Landelijk gebied, herziening 2023_Toelichting
Tekst van het document
Planbeschrijving
De eigenaar van het perceel is voornemens een gedeelte van het perceel, in te planten met bomen ten behoeve van de ontwikkeling van een bos. Tevens wordt er een poel aangelegd. De overige gronden worden extensief agrarisch gebruikt. De aanleg van kleinschalige landschapselementen zoals een poel past binnen de bestemming Agrarisch. Het gedeelte dat ingeplant wordt met bomen wordt bestemd als 'bos'. In onderstaande afbeelding is het ontwerp van het perceel weergegeven.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
79
Bomen filteren CO2 uit de lucht. Ook om die reden is het belangrijk dat er meer bomen worden geplant. Nieuw bos levert een belangrijke bijdrage aan het vastleggen van CO2. Bosuitbreiding heeft daarom ook een plek in het Klimaatakkoord. Om die reden hebben wij waardering voor dit initiatief en er geen bezwaar tegen dat dit perceelsgedeelte wordt ingericht als bos. In dit plan wordt voorgesteld om voor een gedeelte van het perceel de bestemming aan te passen naar 'Bos'. Gronden met de bestemming 'Bos' zijn onder andere bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkelen van het bos en de natuur- en landschapswaarden.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
80
20.3
Nadere onderbouwing
Het gedeelte van het perceel dat ingeplant wordt als bos krijgt de bestemming Bos. De bestemming wordt hiermee aangepast aan het feitelijk (toekomstig) gebruik. Daarmee wordt verzekerd dat de gronden in de toekomst niet meer voor agrarische doeleinden kunnen worden gebruikt. Een nadere onderbouwing wordt niet noodzakelijk geacht.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
81
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
82
Hoofdstuk 21 21.1
Kappersweg 8 en 10
Bestaande situatie en geldende bestemming
Aan het perceel Kappersweg 6b te Aalten is op basis van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2015' de bestemming 'Agrarisch met waarden' toegekend. Ter plaatse is een intensieve veehouderij aanwezig. Aan het perceel is een agrarisch bouwvlak toegekend. Op deze locatie is geen bedrijfswoning aanwezig. Het perceel heeft de functieaanduidingen 'bedrijfswoning uitgesloten' en 'specifieke vorm van agrarisch met waarden hoogteverschillen'. Het fragment van de verbeelding is hieronder opgenomen.
21.2
Planbeschrijving
Het agrarische bedrijf is in de loop van de tijd beëindigd. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel wordt gesaneerd. In totaal gaat het om ca. 1700 m2. De vergunning voor de bouw van twee vrijstaande woningen op deze locatie heeft plaats gevonden via een zgn. uitgebreide procedure in het kader van de Wabo. Het afwegingskader buitengebied, vastgesteld bij raadsbesluit van 30 november 2021 (zie bijlage Afwegingskader buitengebied) heeft aan de basis gestaan van deze vergunningverlening. De bouw van twee woningen is mogelijk bij sloop van in totaal 2000 m2 voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Er is 308 m2 aan sloopmeters van de locatie Essinkweg 10 ingebracht. Op deze locatie wordt het agrarisch bouwvlak verkleind met 308 m2. Dat betekent dat wordt voldaan aan de uitgangspunten van het afwegingskader buitengebied. In onderstaande afbeelding is de nieuwe situatie weergegeven, waarbij ook de contouren van de twee te slopen stallen met een stippellijn zijn aangegeven.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
83
In dit bestemmingsplan wordt de vergunde situatie vastgelegd.
21.3
Provinciaal beleid
De omgevingsverordening Gelderland is bij besluit van Provinciale Staten van Gelderland van 21 december 2022 gewijzigd (actualisatie 9) en de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland is op 14 januari 2023 in werking getreden. In deze omgevingsverordening staan regels op o.a. het gebied van natuur, water, zonnevelden, provinciale wegen en glastuinbouw. Het plangebied Kappersweg 6b ligt niet in het Nationaal Landschap, de Groene Ontwikkelingszone of het Gelders Natuurnetwerk. Derhalve is toetsing aan de provinciale omgevingsverordening niet aan de orde.
21.4
Nadere onderbouwing
In ruimtelijke zin is de wijziging niet strijdig met een goede ruimtelijke ordening. Door het saneren van leegstaande agrarische bedrijfsbebouwing wordt er ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. De woonbestemmingen zijn passend in het gebied, gezien de nabije ligging van twee woonbestemmingen. In de Ruimtelijke onderbouwing Kappersweg 6b wordt verder ingegaan op relevante omgevingsaspecten en het geldende beleid. Door het plan wordt de landschappelijke inpassing ter plaatse verbeterd, zie ook het
21.5
Omgevingsonderzoeken
21.5.1 Stikstof De bouwwerkzaamheden en het toekomstige gebruik van wonen minus het oude, gestopte gebruik (agrarisch bedrijf) levert een positief effect op qua stikstofdepositie op N2000-gebieden.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
84
21.5.2 Bodem Hieronder de conclusie uit het bodemonderzoek. Het volledige rapport omtrent bodem is bijgesloten onder bijlage Bodemonderzoek Kappersweg 6b. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Chemisch-analytisch zijn in de grond geen verontreinigingen aangetoond. chemisch-analytisch zijn in het grondwater geen verontreinigingen aangetoond. de opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmeringen voor de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning, activiteit bouwen. de gestelde hypothese "onverdachte locatie" kan worden aangenomen aangezien in de grond en het grondwater geen van de onderzochte parameters een verhoogd gehalte respectievelijk concentratie is gemeten.
21.5.3 Quick scan flora en fauna De rapportage is opgenomen in de bijlage Quick scan flora en fauna Kappersweg 6b. Het plangebied is op 10-01-2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op houtopstanden en beschermd (natuur)gebieden, zoals Natura 2000, het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Nationaal landschap, Weidevogelgebied, Ganzenrustgebied en natte landnatuur. Wettelijke consequentiesm.b.t. gebiedsbescherming: Het onderzoeksgebied behoort niet tot het Gelders natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone, Nationaal landschap, natte landnatuur, Ganzenrustgebied, Weidevogelgebied of Natura2000 gebied. De voorgenomen activiteiten hebben een lokale invloedssfeer en de afstand met het onderzoeksgebied is dusdanig groot dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken van de hierboven genoemde gebieden. Een negatief effect op Natura2000 gebied kan uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Er hoeft vanuit ecologisch oogpunt geen stikstofberekening te worden uitgevoerd.
Wettelijke consequentiesm.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied als foerageergebied. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden (september-februari). Mogelijk komen algemene beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën voor binnen het onderzoeksgebied. Aanbevolen wordt om buiten de kwetsbare periode (augustus-oktober) van de soorten aan het werk te gaan. In het kader van de zorgplicht moet rekening gehouden worden met alle in het onderzoeksgebied aanwezige
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
85
planten en dieren. Conclusie m.b.t. houtopstanden: De aanwezige bomen worden niet gekapt, daarom is Wet natuurbescherming en de kapverordening van de gemeente Aalten niet van toepassing op de houtopstanden voor de getoetste activiteiten.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
86
Hoofdstuk 22 22.1
Koopsdieksken 3
Bestaande situatie en geldende bestemming
Het perceel aan het Koopsdieksken 3 is gelegen binnen het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2015' en heeft hierin de bestemming 'Agrarisch', inclusief een agrarisch bouwperceel met de functieaanduiding': speciefieke vorm van agrarisch - zorgboerderij met kortdurend verblijf'. Het agrarisch bouwperceel is ontleend aan de toenmalige varkenshouderij. De voormalige varkensschuren zijn op deze locatie in de loop van de tijd geamoveerd. Op dit moment wordt er uitsluitend ten behoeve van de zorgboerderij nog wat vee gehouden. De zorgboerderij is op zich de hoofdactiviteit.
22.2
Planbeschrijving
Gelet op de ontwikkelingen die op deze locatie zich hebben voorgedaan wordt aan het perceel thans een maatschappelijk bestemming toegekend. De bestaande gebouwen en de terreininrichting worden speciek bestemd als 'Maatschappelijk - zorgboerderij'. Het plan maakt slechts de bouw van een kas mogelijk. De bouwvlakken zijn op maat toegekend.
22.3
Provinciaal beleid
22.3.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 21 december 2022 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023) vastgesteld. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
87
De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: • Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; • Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; • Een voortvarend en innovatief circulair beleid; • Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; • Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; • Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; •Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Omgevingsverordening De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.
De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Met onderhavig plan wordt de zorgboerderij aan de Koopdieksken 3 te Aalten positief bestemd. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening doen geen concrete uitspraken die voor dit initiatief van belang zijn. Op basis van bovenstaande beoordeling voldoet het initiatief aan de provinciale ruimtelijke beleidskaders.
22.4
Nadere onderbouwing
Verwezen wordt naar de ruimtelijke onderbouwing, die in de bijlagen van dit plan is opgenomen.
22.5
Omgevingsonderzoeken
Verwezen wordt naar de ruimtelijke onderbouwing, die in de bijlagen van dit plan is opgenomen.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
88
Hoofdstuk 23 23.1
Kruisdijk - perceel S 1146
Bestaande situatie en geldende bestemming
Het perceel aan de Kruisdijk ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Aalten, sectie S, nummer 1146 is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2015' en heeft hierin de bestemming 'Agrarisch' en de dubbelbestemming 'waarde – archeologie lage verwachting'. Het perceel is gelegen nabij de bebouwde kom van IJzerlo. Op het perceel is geen bebouwing aanwezig. Het fragment van de verbeelding is hieronder weergegeven.
23.2
Planbeschrijving
Het bouwen van een woning aan de rand van de kern is mogelijk op basis van het Afwegingskader buitengebied. Voor één woning geldt een sloopverplichting van 750 m2. Deze sloopmeters mogen afkomstig zijn van andere locaties in het buitengebied van de gemeente Aalten. De sloopmeters voor deze locatie zijn afkomstig van de Thijsweg 3-3a in IJzerlo. Op deze locatie is een agrarisch bedrijf beëindigd en de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. In ruil daarvoor wordt één vrijstaande woning gerealiseerd op het perceel S 1146 nabij de kern IJzerlo. De nieuwe woning wordt gasloos, energieneutraal en levensloopgeschikt. Er wordt een woonbestemming ten behoeve van één woning toegekend aan de locatie. Aan het perceel wordt de bestemming Wonen-1 toegekend, inclusief een bouwvlak waarbinnen de hoofdbebouwing dient te worden gebouwd. Binnen dit bouwvlak is ten hoogste één woning toegestaan. Om te voorkomen dat bijgebouwen in de toekomst voor de woning worden gerealiseerd en zichtlijnen behouden blijven, wordt een zone opgenomen waarin bijgebouwen mogen worden gerealiseerd. Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
89
23.3
Provinciaal beleid
De omgevingsverordening Gelderland is bij besluit van Provinciale Staten van Gelderland van 21 december 2022 gewijzigd (actualisatie 9) en de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland is op 14 januari 2023 in werking getreden. In deze omgevingsverordening staan regels op o.a. het gebied van natuur, water, zonnevelden, provinciale wegen en glastuinbouw. Het plangebied ligt niet in het Nationaal Landschap, de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en/of de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Derhalve is toetsing aan de regels uit de omgevingsverordening Gelderland niet aan de orde.
23.4
Nadere onderbouwing
Het perceel ligt nabij de kern IJzerlo. De bebouwde kom bevindt zich op een afstand van ongeveer 120 meter van de bebouwde kom. In de directe omgeving zijn voornamelijk woonbestemmingen gelegen. De dichtstbijgegelegen grondgebonden veehouderij ligt op ca. 270 meter afstand. Een nieuwe woonbestemming op de Kruisdijk vormt, vanwege deze afstand, geen belemmering voor omliggende veehouderijen. Een nieuwe woonbestemming sluit aan in de omgeving. Er heeft een buurtconsultatie plaatsgevonden waarbij de direct omwonenden zijn geïnformeerd over het plan om één woning te realiseren op het perceel. Daarmee zijn de direct omwonenden in een vroeg stadium geïnformeerd over het plan. De omwonenden is gevraagd om een voorkeur aan te geven over de situering van de woning. Hieruit volgende de situering van het bouwvlak, waarmee eenieder kon instemmen. De woning wordt ontsloten aan de Kruisdijk Het toevoegen van een nieuwe woning in ruil voor sloop van voormalige agrarische bebouwing is mogelijk op basis van het afwegingskader buitengebied. De sloopmeters kunnen op het erf waar gesloopt wordt worden ingezet, maar mogen onder voorwaarden ook aansluitend aan de kern worden ingezet. De locatie voldoet aan de hiervoor gestelde voorwaarden. Voor de ontwikkeling is een erfinpassingsplan opgesteld (zie bijlage Erfinpassingsplan Kruisdijk perceel F1146).
Het erf wordt landschappelijk ingepast waardoor er sprake is van een versterking van de landschapskwaliteiten ter plaatse. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van het erfinpassingsplan weergegeven.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
90
23.5
Omgevingsonderzoeken
23.5.1 Stikstof De bouwwerkzaamheden en het toekomstige gebruik van wonen minus het oude, gestopte gebruik (agrarisch bedrijf Thijsweg 3-3a) levert een positief effect op qua stikstofdepositie op N2000-gebieden. 23.5.2 Geluid In de woning kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd, gelet op de omgevingsfactoren. De woning wordt op geruime afstand van de Kruisdijk gebouwd, waardoor er voor het geluidsaspect wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Er is geen akoestisch onderzoek benodigd. 23.5.3 Bodem Hieronder de conclusie uit het bodemonderzoek. Het volledige rapport omtrent bodem is bijgesloten onder bijlage Bodemonderzoek Kruisdijk perceel S1146. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. In zowel de boven- als ondergrond zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Het aangetroffen barium gehalte wordt toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong. Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn.
De vastgestelde waarden overschrijden enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte natuurlijke Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
91
verontreiniging. In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. De tevoren gestelde hypothese "De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd" wordt aangenomen. Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico voor de volksgezondheid oplevert. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.
23.5.4 Quick scan flora en fauna De rapportage is opgenomen in bijlage Quick scan flora en fauna Kruisdijk perceel S1146. Het plangebied is op 13 juli 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Wettelijke consequentiesm.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone en Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten GNN/GO hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan de beleidsregels voor bescherming van GNN/GO omdat de bescherming geen externe werking kent. Gelet op de aard van de activiteiten en de afstand tussen plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, op voorhand uitgesloten worden. Nader onderzoek zoals een stikstofberekening of een effectbeoordeling wordt niet noodzakelijk geacht. Wettelijke consequentiesm.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.
Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk bezetten veldmuizen in ‘muizenrijke jaren’ er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Voor de veldmuizen geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocatie’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van veldmuizen. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden. Wettelijke consequentiessamengevat: Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten af. Deze afname leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
92
Hoofdstuk 24 24.1
Lage Heurnseweg 33-35
Bestaande situatie en geldende bestemming
Aan het perceel Lage Heurnseweg 33-35 in de Heurne is op basis van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2015' de bestemming 'Agrarisch' toegekend. Tevens geldt de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - groentekwekerij met detailhandel'. Aan het perceel is een agrarisch bouwvlak toegekend. Op deze locatie is één bedrijfswoning aanwezig in de bestaande hoofdbouwmassa. Er zijn in deze hoofdbouwmassa twee wooneenheden (bedrijfswoningen) toegestaan. Het fragment van de verbeelding is hieronder opgenomen.
24.2
Planbeschrijving
Er wordt een nieuwe, vrijstaande, energieneutrale en levensloopbestendige woning toegevoegd. Deze past niet binnen het bestaande bouwvlak. Om die reden wordt het bouwvlak iets vergroot. In onderstaande afbeelding is de gewenste locatie van de nieuwe bedrijfswoning weergegeven.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
93
Volgens het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2015" zijn er planologisch twee wooneenheden aanwezig in de bestaande bedrijfswoning Lage Heurnseweg 33-35. Er zijn ook twee huisnummers aan toegekend. De feitelijke situatie verschilt echter van de planologische situatie, want in werkelijkheid is er één woning aanwezig. Het pand is in 2014 namelijk verbouwd tot één bedrijfswoning. Een gedeelte van het gebouw wordt gebruikt voor administratieve bedrijfsactiviteiten, kantoor en kantine ten behoeve van de groentekwekerij. Een deel wordt ook gebruikt ten behoeve van logies van buitenlandse werknemers die werkzaam zijn op het bedrijf. Voor deze functie mag maximaal 180 m2 van de bestaande hoofdbouwmassa worden gebruikt conform het bestemmingsplan, dit blijft onveranderd. Met de bouw van de nieuwe woning wordt vastgelegd dat er in het bestaande hoofdgebouw slechts één woning is toegestaan. Hierdoor wordt er per saldo (planologisch) geen woning toegevoegd. Aan het plan wordt medewerking verleend onder de voorwaarden dat er extra inspanning wordt geleverd op het gebied van duurzaamheid en een gedegen landschappelijke (erf)inpassing. Er wordt een voedselbos aangelegd, een bosuilenkast en insectenhotel geplaatst en er wordt een laadpaal gerealiseerd voor auto's en fietsen. Op die manier kunnen bezoekers van de landwinkel hun elektrische voertuig opladen.
Er is een erfinpassingsplan opgesteld (zie bijlage). Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
94
In beginsel past het "ontsplitsen" van woningen niet in het woonbeleid voor het buitengebied van de gemeente Aalten. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat grote boerderijen die met de splitsingsregeling worden gesplitst, vervolgens kunnen transformeren tot twee duurdere en grotere vrijstaande woningen. Omdat er voor dit plan een extra inspanning wordt geleverd op het gebied van duurzaamheid en erfinpassing én omdat in de toekomst mantelzorg mogelijk is omdat er twee generaties op het erf komen te wonen wordt er medewerking verleend aan het plan.
24.3
Provinciaal beleid
De omgevingsverordening Gelderland is bij besluit van Provinciale Staten van Gelderland van 21 december 2022 gewijzigd (actualisatie 9) en de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland is op 14 januari 2023 in werking getreden. In deze omgevingsverordening staan regels op o.a. het gebied van natuur, water, zonnevelden, provinciale wegen en glastuinbouw. Het plangebied ligt niet in het Nationaal Landschap, de Groene Ontwikkelingszone of het Gelders Natuurnetwerk. Derhalve is toetsing aan de provinciale omgevingsverordening niet aan de orde.
24.4
Nadere onderbouwing
Het gedeelte van het perceel waar de nieuwe woning wordt gerealiseerd ligt circa 240 meter ten zuidwesten van de bebouwde kom van De Heurne. In de directe omgeving zijn voornamelijk woonbestemmingen en agrarische cultuurgrond gelegen. Op een afstand van ruim 150 meter ten zuiden van de nieuwe woning ligt een machinefabriek. Op een afstand van circa 380 meter ten zuidoosten van de nieuwe woning ligt een agrarisch bedrijf. De nieuwe bedrijfswoning vormt vanwege de afstand tot voornoemde bedrijven en de situering van bestaande woningen nabij de bedrijven geen belemmering voor de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van die bedrijven. Andersom is gelet op de omgevingsfactoren sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het perceel is bereikbaar vanaf twee inritten, waarbij de wens bestaat om het noordelijke inrit iets te verleggen. Voor de ontwikkeling is aandacht nodig voor erfinpassing en een extra inspanning/versterking op het gebied van landschappelijke inpassing c.q. het realiseren van een voedselbos. Het hiervoor opgestelde rapport is bijgesloten onder Bijlage 14 Erfinpassingsplan Lage Heurnseweg 33-35. Rekening houdende met het landschap en de historie is uitgekomen op onderstaande kaartbeelden voor erfinpassing en landschappelijke inpassing/versterking.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
95
Erfinpassing
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
96
Landschappelijke inpassing
24.5
Omgevingsonderzoeken
24.5.1 Stikstof De bouwwerkzaamheden en het toekomstige gebruik leiden gezien de grote afstand tot Natura 2000-gebieden (circa 15 km tot het meest nabijgelegen Nederlandse Natura 2000-gebied en circa 8,5 km tot het meest nabijgelegen Duitse Natura 2000-gebied) met zekerheid niet tot een stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/jaar. Een stikstofonderzoek is om deze reden niet noodzakelijk geacht. Andere effecten dan die door stikstof zijn gezien de grote afstand tot Natura 2000-gebieden eveneens bij voorbaat uit te sluiten. 24.5.2 Bodem Voor de ontwikkeling is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Het hiervoor opgestelde rapport is bijgesloten onder Bijlage 37 Bodemonderzoek Lage Heurnseweg 33-35. Uit het rapport kan het volgende worden opgemaakt: Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. In de grond(meng)monsters is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Het aangetroffen barium gehalte wordt toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong. Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn.
De vastgestelde waarden overschrijden enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen. In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ wordt aangenomen. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouw. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. 24.5.3 Geluid De nieuwe woning is gelegen binnen de geluidzone van de Lage Heurnseweg. Akoestisch onderzoek is echter niet nodig, omdat uit eerder onderzoek (zie daarvoor Akoestisch onderzoek Lage Heurnseweg F 2420) is gebleken dat op een afstand van 20 meter vanuit de Lage Heurnseweg kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Nu de nieuwe woning op een afstand van meer dan 30 meter vanuit de Lage Heurnseweg kom te liggen, wordt hier dus voldaan aan de voorkeurkeursgrenswaarde van 48 dB. Daarmee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en zijn er geen hogere grenswaarden nodig voor de woning.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
97
24.5.4 Quick scan flora en fauna Voor de ontwikkeling is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd. Het hiervoor opgestelde rapport is bijgesloten onder Quick scan flora en fauna Lage Heurnseweg 33-35. Het plangebied voor de locatie Lage Heurnseweg 33-35 is op 3 mei 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren, nesten, holen en vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, en bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats.
Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Geadviseerd wordt de voorgenomen activiteiten uit te voeren buiten de voortplantingsperiode, of voldoende rekening te houden met mogelijk aanwezige vogelnesten in de klimop aan de westzijde van het plangebied. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd amfibie of grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd amfibie of grondgebonden zoogdier gedood. Voor de soorten die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermd dieren. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden mogen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten).
Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier (opzettelijk) gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten hoeft de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde soorten niet af nemen. Toekomstig gebruik van het plangebied als foerageergebied, hangt onder andere af van de inrichting en het gevoerde beheer van het erf. Wettelijke consequenties kort samengevat Voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming en soortbescherming.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
98
Hoofdstuk 25 25.1
Lage Heurnseweg - perceel F 2420
Bestaande situatie en geldende bestemming
Het perceel aan de Lage Heurnseweg ongenummerd, kadastraal bekend gemeente Dinxperlo, sectie F, nummer 2420 is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2015' en heeft hierin de bestemming 'Agrarisch' en de dubbelbestemming 'waarde – archeologie lage verwachting'. Het perceel is gelegen tegenover de bebouwde kom van de Heurne. Op het perceel is geen bebouwing aanwezig. Het fragment van de verbeelding is hieronder weergegeven.
25.2
Planbeschrijving
Het bouwen van een woning aan de rand van de kern is mogelijk op basis van het Afwegingskader buitengebied. Voor één vrijstaande woning geldt een sloopverplichting van 750 m2, voor twee woningen geldt een sloopverplichting van 1500 m2 en voor drie woningen geldt een sloopverplichting van 2250 m2. Deze sloopmeters mogen afkomstig zijn van andere locaties in het buitengebied van de gemeente Aalten. Op diverse locaties in het buitengebied zijn sloopmeters verworven: Stokkertweg 7-7a, Aalten; Caspersstraat 19-19a, de Heurne; Gelkinkweg 6, de Heurne; Kruisdijk 1, Aalten. In totaal gaat het om minimaal 2250 m2. In ruil daarvoor mogen conform het Afwegingskader buitengebied drie vrijstaande woningen gerealiseerd worden op het perceel in de Heurne, kadastraal bekend als F 2420. Een eis uit het afwegingskader buitengebied is dat bij een plan bestaande uit meer dan twee woningen, minimaal 50% als betaalbaar conform definitie afwegingskader woningbouw moet worden gerealiseerd. Het Uitnodigingskader Woningbouw dat is vastgesteld op 26 september 2023 vervangt het Afwegingskader Woningbouw dat bestond voor de kernen. De betaalbaarheidsgrens is in Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
99
het uitnodigingskader woningbouw conform de nieuwe regionale woonagenda vastgesteld op € 355.000,-. In de huidige markt is het onmogelijk een vrijstaande, levensloopbestendige en energieneutrale woning in het buitengebied te realiseren onder de prijsgrens van € 355.000,-. Om die reden worden er vier in plaats van drie woningen gerealiseerd: twee vrijstaande woningen en twee halfvrijstaande woningen. De halfvrijstaande woningen vallen in de betaalbare categorie (tot € 355.000,-). Een twee-onder-een-kap woning heeft een vergelijkbare ruimtelijke impact als één grote, vrijstaande woning. Om die reden wordt de inzet van 2250 m2 aan sloopmeters als voldoende geacht. Het oorspronkelijke plan bestond uit een lint van drie vrijstaande woningen. Dit plan heeft als ontwerp van het bestemmingsplan "Landelijk gebied, herziening 2022" ter inzage gelegen. Er zijn door omwonenden zienswijzen ingediend. De belangrijkste argumenten waren dat het uitzicht verloren ging en dat er niet gebouwd werd naar behoefte (betaalbare woningen). Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen bestond de gedachte dat de omgevingsdialoog een verdere verdieping nodig had. Er zijn in totaal vier gesprekken geweest met de ontwikkelaar, indieners van de zienswijzen en de gemeente, om te onderzoeken met welke planaanpassingen er draagvlak gevonden kan worden voor het plan.
Om die reden is er voor gekozen de woningen niet in een lint, maar in een erfopzet te situeren. Zo blijft het uitzicht voor de bestaande woningen langs de Lage Heurnseweg zo veel mogelijk behouden. Met het nieuwe plan worden er twee betaalbare woningen toegevoegd aan de woningvoorraad in de Heurne. Aan het perceel wordt de bestemming Wonen-1 toegekend, inclusief bouwvlakken waarbinnen de hoofdbebouwing dient te worden gebouwd. Op basis van dit bestemmingsplan zijn ten hoogste vier burgerwoningen toegestaan.
25.3
Provinciaal beleid
De omgevingsverordening Gelderland is bij besluit van Provinciale Staten van Gelderland van 21 december 2022 gewijzigd (actualisatie 9) en de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland is op 14 januari 2023 in werking getreden. In deze omgevingsverordening staan regels op o.a. het gebied van natuur, water, zonnevelden, provinciale wegen en glastuinbouw. Het plangebied Lage Heurnseweg - perceel F 2420 ligt niet in het Nationaal Landschap, de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en/of de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Derhalve is toetsing aan de regels uit de omgevingsverordening Gelderland niet aan de orde.
25.4
Nadere onderbouwing
Het perceel ligt nabij de kern De Heurne. De bebouwde kom bevindt zich aan de overzijde van de Lage Heurnseweg. In de directe omgeving zijn voornamelijk woonbestemmingen gelegen. De dichtstbijgegelegen grondgebonden veehouderij ligt op ruim 400 meter afstand. Een nieuwe woonbestemming op de Lage Heurnseweg vormt, vanwege deze afstand, geen belemmering voor omliggende veehouderijen. Een nieuwe woonbestemming sluit aan in de omgeving. In de woning kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd, gelet op de omgevingsfactoren. De woningen worden op minimaal 20 meter vanaf de rand van de Lage Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
100
Heurnseweg gerealiseerd, waardoor er voor het geluidsaspect wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Hiertoe is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De woningen worden ontsloten aan de Lage Heurnseweg. Het toevoegen van een nieuwe woning in ruil voor sloop van voormalige agrarische bebouwing is mogelijk op basis van het afwegingskader buitengebied. De sloopmeters kunnen op het erf waar gesloopt wordt worden ingezet, maar mogen onder voorwaarden ook aansluitend aan de kern worden ingezet. De locatie voldoet aan de hiervoor gestelde voorwaarden. Het nieuwe erf wordt landschappelijk ingepast. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar het Erfinpassingsplan Lage Heurnseweg perceel F 2420. Hieronder is een uitsnede van het erf in de nieuwe situatie bijgevoegd.
25.5
Omgevingsonderzoeken
25.5.1 Stikstof De bouwwerkzaamheden en het toekomstige gebruik van wonen minus het oude, gestopte gebruik (agrarisch bedrijf) levert een positief effect op qua stikstofdepositie op N2000-gebieden.
25.5.2 Geluid Uit het uitgevoerde akoestische onderzoek blijkt dat de woning op minimaal 20 meter afstand van de Lage Heurnseweg gebouwd moet worden om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Hierdoor wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd. Het volledige rapport omtrent geluid is opgenomen in Akoestisch onderzoek Lage Heurnseweg F 2420.
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
101
25.5.3 Bodem Hieronder de conclusie uit het bodemonderzoek. Het volledige rapport omtrent bodem is bijgesloten onder bijlage Bodemonderzoek Lage Heurnseweg ongenummerd. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. In de grond(meng)monsters is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Het aangetroffen barium gehalte wordt toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong. Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen. In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. De tevoren gestelde hypothese 'De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd' wordt aangenomen. Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen.
De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.
25.5.4 Quick scan flora en fauna De rapportage is opgenomen in bijlage Quick scan flora en fauna Lage Heurnseweg ongenummerd. Het plangebied is op 9 september 2022 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebieden, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Wettelijke consequentiesm.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden wél uitgesloten. Wettelijke consequentiesm.b.t.
soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
102