1A.9b. SVHW Kadernota 2023 versie 1.0.pdf
Tekst van het document
Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag
Met de Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt de toegang tot het beslagregister verbreed.
De verbeterde gegevensuitwisseling draagt er – in aanvulling op de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet – aan bij, dat het bestaansminimum van mensen die kampen met schulden beter kan worden geborgd in gevallen van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen.
De internetconsultatie van de algemene maatregel van bestuur voor de gegevensuitwisseling is in
december 2021 afgerond. Aangezien deze maatregel nog vastgesteld moet worden en het verbrede beslagregister nog gebouwd moet worden is het onduidelijk wanneer de invoering plaats vindt.
Daarnaast moet de praktijk uitwijzen in hoeverre de administratieve druk voor SVHW toeneemt. SVHW
verwacht in 2023 nog geen consequenties.
Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 23 van 32
Kadernota 2023 Wet vereenvoudiging beslagvrije voet
De wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) is per 1 januari 2021 ingegaan. SVHW moet onder
deze wet extra inspanningen verrichten om de juiste beslagvrije voet (bvv) vast te stellen door onder andere: het contact opnemen met belastingschuldige, het raadplegen van openbare bronnen, het
onderling uitwisselen van informatie tussen beslagleggers en het raadplegen van UWV gegevens. Als de beslaglegger dit niet doet, dan moet hij het normbedrag van de bvv hoger vaststellen, waardoor er vrijwel geen afdracht van de werkgever/uitkeringsinstantie te verwachten valt. SVHW verwacht de volgende effecten ten gevolge van de Wvbvv: • • • • • • •
minder effectieve loonbeslagen;
een toenemende doorlooptijd van loonbeslagen in verband met een hogere bvv;
meer bezwaren tegen de vastgestelde bvv;
SVHW kan zelf geen bbv meer vaststellen en dient deze op te vragen; een toename van hernieuwde dwangbevelen;
een veranderende rol van de deurwaarder (socialer, beperking in beslagrecht);
mogelijkerwijs meer betalingsregelingen en minnelijke schuldbemiddelingen en – saneringen.
Vanwege vertraging bij de invoering en aanhoudende technische problemen heeft SVHW in 2021 slecht
beperkt ervaringen kunnen opdoen. Hierdoor is het niet geheel duidelijk in hoeverre er sprake is van
meer uitvoeringswerkzaamheden dan wel hogere kosten vanwege het opvragen van de bbv gegevens bij externe instanties
3.8.3
Maatschappelijk verantwoord invorderen
SVHW volgt de trend met betrekking tot het meer maatschappelijk invorderen. Het beleid van SVHW is
om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problematische schulden of een opeenstapeling van schulden ontstaat. SVHW heeft hiervoor al de volgende maatregelen getroffen: • •
het hanteren van een betalingstermijn van 3 maanden in plaats van de wettelijke 6 weken;
de mogelijkheid om met een automatische incasso in 10 maandelijkse termijnen te betalen;
•
de mogelijkheid om tijdens het dwanginvorderingstraject binnen twee weken na ontvangst van
•
het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms;
een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven;
•
het treffen van individuele betalingsregelingen waarbij er naar mogelijkheden wordt gekeken.
Verder overweegt SVHW de volgende maatregelen: •
de deurwaarders van SVHW gaan samen met de belastingschuldige meer en meer naar oplossingen kijken. Het maken van betalingsafspraken, het bij de deurwaarder (gedeeltelijk)betalen en het samen met de deurwaarder invullen van een kwijtscheldingsformulier zijn hiervan voorbeelden;
•
het uitwerken van nadere richtlijnen uitwerken voor het alsnog treffen van betalingsregelingen nadat de dwangbevelen zijn betekend;
•
het simuleren van het gebruik van de automatische incasso door het proactief opsturen van machtigingsformulieren;
•
het uitvoeren van een onderzoek naar de wenselijkheid van flexibele incassotermijnen.
Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 24 van 32
Kadernota 2023 De bovenstaande maatregelen kunnen eventueel leiden tot een verminderde opbrengst van de invorderingskosten. In deze kadernota wordt dit als risico benoemd.
3.8.4
Vroegsignalering
Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering
ondersteunen. Ofschoon de gemeentelijke heffingen wettelijk gezien geen onderdeel mogen zijn van de vroegsignalering stelt SVHW binnen de kaders van de AVG op verzoek individuele gegevens ter beschikking van de sociale wijkteams en schuldhulpverlening.
Op 1 januari 2022 starten 10 gemeenten met het experiment gemeentebelastingen, dat 4 jaar zal duren. Tijdens dit experiment wordt onderzocht of met behulp van de signalen over
betalingsachterstanden op gemeentebelastingen mensen met financiële problemen in beeld komen die nog eerder niet bekend waren bij vroegsignalering en schuldhulpverlening. De verwachting is dat gemeenten meer inwoners met schulden beter en eerder bereiken.
Deze tijdelijke regeling raakt alleen de inwoners van gemeenten die meedoen met het experiment. Met het experiment wordt gebruik gemaakt van de experimenteerruimte die de Wet gemeentelijke
schuldhulpverlening (art 10, Wgs) geeft om betere indicatoren te ontwikkelen voor vroegsignalering.
3.8.5
Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet)
Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de
mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Door deze wijziging kan er in plaats van een
administratief beroep, een bezwaarschrift worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie.
De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2
Gemeentewet) van 6 weken, mogelijk extra kosten en inspanning voor SVHW met zich mee. Zodra er meer inzicht is in de mogelijke hoogte van de extra kosten en de personele inzet, dan zal SVHW dit kenbaar maken.
Het was de bedoeling dat wijziging per 1 januari 2022 zou ingaan, maar de Rijksbelastingdienst heeft aangegeven dat dit in verband met de afhandeling van KOTA niet haalbaar is. Het is hiermee ook onzeker of de wijziging per 1 januari 2023 ingaat.
3.8.6
Kwijtschelding 3.0
In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau. De bedoeling van KWS 3.0
is dat de burger zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de burger zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Met name de digitale
toegankelijkheid van systemen voor inwoners zal hierbij een belangrijke rol gaan spelen, maar ook de mogelijkheden die inwoners in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden. SVHW volgt deze ontwikkeling.
Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 25 van 32
Kadernota 2023
3.9
Deelnemers
Op het moment van het schrijven van deze kadernota loopt bij één gemeente een intern onderzoek naar de toekomst van de belastingtaak. Continuïteit, onwikkeling, kwaliteit en kosten zijn hierbij belangrijke overwegingen. In de basis liggen er drie mogelijke opties: zelf blijven uitvoeren,
(deels)uitbesteden of geheel uitbesteden. Voor deze laatste optie heeft SVHW in december 2021 een kostenindicatie afgegeven.
De kostenindicatie geeft aan, dat de gemeente een substantieel structureel kostenvoordeel kan boeken door toe te treden tot SVHW. Daarnaast zijn continuïteit en ontwikkeling bij SVHW gelet op de
schaalgrootte beter geborgd. Het is uiteraard de overweging van het College en de Gemeenteraad om
bij het Algemeen Bestuur van SVHW een verzoek in te dienen om toe te mogen treden. Een eventuele
toetreding is voorzien per 1 januari 2023. De effecten van deze eventuele toetreding zijn niet verwerkt
in deze kadernota
3.10 Dienstverlening 3.10.1
Dienstverlening inwoners en ondernemers
In 2023 ontwikkelt SVHW zijn (digitale) dienstverlening door in lijn met de ontwikkelingen van
MijnOverheid, de digitale overheid, de toenemende regie op eigen gegevens door inwoners en de ontwikkelingen binnen het WOZ-domein. Daarnaast voert SVHW wederom het tweejaarlijkse
klanttevredenheidsonderzoek uit.
Naast al het digitale ‘geweld’ zal SVHW aandacht moeten blijven houden voor mensen die minder
digitaal vaardig zijn. De andere communicatiekanalen (telefoon en schriftelijke correspondentie) blijven daarom onderdeel van de dienstverlening van SVHW en worden ook doorontwikkeld.
Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering
ondersteunen en is er blijvende aandacht voor het maatschappelijk verantwoord invorderen. De focus van de invordering ligt op het voorkomen van problematische schulden of een opeenstapeling van schulden. Invordering zal meer en meer digitaal en data gestuurd gaan worden. Daarnaast zal de afhandeling van de Kinderopvangtoeslagenaffaire in 2023 nog doorlopen
3.10.2
Dienstverlening deelnemers
In 2021 is het door de operationele drukte en de aanhoudende Coronasituatie niet mogelijk gebleken om weer een klanttevredenheidsonderzoek onder de deelnemers te houden als opvolging op het onderzoek uit 2019. SVHW gaat nu in de tweede helft van 2022 het onderzoek uitvoeren en zal
eventuele verbeterpunten aansluitend implementeren. Naar verwachting loopt de implementatie door tot in 2023.
In 2023 zal er ook verder inhoud moeten worden gegeven aan de ketensamenwerking tussen de
deelnemers en SVHW op het gebied van het bijhouden van de objectgegevens. Het geïmplementeerde samenwerkingsplatform Way-2-Go biedt hier de basis voor. Ofschoon het onzeker is of de SOR
daadwerkelijk in 2025 in gebruik genomen gaat worden, zal hierop voor zover mogelijk geanticipeerd moeten worden. Eventuele consequenties (formatie/financiën) zijn niet meegenomen in deze kadernota.
Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 26 van 32
Kadernota 2023 Hangende de implementatie van de SOR is het belangrijk dat de gegevens in de WOZ en BAG uniform blijven. Voor de niet BAG-deelnemers ligt deze verantwoordelijk bij de deelnemers zelf. SVHW heeft met hen in 2021/2022 procesafspraken gemaakt voor een adequate afhandeling van de
terugmeldingen die SVHW doet. SVHW zal vanwege het belang van de uniformiteit strak sturen op deze afspraken.
3.10.3
Samenwerking met collega belastingkantoren
De in 2015 ingezette lijn, om samen met collega belastingkantoren ontwikkelingen in dienstverlening en ondersteunende ICT systemen te realiseren, wordt in 2023 gecontinueerd. Op deze manier gaat SVHW kostenefficiënt om met publieke middelen. Bovendien kunnen de kantoren hierdoor in de
richting van strategische leveranciers en overheidsorganisaties hun belangen bij ontwikkelingen beter vertegenwoordigen.
Aangezien SVHW niet het enige belastingkantoor is, dat te maken heeft met de toenemende
complexiteit van wet- en regelgeving en de daarvoor benodigde extra inspanningen, heeft SVHW eind
2021 verkennende gespreken met twee andere belastingkantoren geïnitieerd om te inventariseren of er mogelijkheden zijn om op het gebied van de ondersteunende processen en ICT meer samen te werken. De bedoeling is hierbij om te inventariseren of door samenwerking de kwetsbaarheid kan worden verminderd en kosten kunnen worden bespaard. In deze kadernota zijn eventuele effecten niet verwerkt.
3.10.4
Organisatie / ISAE-3402
Organisatie
In 2021 zijn de operationele afdelingen van SVHW (Vastgoedinformatie, Heffingen en Invordering) van een traditionele lijnorganisatie omgevormd naar een proces georiënteerde organisatie waarbij
procesteams (zelforganiserende teams) onder regie van een proceseigenaar verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en de verbetering van processen. De operationele processen zijn gegroepeerd in twee
domeinen: Productie en Dienstverlening met aan het hoofd een domeinmanager, die verantwoordelijk is voor het binnen MT-verband stellen van kaders voor de procesuitvoering en het faciliteren van de
procesteams.
In 2022 volgen de ondersteunende functies, die worden gegroepeerd in het domein Ondersteuning met aan het hoofd een derde domeinmanager. Hiermee is de overgang de overgang naar een
procesgerichte organisatie met zelforganiserende teams afgerond. Een organisatie, die zoveel mogelijk geautomatiseerd/gedigitaliseerd is en goed kan inspelen op de snel veranderende externe omstandigheden.
2023 staat in het teken van de consolidatie van de doorgevoerde wijzigingen en verdere optimalisaties van processen en de organisatie. ISAE-3402
In 2021 is SVHW er niet in geslaagd om fase één van de ISAE-3402 certificering geheel afgerond te
hebben. SVHW heeft prioriteit gegeven aan de uitbouw van de verbijzonderde interne controle en het treffen van aanvullende maatregelen op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Daarnaast
hebben de eerder genoemde operationele druk, de organisatie ontwikkeling en de Coronasituatie er
toe geleid, dat er geen capaciteit meer beschikbaar was voor het afronden van fase één van de ISAE3402 certificering. Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 27 van 32
Kadernota 2023 De afronding van fase één wordt nu direct na de aanslagoplegging in 2022 opgepakt en SVHW streeft er naar om fase twee van ISAE-3402 certificering nog in 2022 of zo vroeg mogelijk in 2023 gerealiseerd te hebben. In 2023 treedt dan aansluitend de beheerfase in, waarbij eventuele
verbeteringen en aanpassingen in het ISAE-3402 framework, de interne controle functie en de
processen worden doorgevoerd.
ISAE-3402 is een internationale standaard, die zekerheid geeft over de kwaliteit en betrouwbaarheid van de interne beheersing van de primaire processen van de financiële rapportages. Een certificaat geeft aan dat SVHW als serviceorganisatie voor haar deelnemers in control is.
3.10.5
Personeel
De diverse ontwikkelingen en de aangescherpte vakbekwaamheidseisen doen een beroep op het
kennisniveau en andere competenties van de medewerkers. Digitalisering en slimme software gaat
steeds meer het uitvoerend werk overnemen. Er ontstaat een toenemende behoefte aan data-analyse en procesontwerp. De inhoud van de functies zal dus veranderen en nieuwe functies zullen ontstaan.
In lijn met de ontwikkeling van de organisatie wordt van de SVHW medewerkers gevraagd om flexibel
en proactief te zijn en goed in het snel oppakken van nieuwe zaken. Ze komen samen met de
deelnemers tot oplossingen en kijken hierbij over de grenzen van eigen afdeling en SVHW heen. De
competenties zijn onder andere: communicatief vermogen, adviesvaardigheid, procesgericht werken en analytisch vermogen. Een zogenaamde ‘Belasting Ambtenaar van de toekomst’.
Met grote regelmaat geeft SVHW zowel mondeling (personeelsbijeenkomsten, afdelingsoverleg,
individueel overleg) als via Intranet al aandacht aan het thema duurzame inzetbaarheid. Dit om het
bewustzijn te creëren bij de medewerkers, dat zij in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en hun toekomstige inzetbaarheid bij SVHW. Om te kunnen voldoen aan het
competentieprofiel ‘Belasting Ambtenaar van toekomst’ zullen medewerkers zich moeten blijven ontwikkelen. Opleidingen zijn hierbij essentieel en het volgen daarvan wordt steeds minder
vrijblijvend. SVHW biedt als generieke voorziening online trainingen aan de medewerkers aan en stimuleert de medewerkers tot het volgen van opleidingen.
Het management van SVHW speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling en moet erop toegerust zijn om de nieuwe competenties tot zijn recht te laten komen en te stimuleren. Het sturen op de kwaliteit van het personeelsbestand blijft hiermee de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. De
overblijvende taken vragen een ander en vaak hoger werk- en denkniveau. SVHW verwacht dat hierdoor aanvullend zal moeten worden ingezet voor scholing, uitstroom en -gelet op de krapte op de
arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel- de vaak lastig te realiseren instroom.
Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 28 van 32
Kadernota 2023
4.1
Financiële Kaders Inleiding
Zoals in paragraaf 1.1 vermeld is de Kadernota 2023 de eerste na de vaststelling van de “Financiële
Verordening SVHW 2021” door het Algemeen Bestuur SVHW op 17 november 2021 en wordt er volstaan met financiële kaders in plaats van uitgewerkte financiële paragraaf. Daarnaast wordt er in deze kadernota er van uitgegaan dat er in 2022 een begrotingswijzing is vastgesteld.
4.2
Begrotingswijziging 2022
Bij de behandeling van de jaarrekening 2021 in april 2022 bestaat er meer inzicht in de daadwerkelijke kosten in het boekjaar 2021 en de ontvangen WOZ-bezwaren in 2022. Op basis hiervan wordt de
definitieve begrotingswijziging 2022 voorgesteld. Bij het opstellen van deze kadernota is een geschat effect reeds opgenomen in het financiële perspectief 2023-2026.
Door de activiteiten van No-Cure-No-Pay (NCNP)-bureaus stijgt naar verwachting ook in 2022 het
aantal WOZ-bezwaren. In de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing in de begroting 2022
is een bedrag opgenomen van 200.000 voor de stijging van uit te betalen proceskostenvergoeding als gevolg van de toename van het aantal WOZ-bezwaren die ingediend worden door NCNP-bureaus.
Op basis van de financiële ontwikkeling in het boekjaar 2021 is de realiteit dat dit bedrag toegevoegd dient te worden aan de exploitatiebegroting 2022.
Zoals in eerdere P&C-documenten aangegeven is de afhandeling van bezwaren, die ingediend worden
door NCNP-bureaus, erg tijdrovend en arbeidsintensief. Uit de financiële prognose over 2021 blijkt dat
voor de totale afhandeling van bezwaren er een tekort dreigt van 300.000 euro op de inhuur van
personeel. Dit tekort kan door digitalisering van het bezwaren proces en efficiencymaatregelen in dit proces worden in 2022 beperkt tot 200.000 euro.
In de begrotingswijzing 2022 is een stijging van de personele kosten opgenomen. Door hogere
salariskosten als gevolg van een cao-stijging, een stijging van pensioenpremies en sociale lasten en
een toename van het Persoonsgebonden basisbudget wordt een tekort verwacht in het boekjaar 2022 van 187.000 euro ten opzichte van de primaire begroting 2022.
De materiele kosten in de primaire begroting 2022 zijn geïndexeerd met 1,3 procent op basis van de Consumenten Prijsindex (CPI) 2020. Door een sterke toename van de inflatie in 2021 is de
Consumenten Prijsindex (CPI) jaarmutatie 2021 2,7 procent (bron: CBS). Door deze ontwikkeling zijn
de materiele kosten in de primaire begroting 2022 te laag geïndexeerd. De aanvullende indexatie van deze kosten in de begroting 2022 bedraagt 97.000 euro.
Door bovenstaande ontwikkelingen bedraagt het verwachte totaal van de 1e begrotingswijziging 2022 684.000 euro.
4.3
Autonome ontwikkelingen
Bij de berekening van de begrotingsposten worden de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: •
Doordat in de 1e begrotingswijziging 2022 de correctie heeft plaatsgevonden van de stijging
van het Consumentenprijsindexcijfer (CPI) voor de materiële kosten, gaat SVHW in de Begroting
2023 uit van 1 procent. Een eventuele correctie van het indexcijfer voor 2023 vindt plaats in de begrotingswijziging 2023;
Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 29 van 32
Kadernota 2023 •
In lijn met het besluit van het Algemeen Bestuur van 1 februari 2017 volgt SVHW voor het
indexeren van de personeelskosten de afspraken die zijn vastgelegd in de cao Werken voor
waterschappen. In het geval van het ontbreken van een cao gaat SVHW uit van een loonstijging
van 1 procent. Een eventuele correctie voor hogere personeelskosten voor 2023 vindt plaats in de begrotingswijziging 2023.
4.4
Algemene financiële kaders
Voor de samenstelling van de Begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2023-2026 worden naast
de hierboven vermelde autonome ontwikkelingen de volgende kaders en uitgangspunten geformuleerd: •
Er is sprake van structureel en reëel evenwicht in de begroting en het meerjarenperspectief. De
•
De begroting dient te voldoen aan de Wettelijke regels begroting van het BBV, hierbij is onder
structurele lasten zijn gedekt door structurele baten;
andere aandacht voor: -
-
-
-
-
•
Overzicht van incidentele baten en lasten;
Specificatie van baten en lasten per programma;
(Prestatie) indicatoren;
Verloopoverzicht van het Eigen Vermogen;
Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
De begroting wordt opgesteld op basis van bestaand beleid. In de begroting 2023 wordt dan ook vooralsnog geen nieuw beleid verwerkt. Nieuw beleid wordt separaat aangegeven.
4.5
Financieel technische uitgangspunten
Bij het opstellen van de Begroting 2023 worden voor het financiële gedeelte van de begroting en het meerjarenperspectief de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
Als basis worden de meest actuele budgetten van de begroting 2022 gehanteerd daarbij
rekening houdend met de begrotingswijziging 2022 en de werkelijke lasten over het boekjaar 2021; •
De ramingen voor loon- en prijsstijgingen worden verwerkt zoals opgenomen in de paragraaf
‘Autonome ontwikkelingen’; •
In het meerjarenperspectief wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging
van 1procent.
Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 30 van 32
Kadernota 2023
4.6
Financieel perspectief 2023-2027
4.6.1
Overzicht
Het meerjarenperspectief wordt weergegeven vanaf de stand in de begroting 2022. De 1e
begrotingswijzing is 2022 is in het overzicht verwerkt. Bedragen x 1.000 euro
Lasten 2023
2022
Omschrijving/Jaar Lasten begroting (primair)
€
13.287 €
1e begrotingswijziging - Materiёle kosten
€
400
1e begrotingswijziging - Personele kosten
€
187
1e begrotingswijziging - Aanvulling indexering materiele kosten 2022 €
97
Lasten begroting na wijziging
€
13.971 €
2027
2026
2025
2024
13.971 €
14.103 €
14.236 €
14.370 €
14.506
13.971 €
14.103 €
14.236 €
14.370 €
14.506
PM
PM
PM
PM
Nieuw beleid Indexering personele kosten
€
57 €
57 €
58 €
59 €
59
Indexering Materiёle kosten
€
75 €
76 €
77 €
77 €
78
PM
PM
PM
PM
14.236 €
14.370 €
14.506 €
14.643
Proceskosten NCNP Totaal lasten begrotingsjaar
€
14.103 €
13.971 €
Baten 2022
Omschrijving/Jaar
2023
2024
2025
2026
2027
Deelnemersbijdrage (primair)
€
10.727 €
11.543 €
11.676 €
11.810 €
11.946 €
Deelnemersbijdrage (begrotingswijziging)
€
684 €
-
-
-
-
Opbrengst invorderingskosten (primair)
€
2.550 €
2.550 €
2.550 €
2.550 €
2.550 €
2.550
Overige opbrengsten (primair)
€
10 €
10 €
10 €
10 €
10 €
10
Totaal baten begrotingsjaar
€
13.971 €
14.103 €
14.236 €
14.370 €
14.506 €
14.643
Geprognosticeerd meerjarenperspectief
€
-
-
-
-
-
-
4.6.2
€
€
€
€
€
€
€
12.083
€
-
€
Nog uit te werken posten
De ontwikkelingen zoals geschetst in paragraaf 3 worden vrijwel geheel opgevangen binnen de
exploitatie. SVHW zal echter in de Begroting 2023 de volgende posten nog nader uitwerken en de
eventuele financiële consequenties opnemen, waarbij zoveel mogelijk wordt gekeken naar interne
dekking of dekking door volume toename (aantal WOZ-objecten, aantal gewogen aanslagregels): • •
De formatie in het WOZ-domein in verband met het toenemende aantal WOZ-objecten;
De formatie in het Heffingen-domein in verband met de toename van het aantal deelnemers
dat voor de afvalstoffenheffing Diftar hanteert; • •
Het aantrekken/ontwikkelen van capaciteit op het gebied van data-analyse;
De invoering van een zaaksysteem vanwege de Wet open overheid en de “Regie op eigen gegevens” door inwoners.
4.6.3
Niet opgenomen (PM) posten
De volgende posten zijn niet opgenomen in de kadernota en worden voor zover van toepassing opgenomen in de risicoparagraaf van de Begroting 2023: Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 31 van 32
Kadernota 2023 •
Het risico op een lagere opbrengst invorderingskosten ten gevolge van de maatregelen op het gebied van maatschappelijk verantwoord invorderen;
•
De eventuele formatieve effecten tem gevolge van de ketensamenwerking voor de Samenhangende Objecten Registratie;
• •
4.7
De effecten van de toetreding van een nieuwe deelnemer;
De effecten van de samenwerking tussen belastingkantoren.
Ontwikkeling deelnemersbijdrage
In 2023 zou er spraken kunnen zijn van een toetreding van een nieuwe deelnemer. Hiermee is in de
Kadernota 2023 geen rekening mee gehouden. Bij een eventuele toetreding van een nieuwe deelnemer zal een begrotingswijziging worden opgesteld.
Op basis van het financiële perspectief hierboven is de ontwikkeling van de totale deelnemersbijdrage als volgt:
Bedragen x 1.000 euro
Deelnemersbijdrage 2022
Omschrijving/Jaar
2023
2024
2025
2026
2027
Deelnemersbijdrage (totaal)
€
11.411 €
11.543 €
11.676 €
11.810 €
11.946 €
12.083
Deelnemersbijdrage begrotingsjaar
€
11.411 €
11.543 €
11.676 €
11.810 €
11.946 €
12.083
Versie 1.0
9 februari 2022
Pagina 32 van 32