CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Landelijk gebied, herziening 2022_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk gebied, herziening 2022.21.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

26.2

Planbeschrijving

Op de locatie Thijsweg 3-3a wordt de agrarische bedrijfsvoering gestaakt en de bestaande kippenstal gesloopt. Er werden op deze locatie ca. 9000 legkippen gehouden. De kippenstal met een grootte van 1175 m2 wordt grotendeels gesloopt. Het voerhok en andere aanwezige bijgebouwen blijven aanwezig. Het gaat in totaal om 594 m2 aan bijgebouwen. De zonnepanelen die op de stal liggen blijven behouden en worden na het slopen van de stal op de grond geplaatst. Om de 594 m2 aan bijgebouwen te rechtvaardigen wordt hiervoor 388 m2 aan sloopmeters ingezet middels de sloop-bonusregeling. De overige meters, te weten 787 m², kunnen worden ingezet als zgn. sloopmeters ingevolge de sloop-bonusregeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 en/of gebruikt in het kader van het Afwegingskader buitengebied. Aan het perceel wordt de bestemming Wonen-1 toegekend, inclusief twee bouwvlakken waarbinnen de hoofdbebouwing dient te worden gebouwd. Binnen elk bouwvlak is ten hoogste één burgerwoning toegestaan op basis van dit bestemmingsplan.

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

89

26.3

Provinciaal beleid

De omgevingsverordening Gelderland is in 2021 geactualiseerd (actualisatie 8) en op 1 februari 2022 in werking getreden. In deze omgevingsverordening staan regels op o.a. het gebied van natuur, water, zonnevelden, provinciale wegen en glastuinbouw. Het plangebied Thijsweg 3-3a ligt niet in het Nationaal Landschap, de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en/of de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Derhalve is toetsing aan de regels hiervoor uit de omgevingsverordening Gelderland niet aan de orde. Het plangebied ligt binnen een Intrekgebied (beschermingsgebied grondwater). Daarom is de winning van fossiele energie op deze plek niet mogelijk. Dit heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling.

26.4

Nadere onderbouwing

Deze transformatie wordt op verzoek van de rechthebbenden uitgevoerd en levert een kwaliteitsimpuls op deze locatie doordat voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en het erf landschappelijk wordt ingepast. Daardoor worden de ter plaatse zijnde gebiedskwaliteiten versterkt.

26.5

Omgevingsonderzoeken

26.5.1 Stikstof De bouwwerkzaamheden en het toekomstige gebruik van wonen minus het oude, gestopte gebruik (intensieve veehouderij) levert een positief effect op qua stikstofdepositie op N2000-gebieden. 26.5.2 Bodem Uit het Bodemonderzoek Thijsweg 3-3a kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. In de inspectieboringen ter plaatse van de klinkerverharding zijn zintuiglijk geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de grond(meng)monsters en het grondwater zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. De tevoren gestelde hypothese 'De vml. dieseltank kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd' wordt verworpen. Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.

De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.

26.5.3 Quick scan flora en fauna De rapportage is opgenomen in de bijlage Quick scan flora en fauna Thijsweg 3-3a. Het plangebied is op 5 september 2022 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

90

beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Wettelijke consequentiesm.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het Nederlands Natuurnetwerk, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan op voorhand worden uitgesloten, er is geen nader onderzoek vereist. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden eveneens uitgesloten. Wettelijke consequentiesm.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied en mogelijk nestelen er vogels in de bedrijfsgebouwen en in beplanting.

Amfibieën, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen bezetten er geen vaste (winter)rust- of verblijfplaats. Het plangebied is tevens geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Wettelijke consequentiessamengevat: De werkzaamheden dienen afgestemd te worden op de voortplantingsperiode van vogels en er mogen geen beschermde zoogdieren worden gedood.

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

91

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

92

Hoofdstuk 27

Onderzoeksresultaten

Daar waar relevant is per ontwikkeling in de betreffende hoofdstukken ingegaan op relevante milieuthema's. Algemene milieuthema's zijn in dit hoofdstuk opgenomen.

27.1

Watertoets

Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. In het Waterbeheerplan 2010-2015 van Waterschap Rijn en IJssel staat het beleid beschreven op een drietal hoofdthema's. Voor het thema Veiligheid is bescherming tegen hoog water op de rivieren het speerpunt. Het functioneren van de primaire en regionale waterkeringen staat hierbij centraal. Het thema Watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden - Bergen - Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft Waterschap Rijn en IJssel naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd. Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er is meer ruimte nodig voor het waterbeheer van de toekomst. Ook op andere terreinen, zoals recreatie, wonen en landbouw speelt water een centrale rol.

Het waterschap wil in het watertoetsproces vroegtijdig meedenken over de rol van het water in de ruimtelijke ontwikkeling en wil samen met de gemeente op zoek naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Thema Toetsvraag Relevant HOOFDTHEMA'S 1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of Nee Veiligheid kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of Nee winterbed van een rivier? 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur? Nee Riolering en 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? Nee Afvalwaterketen 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het Nee waterschap? 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500 m2? Nee Wateroverlast 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met (oppervlaktewater) meer dan 500 m2? Nee 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? Nee 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag Nee gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Oppervlakte1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op Nee waterkwaliteit oppervlaktewater geloosd?

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

93

Grondwateroverlast Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer

Volksgezondheid

Natte natuur

Verdroging Recreatie Cultuurhistorie

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Binnen de plangebieden Aladnaweg 7, Barloseweg 1/1a, Lage Heurnseweg 4/6 en Lage Heurnseweg F 1010, ligt een beschermingszone behorende tot een watergang in het beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Werkzaamheden en activiteiten in deze zone zijn vergunningplichting. Vanuit de verschillende plangebieden wordt hemelwater als regel geïnfiltreerd in de bodem en in het uiterste geval indirect geloosd op het oppervlaktewater. Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden.

27.2

Klimaatadaptatie

In het kader van het voorkomen en beperken van de risico's van klimaatverandering dient een afweging te worden gemaakt of er klimaatadaptieve maatregelen of voorzieningen getroffen dienen te worden. Op basis van de omgevingsverordening Gelderland die in 2021 is geactualiseerd (actualisatie 8) en op 1 februari 2022 in werking getreden is, dienen in de beschrijving in ieder geval de volgende aspecten te worden betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte.

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

94

Met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast zijn normen vastgesteld met resultaatsen inspanningsverplichtingen voor de waterschappen. Deze normen zijn vastgelegd in de provinciale waterverordeningen voor de waterschappen (Waterschap Rijn en IJssel). Ruimtelijke ontwikkelingen en weersextremen zijn hierop van grote invloed. Het is daarom van belang dat hiermee bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden en dat het waterschap hierbij wordt betrokken. Daarnaast vormen de effecten en gevolgen van droogte en hitte een belangrijke problematiek om rekening mee te houden. Dit bestemmingsplan bevat uitsluitend locaties in het buitengebied. Daarom is er voldoende ruimte voor het hemelwater om geleidelijk in de bodem te kunnen infiltreren. Er zijn geen (grote) watergangen nabij de diverse locaties die de waterveiligheid in geval van hoog water in het geding kunnen brengen. Wel kunnen korte, extreemhevige buien leiden tot grote plassen water op straat, in tuinen en op het land. Uit de stresstest komt naar voren dat voor de locaties Hofstedeweg perceel 1326 en Lichtenvoordsestraatweg 91, bij intensievere lange extreme buien, wateroverlast kan optreden. Geadviseerd wordt om bij het bepalen van het bouwpeil hier rekening mee te houden.

Daar waar nieuwe woningen toegevoegd worden dient per vierkante meter verhard oppervlak minimaal 55 mm (danwel 40 mm bij reeds bindende afspraken in een realisatieovereenkomst) water geïnfiltreerd te worden. Deze regel is vastgelegd in een separate privaatrechtelijke overeenkomst. Bij een groot aantal locaties neemt het aandeel verhard oppervlak af omdat (agrarische) bedrijfsbebouwing gesloopt wordt. Doordat er minder verhard oppervlak aanwezig is kan er meer water infiltreren in de bodem. Omdat het buitengebied grotendeels droogtegevoelig is, is dit een positieve ontwikkeling. Tevens zorgt een afname van bebouwing voor een afname van het hitte-eiland effect. Het hitte-eiland effect is in het buitengebied weliswaar beperkt vanwege de lage concentratie bebouwing, echter wijst de stresstest uit dat op individuele erven de temperatuur beperkt (0,1-1 graden Celsius) kan toenemen op een warme dag door de aanwezigheid van bebouwing. Het plan voorziet cumulatief gezien niet in een toevoeging, maar een afname van bebouwing en extensivering van het grondgebruik. Er zijn daarom geen extra maatregelen benodigd om de risico's van klimaatverandering te beperken, anders dan de afspraak dat per vierkante meter verhard oppervlak minimaal 55 mm (danwel 40 mm bij reeds bindende afspraken in een realisatieovereenkomst) hemelwater geïnfiltreerd dient te worden op eigen terrein.

27.3

Flora en fauna

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Het gaat in dit geval om herzieningen op perceelsniveau en de te plegen ingrepen zijn van beperkte betekenis. Redelijkerwijs mag worden aangenomen, gelet op de geldende bestemmingen met de daarbij behorende gebruiksmogelijkheden, dat door de ontwikkelingen geen schade ontstaat aan beschermde flora en populaties van fauna. Er zijn verschillende onderzoeken aan het plan toegevoegd.

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

95

27.4

Archeologie

Op 16 februari 2010 heeft de gemeenteraad de Cultuurhistorische inventarisatie, waarden-, verwachtingen- en maatregelenkaart als basis voor het archeologiebeleid van de gemeente Aalten vastgesteld. Vestigia BV Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologische en cultuurhistorische inventarisatie voor het gehele grondgebied van Aalten uitgevoerd en deze aansluitend vertaald naar een archeologische waarden- en verwachtingenkaart en een daarop gebaseerde archeologische maatregelenkaart. Op de maatregelenkaart is de gemeente Aalten verdeeld in 8 categorieën waaraan maatregelen zijn gekoppeld. Voor de verschillende deelgebieden is de archeologische verwachtingswaarde overeenkomstig het geldende bestemmingsplan/de archeologische maatregelenkaart opgenomen.

27.5

Milieu

27.5.1 Bodem De gemeenteraad van Aalten heeft op 15 december 2015 de bodemkwaliteitskaart vastgesteld. Geen van de in dit plan opgenomen locaties is aangeduid als een saneringslocatie of een van bodemverontreiniging verdachte locatie. Doelstelling van de bodemkwaliteitskaart is voor deze gronden om de bodemkwaliteit te behouden. Er mag vanuit worden gegaan dat de gronden geschikt zijn voor de toegekende bestemmingen. In het kader van deze planvorming is een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem niet nodig. Voor een aantal locaties is een specifieke bodemrapportage uitgevoerd. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning vindt indien nodig een nadere toetsing plaats. 27.5.2 Externe veiligheid Voor zover het aspect Externe veiligheid is van toepassing is, is daarop ingegaan bij het desbetreffende project.. 27.5.3 Luchtkwaliteit Vanaf 15 november 2007 is de wetgeving op het gebied van luchtkwaliteit gewijzigd en is sindsdien opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen). Deze wijziging wordt ook wel kortweg de Wet Luchtkwaliteit 2007 genoemd. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Voorliggend plan betreft de ontwikkeling van een enkele woning.

Een woningbouwontwikkeling valt onder de Regeling NIBM (niet in betekende mate) indien er sprake is van max. 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg. Als een beoogd plan in de categorie NIBM valt, hoeft geen nader onderzoek plaats te vinden en mag er zonder meer vanuit gegaan worden dat het project NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In voorliggend plan wordt aan de voorwaarden voldaan. Daarom draagt het plan 'niet in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en hoeft Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

96

geen nader onderzoek naar luchtkwaliteit niet te worden uitgevoerd. 27.5.4 MER Het plan voorziet niet in de realisatie van MER-plichtige activiteiten.

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

97

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

98

Hoofdstuk 28

28.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het gaat hier om particuliere initiatieven, waarbij verschillende partijen zijn betrokken. Veelal zijn met de initiatiefnemers realisatieovereenkomsten gesloten voor de tegemoetkoming in de schade, zoals bedoeld in de artikelen 6.1 tot 6.3 van de Wet ruimtelijke ordening. De kosten voor de planprocedure en de uitvoering van het bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemers. Voor het gemeentebestuur staat vast dat dit plan ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

28.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

28.2.1 Vooraankondiging / inspraak Op dinsdag 20 december 2022 heeft de formele vooraankondiging van deze planherziening plaats gevonden via het Gemeenteblad en de rubriek Aalten-Actueel. Er is geen gelegenheid geboden om te reageren op de verschillende initiatieven omdat deze vooraankondiging uitsluitend een informatief karakter had. Er zijn geen reacties ingekomen op deze vooraankondiging. 28.2.2 Vooroverleg Het plan is voorgelegd aan Gedeputeerde Staten van Gelderland en het Waterschap Rijn en IJssel in het kader van het vooroverleg. Voor een aantal locaties zijn provinciale belangen in het geding. Enkele locaties zijn gelegen in Nationaal Landschap of een Groene Ontwikkelingszone. Per locatie is dit in beeld gebracht. Daarnaast is het provinciale belang klimaatadaptatie van toepassing voor dit bestemmingsplan. Om die reden is vooroverleg noodzakelijk. Op 11 januari 2023 is er per brief een reactie ingekomen van de provincie Gelderland op het voorontwerp van het bestemmingsplan. Over het algemeen zijn de provinciale belangen Natuur, Nationaal Landschap, Molenbiotoop en Klimaatadaptatie goed meegewogen in het plan. De provincie adviseert om artikel 18.1 'Aanduidingsregel Groene Ontwikkelingszone' in overeenstemming te brengen met de regels in de provinciale Omgevingsverordening. Er zijn in totaal drie locaties gelegen in de Groene Ontwikkelingszone.

De aanpassing van artikel 18.1 betreft is daarom beperkt van omvang. Artikel 18.1 is in overeenstemming gebracht met de provinciale omgevingsverordening. Ten aanzien van de bescherming van Natura 2000 gebieden (stikstof) is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoerbaarheid van het plan in het kader van de Wet natuurbescherming. Op 13 januari 2023 is er een reactie ingekomen van het waterschap Rijn en IJssel op het voorontwerp van het bestemmingsplan. In vier plangebieden ligt een beschermingszone Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

99

behorende tot een watergang in het beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. Werkzaamheden en activiteiten in deze zone zijn vergunningplichting. De watertoetstabel is op dit punt aangepast. In paragraaf 30.2 Klimaatadaptatie is toegevoegd dat de uitgevoerde stresstest laat zien dat bij een tweetal locaties wateroverlast kan optreden bij intensievere, lange, extreme buien. Voor nieuwbouw geldt het uitgangspunt dat per vierkante meter verhard oppervlak 55 mm hemelwater geïnfiltreerd moet worden. De norm in dit bestemmingsplan is daarom aangepast van 40 mm/m2 naar 55 mm/m2 hemelwaterinfiltratie. Daar waar reeds bindende afspraken zijn gemaakt in een realisatieovereenkomst geldt de norm van 40 mm/m2 verhard oppervlak.

28.3

Procedure

28.3.1 Ontwerpfase Het ontwerp van het bestemmingsplan is met ingang van woensdag 25 januari 2023 gedurende zes weken ter visie gelegd (dus tot en met dinsdag 7 maart 2023) in het gemeentekantoor, Hofstraat 8 te Aalten en is te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl en via de gemeentelijke website. Gedurende deze periode kan een ieder gedurende de terinzagetermijn op het bestemmingsplan reageren en een zienswijze inbrengen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn er zeven zienswijzen ingediend. In de zienswijzennota wordt gereageerd op de ingebrachte zienswijzen. De zienswijzen hebben geleid tot een drietal wijzigingen in het plan.

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

100

Hoofdstuk 29 29.1

Plansystematiek

Het digitale bestemmingsplan

Volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd. Het bestemmingsplan wordt in die vorm ook vastgesteld, tegelijk met een volledige analoge verbeelding van het bestemmingsplan op papier. Indien de digitale en de analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend. Het Bro laat echter de feitelijke digitale werkwijze voor een groot gedeelte over aan een ministeriële regeling, de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, met de daarbij behorende standaarden. Het gaat daarbij om de inrichting, de vormgeving, de verbeelding, de beschikbaarstelling, de authenticiteit, de integriteit, de volledigheid, de vaststelling en de bekendmaking van de digitale ruimtelijke informatie. De meest relevante standaard van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 wordt hieronder kort toegelicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Dit om de gewenste vergelijkbaarheid zeker te stellen. De standaarden hebben geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. De toelichting maakt immers geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel dient het bestemmingsplan van een toelichting vergezeld te gaan.

Het bestemmingsplan zelf bestaat uit een verzameling geografisch bepaalde objecten, die zijn opgeslagen in een digitaal ruimtelijk informatiesysteem en die te raadplegen zijn via een interface, zoals een website. De objecten zijn voorzien van bestemmingen met bijbehorende doeleinden en regels.

29.2

Planopzet

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en bijbehorend GML-bestand waarin de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat. Het .GML-bestand en de regels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. Uitgangspunt is om aan gronden in het plangebied een passende bestemming toe te kennen. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend. Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie bepalend. Afhankelijk van de ruimtelijke relevantie en/of de mate waarin de betreffende functie invloed heeft op de omgeving of daaraan eisen stelt, bijvoorbeeld ruimtelijke uitstralingseffecten in de zin van verkeersaantrekkende werking, benodigde parkeervoorzieningen, ruimtebeslag, situeringskenmerken en milieuhinder, wordt gekozen voor een (gespecificeerde) bestemming met eigen planregels (bouw- en gebruiksregels). Binnen de hoofdgroepen van bestemmingen kan worden gekozen voor een verbijzondering van de bestemming met een zelfstandig pakket van planregels, waarin tevens ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving kunnen worden opgenomen.

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

101

Binnen veel hoofdgroepen van bestemmingen komen ondergeschikte functies voor, zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Deze functies kunnen worden opgenomen binnen de bestemmingsomschrijving. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding. In het navolgende worden de regels per hoofdstuk toegelicht. 29.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. 29.2.1.1 Begrippen Dit artikel bevat de definities van de in de regels gebruikte begrippen, waarmee een eenduidige interpretatie van deze begrippen is vastgelegd. 29.2.1.2 Wijze van meten In artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Ook hier is aansluiting gezocht bij de standaard (meet)regels uit de SVBP 2012. Onderstaand is een voorbeeld opgenomen m.b.t. de interpretatie van de goot- en bouwhoogte van een gebouw.

Voor de bepaling van de goothoogte van een gebouw wordt, indien er sprake is van een lage en hoge druiplijn, uitgegaan van de onderste druiplijn voor het bepalen van de ‘goothoogte’. De bovenste druiplijn wordt aangemerkt als de ‘bouwhoogte’ (zie voorbeelden D en G). Met deze interpretatie wordt aangesloten bij jurisprudentie hieromtrent van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State. 29.2.2 Bestemmingsregels De bestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden zijn opgenomen voor een drietal agrarische bouwpercelen. De bestemming Bedrijf is opgenomen voor een tweetal bedrijven. De bestemming Bos is toegekend aan een tweetal locaties waar bos wordt aangeplant. De bestemming Natuur is toegekend aan een tweetal locaties waar natuurontwikkeling plaatsvindt.

Landelijk gebied, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00111-VG01

vastgesteld

102

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=25ece126-1b0a-4133-89ca-d6545df8ea81