CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Landelijk gebied, herziening 2022_Toelichting_Bijlage 11 Ruimtelijke onderbouwing CWV Barlo.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk gebied, herziening 2022.8.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Aanvrager:

CWB Barlo b.v. Lichtenvoordsestraatweg 91 7121 RD AALTEN

Opdrachtgever: CWV Barlo b.v. Lichtenvoordsestraatweg 91 7121 RD AALTEN Datum: 26 april 2018 (versie 2) Uitvoerende: De heer ing. B.H. Wopereis VanWestreenen, Adviseurs voor het buitengebied te Lichtenvoorde

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

1

Inhoud ALGEMENE GEGEVENS LOCATIE & INITIATIEFNEMER

4

HOOFDSTUK 1

5

INLEIDING

1.1 BESCHRIJVING CWV BARLO B.V. 1.2 DOEL EN AANLEIDING 1.3 AFWIJKINGSPROCEDURE

5 6 6

HOOFDSTUK 2

7

BESCHRIJVING PLANGEBIED

2.1 INLEIDING 2.2 LIGGING EN OMVANG PLANGEBIED 2.3 HUIDIGE PLANOLOGISCHE SITUATIE 2.3.1 HET VIGERENDE BESTEMMINGSPLAN 2.3.2 DE VERBEELDING 2.3.3 BOUWREGELS

7 7 9 9 10 10

HOOFDSTUK 3

BESCHRIJVING & MOTIVERING VAN HET PROJECT

12

HOOFDSTUK 4

BELEID

16

4.1 RIJKSBELEID 4.2 PROVINCIAAL BELEID 4.3 GEMEENTELIJK BELEID

16 19 20

HOOFDSTUK 5

22

MILIEU- & OMGEVINGSASPECTEN

5.1 MONUMENTEN & ARCHEOLOGIE 5.2 FLORA EN FAUNA 5.3 WATERPARAGRAAF EN WATERADVIES 5.4 EXTERNE VEILIGHEID 5.5 VERKEER EN PARKEREN 5.6 MILIEUASPECTEN 5.6.1 BODEMKWALITEIT 5.6.2 GELUID 5.6.3 LUCHTKWALITEIT 5.6.4 GEUR & STOF

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

22 23 23 24 25 26 26 26 30 31

2

5.6.5 INVLOED ANDERE INRICHTINGEN // VNG BROCHURE 5.6.6 ENERGIE EN DUURZAAMHEID 5.7 WNB/PAS – STIKSTOFDEPOSITIE 5.8 ACTIVITEITENBESLUIT 5.9 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

31 32 33 33 34

HOOFDSTUK 5

36

UITVOERBAARHEID

5.1 INLEIDING 5.2 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 5.3 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

36 36 36

BIJLAGE 1 PLATTEGRONDTEKENING

37

BIJLAGE 2 BOUWTEKENINGEN NIEUW HAL

38

BIJLAGE 3 BESLUIT COLLEGE VAN B&W AALTEN

39

BIJLAGE 4 BESLUIT GEMEENTERAAD VAN AALTEN / AANGENOMEN AMENDEMENT

40

BIJLAGE 5 RAPPORT AKOESTISCH ONDERZOEK (ADVIESBUREAU DE HAAN)

41

BIJLAGE 6 RAPPORT QUICKSCAN WNB-FF

42

BIJLAGE 7 PLAN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

43

BIJLAGE 8 AERIUS-BEREKENING

44

BIJLAGE 9 SITUATIESCHETS WATERBERGING

45

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

3

Algemene gegevens locatie & initiatiefnemer

Gegevens initiatiefnemer Naam: Locatie: E-mailadres: Website: KvK: Telefoonnummer: Contactpersoon: Kadastrale ligging: Soort activiteit:

Opsteller Naam: Organisatie: Postadres: Telefoon: Email:

Bevoegd gezag Gemeente: Postadres: Telefoon:

Coöperatieve Werktuigenvereniging Barlo b.v. (CWV Barlo b.v.) Lichtenvoordsestraatweg 91 7121 RD AALTEN info@cwvbarlo.nl www.cwvbarlo.nl 61802417 0543-451248 De heer Jaco Gerritsen // bedrijfsleider Tel. 06-15269523 gem. Aalten, sectie N, nummers 293, 294, 619, 809, 810 en 813 (ged.) Agrarisch loon- en mechanisatiebedrijf

De heer ing. B.H. (Barry) Wopereis Van Westreenen Adviseurs b.v. Varsseveldseweg 65-d 7131 JA LICHTENVOORDE 0544-379737 wopereis@vanwestreenen.nl

Gemeente Aalten Postbus 119 7120 AC AALTEN 0543-493333

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

4

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Beschrijving CWV Barlo b.v.

Coöperatieve Werktuigen Vereniging Barlo is opgericht in 1948, door een aantal boeren. Eerst met het doel van gezamenlijke inkoop en gebruik van landbouwmachines, later uitgegroeid tot een geheel zelfstandig opererend bedrijf. Coöperatieve Werktuigen Vereniging Barlo en omstreken U.A is een vereniging, die tot doel heeft om machines en mensen zo efficiënt mogelijk in te zetten ten behoeve van de klanten, in zowel agrarisch werk als drainage, grondwerk, cultuurtechnisch werk en landbouwmechanisatie. Hiervoor zijn er een tweetal BV’s opgericht die met vakkundig personeel de werkzaamheden verrichten (CWV Barlo bv & Barlo Voer Techniek bv). De dagelijkse leiding is in handen van een managementteam. Door de leden is een bestuur gekozen die het organisatiebeleid vaststelt, rekening houdend met procedures, regelingen en wettelijke bepalingen, gericht op een goede en efficiënte uitvoering van de werkzaamheden. CWV Barlo bv is een loonbedrijf actief op diverse werkgebieden. Zo wordt landbouwloonwerk, mesttransport (intermediair), grondverzet, cultuurtechnisch werk, bestrating, riolering, groenaanleg/onderhoud, sloopwerk, zandwegenonderhoud, machineverhuur en landbouwmechanisatie. Barlo Voer Techniek bv houdt zich bezig met het loonvoeren bij de melkveeboeren. Loonvoeren is een relatief goedkope en betrouwbare manier van voeren.

Een melkveehouder hoeft niet te investeren in machines en is geen tijd kwijt aan het voeren. Door de nauwkeurige weeg- en meetapparatuur op de wagen krijgen de koeien een constant en uitgebalanceerd rantsoen. Voor een goede melkgift zeer belangrijk. Momenteel werken er ongeveer 30 vaste personeelsleden bij CWV Barlo, welke allemaal VCA gecertificeerd zijn, en een aantal oproepkrachten. Tevens is CWV Barlo VKL* gecertificeerd. Met het uitgebreide machinepark en gespecialiseerde mensen staat het team van CWV Barlo elke dag klaar om zo zorgvuldig mogelijk te voldoen aan de vraag naar diensten en producten voor onze opdrachtgevers. Service, kwaliteit en continuïteit staan bij CWV Barlo hoog in het vaandel. De werkzaamheden van CWV Barlo worden voor een groot deel extern / op locaties van derden uitgevoerd. De locatie Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten is de hoofdvestiging. Op deze locatie worden sinds jaar en dag het materieel en werktuigen gestald. Daarnaast bevindt zich op deze locatie de werkplaats / mechanisatie alsmede de adminstratie / kantoor met bijbehorende voorzieningen. Op de locatie Brethouwerweg 4 te Aalten bevindt zich een nevenlocatie van CWV Barlo. Op deze locatie worden alleen materieel en werktuigen gestald in de ter plaatse aanwezige bedrijfsgebouwen. Voor meer informatie met betrekking tot CWV Barlo wordt verwezen naar de website: www.cwvbarlo.nl

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

5

1.2

Doel en aanleiding

CWV Barlo is de afgelopen jaren gegroeid en wil zich verder ontwikkelen. Hiertoe is het wenselijk om de werkzaamheden verder te concentreren op de locatie Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten. Om de beschikbare tractoren, machines en werktuigen duurzaam te kunnen stallen en tevens om de buitenstalling & -opslag te verminderen is het wenselijk om in het verlengde van de bestaande loods op het noordoostelijk deel van terrein een nieuwe loods te realiseren met een afmeting van 30 x 60 meter. Ten behoeve van deze uitbreiding is reeds in 2012 een verzoek ingediend. Op 29 okotber 2013 heeft het college van B&W van Aalten besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen. In het kader van het nieuwe bestemmingsplan (Landelijk Gebied 2015) heeft de Gemeenteraad van Aalten op 19 april 2016 besloten om medewerking te verlenen aan het beoogde bouwplan en hiertoe de bestemming c.q. het gewenste bouwvlak vastgesteld. Hierbij zijn destijds ontwikkelings/bebouwingsmogelijkheden (te bebouwen m2) overgeheveld van de locatie Brethouwerweg 4 naar de Lichtenvoordsestraatweg 91. Tegen dit vastgestelde bestemmingsplan is beroep ingesteld door een omwonende.

Op 10 januari 2018 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep (gedeeltelijk) gegrond verklaard en het bestemmingsplan voor de locatie Lichtenvoordsestraatweg 91 vernietigd voor gedeelte van het plangebied met de bestemming “bedrijf”. Onderhavig plan heeft als doel om voor het beoogde bouwplan / realisatie van de nieuwe loods de benodigde omgevingsvergunning Wabo (onderdeel bouw) te verkrijgen.

1.3

Afwijkingsprocedure

De beoogde nieuwe hal is, gelet op de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 10 januari 2018, beoogd buiten de bestemming “bedrijf”. Het beoogde bouwplan is hierdoor in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de gewenste ontwikkeling te kunnen realiseren wordt middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), eerste lid onder a, sub 3 afgeweken van het geldende bestemmingsplan “Landelijke Gebied 2015”. Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden door middel van een ruimtelijke onderbouwing, waaruit blijkt dat deze niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende onderbouwing voorziet hierin.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

6

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. In paragraaf 2.2. wordt ingegaan op de ligging van de projectlocatie en de omgeving hiervan. In paragraaf 2.3 wordt ingegaan op het vigerende bestemmingsplan.

2.2

Ligging en omvang plangebied

De locatie Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten is gelegen in het buitengebied van de gemeente Aalten nabij het buurtschap Barlo. Het agrarische loon- en mechanisatiebedrijf is gevestigd midden in het gebied van de klantenkring. Dit zijn met name agrarische bedrijven / veehouderijen en particulieren in de omgeving Barlo / buitengebied van Aalten. De locatie is direct gelegen aan de Lichtenvoordsestraatweg en naast de doorgaande provinciale weg (Hamelandroute) van Lichtenvoorde naar de Duitse grens. In de directe omgeving zijn met name (agrarische) bedrijven en woningen van derden gelegen. De huidige situatie is weergegeven op de navolgende luchtfoto’s.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

7

Figuren: luchtfoto’s huidige situatie

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

8

2.3

Huidige planologische situatie

2.3.1 Het vigerende bestemmingsplan In het kader van het nieuwe bestemmingsplan (Landelijk Gebied 2015) heeft de Gemeenteraad van Aalten op 19 april 2016 besloten om medewerking te verlenen aan het beoogde bouwplan en hiertoe de bestemming c.q. het gewenste bouwvlak vastgesteld. Hierbij zijn destijds ontwikkelings/bebouwingsmogelijkheden (te bebouwen m2) overgeheveld van de locatie Brethouwerweg 4 naar de Lichtenvoordsestraatweg 91. Tegen dit vastgestelde bestemmingsplan is beroep ingesteld door een omwonende. Op 10 januari 2018 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep (gedeeltelijk) gegrond verklaard (201603579/1/R1) en het bestemmingsplan voor de locatie Lichtenvoordsestraatweg 91 vernietigd voor een gedeelte van het plangebied met de bestemming “bedrijf”.

Figuren: relevante passage en bijlage uit de uitspraak van de RVS d.d. 10 januari 2018

Op grond van het geldende bestemmingsplan “Landelijk Gebied”, zoals vastgesteld op 19 april 2016, is de locatie Lichtenvoordsestraatweg 91 (m.u.v. van bovenstaande deel van het plangebied) aangeduid als ‘bedrijf’.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

9

2.3.2 De verbeelding In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding / plankaart opgenomen welke behoort bij het vigerende bestemmingsplan en waarbij rekening is gehouden met de uitspraak van de RvS d.d. 10 januari 2018.

Afbeelding Uitsnede plankaart bestemmingsplan (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

2.3.3 Bouwregels Op grond van het geldende bestemmingsplan gelden momenteel de volgende relevante regels: 5.2 Bouwregels 5.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte, die is aangegeven in de kolom “bij recht toegestaan aantal m2” van bijlage 2 Bedrijven en Instellingen; b. de afstand ten opzichte van de erfgrens dient ten minste 5 m. te bedragen dan wel de bestaande kleinere afstand; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m dan wel de bestaande grotere bouwhoogte met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de aangegeven bouwhoogte het maximum is voor dat (deel van het) bouwvlak; d. de dakhelling dient minimaal 20° en maximaal 60° bedragen dan wel de bestaande kleinere of grotere dakhelling; e. ter plaatse van de aanduidingen 'parkeerterrein', 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' mag niet worden gebouwd; f. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' mogen geen bedrijfsgebouwen worden gebouwd en/of werkzaamheden ten behoeve van het bedrijf worden verricht, uitgezonderd het wonen met het oog op de toegestane bedrijfsvoering. 5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende voorwaarden: a.

de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van bedrijfsinstallaties mag niet meer bedragen dan 8 m; c. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

10

5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. Artikel 5.2.1 voor het vergroten van de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen met dien verstande dat deze vergroting maximaal de oppervlakte bedraagt, zoals aangegeven in de kolom “met afwijking toegestaan aantal m2” van bijlage 2 Bedrijven en Instellingen. 5.4.4 Kwalitatieve verplichting CWV Barlo a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - CWV Barlo' geldt de volgende kwalitatieve verplichting ten aanzien van het uitbreiding van de bedrijfsbebouwing: Een omgevingsvergunning voor het bouwen/verlengen van de werktuigenberging wordt eerst verleend: 1. nadat door burgemeester en wethouders een landschappelijk inrichtingsplan voor het gehele bedrijfsperceel is vastgesteld, waarvan de realisatie en instandhouding is gegarandeerd; 2. indien vaststaat dat aan het voor dit bedrijf opgestelde akoestisch onderzoek van juni 2013, nr. 11278 (versie 5; bijlage 5 bij deze regels) wordt voldaan, waarbij de geluidsniveaus, zoals berekend in hoofdstuk 4 van het onderzoek, worden vastgesteld als grenswaarden voor dit bedrijf. b. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - CWV Barlo' zonder: 1.

de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing, en; 2. het in acht nemen van de grenswaarden als bedoeld onder a., indien en voor zover de gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - CWV Barlo' een grotere oppervlakte hebben dan de voor de desbetreffende gronden en bouwwerken vastgestelde bestaande oppervlakte die is opgenomen in de kolom 'bestaand aantal m2' van de als bijlage 2 opgenomen tabel. c. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - CWV Barlo, bedrijfsmatig gebruik uitgesloten' mogen geen bedrijfsgebouwen worden gebouwd en/of werkzaamheden ten behoeve van het bedrijf worden verricht.

BIJLAGE 2

Op grond van het geldende bestemmingsplan is het derhalve toegestaan om onder voorwaarden ter plaatse een agrarisch loonwerk-, mechanisatie en grondverzetbedrijf te exploiteren binnen het geldende bouwvlak met een maximale bebouwing (oppervlakte bedrijfsgebouwen) van 5.588 m2.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

11

Hoofdstuk 3

Beschrijving & motivering van het project

CWV Barlo is reeds jaren lang gevestigd op de locatie Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten. Het bedrijf is hoofdzakelijk afhankelijk van opdrachtgevers in het buitengebied en kan hierdoor worden aangemerkt als een “functioneel aan het buitengebied gebonden bedrijf”. Het bedrijf bevindt zich ook op een locatie midden in het gebied van de klantenkring. Dit zijn met name agrarische bedrijven / veehouderijen en particulieren in de omgeving Barlo / buitengebied van Aalten en omgeving Lichtenvoorde. Ten behoeve van de werkzaamheden zijn diverse werktuigen en machines benodigd zoals tractoren, shovels & mobiele kranen, oogstmachines (hakselaars / maaidorsers etc), mestinjecteurs, een voermengwagen en een drainagemachine. Gezien de ontwikkelingen van het bedrijf en de wensen van de klantenkring / vraag uit de markt is het machinepark up to date. Echter de werktuigen en machines worden steeds groter en complexer. Om deze werktuigen en machines doelmatig te kunnen stallen alsmede voor het manoeuvreren hiermee is in het kader van efficiënte bedrijfsvoering meer ruimte benodigd. Momenteel kan een deel van de werktuigen en machines niet inpandig worden gestald en worden deze noodgedwongen (in weer en wind) op het buitenterrein geplaatst. Voornoemde is onder meer in het kader van de duurzaamheid (levensduur / onderhoud) en een efficiënte bedrijfsvoering niet wenselijk.

Hierdoor is het wenselijk om op het bedrijfsterrein (noordoostzijde van het erf) een nieuwe hal te realiseren. In deze nieuwe hal, welke is beoogd in het verlengde van de bestaande hal, kunnen de machines en werktuigen doelmatig worden gestald. De beoogde locatie van de nieuwe hal is in onderstaande figuur (indicatief) weergegeven.

Afbeelding locatie bestaande situatie + gewenste situering nieuwe hal

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

12

Het buitenterrein wordt op deze wijze ontlast (verminderen stalling) en de levensduur van de machines en werktuigen wordt verlengd. Daarnaast wordt het manoeuvreren met de voertuigen op het buitenterrein eenvoudiger en wordt dus ook de veiligheid verder vergroot, hetgeen op grond van o.a. de VCA / ARBO wetgeving uiteraard ook wenselijk is. De nieuwe hal en de daaruit voortvloeiende efficiënte bedrijfsvoering hebben tevens een positief effect op de uitstraling van het bedrijf en de milieubelasting. Als gevolg van deze ontwikkeling zal onder meer de geluidsbelasting worden verminderd. Op deze nieuwe hal kunnen vervolgens ook zonnepanelen worden aangebracht en kan CWV Barlo zelf duurzaam voorzien in de energiebehoefte.

Bouwplan De plattegrondtekening van de gewenste bedrijfsopzet en de bouwtekening van de beoogde nieuwe hal zijn hieronder alsmede als bijlage 1 & 2 opgenomen.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

13

Afbeeldingen:

plattegrondtekening + bouwplan

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

14

De omvang van het bouwplan voor de beoogde hal bedraagt (27,8 x 65,0 =) 1.807,0 m2. De hoogte van het bouwplan bedraagt (in de nok) maximaal 9,7 meter. Het bouwplan voldoet derhalve aan de geldende bouwregels. In de gewenste situatie bedraagt de oppervlakte van de bedrijfsgebouwen als volgt: • Fietsenhok: 34 m2 • Kantoor / kantine etc. (B) 333 m2 • Werkplaats / magazijn (C) 487 m2 • Opslag / berging (D) 480 m2 • Machineberging (E) 699 m2 • Machineberging (F) 1.750 m2 • Machineberging (G) 1.788 m2 TOTAAL: 5.571 m2 De totale omvang van de bedrijfsgebouwen bedraagt 5.571 m2 en voldoet derhalve aan de in het geldende bestemmingsplan bij recht toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen van maximaal 5.588 m2. Het bouwplan is reeds voorgelegd aan de Welstandscommissie van de gemeente Aalten. De Welstandscommissie heeft aangegeven te kunnen instemmen met het beoogde bouwplan en heeft hieromtrent een positief advies afgegeven. Het bouwplan voldoet derhalve aan de redelijke eisen van welstand.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

15

Hoofdstuk 4 4.1

Beleid

Rijksbeleid

Structuurvisie infrastructuur en Ruimte (SVIR) De SVIR geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR een drietal Rijksdoelen geformuleerd: • de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; • de bereikbaarheid verbeteren; • zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten.

Het Rijk stelt derhalve geen specifieke regels voor beperkte agrarische ontwikkelingen, zoals het toepassen van een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking voor een aangepast bouwhoogte. Met het toepassen van de omgevingsvergunning buitenplanse afwijking voor het beoogde bouwplan van CWV Barlo b.v.. zijn er geen nationale belangen in het geding.

Besluit ruimtelijke ordening Onderhavig project dient getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking welke sinds 1 oktober 2012 in het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Uit artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening blijkt dat de ladder drie treden kent die achter elkaar worden doorlopen: • Trede 1: Bepalen regionale behoefte naar ruimte; •

Trede 2: Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied;

•

Trede 3: Bouwen buiten bestaand stedelijk gebied.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

16

Op grond van het geldende bestemmingsplan”landelijk gebied 2015” is voor de locatie Lichtenvoordestraatweg 91 te Aalten bij recht een maximale toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen van 5.588 m2 vastgesteld. In de gewenste situatie bedraagt de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen (incl. nieuwe bouwplan) in total 5.571 m2. In de gewenste situatie is er derhalve geen sprake van een toename van de vastgestelde mate van bebouwing. Op grond van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 10 januari 2018 is het betreffende bestemmingsplan gedeeltelijk vernietigd voor wat betreft de bestemming “bedrijf”. Het betreft hier een deel van het perceel aan de noordoostzijde met een omvang van ongeveer 1.600 m2 (zie onderstaande figuur).

Op grond van het onderliggende bestemmingsplan (Correctieve herziening / actualisatie buitengebied Aalten 2007) zijn voor dit deel van het terrein de bestemming “wonen-1” (ong. 50%) en “agrarisch gebied met landschapswaarden” opgenomen (zie onderstaande figuur). Beide bestemmingen omvatten ongeveer 50% van het betreffende terrein. Deels heeft het perceel een bedrijfsbestemming, waarop echter uitsluitend een bedrijfswoning (en dus geen andere bedrijfsbebouwing) is toegestaan.

In de gewenste situatie wordt dit deel van het terrein in gebruik genomen voor de nieuwe hal, de landschappelijke inpassing (beplanting), een geluidsscherm en parkeergelegenheid voor personeel / bezoekers. De oppervlakte van de beoogde nieuwe hal op dit deel van het terrein bedraagt ongeveer 1.050 m2.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

17

In de gewenste situatie is er derhalve geen sprake van een vergroting van de toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing en derhalve ook geen uitbreiding van de mate van bebouwing ten behoeve van de bedrijfsvoering van CWV Barlo b.v. Er vindt wel een uitbreiding plaats ten opzichte van de feitelijke aanwezige bebouwing en daarnaast wordt er gebouwd op een deel van het perceel waarop dit thans niet is toegestaan. In de gewenste situatie wordt het terrein van CWV Barlo ten behoeve van de bedrijfsvoering + bouwplan vergroot met ongeveer 1.600 m2 en in gebruik genomen voor de nieuwe hal (ong. 1.050 m2), de landschappelijke inpassing (beplanting), een geluidsscherm en parkeergelegenheid voor personeel / bezoekers. CWV Barlo is reeds jaren lang gevestigd op de locatie Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten. Het bedrijf is hoofdzakelijk afhankelijk van opdrachtgevers in het buitengebied en kan hierdoor worden aangemerkt als een “functioneel aan het buitengebied gebonden bedrijf”. Het bedrijf bevindt zich ook op een locatie midden in het gebied van de klantenkring. Dit zijn met name agrarische bedrijven / veehouderijen en particulieren in de omgeving Barlo / buitengebied van Aalten en omgeving Lichtenvoorde. Het verplaatsen van het bedrijf is gelet op de bestaande bedrijfsvoering en gelet op het gebiedsgerichte karakter van het agrarisch loonbedrijf niet wenselijk.

Vanaf deze locatie zijn de rijroutes naar de opdrachtgevers in de omgeving optimaal. Daarnaast zijn in de directe omgeving geen bedrijventerreinen aanwezig en is er geen industriegrond beschikbaar. De bedrijventerreinen van Aalten (> 5 km) en Lichtenvoorde (> 4 km) of het regionale bedrijventerrein De Laarberg (> 10 km) zijn op grote afstand van onderhavige locatie en de klantenkring gelegen. Het verplaatsen van de bedrijfsvoering naar deze locaties is derhalve niet wenselijk en/of te rechtvaardigen. Daarnaast kan worden afgevraagd of het (o.a. verkeerstechnisch) wenselijk / mogelijk is om dergelijke agrarisch gerelateerde bedrijven met bijbehorende opslagvoorzieningen een bedrijventerrein te plaatsen. Het grootste deel van de bedrijfsgebouwen is in de huidige situatie gesitueerd binnen de bestemming “bedrijf”. Binnen dit terrein is in de huidige situatie geen ruimte meer aanwezig voor de realisatie van de extra stallingsruimte voor de machines en werktuigen. Gelet op de beschikbare percelen in eigendom van CWV Barlo, de indeling van het terrein en de omgeving / aangrenzende percelen + landschapswaarden ligt de realisatie van een nieuwe hal in het verlengde van de bestaande hal het meest voor de hand. Binnen het bestaande terrein is immers geen fysieke ruimte aanwezig voor de realisatie van een functionele hal.

Daarnaast is de situering van de hal op deze locatie optimaal ten aanzien van het manoeuvreren met de voertuigen / machines op het buitenterrein. Eveneens vormt de nieuwe hal een doelmatige afscherming naar de omgeving, zodat (met name) de geluidsbelasting zoveel mogelijk kan worden gereduceerd. Tot slot kan worden aangegeven dat de nieuwe hal op deze locatie landschappelijk gezien het meest wenselijk is. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat ten behoeve van onderhavig bouwplan door CWV Barlo de bouw- en ontwikkelingsmogelijkheden op de nevenlocatie aan de Brethouwerweg 4 zijn geschrapt. De beoogde ontwikkeling aan de Lichtenvoordsestraatweg 91 is hierdoor gecompenseerd, zodat per saldo binnen het plangebied geen sprake is van een toename van de mate van bebouwing / vergroting van het stedelijke gebied. Gelet op voornoemde is een relatieve geringe uitbreiding van het zogenaamde “stedelijke gebied” (bestemming “bedrijf” in plaats van de bestemming “agrarisch & wonen”) ten behoeve van de ontwikkeling van het gebiedsgebonden agrarisch loonbedrijf van CWV Barlo gelet op het gestelde in artikel 3.1.6 lid 2 van het BRO te rechtvaardigen.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

18

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid van Gelderland is verwoord in diverse visies en beleidsstukken. Leidend hierin zijn de Gelderse omgevingsvisie en de daarbij behorende omgevingsverordening. Provinciale Staten hebben in juni 2017 de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening vastgesteld en in december 2017 de een geactualiseerde versie vastgesteld en gepubliceerd. De Ontwerp Omgevingsvisie en het actualisatieplan is in mei 2018 door de provincie Gelderland in procedure gebracht.

Figuur uitsnede kaart Gelderse Omgevingsvisie 2018

De locatie Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten is gelegen in het gebied “Regio Achterhoek”. In de visie is het volgende opgenomen: De Achterhoek is een regio met veel kwaliteiten en waarden: • een mooi landschap; • veel natuurschoon; • mooie steden en dorpen; • een grote onderlinge betrokkenheid (naoberschap); • een hoge arbeidsmoraal; • bescheidenheid. Deze kwaliteiten en waarden vormen het kapitaal voor ontwikkelingen en innovaties, die worden gekenmerkt en ingegeven door: • ingrijpende demografische ontwikkelingen (ontgroening, vergrijzing, bevolkingsdaling en afname van de beroepsbevolking); • economische ontwikkelingen (recessie, schaalvergroting). De vraagstukken die deze ontwikkelingen met zich mee brengen vragen om bundeling van krachten en slimme verbindingen tussen maatschappelijke partners. Alleen dan blijven de kwaliteiten en waarden in de Achterhoek vitaal.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

19

De provincie en haar partners streven in de regio naar: De inzet van gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers en provincie is nodig om in te kunnen spelen op de opgaven in de Achterhoek. De gezamenlijke inspanningen richten zich op vier speerpunten: Kansrijk platteland • ruimtelijke kwaliteit • landbouw Duurzame en innovatieve economie • maakindustrie verbinden met TOP-sectoren • hernieuwbare energie Vitale leefomgeving • wonen • voorzieningen Slim en snel verbinden • bereikbaarheid Het beoogde plan voor de realisatie van de nieuwe hal c.q. de ontwikkeling van het gebiedsgebonden agrarisch loonbedrijf van CWV Barlo past binnen de provinciale beleidskaders en draagt bij aan een vitaliteit en de leefbaarheid van het platteland.

4.3

Gemeentelijk beleid

De beoogde uitbreiding en ontwikkeling van CWV Barlo past binnen de gestelde kaders van het geldende beleid en de gestelde kaders en bouwregels in het bestemmingsplan Landelijk Gebied. Het college van B&W van Aalten heeft op 1 & 29 oktober 2013 (zie bijlage 3) besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de beoogde ontwikkeling en bouwplan van CWV Barlo. Vervolgens heeft de Gemeenteraad van Aalten op 19 april 2016 (zie bijlage 4) unaniem besloten om medewerking te verlenen aan de beoogde wijziging van het bestemmingsplan en het beoogde bouwplan voor de nieuwe. Hiertoe is onder meer destijds ook een realisatie-overeenkomst opgesteld en afgesloten. Daarnaast voldoet de beoogde bedrijfsopzet en het bouwplan aan de geldende gemeentelijke geluidbeleid en Welstandsnota. Landschapsontwikkelingsplan Nieuwe noabers, vernieuwend landschap Op 20 november 2007 heeft de gemeenteraad het landschapsontwikkelingsplan (LOP) ‘Nieuwe noabers, vernieuwend landschap’ vastgesteld. Het LOP moet gezien worden als een ideeën- en inspiratieboek voor de ontwikkeling en beheer van het landschap. Naast natuur en landschap geeft het LOP ook concrete voorbeelden voor recreatieve ontsluiting en functieverandering van het landelijk gebied. In het LOP worden negen landschapsensembles onderscheiden:

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

20

Voor elk landschapsensemble is een apart werkboek opgesteld. Elk werkboek bevat de volgende onderdelen: − de visie voor het landschapstype; − doelen vanuit het beleid en vanuit de mensen in het gebied; − de bestaande waardekaart; − de uitwerking van het LOP in tekst en op kaartbeeld, algemeen en per functie in het landschap; − de mogelijke landschapselementen in de vorm van een bouwpakket voor punt-, lijn- en vlakelementen. De locatie van CWV Barlo aan deLichtenvoordsestraatweg 91 is gelegen in het gebied 1 (Barlo e.o.). Bij het opstellen van het plan voor de landsschappelijke inpassing is het gestelde in het voornoemde LOP ten aanzien van dit gebied als uitgangspunt genomen.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

21

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu- & Omgevingsaspecten

Monumenten & Archeologie

Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Malta. Daarmee werd op Europees niveau besloten het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, de archeologische waarden, beter te beschermen. Het Verdrag van Malta werd op 1 september 2007 geïmplementeerd met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg, een wijziging van de Monumentenwet 1988. Met deze wetswijziging heeft de zorg voor het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Gemeenten zijn wettelijk verplicht bij vaststelling van een bestemmingsplan en bij het bestemmen de in dat plan begrepen grond rekening te houden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. De drie belangrijkste uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming (a), het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) (b) en de introductie van het zogenaamde 'veroorzakerprincipe' (c). Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt, financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek naar eventueel aanwezige archeologische waarden. Op grond van een bureauonderzoek blijkt het plangebied zich te bevinden op gronden met een “gematigde archeologische verwachtingswaarde” (Zie onderstaande figuur).

Op grond van het geldende bestemmingsplan dient bij een bouwplan / bodemingreep met een omvang van meer dan 2.500 m2 een nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. In onderhavige situatie omvat het bouwplan een omvang van maximaal 1.788 m2 en wordt tevens deels gerealiseerd op reeds geroerde grond. Op grond van deze voornoemde is een nader archeologisch niet noodzakelijk.

Op grond van het historische landschap, historische stedenbouw en archeologiekaart van provincie Gelderland bevindt er zich in het plangebied geen gemeentelijk, dan wel rijksmonument. Gezien het feit dat er slechts beperkte bodemingrepen plaatsvinden in combinatie met de cultuurhistorische waardenkaart kan geconcludeerd worden dat de beoogde bedrijfsopzet geen negatieve effecten heeft op de archeologische en cultuurhistorische waarden in het gebied. ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

22

5.2

Flora en Fauna

Na enige wetswijzigingen is de Wet natuurbescherming momenteel vooral gericht op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. Indien plannen worden ontwikkeld voor ruimtelijke ingrepen of voornemens ontstaan om werkzaamheden uit te voeren, dient vooraf te worden beoordeeld of er mogelijke nadelige consequenties voor beschermde inheemse soorten zijn. De Wet natuurbescherming biedt de minister de mogelijkheid gebieden aan te wijzen als beschermd natuurmonument. In of nabij deze beschermde natuurmonumenten is het, zonder vergunning van Gedeputeerde Staten, verboden handelingen te verrichten, te doen verrichten of te gedogen die schadelijk zijn voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis van het natuurmonument, of voor planten en dieren in het natuurmonument. De Habitatrichtlijngebieden en de Vogelrichtlijngebieden zijn aangewezen als beschermde natuurmonumenten. Deze gebieden vormen gezamenlijk de Natura 2000 gebieden. Bij werkzaamheden in of nabij een Natura 2000-gebied dient getoetst te worden of er negatieve effecten zijn op de natuurwaarden.

Om de effecten op flora en fauna van de bestemmingswijziging in beeld te krijgen heeft Natuurbank Overijssel onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 6) naar de aanwezigheid van beschermde planten en dieren, evenals nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten in het plangebied, die door de uitvoering van de voorgenomen activiteiten vernield of verstoord worden. Daarnaast is onderzocht in hoeverre de voorgenomen activiteit in strijd is met de Wet Natuurbescherming. Het plangebied is onderzocht om vast te stellen of er beschermde planten en dieren aanwezig zijn in het plangebied en of er beschermde nesten, holen of vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn. Bij werkzaamheden in of nabij een Natura 2000-gebied dient getoetst te worden of er negatieve effecten zijn op de natuurwaarden. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich Natura 2000 gebied. Het beoogde terrein van het bouwplan bestaat uit verharding en zand/gras. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Er zijn in het plangebied geen beschermde soorten aangetroffen. Het plangebied ligt buiten de EHS en niet in een beschermd natuurgebied.

Gelet op de voorgenomen activiteit en de forse afstand tussen het plangebied en de meest nabij gelegen beschermde natuurgebieden, wordt verondersteld dat de voorgenomen activiteit geen aantoonbaar significant negatief effect op beschermde natuurgebieden heeft. Er hoeft geen ontheffing op grond van de Wet Natuurbescherming te worden aangevraagd en tevens geen nader onderzoek te worden uitgevoerd . De Wet Natuurbescherming en de Omgevingsverordening / -visie Gelderland vormen (m.b.t. beschermde flora- en faunawaarden) geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen plannen.

5.3

Waterparagraaf en wateradvies

Eind 2009 is het Nationaal waterplan vastgesteld, het plan vervangt de Vierde Nota Waterhuishouding 1998 en alle voorgaande nota’s waterhuishouding. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het Waterplan Gelderland is opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

23

In de geactualiseerde Omgevingsvisie 2018 staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en welke partij hiervoor verantwoordelijk is. Het waterbeheerprogramma 20162021 van het waterschap Rijn en IJssel beschrijft het beleid voor alle taakgebieden van het waterschap. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak men deze doelen wil bereiken. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor ruimtelijke plannen die vallen onder de Wet ruimtelijke ordening. In het Nationaal Bestuursakkoord Water-actueel (NBWactueel, juni 2008) hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen onder meer afgesproken dat de watertoets ook wordt toegepast bij waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten die niet vallen onder de Wet ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat in een vroegtijdig stadium overleg gepleegd wordt met de waterbeheerders. In de gewenste situatie is er ten opzichte van de referentiesituatie (geldende bestemmingsplan / maximale bebouwing) geen toename van de mate van de bebouwing en/of het verharde oppervlak. Het beoogde bouwplan heeft hierdoor geen (negatieve) invloed op de waterhuishouding. De bestaande lozing van het hemel- en bedrijfsafvalwater worden in de gewenste situatie niet gewijzigd.

Ter plaatse is voor de afvoer van het bedrijfsafvalwater een vuilwaterriool aanwezig. Het hemelwater afkomstig de nieuwe hal wordt met behulp van een dakgoten opgevangen. Dit hemelwater wordt ter plaatse gebufferd in een wadi en vervolgens geïnfiltreerd in de bodem. In de gewenste situatie omvat de toename aan verharding in totaal 2.606 m2 (nieuwe hal + erfverharding). Op grond van het beleid van het Waterschap Rijn en IJssel dient per m2 een bergingscapaciteit van 40 mm te worden gerealiseerd. In onderhavige situatie wordt op het noordelijke deel van het terrein / perceel een wadi gerealiseerd met een minimale inhoud van (2.606 x 40 mm.) 104,3 m3. Deze hemelwateropvang is op de bijgevoegde tekeningen alsmede als bijlage 8 opgenomen.

5.4

Externe veiligheid

Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico’s voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt van het beleid is, dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet in relevante situaties de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (het groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord binnen het invloedsgebied. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in de "Besluit externe veiligheid transportroutes " (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Uit de provinciale risicokaart, eindrapporten over het basisnet en actuele informatie over relevante risicobronnen binnen de gemeente blijkt dat het projectgebied niet ligt binnen:

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

24

• het invloedsgebied van een Bevi-inrichting; • de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; • de veiligheidscontouren van defensie; • het invloedsgebied van een basisnetroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; • over de weg, het spoor of over het water; • het invloedsgebied van een relevante buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling c.q. de realisatie van de nieuwe hal.

5.5

Verkeer en parkeren

Een nieuwe functie mag niet leiden tot problemen in de verkeersafwikkeling of tot parkeeroverlast. In onderhavige situatie is sprake van een bestaande bedrijfsvoering met bijbehorende infrastructuur. De vervoersbewegingen kunnen worden afgewikkeld via de bestaande aansluiting op de Lichtenvoordestraatweg en kan derhalve via de bestaande infrastructuur plaatsvinden. Parkeren zal op het eigen terrein gaan plaatsvinden. Op grond van de Beleidsregel Parkeernormen gemeente Aalten dienen ten behoeve van onderhavig bedrijf in het buitengebied van Aalten 0,8 parkeerplaatsen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte aanwezig te zijn. De totale bedrijfsvloeroppervlakte omvat maximaal 5.588 m2. Hierdoor dienen ter plaatse op eigen terrein 45 parkeerplaatsen aanwezig te zijn. Momenteel zijn er binnen het bedrijf ongeveer 30 plaatsen aanwezig voor het parkeren van auto’s van personeel en bezoekers. Dit aantal plaatsen is reeds ruim afdoende om de betreffende auto’s te stallen. Om de benodigde extra parkeerplaatsen voor het personeel en bezoekers te bewerkstelligen, zal voor de nieuwe hal een verharding worden aangelegd. Op deze verharding kunnen ongeveer 15-20 auto’s voor personeel en bezoekers worden gestald (zie onderstaande figuur). Gelet op voornoemde zijn er in de gewenste bedrijfsopzet voldoende parkeerplaatsen aanwezig om de betreffende auto’s op eigen terrein te stallen.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

25

5.6

Milieuaspecten

5.6.1 Bodemkwaliteit De bodemkwaliteit dient geschikt te zijn voor het toekomstig gebruik. Ter plaatse van de beoogde nieuwe hal is sprake van agrarische cultuurgrond (bestemming wonen / agrarisch). De nieuwe hal wordt gebruikt voor het stallen van werktuigen en machines. Ter plaatse zal geen sprake van zijn van langdurig verblijf door mensen (< 2 uur per dag). Om eventuele toekomstige bodem- en grondwaterverontreiniging te voorkomen wordt ook de nieuwe hal uitgevoerd met een vloeistofkerende vloer. Gelet op deze bodembeschermende maatregelen behoeft derhalve niet te worden gevreesd voor een verontreiniging van de boden en/of het grondwater.

5.6.2 Geluid In onderhavige situatie is sprake van een reeds lang bestaand agrarisch loonwerk-, mechanisatie en grondverzetbedrijf aan de Lichtenvoordsestraatweg 91 in het buitengebied van Aalten / Barlo. De locatie is gelegen nabij de drukke doorgaande provinciale weg (Hamelandroute) van Lichtenvoorde naar de Duitse grens. Ten behoeve van de gewenste bedrijfsopzet / realisatie van de nieuwe hal is ter plaatse van de omliggende woningen de geluidsbelasting in de huidige situatie / bedrijfsvoering inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is de geluidsbelasting in de gewenste situatie / bedrijfsvoering inzichtelijk gemaakt en vergeleken met de bestaande situatie. Voornoemde is inzichtelijk gemaakt in het akoestisch rapport dat is opgesteld door Adviesbureau De Haan (9 mei 2018 // bijlage 5). De geluidsbelasting is inzichtelijk gemaakt op basis van de representatieve bedrijfssituatie, de maximale geluidsniveaus in combinatie de indirecte hinder als gevolg van het in werking zijn van de inrichting in de bestaande en nieuwe situatie. In de rapportage is het volgende opgenomen:

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

26

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

27

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

28

Uit het akoestisch onderzoek komende de volgende conclusies naar voren:

Gelet op voornoemde blijkt dat in de gewenste situatie wordt voldaan aan de normstelling zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit / geldende geluidbeleid van de gemeente Aalten. Ten aanzien van de gewenste bedrijfsopzet / beoogde bouwplan zullen door CWV Barlo de volgende geluidreducerende maatregelen worden getroffen: • het plaatsen van een geluidscherm met een hoogte van 2,75 meter tussen de voor-/zijgevel van de nieuwe hal (noordzijde) en de Lichtenvoordsestraatweg. Dit geluidscherm is ook weergeven op bij deze aanvraag behorende tekeningen; o wand => steen / corven – hoogte 2,75 m. – massa 10 kg/m2 • het isoleren van de nieuwe hal. De zijgevel van de nieuwe hal wordt geïsoleerd uitgevoerd conform de toezegging van CWV Barlo aan de bewoners van de woning Lichtenvoordsestraatweg 93. De akoestisch adviseur is van mening dat deze isolatie slechts een zeer beperkt effect heeft op de geluidsbelasting ter plaatse van de omliggende woningen. Echter gelet op de gedane toezegging en om te voorkomen dat de nieuwe hal eventueel als klankkast gaat fungeren wordt de zijgevel van deze nieuwe hal toch geïsoleerd uitgevoerd; o zijgevel => geperforeerd damwand - 150 mm. Steenwol – massa 10 kg/m2 • instructies aan het personeel met betrekking tot het gebruik van voertuigen op het bedrijfsterrein.

Op basis van de geluidsreducerende maatregelen, welke ook op de bijbehorende tekeningen zijn aangegeven, wordt getracht om de geluidsbelasting zo laag mogelijk te houden en eventuele geluidsoverlast te voorkomen.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

29

5.6.3 Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichts bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit(NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diversie regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Projecten die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in het NSL in de provincies c.q. regio’s waar overschrijdingen plaatsvinden. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland SAB 20 onder de grenswaarden ligt.

Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 ųg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is significant is ten opzichte van een etmaal. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein.

Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming: Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden. In de gewenste situatie is geen sprake van een toename van de vervoersbewegingen. Daarnaast wordt de afstand tot de omliggende woningen niet verkleind. De nieuwe hal zorgt daarnaast voor een afscherming van het terrein tot de naastgelegen woningen aan de noord/noordoostzijde. Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan van deze omvang “niet in betekenende mate” bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

30

5.6.4 Geur & stof Binnen de inrichting / in de nieuwe hal worden geen geurgevoelige producten opgeslagen. De aanwezige opslag op het buitenterrein voldoet aan de gestelde eisen uit het Activiteitenbesluit. Daarnaast worden (stuifgevoelige) producten opgeslagen in een silo (kalk) de daarvoor bestemde opslagvakken met een beperkte hoogte (zand). In geval van langdurige droogte wordt de buitenopslag en/of het buitenterrein met behulp van water worden bevochtigd om eventuele ongewenste stofverspreiding te voorkomen.

5.6.5 Invloed andere inrichtingen // VNG brochure In de directe omgeving bevinden zich geen relevante andere bedrijven en/of agrarische veehouderijen. In de VNG-uitgave “Bedrijven en milieuzonering 2009” zijn richtafstanden voor bedrijven opgenomen. Voor onderhavig agrarisch loon-, mechanisatie en grondverzetbedrijf is een richtafstand van 50 meter opgenomen (SBI 2008 – 016). Deze minimale afstand is gebaseerd op het aspect “geluid”. In de nieuwe loods worden alleen machines en werktuigen gestald. Het bouwplan en de bijbehorende activiteiten zijn derhalve relevant ten aanzien van het aspect. In de gewenste situatie bedraagt de afstand tussen de gevel van de nieuwe hal en de woning Lichtenvoordsestraatweg 93 ruim 25 meter (zie onderstaande figuur). In de gewenste situatie wordt derhalve niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

31

Van de genoemde richtafstand van 50 meter uit de VNG-uitgave kan echter, mede gelet op gestelde in de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 10 januari 2018, gemotiveerd worden afgeweken. Ten behoeve van onderhavige aanvraag / bouwplan is de geluidsbelasting in de bestaande en nieuwe situatie inzichtelijk gemaakt. Uit het akoestisch onderzoek (zie ook paragraaf 5.6.2) blijkt dat wordt voldaan aan het gestelde in het Activiteitenbesluit en gemeentelijke geluidbeleid. Daarnaast blijkt het akoestisch onderzoek dat als gevolg van het bouwplan van de nieuwe hal ter plaatse van de maatgevende woning van derden (woning Lichtenvoordsestraatweg 102) geen verslechtering optreed en dat ter plaatse van de naastgelegen woning van derden aan de Lichtenvoordsestraatweg 93 een aanzienlijke reductie van de geluidsbelasting optreedt (minimaal 4 dBA). Gelet op voornoemde kan in de gewenste situatie, als gevolg van de afschermende werking van de nieuwe hal en mede door het doorvoeren van de genoemde (aanvullende) geluidsreducerende maatregelen, worden gesproken van een verbetering van de situatie ten aanzien van het aspect geluid. In de gewenste situatie is hierdoor geen sprake van een verslechtering (verbetering) van het woon- en leefklimaat in de directe omgeving.

Op basis kan worden gemotiveerd worden afgeweken van de genoemde richtafstand van 50 meter uit de VNG-brochure en wordt het bouwplan in het kader van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar geacht. 5.6.6 Energie en duurzaamheid Bij de realisatie van de nieuwe hal worden alleen duurzame bouwmaterialen toegepast (o.a. hout met FSC-keurmerk). Daarnaast worden op de bestaande en nieuwe bedrijfsgebouwen zonnepanelen aangebracht. In totaal wordt ongeveer 3.000 m2 aan zonnepanelen aangebracht op de daken. In onderstaande situatieschets is de beoogde realisatie van de zonnepanelen op de daken weergegeven.

Door het toepassen van deze zonnepanelen kan volledig worden voorzien in het eigen elektriciteitsverbruik (á 40.000 kWh per jaar). De overtollige elektriciteit wordt via het netwerk van Liander terug geleverd. ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

32

Het verbruik aan aardgas (ong. 4.500 m3 per jaar) en leidingwater (700 m3) is zeer beperkt en noodzakelijk voor respectievelijk het verwarmen van de bedrijfsgebouwen (o.a. werkplaats, kantine etc.) en ten behoeve van drinkwater en water voor sanitaire voorzieningen. Op het verbruik van deze zaken kan geen verdere reductie meer worden bewerkstelligd. Gelet op voornoemde is sprake van een duurzame ontwikkeling en is de bedrijfsvoering van CWV ten aanzien van het elektriciteitsverbruik volledig zelfvoorzienend.

5.7

WNB/PAS – stikstofdepositie

De emissie van stikstofverbindingen vanuit een inrichting kunnen leiden tot een stikstofdepositie op nabij gelegen natuurgebieden. Ook vanuit de inrichting van CWV Barlo worden stikstofverbindingen geëmitteerd. In dit geval is dat het zogenaamde NOx, dat ontstaat als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen. In de situatie bij CWV Barlo zijn de volgende bronnen / activiteiten aanwezig waarbij een emissie van NOx ontstaat: •

verkeersbewegingen vrachtwagens (2 per dag)

•

verkeersbewegingen licht verkeer zoals auto’s en bestelbussen (totaal max. 55 bewegingen per dag)

•

verkeersbewegingen tractoren & machines (totaal 38 bewegingen per dag)

• gebruik van machines (tractoren, heftruck, shovel, kraan etc.) op eigen terrein Voor het uitvoeren van depositieberekeningen is het programma “Aerius” aangewezen. De input van deze berekening is gebaseerd op de gegevens zoals deze ten grondslag liggen aan het akoestisch onderzoek behorende bij onderhavig project. De Aeriusberekening (26 april 2019) is als bijlage 9 bij deze toelichting gevoegd. Uit de Aeriusberekening blijkt vervolgens dat de emissie van NOx afkomstig van CWV Barlo niet leidt tot een significante / noemenswaardige stikstofdepositie ter plaatse van de beschermde Natura200 gebieden. In het kader van de Wet Natuurbescherming /Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) behoeft derhalve geen melding en/of vergunningaanvraag bij de provincie Gelderland te worden ingediend.

5.8

Activiteitenbesluit

De activiteiten van CWV Barlo (agrarisch loon-, mechanisatie en grondverzetbedrijf) vallen van rechtswege onder het gestelde in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit betekent dat de bedrijfsvoering van CWV Barlo ten aanzien van de milieu-aspecten dient te voldoen aan de geldende normen en voorschriften uit de besluit. Ten behoeve van de gewenste bedrijfsopzet wordt gelijktijdig met onderhavige aanvraag voor de project-omgevingsvergunning Wabo een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer ingediend.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

33

5.9

Landschappelijke inpassing

Ten behoeve van de beoogde bedrijfsopzet van CWV Barlo en het beoogde bouwplan voor de nieuwe hal is door Natuurbank Overijssel een plan voor de landschappelijke inpassing opgesteld. Dit plan is als bijlage 7 toegevoegd. Het inpassingsplan is opgesteld op basis van een analyse van het huidige erf, het omringende landschap en abiotische omstandigheden zoals bodemtype en grondwater. Daarnaast is bij het opstellen van het plan rekening gehouden met het beleid (LOP) en de eisen van gemeente Aalten. Naast een advies voor inrichting van het erf en uit te voeren inrichtingsmaatregelen, is in het rapport een advies opgenomen ten aanzien gewenste beheer van de beplanting. Het nieuwe erfontwerp is tot stand gekomen op basis van een ruimtelijke analyse waarbij gekeken is naar de aanwezige erfbeplanting, de functies van het erf, de nieuwe wenselijke ontwikkelingen, het omringende landschap en streekeigen- karakteristieke beplanting. Bij de ontwikkeling van het erfbeplantingsplan zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Streekeigen beplanting Als plantmateriaal voor nieuwe beplanting wordt streekeigen beplanting gebuikt. Dit is beplanting welke karakteristiek is voor het landschap en geschikt is op de locatie (bodem, water). Naast het aanleggen van beplanting, kan het zinvol om bestaande niet inheemse beplanting te verwijderen en al dan niet te vervangen voor inheems plantmateriaal.

Het erfbeplantingsplan voorziet in de aanleg van de volgende onderdelen: • Aanleg enkele rij struweelhaag langs de volledige westgrens van het perceel. Deze struweelhaag vervangt de Italiaanse populieren aan de achterzijde van het erf; • Aanleg hakhoutsingel met overstaanders. Deze hakhoutsingel vervangt een kwijnende bomenrij Op de navolgende afbeelding wordt het ontwerp weergegeven.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

34

In onderhavige figuur is het gewenste eindbeeld van de beoogde landschapppelijke inpassing / erfinrichting weergegeven.

Hierna is per element een korte toelichting opgenomen: Struweelrand Een struweelrand is een vrij lage structuurrijke beplantingstrook welke deels uit doornige struiken bestaat. Struweelranden worden ad hoc beheerd waardoor deze zich deels op natuurlijke wijze kunnen ontwikkelen. Struweelranden treffen we veelal aan langs extensief beheerde perceelscheidingen en overhoeken. Hakhoutsingel Hakhoutsingels treffen we meestal aan langs perceelgrenzen en watergangen. De singel bestaat uit een gemende opstand met al dan niet overstaande loofbomen. Door een actief beheer van deze singels zijn het dichte bosschages welke van belang zijn voor kleine zoogdieren en vogels.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

35

Hoofdstuk 5

5.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van deze buitenplanse afwijking.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

De voorgenomen activiteit betreft de realisatie van een nieuwe hal voor het stallen van machines en werktuigen. De initiatiefnemer (CWB Barlo b.v.) draagt zorg voor de financiering van dit project.

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De ontwerp-omgevingsvergunning zal op grond van artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedurende 6 weken voor een ieder ter visie worden gelegd. Gedurende deze periode is het mogelijk om zienswijzen in te dienen bij de gemeente Aalten. Het beoogde bouwplan en de gewenste bedrijfsopzet is door CWV Barlo kenbaar gemaakt bij de omwonenden in de directe omgeving. Hierbij zijn de bewoners geïnformeerd over de plannen. De omwonenden, met uitzondering van de bewoners van de woning Lichtenvoordsestraatweg 93, hebben aangegeven geen onoverkomelijke bezwaren te hebben tegen het beoogde (bouw)plan. Gelet op voornoemde kan worden gesteld dat in de directe omgeving voldoende draagvlak is voor het plan.

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

36

Bijlage 1

Plattegrondtekening

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

37

Bijlage 2

Bouwtekeningen nieuw hal

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

38

Bijlage 3

Besluit college van B&W Aalten

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

39

Bijlage 4

Besluit Gemeenteraad van Aalten / aangenomen amendement

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

40

Bijlage 5

Rapport akoestisch onderzoek (Adviesbureau De Haan)

ROB – CWV Barlo b.v., Lichtenvoordsestraatweg 91 te Aalten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=dac0e15d-de38-405c-b1d9-9198be7b8099