CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitnodigingskader zon en wind vastgesteld

Beeldvorming raad 5 maart 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Raadsmededeling 10-2024 Beantwoording vragen D66 fractie n.a.v. raadsmededeling 157-2023 Evaluatie UKZW en Raadsmededeling 157-2023 Evaluatie Uitnodigingskader zon en wind (Ukzw)10.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitnodigingskader zon en wind

gemeente Aalten 2021

Inhoudsopgave

1. Achtergrond 1.1. Energieneutraal 2030 1.2. Energieopgave 1.3. Duurzame opwekking in huidig bestemmingsplan 1.4. Zon en wind

2. Zonne- en windenergie 2.1. Inleiding 2.2. Zon 2.3. Wind

3. Ruimte en landschap 3.1. Inleiding 3.2. Aaltens landschap 3.3. Landschapswaarden 3.4. Bescherming 3.5. Ruimtelijke aandachtspunten

4. Strategische keuzes voor het Uitnodigingskader 4.1. Keuzes 4.2. Procesparticipatie 4.3. Financiële participatie

3

UItnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

4 4 4 6 6

9 9 9 10

13 13 13 14 14 17

21 21 24 25

5. Het Uitnodigingskader zon en wind 5.1. Algemeen 5.2. Uitnodigingskader zon 5.3. Beoordelingsproces Zon 5.4. Uitnodigingskader wind 5.5. Beoordelingsproces Wind 5.6. Evaluatie 5.7. Bijzonderheden

27 27 27 30 32 34 35 36

Voetnoten en bronvermelding

37

Bijlagen

38

1. Achtergrond Uitnodigingskader zon en wind Het ‘Uitnodigingskader zon en wind’ is de lokale vertaling van de aanbevelingen van het in 2018 regionaal vastgestelde koersdocument: ‘Duurzame energie in de Achterhoek: zichtbaar, merkbaar, onmiskenbaar’. Het doel van het koersdocument is een raamwerk bieden voor ruimtelijke en sociale inpassing van duurzame energieopwekkingsinstallaties in het Achterhoekse landschap. Hiermee wordt beoogd: • • •

een toename van het aantal projecten; een versnelling van het ruimtelijk proces tot realisatie van deze projecten; helderheid aan onze inwoners bieden over waar en op welke wijze er in het Aaltense grondgebied kansen liggen voor duurzame energieopwekkingsinstallaties.

In het koersdocument staan hiervoor algemene beleidsuitgangspunten en aanbevelingen die als input kunnen dienen voor specifiek gemeentelijk beleid.

1.1. Energieneutraal 2030 De gemeente Aalten heeft de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Dit betekent dat binnen de gemeentegrenzen net zoveel duurzame energie wordt opgewekt als verbruikt. In het ‘Akkoord van Groenlo’ uit 2009 werd deze ambitie voor het eerst genoemd. Deze ambitie komt vervolgens ook terug in de ‘Regionale uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek’ (2016), het Plan van aanpak Duurzaamheid uit eind 2019 en is door de gemeenteraad in het Raadsprogramma 2018-2022 bekrachtigd1).

De ambitie om energieneutraal te zijn in 2030 is in de ‘Regionale uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek’ (2016) uitgesplitst in vier subdoelstellingen: 1. 2. 3. 4.

Elektriciteit besparen Aardgas besparen Elektriciteit opwekken (zon en wind) Warmte opwekken (aardgas vervangen)

De uitdaging is dus tweeledig: enerzijds besparen zodat we minder energie gebruiken, en wát we gebruiken, duurzaam laten zijn. Het uitgangspunt is om 20% elektriciteit en 55% gas te besparen t.o.v. het peiljaar 2012. De duurzame energie zullen we op ons grondgebied opwekken. Deze inpassing op ons eigen grondgebied staat centraal in het ‘Uitnodigingskader zon en wind’ (verder Uitnodigingskader genoemd).

1.2. Energieopgave Op 28 juni 2019 is het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd door het kabinet. De Rijksoverheid hanteert hierin de doelstelling van 95% CO2reductie in 2050 en als tussendoel een streefwaarde van 49% CO2-reductie in 2030 (met 1990 als referentiejaar). Deze doelstellingen zijn vastgelegd in de Klimaatwet die op 20 december 2018 door de Tweede Kamer en op 28 mei 2019 door de Eerste Kamer is aangenomen. De opgave voor de RES komt van de thematafel bebouwde Omgeving en Elektriciteit. De opgave voor zon en wind op land (35 TWh) komt voort uit het klimaatakkoord en de doelstelling van 49% minder CO2 in 2030 ten opzichte van 1990.

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

4

1. Achtergrond zon en wind Om de doelstelling te behalen is in het Klimaatakkoord opgenomen dat er in 2030 in totaal ten minste 35 TWh duurzame energie op land moet worden opgewekt. Decentrale overheden spelen hierbij een belangrijke rol, waarbij de invulling techniekneutraal is. Dit betekent dat er geen specifieke techniek is voorgeschreven om het doel voor duurzame energie op land te realiseren. De doelstelling van 35 TWh wordt uitgewerkt in de Regionale Energiestrategieën (RES). De RES, op te stellen in 30 regio’s, is een instrument om te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie-infrastructuur. De gemeente Aalten maakt onderdeel uit van de RES-regio Achterhoek. In juni 2020 is de concept RES vastgesteld door de colleges van de regiogemeenten en het bestuur van het Waterschap Rijn en IJssel. Ook hebben de Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland positief besloten. Dit concept-bod gaat uit van 1,35 TWh duurzame opwek per jaar in de hele Achterhoek in 20302). In juni 2021 moet het definitieve bod worden vastgesteld. Als we het concept-bod indicatief vertalen (op basis van grondoppervlak) naar de gemeente Aalten moeten we 108 GWh per jaar opwekken, waarvan beoogd is dat 28 GWh op grote daken wordt gerealiseerd.

Reeds gerealiseerd In de gemeente Aalten zijn al stappen gezet: Wind: windmolenpark Hagenwind in Aalten: 8 windmolens van 2 MW. Volgens het CBS waren er in Gelderland in 2018: 1871 vollast-uren en in 2019: 1987 vollast-uren. Uitgaande van een gemiddelde van 1925 vollasturen per jaar levert Hagenwind 2 MW (vermogen molen) x 8 (aantal) x 1925 (vollast-uren) = 30,8 GWh per jaar.

5

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

Zon: zonnepark De Rietstap in Dinxperlo: een terrein van circa 3 ha. De jaarlijkse indicatieve opbrengst van dit park is totaal circa 1,55 GWh. Zonnepanelen op grote daken van bedrijven (inclusief landbouwbedrijven, gemeente en energiecoöperatie) leveren inmiddels zo’n 5,35 GWh. Zon op dak van woningen telt niet mee voor de energieopgave. Totaal is daarmee al 37,7 GWh gerealiseerd; dat is circa 35% van de indicatieve vertaling van het concept-bod uit de RES. Nog te realiseren Het bovenstaande impliceert dat wij nog voor 108 – 37,7 = 70,3 GWh moeten realiseren. Hiervan moet 28 GWh minus 5,35 GWh (al gerealiseerd) = 22,7 GWh gerealiseerd worden met zonnepanelen op grote daken. Als het restant van de opgave (47,6 GWh) alleen met zonnevelden ingevuld wordt, is hiervoor, afhankelijk van de opstelling van de zonnepanelen, ongeveer 68 hectare aan zonnevelden nodig. Of alleen met wind, dan zijn hiervoor 3 nieuwe molens van 140 m ashoogte nodig. Of een combinatie van zonnevelden en windmolens. Groei elektriciteitsgebruik Ten aanzien van elektriciteitsopwekking komt regelmatig de vraag op of de toekomstige extra vraag naar elektriciteit door de overgang naar warmtepompen voor verwarming (vervanging aardgas) en elektrische auto’s (vervanging olieproducten) daarin is meegenomen.

Een ietwat technocratische beschouwing leert dat de CO2-uitstoot per energie-eenheid door een warmtepomp of een elektrische auto lager is dan wanneer dit directe energie uit aardgas of benzine is. In de vervanging van aardgas en aardolie is dit dus al verdisconteerd. De verwachting is wel dat het elektriciteitsverbruik toeneemt vanwege een groei in het aantal

1. Achtergrond Uitnodigingskader zon en wind huishoudens in 2030. De energievraag van deze nieuwe woningen ligt lager dan gemiddeld. Desalniettemin is een groei van elektriciteitsverbruik te verwachten. We merken op dat de RES-opgave nog onderwerp is van gesprek; de Achterhoekse opgave kan dus nog veranderen. Daarnaast is de vertaling van de Aaltense opgave slechts een aanname en dus indicatief. Gerekend is met een indicatieve opbrengst van 0,7 GWh per hectare zonneveld. Deze opbrengst is bepaald na afstemming met Liander en Over Morgen.

1.3. Duurzame opwekking in huidig bestemmingsplan Dat we energieneutraal willen worden en dat we dat moeten doen door schone energie op te wekken is duidelijk. Ruimtelijk is deze opgave echter nog niet vastgelegd. De gemeente legt in de bestemmingsplannen vast hoe gronden en opstallen gebruikt mogen worden en wat er is toegestaan. Het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 geeft in het buitengebied mogelijkheden voor zonnepanelen binnen het agrarisch bouwvlak, op bouwwerken van bedrijven en op het achtererf van woningen. De grootte van de windmolens en zonnepanelen in het huidige bestemmingsplan is gebaseerd op het produceren van energie voor eigen gebruik. Windmolens en zonnevelden die meer stroom leveren, passen niet in het huidige bestemmingsplan. Bij deze initiatieven dient de gemeente bij elk van deze aanvragen af te wegen of medewerking gewenst is, zoals destijds bij windpark Hagenwind. Om deze afweging onderbouwd te kunnen blijven doen is dit Uitnodigingskader vormgegeven.

1.4. Zon en wind Het huidige college geeft in haar Uitvoeringsprogramma 2018-2022 aan dat het voor het halen van de doelstelling ‘energieneutraal in 2030’ onontkoombaar is om, binnen de gemeente, meer grootschalig duurzame energie op te wekken. Het gaat daarbij vooral om zonnevelden en windmolens. De gemeente wil met de Aaltense burgers en andere belanghebbenden onderzoeken welke kansen, mogelijkheden en voorwaarden er zijn. Wind en zon zijn momenteel de meest (kosten-) efficiënte bronnen voor de winning van duurzame elektriciteitsproductie. Dit zijn bewezen technieken die op relatief korte termijn gerealiseerd kunnen worden. Zon en wind in het energienet Om grootschalige opwek tijdig en betaalbaar aan te sluiten is het nodig voor alle projecten (van klein tot groot) om zo vroeg mogelijk in het proces contact op te nemen met Liander. De ruimte in het energienetwerk staat onder druk. Er is wat dat aangaat weinig ruimte in Aalten en de Achterhoek voor duurzame energie opwek. Liander probeert (boven)regionaal vooruit te plannen. Dit doet ze door deelname in de RES aan de hand van een aantal ontwerpprincipes die de basis vormen de voor een maakbare en betaalbare energietransitie vanuit het netwerk: 1. benut beschikbare capaciteit: Sluit aan op plekken waar capaciteit beschikbaar is in het net; 2.

minimaliseer transport over lange afstanden: cluster opwek tot één of enkele grote initiatieven. Breng opwek en verbruik zo dicht mogelijk bij elkaar. Realiseer in de buurt van bestaande infrastructuur;

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

6

1. Achtergrond zon en wind 3. zorg voor constante opwek van duurzame opwek: combineer zon en wind op één kabel (‘cablepooling’). Streef naar een 50/50 vermogensverdeling van zon/wind. Gebruik peakshaving oplossingen zoals aftoppen. Combineer opwek met opslag en conversie. Uit een onderzoek van Liander komt naar voren dat de afgelopen 10 jaar slechts in 3% van de tijd wind en zon tegelijkertijd zoveel energie produceren dat ze het energienetwerk maximaal belasten. Opgewekte zon- en windenergie sluiten dus goed op elkaar aan. Wanneer windmolens en zonneparken op dezelfde locatie staan zijn er mogelijkheden om de stroom af te voeren via dezelfde aasluiting. Dat resulteert in een forse kostenbesparing voor de initiatiefnemer van het project die de kosten van de aansluiting betaalt. En het vermindert wachttijd omdat er maar één aansluiting gemaakt hoeft te worden. De energienetbeheerder Liander ziet graag de combinatie van winden zonne-energie op één plek omdat dit de komende jaren aanzienlijk minder kosten aan netverzwaringen, netverliezen en onderhoud van het elektriciteitsnet voorkomt. Bovendien is het efficiënter omdat de elektriciteitskabel minder energieverlies heeft omdat deze goed gevuld blijft. Zo is de energievoorziening beter te voorspellen en minder grillig door de onvoorspelbaarheid van wind- en zonenergie, aldus Liander.

Ruimte voor innovatie Gemeente Aalten staat open voor innovatieve oplossingen en andere technieken zoals waterkracht, waterstof en geothermie om in 2030 energieneutraal te zijn. De potentie van andere duurzame energiebronnen (voor elektriciteitsproductie en/of warmteproductie) kunnen op een later moment worden onderzocht en aan het kader worden toegevoegd.

7

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

Het zwaartepunt voor de warmtetransitie en voor de bijbehorende duurzame warmtebronnen zal liggen in de Regionale Structuur Warmte (onderdeel van de RES) en Transitievisie Warmte (vast te stellen in 2021). Vervolgens kan, als het nodig is, de koppeling met het Uitnodigingskader worden gemaakt. Om het kader goed aan te laten sluiten bij dergelijke ontwikkelingen, vindt er een evaluatie plaats waarna we het kader, indien nodig, aan kunnen passen. Zon op grote daken We zien dat er veel potentie is voor zonnepanelen op grote daken. We vinden het belangrijk dat het dakoppervlak benut wordt. Stakeholders hebben het belang hiervan tijdens de gebiedssessie ook duidelijk aangegeven, om zo de druk op agrarische gronden beperkt te houden. Het plaatsen van zonnepanelen op daken heeft het voordeel dat er meer duurzame energie opgewekt wordt, zonder extra ruimtebeslag3). Het is hierbij wel belangrijk om te beseffen dat de eigenaar van het pand altijd de bevoegdheid heeft om te bepalen wat er met het dak gebeurd, dat niet elk dak constructief sterk genoeg is voor zonnepanelen, en er op dit moment een aantal verzekeringsmaatschappijen zijn die grootschalig zon op dak niet willen verzekeren.

2. Zonne- en windenergie 2.1. Inleiding Fossiele brandstoffen raken op, de aarde wordt uitgeput en de hoeveelheid CO2 die hierbij vrij komt heeft een groot negatief effect op het klimaat. Het is daarom noodzakelijk om actie te ondernemen. Niet op de lange, maar al op zeer korte termijn. Daarom werken we aan de energietransitie: de overgang van gebruik van fossiele energie naar gebruik van schone, duurzaam opgewekte energie. Lang niet alle vormen hebben een zodanige potentie dat ze voor de Achterhoek te gebruiken zijn. In paragraaf 1.4 is de keuze voor zon en wind al toegelicht. Wachten op de eventuele (uit)ontwikkeling van nieuwe energiesystemen kan niet. We focussen ons nu op bewezen technieken van zon- en windenergie om de opgave in te vullen. We blijven tegelijkertijd openstaan voor nieuwe technieken en innovatieve oplossingen die dan een plek krijgen in het Uitnodigingskader.

2.2. Zon Zonnepanelen zijn een belangrijke bron om elektriciteit op te wekken. Een groot voordeel is dat zonnepanelen op verschillende manieren zijn toe te passen. Zonnepanelen kunnen zowel op daken, als aan gevels, als op de grond worden geplaatst. Ook de schaalgrootte van zonnepanelen is zeer divers, van enkele panelen tot grote zonnevelden van tientallen hectares.

9

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

De zonnepanelen die bij bedrijven en particulieren voor eigen gebruik zijn geïnstalleerd zien we als een vorm van besparing. Dat heeft een aantal redenen: •

moeilijk te meten: stroom opgewekt door zonnepanelen wordt voor een deel direct verbruikt. Dit stroomverbruik wordt niet gemeten en zal door de netbeheerder worden beschouwd als daling van de vraag naar stroom. Vanaf 2023 zijn digitale meters overigens verplicht waardoor het stroomverbruik dan wel in beeld is;

•

profilering: veel zonnepaneel installateurs profileren de plaatsing van zonnepanelen als een mogelijkheid om te besparen op de energierekening. De salderingsregeling, waarbij de opbrengsten van de opgewekte stroom worden afgetrokken van de kosten van de verbruikte stroom, ondersteunt deze stelling;

•

doelgroep: de doelgroep voor besparende maatregelen, namelijk de particuliere woningeigenaar, is dezelfde.

Daarbij komt dat de Achterhoekse besparingsopgave (20% op elektra en 55% op gas) bij bedrijven en huishoudens alleen haalbaar is als zonnepanelen worden meegenomen als besparing.

2. Zonne- en windenergie Het totale oppervlak aan daken voor grootschalige opwek is te klein om te kunnen voorzien in de verwachte energiebehoefte in 2030. Er is weliswaar 86 ha aan grote daken, (>1.000 m²), maar er zijn tegelijkertijd beperkingen in draagkracht, schaduw van hoge objecten, dakdoorvoeren, daklichten, noord-oriëntatie van daken of monumentstatus. Wij schatten in dat 20 tot 30% van het totale dakoppervlak netto benutbaar is voor zonnepanelen. Dit vertaald naar energieopbrengst is dat respectievelijk 21 tot 31 GWh. Naast het realiseren van zonnedaken zijn zonnevelden (plaatsing op de grond) daarom noodzakelijk.

2.3. Wind

Voor zonnevelden onderscheiden we in dit Uitnodigingskader de volgende formaten:

In dit Uitnodigingskader onderscheiden we uit grofweg drie categoriën windmolens, voor wat betreft de ashoogte:

• • •

• • •

mini zonnevelden: tot 2.500 m2; klein: tot 2,5 hectare; groot: 2,5 tot 25 hectare.

Met behulp van een windmolen kan uit de wind elektriciteit opgewekt worden. Windmolens kunnen (bij voldoende windaanbod) zowel overdag als ’s nachts energie opwekken. Een voordeel van windmolens is dat ze een beperkt ruimtegebruik (fysieke oppervlakte) hebben en ze een aanzienlijke opbrengst kunnen bereiken. Hoeveel elektriciteit een windmolen opwekt, hangt af van onder andere de ashoogte, rotordiameter, het vermogen in de generator, de power curve (energieopbrengst is afhankelijk van de windsnelheid) en de locatie van de windmolen.

mini: tot 15 meter boven de grond of 5 meter boven bouwwerken; klein: tot 25 meter; groot: 80 meter en hoger.

Mini en kleine windmolens Mini en kleine windmolens worden naar verwachting sporadisch gerealiseerd. En dan hoofdzakelijk bij bedrijven voor eigen opwek om een duurzame uitstraling te promoten. Om net zoveel energie op te wekken met kleine erf windmolens als met een 3 MW windmolen, met een ashoogte tussen de 90 en 125 meter, zijn ongeveer 200 kleine erfmolens nodig. De bijdrage aan de energieneutraliteitsambitie is daarmee klein. Grote windmolens Grote windmolens zullen in de Achterhoek een belangrijke bijdrage gaan leveren aan de opgave om energieneutraal te worden. Voordeel van een windmolen is dat hiervoor relatief weinig grondoppervlakte nodig is.

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 10

2. Zonne- en windenergie Een windmolen met een ashoogte van 140 meter en een tiphoogte van 220 meter (wiekdiameter 160 meter) heeft een vermogen van pakweg 5,5 MW. Uitgaande van 3.300 vollast-uren* in de Achterhoek op deze hoogte zou een opbrengst van 16 GWh kunnen worden verwacht. Dat is ongeveer evenveel energie als met 20 hectare zonneveld (opbrengst ca. 0,7 GWh/ha). Windmolens kunnen niet overal geplaatst worden. Hier komt veel wet- en regelgeving bij kijken. Daarnaast zijn windmolens zichtbaar in het landschap, ook op afstand. Dat wordt soms als hinderlijk ervaren. Het is daarom belangrijk om het aanwijzen van windlocaties met aandacht te doen. Projecten met grote windmolens vragen grote investeringen die alleen worden gedaan wanneer de verwachting is dat het project kans van slagen heeft. Goede heldere afwegingen, politiek draagvlak, doorzettingsvermogen en duidelijke communicatie zijn dan ook zeer belangrijk voor de slagingskans van windmolenprojecten.

* Er zijn geen betrouwbare windgegevens beschikbaar voor deze hoogte in de Achterhoek. Het aantal vollast-uren is hier een voorzichtige schatting.

11 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

3. Ruimte en landschap 3.1. Inleiding Energievormen komen en gaan. En iedere vorm van energiewinning brengt weer nieuwe landschappen voort en beïnvloedt de esthetische eigenschappen van het landschap. Denk aan ons verleden met turfwinning en de drooglegging van grote delen van Nederland. Onze huidige energievoorziening is centraal geregeld op een aantal ver ‘weggestopte’ plekken, zoals bijvoorbeeld in Groningen. De overgang naar een duurzaam energiesysteem betekent echter veel kleinschalige opwek overal in Nederland. Iedereen zal steeds meer gaan zien waar zijn of haar energie vandaan komt. Bij de omvangrijke opgave die de energietransitie met zich meebrengt is het belangrijk ons nu af te vragen wat deze nieuwe installaties met het landschap en de beleving van het landschap doen en waar en op welke manier installaties het beste geplaatst kunnen worden.

3.2. Aaltens landschap Het landschap vormt het decor voor de functies en kwaliteiten in het buitengebied van de gemeente. Door de eeuwenlange ontwikkelingen is het landschap het resultaat van de wisselwerking tussen de opbouw van de ondergrond van een gebied en het gebruik door de mens. Het landschap is een zichtbaar en daarmee belangrijk onderdeel van ons grondgebied. Het noordoostelijk deel van de gemeente ligt op het Oost Nederlands Plateau. De hoogteverschillen in deze terreinknik zijn met ongeveer 10 meter bij Aalten het grootst. Het plateau wordt doorsneden door beken die van oost naar west stromen, waaronder de Boven-Slinge.

13 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

Het westelijk deel maakt deel uit van het centrale lage deel van de Achterhoek. Ten zuiden van de gemeente (bij Dinxperlo) begint de overgang naar het rivierenlandschap. Het landschap is in de loop der eeuwen ontstaan door een samenspel en afwisseling van landbouw en bos-/natuurelementen en de steeds groter wordende invloed van de mens. In enkele delen van de gemeente liggen de meer open ruimten (de grotere essen). Deze essen liggen op de dekzandkoppen in het landschap. Essen hebben een bolronde vorm die karakteristiek is in dit landschap. Het grondgebruik bestond en bestaat vaak uit akkerbouw. Vandaag de dag zijn vooral de oude essen nog duidelijk in het landschap aanwezig en herkenbaar. Over sommige essen lopen nog zandwegen, die worden gezien als waardevolle landschapselementen. Ook cultuurhistorisch zijn oude essen en zandwegen waardevol. Deze oude kenmerkende landschappelijke elementen laten de ontstaansgeschiedenis van het gebied zien. Daarnaast zijn er verspreid nog andere kleinschalige landschapselementen aanwezig in de vorm van bosjes en erfbeplanting Aalten en Dinxperlo kennen een lange landbouwgeschiedenis. Rond 1850 bestond het landschap uit een grote afwisseling in open en gesloten ruimten, door een grote dichtheid aan bosjes en houtsingels met een fijnmazig netwerk van wegen.

In de loop der tijd is een groot deel van het netwerk verloren gegaan, maar het coulisselandschap is nog steeds kenmerkend voor onze gemeente.

3. Ruimte en landschap 3.3. Landschapswaarden In het Aaltense buitengebied worden enkele landschapstypen onderscheiden. Globaal kan een tweedeling gemaakt worden in het oude ontginningslandschap (gebieden die al voor de grootschalige ontginningen in de 19e en 20e eeuw in cultuur waren gebracht) en het jonge ontginningslandschap (alle rond 1850 nog ‘woeste’ gronden die inmiddels in cultuur zijn gebracht). Tot het oude ontginningslandschap behoren: • het essenlandschap: grote oude bouwlandcomplexen met een open karakter, zoals aanwezig ten noorden van Aalten (buurtschappen Dale, Barlo), bij de buurtschappen IJzerlo en Lintelo en in het gebied ten noorden van Dinxperlo en ten oosten van De Heurne; • het hoevenlandschap: kleinschalige, gevarieerde gebieden met veel microreliëf, verspreid over het gemeentegebied voorkomend; • het landgoedlandschap: een parkachtige variant van het hoevenlandschap met veel relatief oude beplantingselementen, zoals Beestman, ‘t Walfort, Hondorp en het Klooster.

Het jonge ontginningslandschap is nader onder te verdelen in: • heide- en veenontginningen: rechtlijnig verkavelde, voormalige heideen veengebieden, zoals Schaarsheide, Witte Veen, Wolboom en Aaltense Goor; • beekdalen rond Bredevoort en ten noorden van Dinxperlo : open, laaggelegen weidelandschap bij de samenvloeiing van de Schaarsbeek, Boven-Slinge en Zwanenbroek waterleiding en langs de Keizersbeek.

•

ruilverkavelingslandschap: recentelijk sterk gewijzigde gebieden door uitvoering van de ruilverkaveling Aalten, zoals het noordelijk deel van het Aaltense Goor en het Zwanenbroek.

bron: beschrijving bestemmingsplan Landelijk Gebied

3.4. Bescherming In grote delen van de gemeente Aalten is de afwisseling van landschapstypen herkenbaar. Bovendien zijn de karakteristieke kenmerken van elk landschapstype op veel plaatsen nog goed bewaard gebleven. Echter, de noodzakelijke winning van duurzame energie laat onvermijdelijk sporen na in het landschap. Om die sporen zoveel mogelijk in te perken willen we vastleggen welke landschapskenmerken we willen beschermen in relatie tot de winning van duurzame energie. Landschapskenmerken die een beschermenswaardige landschappelijke waarde hebben, zijn: • reliëf: de plateauranden, steilranden, esjes en andere kleinschalige hoogteverschillen; • openheid: de grote escomplexen ten noorden van Aalten en de beekdalen ten zuiden en westen van Bredevoort; • beplanting: de kleinschalige afwisseling en de aanwezigheid van veel beplanting zoals die vooral in het landgoedlandschap en de meest gave delen van het hoevenlandschap herkenbaar zijn; • verkaveling: het Aaltense Goor vanwege de karakteristieke verkaveling en de vele kavelgrensbeplantingen.

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 14

3. Ruimte en landschap In relatie tot projecten voor de winning van duurzame energie zijn reliëf en openheid vooral van invloed op de locatiekeuze en de beplanting en verkaveling op de inpassing en inrichting.

onderscheiden. Delen zijn landschappelijk waardevol en voor de recreatie aantrekkelijk. Door de isolatie van veel landschapselementen en bosjes is de biodiversiteit aanzienlijk minder dan in het ‘Waardevol landschap’.

In dit Uitnodigingskader is het Aaltens grondgebied ingedeeld in vijf landschaps- en gebiedstyperingen:

3. Grootschalig functioneel landschap Dit landschap is min of meer optimaal ingericht voor de landbouw. Door het intensieve landgebruik beperkt de biodiversiteit zich hier in de meeste gebieden tegenwoordig in hoofdzaak tot wegbermen, randen van watergangen, houtopstanden en erven. De samenhang tussen de houtopstanden is aanzienlijk minder dan in de andere landschappen waardoor de biodiversiteit van deze houtopstanden relatief laag is. Soms is niet goed te zien in welk historisch landschapstype men zich bevindt. Het belang van landschap en recreatie staat hier wat minder op de voorgrond. Voor Achterhoekse begrippen zijn het vrij grootschalige, halfopen tot open gebieden.

1. 2. 3. 4. 5.

waardevol landschap functioneel landschap grootschalig functioneel landschap bedrijventerrein centra en woonwijken

Hieronder de beschrijving van deze landschaps- en gebiedstyperingen. 1. Waardevol landschap Zowel landschappelijk als voor de biodiversiteit en recreatie zijn dit de meest waardevolle landschappen. Een rijke schakering van bos, natuur, erven en agrarische cultuurgronden. De verschillende landschapstypen zijn hier nog goed herkenbaar. Over het algemeen zijn het kleinschalige half open tot besloten landschappen waarin het netwerk van landschapselementen nog redelijk tot plaatselijk goed aaneengesloten is. Ook enkele grote open essencomplexen behoren tot dit landschap 2. Functioneel landschap Half open en plaatselijk nog redelijk kleinschalig landschap. De interne ecologische infrastructuur (het netwerk van landschapselementen) vertoont hier al veel meer hiaten door een meer optimalere inrichting voor de landbouw. De verschillende landschapstypen zijn hier al moeilijker te

15 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

4. Bedrijventerrein Onze bedrijventerreinen vormen de grens tussen woongebieden en het landelijk gebied. Deze gebieden omvatten relatief veel oppervlakte van de bebouwde kom en bepalen voor een deel het eerste beeld van een dorp. Een bedrijventerrein heeft duidelijk vastgelegde grenzen. De gebouwen op een bedrijventerrein zijn vaak kostenefficiënt, strak van vorm en functioneel voor de taak. 5. Centra en woonwijken In woongebieden staat een prettig woonklimaat voorop. Er is aandacht voor parkeergelegenheid, spelen, korte afstanden tot voorzieningen als winkels en scholen, ontsluiting, voet- en fietspaden. Het centrum is historisch gegroeid en bestaat uit een dynamische mengelmoes van winkels, woningen, horeca, kantoren etc. Er zijn in het centrum relatief veel

3. Ruimte en landschap monumentale gebouwen. Bovendien zijn (delen van) centrum Bredevoort en Aalten beschermd stads- en dorpsgezicht. In de hier afgebeelde kaart ‘Landschaps- en gebiedstypering’ zijn de vijf landschaps- en gebiedstyperingen verbeeld.

Figuur 1: kaart Landschaps- en gebiedstypering (inpassingskaart)

Het waardevol landschap is gebaseerd op waarden die beschermd worden in het bestemmingsplan Landelijk Gebied. De gebieden van het grootschalig functioneel landschap zijn bepaald in overleg met een adviseur Natuur & Landschap van Staring Advies. Een vergrote versie van de kaart Landschaps- en gebiedstypering is te vinden in bijlage 1.

LEGENDA

Waardevol landschap Functioneel landschap Grootschalig functioneel landschap Bedrijventerrein Centrum en woonwijk Kansrijk gebied voor duurzame energiewinning

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 16

3. Ruimte en landschap 3.5. Ruimtelijke aandachtspunten Een aantal gebieden heeft een functie waar mogelijk rekening mee moet worden gehouden bij de inpassing van duurzame opwekkingsvormen. Dit zijn onder andere: • • • • • • • • •

aardgas- en biogasleidingen en infrastructuur; laagvliegroutes en Radarzones van Defensie; Gelders Natuur Netwerk (GNN), Groene ontwikkelingszone (GO) en Natura 2000 gebied; Nationaal Landschap (NL); stiltegebieden, molenbiotopen, grondwaterbeschermingsgebieden met boringsvrije zones en beschermingszone natte landnatuur; milieuhinder; beschermd stads- of dorpsgezicht; afstand tot elektriciteitsstations; behoud landschapselementen.

Het is niet altijd mogelijk om knelpunten als gevolg van deze gebiedsaanduidingen op te heffen. Initiatiefnemers moeten hier rekening mee houden. De volgende aspecten willen we nader uitlichten. Windmolens en milieuhinder Windmolens maken geluid en kunnen slagschaduw op woningen veroorzaken. Als slagschaduw op het raam van een woning valt kan dat als hinderlijk worden ervaren.

17 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

In de milieuwetgeving zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Er zijn regels voor hoe vaak en hoe lang per dag de slagschaduw een woning mag raken. Als een goede woonkwaliteit in het geding is, verplichten wij hen om windmolens te voorzien van een stilstandvoorziening. Die schakelt de windmolen uit tijdens de slagschaduw. Hoewel windmolens steeds stiller worden, kan het geluid het woongenot aantasten. Een initiatiefnemer van een te realiseren windmolen moet aan de hand van degelijk geluidsonderzoek aantonen dat er bij omliggende woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Welke afstand minimaal aangehouden moet worden tussen een windmolen en een woning, hangt af van het type windmolen, ashoogte, wieklengte etc. Als we een indicatieve afstand van 400 meter ten opzichte van woningen aanhouden, dan geeft dat voor het grondgebied van Aalten het beeld uit figuur 2. Deze kaart geeft daarmee een beeld van dichtbevolkte en dunbevolkte gebieden. De witte gebieden lijken, bezien vanuit het aspect geluidshinder, kansrijker voor de ontwikkeling van windmolens. Combinatiegebruik zon Efficiënt grondgebruik vraagt bij zonnevelden om medegebruik van zonnevelden. Te denken valt hierbij aan de vrije uitloop van kippen, het houden van graasdieren zoals schapen en paarden. en het telen van groenten, kruiden en tuinplanten met een geringe zonbehoefte.

Maar de bodem kan wellicht ook ingezaaid worden met phacelia of andere drachtplanten voor bijen. We zien graag dat dergelijke kansen worden benut.

3. Ruimte en landschap Figuur 2: indicatieve kaart geluidsafstand windmolens

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 18

3. Ruimte en landschap Behoud landschapselementen Ten behoeve van de realisatie van duurzame energie projecten worden in beginsel geen landschapselementen aangetast (waar onder: bomen kappen) om het rendement van zonnepanelen te optimaliseren. Hiervan is eventueel af te wijken als er sprake is van een totaalplan voor landschappelijke inpassing, waarbij er sprake is van natuurlandschappelijke versterking en waarbij waardevolle landschapselementen behouden blijven. De beoordeling van dat plan gebeurt door een specialist op het gebied van natuur en landschap. Beschermde stads- en dorpsgezichten De gemeente Aalten hecht belang aan het cultureel erfgoed binnen haar grenzen. In lijn met eerdere algemene adviezen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) wordt een afstand van 2.000 meter aangehouden tussen grote windmolens en de grenzen van een beschermd dorps- of stadsgezicht. Dit geldt zowel voor het van rijkswege beschermde stadsgezicht Bredevoort als het dorpsgezicht van Aalten.

19 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

4. Strategische keuzes voor het Uitnodigingskader Om de kwaliteit van de leefomgeving minimaal te behouden vinden we het belangrijk om duurzame energieopwekking op zorgvuldig uitgekozen locaties te doen. Ruimtelijke kwaliteit en lokaal draagvlak staan hierbij centraal. Het doel is dat de Aaltense samenleving kan voorzien in haar eigen stabiele duurzame energiebehoefte met behoud van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit en met lokale betrokkenheid. Het Uitnodigingskader maakt het mogelijk om de verschillende initiatieven te beoordelen op goede ruimtelijke inpassing en lokaal draagvlak. We sluiten hierbij aan bij de richtlijnen van de ‘Gedragscode zon op land’ en ‘Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land’. Omgevingsverordening Gelderland (zonnevelden) Rond de vaststelling van dit Uitnodigingskader werkt de provincie aan het concept-ontwerp Actualisatieplan 8 van de Omgevingsverordening Gelderland. Afgaande op de planning van de provincie wordt deze op 10 november 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. In dit actualisatieplan zijn conceptregels opgenomen voor zonnevelden in het buitengebied. Inhoud Actualisatieplan De provincie wil de energietransitie in Gelderland versnellen, passend bij de Gelderse kwaliteiten. In toenemende mate worden er initiatieven ontwikkeld voor het opwekken van zonne-energie.

Ook het aantal zonnevelden in het buitengebied neemt toe. Deze zijn volgens de provincie ook nodig om de klimaatdoelen te halen, maar vergen een zorgvuldige ruimtelijk afweging (en inrichting) gelet op de kwaliteit van inrichting van de Gelderse leefomgeving. Om ervoor te zorgen dat zonneparken in het buitengebied zorgvuldig worden afgewogen, wordt in de verordening opgenomen dat gemeenten bij het toestaan van zonneparken in het buitengebied rekening

21 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

houden met: 1. de behoefte aan zonne-energie; 2. de mogelijkheden om in stedelijk gebied en op daken in die behoefte te voorzien; 3. de nadelige effecten voor de ruimtelijke kwaliteit rond zonneparklocaties; 4. de samenhang met het omringende landschap; 5. de consequenties voor het elektriciteitsnet; en 6. het huidige grondgebruik. Daarnaast is een maximale gebruikstermijn van 30 jaar opgenomen en de voorwaarde dat het zonnepark na gebruik moet worden verwijderd Een tender voor zonnevelden vindt ruim na vaststelling van dit uitnodigingskader plaats. Plannen voor grote zonneparken zijn haalbaar als ze kunnen voldoen aan de (actuele) provinciale regels.

4.1. Keuzes Aan het Uitnodigingskader liggen strategische keuzes ten grondslag: Algemeen a. We hebben een positieve grondhouding ten aanzien van initiatieven voor de winning van duurzame energie. We nodigen initiatiefnemers uit om met een voorstel te komen. b. We willen zoveel mogelijk verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen stabiele duurzame energievoorziening. Dus zetten we in op de opwekking van zonne- én windenergie.

4. Strategische keuzes voor het Uitnodigingskader c.

We wijzen grootschalige functionele landschappen aan waar grootschalige duurzame energieopwekking mogelijk is. In ons waardevolle landschap zijn de mogelijkheden voor opwekking van duurzame energie beperkter en stellen we meer eisen.

d. De ruimte voor grootschalige initiatieven stemmen we af op de opgave. e. Er vindt procesparticipatie plaats in het gebied, waarvan de bewoners ook mogelijkheden krijgen om financieel te participeren. Zon f. Wij hebben een voorkeur voor winning van zonne-energie op het dak. g. We benutten de kansen die landschappelijke inpassing met zich meebrengt. h. We juichen het toe als incourante gronden worden benut. i.

Hieronder de toelichting van de keuzes: a) Positieve grondhouding Initiatiefnemers en inwoners die voorop willen lopen in de transitie naar energieneutraal zijn, worden positief ontvangen. Met dit Uitnodigingskader moedigen we initiatiefnemers juist aan om het gesprek hierover aan te gaan. b) Stabiele duurzame energiewinning Zonnepanelen leveren in de wintermaanden maar een fractie van de energie die in de zomermaanden wordt opgewekt. Het elektriciteitsverbruik in de winter ligt veelal hoger omdat we meer binnen leven en het sneller donker is. Daarnaast is de verwachting dat het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving een stijging van de elektriciteitsvraag met zich meebrengt. Omdat er dan ook elektriciteit nodig is in de winter om huizen te verwarmen. Windenergie is het hele jaar beschikbaar. Grootschalige opslag van energie zou een uitkomst zijn. Helaas is de ontwikkeling hiervan nog niet ver genoeg om dit grootschalig en betaalbaar te organiseren.

We werken met tenders voor zonnevelden.

Wind j. We wijzen de bestaande locatie van Hagenwind ten noorden van het Aaltense Goor aan als Kansrijk gebied voor duurzame energiewinning. k.

Liever een kleiner aantal hoge windmolens dan meer lage windmolens

l.

Grote windmolens worden bij voorkeur gegroepeerd.

m. We kiezen alleen voor kleine en grote windmolens.

c) Grootschalig functioneel landschap en waardevol landschap In het grootschalig functioneel landschap is grootschalige opwekking van duurzame energie onder bepaalde voorwaarden mogelijk. In het waardevol landschap zetten we meer in op bescherming van het waardevol landschap. Het functioneel landschap zit daar tussen: hier zijn geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk, maar bescherming van het landschap is minder doorslaggevend. d) Initiatieven afstemmen op de opgave Gemeente Aalten heeft een groot buitengebied. Dit is vanzelfsprekend

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 22

4. Strategische keuzes voor het Uitnodigingskader aantrekkelijk voor grootschalige initiatieven voor de winning van duurzame energie. Om het landschap te beschermen stemmen we de verwachte energieopbrengst van initiatieven af op de opgave. Zo voorkomen we dat het landschap in ons buitengebied onder druk komt te staan en blijven we kritisch op de ontwikkelingen. e) Proces- en financiële participatie We willen dat initiatiefnemers ruimte geven aan bewoners om bij te dragen aan de totstandkoming van een plan. Bij de exploitatie van initiatieven willen we dat er mogelijkheden zijn van financiële participatie. Zie paragraaf 4.2 en 4.3. f) Zon op dak bij initiatieven zonnevelden Het kan niet zo zijn dat een initiatiefnemer zijn (substantiële) mogelijkheden voor zon op dak onbenut laat als een hij/zij een zonneveld realiseert. Bij initiatieven voor zonnevelden sturen we daar op. Zo worden de lege daken goed benut en beperken we - waar mogelijk - de inzet van landbouwgrond voor de opwekking van duurzame energie. g) Benutten kansen landschappelijke inpassing Bij een initiatief is er niet alleen oog voor de landschappelijke inpassing van de zonnepanelen of windmolens. Er is ook aandacht voor de kansen die het met zich meebrengt. Een dergelijke ontwikkeling is een kans om weer wat extra aandacht aan het gebied te besteden.

Denk aan de stimulans voor biodiversiteit of aan de maatregelen om het gebied klimaatbestendiger te maken. Het is belangrijk om steeds te kijken welke kansen de landschappelijke inpassing biedt, welke combinaties er te maken zijn en hoe deze benut kunnen worden.

23 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

h) Benutten van incourante gronden Door efficiënt met de grond in gemeente Aalten om te gaan, hebben we ook oog voor incourante gebieden voor met name zonnevelden. Voorbeelden zijn gronden die gereserveerd zijn voor mogelijke uitbreidingen van bedrijventerreinen of gronden langs infrastructuur. Maar we zien ook graag dat eerst gekeken wordt naar agrarische gronden die minder geschikt zijn voor de agrarische functie. i) Tender Met een tender kan in een bepaalde periode een beperkt aantal hectares aan winning van zonne-energie worden vrijgegeven. In die periode hebben initiatiefnemers de gelegenheid om hun principeverzoek in te dienen. Wij kiezen als gemeente welke projecten de stap naar realisatie mogen maken. Dit doen we aan de hand van de criteria als genoemd in dit Uitnodigingskader. Hiermee geven we voordeel aan de initiatieven met de hoogste kwaliteit. Het werken met tenders geeft de mogelijkheid om na elke tender te evalueren. Hierbij evalueren we in hoeverre de doelstelling met die initiatieven wordt behaald, of initiatieven daadwerkelijk de kwaliteit bevatten die we voor ogen hebben en wat de impact er van is op natuur en landschap. We werken dus met tenders om de kwaliteit van initiatieven hoog te houden en zicht te houden op hoe ver we zijn in het realiseren van onze opgave.

j) Kansrijk gebied voor duurzame energiewinning In de gemeente Aalten is beperkt ruimte voor de winning van duurzame energie met windmolens. In het kansrijk gebied lijkt ruimte om, met behoud van een goed leefklimaat bij woningen, een aantal grote windmolens te groeperen. In dit kansrijk gebied staan reeds windmolens die vroeg of laat zijn afgeschreven. Wanneer in dit gebied initiatieven voor grote windmolens ontstaan, gaan we met de initiatiefnemers in gesprek om de mogelijkheden

4. Strategische keuzes voor het Uitnodigingskader voor intensivering van de winning van windenergie te verkennen, waarbij het bestaande aantal windmolens (acht) het maximum is. Buiten dit kansrijk gebied zijn geen grote windmolens mogelijk. k) Liever minder hoge dan meer lage windmolens Een windmolen met een ashoogte van 140 meter levert ongeveer 4 keer zoveel stroom dan een Hagenwindmolen van 100 meter hoog. Dus zijn er onevenredig meer molens nodig van 100 meter. Als op dezelfde locatie bij hogere molens aangetoond kan worden dat er sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat in de omgeving, dan stimuleren we dat. l) Grote windmolens liefst groeperen Door windmolens te groeperen kunnen de effecten op het landschap beperkt blijven tot een klein aantal plekken. Hierdoor is de invloed van windmolens op ons landschap beperkter dan wanneer er verspreid over ons gebied windmolens worden gerealiseerd. m) Kleine en grote windmolens We kiezen voor mini/kleine windmolens (ashoogte tot 25 meter) en grote windmolens (vanaf 80 meter). Met kleine windmolens kan worden voorzien in de eigen energiebehoefte en hebben een kleinere impact op het landschap. Grote windmolens geven daarnaast een substantiële bijdrage aan de invulling van de opgave. We willen hiermee met name de grote windmolens een zekere eenduidigheid stimuleren.

4.2. Procesparticipatie De gemeente verplicht initiatiefnemers om inwoners van het gebied actief te betrekken tijdens het ontwikkelproces en de realisatie van het initiatief. Het uitgangspunt is dat door participatie het draagvlak voor een initiatief stijgt. De participatiegraad is onderdeel van de beoordeling van zonnevelden en windmolens. Een hogere participatiegraad draagt bij aan een hogere totaalscore. Bij procesparticipatie gaat het om hoe inwoners van het gebied geïnformeerd en betrokken zijn bij de ontwikkeling en realisatie van een initiatief. De mate van participatie sluit aan bij de impact van het project. De minimale inspanning van een initiatiefnemer is dat hij/zij een participatieplan opstelt dat beschrijft: • • • • • • •

wat de groep van omwonenden en stakeholders is, aan de hand van een stakeholdersanalyse; spelregels hoe omwonenden en stakeholders worden betrokken bij het ontwerp; hoe transparant en gelijkwaardig met hen wordt gecommuniceerd; wie de participatie begeleid; wat op welke momenten gebeurt (planning) en wat daar voor nodig is; hoe er verslag gelegd wordt; spelregels voor financiële participatie (zie paragraaf 4.3).

Het bovenstaande is gebaseerd op de gedragscode wind op land4) en de gedragscode zon op land5) en kan een inspiratie zijn bij het opstellen van een participatieplan.

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 24

4. Strategische keuzes voor het Uitnodigingskader 4.3. Financiële participatie Een vast onderdeel van initiatieven in onze gemeente is financiële participatie. Hierbij gaat het om de mogelijkheid voor omwonenden of stakeholders om mee te kunnen profiteren van een initiatief in het gebied waar ze wonen of gebruik van maken. Hier zijn verschillende vormen voor, van een hogere participatiegraad naar een lagere: 1. Mede-eigenaarschap: particulieren (uit de regio) zijn via een energiecoöperatie mede-eigenaar van het park en hebben zo medezeggenschap, bijvoorbeeld via een energiecoöperatie en/of een postcoderoosregeling. 2. Financiële deelneming: mensen doen financieel mee met het park, waarvan door inwoners minimaal een deel wordt ingelegd. Dit kan door aandelen of obligaties te kopen maar ook door crowdfunding. 3. Omgevingsfonds: de initiatiefnemer stort een bedrag in een fonds voor de lokale omgeving. Beheer van het fonds door vertegenwoordigers van o.a. omwonenden, gemeente, milieustichting. 4. Omwonendenregeling: de omwonenden worden individueel of als groep op één of andere manier gecompenseerd.

25 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

Als optie 1 niet mogelijk is of niet wordt aangeboden, is de initiatiefnemer verplicht om optie 2 in combinatie met optie 3 aan te bieden. Optie 4 is een extra die een initiatiefnemer aanbiedt onafhankelijk van de eerder genoemde opties. Aan de hele groep omwonenden wordt de mogelijkheid gegeven om financieel te participeren. We gaan er van uit dat er minimaal 50% financieel geparticipeerd wordt door inwoners uit de regio. Een hogere of lagere participatiegraad leidt tot een respectievelijk hogere of lagere waardering van het plan.

5. Het Uitnodigingskader zon en wind 5.1. Algemeen

5.2. Uitnodigingskader zon

Het Uitnodigingskader helpt om initiatieven van duurzame energie opwekking te realiseren met respect voor de leefomgeving. Het Uitnodigingskader heeft twee functies. Enerzijds is het Uitnodigingskader een belangrijk instrument om de aanvragen te beoordelen. De paragraven 5.3 en 5.5 gaan in op het gemeentelijke beoordelingsproces voor zonnevelden en windmolens die niet binnen het vigerend bestemmingsplan passen. Op basis van de gestelde criteria en voorwaarden worden de plannen beoordeeld. Anderzijds kunnen initiatiefnemers uit het kader halen aan welke criteria en voorwaarden het initiatief moet voldoen. De initiatiefnemers kunnen de onderdelen van het Uitnodigingskader raadplegen via een websiteversie.

Deze paragraaf licht de criteria voor de beoordeling van het principeverzoek nader toe.

Onderdelen Uitnodigingskader Het Uitnodigingskader bestaat uit de volgende onderdelen: • Inpassingskaart De visuele vertaling van de kansen voor duurzame energie opwekking binnen de gemeente. De kaart Landschaps- en gebiedstypering (inpassingskaart) is terug te vinden in bijlage 1 en komt beschikbaar op de website. • Inpassingsmatrix Hierin staat aangegeven waar welke vorm van duurzame opwekking mogelijk en onmogelijk is. Er zijn twee matrices: voor zon en wind • Inpassingscriteria Per gebied en energiesoort zijn criteria voor de landschappelijke inpassing opgenomen. • Participatiecriteria Specifieke criteria voor de proces- en financiële participatie.

Inpassingskaart Vooral in het grootschalig functioneel landschap zijn er, onder bepaalde voorwaarden, mogelijkheden voor grotere zonnevelden (2,5 ha of meer). In de andere gebieden is de ruimte voor zonnevelden beperkter. Dit doet recht aan ons kleinschalig en waardevol landschap. Inpassingsmatrix Een windmolen met een ashoogte van 140 meter levert ongeveer 4 keer zoveel stroom dan een Hagenwindmolen van 100 meter hoog. Dus zijn er onevenredig meer molens nodig van 100 meter. Als op dezelfde locatie bij hogere molens aangetoond kan worden dat er sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat in de omgeving, dan stimuleren we dat. Inpassingscriteria zon (alle oppervlaktes) Bij de zonnevelden dient rekening gehouden worden met de volgende ruimtelijke criteria: ◊

Landschappelijke inpassing: • ontwerp door een gekwalificeerd landschapsontwerper; • rekening houden met en plaatsen binnen bepaalde bestaande landschapsstructuren (zoals kavelgrenzen, paden, steilranden, essen en beplantingselementen); • rekening houden met de schaal van het landschap; • autonome vormen zijn mogelijk mits goed ontworpen;

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 26

5. Het Uitnodigingskader zon en wind

Inpassingsmatrix zon

27 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

5. Het Uitnodigingskader zon en wind • • •

•

kansen benutten van het versterken of herstellen van (historische) landschapskarakteristieken; rekening houden met zichtlijnen in het landschap vanaf huizen, wegen en paden; een groene rand met natuurwaarde wordt toegepast aan de randen van de opstelling en moet als uitgangspunt minimaal 3 m breed zijn. Hiervan kan afgeweken worden als de specifieke eigenschappen van de locatie daar aanleiding toe geven; het gebruik van materiaalkleuren die aansluiten bij de natuurlijke omgeving van zonnevelden wordt bij voorkeur toegepast.

◊

Inpassing in de omgeving: • rekening houden met zichtlijnen naar monumentale gebouwen; • bestaande paden en wegen blijven openbaar; • afstand van het hekwerk tot de openbare weg is minimaal 4 meter; • impact op zichtkwaliteit van wandelpaden en fietspaden waar mogelijk versterken; • minimale schittering of lichthinder van het zonneveld voor omwonende en/of gebruikers van de omgeving aantonen; • in principe geen bomenkap; • de kavel zoveel mogelijk opvullen en uitlijnen.

◊

Klimaatbestendig: • een geheel onverharde ondergrond van de zonnevelden >2 ha, tenzij vanuit het oogpunt van brandveiligheid een (half)verhard pad noodzakelijk is; • verdroging bodem voorkomen door ten minste 25% onbedekt oppervlak tussen en rond de panelen6).

◊

Natuur: • aanleg en beheerplan in samenwerking met nationale en lokale natuurorganisaties; • natuurlijke elementen blijven of nemen in omvang toe, en waardevol groen blijft bestaan, bijvoorbeeld door de versterking van inheemse beplanting; • er wordt gehouden met de fauna in het gebied, door bijvoorbeeld de hoogte en vermazing van een hek diervriendelijk te maken; • vegetatiebeheer stuurt op inheemse kruidenrijke vegetaties die zo laat en zo weinig mogelijk worden gemaaid; • geen gebruik van pesticiden en herbiciden; • de koolstofvastlegging bevorderen in de bodem door meer kruidenrijke begroeiing aan te planten in combinatie met zorgvuldig en extensief beheer; • aanleg en beheer van het inpassingsplan is er op gericht om kansen te benutten voor versterking van de biodiversiteit.

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 28

5. Het Uitnodigingskader zon en wind ◊

Meervoudig ruimtegebruik: • combinaties met andere ruimtelijke functies geniet zeer sterk de voorkeur en wordt derhalve zeer positief gewaardeerd, bijvoorbeeld voor landbouw en weidegang, vrije uitloop voor kippen, kwekerij, natuur, waterberging en recreatie; • consequentie van meervoudig ruimte gebruik op de energieopbrengst toelichten.

◊

Na einde energiewinning: • zorgen dat er geen belemmering is om het oorspronkelijke grondgebruik (zowel juridisch als fysiek) weer te hervatten; • geen negatieve erfenis (zoals verontreinigingen en verhardingen) nalaten; • interessante kansen van herstel van het cultuurhistorisch landschap benutten.

Een betere en aantrekkelijkere inpassing leidt tot een hogere waardering in het beoordelingsproces. Participatiecriteria De gemeente hanteert een aantal criteria voor participatie bij plannen voor nieuwe zonnevelden. Daarbij gaat het bij alle soorten aanvragen om participatie van omwonenden van het initiatief bij de ontwikkeling en inrichting van het gebied (procesparticipatie). Bij initiatieven met een oppervlakte groter dan 2,5 ha moet er ook mogelijkheid zijn om financieel mee te profiteren (financiële participatie). Bij initiatieven kleiner dan 2,5 ha wordt financiële participatie aangemoedigd, maar dit is niet verplicht.

29 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

De mate van participatie is onderdeel van de beoordeling van het initiatief. Hoe hoger de participatiegraad hoe hoger het initiatief scoort ten opzichte van de andere initiatieven. De initiatiefnemer werkt de participatie uit in een participatieplan. In paragraaf 4.2 (procesparticipatie) en 4.3 (financiële participatie) wordt aangegeven hoe de participatie verder vormgegeven kan en moet worden.

5. Het Uitnodigingskader zon en wind 5.3. Beoordelingsproces Zon Mini zonnevelden Voor de mini-zonnevelden (tot 2.500 m²) dient de initiatiefnemer een principeverzoek in volgens de richtlijnen uit bijlage 2. Deze wordt beoordeeld door interne specialisten. Deze aanvragen vallen niet binnen de tenders. Na de eerste beoordelingsronde gaat het initiatief een reguliere projectprocedure in. Hieronder de schematische weergave van het beoordelingsproces:

Grote zonnevelden Wij nodigen initiatiefnemers uit om een principeverzoek voor kleine en grote zonnevelden (groter dan 2.500 m²) te doen. Interne specialisten (ruimtelijke ordening, landschap en natuur, duurzaamheid, milieu en bouwen), beoordelen deze initiatieven. In de beoordeling is extra aandacht voor de landschappelijke inpassing en de betrokkenheid van omwonenden. De ingediende initiatieven worden daarbij onderling vergeleken en de hoogst scorende initiatieven binnen de eerste fase van 25 ha worden geselecteerd om door te gaan in het proces naar realisatie. Principeverzoeken kunnen bij onvoldoende kwaliteit ook afgewezen worden. Als het college zijn medewerking aan het principeverzoek verleend heeft, wordt een landschappelijk inpassingsplan en een participatieplan opgesteld. In de tweede toetsing worden deze plannen beoordeeld in de vooroverlegfase Omgevingsvergunning, waarna een anterieure overeenkomst wordt opgesteld. Na deze tweede toetsing gaat het plan verder de reguliere procedure in van een omgevingsvergunning (projectbesluit).

De bevoegdheid voor een besluit om mini en kleine zonnevelden planologisch mogelijk te maken in het op de inpassingskaart aangewezen Waardevol landschap, Functioneel landschap, Grootschalig functioneel landschap en Bedrijventerrein, wordt gemandateerd aan het college.

Het uitschrijven van tenders voor kleine en grote zonnevelden (>2.500 m²) vindt op zijn vroegst plaats na 1 september 2022. Er wordt eerst een volledige inventarisatie gemaakt van de mogelijkheden van zon op dak in het buitengebied. Deze inventarisatie bevat een overzicht van de reële mogelijkheden zon op dak in het buitengebied, inclusief een integraal plan van aanpak hoe dit gerealiseerd kan worden en op welke termijnen. De resultaten van de inventarisatie worden uiterlijk 1 juli 2022 ingediend. Initiatieven voor mini-zonnevelden (< 2.500 m²) en koppelkansen kunnen na vaststelling van dit uitnodigingskader en na een positieve beoordeling worden gerealiseerd.

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 30

5. Het Uitnodigingskader zon en wind Het beoordelingsproces is hieronder schematisch weergegeven.

Het registratieformulier uit bijlage 3 biedt de initiatiefnemers handvatten voor het opstellen van hun verzoeken. Bijlage 4 geeft inzicht in de weging van criteria bij de beoordeling. Op basis van criteria wordt akkoord gegeven aan het initiatief voor de volgende fase (2e toetsing) in het beoordelingsproces. 2e toetsing: inpassingsplan en een participatieplan De initiatiefnemer stelt een ruimtelijke onderbouwing op dat laat zien hoe het ontwerp van het initiatief aansluit bij de schaal en het karakter van de omgeving. Uit een ruimtelijke onderbouwing met de daarbij benodigde onderzoeken blijkt hoe daarop aangesloten wordt. In de ruimtelijke onderbouwing is o.a. aandacht voor: • • • • • •

1e beoordeling principeverzoek zonnevelden Bij de eerste toetsing wordt het principeverzoek beoordeeld aan de hand van de criteria die in paragraaf 5.2. nader zijn toegelicht.

31 Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten

landschappelijke inpassing; inpassing in omgeving; klimaatbestendigheid; natuur; meervoudig ruimtegebruik; na einde energiewinning.

In het participatieplan (zie paragraaf 4.2 en 4.3) laat de initiatiefnemer zien hoe inwoners van het gebied en andere belanghebbende procesmatig en financieel betrokken worden bij de verdere ontwikkeling en realisatie van het initiatief. Wanneer het initiatief positief door de tweede toetsing is gekomen, wordt een aanvraag Omgevingsvergunning bouwen gedaan.

5. Het Uitnodigingskader zon en wind 5.4. Uitnodigingskader wind Deze paragraaf licht de criteria voor mini, kleine en middelgrote/grote windmolens toe. Inpassingskaart Windmolens kunnen alleen daar geplaatst worden waar veiligheidsnormen en nationaal- en provinciaalbeleid het toe laat. En het is niet mogelijk om in het Waardevol landschap windmolens hoger dan 15 meter te plaatsen. De initiatieven voor grotere windmolens buiten waardevol landschap worden als maatwerk elk afzonderlijk beoordeeld.

Inpassingsmatrix In de inpassingsmatrix wind hiernaast staat aangegeven welke mogelijkheden er voor windenergie zijn. **van de maximale ashoogte mag met enkele meters afgeweken worden als gemotiveerd kan worden dat de betreffende molen qua techniek, rendement en/of subsidievoorwaarden gunstiger is. Inpassingscriteria mini en kleine windmolens De inpassingkaart geeft aan waar de mogelijkheden zijn. Voor de mini- en kleine windmolens zijn de volgende inpassingscriteria van toepassing:

Voor alle windmolens geldt verder dat: • • •

• • •

• •

een windmolen in het Nationaal Landschap de specifieke gebiedskwaliteiten niet onevenredig mag aantasten; deze niet kansrijk zijn binnen het GNN. In de GO zijn windmolens alleen denkbaar als de kwaliteit van landschap en natuur aantoonbaar substantieel verbetert; binnen het als Kansrijk gebied voor duurzame energiewinning aangewezen gebied neemt het aantal grote windmolens niet toe; buiten het als Kansrijk gebied voor duurzame energiewinning aangewezen gebied zijn geen grote windmolens mogelijk; initiatieven zo veel mogelijk aansluiten bij: bestaande, vergunde en geplande windparken en infrastructuur en andere kenmerkende landschappelijke elementen; er bij woningen geen sprake mag zijn van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat; er geen sprake mag zijn van aantasting van waarden (monument, natuur, etc.).

• • •

het woon- en leefklimaat van woningen in de omgeving is gewaarborgd (geluid, slagschaduw); rekening houden met bijzondere zichtlijnen in het landschap vanaf huizen, wegen en paden, monumentale gebouwen; paden en wegen die openbaar zijn blijven openbaar; er moet worden gestreefd naar een rustig en ordelijk beeld in het landschap, passend bij het karakter van het landschap.

Participatiecriteria De gemeente hanteert een aantal criteria voor participatie bij plannen voor nieuwe windmolens. Daarbij gaat het bij alle soorten aanvragen om participatie van omwonenden van het initiatief bij de ontwikkeling en inrichting van het gebied (procesparticipatie). Bij windmolens met een ashoogte van 80 meter of meer, moet er ook mogelijkheid zijn om financieel mee te profiteren (financiële participatie). Bij initiatieven voor windmolens met een ashoogte tot 25 meter wordt financiële participatie aangemoedigd, maar dit is niet verplicht.

Uitnodigingskader zon en wind - gemeente Aalten 32

5. Het Uitnodigingskader zon en wind

Waardevol landschap

Beschrijving (ashoogte in m)

V

Miniwindmolen op bouwwerk <5m

Ja, mits - onderdeel van erf; - geen aantasting van landschappelijke waarden.

Grondgebonden mini-windmolen < 15 m

Ja, mits - onderdeel van erf; - geen aantasting van landschappelijke waarden.

Kleine windmolen < 25 m

Nee.

Grote windmolen 80-140 m **

Nee.

V

X

X

Functioneel landschap V

Ja, mits - onderdeel van erf.

V

Ja, mits - onderdeel van erf.

V

Ja, mits - onderdeel van erf.

Nee.

X

Grootschalig functioneel landschap V

Ja, mits - onderdeel van erf.

V

Ja, mits - onderdeel van erf.

V

Ja, mits - onderdeel van erf.

V

Bedrijventerrein

Ja, mits*

Ja, mits*

Ja, mits*

Ja, mits Nee. - er sprake is van een windpark van tenminste 3 molens in een landschappelijk verantwoorde opstelling binnen het Kansrijk gebied voor duurzame energiewinning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=ed995a69-dcc2-4684-a452-8b023d3a0af7