2.14 Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu -Vaccinatiegraad RVP verslagjaar 2024.pdf
Tekst van het document
Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2024 RIVM-rapport 2024-0044
Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2024
RIVM-rapport 2024-0044
RIVM-rapport 2024-0044
Colofon
© RIVM 2024 Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. DOI 10.21945/RIVM-2024-0044 E.A. van Lier (auteur), RIVM J-M. Hament (auteur), RIVM M. Knijff (auteur), RIVM M. Westra (auteur), RIVM H. Giesbers (auteur), RIVM I.H. Drijfhout (auteur), RIVM D. van Winsen (auteur), RIVM J.A. van Vliet (auteur), RIVM H.E. de Melker (auteur), RIVM Contact: Alies van Lier Centrum Infectieziektebestrijding alies.van.lier@rivm.nl Dit onderzoek werd verricht in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), in het kader van project 150202, Evaluatie en advisering van het Rijksvaccinatieprogramma.
Dit is een uitgave van: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Postbus 1 | 3720 BA Bilthoven Nederland www.rivm.nl
Pagina 2 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Publiekssamenvatting
Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland Verslagjaar 2024 In Nederland krijgen kinderen vaccinaties tegen dertien besmettelijke ziekten die ernstig kunnen verlopen. Het RIVM beschrijft elk jaar het percentage kinderen dat is gevaccineerd (vaccinatiegraad). Ook beschrijft het RIVM de ontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Vaccinatiegraad Het lijkt erop dat de vaccinatiegraad bij zuigelingen en kleuters hetzelfde is als het jaar ervoor. Voor BMR (bof, mazelen, rodehond) en meningokokkenziekte ACWY is deze misschien zelfs iets hoger geworden. Bij oudere leeftijdsgroepen (vanaf 9 jaar) lijkt de vaccinatiegraad voor de meeste vaccinaties verder te zijn gedaald. De veranderingen in de vaccinatiegraad zijn zo goed als mogelijk ingeschat. Hierbij is rekening gehouden met anonieme vaccinaties. Sinds 2022 ontvangt het RIVM een deel van de vaccinaties anoniem. Hierdoor weet het RIVM niet meer precies hoe hoog de vaccinatiegraad is. Het is namelijk niet mogelijk om anonieme vaccinaties mee te tellen. Dat komt doordat de informatie die nodig is om de vaccinatiegraad te bepalen dan niet bekend is. Bijvoorbeeld in welk jaar het gevaccineerde kind is geboren. De geregistreerde vaccinatiegraad is daarom lager dan de werkelijke vaccinatiegraad.
Ontwikkelingen 2023 Besmettelijke ziekten kwamen door de maatregelen tijdens de coronacrisis minder vaak voor, ook de ziekten waartegen vanuit het RVP wordt gevaccineerd. In 2023 zijn er weer meer mensen die bof, meningokokkenziekte of kinkhoest kregen dan tijdens de pandemie. Nieuw is dat de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) vanaf griepseizoen 2023/2024 ook de griepvaccinatie voor zwangeren zonder medische indicatie uitvoert. Verder kregen de nog niet (volledig) gevaccineerde jongeren tot en met 26 jaar de kans om zich nog tegen HPV te laten vaccineren. Een peiling van het RIVM in 2023 liet opnieuw zien dat de meeste ouders positief denken over vaccineren. Dat jaar waren iets minder ouders van kinderen van 9 tot en met 14 jaar positief over vaccineren dan in 2022. Bij ouders van kinderen die jonger zijn dan 3,5 jaar was dat niet te zien. Kernwoorden: RVP, vaccinaties, vaccins, vaccinatiegraad, JGZ, infectieziektebestrijding, preventie
Pagina 3 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Vaccinatiegraad (%)
100 90
86,1
87,8
86,3
80
85,4
87,2
85,7
87,9
88,8
88,9
87,8
88,3
88,0
83,7
82,4
83,1
82,0
70
81,1
81,2
78,2
78,5
68,6 60,1
60
54,1
50
66,1
51,8 45,5
40 30 20 10 0
DKTP
Hib
Hep B
Pneu
BMR
zuigelingen (cohort 2021)
Men volledig DKTP * ACWY
DTP
BMR
kleuters schoolkinderen (cohort (cohort 2013) 2018)
HPV ♀
HPV ♂
Men ACWY
adolescenten (cohort 2012/2008)
Betekenis afkortingen: D(K)TP = difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Hib = Haemophilus influenzae type b-ziekte, Hep B = hepatitis B, Pneu = pneumokokkenziekte, BMR = bof, mazelen, rodehond, MenACWY = meningokokken ACWY-ziekte, HPV = humaan papillomavirus infectie. * volledig = alle RVP-vaccinaties volgens schema ontvangen op tweejarige leeftijd.
Figuur P1 Vaccinatiegraad (%) per vaccinatie en geboortecohort (op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties, exclusief anonieme vaccinaties); vastgesteld op de leeftijd van twee jaar (zuigelingen), vijf jaar (kleuters), tien jaar (schoolkinderen), elf of vijftien jaar (adolescenten, HPV/MenACWY); in grijs: inclusief vaccinaties die later zijn gegeven
Pagina 4 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Synopsis
Vaccination coverage National Immunisation Programme in the Netherlands Reporting year 2024 In the Netherlands, children can be vaccinated against 13 infectious diseases that could have serious consequences. Every year, RIVM reports the percentage of children who are vaccinated (the vaccination coverage). RIVM also outlines developments in the National Immunisation Programme (NIP). Vaccination coverage It appears that the vaccination coverage for infants and toddlers is the same as last year. For MMR (measles, mumps, rubella) and meningococcal ACWY disease, the vaccination coverage may have even increased slightly. In older age groups (9 years and over), the coverage for most vaccinations has continued to fall. The changes in vaccination coverage have been estimated as accurately as possible, taking into account anonymous vaccinations. Since 2022, RIVM has been receiving anonymised data for some vaccinations. This means that RIVM no longer knows exactly how high the vaccination coverage is. Anonymous vaccinations cannot be included in vaccination coverage calculations. This is because the information necessary to determine vaccination coverage is unknown, such as the year in which the vaccinated child was born. The registered vaccination coverage is therefore lower than the actual vaccination coverage.
Developments in 2023 Infectious diseases, including diseases for which vaccinations are available through the NIP, occurred less frequently due to the measures taken during the COVID-19 pandemic. In 2023, more people contracted mumps, meningococcal disease, or whooping cough than during the pandemic. A new development is that, from the 2023/2024 flu season, pregnant women without a medical indication can turn to Youth Healthcare Services (JGZ) to get vaccinated against the flu. In addition, young people up to and including the age of 26 who were not yet fully vaccinated have been given the opportunity to get vaccinated against HPV. An RIVM survey in 2023 showed once again that most parents have a positive view of vaccination. That year, slightly fewer parents of children aged 9-14 felt positively about vaccination compared to 2022. This difference was not observed among parents of children under the age of 3.5 years. Keywords: NIP, vaccinations, vaccines, vaccination coverage, youth healthcare services, infectious disease control, prevention Pagina 5 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Vaccination coverage (%)
100 90
86.1
87.8
86.3
80
85.4
87.2
85.7
87.9
88.8
88.9
87.8
88.3
88.0
83.7
82.4
83.1
82.0
70
81.1
81.2
78.2
78.5
68.6 60.1
60
54.1
50
66.1
51.8 45.5
40 30 20 10 0
DTaPIPV
Hib
HBV
PCV
MMR
newborns (born in 2021)
Men ACWY
full *
DTaP- DT-IPV IPV
MMR
toddlers schoolchildren (born in (born in 2013) 2018)
HPV ♀
HPV ♂
Men ACWY
adolescents (born in 2012/2008)
Meaning abbreviations: DT(aP)-IPV = diphtheria, tetanus, pertussis, poliomyelitis, Hib = Haemophilus influenzae type b disease, HBV = hepatitis B, PCV = pneumococcal disease, MMR = mumps, measles, rubella, MenACWY = meningococcal ACWY disease, HPV = human papillomavirus infection. * full = all NIP vaccinations received according to schedule at 2 years of age.
Figure P1 Vaccination coverage (%) per vaccination and birth cohort (based on individual registered vaccinations, excluding anonymous vaccinations); determined at 2 years of age (newborns), 5 years of age (toddlers), 10 years of age (schoolchildren), 11 or 15 years of age (adolescents, HPV/MenACWY); in grey: including vaccinations given later
Pagina 6 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3
Inleiding — 9 Algemeen — 9 Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) — 9 Het Rijksvaccinatieprogramma in 2023 in kengetallen — 9
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.8.1 2.8.2 2.8.3 2.8.4 2.9 2.9.1 2.9.2 2.9.3 2.9.4 2.9.5
Ontwikkelingen in 2023 — 13 Rotavirusvaccinatie — 13 Maternale griepvaccinatie — 14 RVP-schemawijzigingen — 14 HPV-vaccinatie — 14 Pneumokokkenvaccinatie — 15 Gedaalde vaccinatiegraad — 15 VastePrik-dag — 16 Resultaten RVP-peiling 2023: hoe denken ouders over vaccineren? — 16 Aanleiding — 16 Methode — 17 Resultaten — 17 Conclusie — 19 SocioVax — 22 Wat is SocioVax? — 22 Welk onderzoek is er al gedaan? — 22 Wat staat er nog op het programma? — 22 Wat laat het eerste SocioVax-onderzoek zien? — 22 Tot slot — 24
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.4 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4 3.5.5 3.5.6 3.5.7
Vaccinatiegraad — 25 Algemeen — 25 Methoden — 25 Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) — 27 Ontbreken indicatie voor DKTP-schema — 28 Overzicht van de vaccinatiegraad — 31 Vaccinatiegraad op landelijk niveau — 31 Vaccinatiegraad op regionaal niveau — 37 Vaccinatiegraad Caribisch deel Koninkrijk der Nederlanden — 42 Duiding cijfers vaccinatiegraad — 44 Conclusies — 47 Algemeen — 47 HPV-inhaalcampagne — 47 Maternale vaccinaties — 48 Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) — 48 Interpretatie regionale verschillen — 49 Doelstellingen WHO — 49 SocioVax — 49
4
Verantwoording — 51
5
Literatuur — 53 Bijlage 1 Toelichting methode geschatte deelname maternale vaccinaties — 55 Pagina 7 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Bijlage 2 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1970-1994 — 58 Bijlage 3 Vaccinatiegraad (%) naar vaccinatie per cohort, voor cohort 1995-2004 — 59 Bijlage 4 Ontwikkeling landelijke vaccinatiegraad 2022-2024 (exclusief anonieme vaccinaties) — 60 Bijlage 5 Vaccinatiegraad naar GGD-regio, verslagjaar 2024 (exclusief anonieme vaccinaties) — 62 Bijlage 6 Vaccinatiegraad zonder leeftijdsgrens naar GGD-regio, verslagjaar 2024 (exclusief anonieme vaccinaties) — 72
Pagina 8 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
1
Inleiding
1.1
Algemeen Het RIVM beschrijft jaarlijks het percentage kinderen dat binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is gevaccineerd (vaccinatiegraad) (hoofdstuk 3), zoals geregistreerd in het landelijke vaccinatieregister Præventis. Ook besteedt het RIVM aandacht aan ontwikkelingen binnen het RVP in het afgelopen jaar om de vaccinatiegraad in context te plaatsen van deze ontwikkelingen (hoofdstuk 2). Deelnamecijfers over COVID-19-vaccinatie - formeel ook onderdeel van het RVP - staan niet in dit rapport en zijn hier terug te vinden [1]. Voor meer diepgaande, inhoudelijke informatie over ontwikkelingen rond RVP-ziekten en (kandidaat)vaccins verwijzen we naar het jaarlijkse rapport: ‘The National Immunisation Programme in the Netherlands: surveillance and developments’ [2].
1.2
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) Het RVP is een collectief preventieprogramma dat de overheid sinds 1957 aanbiedt. De hoofddoelstelling van het programma is het met vaccinatie voorkomen van ziekte, complicaties en sterfte door infectieziekten. Het RIVM heeft als taak om namens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de landelijke aansturing en begeleiding van het RVP uit te voeren en de regionale uitvoering te coördineren. Het RVP wordt onder verantwoordelijkheid van gemeenten uitgevoerd binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Dat gebeurt meestal door GGD’en, maar ook door andere zorgorganisaties, onafhankelijke stichtingen of in gemeentelijk beheer. Het collectieve programma werkt op twee niveaus: in de eerste plaats biedt het individuele bescherming en in de tweede plaats groepsbescherming. Zo wordt voortdurende circulatie van ziekteverwekkers voorkomen. Hierdoor beschermen we ook kinderen die te jong zijn voor vaccinatie of anderszins kwetsbaren die niet gevaccineerd kunnen worden. Voor groepsbescherming is een voldoende hoge vaccinatiegraad een noodzaak.
Binnen het RVP krijgen kinderen momenteel vaccinaties aangeboden tegen: rotavirusinfectie, difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis, Haemophilus influenzae type b-ziekte, hepatitis B, bof, mazelen, rodehond, meningokokkenziekte, pneumokokkenziekte en een aanhoudende infectie met het humaan papillomavirus dat verschillende kankertypes kan veroorzaken (Figuur 1). Daarnaast krijgen zwangeren vaccinatie tegen kinkhoest (via DKTvaccinatie) en griep aangeboden.
1.3
Het Rijksvaccinatieprogramma in 2023 in kengetallen De totale uitvoeringskosten van het RVP (vaccinkosten, organisatiekosten JGZ en Dienst Vaccinvoorziening en Preventieprogramma’s (DVP) samen) bedroegen in 2023 naar schatting 96,5 miljoen euro. Dit is exclusief het bedrag dat het ministerie van VWS rechtstreeks naar het Gemeentefonds overhevelt voor de uitvoering (in 2020 geraamd op 32 miljoen euro). In 2023 voerden 41 gecontracteerde JGZ-organisaties (3 organisaties op de BES-eilanden) het RVP uit.
Pagina 9 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Bron: https://rijksvaccinatieprogramma.nl/vaccinaties/vaccinatieschema
Figuur 1 Vaccinatieschema Rijksvaccinatieprogramma anno 2024
In Tabel 1 staat het voorlopig aantal gevallen van door het RVP te voorkomen ziekten op basis van de meldingen in het kader van de Wet publieke gezondheid. Voor verdere analyse van deze gegevens verwijzen we naar het jaarlijkse rapport: ‘The National Immunisation Programme in the Netherlands: surveillance and developments’ [2]. De aantallen in deze tabel kunnen iets afwijken van het bovengenoemde rapport. Ten eerste doordat het aantal aangiften onderhevig is aan verandering. Ziektegevallen kunnen namelijk later worden gemeld of na aanvullend onderzoek worden ingetrokken. Ten tweede doordat bij nadere epidemiologische analyse meestal correcties worden toegepast, zoals voor eerste ziektedag of dubbelingen. Tot slot worden in het bovengenoemde rapport aanvullende gegevens meegenomen, zoals die van het referentielaboratorium voor bacteriële meningitis.
Pagina 10 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Tabel 1 Aantal wettelijke meldingen van RVP-ziekten en aantal geregistreerde gevallen van baarmoederhalskanker in Nederland 2019-2023, voorlopige cijfersa
RVP-ziekten Baarmoederhalskankerb Bof Difterie Hepatitis B acuut Invasieve Hib-ziekte Invasieve meningokokkenziektec Invasieve pneumokokkenziekted Kinkhoest Mazelen Poliomyelitis Rodehond Tetanus
2019 2020e 2021e 2022e 906 807 949 957 131 64 1 9 1 3 0 7 106 96 74 87 38 69 67 58 157 65 33 85 65 45 687 1.460 6.305 1.208 78 132 83 2 0 6 0 0 0 1 0 0 0 0 0 2 0 2
2023 887 91 14 90 55 138 1.571 2.325 7 0 0 5
De toewijzing van een ziektegeval aan een specifiek jaar is gebaseerd op de eerste ziektedag of, indien onbekend, op de diagnose- of aangiftedatum. Deze tabel komt uit het Nederlandse aangiftesysteem Osiris (selectiedatum 14-3-2024). Het aantal aangiften is onderhevig aan verandering, aangezien ziektegevallen later kunnen worden gemeld of na aanvullend onderzoek worden ingetrokken [2]. b Niet meldingsplichtig in het kader van de Wet publieke gezondheid; bron: Nederlandse Kankerregistratie (www.cijfersoverkanker.nl); 2022/2023: voorlopig cijfer (14-03-2024). c De tijdelijke toename betrof in 2019 vooral meningokokkenziekte W. De toename in meer recentere jaren betrof vooral meningokokkenziekte B. d Bij kinderen die vanaf 2006 zijn geboren; per 1-4-2021 ook meldingsplichtig ≥60 jaar. e De COVID-19-pandemie beïnvloedt de cijfers over 2020-2022. a
Pagina 11 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Pagina 12 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
2
Ontwikkelingen in 2023
Het doel van het RVP is het voorkómen van (ernstige) ziekte door de ziekteverwekkers waartegen binnen het RVP gevaccineerd wordt, zowel in de kinderleeftijd, alsook voor een zo lang mogelijk deel van het toekomstige volwassen leven van deze kinderen. Het RVP is altijd in beweging; toevoegingen van nieuwe vaccinaties op basis van Gezondheidsraadadviezen, inhaalcampagnes en het versterken en verbeteren van het lopende programma zijn belangrijk voor een optimale gezondheidswinst. Dit hoofdstuk bespreekt de ontwikkelingen in 2023. 2.1
Rotavirusvaccinatie In 2023 is samen met de stakeholders, in dit geval de koepels GGD GHOR Nederland, Actiz, AJN, V&VN en NVK en de JGZ, hard gewerkt om alles in gereedheid te brengen om, op advies van de Gezondheidsraad, alle kinderen geboren vanaf 1 januari 2024 rotavirusvaccinatie aan te kunnen bieden. Een rotavirusinfectie zorgt voor een maag-darminfectie en diarree, die bij zuigelingen kan leiden tot ernstige uitdroging met ziekenhuisopname en sterfte tot gevolg. Bijzonder aan dit vaccin is dat het een druppelvaccin betreft dat via de mond wordt toegediend (op de leeftijd van 6-9 weken en 3 maanden). Voorafgaand aan de implementatie hield het RIVM diverse onlinebijeenkomsten, waarbij experts aan JGZ-professionals alle relevante informatie rondom het ziektebeeld en de vaccinatie uitlegden. Daarnaast heeft het RIVM de uitvoeringsrichtlijn en e-learning rotavirusvaccinatie en een Powerpointpresentatie voor scholing gemaakt. Ook informeerde het RIVM professionals over ontwikkelingen via de nieuwsbrief ‘Vooruitblik rotavirus- en maternale griepvaccinatie’, een extra factsheet voor huisartsen en speciale nieuwsbrieven voor kinderartsen. Verder is publiekscommunicatie over rotavirusvaccinatie ontwikkeld. Zie Rotavirusvaccinatie - informatie voor professionals | Rijksvaccinatieprogramma.nl en Rotavirusvaccinatie | Rijksvaccinatieprogramma.nl.
Foto toediening rotavirusvaccin Pagina 13 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
2.2
Maternale griepvaccinatie Pasgeboren baby’s hebben een hoger risico op ernstige gevolgen van griep, zoals benauwdheidsklachten en ziekenhuisopname. Op advies van de Gezondheidsraad in 2021 is daarom de maternale griepvaccinatie voor alle zwangeren ingevoerd. Daarnaast leidt griep bij zwangeren zelf tot een verhoogd risico op ziekenhuisopname in vergelijking met niet-zwangere leeftijdsgenoten. De JGZ biedt, net als de andere RVP-vaccinaties, maternale griepvaccinatie aan aan zwangeren zonder medische indicatie voor griepvaccinatie. Vrouwen met een medische indicatie (ongeveer 10% van de zwangeren [3]) krijgen tijdens de zwangerschap vanwege hun indicatie een vaccinatie via de eigen huisarts aangeboden. Het gaat bij de vaccinatie voor zwangeren om hetzelfde griepvaccin dat in het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) wordt gebruikt dat via de huisarts en zorginstellingen loopt. In oktober 2023 gaf de JGZ de eerste griepvaccinaties aan zwangeren. Aangezien de JGZ zowel de maternale griepvaccinatie als de maternale DKT-vaccinatie uitvoert, beschrijft dit rapport vanaf dit jaar ook de deelname aan deze vaccinatie.
2.3
RVP-schemawijzigingen Het RVP is een langlopend programma dat stapsgewijs is uitgebreid tot het huidige aanbod van vaccinaties voor kinderen tot 18 jaar. Op advies van de Gezondheidsraad wordt het RVP-schema aangepast om ervoor te zorgen dat de vaccinaties worden toegediend op de meest optimale en logische tijdstippen gezien de huidige epidemiologie, wetenschappelijke kennis en praktijk. In 2023 is samen met de betrokken uitvoerders gestart met het treffen van voorbereidingen voor vier wijzigingen in het RVP-schema (zie Tabel 2). Tabel 2 RVP-schemawijzigingen
Wijziging 1: DKTP-Hib-HepB & Pneu 11 maanden 12 maanden 2: DKTP 4 jaar DKT 5 jaar 3: BMR 9 jaar BMR 3 jaar (incl. inhaalcampagne) 4: DTP 9 jaar DTP 14 jaar
Effectief startjaar 2025 2026 2025 2030
Startcohort 2024 2021 2022 2016
Aangezien vaccinaties vaak worden aangeboden tijdens bestaande contactmomenten bij de JGZ-organisaties, vraagt dit om aanpassingen in de bestaande praktijk. Voor de tweede BMR-vaccinatie, die vervroegd wordt van 9 jaar naar rond de 3e verjaardag, worden in 2025 tot en met 2027 diverse inhaalcohorten (2016 tot en met 2021) opgeroepen. Ouders krijgen via de vernieuwde RVP-communicatiematerialen informatie over deze veranderingen. 2.4
HPV-vaccinatie Voor het tweede jaar ontvingen alle jongens en meisjes van 10 jaar een uitnodiging voor de reguliere HPV-vaccinatie. Daarnaast ging de HPVinhaalcampagne voor alle nog niet (volledig) gevaccineerde jongeren tot en met 18 jaar in 2023 het tweede jaar in. In het eerste jaar (2022) waren de in 2012, 2009, 2008, 2006 en 2004 geboren jongeren uitgenodigd en in 2023 ontvingen de in 2013, 2011, 2010, 2007 en 2005 geboren jongeren een uitnodigingsbrief. Ook de nog niet (volledig) Pagina 14 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
gevaccineerde jongvolwassenen van 19 tot en met 26 jaar (tot en met geboortecohort 1996) kregen de gelegenheid zich nog te laten vaccineren. Zij kregen een uitnodiging om in 2023 hun vaccinatie bij GGD-locaties te halen. Deze doelgroep werd bereikt met een communicatiecampagne, die vooral zichtbaar was op de sociale media maar ook in de reguliere media goed werd opgepakt. Ook zette een aantal pionierende GGD’s pop up- en mobiele priklocaties in bij onderwijsinstellingen of in gemeentecentra. De campagne liep door tot 1 juni 2024. Jaarlijks is er op 4 maart een internationale HPV Awareness Day. Op deze dag kregen jongvolwassenen in 2023 de gelegenheid een vaccinatie zonder afspraak te halen. Sommige GGD’s plaatsten op opvallende locaties een prikbus. Zoals de GGD Haaglanden in het centrum van Den Haag. Deze initiatieven werden in juni tijdens de “Mis ‘m niet” mediacampagne uitgebreid. Met speciale prikbussen op meerdere, diverse locaties in het land, inclusief pop up-priklocaties bij enkele NS-stations, kregen de jongeren de HPV-vaccinatie laagdrempelig en zonder afspraak aangeboden. De staatssecretaris kwam op bezoek bij Utrecht Science Park (voorheen De Uithof) en ging in gesprek met studenten over de HPV-vaccinatie.
Foto staatssecretaris Maarten van Ooijen in gesprek over HPV-vaccinatie
2.5
Pneumokokkenvaccinatie In juni 2023 adviseerde de Gezondheidsraad om kinderen pneumokokkenvaccinatie met PCV13 of PCV15 in plaats van PCV10 aan te bieden, omdat met deze vaccins meer gezondheidswinst valt te behalen. De implementatie vindt in het najaar van 2024 plaats.
2.6
Gedaalde vaccinatiegraad In het vorige vaccinatiegraadrapport RVP gaf het RIVM aan zich zorgen te maken over de dalende trend van de vaccinatiegraad. Terugkijkend is er een dalende trend zichtbaar sinds verslagjaar 2015-2016, waarbij steeds met een paar procentpunten de vaccinatiegraad voor veel vaccinaties terugloopt van boven de 95% naar rond de 90%. Vlak voor de COVID-19-pandemie steeg de vaccinatiegraad twee opeenvolgende jaren, maar sindsdien is in twee opeenvolgende jaren (verslagjaar 2022 en 2023) een daling zichtbaar. Pagina 15 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Over het vóórkomen van RVP-ziekten in 2024 rapporteren we in het volgende vaccinatiegraadrapport. Wel is momenteel al duidelijk dat de incidentie van mazelen, bof en kinkhoest in Nederland is toegenomen. Ook zijn in de eerste vier maanden van 2024 vier pasgeborenen aan kinkhoest overleden. Gedeeltelijk is de opkomst van deze ziekten te verklaren doordat de circulatie van ziekteverwekkers weer is toegenomen na het opheffen van de coronamaatregelen. Dat vergroot de kans dat onvoldoende gevaccineerde kinderen hiermee in aanraking komen. Een hoge vaccinatiegraad is belangrijk om terugkeer van deze ziektes zo goed mogelijk te beperken. Er was dan ook opnieuw veel aandacht voor de vaccinatiegraadcijfers die in juni 2023 openbaar zijn gemaakt en de regionale verschillen hierin. Een vaccinatiegraad is namelijk een gemiddeld getal. Het laat niet direct zien dat er ook gebieden in het land zijn waar de vaccinatiegraad lager is. Uiteraard is het informeren en communiceren over het RVP en de ziektes ook een kerntaak van het RIVM. De manier waarop dit gebeurt, is voor veel mensen van belang om de keuze om wel of niet te vaccineren te maken. Deze informatie moet wetenschappelijk inhoudelijk kloppen en ook goed leesbaar zijn voor alle mensen. Er wordt doorlopend aan zowel de brieven, folders als de website gewerkt op basis van de laatste kennis.
Ketenpartners, zoals de uitvoerende organisaties, maar ook ouders worden betrokken bij het verbeteren van deze materialen. Het SocioVax-programma van het RIVM probeert antwoorden te vinden op de vragen die leven rondom vaccinatiegedrag. Hoe denken mensen over het RVP? Wat weten we uit de (internationale) wetenschappelijke literatuur over vaccinatiebevorderende en belemmerende factoren als het gaat om vaccineren? Welke ‘best practices’ van de JGZ zijn er in Nederland, waaruit andere organisaties inspiratie kunnen opdoen? Zie paragraaf 2.9 voor meer informatie over SocioVax. 2.7
VastePrik-dag Op 5 oktober 2023 is de jaarlijkse VastePrik-dag gehouden. Het thema voor deze scholingsdag voor JGZ-professionals was ‘Over de grenzen heen’. Gezien de internationale terugval in de vaccinatiebereidheid en de opkomende mazelen gevallen, was dit thema zeer geschikt voor een dagvullend programma vol presentaties, workshops en collegiaal contact. Er was een Vlaamse collega van de Universiteit van Antwerpen op bezoek om de deelnemers bij te praten over het Europese Vaccine Confidence-project.
2.8
Resultaten RVP-peiling 2023: hoe denken ouders over vaccineren?
2.8.1
Aanleiding In navolging op de peiling in 2022 heeft het RIVM in de zomer van 2023 een tweede peiling uitgevoerd naar hoe ouders over vaccineren denken. Destijds bleek uit de vergelijking van de peiling in 2022 met een eerdere peiling in 2013 dat wat meer ouders in 2022 negatief over vaccineren dachten dan ouders in 2013. Om vast te stellen of deze toegenomen vaccinatietwijfel blijvend of slechts tijdelijk is, zijn de resultaten van de Pagina 16 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
peiling in 2023 vergeleken met die van de peiling in 2022. Hieronder volgt een korte beschrijving van de methode en de resultaten. 2.8.2
Methode De peiling in 2023 is opnieuw uitgevoerd onder ouders van een kind in de leeftijd van 0 tot 3,5 jaar (jong kind) en ouders van een kind in de leeftijd van 9 tot en met 14 jaar (ouder kind). In zowel 2022 als 2023 benaderde onderzoeksbureau Flycatcher namens het RIVM de twee groepen ouders om een online vragenlijst over vaccineren in te vullen. In de vragenlijst stonden verschillende stellingen over vaccineren (Figuur 2A/B), gemeten op een 7-punts Likertschaal (‘zeer oneens’ (1), ‘oneens’ (2), ‘een beetje oneens’ (3), ‘neutraal’ (4), ‘een beetje eens’ (5), ‘eens’ (6) of ‘zeer eens’ (7)). Om te bepalen of ouders in 2023 anders dachten over het RVP dan ouders in 2022 zijn er twee vergelijkingen gemaakt: (1) tussen ouders van jonge kinderen in 2022 en 2023 en (2) tussen ouders van oudere kinderen in 2022 en 2023. Hierbij is via een multivariate logistische regressieanalyse gekeken naar het verschil in ‘negatieve’ (1-2) en ‘positieve’ scores (6-7). Om representativiteit van de onderzoeksgroepen te verbeteren, zijn de data gewogen naar geslacht en opleidingsniveau op basis van CBS-statistieken. Ook is, vanwege de vergelijkbaarheid, in de analyse gecorrigeerd voor leeftijd, inkomensniveau en geboorteland van de ouder, aantal kinderen en de leeftijd van het oudste kind.
2.8.3
Resultaten In 2023 is de vragenlijst ingevuld door 1.002 ouders van jonge kinderen (respons: 10%) en 1.022 ouders van oudere kinderen (respons: 15%). In 2022 is de vragenlijst ingevuld door 983 ouders van jonge kinderen (geschatte respons: 12%) en 993 ouders van oudere kinderen (respons: 21%). Figuur 2A geeft weer dat de meeste ouders in 2023 een positief beeld van het RVP hadden: in 2023 gaven de meeste ouders aan dat hun kind volgens het RVP gevaccineerd was, dat ze van plan waren hun kind ook in de toekomst volgens het RVP te laten vaccineren en dat ze vertrouwen hadden in de RVP-vaccinaties. Ook hadden de meeste ouders in 2023 een positieve houding ten opzichte van vaccineren en vonden ze het vaccineren van hun kind vanzelfsprekend. Verder hadden de meeste ouders in 2023 de overtuiging dat het RVP goed is voor de bescherming van hun kind, dat het vaccineren van hun kind de gezondheid van andere kinderen beschermt en dat vaccineren ernstige gevolgen van infectieziekten voorkomt. Tegelijkertijd waren er in 2023 wat minder ouders van oudere kinderen die een positief beeld van het RVP hadden dan in 2022 (Figuur 2A). Dit gold voor alle stellingen.
Tabel 3 geeft weer dat deze verschillen in de meeste gevallen ook significant waren: in 2023 hadden wat minder ouders van oudere kinderen een kind dat (volledig) volgens het RVP was gevaccineerd, een positieve houding over de waarde en het belang van vaccineren, vertrouwen in de RVP-vaccinaties en positieve overtuigingen over vaccineren, ten opzichte van 2022. Het beeld dat ouders van jonge kinderen in 2023 van het RVP hadden was, met uitzondering van hun vaccinatie-intentie, gelijk aan dat van ouders van jonge kinderen in 2022 (Figuur 2A, Tabel 3). Wel waren ouders van jonge kinderen in 2023 wat positiever over potentiële uitbreidingen van het RVP met kandidaat-vaccins dan in 2022 (Figuur 2B, Tabel 3). Pagina 17 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind
(D) Mijn kind neemt deel aan het RVP:
nee
gedeeltelijk
ja
(I) Ik ben van plan mijn kind volgens het RVP te vaccineren:
weet ik niet
zeker niet
minder uitgesproken
(H) Ik vind het vaccineren van mijn kind volgens het RVP:
slecht
(H) Ik vind het vaccineren van mijn kind volgens het RVP:
onbelangrijk
(H) Ik vind het vaccineren van mijn kind volgens het RVP:
onnodig
(VT) Ik heb vertrouwen in de RVP-vaccinaties:
minder uitgesproken
oneens
(VT) Ik vertrouw de aanbevelingen van de overheid over vaccinaties:
(VZ) Mijn kind vaccineren vind ik vanzelfsprekend:
eens
(OV) Het RVP beschermt de gezondheid van mijn kind:
minder uitgesproken
oneens
eens
eens
oneens
belangrijk
nodig
eens
minder uitgesproken
minder uitgesproken
oneens
oneens
eens
minder uitgesproken
(OV) Vaccineren van mijn kind beschermt de gezondheid van volwassenen:
oneens
(OV) Vaccineren voorkomst ernstige gevolgen van infectieziekten:
minder uitgesproken
oneens
oneens
oneens
minder uitgesproken
(OV) Vaccineren van mijn kind beschermt de gezondheid van andere kinderen:
eens
eens
minder uitgesproken
minder uitgesproken
(OV) Vaccinaties kunnen voor ernstige bijwerkingen zorgen:
goed
minder uitgesproken
minder uitgesproken
oneens
(OV) Vaccinaties beschermen onvoldoende tegen infectieziekten:
(OV) Er zitten schadelijke stoffen in vaccins:
minder uitgesproken
zeker wel
minder uitgesproken
eens
eens
(OZ) Infectieziekten doormaken beschermt langer en beter dan vaccinatie: eens minder uitgesproken 2022 jong kind 2023 jong kind 2022 ouder kind 2023 ouder kind 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80%
oneens
90%
Figuur 2A Percepties ten opzichte van het huidige RVP van ouders in 2022 en 2023. Antwoorden zijn gegroepeerd als: ‘negatief’ (score 1-2), ‘minder uitgesproken’ (3-5) en ‘positief’ (6-7).
Pagina 18 van 83
eens
100%
RIVM-rapport 2024-0044
(IK) Ik zou mijn kind tegen rotavirusinfectie vaccineren:
zeker niet
minder uitgesproken
zeker wel
2022 jong kind 2023 jong kind (IK) Ik zou mijn kind tegen waterpokken vaccineren:
zeker niet
minder uitgesproken
zeker wel
2022 jong kind 2023 jong kind (IK) Ik zou mijn kind tegen RS-virusinfectie vaccineren
zeker niet
minder uitgesproken
zeker wel
2022 jong kind 2023 jong kind (IK) Ik zou mijn kind tegen meningokokken B-ziekte vaccineren:
zeker niet
minder uitgesproken
zeker wel
2022 jong kind 2023 jong kind (IK) Ik zou mijn kind tegen griep vaccineren:
zeker niet
minder uitgesproken
zeker wel
2022 jong kind 2023 jong kind (IK) Ik zou mijn kind tegen hepatitis A vaccineren: zeker niet minder uitgesproken zeker wel 2022 jong kind 2023 jong kind 0% 60% 70% 80% 10% 20% 30% 40% 50%
90%
Figuur 2B Percepties ten opzichte van mogelijke uitbreidingen van het RVP van ouders van jonge kinderen in 2022 en 2023. Antwoorden zijn gegroepeerd als: ‘negatief’ (score 1-2), ‘minder uitgesproken’ (3-5) en ‘positief’ (6-7).
2.8.4
Conclusie Deze resultaten duiden erop dat wat minder ouders van oudere kinderen in 2023 positief over het RVP dachten dan in 2022. Het beeld dat ouders van jonge kinderen van het RVP hadden, verschilde over het algemeen niet tussen 2022 en 2023: in 2023 waren ze niet negatiever, maar ook niet positiever over vaccineren dan in 2022. Dit suggereert dat de eerder toegenomen vaccinatietwijfel van ouders niet per se tijdelijk is. De meeste ouders zijn echter nog steeds positief over vaccineren. De belangrijkste limitatie van het onderzoek is dat de respons vrij laag was, waardoor de resultaten mogelijk niet geheel representatief zijn voor alle ouders in Nederland. Toekomstige peilingen gaan plaatsvinden in het kader van SocioVax (zie paragraaf 2.9).
Pagina 19 van 83
100%
RIVM-rapport 2024-0044
Tabel 3 Vergelijking tussen ouders in 2022 en 2023 met betrekking tot hun percepties ten opzichte van het RVP
Uitkomsta RVP-deelname (D) Intentie (I)c Houding (H) Waarde Belang Noodzaak Vertrouwen (VT) RVP-vaccinaties Aanbevelingen overheid Vanzelfsprekendheid (VZ) Overtuigingen vaccinaties (OV) Onvoldoende beschermingd Schadelijke stoffend Ernstige bijwerkingend Bescherming eigen kind Bescherming andere kinderen Bescherming volwassenen Voorkomen gevolgen infectieziekten Overtuigingen infectieziekten (OZ)d
Pagina 20 van 83
2023 jong kind (versus 2022 jong kind) Negatieve score Positieve score (1-2 versus 3-7) (6-7 versus 1-5) OR (95% BI)b OR (95% BI)b 0,88 (0,52, 1,48) 1,16 (0,80, 1,68) 1,09 (0,69, 1,70) 0,64 (0,48, 0, 86)
2023 ouder kind (versus 2022 ouder kind) Negatieve score Positieve score (1-2 versus 3-7) (6-7 versus 1-5) OR (95% BI)b OR (95% BI)b 0,93 (0,59, 1,45) 0,72 (0,56, 0,92) 1,27 (0,89, 1,82) 0,88 (0,69, 1,11)
1,09 (0,64, 1,87) 1,12 (0,64, 1,95) 1,22 (0,73, 2,02)
0,93 (0,73, 1,18) 0,92 (0,72, 1,18) 0,94 (0,75, 1,19)
1,21 (0,78, 1,88) 1,21 (0,80, 1,84) 0,84 (0,58, 1,21)
0,79 (0,64, 0,97) 0,77 (0,63, 0,95) 0,84 (0,69, 1,02)
1,04 (0,64, 1,71) 0,88 (0,58, 1,33) 0,90 (0,58, 1,38)
0,99 (0,79, 1,23) 1,05 (0,85, 1,30) 1,02 (0,82, 1,26)
1,08 (0,72, 1,63) 1,22 (0,87, 1,71) 0,87 (0,61, 1,24)
0,70 (0,58, 0,85) 0,84 (0,70, 1,01) 0,89 (0,74, 1,06)
1,12 (0,84, 1,50) 1,33 (0,96, 1,86) 0,97 (0,68, 1,39) 1,44 (0,88, 2,37) 1,28 (0,76, 2,13) 0,98 (0,65, 1,49) 1,06 (0,60, 1,90)
0,89 (0,73, 1,10) 0,90 (0,73, 1,11) 0,86 (0,70, 1,06) 0,98 (0,79, 1,21) 1,15 (0,93, 1,42) 1,03 (0,83, 1,27) 1,02 (0,82, 1,27)
0,77 (0,60, 0,98) 1,13 (0,87, 1,47) 1,11 (0,84, 1,47) 0,88 (0,56, 1,39) 1,10 (0,76, 1,60) 0,94 (0,67, 1,31) 0,83 (0,51, 1,34)
0,75 (0,62, 0,90) 0,68 (0,56, 0,82) 0,75 (0,62, 0,91) 0,70 (0,58, 0,85) 0,81 (0,67, 0,97) 0,87 (0,73, 1,05) 0,74 (0,62, 0,89)
1,15 (0,90, 1,47)
0,80 (0,62, 1,04)
1,20 (0,96, 1,49)
0,86 (0,67, 1,09)
RIVM-rapport 2024-0044
Uitkomsta Intentie RVP-kandidaten (IK) Rotavirusinfectie Waterpokken RSV-infectie Meningokokken B-ziekte Griep Hepatitis A
2023 jong kind (versus 2022 jong kind) Negatieve score Positieve score (1-2 versus 3-7) (6-7 versus 1-5) OR (95% BI)b OR (95% BI)b 0,84 (0,58, 1,20) 0,74 (0,57, 0,98) 1,02 (0,67, 1,54) 1,18 (0,71, 1,96) 0,84 (0,67, 1,04) 1,05 (0,69, 1,59)
1,02 (0,83, 1,26) 1,32 (1,07, 1,63) 1,18 (0,95, 1,45) 1,29 (1,02, 1,62) 1,35 (1,03, 1,77) 1,15 (0,93, 1,42)
2023 ouder kind (versus 2022 ouder kind) Negatieve score Positieve score (1-2 versus 3-7) (6-7 versus 1-5) OR (95% BI)b OR (95% BI)b – – – – – –
Betekenis afkortingen: OR = odds ratio, 95% BI = 95% betrouwbaarheidsinterval, RSV = respiratoir syncytieel virus. a De bijbehorende stellingen staan uitgeschreven in Figuur 2A/B. b Voor RVP-deelname is een multivariate logistische regressieanalyse gebruikt om het verschil in ‘negatieve’ (‘nee’ versus ‘ja’, ‘gedeeltelijk’ en ‘weet ik niet’) en ‘positieve’ (‘ja’ versus ‘nee’, ‘gedeeltelijk’ en ‘weet ik niet’) antwoorden te analyseren. Voor de overige stellingen is de analyse toegepast op de ‘negatieve’ (1-2 versus 3-7) en ‘positieve’ (6-7 versus 1-5) scores op de uitkomsten. De modellen zijn gecorrigeerd voor leeftijd, inkomensniveau en geboorteland van de ouder, aantal kinderen en de leeftijd van het oudste kind. De data zijn gewogen naar geslacht en opleidingsniveau van de ouders. Uitkomsten waarbij de waarde 1 níet in het betrouwbaarheidsinterval zit zijn significant (dikgedrukt in tabel). c Voor de stelling over intentie was een extra antwoordoptie (‘n.v.t., alle RVP-vaccinaties al gehad’) toegevoegd aan de vragenlijsten voor ouders van jonge kinderen in 2022 en ouders van oudere kinderen in 2022 en 2023. Deze antwoorden zijn niet meegenomen in de analyses (2022 jong kind: n = 32, 2022 ouder kind: n = 90, 2023 ouder kind: n = 103). d De antwoorden op deze stellingen zijn omgekeerd geanalyseerd.
Dit betekent dat ouders gegroepeerd als ‘negatief’ (score 1-2) het met de stelling eens waren en ouders gegroepeerd als ‘positief’ (6-7) het met de stelling oneens waren.
Pagina 21 van 83
– – – – – –
RIVM-rapport 2024-0044
2.9
SocioVax
2.9.1
Wat is SocioVax? De grote meerderheid van de Nederlandse kinderen neemt deel aan het RVP. Deze hoge deelname zorgt ervoor dat veel ernstige ziekte en sterfte aan infectieziekten worden voorkomen. Er is echter een daling te zien in het aantal mensen dat meedoet aan het RVP. Als onvoldoende mensen zich laten vaccineren, krijgen we weer vaker te maken met (uitbraken van) de ziektes waartegen wordt gevaccineerd. Het is daarom belangrijk om goed te weten waarom mensen zichzelf of hun kinderen wel of niet laten vaccineren. Welke factoren spelen hierbij een rol? En welke verschillen zien we tussen mensen en hoe kunnen we deze verschillen verklaren? Het RIVM onderzoekt deze vragen in het onderzoeksprogramma SocioVax (sociaalwetenschappelijk onderzoek naar vaccineren). Ook brengt het RIVM in kaart welke aanpak het beste werkt om mensen goed te informeren en te helpen bij hun keuze, en hoe vaccinatieprogramma’s kunnen worden aangeboden, zodat meedoen zo makkelijk mogelijk is.
2.9.2
Welk onderzoek is er al gedaan? Het SocioVax-programma ging in 2023 van start. De eerste stap was een oriënterend, kwalitatief onderzoek. Hiervoor zijn gesprekken gehouden met JGZ-professionals uit het hele land over hun ervaringen met de uitvoering van het RVP. Daarnaast is er literatuuronderzoek uitgevoerd naar welke elementen of omstandigheden een rol spelen bij (het maken van de keuze om) wel of niet (te) vaccineren. Ook is er literatuuronderzoek gedaan naar welke interventies kunnen bijdragen om de vaccinatiegraad te verhogen. De resultaten van het literatuuronderzoek naar de factoren (ofwel determinanten) van vaccinatiebereidheid of -deelname aan influenza en vaccinaties in het Rijkvaccinatieprogramma staan online.
2.9.3
Wat staat er nog op het programma? De resultaten van het literatuuronderzoek naar effectieve interventies verschijnen in de loop van 2024. Dan wordt ook de informatie gedeeld over wat JGZ-gezondheidsprofessionals al in de praktijk doen om ouders en kinderen te ondersteunen bij het beslissen over vaccineren. Daarna volgen de eerste resultaten van onderzoeken die samen met RVPuitvoerders in verschillende regio's met meer informatie over lokale initiatieven/onderzoeken zijn gedaan om vaccinatiedeelname beter te begrijpen en de dienstverlening van het vaccineren te verbeteren. Twee keer per jaar doet SocioVax onderzoek naar de vaccinatiebereidheid en verschillende determinanten van vaccinatiedeelname in een vragenlijstonderzoek. In de tweede helft van 2024 staan de eerste resultaten op de website. Ook wordt de literatuur bijgewerkt over factoren die samenhangen met vaccinatiebereidheid en -deelname, net zoals de inzichten over interventies en hun effectiviteit. Zodra de gegevens bekend zijn, worden ze gepubliceerd op de website.
2.9.4
Wat laat het eerste SocioVax-onderzoek zien? Op basis van het (literatuur)onderzoek naar determinanten van vaccinatiegedrag en mogelijk effectieve interventies, en uit de Pagina 22 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
gesprekken met JGZ-organisaties, komt een aantal aandachtspunten naar voren. Hieronder volgt een korte synthese van de resultaten. Zie voor de volledige resultaten de SocioVax-webpagina. 1. Communicatie Veel van de opgedane inzichten gaan over communicatie. Een relevant inzicht uit het literatuuronderzoek is dat het aanbevelen van een vaccinatie door een zorgverlener op een directe manier - de literatuur beschrijft dit als een mededeling die geen reactie vereist, zoals ‘ik raad aan…’ of ‘er ligt een vaccinatie voor je klaar’ - mogelijk kan bijdragen aan een hogere vaccinatiegraad. JGZ-medewerkers in ons onderzoek gaven aan dat zij ouders goed willen informeren en ook adviseren, en altijd het gesprek aangaan als ouders daaraan behoefte hebben. In hoeverre in Nederland directe aanbevelingen worden gedaan, zoals beschreven in de literatuur, is niet duidelijk. Daarnaast kwam in de literatuur en gesprekken met JGZ het toegankelijk maken van communicatie veel aan bod. Toegankelijke communicatie draait om het goed aansluiten bij de doelgroep en is op verschillende manieren inzetbaar. Zo kan de vorm van de boodschap worden aangepast, zoals het begrijpelijk maken van de informatie op het taalniveau van de doelroep en rekeninghoudend met achtergrond en cultuur. Ook is de inzet van sleutelpersonen mogelijk.
Dit zijn mensen die in een maatschappelijke groep worden vertrouwd en van wie de kennis wordt erkend, zoals de dominee of imam, ervaringsdeskundigen of de huisarts. Daarnaast is het belangrijk om de informatie te verspreiden op locaties waar de doelgroep vaak te vinden is, zoals kinderdagverblijven of scholen. 2. Barrières Toegankelijkheid speelt niet alleen een rol binnen communicatie, maar ook in de fysieke omgeving. Internationale literatuur laat zien dat verschillende barrières van invloed kunnen zijn op de vaccinatiegraad. Zo zijn er barrières die meer persoonlijk van aard zijn, zoals weinig tijd hebben of geen vervoer kunnen regelen. Andere barrières gaan meer over (de organisatie van) het vaccinatiesysteem, zoals hoe gemakkelijk de vaccinatielocatie te bereiken is en of er een herinnering wordt gestuurd. Het sturen van een herinnering om zich te laten vaccineren lijkt effectief te zijn in het verhogen van de vaccinatiegraad bij verschillende doelgroepen en in verschillende vormen, zoals per sms, e-mail of brief. Ook een herinnering aan de zorgverlener dat iemand in aanmerking komt voor vaccinatie draagt hieraan bij. De JGZmedewerkers benoemden dat vaccinatieherinneringen al worden toegepast, maar gaven ook aan dat verfijningen mogelijk zijn. Zo gaven enkele JGZ-medewerkers aan dat in hun regio niet na alle gemiste vaccinatie-afspraken herinneringen worden ingezet.
Om de fysieke toegankelijkheid verder te verbeteren, kunnen vaccinaties worden aangeboden op locaties waar de doelgroep al regelmatig komt. Een voorbeeld hiervan is het aanbieden op school. Het literatuuronderzoek laat zien dat het aanbieden van vaccinaties op scholen kan bijdragen aan het verhogen van de vaccinatiegraad (dit werd vooral gevonden in literatuur over HPV-vaccinaties). In Nederland is vaccineren op school nog niet gebruikelijk.
Pagina 23 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
3. Sociale processen Er zijn factoren die invloed hebben op de vaccinatiegraad, maar waar minder op ingezet wordt met interventies. Dit heeft vaak als reden dat, hoewel ze een belangrijke rol spelen, deze factoren niet of minder makkelijk te veranderen zijn. Een voorbeeld hiervan is de invloed van sociale normen. Sociale normen verwijzen naar (ongeschreven) regels die bepalen wat binnen een bepaalde groep mensen als ‘acceptabel’ of ‘verwacht gedrag’ wordt gezien. Afhankelijk van de sociale norm kan deze zowel leiden tot een hogere vaccinatiegraad, als tot een lagere vaccinatiegraad. Onderzoek liet bijvoorbeeld zien dat ouders hun beslissing om hun kinderen wel of niet te laten vaccineren deels laten leiden door de keuzes van anderen in hun sociale kring. Hoewel sommige factoren niet of moeilijk te veranderen zijn, is het wél belangrijk er goed zicht op te hebben. Een compleet beeld van mogelijk invloedrijke factoren is nodig om vaccinatiedeelname bij verschillende mensen goed te begrijpen, zodat interventies beter af te stemmen zijn op verschillende behoeftes. 4. Gecombineerde interventies Een combinatie van verschillende aanpakken werkt vaak beter dan één enkele aanpak. Een verklaring hiervoor kan zijn dat beslissingen over vaccinaties complex zijn, waarbij verschillende factoren een rol spelen.
Door meerdere aanpakken te combineren, kunnen we beter inspelen op al die verschillende factoren. 2.9.5
Tot slot De eerste resultaten van het SocioVax-programma geven meer inzicht in welke factoren een rol spelen bij de beslissing om zich wel of niet te laten vaccineren. Ook schijnt het licht op welke aanpakken effectief kunnen zijn bij het ondersteunen van keuzes over vaccineren en/of het toegankelijker maken van vaccineren. Dit geeft ons zicht op waar er kansen liggen voor de Nederlandse praktijk om het vaccinatiebeleid verder te verbeteren. Voor de volledige resultaten zie de SocioVax-webpagina.
Pagina 24 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
3
Vaccinatiegraad
3.1
Algemeen In dit rapport spreken we, voor de leesbaarheid, over ‘Nederland’ waar het Europees Nederland betreft. De vaccinatiegraad voor het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden (de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius) bespreken we - voor zover beschikbaar - in paragraaf 3.3.3. De vaccinatiegraad wordt elk jaar voor een aantal geboortecohorten bepaald en dus niet voor de gehele bevolking. Het RVP is een succesvol programma [4, 5]. Nederland kende internationaal gezien - een hoge vaccinatiegraad (met uitzondering van HPV) [6] en is een van de weinige landen waar de vaccinatiegraad al sinds lange tijd landelijk op individueel niveau wordt geregistreerd. Hierdoor was de vaccinatiegraad nauwkeurig te volgen. Een hoge vaccinatiegraad is onmisbaar voor een blijvende effectiviteit van het RVP, daarom is monitoring van essentieel belang. Deze vaccinatiegraad-rapportage wordt ook gebruikt in de internationale rapportage aan de WHO en Unicef (JRF, joint reporting form) en voor de nationale certificatiecommissie polio en nationale verificatiecommissie mazelen/rubella, die toezien op de bijdrage van Nederland aan de mondiale bestrijding van deze ziekten. Nauwkeurig inzicht in de vaccinatiegraad is ook van belang voor de beoordeling van de effectiviteit en veiligheid van vaccinatie.
Bovendien vergroot het de mogelijkheid om politieke beslissingen en maatregelen te nemen op basis van de vaccinatiegraad. Vanaf 2022 is de nauwkeurigheid van de cijfers echter minder vanwege de toestemming voor uitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens tussen de JGZ en het RIVM (‘informed consent’) (zie paragraaf 3.2.1) en de niet volledige doorgifte van de DKTP-schemaindicatie (zie paragraaf 3.2.2). De vaccinatiegraad is daarmee een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad. De cijfers moeten daarom worden gezien als een soort ondergrens, een waarde waarop de deelname tenminste ligt. In paragraaf 3.4 proberen we de cijfers zo goed als mogelijk te duiden.
3.2
Methoden Het landelijke registratiesysteem Præventis [7], dat is aangesloten op de Basisregistratie Personen (BRP), vormt sinds 2005 de basis voor het bepalen van de vaccinatiegraad van het RVP in Nederland. Binnen dit systeem wordt de geldigheid (juistheid en tijdigheid) van vaccinaties op individueel niveau beoordeeld. Dit gebeurt volgens een algoritme op basis van de jaarlijks door het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) gepubliceerde RVP-richtlijn. Een beperking is dat kinderen die niet zijn opgenomen in de BRP (bijvoorbeeld een deel van de asielzoekers, illegalen en kinderen van diplomaten) buiten beschouwing blijven. Daarnaast worden vaccinaties van kinderen die in plaatsen dicht bij de grens wonen (zoals Vaals, Kerkrade en Simpelveld) en vaak in Duitsland of België worden gevaccineerd, slechts gedeeltelijk doorgegeven en geregistreerd in Præventis. Pagina 25 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Sinds verslagjaar 2006 wordt op het niveau van het kind bepaald of de gewenste vaccinatietoestand volgens het schema is bereikt voor een bepaalde individuele leeftijd (zie Tabel 4), en niet meer op een vastgestelde datum die voor elk kind gelijk was, ongeacht leeftijd. De leeftijdsgrenzen (1e, 2e, 5e, 10e, 11e en 15e verjaardag, in de rest van het rapport korten we dit af tot 1 jaar, 2 jaar, et cetera) zijn enigszins ruim genomen ten opzichte van het moment waarop de vaccinaties worden aangeboden. Het blijft echter belangrijk dat kinderen tijdig (volgens het RVP-schema) hun vaccinaties krijgen. Tabel 4 Individuele leeftijd waarop de vaccinatiegraad per vaccinatie wordt vastgesteld
Zuigelingen
Kleuters
1 jaar
2 jaar
5 jaar
Schoolkinderen 10 jaar
DKTP1
DKTP2
DKTP3,c
DTP4
Hib1
Hib4
Adolescenten
11 jaar
15 jaar
Hep B4,a Pneu1
Pneu4 BMR2
BMR4
MenACWY2 volledigb
MenACWY4 HPV4,d
Vaccinatietoestanden: 1 primaire serie voorbereiding op basisimmuniteit 2 basisimmuun basisimmuniteit bereikt 3 gerevaccineerd revaccinatie ontvangen 4 volledig afgesloten vaccinatieschema beëindigd, voldoende beschermd Sterk vereenvoudigd schema, omdat kinderen afhankelijk van hun leeftijd en vaccinatieschema op verschillende manieren een bepaalde vaccinatietoestand kunnen bereiken. a Hep B-0 op derde levensdag (alleen voor kinderen van moeders die drager zijn van het hepatitis B-virus). b Basisimmuun voor DKTP/BMR/MenACWY én volledig afgesloten voor Hib/Hep B/Pneu. c
Naast de vaccinatietoestand ‘gerevaccineerd’ wordt ook de toestand ‘voldoende beschermd’ vastgesteld. Dit is de som van het aantal gerevaccineerde kinderen en het aantal kinderen dat de basisimmuniteit pas bereikt op de leeftijd van 2 tot 5 jaar en daarom niet in aanmerking komt voor revaccinatie. d Twee vaccinaties; tot en met verslagjaar 2023 alleen voor meisjes en op leeftijd 14 jaar.
Dit hoofdstuk presenteert de vaccinatiegraad in verslagjaar 2024 in Nederland op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties voor kinderen die geboren zijn in 2008 (15 jaar), in 2012 (11 jaar), in 2013 (10 jaar), in 2018 (5 jaar) en in 2021 (1 en 2 jaar) en voor zwangeren met een kind dat geboren is in 2023 (maternale DKT-vaccinatie) en zwangeren die tijdens het griepseizoen 2023/2024 in aanmerking kwamen voor griepvaccinatie (maternale griepvaccinatie) (zie Bijlage 1). De vaccinatiegraad wordt ook zonder leeftijdsgrens weergegeven. Daarnaast wordt de vaccinatiegraad in voorgaande verslagjaren getoond, om trends over de tijd te laten zien. Tevens wordt ook de vaccinatiegraad (zonder leeftijdsgrens) gepresenteerd voor jongeren die in 2022 in aanmerking kwamen voor de HPV-inhaalcampagne. Pagina 26 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Met de term ‘verslagjaar 2024’ bedoelen we dat de vaccinatiegraad in 2024 is bepaald (selectiedatum 5 maart 2024). Rapportage over recentere geboortecohorten is nog niet mogelijk. De vaccinatiegraad voor bijvoorbeeld kleuters wordt voor elk kind vastgesteld op 5-jarige leeftijd. Voor cohort 2018 geldt dat alle in januari tot en met december 2018 geboren kinderen in 2023 5 jaar zijn geworden. Het is daarom mogelijk te rapporteren over geboortecohort 2018, maar nog niet over geboorte-cohort 2019. Deze kinderen hebben allen pas eind december 2024 de leeftijd van 5 jaar bereikt. Gegevens over de vaccinatiegraad zijn door deze ‘vertraging’ minder geschikt voor de directe bedrijfsvoering (proces-monitoring). Gezien de diversiteit aan vaccinaties en leeftijdsgroepen is de deelname aan het totale RVP in Nederland niet goed uit te drukken in een enkel getal. Wel wordt in het kader van ‘De Staat van Volksgezondheid en Zorg: kerncijfers voor beleid’ (https://www.staatvenz.nl) een kerncijfer voor volledige deelname van zuigelingen aan het RVP gepresenteerd. Dit betreft het percentage zuigelingen van een specifiek geboortecohort dat volledig heeft deelgenomen aan het RVP. Dat wil zeggen dat dit percentage alle vaccinaties volgens het RVP-schema kreeg toegediend voor het bereiken van de 2-jarige leeftijd.
Vanwege de inhaalmogelijkheid voor 16- en 17-jarigen wordt daarnaast inzicht gegeven in welk deel van de adolescenten in het jaar dat ze 16 worden, mogelijk nog in aanmerking komt voor extra vaccinaties. Ook wordt het percentage kinderen gerapporteerd waarvoor op deze twee leeftijdsmomenten geen enkele RVP-vaccinatie is geregistreerd. Deze cijfers worden allen gezamenlijk gepresenteerd in paragraaf 3.3.1. Voor verslagjaar 2024 wordt de gemeentelijke indeling per 1 januari 2024 (N=342 gemeenten) gebruikt. Voor heel kleine gemeenten, zoals de Waddeneilanden en onder meer Rozendaal (Gelderland), geldt dat het aantal kinderen dat voor vaccinatie in aanmerking komt zo laag is, dat het wel of niet verstrekken van een enkele vaccinatie hier relatief grote gevolgen heeft voor de vaccinatie-percentages. In navolging van de CBSrichtlijnen voor onthullingsrisico door lage aantallen worden Schiermonnikoog en Vlieland in de tabellen samengevoegd. Vanwege het kleine aantal personen is voor de HPV-vaccinatie ook Terschelling toegevoegd en zijn daarnaast de gemeenten Rozendaal en Rheden samengevoegd. Ook de cijfers voor de maternale griepvaccinatie worden daarom alleen naar GGD-regio of JGZ-organisatie uitgesplitst. 3.2.1
Toestemming voor gegevensuitwisseling (‘informed consent’) Sinds 1 januari 2022 ontvangt het RIVM een deel van de vaccinatiegegevens anoniem. Dat gebeurt als er door ouders en of de gevaccineerde geen toestemming is gegeven (of in het DD JGZ is vastgelegd) voor uitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens tussen de JGZ en het RIVM (‘informed consent’). Dit betekent dat bijvoorbeeld niet bekend is in welk jaar de gevaccineerde geboren is, of het om een jongen of meisje gaat, in welke gemeente hij/zij woont en om welke dosis het gaat. Het is daarom niet mogelijk deze ‘anonieme’ vaccinaties mee te tellen in de vaccinatiegraadberekening. Ook is het belangrijk te realiseren dat 4% van alle RVPvaccinaties of van alle DTP-vaccinaties niet hetzelfde is als 4% van alle kinderen in een geboortecohort. Je kunt dit percentage dus niet zomaar Pagina 27 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
bij de geregistreerde vaccinatiegraad optellen. De cijfers in dit rapport betreffen daarom een onderrapportage van de werkelijke vaccinatiegraad. Vanwege deze trendbreuk is in Tabel 6/7 en Bijlage 4 via arcering weergegeven vanaf wanneer er effect is van het informed consent. Dit is afhankelijk van het jaar waarin de vaccinatie werd aangeboden. In 2023 kwam overall gemiddeld 4% van de RVP-vaccinaties anoniem binnen. Dit is iets lager dan het aandeel dat in het rapport van vorig jaar voor 2022 is gerapporteerd (5%). Het aandeel anonieme vaccinaties verschilt niet alleen over de tijd, maar ook per JGZ-organisatie en per vaccinsoort (zie Tabel 5). Zo is het aandeel anonieme vaccinaties nog steeds relatief hoog voor de DKTP-booster voor kleuters (13%) en de maternale vaccinaties (10%). De cijfers in dit rapport gaan voor het eerst over kinderen die voor een groot deel pas na 1 januari 2022 voor vaccinatie in aanmerking kwamen. En ze worden vooral beïnvloed door het aandeel anonieme vaccinaties in 2022.
Het gaat namelijk over zuigelingen die in 2021 geboren zijn (ze bereikten de adviesleeftijd van 14 maanden voor de BMR- en MenACWYvaccinaties vanaf maart 2022 en de adviesleeftijd van 11 maanden voor de DKTP-Hib-HepB- en Pneu-vaccinaties vanaf december 2021, kleuters geboren in 2018 (ze bereikten de adviesleeftijd van 3 jaar en 9 maanden vanaf oktober 2021) en schoolkinderen/adolescenten die de vaccinaties in 2022 kregen aangeboden. Het informed consent, dat effect heeft op geregistreerde vaccinaties die vanaf 1 januari 2022 zijn toegediend, heeft daarom een groter effect op de cijfers dan in het rapport van vorig jaar. Het is belangrijk om bij de interpretatie van de (regionale) vaccinatiegraadcijfers hiermee rekening te houden. Daarom is dit jaar voor het eerst paragraaf 3.4 opgenomen over de duiding van de cijfers. 3.2.2
Ontbreken indicatie voor DKTP-schema De cijfers in dit rapport worden ook negatief beïnvloed als de indicatie voor het gevolgde DKTP-schema in Præventis ontbreekt. De JGZ geeft deze indicatie voor het te volgen vaccinatieschema (2-3-5-11-maandenof 3-5-11-maandenschema) door aan het RIVM. Dit geldt nu voor het eerst voor een volledig geboortecohort (cohort 2021), waardoor het effect groter is dan vorig jaar (cohort 2020). Voor DKTP (en in iets mindere mate voor Hib en HepB, omdat voor deze vaccinaties andere geldigheidsregels gehanteerd worden) geldt dat de vaccinatiegraad voor de primaire serie en basisimmuniteit bij vanaf augustus 2020 geboren zuigelingen mogelijk onderschat wordt als deze indicatie ontbreekt (bij ongeveer 10% van de kinderen). Als de JGZ niet doorgeeft of een kind het 2-3-5-11-maanden- of 3-5-11-maandenschema volgt, dan wordt bij de beoordeling van de vaccinatiestatus in Præventis uitgegaan van een 23-5-11-maanden-schema. Dat is te strikt als vaccinatie op de leeftijd van 2 maanden niet nodig is (als moeder tijdens de zwangerschap de DKTvaccinatie heeft gehaald), of terugkijkend als het kind 11 maanden of ouder is en de serie inmiddels is afgerond. Het is belangrijk om bij de interpretatie van de (regionale) vaccinatiegraadcijfers hiermee rekening te houden.
Pagina 28 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
Tabel 5 Aandeel (%) anonieme vaccinaties uitgedrukt als percentage van het totaal aantal vaccinaties in 2023, uitgesplitst naar vaccinsoort en JGZ- organisatie
JGZ-organisatie CJG Apeldoorn CJG Capelle aan den IJssel CJG Den Haag CJG Rijnmond Consortium Limburg Zuid Consortium West Brabant-Careyn Breda GGD Amsterdam GGD Brabant Zuidoost GGD Drenthe GGD Flevoland GGD Fryslân GGD Gelderland-Zuid GGD Gooi en Vechtstreek GGD Groningen GGD Hart voor Brabant GGD Hollands Noorden GGD IJsselland GGD Kennemerland GGD Noord- en Oost-Gelderland GGD Regio Utrecht GGD Twente GGD Zaanstreek-Waterland GGD Zeeland Hecht Jeugdgezondheidszorg Gemeente Utrecht Jeugdgezondheidszorg Kennemerland
DKTP-Hib- Pneu BMRa HepB 1,2 1,1 2,0 1,6 1,4 2,2 1,7 1,7 1,5 4,5 4,1 2,5 1,5 1,4 1,6
Men ACWYa 1,3 8,5 1,3 6,5 2,0
DKTPbooster 6,9 25,4 9,3 9,6 17,4
DTP
HPV
DKT
MGV Totaal
2,9 4,3 1,4 3,8 1,4
1,3 16,6 0,6 5,8 1,8
1,3 14,2 4,1 10,2 12,0
1,0 16,0 3,8 6,9 11,8
1,7 8,2 1,7 5,2 2,9
2,5 2,9 3,3 8,0 0,6 2,4 2,6 1,9 1,6 4,8 1,2 3,1 1,3 0,6 1,4 1,2 2,8 7,4 1,7
22,6 28,4 30,0 13,7 0,4 5,8 7,5 5,8 7,2 17,6 4,5 8,5 5,4 3,4 16,6 8,0 7,7 18,1 28,4
6,5 4,9 3,4 11,3 0,4 10,5 4,1 4,6 1,4 16,1 1,1 4,1 1,1 1,3 1,0 1,0 2,0 4,4 2,0
4,0 3,8 4,6 6,4 0,3 2,7 2,6 2,0 1,4 7,3 1,9 3,2 1,0 0,3 2,0 1,2 3,7 8,0 0,7
11,3 27,7 11,9 7,0 1,1 14,7 2,9 2,4 2,3 9,8 5,6 13,6 9,1
3,3 23,5 6,2 4,8 0,8 15,2 3,4 3,6 3,3 10,5 6,0 9,3 3,4
8,5 6,5 5,5 29,7 15,2
7,9 6,4 1,9 21,5 14,4
4,5 5,2 6,0 6,1 0,5 3,6 2,6 2,2 1,6 7,1 1,6 3,4 1,5 0,5 2,9 1,8 2,8 6,8 4,3
3,2
3,4
23,8
23,3
4,4
0,5
0,0
0,4
1,9 3,3 5,5 1,9 1,0 1,4 1,5 1,4 1,2 3,8 1,0 2,0 2,3 0,9 2,4 1,4 1,3 2,1 5,0
1,7 2,9 5,1 1,6 0,8 1,2 1,2 1,2 1,1 3,4 0,8 1,6 1,9 2,2 1,4 1,3 1,9 4,7
4,1 3,4 3,0 7,3 0,5 5,9 2,9 2,7 1,1 8,7 0,9 2,8 1,3 1,2 0,9 0,9 1,5 3,4 2,0
2,2
1,9
2,0
1,7
15,6
0,5
0,4
0,3
0,3
0,6
Pagina 29 van 83
RIVM-rapport 2024-0044
JGZ-organisatie JONG JGZ SAG JGZ zorgontwikkeling BV Sante Partners St. JGZ Zuid-Holland West Stichting Icare Jeugdgezondheidszorg Stichting Jeugd Noord Veluwe Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden Veiligheidsregio Limburg-Noord, GGD Limburg Noord Verian Yunio Zorggroep Oude en Nieuwe Land Totaal 2023 (huidige situatie)b Totaal 2022 (situatie vorig jaar)c Totaal 2022 (huidige situatie)b