Landelijk gebied, herziening 2022_Regels.pdf
Tekst van het document
Regels
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
3
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
4
Inhoudsopgave Regels
Regels
3
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
7 7 17
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch met waarden Bedrijf Bos Cultuur en ontspanning Natuur Recreatie - Recreatiewoningen Wonen - 1 Waarde - Archeologie Waarde - Archeologie hoge verwachting Waarde - Archeologie gematigde verwachting Waarde - Archeologie lage verwachting
19 19 29 41 46 47 48 50 53 63 66 69 72
Hoofdstuk3 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21
Algemene regels Algemene bouwregels Algemene regels ten aanzien van het stellen van nadere eisen Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Vrijwaringszone spoor en weg Parkeren
75 75 77 78 79 80 82 83
Hoofdstuk4 Artikel 22 Artikel 23
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
85 85 86
Bijlagen bij de planregels Bijlage 1
Indicatieve lijst van nevenactiviteiten/hergebruiksactiviteiten
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 3
Parkeernormen gemeente Aalten
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
5
Bijlage 4
ErfinpassingsplanAladnaweg 7 te Aalten
Bijlage 5
ErfinpassingsplanBarloseweg 1-1a te Aalten
Bijlage 6
Vergunning Wnb Barloseweg 9
Bijlage 7
Erfininrichtingsplan CWV Barlo
Bijlage 8
Akoestische maatregelen CWV Barlo
Bijlage 9
ErfinpassingsplanBarloseweg 9 te Aalten
Bijlage 10
ErfinpassingsplanDrenthelweg 1 te Aalten
Bijlage 11
ErfinpassingsplanDrenthelweg 8 te Aalten
Bijlage 12
ErfinpassingsplanGendringseweg 32a-b
Bijlage 13
ErfinpassingsplanHaartseweg 10 te Aalten
Bijlage 14
ErfinpassingsplanHeuvelweg 12 te Aalten
Bijlage 15
ErfinpassingsplanHofstedeweg O 1326
Bijlage 16
ErfinpassingsplanLeemhorstdijk 4 te Aalten
Bijlage 17
ErfinpassingsplanKiefteweg 14 te Aalten
Bijlage 18
ErfinpassingsplanKruisdijk 1 te Aalten
Bijlage 19
ErfinpassingsplanNijmansdijk 18
Bijlage 20
ErfinpassingsplanStokkertweg 7-7a te Aalten
Bijlage 21
ErfinpassingsplanThijsweg 3-3a te Aalten
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
6
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 aan huis gebonden bedrijf Het beroepsmatig verlenen van diensten c.q het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie behouden blijft, door de gebruik(st)er van de woning. 1.2 aan huis gebonden beroep Het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op zakelijk (niet zijnde detailhandel), maatschappelijk, juridisch, administratief, persoonlijk, medisch, therapeutisch, kunstzinnig dan wel ontwerptechnisch gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning met daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, door de gebruik(st)er van de woning. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 achtergevel De denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het gebouw - zonder bijbehorende bouwwerken - alsmede het verlengde daarvan. In hoeksituaties is sprake van slechts één achtergevel, waarbij de oriëntering van de woning bepalend is.
1.6 antenne-installatie Installatie bestaande uit een antenne, een antenne-drager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie 1.7 archeologisch deskundige De regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.8 agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.9 agrarisch bouwvlak Een in het plan als zodanig aangegeven bouwvlak, waarop de agrarische bedrijfsbebouwing met de (bedrijfs)woning is geconcentreerd. 1.10 agrarisch grondgebruik Een agrarische activiteit ten behoeve van agrarisch bedrijfsmatig gebruik of agrarisch hobbymatig gebruik, gericht op het benutten van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
7
1.11 akker- en tuinbouw de teelt van gewassen op open grond; 1.12 archeologisch onderzoek Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet 1988 en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 1.13 archeologische waarden de aan gebieden toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 1.14 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.15 bed-and-breakfast Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een woonhuis en/of bijbehorende bouwwerken dan wel een bedrijfsgebouw en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis. 1.16 bebouwingspercentage het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. 1.17 bedrijf Het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen en/of het leveren van diensten.
1.18 bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit met uitzondering van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de woning. 1.19 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) De totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden-beroep c.q. een bedrijf, kantoor of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.20 bedrijfswoning Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daarin, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.
1.21 beperkt kwetsbaar object Een beperkt kwetsbaar object zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
8
1.22 besloten prostitutie Een besloten inrichting waarin prostitutie wordt uitgeoefend of de uitoefening ervan wordt aangeboden (onder andere erotische massagesalons, seksclubs, privé-huizen, thuisprostitutie en escortbedrijf). 1.23 bestaand Op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan aanwezig(e) a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan rechtens bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag vóór het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtens bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime. 1.24 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.25 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.26 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.27 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk, met een dak.
1.28 boomkwekerij Een bedrijf dat uitsluitend of hoofdzakelijk is gericht op het produceren van houtachtige gewassen. 1.29 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.30 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.31 bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.32 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
9
1.33 bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.34 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.35 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.36 bouwwijze De wijze van bouwen van een woning, te weten vrijstaand, twee-aaneen (halfvrijstaand) of aaneengebouwd, waarbij a. onder “vrijstaand” wordt verstaan dat de woning niet begrensd is door scheidingsmuren; b. onder “twee-aaneen” wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning naar één zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdgebouw is begrensd. 1.37 cultuurhistorischewaarde De aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.38 dagrecreatie: Activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan. 1.39 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.40 escortbedrijf Een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig is, aanbiedt om prostitutie te verrichten, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (onder andere escortservice en bemiddelingsbureaus). 1.41 evenement Een voor het publiek toegankelijke uitvoering/verrichting van vermaak op het gebied van sport, muziek dan wel op sociaal-cultureel terrein, zoals periodieke en/of incidentele (sport)manifestaties of -wedstrijden, concerten, buurt-, oogst-, zomer- of Oranjefeesten, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen, shows, thematische beurzen en/of markten. 1.42 extensieve (dag)recreatie Recreatief medegebruik waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en naar de aard, omvang en schaal daarmee gelijk te stellen voorzieningen.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
10
1.43 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.44 gastenverblijf een gebouw of deel van het gebouw dat dient als logeer- of overnachtingsruimte waarbij: a. de gast elders, niet op het bij de betreffende woning behorende perceel, zijn of haar hoofdverblijf heeft; b. de gast slechts gedurende een deel van het jaar bij de bewoner van de betreffende woning logeert. 1.45 glastuinbouw Een agrarisch bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen onder glas of daarmee gelijk te stellen materialen. 1.46 groepsaccommodatie Een (deel van een) gebouw, geen appartement zijnde, dat blijkens haar indeling geschikt en bestemd is voor een groep of groepen van personen te dienen als recreatief dag- en nachtverblijf. 1.47 grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarische bedrijfsvoering, waarbij de productie voor méér dan de helft afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond (als productiemiddel) waar het bedrijf over kan beschikken, waaronder een melkrundveehouderijbedrijf, een melkgeitenhouderijbedrijf, een schapenhouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een vollegronds tuin-bouwbedrijf, een productiegerichte paardenhouderijbedrijf, en naar de aard daarmee gelijk te stellen agrarische bedrijven.
1.48 hoofdbouwmassa De aaneengesloten bebouwing waarin de woning is opgenomen, te weten de woonruimte met de direct en volledig (en dus niet met een tussenlid) aangrenzende deel of soortgelijke inpandige ruimte, met uitzondering van aangebouwde bijbehorende bouwwerken. 1.49 hoofdgebouw Een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.50 horecabedrijf Een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.51 horeca categorie 1 Een horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, zoals plattelandsontwikkeling en dagrecreatie, zoals een ijssalon, theetuin, een ontvangstruimte, en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
11
1.52 horeca categorie 2 Een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maaltijden en/of (alcoholische) dranken, zoals een bar, (grand)café, eetcafé, restaurant, café-restaurant en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. 1.53 horeca categorie 3 Een horecabedrijf, dat voornamelijk is gericht op het 's avonds en/of 's nachts verstrekken van (alcoholische) dranken en waar tevens gelegenheid wordt geboden tot dansen of vergelijkbaar vermaak, zoals een bar-dancing, discotheek, nachtclub en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. 1.54 horeca categorie 4 Een horecabedrijf, dat in hoofdzaak is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van logies, zoals een hotel, motel, pension en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijf, al dan niet in combinatie met een restaurant of een café-restaurant.
1.55 intensieve veehouderij Een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het houden van dieren, zoals een rundveemesterij (exclusief vetweiderij), een varkens-, vleeskalver- of pluimveehouderij, of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen en (nagenoeg) geen weidegang, met uitzondering van bedrijfsvoeringen waarin dieren worden gehouden overeenkomstig de regels ten aanzien van de biologische productiemethoden. 1.56 kampeermiddel Een tent, een tentwagen/vouwcaravan, een kampeerauto/camper of een caravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Onder kampeermiddelen wordt niet verstaan: stacaravans, chalets en trekkershutten. 1.57 kampeerterrein Terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.58 kantoor Een ruimte of bij elkaar horende ruimten die bestemd is/zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of administratieve dienstverlening.
1.59 kleinschalig kampeerterrein Kampeerterrein voor maximaal 25 kampeerplaatsen, waarbij uitsluitend gedurende de periode 15 maart tot en met 31 oktober en tijdens de Kerstvakantie(gedurende de periode tussen 15 december en 15 januari) kampeermiddelen aanwezig mogen zijn. In de mei- en zomervakantie, in het Paasweekend en in de week waarin Hemelvaartsdag valt tot en met de week van Tweede Pinksterdag mogen ten hoogste 40 kampeermiddelen aanwezig zijn. 1.60 kwetsbaar object Een kwetsbaar object zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
12
1.61 landschapswaarden De aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht. 1.62 nadere eis Een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening. 1.63 negatief effect op een Natura 2000-gebied door stikstofdepostitie Elke toename van stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol stikstof) per hectare per jaar op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied. 1.64 niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering Een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt, en die als zodanig niet afhankelijk is van agrarische gronden als productiemiddel, zoals een intensieve veehouderij. 1.65 normaal onderhoud en beheer Werkzaamheden met het doel objecten in zodanige conditie te houden of te brengen dat voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt.
1.66 ondersteunende horeca een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek is ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren 1.67 openlijke prostitutie Het openlijk, op of vanaf het openbaar gebied zichtbaar, door houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten te bewegen om tegen een vergoeding seksuele of erotische handelingen te verrichten, het daartoe uit te nodigen of aan te lokken (onder andere raamen straatprostitutie). 1.68 opslag De opslag van goederen gedurende een langere termijn, zonder dat deze een bedrijfsmatige bewerking ondergaan en zonder dat deze ter plekke verhandeld worden, zoals meubilair, wit- en bruingoed, brocante, stellingen, bouwmaterialen, vervoersmiddelen, caravans, oldtimers, oude landbouwwerktuigen en dergelijke, (seizoens)goederen van bijv. evenementen en horeca, een en ander met inachtneming van de eisen van veiligheid en milieu; klein(e) aanpassingen, onderhoud, montage, herstel, verduurzaming en/of schoonmaak worden in dit kader niet als een bedrijfsmatige bewerking gezien. 1.69 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.70 overkapping Een voor mensen toegankelijke, overdekte en zonder wanden omsloten ruimte.
1.71 paardenbak Een (omheind) terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal waar paarden vrije uitloop kunnen hebben en waar paarden kunnen worden getraind.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
13
1.72 paardenhouderij Een agrarisch bedrijf gericht op het fokken van (sport)paarden, het houden, stallen of africhten van paarden ten behoeve van de vlees- en/of melkproductie, handel en/of de gebruiksgerichte paardenhouderij. 1.73 paardenhouderij, gebruiksgerichte Paardenhouderij waar het rijden met paarden primair gericht is op de ruiter/amazone. 1.74 paardenhouderij, productiegerichte Paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan/met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten en trainen en verhandelen van paarden. 1.75 perceelsgrens De scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door éénzelfde gebruiker worden benut. 1.76 permanente bewoning Bewoning door een persoon of door groepen van personen, zoals bedoeld in de Wet basisregistratie personen, van een voor wisselende bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats. 1.77 plan Het bestemmingsplan 'Landelijk gebied, herziening 2020' met identificatienummer NL.IMRO.0197.BP00111-VG01 van de gemeente Aalten. 1.78 plattelandswoning Een voormalige agrarische bedrijfswoning die door derden, die geen functionele binding hebben met het bedrijf, mag worden bewoond.
1.79 prostitutiebedrijf Een natuurlijk persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig is, zich beschikbaar stelt of aanbiedt om tegen een vergoeding seksuele of erotische handelingen te verrichten. 1.80 recreatief wonen of recreatiewoonverblijf Uitsluitend bewoning vanuit een recreatieve doelstelling, door een persoon of door groepen van personen die hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben. 1.81 seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.82 slopen Het geheel of gedeeltelijk afbreken.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
14
1.83 staat van bedrijfsactiviteiten Een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen. 1.84 staloppervlak De gezamenlijke oppervlakte van de vloeren van de stallen, die kunnen worden gebruikt voor het houden van dieren, inclusief de voerpaden en centrale gangen, maar exclusief opslagruimten en daarmee gelijk te stellen ruimten. 1.85 stikstofdepositie Neerslag van stikstofverbindingen uit de atmosfeer op een habitat, waarbij de belasting, op een punt binnen het habitat, wordt uitgedrukt in mol N/ha/jr en de belasting op het habitat in geheel in mol N/jr. 1.86 teeltondersteunende voorzieningen Voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om één of meer van de volgende doelen na te streven: a. verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; b. verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; c. bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water).
Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: aardbeiteelttafels, afdekfolies, antiworteldoeken, boomteelthekken, hagelnetten, insectengazen, plastic tunnels, ondersteunende kassen, schaduwhallen en vraatnetten. Knalapparatuur wordt niet aangemerkt als teeltondersteunende voorziening. 1.87 trekkershut Een (houten) huisje met uitsluitend slaap- en kookgelegenheden, zonder verwarming of sanitaire voorzieningen, dat dienst doet als overnachtingsgelegenheid. 1.88 veeplateau Een plateau dat er voor zorgt dat vee beschikt over twee verblijfsniveaus en dat tot doel heeft de verblijfsruimte van vee te vergroten en niet tot doel heeft het aantal stuks vee per vierkante meter stal te vermeerderen. 1.89 voor stikstofgevoelige habitats Voor stikstof gevoelige leefgebieden voor vogelsoorten, natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor een instandhoudingsdoelstelling geldt. 1.90 voorgevel de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een gebouw dan wel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw. 1.91 voorgevellijn De lijn (in hoeksituaties: de lijnen) waarin de naar de weg of ander openbaar gebied gekeerde gevel(s) van het dichtst bij die weg of ander openbaar gebied gelegen gebouw is (zijn) gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.92 wkk-installatie Stookinstallatie, bestemd voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
15
1.93 wonen Permanente bewoning door één afzonderlijk huishouden in een woning. 1.94 woning Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden (één verblijfsobject met een woonfunctie).
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
16
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Wijze van meten Bij de toepassing van de regels van het plan wordt als volgt gemeten: dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. goothoogte Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel Voor wat betreft woningen wordt bij de toepassing van de goothoogte niet meegerekend: maximaal een derde van de gezamenlijke goot- en/of boeiboordlengten; bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. inhoud van een gebouw Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken; dakkapellen, dakopbouwen, kelders en onderbouwen tellen niet mee bij de inhoud. Voor wat betreft woningen wordt bij de toepassing van de inhoud niet meegerekend: bijbehorende bouwwerken, tenzij anders aangegeven. oppervlakte van een gebouw tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidsmuren en boven de begane grondvloer. Voor wat betreft woningen wordt bij de toepassing van de oppervlakte niet meegerekend: bijbehorende bouwwerken, tenzij anders aangegeven.
afstand tot de perceelgrens tussen grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is. peil voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg of pad grenst: de hoogte van die weg of dat pad ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse. 2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bebouwingsvlakken, bouwpercelen of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als goot- en kroonlijsten, dorpels, plinten, regenpijpen, pilasters, stoeptreden, kozijnen en dergelijke ondergeschikte bouwedelen buiten beschouwing gelaten.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
17
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
18
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. een grondgebonden agrarisch bedrijf; c. een akker- en/of tuinbouwbedrijf, niet zijnde glastuinbouw; d. het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering in een bedrijfswoning; e. behoud, herstel en ontwikkeling van kleinschalige landschapselementen, zoals bosjes, houtwallen en poelen; f. productiebossen. met bijbehorende bouwwerken, voorzieningen, paden en erfontsluitingswegen. 3.1.2 Tevens zijn de gronden bestemd voor: a. de uitoefening van nevenactiviteiten als bedoeld in bijlage Indicatieve lijst van nevenactiviteiten/hergebruiksactiviteiten met inachtneming van de onderscheiden aanduidingen, uitsluitend binnen een bouwvlak, met dien verstande dat: 1. het hiervoor gebruikte oppervlak maximaal 50% van de aanwezige bebouwing, tot een absoluut maximum van 350 m2 mag bedragen; 2. de nevenactiviteiten uitsluitend binnen bestaande bebouwing is toegestaan en voor zover het activiteiten betreft op het gebied van dagrecreatie en zorg de activiteiten ook in de openlucht mogen worden uitgeoefend en het hiervoor gebruikte oppervlak maximaal 100 m2 mag bedragen; 3.
alle vormen van verblijfsrecreatie, met uitzondering van het verblijf in kampeermiddelen, in de hoofdbouwmassa van de bedrijfswoning dienen plaats te vinden, met dien verstande dat het gebruik van één vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten behoeve van verblijfsrecreatie is toegestaan waarbij de exploitatie uitsluitend mag worden uitgeoefend door de hoofdbewoner en/of eigenaar b. ondergeschikte horeca, uitsluitend binnen een bouwvlak, met dien verstande dat de oppervlakte van de bedrijfsgebouwen ten behoeve van deze functie niet meer mag bedragen dan 150 m2; c. watergangen ten behoeve van de waterhuishouding; d. extensieve (dag)recreatie; e. zonnepanelen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie uitsluitend binnen een agrarisch bouwvlak en ten behoeve van de energievoorziening; f. de bestaande schuilgelegenheden, paardenbakken, sleufsilo's, kuilvoerplaten, foliebassins met bijbehorende omheiningen, bezinkbassins en/of mestzakken en/of daarmee gelijk te stellen voorzieningen buiten het agrarisch bouwvlak; g. sleufsilo's, kuilvoerplaten, foliebassins met bijbehorende omheiningen, bezinkbassins en/of mestzakken en/of daarmee gelijk te stellen voorzieningen; h. het hobbymatig beweiden van agrarische gronden en/of akker- dan wel tuinbouw, waaronder volkstuinen; i.
de bestaande nevenactiviteiten voor zover deze niet voldoen aan het bepaalde onder a; j. een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning'; k. detailhandel in ter plaatse geproduceerde goederen, uitsluitend binnen het agrarisch Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
19
bouwvlak tot een maximum oppervlakte van 50 m2 met bijbehorende bouwwerken, voorzieningen, toegangs- en ontsluitingswegen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Bedrijfsgebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend binnen een agrarisch bouwvlak toegestaan, tenzij in deze regels anders is bepaald; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de aangegeven bouwhoogte het maximum is voor dat (deel van het) bouwvlak c. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 200 en niet meer dan 600 dan wel de bestaande kleinere of grotere dakhelling met dien verstande dat voor zover de bouwhoogte van een (deel van een) gebouw niet meer bedraagt dan 4 m dan wel het een technische installatie betreft (bijvoorbeeld een luchtwasser), de dakhelling van dat (deel van het) gebouw minimaal 00 en maximaal 600 bedraagt; d. de gezamenlijke oppervlakte van kassen ten dienste van het agrarisch bedrijf mag niet meer bedragen dan respectievelijk 200 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 4,5 m; e. in afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.1, onder d mag de gezamenlijke oppervlakte van kassen ten dienste van het tuinbouwbedrijf niet meer bedragen dan de oppervlakte van het agrarisch bouwvlak en de bouwhoogte niet meer dan 6 m. 3.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a.
per bouwvlak is één woning toegestaan, dan wel ten hoogste het aangegeven aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; b. een woning is slechts toegestaan op de bestaande locatie binnen het agrarisch bouwvlak; met dien verstande dat indien binnen het bouwvlak de aanduiding 'bedrijfswoning' is aangegeven het hoofdgebouw daarbinnen moet worden gebouwd; c. de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen; d. de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen, danwel maximaal de hoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'; e. de dakhelling bedraagt minimaal 20° en maximaal 60°; f. de inhoud mag maximaal 750 m3 bedragen; g. in afwijking van het hiervoor bepaalde is de bestaande grotere hoogte, goothoogte en/of inhoud en de bestaande kleinere of grotere dakhelling toegestaan. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij de bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende bepalingen: bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen zijn uitsluitend binnen een agrarisch bouwvlak toegestaan, tenzij in deze regels anders is bepaald a. de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 150 m2 per woning bedragen; b. de bouwhoogte mag maximaal de bestaande bouwhoogte van het hoofdgebouw minus 1 m bedragen tot een maximum bouwhoogte van 7 m; c.
de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; met dien verstande dat bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bedrijfswoning zodanig gesitueerd moeten zijn dat: d. de onderlinge afstand tussen de bedrijfswoning en de bijbehorende bouwwerken/overkappingen mag maximaal 25 m bedragen;
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
20
e. bijbehorende bouwwerken en overkappingen moeten minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gesitueerd. 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, is toegestaan conform het bepaalde in onderstaande tabel en met inachtneming van de onder de tabel uitgewerkte maatvoerings- en situeringseisen: erf- en vlaggenmas hooibergen overige teeltondersteun teeltonderst terreinten en bouw- ende eunende afscheidin en antennes voedersilo's werken, voorzieningen voorziening gen en geen met en t.b.v. sleufsilo's gebouw uitzondering fruit- en zijnde van boomteelt voorzieningen t.b.v. fruit- en boomteelt. binnen het 2m 10 m 15 m 8m 4,5 m 4,5 m agrarisch bouwvlak buiten het 1,25 m niet niet 1m 2,5 m 4,5 m agrarisch toegestaan toegestaan bouwvlak* * sleufsilo's en mestopslagplaatsen zijn niet buiten het agrarisch bouwvlak toegestaan, tenzij zulks op basis van deze regels (artikel 3.3.7) is toegestaan. Teeltondersteunende voorzieningen zijn buiten het bouwvlak uitsluitend gedurende 6 maanden per jaar toegestaan en in afwijking hiervan jaarrond toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - jaarrond teeltondersteunende voorzieningen'. Met dien verstande dat: a.
de hoogte van, zonnepanelen zoals bedoeld in artikel 3.1.2 sub l maximaal 3 m mag bedragen ten opzichte van het erf dan wel de bouwhoogte van het bouwwerk waarop wordt gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - sleufsilo' sleufsilo's/kuilvoerplaatsen met wanden met een hoogte van maximaal 3 m zijn toegestaan. 3.2.5 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats, vorm en afmeting van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van een ongestoorde ligging van kabels en leidingen. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Overschrijding bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 voor het overschrijden van bouwgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de vergroting van het fictieve agrarische bouwvlak bedraagt maximaal 0,25 ha; Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
21
b. de vergroting dient noodzakelijk te zijn in het kader van een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf; c. er dient te worden voorzien in landschappelijke inpassing middels streekeigen erfbeplanting. d. de belangen van in de omgeving gelegen functies mogen niet onevenredig worden geschaad; e. de vergroting mag niet leiden tot een onevenredige afbreuk aan het (leef)milieu en het landschap in de omgeving; f. het nieuwe fictieve agrarische bouwvlak dient een compacte vorm te behouden en mag ten hoogste 2,5 ha bedragen. 3.3.2 Goothoogte bedrijfswoningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder d voor het verhogen van de maximale goothoogte van bedrijfswoningen tot een goothoogte van maximaal 7 m. 3.3.3 Vergroten inhoud bedrijfswoning buiten de bestaande hoofdbouwmassa Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder f voor het verhogen van de maximale inhoud van bedrijfswoningen met ten hoogste 75 m3, mits het een vergroting in de vorm van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk betreft. 3.3.4 Vergroten woonruimte binnen de bestaande hoofdbouwmassa Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder f ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning, mits: a.
de vergroting plaatsvindt in de bestaande hoofdbouwmassa; b. vaststaat dat het aantal woningen niet toeneemt; c. de kenmerkende vorm van de hoofdbouwmassa gehandhaafd blijft 3.3.5 Herbouw van een bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2, onder b, voor de herbouw van een bedrijfswoning op een andere dan de bestaande locatie, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden worden niet in onevenredige mate geschaad; b. herbouw plaatsvindt met inachtneming van de bestaande bouwwijze; c. er kan worden voldaan aan de eisen ten aanzien van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 3.3.6 Afwijkende dakhelling Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder d of artikel 3.2.2 onder g voor het toestaan van een afwijkende dakhelling dan ter plaatse is toegestaan 3.3.7 Mestopslagplaatsen, sleufsilo's, bezinkbassins, kuilvoerplaten en daarmee gelijk te stellen bouwwerken a. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.4 voor de bouw van mestopslagplaatsen en sleufsilo's buiten het agrarisch bouwvlak, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1.
per bedrijf bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van mestopslagplaatsen en/of bezinkbassins en/of kuilvoerplaten en daarmee gelijk te stellen bouwwerken buiten Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
22
2.
3. 4.
5.
het agrarisch bouwvlak maximaal 5.000 m2; de mestopslagplaatsen, sleufsilo's en/of bezinkbassins en/of kuilvoerplaten en daarmee gelijk te stellen bouwwerken dienen grenzend aan het agrarisch bouwvlak te worden gebouwd; de bouwhoogte van een mestopslagplaats, sleufsilo, bezinkbassin, kuilvoerplaat of daarmee gelijk te stellen bouwwerk bedraagt maximaal 2 m; de mestopslagplaats, sleufsilo, het bezinkbassin, de kuilvoerplaat of daarmee gelijk te stellen bouwwerk mag niet leiden tot een onevenredige afbreuk aan het (leef)milieu en/of in de omgeving aanwezige functies; er dient te worden voorzien in landschappelijke inpassing middels streekeigen erfbeplanting.
3.3.8 Paardenbakken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1.2 en artikel 3.2.4 voor de bouw en aanleg van één paardenbak op of aansluitend aan een agrarisch bouwvlak en/of bestemmingsvlak “Wonen”, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte maximaal 1.200 m2 bedraagt; b. de kortste afstand tussen de paardenbak en een bouwvlak met de bestemming Agrarisch of de bestemming Wonen bedraagt ten hoogste 20 meter; c. erf- en terreinafscheidingen tot een bouwhoogte van maximaal 1,75 m zijn toegestaan; d. de paardenbak minimaal 30 m vanaf woningen van derden wordt gesitueerd; e. de paardenbak ruimtelijk goed wordt gesitueerd en landschappelijk goed wordt ingepast; f. lichtmasten zijn tot een maximale bouwhoogte van 8 m toegestaan, mits armaturen worden toegepast die overmatige lichtverspreiding (strooilicht) voorkomen 3.3.9 Schuilgelegenheden Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 voor de bouw van schuilgelegenheden voor vee buiten het agrarisch bouwvlak, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de bevoegdheid is niet van toepassing ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone gelders natuurnetwerk' en 'overige zone - groene ontwikkelingszone'; b. de oppervlakte van een schuilgelegenheid bedraagt maximaal 25 m2; c.
schuilgelegenheden mogen uitsluitend worden gebouwd op een terrein van aaneengesloten minimaal 0,5 ha; d. de goothoogte van een schuilgelegenheid bedraagt maximaal 2,5 m; e. de bouwhoogte van een schuilgelegenheid bedraagt maximaal 3,5 m; f. de schuilgelegenheid dient uit oogpunt van ruimtelijke ordening goed op het perceel te worden gesitueerd en landschappelijk te worden ingepast; g. de afstand tot woningen van derden dient ten minste 30 m. te bedragen. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik (laten) nemen van gebouwen, waarvoor op grond van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor de bouw van een agrarisch bedrijfsgebouw is verleend met een omvang van méér dan 1.000 m2, zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen overeenkomstig een door burgemeester en wethouders vast te stellen erfinrichtingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gebouwen overeenkomstig de in lid 1 Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
23
opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de omgevingsvergunning uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het erfinrichtingsplan. 3.4.2 Stikstofdepositie a. Als een met de bestemming strijdig gebruik wordt aangemerkt: het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot een veehouderij die leidt tot een stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied welke stikstofdepositie groter is dan de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige planologische toegestane gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot de veehouderij, met dien verstande dat op de locatie Aladnaweg 19 de aantallen dieren en huisvestingssysteem zijn toegestaan, overeenkomstig onderstaande tabel:
1
Adres
Diersoort
Aantal
Aladnaweg 19
Volwassen pony's
17
Diercategorie RAV-code1 K3
Regeling ammoniak en veehouderij
b. een van het onder a. afwijkende gebruik, onder voorwaarde dat de stikstofdepositie niet toeneemt ten opzichte van de stikstofdepositie, zoals toegestaan onder a. 3.4.3 Omschakeling a. Als een met de bestemming strijdig gebruik wordt aangemerkt: het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een intensieve veehouderij die niet zijn aangeduid als 'intensieve veehouderij'. b. Als een met de bestemming strijdig gebruik wordt aangemerkt: het gebruik van gronden en bouwwerken die zijn aangeduid als'specifieke vorm van agrarisch - akker- en tuinbouw en groenteteelt' ten behoeve van het bedrijfsmatig houden van dieren. 3.4.4 Bouwlaag Het gebruik van een agrarisch bedrijf is niet toegestaan indien binnen gebouwen meer dan één bouwlaag gebruikt wordt voor het houden van dieren, met uitzondering van de bestaande bouwvlakken waarop volière- en scharrelstallen voor pluimvee in meer bouwlagen aanwezig zijn. Op die bouwvlakken mogen dieren in ten hoogste drie bouwlagen worden gehuisvest. Indien in een deel van de stalruimte een veeplateau is gerealiseerd in het kader van dierwelzijn, dan wordt dat plateau niet als een bouwlaag aangemerkt.
3.4.5 WKK-installatie (Warmtekrachtkoppeling) Als een met de bestemming strijdig gebruik wordt aangemerkt: het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een wkk-installatie (warmtekrachtkoppeling) waarmee (bio)gas, verkregen door vergisting van mest en/of de verwerking van biomassa, wordt omgezet in elektriciteit. 3.4.6 Camperplek Het gebruik van een camper ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie camperplaats' met een verblijfsduur van méér dan 72 uur is niet toegestaan.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
24
3.4.7 Spuitzones Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen ten behoeve van uitoefening van fruitteelt is niet toegestaan binnen een afstand van 50 m van bestemmingsvlakken ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies, met uitzondering van bestaand gebruik waarbij de bestaande afstand als minimale afstand dient te worden aangehouden. Onder voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies worden verstaan alle functies met gebouwen behoudens de agrarische bedrijvigheid. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijken spuitzones Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.4.7 ten behoeve van het verkleinen van de in dat artikel opgenomen afstand, mits de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat of van het verblijfsklimaat van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies. 3.5.2 Nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het toestaan van nevenactiviteiten als bedoeld in bijlage Indicatieve lijst van nevenactiviteiten/hergebruiksactiviteitenmet inachtneming van de onderscheiden aanduidingen dan wel nevenactiviteiten die voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die zij veroorzaken gelijk kunnen worden gesteld aan activiteiten als bedoeld in bijlage Indicatieve lijst van nevenactiviteiten/hergebruiksactiviteiten met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.
maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen mag hiervoor worden gebruikt, met inachtneming van de in onderstaande tabel aangegeven maximumoppervlakte in m2 zoals die geldt voor de onderscheiden aanduidingen en met dien verstande, dat bij een combinatie van meer(dere) nevenactiviteiten de laagste oppervlaktenorm bepalend is: overige zone - gelders overige zone - groene overige natuurnetwerk ontwikkelingszone gronden 2 2 Verblijfsrecreatie 500 m 750 m 750 m2 Dagrecreatie 500 m2 750 m2 750 m2 2 2 Horeca 500 m 750 m 750 m2 (uitsluitend categorie 1) Zorg 500 m2 750 m2 750 m2 2 Opslag niet toegestaan 500 m 750 m2 Overige niet toegestaan 500 m2 750 m2 nevenactiviteiten b. voor zover de nevenactiviteiten in de openlucht mogen worden uitgeoefend, in aanvulling op het bepaalde in de tabel, het hiervoor gebruikte oppervlak maximaal 200 m2 mag bedragen; c. horeca-categorie I als nevenactiviteit is toegestaan, waarbij zware horeca niet is toegestaan; d. er dient te worden voorzien in landschappelijke inpassing middels streekeigen erfbeplanting. e. parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige toename van de verkeersaantrekkende werking; g. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet in
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
25
onevenredige mate worden geschaad. 3.5.3 Nieuwbouw nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.5 sub a voor het toestaan van nieuwbouw ten behoeve van een nevenactiviteit als bedoeld in bijlage Indicatieve lijst van nevenactiviteiten/hergebruiksactiviteiten met inachtneming van de onderscheiden aanduidingen, met in achtneming van de volgende voorwaarden: a. de nieuwbouw vindt plaats binnen het agrarisch bouwvlak; b. de bestaande bebouwing waarin de nevenactiviteiten aanwezig zijn wordt gesloopt; c. de oppervlakte van de nevenactiviteiten neemt niet toe; d. de belangen van in de omgeving gelegen functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; e. er dient te worden voorzien in landschappelijke inpassing middels streekeigen erfbeplanting. 3.5.4 Kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het toestaan van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van een kleinschalig kampeerterrein, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing ten behoeve van dit kampeerterrein wordt ontleend aan de bebouwingsregeling voor nevenactiviteiten zoals is bepaald in artikel 3.5.3 onder a; b.
het kampeerterrein dient bij voorkeur binnen, dan wel direct aansluitend aan, het agrarisch bouwvlak gesitueerd te zijn; c. de bijbehorende voorzieningen moeten binnen het agrarisch bouwperceel worden gerealiseerd; d. de belangen van in de omgeving gelegen functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; e. er dient te worden voorzien in landschappelijke inpassing middels streekeigen erfbeplanting. 3.5.5 Afwijken van het gebruik als bedrijfswoning (plattelandswoning) Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.1.1 voor het toestaan van het gebruiken van een bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf als plattelandswoning waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er blijft minimaal één bedrijfswoning binnen het betrokken agrarisch bouwvlak in gebruik als bedrijfswoning; b. het verlenen van de afwijking mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van binnen of buiten het desbetreffende bouwvlak liggende, bestemmingen en functies; c. het verlenen van de afwijking mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en/of leefmilieu van de plattelandswoning als gevolg buiten het agrarisch bouwvlak gelegen bedrijven; d.
het verlenen van de afwijking mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en/of leefmilieu van de plattelandswoning ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit; e. het verlenen van de afwijking voor het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning levert voor het betrokken agrarisch bedrijf geen mogelijkheid op voor het realiseren van een andere (nieuwe) bedrijfswoning; f. voor het overige blijven de bouwregels en de gebruiksregels die van toepassing zijn op de bedrijfswoning die volgens een omgevingsvergunning mag worden gebruikt als
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
26
plattelandswoning ook na het verlenen van de omgevingsvergunning van toepassing, met uitzondering van de nevenactiviteiten als bedoeld in artikel 3.1.2 onder a. 3.5.6 Mestverwerking en -bewerking Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het verwerken en/of bewerken van mest, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de mest is afkomstig van het eigen bedrijf; b. er mag geen sprake zijn van een toename van de depositie NOx (stikstofoxiden)op de Natura 2000 gebieden; c. er is geen sprake van onevenredige afbreuk aan het leefmilieu, natuur en landschap; d. er is geen sprake van een onevenredige aantasting van omliggende functies en waarden; e. er is geen sprake van onevenredige toename van het aantal verkeerbewegingen; f. er dient te worden voorzien in landschappelijke inpassing middels streekeigen erfbeplanting.
3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Het is buiten een bouwvlak verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 3.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van erfontsluitingswegen, paden en andere oppervlakteverhardingen buiten een bouwvlak; b. het aanleggen van (geluids)wallen. 3.6.2 Een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de landschapswaarden dan wel de landschapselementen en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 3.6.3 Een omgevingsvergunning is niet vereist voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden, die behoren tot het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning. 3.7
Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1 Veranderen agrarisch bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het veranderen van de bouwgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de verandering mag niet leiden tot een vergroting van de oppervlakte van het agrarisch bouwvlak; b. de belangen van in de omgeving gelegen functies mogen niet onevenredig worden
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
27
geschaad; c. de verandering mag niet leiden tot een onevenredige afbreuk aan het (leef)milieu en de landschapswaarden in de omgeving; d. er dient sprake te zijn van een goede streekeigen landschappelijke inpassing en erfinrichting; e. er dient een compacte bouwvlakvorm te blijven bestaan. 3.7.2 Vergroten van het agrarisch bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het vergroten van de oppervlakte van het agrarisch bouwvlak, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. na vergroting mag de oppervlakte van het agrarisch bouwvlak maximaal 2,5 ha bedragen; b. de vergroting dient te worden onderbouwd met een bedrijfsontwikkelingsplan, waarmee de economische uitvoerbaarheid vaststaat; c. de belangen van in de omgeving gelegen functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; d. de vergroting mag niet leiden tot een onevenredige afbreuk aan het (leef)milieu in de omgeving; e. er dient sprake te zijn van een goede streekeigen landschappelijke inpassing en erfinrichting; f. er dient een compacte bouwvlakvorm te blijven bestaan.
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
28
Artikel 4 4.1
Agrarisch met waarden
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
agrarisch grondgebruik; een grondgebonden agrarisch bedrijff; een akker- en of tuinbouwbedrijf, niet zijnde glastuinbouw; een productiegerichte paardenhouderij; het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering in een bedrijfswoning; behoud, herstel en ontwikkeling van kleinschalige landschapselementen, zoals bosjes, houtwallen en poelen; g. behoud, herstel en ontwikkeling van de volgende landschapselementen ter plaatse van de aanduidingen: 1.openheid': openheid'; h. productiebossen, met dien verstande dat de uitoefening van productiebos niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'openheid'; met dien verstande dat: 1. de uitoefening van een boomkwekerij of een fruitteeltbedrijf met houtachtige gewassen hoger dan 0,5 m niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'openheid'; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - vee en mest' geen nieuwe geurbronnen, zoals stallen, en mestput of een mestsilo zijn toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling' tevens de bestaande stallingsruimte voor campers en/of caravans met een maximale oppervlakte van 500 m2 is toegestaan; 4.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - mestopslag' uitsluitend de opslag van mest is toegestaan met een maximale omvang van 920 m3, met dien verstande dat het bedrijfsmatig houden van vee niet is toegestaan; met bijbehorende bouwwerken, voorzieningen, paden en erfontsluitingswegen.
4.1.2 Tevens zijn de gronden bestemd voor: a. de uitoefening van nevenactiviteiten als bedoeld in bijlage 1, met inachtneming van de onderscheiden aanduidingen, uitsluitend binnen een bouwvlak, met dien verstande dat: 1. het hiervoor gebruikte oppervlak maximaal 50% van de aanwezige bebouwing, tot een absoluut maximum van 350 m2 mag bedragen; 2. de nevenactiviteiten uitsluitend binnen bestaande bebouwing is toegestaan en voor zover het activiteiten betreft op het gebied van dagrecreatie en zorg de activiteiten ook in de openlucht mogen worden uitgeoefend en het hiervoor gebruikte oppervlak maximaal 100 m2 mag bedragen; 3. alle vormen van verblijfsrecreatie, met uitzondering van het verblijf in kampeermiddelen, in de hoofdbouwmassa van de bedrijfswoning dienen plaats te vinden, met dien verstande dat het gebruik van één vrijstaand bijbehorend bouwwerk ten behoeve van verblijfsrecreatie is toegestaan waarbij de exploitatie
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
29
uitsluitend mag worden uitgeoefend door de hoofdbewoner en/of eigenaar. b. ondergeschikte horeca, uitsluitend binnen een bouwvlak, met dien verstande dat de oppervlakte van de bedrijfsgebouwen ten behoeve van deze functie niet meer mag bedragen dan 150 m2; c. watergangen ten behoeve van de waterhuishouding; d. zonnepanelen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie uitsluitend binnen een agrarisch bouwvlak en ten behoeve van de energievoorziening; e. de bestaande schuilgelegenheden, paardenbakken, sleufsilo's, kuilvoerplaten, foliebassins met bijbehorende omheiningen, bezinkbassins en/of mestzakken en/of daarmee gelijk te stellen voorzieningen buiten het agrarisch bouwvlak; g. sleufsilo's, kuilvoerplaten, foliebassins met bijbehorende omheiningen, bezinkbassins en/of mestzakken en/of daarmee gelijk te stellen voorzieningen; h. het hobbymatig beweiden van agrarische gronden en/of akker- dan wel tuinbouw, waaronder volkstuinen; j. een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning'; k. de bestaande nevenactiviteiten voor zover deze niet voldoen aan het bepaalde onder a; l.
detailhandel, uitsluitend binnen het agrarisch bouwvlak en uitsluitend in ter plaatse geproduceerde goederen tot een maximum oppervlakte van 50 m²; met bijbehorende bouwwerken, voorzieningen, toegangs- en ontsluitingswegen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Bedrijfsgebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend binnen een agrarisch bouwvlak toegestaan, tenzij in deze bouwregels anders is bepaald; b. in afwijking van het gestelde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen niet meer dan de ter plaatse aangegeven oppervlakte mag bedragen; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de aangegeven bouwhoogte het maximum is voor dat (deel van het) bouwvlak; d. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 20° en niet meer dan 60°dan wel de bestaande kleinere of grotere dakhelling met dien verstande dat voor zover de bouwhoogte van een (deel van een) gebouw niet meer bedraagt dan 4 m dan wel het een technische installatie betreft (bijvoorbeeld een luchtwasser), de dakhelling van dat (deel van het) gebouw minimaal 0° en maximaal 60° bedraagt; e. de gezamenlijke oppervlakte van kassen ten dienste van het agrarisch bedrijf mag niet meer bedragen dan respectievelijk 200 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 4,5 m. 4.2.2 Bedrijfswoningen. Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a.
per bouwvlak is één woning toegestaan uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', dan wel ten hoogste het aangegeven aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; b. de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen; Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
30
c. d. e. f.
de goothoogte mag van maximaal 3 m bedragen; de dakhelling mag minimaal 20° en maximaal 60º bedragen; de inhoud mag maximaal 750 m3 bedragen; in afwijking van het hiervoor bepaalde is de bestaande grotere bouwhoogte, goothoogte en/of inhoud en de bestaande kleinere of grotere dakhelling toegestaan.