CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1a. Toelichting bestemmingsplan DOK 12.pdf

Commissie Grondgebied Alblasserdam 8 december 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 8: Ontwerp bestemmingsplan DOK 12 - Voorstel13.298 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN DOK 12 ontwerp

ruimte voor ideeën

Dok 12

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

3 3 3 4 5

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

7 7 7

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

11 11 12 14 16

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2 Externe veiligheid 4.3 Verkeer en parkeren 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Flora en fauna 4.7 Archeologie 4.8 Bodem 4.9 Water 4.10 M.e.r. beoordeling 4.11 Duurzaamheid

19 19 19 20 23 24 26 28 29 29 32 32

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid

35 35 35

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw regels 6.3 Bestemmingen

37 37 37 38

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

2 - 38

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding De gemeente wil een aantal functies binnen het sociaal dorpsnetwerk met betrekking tot Wmo, Jeugd- en Participatiewet onderbrengen in een nieuw gebouw naast het huidige Gezondheidscentrum DOK 11. Het nieuwe ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening en samenwerkingsconcept heet DOK 12. Ten behoeve van de realisatie van Dok 12 wordt op de hoek van de Parallelweg en de Esdoornlaan in Alblasserdam de bestaande bebouwing gesloopt en nieuwbouw gerealiseerd waarbij de onderste twee bouwlagen worden ingericht als ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening (Dok 12) en op de twee bovenste bouwlagen appartementen worden gerealiseerd. De realisatie van het zorg- en ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening is mogelijk binnen de geldende maatschappelijke bestemming (bestemmingsplan Herstelplan Alblasserdam). Maar de realisatie van de appartementen is niet toegestaan binnen de bestemming. Daarnaast is de beoogde nieuwbouw hoger dan de toegestane bouwhoogte en deels buiten het aangewezen bouwvlak gesitueerd. Het planvoornemen is daarom in strijd met het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van de appartementen en het ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening planologisch mogelijk.

Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt de grond verkocht aan een exploitant die het gebouw kan realiseren en de ruimtes kan verhuren. In het bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om via een binnenplanse afwijking ook appartementen op de begane grond en de tweede bouwlaag te realiseren in plaats van het zorg- en ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening. Hiermee wordt ruimte geboden om appartementen te realiseren in geval het zorg- en ondersteuningscentrum vertrekt en er geen herinvulling mogelijk is met een (andere) maatschappelijke functie, bijvoorbeeld vanwege het uitblijven van de vraag vanuit de markt naar een dergelijke functie.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Esdoornlaan 2 te Alblasserdam (kadastraal bekend als perceelnummer 2316, sectie C, gemeente Alblasserdam). Het plangebied grenst aan de Esdoornlaan (zuidoostkant), Parallelweg (zuidwestkant), het gebouw Dok 11 (noordkant) en een bestaande watergang (noordoostkant).

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

3 - 38

Afbeelding ligging en begrenzing plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan is 'Herstelplan Alblasserdam', vastgesteld op 31 maart 2015. Het plangebied is hierin bestemd voor 'Maatschappelijk -1'. De voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijke voorzieningen, parkeervoorzieningen, ondergeschikte horecavoorzieningen, groenvoorzieningen en water, speelvoorzieningen, erven en tuinen en paden en wegen. Onder maatschappelijke voorzieningen wordt verstaan; educatieve, (para)medische, (sociaal-)culturele, levensbeschouwelijke, religieuze voorzieningen, onderwijsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en voorzieningen voor sportbeoefening, kinderdagverblijven en kinderopvang. De functie wonen is niet toegestaan binnen deze bestemming. Daarmee is voor een deel van het planvoornemen (realisatie van woningen) sprake van strijdigheid met de vigerende bestemming. In de bouwregels is opgenomen dat hoofdgebouwen uitsluitend binnen het aangewezen bouwvlak mogen worden gebouwd. Op de verbeelding is een maximale bouwhoogte van 7 meter opgenomen. De nieuwbouw is hoger dan 7 meter en deels buiten het aangewezen bouwvlak gesitueerd. Het planvoornemen is in strijd met de bouwregels. Het plangebied is ook bestemd voor 'Waarde - Archeologie 5'.

Een archeologisch onderzoek is nodig wanneer bouwwerken worden gebouwd die dieper reiken dan 30 cm onder het maaiveld en een omvang van meer dan 500 m2 hebben. Deze dubbelbestemming wordt overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

4 - 38

Afbeelding uitsnede vigerend bestemmingsplan

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid behandeld. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de onderzoeken en beoordelingen van verscheidene milieuaspecten toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het plan beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de juridische planvorm beschreven.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

5 - 38

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

6 - 38

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie In het plangebied stond een school waar de afgelopen jaren een kinderdagverblijf in was gehuisvest. De bestaande bebouwing wordt gesloopt. Doordat de locatie braak komt te liggen is het mogelijk geworden een nieuw gebouw naast Dok 11 te realiseren en daarmee invulling te gegeven aan de visie voor Dok 12 waarbij onder meer een verbinding wordt gelegd tussen het gezondheidscentrum Dok 11 en het nieuwe zorg- en ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening Dok 12. Dit wordt nader toegelicht in de volgende paragraaf. De gemeente maakt de herontwikkeling planologisch mogelijk met voorliggend bestemmingsplan. Daarmee wordt de invulling van de visie voor Dok 12 ook planologisch mogelijk gemaakt. De grond wordt na vaststelling van het bestemmingsplan verkocht aan een exploitant, welk het gebouw gaat realiseren. De gemeente huurt de verzorgingsplint van de exploitant en de exploitant verhuurt de appartementen zelf. In de volgende paragraaf wordt het planvoornemen voor Dok 12 toegelicht.

2.2 Toekomstige situatie Voor het planvoornemen Dok 12 is een visiedocument opgesteld, hetgeen als Bijlage 2 is bijgesloten. Veel inwoners van Alblasserdam zijn zelfredzaam en zelfstandig. In het gemeentelijk beleid wordt ingezet op het bevorderen van eigen kracht. Sommige (kwetsbare) inwoners beschikken over onvoldoende eigen kracht. Daarom heeft de gemeente verschillende organisaties gevraagd om hen passende ondersteuning te bieden. Inwoners zouden deze organisaties laagdrempelig moeten kunnen vinden en benaderen en hun aanbod geïntegreerd kunnen ontvangen. Hiertoe wil de gemeente een aantal functies binnen het sociaal dorpsnetwerk m.b.t. Wmo, Jeugd- en Participatiewet onderbrengen in een nieuw gebouw naast het huidige Gezondheidscentrum DOK 11, dat een verbinding vormt tussen de nulde en eerstelijnszorg. Dit nieuwe gebouw en samenwerkingsconcept heet DOK 12. In DOK 12 kunnen alle inwoners met zorggerelateerde vragen en behoefte aan ondersteuning terecht. Daarbij gelden de uitgangspunten van de Wmo en Jeugdwet: zo dichtbij en licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Inwoners hoeven hun vraag maar één keer te stellen en worden zo snel mogelijk ondersteund bij hun hulpvraag en eventueel "warm" overgedragen naar een partner binnen het sociaal dorpsnetwerk.

Van hieruit vindt ook verbinding en samenwerking plaats met de nuldelijn van verenigingen, kerken en buurtnetwerken en kan zo nodig worden opgeschaald naar regionale partners. Met DOK 12 wil de gemeente inwoners een loket bieden, waar zij terecht kunnen met alle vragen op het gebied van Wmo, welzijn, Jeugdzorg, wonen, Werk & Inkomen en gezondheid, waar ze altijd met een antwoord op weg worden geholpen. Daarbij wil de gemeente met de samenwerking binnen DOK 12 voorkomen dat inwoners met dezelfde hulpvraag bij verschillende zorg- en welzijnspartners moeten aankloppen. DOK 12 moet meer zijn dan alleen een bedrijfsverzamelgebouw. De meerwaarde zit vooral in de veelzijdigheid, samenwerking, toegankelijkheid, uitwisseling en ontmoeting; dat laat zich vertalen in extra vierkante meters voor wachten, overleggen, trainen en ontmoeten. Het nieuwe ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening biedt in elk geval onderdak aan; Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) met daarin: consultatiebureau, algemeen- en schoolmaatschappelijk werk, cliëntondersteuning, opvoedondersteuning, jeugd- en gezinshulp Wmo-loket Ondersteuningsfuncties: vrijwilligers- en mantelzorgondersteuning, Wonen & leven, Sociaal Raadslieden en ouderenadviseur Psychiatrische basiszorg (geestelijke gezondheidszorg) Huisartsenpraktijk.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

7 - 38

Bovenop het nieuwe ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening worden nieuwe woningen gerealiseerd. Planvoornemen In het plangebied wordt nieuwbouw gerealiseerd bestaande uit 4 bouwlagen. Op de begane grond en de eerste verdieping worden de ruimtes ingericht voor het ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening en op de twee bovenste bouwlagen komen in totaal 12 appartementen. Naast het gebouw worden parkeerplaatsen aangelegd in het plangebied. De appartementen en het ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening krijgen beide een eigen ingang. In onderstaande afbeelding is het voorlopig ontwerp van de situatietekening opgenomen. Tussen het gebouw Dok 11 en het nieuwe gebouw Dok 12 komt een verbindingsbrug om de fysieke verbinding tussen beide gezondheidscentra te bevorderen. De uiteindelijke keuze voor de architectonische vormgeving van het gebouw wordt gemaakt door de toekomstige exploitant. Wel is in het bestemmingsplan de maximale maatvoering vastgesteld (bouwhoogte van 13,5 meter) en het complex mag uitsluitend binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. Dit bouwvlak is gebaseerd op de contouren van de nieuwe bebouwing zoals opgenomen in onderstaande afbeelding (situatietekening).

De bestaande groen- en waterstructuur aan de noordzijde van het plangebied blijft behouden doordat het gebouw op enige afstand van deze structuur wordt gerealiseerd.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

8 - 38

Afbeelding voorlopig ontwerp - situatietekening 2018 Massastudie In een visie voor de omgeving is 3 lagen aangegeven als ideale hoogte voor deze locatie. Om het plan ook financieel mogelijk te maken is uiteindelijk gekozen voor 4 lagen. Om deze op een goede manier in te passen is gekozen om het gebouw direct naast Dok11 te plaatsen om een grote ruimte richting de Kerk te creëren. De keuze voor de hoogte en massa is gebaseerd op basis van de volgende argumenten: Voor het ontwerp was het wenselijk dat er ruimte ontstond tussen de nieuwe bebouwing en de weg. Hierdoor oogt de massa ook minder fors. De fysieke afstand tussen de nieuwbouw en de Esdoornlaan en Parallelweg is vergroot door de parkeerplaatsen hier tussenin te situeren. Om de massa in relatie tot het aanzicht vanaf de weg te optimaliseren is gekozen voor een terug liggende gevel op de 2e en 3e verdieping. Dit geldt ook voor de terug liggende balkons en de verandering van gevel materiaal. Het gebouw is zoals meerdere gebouwen in de voorzieningen strook relatief terughoudend ontworpen. Binnenplanse afwijking Het planvoornemen is om een nieuw zorg- en ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening en appartementen te realiseren.

Het is echter mogelijk dat de realisatie van maatschappelijke voorzieningen financieel niet haalbaar blijkt voor de toekomstige exploitant of dat de vraag naar woningen de vraag naar maatschappelijke voorzieningen overstijgt waardoor het in beide gevallen wenselijk is om in het gehele gebouw appartementen te realiseren verdeeld over de 4 bouwlagen. In het bestemmingsplan wordt daarom een binnenplanse afwijking opgenomen om onder voorwaarden de realisatie van appartementen op alle 4 de bouwlagen mogelijk te maken. In de ladderonderbouwing en de uitgevoerde planologische- en milieuonderzoeken is uitgegaan van beide mogelijkheden in het bestemmingsplan, de realisatie van het ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening met 12 appartementen of de realisatie van 24 appartementen na toepassing van de binnenplanse afwijking. Hiermee wordt onderbouwd dat voor beide mogelijkheden er geen belemmeringen zijn aangaande de ladder en de omgevingsaspecten.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

9 - 38

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

10 - 38

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvise (NOVI) Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. Tot 2025 zullen er nog circa 500.000 huishoudens bijkomen die allemaal een plek moeten krijgen. De trek naar de stad zal de komende decennia aanhouden, waar dus een groot deel van de vraag plaatsvindt. Dat betekent dat de huidige steden moeten verdichten.

Het Rijk wil iedereen de mogelijkheid bieden om betaalbaar in de stad te wonen, zonder dat dit de kwaliteit, leefbaarheid en identiteit van onze steden wezenlijk aantast. Natuurlijk geldt deze uitdaging niet alleen voor de grote steden. Een groot deel van de woningvraag komt de komende periode van ouderen en jonge gezinnen, die soms voorkeur hebben voor een (grondgebonden) woning in een middelgrote of kleine gemeente. Ook daar zal een deel van de woningbehoefte moeten worden gerealiseerd, en ook daar geldt dat dit niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de leefomgeving. Met nieuwe stedenbouwkundige concepten kunnen er woonmilieus gecreëerd worden die prettiger zijn om in te leven dan nu, ook al wonen er meer mensen. Er is genoeg ruimte voor dergelijke nieuwe stedelijke gebieden, bijvoorbeeld rondom mobiliteitsknooppunten en aan de randen van de bestaande bebouwde omgeving, waar wonen, werk en voorzieningen samenkomen.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Op 1 januari 2017 is de geconsolideerde versie van het Barro in werking getreden. In het Barro zijn onder meer Rijksvaarwegen, grote rivieren en ecologische hoofdstructuur opgenomen. In het besluit is aangeven op welke wijze ruimtelijke plannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien het bestemmingsplan niet voldoet aan het Barro dan moet het bestemmingsplan drie jaar na inwerkingtreding van het besluit worden aangepast. Het plangebied ligt niet binnen een invloedssfeer van het Barro.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is met ingang van 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen (artikel 3.1.6). De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. In subparagraaf 3.1.4 is de onderbouwing van de laddertoets opgenomen.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

11 - 38

3.1.4 Onderbouwing ladder De ladder is van toepassing bij stedelijke ontwikkelingen. Planologisch gezien is het mogelijk om 12 appartementen en 1.384m2 oppervlakte aan zorgvoorzieningen te realiseren. Na toepassing van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kunnen er in plaats van de zorgvoorzieningen 12 extra appartementen gerealiseerd worden. Dit is ook meegenomen in deze laddertoets. Het planvoornemen wordt geheel binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd. In paragrafen 3.3 (Regionale Woonvisie Drechtsteden) en 3.4.2 (Lokaal Uitvoeringsprogramma Wonen 2018-2031) is toegelicht dat er behoefte bestaat aan nieuwbouwwoningen, zowel in de regio als in de gemeente. Specifiek op gemeentelijk niveau is er behoefte aan betaalbare nieuwe huurappartementen woningen in de betaalbare en met name middeldure huursector, die tevens gebruikt kunnen worden als levensloopbestendige woningen. Het planvoornemen levert een bijdrage aan de invulling van de woningbouwopgave in de regio en in de gemeente. Daarnaast draagt het planvoornemen bij aan de realisatie van betaalbare huurappartementen in deze prijssegmenten (die tevens te gebruiken zijn als levensloopbestendige woningen) in Alblasserdam.

Voor de realisatie van het ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening blijkt uit het gemeentelijk beleid dat het planvoornemen een belangrijke bijdrage levert aan de realisatie van eerstelijnszorg in samenwerking met het welzijnsnetwerk. In DOK 12 kunnen alle inwoners met zorggerelateerde vragen en behoefte aan ondersteuning terecht. Daarnaast maakt het bestemmingsplan de specifieke behoefte aan Dok 12, zoals beschreven in de beleidsvisie, mogelijk. Conclusie Op basis van voorgaande laddertoets wordt gesteld dat het planvoornemen voorziet in een (regionale) woningbehoefte en in de behoefte aan de realisatie van ruimte voor eerstelijns zorg in de nabijheid van Dok 11 (blijkens de beleidsvisie Dok 12).

3.1.5 Conclusie Het planvoornemen is passend binnen het rijksbeleid.

3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is vastgelegd in het Omgevingsbeleid bestaande uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening, geconsolideerd vastgesteld op 15 maart 2022.

3.2.1 Omgevingsvisie Uit de kaart van de Omgevingsvisie is op te maken dat het plangebied ligt binnen een gebied aangewezen als ''Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied''. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving. Toepassing is van provinciaal belang, daarom is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte. De provincie wil bevorderen dat de ladder op (sub)regionaal niveau wordt toegepast en dat samenwerkende gemeenten een gezamenlijk beeld ontwikkelen van de ontwikkelmogelijkheden binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

De gemeenten stemmen de geplande opgave met behulp van actuele regionale visies voor in ieder geval wonen en kantoren af met andere gemeenten in de regio. De ladder in relatie tot het planvoornemen is nader toegelicht in subparagraaf 3.1.4.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

12 - 38

Het plangebied ligt niet binnen een ander in de Omgevingsvisie aangewezen gebied.

Afbeelding uitsnede kaart Omgevingsvisie - bestaand stads- en dorpsgebied

3.2.2 Omgevingsverordening Relevant voor het planvoornemen zijn de regels ten aanzien van stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stads- en dorpsgebied en ruimtelijke kwaliteit. Dit wordt onderstaand nader toegelicht. Ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9) Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: d.

een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en e. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Uit de kwaliteitskaart van de provincie Zuid-Holland blijkt dat het plangebied deel uitmaakt van de laag 'Steden en dorpen'. De richtpunten zijn: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

13 - 38

Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden). Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht De realisatie van de nieuwbouw is passend binnen de omgeving (functies wonen en maatschappelijk komen al voor rondom het plangebied). En het planvoornemen betreft een herontwikkeling van een bestaande locatie binnen Alblasserdam. Zoals toegelicht in paragraaf 2.2 draagt de ontwikkeling bij aan het behoud van de bestaande groen- en waterstructuur aan de noordzijde van het plangebied, hiermee wordt aangesloten bij het richtpunt 'Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur''. Voor de toetsing van de hoogte is een massastudie uitgevoerd. Hieruit volgt dat de bebouwing qua massa en hoogte aansluit bij de naastgelegen bebouwing van Dok 11.

Deze studie wordt nader toegelicht in paragraaf 2.2. Het planvoornemen is passend binnen de bestaand gebiedsidentiteit, steden en dorpen. Stedelijke ontwikkeling (artikel 6.10) Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. In paragraaf 3.1.4 is de ladderonderbouwing toegelicht.

Uit deze onderbouwing volgt dat er behoefte is aan de realisatie van een ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening (en in het bijzonder het planconcept Dok 12) en 12 appartementen. Ook als er 24 appartementen gerealiseerd worden wordt voorzien in de behoefte aan nieuwbouw huurappartementen.

3.3 Regionaal beleid Regio Drechtsteden Regionale Woonvisie Drechtsteden In 2017 is een regionale woonvisie opgesteld. De Woonvisie heeft als doel in 2030 een 'goed' woonklimaat in de Drechtsteden te voorzien, met hoogwaardig wonen en een stevige aantrekkingskracht om te werken en verblijven. Centrale vraag hierbij is wat het gewenste woonprofiel van de regio Drechtsteden in 2030 is en wat dit betekent voor de ontwikkeling van de gemeentelijke woonprofielen in de periode 2012-2030. Met de regionale woonvisie wordt daarnaast invulling gegeven aan de eis van de provincie om in bestemmingsplannen de behoefte aan te tonen middels een regionale visie. De woonvisie wil een gezicht geven aan degenen die nu nog geen wooncarrière kunnen worden geboden. De belangrijkste ambitie hierbij is het inspelen op het onvoldoende passende aanbod in de grotere steden.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

14 - 38

Het doel van de woonvisie is: woningen bouwen waaraan behoefte is: gepaard met de economische groei, en met een gevarieerd woningaanbod. De juiste hoeveelheid gewenste woningen en woonmilieus voor de doelgroepen in de regio, op het juiste moment op de juiste plek. Deze ontwikkelingen gaan gepaard met aandacht voor de bereikbaarheid en voorzieningen op maat. Als overkoepelend thema wordt nadrukkelijk ingezet op duurzaamheid en een energieneutraal Drechtsteden in 2050. Belangrijke uitgangspunten om het doel van de woonvisie te bereiken zijn geformuleerd in 20 kernpunten. De voor de dit plan meest relevante kernpunten zijn in onderstaande lijst opgenomen. 1. De Drechtsteden gemeenten verplichten zich gezamenlijk tot realisatie van woningen voor de autonome opgave door groei van het aantal huishoudens met 9.560 tot 2031. 2. De gemeenten zoeken naarstig naar locaties/mogelijkheden om de plancapaciteit te verhogen tot het per gemeente gewenste aantal. Zo gewenst leidt dit tot uitwisseling van woningbouwopgaven tussen de gemeenten. 3. De gemeenten gaan een inspanningsverplichting aan om naast de autonome groeiopgave te zoeken naar locaties om zo'n 15.000 woningen te realiseren. 4. In 2035 is de gebouwde omgeving in de Drechtsteden energieneutraal. 5. De woningbehoeftetabel 2031 biedt koers voor de verdeling van de woontypen. 6.

Nieuwbouwplannen voorzien in voldoende aanbod in het duurdere segment (> € 300.000). 7. Alle gemeenten zijn verplicht om locaties ten behoeve van de woonopgave te realiseren. Uit de woonvisie blijkt dat de regionale 'ladderruimte' nog niet volledig wordt benut. Er is behoefte aan en ruimte voor nieuwe plannen, op zowel korte, middellange als lange termijn. Wel is het belangrijk om ervoor te zorgen dat de nieuwe plannen voorzien in de woningtypen, -segmenten en -kwaliteiten die gevraagd worden. Uit het woningbehoefteonderzoek van RIGO (gebruikt voor de opstelling van de woonvisie) blijkt dat er in het woningbouwprogramma meer behoefte is aan koopwoningen en eengezinswoningen. Hierbij ligt de nadruk op koopwoningen vanaf 300.000 euro. Hiervoor moet een versnelling worden ingezet. Aanvullend op en binnen de kaders van deze regionale Woonvisie stellen de individuele gemeenten uiterlijk medio 2018 een lokale uitvoeringsparagraaf op. Het uitvoeringsprogramma van de gemeente Alblasserdam wordt toegelicht in subparagraaf 3.4.2. Het planvoornemen levert een bijdrage aan de realisatie van nieuwe woningen op een nieuwe locatie in Alblasserdam waarmee ook wordt bijgedragen aan de vergroting van het woningaanbod in de regio. Het planvoornemen voorziet niet in de regionale behoefte aan koopwoningen.

Er worden huurwoningen gerealiseerd, hiermee is het planvoornemen niet (volledig) passend binnen de regionale visie. In subparagraaf 3.4.2 wordt toegelicht dat het planvoornemen wel passend is binnen het gemeentelijk woonbeleid. Dit beleid is een uitwerking van het regionaal woonbeleid en het gemeentelijk woningbouwprogramma hetgeen ook regionaal is afgestemd. Omdat er wel wordt voldaan aan het lokale beleid wordt daarom gesteld dat het niet volledig voldoen aan het regionaal beleid geen belemmering oplevert voor het planvoornemen. Ruimtelijke strategie Drechtsteden De Ruimtelijke strategie Drechtsteden (d.d. 14 januari 2014) omschrijft Alblasserdam als het kleine dijkdorp op de grens van rivier en polder. Het is een van de meest karakteristieken Drechtstedengemeenten, waar het dorpse karakter behouden is gebleven. Het profiel wordt enerzijds bepaald door de lange traditie van maritieme industrie aan de rivier de Noord; anderzijds door de tradities van de polderontginning, gekarakteriseerd door haar molens. In dit van oorsprong socialistische arbeidersdorp spelen ook kerk en moskee een belangrijke rol in het leven van de inwoners. Er zijn een viertal uitgangspunten geformuleerd waarmee Alblasserdam bijdraagt aan de regio: Scheepsbouw Poortfunctie naar Kinderdijk/Alblasserwaard Wonen in/aan maritiem industrieel erfgoed (bijv.

Mercon Kloos terrein en/of Haven Zuid) Landgoed In de ruimtelijke strategie Drechtsteden is geen specifiek beleid opgenomen ten aanzien van het planvoornemen. Het plan is per definitie passend binnen de genoemde punten waardoor Alblasserdam bijdraagt aan de regio. Wel kan in zijn algemeenheid worden gesteld dat het planvoornemen zorgt voor invulling van de behoefte aan woningen en

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

15 - 38

maatschappelijke voorzieningen en dat in elk geval op lokaal niveau een bijdrage wordt geleverd aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Alblasserdam 2040 De structuurvisie Alblasserdam 2040 (d.d. 2013) biedt een profiel, ambitie en ontwikkelstrategie voor de gemeente Alblasserdam. De structuurvisie is een strategisch beleidsdocument, dat kaders biedt voor toekomstige ontwikkelingen. Uitgangspunt van de visie is om bij te dragen aan het algemene profiel van Alblasserdam: een Bedrijvig Hollands Dijkdorp. Voor het planvoornemen wordt de thema's wonen, zorg en duurzaamheid nader toegelicht. Wonen De ambitie voor dit thema is: Aangenaam wonen Zorg dragen voor voldoende en betaalbare woningen voor ouderen, starters en eenoudergezinnen. Realiseren van bijzondere woonvormen op kleine schaal. Op peil houden van de kwaliteit van het groen in het dorp. Op peil houden van de voorzieningen voor winkels, verenigingen, sport en vrije tijd. Bevorderen van de leefbaarheid in de woongebieden. Woningen Een groot deel van de woningvraag kan in de bestaande voorraad worden opgevangen. Er zijn bijvoorbeeld voldoende corporatiewoningen voor starters. Alblasserdam heeft eerder een kwalitatieve dan een kwantitatieve opgave: bestaande woningen levensloopbestendig en meer energiezuinig maken. Het is daarnaast van belang dat de huurvoorraad aan eengezinswoningen op peil blijft. Dit is een opgave waarbij de corporatie een grote rol speelt.

Voor zover sprake is van nieuwbouw zet Alblasserdam vooral in op woningen die iets toevoegen: Middeldure woningen in de koop en huur en bijzondere woonvormen zoals een landgoed, wonen in maritiem industrieel erfgoed of langs historische linten. Met dit laatste kan Alblasserdam zich onderscheiden en iets toevoegen aan het palet aan woonmilieus in de Drechtsteden. Op de langere termijn zal woningbouw vooral opgevangen worden binnen de bestaande bebouwde kom. De belangrijkste groenvoorzieningen worden hierbij ontzien. Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van nieuwe woningen binnen de bebouwde kom zonder dat dit ten koste gaat van bestaand groen. De woningen hebben als toegevoegde waarde dat het huurwoningen betreffen die tevens als levensloopbestendige woning ingezet kunnen worden. De woningen worden in de directe nabijheid van gezondheidsvoorzieningen gerealiseerd, dit is gunstig voor het eventueel gebruik van appartementen als levensloopbestendige woningen Zorg Bewoners moeten steeds meer in het eigen dorp zorg krijgen in plaats van duurdere zorg in het kader van de Wmo, Wlz en Zorgverzekeringswet (eerste en tweede lijn). Dat geeft in toenemende mate druk bij onder meer huisartsen (eerste lijn). Zij zullen daarom net als andere zorgaanbieders in de eerste lijn steeds nauwer samen moeten werken met het lokale zorg- en welzijnsaanbieders (nulde lijn).

Het planvoornemen levert een belangrijke bijdrage aan de realisatie van eerstelijnszorg in samenwerking met het sociaal dorpsnetwerk. In DOK 12 kunnen alle inwoners met zorggerelateerde vragen en behoefte aan ondersteuning terecht. Daarbij gelden de uitgangspunten van de Wmo en Jeugdwet: zo dichtbij en licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Inwoners hoeven hun vraag maar één keer te stellen en worden zo snel mogelijk ondersteund bij hun hulpvraag en eventueel "warm" overgedragen naar een partner binnen het sociaal dorpsnetwerk. Van hieruit vindt ook verbinding en samenwerking plaats met de nuldelijn van verenigingen, kerken en buurtnetwerken en kan zo nodig worden

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

16 - 38

opgeschaald naar regionale partners. Duurzaamheid Ambitie: toekomstbestendige gemeente De gemeente wil werk maken van duurzaamheid, dat wil zeggen dat we onze huidige behoeften vervullen zonder dat daarmee de behoeften van de generaties na ons in de knel komen. Voor energie sluit Alblasserdam aan bij de doelstelling van de Drechtsteden. Dat wil zeggen 2% energiebesparing per jaar, 20% duurzame energie in 2020 en 30% minder broeikasgassen ten opzichte van 1990. Het vestigingsklimaat wordt verbeterd onder meer door zorg te dragen voor een aantrekkelijke woonomgeving door negatieve milieueffecten te beperken. Faciliteren en stimuleren van het terugdringen van milieuvervuiling en het opwekken van duurzame energie Duurzaamheidsactieplan De gemeente heeft in 2012 een duurzaamheidsactieplan vastgesteld. Centraal daarin staat het streven om initiatieven te ondersteunen van burgers, bedrijven en organisaties willen ondernemen die bijdragen aan ecologische duurzaamheid. Daarbij heeft de gemeente de rol van stimuleren, faciliteren en ondersteunen. De thema's in het actieplan zijn energie, groen en natuur Het projectplan energie is zowel gericht op gedragsverandering als op het toepassen van energiebesparende maatregelen en technieken.

Zoals: Inzetten van de restwarmte van bedrijven Stimuleren van het gebruik van zonne-energie Recycling Gebruik van aardwarmte en windenergie Ook wil de gemeente de bestaande (woning)voorraad verduurzamen; waarbij speciale aandacht is voor isolatie. Hiervoor trekt de gemeente samen op met Woonkracht 10 Naast het onderzoek naar energiebesparende maatregelen en technieken wil de gemeente het bewustzijn van haar inwoners aangaande de milieuproblematiek vergroten. Het aspect duurzaamheid wordt nader toelicht in paragraaf 4.11.

3.4.2 Lokaal uitvoeringsprogramma Wonen De gemeente Alblasserdam heeft de lokale uitvoeringsparagraaf Wonen 2018 – 2031 van Alblasserdam opgesteld. De regionale Woonvisie Drechtsteden 2018 – 2031 is hierbij leidend. Deze lokale uitvoeringsparagraaf concretiseert het woningbouwprogramma en geeft invulling aan de lokale inzet binnen de regionale woonvisie. Woningbehoefte Alblasserdam voorziet met de plancapaciteit van het huidige woningbouwprogramma (780 woningen) in voldoende mate in haar eigen behoefte, voortkomend uit de autonome groei zoals aangegeven in de Regionale Woonvisie 2017 -2031. Een eerste verkenning in 2018 geeft het beeld dat een extra groei van zo’n 750 woningen tot de mogelijkheden zou kunnen behoren. Vanuit het Woningmarktonderzoek Drechtsteden 2016 – 2031 (RIGO april 2017), dat de basis vormde voor de regionale woonvisie 2017 – 2031, blijkt dat voor Alblasserdam de tekorten in aanbod enigszins zitten in de categorie meergezinskoop en meergezinshuur, maar met name in de eengezinskoopwoningen. Voor huurwoningen zijn tekorten zichtbaar in de prijscategorieën tussen 410-587 en 587- 629 euro. Daarnaast zijn er ook tekorten in de prijsklasse van 711-850 euro (boven de liberalisatiegrens). Het planvoornemen voorziet in de realisatie van nieuwe huurappartementen in de prijsklasse € 850,- hierdoor wordt voorzien in de behoefte aan dit type woningen.

Het planvoornemen is daarmee passend binnen het uitvoeringsprogramma. De realisatie van 12 huurappartementen in het middeldure segment maken deel uit van het woningbouwprogramma.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

17 - 38

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

18 - 38

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1 Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling en of er ter plaatse van gevoelige functies, zoals (zorg)woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning of gebouw die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming ligt. De VNG-handreiking gaat uit van de omgevingstypes rustige woonwijk/rustig buitengebied of gemengd gebied. Beoordeling Voor de beoordeling of er wordt voldaan aan de richtafstand is uitgegaan van het omgevingstype ''gemengd gebied''.

Er wordt gebruik gemaakt van het omgevingstype "gemengd gebied" omdat op de nabije kruisingen Parallelweg/Esdoornlaan/Weverstraat wel maatschappelijke functies aanwezig zijn. Binnen een straal van 90 meter liggen geen bedrijven met een milieucategorie. Bedrijven buiten deze straal liggen op voldoende afstand van het plangebied (er wordt voldaan aan de richtafstand). Wel grenst het plangebied aan gronden die bestemd zijn voor 'maatschappelijk'. In het vigerende bestemmingsplan 'Herstelplan Alblasserdam' is opgenomen dat de voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijke voorzieningen, parkeervoorzieningen, ondergeschikte horecavoorzieningen, groenvoorzieningen en water, speelvoorzieningen, erven en tuinen en paden en wegen. Onder maatschappelijke voorzieningen wordt verstaan; educatieve, (para)medische, (sociaal-)culturele, levensbeschouwelijke, religieuze voorzieningen, onderwijsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en voorzieningen voor sportbeoefening, kinderdagverblijven en kinderopvang. In Dok 11 is een gezondheidscentrum gevestigd. Dit is vergelijkbaar met de bedrijfsactiviteit artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven waarvoor milieucategorie 1 wordt gehanteerd met de daarbij behorende richtafstand van 10 meter tot woningen in het omgevingstype "rustige woonwijk".

Echter is er hier sprake van het omgevingstype ''gemengd gebied''. Tussen de gebouwen Dok 11 en Dok 12 is een afstand van 5 meter aangehouden. Hierdoor wordt er voldaan aan de richtafstand. Conclusie Het aspect bedrijven- en milieuzonering levert geen belemmering op voor het bestemmingsplan.

4.2 Externe veiligheid Door AGEL adviseurs is een memo externe veiligheid opgesteld, de memo is als Bijlage 3 bijgesloten. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende risicobronnen aanwezig. Het betreft vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en over het water: A. Rijksweg A15:+/-1,05 km B. Omleidingsroute Noordtunnel: +/- 1,15 km C. De Noord: +/- 0,95 km In onderstaande afbeelding is de ligging van de risicobronnen ten opzichte van het bouwplan (blauwe stip) weergegeven.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

19 - 38

Afbeelding ligging risicobronnen t.o.v. het plangebied (bron: risicokaart) Het plangebied ligt niet binnen het verantwoordingsgebied van 200 meter van de drie transportroutes. Het inzichtelijk maken van de hoogte en toename van het GR is dan ook niet aan de orde. Uit de memo blijkt dat alleen het invloedsgebied van de stofgroep GT3 (toxische stof) dat over De Noord wordt vervoerd over het plangebied ligt. Volgens artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport is wel een verantwoording benodigd dat ingaat op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze verantwoording is opgenomen in Bijlage 3. Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor het bestemmingsplan.

4.3 Verkeer en parkeren Verkeer Door BURO DB is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 4 bijgesloten. Verkeersgeneratie Bij de bepaling van de verkeersaantrekkende werking van het plan 'Dok 12' aan de Parallelweg is uitgegaan van daarvoor door het CROW opgestelde kencijfers. Hierbij is gebruik is gemaakt van de in december 2018 uitgegeven CROW-publicatie 381. In de huidige situatie is sprake van een aanwezig gebouw waarin een voormalig kinderdagverblijf was gevestigd. Volgens het BAG2 heeft het gebouw een omvang van circa 388 m2 bvo. De verkeersaantrekkende werking van een kinderdagverblijf ligt volgens de CROW-kencijfers tussen 32,6 en 37,7 autoritten per 100 m2 bvo per etmaal. Uitgaande van het gemiddelde genereerde het kinderdagverblijf in de voormalige situatie circa (388/100 x 35,15 =) 136,4 = 137 autoritten per etmaal. In de nieuwe situatie is sprake van een gezondheidscentrum met een omvang van circa 774 m2 bvo en 15 middeldure appartementen. De verkeersaantrekkende werking van de in het plan beoogde functies is weergegeven in

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

20 - 38

onderstaande tabel.

Tabel verkeersgeneratie Uit de tabel volgt dat de planlocatie circa 448 autoritten per etmaal zal genereren. Per saldo is dit een toename van (448-137 =) 311 autoritten ten opzichte van de bestaande situatie. Voor het definitieve plan is het ook mogelijk dat in het gehele nieuwe gebouw enkel woningen worden gerealiseerd. In dat geval is de verwachte verkeersaantrekkende werking lager. Voor de verkeerseffecten van het plan is de situatie met zorgfuncties en 15 appartementen (gemengd) de maatgevende situatie. Verkeersafwikkeling Gegevens over de verkeerssituatie op de wegen rondom de planlocatie in Alblasserdam zijn aangeleverd door de omgevingsdienst Zuid Holland Zuid (OZHZ). Het betreft de verkeersprognoses van het jaar 2032 die zijn ontleend aan de Regionale Verkeersmilieukaart (RVMK DS 2019) van de regio Drechtsteden, aangeleverd op 8 juni 2022. Uitgangspunt is dat het plan 'Dok 12' hier nog geen onderdeel vanuit maakt. In onderstaand figuur is een kaartje weergegeven met daarom de verkeersintensiteiten (prognoses) op de wegen direct rondom de planlocatie.

Afbeelding: Verkeersintensiteiten in planjaar 2032, situatie zonder plan 'Dok 12' De maximale verkeersintensiteit in de omgeving ligt boven de 3.000 motorvoertuigen per etmaal. De capaciteit van dergelijke erftoegangswegen is minimaal 4.000 tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal. Er is dan ook sprake van een ruime over- of restcapaciteit. Omdat de hoeveelheid verkeer (in absolute zin) op de wegen rondom de planlocatie, zoals de Parallelweg, de Esdoornlaan en Korenbloemlaan laag is, is er in de huidige situatie geen sprake van knelpunten in de verkeersafwikkeling en bereikbaar voor het autoverkeer. De verwachte toename van verkeer door het plan van maximaal circa 311 motorvoertuigen per etmaal zal niet leiden tot deze knelpunten. De wegen kunnen deze extra hoeveelheid verkeer stuk voor stuk prima verwerken. Ook op de kruispunten van de wegen worden geen afwikkelingsproblemen verwacht.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

21 - 38

Het meeste verkeer van en naar de planlocatie in de plansituatie zal gebruik maken van de Parallelweg. Ervan uitgaande dat al het plangebonden verkeer dit doet, is er sprake van een maximale verkeerstoename van minder dan 10 procent. Gelet op de aanwezige restcapaciteit op de wegen is dit acceptabel. Ontsluiting Het terrein van de planlocatie is met de parkeergelegenheid rechtstreeks ontsloten op de Esdoornlaan. De aansluiting zal plaatsvinden middels een zogenaamde inritconstructie en/of een breed trottoir. De rijsnelheid bij de erfontsluiting zal daarmee laag zijn en er is sprake van veel zicht en overzicht voor de verschillende weggebruikers. De ontsluiting van de planlocatie op de Parallelweg is daarmee vanuit het oogpunt van verkeer en veiligheid aanvaardbaar. Op basis van de berekende verkeersgeneratie is getoetst of dit tot belemmeringen leidt voor de verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en leefbaarheid voor de omgeving. Uit deze toets volgt dat: Ten opzichte van de huidige situatie (referentiesituatie) zal het plan naar verwachting leiden tot een beperkte absolute en relatieve hoeveelheid extra verkeer van en naar de (plan)locatie. Het gaat gemiddeld om een aantal van circa 311 extra autoritten per etmaal. De verkeerstoename op de Parallelweg is daarmee maximaal tien procent ten opzichte van de bestaande situatie.

Omdat de verkeersintensiteit op de wegen rondom de planlocatie in de huidige situatie beperkt is, is sprake van een ruime over- of restcapaciteit. Na de realisatie van het plan zal het daaraan verbonden extra verkeer niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling op de wegen en kruispunten en de bereikbaarheid van de aanliggende woningen en voorzieningen. Er is voldoende zicht vanaf en op de in- en uitrit van het de planlocatie (het parkeerterrein) voor alle weggebruikers. Daarmee is de beoogde ontsluiting van het terrein voldoende veilig. De routing van het verkeer op eigen terrein is eenvoudig en duidelijk (logisch) en voldoende ruim. Ook daarbij is sprake van een (verkeers)veilige situatie. Aanvullende maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid en/of de bereikbaarheid zijn niet nodig. Voor omwonenden van de planlocatie 'Dok 12' zal het plan geen merkbare gevolgen hebben. Het plan leidt niet tot een verslechtering van de leefbaarheid in de omgeving. Compenserende maatregelen op dat gebied zijn dan ook niet nodig. Het aspect parkeren en de toets van de parkeerbehoefte van het plan is geen onderdeel van dit onderzoek. Volgens opgave zal in het plan worden voorzien van voldoende (nieuwe) parkeergelegenheid (op eigen terrein). Vanuit het oogpunt van verkeer en de verwachte verkeerseffecten kan het plan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd.

Parkeren Voor de parkeerberekening is uitgegaan van de CROW-publicatie 317. De gemiddelde parkeernorm voor woningen categorie 'huur, etage, midden/goedkoop bedraagt 1,4 per woning (matig stedelijk, rest bebouwde kom). De gemiddelde parkeernorm voor het ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening bedraagt 2,15 per behandelkamers (matig stedelijk, rest bebouwde kom). Het plan voorziet in de realisatie van 12 appartementen en 14 behandelkamers in het ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening In onderstaande tabel is de parkeerberekening weergegeven. Parkeernorm Aantal 2,15 per behandelkamer 14 1,4 per woning 12 Totaal

Parkeerbehoefte 30,1 16,8 47

De parkeerbehoefte bedraagt 47 parkeerplaatsen. In het plangebied worden 43 (reguliere) parkeerplaatsen en 1 gehandicapten parkeerplaats aangelegd. Dit betekent een tekort van 4 (47-43) parkeerplaatsen. In januari 2019 is in de omgeving van het plangebied een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 5 bijgevoegd. De parkeerbehoefte van het voormalig kinderdagverblijf bedroeg 5,4 parkeerplaatsen (388 m2/ 100 x 1,4). Dit aantal mag in mindering worden gebracht op de totale parkeerbehoefte. Dit betekent dat er 41,6 parkeerplaatsen nodig zijn,

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

22 - 38

zijnde parkeerbehoefte van 47 - aftrek parkeerbehoefte bestaand gebruik 5,4 = 41,6 parkeerplaatsen . Dit betekent dat na aftrek van de bestaande behoefte er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd in het plangebied. De conclusie van het onderzoek is dat indien in de toekomst Dok 12 gerealiseerd wordt, dan zouden er tussen 08:30 en 09:30 uur parkeerproblemen kunnen ontstaan op de Parallelweg (sectie 16) als er geen extra parkeervoorzieningen gerealiseerd worden. Op dit stuk van de Parallelweg wordt dan geparkeerd door ouders die hun kinderen naar school brengen en door bezoekers van Dok 12. In het plangebied worden 43 parkeerplaatsen aangelegd. Hierdoor neemt parkeerdruk in de omgeving niet verder toe door de realisatie van Dok 12 en de appartementen omdat er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. Doorkijk naar de toekomst Door het toepassen van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is het mogelijk om, in plaats van het ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening, 12 appartementen extra te realiseren op de onderste 2 bouwlagen. Om inzichtelijk te maken of dit basis van de huidige parkeernormen leidt tot parkeerproblemen is ook voor het programma van 24 appartementen en geen ondersteuningscentrum voor maatschappelijke dienstverlening een parkeerberekening gemaakt. Parkeernorm 1,4 per woning Totaal

Aantal 24

Parkeerbehoefte 33,6 34

De parkeerbehoefte bedraagt 34 parkeerplaatsen. In het plangebied worden 42 parkeerplaatsen aangelegd. Dit betekent dat in geval er 24 appartementen worden gerealiseerd er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Conclusie verkeer en parkeren Vanuit het oogpunt van verkeer en de verwachte verkeerseffecten kan het plan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd.

4.4 Geluid Door BURO DB is een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 6 bijgesloten. In het plan 'Dok 12' aan de Parallelweg 9 in Alblasserdam wordt op de locatie van het voormalige kinderdagverblijf nieuwbouw gerealiseerd. De nieuwbouw zal bestaan uit een gebouw van vier bouwlagen, met zorgfuncties in bouwlaag 1 en 2 en in totaal 15 appartementen in de bouwlagen 2, 3 en 4. In het plan wordt de mogelijkheid opengelaten om ook in de onderste bouwlaag woningen te kunnen realiseren. Voor de ruimtelijke onderbouwing van het plan, die nodig is voor de ruimtelijke procedure, is akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. De te verwachten geluidsbelasting van de relevante wegen is bepaald op de randen van het bouwvlak en beoordeeld aan het toetsingskader van het gemeentelijke geluidsbeleid. De Parallelweg, de Korenbloemstraat en de Esdoornlaan zijn voor de planlocatie de bepalende wegen. Het zijn allemaal 30 km/uur-wegen en daarmee volgens de Wet geluidhinder niet gezoneerd. De geluidsbelasting van het wegverkeer op de wegen is beoordeeld en getoetst aan de voorwaarden voor goede ruimtelijke ordening. Uit het onderzoek volgt dat de maximale geluidsbelasting van het wegverkeer op de rond de planlocatie gelegen wegen maximaal 61 dB bedraagt. Deze waarde is zonder toepassing van correctie volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder.

De grenswaarde van 53 dB uit het gemeentelijke geluidsbeleid wordt overschreden ter plaatse van de gevels aan de zuidwestzijde en zuidoostzijde van de nieuwbouw. Ook op de vierde bouwlaag is aan de noordwestzijde bij één appartement sprake van overschrijding van de grenswaarde. Op alle overige (gevel)zijden voldoet de geluidsbelasting van het wegverkeer aan maximaal 53 dB.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

23 - 38

Er wordt niet voldaan aan het gemeentelijke geluidbeleid. Echter is de gemeente bereidt af te wijken van het beleid door middel van het verlenen van hogere waarden. Conclusie Door het afwijken van het gemeentelijke beleid door middel van het verlenen van hogere waarden kan het plan, vanuit het oogpunt van geluid, worden gerealiseerd.

4.5 Luchtkwaliteit Door BURO DB is een onderzoek luchtkwaliteit uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 7 bijgesloten. Toets NIBM Het plan omvat de sloop van het voormalig kinderdagverblijf en de realisatie van nieuwbouw van vier bouwlagen met circa 774 m2 bvo zorgfuncties en vijftien appartementen. Uit het voor het plan uitgevoerde verkeersonderzoek1 volgt dat door het plan er per saldo sprake zal zijn van een toename van maximaal 186 autoritten per etmaal op de Parallelweg. Op de overige omliggende wegen zal deze toename, door verspreiding van het verkeer, lager zijn. Met behulp van de NIBM-tool van het Kenniscentrum Infomil is op globale wijze beoordeeld of met deze verwachte verkeerstoename er sprake is van een al dan niet in betekenende mate bijdrage van het plan aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Gebruik is gemaakt van de laatste versie van de NIBM-Tool (versie 2022). In figuur 2 is de berekening gepresenteerd. Bij de berekening is uitgegaan van een hoog percentage vrachtverkeer van 5%. Dit kan worden gezien als een worst case-situatie.

Afbeelding berekening NIBM-tool Het resultaat van deze (worst case) berekening met de NIBM-tool geeft aan dat het plan hiermee niet in betekenende mate bijdraagt. De bijdrage van het extra verkeer op de concentratie NO2 is maximaal 0,36 ug/m3. De bijdrage van het extra verkeer op de concentratie PM10 is 0,06 ug/m3. De grenswaarde van 1,2 ug/m3 wordt daarmee in beide gevallen niet overschreden. Het resultaat van deze (worst case) berekening met de NIBM-tool geeft aan dat het plan hiermee niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Beoordeling concentraties stoffen

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

24 - 38

Met behulp van de Monitoringstool van het NSL (versie 2021) zijn de achtergrondconcentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) en ultra fijn stof (PM2,5) langs de wegen rondom de planlocatie bepaald. In de omgeving van het plangebied zijn de Parallelweg, de Plantageweg en de Randweg in de Monitoringstool opgenomen. In onderstaand figuur is dit weergegeven. In het onderzoek is ook de rijksweg A15 meegenomen.

Afbeelding Situering planlocatie 'Dok 12' op kaart van de NSL-Monitoringstool Stikstofdioxide Voor de maatgevende locaties langs de vier genoemde wegen in de omgeving van de planlocatie de (maatgevende) achtergrondconcentraties stikstofdioxide bepaald. Daarbij is uitgegaan is van de worst case-situatie; de situatie in 2017.

Tabel: Overzicht achtergrondconcentraties stikstofdioxide Uit bovenstaande tabel volgt dat de achtergrondconcentratie NO2 rond de planlocatie van 'Dok 12' in maatgevend jaar 2020 maximaal 27,4 ug/m3 bedraagt. Dit is op de locatie vlakbij de Noordtunnel. De achtergrondconcentraties stikstofdioxide voldoen langs alle wegen aan de geldende wettelijke norm van maximaal 40 ug/m3. De toename van de concentratie NO2 als gevolg van het plan is circa 0,36 ug/m3. Deze verhoging zorgt niet voor een normoverschrijding. De planlocatie voldoet daarmee zowel in de huidige situatie als in de plansituatie aan de wettelijke norm. Fijn stof In onderstaande tabel zijn de achtergrondconcentraties fijn stof ter plaatse van de planlocatie weergegeven.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

25 - 38

Afbeelding Overzicht achtergrondconcentraties fijn stof Uit de tabel volgt dat de achtergrondconcentratie PM10 rond de planlocatie in 2020 maximaal 18,2 uìg/m3 is. Dit voldoet (ruim) aan de wettelijke norm van maximaal 40 ug/m3. De toename van de concentratie PM10 als gevolg van het plan is (afgerond) 0,06 ug/m3. Daarmee voldoet de planlocatie zowel in de huidige situatie als in de plansituatie ruim aan de wettelijke norm voor fijn stof. Ultra fijn stof In onderstaande tabel 3 zijn de achtergrondconcentraties ultra fijn stof (PM2,5) ter plaatse van de planlocatie weergegeven.

Afbeelding Overzicht achtergrondconcentraties ultra fijn stof Uit de tabel volgt dat de achtergrondconcentratie PM2,5 rond de planlocatie in 2020 maximaal 10,0 ug/m3 is. Dit voldoet (ruim) aan de wettelijke norm van maximaal 25 ug/m3. De toename van de concentratie PM2,5 als gevolg van het plan is afgerond 0,06 ug/m3. De planlocatie voldoet daarmee zowel in de huidige situatie als in de plansituatie ruim aan de wettelijke norm voor ultra fijn stof. Conclusie Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit heeft het plan geen nadelige effecten voor de leefbaarheid en gezondheid van de omgeving. Het plan voldoet ruimschoots aan de wettelijke bepalingen voor de luchtkwaliteit en kan derhalve zonder verdere maatregelen worden uitgevoerd.

4.6 Flora en fauna Econsultancy heeft een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 8 bijgesloten. In dit onderzoek is onderzocht of er sprake is van mogelijke effecten op beschermde soorten en gebieden. Soortenbescherming Tijdens het onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor aanwezigheid van nesten van vogels die jaarrond beschermd zijn, behorend tot categorie 1-4. Nader onderzoek naar deze soorten wordt om deze reden dan ook niet nodig geacht. Voor algemene broedvogelsoorten geldt dat wanneer het aanwezige groen buiten de broedperiode wordt verwijderd geen overtredingen van de Wet natuurbescherming worden verwacht. Op basis van het onderzoek wordt het mogelijk geacht dat vleermuizen het gebouw in gebruik kunnen hebben als verblijfplaats. Door middel van een nader onderzoek moet uitgewezen te worden wat de mogelijk functie van de onderzoekslocatie is voor vleermuizen. Gebiedsbescherming De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, de Biesbosch, bevindt zich op circa 8,3 kilometer afstand ten zuidoosten van het plangebied.

(ontwerp) Dok 12 NL.IMRO.0482.bpdok12106-on01

26 - 38

De onderzoekslocatie ligt mogelijk binnen de invloedsfeer van de Natura 2000. Indien een effect te verwachten valt, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van. Gezien de aard van de plannen (sloop en nieuwbouw) kan depositie van stikstof mogelijk effect hebben op Natura 2000-gebieden. Om dit vast te kunnen stellen dan wel uit te kunnen sluiten is een aanvullend stikstofdepositie onderzoek benodigd. De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt echter wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 565 meter ten noorden van de onderzoekslocatie. Het betreft polder Blokweer. De onderzoekslocatie is op ruim 500 meter afstand van een onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland gelegen. Door de voorgenomen plannen op de onderzoeklocatie in combinatie met de afstand, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland derhalve niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht. Door Econsultancy is voor het planvoornemen een onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 9 bijgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/422/documents/8904