Raadsmededeling 27-2024 Beantwoording schriftelijke vragen CU n.a.v. raadsmededeling 24-2024 Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek
Tekst van het document
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
27-2024 26 februari 2024 H.G.Eskes H.J. Groters Beantwoording schriftelijke vragen CU n.a.v. raadsmededeling 24-2024 Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek.
Aanleiding: Schriftelijke vragen ChristenUnie n.a.v. raadsmededeling 24-2024 Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek. Inhoud mededeling: Naar aanleiding van RM 24-2024 heeft de ChristenUnie een aantal schriftelijke vragen, namelijk: 1. waarom staat in het RU het initiatief Wikkerinkweg opgenomen ihkv opwek op land (pagina 18)? Antwoord: Op het moment van opstellen van het RU was het initiatief Wikkerinkweg nog in aanvraag. Na behandeling in de raad is het initiatief opnieuw ingediend en inmiddels is de aanvraag ingetrokken. 2. waarom staat vervanging Hagenwind opgenomen (pagina 17), wetende dat vervanging (voorlopig) niet wordt gerealiseerd (en men dat ook niet van plan is)? Antwoord: Deze ‘vervanging Hagenwind’ met een opbrengst van ca 88 GWh is opgenomen in de RES1.0. Het RU gaat uit van uitvoering van de RES1.0 3. Ook staat in diezelfde tabel dat het zoekgebied wordt vergroot, terwijl het UKZW niet wordt geëvalueerd. Hoe zit dit? Antwoord: In het RU staat deze vergroting van het zoekgebied in de kolom ‘hoe dit te bereiken’ Daarbij wordt geen directe relatie gelegd met het vastgestelde Ukzw. Het meest kansrijk vanuit Hagenwind is het bijplaatsen van een aantal grotere molens naast het handhaven van de huidige 8 molens. Deze 8 molens kunnen technisch immers nog geruime tijd mee.
Deze extra molens kunnen niet in het gebied Hagenwind, zoals aangewezen in het Ukzw, worden geplaatst. In de Plan-MER voor de RES, in uitvoering, wordt door de provincie uitgegaan van een groter zoekgebied. De reden om het Ukzw niet te evalueren is dat er weinig tot geen initiatieven zijn geweest. Wanneer een vergroting van het zoekgebied ‘Hagenwind’ aan de orde is, zal het Ukzw ook moeten worden heroverwogen. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:
Pagina 1 van 1
7-2024 Schriftelijke vragen ChristenUnie n.a.v. raadsmededeling 24-2024 Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek. Naar aanleiding van RM 24-2024 heeft de ChristenUnie een aantal schriftelijke vragen, namelijk: 1. waarom staat in het RU het initiatief Wikkerinkweg opgenomen ihkv opwek op land (pagina 18)? 2. waarom staat vervanging Hagenwind opgenomen (pagina 17), wetende dat vervanging (voorlopig) niet wordt gerealiseerd (en men dat ook niet van plan is)? 3. Ook staat in diezelfde tabel dat het zoekgebied wordt vergroot, terwijl het UKZW niet wordt geëvalueerd. Hoe zit dit? We zien beantwoording graag schriftelijk tegemoet. Namens de CU, Tobias Holtman
Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp
: : : : : :
24-2024 30 januari 2024 30 januari 2024 H.G. Eskes H.J. Groters Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek
Aanleiding: In het herijkte Akkoord van Groenlo 3.0 is een Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek aangekondigd. Inhoud mededeling: Samenvatting De gemeenteraad heeft op 25-4-2023 ingestemd met het AvG 3.0. In het Regionaal Uitvoeringsprogramma energietransitie Achterhoek (RU23) is deze ambitie geconcretiseerd; er zijn nieuwe herijkte meetbare doelen. De cijfers zijn gelieerd aan de ambitie van het Nationale Klimaatakkoord en de RES Achterhoek. Het is duidelijk wat de opgave is en welke bijdrage de gemeente hierin heeft (deel 1). Daarnaast is een duidelijke werkwijze uitgewerkt waarin de governance en de wijze van de regionaal samenwerken is vastgelegd (deel 2). In 2024 wordt een doorvertaling naar een lokaal uitvoeringsprogramma gemaakt. Historie en huidige situatie 1. Historie; terugblik 2009 tot nu In 2009 hebben 8 gemeenten (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk) gezamenlijk het Akkoord van Groenlo (AvG) opgesteld. In dit akkoord zijn afspraken over grootschalige energiebesparing en productie van hernieuwbare energie vastgelegd. In 2013 is het AvG herzien (AvG 2.0) en in 2016 is dit uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek (UA2016). Hierin zijn concrete doelstellingen voor energiebesparing en opwekking van duurzame energie opgenomen.
In 2018 en in 2020 zijn de doelstellingen uit de UA2016 gemonitord. In 2019 is het Nationale Klimaatakkoord vastgesteld. Het Klimaatakkoord geeft richting aan de energietransitie in Nederland. Zo is de totale opgave weergegeven en is aangegeven welke partijen voor welke onderdelen van de opgave verantwoordelijk zijn. De opgave is uitgedrukt in reductie van broeikasgassen, in CO2 equivalenten. Het landelijk gebruikte rekenmodel Energy Transition Model (ETM) geeft veel inzicht in de opgave. ETM rekent scenario’s door, en maakt duidelijk hoeveel en welke reductie een (landelijke en gemeentelijke) maatregel oplevert. De Regionale Energie Strategieën (RES’sen) en de Transitievisie Warmte (TVW) komen voort uit het klimaatakkoord. De
Pagina 1 van 4
RES’sen gaan vooralsnog vooral over op de opwek van duurzame energie en de TVW over het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Ter voorbereiding op de Achterhoekse Regionale Energie Strategie (RES 1.0) in 2021, zijn de cijfers uit de UA2016 opnieuw berekend aan de hand van de monitoringsresultaten en het rekenmodel ETM. Hieruit bleek dat de opgave voor een energieneutrale Achterhoek een stuk groter is dan was voorzien in de UA2016. Een herijking van het Akkoord van Groenlo en de bijbehorende opgave (in cijfers) bleek daardoor gewenst. Eind 2022 hebben alle 8 gemeenten het Akkoord van Groenlo aangepast (AvG 3.0). De doelstelling is aangepast van ‘energieneutraal in 2030’ naar ‘als regio Achterhoek zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2050, energieneutraal’. De afspraak om regionaal goed samen te werken op dit thema is herbevestigd en heeft meer nadruk gekregen. a.
De huidige situatie en de reden voor het Regionaal Uitvoeringsprogramma energietransitie Achterhoek 2023 (RU23)? De Achterhoek liep vanaf de vaststelling van het eerste Akkoord van Groenlo in 2009 voorop met haar energie-ambities, -doelstellingen en de wijze van regionale samenwerking. Deze aanpak werkte goed maar we werden daarnaast ook geremd in de uitvoering, bijvoorbeeld door de nationale opgaven, richtlijnen, verplichte werkwijzen, onvoorziene omstandigheden, complexiteit en nieuwe inzichten. Het ontstaan van het Nationale Klimaatakkoord in 2019 is belangrijk. Dit akkoord geeft duidelijk aan wat er moet gebeuren, en wie wat moet doen. De taken en opgaven zijn verdeeld. Er ontstond het besef dat regionaal en nationaal beleid meer in elkaar moeten grijpen, en elkaar moeten versterken. Daarom hebben we een nieuw Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2023 (RU23) geschreven. In de RU23 zijn de opgaven uit het Nationale Klimaatakkoord zijn door vertaald naar de Achterhoek. Het is nu duidelijk welke opgaven de gemeenten minimaal moet doen om evenredig bij te dragen aan het Klimaatakkoord en om invulling te geven aan het AvG 3.0. Sinds lange tijd wordt er regionaal samengewerkt aan de energietransitie. Ambtenaren overleggen structureel en werken veel samen en in de uitvoering spelen het Energieloket Achterhoek en de Agem een belangrijke rol.
Bestuurders hebben een structureel overleg waarin de koers wordt afgestemd. Deze manier van werken heeft veel opgeleverd. Toch was het nu tijd de samenwerking te herzien. Het onderwerp energietransitie groeit hard. Het Rijk heeft budget vrijgemaakt, tot 2030 om op gemeentelijk niveau capaciteit te zetten op de uitvoering van het Klimaatakkoord. Het is een SpUK regeling met de naam CDOKE (Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid). Naast het CDOKE-budget zijn er ook andere budgetten beschikbaar die meer gericht zijn op de uitvoering; er zijn SpUK’s en subsidies voor de aanpak energiearmoede, de verduurzaming van woningen van label D en hoger (NIP gelden).. De regionale samenwerking is met het AvG 3.0 opnieuw bekrachtigd en wordt voortgezet volgens het principe ‘Gezamenlijk regionaal optrekken waar het kan, flexibiliteit waar nodig en altijd met uitwisseling van kennis en ervaringen om te leren van elkaar. In het RU23 (deel 2) is de manier van samenwerken vastgelegd. 2. Nieuwe situatie: Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek (RU23) is het uitvoeringsprogramma 2023, op basis van Akkoord van Groenlo 3.0 en bestaat uit 2 delen; deel 1: agenda deel 2: hoe werken we aan het Akkoord van Groenlo. Hieronder een toelichting van de twee delen.
Pagina 2 van 4
3. RU 23 deel 1 geeft een duidelijk beeld van de opgave tot 2030 Voorin de RU23 wordt een soort ‘foto’ van de huidige situatie weergegeven; aangegeven wordt waar we op dit moment staan t.a.v. de uitstoot van broeikasgassen. Er wordt tevens aangegeven voor welke onderdelen uit het Nationale Klimaatakkoord de gemeenten aan de lat staan; energie-opwek en verduurzaming van de gebouwde omgeving. De gemeentelijke opgaven uit het Klimaatakkoord zijn gekwantificeerd. Ook zijn er voorstellen gedaan hoe we de opgave kunnen halen. Deze voorstellen zijn doorgerekend in het ETM, en het model geeft aan welke gemeentelijke maatregelen welke reductie behaalt. In de RU23 worden dus nog geen besluiten gevraagd, alleen voorstellen gedaan. De voorstellen zijn ambitieus maar ook realistisch, ze sluiten ook aan bij de huidige activiteiten van gemeenten en bij de opgave uit de RES. In de RU23, deel 1 staat in de samenvatting hoe we de opgave willen realiseren. Op pagina 11 staat ook een figuur die de opgave duidelijk aangeeft). 4. RU23 deel 2 legt vast hoe we als regio samenwerken en er wordt duidelijkheid gegeven welke thema’s regionaal en welke lokaal worden opgepakt Het belang van duurzaamheid, energietransitie, wordt steeds belangrijker. Er zijn steeds meer activiteiten op het thema duurzaamheid en energietransitie, meer opgaven, meer werk en mensen, meer en grotere budgetten.
Door deze groei hebben we de governance opnieuw ingericht. In deel 2 wordt aangeven joe de Achterhoekse gemeenten samenwerken aan de regionale energiedoelstellingen. Beschreven is de aansturing van het programma, de manier van programmatisch werken, de inzet van middelen en mensen, de werkverdeling, de monitoring ed. Doel is om te komen tot meetbare resultaten gerelateerd aan de gezamenlijke doelstelling. Naast het regionale programma is iedere gemeente op lokaal niveau bezig met de uitvoering van de energietransitie. We werken allen aan dezelfde doelen, maar lokaal soms op een wat andere wijze. Door goede uitwisseling van kennis en ideeën leren we van elkaar. 5. Regionale thema’s worden in werkgroepen uitgewerkt. Uit deze thema’s komen activiteiten. Het doel ligt vast maar de lijst met projecten en activiteitenlijst is flexibel. Er worden jaarplannen opgesteld voor elke regionale werkgroep. Deze kunnen worden aangepast indien er nieuwe inzichten zijn. Veranderingen in bijvoorbeeld landelijk beleid, de RES 2.0 of samenwerking met partners (onder andere de andere O’s) kunnen een aanleiding vormen voor het bijstellen van de programma’s en projecten. Jaarplannen (en projectplannen) en tussentijdse monitoring op de voortgang zijn de sturingsinstrumenten binnen het regionale programma. 6. Welke opgave heeft de gemeente Aalten? In de RU23 is de regionale opgave aangegeven.
De Achterhoekse gemeenten moeten zelf de opgave vertalen in een lokale opgave. Het college zal het RU23 begin 2024 vertalen naar een lokaal uitvoeringsprogramma met voortgangsrapportage. De opvolger van het Plan van Aanpak Duurzaamheid. Een evenredige verdeling van de opgave naar de afzonderlijke gemeenten is overigens niet altijd eenvoudig, er zijn zaken waar de regionale context bepalend is. Dit geldt vooral voor het RESgedeelte over de opwek van duurzame elektriciteit met zon en wind. De opgave voor de opwek van duurzame energie is sterk gekoppeld aan de ruimtelijke mogelijkheden en de toestand van het elektriciteitsnetwerk. De opgave om van besparingen in de bestaande bouw op weg naar een aardgasvrije achterhoek is wel te vertalen naar een opgave voor de gemeente Aalten. Tot slot: enkele opmerkingen 7. Invloed gemeente, de andere O’s, participatie en communicatie De gemeente kan beleid maken, projecten uitvoeren en zaken stimuleren. Maar de energietransitie kan niet slagen als de inwoners en organisaties in de regio zich niet inzetten voor de energietransitie.
Pagina 3 van 4
Een goede participatie en communicatie is hierbij essentieel. Er wordt hierbij aan alle onderwerpen aandacht gegeven. 8.
De RU23 is dé gemeentelijke vertaling van het AvG 3.0, met de speerpunten waar de gemeenten zich voor in gaan zetten. In het AvG 3.0 worden andere O’s opgeroepen elk op eigen wijze bij te dragen aan een energieneutrale Achterhoek (zie bijlage 2a en 2b). Op 7 maart vindt de lancering van het AvG 3.0 voor de andere O’s plaats. Het doel is om het betrekken, stimuleren en motiveren van partners bij het realiseren van de ambitie uit het Akkoord van Groenlo. 9. Het Klimaatakkoord is breder dan energietransitie Het Nationale Klimaatakkoord gaat over het tegengaan van de klimaatverandering, over het terugdringen van de hoeveelheid broeikasgassen (CO 2 equivalenten), en dat is breder dan energietransitie. In deel 1 van RU23 is onderscheid gemaakt tussen het energetische deel van de broeikasgassenuitstoot en het niet-energetische deel. Het niet-energetische deel is met name de uitstoot vanuit de landbouw. De gemeente is weliswaar ook een speler bij het niet-energetische deel van de broeikasgassenuitstoot maar heeft hierop minder invloed. Denk aan groen- en natuurontwikkeling (biodiversiteitsherstel), duurzame mobiliteit, circulariteit, verduurzaming van de landgebruik e.d. Andere stakeholders hebben hierin meer verantwoordelijkheid en aansturingsmogelijkheden. Er is daarom gekozen om de focus te leggen op de onderwerpen waar we als gemeente meer regie hebben.
In de RU23 richten we ons daarom op de verduurzaming van de bestaande gebouwde omgeving en de opwek van hernieuwbare energie. 10 Door onverwachte knelpunten zijn de doelen minder haalbaar geworden Energietransitie is de overgang naar een situatie waarin de energievoorziening structureel anders van aard en vorm is dan het huidige energiesysteem. Het gaat om de overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen. Deze transitie is niet eenvoudig en er zullen nieuwe tegenslagen komen. Recente voorbeelden hiervan zijn de congestie in het elektriciteitsnet en de strijdigheid met de Wet natuurbescherming (Wnb) bij het isoleren van woningen. Knelpunten tegenkomen en oplossen hoort bij het transitieproces. In de RU23 zijn de doelen voor 2030 geconcretiseerd. Het is een stip aan de horizon waar we naar toe werken. De actualiteit, inclusief de obstakels worden verwerkt in de jaarplannen. Doordat we monitoren is het mogelijk aanpassingen te doen in het plan (planning & control cyclus). Het einddoel blijft staan.
De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd:
RU Deel 1 RU Deel 2. 2a. Akkoord van Groenlo 3.0, gemeenten 2b. Akkoord van Groenlo 3.0, organisatie/ onderneming/ onderwijsinstelling
Pagina 4 van 4
‘Gezamenlijk regionaal optrekken waar het kan, flexibiliteit waar nodig en altijd met uitwisseling van kennis en ervaringen om te leren van elkaar.’
Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek. Uitvoeringsprogramma 2023, op basis van Akkoord van Groenlo 3.0. Deel 1 – Agenda
Maroeska Boots & Tamara Bos 23 november 2023.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave en leeswijzer
2
Samenvatting
3
1.
Inleiding
4
Begrippen en afkortingen
5
2.
Van broeikasgas- naar energetische CO2-reductie
6
3.
De opgave in de Achterhoek
10
4.
Categorie 1 - Energiebesparing gebouwde omgeving
13
Speerpunt 1 - Huishoudens: Isolatie Speerpunt 2 - Huishoudens: Verwarming Speerpunt 3 - Huishoudens: Zon-pv Speerpunt 4 - Gebouwen: Besparing
5.
14 14 14 15
Categorie 2 - Opwekking duurzame elektriciteit
16
Speerpunt 5 - Zon op gebouwen Speerpunt 6 - Wind Speerpunt 7 - Zon op veld
6.
16 16 17
Programma's en monitoring - hoofdlijnen
19
Programma Woningen Programma Gebouwen (niet-woningen) Programma Opwekken Monitoring
19 20 200 22
Bijlage A – ETM en de cijfers
23
Bijlage B – Definities en vuistregels
27
Bijlage C – Indicatieve verdeling per gemeente
28
Leeswijzer Hoofdstuk 1 – Inleiding. In dit hoofdstuk worden de historie en de huidige situatie beschreven. Ook vind je hier de belangrijkste begrippen uitgelegd. Hoofdstuk 2 – Afbakening. Dit hoofdstuk ‘Van broeikasgas- naar energetische CO2-reductie’ beschrijft de afbakening van deze RU23. Hoofdstuk 3 – Opgave en speerpunten. De opgave waar we voor staan, de 7 speerpunten in 2 categorieën waar de gemeenten zich op gaan richten en de bijdrage van de 7 speerpunten aan de CO2-reductie in de Achterhoek. Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 – Toelichting speerpunten per categorie. In hoofdstuk 4 ‘Energiebesparing in de gebouwde omgeving’ en hoofdstuk 5 ‘Opwekking van duurzame elektriciteit’ worden de speerpunten nader toegelicht. Hoofdstuk 6 – Doorkijk naar deel 2. Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen de programma’s, projecten en monitoring, wat in deel 2 van de RU23 verder wordt uitgewerkt.
2
Samenvatting De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk trekken al sinds 2009 gezamenlijk op in de energietransitie. De regionale samenwerking is met het Akkoord van Groenlo 3.0 (AvG3.0) opnieuw bekrachtigd. Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2023 (RU23) is de vertaling van de afspraken uit het AvG3.0. Dit deel 1 bevat de agenda tot 2030: de opgave uitgedrukt in concrete cijfers. Vanuit het nationaal Klimaatakkoord en de vertaling daarvan naar de Achterhoek is de energie-gerelateerde CO2-reductie in de Achterhoek in beeld gebracht. Binnen het handelingsperspectief van de gemeenten in de energietransitie staan de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving centraal.
Doelstelling:
Zo spoedig mogelijk, uiterlijk in 2050, is de Achterhoek energieneutraal: op jaarbasis wordt net zoveel energie duurzaam opgewekt als gebruikt. Concreet tussendoel: 55% CO2-reductie in 2030.
Aanpak:
De gemeenten zetten tot 2030 in op 7 speerpunten in 2 categorieën.
Categorie 1 – Energiebesparing in de gebouwde omgeving De totaal te realiseren energiebesparing tot 2030 in de Achterhoek is 3.391 TJ, waarvan meer dan de helft gerealiseerd moet worden in de gebouwde omgeving, m.n. door het verlagen van de vraag naar aardgas. De focus ligt op aardgasvrij maken van woningen en gebouwen.
Speerpunt 1: Huishoudens – Isolatie Een kwart van de woningen (36.000-40.000) zetten minimaal 1 labelstap naar minimaal label B.
Speerpunt 2: Huishoudens – Verwarming Een kwart van de woningen (36.000-40.000) stappen over naar een (hybride) warmtepomp.
Speerpunt 3: Huishoudens – Zon-pv De totale productie door zonnepanelen bij huishoudens verdubbeld (naar 1.196 TJ).
Speerpunt 4: Gebouwen – Besparing Verbetering van de gemiddelde isolatiegraad van alle gebouwen naar label B/A en 12,5% van de warmtevraag door (hybride) warmtepompen i.p.v. HR-combiketels op gas.
Categorie 2 – Opwekking duurzame elektriciteit RES1.0 wordt uitgevoerd: de Achterhoekse bijdrage aan het landelijke doel voor grootschalige duurzame energie opwekking op land in 2030 is 1,35 TWh. Minimaal 0,35 TWh grootschalig zon op gebouwen (bedrijfsgebouwen en agrarische bebouwing), 0,546 TWh windenergie en 0,210 TWh zon op veld. Over de niet gealloceerde 0,244 TWh moet duidelijkheid komen in de RES-herijking.
Speerpunt 5: Zon op gebouwen De productie zal moeten verdubbelen om de RES-opgave te halen. Er is voldoende dakpotentieel, maar netcongestie is een belemmerende factor.
Speerpunt 6: Wind Minimaal 23 windmolens van 5,5 MW zijn nog nodig. De RES-opgave is haalbaar als vaart wordt gemaakt op het winddossier.
Speerpunt 7: Zon op veld De RES-opgave van 0,210 TWh wordt behaald mits minimaal 140 ha aan projecten in de pijplijn daadwerkelijk gerealiseerd worden. Additioneel is nog eens 200 ha nodig als de niet gealloceerde RES-opgave volledig door zon op veld wordt ingevuld.
Vervolg:
Op deze speerpunten willen de gemeenten samenwerken en samen optrekken; van elkaar leren, maar ook elkaar aanspreken op de resultaten. Hoe ze dat gaan doen wordt door de gemeenten bepaald in deel 2 van de RU23: de programma’s, projecten en activiteiten. Goede monitoring en de juiste communicatie zijn van groot belang voor het behalen van de doelstellingen en hiermee het succes van de energietransitie in de Achterhoek. Ook dit wordt nader uitgewerkt in deel 2.
3
1. Inleiding Van 2009 tot 2023 In 2009 hebben 8 gemeenten (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk) gezamenlijk het Akkoord van Groenlo gesloten. In dit akkoord zijn afspraken over energiebesparing en grootschalige productie van hernieuwbare energie vastgelegd. In 2013 is het originele AvG herzien (AvG2.0) en vertaald in de Uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek (UA2016), met hierin concrete doelstellingen op energiebesparing en opwekking van duurzame energie. Na een evaluatie hebben de gemeenten in 2019 een uitvoeringsagenda gemaakt gericht op versterking van de onderlinge samenwerking, o.a. door formulering van nieuwe projecten en werkgroepen. In 2018 en in 2020 zijn de doelstellingen uit de UA2016 gemonitord. Ter voorbereiding op de eerste Achterhoekse Regionale Energie Strategie (RES1.0), zijn de cijfers uit de UA2016 opnieuw berekend met behulp van de resultaten uit de monitoring en het open source energiemodel ‘Energy Transition Model’ (ETM). Hieruit bleek dat de opgave voor een energieneutrale Achterhoek een stuk hoger is dan voorzien in de UA2016. Eind 2022 hebben de 8 gemeenten het Akkoord van Groenlo opnieuw geformuleerd (AvG3.0). De doelstelling is aangepast van ‘energieneutraal in 2030’ 1 naar ‘als regio Achterhoek zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2050, energieneutraal’.
Huidige situatie Dit document is de vertaling van de afspraken uit het AvG3.0 met nieuwe cijfers en een gezamenlijk plan waar de gemeenten minimaal invulling aan willen geven. 2 In dit Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2023 (RU23) is vastgelegd op welke doelstellingen en speerpunten de gemeenten actief inzetten. De Achterhoek liep vanaf het eerste Akkoord van Groenlo voorop in ambities en doelstellingen en met name in regionale samenwerking. Het gevolg is dat de Achterhoekse gemeenten op veel vlakken aanzienlijk voorlopen op de rest van Nederland, maar op andere vlakken ook geremd werden in de uitvoering, bijvoorbeeld door de nationale opgaven, richtlijnen en werkwijze en door onvoorziene omstandigheden, complexiteit en nieuwe inzichten. De twee sporen van regionaal en nationaal beleid zullen nu in elkaar moeten overlopen. Het AvG3.0 is daarom gekoppeld aan het Klimaatakkoord en de opgaven per sector uit dit nationale akkoord. De regionale samenwerking is met het AvG3.0 opnieuw bekrachtigd en wordt voortgezet volgens het principe ‘Gezamenlijk regionaal optrekken waar het kan, flexibiliteit waar nodig en altijd met uitwisseling van kennis en ervaringen om te leren van elkaar.’.
Van nu tot 2030 De gemeenten zetten in op 7 speerpunten in 2 categorieën binnen het handelingsperspectief van de gemeenten in de energietransitie: de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving. Netcongestie is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Binnen categorie 1 – Energiebesparing in de gebouwde omgeving zijn dit: speerpunt 1: Huishoudens – Isolatie, speerpunt 2: Huishoudens – Verwarming, speerpunt 3: Huishoudens - Zon-pv en speerpunt 4: Gebouwen – Besparing. Binnen categorie 2 – Opwekking van duurzame elektriciteit zijn dit: speerpunt 5: Zon op gebouwen (grootschalig), speerpunt 6: Wind en speerpunt 7: Zon op veld. Op deze speerpunten willen de gemeenten samenwerken en samen optrekken; van elkaar leren, maar ook elkaar aanspreken op de resultaten. Goede organisatie, monitoring en de juiste communicatie zijn van groot belang voor het behalen van de doelstellingen en hiermee het succes van de energietransitie in de Achterhoek.
De ambities uit het Akkoord van Groenlo bereiken we niet alleen, daarvoor hebben we andere partijen nodig. De Achterhoekse gemeenten nodigen inwoners, onderwijsinstellingen, organisaties en ondernemers uit om aan te sluiten bij voor hen relevante onderdelen van dit Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek. Zij kunnen ook eigen programma’s en activiteiten voorstellen die bijdragen aan een energieneutrale Achterhoek. De gemeenten kunnen daarbij ondersteunen met mensen en middelen.
‘Energieneutrale Achterhoek’ betekent dat er binnen de grenzen van de Achterhoek net zo veel energie op duurzame wijze wordt opgewekt, als er wordt verbruikt. In het AvG3.0 staat: “We leggen de doelstellingen en activiteiten waar we op inzetten vast in een uitvoeringsprogramma met streefcijfers en met een tijdshorizon tot telkens 10 jaar vooruit.” 1 2
4
Begrippen en afkortingen Akkoord van Groenlo (AvG) Regionaal akkoord tussen 8 gemeenten in de Achterhoek uit 2009 waarin afspraken over grootschalige energiebesparing en productie van hernieuwbare energie zijn vastgelegd. Herzien in 2013 (AvG2.0) en in 2023 (AvG3.0).
Het Klimaatakkoord Deel van de Nederlandse invulling van het klimaatverdrag van Parijs, waarin 195 landen, inclusief Nederland, hebben afgesproken om in 2050 de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, en zo mogelijk 1,5 graden Celsius.
RES In Regionale Energie Strategieën (RES) worden nationale afspraken uit het Klimaatakkoord in de praktijk gebracht. Dit gebeurt in een nationaal programma van 30 regio's.
RES Achterhoek Bijdrage van de RES-regio Achterhoek aan de nationale RES. Op 13 juli 2021 is de Achterhoekse RES1.0 gepubliceerd. Hierin staat dat de regio 1,35 TWh aan duurzame energie met zon en wind wil opwekken in 2030. Het behalen van de RES doelstellingen draagt bij aan het behalen van de AvG doelstellingen.
Uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek (UA) Vertaling van de afspraken uit AvG2.0 in een concrete uitvoeringsagenda met doelstellingen gericht op een energieneutrale gebouwde omgeving. Monitoring van UA2016 is gedaan in 2018 en 2020. In 2019 is een aanvullende uitvoeringsagenda gemaakt.
Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2023 (RU23) Dit rapport, geschreven in juni 2023, de vertaling van de afspraken uit AvG3.0.
ETM Het Energy Transition Model (ETM) is een open source energiemodel waarmee inzicht kan worden verschaft in het gehele energiesysteem van een gebied. Het model is online gratis beschikbaar
Klimaat- en Energieverkenning (KEV) In de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) beschrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de ontwikkelingen van de broeikasgasemissies en het energiesysteem in Nederland in het verleden, het heden en de toekomst.
5
2. Van broeikasgas- naar energetische CO2-reductie In het AvG3.0 en in dit RU23 staat de energietransitie centraal en daarmee ook de aan energie-gerelateerde CO2uitstoot. Niet-energetische uitstoot en overige broeikasgassen vallen buiten de scope van RU23. Daarnaast is RU23 opgesteld vanuit het handelingsperspectief van gemeenten; daar waar de gemeente daadwerkelijk invloed heeft of kan uitoefenen. Met focus op de energietransitie loont het om de uitvoering door gemeenten te richten op de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving. Juist op de thema’s in deze sectoren hebben gemeenten vanuit het nationale klimaatakkoord een rol en instrumenten gekregen. Uiteraard mogen de gemeenten méér doen; ze worden niet geremd door de Achterhoekse doelstellingen. De andere sectoren (industrie, landbouw en mobiliteit) zijn zeker zo belangrijk om klimaatdoelen te halen. Dit doen zij via eigen projecten en initiatieven, al dan niet in samenwerking met gemeenten. Deze afbakening voor het uitvoeringsprogramma is in stappen tot stand gekomen zoals toegelicht in de volgende paragrafen: a. b. c. d.
Nationaal klimaatakkoord; Klimaatakkoord vertaald naar de Achterhoek; Energie-gerelateerde CO2-reductie in de Achterhoek; Handelingsperspectief van de gemeenten en andere partijen.
a. Nationaal klimaatakkoord Naar aanleiding van het klimaatakkoord van Parijs heeft Nederland, net als alle lidstaten van de Europese Unie, afgesproken om in het jaar 2030 minimaal 49% minder broeikasgassen3 uit te stoten dan in 1990. In 2019 is vervolgens het nationale Klimaatakkoord door meer dan 100 partijen ondertekend, waaronder de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In het Klimaatakkoord staan de maatregelen en middelen waarmee Nederland de uitstoot van broeikasgassen wil terugdringen. Hieraan leveren vijf sectoren een bijdrage:
Deze nationale klimaatdoelen zijn vastgelegd in de Klimaatwet. Het kabinet werkt aan een voorstel voor wijziging van de Klimaatwet, waarmee de doelen voor 2030 en 2050 worden aangescherpt en strijdigheid met de Europese klimaatwet wordt voorkomen. Het doel van 95% reductie in 2050 wordt aangescherpt tot een verplichting voor Nederland om in 2050 de netto-uitstoot van broeikasgassen tot nul te reduceren. Het streefdoel van 49% reductie in 2030 wordt vervangen door een streefdoel van ten minste 55% reductie.4 Jaarlijks wordt in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) geanalyseerd of de energie- en klimaatdoelen worden gehaald (www.pbl.nl/kev). De landelijke trend wordt weergegeven in Figuur 1 - Emissie broeikasgassen Nederland; tot en met 2021 is 24% emissiereductie bereikt. Hiervan komt meer dan de helft door een vermindering van de uitstoot van de overige broeikasgassen (niet CO2), met name in de industrie (en in mindere mate de landbouw). De reductie van CO2 is behaald in meerdere sectoren, met name de elektriciteitssector, gebouwde omgeving en landgebruik.
3
Het broeikaseffect wordt veroorzaakt door de groeiende hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. De belangrijkste broeikasgassen zijn koolstofdioxide (CO₂), methaan (CH4), lachgas (N2O) en waterdamp. De uitstoot van broeikasgassen wordt uitgedrukt in CO₂-equivalenten (kortweg CO2-eq). De uitstoot van CO₂ is vooral gerelateerd aan energiegebruik (en productie van elektriciteit). Uitstoot van overige (niet-CO₂) broeikasgassen vindt overwegend plaats in de landbouw, industrie en internationaal transport. 4 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/nieuws/2023/04/26/extra-pakket-maatregelen-dicht-gat-tot-klimaatdoel-2030.
6
Figuur 1 - Emissie broeikasgassen Nederland
b. Klimaatakkoord vertaald naar de Achterhoek Het Klimaatakkoord is de basis voor de Achterhoekse opgave: ook in de Achterhoek streven we naar 55% emissiereductie van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. Figuur 2 - Emissie broeikasgassen Achterhoek geeft deze ambitie weer en laat ook zien dat de Achterhoek inmiddels al 30,7% emissiereductie heeft bereikt (beginnend bij 1 dus 0% reductie in 1990, naar 0,693 dus 30,7% reductie in 2022). Hiermee lopen we voor op de landelijke trend (24% emissiereductie, zie vorige paragraaf), maar we zullen vanuit de verschillende thema’s en sectoren alles op alles moeten zetten om de 2030-ambitie te bereiken. Een groot deel (37%) van de broeikasgasemissies in de Achterhoek komt voor rekening van de landbouwsector (dat is 1048 van de totaal 2807 kiloton CO2-eq, zie staafdiagram rechts). De andere sectoren dragen ieder ca. 20% bij aan de uitstoot. De landbouw speelt dus een grote rol in de emissiereductie van broeikasgassen.
Figuur 2 - Emissie broeikasgassen Achterhoek (CO2-eq) FACTOR T.O.V. AMBITIE
Kiloton 2022 3000
1
2500 0,738
601
2000
0,693
567
1500
591 0,45
1000
1048
500
0 0,05
Geb ouwde omgeving Transport
1990
2000
2010
2020
2030
2040
2050
Industr ie & En ergie Lan dbouw
Bron: ETM
7
c. Energie-gerelateerde CO2-reductie in de Achterhoek In het AvG3.0 en in dit RU23 staat de energietransitie centraal en daarmee ook de aan energie gerelateerde CO2-uitstoot. Niet-energetische uitstoot en overige (niet-CO2) broeikasgassen vallen buiten de scope van het uitvoeringsprogramma van de gezamenlijke gemeenten. Voor het reduceren van uitstoot van overige broeikasgassen zoals methaan en lachgas is vooral inspanning vereist in de landbouw en de industrie. Figuur 3 - Energetische en niet-energetische uitstoot per sector in de Achterhoek (in kiloton CO2-eq) maakt duidelijk dat de landbouw een bescheiden rol speelt in het terugdringen van CO2 die wordt uitgestoten door het gebruik van energie. De landbouw en landgebruik is daarom geen speerpunt in dit regionale uitvoeringsprogramma.
In de landbouw en industrie wordt ook hard gewerkt aan het terugdringen van de (niet-energetische) uitstoot van broeikasgassen, o.a. via eigen programma’s en projecten. De gemeenten willen ze daarbij helpen.
Figuur 3 - Energetische en niet-energetische uitstoot per sector in de Achterhoek 1800
1800
Kiloton in 2022
Kiloton in 2022 1600
1600 1400
1400
601
1200
1200 1000
40%
800
163
1000 800
567 60%
600
600
400
400
972
429 200
200
76
0
0
Energetisch Lan dbouw
Industr ie & En ergie
Transport
Geb ouwde omgeving
Niet-energ etisch
Ene rgetisch
Niet-energetisch
Lan dbouw
Industr ie & En ergie
Bron: ETM
d. Handelingsperspectief van de gemeenten Dit RU23 is opgesteld vanuit het handelingsperspectief dat gemeenten hebben in de energietransitie en het behalen van klimaatdoelstellingen. In aanloop naar afspraken rond AvG3.0 hebben de Achterhoekse gemeenten (samen met RoyalHaskoningDHV) al aangegeven dat het loont om de uitvoering door gemeenten te richten op de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving. Juist op deze thema’s hebben gemeenten vanuit het nationale klimaatakkoord een rol en instrumenten gekregen. Andere sectoren als de industrie, landbouw en mobiliteit zijn uiteraard belangrijk om klimaatdoelen te halen, maar de invloed en sturingsmogelijkheden van gemeenten is in deze sectoren beperkt, zeker als het gaat om energiegebruik.
De opgave van de gemeente in het kader van dit uitvoeringsprogramma richt zich op de gebouwde omgeving en elektriciteit. De gemeenten kunnen dit echter niet alleen en roepen andere organisaties en partner (andere O’s) op hierbij te helpen; Andersom vragen de gemeenten aan met name de industrie en mobiliteit om een bijdrage te leveren aan energiebesparing (fossiele brandstoffen) en broeikasgasemissiereductie. De andere O’s staan hiervoor aan de lat.
In de eerder opgestelde variantentabel door de Achterhoekse gemeenten en RoyalHaskoningDHV is aangegeven dat het uitvoeringsprogramma voor gemeenten moet gaan over de thema’s besparen en isoleren in de gebouwde omgeving, grootschalige opwekking van duurzame elektriciteit, en in relatie daarmee netcongestie. Figuur 4 - Benoemd in de variantentabel, per thema geeft een overzicht en update van hetgeen in de variantentabel (menukaart) over deze thema’s is benoemd en laat zien of en waar dit terugkomt in deze RU23.
8
Figuur 4 – Benoemd in de variantentabel, per thema
Besparen en isoleren
Grootschalige opwekking
Netcongestie
Energiebesparing is en blijft de basis. Verduurzaming van woningen en andere gebouwen gaat minder snel dan verwacht. De mate van besparing bepaalt echter het benodigde opwek vermogen: als we meer besparen hoeven we minder op te wekken.
Er is een grote rol weggelegd voor grootschalige opwekking van elektriciteit om aan de groeiende vraag naar duurzame elektriciteit te kunnen voldoen. Mede vanwege beperkte aanwezigheid en omvang van warmtebronnen in de Achterhoek is elektriciteit nodig voor verwarming.
Netcongestie is een groot probleem in de Achterhoek en is inmiddels een belangrijke bottleneck voor de energietransitie.
De Achterhoek neemt als regio regie in de verduurzaming van bestaande woningvoorraad en geeft gezamenlijk en samen met partners invulling aan stimuleringsprogramma’s en een energieloket functie.
De Achterhoek onderschrijft de RES, zet vol in op zon op gebouwen, maar erkent kosten en netwerk issues en streeft daarom naar een groter aandeel windvermogen.
De Achterhoek stimuleert initiatieven die bijdragen aan de vermindering van de (piek-)belasting van het elektriciteitsnet en werkt daarbij samen met Liander.
Dit onderwerp wordt behandeld in hoofdstuk 4.
Dit onderwerp wordt behandeld in hoofdstuk 5.
Dit onderwerp draagt als zodanig niet bij aan CO2 reductie, maar wordt vanwege de urgentie wel kort benoemd aan het eind van hoofdstuk 5.
Figuur 5 – Broeikasgasemissies Achterhoek in 2022 is een iets andere weergave van het linker staafje in figuur 3 en geeft het aandeel per sector in de totale energetische uitstoot van broeikasgassen in de Achterhoek.
Figuur 5 – Broeikasgasemissies Achterhoek in 2022
9
3. De opgave in de Achterhoek “De Achterhoek ambieert een duurzame energievoorziening en wil stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen. Door energieneutraal te worden, vermindert de CO2-uitstoot.” Deze ambitie uit het AvG3.0, laat zich vertalen naar de volgende opgave voor de Achterhoek: •
55% CO2-reductie in 2030. In het verlengde van het Klimaatakkoord streven we ook in de Achterhoek naar 55% CO2-emissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990. Dit is het tussendoel dat we kunnen halen als we nu concrete stappen zetten.
•
De speerpunten en maatregelen tot 2030. De gemeenten richten zich primair op de energie-gerelateerde vraagstukken (energievraag in de gebouwde omgeving en duurzame opwekking) waarop zij sturingsmogelijkheden hebben.
•
Een energieneutrale Achterhoek richting 2050. Dit is het vergezicht waar we naar toe werken. Energieneutraal wil zeggen dat we in de Achterhoek (zo spoedig mogelijk, uiterlijk in 2050) op jaarbasis net zoveel energie opwekken als gebruiken. Hierdoor vermindert de uitstoot van CO2.
Voor de vertaling van deze opgave naar relevante cijfers maken we gebruik van het Energie Transitie Model (ETM). Alle cijfers met betrekking tot energie en CO2 in de volgende paragrafen en hoofdstukken zijn ontleent aan de berekeningen met het ETM. Een toelichting op het ETM en de cijfers staan in de bijlage. De energetische CO2-emissie(reductie) staat centraal, zowel in het ETM als in dit RU23. Met het ETM is eerst de huidige (2022) energievraag en CO2-uitstoot doorgerekend.5 Vervolgens is het 2030-scenario berekend waarin de energiebesparing en duurzame opwekking die nodig is om het CO2reductiedoel te bereiken, centraal staan. De focus in dit uitvoeringsprogramma ligt op zeven ‘knoppen’ waar aan gedraaid kan worden. Deze noemen we de speerpunten.
55% CO2-reductie in 2030 In Figuur 6 - Onderdelen die bijdragen aan de CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990 staan de verschillende onderdelen die bijdragen aan de reductie van de CO2-uitstoot gerelateerd aan het energetisch gebruik in de Achterhoek. Startpunt (links in de figuur) is de situatie in 2022, waarin 30,7% CO2-emissiereductie is bereikt t.o.v. 1990. Alle onderdelen zoals genoemd in de figuur tellen op tot 58,2% emissiereductie. Dit is meer dan de doelstelling van 55% en geeft ons een kleine marge om tegenvallende resultaten op te kunnen vangen. De totale CO2-reductie in 2030 is als volgt opgebouwd: -
30,7% reductie tot 2022.6 Om dit in perspectief te plaatsen: dit is in een periode van 32 jaar bereikt, gemiddeld ca. 1 procentpunt per jaar.
-
In totaal 17,4% reductie wordt behaald in de sectoren gebouwde omgeving en elektriciteit, op zeven speerpunten waar de gemeenten op inzetten. Dit zijn de donkergroene blokjes in de figuur (toelichting in de volgende tabel en in hoofdstuk 4 en 5).7 Vooral speerpunten die betrekking hebben op de productie van duurzame elektriciteit dragen bij aan de CO2-reductie. Aardgasbesparing in de gebouwde omgeving (door isolatie en alternatieve ruimteverwarming) draagt slechts voor een kleine 3% bij. Dit heeft vooral met het schaalniveau te maken. Productie van duurzame elektriciteit in de Achterhoek vervangt inzet van grijze stroom (geïmporteerde mix) in alle sectoren. Terwijl slechts in één sector, alleen in de gebouwde omgeving, een deel van de vraag naar aardgas wordt bespaard. Bovendien is aardgas een relatief schone fossiele brandstof. Er is nog geen sprake van een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2030.
-
De bijdrage van overige sectoren aan de CO2-reductie bedraagt 7,4% als de landelijke trends en beleid volgens de KEV worden gevolgd. Het betreft hier vooral de sectoren mobiliteit en industrie in de Achterhoek. De Achterhoekse gemeenten nodigen partners uit om aan te sluiten bij voor hen relevante onderdelen.
5
Beschikbare data en statistieken betreffen de jaren 2018 of 2019 in het ETM. Dit verklaart waarom de 2022 situatie moet worden berekend. Op welke manier dit is bereikt en wat de bijdrage van de verschillende sectoren in de Achterhoek is geweest is niet nader geanalyseerd. De bron van de gerealiseerde reductie is het ETM. 7 Voor de duidelijkheid: met deze 7 speerpunten wordt 63% (17,4/(58,2-30,7)) van de totale nog te bereiken energetische CO2-reductie gehaald. 6
10
-
Daarnaast resulteert een schonere nationale energiemix, met name vanwege meer wind op zee, in 2,7% reductie van de CO2-uitstoot in de Achterhoek. Deze mix wordt door de Achterhoek geïmporteerd en gebruikt.
Gerealiseerd in 2022
Figuur 6 - Onderdelen die bijdragen aan de CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990
Bron: ETM
De speerpunten en maatregelen tot 2030 Figuur 7 - De 7 speerpunten van de gemeenten geeft het overzicht van de zeven speerpunten die bijdragen aan het CO2-emissiereductiedoel zijn te vertalen naar concrete maatregelen die tot 2030 nodig zijn, als het gaat om de energetische onderwerpen waar gemeenten sturingsmogelijkheden hebben. In de volgende hoofdstukken (en in bijlage A) geven we aan hoe de cijfers in deze tabel tot stand zijn gekomen en wat ze precies betekenen.
Figuur 7 – De 7 speerpunten van de gemeenten 2022
2030
Maatregel tot 2030
CO 2-reductie tov 1990
Gebouwde omgeving – Vraag naar energie Huishoudens Isolatie Huishoudens Verwarming Huishoudens Zon-pv Gebouwen Besparing
623 TJ besparing w armtevraag t.o.v. 2022
36.000 w oningen verduurzamen naar label B
1,3%
36.000 huishoudens vervangen de bestaande ketel door een (hybride) w armtepomp
0,5%
197 MW vermogen (615 TJ productie) 383 MW (1196 TJ productie)
Verdubbeling van het aantal huizen met zonnepanelen
2,8%
Aardgasgebruik voor verw arming is 1483 TJ
• Alle gebouw en verduurzamen naar gemiddeld label B/A • 12,5% van de w armtevraag door hybride WP ingevuld
1,0%
Verdubbeling van de productie
3,0%
• Aardgasgebruik voor verw arming en w arm w ater is 5450 TJ
• Gasgebruik daalt naar 4305 TJ
• Hybride WP in 2,3% van de huizen
• Hybride WP in 25% van de huizen
Aardgasgebruik daalt naar 997 TJ
Elektriciteit – Aanbod van energie – RES 1.0 Zon op gebouwen Wind Zon op veld
• 0,16 TWh
• 0,35 TWh
• 15% van dakpotentieel benut
• 25% van dakpotentieel benut
0,165 TWh
0,546 TWh
Realisatie minimaal 23 w indmolens van 5,5 MW
4,9%
0,210 TWh (en 0,244 TWh niet gealloceerd)
140 ha zonneparken in de pijplijn w orden gerealiseerd (en 200 ha omdat het niet gealloceerde deel aan zon op veld is toegrekend t.b.v. emissiereductie)
3,9%
0,066 TWh
Bron: ETM
11
Energieneutraal richting 2050 Figuur 8 - Duurzame energie en de totale energievraag toont het resultaat van het CO2-reductiedoel en de bovenstaande speerpunten en maatregelen in termen van:
De totale energievraag (alle sectoren) in de Achterhoek. Dit is de netto energievraag waarbij rekening is gehouden met saldering van zon-pv door huishoudens, ten opzichte van; De beschikbare duurzame energie, bestaande uit hernieuwbare warmte en grootschalige wind en zon, in de Achterhoek.
Het gat tussen de vraag en het aanbod bestaat uit (geïmporteerde) niet-duurzame bronnen zoals aardgas en andere fossiele brandstoffen. Dit laat zien dat er na 2030 nog veel moet gebeuren om daadwerkelijk energieneutraal te worden in de Achterhoek. Figuur 8 is gebaseerd op de cijfers in de tabellen.
Figuur 8 - Duurzame energie en totale energievraag (TJ)
Energievraag (TJ) per sector in de Achterhoek.
2022
2030
Huishoudens
6897
5207
Gebouwen
4410
3639
Industrie
5848
6136
Mobiliteit
8016
6203
Landbouw
932
932
Totaal
26103
22116
Aanbod duurzame energie (TJ) in de Achterhoek.
2022
2030
Hernieuwbaar
3848
4259
Zon op gebouwen
570
1260
Wind
594
1966
Zon op veld
236
756
Totaal Achterhoek
5248
8241
Iedere sector draagt bij aan (energetische) CO2-emissiereductie, maar gebruikt niet per se minder energie (industrie en landbouw). Dit is mogelijk omdat het aandeel duurzaam in de energiemix toeneemt.
12
“Een belangrijke eerste stap in het verduurzamen van de gebouwde omgeving is het reduceren van de warmtevraag van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld door te isoleren.” – RES1.0.
4. Categorie 1 - Energiebesparing gebouwde omgeving Energie besparen is de basis voor CO2-reductie en een energieneutrale Achterhoek. Ruim 90% van alle woningen in de Achterhoek worden nu verwarmd met aardgas. Door woningen en gebouwen te isoleren en alternatieve vormen van verwarming te introduceren wordt het gebruik van aardgas teruggedrongen. Als dan ook nog eigen energie wordt opgewekt met pv-panelen, zonthermische panelen of een zonneboiler, wordt een extra slag gemaakt in de verduurzaming van de gebouwde omgeving.
Het is belangrijk te realiseren dat ‘dé gebouwde omgeving’ niet bestaat. Het landschap aan gebouwen en haar eigenaren, bewoners en gebruikers is divers. De illustratie geeft een indeling naar woningen (particulier, woningcorporatie, VVE) en andere gebouwen (bedrijven, maatschappelijk vastgoed), maar ook binnen deze subcategorieën is er veel diversiteit. Het beleid en instrumenten voor verduurzaming is meestal gericht op een specifieke groep van gebouwen. Daarom onderscheiden we in dit hoofdstuk energiebesparing in woningen door huishoudens en in gebouwen door ondernemers en gebouweigenaren (commerciële en publieke dienstverlening). 8 Daarnaast besteden we apart aandacht aan gemeentelijk vastgoed. Van de totaal te realiseren energiebesparing in de Achterhoek (3.391 TJ) zal meer dan de helft in de gebouwde omgeving moeten plaatsvinden, waarbij de focus ligt op het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. De meeste energie in de gebouwde omgeving is nodig voor ruimteverwarming en warm tapwater. Zie figuur 9 - Finaal energiegebruik (TJ naar toepassing) in de gebouwde omgeving in de Achterhoek.
Figuur 9 - Finaal energiegebruik (TJ naar toepassing) in de gebouwde omgeving in de Achterhoek Huishoudens
8
Gebouwen
2022
2030
besparing
2022
2030
besparing
Warmte
6172
5238
935
3019
2323
696
Apparaten
1005
910
94
698
645
53
Overig (verlichting, koken, koeling)
320
255
65
693
671
22
Totaal
7497
6403
1095
4410
3639
771
De regionale klimaatmonitor onderscheidt woningen, commerciële dienstverlening en publieke dienstverlening.
13
Een logische algemene indicator voor het meten van de voortang die we maken met energiebesparing in de gebouwde omgeving is het gebruik van aardgas. Meer hierover in hoofdstuk 6 onder Monitoring.
Speerpunt 1 - Huishoudens: Isolatie Isolatie van woningen en gebouwen is een belangrijk speerpunt voor de gemeenten. Ook vanuit het Rijk zijn financiële middelen beschikbaar gekomen om dit mogelijk te maken. Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) is om 2,5 miljoen woningen te isoleren tot 2030.9 Meer dan 90% van alle woningen in de Achterhoek worden nu verwarmd met aardgas. Extra isolatie van woningen zorgt voor een directe verlaging van de warmtevraag en dus aardgasvraag van huishoudens en kan een reductie in de warmtevraag opleveren van 623 TJ in 2030 (t.o.v. 2022). Deze isolatieopgave is op verschillende manier te vertalen naar bijvoorbeeld het aantal huishoudens dat isolerende maatregelen treft en is afhankelijk van de hoeveelheid en type isolatiemaatregelen die worden genomen. Als ruim een kwart van de woningen (ca. 36.000 woningen) gaat isoleren, moet de besparing ca. 17 GJ per woning per jaar zijn om de opgave te halen. Dit is iets meer dan de 15,5 GJ besparing van een gemiddeld huishouden bij een gemiddelde labelstap van C naar B (zie bijlage). Of andersom geredeneerd, dezelfde besparing wordt bereikt als ruim 40.000 woningen in de Achterhoek een labelstap zetten.
Genoemde aantallen van 36.000 tot 40.000 woningen komen overeen met de ambitie die in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2022-2030 (opgesteld door 8RHK Ambassadeurs, bureau Ruimtevolk en Thematafel Wonen en Vastgoed) wordt uitgesproken: een kwart van de woningen naar minimaal label B verbeteren tot 2030 .
Speerpunt 2 - Huishoudens: Verwarming Voor ruimteverwarming hebben weinig gemeenten concrete plannen in aanvulling op hun Transitievisie Warmte (TVW). In de Achterhoek is weinig perspectief voor grootschalige collectieve warmteoplossingen, waaronder warmtenetten. Naar verwachting zal in de regio richting 2030 met name worden ingezet op (hybride) warmtepompen, mede omdat vanaf 2026 een (hybride) warmtepomp de standaard wordt. Dit levert een netto energiebesparing van 448 TJ in 2030 (t.o.v. 2022).
Figuur 10 - Finaal energiegebruik (TJ) voor ruimteverwarming en warm water door huishoudens 2022 5450
2030 4305
besparing 1145
Omgevingswarmte
91
579
-487
Biomassa
555
512
43
Elektriciteit
157
415
-259
Overig
10
5
6
Totaal
6264
5816
448
Aardgas
Een cv-ketel moet gemiddeld eens in de 15 jaar worden vervangen. Daarom is de verwachting dat ongeveer een kwart van de cv-ketels tot 2030 wordt vervangen door een (hybride) warmtepomp. Op een bestand van ca. 134.000 woningen vervangt een vijftiende deel (ca. 9.000 woningen) ieder jaar vanaf 2026 de cv-ketel door een (hybride) warmtepomp. De opgave komt daarmee op ca. 36.000 woningen (ruim een kwart van de bestaande woningvoorraad) die de overstap maken naar een (hybride) warmtepomp tot 2030.
Speerpunt 3 - Huishoudens: Zon-pv De ontwikkeling van zon-pv bij huishoudens gaat snel, mede door de salderingsregeling, andere stimuleringsregelingen en de gestegen elektriciteitsprijzen. De totale opwekking door zonnepanelen bij huishoudens de Achterhoek was in 2022 ongeveer 600 TJ (bijna 200 MW geïnstalleerd vermogen). We streven naar verdubbeling van de productie naar ca. 1.196 TJ in 2030. Deze doelstelling achten we realistisch ondanks dreigende spanningsproblemen en afbouw van de salderingsregeling.
9
Als we dit vertalen naar de Achterhoek gaat het om ca. 41.000 woningen in 2030 (inclusief nieuwbouw).
14
Speerpunt 4 - Gebouwen: Besparing Bedrijven en maatschappelijk vastgoed aardgasvrij maken blijkt moeilijker dan gedacht. Bedrijven (mkb) gebruiken gas voor ruimteverwarming maar ook voor productiedoeleinden (bijvoorbeeld bakkers en restaurants). Voor verduurzaming van het gebouw zijn ondernemers die huren afhankelijk van de gebouweigenaar. Verduurzaming door bedrijven wordt met name vanuit het Rijk gestuurd, door belastingen en het stellen van normen (denk aan de label C verplichting door kantoren). Gebouwen onder de noemer maatschappelijk vastgoed (onderwijspanden, ziekenhuis, buurtcentrum, zwembad of gymzaal) hebben vaak een grote warmte- en koelvraag en bijzondere installaties. Door ingewikkelde eigendom- en gebruiksstructuren en meerdere gebruikers in een pand, is vaak onduidelijk wie waar over gaat (wie betaalt, wie doet het onderhoud). De gemeente is soms eigenaar van deze gebouwen. Bij verduurzamen en gebouwaanpassingen lopen wensen/eisen van gebruikers uiteen. Voor verduurzaming is vaak geen reservering gemaakt, of onderhoudsplannen (MJOP) liggen al vast, terwijl er wel subsidies beschikbaar zijn (zoals de DuMaVa-subsidie) hoewel vaak doelgroepspecifiek (bijvoorbeeld BOSA voor sportaccommodaties).
Figuur 11 - Finaal energiegebruik (TJ) voor verwarming van gebouwen
Aardgas
2022 1483
2030 997
besparing 486
Omgevingswarmte
160
278
-118
Biomassa
1458
1187
271
Elektriciteit
57
123
-66
Overig
22
16
6
Totaal
3180
2601
579
Ondanks de ‘lastige’ doelgroep en de bescheiden bijdrage aan de CO2-emissiereductie (zie figuur 6), is aardgasbesparing door ondernemers en gebouweigenaren een speerpunt waar de gemeenten op inzetten. We veronderstellen hierbij dat de ontwikkeling in de energievraag en het tempo van besparen de landelijke trends volgen. De twee belangrijkste ontwikkelingen hebben net als bij huishoudens betrekking op de isolatiegraad van gebouwen en de manier van verwarmen. De isolatie van gebouwen zoals kantoren, scholen, winkels, ziekenhuizen en horeca verschilt sterk. De gemiddelde isolatiegraad van gebouwen neemt toe (label B / A) waardoor de totale warmtevraag voor verwarming van de gebouwen gemiddeld bijna 60% lager is dan een gemiddeld slecht geïsoleerd gebouw. Daarnaast wordt een deel van de HR combiketels op gas vervangen zodat in 2030 12,5% van de warmtevraag in gebouwen door hybride warmtepompen wordt verzorgd. De doelstelling is om tot 2030 met deze maatregelen ruim 450 TJ aan aardgas te besparen in Achterhoekse gebouwen.
Gemeentelijke besparing en energievoorziening. Zelf zijn de Achterhoekse gemeenten ook onderdeel van de energietransitie in de gebouwde omgeving en de gemeenten willen het goede voorbeeld geven. Het is gepast om de opgave ook op de gemeenten zelf te betrekken, hoewel ‘de gemeente’ niet als aparte sector in de opgave (ETM / hoofdstuk 2) is opgenomen. Binnen de scope van RU23 (sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving) zetten de Achterhoekse gemeenten in op: Gemeentelijk vastgoed. Gebouwen in eigendom en beheer van de gemeenten zijn optimaal
geïsoleerd en het gebruik van aardgas voor verwarming tot een minimum beperkt. Alle geschikte daken worden maximaal benut voor zon-pv en zonthermische opwekking. Label B / A voor kantoorpanden en ledverlichting zijn de norm. Energievoorziening. Agem Gemeentelijke Energie (AGE) verzorgt de energievoorziening
voor de gemeenten (inclusief openbare verlichting), waarbij gebruik wordt gemaakt van eigen opwekking via saldering (zon-pv op de gebouwen) en eigen bronnen.
15
5. Categorie 2 - Opwekking duurzame elektriciteit De Achterhoekse gemeenten zullen de opgave als beschreven in de RES Achterhoek uitvoeren. Op moment van schrijven van deze RU23 (juni 2023) vindt monitoring en herijking van de RES plaats. De resultaten daarvan zijn nog niet volledig bekend. De afspraken uit de RES1.0 (2021) zijn daarom leidend in deze RU23.
De Achterhoekse bijdrage van 1,35 TWh aan het landelijke doel voor grootschalige duurzame energie opwekking op land in 2030 is neergelegd in de RES1.0. De voorwaarde daarbij is dat 0,35 TWh wordt ingevuld door grootschalig zon op gebouwen (bedrijfsgebouwen en agrarische bebouwing). Dit betekent dat maximaal 1 TWh op land wordt geproduceerd door windturbines en zonneparken. De bijdrage aan windenergie die de gemeenten in RES1.0 bieden is minimaal 0,546 TWh. Daarnaast is 0,244 TWh niet gealloceerd, waarvan RES1.0 heeft geconstateerd dat het vanuit systeem efficiëntie en maatschappelijke kosten de voorkeur verdient dat met wind in te vullen. Als de RES monitoring en herijking daar aanleiding toe geven kunnen de cijfers in dit uitvoeringsprogramma worden aangepast.
Figuur 12 - RES-opgave opwekking elektriciteit in de Achterhoek Zon op gebouwen
TWh 0,35
TJ 1260
Wind
0,546
1966
Zon op veld
0,210
756
Niet gealloceerd
0,244
878
Speerpunt 5 - Zon op gebouwen In (2022) bedraagt het totaal opgestelde vermogen aan zon op gebouwen met SDE-subsidie in de Achterhoek ca. 113 MW. Dit betekent 353 TJ opwekking per jaar (bij gemiddeld 867 vollasturen, ofwel ca. 100 GWh). Daarnaast is door bedrijven ook grootschalige capaciteit op daken gerealiseerd buiten de SDE-regeling om, of met postcoderoosprojecten door energiecoöperaties (met de regeling verlaagd tarief en de nieuwe SCE-subsidie). In totaal wordt momenteel ca. 160 GWh (0,160 TWh, ca. 570 TJ) grootschalig opgewekt, dat is ca. 65% van de elektriciteitsvraag door gebouwen (nietwoningen). Hiermee is ongeveer 50% van de RES-opgave voor grootschalig zon op gebouwen ingevuld. De productie zal moeten verdubbelen om in 2030 de RES-opgave te halen. RES1.0 geeft een duidelijke doelstelling en visie voor grootschalige opwekking van zonne-energie op bedrijfsdaken en agrarische daken. Er is voldoende potentie voor grootschalige zon op gebouwen, maar het zal aanzienlijke inspanning kosten om deze potentie te realiseren. Vanwege netcongestie kan het dakpotentieel voorlopig niet goed worden benut, tenzij de opgewekte elektriciteit direct (gelijktijdig) kan worden gebruikt op het eigen bedrijf (volgens de inpassingsladder voor plaatsing van zonnepanelen op bedrijfsdaken).
In RES1.0 staat: “Met het plan van aanpak zon op dak wordt op weg naar de RES 2.0 het realiseren van grootschalige zonnepaneelopstellingen op daken met kracht gestimuleerd.” De contouren van het plan van aanpak zon op gebouwen uit RES1.0 is tot nu toe niet verder ontwikkeld, maar wordt met de herijking van de RES Achterhoek nu opgepakt.
Speerpunt 6 - Wind Op dit moment zijn, naast een aantal kleine windmolens (erfmolens), drie windparken gerealiseerd in de Achterhoek: windpark Hagenwind in Aalten, windpark Netterden op de grens tussen Montferland en Oude IJsselstreek en windpark Den Tol in Oude IJsselstreek. Hiermee is slechts 30% van de 0,546 TWh uit RES1.0 ingevuld. Er zullen minimaal 23 windmolens van 5,5 MW moeten worden bijgeplaatst in de Achterhoek. De bijdrage die de gemeenten leveren aan windenergie is belegd in RES1.0. Er zijn zoekgebieden geselecteerd maar er is ook ruimte om te schuiven. Diverse gemeenten zijn op dit moment bezig om hun beleidskader voor wind te evalueren en aan te passen; er wordt onderzocht of grote windturbines überhaupt zullen worden toegestaan, maar ook onder welke voorwaarden windprojecten worden toegestaan. De RES-opgave is alleen haalbaar als vaart wordt gemaakt op het winddossier. Gezien de doorlooptijden van ontwikkeltrajecten van windparken moet er snel zicht komen op de concrete projecten. In het kader van maatschappelijke
16
kosten en netwerkefficiëntie is de windopgave nog urgenter. Er moeten snel knopen worden doorgehakt met betrekking tot het windbeleid in de Achterhoekse gemeenten. Daarbij hoort ook het gesprek over de 0,244 TWh die nog niet is gealloceerd in RES1.0. Omdat alle gemeenten met min of meer dezelfde vraagstukken rond windenergie te maken hebben is het verstandig om zoveel mogelijk samen op te trekken in zowel de beleidsvorming als realisatie van windprojecten.
Figuur 13 - Gerealiseerde windenergie in de Achterhoek MW
TWh
Toelichting
0,033 0,000 0,011 0,022 0,099 -
Hagenwind (2008, 8 wtg)
Winterswijk
16 0,073 4,6 9,2 33 -
Achterhoek
63
0,165
Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek
Erfmolens in o.a. Toldijk, Wichmond, Hummelo en Steenderen Netterden (2016, 2 wtg) Netterden (2016, 4 wtg) Den Tol (2022, 9 wtg)
Er is geen compleet beeld van het aantal erfmolens.
Figuur 14 - Bijdrage windenergie in RES1.0 en hoe dat te bereiken
Aalten
0,088
In te vullen TWh 0,048
Berkelland
0,071
0,071
Zoekgebied K. Gezamenlijk windbeleid met Oost Gelre ontwikkelen.
Bronckhorst
0,054
0,054
Gebied B. Eldrik. Max 150 m tiphoogte. Aanpassen beleidskader wind.
Doetinchem
0,060
0,060
Gebied B. Langs Oude IJssel / Landgoed Keppel.
Montferland
0,095
0,084
Gebied A. Verkenning nieuw initiatief (4-5 wtg).
Oost Gelre
0,058
0,058
Zoekgebied K en I. Gezamenlijk windbeleid met Berkelland ontwikkelen.
Oude IJsselstreek
0,120
0
Gebied A. Verkenning uitbreiding.
Winterswijk
-
-
Gebied N1. Evaluatie moratorium in 2023.
Achterhoek
0,546
0,375
RES1.0 TWh
Hoe te bereiken? Vervangen Hagenwind. Vergroten zoekgebied (G).
Nog minimaal 23 windturbines van 5,5 MW
Speerpunt 7 - Zon op veld De productie van stroom uit zon op veld projecten in de Achterhoek is op dit moment ongeveer 0,066 TWh. Hierbij is de jaarproductie meegerekend van parken die recent in bedrijf zijn genomen zoals de zon op erf projecten in Bronckhorst, zonnepark Braamt en het zonnepark in Lievelde.10 Er staan nog veel initiatieven en projecten voor zonneparken in de startblokken, waarmee in 2030 additioneel wel 0,300 TWh per jaar kan worden opgewekt. Een groot deel van de initiatieven is relatief zeker. Deze projecten hebben zowel een vergunning als subsidiebeschikking. Toch stokt de realisatie van zon op veld de laatste tijd onder invloed van sterk gestegen EPC-prijzen, de naar verhouding geringe subsidiebedragen ten opzichte van de marktprijs voor elektriciteit, de gestegen rente voor financiering en het niet tijdig verkrijgen van een netaansluiting. Projecten die aan de slag zouden kunnen stellen de bouw voorlopig uit.