Landelijk gebied, herziening 2023_Regels_Bijlagen
Tekst van het document
Landelijk gebied, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00116-ON01
vastgesteld
1
I N D I C AT I E V E L I J S T V A N NEVENACTIVITEITEN EN HOOFDACTIVITEITEN BIJ HERGEBRUIK Verklaring: H = hoofdactiviteiten N = nevenactiviteiten
Overige gronden
ontwikkelingszone
Overige zone - groene
natuurnetwerk
FUNCTIE
Overige zone - gelders
- = niet toegestaan
Verblijfsrecreatie - kampeerboerderij
N/H
N/H
N/H
- appartementen
N/H
N/H
N/H
- hotelaccommodatie
N/H
N/H
N/H
- bed & breakfast
N/H
N/H
N/H
- pension
N/H
N/H
N/H
- lichte horeca
N/H
N/H
N/H
- bezoekerscentrum
N/H
N/H
N/H
- paardenpension / -stalling
N/H
N/H
N/H
- sauna
N/H
N/H
N/H
- paardenverhuur
N
N
N
- fietsenverhuur
N
N
N
- kanoverhuur
N
N
N
- trapautoverhuur
N
N
N
- manege
N
N/H
N/H
- huifkarcentrum
N
N/N
N/H
- privékliniek
N/H
N/H
N/H
- kuuroord/beautycentrum
N/H
N/H
N/H
- dagverblijf
N/H
N/H
N/H
- dierenkliniek
N/H
N/H
N/H
- sociale nevenfunctie op agrarisch-
-
N/H
N/H
- caravans / boten
N
N
N/H
- inboedel
N
N
N/H
Dagrecreatie
Zorg
bedrijf (resocialisatie, therapie, gehandicapten)* Opslag
- overige opslag
Overige gronden
ontwikkelingszone
Overige zone - groene
natuurnetwerk
Overige zone - gelders
FUNCTIE
N
N
N/H
- loonbedrijven
-
-
N/H
- veehandelbedrijven
-
-
N/H
- spermabank
-
N
N/H
- fouragehandel
-
N
N/H
- zaaizaad en potgoed
-
N
N/H
- opslag agrarische producten
-
N
N/H
- hoefsmederij
-
N
N/H
- hoveniersbedrijven
-
N/H
N/H
- boomverzorgingsbedrijven
-
N/H
N/H
- natuur- en landschapsbeheer
N/H
N/H
N/H
- bosbouwbedrijven
-
N/H
N/H
- vis- escargot- wormkwekerij
-
N/H
N/H
- verkoop eigen agrarische producten
-
N
N
- slachterij
-
N
N
- vleesverwerking
-
N
N
- zuivelverwerking
-
N
N
- plantaardige productverwerking
-
N
N
- imkerij
-
N/H
N/H
- palingrokerij
-
N/H
N/H
- wijnmakerij
-
N/H
N/H
- ijsmakerij
-
N/H
N/H
- bierbrouwerij
-
N/H
N/H
- riet- en vlechtwerk
-
N/H
N/H
- bouwbedrijven
-
N
N/H
- schildersbedrijven
-
N
N/H
- glas in lood zetterijen
-
N
N/H
Overige activiteiten
Agrarische hulpbedrijven*
Agrarisch toeleverende bedrijven*
Semi-agrarische bedrijven*
Ambachtelijke landbouwproductverwerkende bedrijven*
Overige ambachtelijke bedrijven
Overige gronden
ontwikkelingszone
Overige zone - groene
natuurnetwerk
Overige zone - gelders
FUNCTIE - installatiebedrijven
-
N
N/H
- electrotechnisch installatiebedrijf
-
N
N/H
- dakdekkersbedrijf
-
N
N/H
- rietdekkersbedrijf
-
N
N/H
- houtbewerkingsbedrijven
-
N
N/H
- houtzagerij en -schaverij
-
N
N/H
- speeltoestellenfabricage
-
N
N/H
- lasinrichtingen / bankwerkerijen
--
N
N/H
- vervaardiging medische
-
N
N/H
- meubelmakerij / restauratie
-
N
N/H
- meubelstoffeerderijen
-
N
N/H
- vervaardigen en reparatie sieraden
-
N
N/H
- vervaardigen en reparatie muziek-
-
N
N/H
- spel- en speelgoedfabricage
-
N
N/H
- spinnen en weven van textiel
-
N/H
N/H
- vervaardiging van textielwaren
-
N/H
N/H
- kledingvervaardiging
-
N/H
N/H
- reparatiebedrijven gebruiksgoederen
-
N/H
N/H
- pottenbakkerij
-
N/H
N/H
- natuursteenbewerking / beeld-
-
N/H
N/H
- zeefdrukkerij
-
N/H
N/H
- grafische bedrijven
-
N/H
N/H
- cursuscentrum
-
N/H
N/H
- crèche / peuterspeelzaal
-
N/H
N/H
- museum/ / tentoonstellingsruimte
-
N/H
N/H
- dierenasiel / -pension
-
N/H
N/H
- kappersbedrijf
-
N
N
- computerservicebedrijf
-
N/H
N/H
- adviesbureau
-
N/H
N/H
- geluids- en/of TV-studio
-
N/H
N/H
- telecommunicatie
-
N/H
N/H
instrumenten/precisie-instrumenten en orthopedische artikelen
instrumenten
houwerij
Overige dienstverlening
Overige gronden
ontwikkelingszone
Overige zone - groene
natuurnetwerk
Overige zone - gelders
FUNCTIE - antiekhandel
-
N/H
N/H
- kunsthandel
-
N/H
N/H
-
N/H
N/H
- dierenarts
-
N/H
N/H
- atelier
-
N/H
N/H
- overige aan-huis-gebonden-
-
N/H
N/H
Aan-huis-gebonden-beroep - individuele (para)medische of therapeutische praktijk
beroepen
*
sociale nevenfuncties op het agrarisch bedrijf, agrarische hulpbedrijven, agrarisch toeleverende bedrijven, semiagrarische bedrijven en ambachtelijke landbouwproductverwerkende bedrijven worden gezien als ‘agrarisch verwante bedrijven’.
S TA AT V A N B E D R I J F S A C T I V I T E I T E N
SBI
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
15
vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken
1581
brood- en banketbakkerijen:
1593 t/m
- v.c. < 2500 kg meel/week
2
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
2
1595 18
Vervaardiging van kleding; bereiden en verven van bont
182
Vervaardiging van kleding en –toebehoren (excl. van leer)
20
houtindustrie en vervaardiging artikelen van hout, riet, kurk e.d.
205
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
22
uitgeverijen, drukkerijen en reproductie van opgenomen media
221
Uitgeverijen (kantoren)
1
2222.6
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
2
2223
Grafische afwerking
1
2223
Binderijen
2
2224
Grafische reproductie en zetten
2
2225
Overige grafische aktiviteiten
2
223
Reproductiebedrijven opgenomen media
1
24
Vervaardiging van chemische producten
2442
Farmaceutische productenbedrijven:
2442
- verbandmiddelenfabrieken
33
vervaardiging van medische en optische apparaten en instrumenten
33
Bedrijven voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.
36
vervaardiging van meubels en overige goederen n.e.g.
362
Fabricage van munten, sieraden e.d.
2
363
Muziekinstrumentenbedrijven
2
40
productie en distributie van stroom, aardgas, stoom en warm water
40
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 mva
40
2
2
2
2
Gasdistributiebedrijven: - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C
40
2
2
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming
41
winning en ditributie van water
41
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 mw
2
2
SBI
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
50
handel/reparatie van auto's, motorfietsen; benzineservicestations
5020.5
Autowasserijen
51
groothandel en handelsbemiddeling
511
Handelsbemiddeling (kantoren)
1
5121
Grth in akkerbouwproducten en veevoeders
2
5122
Grth in bloemen en planten
2
5125, 5131
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen
2
5132, 5133
Grth in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën
2
5134
Grth in dranken
2
5135
Grth in tabaksproducten
2
5136
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
2
5137
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen
2
5138, 5139
Grth in overige voedings- en genotmiddelen
2
514
Grth in overige consumentenartikelen
2
5156
Grth in overige intermediaire goederen
2
5162
Grth in machines en apparaten
2
517
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.)
2
60
vervoer over land
6022
Taxibedrijven, taxistandplaatsen
61, 62
vervoer over water/door de lucht
61, 62
Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
65, 66, 67
financiële instellingen en verzekeringswezen
65, 66, 67
Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen
70
verhuur van en handel in onroerend goed
70
Verhuur van en handel in onroerend goed
72
computerservice- en informatietechnologie
72
Computerservice- en informatietechnologiebureaus e.d.
73
speur- en ontwikkelingswerk
731
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
2
732
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
1
85
gezondheids- en welzijnszorg
8512, 8513
Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven
1
8514, 8515
Consultatiebureaus
1
91
diverse organisaties
9111
Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)
2
9131
Kerkgebouwen e.d.
2
2
2
2
1
2
1
1
SBI
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
92
cultuur, sport en recreatie
9251, 9252
Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.
1
9262
Sportscholen, gymnastiekzalen
2
93
overige dienstverlening
9302
Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten
1
9304
Badhuizen en sauna-baden
2
9305
Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
1
de gebruikte afkortingen zijn: <
kleiner dan
cat.
categorie
e.d.
en dergelijke
n.e.g.
niet eerder genoemd
v.c.
verwerkingscapaciteit
de grootste afstanden zijn: categorie 1:
0 of 10 m
categorie 2:
30 m
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
1. Inleiding Het parkeerbeleid in Aalten is onderdeel van het verkeer- en vervoersbeleid, zoals vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Aalten 2010-2020 (GVVP). In het GVVP is aangegeven dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gebruik wordt gemaakt van de kengetallen voor parkeren afkomstig van het CROW (publicatie 317). Omdat op grond van nieuwe wetgeving beleidsnota’s geen normen meer mogen bevatten, is besloten een aparte beleidsregel parkeernormen op te stellen. Het parkeren moet nadrukkelijk worden getoetst bij een bouwproject. Deze beleidsregel heeft als doel om de toepassing van parkeernormen inzichtelijker te maken, zodat het voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars duidelijker is welke normen gehanteerd worden bij een bouwaanvraag of bestemmingsplanwijziging. De parkeernorm is een middel om bij (ver-)bouw te zorgen dat er voldoende parkeerplaatsen zijn. Hiermee wordt gegarandeerd dat mensen er graag komen voor wonen en werken of bezoek, maar vooral ook dat de openbare ruimte wordt beschermd tegen overlast en hinder als gevolg van foutparkeren. Er kunnen zich specifieke omstandigheden voordoen die aanleiding geven om van de vastgestelde normen af te wijken. In dat geval is een goede motivering essentieel.
In artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht is geregeld dat gehandeld wordt conform een vastgestelde beleidsregel tenzij, wegens bijzondere belangen, de gevolgen van toepassing onevenredig zouden zijn met de door de beleidsregel te dienen doelen. In dat geval is er dus de mogelijkheid om van een beleidsregel af te wijken. Voor het afwijken is een stappenplan opgenomen, waarin is aangegeven wat de initiatiefnemer moet aanleveren en welke stappen de gemeente zet. 2. Ontwikkelingen: stijging van parkeerdruk Er komen nog steeds elk jaar meer auto’s bij die vragen om een parkeerplaats. Steeds meer huishoudens hebben twee of meer auto’s. Ook het aantal bedrijfsauto’s dat in woonwijken geparkeerd wordt, neemt toe. Voor het centrumbezoek en dan met name op de zaterdagen en Duitse feestdagen zijn steeds meer parkeerplaatsen nodig. Gevolg hiervan is dat de parkeerdruk in bepaalde gebieden stijgt. Dit kan leiden tot klachten van bewoners en ondernemers. Het gevolg hiervan is dat het parkeren een steeds prominentere rol speelt bij de beoordeling van bouwprojecten en de bereikbaarheid van het centrum. Er zijn geen wettelijk door het Rijk vastgestelde parkeernormen. Maar het toonaangevende CROW brengt met enige regelmaat richtlijnen uit die voor Nederland vrij algemeen toepasbaar zijn.
Zo is in oktober 2012 de uitgave van Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (publicatie 317) uitgebracht. Rekening houdend met plaatselijke omstandigheden en plaatselijk beleid kan een gemeente besluiten zelf te bepalen welke normen worden toegepast bij bepaalde voorzieningen. Voor inwoners of bedrijven die een bouwvergunning aanvragen is het van belang om te weten hoeveel parkeerplaatsen er bij het plan moeten worden gerealiseerd. Soms vindt een indiener van een bouwaanvraag dat er andere normen moeten worden gehanteerd. In dergelijke gevallen moet de afwijking van de toepassing van de normen helder en duidelijk gemotiveerd worden aangegeven. Bij de uiteindelijke belangenafweging met betrekking tot parkeren worden de verkeerskundige overwegingen met de andere beleidsvelden (economie, wonen, ruimte en milieu) in verband gebracht. Deze afweging is onderdeel van het stappenplan voor afwijken dat is opgenomen in deze beleidsregel.
3. Uitgangspunten Bij het toepassen van de parkeernormen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Iedere initiatiefnemer van een omgevingsvergunning is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen voor de omgevingsvergunning op eigen terrein. 2. Een nieuwe omgevingsvergunning mag geen parkeerproblemen veroorzaken in zijn omgeving. 3. Het toepassen van de parkeernormen moet een positieve invloed hebben op de bereikbaarheid en een duurzame economische ontwikkeling van de gemeente Aalten. 4. Aangezien er in de gemeente Aalten in de huidige situatie geen sprake is van hoge parkeerdruk, worden de minimale kencijfers voor parkeren van het CROW (publicatie 317) toegepast. 5. Wanneer iemand die een bouwaanvraag indient met voldoende argumenten kan aantonen dat de voorgeschreven parkeernorm niet realiseerbaar is in deze specifieke situatie, wordt er gekeken naar alternatieve mogelijkheden om het parkeren op te lossen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van (nog te realiseren) parkeerruimte elders. 6. Wanneer dit alles niet mogelijk is kan de gemeente gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. 7. De parkeernormen zijn gedifferentieerd naar verschillende gebieden: het centrum, de schil rondom het centrum, de rest bebouwde kom en het buitengebied (zie bijlage 3). 4.
Bepalen van de parkeerbehoefte Voor het bepalen van de parkeerbehoefte gaat de gemeente Aalten uit van de minimale kencijfers die het CROW (publicatie 317) aanbeveelt. De stedelijkheidsgraad van de gemeente is bepalend voor de te hanteren kencijfers. Hierbij wordt gekeken naar de omgevingadressendichtheid van de gemeente. De omgevingadressendichtheid per km² ligt in de gemeente Aalten tussen de bandbreedte 500 en 100, waardoor de stedelijkheidsgraad voor Aalten 'weinig stedelijk' is. Het grondgebied van de gemeente is opgedeeld in het centrum, de schil van het centrum, de rest bebouwde kom en het buitengebied. Per functie geeft het CROW kencijfers voor ieder van deze gebieden. De gemeente Aalten gaat dus uit van de minimale kencijfers voor iedere functie als parkeernorm. Voor sommige functies zijn in bepaalde gebieden geen kencijfers gegeven door het CROW. In die gevallen is voor het bepalen van de parkeernorm aangesloten bij de kencijfers voor het meest vergelijkbare gebied. Er wordt bijvoorbeeld uitgegaan van de kencijfers voor de rest bebouwde kom als voor een functie geen kencijfers worden gegeven voor het buitengebied. Deze parkeernormen zijn opgenomen in bijlage 1. Voor het centrum van Bredevoort gelden specifieke parkeernormen voor bepaalde functies, deze zijn opgenomen in bijlage 2.
Als voor een functie in het centrum van Bredevoort geen specifieke norm geldt, dan geldt de norm voor het centrum uit bijlage 1. De volgende stappen moeten doorlopen worden om de parkeerbehoefte te bepalen: 1. Bepaal de nieuwe parkeerbehoefte o.b.v. (bouw-)plan en de parkeernormen van bijlage 1 en 2. 2. Bepaal het aantal fysieke parkeerplaatsen in huidige situatie, die behouden blijven. 3. Als het aantal bij stap 2 groter is dan bij stap 1, is er voldoende parkeerruimte, anders door naar stap 4. 4. Bepaal de huidige parkeerbehoefte o.b.v. huidig gebouw/functie/bestemming en de parkeernormen van bijlage 1 en 2. 5. Als alle bestaande parkeerplaatsen behouden blijven en het aantal bij stap 4 groter is dan bij stap 1, is er voldoende parkeerruimte, anders naar stap 6.
6. De extra parkeerbehoefte is het aantal bij stap 1 verminderd met het aantal bij stap 4 (voor zover deze plaatsen behouden blijven). De initiatiefnemer dient een plan in voor realisatie van extra benodigde parkeerplaatsen. Bij het vergelijken van de parkeerruimte en de parkeerbehoefte mag – indien van toepassing – rekening worden gehouden met gecombineerd gebruik van de parkeerplaatsen, wanneer verschillende functies op verschillende tijden gebruik maken van de parkeerplaatsen. Door middel van een parkeerbalans kan dit gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen onderzocht worden. Voor de berekeningswijze en aanwezigheidspercentages wordt verwezen naar CROW publicatie 317. Bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen, dat in een (bouw-)plan is opgenomen, gelden de volgende kanttekeningen:
de parkeerplaatsen voor bezoekers van woningen worden in de openbare ruimte gerealiseerd; parkeerplaatsen achter elkaar op eigen terrein van een woning (lange oprit) worden per 5 m lengte geteld als 1 parkeerplaats; parkeerplaatsen naast elkaar op eigen terrein van een woning (brede oprit) worden als aparte parkeerplaatsen geteld; een garage/-berging wordt niet geteld als parkeerplaats.
5. Afwijken van de parkeernorm op eigen terrein In de praktijk blijkt dat voor kleine bouwprojecten in het centrum (bijvoorbeeld een klein aantal wooneenheden boven winkels) het parkeren niet altijd op eigen terrein valt op te lossen. Realisering van een ondergrondse parkeervoorziening is voor kleine aantallen parkeerplaatsen vaak economisch niet rendabel. Indien bij de aanvraag van een omgevingsvergunning niet op eigen terrein in de parkeerbehoefte kan worden voorzien is het mogelijk om van de parkeernormen af te wijken. Hiervoor hanteert de gemeente het volgende stappenplan: 1. De gemeente vraagt de initiatiefnemer een motivering aan te leveren, waarin is aangegeven waarom het afwijken van de parkeernormen op eigen terrein nodig is en welke oplossing de initiatiefnemer ziet. In de motivering wordt ingegaan op de volgende vragen: a. Wat is de parkeerbehoefte? (conform de stappen voor het bepalen van de parkeerbehoefte onder ‘4. Bepalen van de parkeerbehoefte’). Zijn de door de gemeente gehanteerde parkeernormen te hoog? Zo ja, waarom, welke parkeernorm is passend? Eventueel kan de initiatiefnemer een mobiliteitsmanagementplan aanleveren waarin is opgenomen hoe een reductie mogelijk is van de parkeerbehoefte (bijvoorbeeld OVabonnementen/fietsen voor werknemers). b.
Is het mogelijk het plan aan te passen, zodat toch aan de parkeernormen kan worden voldaan op eigen terrein? Gedacht kan worden aan verschuivingen qua inrichting zodat parkeerplaatsen zijn in te passen, het bijstellen van het programma of de ambities van de ontwikkeling. Als het aanpassen van het plan niet mogelijk is, wat is de reden hiervoor(bijvoorbeeld vanwege kosten, ruimtegebrek, etc.)? c. Zijn er elders alternatieven voor het parkeren? Bijvoorbeeld in de openbare ruimte (bestaande of door de initiatiefnemer aan te leggen parkeerplaatsen) of op een andere locatie op acceptabele loopafstand? Een parkeeronderzoek kan een goede onderbouwing zijn voor de beschikbare ruimte voor het gebruik van bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Als er geen alternatieven elders zijn kan een bijdrage worden gedaan in het parkeerfonds, waarmee de gemeente zich verplicht in de toekomst de benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen (zie kopje ‘Parkeerfonds’).
2. De gemeentelijk deskundige toetst de motivering. Al naar gelang de casus kan dit snel verwerkt worden en soms vraagt dit meer tijd en overleg / afstemming met andere deskundigen. 3. Uit de toetsing van de motivering volgt een parkeeradvies, waarin het voorstel voor de wijze van afwijken is opgenomen. Er kan worden afgeweken van de parkeernorm, het parkeren op eigen terrein en de storting in het parkeerfonds. 4. Het parkeeradvies wordt voorgelegd aan het college. 5. Het college neemt een besluit met betrekking tot afwijken van de parkeernorm op eigen terrein. Het besluit is vatbaar voor bezwaar en beroep. Parkeerfonds Wanneer een bijdrage aan het parkeerfonds wordt gevraagd door de gemeente, zal zij in de toekomst parkeerplaatsen realiseren om aan de parkeerbehoefte te voldoen. De daarbij gehanteerde afkoopsom is representatief voor de kostprijs van een nieuw aan te leggen parkeerplaats (aanlegkosten en grondkosten). Deze bedragen worden door B&W vastgesteld en kunnen indien nodig worden herzien. Daarbij neemt de gemeente dan de verplichting over om binnen 10 jaar het gelijke aantal parkeerplaatsen te realiseren. Voor woningen moet dat binnen circa 200 m en voor winkels/kantoren en andere functies binnen circa 500m vanaf de locatie van de omgevingsvergunning dat niet in de eigen parkeerbehoefte kan voorzien. Dit impliceert dat de gemeente verplicht is om: 1.
de afkoopsommen binnen 10 jaar te investeren in parkeervoorzieningen; 2. op tijd voldoende parkeerplaatsen aan te leggen om te voldoen aan de contractuele verplichtingen; 3. per nieuw aangelegde parkeerplaats te benoemen voor welke “afkoper” de parkeerplaats is aangelegd. 6. Nadere eisen Naast het afwijken heeft het college van B&W ook de mogelijkheid om nadere eisen te stellen met betrekking tot de te realiseren parkeerplaatsen. Reden hiervoor is dat er ontwikkelingen kunnen zijn die voor een grotere verkeersaantrekkende werking zorgen dan gebruikelijk is voor een dergelijke functie. Een voorbeeld is een ontwikkeling van een fullservice supermarkt in een kern welke geen directe concurrentie in de kern zelf of direct daarbuiten heeft. Deze supermarkt zal zorgen voor meer verkeer uit de omgeving dan een fullservice supermarkt met concurrentie in de kern. Door een hogere parkeernorm te hanteren kan parkeeroverlast worden voorkomen. Dat de verkeersaantrekkende werking groter is dan gebruikelijk is voor de functie dient wel te worden aangetoond door het college.
Bijlage 1: Parkeernormen gemeente Aalten FUNCTIE
Per
Wonen Koop, vrijstaand woning Koop, twee-onder-een-kap woning Koop, tussen/hoek woning Koop, etage, duur woning Koop, etage, midden woning Koop, etage, goedkoop woning Huurhuis, vrije sector woning Huurhuis, sociale huur woning Huur, etage, duur woning Huur etage, woning midden/goedkoop Kamerverhuur, zelfstandig kamer (niet-studenten) Kamerverhuur, studenten. kamer Niet-zelfstandig Aanleunwoning en serviceflat kamer Werken Kantoor (zonder baliefunctie) 100 m² bvo Commerciële dienstverlening 100 m² bvo (kantoor met baliefunctie) Bedrijf arbeidsintensief/ 100 m² bvo bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/ 100 m² bvo bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Bedrijfsverzamelgebouw 100 m² bvo Winkelen en boodschappen Buurtsupermarkt 100 m² bvo Discountsupermarkt 100 m² bvo Fullservice supermarkt (laag 100 m² bvo en middellaag prijsniveau) Fullservice supermarkt 100 m² bvo (middelhoog en hoog prijsniveau) Grote supermarkt 100 m² bvo Groothandel in 100 m² bvo levensmiddelen Buurt- en dorpscentrum 100 m² bvo Wijkcentrum (klein) 100 m² bvo Wijkcentrum (gemiddeld) 100 m² bvo Wijkcentrum (groot) 100 m² bvo Stadsdeelcentrum 100 m² bvo
Norm centrum
Norm schil Norm rest Norm centrum bebouwde buitenkom gebied
1,4 1,3 1,1 1,2 1,0 0,9 1,1 0,9 1,0 0,7
1,7 1,6 1,4 1,5 1,3 1,0 1,4 1,0 1,3 0,8
1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,2 1,6 1,2 1,5 1,0
2,0 1,8 1,6 1,7 1,5 1,2 1,6 1,2 1,5 1,0
0,5
0,6
0,6
0,6
0,2
0,2
0,2
0,2
0,8
0,9
1,0
1,0
1,6 2,2
2,1 2,7
2,3 3,3
2,3 3,3
1,3
1,7
2,1
2,1
0,4
0,6
0,8
0,8
1,1
1,5
1,7
1,7
1,3 2,7 2,6
2,2 4,6 4,3
3,1 6,5 5,2
3,1 6,5 5,2
3,1
3,6
4,6
4,6
5,6 6,1
6,6 6,1
7,6 6,1
7,6 6,1
2,3 3,0 3,7 4,1 4,6
2,3 3,0 3,7 4,1 4,6
3,0 3,9 4,5 5,1 5,8
3,0 3,9 4,5 5,1 5,8
Weekmarkt (bij klein wijk-, m¹ kraam buurt- en dorpscentrum) Kringloopwinkel 100 m² bvo Bruin- en witgoedzaken 100 m² bvo Woonwarenhuis/ woonwinkel 100 m² bvo Woonwarenhuis (zeer groot) 100 m² bvo Meubelboulevard/Woonboule 100 m² bvo vard Winkelboulevard 100 m² bvo Outletcentrum 100 m² bvo Bouwmarkt 100 m² bvo Tuincentrum 100 m² bvo Groencentrum 100 m² bvo Sport, cultuur en ontspanning Bibliotheek 100 m² bvo Museum 100 m² bvo Bioscoop 100 m² bvo Filmtheater/filmhuis 100 m² bvo Theater/schouwburg 100 m² bvo Musicaltheater 100 m² bvo Casino 100 m² bvo Bowlingcentrum Bowlingbaan Biljart/snookercentrum Tafel Dansstudio 100 m² bvo Fitnessstudio/Sportschool 100 m² bvo Fitnesscentrum 100 m² bvo Wellnesscentrum (thermen, 100 m² bvo kuurcentrum, beautycentrum) Sauna, hammam 100 m² bvo Sporthal 100 m² bvo Sportzaal 100 m² bvo Tennishal 100 m² bvo Squashhal 100 m² bvo Zwembad overdekt 100 m² bassin Zwembad openlucht 100 m² bassin Sportveld Hectare netto terrein Indoorspeeltuin 100 m² bvo (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner Indoorspeeltuin 100 m² bvo (kinderspeelhal), groot Manege Box Volkstuin 10 tuinen Horeca en (verblijfs-)recreatie Camping (kampeerterrein) Standplaats Bungalowpark Bungalow (huisjescomplex) 1* hotel 10 kamers 2* hotel 10 kamers
0,18
0,18
0,18
0,18
1,0 3,3 1,0 4,4 1,9
1,0 5,4 1,5 4,4 1,9
1,7 7,4 1,7 4,4 2,3
2,0 8,5 1,7 4,4 2,3
3,7 8,5 1,6 2,1 2,1
3,7 8,5 1,6 2,1 2,1
4,2 9,4 2,2 2,4 2,4
4,2 9,4 2,2 2,6 2,6
0,2 0,5 2,2 1,6 5,9 2,4 5,2 1,1 0,6 1,1 0,9 1,2 8,8
0,5 0,7 7,0 4,3 6,5 2,9 5,6 1,8 0,9 3,4 2,9 4,0 8,8
0,9 1,0 10,2 6,9 8,3 3,5 6,0 2,3 1,1 5,0 4,3 5,8 8,8
1,1 1,0 12,7 8,9 10,5 4,6 7,5 2,3 1,5 6,9 6,0 6,9 9,8
2,0 1,3 0,9 0,2 1,5 9,7 9,1 13
4,1 1,9 1,7 0,3 2,3 9,7 9,1 13
6,2 2,6 2,6 0,4 2,6 10,5 11,9 13
6,8 3,2 3,3 0,4 3,1 12,3 14,8 13
0,6
1,4
2,2
2,6
1,2
2,1
3,1
3,6
0,3 1,1
0,3 1,1
0,3 1,2
0,3 1,3
1,1 1,6
1,1 1,6
1,1 1,6
1,1 2,0
0,3 1,2
0,7 2,1
2,4 4,0
4,4 6,0
3* hotel 10 kamers 4* hotel 10 kamers 5* hotel 10 kamers Café/bar/cafetaria 100 m² bvo Restaurant 100 m² bvo Discotheek 100 m² bvo evenementenhal/beursgebou 100 m² bvo w/congresgebouw Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Huisartsenpraktijk (-centrum) Behandelkamer Apotheek Apotheek Fysiotherapiepraktijk (Behandelkamer centrum) Consultatiebureau Behandelkamer Consultatiebureau voor Behandelkamer ouderen Tandartsenpraktijk (-centrum) Behandelkamer Gezondheidscentrum Behandelkamer Ziekenhuis 100 m² bvo Crematorium (deels) gelijktijdige plechtigheid Begraafplaats (deels) gelijktijdige plechtigheid Penitentiaire inrichting 10 cellen Religiegebouw Zitplaats Verpleeg- en Wooneenheid verzorgingstehuis Onderwijs Kinderdagverblijf (crèche) 100 m² bvo Basisonderwijs Leslokaal Middelbare school 100 leerlingen ROC 100 leerlingen Avondonderwijs 10 studenten
1,7 3,0 4,7 5,0 10,0 5,0 4,0
2,9 4,8 7,5 5,0 10,0 11,9 5,0
4,7 7,0 10,2 6,0 14,0 18,9 6,0
6,3 8,5 11,8 6,0 14,0 18,8 6,0
2,0 2,1 1,1
2,5 2,6 1,4
3,0 3,1 1,7
3,0 3,1 1,7
1,2 1,2
1,5 1,5
1,8 1,9
1,9 2,1
1,4 1,4 1,4 25,1
1,9 1,8 1,6 25,1
2,3 2,2 1,8 25,1
2,8 2,2 1,9 25,1
26,6
26,6
26,6
26,6
1,4 0,1 0,5
1,9 0,1 0,5
3,0 0,1 0,5
3,4 0,1 0,5
0,9 0,5 2,7 3,8 3,6
1,1 0,5 3,6 4,4 4,7
1,3 0,5 3,9 4,9 5,8
1,4 0,5 3,9 4,9 9,5
Bijlage 2: Parkeernormen centrum Bredevoort
Bijlage 3: Parkeergebieden gemeente Aalten
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
Deelgebieden parkeernormen Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom Buitengebied
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
Kern Aalten Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom Buitengebied Ondergrond
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
Kern Dinxperlo Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom Buitengebied Ondergrond
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
Kern Bredevoort Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom Buitengebied Ondergrond
Versterkingsplan Groene Ontwikkelingszone Akkermateweg 10 te Aalten
Colofon Versterkingsplan Groene Ontwikkelingszone Akkermateweg 10 te Aalten
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever: Locis Adviseurs
Projectnummer en versie: 5131A versie 1.0 Ligging plangebied: Akkermateweg 10 Aalten Auteur: Ing. P.Leemreise
Status: definitief Rapportdatum: 15-6-2023
De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving
1
INHOUD Hoofdstuk 1
Inleiding ......................................................................................................................... 3
1.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 3 1.2 Doel van de notitie ........................................................................................................................... 3 1.3 Beschrijving van de wenselijke ontwikkeling.................................................................................... 3 Hoofdstuk 2
Het plangebied .............................................................................................................. 5
2.1 Situering ........................................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied ....................................................................................................... 5 2.3 Landschap ......................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3
Toetsingskaders ........................................................................................................... 10
3.1 Algemeen........................................................................................................................................ 10 3.2 Ligging GNN en GO ......................................................................................................................... 10 3.3 Beleidsregels voor de bescherming van de Groene ontwikkelingszone ........................................ 11 Hoofdstuk 4
Beschrijving van de kernkwaliteiten ................................................................................ 12
4.1 Vastgestelde kernkwaliteiten.......................................................................................................... 12 4.2 Selectie bruikbare ontwikkelingsdoelen t.b.v. het versterkingsplan .............................................. 12 Hoofdstuk 5
Het versterkingsplan .................................................................................................... 13
5.1 Uitgangspunten .............................................................................................................................. 13 5.2 Bepalen verliesfactoren .................................................................................................................. 13 5.3 Bepalen Impactfactoren ................................................................................................................. 14 5.4 Versterkingsfactor........................................................................................................................... 16 Hoofdstuk 6
Inrichting en beheer .................................................................................................... 19
6.1 Inleiding .......................................................................................................................................... 19 6.2 Inrichtingsmaatregelen................................................................................................................... 19 6.3 Beheer ............................................................................................................................................ 20
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Inleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een agrarisch erf op het adres Akkermateweg 10 te Aalten. Het voornemen is de bestemming ‘agrarisch’ te wijzigen in ‘wonen’. Ter compensatie voor de sloop van overtollige agrarische bebouwing, zal een extra woning gebouw worden op het erf. De beoogde bouwlocatie voor de woning, ligt aam de zuidzijde van het huidige erf. Om de wenselijke ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Op onderstaande afbeelding wordt de plattegrond van de wenselijke erfindeling weergegeven. De te slopen stallen worden met de grijze vlakken aangeduid.
Verbeelding van de huidige situatie (links) en wenselijke (planologische situatie (rechts), met de beoogde begrenzing van beide ‘woonerven’.
Omdat het plangebied volledig tot de Groene ontwikkelingszone behoort, dienen de voorgenomen ontwikkelingen getoetst te worden aan de beleidsregels voor bescherming van de Groene ontwikkelingszone, zoals vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022).
1.2 Doel van de notitie De provincie Gelderland heeft in de Provinciale Ruimtelijke Verordening beleidsregels voor de bescherming van de Groene Ontwikkelingszone (verder GO genoemd). Mits voldaan kan worden aan gestelde voorwaarden voor nieuwe ontwikkelingen in de GO, wil de provincie onder voorwaarde, medewerking verlenen aan de wenselijke realisatie van het erf. Eén van de eisen, zoals verwoord in de Provinciale Ruimtelijke Verordening, is het opstellen van een versterkingsplan. In voorliggend rapport wordt het versterkingsplan voor deze ontwikkeling gepresenteerd.
1.3 Beschrijving van de wenselijke ontwikkeling Het voornemen is de bestemming van het erf te wijzigen van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ en een tweede woning te bouwen in het kader van de Rood-voor-rood-regeling’ van de gemeente Aalten. Het nieuwe woonerf wordt ontwikkeld te zuiden van de huidige woonboerderij en wordt ontsloten via een eigen, 3
reeds bestaande, erftoegangsweg naar de Akkermateweg. Het erf wordt landschappelijk ingepast, middels de aanleg van erfbeplanting. De kuilvoerplaten aan de westzijde van het erf worden verwijderd en de ondergrond wordt ingericht (en bestemd) als agrarische cultuurgrond. Het plan omvat de volgende onderdelen: • Slopen overtollige agrarische bebouwing (1.400 m2) en verwijderen verharding/kuilvoerplaat (950m2) • Bouwen woning; • Aanleggen erfverharding; • Aanleggen erfbeplanting; • Ontwikkelen nieuw woonerf (bestemming wonen 1500m2); • Bestaande woonboerderij wordt woonerf van 4.600m2
4
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Akkermateweg 10te Aalten. Het ligt circa 5 kilometer ten westen van de woonkern Aalten en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit bebouwing, agrarisch cultuurland en erfverharding. De aanwezige beplanting in het plangebied, op onderstaande afbeelding, is in de huidige situatie niet meer aanwezig. De bebouwing bestaat uit een ligboxenstal en een kapschuur. De ligboxenstal beschikt over gemetselde buitengevels en is gedekt met golfplaten. De buitengevels van de ligboxenstal zijn met hout betimmerd. De kapschuur is volledig van damwandplaten en is ook gedekt met damwandplaten. De bebouwing beschikt niet over een spouwmuur of dakbeschot/dakisolatie. Het agrarisch cultuurland, was tijdens het veldbezoek in gebruik als grasland, en bestaat uit een soortenarme vegetatie van raaigras en wordt intensief beheerd (bemesten, maaien en afvoeren maaisel). Het plangebied grenst aan agrarisch cultuurland en erfverharding. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven.
5
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
Zicht op het erf vanaf de Akkermateweg, gezien in oostelijke richting (foto: Google Maps).
6
Zicht op het erf vanaf de Akkermateweg, gezien in noordelijke richting (foto: Google Maps).
Zicht op het erf vanaf de Akkermateweg, gezien in westelijke richting (foto: Google Maps).
7
Zicht op het erf vanaf de Gendringseweg, gezien in zuidoostelijke richting (foto: Google Maps).
2.3 Landschap Het plangebied en de omgeving behoren tot het kampenlandschap. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.
Ligging van het plangebied op de historische topografische kaart anno 1925. Het erf wordt aangeduid met de zwarte cirkel (bron: Kadaster).
Het kampenlandschap is een oud agrarisch cultuurlandschap dat ontstaan is vanaf de middeleeuwen. Het kenmerkt zich door de grillige, bochtige wegenstructuur waarbij boerderijen tegenwoordig ook op enige afstand van de weg zijn komen te liggen als gevolg van ruilverkaveling waarbij veel zandwegen verloren zijn gegaan. De agrarische percelen hebben ongelijke vormen en volgen het oorspronkelijke landschap. Essen en graslanden wisselen elkaar af en wegen zijn veelal voorzien van laanbeplanting. Veel kavelgrensbeplanting, zoals houtwallen, zijn verdwenen tijdens de ruilverkaveling in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Ook zijn de meeste oorspronkelijke zandwegen verdwenen of verhard. Als gevolg van de ruilverkaveling ‘Aalten’ (jaren ’80 van de vorige eeuw) zijn veel zandwegen verdwenen, nieuwe wegen aangelegd, kavelgrensbeplanting verdwenen en percelen samengevoegd tot grote, meer rationele 8
percelen. Zoals zichtbaar op onderstaande uitsnede, is het landschap drastisch veranderd. Op de historische topografische kaart anno 1925, ontbreekt de Akkermateweg nog volledig.
Ligging van het plangebied op de historische topografische kaart anno 1925. Het erf wordt aangeduid met de zwarte cirkel (bron: Kadaster).
9
HOOFDSTUK 3
TOETSINGSKADERS
3.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. Beleidsregels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de Natuurnetwerk Nederland in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland.
3.2 Ligging GNN en GO Het plangebied behoort volledig tot Groene ontwikkelingszone. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.
Ligging van Groene ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de cirkel aangeduid. Gronden die tot de Groene ontwikkelingszone behoren worden aangeduid met de groene kleur. (bron: kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone – Provincie Gelderland).
10
3.3 Beleidsregels voor de bescherming van de Groene ontwikkelingszone Het bestemmingsplan voorziet niet in deze ontwikkelingen. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Omdat sprake is van een nieuwe functie binnen GO, dient getoetst te worden aan de beleidsregels voor de bescherming van de GO. De Groene ontwikkelingszone heeft natuur- en landschapswaarde die behouden, en bij nieuwe ontwikkelingen/functies verder versterkt moeten worden. De provincie Gelderland heeft in de Provinciale Ruimtelijke Verordening regels opgenomen voor de bescherming van de GO. Hieronder worden de regels weergegeven.
Beleidsregels GO De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening regels vastgesteld voor de bescherming van de Groene Ontwikkelingszone. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en de samenhang niet verloren gaat. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken. Om een voorstel voor versterking van de kernkwaliteiten te kunnen beoordelen, heeft de provincie Gelderland beleidsregels vastgesteld. Daarbij wordt gewerkt met verliesfactoren, impactfactoren en versterkingsmaatregelen. Op basis van een analyse kan het zijn dat natuur- en landschapswaarden in het plangebied versterkt moeten worden, bijvoorbeeld door de aanleg van nieuwe beplanting of het aanbrengen van voorzieningen voor dieren. Of er versterkingsmaatregelen uitgevoerd moeten worden om te voldoen aan de beleidsregels, wordt in onderstaand document verder uitgewerkt.
11
HOOFDSTUK 4
BESCHRIJVING VAN DE KERNKWALITEITEN
4.1 Vastgestelde kernkwaliteiten Het plangebied ligt volledig in deelgebied 35, deelgebied IJzerlo-Silvolde genoemd. Voor dit deelgebied heeft de provincie kernkwaliteiten voor natuur en landschap en ontwikkelingsdoelen voor natuur en landschap in de Groene ontwikkelingszone vastgesteld. Hieronder worden de kernkwaliteiten natuur en landschap weergegeven: • • • • • • • • •
Kleinschalig kampenlandschap op dekzandruggen met de overgang naar het Oost-Nederlands Plateau bij Aalten De evz Boven-Slinge verbindt de Slangenburg met het land van Winterswijk en Duitsland; modellen: das en ijsvogelvlinder De evz Keizersbeek - Noorderbroek verbindt de bossen bij Anholt met Noorderbroek en Slangenburg; model: das Parel Bosjes van Wissink: eeuwenoud bos op rijke zandgronden; groeiplaats zwarte rapunzel Leefgebied steenuil Leefgebied kamsalamander Bijzondere, langgerekte dekzandrug met essen: Rug van IJzerlo Cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir
Voor de Groene ontwikkelingszone zijn de volgende ontwikkelingsdoelen vastgesteld voor natuur en landschap: • • • • • • •
Ontwikkeling ecologische verbinding Boven-Slinge met bosjes en singels Ontwikkeling ecologische verbinding Oude IJssel-oost met bosjes en singels Ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking A18-N18, N318, N313 en N317 Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden Ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen Ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, elzensingels) en beheersvormen
4.2 Selectie bruikbare ontwikkelingsdoelen t.b.v. het versterkingsplan Wanneer we kijken naar de ligging van het plangebied en de mogelijkheden die initiatiefnemer heeft voor het versterken van natuur en landschap (ontwikkelingsmogelijkheden), dan lijken de volgende ontwikkelingsdoelen toepasbaar. Dat zijn: • •
Ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden (heggen, hagen, boomgaard, solitaire bomen) Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen (boomgaard, hooiland)
12
HOOFDSTUK 5
HET VERSTERKINGSPLAN
5.1 Uitgangspunten Indien voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden, is het een nieuwe ontwikkeling of activiteit mogelijk te maken in de GO. Ter compensatie voor de realisatie van het nieuwe erf, eist de provincie versterking van natuur en landschapswaarden. Zij heeft daarvoor een systematiek ontwikkeld waarbij een verliesfactor en impactfactor bepaald worden en de voorgestelde versterking van natuur en landschap kwantitatief getoetst kan worden aan de hand van versterkingsmaatregelen. Hiervoor is een rekenmodule ontwikkeld in een excel-tabel. Voor het berekenen van de verlies-, impact- en versterkingsfactoren, wordt gewerkt met de rekenmodule van 28 mei 2022.
5.2 Bepalen verliesfactoren Als gevolg van de voorgenomen activiteit, wordt geen natuur- of landschapselement aangetast. Ook worden geen bomen gerooid en worden geen landschapselementen aangetast. Alle ontwikkelingen vinden plaats op het bestaande erf. Deze gronden worden niet aangeduid op het natuurbeheerplan van de provincie. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven. Het plangebied vormt een agrarisch erf en bestaat uit erfverharding, bebouwing, laanbomen, hoogstam fruitbomen en tuin.
Luchtfoto van het plangebied. Met het rode kader wordt de te slopen bebouwing aangeduid. Met het gele kader wordt de te verwijderen verharding/kuilvoerplaats aangeduid.
13
Verliesfactor is: nul.
5.3 Bepalen Impactfactoren Bij het bepalen van de impactfactor, wordt onderscheid gemaakt in nieuwe ontwikkelingen en uitbreiding van bestaande activiteiten. In voorliggend geval is sprake van uitbreiding van een bestaande activiteit. Het opheffen van een bepaalde activiteit (of sloop van bebouwing) mag als negatieve impactfactor meegenomen worden in de berekening. Hieronder worden de oppervlaktes van de verschillende elementen weergegeven. Onderdeel Nieuwe woning Erf Sloop opstallen Verwijderen erfverharding
Oppervlakte (m2)
Eenheid 1
1.500 1.400 950
Wegingsfactor In de modelberekening dient meegewogen te worden, of de activiteit plaats vindt in een ecologische verbindingszone, open gebied of in een gebied met aardkundige waarden. Het plangebied behoort tot een ecologische verbindingszone (model Das en IJsvogelvlinder), maar niet tot gebied met aardkundige waarden of open gebied. Ligging van ecologische verbindingszone in de omgeving van het plangebied (cirkel).
Ligging van ‘EVZ Das en IJsvogelvlinder in de omgeving van het plangebied. Het plangebied wordt met de cirkel aangeduid.
14
Toelichting EVZ-model Das Dit model bestaat uit een brede landschapszone. De zone is opgebouwd uit kleinschalig landschap waarin houtwallen, singels en bosjes dekking bieden en geleiding geven en waarin voldoende geschikte voedselgebieden aanwezig zijn. “Natte” elementen zijn niet noodzakelijk in deze zone. Dit model is, behalve voor das en boommarter, functioneel voor allerlei dieren van bossen, bosranden en kleinschalig landschap. Landschapszone • Begroeiing: kleinschalig agrarisch gebied met vochtige weilanden, houtwallen, singels, lanen, bosjes • en dergelijke. • Minimale breedte corridor: minimaal 500 meter, over korte afstand mag corridor smaller zijn (tot 100 • meter breed). • Maximale lengte: 7,5 km • Maximale onderbreking: 1 kilometer; voor boommarter echter hooguit 100 m. Landschap in onderbreking: geen water, infrastructuur en dichte bebouwing. • Barrières: drukke wegen vormen geen absolute barrière. Wel bemoeilijken drukke wegen de dispersie • en eisen zulke wegen veel slachtoffers. Daarom zijn op plaatsen waar een verbindingszone een • drukke weg kruist mitigerende maatregelen noodzakelijk. Dassen maken gebruik van tunnels en • ecoducten. Nodig per kilometer Een corridor van 500 meter breed bestaande uit kleinschalig landschap. In de corridor bestaat ten minste 5% van de oppervlakte uit bos en houtwal/singel.
Per km is dit 2,5 ha Toelichting model IJsvogelvlinder Dit model bestaat uit grote en kleine stapstenen bestaande uit bos met veel variatie in de structuur, in een landschapszone. Het is met name bedoeld voor organismen die niet zozeer uitgestrekte bossen nodig hebben, als wel bos met een hoge kwaliteit: vochtig, met gevarieerde samenstelling en structuurrijke randen en open plekken. Bijvoorbeeld de kleine ijsvogelvlinder en de grote weerschijnvlinder profiteren van dit model. Tevens dient het model om kleine, geïsoleerde maar waardevolle bosjes uit hun isolement te halen. Landschapszone Een zone van 250 m breed van kleinschalig landschap of open bos. In een agrarisch landschap bevorderen houtwallen de dispersie. Stapsteen Begroeiing stapsteen: vochtig loofbos met open plekken en structuurrijke randen. Minimum oppervlakte stapstenen: groot 10 ha, klein 1 ha Onderlinge afstand stapstenen: groot 5 km, klein 1,5 km Nodig per kilometer grote stapsteen 2 ha kleine stapsteen: 0,4 ha 15
Vanwege de ligging in een ecologische verbindingszone, dient een wegingsfactor toegepast te worden. In onderstaande tabel worden de impactpunten berekend. categorie
eenheid
woningen
wooneenheid ha. woonbestemming wooneenheid ha woonwijk ha. bedrijventerrein
20 400 25 600 1500
ha. bedrijventerrein ha. bedrijventerrein aantal turbines verstoringsafstand (m) verstoringsgraad (%) ha. functioneel zonneveld ha. verharding of half verharding ha. verharding ha. verharding ha. verharding
3000 4500 600
woonwijk bedrijventerrein milieucategorie 1 en 2 milieucategorie 3 en 4 milieucategorie 5 en 6 windturbine *
zonnepark parkeerterrrein wegen <80 km/uur middel 80-99 km/uur wegen >= 100 km/uur
basispunten /eenheid
toeslagfactoren aantal nieuwe indien van open eenheden functie op toepassing landschap deze factor locatie verhogen
1 0,15
2 2 2 2
-0,17
2 2 2 1,5
1,5
600 1000 2000 3000 4000
2 2 2 2
Impactpunten indien van aardkundig indien van ligging in indien van basis incl. toetoepassing e waarden toepassing EVZ toepassin slagen factor voor zover factor g factor verhogen BUITEN verhogen verhogen open landschap
1 1 1 1 1
2
1 1 1
2
1 1 1 1 1
1,5
2 2 2 2
2 1
2 2 2 2
2 2 1 1 2
1,5
1 1 1
1,5
1 1 1 1 1
1,25
1,5 1,5 1,5 1,5
1,5 1
1,5 1,5 1,5 1,5
1 1 1 1 1
1,25
1 1 1
1,25
1 1 1 1 1
1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25 1,25
1,25 1,25 1,25 1,25
1,25 1,25 1 1 1,25
20 60 0 0 -255
1 1 1
0
1 1 1 1 1
0
50 150 0 0 -637,5 0 0 0
0 0
0 0 0 0
IMPACTPUNTEN
0 0 0 0 0 -438
Rekenblad impactpunten.
Als gevolg van de wijziging van de bestemming ‘agrarisch’ naar woning, neemt het oppervlakte bedrijfsbestemming af met 0,78 ha. Daar staat tegenover dat twee woonerven opgericht worden met een gezamenlijke oppervlakte van 0,61 ha. Er is sprake van netto afname van 0,17 ha bedrijfsoppervlakte. Het aantal impactpunten bedraagt -438.
5.4 Versterkingsfactor Nu de impactpunten bekend zijn, kan gekeken worden naar mogelijkheden om voldoende versterkingspunten te scoren, zodat sprake is van versterking van kernkwaliteiten naar rato en facto. Ter versterking van de kernkwaliteiten voor natuur en landschap worden de volgende maatregelen genomen: Aanleg hoogstam fruitbomen (bongerd 105 m2); Aanleg laanbomen; Aanleg scheerhaag (90m2); Aanleg struweelhaag (125 mete); Aanleg solitaire loofbomen; Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.
16
Verbeelding van het wenselijke eindbeeld.
17
Tabel 3. VERSTERKINGSMAATREGELEN categorie voorbeelden van beheertypen
Natuurvriendelijke L01.15 oever Poel (max. 0,3 hectare L01.01 per stuk) Houtwal, houtsingel, L01.02 en L01.03 elzensingel, Struweelhaag of L01.05 en L01.06 scheerhaag Laan (dubbele bomenrij) L01.07
3000
0,7
1
indien van Verstertoepassing kingsfactor punten verhogen basis incl. toeslagen 1,25 0 1 0
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
3000
0,7
1
1,25
1
0
0
0,7
1
1,25
1,25
64,5
80,625
0,7
1
1,25
1
0
0
Rij knotwilgen L01.08 Hoogstamboomgaard L01.09 Zoete plas N04.02 Dynamisch moeras N05.04 Nat schraalland / Vochtig N10.01 en N10.02 hooiland Vochtig N13.01 weidevogelgrasland Droge natuurgraslanden N11.01, N12.02, N12.03 Kruiden- en faunarijke N12.05 akker Ruigteveld of -zoom N12.06 Alle typen natuurlijk bos N14, N15, N16 en N17
3000 2000 2000 2000 2000
0,7
1,25
1,25
1 1 1 1 1
0
0,7
1 1 1 1 1
0
0 20 0 0 0
1000
0,7
1
1,25
1
0
0
1000 1000
0,7
1 1
1,25
1 1
0
0 0
1000 2000
0,7
1 1
1,25 1,25
1 1
0
0,7
0
0 0
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
5000
0,7
1
1,25
1
0
0
10
0,7
1
1,25
1
0
0
10
0,7
1
1,25
1
0
0
100
0,7
1
1,25
1
0
0
300 100 100
0,7
1,25 1,25
1 1 1
0
0,7
1 1 1
0
0 0 0
100
0,7
1
1,25
1
0
0
Speciale elementen Stobbenwallen Takkenril/ houtstapel Nestkast steen, bos- of kerkuil Bijenhotel Kleine zoogdiertunnel Herpetofaunatunnel Boombrug ‘Hop-over’ Loopstroken of -richels
basis
hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten hoge toegevoegde waarde over kleine oppervlakten
per m2 functioneel oppervlak das, bever, kleine marters e.a. reptielen en amfibieën marters, eekhoorn vleermuizen, vlinders en vogels bij bestaande brug of duiker, voor zoogdieren
VEREISTE VERSTERKING
opp (ha)
3000
0,0215
3000
0,01
factor indien van factor tijdelijke toepassing bijdrage maatregel factor EVZ verlagen
0,7 0,7 0,7
0,7
0,7
VERSTERKINGSPUNTEN -437,5 BALANS
1,25 1,25 1,25
1,25
1,25
20 0 0
0
0
100,625 538,125
Rekenblad versterkingspunten.
Het aantal versterkingspunten bedraagt 100. Conclusie Wanneer we kijken naar de verlies- en impactfactor en deze afzetten tegen de te nemen maatregelen, is sprake van een positief resultaat (+538 punten). Bij uitvoering van de voorgenomen versterkingsmaatregelen is sprake van versterking van kernkwaliteiten. De balans bedraagt 538 punten.
18
HOOFDSTUK 6
INRICHTING EN BEHEER
6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden inrichtings- en beheermaatregelen besproken, zoals voorgesteld voor dit erf. In dit hoofdstuk worden alle voorgestelde maatregelen besproken, niet alleen inrichtingsmaatregelen, die opgenomen worden in de vereveningstabel.
6.2 Inrichtingsmaatregelen De volgende inrichtingsmaatregelen worden uitgevoerd als onderdeel van het erfinpassingsplan. 1. 2. 3. 4. 5.
Verwijderen fluweelboom; Aanleg hoogstam fruitbomen; Aanleg solitaire loofbomen; Aanleg scheerhaag; Aanleg struweelhaag;
Ad 1. Verwijderen fluweelboom In de voortuin van de bestaande woning staat een fluweelboom. Deze soort is niet inheems en kan zich invasies gedragen. De boom (en zaailingen) worden verwijderd.
Ad 2. Aanleg hoogstam boomgaard Er worden veertien hoogstam fruitbomen geplant, ter versterking van de reeds aanwezige bongerd. Er worden 7 appelbomen en 7 perenbomen geplant. De jonge bomen worden voorzien van twee boompalen. Er worden bij voorkeur oude rassen gebruikt. Die zijn beter bestand tegen ziektes en plagen en vormer cultureel erfgoed.
fruitboom met twee boompalen.
ad 3. Aanleg solitaire bomen Langs de erftoegangsweg van de nieuwe woning worden in totaal vier laanbomen geplant. Langs de bestaande erftoegangsweg worden drie laanbomen geplant en verspreid op het erf worden nog eens drie solitaire bomen geplant. De solitaire loofbomen mogen bestaan uit zomereik, winterlinde, Hollandse linde, ruwe iep, fladderiep of paardenkastanje. Er wordt één solitaire walnoot geplant in de tuin van de nieuwe woning. 19
De bomen hebben een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,5 m hoogte boven de wortelvoet. De bomen worden geplant in ruim plantgat en ondersteund door twee boompalen en boomband. Er worden als laanboom gekweekte bomen gebruikt. Specifieke plantinstructie Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed. Ad 4. Aanleg scheerhaag Er wordt in totaal 90 meter scheerhaag aangelegd. Er wordt driejarig plantsoen gebruikt in de maat 80-120 cm. De haag mag bestaan uit inheems plantsoen, zoals liguster, meidoorn, veldesdoorn, beuk of haagbeuk. De haag bestaat uit vier stuks plantsoen per meter. Ad 5.
Aanleg struweelhaag Er wordt in totaal 125 meter struweelhaag aangelegd. De beplanting bestaat uit een gemengde beplanting van meidoorn, Gelderse roos, Hondsroos, veldesdoorn, wilde lijsterbes, vuilboom, wilde liguster, gewone vlier. De haag bestaat uit drie stuks plantsoen per meter. Autochtoon plantmateriaal Er wordt bij voorkeur autochtoon plantmateriaal toegepast. Autochtoon materiaal is aangepast aan de ecologie van inheemse dieren (of andersom) en voorkomt hybridisatie van reeds aanwezig autochtoon plantmateriaal. Autochtoon plantmateriaal dient aangetoond te worden d.m.v. een certificaat bij aanschaf van het plantsoen. Inboet Beplanting welke niet aan slaat wordt vervangen door nieuwe beplanting. In de struweelhaag mag 15% uitvallen zonder inboet.
6.3 Beheer Hoogstam fruitboom/solitaire boom Geen beheer of specifiek beheer gericht op vruchtdracht van hoogstam fruitbomen. Laag hangende takken van de walnoot mogen verwijderd worden.
20
Scheerhaag De scheerhaag wordt jaarlijks één of twee maal geknipt of geschoren om de haag in de juiste hoogte en breedte te houden. Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhout. Dat wil zeggen dat de haag periodiek afgezet mag worden, waarna deze weer zal uitlopen en een dichte haag zal vormen. Tak- en tophout worden afgevoerd of in een ril in het element gelegd. Een bijzondere vorm van beheer is het ontwikkelen van een vlechtheg (zie onder).
Voorbeeld van een vlechtheg.
Voor meer info: zie http://www.heggen.nu/heggenvlechten/
21
Landschappelijke inpassing Aladnaweg 15 te Aalten
Colofon Inpassingsplan Aladnaweg 15 te Aalten
Uitgevoerd door:
Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever:
Projectnummer en versie: Inpassingsplan Aladnaweg 15 Projectleider:
Veldmedewerker(s):
Status: definitief Rapportdatum: 24-9-2018
Ligging projectgebied: Aladnaweg 15 te Aalten
Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:
info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700
1
Inhoudsopgave Samenvatting.......................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 1 Inleiding.............................................................................................................................................. 3 2 Het plangebied..................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.1 Situering.....................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.2 Beschrijving van het plangebied ...................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3 Voorgenomen activiteiten..................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.1 Algemeen ...................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –nesten ............ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer....................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied..........................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
4 Gebiedsbescherming .........................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.1 Algemeen ...................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.2 Natuurnetwerk Nederland...........................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.3 Natura2000 ................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.4 Slotconclusie ..............................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5 Soortenbescherming; het onderzoek ..................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.1 Verwachting en bureauonderzoek................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.2 Methode ....................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.3 Resultaten ..................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.4 Toetsingskader ...........................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep........................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
5.6 Historische gegevens en overige bronnen ....................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 5.7 Volledigheid van het onderzoek ...................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 6 Conclusies.........................................................................................Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
2
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De eigenaar van het erf Aladnaweg 15 is voornemens de boerderij met achterdeel te splitsen in twee woningen waarbij het achterdeel tot tweede woning zal worden verbouwd. Tevens is het voornemen om de aanbouw, ten westen van de boerderij, in de nabije toekomst intern te verbouwen tot vakantiewoning. Ter compensatie voor woningsplitsing dienen overtollige bijgebouwen gesloopt te worden. De gemeente Aalten heeft aangegeven onder voorwaarden planologische medewerking te willen verlenen aan voorgenomen woningsplitsing (verbouwd bijgebouw tot vakantiewoning mag ‘bij rechte’) mits er sprake is van een goede landschappelijke inpassing.
1.2 Doel Doel van voorliggend rapport is het presenteren van een concreet plan voor landschappelijke inpassing van het wenselijke eindbeeld; een gesplitste boerderij met twee wooneenheden, een vakantiewoning en bij de woningen behorende bijgebouwen. 1.3 Voorgenomen plan Het voorgenomen plan bestaat uit de volgende elementen: • Splitsen boerderij in twee wooneenheden; • Inrichten en exploiteren vakantiewoning in aanbouw ten westen van de boerderij; • Slopen kippenhok en kapschuur; • Behoud voormalige ligboxenstal;
Eindbeeld van het plangebied na planrealisatie; inclusief functie.
3
2 Het erf 2.1 Ligging van het erf Het plangebied ligt aan de Aladnaweg 15 te Aalten. Het ligt ten westen van de Aladnaweg, globaal tussen de woonkernen Aalten en Lichtenvoorde in. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging op de topografische kaart weergegeven.
Globale ligging van het plangebied. De globale ligging wordt met de cirkel aangeduid.