CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Rkc AOGW - Onderzoek gemeenschapshuizen - definitieve rapportage 6 oktob....pdf

Gemeenteraad 22 juni 2021, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van Kadernota 'Beleidskader gemeenschapshuizen 2021’ en kennis nemen van het participatie- en inspraaktraject15.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Definitieve rapportage

Maatschappelijke energie onder dak Gemeenschapshuizen in Aalten 6 oktober 2017

Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd door de Rekenkamercommissie Aalten, Oost Gelre, Winterswijk. Sinds september 2013 is deze rekenkamercommissie ingericht volgens het directeursmodel. Directeur van de rekenkamercommissie is dr. Igno Pröpper. Hij heeft dit onderzoek uitgevoerd samen met Freddie Vaags RA en Krist Dekkers. De rekenkamercommissie stemt geregeld af met een raadswerkgroep (bestaande uit twee raadsleden per gemeente) over de selectie van onderwerpen, de opzet van onderzoeken en de rapportagevorm. Samenstelling Raadswerkgroep sinds de verkiezingen van 2014: > > > > > >

Dhr. J. Bongers, raadslid Oost Gelre Dhr. T. De Graaf, raadslid Winterswijk Dhr. R. Klein Tank, raadslid Oost Gelre Dhr. F. Roerdinkholder, raadslid Winterswijk Dhr. M. Veldhuizen, raadslid Aalten Dhr. R. Wossink, raadslid Aalten

De rekenkamercommissie bedankt iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit onderzoek, in het bijzonder de vertegenwoordigers van de gemeenschapshuizen en alle deelnemers aan de digitale enquête!

Pagina 3

Inhoudsopgave 0

De Kern ...................................................................................................1

0.1 0.2 0.3 0.4

Onderzoek naar gemeenschapshuizen......................................................................1 Introductie van de gemeenschapshuizen in gemeente Aalten ................................. 2 Conclusies .................................................................................................................3 Aanbevelingen ......................................................................................................... 6

1

Maatschappelijke opgave voor gemeenschapshuizen ............................. 12

Vanuit het perspectief van de gemeente .......................................................................... 12 Vanuit het perspectief van de maatschappij ..................................................................... 13 Vanuit het perspectief van de gemeenschapshuizen zelf .................................................. 14 Vanuit het perspectief van gebruikers ..............................................................................16

2

Samenspel tussen gemeente en gemeenschapshuizen ........................... 17

Rolverdeling tussen gemeente en gemeenschapshuizen .................................................. 17 Op papier .......................................................................................................................... 17 In de praktijk ..................................................................................................................... 18 Samenwerking tussen de gemeenschapshuizen ............................................................... 21

3

Meerwaarde en resultaten gemeenschapshuizen ................................... 23

Gezonde en toekomstbestendige exploitatie ................................................................... 23 Gebruik en tevredenheid ................................................................................................. 26 Feitelijke bijdrage aan maatschappelijke opgaven........................................................... 28

Bijlage 1: Vraagstelling ................................................................................... 32 Bijlage 2: Bronnen .......................................................................................... 34 Bijlage 3: Uitkomsten enquêtes en werkateliers ..............................................39 Bijlage 4: Overzicht van de gemeenschapshuizen .......................................... 42 Bijlage 5: Reactie van College en respons onderzoekers ................................. 44 Procesmatig .................................................................................................................... 44 Inhoudelijk ....................................................................................................................... 46

Pagina 1

0

De Kern 0.1 Onderzoek naar gemeenschapshuizen In gemeente Aalten zijn er negen gemeenschapshuizen1 (zie bijlage 4). Bij de gemeenteraad leven hierover een aantal vragen en de rekenkamercommissie is gevraagd onderzoek te doen naar deze gemeenschapshuizen. Deze vragen gaan over de bijdrage van gemeenschapshuizen aan maatschappelijke opgaven, de exploitatie van gemeenschapshuizen en de samenwerking met maatschappelijke partners om dit te realiseren. De gemeente is zich bewust dat het beleidskader voor ‘buurt- en dorpshuizen’ geactualiseerd moet worden. Het huidige beleidskader is van oktober 2010 en sindsdien zijn er diverse maatschappelijke ontwikkelingen die aanleiding geven voor herijking van het beleid – in het bijzonder de decentralisaties op het sociale domein. Doel en vraagstelling Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in het functioneren van de gemeenschapshuizen in Aalten en het formuleren van aanbevelingen met het oog een duurzame exploitatie van gemeenschapshuizen die gepaard gaat met een goede bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke opgaven. Het onderzoek richt zich op de volgende vraagstelling ( zie ook Bijlage 1): 1 2 3 4

Welke maatschappelijke opgaven beogen gemeente, gemeenschapshuizen en gebruikers met de gemeenschapshuizen? Hoe verloopt de samenwerking met tussen gemeente en gemeenschapshuizen en tussen de gemeenschapshuizen onderling? Is de exploitatie gezond; wat is het feitelijke gebruik en tevredenheid en wat zijn de feitelijke bijdragen aan de maatschappelijke opgaven van de gemeenschapshuizen? Hoe kunnen de gemeente en gemeenschapshuizen samen zorg dragen voor kwalitatief hoogwaardige maatschappelijke gemeenschapshuizen en een duurzaam gezonde exploitatie?

Aanpak Kern van de aanpak bestaat uit een beknopte digitale enquête onder maatschappelijke gebruikers van alle gemeenschapshuizen en de organisatie van een werkatelier bij de gemeenschapshuizen. De enquête biedt eerste zicht bop het gebruik van de gemeenschapshuizen en de tevredenheid daarover. De werkateliers zijn benut voor een nadere verdieping met bestuurders en beheerders.

1

Binnen de gemeente Aalten worden verschillende benamingen gebruikt: dorpshuis, buurthuis, buurtschapshuis, gemeenschapscentrum, gemeenschapshuis, verenigingsgebouw, kulturhus. De term gemeenschapshuis wordt binnen de ambtelijke organisatie als gemene deler gebruikt omdat deze het beste de lading dekt.

Pagina 2

0.2 Introductie van de gemeenschapshuizen in gemeente Aalten Voor de interpretatie van de bevindingen, conclusies en aanbevelingen is van belang om deze in de context van het betreffende gemeenschapshuis te plaatsen. De gemeenschapshuizen delen wij in op basis van een aantal kenmerken: type activiteiten en functie, status gebouw, externe financiering (o.a. bijdragen gemeente2). A) Gemeenschapshuis primair gericht op ontmoeting en gezelligheid Deze gemeenschapshuizen zetten in op gezamenlijke recreatieve activiteiten, zoals kaarten, bingo, muziek, sjoelen, gymnastiek. Gebouw is relatief klein; op onderdelen ‘gedateerd’. Beperkte externe financiering (De Markerink is eigendom van Scholengroep ACCENT). De Markerink De Ringkamp D’n Heurnsen Tref

B) Gemeenschapshuis gericht op ontmoeting, gezelligheid; daarnaast meer accent op uitvoeren sociale voorzieningen/ wetten (sociaal domein) Sociaal domein activiteiten met name gericht op ouderen. Gebouw is passend qua grootte; op onderdelen gedateerd. Externe financiering: ja ’t Dorpshuus; ’t Romienendal beperkt. ’t Dorpshuus ’t Romienendal

C) Gemeenschapshuis met integraal concept door samenwerking met school, sociaal domein of andere maatschappelijke partners (Kulturhus) Gebouwen zijn passend qua grootte en modern. Hoge externe financiering (Lintelo is eigendom van wooncorporatie Wonion). Lintelo Dinxperlo Bredevoort

D) Gemeenschapshuis met unieke plaats en functie in dorpskern. Ook relatief veel commerciële activiteiten, waaronder streektheater en grootschalige evenementen. Gebouw is groot, multifunctioneel en heeft veel achterstallig onderhoud. Beperkte externe financiering. De Hofnar (De Pol)

2 Gebaseerd op de door de gemeente verstrekte maatwerksubsidies over de periode 2005 – medio 2017.

Pagina 3

0.3 Conclusies Inzet van de gemeente 1 De gemeente maakt expliciet aan welke doelen gemeenschapshuizen moeten bijdragen bij het verlenen van financiële steun, namelijk: > het daar waar nodig versterken en verbreden van de mogelijkheden voor burgers om volwaardig deel te nemen aan de samenleving en zo maatschappelijke achterstand te voorkomen dan wel te bestrijden; > het bevorderen van het sociaal contact, de gemeenschapszin en het leefklimaat van wijk, buurtschap of dorpskern. 2

De reikwijdte van het beleid en de rol van de gemeente zijn beperkt. > De ondersteuning vanuit de gemeente is vooral financieel en alleen gericht op incidentele aanvragen van investeringssubsidies. > De gemeente stelt geen harde voorwaarden aan het concreet invullen en realiseren van de bijdragen en vraagt ze ook geen terugkoppeling (rapportage) hierover.

Inzet van gemeenschapshuizen en de motieven van gebruikers van gemeenschapshuizen 3 Alle negen gemeenschapshuizen functioneren geheel zelfstandig waarbij deze zelf het beleid en uitvoering organiseren. Dit neemt niet weg dat de gemeenschapshuizen dezelfde doelstellingen hebben als de gemeente (zie conclusie 1). 4

Ook de motieven van de gebruikers sluiten hierop aan.

Maatschappelijke ontwikkelingen en wensen vanuit de samenleving 5 Diverse maatschappelijke ontwikkelingen geven aanleiding tot een herijking van de gemeenschapshuizen – wat betreft focus en het samenspel tussen gemeente en gemeenschapshuizen. 6

In het bijzonder de decentralisaties in het sociale domein en een toename van het aantal oudere inwoners geven aanleiding voor een ‘gemeenschapshuis 2.o’. In de kern betekent dit: > Gemeenschapshuizen dragen bij aan de uitvoering van sociale voorzieningen en wetten. Hiermee komen ook andere doelgroepen in beeld (‘Iedereen doet mee’) en tegelijkertijd wordt daarmee ook een duurzame exploitatie bevorderd. > Nieuwe samenwerkingsarrangementen tussen gemeente en gemeenschapshuis en tussen vrijwilligers en professionals.

7

Een aantal gemeenschapshuizen geeft deels invulling aan de rol en activiteiten vanuit de actuele en bredere maatschappelijke ontwikkelingen (gemeenschapshuis 2.0). Andere zijn hier niet of nog niet mee bezig. Of stellen dat ze weliswaar niet volgens de letter, maar wel in de geest hiermee bezig zijn.

8

Vanuit de enquêtes en werkateliers komt de behoefte van gebruikers aan activiteiten met bredere maatschappelijke accenten niet éénduidig naar voren. Wellicht heeft dit te maken met de onbekendheid van deze activiteiten. Ook kan het zijn dat de doelgroepen waarvoor deze activiteiten relevant zijn, niet zijn bereikt met de enquêtes en de werkateliers.

Huidig en gewenst samenspel tussen gemeente en gemeenschapshuizen 9 Er is op dit moment sprake van een heldere rol- en taakverdeling tussen gemeente en gemeenschapshuizen – op papier en in de praktijk (zie ook conclusie 2).

Pagina 4

10

Hoegenaamd alle gemeenschapshuizen hebben behoefte aan een uitgebreidere en meer geprononceerde rol van de gemeente. > Om adequaat in te kunnen spelen op maatschappelijke trends en ontwikkelingen, verwachten de gemeenschapshuizen een meer pro actieve en structurele informatieuitwisseling vanuit en ondersteuning door de gemeente. > Blijvende financiële ondersteuning door de gemeente om te voorkomen dat de continuïteit van leefbaarheid en de gemeenschapshuizen in gevaar komt.

11

Het samenspel tussen gemeente en gemeenschapshuizen is doorgaans constructief. Enkele gemeenschapshuizen hebben wel een kritische opmerking bij de communicatie. Het gaat hierbij om het laat of niet reageren van de gemeente in bepaalde situaties op verzoeken vanuit de gemeenschapshuizen.

Onderlinge samenwerking tussen gemeenschapshuizen 12 De besturen van de gemeenschapshuizen zijn zich bewust van de gemeenschappelijke opgave en de belangrijke overlap in de uitvoerende activiteiten. De periodieke overleggen met de besturen functioneren niet optimaal, waardoor deze nog onvoldoende zijn gericht op het afstemmen met en het leren van elkaar. Dit betreft zowel beleidsmatige onderwerpen (denk aan ‘dorpsplannen’) als uitvoerend. Gebruik en tevredenheid gemeenschapshuizen 13 Alle gemeenschapshuizen worden gebruikt door recreatieverenigingen in brede zin van het woord. Bij een aantal gemeenschapshuizen ook door gebruikers uit het sociale domein. 14

Qua leeftijdsopbouw zijn de categorieën ‘ouderen’ en ‘middelbare leeftijd’ overwegend goed vertegenwoordigd. Voor de meeste gemeenschapshuizen is het een punt van aandacht om de doelgroep jongeren te bereiken.

15

De gebruikers zijn over het algemeen tevreden tot zeer tevreden over het gemeenschapshuis.

16

Voor de meeste gemeenschapshuizen geldt dat de bezettingsgraad goed is met eventueel ‘nog wat ruimte’.

Bijdrage gemeenschapshuizen aan maatschappelijke opgaven 17 Voor elk gemeenschapshuis geldt dat ze een belangrijke positie innemen in de lokale gemeenschap. Veel mensen ontmoeten elkaar en zien naar elkaar om. Alle gemeenschapshuizen bieden een breed scala aan activiteiten aan gericht op sociaal contact en gemeenschapszin. Veelal bieden de verenigingen de activiteiten structureel aan. Andere activiteiten zijn éénmalig of jaarlijks. 18

Een aantal gemeenschapshuizen organiseren ook activiteiten binnen het sociaal domein.

19

De gemeenschapshuizen gaan verschillend om met het benaderen en bedienen van nieuwe doelgroepen. Een aantal zijn hiermee pro actief mee bezig. Andere vinden dit lastig en wachten op ondersteuning om dit te operationaliseren. Enkele gemeenschapshuizen besteden nog te weinig aandacht aan potentiële nieuwe doelgroepen en stellen zich niet expliciet de vraag: ‘doet iedereen bij ons mee gegeven de maatschappelijke context (‘gemeenschapshuis 2.0’)?’

Exploitatie gemeenschapshuizen 20 De inzet en beschikbaarheid van vrijwilligers geeft een solide basis aan de gemeenschapshuizen. Deze vrijwilligers zorgen voor het richten (besturen) en uitvoeren van

Pagina 5

activiteiten gericht op sociaal contact, gemeenschapszin en leefbaarheid. De beschikbaarheid van bestuurders is voor een aantal gemeenschapshuizen een punt van aandacht. 21

De financiële exploitatie van de meeste gemeenschapshuizen is ‘van jaar tot jaar sluitend’. De reguliere exploitatie biedt geen ruimte voor groot onderhoud en verbouwingen. Deze worden gerealiseerd door investeringssubsidies en/of door inzet van vrijwilligers. De financiële exploitatie is dus niet toekomstbestendig.

Pagina 6

0.4 Aanbevelingen Het gemeenschapshuis is een belangrijke schakel in het bereiken van de maatschappelijke waarden: sociaal contact, gemeenschapszin en leefbaarheid. Vanuit ons onderzoek onderkennen wij een aantal dragende pijlers die het bouwwerk van een goed functionerend gemeenschapshuis vorm geven. Al deze pijlers hebben de focus gericht op het bereiken van de maatschappelijke opgaven en resultaten. Het fundament van het bouwwerk bestaat uit ‘Samenwerking’. De actoren leveren door adequaat samen te werken, bijdragen om de doelstellingen te kunnen realiseren: op tijd (onderkennen relevante ontwikkelingen), gericht op maatschappelijk waarden (effectief), met een optimale inzet van middelen (efficiënt). Het bestuur van het gemeenschapshuis is primair verantwoordelijk voor het bouwen van het gemeenschapshuis: het richten (sturen) en het operationaliseren naar activiteiten (exploitatie en programmering). Het startpunt voor het bouwen is de visie op de pijlers uit het bouwwerk. Hierbij is de visie van de gemeente op sociaal contact, gemeenschapszin en leefbaarheid een sterk bepalende factor. De hoofdaanbeveling van ons onderzoek betreft het gestructureerd realiseren van een goed functionerend gemeenschapshuis volgens het model van het bouwschema. In het bouwschema zijn de overige aanbevelingen uitgewerkt in de kolom ‘Hoe te bereiken?’.

Fasering bouwproces Cruciaal bij het bouwen aan het ‘ideale gemeenschapshuis’- inclusief de samenwerkingsarrangementen tussen de gemeente en de gemeenschapshuizen- is: eerst visie ontwikkelen op de pijlers en daarna deze vertalen naar concrete maatregelen. Parallel aan het op deze manier gestructureerd bouwen aan het gemeenschapshuis is van belang dat de ‘quick wins’ worden uitgenut: - de gemeenschapshuizen structureren de overleggen met de andere gemeenschapshuizen; - de gemeenschapshuizen bespreken expliciet in deze overleggen en stemmen af: de geleerde lessen en de aanpak van gezamenlijke onderwerpen; - de gemeenschapshuizen en Figulus Welzijn zoeken nadrukkelijker de samenwerking; - de gemeente waar mogelijk de signalerende, initiërende en coördinerende rol invult richting de gemeenschapshuizen voor relevante ontwikkelingen.

Pagina 7

Het bouwschema voor een goed functionerend gemeenschapshuis is als volgt te visualiseren.

Pagina 8

(1) Rijk en divers sociaal netwerk Wat te realiseren? Het gemeenschapshuis steunt op een rijk en divers netwerk. Er is contact, communicatie en coproductie met diverse groepen en ‘lagen’ in de woonkern. Goed overleg met andere partijen binnen het sociaal netwerk is vanzelfsprekend en randvoorwaardelijk om van een gemeenschapshuis een succes te maken. Samen kom je tot de juiste activiteiten voor de doelgroepen en de optimale inzet van de beperkte middelen en menskracht.

Hoe te bereiken? a Overleg met recreatieve-, en sportverenigingen en andere belangengroepen in de woonkern. b Overleg en stem af met andere maatschappelijke organisaties (bijvoorbeeld welzijn, sport, scholen) in de woonkern. c Overleg en stem af met andere gemeenschapshuizen (o.a. geleerde lessen). d De gemeente heeft structureel een pro actieve, signalerende, stimulerende, faciliterende en coördinerende rol. Hiermee wordt voorkomen dat elk gemeenschapshuis het wiel uitvindt. e De gemeente fungeert als kenniscentrum met actuele en professionele kennis van zaken.

(2) Goed onderhouden en geschikt gebouw Wat te realiseren? Hoe te bereiken? Het gebouw voldoet aan de a Bepaal per gebouw expliciet de specifieke behoeften wensen van deze tijd. De van de gebruikers. Maak bij de financiële vertaling gebruikerswensen en comfort zijn expliciet dat deze kostenbewust is gemaakt. in balans met de kosten. b Maak waar nodig en mogelijk gebruik van beschikbare Het ontwerp en inrichting voldoen ruimte in ander maatschappelijk vastgoed (bij aan de voorwaarden van bijvoorbeeld invulling incidentele grote behoefte aan ‘maatschappelijk verantwoord beschikbare ruimte). ondernemen’. c Bepaal de criteria voor maatschappelijk verantwoord De gemeenschapshuizen maken ondernemen (o.a. herkomst materiaal; onderdeel uit van het energiegebruik). gemeentelijke maatschappelijk d Gemeenschapshuizen maken onderdeel uit van het vastgoedbeleid. gemeentebrede maatschappelijk vastgoedbeleid (beschikbaarheid, leegstand m2 etc.). e Stimuleer en prikkel het gemeenschapshuis om met ideeën te komen en/of bepaalde werkzaamheden/ activiteiten zelf (door) vrijwilligers uit te voeren (‘right to challenge’). f Reserveer als gemeenschapshuis (extra) voor modernisering/ het aanpassen aan wensen van gebruikers, zeker op het moment dat er geld is en (nog) sprake van lage onderhoudskosten.

(3) Grote inzet vrijwilligers Wat te realiseren? Grote inzet van vrijwilligers is en blijft een belangrijke succesfactor voor de gemeenschapshuizen. Zonder deze inzet is een gemeenschapshuis sowieso niet realiseerbaar.

Hoe te bereiken? a Waardeer de inbreng en inzet van vrijwilligers. b Stimuleer en creëer ruimte voor ‘right to challenge’ en burgerinitiatieven. Hierdoor blijven vrijwilligers gemotiveerd. c Fungeer als gemeente als kenniscentrum waar de vrijwilligers voor professionele expertise terecht kunnen.

Pagina 9

Wat te realiseren?

(4) Duurzame exploitatie Wat te realiseren? De exploitatie is financieel gezond, ook op de langere termijn. Transparantie over de financiële cijfers: meerjarenbegrotingen en jaarrekeningen. Het gemeenschapshuis beschikt over meerdere transparante verdienmodellen die zorgen voor een sluitende financiële exploitatie, ook op de lange termijn.

Hoe te bereiken? d Organiseer kennissessies, cursussen, workshops voor vrijwilligers. e Maak in de samenwerkingsarrangementen tussen gemeente en gemeenschapshuizen expliciet dat inbreng van vrijwilligers randvoorwaardelijk is. Benoem, preciseer wat dit concreet inhoudt. f Maak expliciet welke taken niet door vrijwilligers mogen worden uitgevoerd (bijvoorbeeld begeleiden van mensen met een beperking).

Hoe te bereiken? a Stel een meerjarenbegroting op. Kosten en opbrengsten zijn in balans, inclusief (reservering voor) onderhoud. b Zorg dat meerdere verdienmodellen de activiteiten en exploitatie ondersteunen. Door voor een combinatie van verschillende dragers te kiezen is het gemeenschapshuis niet afhankelijk van slechts één of enkele dragers in de financiële exploitatie en is het risico gespreid. Voorbeelden: - bijdrage van deelnemers aan activiteiten (contributies; per activiteit; éénmalig – ‘met de pet rond’); - verhuur van ruimten; - horeca en op basis van welke afspraken; - sponsoring; - bijdrage gemeente aan activiteiten; - bijdrage gemeente aan investering gebouw; - bijdrage gemeente aan onderhoud gebouw; - subsidies van derden (provincie, Noaberfonds e.d.). c Tegenover een bijdrage aan maatschappelijke doelen staat een financiële bijdrage. d Tegenover een financiële bijdrage van de gemeente staat als tegenprestatie een bijdrage aan maatschappelijke doelen. e Transparantie in investeringen, activiteiten en financiële vertaling (‘geldstromen’) hiervan. Reële en ‘bruto’ ‘prijskaartjes’; geen saldering met subsidies. f In geval van (dreigende) financiële tekorten: ga tijdig in gesprek met partijen over oplossingen (bijsturing). g Publiceer de jaarrekeningen op de website.

h Stimuleer en prikkel het gemeenschapshuis om met ideeën te komen en/of bepaalde werkzaamheden/ activiteiten zelf (door) vrijwilligers uit te voeren (‘right to challenge’).

Pagina 10

(5) Veel en aansprekende activiteiten Wat te realiseren? Hoe te bereiken? De activiteiten leveren een a Maak expliciet welke activiteiten voor welke belangrijke bijdrage aan de doelgroepen het gemeenschapshuis aanbiedt. maatschappelijk doelen van het Bijvoorbeeld: sociaal & ontmoeting; sociaal domein; gemeenschapshuis: sociaal evenementen; horeca; verhuur ruimten. contact, gemeenschapszin en b De activiteiten zijn herkenbaar voor het leefbaarheid, in brede zin van het gemeenschapshuis en sluiten aan op de traditie. woord. c De activiteiten bieden afwisseling: - inhoudelijk; - doorlopend aangeboden en incidenteel (evenementen); - voor de verschillende doelgroepen. d De communicatie over de activiteiten (programmering) is wervend en aansprekend. e Tegenover een bijdrage aan maatschappelijke doelen staat een financiële bijdrage. f Tegenover een financiële bijdrage van de gemeente staat als tegenprestatie een bijdrage aan maatschappelijke doelen. g De tegenprestatie is niet vrijblijvend. h Stem de programmering af met andere gemeenschapshuizen en organisaties die soortgelijke activiteiten organiseren. Zowel inhoudelijk als timing. i Publiceer de sociale/ maatschappelijke jaarverslagen op de website.

(6) Onderdeel integrale aanpak woonkern Wat te realiseren? Hoe te bereiken? Het gemeenschapshuis en haar a Maak samen met de andere partners een integraal plan beleid zijn onderdeel van een voor de woonkern. Dit plan is gericht op leefbaarheid, breder en integraal plan voor de gemeenschapszin en sociaal contact in de brede zin. woonkern. Gericht op alle doelgroepen: alle leeftijden; mensen Hierdoor zijn de behoeften en met een beperking. beschikbare middelen optimaal op b Stem de beschikbare ruimten, inzet van vrijwilligers en de specifieke context afgestemd. de bediening van de doelgroepen op elkaar af. c Partners zijn onder andere: welzijnsorganisaties; zorginstellingen; belangengroepen; ondernemers. (7) Maatschappelijke waarde Wat te realiseren? De reikwijdte van de maatschappelijke waarde van een gemeenschapshuis is breder dan het financiële, bedrijfseconomische plaatje. ‘Iedereen zo lang mogelijk zelfstandig’ heeft een prijskaartje.

Hoe te bereiken? a Stel vast wat de gemeente over heeft in financiële zin, voor een gemeenschapshuis in een woonkern. Inclusief de te hanteren criteria. b Stel vast wat de maatschappelijke waarde van het gemeenschapshuis is: focus op welke maatschappelijke opgaven? Welke activiteiten, welke doelgroepen et cetera? Met welke ambitieniveaus: wanneer welke prestaties en kwaliteit te bereiken? c Reageer pro actief op majeure ontwikkelingen voor het bestaansrecht van de gemeenschapshuizen. Denk bijvoorbeeld aan demografische ontwikkelingen.

Pagina 11

(8) Inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen Wat te realiseren? Hoe te bereiken? Tijdig en passend reageren op a De gemeente heeft structureel een pro actieve, ontwikkelingen in de externe signalerende, stimulerende, faciliterende en omgeving. Hierdoor neemt het coördinerende rol. Hiermee wordt voorkomen dat elk gemeenschapshuis tijdig de juiste gemeenschapshuis het wiel uitvindt. acties en vult het de actuele b De gemeente fungeert als kenniscentrum met actuele behoeften in. en professionele kennis van zaken. c Het gemeenschapshuis stelt zich pro actief op richting de gemeente. Bijdragen actoren De actoren leveren door adequaat samen te werken, de bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van een goed functionerend gemeenschapshuis. Van belang is dat het gemeenschapshuis zich expliciet bewust is van de relevantie van deze partijen en bijdragen, en zorgt voor passende communicatie en afstemming. De kern van de bijdragen van de genoemde actoren is als volgt samen te vatten. Bewoners > Zijn betrokken. > Participeren actief. Betreft zowel de rol vrijwilliger als deelnemer. Zonder vrijwilligers en deelnemers aan activiteiten heeft het gemeenschapshuis geen bestaansrecht. Gemeente > Pro actief signaleren van relevante ontwikkelingen. > Stimuleren van sociaal contact, gemeenschapszin en leefbaarheid in het algemeen en gemeenschapshuizen in het bijzonder.

> Coördineren en faciliteren van de vertaling van de maatschappelijke ontwikkelingen naar de uitvoering. > Fungeren als kenniscentrum en vraagbaak (maatschappelijke ontwikkelingen, subsidies e.d.). > Formuleren van duidelijk en transparant beleid voor gemeenschapshuizen, inclusief financiering (subsidies). Maatschappelijke partners > Overleggen pro actief en stemmen af over ontwikkelingen op het vlak van sociaal contact, gemeenschapszin en leefbaarheid, in brede zin van het woord. > Leveren van concrete bijdragen in geld en/of ondersteuning. Bedrijfsleven > Sponsoren. > Doen mee aan co-financiering: welke activiteiten of investeringen kunnen gezamenlijk worden gerealiseerd met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid en identiteit van het gemeenschapshuis? > Leveren van ‘ondernemerschap’: commerciële vaardigheden (‘verkopen’; fondswerving etc.) kunnen heel relevant zijn voor gemeenschapshuizen. Van belang is dat deze in lijn zijn met de maatschappelijke doelen.

Pagina 12

1

Maatschappelijke opgave voor gemeenschapshuizen Vanuit het perspectief van de gemeente Onderzoeksvraag 1 Welk beleid heeft de gemeente geformuleerd ten aanzien van gemeenschapshuizen? > Welke doelen wil de gemeente bereiken met de gemeenschapshuizen? Is het helder wat de maatschappelijke opgaven zijn waar de gemeenschapshuizen als middel aan moeten bijdragen?

Het actuele beleid van de gemeente is verwoord in het ‘Beleidskader buurt- en dorpshuizen’ zoals opgenomen in de Raadsmededeling van 5 oktober 2010 van de portefeuillehouder. Als doelstelling en beleidskader staat hierin verwoord: ‘Doelstelling van de financiële steun voor buurt- en dorpshuizen is het, daar waar noodzakelijk, versterken en verbreden van de mogelijkheden voor burgers om volwaardig deel te nemen aan de samenleving en zo maatschappelijke achterstand te voorkomen dan wel te bestrijden. Van de beheerders/exploitanten van de dorps- en buurthuizen wordt verwacht dat zij met het beschikbaar stellen van hun ruimte(n) voor maatschappelijke activiteiten met een ontmoetend en/of recreatief karakter bijdragen aan de bevordering van het sociaal contact, de gemeenschapszin en het leefklimaat van wijk, buurtschap of dorpskern.’ De doelstelling verwoordt de te bereiken maatschappelijke effecten: volwaardig deelnemen aan de samenleving zonder maatschappelijke achterstand. De bijdrage van de gemeente aan het bereiken van de maatschappelijke effecten bestaat uit financiële steun voor de gemeenschapshuizen. In de Raadsmededeling is aangegeven dat ‘twee kenmerken centraal staan: ‘maatwerk’ en ‘sluitende exploitatie’ ‘.

De subsidies hebben geen structureel karakter, maar worden van geval tot geval op hun specifieke merites beoordeeld, met inachtneming van de inhoudelijke argumentatie van de bouwplannen en de gemeentelijke financiële positie. De reikwijdte van het gemeentelijke beleidskader is hierdoor beperkt tot incidentele contactmomenten. De gemeente bereikt dus met haar beleid niet structureel en ‘dwingend’ alle gemeenschapshuizen. De gemeente vraagt aan de gemeenschapshuizen die een financiële bijdrage hebben ontvangen, geen (periodieke) terugkoppeling in hoeverre ze de maatschappelijke effecten hebben bereikt. De gemeente is zich bewust dat actualisatie van het beleidskader nodig is. Dit gezien de datum van het huidige beleidskader (oktober 2010) maar zeker ook met het oog op de maatschappelijke ontwikkelingen, demografische ontwikkelingen en de financiële situatie. Hierbij vindt de gemeente het relevant om hierin ook de argumenten en ideeën van de besturen van de gemeenschapshuizen mee te nemen. Deze benadering van de gemeente is geheel in lijn met het betoog en de wens van Peter van Heek, spreekbuis van de Vereniging Dorpshuizen en Kleine Kernen in het dagblad ‘De Gelderlander’ van 26 november 2016 (thema ‘Week van de leefbaarheid’):

Pagina 13

‘Onze boodschap is dat inwoners serieus genomen moeten worden. Het frustreert enorm dat politici wel zeggen dat ze luisteren, maar dat niet doen. …….. Ik weet niet of het bewust is, maar als iets niet goed uitkomt, worden de verenigingen net zo makkelijk niet betrokken in het voortraject.’ en ook: ‘Al mag ik alle gemeenten beslist niet over één kam scheren. Het gaat gelukkig niet overal zo.’

Vanuit het perspectief van de maatschappij Onderzoeksvraag 2 Welke bredere maatschappelijke ontwikkelingen zijn relevant voor de opgave aan de gemeenschapshuizen?

Van oudsher neemt een gemeenschapshuis een centrale plaats in binnen een bewonerskern. Hier ontmoeten de mensen elkaar en hebben de verenigingen hun thuisbasis. Traditioneel zijn de activiteiten gericht op sociaal contact, gemeenschapszin en het leefklimaat. Vanuit de actuele, bredere maatschappelijke ontwikkelingen wordt steeds meer van de gemeenten en gemeenschapshuizen gevraagd. Dit uit zich onder meer in de drie decentralisaties in het sociaal domein: Wet Maatschappelijk Ondersteuning (Wmo), Participatiewet en Jeugdwet. Met ingang van 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk gesteld voor de uitvoering van deze wetten. Vanuit leefbaarheid is het credo dat elke burger meetelt en wordt gestimuleerd mee te doen. Ouderen worden gestimuleerd langer zelfstandig te kunnen wonen. Gemeenten en gemeenschapshuizen worden geacht hierbij te helpen: denk bijvoorbeeld aan het ondersteunen van mantelzorgers. Ook voor mensen met een beperking moet het gemeenschapshuis er zijn. Bijvoorbeeld door het verzorgen van maaltijden door burgers met een verstandelijke beperking, onder begeleiding van professionals. De maatschappij heeft anno 2017 behoefte aan een ‘gemeenschapshuis 2.0.’ In de brochure ’Dorpshuizen beleid op maat’, Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen, 2013, wordt gesproken over de dorpshuizen als ‘spiegel van de plattelandssamenleving’.

En: ‘functies komen en functies gaan, al naar gelang de behoeften van de gebruikers en de actuele thema’s in de samenleving.’ Ook de demografische ontwikkelingen zijn relevant voor de beleidsmatige positionering van de gemeenschapshuizen. Vergrijzing en andere veranderingen in de bevolkingssamenstelling kunnen grote gevolgen hebben. Het aantal ouderen (65 jaar en ouder) verdubbelt tot 2040. Dit betekent een toenemende behoefte aan voor ouderen geschikte woningen, zorgvoorzieningen, culturele en recreatieve voorzieningen en andere voorzieningen in de buurt. In het verlengde hiervan is het lokale woningbeleid relevant voor de leefbaarheid in de woonkernen. Onduidelijk is hoe het aantal inwoners in Aalten zich ontwikkeld. Voor een krimpsituatie zal gelden dat het draagvlak voor bepaalde voorzieningen zal afnemen. Maar voor zorgvoorzieningen en culturele en recreatieve voorzieningen zal het draagvlak juist toenemen door de vergrijzing.

Pagina 14

In de Workshop ‘Van dorpshuis naar Huis van het dorp’, website Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen, juni 2017, is het als volgt verwoord: ‘Het gaat dus om verandering’ Er komen andere tijden:  verandering in behoeften  verandering in bevolkingssamenstelling  verandering in leefstijl  verandering in tijdsbesteding  terugtredende overheid  toenemend belang van bewonersinitiatieven En specifiek:  Combinaties met sportvoorziening, onderwijs, kinderopvang, horeca, zorgvoorzieningen, dorpswinkel, serviceplek voor startende ondernemers, accommodatieverhuur.  Steeds meer behoefte aan: Dag voorzieningen, vervoersdiensten, servicediensten, eetpunten.  Het leveren van maatwerk en het maken van keuzes.

Vanuit het perspectief van de gemeenschapshuizen zelf Onderzoeksvraag 3 Wat is de visie van de gemeenschapshuizen zelf op de te bereiken maatschappelijke opgave?

Uit de documentatie, gesprekken en werkateliers blijkt dat de gemeenschapshuizen de thuisbasis willen zijn voor de bewoners en activiteiten willen aanbieden waaraan behoefte is. Ontmoeting en ontspanning staat voorop. Het betreft de rol en functie die de gemeenschapshuizen van oudsher invullen. Alle gemeenschapshuizen vullen deze behoefte in. Deze functie bestaat van oudsher, is vertrouwd en raakt de kern van een gemeenschapshuis. Ter illustratie de tekst van de voorzitter van Kulturhus Lintelo in het Voorwoord van het InformatieBoekje 2016/2017: ‘We willen onderdak bieden aan elke vorm van vrijetijdsinvulling waaraan behoefte is – of dat nu in verenigingsvorm is, door een bezoekje aan het Grand Café of op een familiefeest. We streven ernaar dat iedereen zich in het Kulturhus thuis voelt.’

Kulturhus Lintelo

Pagina 15

Sommige gemeenschapshuizen geven expliciet invulling aan de actuele en bredere maatschappelijke ontwikkelingen (‘gemeenschapshuis 2.0’) . Sommige hebben de ontwikkelingen vanuit het sociaal domein verwoord in het beleid (IJzerlo/ Bredevoort/ Dale) en/ of vertaald naar activiteiten (Dinxperlo). Andere zijn hier niet of nog niet mee bezig. Of zijn, niet zozeer volgens de letter, maar in de geest hiermee bezig. Een deelnemer aan het werkatelier D’n Heurnsen Tref verwoordde het zo: ‘We kennen alle bewoners en weten waar de behoefte zit. Ook van de zieken en ouderen die het huis moeilijk meer uit kunnen.’ en ‘D’n Heurnsen Tref fungeert als mantelzorg voor de buurt.’

D’n Heurnsen Tref

Vanuit de bijeenkomst met de besturen van de gemeenschapshuizen van 12 juni 2017 kwam dit beeld ook naar voren: ’we doen meer dan ‘op papier of op het eerste oog blijkt en doen onszelf daar mee ook tekort’. De mate waarin de gemeenschapshuizen hun visie op maatschappelijke taken expliciet beleidsmatig hebben uitgewerkt verschilt. Twee gemeenschapshuizen (’t Dorpshuus IJzerlo en ’t Romienendal Dale) hebben, met behulp van externe ondersteuning en een beperkte financiële vergoeding van de gemeente, een gedegen en integraal ‘dorpsplan’ opgesteld. Deze geeft ‘een visie voor de toekomst van het buurtschap voor een jaar of tien’. Het dorpsplan van ’t Dorpshuus IJzerlo onderscheidt zeven thema’s waarmee een nog bredere, integralere invulling is gegeven aan leefbaarheid en de ‘kwaliteit van leven’. De thema’s zijn: (1) Noaberschap en Sociale Samenhang. Daaronder ook Voorzieningen, Onderwijs, Sport en Ontspanning; (2) Verkeersveiligheid; (3) Wonen en bouwen; (4) Economische bedrijvigheid; (5) Landschap en Recreatie; (6) Zorg en Welzijn; (7) Overig. Deze dorpsplannen zijn een krachtig instrument en geven een stevige basis voor wat leefbaarheid inhoudt en de invulling hiervan. Opvallend is dat de andere gemeenschapshuizen niet op de mogelijkheid van een dergelijk dorpsplan zijn geattendeerd. Vanuit de terugkoppeling aan de besturen van de gemeenschapshuizen 12 juni 2017.

Iemand plakte een post it met de opmerking: ‘Beknopt beleidsplan (A4’tje); niet teveel energie in steken.’ -> natuurlijk is een beleidsplan geen doel op zich en kan dit zo beknopt mogelijk, maar doe ook recht aan de inhoud: waar sta je voor, welke keuzes maak je en hoe ga je dit bereiken?

Pagina 16

Het Kulturhus Bredevoort is ook bezig met de bredere, integralere invulling van leefbaarheid en vitaliteit. Samen met andere maatschappelijke en commerciële organisaties werkt ze aan een integrale visie voor Bredevoort: ‘SAMEN realiseren we: Een LEEFBAAR en VITAAL Bredevoort met de juiste voorzieningen voor haar bevolking en een ruim aanbod voor toeristen.’

Kulturhus Bredevoort

De coördinerende rol ligt bij de organisatie Bredevoorts Belang 2.0. Vanuit deze integrale visie (status: nog onderhanden) worden de activiteiten uitgevoerd door en bij de verschillende organisaties. De positionering van het sociaal domein is expliciet benoemd als onderdeel dat in de 3 pijlers (Leefbaarheid, Historisch karakter en Toerisme) moet worden uitgewerkt. Op deze wijze wil Bredevoort integraal invulling geven aan de leefbaarheid voor de woonkern en worden de beschikbare capaciteiten en faciliteiten optimaal op elkaar afgestemd.

Vanuit het perspectief van gebruikers Onderzoeksvraag 4 Wat zijn motieven van de gebruikers van de gemeenschapshuizen?

De gemeenschapshuizen willen de thuisbasis zijn voor de bewoners en activiteiten aanbieden waaraan behoefte is. Ontmoeting en ontspanning staat voorop. Dit is zoals de rolopvatting van oudsher is ingevuld. De burgers bevestigen deze behoeften in de enquêtes en werkateliers. Het belang van de aanwezigheid in de woonkernen wordt onderstreept vanuit de werkateliers: Lintelo: ‘bij wegvallen van het kulturhus valt de buurtschap uiteen’ D’n Heurnsen Tref: ‘De buurtschap Heurne heeft geen dorpskern dus DHT is erg belangrijk als centrale functie.’ Bij alle gemeenschapshuizen, op een enkele uitzondering na, zijn de in de enquête genoemde motieven als belangrijk aangemerkt. Dit betreft: Gebruikskosten of huur; Locatie (ligging); Functionaliteit ruimte; Sfeer; Ontmoeting buurtbewoners; Samenwerking met andere gebruikers/ huurders. Vanuit de enquêtes en werkateliers komt minder éénduidig de behoefte naar voren bij de gebruikers aan activiteiten met ‘bredere maatschappelijke accenten’ (o.a. sociaal domein). Wellicht heeft dit te maken met de onbekendheid bij de burgers met de mogelijke rol die de gemeenschapshuizen hierin kunnen spelen. Ook zal waarschijnlijk een deel van de doelgroep voor wie de deze bredere maatschappelijke activiteiten relevant zijn, niet zijn bereikt met de enquête. Deze groep en hun specifieke verwachtingen en wensen zijn hierdoor niet ‘in beeld’ gebracht.

Pagina 17

2

Samenspel tussen gemeente en gemeenschapshuizen Rolverdeling tussen gemeente en gemeenschapshuizen Op papier Onderzoeksvraag 5 Wat is afgesproken over de rolverdeling tussen de gemeente en gemeenschapshuizen bij het beheer en de exploitatie van de gemeenschapshuizen? In hoeverre zijn de betrokken partijen op de hoogte van deze rolverdeling en ondersteunen zij deze? 6 Hoe is de kwaliteit van het samenspel tussen de gemeente en gemeenschapshuizen? > Welke financiële bijdrage levert de gemeente aan de gemeenschapshuizen en via welke instrumenten (subsidie, aangepaste huurprijzen, investeringsbijdrage et cetera)?

De gemeenschapshuizen zijn eigendom van zelfstandige stichtingen. Met uitzondering van de sporthal van kulturhus Bredevoort (eigendom van de gemeente) en Verenigingsgebouw De Markerink (eigendom van de Scholengroep ACCENT). De gemeente heeft ook geen indirecte rol of bemoeienis met het beheer of de exploitatie via bijvoorbeeld een stichting. Het kulturhus Lintelo is eigendom van wooncorporatie Wonion. De rol van de gemeente richting de gemeenschapshuizen beperkt zich tot het op ad hoc basis verstrekken van een ‘maatwerk’ investeringssubsidie (‘Beleidskader buurt- en dorpshuizen’, Raadsmededeling van 5 oktober 2010). De huidige financieringsvorm van gemeenschapshuizen door de gemeente kan als consequentie hebben dat de beschikbare financiële middelen enigszins arbitrair worden verdeeld over de gemeenschapshuizen. De toekenning van een investeringssubsidie is namelijk onder meer afhankelijk van de beschikbare financiële ruimte van de gemeente op dat moment.

Deze constatering sluit aan bij de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen (brochure ’Dorpshuizen beleid op maat’, Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen, 2013) over de financiële bijdragen door de gemeente: ‘Vervelend aan dergelijke verzoeken –van de dorpshuizen- is dat ze, bij gebrek aan geregelde communicatie, onverwacht en laat komen.’ En ook: ‘Als een dorpshuisbestuur bij de gemeente aanklopt met een exploitatietekort of achterstallig onderhoud leert de praktijk dat gemeenten in dit profiel toch vaak te hulp schieten.’ De gemeente geeft hierbij aan dat van de beheerders/ exploitanten van de dorps- en buurthuizen wordt verwacht dat zij met het beschikbaar stellen van hun ruimte(n) voor maatschappelijke activiteiten met een ontmoetend en/of recreatief karakter bijdragen aan de bevordering van het sociaal contact, de gemeenschapszin en het leefklimaat van wijk, buurtschap of dorpskern. Hierbij stelt de gemeente verder geen structurele aanvullende voorwaarden aan het beheer of exploitatie (bijvoorbeeld periodieke terugkoppeling door een sociaal en financieel jaarverslag). Specifiek voor verenigingsgebouw De Markerink geldt, dat het gebouw in eigendom is van de Scholengroep ACCENT en De Markerink hiervoor geen huur betaald. De organisatie Figulus Welzijn is aangewezen om namens de gemeente de ontwikkelingen in het sociaal domein in te vullen.

Pagina 18

In de praktijk Onderzoeksvraag 5 In hoeverre zijn de betrokken partijen op de hoogte van de rolverdeling tussen de gemeente en maatschappelijke partijen bij het beheer en de exploitatie van de gemeenschapshuizen en ondersteunen zij deze? 6 Hoe is de kwaliteit van het samenspel tussen de gemeente en gemeenschapshuizen? > In welke mate wordt de afgesproken rolverdeling in de praktijk gebracht? > In welke mate stimuleert of hindert de gemeente maatschappelijk initiatief en zelforganisatie bij het realiseren van maatschappelijke doelen en de exploitatie van gemeenschapshuizen? 7 Wordt uitvoering gegeven aan het beleid ten aanzien van gemeenschapshuizen? > Worden de afgesproken acties uitgevoerd? 8 Lukt het de gemeente en haar partners om in te spelen op maatschappelijke trends en ontwikkelingen? Denk aan decentralisaties in het sociaal domein, veranderende behoeften, vergrijzing et cetera.

GEMEENSCHAPSHUIZEN Uit het onderzoek blijkt dat de gemeenschapshuizen bekend zijn met de huidige, beperkte, rol van de gemeente. De gemeenschapshuizen koesteren hun onafhankelijke en zelfstandige rol. Zij vinden dat zij zelf de koers kunnen bepalen en dit kunnen operationaliseren. Daar hebben ze de gemeente niet voor nodig.

Vanuit werkatelier D’n Heurnsen Tref: ‘Zelf de broek op houden gaat erg goed. Wij zoeken geen contact met de gemeente en andersom ook niet.’ De gemeenschapshuizen hebben echter bijna allemaal behoefte aan uitgebreidere en blijvende financiële ondersteuning van de gemeente. Deze behoefte gaat verder dan de huidige, ad hoc, financiële bijdrage vanuit de gemeente. De inschatting van meerdere gemeenschapshuizen is dat bij handhaving van het huidige financiële beleid de continuïteit van leefbaarheid en gemeenschapshuizen in gevaar komt.

Pagina 19

Vanuit de werkateliers: begrip voor het ‘eigen broek hooghouden’ resp. geen activiteiten (meer) subsidiëren. Quote: ‘van de gemeente mag en kan je niet verwachten dat de sjoelvereniging wordt gesubsidieerd tot de laatste deelnemer’ (De Hofnar) maar ook…….. leefbaarheid, gemeenschapszin, burgerparticipatie ‘mag wat kosten’: Quote voorzitter ‘Ons Aller Belang’, ’t Dorpshuus IJzerlo: ‘Mijn slotopmerking, koester wat er is in kleine gemeenschappen. Geef ze de steun waar ze af en toe om vragen en verstik de initiatieven niet in beleidsregels en kaders en verantwoording maar geef vertrouwen dat ze het goede met hun gemeenschap voor hebben. Dat kost wat geld maar levert een veelvoud aan maatschappelijk kapitaal op.’

‘t Dorpshuus IJzerlo Ook bestaat in meer of mindere mate de behoefte bij de gemeenschapshuizen aan een pro actieve en structurele informatie-uitwisseling en ondersteuning door de gemeente. Zoals één van de deelnemers aan het werkatelier dit verwoordde: de gemeente als ‘kenniscentrum’. Dit betreft bijvoorbeeld het concretiseren van de rol van de gemeenschapshuizen binnen het sociaal domein. Hierover hebben de gezamenlijke besturen van de buurthuizen en kulturhuse in februari 2015 een brief opgesteld. Deze brief was gericht aan College van Burgemeester en Wethouders en de Fracties van de gemeenteraad. Deze brief is niet beantwoord vanuit de gemeente. Met dit onderzoek naar gemeenschapshuizen geeft de gemeente overigens aan dat zij het onderwerp leefbaarheid, inclusief de ontwikkelingen in het sociaal domein, een belangrijk thema vindt. En het van belang vindt dat de inbreng van de gemeenschapshuizen hier nadrukkelijk in wordt meegenomen. Een ander genoemd voorbeeld van de rol van de gemeente als kenniscentrum betreft het wegwijs maken in subsidieland (‘potjes’). De gemeenschapshuizen vinden dat zij hier nu teveel het wiel moeten uitvinden en de specifieke expertise niet in huis hebben. Vanuit de gemeenschapshuizen vernemen wij wisselende beelden over de dienstverlening van Figulus Welzijn. Dit varieert van: ‘wij zien hen niet en zijn niet tevreden’ tot ‘een prima bijdrage’.

Wij begrijpen van de directeur van Figulus dat sprake is van een inhaalslag om met elk gemeenschapshuis tot goede afspraken over de dienstverlening te komen. De communicatie met de gemeente wordt soms door de gemeenschapshuizen als hinderlijk en belemmerend ervaren. De gemeente reageert dan laat of zelfs helemaal niet. Een voorbeeld hiervan is: de reeds genoemde brief van de gezamenlijke besturen van de gemeenschapshuizen van februari 2015 over de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Deze brief was gericht aan College van Burgemeester en Wethouders en de Fracties van de gemeenteraad. De brief is niet beantwoord vanuit de gemeente. Een ander voorbeeld betreft de late reactie van de gemeente op de brief van ’t Dorpshuus IJzerlo waarin onder andere een klein bedrag aan steun werd gevraagd om het ‘dorpsplan’ met externe ondersteuning te kunnen realiseren. Overigens zijn de gemeenschapshuizen positief over de ‘reguliere rol’ van de gemeente als verstrekker van vergunningen en dergelijke.

Pagina 20

GEMEENTE De gemeente geeft invulling aan het beleidskader door aan verschillende gemeenschapshuizen maatwerk investeringssubsidies te verstrekken. Over de periode 2005 –medio 2017 betreft dit*): Gemeenschapshuis Raadsbesluit Investeringssubsidie Renteloze lening saldo Kulturhus Lintelo Febr 2008 € 170.000 €0 Kulturhus Bredevoort Nov 2008 300.000 0 De Ringkamp, Haart April 2009 32.000 22.694 De Markerink, Barlo Mei 2009 226.000 De Pol (De Hofnar), Aalten **) Febr 2011 74.000 Kulturhus Dinxperlo Juni 2012 300.000 ’t Dorpshuus, IJzerlo April 2014 50.060 25.030 Kulturhus Dinxperlo April 2016 300.000 ’t Dorpshuus, IJzerlo Jan 2017 144.470 ’t Romienendal, Dale 0 21.172 D’n Heurnsen Tref, Heurne 0 0 *) volgens opgaaf gemeente juni 2017; cijfers zijn niet getoetst **) voor februari 2011 subsidie in rente en aflossing en af en toe bijdrage in de exploitatietekorten

De Begeleidingsgroep uit de Raad geeft aan dat zij de huidige, beperkte rol van de gemeente passend vindt. Daarnaast stelt zij dat de leefbaarheid op de langere termijn onder druk staat. En verwacht zij dat de gemeente hieraan een bredere impuls geeft. Bijvoorbeeld door pro actief informatie aan te bieden (bijvoorbeeld demografische informatie); het actiever meedenken bij het stimuleren van welzijnsactiviteiten of het tijdig beschikbaar stellen van (gecentraliseerde); het leveren van professionele expertise om een ontwikkeling door te vertalen naar concrete activiteiten voor de burgers (bijvoorbeeld participatie van burgers met een lichamelijke of geestelijk beperking). De uitgebreidere verwachtingen van de Raad ten aanzien van de rol van de gemeente sluiten niet aan met het geldende, formele beleid. Ook geeft de Raad aan dat zij ‘te laat horen wanneer het minder gaat’ met de gemeenschapshuizen. Zij hebben ook geen inzicht in de cijfers: financieel, exploitatie, gebruikers en mate van gebruik. Inherent aan de huidige rolverdeling (gemeente op afstand) is dat zij niet periodiek en systematisch worden geïnformeerd over de gang van zaken bij de gemeenschapshuizen. Ook hier sluiten de verwachtingen van de Raad niet aan bij het huidige beleid.

Verder heeft de gemeente ter ondersteuning van de leefbaarheid in aan de bestuurders van de gemeenschapshuizen een professionaliserings- workshop aangeboden via Figulus Welzijn. Een andere mogelijkheid voor de gemeente om de exploitatie van de gemeenschapshuizen te stimuleren is het huren van (vergader)ruimtes. Sommige gemeenschapshuizen geven aan dat dit nog te beperkt gebeurt.

Pagina 21

Samenwerking tussen de gemeenschapshuizen Onderzoeksvraag 9 Hoe is de kwaliteit van het samenspel tussen de gemeenschapshuizen? > In welke mate stimuleren of hinderen de gemeenschapshuizen elkaar bij de onderlinge samenwerking? De gemeenschapshuizen hebben een belangrijke taak bij het realiseren van leefbaarheid, gemeenschapszin en burgerparticipatie binnen hun woonkernen. De te bereiken maatschappelijke opgaven komen voor elke woonkern grotendeels overeen. De wijze waarop dit wordt ingevuld en welke activiteiten concreet worden ontplooid kunnen, op onderdelen, verschillen. Bijvoorbeeld door het wel of niet aanwezig zijn van: een school; commerciële horeca; jeugdclubs. Ook zijn de technische en logistieke faciliteiten van het gebouw een factor. Denk bijvoorbeeld aan het aantal beschikbare ruimtes en de aanwezigheid van een grote keuken (mogelijkheid om met groepen te koken). De gemeenschapshuizen hebben dus een gemeenschappelijke opgave. Ook de wijze waarop dit te organiseren en de concrete activiteiten vertonen een belangrijke overlap. De besturen van de gemeenschapshuizen zijn zich bewust van deze gemeenschappelijke taak en het nut van gezamenlijk overleg en afstemming. Vandaar dat zij periodiek overleg hebben. Deze overleggen worden bij toerbeurt georganiseerd.

Tijdens ons onderzoek hebben wij geconstateerd dat bij deze overleggen sprake is van het hinken op meerdere gedachten. De gemeenschapshuizen onderschrijven het nut en belang van de overleggen. De overleggen worden met enige regelmaat gehouden. Op de agenda staan onderwerpen die de kern van de gemeenschapshuizen raken (denk aan het verkennen van subsidiemogelijkheden en hoe invulling geven aan ontwikkelingen in sociaal domein. Aan de ander kant blijkt dat deze overleggen op onderdelen niet optimaal verlopen. Bijvoorbeeld: niet alle gemeenschapshuizen zijn bij alle vergaderingen vertegenwoordigd (zien de toegevoegde waarde niet) en de overlegfrequentie is onduidelijk (sommigen spreken over éénmaal per twee jaar; anderen over éénmaal per half jaar). Observaties vanuit het onderzoek: ‘we kunnen van elkaar leren’; ‘we staan samen sterk richting de gemeente’ maar ook …… ‘we zijn ook concurrenten van elkaar (denk bijvoorbeeld aan de Herfstmarkt)’ en ‘we kunnen veel zelf’. De besturen onderkennen het gemeenschappelijk belang van de onderwerpen, maar geven ook aan dat hierbij ‘concurrentie-overwegingen’ kunnen spelen. Een concreet voorbeeld is de organisatie van een herfstmarkt. Het ene gemeenschapshuis stelt dat zij dit nieuwe en succesvolle evenement hebben bedacht en dat dit idee later is overgenomen door andere.

Vanuit het gesprek met de wethouders kwam de suggestie naar voren dat, al dan niet bij toerbeurt, een bepaald gemeenschapshuis zicht toelegt op een specifieke activiteit voor het hele dorp. Van belang is om vanuit heldere uitgangspunten (inclusief mogelijk gewijzigde rol en functie gemeente) duidelijk te bepalen voor welke onderwerpen het relevant is om te overleggen met andere gemeenschapshuizen. Uiteraard met inachtneming van zelfstandigheid en specifiek lokale omstandigheden en kleur.

Pagina 22

Een belangrijk onderdeel van ons onderzoek betreft het in beeld brengen van de leer/ verbeterpunten van en tussen de gemeenschapshuizen. Vanuit de ontvangen documentatie, de enquêtes en de werkateliers hebben wij per gemeenschapshuis de meest opvallende punten genoteerd. Deze punten zijn gericht op het leren: wat gaat opvallend goed en kunnen anderen van ons leren? En: wat kan beter en kunnen wij van anderen leren? Voor de goede orde: dit betreft de punten die zijn ‘opgevallen’. Wij hebben geen uitgebreid onderzoek per gemeenschapshuis uitgevoerd. Verder geldt dat deze punten ook afhankelijk kunnen zijn van de specifieke omstandigheden en gemaakte (organisatorische) keuzes. Deze punten staan als ‘best practices’ in de tekst genoemd. Dit betreft een breed scala aan onderwerpen. Variërend van beleidsmatig (‘opstellen dorpsplan’) tot en met het uitwisselen van bardiensten bij jaarlijkse volksfeesten. Bij het jaarlijkse oranje(volks)feest verzorgt De Ringkamp (Haart) de bardienst bij De Markerink (Barlo) en vice versa. Hierdoor kunnen de vrijwilligers maximaal genieten van het eigen feest. Deze punten lenen zich goed voor agendering in het overleg met de besturen en/of bilaterale bespreking.

Pagina 23

3

Meerwaarde en resultaten gemeenschapshuizen Gezonde en toekomstbestendige exploitatie Onderzoeksvraag 10 In hoeverre is sprake van een gezonde exploitatie van de gemeenschapshuizen? > Kapitaallasten, overige lasten, opbrengsten.

Bij de bevindingen over de exploitatie van de gemeenschapshuizen is van belang om expliciet bewust te zijn van de inzet van vrijwilligers. Zowel op het bestuurlijke als het uitvoerende vlak. Dit geeft context bij de interpretatie van de financiële cijfers. Zonder de inzet van vrijwilligers kunnen de gemeenschapshuizen niet bestaan. Zij vormen de ruggengraat voor het gebouw, het beleid, de activiteiten en de gemeenschapszin. De meeste gemeenschapshuizen hebben de beschikking over genoeg vrijwilligers. Bij een aantal is het lastig om bestuursleden te krijgen, met name jongeren. Deels is hier winst te behalen door kritisch naar de organisatorische structuur te kijken. Denk bijvoorbeeld aan: mogelijke samenvoeging bestuursfuncties van de ‘vereniging’ en de ‘stichting’; onderscheid naar dagelijks en algemeen bestuur. Hiermee kan de schaarse bestuurscapaciteit efficiënter worden ingezet. De vrijwilligers beschikken over het algemeen over voldoende kennis en kunde om de taken uit te kunnen oefenen. Op beleidsmatig terrein hebben een drietal gemeenschapshuizen externe hulp ingeschakeld. Van de activiteiten binnen het sociaal domein geven meerdere gemeenschapshuizen aan dat zij daarbij professionele ondersteuning nodig hebben om deze goed uit te kunnen voeren. Een aantal gemeenschapshuizen hebben een betaalde beheerder. Bij andere wordt het beheer gedaan door vrijwilligers.

Elk gemeenschapshuis maakt hierbij eigen afwegingen. In het kader van dit onderzoek zijn de specifieke argumenten en de afspraken met de beheerder niet beoordeeld.

ZO KAN HET OOK ………’t Romienendal

Bij ’t Romienendal is de beheerder al bijna 25 jaar in dienst; tot ieders tevredenheid en bij een sluitende financiële exploitatie. Een gezonde en toekomstbestendige exploitatie van de gemeenschapshuizen is van cruciaal belang om in continuïteit de maatschappelijke opgaven goed in te kunnen blijven vullen.

Pagina 24

In de gesprekken met de wethouders en begeleidingscommissie van de Raad is aangegeven dat zij zich zorgen maken over de financiële exploitatie, met name op de langere termijn. En dat hiermee de leefbaarheid in de woonkernen op de langere termijn onder druk kan komen te staan. Wij hebben voor ons onderzoek bij de gemeenschapshuizen uitvraag gedaan naar de financiële exploitatiecijfers en meerjarenbegrotingen. De opgeleverde informatie is gemêleerd. Dit varieert van een recent jaarverslag en/of meerjarenbegroting tot (slechts) het statement dat de exploitatie van jaar tot jaar sluitend is. De best practice: publiceer op de website van meerdere jaargangen het sociaal jaarverslag (inzicht in de activiteiten) en de jaarrekening (financieel). Voor intern gebruik (sturing) heeft het bestuur een financiële meerjarenbegroting beschikbaar. > Het gemeenschapshuis is transparant over de maatschappelijke activiteiten en financiële exploitatie. > En heeft een sterk sturingsmiddel. > In de praktijk zien wij deze variant alleen bij ’t Dorpshuus IJzerlo terug. Wij volstaan met het vermelden van de door het bestuur afgegeven kwalificatie van status en ontwikkeling van de exploitatiecijfers, ook omdat de gemeenschapshuizen zelfstandige entiteiten zijn. De cijfers zijn niet door ons onderzocht.

Bij het interpreteren van de exploitatiesaldi is van belang bewust te zijn dat een aantal factoren spelen: > Exploitatie kan niet los worden gezien van de technische staat van het gebouw: achterstallig onderhoud impliceert lagere onderhoudslasten en dus gunstiger exploitatiesaldo. Overigens kunnen de lasten wel jaarlijks voorzien/ gereserveerd zijn, waardoor dit effect niet of slechts deel aan de orde is. > In geval sprake is van investeringsbijdragen in het verleden door de gemeente, kan dit een positief effect op het exploitatiesaldo hebben: het gebouw is –deels- (relatief) nieuw. > Bij veel van de gemeenschapshuizen worden de uitbreidingen en het onderhoud –deelsuitgevoerd door vrijwilligers. Deze inzet leidt tot lagere lasten. Als de inzet van de vrijwilligers in de toekomst lager wordt, zullen de lasten stijgen. De mate waarin de inwoners zelf (extra) financieel bijdragen aan de benodigde investeringen en het onderhoud (‘met de pet rond’) heeft hetzelfde effect. > De wensen/ eisen die aan het gebouw worden gesteld qua functionaliteiten, uitstraling en dergelijke bepalen mede het niveau van de investeringen en het onderhoud. > Een aantal gemeenschapshuizen hebben een professionele, betaalde beheerder/ exploitant. Dit betreft ’t Dorpshuus IJzerlo, ’t Romienendal, Kulturhus Lintelo (vacant), Kulturhus Dinxperlo, Kulturhus Bredevoort en De Hofnar.

Wij hebben niet nader onderzocht welk effect dit heeft op de exploitatiesaldi.

Pagina 25

Niet alle factoren zijn ‘hard’ en tastbaar ……….. maar zijn zeker medebepalend voor succes …… Vanuit het werkatelier De Ringkamp (Haart):

De Ringkamp

‘We zijn een zuinig bestuur, dat sobere keuzes maakt.’ De exploitatiesaldi van de gemeenschapshuizen geven het volgende beeld: > De meeste gemeenschapshuizen hebben een ‘van jaar tot jaar sluitende exploitatie’. > Bij de kulturhuse Lintelo en Dinxperlo is de exploitatie ‘nog negatief met een positieve trend’. Voor de gebouwen D’n Heurnsen Tref, De Ringkamp en ’t Romienendal geldt dat de investeringen en het onderhoud grotendeels zelf zijn uitgevoerd. Met geen of slechts beperkte bijdrage van de gemeente. > Voor De Hofnar is de exploitatie ‘sluitend, maar geen ruimte voor onderhoud/ investeringen’. Bij De Hofnar is sprake van veel achterstallig en groot onderhoud. > Een aantal gemeenschapshuizen overwegen investeringen/ onderhoud waarvan de vraag is of deze met eigen financiën en menskracht gerealiseerd kunnen worden. Dit betreft De Markerink (splitsen grote zaal), D’n Heurnsen Tref (modernisering) en ’t Romienendal (modernisering). > De reguliere exploitatie biedt geen ruimte voor groot onderhoud en verbouwingen. Deze worden gerealiseerd door investeringssubsidies en/of door inzet van vrijwilligers. De financiële exploitatie is dus niet toekomstbestendig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=0d142b10-96fe-49c5-9878-0d3748a523ad