CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022.2022.03-02.pdf

Oordeelvorming raad 12 april 2022, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein ’t Broek en onttrekking van een gedeelte van de Vierde Broekdijk aan het openbaar verkeer14.877 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

39

Deze twee deuren staan maximaal een half uur per rol deur open. De roldeur in de zuidgevel wordt slechts bij hoge uitzondering (1 à 2 keer per jaar geopend). Gezien de lage frequentie van openen van deze roldeur is dit niet meegenomen in het akoestisch onderzoek. Het openen van de deze roldeur valt dan ook niet binnen de representatieve bedrijfssituatie. Uit de berekende langtijdgemiddelde en maximale geluidsbelastingen blijkt dat bij de omliggende woningen wordt voldaan aan de grenswaarde uit het Activiteitenbesluit en de richtwaarde (stap 2) uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering, editie 2009’. De hoogste langtijdgemiddelde geluidsbelasting bij de nieuwe woningen bedraagt 48 dB(A) afkomstig van het bedrijf ISG-Lettink met de geplande uitbreidingsruimte voor het bedrijf. Bij de omliggende woningen is dan ook sprake van een goed woon- en leefklimaat door het bedrijf ISG Lettink (inclusief de geplande uitbreidingsruimte). Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de gewenste ontwikkelingen in het besluitgebied. Een goed woon- en leefklimaat in de burgerwoningen, die zijn gelegen in de directe omgeving van het plangebied, is gegarandeerd.

4.7

Water

Algemeen In het kader van het 'Nationaal Bestuursakkoord Water' moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond, middels een hydrologisch onderzoek, dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit is vastgelegd in het procesinstrument 'de Watertoets'. Provinciaal beleid Op 9 juli 2014 is Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld. De omgevingsvisie vervangt de huidige omgevingsplannen zoals de Structuurvisie, het Gelders Milieuplan en het Waterplan Gelderland 2010-2015. In de omgevingsvisie wordt onder meer de ambitie en de rol van de provincie voor het aspect water aangegeven. De provincie stuurt op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. Een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem helpt mee aan een optimale en duurzame driedimensionale inrichting van Gelderland. Een systeem is veerkrachtig als het onder normale omstandigheden alle functies goed kan uitvoeren, (tijdelijke) over- en onderbelasting goed op kan vangen zonder dat maatschappelijke overlast of ecologische schade optreedt en hiervan snel kan herstellen zonder blijvende negatieve effecten. Een systeem is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Om de veerkracht van het water- en bodemsysteem te vergroten is het belangrijk om meer ruimte te maken voor beken, te zorgen voor stedelijk waterbeheer en voor goed bodembeheer. Dat betekent bijvoorbeeld dat de bodem zodanig wordt beheerd en gebruikt dat de bodem meer water kan opnemen in perioden van regen en dus ook weer water kan afgeven in perioden van droogte. Zowel bewoonde gebieden, natuurgebieden als landbouwgronden zullen hieraan een bijdrage moeten leveren.

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

40

Daarnaast is het van belang om ervoor te zorgen dat het water- en bodemsysteem duurzaam is en ook in de toekomst kan blijven functioneren tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie streeft naar een duurzaam gebruik van de ondergrond. Zij zoekt naar een balans tussen het benutten van de kansen die de ondergrond biedt en het behouden van de waarde van de ondergrond voor toekomstige generaties. Doel is te komen tot een integrale, efficiënte en duurzame benutting zonder onomkeerbare gevolgen voor de ondergrond. Dit betekent dat de provincie moet afwegen wat op een bepaalde plek in de ondergrond of bovengronds wel of niet mag. In de bij de omgevingsvisie horende Omgevingsverordening zijn regels opgenomen met betrekking tot het aspect water. Het gaat onder meer om de onderwerpen Grond- en drinkwater (artikel 2.6 en artikel 3.3) en vaarwegen (hoofdstuk 4). Het plangebied en de wijde omgeving zijn niet specifiek aangeduid in de verordening. Beleid waterschap Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt.

De intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen. Als erop een categorie 2 vraag een 'ja' is geantwoord, is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een 'ja' geantwoord, dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met 'nee' is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema's voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneer de toetsvraag met 'ja' is beantwoord). Thema Veiligheid

Toetsvraag Relevant Intensiteit 1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) Nee 2 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? Nee 2 Riolering en 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter Afvalwaterdan 1 m3/uur? Nee 2 keten 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? Nee 1 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? Nee 1 Wateroverlast 1. Is er sprake van toename van het verhard (oppervlakte- oppervlak met meer dan 2.500 m2? Ja 2 water) 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2? Ja 1 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? Nee 1 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, Nee 1 overstromingsvlaktes? Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

41

Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwateroverlast

1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 4. Beoogt het plan aanleg van drainage? Grondwater1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van kwaliteit een drinkwateronttrekking? Inrichting en 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren beheer die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? Volksgezond- 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? heid 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Natte natuur 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? Verdroging 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? Recreatie 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? Cultuurhistorie 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

1

Nee Nee

1 1

Nee Nee

1 1

Nee

1

Ja Nee

1 2

Nee

1

Nee

1

Nee Nee

2 2

Nee Nee

1 1

Nee

1

Nee

2

Nee

1

Situatie Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een logistieke hal en een opslaghal op een in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein waar reeds een logistieke hal mogelijk is inclusief een landschappelijke inpassing. Met het plan wordt ongeveer 2,5 ha aan verharding gerealiseerd. Ten opzichte van de geldende planologische situatie vindt er geen wijziging plaats in het maximaal toegestane verhard oppervlak. Afstromend water dient echter wel binnen het plangebied gecompenseerd te worden. Het afstromend hemelwater wordt daarom verzameld en afgevoerd naar bergingsvoorzieningen aan de overzijde van de Vierde Broekdijk in de vorm van een wadi, en aan de zijkant van het pand in de vorm van een hemelwaterretentievijver. Vanuit deze plek kan het hemelwater in de bodem infiltreren of vertraagd worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Het bedrijfsmatig afvalwater zal worden geloosd op de gemeente riolering, afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie, welke het effluent uiteindelijk loost op een waterlichaam van waterschap Rijn en IJssel.

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

42

Conclusie Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

4.8

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. Toetsing Archeologie Deelgebied 1 Door ADC ArcheoProjecten is in januari 2008 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 14 bijgevoegd. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld. In de nabije omgeving van het plangebied zijn enkele scherven gevonden en op basis van luchtfoto's zijn ‘celtic fields’ herkend. De beperkte hoeveelheid waarnemingen lijkt erop te duiden dat de regio niet intensief gebruikt is in het verleden. Daarnaast zijn in het plangebied zelf veldpodzolbodems gekarteerd, die worden gevonden in laaggelegen gebieden. Ook een hoogtebeeld laat geen verhogingen in het landschap zien die interessant zou kunnen zijn voor bewoning. Derhalve zijn er geen aanwijzingen voor archeologische waarden in het plangebied aanwezig. Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek is geadviseerd het gebied vrij te geven.

Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Derhalve wordt aanbevolen om tijdens grondroerende werkzaamheden archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag. Deelgebied 2 Het plangebied heeft een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachting'. Een archeologisch onderzoek is nodig op het moment dat de bodemingrepen groter zijn dan 5.000 m². Er is reeds bebouwing aanwezig en de nieuwe hal zal circa 1.250 m2 beslaan. Daarnaast is het totale nieuwe bouwvlak 6.131 m2. De bestaande bebouwing is circa 1.500 m2. Het bestemmingsplan voorziet hiermee niet in de mogelijkheid om meer dan 5.000 m2 aan bebouwing toe te voegen in het gebied. Het is hierom niet noodzakelijk een archeologisch onderzoek uit te voeren. Het bestemmingsplan voorziet verder niet in de mogelijkheid om andere bebouwing mogelijk te maken. Het plangebied bevindt zich op een locatie waar een lage archeologische verwachting ligt. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat rondom het plangebied geen archeologische waarden gevonden zijn. Daarnaast is het totale nieuwe bouwvlak 6.131 m2. De bestaande bebouwing is circa 1.500 m2. Het bestemmingsplan voorziet hiermee niet in de mogelijkheid om meer dan 5.000 m2 aan bebouwing toe te voegen in het gebied.

Hiermee zal de ondergrens van 5.000 m2, waarbij het overleggen van een archeologisch rapport verplicht is, niet worden overschreden. Om die reden is besloten om de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachting' niet langer op te nemen in dit bestemmingsplan. Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

43

Cultuurhistorie De gemeente Aalten heeft een archeologische en cultuurhistorische inventarisatie uit laten voeren voor het gehele grondgebied van Aalten. Gelet op het ontbreken van cultuurhistorisch waardevol erfgoed in het plangebied, zijn nadere beschermde maatregelen hiervoor niet noodzakelijk. Wel wordt er in de landschappelijke inpassing rekening gehouden met de landschappelijk waardevolle hoogteverschillen aan de noordwestzijde van het plangebied. Er komen als gevolg van het planvoornemen geen cultuurhistorische waarden in het geding. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.9

Ecologie

Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb), in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten. Toetsing Gebiedsbescherming Ruimtelijke ingrepen in of nabij Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten zijn niet toegestaan wanneer deze significante negatieve effecten op de kernkwaliteiten veroorzaken. Het besluitgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied. Door WSP Global is in juli 2021 een AERIUS berekening uitgevoerd voor Kaemingk B.V., dat is bijgevoegd als Bijlage 15. Door Buro Ontwerp & Omgeving is in augustus 2021 een AERIUS berekening uitgevoerd voor ISG Lettink, dat is bijgevoegd als Bijlage 16. De onderzoekslocaties zijn niet gelegen binnen de grenzen en ook niet in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied "Bekendelle" is gelegen op een afstand van circa 9 km. Op een vergelijkbare afstand ligt het Natura 2000-gebied 'Korenburgerveen'. Gezien de ligging van de locaties ten opzichte van de Natura 2000-gebieden en de aard van de werkzaamheden kunnen direct negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten. Indirecte negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen echter niet op voorhand worden uitgesloten.

Het is dus niet op voorhand uit te sluiten of er sprake is van een significante toename van stikstof-depositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. De uitvoering van een stikstofdepositieonderzoek is daarom noodzakelijk en moet middels AERIUS-berekening uitgevoerd worden. Deelgebied 1 Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er voor de bouwfase is bepaald dat een totale emissie van 229 kg NOx niet leidt tot een toename van depositie op nabij gelegen Natura 2000-gebieden. Een dergelijke emissie biedt ruimte aan verkeersbewegingen van 2.000 personenwagens en 1.000 vrachtwagens naar de bouwlocatie. Dit biedt ruimte voor een

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

44

emissie van 213,9 kg NOx op de bouwlocatie zelf. Het is aan de aannemer om het noodzakelijke bouwproces zo in te richten dat aan de totale stikstofemissie van 229 kg NOx op jaarbasis is voldaan. Indien meer transportbewegingen nodig zijn dan hierboven omschreven, kan ervoor gekozen worden voor minder stikstofemissie op de bouwplaats te gaan door zoveel mogelijk gebruik te maken van STAGE IV materieel of zelfs elektrisch materieel. Verder blijkt uit de AERIUS-berekening dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt in de gebruiksfase. Dit betekent dat de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Deelgebied 2 Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in de realisatiefase de stikstofdepositie niet groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Verder blijkt uit de AERIUS-berekening dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt in de gebruiksfase. Dit betekent dat de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Aanvulling op de AERIUS-berekeningen Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Hiermee wordt de Wet natuurbescherming gewijzigd en wordt een vrijstelling van de vergunningplicht voor de bouwsector opgenomen in artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming.

Deze vrijstelling geldt voor alle projecten die in de gebruiksfase geen tot weinig stikstofemissie veroorzaken en heeft betrekking op de bouw van woningen, utiliteitsgebouwen en andere bouwwerken (waaronder buisleidingen) inclusief de daarmee gepaard gaande vervoersbewegingen. Wel bestaat er een verplichting om de emissie van stikstof te beperken voor bouw- en sloopwerkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning of melding noodzakelijk is. Hiermee wordt beoogd dat machines en andere processen (eerder) worden vervangen door alternatieven met een lagere uitstoot. Voor aanvang van de werkzaamheden moet het bevoegd gezag worden geïnformeerd over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichting van het beperken van de emissie. Nu is vastgesteld dat de gebruiksfase niet leidt tot significant negatieve effecten kan gebruik worden gemaakt van deze vrijstelling. Soortenbescherming Om te bepalen of beschermde soorten nadelige effecten ondervingen van de ontwikkeling, zijn verschillende quickscans uitgevoerd. Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

Door Lievense Adviseurs is in september 2019 een quickscan natuurtoets uitgevoerd voor een groot deel van het plangebied. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 17. Door Buro Ontwerp & Omgeving is in februari 2021 een quickscan natuurtoets uitgevoerd voor het terrein van ISG Lettink. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 18. Tot slot is door Buro Ontwerp & Omgeving in september een quickscan natuurtoets uitgevoerd voor de overige delen van het plangebied. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 19. Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden. Voor alle soorten geldt dat het verboden is om de soorten opzettelijk te storen, vangen of doden en vaste rust- of verblijfplaatsen Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

45

opzettelijk te beschadigen of vernielen, en dat de werkzaamheden in het plangebied kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor alle onderstaande soorten is nader onderzoek noodzakelijk. Vleermuizen Het vrijstaande woonhuis heeft geschikte kantpannen, nokvorsten en loodslabben langs de schoorsteen die gebruikt kunnen worden als verblijfplaats voor vleermuizen. Het houten schuurtje naast de woning heeft mogelijk ook geschikte ruimtes. Daarnaast bevindt zich een dode boom met kleine spechtenholen in de houtwal naast Dinxperlosestraatweg 72 en een oude zomereik met afgebroken takken in het noorden van het projectgebied. Hierdoor kunnen negatieve effecten op verblijfplaatsen van boom- en gebouwbewonende vleermuizen niet op voorhand worden uitgesloten. De twee houtwallen en de strook met bosschages kunnen bovendien gebruikt worden als vliegroute of foerageergebied. Das en boommarter Er werden tijdens de quickscan van Lievense Milieu B.V. geen verblijfplaatsen van de das en boommarter aangetroffen, waardoor het gebied eventueel alleen als foerageergebied kan worden gebruikt. In de omgeving van het projectgebied is voldoende foerageergebied beschikbaar waardoor de functionaliteit van eventuele verblijfplaatsen buiten het gebied niet wordt aangetast.

Tijdens een veldonderzoek van Buro Ontwerp & Omgeving werden echter een aantal holen aangetroffen in het dijkje (terrein van Kaemingk B.V.) die mogelijk kunnen worden gebruikt door de das of boommarter. Steenmarter en kleine marterachtigen Het plangebied is geschikt bevonden als leefomgeving voor de steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel. Er zijn namelijk schuilmogelijkheden in de twee houtwallen, de strook met bosschages en het dijkje op het terrein van Kaemingk B.V. Hierdoor is er mogelijk sprake van een rust- of voortplantingsplaats. Daarnaast kan het schuurtje op het terrein van Dinxperlosestraatweg 72 dienen als potentiële rust- of verblijfplaats voor de steenmarter. Grote bosmuis In het projectgebied bevinden zich twee houtwallen, een singel met een oude zomereik, een strook met bosschages en een dijkje met holen van andere zoogdieren die geschikt zijn als leefgebied of verblijfplaats van de grote bosmuis. Huismus Tijdens het veldbezoek van 26 januari 2021 werden twaalf huismussen waargenomen in de strook met bosschages op het terrein van ISG Lettink. Mogelijk behoren deze bosschages tot de essentiële functionele leefomgeving. Door het verdwijnen van de functionele leefomgeving worden ook de nestplaatsen ongeschikt gemaakt. Daarnaast vormen ruimtes onder de dakpannen van Dinxperlosestraatweg 72 een potentiële nestlocatie.

Hazelworm In het projectgebied bevinden zich twee houtwallen, een singel met een oude zomereik, een strook met bosschages en een dijkje die geschikt zijn als leefgebied of verblijfplaats van de hazelworm. Rugstreeppad Het projectgebied en de omgeving werden als (mogelijk) geschikt leefgebied of voortplantingsplaats van de rugstreeppad aangemerkt. Om te bepalen of de rugstreeppad voorkomt in het projectgebied werd door Lievense B.V. een nader ecologisch onderzoek Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

46

aangeraden. Op 30 november 2020 heeft Staring Advies (Bijlage 20) echter geconcludeerd dat het voorkomen van de rugstreeppad kan worden uitgesloten door het ontbreken van waarnemingen in de ruime omgeving van het projectgebied. Grote vos In het projectgebied bevindt zich een vrijstaande zoete kers en diverse boswilgen die geschikt zijn als waardplanten voor de grote vos. Daarnaast vormt het houten schuurtje op het terrein van Dinxperlosestraatweg 72 een potentiële overwinteringsplaats. Grote weerschijnvlinder In het projectgebied bevinden zich diverse boswilgen die geschikt zijn als waardplant voor de grote weerschijnvlinder. Grote leeuwenklauw Het braakliggende terrein van Kaemingk B.V. vormt een potentieel geschikte groeiplaats voor de grote leeuwenklauw. Nader onderzoek Door Buro Ontwerp & Omgeving is in november 2021 nader onderzoek uitgevoerd naar de bovenstaande soorten. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 21. De conclusie van het onderzoek wordt hieronder kort behandeld. Uit het nader onderzoek is gebleken dat een aantal soorten zijn aangetroffen danwel dat het plangebied als functionele leefomgeving voor een soort fungeert. Het gaat om de onderstaande soorten: 1. Gewone dwergvleermuis. Hier is één gecombineerd zomer-/paarverblijf van aangetroffen; 2. Bunzing. Het plangebied betreft een leefgebied. Tevens is er één verblijfplaats aangetroffen; 3. Huismus.

Het plangebied betreft een essentiële functionele leefomgeving; 4. Grote vos. Het plangebied betreft een voortplantingsplaats; 5. Grote weerschijnvlinder. Het plangebied betreft een voortplantingsplaats. Voor bovenstaande soorten wordt een activiteitenplan opgesteld. Tevens zal er een ontheffing Wnb worden aangevraagd. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.10

Verkeer en parkeren

Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat het initiatief geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. Toetsing Verkeer Verkeersbewegingen nieuwe hal Kaemingk B.V. Kaemingk B.V. heeft voor de te verwachten verkeersbewegingen van en naar de nieuw te bouwen hal een memo opgesteld. Deze memo is bijgevoegd als Bijlage 11.

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

47

De maand september is traditioneel de drukste maand bij Kaemingk B.V.. De druk in verkeersbewegingen wisselt wel over de type goederenstromen. Ter vergelijk is zowel de piekbelasting als gemiddelde belasting opgenomen, met daarin de te verwachten ritten door vrachtwagens van/naar het nieuw te bouwen pand aan de Vierde Broekdijk, de logistieke hal plan cattier ("Cattier"). Piekbelasting

Aantal vrachten

Aanvoer vanuit extern Afvoer/doorvoer naar intern Rechtstreekse zendingen Totaal

8 containers per dag 71 trailers

Van X naar Cattier en van Cattier naar X 16 ritten per dag 142 ritten per dag

21 trailers

42 ritten per dag

100 containers/trailers

200 ritten per dag

Gemiddeld

Aantal vrachten

Aanvoer vanuit extern Afvoer/doorvoer naar intern Rechtstreekse zendingen Totaal

4 containers per dag 54 trailers

Van X naar Cattier en van Cattier naar X 8 ritten per dag 108 ritten per dag

9 trailers

18 ritten per dag

67 containers/trailers 134 ritten per dag

Daarnaast is er een berekening gemaakt voor het aantal te verwachten personenauto's dat van en naar de hal rijdt. Het gaat hier voornamelijk om werknemers die met de auto naar het werk komen. In de maand september is de verwachting dat er 196 verkeersbewegingen per dag zullen plaatsvinden, verspreidt over de ochtend, middag en avond. Tijdens de overige maanden is de verwachting dat er 132 verkeersbewegingen per dag zullen plaatsvinden, verspreidt over de ochtend, middag en avond. De omliggende wegen hebben voldoende capaciteit de om de extra verkeersbewegingen op te vangen. Verkeersbewegingen nieuwe hal ISG Lettink Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen van de nieuw te bouwen hal voor ISG Lettink is uitgegaan van de kengetallen van het CROW. Uitgaande van 'Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief', een verstedelijkingsgraad 'Weinig stedelijk' en het gebiedstype 'Rest bebouwde kom' is het aantal verkeersbewegingen gemiddeld 4,8 per 100 m2 bvo. De nieuwe opslaghal zal circa 1.250 m2 worden, wat het totaal aantal verkeersbewegingen op 60 per dag brengt. De omliggende wegen hebben voldoende capaciteit de om de extra verkeersbewegingen op te vangen. Parkeren Parkeren nieuwe hal Kaemingk B.V. Om de toekomstige parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de in het 'Paraplubestemmingsplan gemeente Aalten' genoemde parkeernormen.

De parkeerbehoefte in de zone 'Rest bebouwde kom' bedraagt bij het type 'kantoor (zonder baliefunctie)' 2,3 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) en voor het type 'Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)' 0,8 parkeerplaatsen

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

48

per 100 m² bvo. In het plangebied wordt 1.930 m2 bvo kantoor gerealiseerd. Dit betekent dat de toekomstige parkeerbehoefte daarvan 45 parkeerplaatsen bedraagt. In het plangebied wordt 45.875 m2 bvo aan bedrijfsruimte gerealiseerd. Dit betekent dat de toekomstige parkeerbehoefte daarvan 367 parkeerplaatsen bedraagt. De totale parkeerbehoefte voor de nieuwe hal van Kaemingk B.V. bedraagt 412 parkeerplaatsen. Er wordt gekozen om twee reguliere parkeerplaatsen te realiseren. Deze twee parkeerplaatsen hebben in totaal 219 parkeerplaatsen en worden aan de zijkanten van het gebouw gerealiseerd. Om de overige parkeerbehoefte op te vangen worden overstroom parkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal zijn hier 206 parkeerplaatsen beschikbaar. Dit brengt het totaal aantal parkeerplaatsen op 425. Gezien de totale parkeerbehoefte 412 parkeerplaatsen betreft, voorziet de ontwikkeling in aan het aantal benodigde parkeerplaatsen. Parkeren nieuwe hal ISG Lettink Om de toekomstige parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de in het 'Paraplubestemmingsplan gemeente Aalten' genoemde parkeernormen. De parkeerbehoefte in de zone 'Rest bebouwde kom' bedraagt bij het type 'Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)' 0,8 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. In het plangebied wordt 1.250 m2 bvo aan bedrijfsruimte gerealiseerd.

Dit betekent dat de toekomstige parkeerbehoefte daarvan 10 parkeerplaatsen bedraagt. Deze 10 parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd op eigen terrein. Hier is voldoende ruimte voor. Hiermee zijn er binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheden aanwezig. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.

4.11

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Algemeen Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan dan wel ruimtelijke onderbouwing onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Economische uitvoerbaarheid Voorliggend project betreft een particulier initiatief dat op particulier grondeigendom plaatsvindt. Met het initiatief zijn geen kosten voor de gemeente gemoeid, anders dan kosten die op basis van de gemeentelijke legesverordening in rekening zullen worden gebracht. Het verhaal van kosten is daarmee anderszins verzekerd, waarmee het opstellen van een exploitatieplan achterwege kan blijven. Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

49

Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de voorbereiding van dit bestemmingsplan heeft er vanaf april 2019 tot medio 2021 met enige regelmaat overleg plaats gevonden met de meest belanghebbende partijen, zowel bedrijven als omwonende burgers/particulieren. Er is individueel gesproken met betrokkenen, maar ook op de bedrijfslocatie van Kaemingk zijn de plannen in groter verband gepresenteerd/toegelicht. De resultaten van de gesprekken én de gewenste ruimtelijke invulling hebben aan de basis van dit plan gestaan. Er zijn in de loop van de tijd verschillende aanpassingen gedaan. De bouwhoogte van de bebouwing is gemaximaliseerd in het plan. De laaddocs zijn verplaatst en worden nu meer centraal binnen de bedrijfsbestemming geprojecteerd. De nieuwe bebouwing van ISG Lettink zorgt voor een akoestische afscherming naar de woningen van derden. Tenslotte wordt de bedrijfslocatie op een goede wijze landschappelijk ingepast. Voor dat doel is een halve hectare landbouwgrond aangekocht. Onderdeel van het plan is ook het afsluiten van een deel van de Vierde Broekdijk, zodat het woon- en werkverkeer nadrukkelijk worden gescheiden. Wel blijft er een fietsverbinding naar het Aaltense centrum. In de loop van de tijd zijn ook twee halfvrijstaande woningen aan de Dinxperlosestraatweg aangekocht, zodat het plan verder kan worden geoptimaliseerd.

Resultaat van het overleg is dat er in toenemende mate draagvlak in de naaste omgeving voor het plan is ontstaan.

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

50

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planaspecten

Algemeen

5.1.1 Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen).

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 5.1.2 Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart.

Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3 Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken:

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

51

1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.1 Hoofdstuk1 : Inleidende regels Begrippen (Artikel 1) In Artikel 1 is een aantal begrippen nader gedefinieerd teneinde onduidelijkheid te voorkomen. Voor een gedeelte van de begrippen is aansluiting gezocht bij de begrippenlijst uit bijlage 11 bij de SVBP 2012, voor de overige begrippen is aansluiting gezocht bij de formulering van de in Aalten gebruikelijke (meest recente) regels. Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

52

Wijze van meten (Artikel 2) In Artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Ook hier is aansluiting gezocht bij de standaard (meet)regels uit de SVBP 2012. 5.2.2 Hoofdstuk2: Bestemmingsregels In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: Bedrijventerrein (Artikel 3) Ter plaatse van de beoogde bedrijfspanden en de omliggende parkeervoorzieningen is de bestemming 'Bedrijventerrein' opgenomen. Hierbinnen zijn twee separate bouwvlakken opgenomen met een maximum bouwhoogte van respectievelijk 16,5 m en 10 m. Voor het bouwvlak in deelgebied 1 is een maximum bebouwingspercentage van 85% opgenomen. Voor deelgebied 2 is een maximum bebouwingspercentage van 65% opgenomen. Daarnaast geldt voor het bouwvlak in deelgebied 1 de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijventerrein - landschappelijke inpassing' en 'specifieke vorm van bedrijf - logistieke hal'.

Ter plaatse van deze aanduidingen geldt respectievelijk dat het gebruik van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein landschappelijke inpassing', ten behoeve van de in artikel 3.1 bedoelde functies, is slechts toegestaan indien de landschappelijke inpassing is gerealiseerd en in stand wordt gehouden overeenkomstig het opgestelde inrichtingsontwerp als bedoeld in Bijlage 1 en dat binnen het bouwvlak alleen deze specifieke vorm van bedrijf is toegestaan. Voor het realiseren en in stand houden van het opgestelde inrichtingsontwerp wordt gelijktijdig met de procedure van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning procedure doorlopen voor het kappen van bomen. Het (ontwerp)besluit van de omgevingsvergunning is bijgevoegd als Bijlage 22. Daarnaast zijn de in artikel 3.1 bedoelde functies slechts toegestaan indien het 'Activiteitenplan gewone dwergvleermuis, bunzing, grote vos en grote weerschijnvlinder + omgang met de huismus' zoals bedoeld in Bijlage 23 is en wordt uitgevoerd. Tot slot is voor het gebruik van de gronden en gebouwen, overeenkomstig de in artikel 3.1 bedoelde functies, een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het slopen/amoveren van de burgerwoning en de daarbij behorende bouwwerken op het perceel van de Dinxperlosestraatweg 72/72a.

Voor het overige wordt er voor wat betreft de planregels grotendeels aangesloten bij het oorspronkelijke bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Het Broek, uitbreiding Cattier'. Voor deelgebied 2 geldt de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - machinefabriek' waarvoor geldt dat binnen dit bouwvlak alleen deze specifieke vorm van bedrijf is toegestaan. Groen (Artikel 4) De bestemming betreft die gronden waarop groenvoorzieningen, wegen, voet- en fietspaden, bermen en beplantingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen e.d. zijn toegestaan. De bestemming komt deels ter plaatse van waar voorheen sprake was van de bestemming 'Verkeer'. De ontsluiting richting de Dinxperlosestraatweg wordt daarmee verkeersluw. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' mag een parkeerplaats in het groen worden gerealiseerd. Verkeer (Artikel 5)

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

53

De bestemming 'Verkeer' geldt ter plaatse van de verkeersverbindingen. De bestemming is toegekend aan die gronden waar reeds de bestemming 'verkeer' aan was toegekend. 5.2.3 Hoofdstuk3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Met de anti-dubbeltelregel wordt geregeld dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning is meegenomen niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning mag worden meegenomen. Deze regel is rechtstreeks overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening.

5.2.4 Hoofdstuk4: Overgangsrecht en slotregel Overgangsrecht In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan. De regels voor het overgangsrecht zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening, waarin standaard overgangsrecht voor bestemmingsplannen is opgenomen Slotregel De slotregel bevat de titel van het bestemmingsplan.

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

54

Hoofdstuk 6

Procedure

Het ontwerpbestemmingsplan 'Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022' heeft vanaf 23 november 2021 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn binnen de daarvoor gestelde termijn vier zienswijzen naar voren gebracht. De zienswijzen zijn beantwoord door de gemeente en de nota hiervan is als bijlage bij dit plan opgenomen (bijlage 24 PM). Voor elke reactie afzonderlijk is aangegeven in hoeverre de zienswijze gegrond of ongegrond is verklaard en, indien gegrond, welke aanpassing dit voor het bestemmingsplan tot gevolg heeft. Daarnaast zijn enkele ondergeschikte ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze hebben geresulteerd in de volgende aanpassingen aan het plan: Update AERIUS-berekening Kaemingk B.V. vanwege update in AERIUS-calculator; Update AERIUS-berekening ISG Lettink vanwege update in AERIUS-calculator; Toevoegen van een groenstrook op de verbeelding ten hoogte van ISG Lettink, aan de noordoostzijde van het plangebied. Dit omwille het behouden van de leefomgeving van de huismus die zich momenteel op het terrein bevindt; Het opnemen van een voorwaardelijke verplichting voor het uitvoeren van het activiteitenplan zoals bedoeld in Bijlage 23.

Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022

NL.IMRO.0197.BP00107-VA01

vastgesteld

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=4b0a17d3-4b92-4a14-9d7f-c4f62220d56c