Raadsmededeling 27-2024 Beantwoording schriftelijke vragen CU n.a.v. raadsmededeling 24-2024 Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek
Tekst van het document
12
Het is de eigen verantwoordelijkheid van iedere gemeentelijke organisatie om de benodigde capaciteit beschikbaar te stellen voor de regionale opgave. Hiervoor zijn de rijksmiddelen (CDOKE) in te zetten en ook de eigen gemeentelijke begroting. Onze inschatting is dat de regionale samenwerking inzet van een ordegrootte van ca. 5 – 10% van de CDOKE-middelen vergt, jaarlijks ca. € 275.000 – 550.000. Aanvullend vragen wij budget aan voor regionale samenwerking voor hernieuwbare warmte via de SPUK Nationaal Programma Lokale Warmte. Naast budget voor gemeentelijke capaciteit dient elke gemeente ook voldoende middelen beschikbaar te stellen aan regionale activiteiten, zoals bijvoorbeeld het Energieloket, het Duurzaam Ondernemerscentrum, de ODA en co-financiering voor CEETprojecten. Hierover rapporteren de werkgroepen aan het Duco-overleg en het BAO.
3.5. Planning en evaluatie We hebben afgesproken het regionale uitvoeringsprogramma elke 2 jaar te herijken. Herijken betekent monitoren, evalueren en bijstellen. Het volgende moment daarvoor is eind 2025. Herijking kan op 1) de voortgang op de kwantitatieve doelstellingen voor 2030 en 2050, en 2) onze samenwerking. Bij de volgende herijking zullen we kijken 10 jaar vooruit, naar de route richting 2035.
Bestuurlijke afstemming hebben we 6 keer per jaar. Voorafgaand aan een BOA hebben we een duco-overleg om de agenda voor te bereiden. Onderwerpen en werkgroepen agenderen we voor een BAO als concrete ontwikkelingen daar aanleiding voor geven. In de werkgroepen werken we projectmatig. De agenda’s en actielijsten worden door de werkgroep gedeeld met het Duco-overleg. Periodiek geeft de voorzitter van een werkgroep terugkoppeling tijdens een Duco-overleg. Hiervoor stelt de voorzitter van de werkgroep een jaarplan of een projectplan op voor de werkgroep. Dit hebben we nog niet eerder gedaan, voor 2024 willen we daar mee starten. Jaarplannen (en projectplannen) en tussentijdse monitoring op de voortgang daarvan zijn de manier waarop we sturen binnen het regionale programma. In een jaarplan neemt een werkgroep op welke stappen zij van plan is te zetten en/of welke resultaten gehaald gaan worden. En geeft de werkgroep aan wat zij daarvoor nodig heeft. Via accordering van het jaarplan zijn het BAO en DUCO opdrachtgever én facilitator van een werkgroep. Planningen en evaluaties doen we voor onze samenwerking. Maar het is ook behulpzaam bij het opstellen van eigen gemeentelijke uitvoering. Onze rapportages en monitoring dient dan gelijk op te lopen met de gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen.
13
4. Wat we doen, in een overzicht Een toelichting is te vinden op de volgende pagina. De opsomming van programma-onderwerpen is een momentopname.
Voor de volledigheid is de RES ook opgenomen in deze visuele weergave, maar valt niet onder deze governance.
14
4.1. Programma-uitvoering
4.5. Input
Centraal in ons programma staat de uitvoering wat bestaat uit de vier deelprogramma’s Woningen, Gebouwen, Opwek en de Samenwerking. Alle onderwerpen, aanpakken en taken geven wij een plek binnen deze deelprogramma’s. Dit is onze afbakening. We werken in het programma met werkgroepen. Daarin zitten onze mensen. Een werkgroep is opdrachtnemer van haar activiteiten. De voorzitter van een werkgroep is verantwoordelijk voor de uitvoering en aanspreekbaar op de voortgang. Verschillende werkgroepen kunnen variëren in levensduur, ‘span of control’ en projectfase.
Voor het samenwerken hebben we ook financiële middelen nodig. Wij laten dit aan de verantwoordelijkheid van elke gemeente om dit voldoende te leveren via haar raadsbegroting. Een gemeente kan hiervoor eigen middelen inzetten en ook de middelen die via de provincie en het rijk beschikbaar zijn. Het programma richten wij zo in dat gemeenten transparant zich kunnen verantwoorden.
4.2. Programma aansturing De uitvoering wordt aangestuurd door het BAO en DUCO. Zij zijn opdrachtgever voor de uitvoering. Binnen de aansturen vallen ook de monitoring, evaluatie en bijsturen. De aansturing heeft twee aandachtsvelden: 1) liggen we op koers voor 2030 en 2050, en 2) hoe loopt onze samenwerking?
4.3. Programma effecten We willen dat onze uitvoering concrete CO2-/ en energie-effecten heeft op de in deel 1 gedefinieerde speerpunten. Alle activiteiten van het programma richten we op die beoogde effecten. Via backcasting met scenario’s uit het Energietransitie-model maken we zichtbaar welke stappen we nog moeten zetten voor 55% CO2-reductie in 2030.
4.4. Programmamensen Onze samenwerking en programma heeft zelf geen mensen in dienst. Het programma is het organiserend vermogen wat onze mensen ruimte (kaders, tijd, geld) biedt om te werken aan de regionale opgave. We zetten de mensen in van onze eigen gemeentelijke organisaties, organisaties waar wij eigenaar van zijn, en partnerorganisaties.
15
4.6. Huidige werkgroepen (november 2023) We zitten in een fase van transitie van een losse aansturing naar programmatisch werken. De bestaande activiteiten zetten we nu om naar werkgroepen. Voorzitter 1. Samenwerking 1.1. Bestuurlijk afstemmingsoverleg Duurz. OIJ 1.2. Duurzaamheidscoördinatoren overleg DO 1.3. Werkgroep lancering AvG 3.0 DO 1.4. Kwartiermaker uitvoeringsagenda BL 1.5. Werkgroep monitoring WW 2. Woningen 2.1. Werkgroep Energieloket DO 2.2. Werkgroep Energiearmoede DO 2.3. Werkgroep Nationaal Isolatieprogramma BL 2.4. Werkgroep Natuur-inclusief isoleren WW 2.5. Warmtecoördinatoren-overleg ML 3. Gebouwen 3.1. Werkgroep Bedrijven WW 4. Opwek 4.1. Werkgroep AGE BV OIJ 4.2. Werkgroep ontwikkelfonds EnergieSamen ML RES Achterhoek* BL *De RES heeft een eigen aansturing, beslis- en werkstructuur, maar is voor de volledigheid wel in deze beschrijving opgenomen.
16
Samen d’ran! Plaats:
Datum:
_________________________
_________________________
Gemeente Aalten
Gemeente Berkelland
_________________________
_________________________
Gemeente Bronckhorst
Gemeente Doetinchem
_________________________
_________________________
Gemeente Montferland
Gemeente Oost Gelre
_________________________
_________________________
Gemeente Oude IJsselstreek
Gemeente Winterswijk
Het akkoord van Groenlo 3.0 is mede tot stand gekomen onder begeleiding van Royal HaskoningDHV
en h
• •
•
•
•
• en •
MT-besluit gemeente Aalten
Zaakkenmerk/Onderwerp Verantwoordelijk organisatieonderdeel Zaakkenmerk/Documentkenmerk Vertrouwelijkheid
Z/22/121412/Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek Ruimte/team Openbare Ruimte Z/22/121412/D-496664 Openbaar
Toelichting voorstel Samenvatting
H.J. Groters In het Regionale Uitvoeringsprogramma energietransitie Achterhoek (RU23) is ambitie uit het AvG 3.0 concreet gemaakt, er zijn herijkte en meetbare doelen geformuleerd. Deze komen overeen met de opgave uit het nationale Klimaatakkoord en de RES 1.0 Achterhoek. Het is duidelijk wat de opgave is en welke bijdrage de gemeente hierin (minimaal) levert (zie hiervoor de RU23 deel 1 de samenvatting en de figuur op pagina 11). Daarnaast is een werkwijze uitgewerkt waarin de governance en de manier van samenwerken duidelijk is vastgelegd.
Voorgestelde beslispunten
Besluit
Inleiding
De beslispunten zijn: 1. Het Regionale Uitvoeringsprogramma energietransitie Achterhoek vaststellen 2. Het Regionale Uitvoeringsprogramma energietransitie Achterhoek met begeleidende raadsmededeling naar de gemeenteraad sturen
Akkoord.
Historie In 2009 hebben 8 gemeenten (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk) gezamenlijk het Akkoord van Groenlo (AvG) opgesteld. In dit akkoord zijn afspraken over grootschalige energiebesparing en productie van hernieuwbare energie vastgelegd. In 2013 is het AvG herzien (AvG 2.0) en in 2016 en vertaald in de Uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek (UA2016). Hierin zijn concrete doelstellingen voor energiebesparing en opwekking van duurzame energie opgenomen. Na een evaluatie hebben de gemeenten in 2019 een uitvoeringsagenda meer gericht op versterking van de onderlinge samenwerking, o.a. door het formuleren van nieuwe projecten en werkgroepen. In 2018 en in 2020 zijn de doelstellingen uit de UA2016 gemonitord.
In 2019 is het Nationale Klimaatakkoord vastgesteld. Het Klimaatakkoord geeft richting aan de energietransitie in Nederland. Zo is de totale opgave weergegeven en is aangegeven welke partijen voor welke onderdelen van de opgave verantwoordelijk zijn. De opgave is uitgedrukt in reductie van broeikasgassen, in CO2 equivalenten. Het landelijk gebruikte rekenmodel Energy Transition Model (ETM) geeft veel inzicht in de opgave. ETM rekent scenario’s door, en maakt duidelijk hoeveel en welke reductie een (landelijke en gemeentelijke) maatregel oplevert. De Regionale Energie Strategieën (RESsen) en de Transitievisie Warmte (TVW) komen voort uit het klimaatakkoord. De RESsen gaan vooralsnog vooral over op de opwek van duurzame energie en de TVW over het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Ter voorbereiding op de Achterhoekse Regionale Energie Strategie (RES 1.0) in 2021, zijn de cijfers uit de UA2016 opnieuw berekend aan de hand van de monitoringsresultaten en het rekenmodel ETM. Hieruit bleek dat de opgave voor een energieneutrale Achterhoek een stuk groter is dan voorzien in de UA2016. Een herijking van het Akkoord van Groenlo en de bijbehorende opgave (in cijfers) was daardoor zeer gewenst. Eind 2022 hebben alle 8 gemeenten het Akkoord van Groenlo aangepast (AvG 3.0).
De doelstelling is aangepast van ‘energieneutraal in 2030’ naar ‘als regio Achterhoek zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2050, energieneutraal’. De afspraak om regionaal goed samen te werken op dit thema is herbevestigd en heeft meer nadruk gekregen. Huidige situatie; onze ambitie en de opgave De Achterhoek liep vanaf de vaststelling van het eerste Akkoord van Groenlo in 2009 voorop met haar energieambities, -doelstellingen en de wijze van regionaal samenwerken. Deze aanpak werkte goed maar we werden daarnaast ook geremd in de uitvoering, bijvoorbeeld door de nationale opgaven, richtlijnen, verplichte werkwijzen, onvoorziene omstandigheden, complexiteit en nieuwe inzichten. Het ontstaan van het Nationale Klimaatakkoord in 2019 is belangrijk. Dit akkoord geeft duidelijk aan wat er moet gebeuren, en wie wat moet doen. De taken en opgaven zijn verdeeld. Er ontstond het besef dat regionaal en nationaal beleid meer in elkaar moeten grijpen, en elkaar moeten versterken. Daarom hebben we een nieuw Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2023 (RU23) geschreven (bijlage 1, RU23 met deel 1 en 2). In het RU23 worden het Nationale Klimaatakkoord en het AvG 3.0 gekoppeld. De opgaven uit het Nationale Klimaatakkoord zijn vertaald naar de Achterhoek.
Het is nu duidelijk welke opgaven de gemeenten minimaal moet doen om evenredig bij te dragen aan het Klimaatakkoord en om invulling te geven aan het AvG 3.0. In de RU23, deel 1 staat in de samenvatting hoe we de opgave willen realiseren. Op pagina 11 staat ook een figuur die de opgave duidelijk aangeeft). Huidige situatie: regionale samenwerking Sinds lange tijd wordt er regionaal samengewerkt aan de energietransitie. Ambtenaren overleggen structureel en werken veel samen en in de uitvoering spelen het Energieloket Achterhoek en de Agem een belangrijke rol. Bestuurders hebben een structureel overleg waarin de koers wordt afgestemd. Deze manier van werken heeft veel opgeleverd. Toch is het verstandig de samenwerking te herzien. Het onderwerp energietransitie groeit hard. Het Rijk heeft budget vrijgemaakt, tot 2030 om op gemeentelijk
niveau capaciteit te zetten op de uitvoering van het Klimaatakkoord. Het is een SpUK regeling met de naam CDOKE (Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid). De gemeente Aalten ontvangt uit CDOKE in 2023, 2024 en 2025 in totaal € 1.516.740. Naast het CDOKE-budget zijn er ook andere budgetten beschikbaar die meer gericht zijn op de uitvoering; er zijn SpUK’s en subsidies voor de aanpak energiearmoede, de verduurzaming van woningen van label D en lager (NIP gelden). De regionale samenwerking is met het AvG 3.0 opnieuw bekrachtigd en wordt voortgezet volgens het principe ‘Gezamenlijk regionaal optrekken waar het kan, flexibiliteit waar nodig en altijd met uitwisseling van kennis en ervaringen om te leren van elkaar. In het RU23 (deel 2) is de manier van samenwerken vastgelegd.
Argumenten
1.1. RU23 (deel 1) geeft een duidelijk beeld van de opgave tot 2030 Het document herijkt de Uitvoeringsagenda 2016 (“Regionale uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek, maart 2016”). Deze herijking was nodig, er is sinds 2016 veel veranderd, veel nieuw (inter)nationaal beleid en nieuwe inzichten. Belangrijk hierin is het “Verdrag van Parijs” uit 2015 dat tot doel heeft de klimaatverandering mondiaal te verminderen. Het Nationale Klimaatakkoord uit 2019 geeft hier invulling aan. In het begin van de RU23 wordt een soort 'foto' van de huidige situatie weergegeven. Er wordt aangegeven waar we op dit moment staan t.a.v. de uitstoot van broeikasgassen. Er wordt tevens aangegeven voor welke onderdelen uit het Nationale Klimaatakkoord de gemeenten aan de lat staan; energie-opwek en verduurzaming van de gebouwde omgeving. De gemeentelijke opgaven uit het Klimaatakkoord zijn gekwantificeerd. Ook zijn er voorstellen gedaan hoe we de opgave kunnen halen. Deze voorstellen zijn doorgerekend in het ETM, en het model geeft aan welke gemeentelijke maatregelen welke reductie, en hoeveel, behaalt. In de RU23 worden dus nog geen besluiten gevraagd, alleen voorstellen gedaan. De voorstellen zijn ambitieus maar ook realistisch, ze sluiten ook aan bij de huidige activiteiten van gemeenten en bij de opgave uit de RES.
1.2 RU23 (deel 2) legt vast hoe we als regio samenwerken Het belang van duurzaamheid, energietransitie, wordt steeds belangrijker. Er zijn steeds meer activiteiten op het thema duurzaamheid en energietransitie, meer opgaven, meer werk en mensen, meer en grotere budgetten. Door deze groei is het gewenst de governance opnieuw in te richten. RU23, deel 2, geeft aan hoe wij als gemeenten samenwerken aan de regionale energiedoelstellingen. We beschrijven daarbij de aansturing van het programma (governance), de manier van programmatisch werken en de inzet van middelen, capaciteit en kwaliteit om te komen tot meetbare resultaten, gerelateerd aan de gezamenlijke doelstelling. We spreken ook af hoe we het werk onderling verdelen en hoe we de voortgang en de afspraken monitoren. 1.3 Er wordt duidelijkheid gegeven welke thema’s regionaal en welke lokaal worden opgepakt Er wordt al veel samengewerkt op regionaal niveau, beleid wordt onderling
afgestemd. Daarnaast is iedere gemeente op lokaal niveau bezig met de uitvoering van de energietransitie. We werken allen aan dezelfde doelen, maar lokaal soms op een andere manier. Door goede uitwisseling van kennis en ideeën leren we van elkaar. Regionale thema’s worden in werkgroepen uitgewerkt. Uit deze thema’s komen activiteiten. Het doel ligt vast maar de lijst met projecten en activiteitenlijst is flexibel. Er worden jaarplannen opgesteld voor elke regionale werkgroep. Deze kunnen worden aangepast indien er nieuwe inzichten zijn. Veranderingen in bijvoorbeeld landelijk beleid, de RES 2.0 of samenwerking met partners (onder andere de andere O’s) kunnen een aanleiding vormen voor het bijstellen van de programma’s en projecten. Jaarplannen (en projectplannen) en tussentijdse monitoring op de voortgang zijn de sturingsinstrumenten binnen het regionale programma. 2.1 De gemeenteraad heeft gevraagd om meer inzicht in de opgave en concrete korte termijndoelen De gemeenteraad heeft op 25-4-2023 ingestemd met het AvG 3.0. Daarbij is een amendement aangenomen om de raad bij de uitvoering te betrekken en lokaal een klimaatgas-emissie-reductie van 60% tov 1990 na te streven (60% reductie op de emissie van broeikasgassen). In het akkoord staat ook dat er een uitvoeringsprogramma gemaakt wordt.
Het RU23 is een belangrijk stap in het concretiseren van het AvG 3.0 en het is daarom belangrijk om het rapport ter kennisname naar de raad te sturen. Het college zal het RU23 begin 2024 vertalen naar een lokaal uitvoeringsprogramma met voortgangsrapportage. De opvolger van het Plan van Aanpak Duurzaamheid. De raadsmededeling (in bijlage 3) versturen nadat alle colleges van de Achterhoekse gemeenten hebben ingestemd Kanttekeningen
A. Het Klimaatakkoord is breder dan energietransitie Het Nationale Klimaatakkoord gaat over het terugdringen van de hoeveelheid broeikasgassen (CO2 equivalenten), en dat is breder dan energietransitie. De gemeenten kunnen zeker ook op andere vlakken bijdragen aan het klimaatakkoord, en hebben ook op andere terreinen invloed om de klimaatverandering te verminderen. Denk aan groen- en natuurontwikkeling (biodiversiteitsherstel), duurzame mobiliteit, circulariteit, verduurzaming van de landgebruik e.d. In deel 1 van RU23 is onderscheid gemaakt tussen het energetische deel van de broeikasgassenuitstoot en het niet-energetische deel. Het niet-energetische deel is met name de uitstoot vanuit de landbouw. De gemeente is weliswaar ook een speler bij het niet-energetische deel van de broeikasgassenuitstoot maar heeft hierop minder invloed. Andere stakeholders hebben hierin meer verantwoordelijkheid en aansturingsmogelijkheden. Er is daarom gekozen om de focus te leggen op de onderwerpen waar we als gemeente meer regie hebben. In de RU23 richten we ons daarom op de verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving en de opwek van hernieuwbare energie. B. Door onverwachte knelpunten zijn de doelen minder haalbaar geworden Energietransitie is de overgang naar een situatie waarin de energievoorziening structureel anders van aard en vorm is dan het huidige energiesysteem.
Het gaat om de overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen. Deze transitie is niet eenvoudig en er zullen nieuwe tegenslagen komen. Recente voorbeelden hiervan zijn de congestie in het elektriciteitsnet en de strijdigheid met de Wet natuurbescherming (Wnb) bij het isoleren van woningen. Knelpunten tegenkomen en oplossen hoort bij het transitieproces. In de RU23 zijn de doelen voor 2030 geconcretiseerd. Het is een stip aan de horizon waar we
naar toe werken. De actualiteit, inclusief de obstakels worden verwerkt in de jaarplannen. Doordat we monitoren is het mogelijk aanpassingen te doen in het plan (planning & control cyclus). Het einddoel blijft staan. C. De gemeente heeft maar een beperkte invloed De gemeente heeft invloed op energietransitie en hier zullen we maximaal aan werken. Het AvG 3.0 kan echter alleen slagen als de andere O’s en de inwoners ook acties ondernemen. In het AvG worden andere O’s opgeroepen elk op eigen wijze bij te dragen aan een energieneutrale Achterhoek (zie bijlage 2a en 2b). De RU23 is de gemeentelijke vertaling van het AvG 3.0, met de speerpunten waar de gemeenten zich voor in gaan zetten. D. Het RU23 heeft nog geen lokale vertaling van de doelstelling De RU23 is een regionale opgave. Gemeenten zullen deze vertalen in een lokale opgave. Zo wordt concreet gemaakt wat de lokale opgave is. Een evenredige verdeling van de opgave naar de afzonderlijke gemeenten is echter niet eenvoudig, er zijn zaken waar de regionale context bepalend is. Dit geldt vooral voor het RES-gedeelte over de opwek van duurzame elektriciteit met zon en wind. De opgave voor de opwek van duurzame energie is sterk gekoppeld aan de ruimtelijke mogelijkheden en de toestand van het elektriciteitsnetwerk. Overleg gevoerd met
Vervolgstappen en planning
Participatie
Communicatie
Dit advies is tot stand gekomen in regionale samenwerking door een werkgroep van Achterhoekse duurzaamheidsambtenaren. Regionaal afgestemd - In januari 2024 worden de jaarplannen voor de werkgroepen gemaakt (zoals beschreven in deel 2 dan RU23) - 7 maart 2024: lancering AvG 3.0
De energietransitie kan alleen slagen als inwoners en organisaties ook meedoen. De gemeente kan beleid maken, projecten uitvoeren en zaken stimuleren. Maar de energietransitie kan niet slagen als de inwoners en organisaties in de regio zich niet inzetten voor de energietransitie. Een goede participatie en communicatie is hierbij essentieel. Er wordt hierbij aan alle onderwerpen aandacht gegeven. Een goede communicatie is essentieel. Er wordt hierbij aan alle onderwerpen aandacht gegeven. - De colleges van de Achterhoekse gemeentes stellen het Regionale Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek vast. Daarna komt er een gezamenlijk persbericht dat verzorgd wordt door de gemeente Berkelland. - Op 7 maart vindt de lancering van het AvG 3.0 voor de andere O’s plaats. Een regionale werkgroep bereidt deze dag voor. Informatie hierover volgt.