CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsmededeling 105-2024 beantwoording toezegging oordeelvormende vergadering d.d. 17 juni 2024 criteria ODA

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot kennisnemen van de jaarstukken 2023 en geen zienswijze indienen tav de begroting 2025 van de Omgevingsdienst Achterhoek10.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsmededeling openbaar Nummer Datum B&W datum Beh. Ambtenaar Portefeuillehouder Onderwerp

: : : : : :

105-2024 25 juni 2024 N.v.t. A. Nijhuis T.M.M. Kok kwaliteitscriteria ODA

Aanleiding: Door de D66 fractie zijn vragen gesteld hoe voldoende kwaliteit bij de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) gedefinieerd moet worden. De portefeuillehouder geeft aan dat er een raadsmededeling komt met de laatste reactie van de ODA richting de staatssecretaris. Inhoud mededeling: Bijgevoegd treft u het plan van aanpak dat is opgesteld door de ODA en is verzonden naar de staatssecretaris. Belangrijk hierbij te vermelden is het voorbehoud dat het bestuur heeft gemaakt bij dit plan Het bestuur heeft het volgende besloten. Besluit: Het bestuur stemt in met de opzet van het plan van aanpak en maakt het voorbehoud op de genoemde acties in het plan van aanpak. Deze acties worden na de reactie van de staatssecretaris besproken in het ambtelijk opdrachtgeversoverleg, waarna het bestuur al dan niet zal instemmen met de acties en de financiële consequenties.

De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: ODA Plan van aanpak Interbestuurlijk programma VTH

Pagina 1 van 1

Voorwoord Met groot genoegen en vol trots kijken wij terug op de ontwikkelingen die onze Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) heeft doorgemaakt sinds haar oprichting in 2013. Onze gemeenschappelijke regeling is ontstaan vanuit de Achterhoekse gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk, Zutphen en de provincie Gelderland. Wat begon als een initiatief heeft zich ontpopt tot een sterk voorbeeld van organische samenwerking en cohesie. ODA heeft bewezen dat de kracht van eenheid in de regio resulteert in een buitengewoon effectief en efficiënt beheer van ons gezamenlijke doel; een schone, gezonde en veilige leefomgeving. Het delen van kennis, ervaringen en middelen heeft niet alleen de dienstverlening aan onze inwoners en bedrijven verbeterd, maar heeft daarnaast ook de slagkracht van onze gemeenschap vergroot. De Achterhoekse kenmerken zoals creativiteit, innovatief vermogen en doorpakken zie je terug in de ODA en leiden tot een efficiënte organisatie. Het Interbestuurlijk programma versterking van VTH heeft ons voorzien van waardevolle instrumenten en richtlijnen om deze succesvolle koers voort te zetten. Toch moeten we ook waakzaam zijn voor mogelijke valkuilen.

Wanneer ODA met dit plan van aanpak niet gaat voldoen aan de robuustheidscriteria dreigt vanuit de staatssecretaris aangestuurd te worden op een geforceerde fusie. Dit zal het organische samenspel van sterke samenwerking verstoren, hetgeen we zorgvuldig in de afgelopen tien jaar hebben opgebouwd. Laten we samen vastberaden blijven, ons inzetten voor het behoud van onze gezamenlijke successen en gezamenlijk bouwen aan een schone, gezonde en veilige Achterhoek. Wij zijn ervan overtuigd dat onze gezamenlijke inspanningen, veerkracht en toewijding zullen resulteren in een nog krachtiger samenwerkingsverband, waarbij we blijvend een positieve impact zullen hebben op de leefomgeving in onze mooie Achterhoek. Met vriendelijke groet, Joost van Oostrum voorzitter Algemeen Bestuur Omgevingsdienst Achterhoek

Petra van Oosterbosch directeur Omgevingsdienst Achterhoek

1

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................ 1 Inleiding ............................................................................................................... 3 1. Leeswijzer......................................................................................................... 4 1.1 Doel van het plan van aanpak ......................................................................... 4 1.2 Achtergrond van het Interbestuurlijk programma versterking VTH ....................... 4 1.3 Betrokken partijen en belanghebbenden .......................................................... 4 1.4 En dan nog iets om recht te zetten… ................................................................ 5 2. Huidige situatieanalyse ....................................................................................... 7 2.1 Huidige robuustheid van VTH-processen ........................................................... 7 2.2 Commissie van Aartsen en het ontwikkelplan 2022 ............................................ 8 2.3 SWOT-analyse .............................................................................................. 9 3.

Robuustheidscriteria en definities ........................................................................10 3.1 Definitie van robuustheid ..............................................................................10 3.2 Criteria vanuit het Interbestuurlijk programma versterking VTH .........................10 4. Plan van aanpak ...............................................................................................12 4.1 Omgevingsdienst Achterhoek: stappen naar robuustheid ...................................12 4.2 Spoor 1: Omgevingsdienst Achterhoek ............................................................14 4.2.1. Pijler 1: Robuuste omgevingsdiensten en financiering ................................14 4.2.2. Pijler 2: Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolg .........19 4.2.3. Pijler 3: Informatievoorziening VTH ..........................................................19 4.2.4. Pijler 4: Kennisinfrastructuur ...................................................................20 4.2.5. Pijler 5: Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving ....................20 4.2.6. Pijler 6: Monitoring kwaliteit milieutoezicht ...............................................20 4.3 Spoor 2: Gelderse Omgevingsdiensten ............................................................21 4.3.1.

Voorstel gelijkwaardige Gelderse omgevingsdiensten .................................21 4.4 Spoor 3: Voorbereiding verkenning van samenwerking en fusiemogelijkheden .....23 4.5 Toewijzen van verantwoordelijkheden aan betrokken partijen ............................23 4.6 Planning opstellen voor de uitvoering van het plan van aanpak ..........................23 5. Communicatie en monitoring ..............................................................................24 Bijlage I SWOT-analyse ......................................................................................25

2

Inleiding Voor u ligt het plan van aanpak voor het Interbestuurlijk programma versterking VTH namens het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). De staatssecretaris heeft ons de opdracht gegeven tot het opstellen van dit plan van aanpak om in 2026 te voldoen aan de robuustheidscriteria. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen heeft het bestuur in 2022 een ontwikkelplan opgesteld. In dit plan zullen we daarop terugblikken. Verder is dit plan met het bestuur, de ambtelijk opdrachtgevers en medewerkers van de ODA besproken en zij hebben hierbij input geleverd. De staatssecretaris heeft het bestuur tevens gevraagd om in de inleiding inhoudelijk in te gaan op de reactie van de staatssecretaris op het eerdere toetsingskader. Het bestuur heeft de brief met volle aandacht gelezen en het eerste wat het bestuur zich afvraagt is waarom de staatssecretaris zo volhardt in de uitspraak dat geen enkele omgevingsdienst op dit moment robuust is, terwijl niet wordt ingegaan op de eigen verantwoordelijkheid van het ministerie, noch op de acties die het ministerie in het verleden hadden kunnen nemen om dit te voorkomen. Daarnaast worden constateringen gedaan dat veel omgevingsdiensten nu al moeite zouden hebben om het zelfstandig te kunnen bolwerken. Het bestuur herkent deze signalen in het land niet en evenmin over ODA.

De indruk wordt gewekt dat incidenten elders betekenen dat het op andere plekken niet goed georganiseerd kan zijn. Dat in de Achterhoekse leefomgeving staalslakken van Tatasteel en geproduceerde zeer zorgwekkende stoffen van Chemours terechtkomen is een feit. Het preventief handelen dan wel het terugdringen daarvan begint echter wel bij de daadwerkelijk verantwoordelijke omgevingsdiensten. Omdat zaken daar niet goed geregeld zijn lijkt hiervoor een ieder verantwoordelijk te worden gehouden. Herhaaldelijk wijst de staatssecretaris op de uitdrukkelijke opdracht om met omliggende omgevingsdiensten in gesprek te gaan over een mogelijke fusie. Uit ons ingevulde toetsingskader kan maar één conclusie worden getrokken: ODA is in gesprek met haar omliggende omgevingsdiensten om een eventueel verkennend gesprek te starten, zoals ook verwoord in dit plan van aanpak (zie paragraaf 4.3. en 4.4.). Het bestuur hecht veel waarde aan het Gelders Stelsel en ziet dan ook veel voordelen in de onderlinge samenwerking tussen de Gelderse Omgevingsdiensten. Juist de gezamenlijke Gelderse Omgevingsdiensten bundelen hun krachten om te komen tot gelijkwaardige en robuuste Gelderse Omgevingsdiensten. Maar hier is wel tijd voor nodig. De staatssecretaris besluit haar brief met de verwachting dat hiermee een belangrijke stap gezet kan worden in de versterking van het VTH-stelsel.

Het bestuur deelt deze verwachting, maar verwacht daar ook tijd voor te krijgen en het vertrouwen om dit plan van aanpak tot een goed einde te brengen. Het bestuur verzekert de staatssecretaris dat ODA als zelfstandige robuuste dienst de toekomst in kan gaan vanuit de gelijkwaardigheid tussen de Gelderse Omgevingsdiensten. Voor het plan van aanpak is als eerste hoofdstuk een leeswijzer toegevoegd om de lezer wegwijs te maken in het plan van aanpak.

3

1. Leeswijzer Voor u ligt het plan van aanpak van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). In dit eerste hoofdstuk leggen wij u het doel van dit plan uit en gaan we in op de achtergrond van het Interbestuurlijk programma. Het tweede hoofdstuk gaat in op de huidige stand van zaken naar aanleiding van de aanbevelingen vanuit de Commissie van Aartsen en onze SWOT-analyse. In het derde hoofdstuk gaan we in op het Interbestuurlijk programma en de robuustheidscriteria met aansluitend in het vierde hoofdstuk ons plan van aanpak. Het vijfde hoofdstuk beschrijft hoe alle partijen zijn betrokken bij het plan van aanpak en hoe zij blijvend worden geïnformeerd over de voortgang van dit plan van aanpak. In paragraaf 1.4. gaan we in op zaken en misverstanden over onze ODA die we met dit plan willen rechtzetten.

1.1 Doel van het plan van aanpak Dit plan is opgesteld op grond van de eerdere aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen, de pijlers uit het Interbestuurlijk programma versterking VTH en de daaruit voortvloeiende robuustheidscriteria. In de volgende paragraaf leggen we dit nader uit. Naast bovengenoemde doelstelling heeft ODA als missie om bij te dragen aan een schone, gezonde en veilige leefomgeving en het verminderen van milieuschade. Daarnaast heeft ODA de ambitie op het Milieukenniscentrum van de Achterhoek te zijn. Hierdoor levert ODA een belangrijke bijdrage aan haar leefomgeving en de brede welvaart in de Achterhoek.

1.2 Achtergrond van het Interbestuurlijk programma versterking VTH Het Interbestuurlijk programma versterking VTH1 is ontstaan uit de eerdere aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen2. De aanbevelingen zijn omgezet in verschillende pijlers en binnen de eerste pijler zijn robuustheidscriteria opgesteld. Het Interbestuurlijk programma versterking VTH heeft als doel de samenwerking en afstemming tussen verschillende bestuurslagen in Nederland te verbeteren met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu- en omgevingsrecht. In hoofdstuk 3 zal worden ingegaan op de definities van de aanbevelingen, pijlers en robuustheidscriteria.

1.3 Betrokken partijen en belanghebbenden Het Algemeen Bestuur heeft de directeur de opdracht gegeven het plan van aanpak op te stellen in samenwerking met het bestuur, de ambtelijk opdrachtgevers en tussentijds ook de gemeenteraden te informeren over het Interbestuurlijk programma versterking VTH. Vanuit de provincie Gelderland is een traject met de Gelderse Omgevingsdiensten en gemeenten doorlopen met de nadruk op de robuustheid van het Gelders Stelsel. De medewerkers zijn tijdens personeelsbijeenkomsten geïnformeerd en hebben vanuit de eigen teams ook acties aangedragen voor dit plan van aanpak. 1 2

Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel Om de leefomgeving - Commissie Van Aartsen

4

1.4 En dan nog iets om recht te zetten… Ondertussen hebben verschillende bestuurlijke gesprekken plaatsgevonden en zijn verschillende rapportages opgesteld over de omgevingsdiensten, de regio’s en de vergelijkingen in het land op basis van met name het omzetcriterium. Het bestuur heeft altijd uitgesproken dat de kwaliteit van dienstverlening en de doorontwikkeling van ODA de eerste prioriteit heeft en zou moeten hebben. Daarbij is over de middelen nooit een discussie geweest, maar met maatschappelijke middelen moet wel zeer verstandig worden omgegaan. Wat betreft de inzet van deze maatschappelijke middelen heeft ODA vanaf de start laten zien dat efficiënt en effectief werken ook inhoudt om kritisch naar het beschikbare budget te kijken en toch kwalitatief hoogwaardige dienstverlening te leveren. In het oprichtingsjaar klom het land uit een financiële crisis en waren gemeenten zich aan het voorbereiden op de omvangrijke transitie van het Sociaal Domein in 2015. ODA is zich er van bewust dat er een behoorlijke financiële uitdaging op de partners af zal komen in de vorm van het ravijnjaar 2026 en hier aandacht voor heeft. Echter merkt het bestuur ook op dat er best wat misverstanden zijn over ODA. Onszelf continu op de borst slaan en iedereen vertellen wat we allemaal zo goed doen zit niet in ons Achterhoekse DNA, maar als het nodig is zullen we dat toch maar doen.

ODA heeft de meeste inrichtingen en het grootste grondoppervlak van alle Gelderse Omgevingsdiensten. Naast een omvangrijke agribusiness zoals veeteelt, akkerbouw en agrofoodbedrijven bestaat in de Achterhoek ook een sterke maakindustrie en zijn bedrijven volop aan de slag met technologische innovaties. ODA is zeer bekwaam in het uitvoeren van de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving en draagt samen met haar partners oplossingen aan voor de kostenproblematiek vanuit milieucriminaliteit en met name gerelateerd aan drugsafval. Dit heeft geresulteerd in de subsidieregeling opruiming drugsafval.3 Vanaf 2019 werkt ODA actief met een eigen drone en dronepiloot binnen toezicht en handhaving (T&H). Voor ons is dit dus al lang geen innovatie meer. In 2020 ontstond het landelijke probleem rondom de achtergrondwaarden van perfluoralkylstoffen (PFAS) in de Nederlandse landbodem. ODA heeft de probleemstelling proactief met de Achterhoekse partners aangepakt om naar maatwerkoplossingen te zoeken die uiteindelijk ook landelijk zijn overgenomen. Vanaf 2022 past ODA artificiële intelligentie (AI) toe bij het beoordelen van de Veiligheidsinformatiebladen rondom zeer zorgwekkende stoffen.

Onze kennisontwikkeling op het gebied van zeer zorgwekkende stoffen heeft ertoe geleid dat ODA inmiddels als deskundig adviseur aan tafel schuift bij het ministerie van IenW, RIVM en ILT over de ontwikkelingen op het gebied van zeer zorgwekkende stoffen. Zo draagt ODA eveneens bij aan kennisdeling in Nederland op het gebied van zeer zorgwekkende stoffen, met name op het gebied van Pfas. Hiervoor worden inmiddels specifieke trainingen gegeven en verder doorontwikkeld.4

3 4

Subsidieregeling opruiming drugsafval BIJ12 Tweede Kamerstukken 2024, 22343-392

5

ODA werkt samen met het ministerie van LNV om de eerste unieke agrarische vergunning te verlenen waarbij realtime de uitstoot met sensoren wordt gemeten. Deze vergunning wordt verleend op basis van de Omgevingswet (via de Crisis- en herstelwet). Gedurende de implementatie van en voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet was ODA voor het Rijk vaak een kritische luis in de pels. Dit werd zeker niet altijd gewaardeerd, maar heeft uiteindelijk geresulteerd in verbeteringen die zijn doorgevoerd op het gebied van gebruiksvriendelijkheid aan de inwoners van het DSO-LV en DSO-SWF (inclusief het dienstverleningsniveau). Ook zijn cruciale problemen in de Omgevingswet en de bruidsschat concreet benoemd en aangepakt door de ministeries, VNG en ADS. ODA benoemt niet alleen het probleem maar denkt tegelijkertijd mee in de (tijdelijke) oplossing voor onze inwoners in de regio en het land. Zo is ODA gevraagd om mee te denken in de oplossingen voor de problematiek rondom PFAS in bodem binnen de bruidsschat. ODA ervaart het dan ook als erg prettig dat vanuit de verschillende organisaties nu wordt uitgesproken dat men eigenlijk wel heel erg blij was met ons als kritische luis in de pels en dat hiermee ook noemenswaardige verbeteringen zijn doorgevoerd.

In de veranderende samenleving en zeker ook op het gebied van bodem, water, lucht en zeer zorgwekkende stoffen ziet het bestuur ook dat ODA zich verder moet ontwikkelen en zich samen met de partners en ketenpartners in de regio moet voorbereiden op de toekomst. Dat is ook altijd door het bestuur uitgedragen en in dit plan van aanpak laten we onze doorontwikkeling zien om klaar te zijn voor de toekomst.

6

2. Huidige situatieanalyse In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de huidige situatie en wordt een SWOT-analyse uitgewerkt voor de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA).

2.1 Huidige robuustheid van VTH-processen In deze paragraaf beschrijven wij onze huidige situatie van onze VTH-processen. Toezicht en handhaving Toezicht en de handhaving wordt bepaald door het handhavingsuitvoeringsprogramma per partner van de ODA die gebaseerd is op een in 2016 ontwikkelde risicoanalyse, waarna door de partners een afbakening is meegegeven als gevolg van hun gemeentelijke begroting. Om toch zo efficiënt binnen de risicoanalyse te werken en zoveel mogelijk risico’s ten aanzien van het milieu te voorkomen, wordt al jaren gebruikgemaakt van branchegericht en datagestuurd toezicht en handhaving. Dit heeft ook al gezorgd dat ODA veel toezicht houdt vanuit aspectgerichte controles wat ook aansluit bij het gedachtegoed vanuit de Omgevingswet en het werken met milieubelastende activiteiten per locatie in plaats van met inrichtingen. De uitvoering wordt gedaan door een goede mix van ervaren en nieuwe (soms nog op te leiden) medewerkers. Daarnaast wordt er een deel uitbesteed en dat betreft met name de controles bij kleinere bedrijven. De grootte van de inhuur kan per jaar verschillen en is onder meer afhankelijk van mogelijke nog niet ingevulde vacatures en extra werk.

Binnen het handhavingsuitvoeringsprogramma dat bestaat uit budgetten per toezichtsonderdeel is er ook genoeg flexibiliteit ingeruimd voor het oppakken van extra werk voor onder meer klachten, meldingen, incidenten/ calamiteiten en extra opdrachten van de gemeentes. Vergunningverlening De vergunningverlening wordt uitgevoerd door ervaren medewerkers die voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria. Voor nieuwe medewerkers die nog niet volledig aan deze eisen kunnen voldoen is een opleidingsprogramma gestart dat ertoe moet leiden dat deze medewerkers binnen afzienbare tijd voldoen aan deze eisen. In verband met de krapte op arbeidsmarkt is er op dit moment sprake van een onderbezetting en een achterstand bij de te verlenen vergunningen en te behandelen meldingen. Hierdoor worden ook actualisaties van vergunningen te weinig uitgevoerd. Wekelijks vindt onder leiding van de coördinator een weekstart plaats waarbij prioriteiten worden gesteld en noodzakelijk actualisaties worden uitgevoerd. Om zoveel mogelijk aan de vraag te kunnen voldoen wordt ook gebruik gemaakt van inhuur en uitbesteding van werkzaamheden. Specialisten Per specialisatie worden de werkzaamheden uitgevoerd door ervaren medewerkers die, met uitzondering van de trainees, voldoen aan de kwaliteitscriteria. Per specialisatie wordt wekelijks een prioritering van de uit te voeren adviezen gemaakt.

Indien nodig wordt een deel van de werkzaamheden uitbesteed bij collega-OD's of adviesbureaus. Juristen De juridische werkzaamheden voor zowel vergunningverlening als handhaving worden uitgevoerd door ervaren medewerkers, die met uitzondering van de trainees, voldoen aan de kwaliteitscriteria. Wekelijks worden onder leiding van de coördinator prioriteiten gesteld voor de uit te voeren werkzaamheden. Ook binnen het team juristen wordt gebruiktgemaakt van inhuur.

7

2.2 Commissie van Aartsen en het ontwikkelplan 2022 Eerder heeft de Commissie van Aartsen (CvA) waardevolle aanbevelingen opgesteld over het versterking van het VTH-stelsel. Samen met het bestuur en de opdrachtgevers is hiervoor het ontwikkelplan 2022 opgesteld. De acties komen overeen met de opgenomen acties vanuit het IBP. Omdat verschillende onderdelen reeds zijn afgerond of zich in een afrondende fase bevinden zullen we hieronder kort ingaan op deze punten. Basistakenpakket Vanuit de CvA is aanbevolen om het volledige basistakenpakket in te brengen binnen de omgevingsdiensten. In 2022 zijn alle basistaken ingebracht en in 2023 zijn ook de nieuwe basistaken onder de Omgevingswet ingebracht door de partners. Adviesrol bij omgevingsplan en omgevingstafel De CvA heeft hiervoor een specifieke aanbeveling opgesteld. Vanuit het project Omgevingswet in de regio Achterhoek zijn hierover inmiddels samenwerkingsafspraken met de partners tot stand gekomen over de adviesrol van ODA en haar ketenpartners VNOG, GGD en Waterschap Rijn en IJssel. Dit heeft geresulteerd in een kennismatrix die op onderwerpen en aandachtsgebieden ingaat welke kennis bij welke ketenpartner kan worden ingebracht in de processen vanuit de partners. Denk hierbij aan Omgevingsvisie, Omgevingsplan, Omgevingstafel bij een initiatief of vergunningaanvraag.

Samenwerkingsafspraken over de gemeentelijke complexe vergunningverlening De gemeentelijk complexe vergunningverlening werd volgens afspraken uit het verleden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Eerder is vanuit het project Omgevingswet een pilot gestart waarbij ODA de vergunning zelf afhandelt en alleen voor onderdelen waarover zij te beperkte kennis heeft advies vraagt bij ODRN. Deze pilot is in 2022 gestart en inmiddels afgerond. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is deze werkwijze volledig geïmplementeerd. Strategisch personeelsplan, formatie en huisvesting Eveneens vanuit de aanbevelingen van de CvA is in 2022 het strategisch personeelsplan opgesteld. Met dit plan is ODA in staat om proactief het personeelsbestand te plannen, beheren en optimaliseren. Hierbij is gekeken naar de huidige formatie en de uitdaging om voldoende capaciteit te borgen binnen het primaire proces en de staforganisatie. Knelpunten zijn benoemd en voorzorgsmaatregelen zijn hiervoor getroffen. Ook is de rol van kwaliteitsadviseur geborgd binnen ODA. Vanuit de IBP robuustheidscriteria moet minimaal 80% van de medewerkers in dienst zijn. ODA voldoet hier ruimschoots aan en streeft te blijven voldoen in de toekomst. Naast het strategisch personeelsplan en de formatie is ook gekeken of en in hoeverre de huidige huisvesting hieraan voldoet.

Hiervoor is een intern onderzoek gestart om de behoefte en huisvestingsuitdagingen in kaart te brengen voor de korte termijn en de impact op de lange termijn. Buitengewoon opsporingsambtenaren capaciteit en opleidingen De CvA heeft hierover specifieke aanbevelingen gegeven die vanuit het ontwikkelplan reeds zijn geïmplementeerd. Zo is de capaciteit in 2022 uitgebreid en in 2023 de verplichte her- en bijscholing geëvalueerd en geoptimaliseerd. Algemene doorontwikkeling van de organisatie en uitbreiding dienstverlening Vanuit de PDCA is het Handhavingsuitvoeringsprogramma geactualiseerd. In 2022 zijn voorbereidingen gestart om de partners te ontzorgen rondom de archieftaken en het publiceren van de door ODA verwerkte en opgestelde stukken. Daarnaast heeft ODA haar gemeenschappelijke regeling geactualiseerd op grond van de Omgevingswet en de wetswijziging Wet gemeenschappelijke regeling.

8

2.3 SWOT-analyse Het Interbestuurlijk programma versterking VTH was tevens aanleiding om een SWOTanalyse te maken voor de organisatie. In bijlage I leest u de uitgebreide analyse en hieronder geven we een samenvatting op de belangrijkste onderdelen. Sterkte punten van de organisatie zijn onder meer het ervaren en gekwalificeerde personeelbestand, waarbij meer dan 90% van de medewerkers in (vaste) dienst is. ODA is opgericht net na de financiële crisis en tegelijkertijd speelde de herziening van het Sociaal Domein (2015). Kortom, de gemeenten stonden op dat moment voor een veelheid aan financiële uitdagingen en heeft geresulteerd in een financieel veerkrachtige ODA; met beperkte middelen is kwalitatief hoogwaardige dienstverlening opgezet. ODA heeft het zich al sinds 2019 eigen gemaakt om te werken met geavanceerde innovatieve technologieën zoals bijvoorbeeld drones en geluidsapparatuur. Belangrijke kansen voor de organisatie zijn het proactief signaleren van ontwikkelingen en adviseren van de partners over de veranderingen in wet- en regelgeving. Ook het ontwikkelen van Business Intelligence-strategie en het delen van data met partners en ketenpartners in de regio. Vanuit het project implementatie Omgevingswet zijn samenwerkingsverbanden verder verstevigd en hierin heeft ODA een coördinerende rol.

Vanuit haar specifieke milieukennis kan ODA bijdragen aan de bewustwording in de regio, met name vanuit haar rol als Milieukenniscentrum en milieueducatie borgen in de regio. Daarnaast zijn er ook voor ODA uitdagingen en gebieden van zorg. Zorgen zitten vooral in de huidige en toekomstige capaciteitsproblemen die bijvoorbeeld de doorlooptijden voor vergunningverlening onder druk kunnen zetten. Maar de belangrijkste zorgen zitten in de onduidelijkheid rondom de consequenties van het Interbestuurlijk programma versterking VTH. Er is wat betreft het bestuur wel heel eenvoudig aan het papier toevertrouwd dat omgevingsdiensten die niet voldoen aan de robuustheidscriteria moeten fuseren. Maar een fusie is niet de corebusiness van een omgevingsdienst. Sterker nog, een fusietraject vraagt veel tijd en middelen die vervolgens niet meer in de leefomgeving kunnen worden geïnvesteerd. Dit terwijl juist de leefomgeving sterk aan het veranderen is en kwetsbaar wordt op de onderdelen zoals bodem, water, lucht en de ontwikkelingen op het gebied van de zeer zorgwekkende stoffen.

9

3. Robuustheidscriteria en definities In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de specifieke tien aanbevelingen vanuit de Commissie Van Aartsen, de zes pijlers vanuit het Interbestuurlijk programma versterking VTH en de robuustheidscriteria die volgen uit de eerste pijler.

3.1 Definitie van robuustheid Het bestuur herkent zich in de robuustheidscriteria om te komen tot een daadkrachtige, wendbare en toekomstbestendige zelfstandige omgevingsdienst. Daarin vindt zij de kwaliteit van de dienstverlening en de congruentie met de regio doorslaggevend. Het genoemde omzetcriterium staat haaks op hoe ODA is opgebouwd en zou volgens het bestuur niet moeten prevaleren in tijden van bezuinigingen waar de gemeenten in 2026 mee worden geconfronteerd. Sterker nog, in het verleden heeft de organisatie zich juist professioneel ontwikkeld om met de beschikbare middelen hoogwaardige kwaliteit te leveren: een efficiënte aanpak die van een overheid verwacht mag worden! Het bestuur heeft zich uitgesproken juist dit te willen borgen naast de verdere doorontwikkeling van ODA, de Gelderse Omgevingsdiensten en Omgevingsdienst NL. Immers, om daadkrachtig, wendbaar en toekomstbestendig te zijn moet men zich ook voorbereiden op tijden waarin minder middelen beschikbaar zijn.

3.2 Criteria vanuit het Interbestuurlijk programma versterking VTH Vanuit het Interbestuurlijk programma zijn zes robuustheidscriteria ontwikkeld die in samenhang moeten bijdragen aan een wendbare en daadkrachtige organisatie die onafhankelijk van externe omstandigheden en factoren kan blijven functioneren. Volledigheidshalve geven we hieronder eerst een opsomming van de tien aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen met aansluitend de zes pijlers uit het Interbestuurlijk programma en de connectie met de aanbevelingen. Afsluitend geven we de opsomming van de robuustheidscriteria vanuit de eerste pijler van het IBP. Allereerst de tien aanbevelingen vanuit de Commissie Van Aartsen: 1. de ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten verhogen; 2. kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard van inrichtingen; 3. meer prioriteit, capaciteit en inzet voor strafrechtelijke handhaving en vervolging; 4. hetzelfde basistakenpakket voor elke omgevingsdienst; 5. landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering; 6. verplichting tot informatie-uitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en kennisdeling; 7. één uitvoerings- en handhavingsbeleid, en één uitvoeringsprogramma op basis van één risicoanalyse per regio; 8. versterking van de positie van de directeur door verplicht mandaat en herzien van de benoemingsprocedure; 9.

inrichten van Rijkstoezicht op omgevingsdiensten, en 10. advisering en uitvoeringstoets door omgevingsdiensten over omgevingsplannen.

10

Deze aanbevelingen zijn overgenomen in pijlers van het Interbestuurlijk programma: - Pijler 1: Robuuste omgevingsdiensten en financiering, aanbevelingen Commissie Van Aartsen: 1, 2, 4, 5 en 10. - Pijler 2: Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolg, aanbevelingen Commissie Van Aartsen: 3. - Pijler 3: Informatievoorziening VTH, aanbevelingen Commissie Van Aartsen: 6. - Pijler 4: Kennisinfrastructuur, aanbevelingen Commissie Van Aartsen: 6. - Pijler 5: Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving, aanbevelingen Commissie Van Aartsen: 7 en 8. - Pijler 6: Monitoring kwaliteit milieutoezicht, aanbevelingen Commissie Van Aartsen: 9. Daarnaast is voor de eerste pijler Robuuste Omgevingsdiensten en financiering een zestal robuustheidscriteria opgesteld: - KPI 1: Omzetcriterium en percentage medewerkers in vaste dienst - KPI 2: Kwaliteitscriteria - KPI 3: Innovatiekalender en innovatiebudget - KPI 4: Weerstandsvermogen en algemene reserves - KPI 5: Informatiegestuurd werken, opleidingen en Business Intelligence - KPI 6: Congruentie in de regio De oplettende lezer ziet verbanden en samenstellingen tussen de aanbevelingen, pijlers en robuustheidscriteria die mogelijk zelfs behoorlijk door elkaar heen lopen. Zo is dat inmiddels intern binnen de organisatie ook ontstaan.

Het bestuur heeft namelijk op grond van de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen direct de opdracht gegeven om een ontwikkelplan 2022 op te stellen en nadien is het Interbestuurlijk programma gekomen met de opdracht vanuit de staatssecretaris ook hier een plan van aanpak bij op te stellen over een periode tot 2026 waarin de dienst robuust moet zijn. Dit plan van aanpak en het eerdere ontwikkelplan 2022 zijn daarom samengevoegd. Het zou de tekst onleesbaar maken als bij ieder punt eerst specifiek in wordt gegaan op de aanbeveling, de pijler of het robuustheidscriterium die hieraan ten grondslag ligt. Daarom is in het hiernavolgende hoofdstuk de indeling gemaakt op basis van de zes pijlers binnen het Interbestuurlijk programma.

11

4. Plan van aanpak In dit hoofdstuk leest u ons plan van aanpak. Belangrijk om vooraf te weten is dat een groot deel reeds volgt uit ons ontwikkelplan 2022 dat gebaseerd is op de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen. Het plan van aanpak is ingedeeld volgens de pijlers vanuit het Interbestuurlijk programma om een zelfstandige, daadkrachtige, wendbare en toekomstbestendige Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) te borgen. Dit plan van aanpak ziet op drie sporen. Het eerste spoor richt zich op de interne organisatie en het implementeren van de verplichte onderdelen binnen het IBP. Het tweede spoor richt zich op de sterke samenwerking tussen de Gelderse Omgevingsdiensten vanuit het Gelders Stelsel. Hierin wordt het voorstel uitgelegd van de directeuren om te komen tot gelijkwaardige Gelderse Omgevingsdiensten. Ook wordt ingegaan op de rol die de provincie Gelderland daarin heeft wat betreft haar inbreng van taken in de Gelderse Omgevingsdiensten. Binnen het derde spoor wordt ingegaan op de verkennende gesprekken die zijn gestart op verzoek van de staatssecretaris.

4.1 Omgevingsdienst Achterhoek: stappen naar robuustheid Vanuit het Interbestuurlijk programma versterking VTH zijn verschillende criteria opgenomen die nodig zijn om een robuuste omgevingsdienst te blijven en borgen. Ook zijn er verschillende rapporten opgesteld met kengetallen van omgevingsdiensten. Al blijkt daaruit ook dat deze onderling van elkaar erg verschillend kunnen zijn en veelal bijna niet met elkaar te vergelijken zijn. Kijkt het bestuur naar de pijlers en de robuustheidscriteria dan roept dat in eerste instantie juist het gevoel op dat er nu een organisatie staat die onafhankelijk een hoogwaardige kwaliteit van dienstverlening in de regio borgt. ODA heeft meer dan 90% van de medewerkers in dienst en voldoet aan de gestelde kwaliteitscriteria 2.3. ODA heeft misschien geen specifieke innovatiekalender en -budget, maar investeert weldegelijk in innovaties of heeft deze reeds geïmplementeerd zoals bijvoorbeeld het werken met drones. Ook het weerstandsvermogen en de algemene reserves van ODA zijn op orde. Er wordt informatiegestuurd gewerkt en het opleidingsbudget gaat de regio ondersteunen om de nodige milieukennis te borgen; ook bij de partners. Met Business Intelligence heeft ODA al een start gemaakt. De regio Achterhoek heeft bij uitstek een sterke samenhang en samenwerking zoals verwoord in het congruentiecriterium in de hiernavolgende paragrafen.

Waar wringt de schoen voor ODA? Dat is het omzetcriterium. Juist omdat dit criterium haaks staat op hoe ODA zich heeft ontwikkeld vanaf de start. ODA is ontstaan in een periode waarin haar partners met diverse financiële uitdagingen te maken kregen. Het land klom net uit een financiële crisis en de gemeenten waren zich volop aan het voorbereiden op de omvangrijke herziening van het Sociaal Domein in 2015.

12

Inwoners moesten zelfredzaam worden en ODA heeft diezelfde transitie doorgemaakt. Het geld klotste niet tegen de plinten en die geldboom is evenmin in de Achterhoek gevonden. Maar door van begin af aan heel bewust met de middelen om te gaan is geleerd om uitzonderlijk efficiënt te werken. Het omzetcriterium geeft dan ook nu het gevoel alsof de regio het slecht heeft gedaan, terwijl ook kan worden gekeken naar het effect dat juist ODA als geen ander bestendig is voor het zogenoemde ravijnjaar 2026. De directie van ODA, haar bestuur en ambtelijk opdrachtgevers hebben dan ook samen vastgesteld dat juist deze competentie niet overboord zal worden gegooid. ODA gaat niet zondermeer opplussen en tegenover iedere extra euro staat aanvullende dienstverlening. Dit betekent niet dat ODA oogkleppen op heeft voor de toekomst. Ook hier zien de directie, bestuur en ambtelijk opdrachtgevers verschillende uitdagingen op ons afkomen en juist daar zal op worden ingezet vanuit de robuuste kwaliteit. Zoals eerder is beschreven heeft ODA met haar ontwikkelplan 2022 verschillende aanbevelingen vanuit de Commissie van Aartsen geïmplementeerd. Iedere partner heeft het volledige basistakenpakket ingebracht en ook de nieuwe basistaken onder de Omgevingswet. Ook de aanbevolen vaste adviesrol bij omgevingsplannen is geborgd en ODA neemt deel aan de omgevingstafels voor zover dat nodig is.

Met de oprichting van ODA is eveneens het stelsel van Gelderse Omgevingsdiensten opgebouwd. Dit samenwerkingsverband van de Gelderse Omgevingsdiensten pakt nu ook de kans juist samen de schouders eronder te zetten en te komen tot individuele gelijkwaardige robuuste omgevingsdiensten zoals bedoeld vanuit het Interbestuurlijk programma. Daarbij moeten we ook achterom kijken welke keuzes er in het verleden zijn gemaakt. Zo zijn door de provincie Gelderland cruciale keuzes gemaakt waarbij bepaalde werkzaamheden in de regio Achterhoek zijn verschoven naar andere Gelderse Omgevingsdiensten. Enerzijds heeft dat geresulteerd in een efficiënte samenwerking, maar het Interbestuurlijk programma trekt dat nu met de robuustheidscriteria volledig overhoop. Zouden deze keuzes niet zijn gemaakt dan zagen de begrotingen er heel anders uit.

13

4.2 Spoor 1: Omgevingsdienst Achterhoek Vanuit de pijlers van het Interbestuurlijk programma zijn verschillende verplichte onderdelen opgenomen die iedere omgevingsdienst moet implementeren. Hieronder gaan we per pijler in op deze onderdelen en de bijbehorende robuustheidscriteria vanuit pijler 1. 4.2.1. Pijler 1: Robuuste omgevingsdiensten en financiering Binnen deze pijler zijn de robuustheidscriteria opgesteld die hieronder afzonderlijk worden omschreven met de daarbij behorende acties in dit plan van aanpak. 4.2.1.1. Omzetcriterium en percentage medewerkers in dienst Zoals eerder is aangegeven staat het omzetcriterium haaks op de wijze waarop de ODA is georganiseerd en opgebouwd vanaf haar start. Wat onze kwaliteit betreft doen wij niet onder voor die van de rest van het land en worden we op cruciale plekken gevraagd aan te schuiven vanuit de ministeries om onze kennis en bijdrage te leveren. Denk hierbij aan de Omgevingswet, gebruiksvriendelijkheid van het DSO, uitwerking van de Bruidsschat en onze expertise op het gebied van zeer zorgwekkende stoffen, met name op het gebied van PFAS. Maar ook de toepassing van het verlenen van een agrarische vergunning die de uitstoot realtime meet met sensoren. Worden wij gevraagd voor onze kwaliteit of omdat we zo goedkoop zijn? Juist dit kennisniveau volgt uit onze ambitie om het Milieukenniscentrum van de Achterhoek te willen zijn.

Daarnaast wil ODA ook haar bijdrage leveren binnen Bureau Omgevingsdienst NL aan de specifieke landelijke kennisthema’s. Volgens het bestuur van de ODA is het omzetcriterium ondergeschikt aan de andere doelstellingen binnen het Interbestuurlijk programma versterking VTH. Als we het met elkaar over de middelen gaan hebben dan vertroebelt ieder gesprek en raken we de focus kwijt op onze leefomgeving. ODA, haar ambtelijk opdrachtgevers en bestuur gaan dan ook geen kunstmatige ingrepen verrichten om maar te voldoen aan dit criterium. Binnen het criterium komen ook verschillende onderdelen aan de orde die mogelijk bij kunnen dragen aan het behalen daarvan. In gesprek met de ambtelijk opdrachtgevers en het bestuur zijn hierover uitgangspunten opgesteld. Vanuit het project implementatie Omgevingswet en het ontwikkelplan 2022 zijn reeds afspraken gemaakt om een nieuwe risicoanalyse op te stellen voor VTH. Daarnaast wordt het inrichtingenbestand geactualiseerd, in samenhang met ODA’s Datawarehouse. Wat betreft de milieuplustaken hanteert ODA ons Achterhoeks model. Vanuit dit model gaan milieuplustaken organisch over naar ODA. De inmiddels nog beperkte groep medewerkers bij de partners wordt door ODA meegenomen en ondersteund in het actueel houden van de milieukennis, maar we gaan nu niet geforceerd deze taken overdragen.

Behalve in de nu gebruikelijke situaties dat bijvoorbeeld een medewerkers bij de partner stopt. Waarom niet geforceerd inbrengen? Op dit moment zijn de professionele lijntjes tussen de organisaties bijzonder kort en krachtig. Deze willen we juist behouden en borgen. Dit zorgt ook voor een efficiënt ingericht samenwerkingsproces van integraal werken.

14

Met elkaar gaan we het gesprek aan om te kijken waar de behoefte ligt in de regio op kennisthema’s en ontwikkelingen vanuit bodem, lucht, water en zeer zorgwekkende stoffen waardoor mogelijk nieuwe milieuplustaken ontstaan en waarop het productenboek kan worden aangevuld. Dan nu het punt waar het bestuur bijzonder trots op is! Meer dan 90% van de medewerkers is in (vaste) dienst binnen ODA. Dit komt ook als onze kracht terug in de SWOT-analyse. Maar ODA en haar partners hebben eveneens te maken met capaciteitstekorten, daarin is de Achterhoek geen uitzondering op de rest van het land. Met de ontwikkelingen die reeds voorliggen vanuit het ontwikkelplan 2022, een autonoom toenemende vraag vanuit onze partners (o.a. beleidsondersteuning) en de onderdelen binnen het Interbestuurlijk programma zal dit aantal toenemen. ODA zal dan ook haar organisatie- en capaciteitsplan in 2026 hebben geactualiseerd voor zowel het primaire- als secundaire proces. 4.2.1.2. Kwaliteitscriteria Vanuit het ontwikkelplan 2022 zijn inmiddels de kwaliteitscriteria 2.3. geïmplementeerd en bereidt ODA zich voor op de aankomende vernieuwing van de kwaliteitscriteria. Hierbij wordt de kwaliteitszorg geborgd met onze interne audit die hiervoor wordt opgesteld. Dit onderdeel komt terug in het strategisch personeelsplan dat eveneens vanuit het ontwikkelplan 2022 is opgesteld en nu wordt geactualiseerd.

Hierin wordt ingegaan op de kwaliteit en het borgen daarvan bij uitval of capaciteitstekort. Een cruciale rol is weggelegd voor het Gelders Stelsel waarin samenwerkingsafspraken de tijdelijke kritieke robuustheid op kwaliteit borgen als een specialist uitvalt of er een vacature ontstaat. De Gelderse Omgevingsdiensten ondersteunen elkaar voor deze tijdelijke periode. Voor de langere termijn gaat ODA middels Business Intelligence (BI) de beschikbare nevenkennis per medewerker in beeld brengen die niet specifiek voor de uit te oefenen functie nodig is maar wel kan worden ingezet voor de organisatie. Hiermee vangt ODA toekomstige capaciteitsproblemen op en benut ten volle de beschikbare kennis in huis. Daarnaast wordt een impactanalyse opgesteld en zal de capaciteitsplanning voor 2026 zijn geactualiseerd in relatie tot de huisvestingsbehoefte. 4.2.1.3. Innovatiekalender en innovatiebudget Vanuit de robuustheidscriteria zou de dienst voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie moeten hebben wat blijkt uit de aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovaties. Kijken we naar dit criterium dan zien we een formeel afgebakende innovatiekalender met een vooraf vastgesteld innovatiebudget in de begroting.

Vanuit het verleden is altijd het uitgangspunt van ODA geweest dat wat op een innovatiekalender kan worden geplaatst eigenlijk al geen innovatie meer is, maar juist een gekozen doorontwikkeling. Immers is die keuze dan ook al gemaakt. Bovendien zijn alle innovaties uit het verleden altijd mogelijk gemaakt en veelal in gesprek met de partners zelfs uitgebreid in de behoefte van de partners. Het voorbeeld van zo’n innovatie is de inzet van drones. Hiermee is ODA al in 2019 gestart vanuit de behoefte om het toezicht efficiënter op te zetten door de toepassing

15

van drones. Voor ODA is dit al jaren geen innovatie meer, maar een bewust gekozen efficiënte werkwijze. Daarnaast ontwikkelt ODA zich op het gebied van artificiële intelligentie (AI). Vanuit het aandachtsgebied zeer zorgwekkende stoffen werkt ODA inmiddels met AI om de Veiligheidsinformatiebladen van bedrijven te analyseren en risico’s in beeld te brengen bij eventuele veranderingen van samenstellingen in productie of opslag. Hierdoor kunnen we nog efficiënter werken om tot een risicoanalyse te komen. Nevendoel daarbij is deze kennis te delen met onze partners in de regio en onze partners in het land. Om te voldoen aan dit criterium zal ODA samen met haar partners een innovatiekalender opstellen, waarbij juist ook de partners in de gelegenheid worden gesteld om pilots aan te dragen voor innovaties die mogelijk in de regio kunnen worden ingezet. 4.2.1.4. Weerstandsvermogen en algemene reserves Op grond van de robuustheidscriteria moet de dienst de risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket kunnen opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen). Dit moet blijken uit afdoende algemene reserve voor geïdentificeerde risico’s en onverwachte operationele tegenvallers, waarbij afspraken in de gemeenschappelijke regeling moeten zijn opgenomen over het terugnemen van taken.

ODA heeft voor 2024 een herziening aangekondigd van de volledige begrotingscyclus en -systematiek. Voor de uiteindelijke begroting van 2026 zal worden gerekend met een weerstandsratio van ten minste 0,8% en zal jaarlijks een actualisatie van de bepaling van het weerstandsvermogen plaatsvinden op basis van een actuele risicobeoordeling. Daarbij wordt ook de mogelijke financiële impact van risico’s geactualiseerd. Het huidige weerstandvermogen in de begroting van 2024 is 1,68% en voldoet hier ruim aan. De begrotingscyclus en -systematiek zal worden doorgevoerd voor de begroting van 2025 en tussentijds worden geactualiseerd voor 2026. Daarnaast wordt de gemeenschappelijke regeling herzien vanuit het Interbestuurlijk programma en de afspraken die hierin moeten worden vastgelegd om hieraan te voldoen. 4.2.1.5. Informatiegestuurd werken, opleidingen en Business Intelligence Vanuit de robuustheidscriteria binnen het Interbestuurlijk programma zou de dienst een relatie moeten kunnen leggen tussen werk, mensen en middelen. De dienst zou informatiegestuurd moeten werken en dat zou tot uitdrukking moeten komen in een percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor Business Intelligence. Ook zou de dienst moeten werken met een vast opleidingsbudget van 3% van de loonsom.

In 2023 is ODA gestart een eigen datawarehouse op te zetten, dit als oplossing voor het verdwijnen van de Informatiehuizen die het Rijk oorspronkelijk wilde bouwen binnen het programma Laan van de Leefomgeving. Deze zal uiterlijk eind 2024 volledig in gebruik zijn genomen en blijft daarna verder in ontwikkeling. Het datawarehouse wordt ook ingezet op het delen van informatie met de partners. Daarnaast is gestart met een pilot om data te delen met de ketenpartner Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland. Deze pilot moet eind 2024 worden afgerond en met de bereikte resultaten zal een nieuwe pilot worden gestart met Waterschap Rijn en IJssel. Daarnaast werkt ODA samen met haar collega Omgevingsdienst Rivierenland aan de doorontwikkeling van het Gelders Datalab. Binnen de beschikbare subsidie vanuit het IBP zal deze actie worden afgerond in 2024.

16

ODA beschikt op dit moment in haar begroting over een opleidingsbudget van 2% van de loonsom. Hierbij moet overigens worden opgemerkt dat ODA in de voorgaande jaren juist goed heeft kunnen werken met het opleidingsbudget. Dit percentage zal in de begrotingswijziging van 2025 worden aangepast naar tenminste 3% waarbij dit opleidingsbudget tevens wordt ingezet op het eerdere genoemde onderwerp milieukennis delen in de regio. Hiervoor heeft ODA inmiddels een eigen opleider in huis om zowel intern als extern met de partners het aanbod aan milieuopleidingen en de opleidingscyclus af te stemmen. Wat ook binnen het opleidingsbudget valt is het programma voor milieutrainees. Binnen de robuustheidscriteria is opgenomen om een eigen Business Intelligencestrategie te ontwikkelen die beschrijft hoe de organisatie gegevens verzamelt, analyseert en benut om beslissingen te nemen, welke ambities ODA heeft met het beoogde resultaat en hoe dat is te realiseren. Op dit moment loopt er een externe opdracht om de behoefte in kaart te brengen op basis van de huidige ontwikkelingen rond onder andere Business Intelligence (BI) en Artificiële Intelligentie (AI).

Hiervoor heeft ODA inmiddels een data-analist aangetrokken voor het opzetten en inrichten van de datawarehouse en zal in de toekomst deze dienstverlening worden geborgd op basis van de genoemde Business Intelligence-strategie en unit bestaande uit ten minste 3 fte. In de begroting van 2026 zal dit volledig zijn geïntegreerd. 4.2.1.6. Congruentie in de regio Binnen de robuustheidscriteria is de congruentie met de regio als volgt omschreven: De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal. De Achterhoek is een regio die zich onderscheidt door verschillende kenmerken die bijdragen aan haar congruentie en samenhang. Zo heeft de Achterhoek een rijke mix van culturele, natuurlijke, economische en sociale elementen die gezamenlijk een unieke cultuur en identiteit vormen. Cultuur en identiteit van het werkgebied Een van de belangrijkste aspecten die de Achterhoek congruent maken is de sterke regionale cultuur en identiteit. Bewoners van de Achterhoek voelen vaak een diepe verbondenheid met de streek. Dit vormt de basis voor een gemeenschappelijk gevoel van saamhorigheid. Deze culturele verbondenheid wordt verder versterkt door tradities, lokale gebruiken en het koesteren van het rijke historische erfgoed van de regio.

Tradities en erfgoed spelen een cruciale rol bij het creëren van congruentie in de Achterhoek. Lokale evenementen, ambachten en historische architectuur weerspiegelen de rijke geschiedenis van de Achterhoek. Deze elementen worden gekoesterd en doorgegeven van generatie op generatie, waardoor een gevoel van continuïteit en gedeelde identiteit ontstaat. Maak als buitenstaander bijvoorbeeld niet de fout om de Achterhoek en Twente met elkaar te vergelijken als één en dezelfde regio; dat wordt overigens andersom ook niet gewaardeerd. Het gemeenschapsgevoel in de Achterhoek is opvallend sterk. Lokale gemeenschappen, verenigingen en betrokkenheid bij regionale initiatieven versterken de sociale cohesie. Het gevoel van saamhorigheid gaat verder dan individuele belangen en draagt juist daardoor bij aan een gezamenlijke visie op de toekomst van de regio.

17

Logica in het geografisch gebied Het landschap en de natuur dragen bij aan deze eenheid van de Achterhoek. Het gebied wordt gekenmerkt door dorpen en kleine steden omringd door glooiende heuvels, uitgestrekte bossen en landelijke gebieden. Deze fysieke kenmerken bepalen niet alleen de esthetiek van de regio, maar hebben ook invloed op de levensstijl en activiteiten van de bewoners. Het landschap fungeert als een bindmiddel, waardoor mensen zich verbonden voelen met de natuur en met elkaar. De geografische ligging van de Achterhoek draagt eveneens bij aan haar congruentie. Begrensd door natuurlijke kenmerken, vormt de regio een afgebakend gebied met een eigen cultuur en identiteit. Deze begrenzing bevordert een gevoel van samenhang en eenheid onder de bewoners. Economische congruentie in de Achterhoek Economische diversiteit is een ander aspect dat de Achterhoek congruent maakt. Hoewel de regio verschillende economische sectoren herbergt, zoals de maakindustrie, agribusiness en technologische innovatie, delen bedrijven vaak gemeenschappelijke economische belangen en uitdagingen. Ook zien we in de Achterhoek een toename in het opstarten van nieuwe bedrijven en bedrijfsuitbreidingen. Deze onderlinge verbondenheid draagt bij aan het gevoel van economische congruentie en gezamenlijke welvaart.

Centrale focus op maatschappelijke opgaven Zowel ODA als de Achterhoekse gemeenten Benadrukken het belang bij onze gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven, zoals het bevorderen van duurzaamheid, het verbeteren van de leefbaarheid en het aanpakken van milieuproblemen. Dit bevordert de sterke congruentie en de centrale focus daarop. Door zich te richten op dezelfde maatschappelijke opgaven kunnen zij hun inspanningen bundelen en gezamenlijke strategieën ontwikkelen om deze opgaven aan te pakken. Samenhang met elkaar De Achterhoekse gemeenten en ODA hebben een sterke congruentie in de samenhang met elkaar door effectief samen te werken en onze activiteiten op elkaar af te stemmen. Dit wordt bereikt door middel van regelmatig overleg, coördinatie van taken en verantwoordelijkheden, gezamenlijke projecten en het delen van informatie en middelen. Door een sterke samenhang met elkaar te bevorderen, kan de regio haar gezamenlijke doelstellingen efficiënter bereiken en bijdragen aan een samenhangende aanpak van milieukwesties in de Achterhoek. Samenwerking is een sleutelelement dat de Achterhoek als regio bijeenhoudt. Bedrijven, overheden en andere belanghebbenden werken samen aan regionale ontwikkeling en initiatieven. Gezamenlijke inspanningen versterken de cohesie en dragen bij aan een gezamenlijke strategie voor groei en welvaart.

In de regio Achterhoek wordt veel gewerkt vanuit Naoberschap wat samengevat inhoud dat over en weer zaken voor elkaar worden gedaan zonder dat deze in rekening worden gebracht. Zaken die kosteloos aan ODA ter beschikking worden gesteld zijn onder andere verschillende werkplekken, faciliteiten en vergaderruimtes bij de gemeenten. Verder maakt ODA gebruik van de verschillende gastheerschappen op het gebied van ICT, financiële- en loonadministratie waarbij de kosten niet volledig worden doorbelast. Bij andere omgevingsdiensten worden deze kosten veelal wel volledig doorberekend, waardoor de omzet toeneemt. ODA zal samen met de partners deze onderdelen in kaart brengen om de kosten te duiden die normaalgesproken deel uitmaken van de begroting.

18

Bestuurlijk zijn hiervoor ook belangrijke stappen gezet vanuit de Achterhoek ambassadeurs5 en onze gezamenlijke visie op de toekomst 6. Daaraan wil ODA haar bijdrage leveren door aan te sluiten bij de Regio Achterhoek ambassadeurs thematafels. 4.2.2. Pijler 2: Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolg Doel van deze pijler is het verminderen van vermijdbare milieuschade. Enerzijds door naleving van bedrijven van wet- en regelgeving en vergunningen. Anderzijds om te komen tot een level playing field voor bedrijven. Op dit moment is er een goede samenwerking tussen de Gelderse- en Overijsselse omgevingsdiensten, Openbaar Ministerie en politie vanuit de samenwerkingsafspraken. Overleggen vinden daarbij plaats op operationeel- en tactisch niveau. Ook de Commissie van Aartsen heeft eerder aanbevolen juist in te zetten op prioriteit, capaciteit en inzet voor strafrechtelijke handhaving en vervolging. In het ontwikkelplan 2022 zijn voor het team buitengewoon opsporingsambtenaren een uitbreiding van uren gerealiseerd. Daarnaast is de verplichte her- en bijscholing geëvalueerd en geoptimaliseerd. Voor 2025 dient de Landelijke Handhavingsstrategie onder de Omgevingswet (LHS-O) en een regionaal uitvoerings- en handhavingsbeleid te worden vastgesteld door de partners van omgevingsdiensten.

ODA werkt nauw samen met Bureau Omgevingsdienst NL en het Openbaar Ministerie om in de regio’s in het land kennissessies te organiseren over het thema bestuurs- en strafrechtelijke handhaving waarbij aansprekende voorbeelden uit de praktijk zullen worden ingezet. Deze kennissessies zullen worden gepland in 2024. 4.2.3. Pijler 3: Informatievoorziening VTH Doel van deze pijler is te werken aan een robuuste organisatie die ontstaat door het gebied van informatievoorziening te versterken binnen het VTH-stelsel. Vanuit het ontwikkelplan 2022 en het IBP zijn reeds stappen gezet. Zo wordt er gebouwd aan het datawarehouse en zal hiervoor een Business Intelligence-strategie worden opgesteld. Hiermee wordt de verbinding gelegd met de regio Achterhoek (Achterhoeks Datalab), de regio Gelderland (Gelders Datalab) en stelt ODA zich beschikbaar voor het inrichtingen en aansluiten op landelijke voorzieningen die vanuit Bureau Omgevingsdienst NL in de toekomst zullen worden ontwikkeld. Dit doel moet voor 2026 zijn gerealiseerd met alle betrokken partijen in de regio, provincie en het land.

5 6

https://8rhk.nl/ https://8rhk.nl/visie/ 19

4.2.4. Pijler 4: Kennisinfrastructuur Het IBP roept vanuit de vierde pijler op tot het ontsluiten, delen, ontwikkelen en operationaliseren van die kennis en vaardigheden die bijdragen aan een schoner, gezonder en veiligere leefomgeving en aan het verminderen van milieuschade. Deze vierde pijler heeft ook een sterke verbinding met het tweede robuustheidscriterium kwaliteit waarvoor acties zijn opgenomen in paragraaf 4.2.1.2. Verder heeft deze vierde pijler net als de derde pijler (paragraaf 4.2.3.) verbinding met het vijfde robuustheidscriterium om informatiegestuurd te werken en daarbij om een eigen Business Intelligence-strategie te ontwikkelen die beschrijft hoe de organisatie gegevens verzamelt, analyseert en benut om beslissingen te nemen, welke ambities ODA heeft met het beoogde resultaat en hoe dat te realiseren, zie ook paragraaf 4.2.1.5. 4.2.5. Pijler 5: Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving Eerder is vanuit de Commissie van Aartsen en later ook vanuit het Interbestuurlijk programma ingezet op onafhankelijke uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving met een constructieve besluitcyclus waar het gaat om mandaten, professionaliteit en transparantie. Vanuit het project implementatie Omgevingswet zijn inmiddels de mandaten en dienstverleningsovereenkomsten geactualiseerd.

Ook is de gemeenschappelijke regeling aangepast vanuit de Omgevingswet en tegelijkertijd vanwege de wetswijziging Wet op de gemeenschappelijke regelingen. Vanuit het eerder ontwikkelplan 2022 is het Handhavingsuitvoeringsprogramma geactualiseerd en wordt nu gewerkt aan het opstellen van het Vergunningenuitvoeringsprogramma. 4.2.6. Pijler 6: Monitoring kwaliteit milieutoezicht Binnen het Interbestuurlijk programma is de aanbeveling van de Commissie van Aartsen overgenomen om het toezicht op de omgevingsdiensten in te richten. Dit is aangevuld met de behoefte om een zodanige informatievoorziening in te richten waarmee omgevingsdiensten, gemeente‐ en provinciebesturen allereerst kunnen leren, daarnaast hun verantwoordelijkheid kunnen nemen en eveneens kunnen (bij)sturen op een adequate uitvoering van de VTH‐taken door omgevingsdiensten. Onder coördinatie vanuit Omgevingsdienst NL worden visitaties uitgezet onder alle omgevingsdiensten. ODA werkt hier actief aan mee bij andere diensten en zal zelf in juni 2024 worden gevisiteerd. De visitaties worden vervolgens vierjaarlijks afgenomen.

20

4.3 Spoor 2: Gelderse Omgevingsdiensten Zoals hierboven aangeven gaat het eerste spoor in op de interne aangelegenheden binnen ODA. Dit tweede spoor ziet op de samenwerking vanuit het Gelders Stelsel. Binnen de Gelderse Omgevingsdiensten zijn inmiddels gesprekken gevoerd om een verkenning onderling te starten. Zo is vanuit de staatssecretaris eerder geopperd dat een fusie van diensten binnen Veiligheidsregio’s mogelijk interessant zou kunnen zijn. Vanaf 1 januari 2024 zijn de Omgevingsdienst Veluwe IJssel en Omgevingsdienst Noord Veluwe opgegaan in de fusieorganisatie Omgevingsdienst Veluwe. Ook is gesproken met Omgevingsdienst Rivierenland, Omgevingsdienst de Vallei, nieuwe Omgevingsdienst Veluwe en de mogelijk te fuseren Omgevingsdienst Regio Nijmegen en Omgevingsdienst Regio Arnhem. Samen vormen zij het Gelders Stelsel. Niet onbelangrijk hierbij te vermelden is dat in Gelderland de gemeenten en provincie juist bij de oprichting bewust hebben gekozen voor een samenhangend stelsel van uitvoeringsdiensten waarin professionele korte lijnen, samenhang, kwaliteit en efficiency belangrijke uitgangspunten zijn. Vanuit het programma IBP zien we andere regio’s kijken naar het Gelders Stelsel om daarvan te leren en mogelijk een vergelijkbare samenwerking te starten.

Kijken we naar de positie van ODA binnen het Gelders Stelsel dan is zij de dienst met de meeste inrichtingen en beslaat haar regio het grootste oppervlak in Gelderland. Klein is ODA dus beslist niet, alleen ontstaan er misverstanden omdat onze begroting wat afwijkt van andere omgevingsdiensten en wij zeer bewust omgaan met onze middelen. Naar onze mening wordt dan ook wel erg snel gezegd dat een fusie de enige juiste oplossing zou moeten zijn. Omgevingsdienst Veluwe leert ons overigens ook dat een voorgesteld of net afgerond fusietraject veel tijd en geld kost. Maar ook voor het verder opzetten en het goed laten landen van de fusieorganisatie is eveneens weer veel tijd en geld nodig. Tijd en geld die niet direct in de leefomgeving kan worden geïnvesteerd. Vanuit het ontwikkelplan 2022 en het project Omgevingswet is kritisch gekeken naar de dienstverlening voor de gemeentelijk complexe vergunningverlening. Deze werd volgens afspraken uit het verleden volledig uitgevoerd door de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. In 2022 is vanuit het project Omgevingswet een pilot gestart waarbij ODA de vergunning zelf afhandelt en alleen voor onderdelen waarover zij te beperkte kennis heeft advies vraagt bij ODRN. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is deze werkwijze reeds geïmplementeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=6d0154e9-7e3a-4df4-99f4-8124511bbe83