CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Landelijk gebied, herziening 2023_Regels_Bijlagen

Gemeenteraad 22 april 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Landelijk Gebied, herziening 2023”16.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.2 Beschrijving van het erf Het erf is een oude bouwplaats welke eind 19e eeuw is opgericht. Op het huidige erf staan een boerderij met aanbouw, een kapschuur een houten kippenhok en een ligboxenstal uit 1972. De boerderij staat reeds enkele jaren leeg. Het erf ligt aan de voet van het Oost-Nederlands plateau, op de overgang naar het Aaltense Goor. Aan de westzijde van het erf, als relict van een oude wegbeplanting, staan enkele zomereiken en elzen. Aan de voorzijde van het erf staan twee kersen. Aan de voorzijde staan enkele jonge leilinden, een dakplataan en 3 meter beukenhaag in slechte conditie.

Detailopname van het plangebied.

4

Aanzicht op het erf (de walnoot, zichtbaar op de foto is inmiddels (helaas) gerooid.

Aanwezige beplanting in het plangebied.

Het huidige erf lag vroeger ten westen van de es en had traditioneel weinig beplanting in de overgang van het erf naar de es. Aan de westzijde, gaat het erf over in het jonge broek- en goorontginningslandschap. Het huidige erf ligt duidelijk zichtbaar in het landschap. Oude, traditionele erfbeplanting ontbreekt.

2.2 Landschap Het plangebied ligt in het kampenlandschap, op de overgang naar het broek- en goorontginningslandschap van het Aaltense Goor ten westen van het plangebied. De aanwezige elzen aan de westzijde van het erf, vormen een fraaie verwijzing van de overgang naar een natter gebied. Op onderstaande uitsnedes van de historische topografische kaart wordt de ligging van het plangebied weergegeven. Kenmerkende (landschappelijke) beplanting van het kampenlandschap bestaat uit (winter/zomer)linde zomereik, vuilboom, lijsterbes, krent, hondsroos, wilde liguster, zoete kers, wilde appel, veldesdoorn, 5

gewone vogelkers en ruwe berk, Gelderse roos, sleedoorn en ruwe iep. Kenmerkende erfbeplanting in het kampenlandschap bestaat uit walnoot, hoogstam fruitbomen, zomereik en ruwe berk. Kenmerkende beplantingsvormen in het kampenlandschap zijn laanbomen, hakhoutsingels, hoogstam fruitbomen, solitaire bomen en struweelhagen.

Ligging van het plangebied op de historische topografische kaart anno 1900 (opnama 1880) (links) en 1962 (rechts) (bron: Kadaster).

Impressie van het plangebied.

6

2.3 Bodem Het erf is gebouwd op de overgang van een vlakvaaggrond in de noordelijke helft van het erf naar een beekeerdgrond in de zuidelijke helft van het erf. Het oostelijke deel van het erf bestaat uit een bruine enkeerdgrond. Deze laatste is ontstaan door benutting als akker in het potstalsysteem. Vlakvaag en beekeerdgronden zijn kalkarme zandgronden. De grondwater stand is niet exact bekend, maar deze bestaat vermoedelijk uit V –VI. De fijnmazige ontwatering, aangelegd tijdens de laatste ruilverkaveling, heeft een sterk afwaterend vermogen op deze gronden.

Vlakvaaggrond

beekeerdgrond Bruine enkeerdgrond Ligging van het plangebied op de bodemkaart.

2.4 Ruimtelijke kwaliteit Het plangebied lag, tot de ruilverkaverling van medio de 20e eeuw, in een schitterende gradiënt van kampenlandschap in het oosten naar broek- en goorontginningslandschap in het westen. Het erf werd via naastgelegen erven ontsloten via een zandweg. Het ging als het ware over van een vrij open, kleinschalig oud agrarisch cultuurlandschap naar een zeer besloten nat en jong ontginningslandschap waarbij natuurlijke opslag van els en wilg langs kavelgrenzen voor een zeer besloten karakter zorgden. De ruilverkaveling heeft in het omringende landschap op zeer ingrijpende wijze huis gehouden. Honderden kilometers elzensingel zijn verwijderd, bestaande zandwegen afgegraven en nieuwe asfaltwegen (zoals de Aladnaweg) aangelegd, dwars over essen en houtsingels. Het huidige landschap is hierdoor nauwelijks nog te identificeren en biedt nauwelijks aanknopingspunten voor de aanleg van een traditionele erfbeplanting. Het accentueren van de verschillende landschapsttypen is vrij zinloos in een dusdanig verknalt landschap zoals aanwezig rondom het plangebied. Wat rest is een passende inpassing van de bebouwing in het landschap, puur ter versterking van het woongenot van de bewoners.

7

3 Erfinpassingsplan 3.1 Het erfinpassingsplan Op onderstaande afbeelding wordt het erfinpassingsplan voor het plangebied gepresteerd. Het plan is ontwikkeld aan de hand van de volgende uitgangspunten Te verwijderen beplanting • Bolaccacia’s; • Dode beukenhaag; • Bolconifeer; Te verplanten beplanting • Leilinden; Te behouden beplanting • Alle bomen; Uitgangspunten plantmateriaal • Inheemse, streekeigen beplanting; • Streekeigen beplantingsvorm (solitaire bomen, laanbomen, hoogstam fruitbomen, scheerhaag, struweelhaag); Nieuwe beplantingselementen • Struweelhaag om zicht op ligboxenstal te verminderen; • Scheerhaag ter afscherming van privé en omringende agrarische grond; • Aanplant laanbomen langs oprit (19 stuks); • Aanplant solitaire walnoten (2 stuks);

Voorstel voor erfinpassing.

8

Verbeelding van de huidige situatie. Oprit naar plangebied en zicht op de loopstal.

3.2 Inrichtingsmaatregelen De volgende inrichtingsmaatregelen worden uitgevoerd. Aanleg struweelhaag Er wordt een gemengde struweelhaag aangelegd. Deze bestaat uit een enkele rij beplanting van 40 meter lengte. De haag bestaat bestaat uit een gelijk gemengde haag van meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, liguster, Gelderse roos en hondsroos. Als plantmateriaal wordt driejarig bosplantsoen gebruikt in de maat 80-120 cm. Er worden 2 stuks beplanting per strekkende meter haag geplant. Maximaal 25% van de aanplant mag sterven zonder inboet. Zo ontstaat een structuurrijke haag. Dode aanplant boven de 25% wordt ingeboet (vervangen). Aanleg laanbomen Langs de erftoegangsweg worden in totaal 19 stuks laanbomen geplant. Als beplanting wordt gebruik gemaakt van als laanboom gekweekte bomen met een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,4 m1 boven de wortelvoet. De laanbeplanting bestaat uit zomereiken. De bomen worden in een ruim plantgat gezet en voorzien van twee boompalen met boomband. Bomen die sterven na aanleg worden vervangen. Aanleg scheerhaag Aan de voorzijde van de boerderij wordt een scheerhaag van 65 meter lengte geplant. De scheerhaag bestaat uit drie jarige beuken van 80-120 cm lengte. De haag bestaat uit drie stuks plantsoen per strekkende meter haag. Plantsoen dat sterft na aanleg wordt vervangen.

Aanleg walnoten Aan de voorzijde van het erf worden twee solitaire walnoten geplant. . Als beplanting wordt gebruik gemaakt van als laanboom gekweekte bomen met een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,4 m1 boven de wortelvoet. De bomen worden in een ruim plantgat gezet en voorzien van twee boompalen met boomband. Bomen die sterven na aanleg worden vervangen.

9

3.3 Beheerplan Om van inrichting, tot een wenselijk eindbeeld te komen, moet de beplanting in meer- of mindere mate beheerd worden. De aangebrachte elementen worden als volgt beheerd. Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhout. Daartoe wordt de beplanting iedere 8-12 afgezet waarna de beplanting weer uitloopt. Ook kan er gekozen worden om er een vlechthaag van te maken en deze vervolgens periode te snoeien. Laanbomen Geen beheer. Mogelijk opkronen indien laag hangende takken hinder of schade veroorzaken. Scheerhaag Jaarlijks 1 à 2 maal scheren om de haag in de wenselijke vorm te houden. Walnoot Geen beheer.

10

Erfinpassingsplan Caspersstraat 24 De Heurne

Colofon Inpassingsplan Caspersstraat 24 De Heurne

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Locis Adviseurs

Projectnummer en versie: 4933 versie 1.0 Ligging plangebied: Caspersstraat 24 De Heurne, gemeente Aalten Auteur: Ing. P. Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 17-1-2023

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 3

1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 3

Het ontwerp .......................................................................................................................... 8

3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 8 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 8 3.3 Kansen voor versterking van het erf ........................................................................................................ 8 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer ............................................................................................................ 10

4.1 Inrichtingsmaatregelen .......................................................................................................................... 10 4.2 Beheer .................................................................................................................................................... 12 4.3 Nazorg .................................................................................................................................................... 12

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een agrarisch erf op het adres Caspersstraat 24 in De Heurne, gemeente Aalten. Het voornemen bestaat uit het slopen van varkensstallen en het verwijderen van erfverharding. De ondergrond van de gebouwen en erfverharding wordt nadien ingericht als agrarisch cultuurland. De gemeente Aalten stelt als voorwaarde voor een dergelijke ontwikkeling, dat het nieuwe erf landschappelijk ingepast wordt. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven.

Luchtfoto van het plangebied. De te slopen bebouwing en verharding worden met de rode contour aangeduid.

In voorliggend rapport wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Bij het opstellen van een plan voor landschappelijke inpassing en versterking van het landschap wordt gekeken naar het omringende landschapstype, de op het erf aanwezige beplanting en de beplanting op de omliggende gronden. Ook wordt gekeken naar de functie van het plangebied. Een woonerf kan soms anders ingepast worden dan een functioneel agrarisch bedrijf of andere bedrijfslocatie. Het plan voor landschappelijke inpassing wordt uitgebeeld op een tekening. In het rapport wordt ingegaan op de keuzes voor type beplanting en de toegepaste soorten. Het plan wordt afgesloten met concrete aanwijzingen voor de aanleg en het beheer om tot het wenselijke eindbeeld te komen.

3

HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Caspersstraat 24 in De Heurne, gemeente Aalten. Het ligt in het buitengebied, ten noordoosten van de woonkern De Heurne en wordt omgeven door landelijk gebied. Het erf ligt ten zuiden van de Caspersstraat en wordt ontsloten via twee inritten naar de Caspersstraat. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Aanduiding van het plangebied op de topografische kaart (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarisch erf waar een varkenshouderij is gevestigd. Op het erf staan een bedrijfswoning en een vijftal varkensschuren. Ten tijden van de opname, was de meest oostelijke schuur gesloopt, nadat er een brand gewoed heeft. Het erf grenst aan de zuidzijde aan een ander agrarisch erf. Rondom de bedrijfswoning ligt een siertuin met sierplanten, heesters en bomen; zowel fruitbomen als uitheemse loofbomen. Langs de zuid- en westgrens staat een laurierhaag. Achter de woning staat een fruitboomgaard. Langs de noordrand van het erf, parallel aan de Caspersstraat, staat sierbeplanting, bestaande uit sierplanten en heesters. Op onderstaande luchtfoto wordt het erf weergegeven.

Luchtfoto van het erf (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl). 4

Aanzicht op het plangebied, gezien vanaf de Caspersstraat westelijke richting.

Aanzicht op het plangebied, gezien vanaf de Caspersstraat zuidelijke richting.

Aanzicht op het plangebied, gezien vanaf de Caspersstraat oostelijke richting.

5

Impressie van het erf (foto’s november 2022).

6

2.3 Landschap Het plangebied ligt in het kampenlandschap. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.

Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid.

Het kampenlandschap is een oud agrarisch cultuurlandschap dat ontstaan is vanaf de middeleeuwen. Het kenmerkt zich door de grillige, bochtige wegenstructuur waarbij boerderijen tegenwoordig ook op enige afstand van de weg zijn komen te liggen als gevolg van ruilverkaveling waarbij veel zandwegen verloren zijn gegaan. De agrarische percelen hebben ongelijke vormen en volgen het oorspronkelijke landschap. Essen en graslanden wisselen elkaar af en wegen zijn veelal voorzien van laanbeplanting. Veel kavelgrensbeplanting, zoals houtwallen, zijn verdwenen tijdens de ruilverkaveling in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Zoals zichtbaar op bovenstaande uitsnede van de historische topografische kaart, was in het plangebied nog geen bebouwing aanwezig rond het begin van de vorige eeuw. Kenmerken van het kampenlandschap, welke doorwerking kunnen hebben op het inpassingsplan zijn de volgende: • Organische vormen. Het wegenpatroon en de kavelgrenzen zijn grillig. Rechte, haakse lijnen ontbreken; • Houtwallen, houtsingels, struweelhagen, solitaire bomen, erfbosjes en hoogstam fruitboomgaarden vormen passende beplantingsvormen in het kampenlandschap.

7

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.

3.2 Uitgangspunten Het erfinpassingsplan wordt opgesteld aan de hand van de volgende uitgangspunten: Reeds aanwezige beplanting Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande (inheemse) beplanting. Nieuwe beplanting Nieuwe beplanting bestaat uit inheemse beplanting en streekeigen beplantingsvormen, passend bij het landschapstype waarin het plangebied ligt. Voor puur tuinbeplanting kan een uitzondering gemaakt worden. In voorliggend geval is gekozen de siertuin, met de aanwezige sierplanten, heesters en bomen, niet te betrekken in de plannen omdat het een forse siertuin is, welke met veel aandacht in de afgelopen decennia is ontwikkeld. De sierbeplanting elders op het erf wordt wel betrokken in het inpassingsplan. Laurierhaag langs zuidzijde De laurierhaag langs de zuidrand van het perceel vormt de scheiding tussen het plangebied en de buren ten zuiden van het plangebied. De eigenaar heeft nadrukkelijk verzocht deze haag te respecteren. Uitrit Het erf wordt ontsloten via twee uitritten naar de Caspersstraat. Vanwege de ligging van het erf, in een flauwe bocht, vormt de meest oostelijke uitrit, een minder veilige uitrit. Eigenaar heeft aangegeven beide uitritten te willen behouden vanuit het oogpunt van de verkeersveiligheid.

3.3 Kansen voor versterking van het erf Het huidige erf is, gezien vanaf de Caspersstraat in oostelijke richting, duidelijk zichtbaar. De laurierhaag ontneemt slechts gedeeltelijk het zicht op de bebouwing. Door het verwijderen van de stallen, zal er direct zicht zijn op de bedrijfswoning en de te behouden gebouwen. Door nieuwe beplanting aan te leggen, wordt het directe zicht op de te behouden bebouwing verminderd. Tussen de Caspersstraat en het erf liggen enkele beplantingsvakken met uitheemse beplanting. De beplantingsvakken, behorende tot het erf blijven behouden, maar de beplantingsvakken, grenzend aan het agrarisch cultuurland worden niet als passend beschouwd. Verwijderen van deze beplantingsvakken vormt een versterking van de landschapskwaliteit.

3.4 Het ontwerp Het ontwerp voorziet in het behoud van de tuinbeplanting rondom de bedrijfswoning en alle inheemse bomen rondom het plangebied. De laurierhaag langs de westrand en de niet-inheemse beplanting tussen het (toekomstig) agrarisch cultuurland en de Caspersstraat, wordt verwijderd. Om direct zicht vanaf de Caspersstraat op het erf te verminderen worden twee struweelhagen aangelegd. Langs de westelijke oprit worden twee solitaire loofbomen geplant. Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.

8

Voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf.

9

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inrichtingsmaatregelen De inrichtingsmaatregelen t.b.v. de landschappelijke inpassing van het erf bestaan uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.

Verwijderen niet inheemse beplanting; Aanleg gemengde struweelhaag; Aanleg solitaire bomen langs oprit; Aanplant solitaire boom in siertuin; Omvormen beplantingsvak naar grasland;

Ad 1. Verwijderen niet inheemse beplanting (aangeduid met de nummers 8 en 9 op de kaart) Drie beplantingsvakken met laurier, coniferen of andere niet inheemse beplanting zal verwijderd worden.

Niet inheemse beplanting, zoals zichtbaar op bovenstaande foto, wordt verwijderd.

Niet inheemse beplanting, zoals zichtbaar op bovenstaande foto, wordt verwijderd.

Ad 2. Aanplant gemengde struweelhaag (aangeduid met nummer 14 op de kaart) Er worden twee gemengde struweelhagen aangelegd, op de grens tussen het woonerf en het aangrenzende agrarische cultuurland. De haag bestaat uit een enkele rij struweelbeplanting en bestaat uit veldesdoorn, Gelderse roos, hondsroos, liguster, rode kornoelje, gewone vlier en sporkehout (gelijk gemengd). De totale lengte van de beide hagen bedraagt 50 meter (30 + 20 meter). De haag bestaat uit drie stuks plantsoen per meter haag. In totaal worden 150 stuks plantsoen geplant. Ad 3. Aanplant solitaire bomen langs oprit (aangeduid met nummer 12 op de kaart) Langs de erftoegangsweg worden twee solitaire loofbomen geplant. Er kan gekozen worden uit de volgende soorten: inlandse eik, wintereik, haagbeuk, winterlinde, Hollandse iep, fladderiep, paardenkastanje, tamme kastanje of walnoot. 10

Specifieke plantinstructie • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna twee boompalen van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal.

Jonge laanboom, voorzien van twee boompalen en boomband.

Ad 4. Aanplant solitaire boom (aangeduid met nummer 13 op de kaart) Een deel van het voormalige erf wordt bij de siertuin aangetrokken. Langs de rand van de siertuin wordt een solitaire loofboom geplant. Omdat deze onderdeel uit zal gaan maken van de siertuin, worden geen nadere eisen gesteld aan de toe te passen boomsoort. Gelet op de reeds aanwezige tuinbeplanting, is het toepassen van een niet-inheemse solitaire boom, niet vreemd. Er worden geen nadere eisen gesteld aan het planten van deze boom.

Siertuin aan de voorzijde van het erf. In deze siertuin staan meest niet-inheemse bomen, struiken en heesters.

Ad 5. Omvormen beplantingsvak (aangeduid met nummer 9 op de kaart) Het vak met sierplanten, tussen de beide opritten en de Caspersstraat wordt omgevormd naar een strook grasland. De aanwezige sierplanten worden verwijderd om het vervolgens in te zaaien als bloem- en faunarijk grasland. Geadviseerd wordt een gras- en éénjarig kruidenmengsel in te zaaien1. De potentieel natuurlijke (grasland)vegetatie zal in de daarop volgende jaren de niet-passende soorten verdringen.

1

Zie www.cruydthoeck.nl 11

4.2 Beheer Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhout. Dat wil zeggen dat de haag periodiek afgezet mag worden, waarna deze weer zal uitlopen en een dichte haag zal vormen. Tak- en tophout worden afgevoerd of in een ril in het element gelegd. Een bijzondere vorm van beheer van een struweelhaag, is de ontwikkeling van een vlechtheg. Hierdoor ontstaat een zeer dichte haag (zie afbeeldingen onder). Een hoog percentage meidoorn in de struweelhaag is belangrijk om een vlechtheg te kunnen maken.

Foto links: struweelhaag, in het eerste voorjaar nadat deze gevlochten is. Foto rechts: een vlechtheg in de tweede zomer nadat deze gevlochten is.

Solitaire bomen Geen beheer. Indien laag hangende takken schade of hinder veroorzaken, kan de boom opgesnoeid worden. Grasland Het grasland wordt beheerd als hooiland (niet als gazon!). Het wordt jaarlijks één of twee maal gemaaid, waarbij het maaisel afgevoerd wordt. De eerste maaibeurt vindt plaats na 15 juni. Er wordt geen mest aangewend.

4.3 Nazorg Afhankelijk van de hoeveelheid regen tijdens de eerste groeiseizoenen, dient jonge beplanting voorzien te worden van water om te voorkomen dat de beplanting verdroogt en sterft. Beplanting die sterft, dient vervangen te worden.

12

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN dinxperlosestraatweg 102 aalten -19072015

colofon

Opdrachtgever

Dhr. A. Tolkamp Aalten

Door:

Buro Stad en Land b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

Telefoonnummer

06 24 88 38 28

E-mail

herbert@burostadenland.nl

Internet

www.burostadenland.nl

Project

1273

Auteur

H. Oldehinkel

Datum laatst gewijzigd

21 augustus 2015

Bestandsnaam

1273 002.indd

Aantal pagina’s

9

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Buro Stad en Land b.v.

Inhoudsopgave 1 i ntrod u cti e

1

1.1.

1

aanleiding

2 g e m e e n te l ij k b e l e i d 

2

2.1.

lop buitengebied Aalten

2

2.2.

deelgebied 7b de rug van IJzerlo

2

3 huidige situatie

3

4 r u i m te l ij k k wa l i te i t s p l a n 

5

4.1.

5

landschappelijke inpassing

5 beplanting

7

1 i ntrod u cti e 1.1.

aanleiding

Buro Stad en Land b.v. is gevraagd om uitwerking te geven aan de erfinrichting als onderdeel van de omgevingsvergunningsaanvraag op het perceel aan de Dinxperlosestraatweg 102 Aalten. Op het perceel is een agrarisch bedrijf gevestigd. Initiatiefnemer wil het bedrijf verder ontwikkelen en een nieuwe schuur bouwen t.b.v de stalling van jongvee. Voor deze ontwikkeling is een passende landschappelijke inpassing benodigd. Het erf ligt in het buitengebied van Aalten. Het perceel vormt gezamenlijk met naastgelegen erven waarop een reeks van gebouwen en diverse bomen en singels staan. Het plan zal hierop aansluiten. Omdat sprake is van een geringe uitbreiding en verplaatsing van het bouwblok in het buitengebied is een ruimtelijk kwaliteitsplan gevraagd. Het doel is te komen tot de juridische en beleidsmatige medewerking voor deze ontwikkeling. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied.

1

Locatie plangebied

2 g e m e e n t e l ij k beleid

hebben vrijwel geen beplantingen, maar langs de zuidelijke en noordelijke randen zijn houtsingels op kavelgrenzen en laanbeplantingen met berk en els langs de dwarswegen. De meeste boerderijen hebben enige erfbeplanting. Van het

2.1.

lop buitengebied Aalten

BEELD De karakteristiek wordt bepaald door een zichtbare lange dekzandrug in zw-no richting die aan weerszijden afloopt met een hoogteverschil van ± 2-3m. Midden over de rug loopt de N819 van Aalten naar Dinxperlo met monumentale eiken. Behalve het buurtschap IJzerlo met wat ‘verdwaalde’ bedrijven aan de noordoostkant op de rug is er vrijwel geen bebouwing vlak langs de weg. Verspreid staande hoeves, veelal geaccentueerd door wat erfbeplanting, zijn meer in de lagere delen aan de rand van de rug te vinden, of op een kruising van wegen. Er is opvallend veel verstening met grote schuren, een manege, intensieve veehouderijen en industrie op de IJzerlose es. Ook het landschap van de Veerbeek (bovenstrooms prachtig) wordt aangetast door de vele schuren. De wegen gaan vrijwel nergens de grens over, maar eindigen bij een boerderij (soms zandweg) of keren terug (Zo ook over de grens vanuit Duitsland). De droge ecologische verbindingszone wordt door de drukke en gevaarlijke Wikkerinkweg doorsneden. BEPLANTING Het meest markante landschapselement van dit ensemble is de laanbeplanting met fraai volgroeide eiken langs beide zijden van de Dinxperlosestraatweg van de Tuunte tot aan Mekkink. De esgronden aan beide zijden van deze weg 2

oorspronkelijk grotere boscomplex bij Tuunte in het zuidwesten resteren nog enige gemengde loofbospercelen. FUNCTIEZONERING In dit ensemble is sprake van grootschalige landbouw op de rug met bij de kern IJzerlo wat meer industriële bedrijvigheid. Om de rug heen vinden we een rand met kleinschalige menging van wonen, landbouw en andere bedrijvigheid (o.a. recreatie). STUWENDE KRACHTEN Stuwende krachten in dit ensemble zijn van oorsprong vooral de land- bouwbedrijven en de mogelijkheid tot wonen.

de deelgebieden volgens het LOP

Nu en in de toekomst spelen extensieve recreatie, ommetjes vanuit de kern en in de rand en natuur langs Snijdersveerbeek een steeds belangrijkere rol.

2.2.

deelgebied 7b de rug van IJzerlo

Dit deelgebied bestaat uit een lange dekzandrug waarover de provinciale weg loopt met grote Amerikaanse eiken aan het eind van hun bestaan. Hieraan ligt de buurtschap IJzerlo met z’n eigen, tamelijk kleinschalige bedrijvigheid. Schaalvergroting is hier mogelijk volgens het “voor-wat, hoort-wat”- principe, zodat noaberpaden kunnen worden aangelegd en overhoeken worden benut voor singels en andere beplantingen en er goed bewerkbare kavels voor de agrariërs ontstaan. Zo nodig kavelruil toepassen. Deelgebied 7b d ‘ e rug van IJzerlo’

3 hu id ige situatie Het plangebied ligt ten zuid-westen van Aalten, op de grens

UITGANGSPUNTEN BIJ DE INRICHTING VAN HET ERF

met Duitsland. De te ontwikkelen locatie ligt aan de Dinxper-

•

losestraatweg. Het erf is begin vorige eeuw ingericht en kent daardoor een duidelijke karakteristiek uit die tijd; woning aan de weg, de stallen, mestopslag en de kuilopslagen achter de woning. Het bedrijf gaat zich verder ontwikkelen. Op het achtererf zal een nieuwe stal gebouwd gaan worden. Daarnaast zal er een nieuwe kuilvoeropslag worden gerealiseerd. Het erf zal hiermee grotendeels opnieuw moeten worden

den; •

realisatie van een nieuwe stal met kuilvoeropslag;

•

bestaande erfopbouw behouden;

•

het erf moet zich als een eenheid presenteren;

•

deels zicht op het erf behouden;

•

het erf moeten aansluiten op de bestaande landschappelijke structuren;

ingericht. Het landschap rondom het erf is kleinschalig. Houtwallen, singels, bosjes en bomen maken deze kleinschaligheid. Mede door de glooing, en de doorkijken kent het

De karakteristiek van het half open landschap behou-

•

rekening houden met verschillende functies op het erf;

•

oriëntatie(voorzijde) erf richting de Dinxperlosestraatweg;

gebied een hoge kwaliteit. •

infiltratievoorziening;

In het landschap staan enkele grote (agrarische) bedrijven,

•

keren en parkeren op eigen erf;

deze bedrijven staan halfopen in het landschap. Vanuit de

•

opslag van mest en voeropslag het liefst uit zicht;

bestaande landschappelijke structuren worden deze bedrij-

•

twee van de vier inritten blijven behouden, de overige

ven opgenomen in het landschap. Het geheel afschermen

Locatie overdekte stro opslag

twee worden opgeheven.

van een erf komt nagenoeg niet voor. De moderne landbouw mag gezien worden. De Dinxperlosestraatweg is een belangrijke verbindingsweg. Langs deze weg staat een zware laanbeplanting. De erven zijn georienteerd op deze weg.

3

Zicht aan deze zijde wordt (deels) afgeschermd

open

landschappelijke analyse

4

4 r u i m t e l ij k kwa l ite its p l a n

kuilopslagen afgeschermd. Langs deze houtwal loopt van oorsprong een weg (voorheen Koskampweg), thans in gebruik als kavelpad. Deze weg die verhard is zal gerenoveerd worden en als hoofdontsluiting van het erf gaan fungeren.

4.1.

landschappelijke inpassing

Aan de zuidzijde op het bestaande erf wordt een overdekte

Het erfinrichtingsplan is weergegeven op pagina 6.

stroopslag voorzien. Deze wordt uitgevoerd in een gedekte

Het landschap rondom het erf bestaat uit een reeks van be-

kleurstelling, sober en zonder bijzondere details. De opslag

bouwingsvormen met rondom beplanting, met daartussen

schermt de bestaande kuilopslagen af. Het voorerf krijgt

mooie vergezichten. Ook het plangebied kent een karakteris-

meer eenheid door de aanplant van een haag en enkele

tieke opbouw van een woning met agrarische gebouwen en

hoogstamfruitbomen die voor de strostal komen te staan.

daartussen verharding, weide of groen in de vorm van bo-

Het erf krijgt daardoor de gewenste eenheid terug.

men of gesloten beplantingen. Langs de Dinxperlosestraatweg staan grote bomen. De erven in het gebied liggen vrij besloten in het landschap. Beplanting komt op de erven en

BASISINSPANNING

•

Realisatie/behoud zichtlijnen naar en structuur van het omliggende landschap;

in singels of bosjes rondom de erven voor. Het landschap zelf

•

karakteristieke erfopbouw versterken;

is door de aanwezigheid van houtwallen en bosje half open.

•

de nieuwe stal past in het landschap door de compacte verschijning en de bijzonder kap;

De nieuwe roundhouse stal komt ten noorden van de bestaande opstallen. De stal wordt uitgevoerd in een zogehe-

•

nieuw te bouwen stro opslag in gedekte kleurstelling;

ten roundhouse. Deze nieuwe en innovatieve bouwvorm

•

het totale erf blijft zich als eenheid in het landschap

past goed in het landschap door de compacte verschijning. Vanaf de openbare weg is deze nieuwe stal deels te zien. De impact op de omgeving is beperkt. Met het toevoegen van

presenteren; •

waardevolle beplantingen blijven behouden;

•

aan de noordzijde wordt een houtwal van onderbeplanting voorzien, hiermee wordt de minder fraaie

enkele bomen en een hakhoutsingel aan de zuidzijde krijgt

kant afgeschermd;

het erf ook aan deze kant een groene afscherming. De elzen

•

buitenopslag van voer en mest uit zicht;

komen in een verlaging te staan waarin het hemelwater infil-

•

aan de zuidzijde worden een rij bomen en een elzen-

treren kan. Het bedrijf wordt hier niet verstopt achter groen.

singel voorzien, deze geeft het erf een groene afscher-

De nieuwe stal met het vee mag gezien worden! Aan de

ming maar verstopt het bedrijf niet;

noordzijde is gekozen om een bestaande houtwalrelict van onderbeplanting te voorzien. Hiermee worden de bestaande 5

Bestaande steilrand is waardevol

•

door het bestaande kavelpad als hoofdontsluiting te maken ontstaat een veilige en logische situatie;

•

keren en parkeren vindt plaats op eigen erf.

Locatie nieuwe stal

1. bestaande woning 2. nieuw te bouwen stro opslag 3. bestaande wagenberging 4. bestaande veestal

12

5

7

5. nieuw te bouwen jongveestal 6. kuilplaat bestaand

6 6

9

6

7. kuilplaat nieuw 8. houtsingel versterken met

11 6

gebiedseigen onderbeplanting

13 50

4

9 aanplant elzen als hakhout

3

10. bestaande tuin (voorerf) 11. bestaande mestopslag 12 waterinfiltratiestrook

4

2

15

8 1

13. elzen als bomen

17

14. aanplant hoogstamfruitbomen 15. aanplant wilde ligusterhaag hoogte min. twee meter

zicht op weg

16

10 14

16

16. aanplant wilde ligusterhaag hoogte min. één meter 17. bestaande PGEM

ERFINRICHTINGSPLAN

schaal 1:1000 op A4 20 augustus 2015 ontwerp: Herbert Oldehinkel

6

Erfinrichting ingezoomd als bijlage op schaal toegevoegd

coniferen rooien

bestaande situatie

akhout

ligusterhaag

4 elzen

m

dichte h

singel

als boo

situatie na 8 jr. 7

5 beplanting HOUTSINGEL NR 8

SOORT

NEDERLANDSE NAAM

PERC.

PLANTVERBAND

PLANTAFSTAND

AANPLANTMAAT

AANTAL

ca. 300 m2

Viburnum opulus

Geldersche roos

30%

driehoek

1 x 1 meter

80-100

90

Createagus monogyna

Eenstijlige meidoorn

25%

driehoek

1 x 1 meter

80 -100

75

Prunus spinosa

Sleedoorn

25%

driehoek

1 x 1 meter

80-100

75

Corylus avalana

Hazelaar

20%

driehoek

1 x 1 meter

80-100

60

HOUTSINGEL NR 9

SOORT

NEDERLANDSE NAAM

PERC.

PLANTVERBAND

PLANTAFSTAND

AANPLANTMAAT

AANTAL

ca. 250 m2

Alnus glutinosa

Zwarte els

100%

verspreid

1 x 1 meter

100-140

250

BOMEN

SOORT

NEDERLANDSE NAAM

PERC.

PLANTVERBAND

PLANTAFSTAND

AANPLANTMAAT

AANTAL

nr 13

Alnus glutinosa

Zwarte els

100%

rij

8 meter

16-18

4

nr 14

Malus/Pyrus/Prunus

Hoogstamfruitbomen

100%

zie tekening

min. 7 meter

10-12

5

HAGEN

SOORT

NEDERLANDSE NAAM

PERC.

PLANTVERBAND

PLANTAFSTAND

AANPLANTMAAT

AANTAL

nr 16 ca.115 m1

Ligustrum vulgare ‘Atrovirens’

Gewone liguster

100%

0,2 x 0,2

driehoeksverband

80-100

575

nr. 17 ca 10 m1

Ligustrum vulgare ‘Atrovirens’

Gewone liguster

100%

0,2 x 0,2

driehoeksverband

80-100

50

•

indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/aanrijschade/verdichting van de wortelzone.

8

referentie houtsingel met diverse inheemse soorten

referentie: een bomenrij schermt het erf deels af

stijlrand is waardevol en blijft behouden

1. bestaande woning 2. nieuw te bouwen stro opslag 3. bestaande wagenberging 4. bestaande veestal

12

5

7

5. nieuw te bouwen jongveestal 6. kuilplaat bestaand

6 6

6

7. kuilplaat nieuw 8. houtsingel versterken met

6

gebiedseigen onderbeplanting

3

10. bestaande tuin (voorerf) 11. bestaande mestopslag

4

2

8

13. elzen als bomen

15

hoogte min. twee meter

1

17

zicht op weg

16

10

14. aanplant hoogstamfruitbomen 15. aanplant wilde ligusterhaag

13

4

50

9 aanplant elzen als hakhout

12 waterinfiltratiestrook

9

11

14

16

16. aanplant wilde ligusterhaag hoogte min. één meter 17. bestaande PGEM

ERFINRICHTINGSPLAN

schaal 1:1000 op A4 20 augustus 2015 ontwerp: Herbert Oldehinkel

Z

O W

N

Borchgraven 2.5 N W

7051 CW Varsseveld O

Z : Gemeente Kadastrale gemeente : : Sectie : Sectienummer : Schaal

Aalten Aalten R 529, 1561 en 1562 1:1000

ADVISEURS Projectomschrijving: tijdelijke vergunningaanvraag

levensloopwoning en milieumelding

Tel:

0315 - 82 01 00

Internet: www.locisadviseurs.nl Datum: Schaal: Formaat:

Opdrachtgever:

A3

Caravan stalling 't Witte Veane Driehonderdmeterweg 12c 7121 KK AALTEN

Tekeningnummer:

23-2341-Situatie

Deze tekening mag alleen vermenigvuldigd en/of aan derden verstrekt worden met toestemming van Locis Adviseurs.

24-05-2023 1:1000

Versterkingsplan Groene Ontwikkelingszone Driehonderdmeterweg 18 te Aalten

Colofon Versterkingsplan Groene Ontwikkelingszone Driehonderdmeterweg 18 Aalten

Effectbeoordeling in het kader van soortbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever: Locis

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 5208A versie 1.0 Ligging plangebied: Driehonderdmeterweg 18 Aalten Auteur: Ing. P.Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 12-6-2023

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving

1

INHOUD Hoofdstuk 1

Inleiding ......................................................................................................................... 3

1.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 3 1.2 Doel van de notitie ........................................................................................................................... 3 1.3 Beschrijving van de wenselijke ontwikkeling.................................................................................... 3 Hoofdstuk 2

Het plangebied .............................................................................................................. 5

2.1 Situering ........................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied ....................................................................................................... 5 2.3 Landschap ......................................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 3

Toetsingskaders ............................................................................................................. 8

3.1 Algemeen.......................................................................................................................................... 8 3.2 Ligging GNN en GO ........................................................................................................................... 8 3.3 Beleidsregels voor de bescherming van de Groene ontwikkelingszone .......................................... 8 Hoofdstuk 4

Beschrijving van de kernkwaliteiten ................................................................................ 10

4.1 Vastgestelde kernkwaliteiten.......................................................................................................... 10 4.2 Selectie bruikbare ontwikkelingsdoelen t.b.v. het versterkingsplan .............................................. 10 Hoofdstuk 5

Het versterkingsplan .................................................................................................... 11

5.1 Uitgangspunten .............................................................................................................................. 11 5.2 Bepalen verliesfactoren .................................................................................................................. 11 5.3 Bepalen Impactfactoren ................................................................................................................. 12 5.4 Versterkingsfactor........................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 6

Inrichting en beheer .................................................................................................... 16

6.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 16 6.2 Inrichtingsmaatregelen................................................................................................................... 16 6.3 Inboet ............................................................................................................................................. 17

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Inleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een agrarisch erf op het adres Driehonderdmeterweg 18 te Aalten. Het voornemen is de bestemming ‘agrarisch’ te wijzigen in ‘wonen’. Ter compensatie voor de sloop van overtollige agrarische bebouwing, zal een extra woning gebouw worden op het erf. De beoogde bouwlocatie voor de woning, ligt iets ten zuiden van het huidige agrarische bouwblok. Om de wenselijke ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden.

Verbeelding van de huidige situatie (links) en wenselijke (planologische situatie (rechts), met de beoogde begrenzing van beide ‘woonerven’.

Omdat het plangebied volledig tot de Groene ontwikkelingszone behoort, dienen de voorgenomen ontwikkelingen getoetst te worden aan de beleidsregels voor bescherming van de Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022).

1.2 Doel van de notitie De provincie Gelderland heeft in de Provinciale Ruimtelijke Verordening beleidsregels voor de bescherming van de Groene Ontwikkelingszone (verder GO genoemd). Mits voldaan kan worden aan gestelde voorwaarden voor nieuwe ontwikkelingen in de GO, wil de provincie onder voorwaarde, medewerking verlenen aan de wenselijke realisatie van het erf. Eén van de eisen, zoals verwoord in de Provinciale Ruimtelijke Verordening, is het opstellen van een versterkingsplan. In voorliggend rapport wordt het versterkingsplan voor deze ontwikkeling gepresenteerd.

1.3 Beschrijving van de wenselijke ontwikkeling Het voornemen is de bestemming van het erf te wijzigen van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ en een tweede woning te bouwen in het kader van de Rood-voor-rood-regeling’ van de gemeente Aalten. Het nieuwe woonerf wordt ontwikkeld te zuiden van het huidige erf en wordt ontsloten via een eigen erftoegangsweg naar de Driehonderdmeterweg. Het erf wordt landschappelijk ingepast, middels de aanleg van erfbeplanting.

3

Het plan omvat de volgende onderdelen: • Slopen overtollige agrarische bebouwing (loopstal 800m2 en werktuigenberging (150m2) • Bouwen woning; • Bouwen bijgebouw (300m2); • Aanleggen erfverharding; • Aanleggen erfbeplanting; • Ontwikkelen nieuw woonerf (bestemming wonen 1652m2);

4

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Driehonderdmeterweg 18 te Aalten. Het ligt circa 5 kilometer ten oosten van de woonkern Aalten en wordt omgeven door landelijk- en bosgebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit bebouwing, agrarisch cultuurland en erfverharding. De aanwezige beplanting in het plangebied, op onderstaande afbeelding, is in de huidigde situatie niet meer aanwezig. De bebouwing bestaat uit een ligboxenstal en een kapschuur. De ligboxenstal beschikt over gemetselde buitengevels en is gedekt met golfplaten. De buitengevels van de ligboxenstal zijn met hout betimmerd. De kapschuur is volledig van damwandplaten en is ook gedekt met damwandplaten. De bebouwing beschikt niet over een spouwmuur of dakbeschot/dakisolatie. Het agrarisch cultuurland, was tijdens het veldbezoek in gebruik als grasland, en bestaat uit een soortenarme vegetatie van raaigras en wordt intensief beheerd (bemesten, maaien en afvoeren maaisel). Het plangebied grenst aan agrarisch cultuurland en erfverharding. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven.

5

Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

6

Impressie van het erf en de directe omgeving.

2.3 Landschap Het plangebied ligt in het heideontginningslandschap. Dit is een jong agrarisch ontginningslandschap, ontstaan als gevolg van de ontginning van de woeste gronden (heide). Het kenmerkt zich door grote, blokvormige verkaveling, met lange rechte (zand)wegen. Het is een rationele ontginning, waarbij kavelgrenzen en erven vaak haaks op de ontginningswegen liggen. Als gevolg van ruilverkaveling is het gebied grootschaliger geworden. Verspreid in het landschap liggen (naald)bosjes. Tijdens de ruilverkaveling zijn rechte houtsingels aangelegd met een gemengde aanplant van ruwe berk, zomereik en lijsterbes.

Ligging van het plangebied op de historische topografische kaart anno 1925. Het erf bestond toen nog niet.

7

HOOFDSTUK 3

TOETSINGSKADERS

3.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. Beleidsregels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de Natuurnetwerk Nederland in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland.

3.2 Ligging GNN en GO Het plangebied behoort volledig tot Groene ontwikkelingszone1. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Ligging van Groene ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode lijn aangeduid. Gronden die tot de Groene ontwikkelingszone behoren worden aangeduid met de groene kleur. (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

3.3 Beleidsregels voor de bescherming van de Groene ontwikkelingszone Het bestemmingsplan voorziet niet in deze ontwikkelingen. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Omdat sprake is van een nieuwe functie binnen GO, dient getoetst te worden aan de beleidsregels voor de bescherming van de GO.

1

Een heel klein strookje aan de zuidwestzijde, behoort toe tot GNN. Dit mag genegeerd worden in dit plan, zoals overlegd met gemeente. 8

De Groene ontwikkelingszone heeft natuur- en landschapswaarde die behouden, en bij nieuwe ontwikkelingen/functies verder versterkt moeten worden. De provincie Gelderland heeft in de Provinciale Ruimtelijke Verordening regels opgenomen voor de bescherming van de GO. Hieronder worden de regels weergegeven.

Beleidsregels GO De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening regels vastgesteld voor de bescherming van de Groene Ontwikkelingszone. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en de samenhang niet verloren gaat. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken. Om een voorstel voor versterking van de kernkwaliteiten te kunnen beoordelen, heeft de provincie Gelderland beleidsregels vastgesteld. Daarbij wordt gewerkt met verliesfactoren, impactfactoren en versterkingsmaatregelen. Op basis van een analyse kan het zijn dat natuur- en landschapswaarden in het plangebied versterkt moeten worden, bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe beplanting of het aanbrengen van voorzieningen voor dieren. Of er versterkingsmaatregelen uitgevoerd moeten worden om te voldoen aan de beleidsregels, wordt in onderstaand document verder uitgewerkt.

9

HOOFDSTUK 4

BESCHRIJVING VAN DE KERNKWALITEITEN

4.1 Vastgestelde kernkwaliteiten Het plangebied ligt volledig in deelgebied 19, deelgebied De Haart-Miste genoemd. Voor dit deelgebied heeft de provincie kernkwaliteiten voor natuur en landschap en ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap in de Groene ontwikkelingszone vastgesteld. Hieronder worden de kernkwaliteiten natuur en landschap weergegeven: • • • • • • • • • •

Overwegend kleinschalig kampenlandschap, vrij grootschalige, deels beboste vochtige heideen broekontginningen in het zuiden, langs de Duitse grens Onderdeel van Nationaal Landschap Winterswijk De evz Boven-Slinge verbindt dit gebied met de IJssel en de Veluwe en naar het oosten met het land van Winterswijk en Duitsland; modellen: das, kamsalamander en ijsvogelvlinder Parel Stortelersbeek: meanderende beek met aangrenzende loofbossen met rijke ondergroei op voedselrijke grond Parel De Haart: waardevol oud loofbos met rijke ondergroei op tertiaire klei Leefgebied steenuil Leefgebied kamsalamander Intensieve groen-blauwe en recreatieve dooradering Cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir

Voor de Groene ontwikkelingszone zijn de volgende ontwikkelingsdoelen vastgesteld voor natuur en landschap: • • • • • • • • •

Ontwikkeling beken en beekoevers ontwikkeling ecologische verbinding Boven-Slinge met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, bosjes en singels Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. kamsalamander) Ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N313 en N318 Ontwikkeling intensieve groen-blauwe en recreatieve dooradering Ontwikkeling herkenbaarheid essen Ontwikkeling geomorfologie en beleefbaarheid van de beken Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden Ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden Ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. landgoederen, ontginningen, houtwallen) en beheersvormen (hakhout)

4.2 Selectie bruikbare ontwikkelingsdoelen t.b.v. het versterkingsplan Wanneer we kijken naar de ligging van het plangebied en de mogelijkheden die initiatiefnemer heeft voor het versterken van natuur en landschap, dan lijken de volgende ontwikkelingsdoelen toepasbaar. Dat zijn: • Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën (m.n. kamsalamander) • Ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden 10

HOOFDSTUK 5

HET VERSTERKINGSPLAN

5.1 Uitgangspunten Indien voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden, is het een nieuwe ontwikkeling of activiteit mogelijk te maken in de GO. Ter compensatie voor de realisatie van het nieuwe erf, eist de provincie versterking van natuur en landschapswaarden. Zij heeft daarvoor een systematiek ontwikkeld waarbij een verliesfactor en impactfactor bepaald worden en de voorgestelde versterking van natuur en landschap kwantitatief getoetst kan worden aan de hand van versterkingsmaatregelen. Hiervoor is een rekenmodule ontwikkeld in een excel-tabel. Voor het berekenen van de verlies-, impact- en versterkingsfactoren, wordt gewerkt met de rekenmodule van 28 mei 2022.

5.2 Bepalen verliesfactoren Als gevolg van de voorgenomen activiteit, wordt geen natuur- of landschapselement aangetast. Ook worden geen bomen gerooid en worden geen landschapselementen als natuuroevers aangetast. Alle ontwikkelingen vinden plaats op agrarische cultuurgrond. Deze gronden worden niet aangeduid op het natuurbeheerplan van de provincie. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven. Het plangebied bestaat uit erf en agrarisch cultuurland.

Luchtfoto van het plangebied.

11

Verliesfactor is: nul.

5.3 Bepalen Impactfactoren Bij het bepalen van de impactfactor, wordt onderscheid gemaakt in nieuwe ontwikkelingen en uitbreiding van bestaande activiteiten. In voorliggend geval is sprake van uitbreiding van een bestaande activiteit. Het opheffen van een bepaalde activiteit (of sloop van bebouwing) mag als negatieve impactfactor meegenomen worden in de berekening. Hieronder worden de oppervlaktes van de verschillende elementen weergegeven. Onderdeel Nieuwe woning Erf Sloop opstallen

Oppervlakte (m2)

Eenheid 1

1.652 950

Wegingsfactor In de modelberekening dient meegewogen te worden, of de activiteit plaats vindt in een ecologische verbindingszone, open gebied of in een gebied met aardkundige waarden. Het plangebied behoort niet tot een ecologische verbindingszone of in gebied met aardkundige waarden (zie onder), maar ligt wel in open gebied.

Ligging van ecologische verbindingszone in de omgeving van het plangebied (stip).

Ligging van ‘open gebied’ in de omgeving van het plangebied. Het plangebied wordt met de cirkel aangeduid.

12

Vanwege de ligging in open gebied, dient een wegingsfactor toegepast te worden. In onderstaande tabel worden de impactpunten berekend. categorie

eenheid

woningen

wooneenheid ha. woonbestemming wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein

20 400 25 600 1500

ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines verstoringsafstand (m) verstoringsgraad (%) ha. functioneel zonneveld ha. verharding of half verharding ha. verharding ha. verharding ha. verharding

3000 4500 600

woonwijk bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 milieucategorie 3 en 4 milieucategorie 5 en 6 windturbine *

zonnepark parkeerterrrein wegen <80 km/uur middel 80-99 km/uur wegen >= 100 km/uur

basispunten /eenheid

aantal nieuwe eenheden functie op deze locatie

1 0,1652

indien van open toepassing landschap factor verhogen

2 2 2 2

-0,08

2 2 2 1,5

1,5

600 1000 2000 3000 4000

2 2 2 2

indien van aardkundig indien van ligging in indien van basis toepassing e waarden toepassing EVZ toepassin factor voor zover factor g factor verhogen BUITEN verhogen verhogen open landschap

1 1 1 1 1

2

1 1 1

2

1 1 1 1 1

1,5

2 2 2 2

2 1

2 2 2 2

2 2 1 1 2

1,5

1 1 1

1,5

1 1 1 1 1

1,25

1,5 1,5 1,5 1,5

1,5 1

1,5 1,5 1,5 1,5

IMPACTPUNTEN

1 1 1 1 1

1,25

1 1 1

1,25

1 1 1 1 1

1,25

1,25 1,25 1,25 1,25

1,25 1,25

1,25 1,25 1,25 1,25

1 1 1 1 1

incl. toeslagen

20 66,08 0 0 -120

1 1 1

0

1 1 1 1 1

0

0 0

0 0 0 0

40 132,16 0 0 -240 0 0 0

0 0 0 0 0 opp. (ha) -68 0,09 excl. windturbine

Rekenblad impactpunten.

De oppervlakte ‘bouwblok’ dat omgezet wordt in ‘wonen’ is niet meegenomen in de berekening. Het aantal impactpunten bedraagt -68.

5.4 Versterkingsfactor Nu de impactpunten bekend zijn, kan gekeken worden naar mogelijkheden om voldoende versterkingspunten te scoren, zodat sprake is van versterking van kernkwaliteiten naar rato en facto. Ter versterking van de kernkwaliteiten voor natuur en landschap worden de volgende maatregelen genomen: Aanleg hoogstam fruitbomen; Aanleg laanbomen; Aanleg scheerhaag; Aanleg struweelhaag; Aanleg solitaire loofbomen; Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=ae04bc62-6276-4f72-976b-a529be2e241b