CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1a. Toelichting bestemmingsplan Fop Smitstraat 48.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 20 december 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 27: Ontwerp bestemmingsplan Fop Smitstraat 48 - Raadsinformatiebrief13.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.6

Bodem

In het kader van de planologische procedure dient inzichtelijk gemaakt te worden of de milieuhygiënische gesteldheid van de bodem ter plaatse in principe geschikt is voor het beoogde gebruik. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting van een ruimtelijk plan de uitvoerbaarheid van het plan te worden aangetoond. De Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet staan niet toe dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Indien er binnen een planperceel sprake is van een verontreiniging van de bodem, dan is de uitwerking en uitvoering van een eventuele saneringsmethode geregeld in milieuregelgeving. Om vast te stellen of de bodem ter plaatse geschikt is voor de nieuwe woonfunctie is in april 2021 door Inventerra een verkennend en nader bodemonderzoek en asbestonderzoek voor de bodem uitgevoerd. Binnen het perceel hebben bedrijfsactiviteiten plaatsgevonden in een werkplaats met magazijn waarbij tevens gebruik is gemaakt van een bovengrondse huisbrandolietank. Op basis van de historische gegevens en de bodemkwaliteitskaart wordt de algemene bodemkwaliteit ingeschaald op klasse ‘Industrie’. Ter plaatse wordt een diffuus belaste bodem verwacht met mogelijk plaatselijk een duidelijke verontreinigingskern.

Op basis van het historisch vooronderzoek en eerder aangetroffen asbestverdacht puinmateriaal in de bodem is in het asbestonderzoek uitgegaan van een ‘verdachte, diffuus belaste locatie’. Resultaat ‘Het bodemonderzoek en de gevolgen voor de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zijn beoordeeld door de Omgevingsdienst Zuid- Holland Zuid. De beoordeling van OZHZ is onderstaand opgenomen: Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er op de locatie een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en asbest in de grond aanwezig is. Voorts is er een sterke verontreiniging met minerale olie in grond en grondwater aanwezig (geen ernstig geval van bodemverontreiniging). Bij herontwikkeling van deze locatie dienen deze sterke verontreinigingen met zware metalen en asbest, zijnde de gevallen van ernstige bodemverontreiniging, te worden gesaneerd. In hoeverre de saneringskosten een belemmering vormen voor de geplande ontwikkelingen op de locatie, is op basis van de beschikbare informatie niet door ons in te schatten. De bestemmingsplanwijziging kan, voor wat de bodem betreft, wel plaatsvinden. Omgevingsvergunning Het bodemonderzoek moet bij aanvraag van een omgevingsvergunning nogmaals worden getoetst. Dit is een ander toetsingskader.

Hierbij wordt aangegeven dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen vanuit bodemkundig oogpunt wel verleend kan worden, echter nog niet in werking kan treden. Dit vanwege de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), artikel 6.2.c kan in dat geval een omgevingsvergunning pas in werking treden nadat door het bevoegd gezag is bepaald dat sprake is

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

27

van een geval van ernstige bodemverontreiniging en is ingestemd met het saneringsplan of een melding in het kader van het Besluit uniforme saneringen (BUS).’ Conclusie Op basis van de analyseresultaten van de bodem blijkt de huidige milieuhygiënische gesteldheid van de ondergrond niet geschikt voor gebruik als woongrond. De ondergrond dient te worden gesaneerd. Alvorens met bouwwerkzaamheden kan worden aangevangen is een sanering op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd en door een gecertificeerd onderzoeksbureau opgesteld saneringsplan noodzakelijk. De bodemrapportage met de volledige onderzoeksresultaten is toegevoegd in bijlage 2. Het treffen van bodemsanerende maatregelen op basis van een goedgekeurd saneringsplan is in de planregels opgenomen als voorwaardelijke verplichting. Na bodemsanering is de ondergrond geschikt voor het beoogde gebruik.

4.7

Flora en fauna

De soortenbescherming is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn), voorheen de Flora- en Faunawet. Deze heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende beschermde diersoorten, planten en houtopstanden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het plan mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Bescherming van soorten en leefgebieden Uitgangspunt van de Wet natuurbescherming is dat handelingen die leiden tot (opzettelijke) verstoring of schade aan leefgebieden van beschermde soorten zijn verboden. Alle vogels worden op basis van de Europese Vogelrichtlijn beschermd en zijn in de Wn opgenomen in artikel 3.1 Wn. Voor alle vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die nesten of eieren opzettelijk beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Voor soorten die op grond van de Europese Habitatrichtlijn en het verdrag van Bern/Bonn worden beschermd, geldt artikel 3.5 van de Wn.

Conform artikel 12 van de Habitatrichtlijn geldt voor soorten die via artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming worden beschermd, dat ook het onopzettelijk beschadigen of vernielen van de in gebruik zijnde voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van beschermde soorten is verboden. Voor een aantal soorten geldt een specifieke gedragscode. Natura 2000-gebieden De bescherming van natuurgebieden is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Bovengenoemde wet regelt de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn-en Habitatrichtlijngebieden) en de op nationaal niveau beschermde natuurgebieden. Met de Wet Natuurbescherming worden de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet geïntegreerd. In de wet staat het behoud en herstel van soorten en natuurlijke habitats in samenhang met een duurzame economische ontwikkeling centraal. Het Besluit natuurbescherming wijst gebieden aan waar maatregelen worden getroffen die de gunstige staat van instandhouding van habitats en soorten zoals opgenomen in bijlage I en II van de Habitatrichtlijn waarborgen. Gedeputeerde Staten (GS) stelt noodzakelijke instandhoudingsmaatregelen per gebied vast en dragen zorg voor de daadwerkelijke uitvoering hiervan (artikel 2.2 Wnb).

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

28

Natuur Netwerk Nederland De bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur (thans Natuur Netwerk Nederland) vindt plaats via lokaal en regionaal beleid. De Ecologische Hoofdstructuur (thans Natuurnetwerk Nederland: NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Binnen het NNN zijn in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk die de kernkwaliteiten negatief kunnen beïnvloeden. Een uitzondering kan worden gemaakt voor ontwikkelingen waarvoor geen reëel alternatief bestaat en er sprake is van een groot openbaar belang. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt de ‘nee-tenzij’ toets. Indien schade ontstaat, moet deze worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Zorgplicht Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen is een algemene zorgplicht van toepassing. Schade aan flora en fauna dient, op basis van deze zorgplicht, in alle gevallen zoveel mogelijk te worden voorkomen. Omgeving plangebied In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde natuurgebieden voor. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft het Vogelrichtlijngebied ‘Boezems Kinderdijk’ op een afstand van circa 400 meter. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen betreft de Biesbosch op een afstand van circa 11 kilometer. Binnen de bebouwde kom van Alblasserdam komen geen gebieden voor die deel uitmaken van het NNN.

Het NNN in het buitengebied valt samen met het Natura 2000-gebied ‘Boezem Kinderdijk’. Effecten ontwikkeling Het plangebied bevindt zich op een bebouwde bedrijfskavel in de bebouwde kom. De aanwezige bebouwing zal worden gesloopt. De bestaande bedrijfsfunctie wordt beëindigd. Naar de aanwezigheid van beschermde soorten is in Februari 2022 een verkennend flora- en faunaonderzoek uitgevoerd door Blom Ecologie BV. Uit het onderzoek blijkt dat de voorgenomen sloop van de bebouwing niet zal leiden tot aantasting van de beschermde natuurwaarden. Resultaten verkennend flora- en faunaonderzoek Aangeraden wordt om de planlocatie bij voorkeur niet te voorzien van terreinverlichting. In de periode april- oktober wordt geadviseerd om de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang (buiten de schemerperiode) te laten plaatsvinden. Indien verlichting noodzakelijk is wordt aangeraden hiervoor een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toe te passen (amberkleurig licht, neerwaarts gerichte lichtbundel of een geconvergeerde lichtbundel). Het uitvoeren van sloopwerkzaamheden dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te laten vinden, danwel op basis van ecologische controle plaats te vinden. Het uitvoeren van nader onderzoek is niet noodzakelijk. In alle gevallen geldt de algemene zorgplicht.

Ook het onopzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van beschermde soorten is verboden. Aangeraden wordt om bodemmateriaal of vegetatie voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd te verwijderen. De onderzoeksresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. Resultaten stikstofdepositieonderzoek De planlocatie ligt buiten het NNN en heeft geen directe verbinding met omliggende verbindingszones. Er is sprake van een grote afstand tussen het plangebied en de omliggende Natura- 2000 gebieden. Effecten als gevolg van onder meer geluid, licht en versnippering kunnen op voorhand worden uitgesloten. Een toename van de stikstofdepositie op natuurgebieden kan van invloed zijn op de beschermde soorten aldaar. Bij het gebruik van de woningen vindt uitstoot van stikstof plaats door verkeersbewegingen. In samenhang met het plan worden de bedrijfsactiviteiten duurzaam beëindigd.

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

29

Door de Roever Omgevingsadvies is in September 2022 een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd op basis van het voorschreven rekenmodel Aerius Calculator. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de depositie van stikstof als gevolg van het gebruik van de woningen niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering zijn bouwwerkzaamheden sinds 1 juli 2021 vanwege het kortstondige karakter vrijgesteld van vergunningplicht. De beoogde ontwikkeling heeft geen significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen voor beschermde soorten. De resultaten van de depositieberekening zijn opgenomen in bijlage 4. Conclusie Op basis van de terreinsituatie, afstand tot omliggende natuurgebieden en de resultaten van een stikstofdepositieberekening en een verkennende flora- en faunaonderzoek voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan de Wet natuurbescherming.

4.8

Water

Centraal in het waterbeleid staat dat water een belangrijk sturend element in de ruimtelijke ordening is. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de ecologische kwaliteit van oppervlaktewateren te verbeteren: het ‘Goed Ecologisch Potentieel’ (GEP). De Europese doelstellingen worden via de nationale Waterwet geïmplementeerd. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en werkt door in de ruimtelijke ordening. In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de toelichting van een bestemmingsplan dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat bij het opstellen van het bestemmingsplan overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen.

Algemene leidende principes binnen de waterwetgeving met betrekking tot waterkwantiteit en waterkwaliteit zijn: Waterkwantiteit: Stap 1- voorkomen van hemelwaterafvoer (vasthouden); Stap 2- benutten of infiltreren van hemelwater (bergen); Stap 3- vertraagd afvoeren van hemelwater naar oppervlaktewater (afvoeren). Waterkwaliteit: Stap 1- Voorkomen Stap 2- Scheiden Stap 3- zuiveren Het plangebied bevindt zich binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Vanuit de Waterwet (die zal opgaan in de Omgevingswet) geldt de verplichting tot het opstellen van een Waterbeheerprogramma. Het waterschap heeft haar strategische lange termijn doelstellingen vastgelegd in de Watervisie 2050. Door middel van het Waterbeheerprogramma 2022- 2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ is een tactische vertaling gemaakt in oplossingen, maatregelen en ideeën voor de korte termijn. Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit de Europese KRW. Ruimtelijk relevante aspecten van het waterbeleid worden vertaald in het Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

30

bestemmingsplan. Om te bepalen of er voor de geplande werkzaamheden een vergunning of ontheffing vereist is, dient getoetst te worden aan de regels uit de Keur oppervlaktewateren. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water in het Waterbeheerprogramma zijn op hoofdlijnen: • Waarborgen van waterveiligheid; • Zorgen voor mooi en schoon water; • Beperken effecten van bodemdaling; • Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving; • Verduurzaming van het watergebruik. Sinds 2003 vormt volgens het Besluit op de Ruimtelijke Ordening de Watertoets een verplicht onderdeel van de afweging van elk ruimtelijk plan. In een waterparagraaf dient te worden beschreven hoe met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding wordt omgegaan. Planlocatie De planlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Alblasserdam. Het plangebied ligt op circa 70 meter afstand van de West- Kinderdijk. De West- Kinderdijk is een primaire waterkering. Deze waterkeringen beschermen tegen hoogwater vanuit de Noordzee en de grote rivieren waaronder ‘de Noord’. Het plangebied bevindt zich deels binnen de beschermingszone en deels in de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering.

Het is op grond van de Keur waterkeringen verboden om zonder vergunning bouwwerken op te richten in en op een primaire waterkering en diens bijbehorende beschermingszone. Voor het uitvoeren van een aantal veel voorkomende werkzaamheden in de buitenbeschermingszone gelden algemene regels. Voor het uitvoeren van aanleg- en bouwwerkzaamheden, waaronder bodem- en grondwatersaneringen op en bij een primaire waterkering gelden toetsingscriteria. Voor het oprichten van een permanent bouwwerk gelden de toetsingscriteria van de Keur (artikel 5.18a) onder A: nieuwbouw. Nieuwe ontwikkelingen mogen de stabiliteit van de waterkering en de waterkerende functie niet belemmeren. Tevens dient de waterkering ook in de toekomst doelmatig te kunnen worden onderhouden en beheerd. Voor het oprichten van bouwwerken geldt dat de fundering het profiel van de vrije ruimte en het leggerprofiel niet mag doorsnijden. De planlocatie bevindt zich in leggervak AW 145+055m op een afstand vanaf circa 70 meter uit de waterkering. Het profiel van de vrije ruimte bevindt zich op 1,50m t.o.v. NAP. Bij het oprichten van bouwwerken mag het maaiveld niet worden verlaagd. Tevens mogen geen holle ruimtes worden gerealiseerd ter hoogte van de beschermingszone. Met onderhavig bestemmingsplan wordt een planologisch kader geboden op basis waarvan maximaal twee vrijstaande woningen kunnen worden gerealiseerd.

In de planregels en verbeelding zijn de aanduidingen ‘vrijwaringszone-dijk-1’ en ‘vrijwaringszone-dijk-2’ opgenomen ter hoogte van de beschermingszone en de buitenbeschermingszone van de waterkering. Ten aanzien van het uitvoeren van werkzaamheden bij de waterkering is toestemming nodig van het waterschap. Hiervoor zal een watervergunning worden aangevraagd. Het plangebied bevindt zich volgens de Omgevingsverordening Zuid-Holland niet in een boringvrije zone, waterwingebied of in een grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied bevindt zich in peilgebied NDW034. Het winterpeil en het zomerpeil voor dit gebied zijn vastgesteld op -2,07m – NAP.

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

31

Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich een watergang die worden beschermd op grond van de Keur. De noord-zuid georiënteerde watergang heeft een B-status (066846), deze Bwatergang mondt uit in een A-watergang ten noorden van de bebouwde kom (‘Middelwetering’). De B-watergangen hebben een beschermingszone van 1 meter aan weerszijden. De nieuwe woningen worden buiten de beschermingszone van de watergang gebouwd. In de huidige situatie is het perceel in gebruik als bedrijfslocatie en als zodanig bestemd. Het perceel is thans volledig verhard. In samenhang met de beoogde functiewijziging wordt de bestaande bedrijfslocatie planologisch en feitelijk beëindigd. De bedrijfsactiviteiten worden gestaakt en de bebouwing wordt gesaneerd. In de nieuwe situatie worden binnen het perceel twee vrijstaande woningen met tuin gerealiseerd. Het areaal verhard oppervlak zal door de beoogde functiewijziging afnemen. Het huishoudelijk afvalwater van de woningen wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. Hergebruik van hemelwater bij woningen kan in beperkte mate plaatsvinden door middel van de opvang van gietwater voor de tuin. Het overtollig water vloeit af via aanliggende Bwatergang naar de Middelwetering. De woningen zijn reeds ontsloten via een uitrit op de Fop Smitstraat. Bij de bouw van de woningen worden geen uitlogende materialen gebruikt.

Figuur 8

Uitsnede Legger wateren (bron. Keur Waterschap Rivierenland)

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

32

Figuur 9

Uitsnede Legger waterkeringen (bron. Keur Waterschap Rivierenland)

Conclusie De beoogde functiewijziging naar een woonfunctie is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. De waterhuishoudkundige situatie vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het bestemmingsplan. Voor de bouw- en aanlegwerkzaamheden in de beschermingszone van de primaire waterkering zal een melding danwel een watervergunning worden aangevraagd. De waterparagraaf wordt in het kader van het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1. Bro voor advies en ter beoordeling aan waterschap Rivierenland voorgelegd.

4.9

Externe veiligheid

Het doel van het externe veiligheidsbeleid is het beheersen van risico’s door opslag en transport van milieugevaarlijke stoffen afkomstig van industriële activiteiten. Tot risicobronnen behoren inrichtingen en transportroutes waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en luchthavens. Het wettelijk kader voor de beoordeling van risico’s van transport van gevaarlijke stoffen is sinds april 2015 vastgelegd in de Besluit Externe Veiligheid Transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; -

vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.

Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en risicovolle bedrijvigheid zijn normen voor het Plaatsgebonden Risico (PR) en het Groepsrisico (GR) van belang.

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

33

Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. In gebieden met een plaatsgebonden risico van meer dan 10-6 per jaar zijn geen nieuwe kwetsbare objecten toegestaan. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. Vervoer gevaarlijke stoffen Het externe veiligheidsbeleid ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over water en (spoor)wegen is sinds 2015 vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes en de Regeling Basisnet. Op basis van het Bevt is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar, voor beperkt kwetsbare objecten in nieuwe situaties geldt een richtwaarde van 10-6 per jaar. De Regeling Basisnet stelt risicoplafonds langs hoofdtransportroutes vast. Per trajectdeel is aangegeven of er sprake is van een plasbrandaandachtsgebied.

Nieuwbouw van kwetsbare objecten is niet toegestaan binnen de afstanden van het plaatsgebonden risico. Binnen de plasbrandaandachtsgebieden (zone van 30 meter) gelden aanvullende eisen uit het Bouwbesluit 2012. Als nieuwbouw binnen het invloedsgebied (200 meter) van een transportroute komt, is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. 4.9.1 Beoordeling plangebied Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Alblasserdam. Woningen zijn geen activiteiten met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Een woning is volgens het Bevi een kwetsbaar object. Inrichtingen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich op basis van de Risicokaart Zuid-Holland geen inrichtingen met een veiligheidsrisico. Ten noorden van de bebouwde kom, aan de Molenkade, is een biologische kaasboerderij gevestigd. Het bedrijf betreft een risicovolle inrichting als gevolg van een bovengrondse propaantank met een inhoud van 7,2 m3. De boerderij betreft geen Bevi inrichting. De veiligheidsafstand ten opzichte van de propaantank bedraagt 25 meter (PR 10-6).

Het plangebied bevindt zich ruim buiten de veiligheidsafstand van de inrichting. De activiteiten van het bedrijf vormen geen veiligheidsrisico voor de nieuwe bewoners van het plangebied. Vervoer gevaarlijke stoffen De vaarweg de Noord is opgenomen in het Basisnet als binnenvaartroute binnen de Corridor Rotterdam- Duitsland. Over de Noord vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats waaronder brandbare vloeistoffen en toxische gassen. De plaatsgebonden risicocontour van de vaarweg (PR 106 contour) reikt op basis van Bijlage 3 uit de `regeling Basisnet tot de oeverlijn. De bevaarbaarheidsklasse van de vaarweg is volgens de ‘Atlas Leefomgeving’ vastgesteld op VIc. Bij bouwplannen binnen 200 meter langs de vaarweg dient een verantwoording plaats te vinden van het groepsrisico. Wanneer het groepsrisico lager ligt dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, wordt volstaan met een standaard verantwoording. Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

34

Het plangebied ligt op circa 265 meter van het midden van de vaarweg de Noord. Het herontwikkelen van een voormalig bedrijfsterrein tot woongebied in binnendijks gebied en binnen de bebouwde kom is kleinschalig en heeft geen invloed op de hoogte van het groepsrisico. De ontwikkeling heeft door de kleine schaal en afstand tot de vaarweg, geen gevolgen voor de doorvaart, zichtlijnen voor scheepvaart op de Noord noch voor de bereikbaarheid voor hulpdiensten van de vaarweg. Ten aanzien van de woningen kan worden volstaan met het standaard advies waarbij de mate van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid wordt beschouwd. De woningen worden opgericht volgens de geldende bouwregelgeving en brandveiligheidsvereisten volgens het Bouwbesluit 2012. Bewoners kunnen bij een calamiteit op de vaarweg zelfstandig de woning verlaten en van de risicobron af vluchten. Het scenario met de grootste effectafstand betreft een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen. In dit scenario wordt aangeraden om de woningen te voorzien van centraal afsluitbare mechanische ventilatie conform 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld wanneer er in de omgeving toxische gassen aanwezig zouden zijn.

Buisleidingen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een veiligheidsrisico geldt.

Figuur 10

Uitsnede risicokaart (plangebied rood gearceerd)

Brandveiligheid De bereikbaarheid van het plangebied voor hulpvoertuigen en de bluswatervoorzieningen binnen het plangebied moeten voldoen aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland 2020). De brandveiligheidsvereisten voor een woning zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Daar waar de planologische ontwikkeling een gebouw mogelijk maakt dienen een aantal brandveiligheidsaspecten onderzocht te worden. De gemeente stemt bij ruimtelijke ontwikkelingen een aantal brandveiligheidsaspecten vroegtijdig af met de Veiligheidsregio. De brandveiligheidsaspecten betreffen met name de bereikbaarheid door de brandweer via de openbare weg, de brandweerzorgnorm, de primaire bluswatervoorziening op de openbare weg en de Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

35

secundaire bluswatervoorziening. Er wordt voldaan aan de handreiking indien: het collectieve terrein een minimale beschikbare rijstrookbreedte heeft van 3,25 meter, een vrije ruimte met een breedte van 3.50 meter en een doorgangshoogte van minimaal 4,20 meter óf de afstand van het begin van het collectieve terrein tot aan de toegang van de woning niet meer is dan 40 meter. Indien blijkt dat er niet voldaan wordt aan de brandveiligheidseisen dienen er maatregelen getroffen te worden in het plan. Voorbeelden hiervan zijn een opstelplaats voor de brandweer of een secundaire bluswatervoorziening. In dat geval moet deze voorziening in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt worden en ook geborgd worden in de anterieure overeenkomst. De planlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom. Het perceel en de nieuwe woningen zijn bereikbaar vanaf de Fop Smitstraat. Voor een nieuwbouwwoning in een kleinschalige woonwijk geldt het advies om op een afstand van maximaal 200 meter van de woning te voorzien in een bluswatervoorziening met een capaciteit van minimaal 60 m3 per uur. Het beschikbare breedte en hoogte van het collectieve terrein zoals ingetekend in bijlage 1, voldoet aan de voorschriften uit de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Over de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de beschikbaarheid van voldoende blusmiddelen wordt aanvullend advies van de veiligheidsregio gevraagd. Binnen het plangebied moet worden voldaan aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland 2020).

4.10 Technische infrastructuur De omgeving is aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur en andere nutsvoorzieningen (water, elektra). De vuilwaterafvoer van de woningen ter plaatse wordt aangesloten op het gemeentelijk drukrioleringssysteem. De vuilwaterafvoer van de nieuwe woningen zal worden aangesloten op het gemeentelijk stelsel van Alblasserdam. Het huishoudelijk afvalwater zal worden afgevoerd via een gescheiden systeem. Bij de aanleg van de aansluitingen van de nieuwe woningen zal worden voldaan aan alle bouwtechnische en gemeentelijke regelgeving zoals het Bouwbesluit. Deze toetsing vindt plaats binnen de omgevingsvergunningprocedure voor het onderdeel bouwen. Binnen het plangebied is een strook aanwezig waar zich kabels en leidingen bevinden. Deze leidingstrook blijft onbebouwd. Voor aanvang van de werkzaamheden zal een KLIC-melding worden gedaan.

4.11 Vormvrije MER -beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter dat het in feite onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarden geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Om die reden is gekozen om de drempelwaarden indicatief te maken. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit mer een indicatief karakter krijgen. Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

36

Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de toelichting van een bestemmingsplan. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Plangebied Onderliggend bestemmingsplan maakt de functiewijziging van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming mogelijk. Op basis van het beoogde planologische kader wordt de oprichting van twee vrijstaande woningen mogelijk. Met de ontwikkeling is sprake van een activiteit zoals benoemd in categorie D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ van het Besluit mer. De (indicatieve) drempelwaarde voor het opstellen van een m.e.r.-beoordeling bedraagt voor deze activiteit het oprichten van minimaal 2000 woningen of ontwikkelingen met een oppervlakte van 100ha of meer.

Om de milieugevolgen van de geplande ontwikkeling in beeld te brengen zijn diverse onderzoeken verricht. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in de andere paragrafen van dit hoofdstuk. In de planregels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen op basis waarvan, voorafgaand aan het verrichten van sloopwerkzaamheden op het terrein, de bodem is gesaneerd op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd saneringsplan. De onderzoeksresultaten staan de haalbaarheid en de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. Conclusie De conclusie is dat geen milieueffectbeoordeling behoeft te worden opgesteld voor onderliggend bestemmingsplan. Daarbij is uit hoofdstuk 4 en de bijbehorende onderzoeken gebleken dat er, gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen en het gebied waarop het effect zou kunnen hebben, geen sprake is van significante milieugevolgen. Ten aanzien van de milieuhygiënische bodemgesteldheid is een voorwaardelijk verplichting opgenomen op basis waarvan de uitvoering van bodemsanerende werkzaamheden is geborgd.

4.12 Provinciale milieubelangen Provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid vier provinciale milieubelangen. Hieronder leest u welke dit zijn en hoe de voorgenomen ontwikkeling zich verhoudt tot deze belangen: Bescherming van stiltegebieden De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een stiltegebied. Windenergie stimuleren De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een plaatsingsgebied voor windmolens. Beschermen bedrijventerreinen voor Hogere Milieu Categorie-bedrijven De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een HMC-bedrijventerrein. - Beschermen van grote groepen mensen De voorgenomen ontwikkeling is gelegen in het invloedsgebied van het Groepsrisico van een EV-relevante risicobron (vaarweg de Noord). De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Op basis van de afstand tot de risicobron en de aard van de activiteit, is een standaard verantwoording van het groepsrisico

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

37

opgenomen in paragraaf 4.9. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde oprichting van 2 woningen. De voorgenomen ontwikkeling is derhalve niet in strijd met de provinciale milieubelangen.

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

38

5.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Het plan zal geheel door initiatiefnemer gerealiseerd worden. De gronden zijn in eigendom van initiatiefnemer. Op grond van artikel 6.12 lid 2 Wro zal voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan tussen gemeente en initiatiefnemer een anterieure overeenkomst voor de grondexploitatie worden gesloten. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten van grondexploitatie voldoende verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan vastgesteld te worden. In de anterieure overeenkomst zijn tevens bepalingen met betrekking tot planschade en sanering van de aangetroffen bodemverontreiniging opgenomen. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventuele planschade niet voor rekening van de gemeente is, maar wordt verhaald op de initiatiefnemer. Voor belanghebbenden bestaat na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de mogelijkheid om een (gemotiveerde) aanvraag voor een tegemoetkoming in schade in te dienen. Met de anterieure overeenkomst wordt geborgd dat de noodzakelijke saneringsmaatregelen om tot een goede milieuhygiënische bodemkwaliteit worden uitgevoerd. Op basis van de resultaten uit het uitgevoerde nadere bodemonderzoek voor de locatie en de hierin genoemde mogelijke saneringsmethoden, is er op voorhand geen reden om aan te nemen dat de milieuhygiënische situatie van de bodem de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat.

Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

39

6.

JURIDISCHE PLANOPZET

6.1

Inleiding

Doel van dit bestemmingsplan is het opstellen van een juridisch-planologische regeling ten behoeve van de ontwikkeling van twee vrijstaande woningen. Sinds 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Hiermee dienen bestemmingsplannen in digitale vorm (RO-standaarden) te worden vastgesteld. De planregels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. De planregels zijn gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ uit 2015.

6.2

Bestemmingen

Aan het plangebied worden de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: Bestemming ‘Wonen’ De nieuwe woningen beschikken over een woonbestemming. De bouw- en gebruiksbepalingen zijn gebaseerd op de regels van het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’. Een klein deel van de woonbestemming is aangemerkt als ‘Overige zone- beschermd dorpsgezicht’. De bestaande bebouwing dient behouden te blijven. Binnen deze gronden is echter geen bebouwing aanwezig. Binnen de woonbestemming valt het eigen erf van de woningen en het collectieve woonerf. Bouwvlak Voor de hoofdgebouwen is een bouwvlak opgenomen. In het bouwvlak mogen maximaal twee vrijstaande woningen worden opgericht. Dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie 6’ Op het gedeelte van het perceel met deze bestemming gelden regels ter behoud en bescherming van mogelijk aanwezige archeologische resten in de bodem. Vrijwaringszone- dijk De beschermingszone en buitenbeschermingszone van de waterkering West-Kinderdijk is geborgd door middel van de aanduidingen ‘vrijwaringszone-dijk-1’ en ‘vrijwaringszone-dijk-2’.

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

40

7.

DE PROCEDURE

Voor de vaststelling van het bestemmingsplan wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. Aan het waterschap, de veiligheidsregio en de omgevingsdienst wordt in het kader van het vooroverleg om een advies gevraagd. Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De eventuele zienswijzen zullen beoordeeld worden en aanvullend in dit bestemmingsplan worden opgenomen.

7.1

Reacties vooroverleg

Aan de hand van het voorontwerp van het bestemmingsplan is het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro worden gevoerd. De reacties van de wettelijke partners zijn verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. De reacties afkomstig van de wettelijke vooroverlegpartners Omgevingsdienst Zuid- Holland Zuid, Waterschap Rivierenland en de Veiligheidsregio Zuid- Holland Zuid zijn verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. De reacties zijn weergegeven in de Nota van beantwoording reacties vooroverleg in bijlage 6 van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

41

BIJLAGEN

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

42

1.

Planstudie

OneB Bouwkundig ontwerpburo B.V. d.d. juni 2022

2. Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Inventerra B.V. d.d. april 2021

3. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai De Roever Omgevingsadvies d.d. Februari 2022

4. Stikstofdepositie onderzoek De Roever Omgevingsadvies d.d. September 2022

5. Flora- en faunaonderzoek Blom Ecologie BV d.d. Februari 2022

6. Nota van vooroverleg d.d. September 2022

Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/273/documents/8937