CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp van de omgevingsvergunning.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot afgifte van een (definitieve) verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van het verlenen van een omgevingsvergunning van H.J. Aalbers en Zoon Transport B.V21.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In het akoestisch onderzoek behorende bij de aanvraag is aangegeven welke voorzieningen getroffen zullen worden ter beperking van de geluidemissie. Verdergaande maatregelen in het kader van beste beschikbare technieken achten wij niet noodzakelijk. Aan te schaffen materieel dient te allen tijde te voldoen aan de (akoestische) stand der techniek. 11.3. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus H.J. Aalbers en Zoon B.V. ligt op het gezoneerde industrieterrein “Het Broek” in Aalten. Bij de vergunningverlening op de aanvraag nemen wij in ieder geval in acht de geldende grenswaarden voor gezoneerde industrieterreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Voor gezoneerde industrieterreinen geldt als uitgangspunt dat de etmaalwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (geluidbelasting) vanwege het gehele industrieterrein buiten de zone niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). Toetsing geluidzone In het akoestisch rapport dat deel uitmaakt van de vergunningaanvraag is de geluidimmissie, voor de dagperiode, aangegeven ter plaatse van de door de zonebeheerder vastgestelde zonebewakingspunten (op de vastgestelde 50 dB(A)-contour) en bij relevante woningen binnen de zone.

De zonebeheerder heeft op 20 juni 2022 verklaard dat de berekende geluidimmissie, gecumuleerd met de geluidimmissie van de overige op het industrieterrein gevestigde inrichtingen, past binnen de beschikbare geluidruimte voor het betreffende industrieterrein. 11.4. Maximale geluidniveaus De Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening van oktober 1998 noemt grenswaarden voor maximale geluidniveaus, waaraan kan worden getoetst. Gestreefd dient te worden naar het voorkomen van maximale geluidniveaus (LAmax) die meer dan 10 dB boven het aanwezige equivalente geluidniveau (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau) uitkomen. Op basis van de voornoemde Handreiking mogen de maximale geluidniveaus (LAmax) niet hoger zijn dan de volgende grenswaarden: W.Z22.105296.01

pagina 48 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

70 dB(A) voor de dagperiode ( 07.00 uur-19.00 uur); 65 dB(A) voor de avondperiode (19.00 uur-23.00 uur); 60 dB(A) voor de nachtperiode ( 23.00 uur-07.00 uur). In jurisprudentie zijn deze grenswaarden inmiddels algemeen geaccepteerd. Aan de grenswaarde van 70 dB(A) in de dagperiode wordt voldaan. 11.5. Indirecte hinder Het geluid van het verkeer van en naar een inrichting gelegen op een gezoneerd industrieterrein mag bij vergunningverlening niet worden getoetst aan de in de circulaire genoemde grenswaarden, omdat hierdoor het speciale regime en vergunningstelsel voor inrichtingen op een gezoneerd industrieterrein wordt doorkruist. 11.6. Laagfrequent geluid LFG In de geluidrapportage van 7 april 2022 is in paragraaf 9.2 aangegeven dat er geen aanwijzingen zijn dat laagfrequent geluid afkomstig van de inrichting problemen gaat opleveren bij omwonenden. Middels een rekenkundige benadering is in het rapport vastgesteld dat het geluidniveau dat door de puinbreekinstallatie en de zeef in de tertsband van 25 Hz veroorzaakt reeds vóór de gevel van omwonenden voldoet aan de toetswaarden van de curve in de NSG-richtlijn en daarmee ook aan de Vercammencurve. Hoewel dus geen geluidoverlast van laagfrequent geluid verwacht mag worden nemen wij toch (standaard) grenswaarden hiervoor op in de voorschriften.

Mochten er toch laagfrequente geluidklachten kenbaar worden gemaakt is op deze wijze in ieder geval duidelijk wat het toetsingskader is. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat er geen onderzoekverplichting geldt in het geval dat er geen laagfrequente geluidklachten kenbaar worden gemaakt. 11.7. Conclusies Ten aanzien van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus is de situatie milieuhygiënisch aanvaardbaar. Wij hebben aan de vergunning voorschriften verbonden, waarin grenswaarden zijn gesteld op zonebewakingspunten en op beoordelingspunten bij woningen van derden. De geluidgrenswaarden op deze punten zijn overeenkomstig de bij de aangevraagde activiteiten gewenste geluidruimte. Gelet op het feit dat de inrichting uitsluitend in dagperiode in werking is, vergunnen wij alleen in de dagperiode geluidruimte. 11.8. Trillingen In de geluidrapportage van 7 april 2022 is in paragraaf 9.1 aangegeven dat er geen aanwijzingen zijn dat hinderlijke trillingen afkomstig van de inrichting ter plaatse van woningen van derden waarneembaar zullen zijn. Hoewel dus geen hinder van trillingen verwacht mag worden nemen wij toch (standaard) grenswaarden hiervoor op in de voorschriften. Mochten er toch klachten over hinderlijke trillingen kenbaar worden gemaakt is op deze wijze in ieder geval duidelijk wat het toetsingskader is.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat er geen onderzoekverplichting geldt in het geval dat er geen klachten over hinderlijke trillingen kenbaar worden gemaakt.

W.Z22.105296.01

pagina 49 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

12.

GEUR

12.1. Provinciaal beleid Het provinciaal geurbeleid is vastgelegd in de "Beleidsregels geur bedrijven (niet-veehouderijen) Gelderland 2017", d.d. 28 februari 2017, zaaknummer 2016-009302, Provinciaal Blad 9 maart 2017, nr. 1043 (verder: Beleidsregels geur). In deze beleidsregels geven wij in algemene zin aan in welke gevallen wel en in welke gevallen geen sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau. Uitgangspunt bij deze afweging is de hindersystematiek zoals opgenomen in de Handleiding geur: bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau van industrie en bedrijven (niet veehouderijen). 12.2. Acceptabel geurhinderniveau Het acceptabele geurhinderniveau bepalen wij met inachtneming van artikel 9 of 10 van de Beleidsregels Geur. Onderstaand is dit verder uitgewerkt. De geuremissie en -immissie vanwege de inrichting is vastgelegd het bij de aanvraag gevoegde geuronderzoeksrapport d.d. 4 juni 2018 van Olfasense, paragraaf 4.3 en het Addendum d.d. 14 februari 2022 bij dit rapport. De inrichting grenst aan de oostzijde aan een bestaand bedrijventerrein en aan andere zijden aan het buitengebied. De dichtstbijzijnde objecten zijn verspreid liggende woningen in het buitengebied en bedrijfswoningen op het bedrijventerrein. De dichtstbijzijnde woningen betreffen enkele verspreid liggende woningen en bedrijfswoningen (toetsingspunten T01-T10, geurrapport).

Gezien het agrarische karakter van dit buitengebied merken wij deze woningen aan als horende tot categorie B. De dichtstbijzijnde aaneengesloten woonbebouwing is gelegen ten noorden van het bedrijf, (toetsingspunten T11, T12 en T13, geurrapport) markeren het begin van de aaneengesloten woonbebouwing rondom Aalbers. Aan deze woningen is, overeenkomstig de definitie van de Beleidsregels Geur, een beschermingsniveau toegekend, namelijk Wonen (categorie A). Vervolgens bepalen is de hedonische waarde van de geuremissie vastgesteld. Hiervoor hebben wij gebruik gemaakt van het bij de aanvraag gevoegde geuronderzoeksrapport d.d. 4 juni 2018 van Olfasense, paragraaf 4.3 en het Addendum d.d. 14 februari 2022 bij dit rapport. Bij Aalbers is het groenafval de voor geur meest relevante stroom. Aan de opslag en handelingen met de biomassa werden tevens hedonische metingen gedaan, waar een hedonische waarde van H = -1 werd vastgesteld bij 28 ouE/m3 en een hedonische waarde van H = -2 niet kon worden vastgesteld. Hedonische metingen bij groencomposteringen resulteren over het algemeen in een hedonische waarde van H = -2 boven 5 ouE/m3, maar niet altijd boven 15 ouE/m3. Zekerheidshalve is voor firma Aalbers getoetst aan de toetsingswaarden horende bij de categorie minder hinderlijk (H = -2 tussen 5 en 15 ouE/m3). Dit is conform artikel 8 van de Beleidsregels Geur.

Dit is een veilige benadering te noemen. Uit de aanvraag blijkt dat er binnen de inrichting sprake is van kortdurende of sterk fluctuerende bronnen. Gelet op de aanwezigheid van de bronnen geven wij toepassing aan W.Z22.105296.01

pagina 50 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

artikel 10 van de Beleidsregels Geur. Wij toetsen de geuremissie aan de percentielwaarden. Tot slot kijken wij naar de relevante geurbronnen en bepalen aan de hand daarvan de streef-, richt- of grenswaarde. Voor de beoogde inrichting zijn de volgende geurbronnen aangevraagd: − Verkleinen groenafval; − Opslag geschoonde biomassa; − Afvoer geschoonde biomassa; − Aanvoer bedrijfsafval; − Opslag bedrijfsafval; − Afvoer bedrijfsafval. Gelet op voorgaande overwegingen vinden wij dat BBT wordt toegepast. Dat wil zeggen dat wij, overeenkomstig artikel 6 van de Beleidsregels Geur, het acceptabele geurhinderniveau vaststellen op de streefwaarde. Uit de resultaten van de verspreidingsberekeningen (rapport Olfasense) blijkt dat de geurbelasting zowel bij woningen in het buitengebied als bij bedrijfswoningen op het industrieterrein lager is dan de toepasselijke streefwaarden. Hiermee wordt voldaan het Gelders geurbeleid voor nieuwe activiteiten. 12.3. Geurvoorschriften In de "Beleidsregels geur in milieuvergunningen Gelderland" wordt een voorkeur uitgesproken om kwantitatieve doelvoorschriften aan de vergunning te verbinden. Wij hebben de aangevraagde maximale geurvrachten getoetst en aan de hand daarvan een acceptabel geurhinderniveau vastgesteld. Dit acceptabel geurhinderniveau hebben wij vervolgens vertaald naar een maximale geurvracht per geurbron.

Deze maximale geurvracht per geurbron, alsmede de wijze waarop gemeten en beoordeeld moet worden, zijn vastgelegd in maatwerkvoorschriften.

13.

LUCHT

13.1. Toetsingskader Het algemeen luchtbeleid is gericht op het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van emissies naar de lucht door het toepassen van de beste beschikbare technieken (BBT) en het voldoen aan de luchtkwaliteitseisen van bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Luchtemissies voor inrichtingen worden in beginsel gereguleerd door de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Deze eisen zijn rechtstreeks geldend en daarom niet in deze vergunning opgenomen. Het Activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid om in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden bij maatwerkvoorschrift af te wijken van de algemene regels. Indien en voor zover voor luchtemissies van IPPC-installaties BBT-conclusies zijn vastgesteld, gelden de algemene regels van Afdeling 2.3 echter niet (met uitzondering van de minimalisatieverplichting voor zeer zorgwekkende stoffen). Voor deze luchtemissies worden voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden die aansluiten bij de BBTconclusies. W.Z22.105296.01

pagina 51 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

In deze vergunning wordt specifiek ingegaan op de luchtemissies vanwege de inrichting. Naast de toetsing aan de beste beschikbare technieken en Activiteitenbesluit wordt beoordeeld of de emissienormering van het Activiteitenbesluit toereikend is of dat er maatwerkvoorschriften moeten worden gesteld. Tevens wordt er getoetst aan de kwaliteitseisen uit Bijlage 2 van de Wm. 13.2. Diffuse emissies Op diffuse emissies als gevolg van de op- en overslag van inerte stoffen is paragraaf 3.4.3 (artikel 3.31 t/m 3.39) van het Activiteitenbesluit van toepassing. Omdat een gemeentelijke milieustraat onderdeel is van de inrichting is paragraaf 3.4.3 van het Activiteitenbesluit ook van toepassing op diffuse emissies vanwege de op- en overslag van niet-inerte goederen. Dit volgt uit artikel 3.31, derde lid, onder a, sub 3 van het Activiteitenbesluit. Voor het op- en overslaan van verwijderd asbest bij een inrichting waartoe een gemeentelijke milieustraat behoort gelden de voorschriften in paragraaf 3.4.11 van het Activiteitenbesluit. Voor deze activiteiten worden daarom geen voorschriften aan deze vergunning verbonden. Voor de diffuse emissies als gevolg van het breken, zeven of shredderen van stuifgevoelige materialen is een maatwerkvoorschrift gesteld. 13.3.

Luchtkwaliteit In Titel 5.2 Wet milieubeheer en de bijbehorende bijlage 2 bij de Wet milieubeheer zijn grens- en richtwaarden gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht op leefniveau, die wij als toetsingscriteria moeten hanteren. De inrichting emitteert een aantal stoffen waarvoor deze grenswaarden gelden, te weten stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM2,5 en PM10). De aanvrager heeft voor deze stoffen een immissietoets uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 7 van de aanvraag: Geur- en luchtkwaliteitsonderzoek firma Aalbers te Aalten, Olfasense B.V., rapportnummer GELO18B1, d.d. 4 juni 2018. Uit de immissietoets blijkt dat voldaan wordt aan de grenswaarden in Bijlage 2 van de Wet milieubeheer. 13.4. PRTR-verslag Aangezien er binnen de inrichting activiteiten worden uitgevoerd als bedoeld in Bijlage I van de EG-Verordening PRTR, geldt dat conform titel 12.3 van de Wm een elektronisch PRTR-verslag moet worden ingediend. Op grond van artikel 12.20, eerste lid, Wm geldt dat de vergunninghouder de emissies (jaarvrachten) moet rapporteren. Het stellen van aanvullende voorschriften in deze vergunning achten wij op dit aspect niet noodzakelijk. 13.5.

Eindconclusie aspect lucht Wij zijn van oordeel dat uit de aanvraag blijkt dat in de inrichting voldoende maatregelen zullen worden toegepast om (ongewenste) emissies naar de lucht te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. W.Z22.105296.01

pagina 52 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

14.

CONCLUSIE

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het oprichten en in werking hebben van een inrichting wordt geconcludeerd, dat de omgevingsvergunning kan worden verleend. In deze beschikking zijn de voor deze activiteit relevante voorschriften opgenomen.

15.

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN

Aalbers is voornemens op termijn de inrichting uit te breiden (fase 2). Hierin is voorzien een terreinuitbreiding, stalling materieel en materiaal, vergroting puin- en groenafvalverwerking, wasplaats en tankplaats. Deze toekomstige ontwikkeling is meegenomen in het ter plaatse geldende bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is tevens als uitgangspunt genomen dat in fase 2 een biomassakachel wordt gebruikt. Initiatiefnemer heeft aangegeven dat dit gebruik vooralsnog niet zal plaatsvinden.

W.Z22.105296.01

pagina 53 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

BIJLAGE 1 DOSSIERLIJST (aangemaakt op:27-12-2022) Betreft dossier: W.Z22.105296.01 Kadastraal perceel ATN02-L-847-1561 en 2513 bedrijventerrein Westrand te Aalten - bouwen van een nieuw kantoor met weegbrug hekwerk en vaste keerwanden D-nummer

Ontv. datum D220649228 28/06/2022

Betreft

D220649229 28/06/2022

16-2582 MPG Berekening def

D220649230 28/06/2022

16-2582 Plattegronden en gevels kantoor def

D220649231 28/06/2022

16-2582 Toetsing Bouwbesluit def

D220649232 28/06/2022

400 Maatvoeringstekening CLF10GS 400x200

D220649234 28/06/2022

513515R0 uitgraafplan weegbrug

D220649233 28/06/2022

5507 statische berekening 19-2-2020 def

D220649235 28/06/2022

Bouwtekening weegbrug VS125 C-P 18 x 3 m

D220649236 28/06/2022

CLF10GS 400x200 Technische fiche

D220649237 28/06/2022

Constructieberekening wanden RN CLF10GS 400x200

D220650256 28/06/2022

Aanvraag vergunningaanvraag behandelen WABO ODRN

D220651455 01/07/2022

7085169_1656410135791_Constructieberekening_weegbrug

D220662154 04/07/2022

Bijlage 4_Quickscan Natuurwaarden onderzoek Zomerweg 08-122016

D220662156 04/07/2022

ROB Bijlage 2 Toelichting _Aalten bedrijventerrein Westrand

D220662160 04/07/2022

ROB 220321_Toelichting detailhandelsactiviteiten

D220662170 04/07/2022

ROB Bijlage 2 Toelichting _Aalten bedrijventerrein Westrand

W.Z22.105296.01

16-2582 EPU Berekening def

pagina 54 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

D220662178 04/07/2022

ROB Toelichting ruimtelijke onderbouwing Aalbers 4 feb 2022

D220662183 04/07/2022

Bijlage 4_20211209_aanvulling Quickscan soorten scherming 3734A_Aalbers 2021

D220662185 04/07/2022

ROB Bijlage 1 20210906 Second opinion bp. Aalten Bedrijventerrein Westrand prdf-4498865

D220895122 22/09/2022

7085169_1663853140291_22-1142-Aalbers-TOTAALPLAN_28-062022-aanvSEPT

D221255823 27/09/2022

rapport-Aa

D221255828 27/09/2022

Prefab betonnen blokkenwanden - Legio voetblock

D221255844 27/09/2022

rapport-Ba

D221276805 19/12/2022

Extern advies vergunningaanvraag behandelen WABO ODRN: Raadsbesluit VVGB ten behoeve van verlenen Omgevingsvergunning aan Aalbers en Zoon Transport b.v_

W.Z22.105296.01

pagina 55 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

BIJLAGE 2

BEGRIPPENLIJST Voor de begrippen die niet in deze lijst zijn opgenomen refereren wij naar de definities zoals die zijn opgenomen in de geldende wet- en regelgeving (zoals het Activiteitenbesluit, de Activiteitenregeling, het Besluit omgevingsrecht, het Besluit externe veiligheid inrichtingen, de Wet geurhinder en veehouderij etc.) Begrip

Definitie

Considerans BBT BREF

Best Beschikbare techniek genoemd in een BBT document. BAT Reference document. Een in Europees verband vastgesteld document waarin de BBT worden beschreven die specifiek zijn voor een bepaalde branche of activiteit.

E-PRTR

European Pollutant Release and Transfer Register.

Feestdagen

Feestdagen zoals gedefinieerd in de Algemene termijnenwet

ILT

Inspectie Leefomgeving en Transport

InfoMil

Het informatiecentrum in Nederland over milieuwet- en regelgeving.

IPPC

Integrated Pollution Prevention and Control

ISO 14001

Milieumanagementsystemen - Eisen met richtlijnen voor gebruik, 2015

ISO 14051

Milieumanagementsystemen - Kostentoerekening van materiaalstromen - Algemeen raamwerk, 2011

MER

Milieueffectrapport

MJV

Milieujaarverslag

PRTR

Zie E-PRTR.

REACH-verordening

REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van Chemische stoffen. REACH stelt beperkingen aan het gebruik van stoffen wanneer negatieve effecten ervan op mens en/of milieu bekend zijn, 18 december 2006.

Afval Mengen

Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling of concentraties aanwezige componenten niet met elkaar vergelijkbaar zijn. Onder ‘mengen’ wordt in ieder geval gevat: -

het samenvoegen van afvalstoffen die vallen binnen verschillende afvalcategorieën van ‘bijlage 5; Lijst met gescheiden te houden afvalstoffen;

Minimumstandaard

-

het samenvoegen van afvalstoffen met niet-afvalstoffen;

-

verdunnen van afvalstoffen;

-

het samenvoegen van afvalstoffen binnen één afvalcategorie.

De minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën van afvalstoffen. De minimumstandaard vormt een referentie voor de maximale milieudruk die verwerking van (een categorie van) afvalstoffen mag opleveren. De standaard is een invulling van de afvalhiërarchie voor afzonderlijke afvalstoffen en vormt

W.Z22.105296.01

op die manier een referentieniveau bij de vergunningverlening voor pagina 56 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

afvalbeheer. Ook betreft het een uitwerking van de artikelen 3 en 4 van de kaderrichtlijn afvalstoffen. Ontdoener

Persoon of bedrijf waar afval ontstaat en die zich van het afval wil ontdoen door het af te geven aan een inzamelaar, vervoerder handelaar, bewerker of verwerker.

Opbulken

Het samenvoegen van afvalstoffen die qua aard, samenstelling en concentraties vergelijkbaar zijn.

Overslaan

Verrichten van alle handelingen op één locatie, waarbij afvalstoffen vanuit of vanaf een opbergmiddel of transportmiddel in of op een ander opbergmiddel of transportmiddel worden overgebracht. Hieronder vallen bijvoorbeeld beladen, lossen, hevelen, enz. met bijvoorbeeld kranen, transportbanden en leidingen, maar het uitvoeren van iedere verwerkingshandeling (sorteren, scheiden, spoelen, mengen, etc. etc.) valt hier niet onder.

Sorteren

Scheiden van een mengsel van materiaalstromen of van samengestelde materialen gescheiden in de oorspronkelijke materiaalstromen.

Uitsorteren

Het handmatig scheiden van incidenteel voorkomende verontreinigingen uit een vrijwel schone materiaalstroom of uit een mengsel van vrijwel schone materiaalstromen

Afvalwater en waterbesparing Afvalwater

Alle water waarvan de houder zich, met het oog op de verwijdering daarvan, ontdoet, voornemens is zich te ontdoen, of moet ontdoen.

Bedrijfsafvalwater

Afvalwater (inclusief verontreinigd hemelwater), niet zijnde huishoudelijk afvalwater.

Bedrijfsriolering

Een stelsel van buizen, verbindingstukken en elementen zoals straat- en trottoirkolken, gootelementen, verzamelputten en installaties, zoals slibvangputten, olie-waterscheider en controleputten voor de opvang en afvoer van bedrijfsafvalwater.

Hemelwater Huishoudelijk afvalwater

Alle neerslag, zoals regen, sneeuw of hagel. Afvalwater dat vergelijkbaar is met afvalwater afkomstig van particuliere huishoudens.

Openbaar riool

Voorziening voor de inzameling en transport van afvalwater, als bedoeld in artikel 10.30 van de Wet milieubeheer.

Riolering

Bedrijfsriolering of openbare riolering.

Bodem Bodemrisicodocument

Document dat inzicht geeft in het risico van bodemverontreiniging. Hiertoe wordt per bodembedreigende activiteit overeenkomstig de bodemrisicochecklist uit de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming bepaald of met de aanwezige of voorgenomen combinatie van voorzieningen en maatregelen sprake is of zal zijn van een verwaarloosbaar bodemrisico.

Kwalibo

Kwaliteitsborging in het bodembeheer als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit

NEN 5725

NEN 5725 : Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, uitgever NEN ICS

W.Z22.105296.01

pagina 57 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

13.080.01; 13.080.05, oktober 2017.

Verklaring vloeistofdichte

Een bewijs van inspectie waarmee aangetoond wordt dat een

voorziening

voorziening als vloeistofdicht wordt aangemerkt.

Vloeistofdichte vloer of

Vloer of voorziening direct op de bodem die waarborgt dat geen

voorziening

vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van de vloer of voorziening kan komen.

Energie en vervoersmanagement Rendabele maatregelen

Maatregelen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder.

Terugverdientijd

De verhouding tussen het investeringsbedrag voor de maatregel na aftrek van eventuele subsidies en de jaarlijkse opbrengsten van de maatregel ten gevolge van de met de maatregel samenhangende energiebesparing en andere kostenbesparingen. In geval van een investering in een installatie voorzien van afzonderlijke energiebesparende componenten moet in plaats van het totaalinvesteringsbedrag worden gerekend met de meer investering ten opzichte van een installatie zonder de energiebesparende componenten. Voor de berekening van de financiële opbrengsten vanwege het nemen van de maatregel moet worden gerekend met de op het moment van het energiebesparingsonderzoek geldende kosten (tarieven) voor de betrokken inrichting. Er wordt geen rekening gehouden met de eventuele kosten van het (vervroegd) uit bedrijf nemen van een installatie en niet met rentekosten

Externe Veiligheid Emballage

Verpakkingsmateriaal, zoals glazen en kunststof flessen, blikken en kunststof cans, metalen en kunststof vaten of fiberdrums, papieren en kunststof zakken, houten kisten, big-bags en Intermediate Bulk Containers (IBC's).

Ongewoon voorval

Elke gebeurtenis in een inrichting, ongeacht de oorzaak van die gebeurtenis, die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteiten - met inbegrip van storingen in het productieproces en storingen in de voorzieningen (mits daaruit nadelige gevolgen voor het milieu voortkomen) van de inrichtingen alsook ongelukken en calamiteiten – en waardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of dreigen te ontstaan.

PGS 15

Richtlijn PGS 15, getiteld ‘Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 15:2016 versie 1.0 (september 2016).

Geluid Geluidsgevoelige

Gebouwen of objecten, aangewezen in het Besluit geluidhinder

bestemmingen

krachtens de artikelen 49 en 68 van de Wet geluidhinder (Stb. 1982, 465).

W.Z22.105296.01

pagina 58 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Immissierelevante bronsterkte

Het geluidsvermogen niveau van een rondom afstralende puntbron die

(LWR)

op een plaats van de echte geluidsbron dan wel het broncentrum van een stelsel geluidsbron staat en op het immissiepunt hetzelfde geluidsniveau geeft als deze geluidsbron(nen).

Langtijdgemiddeld

Het A-gewogen gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter

beoordelingsniveau (LAr,LT)

plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid en zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, tonaal geluid of muziekgeluid, vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai', uitgave 1999.

Maximaal geluidsniveau

Het hoogste A-gewogen geluidsniveau, afgelezen in de meterstand

(LAmax)

'fast', verminderd met de meteocorrectieterm Cm. De meterstand 'fast' komt overeen met een tijdconstante van 125 ms.

SBR-richtlijn B

Meet- en beoordelingsrichtlijnen, Hinder voor personen in gebouwen Deel B, Richtlijn van de Stichting Bouwresearch. Dit deel van meet- en beoordelingsrichtlijnen gaat over hinder voor personen ten gevolge van gebouwtrillingen. In dit deel van de richtlijn wordt onderscheid gemaakt ten aanzien van de functie van het gebouw, het tijdstip van de dag en het karakter van de trillingen. Tevens onderscheidt de richtlijn bestaande, gewijzigde en nieuwe situaties, augustus 2002.

Trilling

Mechanische beweging rond een referentiepunt dat in evenwicht is.

Verkeersbeweging

Het aan- of afrijden met een persoon-, bestel- of vrachtwagen.

Vmax

Maximale trillingssterkte.

Vper

Trillingssterkte over een beoordelingsperiode

Geur Aanvaardbaar hinderniveau

Uitkomst van het afwegingsproces van onder andere de volgende aspecten: -

toetsingskader;

-

geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten;

-

aard en waardering van de geur (hedonische waarde);

-

klachtenpatroon; huidige en verwachte hinder;

-

technische en financiële consequenties van maatregelen en gevolgen daarvan voor andere emissies;

-

de mate waarin getroffen maatregelen ter beperking van luchtemissies overeenstemmen met BBT uit BREF’s en nationale BBT-documenten;

-

lokale situatie (onder meer planologische ruimte, sociaaleconomische aspecten en andere lokale afwegingen);

-

historie van het bedrijf in zijn omgeving.

OPMERKING Het aanvaardbaar hinderniveau voor veehouderijen verschilt met het bovenstaande en is geregeld via de Wet geurhinder en veehouderijen / het Activiteitenbesluit.

W.Z22.105296.01

pagina 59 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

Europese geureenheid (ouE)

Eén Europese geureenheid is de hoeveelheid geurstoffen die, bij verdamping in één kubieke meter neutraal gas onder standaard condities, een fysiologische respons oproept bij een panel (detectiegrens) gelijk aan de respons die optreedt bij verdamping van 123 μg n-butanol (CAS-Nr. 71-36-3) in één kubieke meter lucht onder standaard condities (concentratie is 0,040 μmol/mol).

Geuremissie

Hoeveelheid geur die per tijdseenheid wordt geëmitteerd uitgedrukt in Europese geureenheden; De geuremissie is gelijk aan de geurconcentratie in de geëmitteerde luchtstroom vermenigvuldigd met het debiet van de luchtstroom .

Geurbelasting

Geurconcentratie in de omgeving (per tijdseenheid). De geurbelasting wordt uitgedrukt in Europese geureenheden per kubieke meter lucht bij een bepaalde percentielwaarde (ouE/m3 als x-percentiel van de uurgemiddelde concentratie). De x-percentielwaarde vertegenwoordigt de tijdsfractie van een jaar waarvoor geldt dat gedurende deze tijdsfractie de geurconcentratie beneden deze aangegeven concentratie blijft of gelijk is aan deze waarde.

Geurconcentratie

Hoeveelheid Europese geureenheden per kubieke meter lucht (ouE/m3) onder standaardcondities.

Geurdrempel

Geurconcentratie van één stof of van een mix van stoffen van één Europese geureenheid per kubieke meter.

Geuremissie

Hoeveelheid geur die per tijdseenheid wordt geëmitteerd uitgedrukt in Europese geureenheden. De geuremissie is gelijk aan de geurconcentratie in de geëmitteerde luchtstroom vermenigvuldigd met het debiet van de luchtstroom.

Geurimmissie

Geurconcentratie in de omgeving (per tijdseenheid).

NEN-EN 13725

Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie. (oktober 2006).

NEN-EN 15259

Luchtkwaliteit - Meetmethode emissies van stationaire bronnen - Eisen voor meetvlakken en meetlocaties en voor doelstelling, meetplan en rapportage van de meting (oktober 2007).

Percentielwaarde

Tijdfractie van het jaar dat een bepaalde geurconcentratie niet wordt overschreden. OPMERKING Een geurbelasting van 1 ouE/m3 als 98-percentiel van de uurgemiddelde concentratie geeft bijvoorbeeld aan dat de geurconcentratie van 1 ouE/m3 gedurende 2 % van de tijd (minder dan 176 h per jaar) wordt overschreden.

Lucht Afgas

Gasvormige drager van de emissie.

ETS

CO2 emissiehandelssysteem

Goederen

Producten als genoemd in bijlage 7 van de NeR. Bijlage 7 van de NeR geeft de klassenindeling van de meest voorkomende stortgoederen. Deze lijst moet overigens niet als limitatief worden gezien, doch kan aanvullingen of wijzigingen ondergaan.

3

m 0

Gashoeveelheid [m3] bij 273,15 K, bij 101,3 kPa, betrokken op droog gas.

W.Z22.105296.01

pagina 60 / 61

Omgevingsdienst Regio Nijmegen

NIBM

Niet in betekenende mate

NNM

Nieuw Nationaal Mode

NSL

Nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit

NTA 9065

Nederlandse Technische Afspraak 9065: Geurmeting- en berekening. Uitgegeven door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut, oktober 2012

Oppervlaktebron (lucht)

Een niet gekanaliseerde bron, zonder vast emissiepunt, waaruit over een bepaald oppervlak verontreinigende stoffen in de buitenlucht worden geëmitteerd.

PAS

Programmatische Aanpak Stikstof

Percentielwaarde

Tijdfractie van het jaar dat een bepaalde geurconcentratie niet wordt overschreden. Een geurbelasting van 1 ouE/m3 als 98-percentiel van de uurgemiddelde concentratie geeft bijvoorbeeld aan dat de geurconcentratie van 1 ouE/m3 gedurende 2 % van de tijd (minder dan 176 h per jaar) wordt overschreden.

ppm Puntbron

Concentratie-eenheid parts per million Een gefixeerd punt van gekanaliseerde - en daarmee in principe kwantificeerbare emissies.

RIE

Richtlijn Industriële Emissies

Stortgoed

Onverpakt korrelvormig materiaal.

Stuifklasse

Klasse uit de stuifklasse-indeling van Bijlage 3 van het Activiteitenbesluit: S1 sterk stuifgevoelig, niet bevochtigbaar, S2 sterk stuifgevoelig, wel bevochtigbaar, S3 licht stuifgevoelig, niet bevochtigbaar, S4 licht stuifgevoelig, wel bevochtigbaar, S% nauwelijks of niet stuifgevoelig.

W.Z22.105296.01

pagina 61 / 61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=5d7b7548-5aa9-471d-8af7-db90634f20ac