op de cijfers. Tabel 8 Vaccinatiegraada,b Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden

Zuigelingen (2 jaar)

Aantal in cohort 2021 Aantal DKT(P)-Hib(Hep B) % DKT(P)-Hib-(Hep B) Aantal Hep B % Hep B Aantal Polio % Polio Aantal Pneu % Pneu Aantal BMR(W)1 % BMR(W)1 Aantal BMR(W)2 % BMR(W)2 Aantal MenACWY % MenACWY Kleuters (5 jaar)

Aantal in cohort 2018 Aantal D(K)T(P) % D(K)T(P) Aantal BMR2 % BMR2

Pagina 42 van 83

Aruba Bonaire Curaçao 1.044 275 * d 945 243 *

Sint Sint Saba Eustatius Maarten 15 38 355 15 23 335

90,5% 88,4% d 980 n.a. 93,9% n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. d 953 241 91,3% 87,6% d 973 238 93,2% 86,5% n.a. 202 n.a. h 73,5% n.a. 238 n.a. 86,5%

100% n.a. n.a. n.a. n.a. 15 100% 14 93,3% n.a. n.a. 14 93,3%

* n.a. n.a. * * * * * * * * n.a. n.a.

Aruba Bonaire Curaçao 1.219 295 * d 1.008 179 * 82,7% 60,7% * d 989 n.a. n.a. 81,1% n.a. n.a.

60,5% n.a. n.a. n.a. n.a. 23 60,5% 25 65,8% n.a. n.a. 25 65,8%

94,4% 355 100% n.a. n.a. 242 68,2% 345 97,2% n.a. n.a. n.a. n.a.

Sint Sint Saba Eustatius Maarten 15 39 412 15 10 339 100% 25,6% 82,3% 15 10 339 100% 25,6% 82,3%

RIVM-rapport 2024-0044

Schoolkinderen (10 jaar)

Sint Sint Aruba Bonaire Curaçao Saba Eustatius Maarten e Aantal in cohort 2013 1.468 325 * 16 43 511 Aantal D(K)T(P) 1.219 75 * 14 32 281 c % D(K)T(P) 83,0% 23,1% * 87,5% 74,4% 55,0% Aantal BMR2 1.399 138 n.a. 16 n.a. n.a. f % BMR2 95,3% 42,5% n.a. 100% n.a. n.a. Adolescente meisjes (10 jaar) Sint Sint Aruba Bonaire Curaçao Saba Eustatius Maarten g Aantal in cohort 2013 693 156 n.a. 11 19 * Aantal HPV 442 12 n.a. 10 8 * % HPV 63,8% 7,7% n.a. c 90,9% 42,1% * Adolescente jongens (10 jaar) Sint Sint Aruba Bonaire Curaçao Saba Eustatius Maarten Aantal in cohort 2013 n.a. n.a. n.a. <10 23 * Aantal HPV n.a. n.a. n.a. <10 2 * i % HPV n.a. n.a. n.a. 100% 8,7% * Adolescenten (15 jaar) Sint Sint Aruba Bonaire Curaçao Saba Eustatius Maarten Aantal in cohort 2008 n.a. 324 n.a. 22 37 n.a. Aantal MenACWY n.a. 17 n.a. 15 1 n.a. i % MenACWY n.a. 5,2% n.a. c 68,2% 2,7% n.a. * Niet tijdig aangeleverd/wegens omstandigheden niet mogelijk om aan te leveren. a De registratiesystemen in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden (met uitzondering van Aruba) zijn niet aangesloten op de bevolkingsadministratie. Immigratie en emigratie zijn daardoor niet zo zorgvuldig bij te houden als in Europees Nederland. De cijfers in deze tabel geven de best mogelijke benadering.

b Vaccinatietoestand op 2-jarige leeftijd: DKTP/BMR(W)/MenACWY = basisimmuun, Hib/Hep B/Pneu = volledig afgesloten; op 5-jarige leeftijd: D(K)TP = gerevaccineerd, BMR = volledig afgesloten; op 10-jarige leeftijd: DTP/ BMR/HPV = volledig afgesloten; op 15-jarige leeftijd: MenACWY volledig afgesloten. c Voorlopige vaccinatiegraad: de vaccinatie is gekoppeld aan het schooljaar en niet aan het geboortejaar. Een deel van deze kinderen krijgt in 2024 vaccinatie aangeboden. d Op Aruba gaat het om alle kinderen geboren in 2021 respectievelijk 2018 die voor of op 31 december 2023 het juiste aantal vaccinaties voor hun leeftijd hebben gekregen. e Op Aruba wordt DKTP gegeven in groep 7 van het regulier onderwijs, ongeacht leeftijd, en op de leeftijd van 10 jaar in het speciaal onderwijs. Deze cijfers betreffen het schooljaar 20222023 in plaats van cohort 2013 op 10-jarige leeftijd. f Vanaf cohort 2008 is de leeftijd voor BMR2 vervroegd naar 4 jaar waardoor het percentage gevaccineerde kinderen voor BMR2 hoger is dan dat van DKTP op deze leeftijd. g Op Aruba krijgen meisjes in groep 8 HPV-vaccinatie aangeboden, ongeacht leeftijd. Deze cijfers betreffen het schooljaar 2022-2023 in plaats van cohort 2013 op 10-jarige leeftijd. h Bonaire heeft per 1 januari 2019 de BMR2-vaccinatie vervroegd van 9 jaar naar 18 maanden. i De respons was laag. Er worden nog nieuwe uitnodigingen gestuurd.

Pagina 43 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

3.4

Duiding cijfers vaccinatiegraad De vaccinatiegraad is kort gezegd een deelnamepercentage. Het geeft aan welk deel van een bepaalde groep personen gevaccineerd is binnen het RVP. Daarbij wordt meegenomen of de gewenste (serie van) vaccinaties volgens de RVP-richtlijn voor een bepaalde leeftijdsgrens behaald zijn. Het is belangrijk om te beseffen dat de in dit rapport besproken geboortecohorten grotendeels in 2022 in aanmerking kwamen voor vaccinatie. We noemen het ’verslagjaar 2024’, omdat dat het jaar is waarin de vaccinatiegraad is bepaald. De vaccinatiegraad is, uiteraard, een momentopname en neemt in de loop van de tijd nog wat toe. De vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens (die ook vaccinaties bevat die tot begin maart van het betreffende rapportagejaar nog na de leeftijdsgrens gegeven zijn) ligt dan ook iets hoger dan de vaccinatiegraad met leeftijdsgrens. Het inhalen van RVPvaccinaties kan ook daarna nog tot de leeftijd van 18 jaar gratis plaatsvinden. De vaccinatiegraad wordt ook niet voor de gehele bevolking in Nederland berekend, maar elk jaar voor een volgend geboortecohort. Een daling in de vaccinatiegraad in een bepaald geboortecohort is geen gunstige ontwikkeling, maar betekent daarom niet meteen dat de gehele bevolking als zodanig minder goed beschermd is.

Ook hoeft een relatief hoge landelijke vaccinatiegraad niet te betekenen dat de vaccinatiegraad op regionaal niveau overal hoog is. Er zijn grote regionale verschillen in Nederland. Ook binnen regio’s en zelfs binnen gemeenten kunnen er aanzienlijke verschillen zijn. In sommige gebieden is de vaccinatiegraad hoog, maar in andere lager. Denk aan gebieden waar veel ouders wonen die hun kinderen om religieuze redenen niet laten vaccineren. Daar is de kans op uitbraken van infectieziekten dan ook groter. De cijfers in dit rapport worden deels beïnvloed door het ontbreken van de indicatie voor het gevolgde DKTP-schema in Præventis (paragraaf 3.2.2). Dit geldt nu voor het eerst voor een volledig geboortecohort, waardoor het effect groter is dan vorig jaar. Voor DKTP (en in iets mindere mate voor Hib en HepB) geldt dat de vaccinatiegraad voor de primaire serie en basisimmuniteit bij zuigelingen die geboren zijn vanaf augustus 2020 mogelijk onderschat wordt wanneer deze indicatie ontbreekt (bij ongeveer 10% van de kinderen). Bovenal heeft het informed consent vanaf dit rapport voor het eerst volledig effect op de cijfers (paragraaf 3.2.1).

Voor de geboortecohorten in dit rapport geldt namelijk dat zij vanaf 2022 in aanmerking kwamen voor vaccinatie (geldt in iets mindere mate voor de DKTP-vaccinatie voor kleuters en in nog iets mindere mate voor de primaire serie DKTPHib-HepB/Pneu voor zuigelingen en in veel mindere mate voor de maternale DKT-vaccinatie). Anonieme vaccinaties kunnen niet in de berekening van de vaccinatiegraad worden meegenomen, doordat geboortejaar, geslacht, woonplaats en dosis in dat geval ontbreken. Hierdoor betreft de vaccinatiegraad voor deze geboortecohorten per definitie een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad; de cijfers moeten worden gezien als een ondergrens. Daarom is het ook in de lijn der verwachting dat de cijfers dit jaar lager liggen dan vorig jaar. Pagina 44 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Dat hoeft echter niet te betekenen dat de daadwérkelijke vaccinatiegraad noodzakelijkerwijs lager ligt. Hieronder proberen we meer duiding hieraan te geven. Op basis van de op persoon geregistreerde vaccinaties (dus exclusief anonieme vaccinaties) ligt de landelijke vaccinatiegraad met leeftijdsgrens voor zuigelingen voor de DKTP-Hib-HepB- en Pneu-vaccinaties ongeveer 2 procentpunt lager en voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties voor zuigelingen ongeveer 0,5 procentpunt lager dan vorig jaar. Bij de DKTPvaccinatie voor kleuters ligt deze bijna 7 procentpunt lager en bij de DTPen BMR-vaccinaties voor schoolkinderen ongeveer 4 procentpunt lager. De HPV-vaccinatiegraad ligt bij meisjes die werden uitgenodigd in het jaar dat ze 13 werden (cohort 2009) ongeveer 2 procentpunt lager. En bij de MenACWY-vaccinatie voor adolescenten ligt de vaccinatiegraad ongeveer 14 procentpunt lager. De geregistreerde deelname aan de maternale DKT-vaccinatie is gelijk aan vorig jaar. Hieronder geven we zo goed als mogelijk duiding aan de trend in de landelijke vaccinatiegraad met leeftijdsgrens, rekening houdend met vaccinsoort, leeftijd, het moment dat de in dit rapport besproken geboortecohorten in aanmerking kwamen voor vaccinatie en het aandeel anonieme vaccinaties in 2022 (situatie maart 2024, zie Tabel 5) (zie paragraaf 3.2.1).

Voor de DKTP-Hib-HepB- en Pneu-vaccinaties voor zuigelingen en de DKTP-vaccinatie voor kleuters hebben we ook rekening gehouden met het deel van het geboortecohort dat in 2022 in aanmerking kwam voor vaccinatie (sommige van deze kinderen bereikten namelijk al de betreffende adviesleeftijden vóór 1 januari 2022, zie ook paragraaf 3.2.1). Voor de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie is daarnaast meegewogen dat er sprake is van een extra onderschatting van de vaccinatiegraad door het ontbreken van de indicatie voor het gevolgde DKTP-schema. Voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties geldt dat zowel zuigelingen als schoolkinderen (BMR) of adolescenten (MenACWY) deze krijgen. Het percentage anonieme vaccinaties is niet noodzakelijkerwijs gelijk verdeeld tussen zuigelingen en schoolkinderen/ adolescenten, maar valt niet op te splitsen, omdat het geboortejaar onbekend is. Daarom is voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties ook uitgegaan van het percentage anonieme vaccinaties bij vergelijkbare leeftijdsgroepen. Kijkend naar het percentage anonieme vaccinaties (bij vergelijkbare leeftijdsgroepen) en rekening houdend met het moment dat de in dit rapport besproken geboortecohorten in aanmerking kwamen voor vaccinatie, lijkt het aannemelijk dat de werkelijke vaccinatiegraad bij zuigelingen (DKTP-Hib-HepB-en Pneu-vaccinatie) en kleuters (DKTPvaccinatie) tenminste ongeveer gelijk is gebleven.

Mogelijk is de vaccinatiegraad voor de BMR- en MenACWY-vaccinatie bij zuigelingen licht toegenomen. Of dit laatste mogelijk ook geldt voor de DKTP-HibHepB-vaccinatie is niet goed te beoordelen, omdat voor een deel van de kinderen de DKTP-schema-indicatie ontbreekt (en niet goed te bepalen is hoe groot het effect hiervan is op de vaccinatiegraad). Het lijkt echter waarschijnlijk dat de vaccinatiegraad voor de DTP- en BMR-vaccinatie voor 9-jarigen en met name voor de MenACWY-vaccinatie voor 14jarigen verder is gedaald. Voor de HPV-vaccinatie is het lastig een dergelijke uitspraak te doen, omdat er in 2022 verschillende cohorten Pagina 45 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

zijn uitgenodigd. De werkelijke deelname aan de maternale DKTvaccinatie ligt waarschijnlijk iets lager dan vorig jaar omdat het aandeel anonieme vaccinaties in 2023 (10%) lager was dan in 2022 (14%) en de geregistreerde vaccinatiegraad gelijk was. Deze duiding betreft de cijfers op landelijk niveau en hoeft niet per se op regionaal niveau op te gaan. Aannames Bij het opstellen van deze duiding zijn aannames gedaan. Hierdoor is het lastig om harde conclusies te trekken, met name voor de HPVvaccinatie. Het gaat om de volgende aannames: • Het percentage anonieme vaccinaties in 2022 (situatie maart 2024, zie Tabel 5) is als uitgangpunt genomen, omdat het grootste deel van de vaccinaties voor de in dit rapport besproken geboortecohorten in 2022 is gegeven. Dit geldt in wat mindere mate voor de DKTP-Hib-HepB- en Pneu-vaccinaties voor zuigelingen en de DKTP-vaccinatie voor kleuters en in veel mindere mate voor de maternale DKT-vaccinatie. • De anonieme vaccinaties in 2022 betreffen vaccinaties van kinderen uit de in dit rapport besproken geboortecohorten en nauwelijks inhaalvaccinaties door kinderen uit andere geboortecohorten. • De kans op anonieme vaccinaties is gelijk verdeeld over de verschillende doses van een vaccinatieserie. De Pneu-vaccinatie wordt bijvoorbeeld 3 keer gegeven (rond 3, 5 en 11 maanden).

Ook voor de DKTP-Hib-HepB-, HPV-, BMR- en MenACWYvaccinaties geldt dat deze meerdere keren worden gegeven. Per vaccinsoort is wel bekend wat het aandeel anonieme vaccinaties is, maar het is niet bekend om welke dosis het gaat. Deze aanname geldt met name voor de DKTP-Hib-HepB- en Pneuvaccinaties voor zuigelingen en de HPV-vaccinatie voor adolescenten. De aanname geldt in wat mindere mate voor de BMR- en MenACWY-vaccinaties voor zuigelingen en schoolkinderen (BMR) of adolescenten (MenACWY), omdat daarbij ook rekening is gehouden met het percentage anonieme vaccinaties bij vergelijkbare leeftijdsgroepen. • De kans op anonieme vaccinatie is gelijk verdeeld over de verschillende geboortejaren en geslacht. Met name voor de HPVvaccinatie geldt dat er jongeren van veel verschillende leeftijden (van 10 tot en met 18 jaar) zijn uitgenodigd in 2022 en het percentage anonieme vaccinaties niet voor elke leeftijd en voor jongens en meisjes gelijk hoeft te zijn.

Pagina 46 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

3.5

Conclusies

3.5.1

Algemeen Hoewel de geregistreerde landelijke vaccinatiegraad ten opzichte van vorig jaar voor nagenoeg alle vaccinaties lager ligt, lijkt het aannemelijk dat de werkelijke vaccinatiegraad bij zuigelingen en kleuters tenminste ongeveer gelijk is gebleven. Voor de BMR- en MenACWY-vaccinatie lijkt de vaccinatiegraad mogelijk zelfs iets toegenomen. Het lijkt waarschijnlijk dat de vaccinatiegraad voor oudere leeftijdsgroepen verder is gedaald (paragraaf 3.4). Dit lijkt ook in lijn met de resultaten van de RVP-peiling (paragraaf 2.1). Hieruit bleek dat wat minder ouders van kinderen van 9 tot en met 14 jaar in 2023 positief waren over vaccineren dan in 2022. Ook bleek hieruit dat het beeld dat ouders van kinderen jonger dan 3,5 jaar van vaccineren hadden over het algemeen niet verschilde tussen 2022 en 2023. Bij de groepsvaccinaties is de drempel om het gesprek over vaccineren aan te gaan ook hoger als de uitgenodigde jeugdige niet verschijnt, dan op het consultatiebureau. Belangrijk ook om te realiseren dat deels nog werd gevaccineerd in een periode waarin de coronamaatregelen langzaam versoepeld werden na een harde lockdown. Uiteindelijk vervielen de laatste maatregelen in maart 2022. De daling bij oudere leeftijdsgroepen lijkt met name voor de MenACWYvaccinatie voor adolescenten aanzienlijk.

Dat dit voor de HPV-vaccinatie mogelijk anders is, heeft wellicht te maken met de uitgebreide HPVmediacampagne vanwege de inhaalcampagne voor jongens en nog niet eerder (volledig) gevaccineerde meisjes. Ook speelt mogelijk mee dat de MenACWY-vaccinatie als minder ‘urgent’ wordt gezien nu er geen sprake meer is van een meningokokken W-uitbraak. Het is belangrijk om te achterhalen wat de precieze achterliggende oorzaken zijn van deze afname in de vaccinatiegraad. Bij meisjes die werden uitgenodigd in het jaar dat ze 10 werden, ligt de geregistreerde HPV-vaccinatiegraad ongeveer 5 procentpunt lager dan voor meisjes die werden uitgenodigd in het jaar dat ze 13 werden (zonder leeftijdsgrens is dit verschil nog 3 procentpunt). Dit is ook de eerste lichting meisjes die de vaccinatie op jongere leeftijd kreeg aangeboden. Doel van deze leeftijdsverlaging was dat (nog) minder kinderen hun seksueel debuut al hebben gehad tijdens de vaccinatie, waardoor het effect van de HPV-vaccinatie zo groot mogelijk is. De geregistreerde HPVvaccinatiegraad voor jongens ligt nog weer 6 procentpunt onder die van meisjes. Dit is ook de eerste lichting jongens die de HPV-vaccinatie aangeboden kreeg. Mogelijk is er nog sprake van een aanloopperiode en neemt de vaccinatiegraad nog toe. Dat is al zichtbaar in de toename van 8 procentpunt bij vergelijking van de cijfers met en zonder leeftijdsgrens.

3.5.2

HPV-inhaalcampagne Positief is dat bijna alle extra geboortecohorten die in 2022 voor de HPVinhaalcampagne in aanmerking kwamen (cohorten 2009, 2008, 2006 en 2004) een geregistreerde vaccinatiegraad van ten minste 50% haalden. Wel lijkt de vaccinatiegraad vooral bij de oudere jongens (cohorten 2004 en 2006) nog wat achter te blijven. Ook hier is duidelijk dat de geregistreerde vaccinatiegraad bij jongens lager ligt dan bij meisjes en dat dit verschil vooral voor de oudere geboortecohorten groter lijkt. Hierbij speelt mee dat de in 2004, 2006 en 2008 geboren meisjes meer Pagina 47 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

tijd hebben gehad om de vaccinatie te halen dan jongens, omdat zij ook in het jaar dat zij 13 jaar oud werden een uitnodiging kregen. Daardoor worden de cijfers voor meisjes minder sterk beïnvloed door het informed consent dan de cijfers voor jongens. Daarnaast is het denkbaar dat de bereidheid om informed consent te geven voor de uitwisseling van gegevens tussen JGZ-organisaties en het RIVM kan verschillen tussen jongens en meisjes en tussen oudere (zelf beslissen vanaf 16 jaar) en jongere jongeren (ouders beslissen tot 12 jaar, ouders en jeugdige beslissen samen van 12-16 jaar). 3.5.3

Maternale vaccinaties Voor de maternale DKT-vaccinatie wordt de deelname net als vorig jaar geschat op 64%, exclusief anonieme vaccinaties. Wel was in 2023 het aandeel anonieme DKT-vaccinaties (10%) lager dan destijds in 2022 (14%). De deelname aan de maternale griepvaccinatie, die het afgelopen griepseizoen voor het eerst door de JGZ werd aangeboden, wordt geschat op 16% (inclusief anonieme vaccinaties). Maternale griepvaccinaties die door de huisarts zijn toegediend aan vrouwen met medische indicatie kunnen echter niet worden meegeteld. De verwachting is dat ongeveer 10% van de zwangere vrouwen ook een medische indicatie voor griepvaccinatie heeft [3]. Dit geldt ook voor eventuele vaccinaties via de werkgever. Hierdoor wordt de deelname aan de maternale griepvaccinatie onderschat. De geschatte deelname aan de maternale DKT-vaccinatie lag in het eerste jaar na implementatie met 70% aanzienlijk hoger dan die aan de maternale griepvaccinatie (16%). Deels komt dit omdat vaccinaties die de huisarts toedient - of eventueel via de werkgever worden toegediend niet meegenomen kunnen worden. Daarnaast kregen de verloskundig zorgverleners wegens de implementatie pas vrij laat (in juni 2023) de informatiematerialen toegestuurd.

Bovendien is het zo dat zwangeren die aan het begin van het griepseizoen langer dan 22 weken zwanger zijn en geen medische indicatie hebben, de maternale DKT-vaccinatie in principe al hebben gehaald. Wanneer het griepseizoen begint, is het advies om de griepvaccinatie alsnog te halen. Maar dat wordt niet door alle vrouwen in deze groep gedaan [8]. Verder geldt dat het halen van de maternale DKTvaccinatie ervoor zorgt dat de zuigeling één vaccinatie minder nodig heeft. Bij de maternale griepvaccinatie is dat niet het geval. Ten slotte zijn er sterke verschillen zichtbaar tussen JGZ-organisaties in de deelname aan de maternale vaccinaties. Bij sommige JGZ-organisaties ligt de deelname aan beide maternale vaccinaties relatief hoog, maar in andere regio’s hebben vrouwen vooral de maternale DKT-vaccinatie gehaald. Het is belangrijk om de oorzaken van deze verschillen in kaart te brengen. In de aankomende campagne worden verbeteringen doorgevoerd om zwangere vrouwen beter te bereiken.

3.5.4

Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) Het blijft belangrijk om aandacht vragen voor het informed consent en te leren van best-practices. Hoewel het aandeel anonieme vaccinaties aanzienlijk lager is dan in het begin van 2022, zijn de verschillen tussen JGZ-organisaties namelijk ook in 2023 nog steeds aanzienlijk. En blijft het aandeel anonieme vaccinaties voor met name de DKTP-vaccinatie voor kleuters (13%) en de beide maternale vaccinaties (10%) nog hoog. Pagina 48 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

3.5.5

Interpretatie regionale verschillen Bij de interpretatie van verschillen tussen regio’s of gemeenten en verschillen tussen jaren binnen eenzelfde regio of gemeente is het belangrijk om voorzichtig te zijn. Zeker nu het informed consent voor het eerst volledig effect heeft op de cijfers en de cijfers voor de DKTP-HibHepB-vaccinatiegraad bij zuigelingen negatief worden beïnvloed door het deels ontbreken van de DKTP-schema-indicatie. Een daling in de cijfers betekent dan niet per se een daadwerkelijke daling in de vaccinatiegraad. Hoe hoger het aandeel anonieme vaccinaties en het aandeel kinderen waarbij de DKTP-schema-indicatie ontbreekt in een bepaalde regio of gemeente, hoe minder nauwkeurig de vaccinatiegraad is.

3.5.6

Doelstellingen WHO Het is niet meer goed vast te stellen of de internationale doelstelling om te komen tot een nationale vaccinatiegraad van minimaal 90% voor alle individuele vaccinaties wordt gehaald. Voor de meeste vaccinaties ligt de vaccinatiegraad op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties net onder de grens van 90%. Maar vanwege het effect van het informed consent en het deels ontbreken van de DKTP-schema-indicatie is de vaccinatiegraad een onderrapportage en moeten de cijfers als een ondergrens worden gezien. Voor de BMR-vaccinatie is wel duidelijk dat de WHO-norm van 95% [9], nodig voor de eliminatie van mazelen, zeker niet wordt gehaald. Dit geldt ook voor het streefpercentage van de WHO voor de HPV-vaccinatie (90% op 15-jarige leeftijd in 2030) om baarmoederhalskanker versneld te elimineren [10]. Voor Nederland als geheel stelt de WHO dat voor rodehond en mazelen sprake is van ‘interrupted endemic transmission en een low risk voor polio met no wild or vaccine-derived poliovirus circulation’.

3.5.7

SocioVax De eerste resultaten van het SocioVax-programma geven meer inzicht in welke factoren een rol spelen bij de beslissing om zich wel of niet te laten vaccineren (paragraaf 2.9). Ook schijnt het licht op welke aanpakken effectief kunnen zijn bij het ondersteunen van keuzes over vaccineren en/of het toegankelijker maken van vaccineren. Denk hierbij aan het aanbevelen van vaccinatie door een zorgverlener op een directe manier, toegankelijke communicatie en de fysieke toegankelijkheid van vaccinatie. Dit geeft zicht op waar er kansen liggen voor de Nederlandse praktijk om het vaccinatiebeleid verder te verbeteren.

Pagina 49 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Pagina 50 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

4

Verantwoording

Dit rapport kwam mede tot stand met bijdragen van: • Loes Soetens, Anneke Steens, Marjon Hartwigsen (kengetallen RVP); • Esther Stoop, Sofie Mooij (ontwikkelingen RVP in 2023); • Robin Wuyts, Eline Roordink, Marion de Vries, Mattijs Lambooij (SocioVax); • Wendy Koster, Imke Schreuder, Eva van der Want, Margot Carpay en Rianne van Gageldonk-Lafeber (maternale griepvaccinatie); • Mayara Wijsman, Tedisha Gordon, Joey van Slobbe, Jan Hubert, Shardina Blomont-Frederick (vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden).

Pagina 51 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Pagina 52 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

5

Literatuur

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

10.

11. 12.

Lanooij SJ, Valk A, Smagge B, Neppelenbroek NJM, Maxwell AAA, van Iersel S, et al. Vaccinatiegraad COVID-19 vaccinatie Nederland, 2022. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2023 (RIVM Rapport 2023-0428). Pluijmaekers AJM, de Melker HE. The National Immunisation Programme in the Netherlands – Surveillance and developments in 2022-2023. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2023 (RIVM Rapport 2023-0330). Heins M, Korevaar J, Knottnerus B, Hooiveld M. Monitor Vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) 2021. Utrecht: Nivel; 2022 (https://www.nivel.nl/nl/publicatie/monitorvaccinatiegraad-nationaal-programma-grieppreventie-npg-2021). Abbink F, de Greeff SC, van den Hof S, de Melker HE. Het Rijksvaccinatieprogramma in Nederland: het vóórkomen van de doelziekten (1997-2002). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2004 (RIVM Rapport 210021001). van den Hof S, Conyn-van Spaendonck MAE, de Melker HE, Geubbels ELPE, Suijkerbuijk AWM, Talsma E, et al. The effects of vaccination, the incidence of the target diseases. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 1998 (RIVM Rapport 213676008). van Lier EA, Oomen PJ, Oostenbrug MW, Zwakhals SL, Drijfhout IH, de Hoogh PA, de Melker HE. Hoge vaccinatiegraad van het Rijksvaccinatieprogramma in Nederland. Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153(20):950-7.

van Lier A, Oomen P, de Hoogh P, Drijfhout I, Elsinghorst B, Kemmeren J, et al. Præventis, the immunisation register of the Netherlands: a tool to evaluate the National Immunisation Programme. Euro Surveill. 2012;17(17). Duvekot JJ, van de Laar LY, Schreuder I. Vanaf dit najaar griepvaccinatie voor álle zwangeren: minder griep bij pasgeborenen en zwangere vrouwen. Ned Tijdschr Geneeskd. 2023;167(D7850). World Health Organization. Global measles and rubella strategic plan: 2012-2020. World Health Organization; 2012 [7 mei 2013]; Available from: http://www.who.int/immunization/newsroom/Measles_Rubella_Str ategicPlan_2012_2020.pdf. World Health Organization (WHO). Global strategy to accelerate the elimination of cervical cancer as a public health problem. Geneva: World Health Organization; 2020 [11-04-2022]; Available from: https://apps.who.int/iris/rest/bitstreams/1315304/retrieve. Jukic AM, Baird DD, Weinberg CR, McConnaughey DR, Wilcox AJ. Length of human pregnancy and contributors to its natural variation. Hum Reprod. 2013;28(10):2848-55. Neppelenbroek SE, de Vries M, de Greeff S, Timen A. Meningokokken C-campagne: 'da's goed gedaan?'. Evaluatie van een grootschalige vaccinatiecampagne in 2002. TSG. 2004(1):3441. Pagina 53 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

13.

van Lier EA, Oomen PJ, Oostenbrug MWM, Zwakhals SLN, Drijfhout IH, de Hoogh PAAM, de Melker HE. Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland; verslagjaar 2006-2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2008 (RIVM Rapport 210021007).

Pagina 54 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Bijlage 1 Toelichting methode geschatte deelname maternale vaccinaties

Aangezien er voor het RVP geen actuele cijfers 1 toegankelijk zijn over hoeveel vrouwen zwanger zijn en in aanmerking komen voor de vaccinatie, wordt gebruikgemaakt van het aantal geboren kinderen om te schatten hoeveel zwangeren er in Nederland in een bepaalde periode waren. Voor de deelname aan de maternale vaccinaties geldt dus dat het om schattingen gaat. Maternale DKT-vaccinatie Sinds 16 december 2019 biedt het RVP de maternale DKT-vaccinatie, ook wel de 22 wekenprik genoemd, aan zwangeren aan. Doel van deze vaccinatie is het beschermen van kinderen tegen kinkhoest in de eerste maanden na de geboorte. De maternale DKT-vaccinatie wordt aangeboden vanaf 22 weken zwangerschap. Het aantal zwangeren (noemer) is geschat op basis van het aantal kinderen (exclusief meerlingen 2) geboren in de periode 1 januari tot en met 31 december 2023 3. Het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) is bepaald op basis van het aantal vrouwen waarbij: 1. een maternale DKT-vaccinatie 4 in Præventis is geregistreerd; 2. een BSN-nummer aanwezig is (vanwege koppeling met kind); 3. het verschil tussen geboortedatum kind en vaccinatiedatum ligt tussen 0 en 203 dagen (42-13 = 29 weken). De deelname (schatting) is vervolgens berekend door het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) te delen door het geschatte aantal zwangeren (noemer) en uitgedrukt als percentage, afgerond op gehele getallen.

De geschatte deelname is ook beschikbaar op regionaal niveau 5. Vanaf 1 januari 2022 worden alleen op persoon geregistreerde vaccinaties in de berekening meegenomen. De geschatte deelname op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties is een onderschatting van de daadwerkelijke deelname, omdat anonieme vaccinaties niet in de berekening kunnen worden meegenomen.

1

2

3

4

5

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Perined over zwangerschap komen meestal pas na een jaar beschikbaar. Meerlingen worden geïdentificeerd op basis van de overeenkomstige combinatie van postcode, huisnummer en geboortedatum. Kinderen die via de Basisregistratie Personen (BRP) binnen twee weken na geboorte in Præventis zijn aangemeld. Dit kan de vaccinsoort DKT en in uitzonderlijke gevallen DKTP-booster betreffen in de vaccinsoortgroep D(K)TP. Als er meerdere vaccinaties bij dezelfde persoon geregistreerd zijn, moet het interval tussen de vaccinaties groter zijn dan 91 dagen. Twee vaccinaties met een interval kleiner of gelijk aan 91 dagen worden beschouwd als één vaccinatie bij één zwangerschap. Hierbij wordt als uitgangspunt de postcode van het kind tijdens de eerste aanmelding in Præventis genomen. Pagina 55 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Maternale griepvaccinatie Vanaf het najaar van 2022 wordt de maternale griepvaccinatie vanuit het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) aangeboden aan álle zwangeren. Dus ook aan zwangeren zonder medische indicatie voor griepvaccinatie met een zwangerschapsduur van 22 weken of meer. Zwangeren zonder medische indicatie worden sinds 2023 6, net als de rest van de doelgroep die voor het RVP in aanmerking komt, door de JGZ gevaccineerd. Het primaire doel hiervan is het beschermen van kinderen tegen complicaties door griep in de eerste levensmaanden. Zwangeren met een medische indicatie 7 (ongeveer 10% van alle zwangeren [3]) vallen onder het reguliere griepvaccinatieprogramma en krijgen doorgaans een vaccinatie via hun huisarts. Het primaire doel van vaccinatie van deze groep is henzelf te beschermen tegen mogelijke complicaties door griep. Zij komen daarom gedurende hun hele zwangerschap in aanmerking voor de griepvaccinatie en niet alleen vanaf 22 weken zwangerschapsduur. De berekening van de deelname richt zich in principe op zwangeren zonder medische indicatie. Een aantal van de zwangeren met een medische indicatie heeft de griepvaccinatie echter wellicht, eventueel gelijktijdig met de maternale DKT-vaccinatie, bij de JGZ gehaald. Dit is afhankelijk van het type medische indicatie, de termijn die nog moet worden gewacht en de influenza-epidemiologie op dat moment.

Vaccinatie van deze groep wordt niet specifiek gemonitord. Hierdoor is onbekend welk deel van deze zwangeren via de huisarts en welk deel via de JGZ gevaccineerd wordt. In de hier beschreven bepaling van de geschatte deelname aan de maternale griepvaccinatie kunnen de vaccinaties die door de huisarts toegediend zijn niet worden meegenomen. Dit geldt ook voor eventuele vaccinaties via de werkgever. De deelname wordt hierdoor onderschat. Voor zwangeren zonder medische indicatie geldt dat ze de maternale griepvaccinatie mochten halen als ze 22 weken of langer zwanger waren in de periode van 1 oktober 2023 tot 1 maart 2024 8. Uitgaande van een mediane zwangerschapsduur van 40 weken 9 [11] kwamen alle vrouwen die vanaf week 52 2022 tot week 40 2023 zwanger zijn geworden in aanmerking voor de maternale griepvaccinatie. Zij bereikten allen een zwangerschapsduur van 22 weken of meer in de periode van 1 oktober 2023 tot 1 maart 2024 (periode van 40 weken). Om een schatting te maken van het aantal zwangeren (noemer) is het aantal kinderen (exclusief meerlingen 10) geboren in de periode 1 januari tot en met 31 december 2023 11 gedeeld door 52 weken en vermenigvuldigd met 40 Vanaf het najaar van 2023 heeft de JGZ de maternale griepvaccinatie van zwangeren zonder medische indicatie overgenomen van de huisarts (tussentijdse uitvoeringsroute).

In het najaar van 2022 werd dit tijdelijk door de huisarts gedaan. 7 Zoals patiënten met een hart- en vaatziekte of diabetes mellitus, zie ook het Gezondheidsraadadvies over de griepvaccinatie. 8 Formeel start de maternale griepcampagne op 15 oktober. JGZ-organisaties mogen echter al vanaf 1 oktober beginnen met vaccineren als de vaccins al zijn ontvangen. Daarom worden de eerste 2 weken van oktober ook meegeteld. 9 Voor de bepaling van de mediane zwangerschapsduur is uitgegaan van de eerste dag van de laatste menstruatie. 10 Meerlingen worden geïdentificeerd op basis van de overeenkomstige combinatie van postcode, huisnummer en geboortedatum. 11 Kinderen die via de Basisregistratie Personen (BRP) binnen twee weken na geboorte in Præventis zijn aangemeld. 6

Pagina 56 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

weken. Hierbij kan geen onderscheid gemaakt worden tussen vrouwen zónder medische indicatie en vrouwen mét medische indicatie voor de griepvaccinatie – alle zwangeren zijn dus meegenomen in de bepaling van de noemer. Het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) is bepaald op basis van het aantal vrouwen waarbij: 1. een maternale griepvaccinatie in Præventis is geregistreerd; 2. de vaccinatie is uitgevoerd in de periode van 1 oktober 2023 tot 1 maart 2024. NB de vaccinaties die door huisartsen aan vrouwen met medische indicatie zijn toegediend, kunnen niet worden meegeteld. De deelname (schatting) is vervolgens berekend door het aantal gevaccineerde vrouwen (teller) te delen door het geschatte aantal zwangeren (noemer) en uitgedrukt als percentage, afgerond op gehele getallen. De geschatte deelname is ook beschikbaar op regionaal niveau 12, maar enkel op GGD-regioniveau en niet op gemeenteniveau vanwege onthullingsrisico door lage aantallen. De GGD-regio is gebaseerd op de locatie van de uitvoerende JGZ-organisatie, omdat er van zwangeren geen recente adresgegevens beschikbaar zijn in Præventis. Het informed consent heeft effect op vaccinaties die zijn toegediend vanaf 1 januari 2022.

De geschatte deelname op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties) is een onderschatting van de daadwerkelijke deelname, omdat anonieme vaccinaties niet in de berekening worden meegenomen. Voor de maternale griepvaccinatie geldt dat bekend is hoeveel anonieme vaccinaties er zijn gezet in de periode van 1 oktober 2023 tot 1 maart 2024. Daarom is de geschatte deelname ook beschikbaar inclusief anonieme vaccinaties 13. Ten slotte is bepaald welk deel van de gevaccineerde zwangeren in de periode van 1 oktober 2023 tot 1 maart 2024 14 en binnen een interval van 22 weken (154 dagen) 15: 1. alleen een maternale griepvaccinatie heeft gehaald; 2. alleen een maternale DKT-vaccinatie heeft gehaald; 3. beide vaccinaties heeft gehaald. Deze verdeling is ook beschikbaar naar JGZ-organisatie, maar enkel op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties (exclusief anonieme vaccinaties).

Voor de noemer wordt hierbij als uitgangspunt de postcode van het kind tijdens de eerste aanmelding in Præventis genomen. Voor de teller wordt uitgegaan van de locatie van de uitvoerende JGZ-organisatie, omdat er van zwangeren geen recente adresgegevens beschikbaar zijn in Præventis. 13 Op regionaal niveau is, naast het aantal anonieme vaccinaties, ook een beperkt aantal niet-gevalideerde (afgekeurde) maternale griepvaccinaties meegeteld. 14 Hierbij ligt de uitvoerdatum van ten minste één van de vaccinaties tussen 1 oktober 2023 en 1 maart 2024. 15 Per maternale griepvaccinatie is gekeken of de gevaccineerde ook een maternale DKT-vaccinatie heeft gehaald binnen een interval van 22 weken (dus 22 weken vóór de vaccinatie tot 22 weken ná de vaccinatie). Hetzelfde geldt voor de maternale DKT-vaccinatie. 12

Pagina 57 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Bijlage 2 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1970-1994

Zuigelingen Cohort DKTPa Hib Mazelen BMR 1970 90,8 1971 91,7 1972 90,5 1973 88,7 1974 89,8 1975 92,7 81,9 1976 93,4 86,6 1977 93,9 90,7 1978 94,1 91,0e 1979 94,1 91,3 1980 94,5 92,3 1981 94,5 92,5 1982 94,8 92,1 1983 95,0 92,2e 1984 95,1 92,7 1985 93,8 80,2 12,6 1986 94,1 X 93,5 1987 94,2 94,0 1988 93,3 93,8 1989 93,6 94,3 1990 94,9 94,9 1991 94,7 94,0 1992 92,8 93,9 1993 93,1 93,9 1994 95,4 95,4 95,8

Kleuters DTP BMR 93 93 95 95 93 92 93 92 93 92 93 93 93,0 89,1 93,6 91,5 93,1 92,6 93,1 94,5c 94,2 94,9c 93,7 X 92,6 92,7 94,5 94,7 94,4 94,3

Schoolkinderen DTP BMR Rodehondb 92 90 92 91 92 92 92 92 93 93 93 93 94 93 94 93 93,2 90,9 X 94,1 92,4 93,8 92,9 94,2 93,6 94,7 94,1 94,3 86,5 94,0 88,9 94,2 94,2 95,3 96,0 95,3 96,0 95,0 95,7 95,1 96,0 95,0 96,0 95,2 96,1 95,5 96,0 95,0 97,6d 95,1 97,7

X Beëindiging van de desbetreffende vaccinatie. a Voor de cohorten 1970-1986 is als peildatum 1 september 1972-1988 aangehouden. Voor cohorten vanaf 1987 geldt als peildatum 1 januari, te beginnen bij 1 januari 1990. b Rodehond alleen voor meisjes. c De inhaalcampagne BMR bij kleuters is uitgevoerd voor de geboortecohorten 1983, 1984 en 1985; voor de geboortecohorten 1986 en 1987 vond géén inhaalcampagne plaats. Voor de geboortecohorten 1986 en 1987 staat het percentage kinderen weergegeven dat in de periode tot aan het bereiken van de kleuterleeftijd één BMR-vaccinatie ontving. d De stijging ten opzichte van cohort 1992 is voor een groot deel te verklaren door een administratieve verandering. e Correctie in 2017 van foutief overgenomen percentage.

Pagina 58 van 83

RIVM-rapport 2024-0044

Bijlage 3 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1995-2004

Cohort

DKTP

Hib

Zuigelingen (2 jaar) Hep Bc Pneu BMR

1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004

95,9 95,9 95,6 95,3 95,2 95,1 95,3 95,8 94,3b 94,0

95,9 96,1 95,7 95,5 95,3 95,3 95,5 96,0 95,4b 95,0

96,1 95,8 95,6 95,6 95,4 95,2 95,8 96,3 95,4b 95,9

15,2 17,1

MenC/ ACWY

56,2a 95,5 94,8b 95,6

Alleen na 1 juni 2001 geboren zuigelingen kwamen in aanmerking; omgerekend betekent dit een landelijk percentage van 96,3% [12]. b Vanaf cohort 2003 [13] vindt rapportage plaats op basis van het nieuwe informatiesysteem Præventis en de vaccinatietoestand op individuele leeftijd (zie Tabel 4). De stippellijn geeft de trendbreuk weer. c Percentage van het totale cohort. In 2011 is universele hepatitis B-vaccinatie ingevoerd; voorheen werden risicogroepen gevaccineerd. a

Kleuters (5 jaar) Cohort 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004

revac 94,5 94,4 94,4 95,1 95,2 92,5d 92,1 91,5 91,9 91,7

D(K)TP basisa totaalb

1,4d 1,6 1,6 2,0 2,6

93,9d 93,7 93,1 93,9 94,3

Schoolkinderen (10 jaar) aK

92,1 93,0 89,3d 90,8 91,0 Xe

DTP 93,0d 92,5 92,6 93,5 93,4 92,2 93,0 93,1 92,7 92,7

Adolescente meisjes (14 jaar)

BMRc 92,9d 92,5 92,5 93,0 93,1 92,1 92,6 92,9 92,4 92,7

Kinderen die basisimmuniteit pas bereiken op de leeftijd van 2 tot 5 jaar en daarom niet in aanmerking komen voor revaccinatie (= revac). b Voldoende beschermd (= som gerevaccineerd + basisimmuun 2 tot 5 jaar). c Vanaf cohort 1995 vindt rapportage over de tweede BMR-vaccinatie plaats. d Vanaf cohort 2000 voor kleuters en cohort 1995 voor schoolkinderen [13] vindt rapportage plaats op basis van het nieuwe informatiesysteem Præventis en de vaccinatietoestand op individuele leeftijd (zie Tabel 4). De stippellijn geeft de trendbreuk weer. e Sinds 1 september 2006 wordt bij kleuters uitsluitend een combinatievaccin DaKTP gebruikt en geen losse aK meer gegeven. a

Pagina 59 van 83

HPV♀ 56,0 58,1 58,9 61,0 61,0 53,4 45,5 45,5

RIVM-rapport 2024-0044

Bijlage 4 Ontwikkeling landelijke vaccinatiegraad 2022-2024 (exclusief anonieme vaccinaties)

DKTP en DTP Zuigelingen (1 jaar): primaire serie DKTP Zuigelingen (2 jaar): basisimmuun DKTP Kleuters (5 jaar): gerevaccineerd DKTP basisimmuun 2-5 jaar DKTPa totaal DKTPb Schoolkinderen (10 jaar): volledig afgesloten DTP Hib Zuigelingen (1 jaar): primaire serie Hib Zuigelingen (2 jaar): volledig afgesloten Hib

Verslagjaar 2024 Verslagjaar 2023 Verslagjaar 2022 cohort %* cohort %* cohort %* 2021 89,8 (91,8)

2020 91,0 (92,9)

2019 93,9 (94,7)

2021 85,4 (86,1)

2020 87,3 (88,0)

2019 92,2 (92,7)

2018 80,1 (80,6) 1,8 82,0 (82,4)

2017 86,6 (87,1) 2,1 88,7 (89,1)

2016 88,5 (89,0) 2,3 90,8 (91,2)

2013 78,2 (81,1)

2012 82,5 (85,0)

2011 86,3 (89,7)

Verslagjaar 2024 Verslagjaar 2023 Verslagjaar 2022 cohort %* cohort %* cohort %* 2021 89,7 (89,7)

2020 91,0 (91,0)

2019 93,9 (93,9)

2021 87,2 (87,8)

2020 89,0 (89,6)

2019 92,9 (93,3)

Verslagjaar 2024 Verslagjaar 2023 Verslagjaar 2022 Hepatitis B cohort %* cohort %* cohort %* Totaal (2 jaar; N=182.778): volledig afgesloten Hep B 2021 85,7 (86,3) 2020 87,6 (88,2) 2019 92,2 (92,7) Indicatie Dc (N=292): Hep B-0 (3e levensdag) 2023 99,3 2022 99,0 2021 99,2 99,3 99,0 99,2 Hep B-0 (14 dagen) Hep B-0 (41 dagen) 99,3 99,3 99,2 Indicatie Dc (2 jaar; N=348): volledig afgesloten Hep B 2021 95,7 (95,7) 2020 95,8 (95,8) 2019 96,2 (97,2) Indicatie Ed (2 jaar; N=42.887): volledig afgesloten Hep B 2021 80,2 (81,6) 2020 83,2 (84,6) 2019 88,9 (90,1) Overigee (2 jaar; N=139.543): volledig afgesloten Hep B 2021 87,4 (87,7) 2020 89,0 (89,4) 2019 93,2 (93,5) Pneumokokken Zuigelingen (1 jaar): primaire serie Pneu Zuigelingen (2 jaar): volledig afgesloten Pneu BMR Zuigelingen (2 jaar): basisimmuun BMR Schoolkinderen (10 jaar): volledig afgesloten BMR Pagina 60 van 83

Verslagjaar 2024 Verslagjaar 2023 Verslagjaar 2022 cohort %* cohort %* cohort %* 2021 90,4 (91,0)

2020 91,5 (92,0)

2019 93,9 (94,2)

2021 87,8 (87,9)

2020 90,0 (90,0)

2019 92,5 (92,6)

Verslagjaar 2024 Verslagjaar 2023 Verslagjaar 2022 cohort %* cohort %* cohort %* 2021 88,3 (88,8)

2020 88,8 (89,4)

2019 92,3 (92,7)

2013 78,5 (81,2)

2012 82,7 (85,1)

2011 86,4 (89,7)

RIVM-rapport 2024-0044

MenC/ACWY Zuigelingen (2 jaar): basisimmuun MenC/ACWY Adolescenten (15 jaar): volledig afgesloten MenACWY HPV Adolescente meisjes (14 jaar): volledig afgesloten HPV Adolescente meisjes (11 jaar): volledig afgesloten HPV Adolescente meisjes (zonder leeftijdsgrens) volledig afgesloten HPV Adolescente jongens (11 jaar): volledig afgesloten HPV Adolescente jongens (zonder leeftijdsgrens) volledig afgesloten HPV

Maternale vaccinaties (schatting) Zwangeren deelname DKTf deelname MGVg (exclusief anonieme vaccinaties) deelname MGVg (inclusief anonieme vaccinaties)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/590/documents/13995