1a. Toelichting bestemmingsplan Fop Smitstraat 48.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48’ Gemeente Alblasserdam
TOELICHTING Oktober 2022
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
Titel
: Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48’ Gemeente Alblasserdam
Kenmerk
: NL.IMRO.0482.xx
Gemeente
: Alblasserdam
Vastgesteld door de Raad d.d.
:
Ontwerp
: 7 oktober 2022
Concept ontwerp
: 8 juni 2022
Voorontwerp
: 4 februari 2022
Auteur
: F.G.P. Savelkouls Buro Kours Versterplein 1 5262 AA Vught
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48’- Alblasserdam
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
4
-INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 2. 2.1 2.2 2.3 3. 3.1 3.2 3.3 3.4 4.
INLEIDING................................................................................................. 6 AANLEIDING EN DOEL ................................................................................ 6 LOCATIE ................................................................................................... 6 PLANBESCHRIJVING .................................................................................. 8 GEBIEDSANALYSE...................................................................................... 8 STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN ............................................ 10 BEOOGDE SITUATIE ................................................................................. 10 BELEID..................................................................................................... 13 RIJKSBELEID........................................................................................... 13 PROVINCIAAL BELEID............................................................................... 14 REGIONAAL BELEID ................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................. 17 OMGEVINGSASPECTEN............................................................................. 22
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE ........................................................ 22 DUURZAAM BOUWEN ............................................................................... 23 GELUID .................................................................................................. 23 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 25 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 26 BODEM ................................................................................................... 27 FLORA EN FAUNA ..................................................................................... 28 WATER ................................................................................................... 30 EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 33 TECHNISCHE INFRASTRUCTUUR ................................................................ 36
4.11 4.12
VORMVRIJE MER -BEOORDELING ............................................................... 36 PROVINCIALE MILIEUBELANGEN ................................................................ 37
5.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ......................................................... 39
6.
JURIDISCHE PLANOPZET ......................................................................... 40
6.1
INLEIDING .............................................................................................. 40
6.2
BESTEMMINGEN ...................................................................................... 40
7. 7.1
DE PROCEDURE ........................................................................................ 41 REACTIES VOOROVERLEG ......................................................................... 41
BIJLAGEN ........................................................................................................... 42 1. 2. 3.
PLANSTUDIE ........................................................................................... 43 VERKENNEND EN NADER BODEM- EN ASBESTONDERZOEK ........................... 43 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ....................................... 43
4.
STIKSTOFDEPOSITIE ONDERZOEK ............................................................. 43
5. 6.
FLORA- EN FAUNAONDERZOEK .................................................................. 43 NOTA VAN VOOROVERLEG ........................................................................ 43
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De planlocatie is gelegen aan de Fop Smitstraat, 2953 XG in Alblasserdam. Binnen het planperceel is in de uitgangssituatie een bedrijf (elektrotechniek) gevestigd in achtererfgebied van een woonlint. De omgeving van het planperceel heeft hoofdzakelijk een woonfunctie. De initiatiefnemer wenst de bedrijfsactiviteiten te beëindigen en binnen het plangebied twee vrijstaande woningen te realiseren. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ uit 2015 van kracht. Het oprichten van woningen binnen de geldende bedrijfsbestemming is niet mogelijk volgens de regels van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan in de beoogde functiewijziging kan worden voorzien. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken. Het initiatief is reeds overlegd met de gemeente Alblasserdam. Per brief van 10 augustus 2021 heeft de gemeente via een beoordeling van een concept omgevingsvergunningaanvraag (Z-21-386606) aangegeven dat ze in principe en onder voorwaarden bereid is om aan de beoogde ontwikkeling medewerking te verlenen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging naar een woonbestemming waardoor de realisatie van twee vrijstaande woningen planologisch mogelijk wordt.
Op basis van een vastgesteld bestemmingsplan kunnen de benodigde vergunningen voor de bouw van de woningen worden verleend. In onderliggende toelichting worden de plannen beschreven en worden de milieukundige en ruimtelijke randvoorwaarden beoordeeld.
1.2
Locatie
De planlocatie bevindt zich aan de noordwestzijde van de kern Alblasserdam. Kadastraal is de locatie bekend als Alblasserdam, sectie A, nummer 7062. Het planperceel bedraagt circa 715 m2. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het plangebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
6
Figuur 1
Kadastrale percelen met begrenzing plangebied in rode arcering.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
7
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1
Gebiedsanalyse
De Alblasserwaard is vanwege de bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden aangewezen als Belvedèregebied en TOP-gebied. Het molencomplex van Kinderdijk heeft een status als Unesco-werelderfgoed en kroonjuweel. Kenmerkend voor het cultuurhistorische karakter zijn de structuren van waterlopen, linten, kades, dijken en weteringen. Van oudsher bevindt de bebouwing in het gebied zich tussen de dijk en de wetering. Karakteristieke landschappelijke elementen in het gebied zijn: het contrast tussen de landschappelijke openheid, graslanden, het fijnmazige slotenpatroon en de historische bebouwingsstructuren. De ontstaansgeschiedenis van de kern Alblasserdam hangt sterk samen met de watergerichte bedrijvigheid in de omgeving. De ligging van de kern aan het water maakte dat Alblasserdam regelmatig onder water liep. Sinds de aanleg van de poldermolens van de Kinderdijk, later vervangen door gemalen, is de kern beschermd tegen overstromingen. De Noord en de Lek vormen bij Ridderkerk de Nieuwe Maas. De Noord is een belangrijke verbindingsroute voor binnenscheepvaart tussen de haven van Rotterdam en het achterland. Van oudsher is in Alblasserdam veel scheepsvaart gevestigd geweest. Door de ligging aan de rivier was de kern een interessante vestigingsplaats voor industrie. De kern Alblasserdam is ontstaan op een dam aan de rivier de Alblas.
Het historische stratenpatroon volgt de stroomgordel van de Noord en de Alblas. Alblasserdam kent twee historische kernen: aan de Dam ontstonden handelsactiviteiten en rond de kerk aan de Kerkstraat ontstond een bebouwingskern. Het gebied rond de Dam is uitgegroeid tot stedelijk industriegebied met voorzieningen en maritieme bedrijvigheid. Rond de Kerkstraat heeft zich een dijkdorp ontwikkeld met bijbehorende bebouwing en kleinschalige voorzieningen. Alblasserdam is één van de weinige dijkdorpen binnen de Drechtsteden waar het historische karakter herkenbaar bewaard is gebleven. Als gevolg van gevechten in 1940 is een deel van het historisch centrum verwoest. De bebouwing aan de Kerkstraat en de dijkbebouwing langs de Noord zijn grotendeels bewaard gebleven. Het historische deel van Alblasserdam is aangemerkt als beschermd dorpsgezicht. De kern heeft een kleinschalige, groene en dorpse structuur. Binnen de kern Alblasserdam zijn woonfuncties, voorzieningen en bedrijvigheid overwegend ruimtelijk van elkaar gescheiden. Er vindt weinig functiemenging plaats. Alleen langs de historische dijklinten zijn een aantal bedrijven gevestigd tussen de woonfuncties. Binnen de kern werd hoofdzakelijk langs de dijken verder uitgebreid. Er werd vrijwel uitsluitend vrijstaand gebouwd.
Hierdoor ontstond een open bebouwingsstructuur met bebouwde dijklinten en veel zichtlijnen naar dijk, rivier en polderlandschap. Sinds het begin van de 20e eeuw heeft verdichting plaatsgevonden en zijn meer projectmatige uitbreidingswijken buiten de dijkstructuur gerealiseerd. Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern Alblasserdam, achter het dijklint West-Kinderdijk. Het plangebied maakt onderdeel uit van de woonwijk ‘Nieuw- Kinderdijk’. De wijk is één van de eerste uitbreidingswijken van kern buiten de historische lintstructuur uit de jaren ’30-’50. Het perceel ligt op de grens tussen het historische dijklint aan de West-Kinderdijk aan de zuidwestzijde en de uitbreidingswijk ‘Nieuw-Kinderdijk’ aan de noordoostzijde. Binnen het planperceel is sinds omstreeks 1950 bedrijfsbebouwing aanwezig, thans in gebruik door een elektrotechniekbedrijf. Het bedrijfsterrein bevindt zich aan de achterzijde van de huidige rijwoningen, op het achterterrein van de woning aan de Fop Smitstraat, en wordt ontsloten door middel van een eigen uitrit naar de Fop Smitstraat.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
8
Volgens het bestemmingsplan zijn binnen het bedrijfsgebouw activiteiten toegestaan met een lichtere milieubelasting (maximaal milieucategorie 2). De aanliggende dijkstructuur is aangemerkt als beschermd dorpsgezicht. Op de dijk liggen historische vrijstaande woningen met diepe achtertuinen. Met het herontwikkelen van een grootschalige bedrijfsbestemming naar een woonfunctie in een dorpse woonwijk wordt aangesloten op de functies en structuur van de omgeving.
Figuur 2
1900
1980 Figuur 3
Omgeving plangebied: planperceel aangeduid met rode cursor (ruimtelijkeplannen.nl)
1950
2020 Situatie 1900-2020 (bron. Topotijdreis)
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
9
2.2
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
Centraal in het stedenbouwkundige beleid staat dat de huidige karakteristiek en de bestaande kwaliteiten van het landschap behouden blijven. De belangrijkste structuurbepalende randvoorwaarden van het gebied zijn vastgelegd in de ‘Structuurvisie Alblasserdam 2040’ en de ‘Welstandsnota Alblasserdam’ uit 2014. De stedenbouwkundige karakteristiek van de kern Alblasserdam wordt grotendeels bepaald door de ligging tussen rivier en polder. Het historische dijklint en de historische woonkern rondom de Kerkstraat hebben een groene en dorpse structuur. Dit deel van de kern is aangemerkt als Beschermd dorpsgezicht. Voor deze gebieden zijn bijzondere welstandscriteria (‘standaard-plus’) van toepassing waar nieuwe ontwikkelingen aan moeten voldoen. Het karakter van het kleinschalige en historische dorp aan de rivier met doorzichten naar het achterland is de belangrijkste structuurdrager. Het planperceel bevindt zich in de eerste uitbreidingswijk van de historische kern. Dit deel ligt buiten het beschermd dorpsgezicht. Voor de woonwijk geldt het ‘standaard’ welstandsniveau. In het welstandsbeleid is per wijk beschreven welke elementen de stedenbouwkundige samenhang van de wijk vormen. Het plangebied maakt onderdeel uit van een collectieve buurt ‘Nieuw Kinderdijk’ bestaande uit arbeiderswoningen opgericht omstreeks 1930 - 1950.
Kenmerkend voor de buurt is de ruimtelijke samenhang van bebouwing. De samenhang bestaat uit een stedenbouwkundige structuur met smalle straten, ondiepe voortuinen, weinig openbaar groen, detaillering in de toegepaste architectuur waarin de rijstructuur wordt benadrukt. Nieuwe bebouwing dient aan te sluiten bij het bestaande bebouwingsritme van detaillering, bouwvorm, massa en dakvlak van omliggende woningen. Uit de kenmerkende structuur volgen regels per wijk waar een ontwerp voor nieuwe bouwwerken aan wordt getoetst. Belangrijke bepalende stedenbouwkundige elementen zijn onder meer: open hoeken, smalle straten, zadeldaken, rode keramische pannen, lange lijnen in het straatbeeld, sober en functioneel gevelbeeld. Specifiek voor de wijk ‘Nieuw- Kinderdijk’ is daaraan toegevoegd: smalle straten met Delftse stoepen, lange lijnen in het straatbeeld, zadeldaken met rode of grijze keramische dakpannen. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat deze dienen aan te sluiten bij bestaande halfopen bouwblokken en de architectonische karakteristiek. Nieuwe bebouwing dient daarbij de ritmiek van schoorstenen en dakkapellen aan te houden en aan te sluiten bij de bestaande plasticiteit. Aanbouwen of bijgebouwen in zijstroken op koppen van rijen worden niet toegestaan.
Door aan te sluiten op de welstandcriteria uit het beeldkwaliteitsplan wordt de inpasbaarheid van een ontwikkeling binnen de karakteristiek van het landschap geborgd. De planstudie is voorgelegd aan de Welstandscommissie en op hoofdlijnen beoordeeld. Per besluit op de beoordeling van de conceptaanvraag is aangegeven dat de Welstandcommissie van mening is dat het plan geen afbreuk doet aan de welstand en past binnen de uitgangspunten van de Welstandsnota van Alblasserdam. In de volgende paragraaf worden de welstandcriteria in relatie tot de beoogde ontwikkeling nader uiteengezet.
2.3
Beoogde situatie
Voor de ontwikkeling is in juni 2022 een planstudie opgesteld waarin de twee vrijstaande woningen zijn weergegeven. Met de inrichtingsschets is op de volgende wijze invulling gegeven aan de algemene en gebiedsgerichte welstandscriteria voor de collectieve woonwijk ‘Nieuw-Kinderdijk’.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
10
Situering De planlocatie bevindt zich ten westen van de in de jaren ’50 gerealiseerde woonstraat Fop Smitstraat met samenhangende rijbebouwing en ten oosten van het historische dijklint aan de WestKinderdijk. De dijken zijn de belangrijkste structuurdragende landschapselementen in het gebied. De bebouwingsstructuur van het dijklint bestaat uit vrijstaande woningen met veel doorzichten en ruime achtertuinen. De bebouwing aan het dijklint Oost-Kinderdijk varieert sterk in architectuur en detaillering. De bebouwing aan de aanliggende arbeiderswijk ‘Nieuw-Kinderdijk’ kenmerkt zich door lange lijnen en functionele architectuur. Met de realisatie van twee vrijstaande woningen wordt een logische overgang tussen het dijklint met overwegend individuele vrijstaande woningen en de collectieve woonwijk gerealiseerd. Door de vrijstaande bouwwijze worden de voor het dijklint kenmerkende doorzichten van en naar de dijk teruggebracht. Met de situering aan de voorzijde van de kavel (‘Delftse stoep’), de halfopen bouwvorm van de woningen en de aanleg van een gedeeld voorerf wordt aangesloten bij de karakteristiek van de collectieve woonwijk ‘Nieuw-Kinderdijk’. Hoofdvormen van het bouwwerk De woningen zijn vrijstaand en hebben een enkelvoudige hoofdmassa. Met deze bouwvorm wordt aangesloten op de aanliggende bebouwing aan het dijklint.
Met de functionele vormgeving, orientatie en kleurgebruik wordt aangesloten bij aan de aanliggende woningen aan de Fop Smitstraat. De nieuwe bebouwing beschikt over twee bouwlagen en een kap en een open hoek aan de straatzijde. De beoogde bouwhoogte en goothoogte passen binnen de maximale maatvoering van het bestemmingsplan. De gedetailleerde uitwerking waaronder het kleur- en materiaalgebruik vindt plaats in de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Gevelaanzicht Met het aanzicht van de woningen wordt onder meer wat betreft de geleding van de gevel aangesloten op de bebouwingskarakteristiek van de aanliggende collectieve woonwijk. De uitwerking van de geveldetaillering vindt plaats in de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Materialisatie, detaillering en uitvoering In kleur- en materiaalgebruik en in detaillering wordt aangesloten bij de omgevingskarakteristiek van de aanliggende collectieve woonwijk. Er is sprake van een ingetogen vormgeving en een landelijke uitstraling. Binnen het terrein wordt een collectief woonerf gerealiseerd. De ingang van het terrein wordt afgeschermd met een neerklapbare parkeerpaal of parkeerbeugel. Binnen de ontwikkeling zal zoveel mogelijk uitgegaan worden van natuurinclusief bouwen. Bij de ontwikkeling van de woningen zal gebruik gemaakt worden van niet-uitlogende materialen.
Hemelwater kan deels worden opgevangen in de vorm van gietwater voor de tuin. Door de herontwikkeling van een bedrijfsperceel naar een woonperceel met tuin vindt een uitbreiding plaats van het areaal groen en neemt de bebouwde oppervlakte af. De aard van de ontwikkeling leidt tot een meerwaarde voor de natuur. Verkeer en parkeren In de beoogde situatie zal de aanbouw van de bestaande woning aan de Fop Smitstraat 48 worden gesloopt. Hierdoor zal in de beoogde situatie geen sprake zijn van een uitkragende luifel en vervalt de huidige tweede toegangsdeur naar de woning op de toekomstige perceelsinrit. Op eigen perceel zullen 5 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de geldende parkeernorm. Binnen het collectieve woonerf is voldoende ruimte om te keren. Het gedeelte vóór de voorgevels van de woningen wordt gerealiseerd als privaat terrein. Het terrein wordt afgesloten door middel van een neerklapbare parkeerpaal of parkeerbeugel. De verkeersgeneratie als gevolg van de herontwikkeling van een bedrijfsfunctie naar een woonfucntie voor twee woningen is marginaal en inpasbaar in het heersende verkeersbeeld. Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
11
Figuur 4
Uitsnede planstudie Fop Smitstraat (BurgtStaete BV d.d. juni 2022)
Conclusie Met het inrichtingsplan wordt betreft de situering en oriëntatie van bebouwing aangesloten bij de algemene welstandscriteria en aanvullende gebiedscriteria voor de woonbuurt ‘Nieuw-Kinderdijk’. De detaillering, kleur- en materiaalgebruik zal eveneens aansluiten op de omgevingskarakteristiek en wordt nader uitgewerkt in de omgevingsvergunningaanvraag voor het onderdeel bouwen. Het realiseren van een tweetal vrijstaande woningen conform de planstudie past binnen de voorwaarden uit het welstandsbeleid. Zie tevens bijlage 1.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
12
3.
BELEID
In dit hoofdstuk worden de actuele ruimtelijke beleidskaders weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (Novi) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de grote nationale opgaven. De NOVI benoemt nationale belangen, geeft richting op vier prioriteiten en maakt keuzes. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de omgevingsvisie de status hebben van een Nationale Omgevingsvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; -
Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Plangebied De ontwikkeling van twee woningen binnen de bebouwde kom van Alblasserdam is kleinschalig van aard en is niet strijdig met het Rijksbelang. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid zoals opgenomen in de NOVI.
3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vastgesteld op 13 maart 2012. De SVIR geeft een integraal kader voor de Rijksdoelen en de nationale belangen op het gebied van ruimte en mobiliteit en vervangt onder meer de Nota Ruimte. Het beleidskader schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Uitgangspunt van de SVIR is om de ruimtelijke ordening te decentraliseren en regelgeving zo veel mogelijk te vereenvoudigen. De SVIR benoemt 13 nationale belangen die worden weergegeven in de Nationale ruimtelijke hoofdstructuur. De SVIR benoemd hierbij drie hoofddoelen: -
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door versterking van de ruimtelijk-
-
economische structuur; Het verbeteren en behouden van de bereikbaarheid;
-
Waarborgen van een leefbare en veilige woonomgeving.
De nationale belangen uit het SVIR-belangen worden juridisch beschermd via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Conclusie Het initiatief heeft geen betrekking op één van de Rijksbelangen die zijn opgenomen in de SVIR. Het initiatief past dan ook binnen de beleidskaders van de SVIR. Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
13
3.1.3 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening heeft de minister voor een beperkt aantal onderwerpen algemene regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Sinds 1 oktober 2012 maakt de ladder voor duurzame verstedelijking onderdeel uit van het Besluit ruimtelijke ordening. Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.
Uit jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling die voorziet in niet meer dan 11 woningen, niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt kan worden. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling heeft geen betrekking op één van de nationale belangen uit de ruimtelijke hoofdstructuur. De beoogde ontwikkeling maakt de ontwikkeling van een tweetal woningen mogelijk binnen de bebouwde kom. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1 lid 6 Bro. Ter hoogte van het plangebied gelden bouwbeperkingen voor de aanleg van hoge bouwwerken (boven de 90 meter t.o.v. NAP) als gevolg van de werking van militaire radarstations. Binnen het plangebied worden geen hoge bouwwerken mogelijk gemaakt. Conclusie Onderhavige ontwikkeling past binnen de beleidsregels van het Barro.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Vanaf 1 april 2019 zijn de Zuid- Hollandse Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening in werking getreden. Binnen het huidige omgevingsbeleid is het sectorale beleid samengevoegd in één digitaal raadpleegbaar systeem. In de Omgevingsverordening vinden de ruimtelijke structurele beleidsopgaven uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd augustus 2021) doorwerking. De centrale doelstelling van het provinciale omgevingsbeleid bestaat uit het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De kwaliteit van het landschap kan worden bepaald op basis van een aantal beoordelingsniveaus. Dit zijn de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving. In de provinciale kwaliteitskaart worden deze samengevat in één integrale kaart. Voor het hele grondgebied uiteengezet welke kenmerken (richtpunten) belangrijk zijn voor een gebied. De gebiedsprofielen bieden een handvat om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact van een ontwikkeling is. Afhankelijk van de invloed van een ontwikkeling op de bestaande gebiedsidentiteit en er sprake is van ‘inpassen’, ‘aanpassen’ of ‘transformeren’, zijn er mogelijk aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de gebiedskwaliteit te versterken.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
14
Het plangebied bevindt zich in het bestaand stad- en dorpsgebied. Het verstedelijkingsbeleid van de provincie is gericht op een concentratie van bebouwing en voorzieningen binnen bestaand stads- en dorpsgebied BSD). Door het bundelen van investeringen in het stedelijk gebied, blijft de kwaliteit behouden en versterkt. De provincie beoogt om het bestaande stads- en dorpsgebied beter te benutten door middel van verdichting, herstructurering en transformatie. Tegelijkertijd streeft de provincie naar het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving binnen de bebouwde ruimte. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn op basis van de Omgevingsverordening mogelijk na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. Aan een ontwikkeling dient ook op regionale schaal zowel in kwantitatieve en kwalitatieve zin behoefte te zijn. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een bestaande stedelijke structuur dienen bij te dragen aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Ontwikkelingen dienen te passen binnen de met elkaar samenhangende ruimtelijke elementen en functies die het gebied in de loop der tijd hebben vormgegeven en de karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Beoordeling De kern Alblasserdam is een groen en besloten dijkdorp in een open rivierdeltalandschap.
Het dijklint vormt een belangrijk structuurbepalend element voor de opbouw van de huidige kern. Het plangebied maakt volgens de Omgevingsvisie Zuid- Holland onderdeel uit van het bestaand Stadsen dorpsgebied. Beleidsuitgangspunten voor dergelijke gebieden zijn het behouden en versterken van de ruimtelijke karakteristiek. De omgeving van het plangebied heeft een compacte en kleinschalige, dorpse karakteristiek. Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bedrijfslocatie binnen een woongebied gesaneerd en getransformeerd in een woonfunctie. De beoogde ontwikkeling past wat betreft de aard en schaal in de bestaande structuur. Er worden immers lintwoningen gerealiseerd, als inbreidingslocatie binnen een woongebied. Er is sprake van een ontwikkeling welke inpasbaar is in de bestaande karakteristiek (kwaliteitscategorie: ‘inpassen’). De wijze waarop met de planstudie is aangesloten op de omliggende bebouwingsstructuur, is reeds uitvoerig beschreven in hoofdstuk 2. Ter hoogte van het plangebied zijn geen bijzondere beschermingscategorieën van toepassing zoals de zogenaamde gebieden met topkwaliteit (EHS, Natura 2000 of cultuurhistorische kroonjuwelen) of bijzondere natuurwaarden. Er is sprake van een kleinschalige ontwikkeling binnen de bebouwde kom. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.
De beoogde woningen passen binnen de regionale woningbouwafspraken, zoals in de navolgende paragraaf wordt behandeld.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
15
Figuur 5
Uitsnede Kwaliteitskaart Zuid Holland: ‘Steden en dorpen’. Plangebied aangeduid met gele ster
(bron.ruimtelijkeplannen.nl)
Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de beleidsdoelstellingen zoals vastgelegd binnen de Omgevingsverordening en de Omgevingsvisie Zuid-Holland
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regionale ruimtelijke strategie Drechtsteden Op 14 januari 2014 is de geactualiseerde structuurvisie ‘Ruimtelijke strategie Drechtsteden’ vastgesteld. De strategie geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van de Drechtsteden. Hierbij staan 6 thema’s centraal: aantrekkelijk leefklimaat, economische ontwikkeling, externe veiligheid, klimaatadaptie, bereikbaarheid en duurzaamheid. In de ruimtelijke strategie wordt Alblasserdam beschreven als een karakteristiek dijkdorp tussen rivier en polder. Het dorpse karakter is relatief goed bewaard gebleven. De beoogde ontwikkeling voorziet in het versterken van een aantrekkelijk leefklimaat door de bijdrage van het plan aan het ontwikkelen van een dorps woonmilieu in het bestaande dijkdorp. Met de uitvoering van de woningen zal zo veel mogelijk worden uitgegaan van duurzaam bouwen.
3.3.2 Regionale Woonvisie 2017-2031 In de regionale groeiagenda Drechtsteden 2030 is door 7 samenwerkende gemeente uit de regio een regionale investeringsagenda opgesteld voor gebiedsontwikkelingen. Centraal in het beleid staat dat de Drechtsteden functioneren als één stedelijk gebied met één woningmarkt. De agenda is opgebouwd uit de sleutels: goed wonen, goede bereikbaarheid en goed werken met duurzaamheid, kwaliteit en innovatie als verbindend element. Centraal in de programmalijn Transformatie Woonmilieus staat het ontwikkelen van de Drechtsteden als aantrekkelijke woonregio. Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
16
De centrale doelstelling van het regionale woonbeleid is het realiseren van een aantrekkelijk woonmilieu. Met de ambities uit de Regionale woonvisie wordt tevens verdere invulling gegeven aan de ambities uit de ‘Groeiagenda Drechtsteden 2030’. In de Drechtsteden is behoefte aan groen- en blauwstedelijk, dorps en landelijk wonen. Sinds het economisch herstel vanaf 2015 en de daaruit voortkomende groeiende vraag naar woningen heeft de regio ook een kwantitatieve opgave waarbij invulling wordt gegeven aan de regionale woonbehoefte. Tot 2031 wordt op basis van demografische en economische ontwikkelingen en trends rekening gehouden met een autonome groei 9.560 huishoudens (woonbehoefteonderzoek RIGO 2017). In de nieuwbouwopgave wordt tevens ingespeeld op het huidige tekort aan passende woningen in de omliggende grote steden. Uit het woonbehoefteonderzoek blijkt dat er regionaal een grotere vraag is naar koopwoningen en eengezinswoningen. Bij nieuwbouwplannen in de koopsector wordt met name ingezet op het ontwikkelen van voldoende aanbod in het duurdere segment (>€300.000). Door de realisatie van aantrekkelijke en onderscheidende woonmilieus in het duurdere segment, wordt de uitstroom van hogere inkomens beperkt, worden nieuwe koopkrachtige huishoudens aangetrokken en wordt de doorstroming binnen de regionale woningmarkt gestimuleerd.
Het regionale woningbouwbeleid geeft invulling aan de prognose door in de periode tot 2031 zo’n 15.000 extra woningen te realiseren naast de autonome groeiopgave. In het woningbouwbeleid is tevens de ambitie opgenomen om de bebouwde omgeving in 2035 energieneutraal gerealiseerd te hebben. Gemeenten stellen binnen de kaders van de regionale woonvisie een lokale uitvoeringsparagraaf op. Beoordeling Met de beoogde kleinschalige ontwikkeling worden vrijstaande woningen binnen het hogere segment gerealiseerd. De locatie is goed ontsloten en ligt binnen een aantrekkelijk woongebied. De woningen grenzen aan het historische beschermde dorpsgezicht van Alblasserdam, tussen de groene zones van het Rijzenwiel en de Kattenwaal. De woningen hebben aan de achterzijde zicht op de WestKinderdijk. Met de ontwikkeling wordt bijgedragen aan het versterken van een aantrekkelijk dorps woonmilieu. Het plan draagt bij aan het aantrekken van hogere inkomensgroepen naar de regio, de doorstroming binnen de lokale woningmarkt en het beperken van de uitstroom van hogere inkomens uit de gemeente. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de doelstellingen van het regionale woningbouwbeleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Alblasserdam 2040 De Structuurvisie Alblasserdam 2040 is vastgesteld op 29 oktober 2013 en vormt het ruimtelijke beleidskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente tot 2040. De structuurvisie is opgebouwd uit een beschrijving van het profiel van de gemeente, een beschrijving van de lange termijn ruimtelijke opgaven en ambities welke zijn vertaald in bijbehorende ontwikkelstrategieën. De structuurvisie vormt het ruimtelijke toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. In de gemeente Alblasserdam worden geen grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen voorzien. Het uitgangspunt van de visie is het behoud en de versterking van het profiel van een ‘bedrijvig Hollands dijkdorp’. Bepalend voor de gemeente is de ligging tussen rivier en polderlandschap. Het dorp Alblasserdam heeft hierdoor twee gezichten (‘januskop’): enerzijds een stedelijk deel met voorzieningen en maritieme bedrijvigheid en anderzijds een kleinschalig en groen polderdorp. Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
17
Belangrijke ambities voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn: het behoud van de lintstructuur, het ontwikkelen van hoogwaardige dorpsranden en het versterken van het contact met de rivier. Bij nieuwbouw wordt ingezet op het vergoten van de variatie in woningtypen en onderscheidende leefmilieu’s. Voor de ontwikkelingen van toekomstige woningen binnen de kern zijn leefmilieu’s gedefinieerd die van elkaar verschillen in de mate van functiemenging. Om de kern toekomstbestendig te houden, dienen nieuwe ontwikkelingen bij te dragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefbaarheid in de woongebieden. Door aan te sluiten op de karakteristiek van de dorpse leefmilieu’s wordt bijgedragen aan het aangenaam wonen binnen de gemeente. Beoordeling Het plangebied maakt onderdeel uit van het leefgebied ‘rustig groen’ en grenst aan het ‘suburbaan woonmilieu’. Kenmerkend is de combinatie tussen wonen, groen en water. Tevens grenst het plangebied aan het beschermd dorpsgezicht van Alblasserdam. Onderdeel van deze historische stedenbouwkundige structuur zijn de dijken met historische dijkbebouwing, de wielen, landschappelijke zichtlijnen en de historische kern. De omgeving van het plangebied kent weinig functiemenging. De beoogde realisatie van twee vrijstaande koopwoningen langs de West-Kinderdijk, sluit in aard, schaal en bouwwijze aan op de bestaande structuur van de omgeving.
Figuur 6
Uitsnede Leefmilieus: ‘Rustig groen’. Plangebied rood omcirkeld (bron: Structuurvisie
Gemeente Alblasserdam)
Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de structuurvisie.
3.4.2 Lokaal uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031 Met de Nota Wonen 2012-2020 werd een uitwering gegeven aan de doelstellingen uit de regionale Woonvisie Drechtsteden. De Drechtsteden benaderen de regio als een gezamenlijke woningmarkt en één stedelijk gebied. In mei 2019 is het lokale woningbouwbeleid van Alblasserdam geactualiseerd in het uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031. Op lokaal niveau is sprake van een autonome huishoudensgroei van circa 490 huishoudens. De plancapaciteit tot 2017 sluit reeds voldoende aan bij de te verwachten autonome groei. Op regionaal niveau is afgesproken dat alle gemeenten tevens invulling geven aan de gewenste bovenlokale kwalitatieve opgave. Regionaal is een overcapaciteit van 40% besproken om uitval van plannen te compenseren. Voor Alblasserdam
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
18
is van belang dat met de groeiopgave ook in het behoud van het dorpse en groene karakter en een goede bereikbaarheid behouden blijven. In kwalitatief opzicht is behoefte aan eengezinswoningen (koop) in het duurdere segment (>300.000). Door koopkrachtige huishoudens aan te trekken, ontstaat een meer evenwichtige bevolkingsopbouw en een breder draagvlak voor voorzieningen. De realisatie van aantrekkelijke woonmilieu’s gericht op meer koopkrachtige huishoudens voorkomt uitstroom van deze inkomensgroep en brengt een regionale verhuisketen op gang. De ontwikkeling van duurdere woningen op onderscheidende locaties wordt gezien als een hefboom voor sociaaleconomische groei. Beoordeling Onderliggende bestemmingsplan voorziet in een planologisch kader op basis waarvan twee vrijstaande gezinswoningen gerealiseerd kunnen worden. De woningen vallen onder het duurdere koopsegment. De locatie is goed ontsloten, ligt bij de dijk, in een groene omgeving en grenst aan het beschermd dorpsgezicht van de kern. Het ontwikkelen van duurdere koopwoningen is passend op de locatie. Met de beoogde ontwikkeling wordt bijgedragen aan een evenwichtige bevolkingssamenstelling en het ontwikkelen van een aantrekkelijk woonmilieu. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de doelstellingen uit het lokale woningbouwbeleid.
3.4.3 Energiestrategie ‘Drechtsteden, Energieneutraal 2050’ Met de regionale energiestrategie wordt invulling gegeven aan de duurzaamheidsambities uit de Groeiagenda 2030. Verbindende thema’s uit de groeiagenda zijn: duurzaamheid, kwaliteit en innovatie. In het toekomstperspectief wordt beschreven op welke wijze de Drechtsteden energieneutraal kunnen worden en wat dit betekent voor de regionale werkgelegenheid. Het toekomstperspectief is uitgewerkt in bouwstenen. Doelstelling voor de Drechtsteden is om in 2050 volledig energieneutraal te zijn. Voor de gebouwde omgeving wordt een snellere transitie voorgenomen: namelijk energieneutraal in 2035. Door de uitfasering van het gebruik van fossiele brandstoffen, energiebesparing en het gebruik van duurzame bronnen, wordt de kwaliteit van de leefomgeving verbeterd. De gevraagde aanpassingen aan de bebouwde omgeving creëren lokale arbeidsplaatsen en hebben daarmee ook lokale sociaal-economische opbrengsten. Beoordeling De beoogde woningen worden gasloos gerealiseerd zoals het Bouwbesluit 2012 inmiddels voorschrijft. Tijdens de bouw wordt zoveel mogelijk uitgegaan van het gebruik van duurzame bouwmaterialen en energiebesparing. Conclusie Het herstructureren van een bedrijfslocatie naar een gasloze woonfunctie past binnen de doelstellingen uit de regionale energiestrategie.
3.4.4 Bestemmingsplan De planologische kaders voor de locatie zijn vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ (vastgesteld 31 maart 2015). Aan de planlocatie is de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend met een bouwvlak ter hoogte van de bestaande bedrijfsbebouwing. Tevens geldt ter plaatse de dubbelbestemmingen ’Waarde- Archeologie 6’ ter bescherming van archeologische waarden in de ondergrond. Binnen de geldende bestemming zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan uit maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten uit bijlage 1 van het bestemmingsplan. Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
19
Beoordeling Het geldende bestemmingsplan voorziet niet in afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden op basis waarvan de woningen gerealiseerd kunnen worden. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken zal het geldende bestemmingsplan moeten worden herzien. Met onderliggend bestemmingsplan wordt een nieuw planologisch kader geboden op basis waarvan de benodigde vergunningen voor het bouwen van de woningen kunnen worden aangevraagd. Ter plaatse worden 2 vrijstaande woningen mogelijk gemaakt. De bestaande bedrijfsbestemming wordt op basis van onderliggend bestemmingsplan gewijzigd in een woonbestemming. De planregels zijn gebaseerd op de bouw- en gebruiksbepalingen zoals opgenomen binnen de bestemming ‘Wonen’ uit het geldende bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’. De maximale bouwhoogte en goothoogte van de woningen bedragen respectievelijk 10 meter en 6,5 meter. De planstudie is stedenbouwkundig beoordeeld en door de welstandscommissie op hoofdlijnen getoetst aan de geldende welstandsnota (zie hoofdstuk 2). De planstudie is stedenbouwkundig inpasbaar en doet geen afbreuk aan de welstand. Uit hoofdstuk 4 en uit aanvullend milieuonderzoek blijkt dat de ontwikkeling milieukundig inpasbaar is. Parkeren vindt plaats op eigen perceel conform de parkeernormen uit de geldende parkeernota.
Figuur 7
Uitsnede Bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ uit 2015. Plangebied aangegeven met
rode cursor (bron: Ruimteljkeplannen.nl)
Ter hoogte van het planperceel geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen vanaf een bewerkingsdiepte van 400 cm-mv en een oppervlakte van meer dan 500m2. Bij de aanlegactiviteiten zal de vrijstellingsgrens van de bewerkingsoppervlakte worden overschreden. De vrijgestelde bewerkingsdiepte wordt overschreden als gevolg van de aanleg van de paalfundering van de woningen. Bij een paalzetting tot 5% van het nieuw te bebouwen oppervlak is sprake van een algemeen aanvaardbare en beperkte verstoring van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Bj de sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten van de woningen zullen geen of in aanvaardbare beperkte mate archeologische waarden worden bedreigd of verstoord. Nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
20
Conclusie Met onderliggend bestemmingsplan worden de beoogde woningen planologisch mogelijk gemaakt. De ruimtelijke en milieukundige inpasbaarheid op de locatie is onderzocht in hoofdstuk 2, 3 en 4.
3.3.3 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Een functiewijziging is mogelijk mits wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Een ruimtelijke ontwikkeling mag niet leiden tot parkeeroverlast voor de omgeving. In oktober 2019 is het GVVP vastgesteld. In het GVVP is tevens de parkeernotitie uit 2014 opgenomen op basis waarvan het benodigde aantal parkeerplaatsen per ruimtelijke ontwikkeling kan worden bepaald. De parkeervraag van een ontwikkeling dient in eerste instantie op eigen terrein opgevangen te worden. Het GVVP maakt onderscheid in verschillende gebiedstypologieën en woningcategorieën. In bijlage 1 van het GVVP zijn de te hanteren parkeernormen weergegeven. Het plangebied maakt onderdeel van het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Voor een vrijstaande koopwoning geldt een parkeernorm van 2,2 parkeerplaats per woning. Binnen de norm is tevens het bezoekersaandeel opgenomen. Binnen het plangebied zijn op basis van de geldende parkeernormen 2x 2,2= 4,4 parkeerplaatsen benodigd. Binnen de parkeernorm is het aandeel bezoekers van 0,3 parkeerplaats per woning opgenomen. De parkeervoorzieningen worden gerealiseerd op eigen perceel. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om in de benodigde 3,8 parkeerplaatsen te kunnen voorzien voor eigen vervoersmiddelen. Per woning wordt een eigen oprit met parkeerplaats gerealiseerd.
In het nieuw aan te leggen collectieve woongebied wordt tevens 2 parkeerplaatsen aangelegd op de perceelgrens. Binnen het perceel is ruimte voor het parkeren van een extra voertuig voor bezoekers. In de huidige situatie is aan de achterzijde van de woning aan de Fop Smitstraat 48 een tweede entree tot de woning, aangrenzend aan de inrit tot het plangebied gesitueerd. In de nieuwe situatie is deze combinatie van erftoegangsweg en woningtoegang in het kader van de verkeersveiligheid ongewenst. In samenhang met het plan zal het deel van de aanbouw, inclusief de tweede entree, en de huidige luifel worden gesloopt. Conclusie In de planstudie voor het plangebied is invulling gegeven aan de gemeentelijke parkeernormen. De invulling van de parkeerbehoefte en de ontsluiting van het plangebied staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
21
4.
OMGEVINGSASPECTEN
4.1
Cultuurhistorie en archeologie
4.1.1 Cultuurhistorie Ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden vindt er steeds meer een verschuiving plaats van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten. Hiermee wordt de richting die met de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg 2009 (MoMo) is ingeslagen verder voortgezet. De moderne monumentenzorg heeft twee uitgangspunten: van objectgericht naar omgevingsgericht en van conserverend naar ontwikkelend. Dit vertaalt zich in een beleid met minder regels, het meewegen van cultuurhistorische belangen in de ruimtelijke ordening en meer mogelijkheden voor het herbestemmen van gebouwen. Sinds de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening van 1 januari 2012, dienen cultuurhistorische en archeologische waarden te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Plangebied In de cultuurhistorische atlas van de Provincie Zuid-Holland maakt het plangebied onderdeel uit van de verloopcontouren van de waterdriehoek en van de Oude Hollandse Waterlinie. De West Kinderdijk is aangemerkt als een historisch landschappelijke lijn met een redelijk hoge waarde. Het beleid voor cultureel erfgoed van provinciaal belang is vastgelegd in de Omgevingsvisie. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen in aard en schaal te passen binnen de identiteit van het landschap.
Structuurbepalende elementen zijn de West Kinderdijk als landschapselement, de openheid van het veenweidegebied in contrast tot de bebouwde kom, de doorzichten vanaf de dijk. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te passen in de identiteit van het dorp. De beoogde ontwikkeling maakt de realisatie van twee vrijstaande grondgebonden woningen tussen het historische dijklint, de historische kern en een vroege uitbreidingswijk van de kern mogelijk. De huidige grootschalige bedrijfsbebouwing en de bedrijfsactiviteiten worden beëindigd. Met de transformatie van een bedrijfslocatie naar een woonerf wordt beter aangesloten op de omliggende woonfunctie. Met de situering, detaillering en landelijke bouwstijl van de woningen wordt zowel een verbinding gelegd tussen de zichtrelatie naar de dijk en het karakter van de collectieve woonwijk. Conclusie De ontwikkeling sluit aan op de kenmerkende cultuurhistorisch waardevolle structuren.
4.1.2 Archeologie De bescherming van archeologisch erfgoed is sinds de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007 hoofdzakelijk de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld die in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. De Wamz is een wijzigingswet die een wijziging omvat van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet. Op grond hiervan moeten overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening houden met het behoud van archeologische waarden. Plangebied De planlocatie is in het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’ aangemerkt met de dubbelbestemming
Waarde–Archeologie
6.
Ter
plaatse
geldt
een
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
lage
archeologische 22
verwachtingswaarde. Bodemingrepen onder de vrijstellingsgrens zijn uitgezonderd van archeologisch onderzoek. Op basis van de regels van het bestemmingsplan is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen die dieper reiken dan 400 cm-mv waarbij tevens bouwwerken worden opgericht van een oppervlakte vanaf 500m2. Bij de bouw van de woningen zal de vrijstellingsgrens van de bewerkingsoppervlakte worden overschreden. De vrijgestelde bewerkingsdiepte wordt alleen overschreden als gevolg van de aanleg van de paalfundering van de woningen. Bij een paalzetting tot 5% van het nieuw te bebouwen oppervlak is sprake van een algemeen aanvaardbare en beperkte verstoring van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Bj de sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten van de woningen zullen geen of in aanvaardbare beperkte mate archeologische waarden worden bedreigd of verstoord. Nader archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie De nieuwe bodemwerkzaamheden als gevolg van de aanleg van nieuwe bebouwing zijn kleinschalig van aard. Het aspect archeologie is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.2
Duurzaam bouwen
Het begrip ‘duurzaam bouwen’ is door het ministerie van VROM in 1995 geïntroduceerd om de kwaliteit van bouwen te verhogen en de duurzaamheid van de te gebruiken materialen en de te onderscheiden processen te waarborgen. Een belangrijk wettelijk instrument hiervoor is het Bouwbesluit waarin onder meer de energieprestatie zijn opgenomen. Conclusie Bij het bouwen van de woningen wordt uitgegaan van duurzaamheidsaspecten zoals gasloos bouwen, gebruik van duurzame energievoorzieningen (zonnepanelen/warmtepompen), duurzaam ruimtegebruik (aansluiten op bestaande structuren) en natuurinclusief bouwen (toegevoegde ecologische waarde). De omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen zal voldoen aan de duurzaamheidscriteria van het bestemmingsplan, de vereisten voor nieuwbouw uit het Bouwbesluit en de richtlijnen vanuit het waterschap voor het duurzaam omgaan met water. Hiermee is duurzaam bouwen gewaarborgd. De natuurwaarden nemen toe door de transformatie van een bedrijfsperceel naar een woonperceel met tuin.
4.3
Geluid
4.3.1 Wegverkeerslawaai Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan zoals bedoeld in artikel 3.6 lid 1 Wro dient inzichtelijk gemaakt te worden dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbare geluidsbelasting. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoor- of verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder gelden de onderstaande normen voor geluidzones:
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
23
Tabel 2: Geluidszone wegverkeerslawaai
Gebied
Aantal rijstroken
Breedte meters
Stedelijk
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
Buitenstedelijk
geluidzone
in
De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe geluidgevoelige objecten binnen deze geluidzones is 48 dB. Voor binnenstedelijke gebieden geldt bij nieuwbouw een maximale ontheffingswaarde tot 63 dB (wegen) op de gevel van de woning. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de geluidbelasting op de gevel binnen de maximaal toelaatbare waarde blijft, kan het College van B&W via een besluit tot vaststelling hogere waarden een ontheffing verlenen. Ontheffing kan alleen worden verleend indien maatregelen die gericht zijn op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanuit stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk of financieel oogpunt redelijkerwijs niet mogelijk zijn. Bovendien dienen maatregelen genomen te worden om zeker te stellen dat de geluidsbelasting op de binnengevel van de woningen maximaal 33 dB bedraagt. De gemeente Alblasserdam heeft eigen geluidbeleid vastgesteld in het document ‘Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening’. Op grond van dit beleid moet bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, het geluid afkomstig van 30-km wegen op dezelfde wijze worden beoordeeld als het verkeer op gezoneerde wegen. Beoordeling Een woning is een geluidgevoelig object in het kader van de Wet Geluidhinder. Door De Roever Omgevingsadvies is in februari 2022 een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd voor de nieuwe situatie.
De woningen worden gesitueerd binnen de bebouwde kom van Alblasserdam en binnen de invloedssfeer van de West- Kinderdijk en het Zwarte Paard. Voor deze wegen geldt ter hoogte van het plangebied een maximumsnelheid van 50 km/ uur. De wegen die onderdeel uitmaken van de bebouwde kom hebben een maximumsnelheid van 30 km/uur. Deze wegen zijn alleen relevant voor het bepalen van de cumulatieve geluidsbelasting. West Kinderdijk Uit de berekende geluidsbelasting voor de West Kinderdijk blijkt de geluidsbelasting op de gevel van beide woningen maximaal 47 dB te bedragen. Deze waarde is gemeten op de zuidwestelijke gevels van beide woningen op de tweede verdieping. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Zwarte Paard Uit de berekende geluidsbelasting voor het Zwarte Paard blijkt de geluidsbelasting op de gevel van beide woningen maximaal 37 dB te bedragen. Deze hoogste waarde is gemeten op de noordwestgevel van de meest noordelijke woning op de tweede verdieping. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Cumulatieve geluidsbelasting Uit de berekening van de cumulatieve geluidbelasting op de gevel voor omliggende wegen, inclusief de wegen in de 30 km/uur zone, blijkt dat deze maximaal 52 dB bedraagt. De vereiste karakteristieke geluidwering volgens de eisen van het Bouwbesluit bedraagt in dit geval de minimumeis (20 dB).
Voor de beoordeling van het woon- en verblijfklimaat wordt uitgegaan van de kwaliteitsindicatie geluid van het RIVM. Op basis van een cumulatieve geluidsbelasting van 41 tot
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
24
maximaal 52 dB is sprake van een ‘zeer goed’ tot ‘redelijk’ woon- en leefklimaat. Hiermee is sprake van een acceptabel woon- en verblijfklimaat voor de beoogde bewoners van het plangebied. Conclusie Op basis van de berekende geluidbelasting op de gevels van de woningen blijkt dat er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Op basis van de berekende cumulatieve geluidsbelasting blijkt dat er sprake is van een ‘zeer goed’ tot ‘redelijk’ woon- en verblijfsklimaat voor de nieuwe bewoners. De invloed van wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er is geen hogere waarden procedure nodig. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 3.
4.4
Luchtkwaliteit
Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Om doorgang te vinden dient een ruimtelijke ontwikkeling: a. de grenswaarde niet te overschrijden; b. luchtverontreinigende stoffen dienen in concentratie (per saldo) niet toe te nemen; c.
Niet In Betekenende Mate bij te dragen volgens de in Bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarden; d. Onderdeel uit te maken van een vastgesteld onderdeel binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL) en dus is gericht op het aan de grenswaarden laten voldoen van grote ruimtelijke ontwikkelingen. Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wet milieubeheer). Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen voor een aantal luchtverontreinigende stoffen (Bijlage 2 Wet milieubeheer). Binnen de kaders van de Wet luchtkwaliteit werken Rijk, provincies en gemeenten samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren door middel van de gebiedsgerichte benadering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Op basis van artikel 5.16 van de Wet Luchtkwaliteit voldoen ruimtelijke ontwikkelingen aan de luchtkwaliteitseisen indien aannemelijk kan worden gemaakt dat de ontwikkeling: niet leidt tot overschrijdingen van een in Bijlage 2 (Wm) opgenomen grenswaarde voor -
luchtverontreinigende stoffen; per saldo leidt tot een verbetering van de luchtkwaliteit danwel niet leidt tot een verslechtering;
-
niet in betekende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een
-
luchtverontreinigende stof zoals opgenomen in Bijlage 2 (Wm); is opgenomen in een vastgesteld programma van maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit of het NSL.
Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor een aantal categorieën van projecten is op basis van getalsmatige grenzen vastgesteld wanneer er sprake is van een ontwikkeling welke op voorhand NIBM bijdraagt aan luchtverontreiniging. De ondergrens voor onderzoek bedraagt voor woningbouw: 1500 woningen netto bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
25
Beoordeling De ontwikkeling van twee vrijstaande woningen is kleinschalig en valt ruimschoots binnen de getalsmatige grenswaarden voor woningbouw. De verkeersbewegingen zullen in de nieuwe situatie afnemen ten opzichte van de huidige bedrijfsmatige invulling. De ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Uit de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit zijn voor het jaar 2020 de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen onderzocht. Uit de monitoringstool blijkt dat ter hoogte van het plangebied de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen. Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt eveneens niet overschreden. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 staan richtafstanden opgenomen voor het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Indien aan de richtafstanden wordt voldaan, kan zonder verdere toetsing worden aangenomen dat er sprake zal zijn van een goed woon-en leefklimaat. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten (inclusief de maximale planologische ruimte). De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Tabel 3: Richtafstandentabel VNG milieu-categorieën
Milieucategorie
Richtafstand in meters tot gevoelige bestemmingen Rustige woonwijk
Gemengd gebied
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
Bovenstaande tabel geeft (VNG 2009) per milieucategorie aan welke afstand tussen verschillende functies wordt aangehouden. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. Plangebied Het plangebied bevindt zich in een woongebied. De omgeving kan worden aangemerkt als rustige woonwijk met weinig tot geen functiemenging. In de omgeving van het plangebied komen uitsluitend een aantal aan de kern gebonden maatschappelijke functies voor zoals een basisschool en een kerk. Deze functies zijn kleinschalig, liggen op relatief grote afstand van het plangebied en passen in aard en schaal binnen een woonomgeving. Door de beoogde functiewijziging vervalt de huidige Bestemmingsplan ‘Fop Smitstraat 48 - Alblasserdam
26
bedrijfsbestemming en de hiermee samenhangende milieu-uitstraling vanuit het plangebied naar de omgeving. De functiewijziging leidt tot een verbetering van net woon- en leefklimaat ter plaatse. Conclusie De nieuwe woningen vormen geen nieuwe belemmering voor de ontwikkeling van omliggende activiteiten. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als gevolg van de planologische beëindiging van het gevestigde bedrijf, wordt het woon- en leefklimaat voor de omgeving verbeterd.