CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1A.9b. SVHW Kadernota 2023 versie 1.0.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 19 april 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 13: Lijst ingekomen stukken12.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2023

SVHW

Rijksstraatweg 3b Postbus 7059

3286 ZH Klaaswaal www.svhw.nl

(0186) 57 72 00

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 1 van 32

Kadernota 2023

Versie historie Versie

Datum

Status

Auteur

Controle

0.1

10-01-2022

1e concept

J. Melissant

R.S. Heij

0.2

12-01-2022

DB-versie

J. Melissant

R.S. Heij

0.3

01-02-2022

AC-versie

J. Melissant

R.S. Heij

0.4

09-02-2022

AB-versie

J. Melissant

R.S. Heij

1.0

09-02-2022

Definitief

R.S. Heij

AB

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 2 van 32

Paraaf

Kadernota 2023

Inhoudsopgave

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 3 van 32

Kadernota 2023

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 4 van 32

Kadernota 2023

1.1

Inleiding Algemeen

SVHW dient voor 2023 een (meerjaren)begroting op te stellen. De Kadernota 2023 is hierbij een

belangrijk instrument ter voorbereiding op het samenstellen van de begroting en voor het inzichtelijk maken van een meerjarenperspectief. De nota schetst namelijk de inhoudelijke en financiële

ontwikkelingen voor de komende jaren en stelt de kaders voor de Begroting 2023 en voor de

meerjarenbegroting 2024-2026. Na vaststelling van de nota door het Algemeen Bestuur van SVHW

werken het Dagelijks Bestuur en de ambtelijke organisatie de nieuwe begroting vervolgens binnen de vastgestelde kaders verder uit.

Deze kadernota is de eerste na de vaststelling van de “Financiële Verordening SVHW 2021” door het Algemeen Bestuur SVHW op 17 november 2021. Dit houdt in dat deze kadernota ten opzichte van eerdere kadernota’s afwijkt doordat er nu wordt volstaan met algemene financiële kaders zoals

bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, die in de Begroting 2023 worden uitgewerkt. Er is dus geen uitgewerkte financiële paragraaf meer opgenomen. Hierdoor wordt voorkomen, dat er een

uitgewerkte financiële paragraaf wordt opgesteld zonder dat de resultaten van het afgelopen boekjaar bekend zijn en de eerste ontwikkelingen van het lopende jaar (denk bijvoorbeeld aan cao ontwikkelingen) niet worden meegenomen.

Daarnaast gaat de “Financiële Verordening SVHW 2021” er van uit dat voor 15 april samen met de

begroting voor het komende jaar - indien nodig - een begrotingswijziging voor het lopende jaar wordt

ingediend. Hierdoor worden correcties (bijvoorbeeld niet opgenomen cao ontwikkelingen en indexatie van materiële kosten) lopende het begrotingsjaar gecorrigeerd, waarmee zij - indien structureel -

doorlopen in het komende begrotingsjaar en niet in de begroting voor dit jaar behoeven te worden

gecorrigeerd. Dit geeft de mogelijkheid om indien noodzakelijk tussentijds en sneller bij te sturen. In voorafgaande jaren corrigeerde SVHW in de begroting van het komende jaar.

Gelet op de ontwikkelingen van de proceskostenvergoeding, kosten voor inhuur in verband met het afdoen van WOZ-bezwaren, de ontwikkeling van personele kosten en de indexering van materiële

kosten zal SVHW een begrotingswijziging voor 2022 indienen. Van dit gegeven wordt in Kadernota 2023 uitgegaan.

Dit betekent dat SVHW in lijn met het besluit van het Algemeen Bestuur van 17 februari 2017 bij het

ontbreken van een cao Werken voor Waterschappen uitgaat van een loonstijging van 1 procent en voor de materiële kosten eveneens van 1 procent, omdat in de begrotingswijziging voor 2022 de correctie

van de stijging van de materiele en personele kosten al heeft plaatsgevonden. Een eventuele correctie van de loonstijging en van het indexcijfer voor de materiële kosten voor 2023 vindt plaats in de begrotingswijziging 2023.

De ontwikkelingen zoals geschetst in paragraaf 3 hieronder worden vrijwel geheel opgevangen binnen de exploitatie. SVHW zal echter in de Begroting 2023 de volgende posten nog nader uitwerken en de eventuele financiële consequenties opnemen, waarbij zoveel mogelijk wordt gekeken naar interne dekking of dekking door volume toename (aantal WOZ-objecten, aantal gewogen aanslagregels): • •

de formatie in het WOZ-domein in verband met het toenemende aantal WOZ-objecten;

de formatie in het Heffingen-domein in verband met de toename van het aantal deelnemers dat voor de afvalstoffenheffing Diftar hanteert;

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 5 van 32

Kadernota 2023 • •

het aantrekken/ontwikkelen van capaciteit op het gebied van data-analyse;

de invoering van een zaaksysteem vanwege de Wet open overheid en de “Regie op eigen gegevens” door inwoners.

1.2

Leeswijzer

Paragraaf 2 beschrijft de strategische richting van SVHW. In paragraaf 3 wordt een overzicht gegeven

van de belangrijkste ontwikkelingen, waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van de (meerjaren)begroting. Het betreft hier de ontwikkelingen, zoals deze worden onderkend bij het opstellen van deze Kadernota (december 2021/januari 2022). Paragraaf 4 schetst de (financiële)

kaders voor de (meerjaren)begroting gebaseerd op de ontwikkelingen in paragraaf 3.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 6 van 32

Kadernota 2023

Strategische richting SVHW Het meerjarenperspectief van SVHW is het optimaliseren van de belastingopbrengst voor zijn

deelnemers. SVHW heeft hierbij als strategie om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij een laag kostenniveau gehandhaafd blijft. Daarnaast moet de aard van de dienstverlening passen binnen de context van een veranderende omgeving en dient daarom continu doorontwikkeld te worden. Als uitgangspunt probeert SVHW de ontwikkeling van de dienstverlening zoveel mogelijk binnen de exploitatie op te vangen (interne financiering), door continue verbetering van de effectiviteit en

efficiency van de processen en het actief zoeken naar samenwerking. SVHW heeft hierbij de ambitie om zijn deelnemers te blijven interesseren en te binden door: •

de basis verder te versterken en de dienstverlening verder te optimaliseren (digitalisering,

•

de deelnemers verder te ontzorgen door het breder aanbieden van het huidige takenpakket en

procesgericht en data gestuurd werken, toegankelijkheid van gegevens);

daaraan gelieerde activiteiten; •

meerwaarde te bieden voor de deelnemers door het ter beschikking stellen van bij SVHW

aanwezige informatie voor beleidsbepaling en sturing op de uitvoering.

Een belangrijk element in de prijs-kwaliteitverhouding is de verhouding tussen standaardisatie en

deelnemer specifieke dienstverlening. Vanwege de efficiënte inrichting van de primaire processen van

SVHW is standaardisatie noodzakelijk en wenselijk, maar dit valt vanwege de politieke beleidsvrijheid van de deelnemers niet altijd te realiseren. SVHW kenmerkt zich echter door een hoge mate van

flexibiliteit en innovatief vermogen, waardoor standaardisatie en maatwerk tot op heden goed naast elkaar kunnen bestaan.

De mogelijkheid om maatwerk te kunnen bieden, zal in de komende jaren waarschijnlijk onder druk komen te staan in verband met de ontwikkeling van Software as a Service (SaaS) vanuit de Cloud. Vanuit de Cloud wordt dan door de leverancier een standaardpakket van de belastingsoftware

aangeboden. Deze beperking van maatwerk raakt dan overigens niet alleen de belastingkantoren maar ook individuele gemeenten en waterschappen die de belastingtaak nog zelf uitvoeren.

Als mitigerende maatregel werkt SVHW samen met andere belastingkantoren om zoveel mogelijk bestaand

gemeenschappelijk “slim” maatwerk in de standaard van de belastingsoftware te laten

opnemen. Daarnaast kan SVHW API’s laten ontwikkelen en robotisering inzetten als mogelijk alternatief

voor maatwerk. Onvermijdelijk zal er ook kritisch gekeken moeten worden naar benodigde standaardisering in de dienstverlening, want de situatie waarbij een standaardsysteem wordt ontsloten via veel API’s en gevoed wordt door veel “robots” is vanuit beheersbaarheid niet wenselijk. Daarnaast spelen de kosten van de ontwikkeling van API’s en “robots” een rol.

Door ontwikkelingen zoals de digitale overheid, het Rijksprogramma Regie op Gegevens, de toename van open data en de ontwikkeling van Artificial Intelligence en Machine Learning, wordt het data gestuurd werken meer en meer een onderdeel van de operatie van SVHW. Voor SVHW is deze

ontwikkeling in alle domeinen voelbaar: bij het waarderen in het WOZ-domein, het verrijken van

gegevens met open data in het heffingen-domein, bij de klantcontacten en bij de (dwang)invordering

in het invorderingsdomein. SVHW moet hiertoe de vaardigheden van het bestaande personeel vergroten maar zal ook specifieke expertise moeten aantrekken in de vorm data-analyse.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 7 van 32

Kadernota 2023 Ofschoon SVHW door het instellen van een interne werkgroep “de NCNP-busters” de stijging van het aantal WOZ-bezwaren ingediend door No-Cure-No-Pay (NCNP) bureaus in 2021 heeft weten te

stabiliseren tot net onder het landelijke gemiddelde, verwacht SVHW dat de dreiging in 2023 aanwezig

blijft. Dit wordt enerzijds veroorzaakt doordat het niet waarschijnlijk is dat er in 2023 al wijzigingen in

wet- en regelgeving plaatsvinden, waardoor het verdienmodel voor de NCNP-bureaus intact blijft. Anderzijds is er nog genoeg marktpotentieel, want in 2021 heeft “slechts” 1,4 procent van de

ontvangers van een WOZ-beschikking bezwaar gemaakt via een NCNP-bureau.

In 2022 continueert SVHW de inzet van de NCNP-busters en worden de geleerde lessen vanuit 2021 en succesvolle initiatieven van andere belastingkantoren ingezet om de WOZ-bezwaren ingediend door

NCNP-bureaus te beperken. Er is namelijk een nieuwe bezwaarreden: het aanvechten van de juistheid van het gebruiksoppervlak, omdat SVHW in 2022 de woningen voor het eerst op basis van gebruiksoppervlak waardeert.

De conclusie is dat de kosten (uit te keren proceskostenvergoeding en inhuurkosten) en de druk op de capaciteit van SVHW in 2023 aanwezig zullen blijven. SVHW zal dus alle zeilen moeten bijzetten om de

arbeidsintensieve NCNP WOZ-bezwarenstroom in goede banen te leiden. Het risico bestaat echter dat

de uitvoering in het gedrang komt en tijdslijnen voor bezwaarafhandeling en herwaardering niet

gehaald kunnen worden. Bovendien dient SVHW gelet op het structurele karakter van de kosten deze conform het BBV al op te nemen in de Begroting 2022 door middel van een begrotingswijziging.

Mogelijkerwijs ontstaat er nog een nieuwe “NCNP-markt” doordat het vanaf 1 januari 2023 eventueel ook mogelijk wordt om formeel bezwaar aan te tekenen tegen het niet toekennen van een

kwijtscheldingsverzoek. Het was de bedoeling dat deze wijziging al per 1 januari 2022 zou ingaan,

maar de Rijksbelastingdienst heeft in verband met de afhandeling van de kinderopvangtoeslagenaffaire

bedongen dat de invoering wordt uitgesteld. Mocht de invoering plaatsvinden, dan nemen de kosten en de druk op de capaciteit van SVHW hierdoor toe.

Ondanks dat VNG-Realisatie nog uitgaat van een invoering van de Samenhangende Objectenregistratie (SOR) in 2025, lijkt deze te vertragen. Er is namelijk nog geen helderheid over de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. Het nieuwe kabinet dient dit dossier op te pakken.

SVHW heeft in 2021 echter wel geanticipeerd op de ontwikkeling van de SOR door het in gebruik nemen van een nieuwe BAG applicatie, iObjecten. Met iObjecten is SVHW in staat om geheel

geïntegreerd het beheer uit te voeren van objectgegevens zowel voor de BAG als WOZ. Dit verhoogt de kwaliteit en efficiency. Daarnaast is de applicatie voorbereid voor de doorontwikkeling naar de

Samenhangende Objecten Registratie (SOR), bijvoorbeeld voor het werken in ketens en de koppeling

met BGT-gegevens.

SVHW heeft ook de applicatie Way-2-Go geïmplementeerd als management tool voor het

objectbeheerproces en als ‘communicatiemiddel’ voor gegevensuitwisseling tussen SVHW en de

deelnemers. Het platform ondersteunt tevens het verbeteren en behouden van de uniformiteit van

WOZ- en BAG-gegevens. SVHW zal in 2022 met de deelnemers in samenhang met de voortgang van

het landelijke SOR project inventariseren op welke wijze de samenwerking tussen SVHW en gemeenten het beste vorm gegeven kan worden. Het is hierbij denkbaar dat er meerdere varianten ontstaan. In 2023 kunnen de deelnemers en SVHW dan verdere concrete stappen nemen in de richting van de eventuele ingebruikname van de SOR eind 2025.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 8 van 32

Kadernota 2023 SVHW verwacht dat ten gevolge van de externe factoren de kosten voor de uitvoering de komende

jaren zullen stijgen. Was het bijvoorbeeld enkele jaren geleden nog de verwachting dat digitalisering en basisregistraties (die momenteel nog verre van optimaal functioneren) zouden leiden tot meer

efficiency en lagere kosten, de praktijk laat inmiddels het tegenovergestelde zien. Het ontbreken van geautomatiseerde terugmeldvoorzieningen in meerdere basisregistraties leidt zelfs tot veel meer handwerk en daarmee hogere personele kosten en gooit ons feitelijk “terug in de tijd”.

Ontwikkelingen zoals Common Ground, de Digitale Overheid en Regie op gegevens vragen van overheden en dus ook van SVHW de nodige investeringen. Het stellen van zeer hoge eisen aan

beveiliging en privacy binnen deze digitaliseringsgolf is daarbij een belangrijk element. Daarnaast

werken de voorzieningen die getroffen moeten worden in verband met gewijzigde wet- en regelgeving (o.a. op het gebied van invordering) kostenverhogend.

SVHW heeft in de begrotingen van 2021 en 2022 als structureel middelen opgenomen, waardoor een groot deel van kostentoename (m.u.v. van NCNP gerelateerde kosten) naar verwachting binnen de

exploitatie kan worden opgevangen. SVHW ziet echter geen mogelijkheden om de indexering van de

personele en materiële kosten binnen de exploitatie op te vangen, zonder dat dit consequenties heeft

voor de kwaliteit en de uitvoering van de dienstverlening. Temeer SVHW in 2021 al 400.000 euro aan indexering heeft opgevangen.

Eén van de mogelijkheden om desondanks een laag kostenniveau te blijven handhaven is een toename van de schaalgrootte van de SVHW. Daarnaast leidt een toename van de schaalgrootte ook tot

vermindering van de kwetsbaarheid (van met name de indirecte functies) en het beter kunnen voldoen

aan de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het “in control” zijn van de interne organisatie.

SVHW ziet de volgende mogelijkheden voor een toename van de schaalgrootte: •

Het toetreden van nieuwe deelnemers

Bij het toetreden van nieuwe deelnemers is het borgen van de kwaliteit van de dienstverlening voor de bestaande deelnemers van belang. Daarnaast moet uitbreiding voordelen opleveren

voor de bestaande deelnemers en passend zijn binnen de ontwikkeling van SVHW. In de eerste helft van 2022 wordt het duidelijk of een gemeente een verzoek doet om per 1 januari 2023 toe te mogen treden tot SVHW.

Een complicerende factor is, dat ten gevolge van de Wet Normalisering Rechtspositie

Ambtenaren (WNRA) de ambtenaren onder het civiele arbeidsrecht vallen. Hierdoor wordt een

toetreding gezien als een overgang van onderneming, waarbij de betreffende medewerkers in principe allemaal met behoud van alle rechten en plichten overgaan. Dit vergt dat er op

voorhand op individueel niveau afspraken worden gemaakt, aangezien het niet wenselijk is dat SVHW in het geval van overtolligheid ten gevolge van een toetreding moet reorganiseren. De

WNRA is ook van toepassing als een bestaande deelnemer uittreedt of activiteiten niet meer bij SVHW onderbrengt. In deze situatie zouden de betreffende medewerkers van SVHW namelijk

overgaan naar de betreffende deelnemer. •

Meer dienstverlening aan de huidige deelnemers

Door meer diensten te verlenen aan de huidige deelnemers ontstaat er een win-win situatie.

Enerzijds kan SVHW vanwege de schaalgrootte deze diensten goedkoper en minder kwetsbaar Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 9 van 32

Kadernota 2023 uitvoeren dan de deelnemers zelf en anderzijds ontstaan er meer kostendragers voor SVHW. Hierbij kan gedacht worden aan:

•

o

het uitvoeren van de kleinere belastingen en leges;

o

uitvoering van de BAG;

o

het optreden als leverancier van datasets.

o

het verzorgen van de publiekrechtelijke invordering;

o

uitvoering van elementen van de SOR;

Samenwerken met andere overheden (deelnemers)/partijen

Een aantal niet-kernactiviteiten zou kunnen worden ondergebracht bij andere overheden/

partijen of samen georganiseerd kunnen worden. Voorwaarde is wel, dat dit leidt tot lagere

kosten met behoud van kwaliteit en flexibiliteit. SVHW werk in dit verband samen met collega belastingkantoren om ontwikkelingen in de dienstverlening en ICT-systemen samen te

realiseren. •

Samengaan/samenwerken met een ander belastingkantoor

Aangezien SVHW niet het enige belastingkantoor is, dat te maken heeft met de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en de daarvoor benodigde extra inspanningen, heeft

SVHW eind 2021 verkennende gespreken met twee andere belastingkantoren geïnitieerd om te

inventariseren of er mogelijkheden zijn om op het gebied van de ondersteunende processen en ICT meer samen te werken. De bedoeling is hierbij om te inventariseren of door samenwerking de kwetsbaarheid kan worden verminderd en kosten kunnen worden bespaard. In 2022 moet er meer duidelijkheid komen of en hoe hier inhoud aan gegeven kan worden. In deze kadernota zijn de eventuele effecten niet verwerkt

In 2023 ontwikkelt SVHW zijn (digitale) dienstverlening door in lijn met de ontwikkelingen van

MijnOverheid, de digitale overheid, de toenemende regie op eigen gegevens door inwoners en de

ontwikkelingen binnen het WOZ-domein. Hierbij blijft SVHW aandacht houden voor mensen die minder digitaal vaardig zijn.

Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering

ondersteunen en is er blijvende aandacht voor het maatschappelijk verantwoord invorderen. De focus van de invordering ligt op het voorkomen van problematische schulden of een opeenstapeling van schulden. Invordering zal meer en meer digitaal en data gestuurd gaan worden. Daarnaast zal de afhandeling van de Kinderopvangtoeslagenaffaire in 2023 nog doorlopen,

SVHW gaat in de tweede helft van 2022 het onderzoek naar de klanttevredenheid van de deelnemers uitvoeren en zal eventuele verbeterpunten aansluitend implementeren. Naar verwachting loopt de

implementatie door tot in 2023. In 2023 zal er ook verder inhoud moeten worden gegeven aan de ketensamenwerking tussen de deelnemers en SVHW op het gebied van het bijhouden van de

objectgegevens.

De diverse ontwikkelingen en de aangescherpte vakbekwaamheidseisen doen een beroep op het

kennisniveau en andere competenties van de medewerkers. Digitalisering en slimme software gaat

steeds meer het uitvoerende werk overnemen. Er ontstaat een toenemende behoefte aan data-analyse en procesontwerp. De inhoud van de functies zal dus veranderen en nieuwe functies zullen ontstaan.

Het management van SVHW speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling en dient de medewerkers te stimuleren zich te ontwikkelen. Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 10 van 32

Kadernota 2023

Ontwikkelingen 3.1

Inleiding

Deze paragraaf geeft de relevante ontwikkelingen voor de Kadernota 2023 weer, zoals deze bij het

opstellen daarvan 2023 bekend zijn. De meeste ontwikkelingen hebben een meerjarig effect. Voor

zover mogelijk en relevant wordt reeds in 2022 rekening gehouden met de ontwikkelingen door het

starten of voorbereiden van activiteiten. In een aantal gevallen is er sprake van een doorontwikkeling vanuit 2022.

3.2 3.2.1

Technologische- en procesontwikkelingen Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

De generieke digitale infrastructuur van de overheid (GDI) bestaat uit herbruikbare digitale

basisvoorzieningen, standaarden en producten die gezamenlijk gebruikt worden door overheden, publieke organisaties en in een aantal gevallen ook private partijen. GDI maakt het mogelijk om primaire processen doelmatig in te richten en te blijven ontwikkelen. GDI regelt het veilig en

betrouwbaar inloggen voor Nederlandse inwoners en bedrijven bij de (semi-)overheid en regelt de

beschikbaarheid van een aantal basisgegevens voor het gebruik in overheidsprocessen. De volgende voorzieningen maken onderdeel uit van de GDI: • • •

de publicatie van wet- en regelgeving (o.a. overheid.nl);

veilige communicatie met de overheid (o.a. berichtenbox en Mijnoverheid);

veilige digitale toegang voor inwoners en bedrijven richting de overheid (o.a. DigiD,

eHerkenning, eIDAS en DigiMachtiging); • •

de basisregistraties (o.a. BRP, BAG, WOZ, BRK, NHR);

de afspraken, (open) standaarden en stelselvoorzieningen die ervoor zorgen dat overheden met elkaar kunnen communiceren en samenwerken (o.a. Digikoppeling, Digivering en Digimelding).

In de kamerbrief nr. 55 van 13 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en

Koninkrijksrelaties aangegeven, dat het voormalige kabinet het voornemen had de financiering van de

GDI met ingang van 2022 meer centraal in te richten. Vooralsnog is het onduidelijk of en wanneer het nieuwe kabinet de plannen vaststelt.

Mocht deze aanpassing in 2023 doorgang vinden dan komt de huidige één-op-één doorbelasting van

het gebruik van de GDI op basis van een 40/60 verdeling aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Waterschap Hollandse Delta te vervallen. Indien de aanpassing niet doorgaat, dan blijft de huidige doorbelastingsmethodiek gehandhaafd.

3.2.2

MijnOverheid

De verdere ontwikkeling van MijnOverheid vindt stapsgewijs plaats. De basis voor deze ontwikkeling is

gelegd in de NLDigibeter en de Kamerbrief ‘visie Regie op gegevens’. In de visie van het kabinet vervult MijnOverheid een belangrijke rol bij het realiseren van de mogelijkheid voor inwoners om ‘regie te

voeren’ over de eigen gegevens. Het gebruik door inwoners zal de komende jaren nog sterk groeien en

zij zullen steeds meer verwachten dat zij ook via deze ingang gegevens kunnen inzien of zaken met de Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 11 van 32

Kadernota 2023 overheid kunnen regelen. Er wordt gewerkt aan de mogelijkheid om in MijnOverheid ook zelf

machtigingen vast te leggen, zodat men een andere kan machtigen om bepaalde gegevens binnen MijnOverheid in te zien of handelingen te doen.

In lijn met deze ontwikkeling gaat SVHW in 2023 ook meer documenten via MijnOverheid gaan ontsluiten.

3.2.3

Landelijke stelsel van basisregistraties

Lag in de voorgaande jaren de nadruk op de invoering en implementatie van een aantal

basisregistraties, waaronder het Handelsregister en de Landelijke Voorziening (LV)-WOZ, in de

komende jaren zal de focus nadrukkelijk liggen op de verbetering en het beheer. De eerste beheertools zijn inmiddels ontwikkeld en in gebruik.

In de dagelijkse uitvoeringspraktijk hebben de basisregistraties zich op het gebied van

efficiencyverbetering nog niet bewezen. Er dient nog teveel handmatig gecontroleerd en gecorrigeerd te worden. De verwachting is dat deze situatie de komende jaren maar langzamerhand verbeterd.

Daarnaast zullen ook de basisregistraties worden aangepast aan de principes van Common Ground en wordt het berichtenverkeer vervangen door koppelingen op basis van Application Programming

Interfaces (API’s). Dit zal leiden tot aanpassingen in de primaire applicaties van SVHW. De kosten lopen in tegenstelling tot eerdere verwachtingen op. Dat geldt niet alleen personele kosten in verband met

opleidingen en extra inzet, maar zeker ook voor de kosten van goed werkende software en de beveiliging van de gegevens.

Hieronder in het kort de ontwikkelingen met betrekking tot een aantal basisregistraties: LV-WOZ / WOZ-waardeloket

Momenteel wordt onder leiding van de waarderingskamer en de VNG aan een nieuw informatiemodel

voor de WOZ (IMWOZ) gewerkt. Dit vormt de basis voor de specificaties van de inhoud van de LV-WOZ. De IMWOZ gaat onderdeel uitmaken van het landelijke metamodel voor informatiemodellen (MIM). De

bedoeling is hierbij om de basisregistraties beter op elkaar af te stemmen. Naar verwachting zullen in 2023 de eerste aanpassingen worden doorgevoerd.

Daarnaast wordt er ook gestart met de bouw van een vernieuwd WOZ-waardeloket, waarin gewenste

extra functionaliteiten, die onder de huidige wet- en regelgeving mogelijk zijn, worden gerealiseerd. Aanpassingen waarbij wijziging van wet- en regelgeving nodig, zoals de openbaarheid van de WOZwaarde van niet-woningen, zijn hierin niet opgenomen.

Dit laatste geldt ook voor mogelijke ontwikkelingen omtrent de wens of noodzaak om extra gegevens beschikbaar te maken in de LV WOZ, zoals bijvoorbeeld gegevens over gemachtigden, het

taxatieverslag of wanneer er meer sprake zou moeten zijn van een "woningloket", waarin extra gegevens uit andere bronnen worden getoond en ook meer functionaliteit gewenst is. De softwareleveranciers van SVHW zijn betrokken bij deze ontwikkelingen. Basisregistratie Kadaster (BRK)

Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023 wordt de BRK levering 2.0 ingevoerd. De werkprocessen

zullen hierdoor een andere wijze moeten worden opgezet en mogelijk worden deze in de uitvoering gecompliceerder.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 12 van 32

Kadernota 2023 Samenhangende Objectenregistratie

De samenhangende objectenregistratie (SOR) is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en ook het

gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele

elementen vanuit de huidige WOZ-registratie (zoals objecttypen en eigenschappen) opgaan in de SOR. In juni 2021 is het conceptueel model voor de SOR afgerond en is de architectuurbeschrijving voor de voorzieningen van de SOR gepubliceerd. Deze documenten vormen een belangrijke input voor het

verdere besluitvormingsproces over de SOR. Er is echter nog geen helderheid over de financiering van

de implementatie en het beheer van de SOR. De VNG heeft hierover overleg met het ministerie van BZK.

De insteek van de VNG is dat er nieuwe financieringsafspraken nodig zijn, die tevens een oplossing

bieden voor het feit dat de bronhouders momenteel een onevenredig groot deel van de kosten dragen.

Het nieuwe kabinet dient dit op te pakken. Ondanks VNG Realisatie nog uitgaat van invoering per 2025 lijkt vertraging zeer waarschijnlijk.

De SOR heeft gevolgen voor werkprocessen, functieomschrijvingen en de informatie-uitwisseling en de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW.

3.2.4

Common Ground

Dit is een ontwerp en een veranderstrategie van de VNG voor een nieuwe gemeenschappelijke

gemeentelijke informatievoorziening. Hierdoor ontstaat er een nieuw en modern gegevenslandschap, dat op een verantwoorde en consistente wijze wordt ondersteund. Dit maakt het mogelijk om de

gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering snel en flexibel te moderniseren. Het is een grote verandering die veel vraagt van de gemeenten, samenwerkingsverbanden, leveranciers en diverse

partners in de digitale overheid. Vanuit de architectuur en standaarden is meerjarig een extra impuls nodig om deze veranderingen te realiseer en beheersbaar te maken. De winkel moet tijdens de

verbouwing open blijven. Naar verwachting zullen de bestaande voorzieningen over een periode van 3 tot 8 jaar worden uitgefaseerd.

De aanpassing/vervanging van applicaties vraagt in ieder geval tijd en forse investeringen. Het gaat niet alleen om de applicaties maar ook om de transitie (o.a. implementatie, inhuur en opleidingen). Landelijke inschattingen spreken over bedragen van honderden miljoenen, die nodig zijn voor de

realisatie van Common Ground. Daartegenover staan ook te verwachten besparingen op het moment dat uiteindelijk de principes van Common Ground goed zijn doorgevoerd.

SVHW heeft in 2021 een nieuwe waarderingsapplicatie (OrtaX) en een nieuwe objecten/BAG-applicatie

(iObjecten) in gebruik genomen, die beide al voldoen aan de principes van Common Ground en

beschikbaar zijn als ‘Software as a Service’ (SaaS) in de Cloud. De belastingapplicatie dient echter nog aangepast te worden (zie ook paragraaf 3.2.6).

3.2.5

Artificial Intelligence/ Machine learning

De toename van de hoeveelheid beschikbare data (o.a. open data), de ontwikkeling naar een

informatiesamenleving en de maatschappelijke noodzaak om meer gegevens te gebruiken om

zodoende de herkenbaarheid en kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren leiden er toe dat SVHW meer en meer data zal moeten gaan verwerken en beschikbaar stellen. Hierbij worden alle domeinen van SVHW geraakt. Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 13 van 32

Kadernota 2023 Dit zal leiden tot de situatie dat de systemen van SVHW op basis van ‘Artificial Intelligence (AI) en

‘Machine learning’(ML)’ datastromen gaan verwerken. Hierbij is AI is erop gericht om functies van intelligentie te ontwikkelen (redeneren, verbanden zien, etc.) en ML houdt zich bezig met de

ontwikkeling van algoritmes en technieken om AI te bereiken. SVHW zal bij de keuze van systemen hiermee rekening moeten houden.

Voor de verwerking van de toenemende datastromen zal SVHW ook meer en meer robotisering moeten

gaan inzetten (‘RPA’, Robotic Process Automation). Hierbij worden repetitieve handelingen door middel van software zoveel mogelijk geautomatiseerd. SVHW doet dit momenteel veelal door scripting. Naast de technische maatregelen zullen ook de medewerkers van SVHW zich moeten bekwamen in het verwerken van data en is aanvullende expertise op het gebied van data-analyse noodzakelijk.

3.2.6

Cloud technologie

In steeds toenemende mate bieden de IT bedrijven hun software aan in de Cloud in de vorm van

Software as a Service (SaaS). Kostenbesparing, beheersbaarheid en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud. Bij SVHW betref dit al de waarderings- en objecten/BAG-

applicaties. Ook Centric zal eind 2023 de belastingapplicatie aanbieden in de vorm van een SaaS

oplosing. Vanuit de Cloud wordt dan door Centric een standaardpakket aangeboden gebaseerd op vergaande processtandaardisatie.

Momenteel beheert SVHW nog zijn eigen Centricapplicatie maar zal op enig moment ook gebruik

moeten gaan maken van SaaS. In deze situatie heeft SVHW geen mogelijkheden om zelf maatwerk in de software door te voeren en wordt daardoor minder flexibel. Daarnaast bestaat er een gedegen risico,

dat slimme maatwerkoplossingen en specifieke functionaliteiten, die SVHW op basis van scripting heeft ontwikkeld en die bijdragen aan de huidige efficiency en flexibiliteit van SVHW, niet in de uiteindelijke standaard worden aangeboden. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de kortingen, de verschillende BIZ-grondslagen, de slimme bijsluiter, de controle op het Automatisch Heffen en Verminderen (AOV), het geautomatiseerde Invorderingsproces en bulk verwerkingsprocessen.

Daarnaast kunnen interne koppelingen naar andere SVHW systemen worden geraakt. Tegelijkertijd zal er in de toekomst minder beheercapaciteit nodig zijn.

Als mitigerende maatregel werkt SVHW samen met andere belastingkantoren om zoveel mogelijk

bestaand gemeenschappelijk “slim” maatwerk in de standaard te laten opnemen. Daarnaast kan SVHW

API’s laten ontwikkelen en robotisering inzetten als mogelijk alternatief voor maatwerk. Onvermijdelijk zal er ook kritisch gekeken moeten worden naar benodigde standaardisering in de dienstverlening,

want de situatie waarbij een standaardsysteem wordt ontsloten via veel API’s en gevoed wordt door

veel “robots” is vanuit beheersbaarheid niet wenselijk. Daarnaast spelen de kosten van de ontwikkeling van API’s en “robots” een rol.

3.2.7

Informatiebeveiliging en privacy

Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en

cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties steeds belangrijker. SVHW zal daarom zijn digitale weerbaarheid op peil dienen te houden. Dit vergt een

toenemende inspanning van SVHW. SVHW maakt op dit gebied (beveiliging en privacy) gebruik van de

diensten van de Informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en werkt samen met collega

belastingkantoren.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 14 van 32

Kadernota 2023

3.3 3.3.1

Sociaal-culturele en economische ontwikkelingen Digitalisering van de samenleving

Digitalisering speelt volop in de samenleving, raakt inwoners en ondernemers en biedt nieuwe

mogelijkheden en kansen voor welvaart en maatschappelijk welzijn. Bijvoorbeeld het efficiënt en

effectief inrichten van processen of het verlagen van drempels om met elkaar in contact te komen.

Gemeenten kiezen ervoor de kansen die digitalisering biedt te pakken en te werken aan de mogelijke

keerzijden ervan. In de VNG verenigingsagenda Gemeenten 2024 is de ‘informatiesamenleving’ tot kernthema benoemd en de digitale agenda geeft hier invulling aan. Hierbij zijn de volgende doelstellingen benoemd: 1.

2. 3.

Mogelijk maken: zoals het realiseren van de GDI, Common Ground, de digitale identiteit van

inwoners, de basisregistraties, de regie op gegevens door de inwoners, open data en digitale dienstverlening;

Kansen benutten: door het leggen van verbindingen tussen beleidsdomeinen van de overheid en met andere sectoren (economie);

Duiden en reflecteren van waarden en innovatie in de informatiesamenleving: zoals de impact van de informatiesamenleving op de democratie en rechtstaat, de impact van de toepassing

van nieuwe technologieën (Artificial Intelligence, algoritmen en virtual reality) en de toekomstig benodigde digitale vaardigheden van inwoners.

Als uitvoeringsorganisatie heeft SVHW in de ontwikkeling van de dienstverlening met het bovenstaande te maken. Een bijzonder punt van aandacht is het realiseren van digitale inclusie om te voorkomen, dat mensen die moeite hebben met digitale vaardigheden geen toegang hebben tot informatie. Het

betekent onder andere dat SVHW de website toegankelijk moet maken voor mensen met een beperking en dat SVHW de andere communicatiekanalen (telefoon en schriftelijke correspondentie) moet blijven onderhouden voor mensen die minder digitaal vaardig zijn.

De digitalisering van de samenleving wordt ondersteund door wetgeving die de wettelijke basis legt voor de basisinfrastructuur, de informatie-uitwisseling en verplichtingen van de overheid. In de

onderstaande paragrafen (paragraaf 3.4 en verder) worden een aantal wetten en de gevolgen daarvan nader toelicht.

3.3.2

Kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA)

In 2021 is SVHW begonnen met uitvoering van de Verzamelwet hersteloperatie toeslagen. In dit

verband hebben de deelnemers zich door middel van een Collegebesluit geconformeerd aan het Moratorium en heeft SVHW de invordering aangehouden van de vorderingen bij alle mogelijke

gedupeerden van de KOTA, die zich hadden aangemeld bij de Rijksbelastingdienst. SVHW heeft hen per brief geïnformeerd.

Nadat SVHW de bestanden van de erkend gedupeerden (vertraagd) van de Rijksbelastingdienst had ontvangen is SVHW in november 2021 begonnen met het kwijtschelden van de per 1-1-2021

openstaande belastingschulden van de erkend gedupeerden. In december 2021 ontving SVHW de

eerste bestanden van de afgewezen gedupeerden en in januari 2022 start SVHW met inachtneming van een acclimatisatieperiode van 30 dagen met de invordering, waarbij SVHW de betrokkenen individueel per brief en flyer informeert over de afhandeling.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 15 van 32

Kadernota 2023 Door het Ministerie van Financiën is besloten dat het compensatiebedrag van 30.000 euro dat gedupeerden ontvangen vanuit de Rijksbelastingdienst, niet zal worden uitgesloten van het

vermogensonderdeel bij het aanvragen van kwijtschelding. Dit is omdat alle openstaande schulden door publieke en private schuldeisers zijn kwijtgescholden en er een compensatie voor de geleden

schade is uitbetaald, waardoor gedupeerden een ‘schuldenvrije’ start krijgen. Concreet betekent dit dat gedupeerden die eerder recht hadden op kwijtschelding dit in de toekomst mogelijk niet meer zullen krijgen

Omdat mogelijke gedupeerden zich tot en met 2023 kunnen melden bij de Rijksbelastingdienst, zal SVHW naar verwachting tot en met 2025 bezig zijn met de afhandeling.

3.4 3.4.1

Algemene politiek-juridische ontwikkelingen Wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) / NCNP-problematiek

Naar aanleiding van de teleurstellende resultaten van het WODC rapport over de handelingswijze van

de No-Cure-No-Pay (NCNP)-bureaus heeft de VNG vervolgonderzoek geïnitieerd dat is uitgevoerd door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo). Het Coelo onderzoek richtte zich op de vraag of de bestaande kostenvergoeding, wat betreft hoogte en structuur, adequaat

is. Daarmee wordt bedoeld dat de kostenvergoeding voldoende is om de dienstverlening aan inwoners en bedrijven te faciliteren, zonder dat er financiële prikkels bestaan die leiden tot een te hoog niveau aan bezwaren of aan proceshandelingen. Voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties zijn hier niet

alleen kosten aan verbonden doordat ze kostenvergoedingen moeten betalen. Het legt ook beslag op de tijd van schaarse professionals.

De resultaten van het onderzoek zijn in november 2021 door SVHW aangeboden aan het Algemeen Bestuur SVHW. De conclusie van het rapport is dat de vergoedingsstructuur op basis van het Bpb

perverse prikkels bevat, en daardoor gedrag beloont dat niet strookt met het algemeen belang. De

financiële prikkel stimuleert namelijk om zoveel mogelijk WOZ-bezwaren (automatisch en nagenoeg

ongeacht de slagingskans) in te dienen. De afhandeling van deze WOZ-bezwaren legt een groot beslag

op de uitvoeringscapaciteit. Daarnaast wordt het bezwaartraject onnodig geformaliseerd, terwijl veel gemeenten (zo ook SVHW) nu juist streven naar een verdergaand informeel contact met de burger.

Het rapport zal door de VNG worden benut in de lopende gesprekken met stakeholders waaronder de betrokken ministeries en de belangenvereniging van NCNP-bureaus. De inzet daarbij is om zo snel

mogelijk te komen tot een adequate rechtsbescherming zonder perverse prikkels. Een aanpassing van het Bpb lijkt hierbij sneller te realiseren dan een aanpassing van bijvoorbeeld de wet WOZ. SVHW verwacht echter niet dat er in 2023 als sprake zal zijn van een aanpassing en dat de NCNP-

problematiek ondanks de mitigerende maatregelen van SVHW in ieder geval in 2023 blijft aanhouden.

3.4.2

Wet digitale overheid

De Wet digitale overheid (Wdo) regelt verdere digitalisering van de Nederlandse overheid. Dit eerste deel van de wet gaat over hoe inwoners en bedrijven veilig en betrouwbaar kunnen inloggen bij de

(semi-) overheid. Daarnaast bevat de wet regels over informatieveiligheid en privacy en het toepassen

van open standaarden. De wet verankert taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden m.b.t. de

voorzieningen voor de generieke digitale infrastructuur (GDI), verplichtingen voor bestuursorganen en

aanspraken van inwoners en bedrijven. Gewerkt wordt in tranches: de eerste tranche regelt onder meer

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 16 van 32

Kadernota 2023 de toegang tot digitale dienstverlening van de overheid door middel van elektronische identificatie en authenticatie, informatieveiligheid en standaarden.

Naar verwachting wordt de Wdo stapsgewijs ingevoerd. Na inwerkingtreding: • • • •

moet SVHW zijn digitale diensten indelen naar betrouwbaarheidsniveau; heeft SVHW een acceptatieplicht voor toegelaten inlogmiddelen; moet SVHW zijn informatiebeveiliging op orde hebben;

moet SVHW meebetalen voor het gebruik van inlogmiddelen door inwoners.

Het wetsvoorstel is op 18 februari 2020 door de Tweede Kamer aangenomen. Vragen van de Eerste

Kamer bij het wetsvoorstel hebben er toe geleid dat de Staatssecretaris van BZK een wetswijziging zal indienen. Met deze zogenaamde novelle wordt privacybescherming steviger in de WDO verankerd. Er

komt een wettelijk verhandelverbod voor gegevens en de principes ‘privacy by design’ en ‘open source’ worden in de wet opgenomen. Hierdoor wordt inloggen bij de overheid veiliger en betrouwbaarder. De daadwerkelijke datum van de inwerkingtreding is afhankelijk van wanneer de Eerste Kamer het wetsvoorstel met de wijziging bespreekt.

3.4.3

Wet open overheid

In oktober 2021 is de Wet open overheid (Woo) aangenomen, de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo treedt op 1 mei 2022 in werking. De Woo geeft regels over het actief

openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter

vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Deze wet legt de verplichting op documenten in een, voor SVHW beperkt, aantal categorieën actief openbaar te maken: • • • • • • •

wet- en regelgeving;

organisatiegegevens; bestuurstukken;

jaarplannen en -verslagen; Wob/Woo-verzoeken;

onderzoeken; klachten.

SVHW voldoet - voor zover van toepassing- al voor een deel van de categorieën aan deze verplichting,

uitgezonderd de Wob/Woo-verzoeken, de besluitenlijsten van het Dagelijks Bestuur, onderzoeken en

klachten. Ook deze categorieën documenten zullen vanaf 1 mei 2022 actief openbaar moeten worden gemaakt. Daarnaast verplicht de Woo SVHW om een contactpersoon aan te wijzen voor het

beantwoorden voor het beantwoorden van vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en het voeren van een organisatie brede regie op het digitaal bewaren en ontsluiten van de eigen

gegevens. In dit verband overweegt SVHW om tot de aanschaf van een zaaksysteem over te gaan. Dit

systeem kan ook verder worden toegepast voor de dienstverlening naar de inwoners in het kader van de regie op eigen gegevens.

De landelijke verwachting is dat de aanloopkosten en de structurele kosten van de Woo hoog kunnen

zijn. Voor de uitvoering komt voor gemeenten een bedrag beschikbaar van 164 miljoen euro waarvan

structureel 42,1 miljoen euro per jaar en incidenteel 121,9 miljoen euro. Voor SVHW zou het de

implementatie van een zaaksysteem en benodigde capaciteit voor de vraagbaak- en regiefunctie betekenen. Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 17 van 32

Kadernota 2023

3.4.4

BTW-koepelvrijstellling

De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019

aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof. Het kabinet heeft zich ingespannen

voor reparatie via Europese regelgeving. Het is duidelijk geworden dat benodigde unanimiteit van alle

lidstaten voor de aanpassing van de Europese regelgeving niet waarschijnlijk is. Het is onduidelijk hoe dit dossier verder gaat verlopen. Er zijn immers sinds 2019 geen ontwikkelingen meer merkbaar.

Indien de koepelvrijstelling verdwijnt dan wordt SVHW BTW-plichtig en zal het BTW in rekening moeten

brengen op de deelnemersbijdrage. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW-druk die ontstaat door

arbeid, aangezien de huidige deelnemersbijdrage van SVHW al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de door SVHW ingekochte diensten en producten.

De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW-

compensatiefonds, de extra BTW verrekenen. Het waterschap Hollandse Delta heeft deze mogelijkheid

echter niet. Daarnaast zullen extra uitvoeringskosten gaan ontstaan, omdat SVHW aanvullende administratieve werkzaamheden zal moeten gaan verrichten.

3.5 3.5.1

Ontwikkelingen WOZ Waarderingskamer

De Waarderingkamer pleit voor een brede investeringsagenda voor de WOZ-uitvoering met name gelet

op het bredere gebruik van de WOZ-waarden. Om te zorgen dat het maatschappelijk draagvlak voor en vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden verder toeneemt, is het van belang dat de WOZ-

uitvoering mee blijft ontwikkelen met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen. In de

instemmingsbrief gericht aan het Dagelijks Bestuur van SVHW voor het mogen beschikken van WOZwaarden en het verzenden van de OZB-aanslagen in 2020 vroeg de Waarderingskamer dan ook voor blijvende aandacht voor het doen van de nodige investeringen.

Daarnaast schetst de Waarderingskamer in haar strategiedocument 2020-2025 nog de volgende

ontwikkelingen die van grote invloed zijn op de WOZ-uitvoering: • • •

iedereen wordt eigenaar van zijn/haar (persoons)gegevens;

het met meer flexibiliteit kunnen betrekken van gegevens bij de WOZ-waardebepaling;

de invoering van een nieuw verantwoordingsdocument en taxatieverslag.

SVHW zal in de bedrijfsvoering en begroting rekening moeten houden met de bovenstaande punten.

3.5.2

Regie op eigen gegevens

De Waarderingskamer schrijft in haar strategiedocument 2020- 2025 dat de WOZ-uitvoering moet

inzetten op de ontwikkeling om belanghebbenden een grotere rol te geven bij het actueel houden van de objectgegevens. In dit verband speelt MijnOverheid een belangrijke rol.

In MijnOverheid zijn de eigen WOZ-waarden via het onderdeel ‘ Persoonlijke gegevens’ voor inwoners in te zien en SVHW heeft via dat kanaal ook de bijbehorende taxatieverslagen opvraagbaar gemaakt.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 18 van 32

Kadernota 2023 MijnOverheid zou in de toekomst ook startpunt kunnen zijn voor het bezwaar maken tegen de WOZwaarde van de woning (het daadwerkelijke bezwaar maken kan op dit moment niet via MijnOverheid, maar moet plaatsvinden bij SVHW). De verwachting is dat steeds meer belastingplichtigen de

MijnOverheid Berichtenbox en de omgeving voor Persoonlijke Gegevens zullen gaan gebruiken, waardoor het aantal fysieke brieven zal verminderen.

Indien deze ontwikkeling doorzet, zal er behoefte ontstaan aan een mogelijkheid om via MijnOverheid met SVHW te communiceren. In dat kader vindt de Waarderingskamer het van belang dat

belanghebbenden de objectkenmerken, die ten grondslag liggen aan de WOZ-taxaties, permanent

kunnen inzien en dat objectieve correcties of wijzigingen hierover permanent en op een eenvoudige en veilige manier aan de gemeente kunnen worden doorgeven. SVHW heeft hierop al geanticipeerd door “Mijn SVHW” via single-sign-on bereikbaar te maken vanuit MijnOverheid en volgt de verdere

ontwikkelingen. Daarnaast overweegt SVHW de aanschaf van een zaaksysteem (zie ook paragraaf 3.4.3).

3.5.3

Nieuw taxatie modellen / extra taxatie gegevens

De komende jaren zal de ontwikkeling van taxatiemodellen in hoog tempo doorgaan. Het toepassen van

nieuwe technieken, zoals de eerder beschreven Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning en het

betrekken van meer gegevens, zoals locatiegegevens vanuit de Geo-registraties en open data bestanden,

zullen leiden tot een verdere verfijning van de taxatiemodellen en steeds betere WOZ-taxaties. De waarderingsapplicatie OrtaX, die SVHW in 2021 heeft aangeschaft, is voorbereid op deze

ontwikkeling en kent al een toepassing van AI, maar zal ook verder doorontwikkeld moeten worden. Voor de SVHW taxateurs betekent deze ontwikkeling dat er steeds meer nadruk komt te liggen op

analysevaardigheden en het inrichten en verfijnen van de modellen.

3.5.4

Verantwoordingsdocument en taxatieverslag nieuwe stijl

Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen 25 jaar (min of meer) gelijk gebleven. Ook moet SVHW als gevolg van arresten van de Hoge Raad (op de

zaak betrekking hebbende stukken) al in de bezwaarfase verplicht aanvullende gegevens verstrekken aan de belanghebbende of deze ter inzage leggen. Daarnaast stelt SVHW bij beroepsprocedures vaak

een taxatiematrix met aanvullende gegevens op waarmee SVHW wil aantonen dat de WOZ-waarde juist

is.

De Waarderingskamer wil de onderbouwing van de WOZ-taxaties verbeteren door samen met

betrokken partijen te werken aan een verantwoordingsdocument en een vernieuwd taxatieverslag. De combinatie van deze twee documenten moet de volledige onderbouwing van de WOZ-waarde zijn.

Daarbuiten zouden geen andere gegevens verstrekt hoeven te worden.

In 2022 vindt in een aantal gemeenten een pilot plaats met het vernieuwde taxatierapport. Daarnaast wordt het verantwoordingsdocument nader gedefinieerd. Het gemoderniseerde taxatieverslag en

verantwoordingsdocument zullen vanaf 2023 mogelijk worden ingevoerd.

Het jaarlijks opstellen van een verantwoordingsdocument zal SVHW inspanning kosten, maar hopelijk kan dit worden "terugverdiend" in bezwaar en beroepsprocedures doordat de waarden zowel door belanghebbenden als door de rechters beter zullen worden geaccepteerd. De huidige

waarderingsapplicatie OrtaX is voorbereid om het taxatieverslag nieuwe stijl automatisch te genereren. Daarnaast past SVHW inmiddels een opname App toe waarmee SVHW foto’s kan opvragen om de Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 19 van 32

Kadernota 2023 kwaliteit van de waardering te verbeteren. SVHW bouwt deze manier van informatie uitwisseling in 2023 verder uit.

3.5.5

Toename areaal

Door de bouwopgave van de Nederlandse gemeenten (in verband met de woningnood) zal het aantal

WOZ-objecten van de deelnemers stijgen en daarmee ook de hoeveelheid werkzaamheden, die SVHW

moet verrichten. Aangezien de huidige bezetting van taxateurs en WOZ-medewerkers ‘scherp’ is, kan deze toename ondanks procesverbeteringen naar verwachting niet meer worden opgevangen zonder concessies te doen aan de kwaliteit. Een uitbreiding van de formatie lijkt noodzakelijk. Hierbij kan

worden gedacht om duurdere externe inhuur in te ruilen voor meer goedkopere vast formatie Dit zal gelet op de omstandigheden op de arbeidsmarkt niet eenvoudig zijn. Alternatief zou SVHW een

traineeprogramma kunnen starten. SVHW de impact op de formatie inzichtelijk maken in de begroting 2023. Een mogelijke (gedeeltelijke) financiering kan gevonden worden in de toename van het aantal WOZ-objecten.

3.5.6

Wet verbetering rechtsbescherming WOZ

De huidige Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is onvoldoende toegespitst op de situatie, dat belanghebbenden tegengestelde belangen bij dezelfde WOZ-waarde hebben. Begin 2019 is een

wetsvoorstel, dat beoogt de rechtsbescherming van de belanghebbenden bij een WOZ-beschikking

adequaat te regelen, voor internetconsultatie gepubliceerd. Op het wetsvoorstel was veel kritiek en

daarom is het nog niet bekend of en wanneer de parlementaire behandeling plaats vindt en daarmee is

het onwaarschijnlijk of de wijziging van de wet WOZ in 2023 van kracht zal zijn.

Ondertussen worden in de jurisprudentie de ergste tekorten in de rechtsbescherming verholpen,

bijvoorbeeld door medebelanghebbenden toegang te geven tot procedures. De Waarderingskamer

heeft inmiddels een handreiking voor gemeenten geschreven hoe in bezwaar- en beroepsprocedures

met derde-belanghebbenden om te gaan bij het ontbreken van een wettelijke regeling

SVHW volgt de ontwikkeling nauwlettend, aangezien er gevolgen zijn voor de uitvoeringspraktijk.

3.6 3.6.1

Ontwikkelingen digitalisering/gegevensbeheer Data gestuurd werken

Door ontwikkelingen zoals de digitale overheid, het rijksprogramma Regie op Gegevens, de toename van open data en de ontwikkeling van Artificial Intelligence en Machine Learning, wordt het data gestuurd werken meer en meer een onderdeel van de operatie

Data gestuurd werken betekent dat (overheids-)organisaties data en data-analyse structureel inzetten

om beleid en uitvoering te verbeteren. De gestructureerde registerdata, waaronder de basisregistraties, groeit sterk. Bovendien is er de sterke groei van de ongestructureerde data van internet. Door gebruik te maken van Machine Learning en Data Analytics wordt de data ontsloten en als informatie gebruikt voor beleid en uitvoering.

Voor SVHW is deze ontwikkeling in alle domeinen voelbaar: bij het waarderen in het WOZ-domein, het

verrijken van gegevens met open data in het heffingen-domein, bij de klantcontacten en bij de

(dwang)invordering in het invorderingsdomein. SVHW moet hiertoe de vaardigheden van het bestaande personeel vergroten maar zal ook specifieke expertise moeten aantrekken in de vorm data-analyse.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 20 van 32

Kadernota 2023

3.6.2

Samenhangende objecten registratie (SOR)

SVHW heeft in 2021 al geanticipeerd op de ontwikkeling van de SOR door het in gebruik nemen van een nieuwe BAG applicatie, iObjecten. Met iObjecten is SVHW in staat om geheel geïntegreerd het

beheer uit te voeren van objectgegevens zowel voor de BAG als WOZ. Dit verhoogt de kwaliteit en

efficiency. Daarnaast is de applicatie voorbereid voor de doorontwikkeling naar de Samenhangende

Objecten Registratie (SOR), bijvoorbeeld voor het werken in ketens en de koppeling met BGT-gegevens. SVHW heeft ook de applicatie Way-2-Go geïmplementeerd als management tool voor het

objectbeheerproces. Way2Go kan gebruikt worden als ‘communicatiemiddel’ tussen het SVHW en de deelnemer. Het uploaden van bouw- en sloopvergunningen, huisnummerbesluiten, het doen van

(terug) meldingen et cetera. Eind 2021 hebben de 6 gemeentelijke deelnemers, die de BAG niet hebben ondergebracht bij SVHW, de beschikking gekregen over deze tool. Begin 2022 volgen de andere gemeentelijke deelnemers.

Het platform ondersteunt ook het verbeteren en behouden van de uniformiteit van WOZ- en BAG-

gegevens. Deze gegevens zijn na afronding van het WOZ conversieproject van inhoud naar oppervlakte

geharmoniseerd. De eventuele efficiencywinst is in hoge mate afhankelijk in hoeverre deze uniformiteit kan worden behouden. In die gevallen waarin de gemeenten zelf hun BAG beheren is het niet

ondenkbaar dat werkwijzen en efficiencywinst gaan verschillen, omdat er qua kwaliteit verschillen tussen de diverse gemeenten zijn. SVHW heeft met de niet BAG-deelnemers in 2021/2022

procesafspraken gemaakt voor een adequate afhandeling van de terugmeldingen die SVHW doet. SVHW zal vanwege het belang van de uniformiteit strak sturen op deze afspraken.

Naast de ingebruikname van het platform zal SVHW in 2022 met de deelnemers in samenhang met de voortgang van het landelijke SOR project inventariseren op welke wijze de samenwerking het beste vorm gegeven kan worden. Het is hierbij denkbaar dat er meerdere varianten ontstaan.

In 2023 kunnen de deelnemers en SVHW dan verdere concrete stappen nemen in de richting van de

eventuele ingebruikname van de SOR eind 2025. De effecten van deze stappen zijn niet opgenomen in

deze kadernota

3.6.3

Rijksprogramma Regie op Gegevens

Het programma ‘Inwoners en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad

Dienstverlening in opdracht van het Ministerie van BZK en het Ministerie van Economische Zaken. De impact op SVHW is vooralsnog beperkt maar wanneer een afsprakenstelsel is ontwikkeld waarin

persoonlijk datamanagement wordt ingevoerd, dan zal dit van invloed worden op de dienstverlening.

Deze zou bijvoorbeeld vormgegeven kunnen worden in een meer interactieve ‘MijnOverheid’. Wanneer inwoners en bedrijven laagdrempelig wijzigingen kunnen doorgeven en actief (vooraf) kunnen

instemmen met getoonde gegevens, zou dit helpen om de overheidsinformatie op dit vlak eenvoudiger

en goedkoper op orde te houden. Tevens ontstaat er op deze wijze betrokkenheid door (mede)regie op de eigen gegevens.

Voor SVHW betekent dit, dat in de toekomst (nog) meer ingespeeld moeten worden op deze

ontwikkeling en er steeds meer belang gehecht wordt aan de wijze waarop met (persoonlijke)gegevens wordt omgegaan. Zelfservice mogelijkheden via “Mijn SVHW”, WOZ-voormeldingen of het permanent

‘openzetten’ van objectgegevens ter controle en datacontrole/analyse door SVHW nemen hierdoor in belang toe.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 21 van 32

Kadernota 2023

3.7 3.7.1

Ontwikkelingen Heffingen Diftar

Een toenemend aantal gemeentelijke deelnemers voert bij de afvalstoffenheffing de Diftar in als

maatregel om het recyclen of het cyclisch maken van de afvalstroom te stimuleren. Bij Diftar betalen de inwoners veelal een jaarlijks vastrecht en een tarief per lediging of storting. Ofschoon de ledigings- en

stortingsgegevens in hoge mate geautomatiseerd kunnen worden verwerkt neemt de hoeveelheid werk, die gemoeid is met controle en het verhelpen van uitval, toe. In aanloop naar de begroting zal SVHW onderzoeken of dit kan worden opgevangen door verdere procesoptimalisaties of dat er formatieve maatregelen getroffen moeten worden.

3.7.2

Aanpassing waterschapbelastingen

De waterschappen hebben op 11 december 2020 een definitief voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld. Het voorstel lost een aantal urgente knelpunten op, te weten: •

knelpunt zuiverings- en verontreinigingsheffing: het gebruik van mens en milieubelastende stoffen;

•

knelpunten watersysteemheffing: de weeffout en een niet-gelijkmatige tariefontwikkeling ten

gevolge van WOZ-waardestijging.

Het voorstel is aangeboden aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met het verzoek om een

voortvarend wetgevingstraject in te zetten en om vervolgstappen te nemen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken. Aangezien er een wetgevingstraject (wellicht met

uitzondering van het beperken van de tariefdifferentiatie wegen tot 100 procent) noodzakelijk is en dit

opgepakt moet worden door het nieuwe kabinet, verwacht SVHW geen effecten in 2023.

3.7.3

Aanpassing gemeentelijke belastingen

Om een stabielere financiering voor de gemeenten te realiseren en hun autonomie te vergroten, gaat het nieuwe kabinet in de komende periode een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitwerken, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Daarbij worden ook alternatieven voor de OZB in de beschouwing betrokken. In de huidige

kabinetsperiode zal de financiering van de gemeenten grotendeels worden vormgegeven via de accres systematiek. SVHW verwacht daarom geen effecten in 2023.

3.7.4

Verduurzaming belastingstelsel

De noodzaak voor de overheid om de duurzaamheid te bevorderen neemt toe. De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. Binnen de huidige wetgeving zijn de mogelijkheden echter beperkt en dienen de

effectiviteit van deze zogenaamde “duurzaamheidsbepalingen” en bijbehorende risico’s in relatie tot de rechtsgelijkheid, extra inspanningen en uitvoeringskosten goed overwogen te worden. De Minister van BZK heeft bijvoorbeeld in haar kamerbrief d.d. 18 januari 2021 (Kamerstukken II 2020-2021, 32813

nr. 658) gesteld dat een WOZ-waarderingsuitzondering of OZB-vrijstelling op diverse problemen stuit

en dat een facultatieve algemene groene heffingskorting of een specifieke subsidieregeling voor verduurzaming van de eigen woning een kansrijker alternatief vormt.

Versie 1.0

9 februari 2022

Pagina 22 van 32

Kadernota 2023 Denkend in mogelijkheden om door middel van het gemeentelijke belastingstelsel verduurzaming te stimuleren heeft SVHW in december 2021 een rapport aan de deelnemers aangeboden. In dit rapport wordt de retributie beschreven als een alternatief om verduurzaming te stimuleren.

Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met

een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen. SVHW houdt daarom in de Begroting 2023 geen rekening met eventuele extra inspanningen. Indien de deelnemers op individuele basis behoefte hebben aan aanvullende dienstverlening, dan zal SVHW de kosten doorbelasten aan de betreffende deelnemer(s). Het is belangrijk dat hiertoe op voorhand overleg plaats vindt om de juridische en operationele haalbaarheid te bepalen (uitvoeringstoets).

3.8 3.8.1

Ontwikkelingen Invordering Inleiding

Met ingang van 2021 is een aantal grote wijzigingen ingetreden, waarvan de eerste effecten in 2022

zichtbaar gaan worden en doorwerken in 2023. Daarnaast staat er nog een aantal ontwikkelingen in de steiger. De rode draad is dat het invorderingsdomein meer en meer te maken gaat krijgen met het

maatschappelijk verantwoord invorderen en daarmee beperkingen en een zorgvuldiger gebruik van het instrumentarium. Daarnaast neemt ook de afstemming en de informatie-uitwisseling met andere

overheden en schuldeisers toe. Dit betekent, dat het invorderen veel meer data gestuurd en digitaal zal gaan plaatsvinden.

3.8.2

Wijzigingen 2021

Wijziging beslag- executierecht.

Door een wijziging van het beslag- en executierecht per 1 april 2021 resteren er minder

mogelijkheden tot het leggen van beslag. Bij het bankbeslag dient een beslagvrije voet te worden

gehanteerd. Bij roerende goederen geldt een uitgebreider beslagverbod. Dat wil zeggen dat het beslag niet meer als ‘pressiemiddel’ (om belastingschuldigen tot betaling te bewegen) mag worden gebruikt en zaken alleen in beslag mogen worden genomen indien deze ‘bovenmatig’ zijn. Het administratief

beslag op kentekens is daarentegen verruimd. SVHW mag nu beslag op voertuigen leggen zonder dat

de deurwaarder het voertuig hoeft aan te treffen. Door de wijzingen verwacht SVHW een hoger bedrag oninbaar te gaan lijden bij gebrek aan beslagmaatregelen. Daarnaast is de effectiviteit van de bankbeslagen aanzienlijk verminderd. Door deze ontwikkelingen legt SVHW meer beslag op onroerende zaken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/267/documents/7092