Toolkit_Veluwse_Methode_V2019.1.pdf - Toolkit_Veluwse_Methode_V2019.1.pdf
Tekst van het document
.....
Bestuursrechtelijke aanpak APV-feiten: inbrekerswerktuigen & drugshandel op straat
“De Veluwse Methode” Toolkit
Jelle van Heerikhuize, Senior GGP Wijkagent Nico Bakker, Operationeel Specialist A Definitief Versie 2019.1 Eenheid Oost-Nederland Basisteam Veluwe-West
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................... 2 Inleiding .......................................................................................................................................3 1. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) ........................................................................ 4 Handhaving van de APV De last onder dwangsom De APV-bepaling inzake toezichthouders, artikel 6:2
2. Vervoer van inbrekerswerktuigen ........................................................................................... 6 Strafbare gedraging Vaststelling hoogte last onder dwangsom Resultaten, effecten en ontwikkelingen
3. Drugsoverlast binnen het publieke domein ............................................................................. 8 De verboden gedragingen Vaststelling hoogte last onder dwangsom Resultaten en effecten
4. Ne bis in idem: dubbel straffen? ............................................................................................11 5. De bestuurlijke rapportage.....................................................................................................12 Samenvatting ............................................................................................................................13 Veelgestelde vragen (FAQ) .......................................................................................................15 Eindwoord ............................................................................................................................. …16 Bijlagen ................................................................................................................................. …18 1. Werkproces aanleveren bestuurlijke rapportage: het werkschema 2. Proces nadat bestuurlijke rapportage is verstrekt 3. Inbrekerswerktuigen en onderzoek vervoermiddelen i.r.t. APV 4. Voorbeeld bestuurlijke rapportage inbrekerswerktuigen 5. Voorbeeld bestuurlijke rapportage drughandel op straat 6. Aanwijzingsbesluit toezichthouders APV Ermelo 7. Vooraankondiging LODS (gemeentelijk document) drugsoverlast Ermelo 8. Definitieve LODS (gemeentelijk document) drugsoverlast Ermelo 9. Kamervragen & antwoorden Minister Dekker, april 2018 10.
Blanco format bestuurlijke rapportage Nationale Politie
© Politie, all rights reserved. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, op geautomatiseerde wijze opgeslagen of openbaar gemaakt in enige vorm of op enigerlei wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Politie.
Inleiding Het basisteam Veluwe-West, Openbaar Ministerie en de drie gemeenten die binnen het werkgebied van dit team vallen, Harderwijk, Ermelo en Putten, hebben de afgelopen jaren steeds bewuster gekozen hoe zij reageren op overtredingen van regels die in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn opgenomen. Reageren we strafrechtelijk of bestuursrechtelijk op overtredingen, of reageren we zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk? Naast de in dit document vermelde praktijkvoorbeelden kan ook worden gedacht aan toepassing van bestuursrechtelijke handhaving bij winkeldiefstallen met behulp van geprepareerde tassen, loslopende honden, organiseren van feesten/evenementen zonder vergunning of in afwijking van vergunningsvoorschriften, zich niet houden aan sluitingstijden die gelden voor een horecabedrijf, door uitdagend gedrag dreigende wanordelijkheden, alcoholgebruik op straat etc. Kortom, alle voorschriften die in een APV staan. In dit document wordt een tweetal onderwerpen waarmee ruime ervaring is opgedaan, behandeld en uitgediept: het bezit van inbrekerswerktuigen en de aanpak van drugsoverlast op straat ( want drugsoverlast door handelen in of vanuit een woning of lokaal valt onder artikel 13B van de Opiumwet) staan hierbij centraal.
Dit document is samengesteld omdat we op ons team merkten dat we vanwege onze ruime ervaring meerdere vragen ontvingen van politiecollega’s en gemeenten uit het hele land. Hoe pakken wij de zaken aan? Waar zijn wij tegenaan gelopen? Waar moet rekening mee gehouden worden? In dit document geven wij antwoord op de vele vragen én treft u een beschrijving van onze werkwijze, zodat deze ook elders in het land toegepast kan worden. Tegelijk beseffen wij dat deze nieuwe werkwijze zich verder kan ontwikkelen. Wij blijven dan ook openstaan voor kritische opmerkingen en tips. In dit document geven we een beschrijving over de last onder dwangsom. We staan stil bij het verschil tussen straf-en bestuursrecht en de aanwijzing van politiemedewerkers als toezichthouder. Daarna zoomen we in op de toepassing van bestuursrecht op het bezit / vervoer van inbrekerswerktuigen. We geven aan hoe we de werkwijze tegenwoordig ook toepassen op drugsdealers op straat. We geven een beschrijving over wat er gebeurt nadat de politie een bestuurlijk rapport of constatering aan de gemeente heeft aangeleverd en we staan stil bij resultaten en jurisprudentie. We eindigen met een samenvatting en de veelgestelde vragen. Het document is zo geschreven dat ook enkel het onderwerp gelezen kan worden waar de interesse in is: respectievelijk de aanpak van inbrekerswerktuigen en aanpak van drugsoverlast op straat.
Wat in dit document is beschreven, is relatief nieuw. Wekelijks doen er zich ontwikkelingen en nieuwe inzichten voor. De “Veluwse Methode”, een benaming die door de media aan onze werkwijze is gekoppeld1, bleef niet onopgemerkt in de rest van Nederland. Ook politiek Den Haag vernam de berichtgeving in de media en dit resulteerde in Kamervragen. Volledigheidshalve zijn de gestelde Kamervragen, en de door de juristen van de gemeente Putten gegeven antwoorden hierop, aan dit document toegevoegd. Bestuurlijke handhaving staat qua toepassing in veel gemeenten nog in de kinderschoenen en juist dit gegeven schept kansen en biedt mogelijkheden. Wij zijn dan ook erg benieuwd naar de ervaringen die jullie opdoen gedurende het toepassen en de doorontwikkeling van deze materie. In het eindwoord van dit document (pagina 16) vindt u de gegevens waar eventuele op- of aanmerkingen, resultaten of wetenswaardigheden aan geadresseerd kunnen worden. Veel inspiratie en leesplezier gewenst!
Met collegiale groeten, Jelle van Heerikhuize, Wijkagent Oost-Nederland, team Veluwe West. Nico Bakker, Operationeel Specialist A, team Veluwe West
1 https://www.destentor.nl/veluwe/veluwse-jacht-op-criminelen-slaat-aan~a1e79f76/
3
1. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Iedere gemeenteraad heeft de bevoegdheid (lokale) wetgeving vast te stellen. Deze lokale wetten zijn verordeningen. Veel regels die overlast en veiligheid in het openbaar domein betreffen worden opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening, hierna APV. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om te bepalen dat door hun opgestelde regels strafbaar zijn. De meeste, zo niet alle gemeenten hebben bepaald dat een groot aantal in de APV opgenomen regels strafbaar zijn. Belangrijk is om te beseffen dat een APV niet per definitie een vorm van strafrecht is. Dit is pas het geval als en voor zover de gemeenteraad daar uitdrukkelijk voor kiest.
Handhaving van de Algemene Plaatselijke Verordening De APV kan zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk (voor zover de gemeenteraad daarvoor heeft gekozen) worden gehandhaafd. Deze twee manieren van handhaving hebben hun geheel eigen karakter. Dit verschil in karakter komt steeds terug bij de keuze van het juiste instrument en de manier van toepassen. Binnen het strafrecht wordt bijvoorbeeld gesproken over een verdenking van een strafbaar feit en over wettig en overtuigend bewijs. Binnen het Bestuursrecht wordt gesproken over het “aannemelijk maken”, iets dat sneller wordt bereikt dan het door een rechter wettig en overtuigend bewezen achten tijdens een strafzaak. Strafrechtelijke handhaving is punitief: gericht op straffen. Enerzijds is de hoop dat met een straf in het vooruitzicht mensen zich zullen bedenken voordat ze een overtreding begaan (preventieve werking). Anderzijds is in het strafrecht ook een element van vergelding opgenomen. Het leed dat een dader anderen of de maatschappij heeft aangedaan wordt zo vergolden. Het internationaal recht kent veel waarborgen voor een goed gebruik van strafrecht. Bekend is de waarborgen die het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) kent wanneer sprake is van “criminal charge”. Met name artikel 6 EVRM2 is voor de praktijk erg belangrijk: het recht op een eerlijk proces.
Bestuursrechtelijke handhaving is gericht op het beëindigen van een overtreding of het voorkomen van verdere overtreding. De overtreder wordt de kans geboden zijn gedrag te wijzigen voordat hij daadwerkelijk gevolgen ondervindt. Onder bijzondere omstandigheden kan dit zelfs al voordat een overtreding is begaan. Staatsraad Advocaat-Generaal Mr. P.J. Wattel heeft op 4 april 2018 een mooie (maar lange) conclusie 3 uitgebracht waarin hij een uitgebreid overzicht geeft van bestuursrechtelijke handhaving. Twee bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten zijn de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. Voor deze toolkit is vooral de last onder dwangsom belangrijk omdat dit het meest geschikte instrument is bij overtredingen van “overlastbepalingen”.
De last onder dwangsom Wat is een last onder dwangsom? Ingevolge artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang. Ingevolge het tweede lid wordt de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang uitgeoefend door het college, indien de last dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitvoert. Voor het toezicht op sommige regels in de burgemeester (als bestuursorgaan) bevoegd om op te treden. Ingevolge artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Een last onder dwangsom vormt, net als de last onder bestuursdwang, een herstelsanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van de overtreding. Deze herstelsancties staan in de Awb. Een last onder dwangsom wordt beschouwd als een effectief middel om in te zetten bij terugkerende of voortdurende overtredingen. Als de last wordt opgelegd ondervindt de overtreder nog geen gevolgen. Pas wanneer hij de overtreding daarna nogmaals begaat of niet op tijd beëindigd verbeurt hij een dwangsom.
2 http://wetten.overheid.nl/BWBV0001000/2010-06-10#Verdrag_2 3 Conclusie Staatsraad Advocaat-Generaal Wattel, 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1152
4
De APV-bepaling inzake toezichthouders, artikel 6:2 Vaak zijn politiemedewerkers niet óók automatisch toezichthouder binnen de APV en kan de wijze waarbij hiervan wel sprake is, per gemeente verschillen. Binnen elke model-APV wordt in artikel 6:2 omschreven welke personen met het toezicht op de naleving van het bepaalde in de desbetreffende verordening zijn belast. Vaak zal in een aanvullend lid binnen hetzelfde artikel worden beschreven dat een burgemeester andere personen kan aanwijzen, waarbij veelal sprake zal zijn van een onderliggend besluit. Het is derhalve van belang dat inzichtelijk is op welke gronden de politiemedewerker óók als toezichthouder binnen de APV kan acteren. De gemeenten Ermelo en Putten hebben ervoor gekozen om de politieambtenaren werkzaam binnen politieteam Veluwe West via een apart besluit, het zogenaamde “Aanwijzingsbesluit”, aan te wijzen als toezichthouder voor de APV. Binnen de APV van de gemeente Harderwijk staan de ambtenaren van politie, als bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012, expliciet in artikel 6:2, lid 1 onder d., als toezichthouders benoemd. Aangewezen politiemedewerkers verkeren in de bijzondere positie dat zij, naast opsporingsambtenaar, dus tevens toezichthouder zijn. Dit is een niet eenvoudige combinatie en brengt voor een strafrechtelijke vervolging risico`s met zich mee.
Genoemde omstandigheid brengt met zich mee dat de politieambtenaar, in die gevallen dat de inzet als controlerende toezichthouder leidt tot de verdenking van een strafbaar feit op heterdaad,” een andere pet dient op te zetten”. In plaats van bevoegdheden als toezichthouder gaat hij bevoegdheden als opsporingsambtenaar gebruiken. De politiemedewerker moet zich er goed van bewust zijn op basis van welke wetgeving hij optreedt en wat zijn bevoegdheden daarbij zijn. Als de politiemedewerker optreedt als toezichthouder dient hij dit ook kenbaar te maken aan degene die gecontroleerd wordt. De bevoegdheden als toezichthouder mogen niet worden gebruikt om strafrechtelijk bewijs te vergaren: het verbod op détournement de pouvoir4 geldt ook in dit geval onverkort. Wanneer de politiemedewerker tijdens een controle stuit op een strafbaar feit op heterdaad, dan moet een wisseling worden gemaakt van bestuursrecht (toezichthouder) naar het strafrecht (opsporingsambtenaar). Belangrijk is dan dat er goed wordt gedacht aan de strafrechtelijke waarborgen, zoals bijvoorbeeld het geven van de cautie aan de verdachte. Het is belangrijk dat de opsporingsambtenaar de als opsporingsambtenaar ingezette bevoegdheden en dwangmiddelen, in het op te stellen proces-verbaal van bevindingen, transparant en beargumenteerd omschrijft.
Tevens is het zeer van belang om in het proces-verbaal op te nemen waarom de controle als toezichthouder aanvankelijk werd ingezet. Onvoldoende beschrijving kan leiden tot vrijspraak. De bevoegdheden van een toezichthouder verschillen wezenlijk van de bevoegdheden van een opsporingsambtenaar. Op veel gebieden gaan deze verder. Het is daarom heel belangrijk dat iedere toezichthouder zijn verantwoordelijk begrijpt en neemt. Misbruik van bevoegdheden brengt niet alleen risico’s voor een succesvolle vervolging met zich mee, maar brengt ook schade toe aan deze werkwijze en zelfs aan de rechtstaat.
Tip: kijk goed óf en hoe het toezichthouderschap voor de politiemedewerkers geregeld is in de APV. Dit is een belangrijke voorwaarde voor de aanpak.
4 Misbruik van bevoegdheden
5
2. Vervoer van inbrekerswerktuigen In de gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten zijn naast bepaalde medewerkers van de gemeente ook van het basisteam Veluwe-West aangewezen als toezichthouder op grond van de Awb om toezicht te houden op bepalingen uit de APV. Voordat zij zijn aangewezen als toezichthouder, hebben juristen van de gemeente Putten hen een training gegeven over het gebruik van bevoegdheden van een toezichthouder APV. In de praktijk is de samenwerking bijzonder effectief. Zo houden de politiemedewerkers onder andere toezicht op het naleving van het in de APV opgenomen verbod op het vervoer van inbrekerswerktuigen. Dit verbod is ook in de model APV opgenomen en door (nagenoeg) alle gemeenten in hun APV overgenomen en geldt tegenwoordig niet meer alleen voor de voor nachtrust bestemde tijd. In de APV van Putten luidt dit artikel als volgt:
Artikel 2:44 Vervoer Inbrekerswerktuigen Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. Zorgt een bekeuring van plusminus €100,- er nou voor dat de inbreker, die vóór de misdaad betrapt wordt, zijn daad niet elders (in dezelfde gemeente) pleegt? Houdt die bon een dief tegen? Dit zijn vragen die toenmalig wijkagent Hulleman en de juristen van de gemeente Putten zich stelden in het voorjaar van 2014. Naast afdoening via het strafrecht werd daarom, in samenspraak met teamleiding en burgemeester, besloten om bestuursrechtelijk te handhaven op overtreding van dit verbod. De eerste zaak betrof een geval waarin twee verdachten van een auto-inbraak, gepleegd in Harderwijk, werden gecontroleerd in de gemeente Putten. Bij deze controle bleken de beide verdachten in het bezit te zijn van werktuigen die, gelet op de omstandigheden waaronder deze in hun voertuig werden aangetroffen, konden worden aangemerkt als inbrekerswerktuigen.
Het college van B&W van de gemeente Putten besloot in deze casus tot oplegging van een dwangsom van € 2.500,00 per geconstateerde overtreding met een maximum van € 10.000,00. De beide betrokkenen gingen tegen dit voornemen in beroep. Bij de behandeling van de zaak achtte de rechtbank Gelderland dit beroep ongegrond. De betrokkenen stelden vervolgens hoger beroep in maar ook de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State achtte het beroep ongegrond.5
De hoogte van de last onder dwangsom inbrekerswerktuigen De door de handhavingsjuristen op te leggen last onder dwangsom zal maatwerk vereisen en casusafhankelijk qua hoogte worden bepaald: het doel van de inzet van dit middel blijft altijd het trachten herhaling te voorkomen en/of de gedraging te beëindigen. Zoals u meerdere malen in dit document zult lezen en wij nadrukkelijk willen aangeven is de voorgenomen of opgelegde last onder dwangsom absoluut geen extra straf! Sinds 2017 verschuift de inzet van een vast bedrag van de maatregel naar een last onder dwangsom die meer in verhouding staat tot de waargenomen gedraging en achterliggende informatie. De lezer kan zich voorstellen dat een last onder dwangsom van bijvoorbeeld €2500,- vermoedelijk afdoende zal zijn voor de lokale verslaafde inbreker die relatief weinig winstoogmerk heeft. Een als zeer actief bekende staande auto-inbreker, die wekelijks tientallen RNSinbouwnavigatiesystemen wegneemt, zal eerder in aanmerking komen voor een last onder dwangsom die in verhouding staat tot diens vermoedelijk gegenereerde criminele verdiensten. De hoogte van de last onder dwangsom is derhalve casusafhankelijk en staat niet in beton gegoten.
Dubbele bestraffing? Geregeld wordt de vraag gesteld of er, in die gevallen dat er náást een aangezegd proces-verbaal vanuit de politie óók een last onder dwangsom vanuit de gemeente volgt, sprake is van dubbele bestraffing, en dus mogelijk sprake van schending van het “Ne Bis In Idem-principe”. Op pagina 11 van dit document wordt hier een toelichting op gegeven.
5 Uitspraak hoger beroep:
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2016:916
6
Niet alleen vóór het te plegen vermogensdelict Medio 2017 legde de gemeente Ermelo een last onder dwangsom op aan vier Amsterdamse snelkrakers, nádat ze op heterdaad waren aangehouden wegens een gepleegde inbraak op een telecomwinkel in diezelfde gemeente. In dit geval toonde de gemeentelijk juristen zich vooruitstrevend door de last onder dwangsom ook op te leggen nadat door deze vier personen, middels gebruikmaking van inbrekerswerktuigen (o.a. een voorhamer en een groot formaat breekijzer) werd ingebroken in een winkelpand.
Resultaten en effecten van de last onder dwangsom inbrekerswerktuigen Sinds de toepassing in 2014 van de last onder dwangsom binnen het thema inbrekerswerktuigen, zijn er binnen Harderwijk, Ermelo en Putten aan vele potentiele inbrekers lasten onder dwangsom uitgereikt. Slechts in enkele gevallen viel een reeds eerder aangeschreven betrokkene in herhaling, waardoor een dwangsom werd verbeurd. In één van deze casussen was sprake van een lokale inbreker uit Ermelo, die overigens sindsdien niet meer als zodanig bij de lokale politie in beeld is geweest. De ervaring leert dat er zeer sporadisch sprake is van herhaling van feiten door een persoon aan wie in een eerder stadium een last onder dwangsom is uitgereikt. Wel zijn er verschillende betrokkenen al dan niet met een advocaat in bezwaar en beroep gegaan tegen de last onder dwangsom. Hoewel hier geen studie naar gedaan is, geeft dit wellicht aan dat de betrokkenen deze aanpak, deze stok achter de deur, niet fijn vinden. Logischerwijs kan de lezer zich voorstellen dat het meest meetbare resultaat wordt bereikt via de lokale inbreker die, onder druk van de opgelegde last, óf stopt met diens activiteiten, óf zijn activiteiten elders voortzet. Bij dit mogelijke ‘waterbedeffect’ staan wij later in dit document kort stil.
Personen die tot de doelgroep inbrekers behoren en in een groot deel van het land actief zijn, zullen minder snel in de situatie geraken waarbij sprake is van herhaling van het strafbare gedrag in dezelfde gemeente. Ditzelfde geldt voor personen uit de doelgroep “mobiel banditisme” (MOBA) of in die gevallen waarbij de betrokkene daadwerkelijk niet beschikt over een woon-of verblijfsadres. De handhavingsjurist dient daarom vooraf per casus en samen met de politie te beoordelen in hoeverre de inzet van de last onder dwangsom lonend en effectief kan zijn. Een overleg met het Openbaar Ministerie op de grotere lijnen van de inzet van bestuursrechtelijke handhaving zal dan ook wenselijk zijn. Helaas horen wij geluiden dat bij veel gemeenten en politieteams nog een houding is dat er naar elkaar gekeken wordt, in plaats van dat er samengewerkt wordt. Dat is jammer want door een goede samenwerking kan beter het meest geschikte instrument worden ingezet.
Tip: bespreek vooraf met de jurist uit jouw gemeente of de inzet van de last onder dwangsom effectief en geschikt kan zijn op de onderhavige casus.
Doorontwikkeling Het gebruik van de Bestuurlijke Handhaving op APV-feiten wordt onverminderd voortgezet: in 2017 resulteerde dit in het opleggen van lasten onder dwangsom vanwege het verhandelen van drugs in het publiek domein. In 2018 zijn kamervragen gesteld over deze nieuwe werkwijze. Uit de beantwoording van de vragen door de Minister blijkt dat de Minister positief tegenover deze werkwijze staat. Een uitwerking van de kamervragen en de antwoorden van minister Dekker zijn toegevoegd aan de bijlagen bij dit document. In hoofdstuk 3 wordt een toelichting gegeven op het gebruik van de last onder dwangsom bij het verhandelen van drugs en wordt een inhoudelijke verdiepingsslag gemaakt.
7
3. Drugsoverlast binnen het publieke domein Veel gemeenten kampen in meer of mindere mate met drugsoverlast in het publieke domein. Veel gemeenten hebben, net als in de model APV van de VNG een artikel opgenomen waarin, kortgezegd, de handel in drugs of gelijkende waren wordt verboden. In Ermelo en Putten vormden strafrechtelijke en bestuursrechtelijke interventies op grond van deze verbodsbepaling een extra instrument om drugsoverlast op straat aan te pakken. Artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2018 van de gemeente Ermelo luidt:
Artikel 2:74 Drugshandel en drugsgebruik op straat: 1.
2.
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in artikel 2 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingshandelingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Het doel van dit artikel is het voorkomen van overlast en het voorkomen van een aantasting van de openbare orde en verdere strafbare feiten. In veel gemeenten is dit artikel uit de model APV in de lokale APV opgenomen, maar in de praktijk wordt er vooral in sommige grotere steden gebruik van gemaakt. Het betreft een feitgecodeerde overtreding. De politie kan tegen overtreding van dit verbod strafrechtelijk optreden door te verbaliseren door middel van een OM transactie, feitcode F173a6. In de praktijk wordt er geen proces-verbaal van bekeuring uitgereikt omdat de behandeling binnen het strafrecht/opiumwetgeving plaatsvindt; het bestuurlijk aanpakken vindt plaats op basis van de op te stellen Bestuurlijke Rapportage, of op basis van een rapportage van de toezichthouder. In het betreffende APV-artikel zijn zowel de aanbieders als ontvangers (afnemers!) en bemiddelaars (“drugsrunners”) strafbaar gesteld, maar, voor wat betreft de bestuursrechtelijke handhaving, wordt er voornamelijk richting de aanbieders geacteerd.
Tip: een strafbaar feit aanpakken op basis van strafrecht / Opiumwet sluit een bestuursrechtelijke aanpak daarnaast niet uit.
De verboden gedragingen Binnen artikel 2:74 is het strafbare gedrag omschreven dat doorgaans gedurende drugsdeals en/of de voorbereidingen hiervan in het openbaar zichtbaar is. Drugsdealers en/of bemiddelaars van deze diensten zullen zich veelvuldig binnen het publieke domein moeten begeven om hun afnemers te voorzien van handelswaar. De ervaring leert dat de dealers op de transactielocatie: Post vatten, op of aan de weg, in afwachting van hun afnemer, Zich op of aan wegen heen en weer te bewegen, Zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden, of daarmee heen en weer of rond te rijden, Met het kennelijke doel om de omschreven middelen, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
6
Feitenboekje Openbaar Ministerie, januari 2018
8
Juist dit gedrag heeft een negatieve invloed op de leefomgeving. Het geeft overlast, brengt een vorm van verloedering met zich mee en vergroot gevoelens van onveiligheid voor omwonenden en andere mensen die zich hier bewust van worden. Gezien de hiervoor omschreven gedragingen kan een persoon vrij snel onder de reikwijdte van dit artikel vallen, waarbij het logischerwijs aan de politie is om te zorgen voor een nauwkeurige en gedetailleerde omschrijving van de waarnemingen.
Behulpzaam zijn of daarin te bemiddelen De gedragingen uit artikel 2:74 hebben niet alleen betrekking op diegenen die de daadwerkelijke transactie sluiten (dus ook de koper/gebruiker!): onderstaande gevallen kunnen ook tot de oplegging van de last onder dwangsom leiden: Personen die binnen het drugsrunnertraject de eerste contacten met potentiele afnemers leggen, en hiermee voor de verbinding tussen de diverse betrokken partijen mogelijk maken, Personen die een observerende rol hebben binnen de handelingen die zijn gericht op de overdracht en/of transactie.
Let op: het omschreven gedrag is geen vervanging voor de strafbare elementen uit de Opiumwetgeving, het betreft lokaal verboden gedrag.
De hoogte van de last onder dwangsom drugsoverlast binnen het publieke domein Na ontvangst van de bestuurlijke rapportage nemen de handhavingsjuristen van de betrokken gemeente deze door. Eventueel worden er verduidelijkingsvragen gesteld aan de opsteller van het rapport. Voordat een last onder dwangsom wordt opgelegd krijgt de overtreder de mogelijkheid zijn zienswijze te geven. Dit is verplicht op grond van artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht. Het komt geregeld voor dat door het geven van een zienswijze meer duidelijkheid ontstaat over de gedraging en de persoon van de overtreder. Afhankelijk van de aangeleverde informatie wordt de hoogte van de last onder dwangsom vastgesteld. De gekozen hoogte van de maatregel is casusafhankelijk en vereist maatwerk, waarbij dezelfde argumentatie wordt gehanteerd als binnen de aanpak van inbrekerswerktuigen. De dwangsom moet hoog genoeg zijn om herhaling van de overtreding te voorkomen, maar ook weer niet té hoog zijn. In geval van een ambtshalve als zeer actief bekend staande drugdealer met een groot netwerk van afnemers, of een handelaar in aanzienlijke hoeveelheden, zal een last onder dwangsom van €10.000 tot €20.000 per overtreding eerder passend zijn dan €5.000.
Voor het vaststellen van de uiteindelijke hoogte van de last onder dwangsom, is de gemeente daarom voor een deel afhankelijk van de door de politie aangeleverde informatie, waaronder: Welke informatie over omzet is er voorhanden? Heeft de dealer in casus eerdere antecedenten? Is er onderzoeksinformatie beschikbaar qua aantallen afnemers, en frequentie van afname? Uiteindelijk beslist het college of de burgemeester (of een ambtenaar namens hen) of een last onder dwangsom wordt opgelegd. Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit bezwaar maken, waar het college of de burgemeester dan op moeten beslissen. Hierna staat de weg naar de rechter open. Deze juridische procedure schort de werking van de opgelegde last overigens niet automatisch op.
9
Resultaten en effecten last onder dwangsom drugsoverlast op straat Een jaar na de invoering en implementatie van de bestuursrechtelijke maatregel drugsoverlast kan worden gesteld dat het een prima instrument is om lokale gedragingen effectief te kunnen beantwoorden. De ontwikkelde maatregel is echter niet het “Ei van Columbus”. Het is een nieuwe strategie, een nieuwe barrière in de aanpak tegen altijd aanwezige problematiek, zoals drugshandel. Misschien is de belangrijkste ontwikkeling dat politie en gemeente hiermee op uitvoeringsniveau op een andere wijze met elkaar samenwerken dan hiervoor. Samen wordt gekozen voor de meest geëigende reactie op een overtreding. De vraag vanuit de consument op de drugsmarkt blijft onverminderd hoog, waardoor de hoop op een overlastvrij en drugsvrij Publiek Domein een utopie is. De ervaring leert dat er sinds de oplegging van diverse lasten onder dwangsom, verschillende, voornamelijk jonge, drugsdealers, uit de scene zijn gestapt, waarbij de hoogte van de last onder dwangsom als reden werd genoemd. Jonge jongens, aan het begin van de criminele ladder zijn door deze maatregel op andere ideeën gebracht. Ook is duidelijk dat binnen de scene van dealers de last onder dwangsom wordt gevreesd, temeer omdat men op straat verneemt dat de hoogte van het bedrag casusgericht kan worden vastgesteld.
Daarnaast is de hoeveelheid ingediende bezwaren eveneens een indicatie over hoe de maatregel ontvangen en ervaren wordt. Tot op heden is in Ermelo eénmaal sprake geweest van het daadwerkelijk verbeuren (innen) van een opgelegde last onder dwangsom binnen de aanpak drugsoverlast. Aan de betrokken drugsdealer werd in augustus 2017 een last onder dwangsom uitgereikt van €5000,-. Na wederom te zijn aangehouden op verdenking van het dealen van harddrugs werd door de gemeente gestart met het daadwerkelijk innen van de opgelegde €5000,-. De via zijn raadsman opgevoerde bezwaren werden door bezwarencommissie ongegrond verklaard, waarmee de betrokken dealer als eerste persoon in Nederland daadwerkelijk moet overgaan tot het betalen van het vastgestelde bedrag. In dit geval is daarom sprake van een noviteit. De gang naar de bestuursrechter werd ingezet en leverde een helder en gemotiveerde uitspraak op.
Uitspraak bestuursrechter: Op 25 april 2019 wees de bestuursrechter in Arnhem vonnis in deze zaak. Samengevat stelde de rechter dat het dwangsombesluit bevoegd genomen was en de last terecht was opgelegd. Wegens een tweede overtreding van de betrokken drugsdealer werd de dwangsom verbeurd. De werkwijze zoals beschreven in deze toolkit is hiermee door de bestuursrechter bekrachtigd en geaccordeerd. De uitspraak kan u lezen via onderstaande deze link: Uitspraak Bestuursrechter ECLI:NL:RBGEL:2019:1781
Waterbed-effect Een terugkerende opmerking is die van het waterbedeffect: worden de inbrekers of de dealers vanwege de maatregel niet gedwongen om hun heil elders te zoeken? Dit effect is tot op heden niet gebleken; hierover kunnen daarom geen bindende uitspraken worden gedaan. Als reactie op lokale repressie bestaat, net als binnen andere veiligheidsthema`s, kans op verplaatsing van activiteit: het staat onze buurgemeenten dan ook vrij om onze aanpak te hanteren. Vanuit ons politieteam wordt dit alleen maar aangemoedigd door het ontwikkelen van deze toolkit, het delen van onze ervaringen, het geven van uitleg en de ontwikkeling van een kennisplein op de Agora-pagina van ons politieteam Veluwe West.
10
4. Ne bis in idem: dubbel straffen? Een regelmatig terugkerende vraag vanuit diverse organisaties betreft: “Is er geen sprake van dubbele bestraffing, wanneer zowel straf-als bestuursrecht tegelijktijdig worden ingezet?” Een begrijpelijke opmerking die, overigens ten onrechte, vaak wordt gemaakt. Artikel 68 uit het Wetboek van Strafrecht volgt het verbod op dubbele vervolging: je mag nu eenmaal niet tweemaal voor hetzelfde feit worden veroordeeld. Het komt er feitelijk op neer dat je nooit tweemaal gestraft mag worden. Een last onder dwangsom is echter geen straf, maar een herstelsanctie. Het is niet bedoeld om (achteraf) pijn te doen (leed toe te voegen), iets wat het karakter van “straf” wel heeft. Ne bis in idem is dus niet beperkend wanneer voor hetzelfde feit een bestraffende sanctie (op basis van het strafrecht of via een bestuurlijke boete) wordt overgegaan en er daarnaast een herstelsanctie (last onder dwangsom) wordt opgelegd. Er is echter wat verwarring ontstaan door uitspraken van lagere rechters, maar gelukkig heeft de Hoge Raad op 12 december 2017 een en ander duidelijk verwoord en beargumenteerd. De Hoge Raad overwoog in zaak ECLI:NL:HR:2017:3122 het navolgende: “Het oordeel van het Hof dat de vervolging ter zake het tenlastegelegde feit in strijd is met het aan art.
68 Sr ten grondslag liggende ne bis in idem-beginsel en dat het Openbaar Ministerie dientengevolge niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, is echter onjuist.” De omstandigheid dat een gedraging die, na een vanwege een eerdere overtreding van de Wet Personenvervoer 2000 opgelegde last onder dwangsom, het verbeuren van die dwangsom ten gevolge heeft, tevens aanleiding is voor strafvervolging, brengt niet met zich dat sprake is van de uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 3 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:434, NJ 2015/256, waarin twee procedures over een identieke verweten gedraging hun directe oorsprong vonden in hetzelfde feit met sterk gelijkende gevolgen.
Vrijspraak en tóch een last onder dwangsom Er zijn situaties denkbaar waarbij een verdachte in een strafzaak wordt vrijgesproken van de verdenking, terwijl voor dezelfde gedraging een last onder dwangsom is uitgereikt, of zelfs verbeurd is of zal worden. Bovenstaande is mogelijk omdat binnen beide rechtsgebieden sprake is van, enerzijds, wettig en overtuigend bewijs, en binnen het bestuursrecht ”het aannemelijk maken dát”, een wezenlijk verschil.
Strafrechtelijk optreden én bestuursrechtelijk optreden kan samen Op basis van bovenstaande kan worden opgemaakt dat ook in het geval van de bestuursrechtelijke aanpak van vervoerders van inbrekerswerktuigen en bij drugshandel op straat, tegelijk met het strafrechtelijke optreden, bestuursrechtelijk kan worden opgetreden. Het opleggen van een last onder dwangsom is en blijft een effectieve herstelsanctie en die sanctie kan samenlopen met een bestraffende sanctie. De ervaringen in ons politieteam zijn positief.
11
5. De bestuurlijke rapportage Na een gedane constatering door de politie kan de politie op twee manieren reageren. Hij kan als toezichthouder een rapportage opstellen van hetgeen hij als toezichthouder heeft waargenomen. Hierin is geen informatie opgenomen waarover de toezichthouder als opsporingsambtenaar beschikt. Deze kan worden gestuurd naar de ambtenaren van de gemeente die zich met de betreffende handhaving bezig houden. Ook kan een bestuurlijke rapportage worden opgesteld. Een bestuurlijke rapportage wordt opgesteld om een signaal, doorgaans een concreet feit, door te geven aan het openbaar bestuur, opdat het in staat wordt gesteld bestuurlijke maatregelen te nemen. Het kan hierbij gaan om overlastgevende situaties, maar ook om (gezamenlijk) de georganiseerde misdaad te bestrijden. Twee voorbeelden van bestuurlijke rapportages vindt u als bijlage bij dit document: een bestuurlijk rapport inbrekerswerktuigen en een bestuurlijk rapport drugshandel op straat. De rapporten worden opgesteld door de politiemedewerker, waarmee de gemeente (de burgemeester) wordt geïnformeerd. Als het gaat om het opstellen van de bestuurlijke rapportages inbrekerswerktuigen respectievelijk drugshandel op straat hebben we op ons politieteam de keuze gemaakt om dit slechts bij een aantal politiemedewerkers weg te zetten. Dit in verband met overzicht, affiniteit en eenduidigheid.
In de rapportage neemt de samensteller van het rapport, de rapporteur, de waarnemingen van de betrokken politieambtenaren op. Waarnemingen van getuigen, zonder daarbij de namen te noemen, ondersteunen de rapportage. Het is noodzakelijk dat uit de bestuurlijke rapportage blijkt welke strafbare gedragingen uit het onderhavige APV-artikel zijn waargenomen c.q. vastgesteld en op welke wijze dit gebeurd is. Anders dan in een proces-verbaal, welke veelal in ambtelijke taal wordt opgesteld, mag een bestuurlijke rapportage in heldere, begrijpelijke taal worden opgesteld. Ook foto’s kunnen de rapportage ondersteunen. Er worden echter geen gegevens verstrekt die het opsporingsonderzoek kunnen schaden. Er worden enkel relevante gegevens verstrekt en het verdient de dringende aanbeveling om te overleggen met de behandelend verbalisant / leider opsporingsonderzoek (dit kan ook een zaaksOVJ zijn!) wat het geschikte moment is van verstrekking. In een lopend onderzoek waarin nog aanhoudingen verricht moeten worden is het bijvoorbeeld niet slim om een bestuurlijk rapport of een constatering als toezichthouder te verstrekken aan de gemeente.
Tip: overleg vooraf met de behandelend verbalisant of leider opsporingsonderzoek over het geschikte moment van verstrekking van het bestuurlijk rapport!
Als het gaat om bestuurlijke rapporten op inbrekerswerktuigen en drugshandel op straat dan informeert de rapporteur de teamchef. De teamchef hoeft het bestuurlijk rapport dus niet zelf op te stellen. De rapporteur laat het rapport wel door de teamchef ondertekenen, voordat het bestuurlijk rapport wordt verstrekt. Het verdient de aanbeveling dat het Openbaar Ministerie ook van deze handelswijze op de hoogte wordt gebracht. De wettelijke grondslag voor het overdragen van deze bestuurlijke rapportages aan de gemeente vindt u in artikel 16 van de Wet Politiegegevens (WPG)7: verstrekking aan opsporingsambtenaren en gezagsdragers. Na verstrekking wordt in politiesysteem BVH door de behandelaar een mutatierapport onder maatschappelijke klasse I90 opgemaakt (verstrekken informatie). Dit kan onder de BVH-registratie van de (strafrecht)zaak. Er wordt vermeldt welke informatie
7
Artikel 16 lid 1d WPG De burgemeester kan op basis van artikel 16 lid 1d Wet Politiegegevens in kennis worden gesteld van onveilige situaties in voor het publiek toegankelijke ruimten en de daarbij betrokken natuurlijke- of rechtspersonen. Het artikel geeft de politie de mogelijkheid informatie te delen bij bijvoorbeeld ernstige overlastsituaties of situaties die de openbare orde en veiligheid bedreigen. Op basis van dit artikel is in het kader van de handhaving van de openbare orde veel mogelijk op het gebied van informatie-uitwisseling.
12
wordt verstrekt, wanneer de informatie is verstrekt, aan wie wordt verstrekt, over wie wordt verstrekt en met welk doel het rapport wordt verstrekt. Sinds kort kan ook de projectcode LODS (last onder dwangsom) aan een BVH-registratie gekoppeld worden. Binnen de Nationale Politie wordt gebruik gemaakt van een eenduidig format Bestuurlijke Rapportage. Op ons team maken wij ook gebruik van dit format. Het document is als bijlage blanco, ongevuld, bij deze toolkit gevoegd, net als een stroomschema / procesbeschrijving “Werkproces aanleveren Bestuurlijke Rapportages Veluwe-West”.
Nadat de bestuurlijke rapportage is verstrekt Nadat door de politie een bestuurlijke rapportage is verstrekt aan de burgemeester, lees: de ambtenaar binnen de gemeente belast met de bestuurlijke handhaving, gaat er voor de overtreder een bestuursrechtelijk traject lopen. Nadat de casus voldoende duidelijk is en het aannemelijk is dat iemand een overtreding heeft begaan, ontvangt hij van de burgemeester een brief ‘voornemen opleggen last onder dwangsom’. De overtreder kan hierop binnen een bepaalde termijn (bij inbrekerswerktuigen bijvoorbeeld twee weken), zijn zienswijze inbrengen. Na het inbrengen van de zienswijze besluit het college van B&W of de last onder dwangsom wordt opgelegd. De overtreder (of belanghebbenden) kan binnen zes weken na verzending van het besluit in bezwaar gaan. In de meeste gevallen wordt het bezwaarschrift voorgelegd aan een onafhankelijke externe commissie. Het advies van deze commissie wordt door het college van B&W meegenomen in haar besluit, maar is niet bindend. Een bezwaarschrift heft de werking van het besluit niet op. Mocht de overtreder het besluit wel willen laten opheffen, dan is dan kan er bij de voorzieningenrechter worden gevraagd om een voorlopige voorziening. Voorwaarde hiervoor is wel, dat er ‘onverwijlde spoed’ is vereist. Een voorlopige voorziening schorst het primaire besluit.
Overtreders (en belanghebbenden) hebben de mogelijkheid om na het ongegronde bezwaar, beroep in te stellen bij de rechtbank. De rechtbank beslist na zitting te hebben gehouden, op het beroepschrift. Vervolgens is er nog de mogelijkheid tot het indienen van een hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist uiteindelijk op het beroepschrift. Zolang er door de rechter geen uitspraak is gedaan in het voordeel van een overtreder (of voorlopige voorziening is getroffen), is de last onder dwangsom van toepassing.
Let op: Bij de hierboven gegeven uitleg wordt ook zeer duidelijk dat er in het bestuursrecht niet wordt gesproken over een verdachte, maar over een overtreder.
Bestuurskundigen Alhoewel er sprake is van één Nationale Politie leert de ervaring dat tussen de verschillende eenheden verschillen kunnen zitten in procedures en de aanleverlijnen van de te verstrekken informatie. De ene eenheid is akkoord met het gemandateerd verstrekken door collega`s binnen de BPZ, in een ander werkgebied wordt de bestuurlijke rapportage eerst via de bestuurskundige verzonden. Ook kan dit casus- of thema afhankelijk zijn. Informeer bij je teamchef of bestuurskundige naar de juiste lijn en stem de lijn goed af. Ook kunnen de bestuurskundigen binnen jouw eenheid je voorzien van informatie over de positie van de politie als partner in de bestuurlijke aanpak. Mocht er sprake zijn van een complexe casus, dan is de bestuurskundige bij uitstek de juiste persoon om jou van advies te voorzien.
13
Samenvatting Dit bron-en informatiedocument is opgesteld vanwege de toenemende interesse in de totstandkoming, doorontwikkeling en toepassing van de bestuurlijke aanpak op inbrekerswerktuigen en drugsoverlast op straat. Sinds de eerste toepassing in 2014 op het bezit van inbrekerswerktuigen heeft de bestuurlijke handhaving een stevige ontwikkeling doorgemaakt, waarna in 2017 binnen politieteam Veluwe-West de stap werd gezet naar een overeenkomstige werkwijze in gevallen van drugsoverlast/handel op straat. De totstandkoming van de omschreven succesvolle samenwerking op de Veluwe vindt zijn oorsprong in de korte lijnen die de wijkagenten hebben met het lokale bestuur en de afdeling Handhaving.
Samenwerking is essentieel en staat aan de basis van integraal en succesvol handhaven. Hiermee wordt dan ook het meest essentiële onderwerp van deze werkwijze aangehaald: de invulling van integraal samenwerken met de gemeentelijke juristen, bestuur en handhavers.
De last onder dwangsom De last onder dwangsom wordt ingezet om herhaling of voortduren van het gepleegde feit te voorkomen. Hiermee heeft het ingezette middel een herstel-karakter.
Aanpak inbrekerswerktuigen Binnen de aanpak van het bezit van inbrekerswerktuigen wordt de last onder dwangsom opgelegd om herhaling van dit in de Algemene Plaatselijke Verordening strafbaar gestelde feit, te voorkomen. Het middel heeft hiermee een ogenschijnlijk preventieve werking en preventief karakter, en wordt in de strijd tegen HIC-feiten, de zogenaamde High Impact Crimes als een deugdelijk aanvullend instrument gezien. De op te leggen last onder dwangsom wordt doorgaans bepaald op €2500,- maar de hoogte van dit bedrag is niet in beton gegoten en kan casusafhankelijk wordt vastgesteld. Er zijn vele omstandigheden denkbaar die kunnen leiden tot oplegging van een hogere last. De informatieverstrekking aan de gemeentelijke juristen is hierbij essentieel en de politie heeft hierbij dan ook een sturende rol. In een bestuurlijke rapportage worden alle casusgerichte bijzonderheden verwerkt, waarna op grond van artikel 16 van de Wet Politiegegevens wordt overgegaan tot daadwerkelijke verstrekking aan de gemeente. Voor de politie is het zaak om de overdracht van de bestuurlijke rapportage via een “verstrekkingsmutatie”, de zogenaamde I90, vast te leggen in haar eigen systemen.
Aanpak drugsoverlast In navolging van de bestuurlijke handhaving op inbrekerswerktuigen, volgde in 2017 de toepassing op drugshandel op straat. Gedurende het afgelopen jaar hebben zich in Ermelo en Putten verschillende casussen voorgedaan waarbij door de handhavingsjuristen lasten onder dwangsom werd opgelegd aan drugshandelaren. Na constatering van de politie dat het strafbare gedrag uit het APV-artikel is waargenomen, volgt de beschrijving van de waarnemingen in een bestuurlijke rapportage, waarna de verstrekking aan de gemeente plaatsvindt. Feitelijk is het door de gemeente te volgen traject hetzelfde als binnen de aanpak van inbrekerswerktuigen, waarbij enkel de hoogte van de op te leggen last veelal verschillend is.
Resultaten: Sinds de toepassing van de bestuurlijke maatregel hebben zich diverse casussen voorgedaan waarin dit middel is toegepast. Omdat de inzet van de bestuurlijke maatregel relatief nieuw is, zeker ingeval van drugshandel, zijn er nog geen harde conclusies te trekken: onderzoek naar de resultaten en daadwerkelijke effecten is voor zover bekend, nog niet gedaan. Tot op heden is er in Nederland nog géén uitspraak gedaan door een bestuursrechter, vanwege een ingediend bezwaar tegen het verbeuren van een opgelegde last onder dwangsom vanwege drugshandel. Nog tijdens de opmaak van dit document heeft één drugsdealer laten weten de gang naar de bestuursrechter te gaan maken, vanwege diens bezwaren tegen het moeten betalen van een bedrag van €5000 aan de gemeente Ermelo. Een daadwerkelijke uitspraak zal voor sluiting van dit document nog niet beschikbaar zijn.
14
Veelgestelde vragen (FAQ) Is deze werkwijze geen vorm van dubbel straffen?
Wij delen deze mening niet. Zie hoofdstuk 4 voor een uitleg.
Kan ik alle informatie zomaar verstrekken?
Nee. Wees kritisch op de inhoud. Niet alle informatie uit een mutatierapport is relevant voor je bestuurlijke rapportage. Indien je hier vragen over hebt kun je contact opnemen met de verstrekkings- / privacyfunctionaris van jouw eenheid. Dit is wat lastiger, maar de gemeente weet hoe ze dit kunnen behandelen. Overleg wel met de gemeente of in de betreffende casus bestuurlijke aanpak op zijn plaats is. Vraag dit na bij de betreffende gemeente. Dit staat óf in de APV óf in een aanwijzingsbesluit. Ja. Leg uit dat je als toezichthouder optreedt en geen toestemming nodig hebt om de lading van zijn voertuig te controleren, mits feiten/omstandigheden. Doorzoeken is echt een term uit strafvordering. In het bestuursrecht spreek je over onderzoeken van vervoermiddelen op hun lading (5:19 AWB). Overleg dit met de leider van het onderzoek. Uit tactisch (opsporings-) oogpunt kan het soms slimmer zijn om nog even te wachten met de verstrekking van het rapport. Bijvoorbeeld als er nog meerdere aanhoudingen volgen.
Wat doen we met personen zonder vaste woon- of verblijfplaats? Bijvoorbeeld Mobiel Banditisme. Hoe kan ik controleren of ik in een gemeente als toezichthouder kan optreden? Ik krijg geen toestemming van een persoon om zijn voertuig te controleren. Mag ik wel controleren? Kan ik als toezichthouder een voertuig doorzoeken?
Het strafrechtelijk onderzoek is nog gaande. De zaak is nog niet voor de rechter geweest. Kan ik het rapport al verstrekken? Moet ik per persoon één rapport opmaken? Kan ik als toezichthouder zomaar iedereen controleren?
Zijn jullie zomaar toezichthouder geworden? Heb je geen uitleg nodig?
Ben ik nu geen werk voor de gemeente aan het doen?
Is er geen sprake van een waterbedeffect? Kan iedereen zo’n bestuurlijk rapport opmaken? Is het verstrekken van het mutatierapport voldoende?
Kan ik foto’s toevoegen aan een bestuurlijk rapport? Is er al eens een last onder dwangsom verbeurd verklaard? Ik heb te maken met meerdere gemeenten in mijn werkgebied. Hoe pak ik dit aan?
Controleert de teamchef een bestuurlijk rapport?
Nee. Je kunt één rapport verstrekken met daarin de gegevens van meerdere betrokkenen / overtreders Nee. De omstandigheden moeten daar wel aanleiding toe geven. Bijvoorbeeld een wijk waar ‘s nachts veel ingebroken wordt i.c.m. een aangetroffen persoon met veel vermogensantecedenten achter zijn naam De juristen van de gemeente Putten verzorgen voor alle collega’s in ons team een training van twee uur over hoe en wanneer het bestuursrecht toegepast kan worden: “de politie als toezichthouder voor de APV”. Bij vragen kunnen de politiemedewerkers ook daarna nog bij deze juristen terecht. Ja. En de gemiddelde gemeenteambtenaar zal in het begin het idee hebben dat hij werk voor de politie doet. We hebben als overheid een gemeenschappelijk doel. Deze werkwijze is onderdeel van een gezamenlijke aanpak. Wellicht, maar het staat andere gemeenten vrij om deze werkwijze te volgen. Wij zijn daar voorstander van. Op ons team hebben we dit weggezet bij een beperkt aantal collega’s. Nee. Wij gebruiken het format “bestuurlijke rapportage” van de Nationale Politie. Ook kan een constatering als toezichthouder worden opgesteld. De politie kiest nagenoeg altijd voor de bestuurlijke rapportage. Zeker. Dit doen wij regelmatig. De juristen van de gemeente waarderen dit. Ja. Dit is enkele malen gebeurd. Ga per gemeente het gesprek aan. Zorg dat je elkaar kent en bespreek de verwachtingen.
Maak samen een afweging en bespreek per gemeente in welke gevallen je de werkwijze wilt toepassen. De teamchef ontvangt een bestuurlijk rapport. Hij kent dus de casus en de inhoud. Hij is uiteindelijk niet de rapporteur, maar wel degene die ondertekent voor verstrekking. 15
Eindwoord Bedankt voor uw interesse in onze toolkit. Wij hebben dit document met plezier en zorgvuldigheid voor u ontwikkeld, zodat onze werkwijze, de Veluwse Methode, ook elders in het land gehanteerd kan worden. Met de overdracht van een bestuurlijke rapportage aan de gemeente is het begin van een succesvol integraal traject nog geen vanzelfsprekendheid. Vóórdat kan worden overgegaan tot een succesvolle samenwerking, verdient het de voorkeur om goede werkafspraken te maken en afstemming te zoeken met de handhavingsjuristen van de gemeente, het lokale bestuur en de teamleiding van het betrokken politieteam. Bestuurlijke handhaving is in veel gemeenten geen vanzelfsprekendheid en kan politiek gevoelig liggen. De in dit document omschreven werkwijze is relatief nieuw en constant aan verandering en ontwikkeling onderhevig. Uw ervaringen, tips, successen en opmerkingen kunnen aan de (door)ontwikkeling van deze materie en maatregel bijdragen. Graag blijven wij op daarom de hoogte van de vorderingen die u binnen uw werkgebied maakt. Bij de totstandkoming van dit document hebben wij bijdragen mogen ontvangen van verschillende partners. Een speciaal woord van dank gaat uit naar: mevrouw S. Ladrak, juriste gemeente Ermelo voor haar bijdrage aan de voorbeeldbrieven “voornemen last onder dwangsom” en “definitief besluit last onder dwangsom”; de heer H. Vooren en de heer J.
van den Heuvel, juridisch controllers gemeente Putten voor hun uitgebreide feedback en aanvullingen op ons conceptdocument en medewerkers van de afdeling Communicatie Politie Oost-Nederland, voor hun taalkundige inbreng en deelname aan een brainstormsessie
Vragen & informatieverzoeken: Voor vragen over deze vorm van integraal samenwerken en bestuurlijke handhaving kunt u contact opnemen met: Politie: Jelle van Heerikhuize Senior GGP Wijkagent, Politie-eenheid Oost-Nederland Westeinde 29 3844DD Harderwijk Email: Telefoon:
Jelle.van.heerikhuize@politie.nl 06-83632220
Gemeente Putten: Jaap van den Heuvel & Hans Vooren Juridische controllers Bureau Horeca Bijzondere Wetten Contact: www.bhbw.nl
16
Bijlagen Toolkit 1. Werkproces aanleveren bestuurlijke rapportage: het werkschema 2. Proces nadat bestuurlijke rapportage is verstrekt 3. Inbrekerswerktuigen en onderzoek vervoermiddelen i.r.t. APV 4. Voorbeeld bestuurlijke rapportage inbrekerswerktuigen 5. Voorbeeld bestuurlijke rapportage drughandel op straat 6. Aanwijzingsbesluit toezichthouders APV Ermelo 7. Vooraankondiging LODS (gemeentelijk document) drugsoverlast Ermelo 8. Definitieve LODS (gemeentelijk document) drugsoverlast Ermelo 9. Kamervragen & antwoorden Minister Dekker, april 2018 10. Blanco format bestuurlijke rapportage Nationale Politie
17
Werkproces aanleveren bestuursrechtelijke rapportages Veluwe West
3. Opmaken bestuurlijke rapportage
1. Casus:
Inbrekerswerktuigen Drugshandel op straat
Toetsen: is casus geschikt? Tactisch moment aanleveren?* Gemeente bereid?
Gemandateerden Afstemmen binnen team
*Overleg met leider opsporingsonderzoek!
Evt. aanpassen / aanvullen
Gebruik format rapport Nationale Politie Verstrek niet enkel mutatie !!
2. Afhandeling politie / OM (Strafrechtelijk)
4. Ondertekening
Door teamchef
3P: Politiek, Personeel, Pers?
Nee
Ja
3a. Kwaliteitstoets bestuurskundige
5. Aanleveren aan gemeente
6. Toepassen
Door gemandateerde of TC. Bekende contactpersonen gemeenten Opmaken I90 Vraag om terugkoppeling Koppelen projectcode LODS in BVH
Evt. vragen via contactpersoon Evt. aanvullen informatie Bestuursrechtelijke procedure inzetten
7. Terugkoppeling Monitoren op herhaling
18
Proces nadat bestuurlijke rapportage is verstrekt
Gemandateerde medewerker gemeente neemt casus door. De overtreder ontvangt een schriftelijk voornemen opleggen last onder dwangsom
Medewerker gemeente kan rapporteur bestuurlijke rapportage vragen om aanvullende informatie om evt. onduidelijkheden te verhelderen.
Overtreder kan zienswijze indienen n.a.v. voorgenomen besluit
Dit kan evt. m.b.v. een raadsman, maar dit hoeft niet. In het bestuursrecht kan ook een belanghebbende een zienswijze indienen. Een zienswijze kan zowel mondeling als schriftelijk kenbaar gemaakt worden.
De inhoud van de zienswijze wordt betrokken bij het besluit toepassen last onder dwangsom. College van B&W neemt uiteindelijk besluit.
Overtreder (of belanghebbende) kan bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen (B&W) in bezwaar.
Meestal wordt het bezwaarschrift voorgelegd aan een onafhankelijke commissie. De commissie geeft een niet-bindend advies aan het college van B&W. Overtreder of belanghebbende kan i.c.m. bezwaar een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechtbank. Een voorlopige voorziening schorst het primaire besluit.
Er volgt een beslissing op bezwaar door B&W.
Overtreder (of belanghebbende) kan in beroep bij de rechtbank
Dit kan bij de sector bestuursrecht van één van de 19 rechtbanken.
Beslissing op beroep door de rechtbank
Overtreder (of belanghebbende) kan in hoger beroep bij de Raad van State (RvS)
Dit kan bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de RvS in Den Haag (ABRvS)
19
Beslissing op hoger beroep door ABRvS
Inbrekerswerktuigen en onderzoek vervoermiddelen i.r.t. APV
Gemeente waar ingevolge APV vervoeren van inbrekerswerktuigen strafbaar is gesteld?
Nee
Geen onderzoek vervoermiddel mogelijk op grond APV / Awb
Ja
Politieambtenaren in APV van die gemeente aangewezen als toezichthouder in de zin van 5:11 Awb?
Nee
Redelijk oordeel = - Omstandigheden van de plaats / omgeving - Het tijdstip waaronder auto met personen wordt aangetroffen - Antecedenten inzittenden en / of herkomst inzittenden - Gedrag inzittenden, verklaring omtrent aanwezigheid aldaar - Sfeer proces-verbaal hotspot of hotarea woninginbraken
Ja
Voldaan aan voorwaarde: Redelijk oordeel, dat er mogelijk zaken worden vervoerd, waarop ambtenaar toezichthoudende taak heeft
Nee
Ja
Verdenking enig strafbaar feit? (Bijv. direct zichtbare inbrekerswerktuigen / drugs / vuurwapens) Nee
Teken tot stoppen met transparant op politievoertuig
Wel op grond van APV opsporen, bij heterdaad strafbaar feit of verdenking misdrijf 67 lid 1 Sv, dan doorzoeken op grond van 96b Sv.
Ja
Heterdaad inbrekerswerktuigen APV (of andere wetgeving), dan 27 Sv = doorzoeken voertuig op grond van 96b Sv
LET OP: * Verwerk aanwijzingsbesluit als toezichthouder in pv. * Willekeurig onderzoek vervoermiddel is niet rechtmatig! Benoem of beschrijf altijd de aanleiding en daarmee het redelijk oordeel. * Benoem waarom 2e lid van APV artikel niet van toepassing is. * Onderzoeken is niet doorzoeken!! * In nacht (na woninginbraak) zoeken naar weggereden rode auto valt niet binnen “redelijk oordeel” APV, maar binnen art. 27 Sv. * art 3 Politiewet maakt politie ambtenaar geen toezichthouder
Onderzoek vervoermiddel op grond van art 5:19 met volgende Awb. bevoegdheden: 1 Vervoermiddel onderzoeken waartoe hij een toezichthoudende taak heeft. 2 Vervoermiddel op haar lading onderzoeken 3 Inzage vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden i.r.t. toezichthoudende taak 4 Vorderen dat de bestuurder het vervoermiddel stilhoudt en zo nodig overbrengt naar een aan te wijzen plaats
Onderzoek vervoermiddel op haar lading (5:19 Awb)
Niets aangetroffen Geen actie
Aandachtsvestiging BVH met projectcode voor W.I.
Aantreffen inbrekerswerktuigen Aanhouden ter zake APV (geen Mini-pv als sprake is van onderzoek naar / aangifte van mogelijke voorafgaande woningbraak) - Inbeslagname + onderzoek inbrekerswerktuigen door FO. Overstappen van APV naar Strafvordering + ogv 96b Sv doorzoeken van voertuig als sprake is van vermoeden van enig strafbaar feit. N.B. Let op goede beschrijving sfeerovergang tussen APV en Sv. Aanhouden voor poging woninginbraak of strafbare voorbereiding woningbraak (tijdens nachtelijke uren) als combinatie van feiten en omstandigheden + aanwezigheid middelen daartoe voldoende is (er een redelijk vermoeden bestaat dat degene die de werktuigen voor handen heeft, daaraan de bestemming geeft om daarmee een misdrijf te plegen met een gevangenisstraf van 8 jaar of meer. (46Sr.)
Aantreffen andere voor ibn vatbare voorwerpen
Maak gebruik van de voorgezette toepassing en switch van toezicht naar opsporen voor gebruik van juiste bevoegdheden voor aangetroffen voorwerpen die verdenking van een ander strafbaar feit opleveren. (Bijv.: drugs, vuurwapens, kennelijk gestolen voorwerpen etc.) Beschrijf goed de sfeerovergang tussen toezicht en opsporen en het gebruik van verschillende regelgevingen.
20
Vertrouwelijk
Bestuurlijke Rapportage (FICTIEF) Bezit / vervoer inbrekerswerktuigen Ermelo
Algemene gegevens Kenmerk Betreft Ten behoeve van Organisatie/afdeling Rapporteur/contactgegevens Aanbieder
: BVH PL0600-2018-XXXXXX : Overtreding artikel 2:44 lid 1 APV, vervoer inbrekerswerktuigen. : Gemeente Ermelo, handhavingsjuristen. : Politieteam Veluwe-West : J.K. van Heerikhuize : J.K. van Heerikhuize
Juridische grond voor informatiedeling Op grond van artikel 16 van de WPG en met het oog op de handhaving van de openbare orde en veiligheid wordt door politie eenheid Oost Nederland district Noord- en Oost Gelderland, aan de handhavingsjuristen van de gemeente Ermelo, onderstaande informatie verstrekt. De WPG stelt de ontvanger van deze informatie verplicht tot geheimhouding van deze informatie behoudens voor zover een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift tot verstrekking verplicht, of zijn taak daartoe noodzaakt (art. 7 lid 2 WPG).