NL.IMRO.0197.BP00105-VG01_Regels.pdf
Tekst van het document
Regels
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
3
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
4
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
7 7 14
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Bestemmingsregels Detailhandel Groen Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Wonen - Beschermd stadsgezicht Waarde - Archeologie Beschermd stadsgezicht Waarde - Archeologie laag Waarde - Beschermd stadsgezicht Waterstaat - Waterlopen
15 15 17 18 20 21 25 30 33 36 38
Hoofdstuk 3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Parkeren Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
39 39 40 42 44 45 46 47
Hoofdstuk 4 Artikel 20 Artikel 21
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
49 49 50
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
5
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
6
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan 'Kern Bredevoort, herziening 2021' van de gemeente Aalten. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML bestand NL.IMRO.0197.BP00105-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan-huis-gebonden-beroep het door de gebruik((st)er van de woning uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op zakelijk (niet zijnde detailhandel), maatschappelijk, juridisch, administratief, persoonlijk, medisch, therapeutisch, kunstzinnig dan wel ontwerptechnisch gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning met daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.6 aan-huis-gebonden-bedrijf het door de gebruik(st)er van de woning beroepsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie behouden blijft.
1.7 ambachtelijk bedrijf een bedrijf, gericht op het uitoefenen van een ambacht, zijnde het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen en het installeren van goederen. 1.8 archeologisch deskundige de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van Burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.9 archeologisch onderzoek onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 MW en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 1.10 archeologische waarden de aan gebieden toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
7
1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.13 bed & breakfast het aanbieden van recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt gericht op kortdurend verblijf. 1.14 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.15 Besluit externe veiligheid inrichtingen besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer; 1.16 bestaand a. bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of krachtens deze wetten gegeven voorschriften; b. bij gebruik: gebruik dat op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan, voor zover betrekking hebbend op het desbetreffende gebruik, bestond.
1.17 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.18 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak. 1.19 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.21 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder en zolder.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
8
1.22 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.24 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.26 bouwwijze de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b. onder twee-aaneen wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap); c. onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen gebouw is aangebouwd; d. onder gestapeld worden appartementen binnen één gebouw verstaan. 1.27 coffeeshop horecagelegenheid waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt.
1.28 commissie cultureel erfgoed de op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie (voorheen monumentencommissie) met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Erfgoedverordening en het monumentenbeleid. 1.29 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.30 dagrecreatieve voorzieningen activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; 1.31 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.32 daknok hoogste punt van een schuin dak.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
9
1.33 dakvoet laagste punt van een schuin dak. 1.34 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.35 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden. 1.36 discotheek, bar-dancing, nachtclub een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het gelegenheid bieden voor dansen al dan niet in combinatie van het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse. 1.37 escortbedrijf een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.38 evenementen een tijdelijke activiteit in de open lucht -al dan niet in tijdelijke tenten en/of paviljoens en/of daarmee vergelijkbare onderkomens-, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek ten behoeve van informerende, educatieve, vermaak, culturele, sport en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 1.39 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.40 grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf waarbij de bedrijfsvoering geheel of nagenoeg geheel afhankelijk is van de grond als agrarisch productiemiddel. 1.41 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.42 horecabedrijf een bedrijf, gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bieden van nachtverblijf. 1.43 horecacategorie horecabedrijven zijn in drie categorieën te onderscheiden: 1. horecacategorie 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen en waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken wordt verstrekt en waarvan de exploitatie onder omstandigheden een aantasting van het woon- en leefklimaat met zich mee kan brengen, zoals: broodjeszaken, cafetaria's, ijssalons, eethuisjes, lunchrooms, automatiek, afhaalhoreca. 2. horecacategorie 2: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden wordt
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
10
verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt, zoals: café, bars, restaurants, hotels, pensions, bodega's; 3. horecacategorie 3: vormen van horeca-activiteiten met zaalaccommodatie; 4. horecacategorie 4: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals: dancings, discotheken en nachtclubs. 1.44 hotel, pension een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf. 1.45 kantoor een verblijfsruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard zonder baliefunctie. 1.46 kantoor- en praktijkruimte een ruimte waarvan de aard en indeling zijn afgestemd op de uitoefening van administratieve, medische, paramedische, sociaal-wetenschappelijke en andere hiermede vergelijkbare beroepen. 1.47 kelder een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,0 m boven peil is gelegen. 1.48 landschapswaarden de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht.
1.49 maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, gezondheids-, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening. 1.50 niet-zelfstandig kantoor een onderdeel van een bedrijf, dat andere bedrijfsactiviteiten als inkomstenbron heeft en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft. 1.51 omgevingsvergunning vergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.52 ondersteunende horeca een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren. 1.53 open erf het deel van een bouwperceel, waarvoor geen bouwvlak is aangegeven, alsmede gronden binnen een bouwvlak die onbebouwd blijven. 1.54 overkapping een voor mensen toegankelijke, overdekte en met maximaal 2 wanden omsloten ruimte.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
11
1.55 peil het aansluitend afgewerkte terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 1.56 perceelsgrens de scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door éénzelfde gebruiker worden benut. 1.57 permanente bewoning gebruik van (een deel van) een gebouw als hoofdwoonverblijf. 1.58 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.59 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden en waaronder in elk geval wordt verstaan een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.60 sekswinkel een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht. 1.61 slopen geheel of gedeeltelijk afbreken. 1.62 smartshop een ruimte waarin detailhandel plaatsvindt in psychotrope stoffen.
1.63 volumineuze detailhandel detailhandel die vanwege de omvang van de te koop aangeboden goederen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling ervan, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, landbouwmachines en - werktuigen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede de verkoop van bouw- en doe-het-zelf producten, meubels, artikelen ten behoeve van de woninginrichting en daarmee samenhangende artikelen en een tuincentrum. 1.64 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel. 1.65 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet van 6 november 2008 (Stb. 496), houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
12
1.66 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden (één verblijfsobject met een woonfunctie). 1.67 zaalaccommodatie het beschikbaar stellen van accommodatie ten behoeve van congres, studie, vergadering, feesten, partijen e.d. waarbij het verstrekken van dranken en/of etenswaren daaraan ondergeschikt is. 1.68 zijerf erf grenzend aan de naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant van de woning en dat ligt buiten het bouwvlak.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
13
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Meetwijze Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.1.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
14
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Detailhandel
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, uitsluitend in de vorm van supermarkt ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt'; met bijbehorende voorzieningen, zoals erven, terreinen, beplanting, parkeervoorzieningen en voorzieningen voor de waterhuishouding. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. 3.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van de in lid 3.2.1 sub a genoemde hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' is aangegeven. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 3.2.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouw'; b. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen. 3.2.4 Bouwwerk en, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van de in lid 3.2.1 sub c genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevels c.q. het verlengde daarvan mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevels c.q.
het verlengde daarvan mag niet meer dan 2 m bedragen mits deze op minimaal 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de hoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 10 m bedragen; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
15
a. b. c. d. e.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
16
Artikel 4
Groen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen en bermen; b. voet- en fietspaden; c. in- en uitritten; d. speelvoorzieningen; e. voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. 4.2.2 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 4.2.1 genoemde bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van toestellen voor sport en spel en beeldhouwwerken en daarmee gelijk te stellen kunstzinnige elementen mag niet meer bedragen dan 4 m; b. de hoogte van bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 10 m bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen; 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
17
Artikel 5
Tuin
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven, met de daarbij horende in- en uitritten en paden, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. aan de voorgevel van een woning gebouwde bijbehorende bouwwerken waarbij de naar de weg gekeerde bouwgrens overschreden wordt; b. overkappingen; c. bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. 5.2.2 Aan de voorgevel gebouwde bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 5.2.1 sub a genoemde aangebouwde bijbehorende bouwwerken (erkers) gelden de volgende bepalingen: a. de diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning; c. de bebouwing mag niet hoger zijn dan de bovenkant van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m; d. indien de bestaande diepte, breedte of hoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan toegestaan op grond van sub a t/m c, dan geldt de bestaande diepte, breedte of hoogte als maximum. 5.2.3 Overkappingen Voor het bouwen van de in lid 5.2.1 sub b genoemde overkappingen gelden de volgende bepalingen a. overkappingen mogen tot maximaal 1,5 m voor (het verlengde van) de voorgevel worden gebouwd, met dien verstande dat overkappingen aan de voorgevel van het hoofdgebouw niet zijn toegestaan; b. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen.
5.2.4 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 5.2.1 sub c genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 5.2.5 Bebouwing uitgesloten In afwijking van het bepaalde in lid 5.2.1 t/m 5.2.4 geldt dat ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'uitgesloten - bebouwing': a. gebouwen, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken geen gebouwen zijnde danwel overkappingen zijn uitgesloten, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouw zijnde met een maximale hoogte van 1 meter; b. het parkeren en stallen van voertuigen niet is toegestaan. Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
18
5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. het behoud van bomen.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
19
Artikel 6
Verkeer - Verblijfsgebied
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met een ondergeschikte verkeersfunctie; b. voet- en fietspaden; c. bermen; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. voorzieningen voor de waterhuishouding; h. een laad- en losplaats ten behoeve van een supermarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'laad- en losplaats'; i. een ontsluiting van het parkeerterrein voor (vracht)autoverkeer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; j. een pad ter onsluiting van uitsluitend langzaam verkeer ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer'; met bijbehorende voorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. 6.2.2 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 6.2.1 genoemde bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 10 m bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. het behoud van bomen.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
20
Artikel 7
Wonen
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven 2. het bestaande aantal woningen wanneer er geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen; b. bed & breakfast; c. aan-huis-gebonden-beroepen en/of -bedrijven, met inachtneming van het bepaalde in 7.5; met bijbehorende voorzieningen, zoals ontsluiting, erven, terreinen, tuinen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding. 7.2
Bouwregels
7.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen met in achtneming van de opgenomen aanduidingen: 1. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen': halfvrijstaande woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': vrijstaande woningen; 3. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd': rijenwoningen; 4. daar waar geen aanduiding als genoemde in 1 t/m 3 is opgenomen geldt dat de bestaande bouwwijze is toegestaan. b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. 7.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van de in lid 7.2.1 sub a genoemde woningen (i.c. hoofdgebouwen) gelden de volgende bepalingen: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient als volgt te bedragen: 1. voor halfvrijstaande woningen aan één zijde minimaal 3 m; 2. voor vrijstaande woningen minimaal 3 m; 3. voor rijenwoningen aan de niet-aaneengebouwde zijde van de eindwoningen minimaal 2 m; c. de goothoogte en/ of bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' of 'maximale bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan aangegeven.
7.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 7.2.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. een bijbehorend bouwwerk mag zowel binnen als buiten een bouwvlak worden gebouwd; b. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op minimaal 1 m achter de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw, voor
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
21
zover deze buiten een bouwvlak worden gebouwd, mag niet meer dan 100 m² bedragen; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen danwel de hoogte van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,30 m wanneer het om aangebouwde bijbehorende bouwwerken gaat; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak mag maximaal 6 m bedragen; f. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag maximaal 5 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt voor zover het bijbehorend bouwwerk op een zijerf wordt gebouwd; g. de gronden gelegen achter de achtergevel (c.q. het verlengde daarvan) van het hoofdgebouw en buiten het bouwvlak moeten voor tenminste 50% onbebouwd blijven; h. in afwijking van het bepaalde in sub b geldt dat: 1. overkappingen tot maximaal 1,5 m vóór (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van de overkapping voorzover gelegen vóór de voorgevel van de woning niet meer mag bedragen dan de bovenkant van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m; 2. vóór de voorgevel van de woning c.q.
het verlengde daarvan zijn aangebouwde bijbehorende bouwwerken toegestaan mits: de diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m; de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning; de bebouwing mag niet hoger zijn dan de bovenkant van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m. i. in afwijking van het bepaalde in sub c mag de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten een bouwvlak: 1. maximaal 125 m² bedragen mits het bouwperceel minimaal 500 m² is 2. maximaal 150 m² bedragen mits het bouwperceel minimaal 1.000 m² is. j. in afwijking van het bepaalde in sub d, e en f mag de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedragen dan de maximale goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw. k. in afwijking van het bepaalde in sub b, d, f en h geldt ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' dat hier bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan waarbij de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m mag bedragen. 7.2.4 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 7.2.1 sub c genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan mag niet meer dan 1 m bedragen; b.
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van de woning dan wel het verlengde daarvan mag niet meer dan 2 m bedragen, mits deze op minimaal 1 m achter de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
22
e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 7.4
Afwijken van de bouwregels
7.4.1 Overschrijding bouwgrens en bouwen tot voorgevel Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 7.2.2 voor het overschrijden van de bouwgrenzen door een hoofdgebouw tot maximaal 3 m; b. het bepaalde in lid 7.2.3 sub b en toestaan dat een bijbehorend bouwwerk tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt gebouwd; c. het bepaalde in lid 7.2.2 sub b en toestaan dat een vrijstaande woning aan één zijde tot in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd; mits geen onevenredige inbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 7.4.2 Afwijking ten behoeve van ander woningbouwtype Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in 7.2.2 teneinde een andere bouwwijze toe te staan dan de bouwwijze welke is opgenomen binnen het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het aantal woningen wordt niet vermeerderd; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c.
het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; d. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast; e. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer en/of railverkeer van geluidsgevoelige gebouwen is niet hoger dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een reeds verkregen hogere grenswaarde. 7.5
Specifieke gebruiksregels
7.5.1 Nadere detaillering verboden gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 7.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. een gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in producten die ter plaatse zijn vervaardigd, danwel direct verband houden met een aan huis gebonden beroep of bedrijf; c. opslag, anders dan ten behoeve van woondoeleinden.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
23
7.5.2 Nadere detaillering toegestaan gebruik Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming, zoals bedoeld in 7.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten voor een aan-huis-gebonden-beroep en/of een aan-huis-gebonden-bedrijf, waarbij het gezamenlijke vloeroppervlak ten behoeve van het aan-huis-gebonden-beroep of aan-huis-gebonden-bedrijf niet meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de begane grondbouwlaag van de gebouwen op het betreffende bouwperceel tot een maximum van 50 m² mag bedragen, met dien verstande dat in verband met het aan huis verbonden beroep of bedrijf geldt dat de parkeerdruk in de omgeving niet onevenredig mag toenemen. 7.5.3 Nadere detaillering toegestaan gebruik: bewoning bijbehorende bouwwerken Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor (niet-zelfstandige) bewoning voor zover: a. de bijbehorende bouwwerken zijn gelegen op niet meer dan 15 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan; b. de bijbehorende bouwwerken zijn gelegen op meer dan 15 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde en de woonfunctie slechts op de begane grond plaatsvindt.
7.5.4 Bed & Breakfast Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming, zoals bedoeld in 7.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten binnen het hoofdgebouw en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een bed & breakfast, met dien verstande dat ten dienste van deze functie maximaal twee (slaap)kamers voor toeristisch-recreatief nachtverblijf mogen worden gebruikt.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
24
Artikel 8
Wonen - Beschermd stadsgezicht
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Beschermd stadsgezicht' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; 2. het bestaande aantal woningen wanneer er geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen; b. boekenwinkels; c. ateliers, antiquariaten, musea, galerieën, ambachtelijke dienstverlening en bedrijvigheid, alsmede naar aard en uitstraling hiermee vergelijkbare functies, met dien verstande dat: 1. de genoemde functies uitsluitend op de begane grondbouwlaag zijn toegestaan, met dien verstande dat ondergeschikte functies op de verdieping of in de kelder zijn toegestaan als niet-zelfstandig onderdeel van de functie op de begane grond; 2. detailhandel ten behoeve van deze functies is toegestaan; d. ondersteunende horeca, met dien verstande dat de verkoop van alcoholische dranken niet is toegestaan; e. bed & breakfast; f.
aan-huis-gebonden-beroepen en/of -bedrijven, met inachtneming van het bepaalde in 8.4, en met dien verstande dat voor zover een aan huis verbonden beroep/bedrijf wordt gecombineerd met een van de nevenactiviteiten zoals genoemd in sub b of c, de gecombineerde oppervlakte in gebruik voor deze functies niet meer mag bedragen dan 50 m²; met bijbehorende voorzieningen, zoals ontsluitingen, erven, terreinen, tuinen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. 8.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van de in lid 8.2.1 sub a genoemde hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte en/ of bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de bestaande gooten bouwhoogte; c. de voorgevel van het hoofdgebouw mag uitsluitend worden gebouwd in de naar de openbare weg gekeerde zijde van het bouwvlak; d. de bestaande bouwwijze van het hoofdgebouw mag niet worden gewijzigd; e. de afstand tussen de zijgevels mag niet minder bedragen dan 0,6 m, met dien verstande dat indien de bestaande afstand minder bedraagt de bestaande afstand maatgevend is. 8.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 8.2.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
25
a. een bijbehorend bouwwerk mag zowel binnen als buiten een bouwvlak worden gebouwd; b. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op minimaal 3 m achter de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw, voor zover deze buiten een bouwvlak worden gebouwd, mag niet meer dan 100 m² bedragen; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen danwel de hoogte van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,30 m wanneer het om aangebouwde bijbehorende bouwwerken gaat; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 5 m bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt voor zover het bijbehorend bouwwerk op een zijerf wordt gebouwd; 2. de bouwhoogte van een bijbehorende bouwwerk niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 1 m; f. de gronden gelegen achter de achtergevel (c.q. het verlengde daarvan) van het hoofdgebouw en buiten het bouwvlak moeten voor tenminste 50% onbebouwd blijven; g. in afwijking van het bepaalde in sub c mag de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten een bouwvlak: 1. maximaal 125 m² bedragen mits het bouwperceel minimaal 500 m² is 2. maximaal 150 m² bedragen mits het bouwperceel minimaal 1.000 m² is.
8.2.4 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 8.2.1 sub c genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van de woning dan wel het verlengde daarvan mag niet meer dan 2 m bedragen, mits deze op minimaal 1 m achter de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Afwijking gevelbreedte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2 teneinde de breedte van de voorgevel te kunnen wijzigen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht; b. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend wordt advies gevraagd aan de commissie cultureel erfgoed omtrent de (eventuele) aantasting van de cultuurhistorische waarden ter plaatse. 8.3.2 Afwijking goot- en bouwhoogte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2 teneinde een hogere goot- en bouwhoogte toe te staan dan bestaand, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan voor een hoofdgebouw is aangegeven in de als bijlage bij de regels opgenomen Bijlage 2 Matrix beschermd stadsgezicht onder 'maximale goothoogte' en 'maximale hoogte';
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
26
b. de hogere goot- en bouwhoogte mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; d. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend wordt advies gevraagd aan de commissie cultureel erfgoed omtrent de (eventuele) aantasting van de cultuurhistorische waarden ter plaatse. 8.3.3 Afwijking bouwen buiten voorgevellijn Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2 teneinde het bouwen van de voorgevel van het hoofdgebouw buiten de bestaande voorgevellijn en/of buiten het bouwvlak toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. bij de ligging van de voorgevel wordt aangesloten bij de rooilijn 'waardevolle historische rooilijn binnenstadsgebied' zoals opgenomen in de bijlage Bijlage 3 Waardenkaart historische structuren; b. het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; d.
alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend wordt advies gevraagd aan de commissie cultureel erfgoed omtrent de (eventuele) aantasting van de cultuurhistorische waarden ter plaatse. 8.3.4 Afwijking overschrijding bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2 teneinde het bouwen tot maximaal 3 m buiten de bouwgrenzen toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. bij de ligging van de voorgevel wordt aangesloten bij de rooilijn 'waardevolle historische rooilijn binnenstadsgebied' zoals opgenomen in de bijlage Bijlage 3 Waardenkaart historische structuren; b. het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; d. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend wordt advies gevraagd aan de commissie cultureel erfgoed omtrent de (eventuele) aantasting van de cultuurhistorische waarden ter plaatse.
8.3.5 Afwijking bouwwijze Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in 8.2.2 teneinde een andere bouwwijze toe te staan dan de bestaande bouwwijze, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het aantal woningen wordt niet vermeerderd; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht;
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
27
d. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren tegen de afwijking, waarbij in ieder geval geldt dat voldaan wordt aan de normen die gesteld zijn bij of krachtens de Wet geluidhinder; e. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend wordt advies gevraagd aan de commissie cultureel erfgoed omtrent de (eventuele) aantasting van de cultuurhistorische waarden ter plaatse. 8.3.6 Afwijking bijbehorende bouwwerken in voorgevellijn Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.3 en toestaan dat een bijbehorend bouwwerk tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt gebouwd, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend wordt advies gevraagd aan de commissie cultureel erfgoed omtrent de (eventuele) aantasting van de cultuurhistorische waarden ter plaatse. 8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Nadere detaillering verboden gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 8.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. opslag, anders dan ten behoeve van de onder 8.1 genoemde doeleinden. 8.4.2 Nadere detaillering toegestaan gebruik Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming, zoals bedoeld in 8.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten voor een aan-huis-gebonden-beroep en/of een aan-huis-gebonden-bedrijf, waarbij het gezamenlijke vloeroppervlak ten behoeve van het aan-huis-gebonden-beroep of aan-huis-gebonden-bedrijf niet meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de begane grondbouwlaag van de gebouwen op het betreffende bouwperceel tot een maximum van 50 m² mag bedragen; in verband met het aan huis verbonden beroep of bedrijf geldt dat de parkeerdruk in de omgeving niet onevenredig mag toenemen. 8.4.3 Nadere detaillering toegestaan gebruik: bewoning bijbehorende bouwwerken Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor (niet-zelfstandige) bewoning voor zover: a. de bijbehorende bouwwerken zijn gelegen op niet meer dan 15 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan; b.
de bijbehorende bouwwerken zijn gelegen op meer dan 15 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde en de woonfunctie slechts op de begane grond plaatsvindt.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
28
8.4.4 Bed & Breakfast Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming, zoals bedoeld in 8.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten binnen het hoofdgebouw en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een bed & breakfast, met dien verstande dat ten dienste van deze functie maximaal twee (slaap)kamers voor toeristisch-recreatief nachtverblijf mogen worden gebruikt.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
29
Artikel 9
Waarde - Archeologie Beschermd stadsgezicht
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie Beschermd stadsgezicht' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem met dien verstande dat de gronden tevens zijn bestemd voor de eveneens aangegeven overige bestemmingen. 9.2
Bouwregels
9.2.1 Algemeen Op de in lid 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken voor zover deze zijn toegestaan voor de in lid 9.1 bedoelde, eveneens voor deze gronden aangegeven bestemmingen, met dien verstande dat ten aanzien van het oprichten van bebouwing tevens de volgende regels gelden: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het te vergunnen bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 9.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslissen over een omgevingsvergunning als bedoeld in 9.2.1 sub a, winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 9.2.3 Uitzonderingen bouwregels Het bepaalde onder 9.2.1 sub a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
30
bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders. 9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1 Werken en werkzaamheden Onverminderd het in de Monumentenwet 1988 bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 m onder het maaiveld, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het slopen van funderingen: e. het verlagen van het waterpeil; f.
het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; g. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; h. het planten of rooien van bomen; i. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 9.4.2 Uitzonderingen Het onder 9.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; c. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; d. ingeval op grond van de Monumentenwet 1988 een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Monumentenwet 1988 van toepassing zijn. 9.4.3 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de onder 9.4.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a.
de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de erkend archeoloog zonodig een opgraving plaats te vinden; Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
31
b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 9.4.4 Voorwaarden aan omgevingsvergunning a. Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; b.
Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 9.4.1 winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 9.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie Beschermd stadsgezicht' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
32
Artikel 10
Waarde - Archeologie laag
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie laag' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem met dien verstande dat de gronden tevens zijn bestemd voor de eveneens aangegeven overige bestemmingen. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken voor zover deze zijn toegestaan voor de in lid 10.1 bedoelde, eveneens voor deze gronden aangegeven bestemmingen, met dien verstande dat ten aanzien van het oprichten van bebouwing tevens de volgende regels gelden: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 5000 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het te vergunnen bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 10.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in 10.2.1 sub a, winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 10.2.3 Uitzonderingen bouwregels Het bepaalde onder 10.2.1 sub a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of
Kern Bredevoort, herziening 2021
NL.IMRO.0197.BP00105-VG01
vastgesteld
33
b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 5000 m² wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot. 10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Werken en werkzaamheden Onverminderd het in de Monumentenwet 1988 bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b.
grondwerkzaamheden dieper dan 0,5 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 5000 m², waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het slopen van funderingen: e. het verlagen van het waterpeil; f. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; g. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; h. het planten of rooien van bomen; i. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 10.4.2 Uitzonderingen Het onder 10.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; c.