CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026 definitief

Gemeenteraad 5 november 2025, gemeente AaltenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Programmabegroting 2026-202935.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In 2026 is het Regionaal Werkcentrum Achterhoek operationeel.

Programma 2 Sociaal Domein

23

Participatie Laborijn zit in een meerjarige transitie met nieuwe (complexere) doelgroepen met een arbeidsbeperking. Landelijk wordt de arbeidsmarktinfrastructuur hervormd en krijgen we te maken met nieuwe wet- en regelgeving. In 2026 vinden o.a. de volgende acties plaats: - Implementatie ‘Participatiewet in Balans’ inclusief nieuwe re-integratie verordening; - Er is een verbeterplan opgesteld voor dienstverlening aan jongeren (aansluiting op de wet ‘Van School naar Duurzaam Werk’) en de doelgroep beschut werk; - Het project oudkomers (met een Participatiewet uitkering) wordt afgerond; Opvang van Nieuwkomers De Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voor Oekraïense ontheemden is verlengd tot 4 maart 2027. Dit betekent dat zij tot die datum recht blijven houden op opvang, huisvesting, medische zorg, toegang tot de arbeidsmarkt en onderwijs. Inzet vanuit de gemeente is hiervoor noodzakelijk. Voor statushouders verandert het beleidslandschap in 2026. Nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van huisvesting, verblijfsvergunningen en gezinshereniging zal directe gevolgen hebben voor hun integratieproces. Het sociaal domein moet hierop anticiperen door eventueel het huidige beleid aan te passen. Dit vraagt om een nauwe samenwerking tussen uitvoeringspartners en maatschappelijke organisaties.

Vanuit het domein Wonen is het noodzakelijk om in 2026 concrete prestatieafspraken te maken met woningcorporatie De Woonplaats. Doel hiervan is om optimaal gebruik te maken van de beschikbare woningvoorraad en zo de huisvesting van zowel statushouders als andere urgente doelgroepen te kunnen realiseren. Wat betreft de opvang van asielzoekers, blijft de gemeente Aalten volgens de Spreidingswet gehouden aan het realiseren van minimaal 200 opvangplekken, conform het vernieuwde verdeelbesluit van het Rijk. In 2026 moet dit verder worden uitgewerkt en geconcretiseerd op basis van de kaders van de gemeenteraad. Borgen Inkoop Wmo en Jeugd In 2025 is in regionaal verband een solide fundament gelegd voor de inrichting van gemeentelijke inkoopprocessen. In 2026 ligt de focus op het structureel borgen van deze werkwijze binnen alle relevante domeinen, teneinde continuïteit, rechtmatigheid en doelmatigheid te waarborgen. Openbare orde en veiligheid Een veilige leefomgeving is een basisvoorwaarde voor het welzijn van onze inwoners. Voor het aankomende jaar zoomen we in op onderstaande twee thema’s: • Weerbaarheid en brede maatschappelijke continuïteit De toename van maatschappelijke spanningen, geopolitieke instabiliteit, cyberdreigingen en extreme weersomstandigheden heeft ook op lokaal niveau impact.

Deze dreigingen vragen om een veerkrachtige en goed voorbereide samenleving, waarin inwoners, ondernemers en instellingen in staat zijn om adequaat te reageren op incidenten, desinformatie, verstoringen van de openbare orde of digitale aanvallen. Het kabinet heeft via de Voorjaarsnota €70 miljoen vrijgemaakt, bestemd voor onder andere het inrichten van lokale en regionale noodsteunpunten en een publiekscampagne die zelfredzaamheid en samenredzaamheid moet bevorderen. Het versterken van weerbaarheid is daarom een speerpunt binnen onze veiligheidsaanpak in samenwerking met de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG) en GGD NOG. Dit thema krijgt de aankomende jaren extra aandacht. Dit jaar nog starten er waarschijnlijk in alle veiligheidsregio’s pilots, waarbij ook op lokaal niveau (wijk- en buurtniveau) noodsteunpunten moeten worden aangewezen waar ten minste informatie verkregen kan worden, en mogelijk enkele noodvoorzieningen. Daarnaast heeft de VNG een ‘Handreiking weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau’ opgesteld, met daarin een stappenplan en prioritering van de te nemen maatregelen voor gemeenten. • Ondermijning – interventieteam Ondermijnende criminaliteit vormt een ernstige bedreiging voor de rechtsstaat, het vertrouwen in de overheid en de veiligheid binnen onze samenleving.

De samenwerking met de acht gemeenten binnen de regio Achterhoek wordt daarom steeds meer opgezocht. Er wordt gestart binnen het werkgebied van het basisteam Achterhoek Oost met het zogenaamde interventieteam. Het betreft hier een pilotproject, waarin de politie en de gemeenten Aalten, Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk en de Regisseur Ondermijning Achterhoek intensief gaan samenwerken. Dit heeft als doel het zicht op het nalevingsgedrag van wet- en regelgeving en ondermijning in de betreffende gemeenten te verbeteren. Zo wordt er niet alleen gebruik gemaakt van elkaars netwerk, ervaring en expertise, maar politie, gemeentelijke buitengewoon opsporingsambtenaar (boa’s) en toezichthouders voeren in dit verband ook gezamenlijk controles en toezicht met een vaste regelmaat uit.

Programma 2 Sociaal Domein

24

2. Welke concrete doelstellingen zijn er? Thema/Doelstelling 1. Monitoring Sociaal Domein Inzicht hebben in de impact op de opgaven binnen het Sociaal Domein. 2. 3. 4. 5.

Met elkaar samenleven/implementatie inclusiebeleid Borgen van het actieplan. Veerkrachtig ouder worden IZA – het concreet maken en uitvoeren van het transformatieplan. Mentale gezondheid IZA – het concreet maken en uitvoeren van het transformatieplan. Preventie en gezondheid Bevorderen van een brede gezondheidsaanpak die ervoor zorgen dat gezonde keuzes makkelijker worden.

Actie 2026 Verbinding leggen met de monitoring en verantwoording in P&C cyclus. Dialoog voeren met de raad over de impact op de opgaven in het Sociaal Domein. geformuleerde adviezen uit 2025 zijn vertaald naar concrete acties en er ligt een vastgesteld actieplan. Het concretiseren en uitvoering geven aan het gemeentelijke deel van de impactvolle opgaven. Het concretiseren en uitvoering geven aan het gemeentelijke deel van de impactvolle opgaven.

Het concretiseren en uitvoering geven aan de opgaven: - Terugdringen gezondheidsachterstanden, - Stimuleren eigen regie en gezondheidsvaardigheden, - Informele zorg, - Stimuleren leefstijl in de zorg, - Regionale inrichting ketenaanpakken. 6. Herinrichten toegang Ontwikkelen en realiseren van een toegankelijke, integraDe toegang tot gemeentelijke ondersteule, vindbare en laagdrempelige toegang, fysiek én digining is voor alle inwoners merkbaar vertaal, waarin de inwoner centraal staat. Samenwerken beterd. met partners in het voorliggend veld. 7. Sterke lokale teams Er is een implementatieplan Sterker Lokaal Team opgeOpstellen van een implementatieplan Ster- steld. ker Lokaal Team zodat in 2028 de gemeente beschikt over een sterk lokaal team. 8. Preventie Platform Jeugd Uitvoering geven aan de plannen die in 2025 zijn opgeEen goed gepositioneerd PPJ met herken- steld. bare en bruikbare trainingen en adviezen. 9. Jeugdgezondheidszorg Uitvoering geven aan de uitkomsten van het onderzoek Een toekomstbestendige jeugdgezondToekomstbestendige Jeugdgezondheidszorg. heidszorg. 10. Subsidiebeleidsregels Welzijn Herijken huidige subsidiebeleidsregels welzijn. Actuele subsidiebeleidsregels Welzijn 11. Dorpsplannen en dorpsvisies Opstellen handelingskader waarbij de samenwerStimuleren totstandkoming dorpsplanking/inbreng van de gemeente bij het voorbereiden, nen/dorpsvisies.

opstellen, uitwerken en uitvoeren van een dorsplan wordt vastgelegd. 12. Cultuur en Erfgoedakkoord Achterhoek In 2026 gaat een kwartiermaker aan de slag om de Versterken regionale samenwerking via het zichtbaarheid en toegankelijkheid van cultuur en erfgoed Cultuur en Erfgoed akkoord Achterhoek in de regio te vergroten. 13. Erfgoednota Oost Achterhoek In 2026 worden in samenwerking met lokale en regionale Verankering en uitvoering geven aan de partners projecten ontwikkeld die bijdragen aan het beerfgoednota Oost-Achterhoek 2025. houd, beleving, educatie en participatie rondom erfgoed. 14. Sportvoorzieningenbeleid Er is op basis van de uitgangspunten en principes uit de Het implementeren van de visie op toeadviesnota Toekomstbestendig Sportlandschap een Nota komstbestendig sportlandschap. sportvoorzieningenbeleid 15. Beweegvriendelijke omgeving er wordt een beleidsvisie op een beweegvriendelijke De mogelijkheden om de openbare ruimte leefomgeving opgeleverd welke het huidige speelvoorte gebruiken als beweegvriendelijke omge- zieningenbeleid vervangt. ving zijn nader onderzocht en uitgewerkt. 16. Bibliotheek Er is in samenhang met de aankomende zorgplicht een Een volwaardige en toekomstbestendige gemeentelijk meerjarenplan opgesteld. bibliotheek voor alle inwoners.

Programma 2 Sociaal Domein

25

Thema/Doelstelling Actie 2026 17. Participatie In 2026 vinden o.a. de volgende acties plaats: Doorontwikkeling en toekomstbestendig - Implementatie ‘Participatiewet in Balans’; maken sociaal - Er is een verbeterplan opgesteld voor dienstverlening (werk-)ontwikkelbedrijf Laborijn in saaan jongeren en de doelgroep beschut werk; menwerking met partijen binnen het - Het project oudkomers (met een Participatiewet uitkesociaal domein. ring) wordt afgerond; Inspelen op de ontwikkelingen BUIG in relatie tot voortzetten (uitstroom-) maatregelen. 18. Wmo en Jeugdhulp Er is een eenduidige, samenhangende werkwijze gebaseerd Het borgen van de nieuwe inkoop per op de nieuwe contracten waarbij beleid, uitvoering, con01-01-2026. tractmanagement en aanbieders hun rol kennen en nemen. 3.

Overzicht middelen per taakveld Dit programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: Programma 2 Sociaal Domein Baten Bestuur Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Openbaar basisonderwijs Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid en leerling zaken Sportbeleid en activering Cultuurpresentatie, -productie en -participatie Musea Cultureel erfgoed Media Samenkracht en burgerparticipatie Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal Inkomensregelingen WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie Hulpmiddelen en diensten (Wmo) Huishoudelijke hulp (Wmo) Begeleiding (Wmo) Dagbesteding (Wmo) Overige maatwerkarrangementen (Wmo) Jeugdzorg begeleiding Jeugdzorg behandeling Jeugdzorg dagbesteding Jeugdzorg zonder verblijf overig Pleegzorg Gezinsgericht Jeugdhulp met verblijf overig Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf Gesloten plaatsing Jeugdhulp ambulant lokaal Jeugdhulp ambulant regionaal Jeugdhulp ambulant landelijk Jeugdhulp met verblijf lokaal Jeugdhulp met verblijf regionaal Jeugdhulp met verblijf landelijk PGB Wmo PGB Jeugd Beschermd wonen (Wmo) Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo) Jeugdbescherming Jeugdreclassering Coördinatie en beleid Wmo Coördinatie en beleid Jeugd Volksgezondheid Totaal baten Programma 2 Sociaal

Domein

Werkelijk 2024 -36 -8 -12 0 -24 -605 -245 -172 0 -60 -115 -3.900 -98 0 0 0 -5.646 0 -8 -1 -280 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -338 0 0 0 0 0 -329 -11.877

bedragen x € 1.000 Raming na Begroot Begroot Begroot Begroot wijziging 2025 2026 2027 2028 2029 -48 -2 -20 0 -36 -378 -254 -32 0 -34 -88 -4.161 0 0 -23 -50 -6.633 0 0 0 -276 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -173 -12.208

-49 -2 -21 0 -38 -312 -217 0 0 -13 0 -1.894 0 0 -24 0 -6.523 0 0 0 -282 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -122 -9.497

-49 -2 -21 0 -38 -312 -48 0 0 -13 0 -1.771 0 0 -24 0 -6.719 0 0 0 -477 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -9.474

-49 -2 -21 0 -38 -312 -48 0 0 -13 0 -1.771 0 0 -24 0 -6.897 0 0 0 -477 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -9.652 26

-49 -2 -21 0 -38 -312 -48 0 0 -13 0 -1.589 0 0 -24 0 -7.095 0 0 0 -477 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -9.668

Programma 2 Sociaal Domein

Werkelijk 2024

Raming na Begroot Begroot Begroot Begroot wijziging 2025 2026 2027 2028 2029

Lasten Bestuur Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Openbaar basisonderwijs Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid en leerling zaken Sportbeleid en activering Cultuurpresentatie, -productie en -participatie Musea Cultureel erfgoed Media Samenkracht en burgerparticipatie Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal Inkomensregelingen WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie Hulpmiddelen en diensten (Wmo) Huishoudelijke hulp (Wmo) Begeleiding (Wmo) Dagbesteding (Wmo) Overige maatwerkarrangementen (Wmo) Jeugdzorg begeleiding Jeugdzorg behandeling Jeugdzorg dagbesteding Jeugdzorg zonder verblijf overig Pleegzorg Gezinsgericht Jeugdhulp met verblijf overig Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf Gesloten plaatsing Jeugdhulp ambulant lokaal Jeugdhulp ambulant regionaal Jeugdhulp ambulant landelijk Jeugdhulp met verblijf lokaal Jeugdhulp met verblijf regionaal Jeugdhulp met verblijf landelijk PGB Wmo PGB Jeugd Beschermd wonen (Wmo) Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo) Jeugdbescherming Jeugdreclassering Coördinatie en beleid Wmo Coördinatie en beleid Jeugd Volksgezondheid Totaal lasten

2.750 1.950 929 8 979 1.651 548 417 345 136 683 5.234 2.140 0 0 0 10.159 7.218 521 1.120 3.898 3.509 10 3 2.692 203 67 0 230 0 2.069 2.414 451 949 0 0 0 0 0 0 0 0 53 11 256 79 0 0 1.431 55.113

3.102 2.053 1.147 8 1.312 1.349 611 297 373 146 806 6.720 270 255 733 67 11.077 6.499 617 988 3.883 3.124 27 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 610 4.885 0 395 3.806 98 522 46 356 0 370 33 969 861 1.621 60.041

2.345 2.065 1.303 9 1.050 1.327 482 281 380 131 736 4.466 63 260 711 18 11.076 6.452 655 990 4.461 3.280 28 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5.795 0 0 4.285 5 100 532 47 16 0 377 34 1.039 952 1.586 57.342

2.338 2.200 1.287 9 1.046 1.327 310 281 379 133 617 4.366 63 260 711 18 11.437 6.203 667 990 4.461 3.280 28 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5.795 0 0 4.285 5 100 532 47 16 0 377 34 1.039 952 1.490 57.088

2.338 2.211 1.284 9 1.022 1.327 310 281 368 131 617 4.366 63 260 711 18 11.921 5.794 680 990 4.461 3.280 28 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5.795 0 0 4.285 5 100 532 47 16 0 377 34 1.039 952 1.514 57.171

2.338 2.210 1.293 9 1.006 1.327 310 281 367 131 617 4.366 63 260 711 18 12.279 5.393 694 990 4.461 3.280 28 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5.795 0 0 4.285 5 100 532 47 16 0 377 34 1.039 952 1.538 57.157

Totaal programma 2 Sociaal Domein

43.236

47.833

47.845

47.614

47.519

47.489

De toelichting op de verschillen tussen de jaarschijven 2025 en 2026 en volgende jaren is opgenomen in de bijlagen van dit boekwerk in het overzicht van baten en lasten per programma.

Programma 2 Sociaal Domein

27

Programma 3 Bedrijfsvoering

1. Ontwikkelingen binnen dit programma Samen op weg naar de gemeenteraadsverkiezing 2026 In 2026 mogen inwoners opnieuw hun stem laten horen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. De gemeenteraad bepaalt de koers van onze gemeente voor de komende vier jaar, en ieders stem telt. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk mensen gebruikmaken van hun stemrecht. Daarom ligt de focus de komende tijd op het bevorderen van de opkomst en wordt er in elke buurtschap een stembureau geplaatst. Dit betekent dat er verschillende acties en activiteiten georganiseerd worden om inwoners te informeren, te motiveren en te enthousiasmeren om te gaan stemmen. Samen wordt ervoor gezorgd dat iedereen weet hoe en wanneer ze kunnen stemmen – en vooral: waarom het ertoe doet. Herijking Dienstverleningsvisie In 2025 is gestart met een organisatie-breed traject om de visie op dienstverlening uit 2013 te herijken. Eind 2025 moet deze visie gereed zijn. De visie wordt vanaf 2026 binnen de organisatie geïmplementeerd. Naast de visie wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin de visie wordt vertaald naar werkbare principes die in het dagelijks werk worden toegepast. Gebiedsgericht werken De Omgevingswet verplicht gemeenten om integraal en participatief te werken aan de fysieke leefomgeving.

Dit betekent concreet: vroegtijdig en actief betrekken van inwoners, organisaties en ondernemers bij beleidsvorming, plannen en besluiten die hen raken. Ook vraagt de wet om maatwerk, waarbij beleid beter aansluit op de kenmerken en behoeften van een specifiek gebied. Niet meer werken vanuit afzonderlijke beleidssectoren maar vanuit samenhang en in nauwe samenwerking met de samenleving. Het begrip gebiedsgericht werken komt hierbij vaak in beeld. Gebiedsgericht werken is een algemene aanpak om beleid beter te laten aansluiten bij de leefwereld van inwoners, rekening houdend met ruimte voor lokale verschillen en initiatieven. Voor gebiedsgericht werken bestaat (nog) geen blauwdruk of vast model. Voor onze organisatie betekent het dat er goed nagedacht moet worden over wat bij ons past. Hoe organiseert de gemeente de verbinding met dorpen, wijken en buurtschappen? En hoe zorgt het voor balans tussen gemeentelijke regie en lokale initiatieven? De Omgevingswet is een belangrijke aanleiding om met gebiedsgericht werken aan de slag te gaan. NIS2 Cyberbeveiligingsrichtlijn Sinds 2020 is er in Europees verband gewerkt aan de richtlijn NIS2, de Network and Information Security directive. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat Europese organisaties meer werk maken van digitale weerbaarheid. De richtlijn wordt vertaald naar nationale wetgeving, die medio 2026 in werking zal treden.

Dit is de Cyberbeveiligingswet. Met de invoering van de Cyberbeveiligingswet komen er strengere eisen op het gebied van informatiebeveiliging. Gemeenten worden verplicht te werken aan het beheersen van cyberrisico’s, moeten passende bedrijfscontinuïteitsmaatregelen nemen en moeten toe gaan zien op de zogenaamde ketenveiligheid (met andere woorden toetsen dat ook onze partners veilig zijn). Deze processen dienen periodiek op effectiviteit te worden beoordeeld. Daarnaast komt er een rapportageplicht bij een landelijke toezichthouder voor grote incidenten, zoals die er ook is bij de privacywetgeving. Indien nodig kan de toezichthouder een gemeente aan inspectie onderwerpen, om te toetsen of aan genoemde eisen wordt voldaan. Ontwikkelingen datagedreven werken Binnen gemeente Aalten is een duidelijke koers ingezet om datagedreven werken structureel te versterken en te verankeren binnen processen, besluitvorming en samenwerking. Naast de regionale samenwerking via DatalabGO, is er de behoefte om zelf datavraagstukken voor onze gemeente op te kunnen pakken. De vraagstukken die binnen DatalabGO worden opgepakt, betreffen vooral strategische data-analyses en onderzoek die in de meeste gevallen in samenwerking met andere partners worden uitgevoerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zowel openbare als ingekochte data.

Intern is er ook behoefte aan meer tactische en operationele analyses op onze eigen data. Denk bijvoorbeeld aan het onderbouwen van beleidskeuzes bij ruimtelijke ordening of het tijdig signaleren van hulpvragen in het sociaal domein om snel bij te kunnen sturen in de uitvoering. Hoewel datagedreven werken lange tijd als waardevolle aanvulling werd gezien, vormt het inmiddels een structurele randvoorwaarde voor toekomstgericht en maatschappelijk verantwoord beleid. Programma 3 Bedrijfsvoering

30

2. Welke concrete doelstellingen zijn er? Thema/Doelstelling 1 Herijking Dienstverleningsvisie De nieuwe visie op dienstverlening is geïmplementeerd binnen de organisatie. 2 Gebiedsgericht werken De mogelijkheden rondom gebiedsgericht werken binnen onze organisatie worden nader onderzocht. 3 Beheer en onderheid installaties Op dit moment zijn er te veel en te diverse partijen die onze locaties beheren en onderhouden. Daarom in 2026 een aanbesteding voor Werktuigbouwkundige en Elektrotechnische installaties uitzetten om zo te komen tot een efficiencyslag. 4 Renovatie ’t Slaa 5-7 De dubbele woning aan ’t Slaa 5-7 in Aalten wordt geschikt gemaakt voor minimaal 2 statushouders gezinnen welke al aan de gemeente Aalten zijn toegewezen. 5 NIS2 Cyberbeveiligingsrichtlijn Vanaf 2026 worden bestuurders (en management) via training toegerust op het gebied van cyberweerbaarheid en de eisen van de Cyberbeveiligingswet, zodat zij op een goede manier de verantwoordelijkheid kunnen nemen die van hen wordt gevraagd. 6 NIS2 Cyberbeveiligingsrichtlijn Vanaf 2026 wordt cyberweerbaarheid meer opgepakt in lijn met de risicogerichte aanpak van NIS2.

7

Datagedreven werken Het versterken van de technische informatievoorziening voor het datagedreven werken

8

Datagedreven werken Organisatorische samenwerking van en binnen gemeente Aalten rond informatie gestuurd werken binnen de gemeente Aalten.

Programma 3 Bedrijfsvoering

Actie 2026 De visie is vertaald naar duidelijke servicenormen en werkafspraken rondom onze dienstverlening. Er is een pilot van start gegaan waarin onderzocht wordt welke invulling van gebiedsgericht werken bij de gemeente Aalten past. In kaart brengen van huidige installaties en een partij benaderen voor de begeleiding van de naar verwachting Europese aanbesteding. Gereed september 2026, ingang contract januari 2027. Voorbereidende werkzaamheden zijn gestart in het derde kwartaal 2025. De uitvoering van de werkzaamheden staan gepland in het tweede kwartaal 2026. Prognose voor oplevering staat op het vierde kwartaal 2026. Door middel van één of enkele workshops worden bestuurders en managers toegerust om een beter beeld te krijgen van NIS2 en de Nederlandse Cyberbeveiligingswet.

Er wordt in beeld gebracht met welke risico’s onze gemeente te maken heeft op het gebied van cyberweerbaarheid. Bij de belangrijkste risico’s wordt vastgelegd welke maatregelen passend zijn om het risico te beheersen. De vereiste processen, inclusief het toezicht op de effectiviteit ervan, worden opgezet. Het realiseren van een toekomstbestendige datainfrastructuur – waaronder de inrichting van een robuust datawarehouse. Hierdoor kan de gemeente Aalten op een zorgvuldige en efficiënte manier een basis leggen beschikken over betrouwbare stuurinformatie. Het maken van organisatorische afspraken en inrichten van processen ter vullen van data en het bouwen van de eerste data dashboards

31

3. Overzicht middelen per taakveld Dit programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: Programma 3 Bedrijfsvoering

Werkelijk 2024

bedragen x € 1.000 Raming na Begroot Begroot Begroot Begroot wijziging 2025 2026 2027 2028 2029

Baten Burgerzaken Beheer overige gebouwen en gronden Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkering en overige uitkeringen GF Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (Vpb) Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten & lasten Totaal baten

-688 -677 -299 -985 -3.862 -1.823 -142 -62.901 -157 0 -4.593 0 -76.127

-816 -565 -165 -588 -3.996 -1.870 -101 -64.827 0 0 -8.716 0 -81.644

-960 -528 -127 -571 -4.024 -1.894 -55 -66.681 0 0 -1.703 0 -76.543

-982 -528 -130 -574 -4.024 -1.894 -55 -65.824 -848 0 -689 0 -75.548

-943 -528 -130 -573 -4.024 -1.894 -55 -64.208 -2.607 0 -344 0 -75.306

-785 -528 -130 -570 -4.024 -1.894 -55 -64.489 -2.220 0 -344 0 -75.039

Lasten Burgerzaken Beheer overige gebouwen en gronden Overhead Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkering en overige uitkeringen GF Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting (Vpb) Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten & lasten Totaal lasten

1.015 1.271 12.050 300 349 160 114 5 -120 0 7.040 3.232 25.416

1.088 2.605 11.810 134 266 159 114 5 2.468 12 1.328 0 19.988

1.495 1.664 12.205 283 289 179 113 6 1.223 0 1.560 0 19.017

1.536 1.638 12.314 386 289 179 113 6 1.163 0 630 0 18.254

1.492 1.575 12.195 474 289 179 113 6 952 0 704 0 17.979

1.438 1.392 12.189 579 289 179 113 6 862 0 698 0 17.745

Totaal programma 3 Bedrijfsvoering

-50.711

-61.656

-57.526

-57.294

-57.327

-57.294

De toelichting op de verschillen tussen de jaarschijven 2025 en 2026 en volgende jaren is opgenomen in de bijlagen van dit boekwerk in het overzicht van baten en lasten per programma

Programma 3 Bedrijfsvoering

32

Paragrafen

Paragraaf Bedrijfsvoering Duurzaam en vitaal woon-werkverkeer Op grond van de cao Gemeenten is de werkgever verplicht met ingang van 1 januari 2026 lokaal een regeling vast te stellen voor een vergoeding van reiskosten woon-werkverkeer. De cao bevat géén uitgewerkte regeling. Een regeling waarin reiskosten kunnen worden uitgeruild via het IKB (zoals nu in de gemeente Aalten), is niet toereikend. Daarnaast verplicht het Besluit CO2-reductie werk gebonden personenmobiliteit werkgevers actie te ondernemen met betrekking tot de verduurzaming van het woon-werkverkeer en het zakelijke verkeer. Het voornemen is een marktconforme regeling woon-werkverkeer te treffen, die medewerkers een hogere vergoeding geeft naarmate duurzamer én vitaler wordt gereisd. Daarnaast wordt een verbetering van de fietsregeling onderzocht. Dit sluit aan bij de uitkomsten van de mobiliteitsscan die in 2023 uitgevoerd is door het regionale initiatief GAON. En draagt bij aan het vitaliteitsbeleid. Hiervoor is een raming van structureel € 200.000 opgenomen. Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt is in het afgelopen jaar verder toegenomen en gaat ook in de komende jaren nadrukkelijk gevoeld worden. Hoewel we veel vacatures nog goed kunnen invullen, merken we in toenemende mate dat dit bij bepaalde vakgebieden niet meer lukt of langer duurt.

Door de grote uitstroom wegens pensioneringen in de gemeentelijke sector neemt de spanning op de arbeidsmarkt alleen maar verder toe. Dit leidt onherroepelijk tot een verdere stijging van de loonkosten door opwaartse druk op de algemene loonontwikkeling in de cao, door druk op de salarisonderhandelingen bij de invulling van vacatures, door individueel rechtspositioneel maatwerk en door kosten van externe inhuur of andere tijdelijke oplossingen. Daarnaast hebben we rekening te houden met afspraken in de cao Gemeenten over beperking van de externe inhuur en met de hernieuwde handhaving door de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid. De krappe arbeidsmarkt leidt verder tot risico’s met betrekking tot de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoners en de gemeenteraad en de tijdige oplevering van producten. Dit is met name het geval als we concessies moeten doen met betrekking tot de kwaliteit bij de invulling van vacatures en als vacatures langer open staan of niet ingevuld kunnen worden. Om ervoor te zorgen dat we als werkgever voldoende aantrekkelijk zijn in deze krappe arbeidsmarkt hebben we onze salarissen afgelopen jaar herijkt door middel van een organisatie brede functiewaarderingsronde. De nieuwe vergoedingsregeling woon-werkverkeer draagt ook positief bij aan onze arbeidsmarktpositie.

Verder blijven we werken aan modern werkgeverschap door verdere stappen in flexibiliteit, gezonde arbeidsomstandigheden, vitaliteit, duurzaamheid, ontwikkelingsmogelijkheden en betrokkenheid. Waar mogelijk zetten we daarbij in op verduurzaming van de arbeidsvoorwaarden en aansluiting bij de global goals. Strategische personeelsplanning In de komende vijf jaren verlaat ongeveer 20% van de medewerkers de organisatie wegens (vervroegde) pensionering. Deze voorziene uitstroom willen we tijdig en proactief opvangen om de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening te garanderen. Hierbij kijken we niet alleen naar één op één vervanging in formatie, maar ook naar de ontwikkelingen in procesoptimalisatie, kunstmatige intelligentie, digitalisering en robotisering. Door middel van een dynamische strategische personeelsplanning houden we deze ontwikkelingen goed in beeld. In het kader van de planning/fasering van de uitstroom zijn we regelmatig in gesprek met de medewerkers over het in lijn brengen van de individuele wensen en de plannen van de organisatie. We kijken op basis van individueel maatwerk actief naar de mogelijkheden van eerdere pensionering of juist het (eventueel in deeltijd) langer doorwerken na de AOW-datum.

Uitgangspunt is dat we zorgdragen voor een goed instroomproces (onboarding) zodat nieuwe medewerkers goed en adequaat worden ingewerkt zonder dat dit ten koste gaat van de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening. Bij enkele specifieke functies ontkomen we niet aan tijdelijk dubbele loonkosten, zodat de vertrekkende medewerker de opvolger kan inwerken. Zoals in het afgelopen jaar ook is toegepast bij de Griffie. De ontwikkeling van een goed instroomproces (onboarding) heeft in het afgelopen jaar vertraging ondervonden door problemen in de dienstverlening van onze externe salarisverwerker. We hebben inmiddels voor een andere externe salarisverwerker gekozen en gaan ervan uit dat we de onboarding in 2026 kunnen implementeren. Daarnaast zien we dat de uitstroom naar een andere werkgever toeneemt door de krapte op de arbeidsmarkt. De ontwikkeling van deze uitstroom is moeilijk te voorspellen.

Paragraaf Bedrijfsvoering

34

Opleidingsbeleid In 2026 willen we in overleg met de ondernemingsraad het opleidingsbeleid vaststellen. In lijn met de global goals willen we onze medewerkers ruime ontwikkelingsmogelijkheden bieden. Dit uitgangspunt werken we verder uit in het opleidingsbeleid. Het gaat daarbij om de interne opleidingen (onder andere onboarding), die we zelf verzorgen, maar ook om het aanbod van externe scholingsinstituten op het gebied van de diverse gemeentelijke taken. Het gaat om hetgeen nodig is om bij te blijven in het vakgebied maar ook om opleidingen gericht op doorstroom en ontwikkeling. Online of fysiek. We willen daarbij nadrukkelijk kijken naar de mogelijkheden dichtbij. Stagebeleid We streven naar veel stagemogelijkheden binnen de organisatie, zodat we jongeren kunnen helpen aan een goede stageplaats en kennis kunnen laten maken met het boeiende gemeentelijke takenpakket. Het gaat daarbij om reguliere stages, maar ook om afstudeeropdrachten, maatschappelijke stages, werkervaringsplaatsen etc. Veel stagiaires kunnen aansluitend nog enige tijd vakantiewerk binnen onze organisatie verrichten. We gaan ervan uit dat we een deel van onze toekomstige vacatures kunnen invullen door oud-stagiaires. De beoogde intensivering van de stagemogelijkheden leggen we in 2026 in overleg met de ondernemingsraad vast in het nieuwe stagebeleid.

Uitgangspunt is een verdubbeling van het aantal stageplaatsen van gemiddeld één per team in de periode 2022–2024 naar steeds tenminste twee stagiaires per team (tegelijk in elk semester en voortdurend). Ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid In de afgelopen jaren lag het ziekteverzuim binnen de organisatie op een te hoog niveau, duidelijk boven het gemiddelde in gemeenten in dezelfde inwonerklasse. Hoewel dit voor een deel wordt verklaard door enkele bijzondere ziektebeelden en door tekortkomingen in de dienstverlening van de Arbodienst is actie nodig. We hebben daarom een actieplan vermindering ziekteverzuim vastgesteld, dat inmiddels de eerste resultaten laat zien: we hebben een nieuwe Arbodienst en een vernieuwd verzuimprotocol. Dit actieplan wordt in 2026 verder uitgevoerd en moet ertoe leiden dat we weer terugkeren naar de situatie die we lang hebben gekend waarin het ziekteverzuimpercentage in onze organisatie lager was dan het gemiddelde in gemeenten in dezelfde inwonerklasse. Uit de periode met een laag ziekteverzuim dateert de keuze van de gemeente Aalten voor het eigen risicodragerschap voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte medewerkers (WGA). Die naar de toenmalige omstandigheden begrijpelijke keuze heeft in de afgelopen jaren tot de nodige kosten voor WGA-uitkeringen geleid.

Deze kosten worden tot nu toe opgevangen binnen de methodiek van het schommelfonds (reserve formatie en organisatie), maar dat is op termijn niet houdbaar. Vanaf de begroting 2026 willen we dit specifieke risico opnemen in de Risicoparagraaf. Zodra het ziekteverzuim weer enkele jaren lager is dan het gemiddelde in gemeenten in dezelfde inwonerklasse, zullen wij de keuze voor het eigen risicodragerschap voor de WGA heroverwegen. Dat zou op termijn kunnen leiden tot een terugkeer naar het publieke bestel (beëindiging eigen risicodragerschap) of een herverzekering van het risico bij een private verzekeraar. Integriteit In de afgelopen jaren hebben we het beleid met betrekking tot de bestuurlijke en ambtelijke integriteit geactualiseerd en de diverse integriteitsregelingen opnieuw vastgesteld. Aan de hand van een meerjarig implementatieprogramma voeren we jaarlijks diverse bewustwordingsactiviteiten uit, onder andere met betrekking tot de melding van nevenfuncties, de melding van financiële belangen en de geschenkenregeling. We vragen van nieuwe medewerkers een verklaring omtrent het gedrag en het afleggen van de eed of belofte tijdens een ceremoniële bijeenkomst.

Paragraaf Bedrijfsvoering

35

Inkoop Ook in 2026 blijft de samenwerking met de Achterhoekse gemeenten een feit. Er wordt geprobeerd om zoveel mogelijk gezamenlijk aan te besteden. Gezamenlijk projecten op dit moment zijn onder andere de inkoop ‘Huishoudelijke ondersteuning’ en de nieuwe inkoopvoorwaarden conform de VNG. In 2026 nemen we Sustainable Development Goals en ook Social Return On Investment mee binnen de aanbestedingen. Overige onderwerpen Over verdere ontwikkelingen rondom onder andere dienstverlening, IT-ontwikkelingen en informatieveiligheid en privacy wordt verwezen naar de ontwikkelingen zoals genoemd in Programma 3 Bedrijfsvoering. Verder zijn voor 2026 de volgende budgetten in deze begroting opgenomen: Onderwerp 2026 2025 Accountant € 103.000 € 88.000 Raad € 77.000 € 61.000 Rekenkamer € 16.000 € 16.000 Uurtarief ten behoeve van doorberekeningen Voor het doorberekenen van diverse werkzaamheden wordt gewerkt met een uniform uurtarief. Er is een berekening gemaakt op basis van totale loon- en overheadkosten voor het tarief per uur. Dit resulteert in een tarief voor 2026 van € 89. In 2025 was het uurtarief € 86. Dit uurtarief wordt gebruikt voor onder meer het bepalen van de legestarieven en voor de toerekening van de kosten aan riolering en afvalverwerking. Onderbouwing uurtarief 2026 Loonkosten Overhead Uurtarief

Kosten € 19,3 miljoen € 10,4 miljoen

Verplichte beleidsindicatoren Naam indicator Eenheid 1 Formatie fte per 1.000 inwoners 2 Bezetting fte per 1.000 inwoners 3 Apparaatskosten kosten per inwoner 4 Externe inhuur % van totale loonsom 5 Overhead % van totale lasten

Paragraaf Bedrijfsvoering

Uren Uurtarief 335.000 € 58 335.000 € 31 € 89 2026 7,47 7,47 € 902,53 1,57% 12,77%

2025 7,36 7,36 € 814,89 2,69% 12,93%

36

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Deze paragraaf geeft een overzicht van die risico's, waarvoor geen of onvoldoende dekking is gegeven via een verzekering een reserve of een voorziening. Reguliere geringe risico's worden niet opgenomen, daarvoor is de begroting. Van de niet of onvoldoende gedekte risico's wordt via kans en geschatte schade de benodigde weerstandscapaciteit gepresenteerd. Die benodigde capaciteit wordt vergeleken met de aanwezige weerstandscapaciteit. De ratio (in welke vorm dan ook) wordt weerstandsvermogen genoemd. De paragraaf moet daarbij ook aangeven wat het beleid is gericht op de dekking van risico’s, het voorkomen en het oplossen hiervan. De paragraaf weerstandsvermogen geeft dus inzicht in: • De mate waarin de gemeente belangrijke financiële risico’s loopt; • De financiële buffer (weerstandscapaciteit) die zij daarvoor achter de hand heeft. De risico’s boven de € 250.000 staan in deze paragraaf. Daaronder zijn ze zeker ook van belang, maar moeten in de reguliere P&C cyclus worden opgevangen. Voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit worden de risico’s met een financieel negatief gevolg als onderstaand meegerekend: 1. Risico’s met een structureel gevolg worden niet afzonderlijk verhoogd met een opslagfactor; 2. Er wordt een zekerheidspercentage (kans dat het zich voordoet) van 90% gekozen; 3.

De uitkomst van de benodigde totale weerstandscapaciteit wordt vermenigvuldigd met 1. De weerstandscapaciteit wordt afgezonderd van de algemene reserve, maar blijft wel onderdeel daarvan. Binnen de vastgestelde bandbreedte van 1 miljoen wijzigt deze niet. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen worden in deze paragraaf de bedoelde risico’s geconfronteerd met de aanwezige weerstandscapaciteit. bedragen x € 1.000

1. Weerstandscapaciteit De weerstandcapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet voorziene lasten te dekken, zonder dat de begroting (toewijzen van middelen) en het beleid (geformuleerde doelstellingen) aangepast moet worden. Het gaat om elementen waarmee tegenvallers bekostigd kunnen worden, zoals de algemene reserve, reserve zonder bestemming, reserve grondexploitatie, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorziene uitgaven. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen, onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen verstaan die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen. Bepaling van de weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Rekeningresultaat Het positieve resultaat Vrij aanwendbare algemene De algemene reserve is de reserve waaraan de raad geen specifieke reserve bestemming heeft gegeven en die een financiële bufferfunctie heeft. Deze reserve bestaat uit de algemene reserve en de reserve risico. Op dit moment is er nog niets bestemd. Bestemmingsreserves Deze reserves zijn beklemd maar kunnen in geval van hoge nood wel ingezet worden.

Stille reserve-effecten De stille reserve in deze financiële vaste activa wordt niet meegenomen in de berekening, omdat de verhandelbaarheid van deze aandelen (Alliander, Vitens, BNG en ROVA) zeer beperkt is. Stille reserve activa Deze stille reserve bestaat uit de bezittingen waarvan de waarde bij verkoop hoger is dan de boekwaarde. Op basis van ervaring zetten we een derde deel in. Totaal incidentele weerstandscapaciteit

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

484 20.109

9.118 0 1.210 30.921

37

Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Hieronder wordt voor de OZB de ruimte opgenomen die er is tussen onze eigen tarieven en de normtarieven voor de zogenaamde artikel 12 gemeenten. De overige belastingen/heffingen zijn kostendekkend of van geringe betekenis. Rentebaten algemene reserve Aangezien geen rente meer toegevoegd wordt aan de reserves vrij besteedbaar is inzet niet mogelijk. Onvoorzien (structureel) Totaal structurele weerstandscapaciteit Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

5.057

0 350 5.407 36.328

2. Risico’s Het hebben van risico’s is inherent aan het uitoefenen van een organisatie zoals een gemeente. Het is echter van belang deze risico’s te kennen en hier goede maatregelen voor te treffen (verzekeren) dan wel risico’s te wegen bij het aangaan ervan of hier tijdig op in te spelen. Een overzicht van de risico’s wordt steeds geactualiseerd. De basis daarvoor zijn de teams en de medewerkers. Alle risico’s worden beschreven en gekwantificeerd in een groslijst. De grootste risico’s, boven de € 250.000 worden afzonderlijk genoemd in deze nota. Bij een zekerheidsniveau van 90% is de aan te houden reserve voor de gemeente Aalten volgens de nieuwe berekening € 4,45 miljoen. Dit houdt in dat, als de gemeente Aalten dit bedrag als reserve op haar balans aanhoudt, zij in 90 van de 100 jaar voldoende risicoreserves heeft om de schades op te vangen. In de begroting zijn de meest actuele risico’s opgenomen. Risico’s boven de € 250.000 Budgettaire tekorten bij (verbonden) partijen waar door de gemeente uitbestede gemeentelijke taken zijn neergelegd Integriteit/intimidatie/grensoverschrijdende problemen Virusaanvallen op ICT-gebied, hacks, thuiswerken, datalekken

Mogelijk gevolg Politieke druk om financiële steun te bieden of mee te moeten in een bij meerderheid genomen Regio-besluit Gevolgschades

250 250

Dataverlies en herstelkosten Mogelijke afkoopsom Gevolgschades Weersinvloeden, droogte bomen, exoten en dergelijke ook overige calamiteiten boven de verzekerde waarde Drugsafval, Slakken en PFAS

2.000

Tekort opvang Extra aanwijzingen Rijk Extra vraag onderwijs, leerlingenvervoer en zorgbehoefte Wachtgeld wethouders: bij stoppen 1 of Voor zittende wethouders mag volgens het BBV meerdere wethouders ongeacht reden geen voorziening meer bestaan Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid Eigen risicodrager WGA/gedeeltelijke arbeidsonpersoneel geschiktheid Totaal van de ingeschatte risico’s boven de € 250.000

250

4.450

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

38

Natuur en flora, klimaat, rampen Bodemsanering

250 250

Nieuwkomers, taakstelling uit Spreidingswet

700 500

3. Weerstandsvermogen Het vermogen van een gemeente om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van deze gemeente in gevaar komt. Dit wordt uitgedrukt als de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van onze gemeente voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming. Ratio weerstandsvermogen 2026 =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

Weerstandscapaciteit, incidenteel Weerstandscapaciteit, structureel Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

30.921 5.407 36.328

Gekwantificeerde risico’s Totale benodigde weerstandscapaciteit

4.450 4.450

Saldo/overschot Ratio onder andere gehanteerd door provincie

31.878 8,16

>2 = Uitstekend 1,4 - 2,0 = Ruim voldoende

1,0 - 1,4 0,8 - 1,0

= Voldoende = Matig

0,6 - 0,8 < 0,6

= Onvoldoende = Ruim onvoldoende

De uitkomst van de ratio (8,16) is uitstekend en wat hoger dan de jaarrekening 2024 (6,76). Dit komt met name door een verlaging van de gekwantificeerde risico’s. Hierbij moet opgemerkt worden dat deze ratio altijd een momentopname betreft. De ratio lijkt en is mooi, maar de solvabiliteit van de gemeente houdt nog niet over, zie ook onderstaand. In de nota wordt dan ook gesteld dat hier de komende jaren aandacht voor moet zijn en blijven. We streven naar een getal boven de 50% voor de solvabiliteit. Verplichte kengetallen Onderstaande kengetallen helpen bij het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van een gemeente. Deze kengetallen geven aan hoe we er als gemeente voor staan. De categorieën zijn gebaseerd op de norm van de provincie (groen is voldoende, oranje matig en rood onvoldoende). Raming na Verplicht voorgeschreven Werkelijk Begroot Begroot Begroot Begroot wijziging kengetallen 2024 2026 2027 2028 2029 2025 1a. Netto schuldquote (NS) 24,3% 41,1% 52,9% 58,2% 58,0% 57,6% 1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen 12,8% 30,5% 41,8% 46,9% 46,9% 46,4% 2. Solvabiliteitsratio 44,2% 34,1% 30,4% 28,8% 27,2% 26,1% 3. Structurele exploitatieruimte -2,4% -0,6% 1,1% -0,4% -2,3% -1,9% 4. Grondexploitatie 0,7% 1,7% 0,6% 0,4% -0,9% -0,9% 5. Belastingcapaciteit 68,3% 70,5% 76,4% 76,4% 76,4% 76,4% 6. Liquiditeit 1,14 0,51 0,50 0,50 0,51 0,58 Norm provincie Gelderland 1a.

Netto schuldquote (NS) 1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen 2. Solvabiliteitsratio 3.

Structurele exploitatieruimte

4. 5. 6.

Grondexploitatie Belastingcapaciteit Liquiditeit

Categorie A tot 90% tot 90% hoger dan 50% begroting en meerjaren hoger dan 0% tot 20% tot 95% hoger dan 1

Categorie B tussen 90% tot 135% tussen 90% tot 135% tussen 20% tot 50% begroting of meerjaren hoger dan 0% tussen 20% tot 35% tussen 95% tot 105% tussen 1 en 0,5

Categorie C hoger dan 135% hoger dan 135% kleiner dan 20% Begroting en meerjaren kleiner dan 0% hoger dan 35% hoger dan 105% kleiner dan 0,5

De solvabiliteitsratio geeft weer in hoeverre gemeentelijke bezittingen met eigen middelen betaald of gefinancierd zijn. Die ratio neemt steeds verder af, als gevolg van de tekorten in 2027, 2028 en 2029. Kanttekening bij de kengetallen is dat het altijd momentopnames zijn en blijven.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

39

Paragraaf Lokale heffingen In de paragraaf lokale heffingen wordt ingegaan op de ontwikkelingen van de verschillende belastingen en heffingen en de consequenties voor onze inwoners en ondernemers. Daarbij wordt aandacht besteed aan de totstandkoming van de tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag liggen. Verder wordt inzicht gegeven in de mate van kostendekking van een heffing. Voor de lokale heffingen zijn de onderwerpen zoals die genoemd zijn bij het vaststellen van de kaders van de begroting 2026, als uitgangspunt genomen. Voor de OZB is een opbrengstverhoging van 2,1% geraamd. De overige leges en rechten worden eveneens met 2,1% verhoogd. Dit percentage is conform de index uit de meicirculaire 2025. Uitzondering hierop zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, waarvoor 100% kostendekkendheid wordt aangehouden. De hondenbelasting wordt vanaf 2026 niet meer geheven. Wettelijke bepalingen In de Gemeentewet staan de lokale heffingen die een gemeente mag heffen opgesomd. Deze heffingen worden verdeeld in algemene belastingen en rechten. De algemene belastingen zijn: onroerendezaakbelasting, reclamebelasting, forensenbelasting en toeristenbelasting. De opbrengsten van deze belastingen zijn door een gemeente vrij te besteden. De rechten zijn: afvalstoffenheffing, rioolheffing en diverse leges en overige rechten voor dienstverlening op verzoek.

De tarieven van deze rechten moeten zodanig worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Op grond van het BBV is een gemeente daarom verplicht een kostenonderbouwing op te nemen waaruit de maximale kostendekkendheid van 100% blijkt. Geraamde opbrengsten uit lokale heffingen Overzicht belastingen en heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Hondenbelasting Reclamebelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Marktgeld Secretarieleges Bouwleges Begraafrechten Totaal

bedragen x € 1.000

2026 5.910 2.196 2.484 0 55 112 173 22 1.234 208 328 12.722

2025 5.789 1.977 2.115 55 55 109 169 21 715 103 321 11.429

Ontwikkeling van de lokale heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) De OZB zorgt voor de hoogste belastingopbrengst en wordt gesplitst in een eigenaarsdeel (woningen en niet-woningen) en een gebruikersdeel (niet-woningen). De grondslag van de aanslag is de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak. Voor het belastingjaar 2026 geldt een WOZ-waarde naar waarde peildatum 1 januari 2025. Voor deze begroting zijn alle mutaties van dit moment en een gemiddelde waardeontwikkeling van woningen van 10,4% meenomen. Voor het nieuwe tijdvak bedraagt de gemiddelde waarde van een woning ongeveer € 377.425 (2025 € 341.870). De OZB-opbrengst wordt met 2,1% verhoogd. De voorgestelde tarieven zijn: Tarieven onroerendezaakbelasting (OZB) Woningen - eigenaarsdeel Niet – woningen - eigenaarsdeel - gebruikersdeel

2026

2025

0,0873%

0,0952%

0,2042% 0,1525%

0,2044% 0,1527%

De gemiddelde waardestijging van een woning bedraagt 10,4% en is in de berekening van de tarieven verwerkt. De tarieven voor de niet-woningen worden aangepast aan een gemiddelde waardestijging van 2%. In de raadsvergadering van december 2025 wordt de verordening OZB vastgesteld. Op dat moment zijn de definitieve WOZ-waarden bekend. Als daartoe aanleiding is, worden de tarieven bijgesteld. Paragraaf Lokale heffingen

40

Afvalstoffenheffing Een gemeente heeft de wettelijke plicht tot het inzamelen van (huishoudelijk) afval bij huishoudens en mag de kosten daarvan verhalen op de burger. In de gemeente Aalten wordt het omgekeerd inzamelen toegepast. Naast het vastrecht, wordt alleen een afrekening verzonden voor het aantal aanbiedingen of ledigingen van restafval. Het gemiddelde aantal aanbiedingen van een huisvuilzak of ledigingen van een restafvalcontainer is 12 huisvuilzakken of 5 ledigingen per jaar. De kosten voor het inzamelen van huishoudelijk afval zijn gestegen en daarbij zijn door nieuwe landelijke afspraken met Verpact de vergoeding voor de inzameling van PM gedaald. Net als de vergoeding voor het inzamelen van textiel. Door een veranderde financieringssystematiek bij ROVA is de gemeente Aalten vanaf 2023 tot en met 2025 jaarlijks gecompenseerd op de kosten. Dit is met ingang van 2026 komen te vervallen. Dit leidt naast de jaarlijkse indexering tot extra stijging van de kosten. Om kostendekkend te blijven worden de tarieven met 9,3% verhoogd. Tarieven afvalstoffenheffing (in €) Vastrecht per huishouden Per aanbieding van een huisvuilzak 40 liter Per lediging van een restcontainer 140 liter Per lediging van een restcontainer 240 liter

2026 141,00 2,68 9,29 15,96

2025 129,00 2,45 8,50 14,60

Rioolheffing De riool- en waterzorgheffing wordt geheven voor de kosten van het onderhoud van de riolering maar ook voor de kosten van afvoer van afvloeiend regenwater en overtollig grondwater. Daarnaast wordt gewerkt aan een riolerings- en watersysteem dat beter bestand is tegen klimaatverandering. Voor 2026 worden de tarieven met 19% verhoogd. In het water-, riolerings- en klimaatprogramma (WRKP) welke is vastgesteld op 27 mei 2025 is een stijging van 10% van het tarief opgenomen waarbij de jaarlijkse indexatie nog aan toe wordt gevoegd. Door hogere exploitatielasten en lagere opbrengst rioolheffing in 2024 is de stand van de voorziening op 31 december 2024 lager dan verwacht. Dit betekent dat de voorziening rioolheffing onvoldoende is om de stijgende kosten op te vangen. Hierdoor ontstaat er een totale stijging van het tarief met 19% De aanslagen worden berekend op basis van het werkelijke waterverbruik en worden via de waternota van Vitens geheven en geïnd. Tarieven rioolheffing (in €) Tot 2.500 m³, per m³ afvalwater Van 2.500 m³ tot 5.000 m³, per m³ Boven 5.000 m³, per 1.000 m³ Per m² verharde oppervlakte

2026 1,82 1,39 91,93 0,69

2025 1,53 1,17 77,25 0,58

Reclamebelasting De gemeente int reclamebelasting bij ondernemers in de winkelgebieden in Aalten en Dinxperlo. De opbrengst wordt ter beschikking gesteld aan de ondernemersfondsen in beide kernen en zij organiseren daarmee allerlei activiteiten in die gebieden. Tarief reclamebelasting (in €) Gebied Aalten, vast bedrag per object Gebied Dinxperlo, vast bedrag per object

2026 509,00 406,00

2025 499,00 398,00

Toeristenbelasting en forensenbelasting Voor de toeristenbelasting 2026 voeren we een tariefverhoging van 2,1% door. Daarmee komt het tarief per persoon per overnachting € 1,58. Afgesproken is dat het tarief pas bij een veelvoud € 0,05 wordt verhoogd, daarom blijft het tarief 2026 op € 1,55 staan. Dit werkt ook door in het forfaitaire tarief en in de eerste trede van de forensenbelasting. In 2026 evalueren we de verordeningen toeristenbelasting en forensenheffing. We kijken naar budget neutrale mogelijkheden om de verordeningen eenvoudiger en beter handhaafbaar te maken. Hierbij zetten we in op minder administratieve lastendruk voor bedrijven en gemeente. We kijken hierbij naar mogelijkheden voor regionale afstemming. Om die reden is er voor 2027 nog geen tariefberekening mogelijk. Paragraaf Lokale heffingen

41

Tarief toeristenbelasting (in €) Tarief per persoon per overnachting Forfaitair tarief

2026 1,55 225,00

2025 1,55 225,00

Tarieven forensenbelasting (in €) Waarde object € 30.000,00 of minder € 30.001,00 t/m € 60.000,00 € 60.001,00 t/m € 120.000,00 € 120.001,00 t/m € 180.000,00 € 180.001,00 t/m € 240.000,00 € 240.001,00 t/m € 300.000,00 € 300.001,00 t/m € 360.000,00 € 360.001,00 en meer

2026

2025

225,00 241,00 324,00 402,00 487,00 578,00 654,00 823,00

225,00 237,00 318,00 394,00 477,00 567,00 641,00 807,00

Hondenbelasting In 2022 is besloten om de hondenbelasting in vier jaar gefaseerd af te schaffen. Daarom wordt vanaf 2026 geen hondenbelasting meer geheven. Secretarieleges Door het verstrekken van reisdocumenten voor Nederlanders woonachtig in het buitenland zijn de secretarieleges in 2026 fors gestegen. Dit komt doordat dit in de begroting 2025 nog niet voorzien was. Dit verklaart het verschil ten opzichte van 2025. Overige leges/tarieven De tarieven van de overige leges worden met 2,1% verhoogd. Uitzondering daarop zijn de tarieven die gebaseerd zijn op het gemeentelijk uurtarief en/of een wettelijk (maximum)tarief. Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges dienen zodanig te worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Hieronder hebben we dat inzichtelijk gemaakt. bedragen x € 1.000

Afvalstoffenheffing Lasten afvalstoffenheffing Overhead BTW Onttrekking voorziening Totale kosten Opbrengst afvalstoffenheffing Totale opbrengsten

Bedrag Dekking 1.272 535 404 0 2.211 2.211 2.211

Dekking Lijkbezorgingsrechten Lasten begraafplaats Overhead Totale kosten Opbrengst lijkbezorgingsrechten (inclusief luidrechten) Totale opbrengsten Dekking

Paragraaf Lokale heffingen

Rioolheffing Lasten riolering Overhead BTW Onttrekking voorziening Totale kosten Opbrengst rioolheffing Totale opbrengsten

100% Bedrag Dekking 295 114 409

Bedrag Dekking 1.579 643 262 0 2.484 2.484 2.484

Dekking Marktgeld Lasten markt Overhead Totale kosten

100% Bedrag Dekking 51 15 66

328

Opbrengst marktgeld

22

328

Totale opbrengsten

22

79%

Dekking

29%

42

bedragen x € 1.000

Toe te rekenen

Overhead

Totaal

Baten

Dekking

55

25

80

25

31%

567

232

799

298

37%

205

80

285

166

58%

6

3

9

5

56%

139 972

6 346

145 1.318

11 505

8% 38%

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning 3 Omgevingsvergunning 409 120 529 7 Bestemmingsplannen 18 0 18 1,2,4,5,6,8 Diversen 0 0 0 Subtotaal titel 2 427 120 547

358 13 0 371

68% 72%

Hoofdstuk

Onderwerp

Titel 1 Algemene dienstverlening 1 Burgerlijke stand Reisdocumenten en Nederlandse 2 identiteit 3 Rijbewijzen Verstrekking uit de Basisregistratie 4 personen (BRP) 5 t/m 17 Diversen Subtotaal titel 1

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 2 Organiseren evenementen of markten 121 5A Algemene verordening Ondergrondse 102 infrastructuren Subtotaal titel 3 223 Eindtotaal

1.622

68%

65

186

15

8%

12

114

95

83%

77

300

110

37%

543

2.165

986

46%

Bij het vaststellen van de legestarieven is maximaal 100% kostendekkendheid toegestaan. Er mag geen winst worden gemaakt. Kruissubsidiëring in de legesverordening is binnen de titel wel toegestaan. Onder kruissubsidiëring wordt verstaan: het hoger vaststellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te houden. Ontwikkeling van de woonlasten Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld (meerpersoons) huishouden weer en bestaat uit onroerendezaakbelasting (alleen voor de eigenaar), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij de berekening van de OZB is uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde van een woning van € 377.425. Bij de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van het vastrecht en 12 aanbiedingen van een huisvuilzak en voor de berekening van de rioolheffing gaan we uit van 3 personen (waterverbruik 120 m³). Woonlasten per huishouden (in €) Gemiddelde OZB-aanslag Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totale woonlasten

2026 329,50 173,16 218,40 721,06

2025 322,75 158,40 183,60 664,75

Wijziging Eigenaar 2,1% 9,3% 19,0% 8,5%

Huurder N.v.t. 9,3% 19,0% 14,5%

Kwijtscheldingsbeleid Voor burgers met een laag inkomen bestaat de mogelijkheid om gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van betaling van belasting te verzoeken. Kwijtschelding is mogelijk voor afvalstoffenheffing (gemaximeerd aantal aanbiedingen/ledigingen) en rioolheffing (maximaal gemiddeld waterverbruik). Of men in aanmerking komt voor kwijtschelding hangt af van het netto besteedbaar inkomen; dit is het bedrag dat men overhoudt nadat de uitgaven zijn afgetrokken van de netto-inkomsten. Daarnaast vindt er een vermogenstoets plaats. In de begroting wordt rekening gehouden met een totaalbedrag van circa € 65.000 aan kwijt te schelden lokale heffingen.

Paragraaf Lokale heffingen

43

Paragraaf Financiering De paragraaf Financiering in de begroting behandelt de beleidsplannen voor het komende jaar en de paragraaf Financiering in het jaarverslag gaat in op de resultaten van de beleidsuitvoering. De financiering is geregeld in het treasurystatuut dat iedere vier jaar door de raad wordt vastgesteld. In 2025 is het treasurystatuut opnieuw geactualiseerd. Dit statuut vormt de basis voor het treasurybeheer. Voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van groot belang. Deze informatie wordt gebruikt voor het opstellen van een liquiditeitsplanning. Op basis van deze planning wordt geld aangetrokken of tijdelijk weggezet. Een belangrijke factor bij het uitvoeren van de treasuryfunctie is de renteverwachting op de geld- en kapitaalmarkt. Hiervoor wordt gekeken naar informatie van de grote Nederlandse banken waaronder de BNG maar ook het Centraal Planbureau en de Europese Centrale Bank (ECB). Vanaf de zomer 2024 werd er een gestage daling van de kapitaalmarktrente ingezet. Begin 2025 was er een korte opleving door een combinatie van geopolitieke spanningen, economische onzekerheden en grote investeringsplannen van overheden.

Vanaf maart 2025 zien we weer een daling van de kapitaalmarktrente als gevolg van verdere renteverlagingen van de ECB door afnemende inflatie en tegenvallende economische groei in de gehele Eurozone. De kapitaalmarkrente ligt medio 2025 net tegen de 3% aan. Deze rente wordt sterk beïnvloed door factoren als economische groei, inflatie en monetair beleid. De verwachting is dat deze factoren in de nabije toekomst een verlagend effect kunnen hebben op de lange rente. Maar het is omgeven door veel onzekerheden. Daarom hebben we voor 2026 voorlopig 3% aangehouden voor de rente op lange geldleningen. Het belangrijkste rentetarief van de ECB staat halverwege 2025 op 2% en de verwachting is dat de ECB de rente dit jaar nog verder gaat verlagen wat op termijn weer effect kan hebben op de kapitaalmarktrente. De deelfuncties van treasury zijn: kasbeheer, risicobeheer en gemeentefinanciering. 1. Kasbeheer Het kasbeheer behelst het geldstromenbeheer en het saldo- en liquiditeitenbeheer. Belangrijk is dat we aan de betalingsverplichtingen kunnen blijven voldoen. Met de BNG Bank heeft de gemeente een doorlopende financieringsovereenkomst afgesloten. Daarin is onder meer de kortkredietverlening geregeld. Deze overeenkomst is een belangrijk sturingsinstrument.

In verband met een mogelijke wijziging van de basisrente in de toekomst is vanaf 2021 een terugvalbepaling aan deze overeenkomst toegevoegd. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk uitgevoerd bij één bank, de BNG Bank. 2. Risicobeheer Dit onderdeel geeft inzicht in het risicoprofiel van de organisatie en is het kernonderdeel van de paragraaf Financiering. De belangrijkste risico’s zijn renterisico, koersrisico en kredietrisico, waarbij de wet Fido een aantal indicatoren gedefinieerd heeft waarbinnen overheden moeten opereren. Kasgeldlimiet Het renterisico op kortlopende financiering (looptijd korter dan één jaar) wordt ingeperkt door de kasgeldlimiet. Met name voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen op de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten. De totale omvang van de vlottende schuld is gebonden aan een maximum van 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. Dit is de kasgeldlimiet. De aangetrokken vlottende schuld mag deze limiet in principe niet overschrijden. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet toch overschrijdt, dient de toezichthouder op de hoogte te worden gesteld en moet een plan worden ingediend om weer aan de limiet te voldoen. bedragen x € 1.000

Berekening Kasgeldlimiet 1. Begrotingstotaal 2026 (inclusief mutaties reserves) 2. Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage 3. Kasgeldlimiet (1x2)

94.581 8,5% 8.039

De verwachting is dat de kasgeldlimiet in 2026 niet wordt overschreden. Renterisiconorm De renterisiconorm beoogt het risico van rentewijziging bij herfinanciering van de vaste schuld (looptijd langer dan één jaar) te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in tijd gespreid wordt, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij renteherziening en herfinanciering. De mate van deze spreiding wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Paragraaf Financiering

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=a6f1d732-e41d-44cb-9c96-bad9d048e210