CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Landelijk gebied, herziening 2022_Regels_Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk gebied, herziening 2022.15.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

1

-`

mr. . Boerda teammanager Vergunningverlening Water Ontgrondingen en Natuur

Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd hiertegen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Postbus 20019, 2500 EA Den Haag). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor het behandelen van het beroepschrift en voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de Raad van State, telefoonnummer (O70) 426 44 26.

Bijlagen Bijlage 1: Berekening aangevraagde situatie Bijlage 2: Kritische depositiewaardes en grenswaardes habitattypes Bijlage 3: Cijfermatig overzicht saldo categorie tot 0,5% 1%

>

~

-

>

3

Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 5 van 11

a. Ingekomen post - 21243

_P_r_9__vinCLe__._._.

GELDERLAND

BIJLAGE 1: Berekening aangevraagde situatie Naam van de berekening: Barloseweg 9 te Aalten aanvraag Gemaakt op: 7-052012 15:46:54 Zwaartepunt X: 236,500 Y: 441,200 Cluster naam: Barloseweg 9 te Aalten Berekende ruwheid: 0,21 m

Emissie

locaties: Gevoelige Volgnr. Naam 1 Korenburgerveen (rand)

12 3 4

L0®

\IOF

5

10 11 12 >

Details Volgnr. 1

Gemgeb. hoogte Diam. Ulttr. snelheid Emissie ___...

I

0 0

Y-coord. 441 171 441 206 441 165

0:5

iXcoordinaatYcoordinaat 443 951

0,77 0,76 0,63 0,58 0,55

244 564 244 706 244 798 245 094

439 938 440 124 439 829 439 741

0,31 0,31 0,30 0,28

247 637

436 222

0,15

Bekende/Ie (rand) H91 EOC Beekbegeleidende bossen H9120 Beukewelkenbossen met huist H9160 Eiken-haagbeukbossen

Stal Aantal 5

Details

van Emissie Punt: Type Volgnr. Code 1 A 1.100.1 Melkkoeien

Vrouweliiåjongvee

,

443 487

1 (633) Emissie Totaal 19.5

39

Stal 2 Aantal

Emissie

Totaal

23 47

9.5 39

218.5 183.3

Details

Stal van Emissie Punt: 4 Aantal |Type Volgnr. Code 1 A 1.100.1 118 Melkkoeien 2 A3 35 Vrouwelijyongvee

0:40

443 799 444 377 444 708 444 982 444 790

H91EOC Beekbegeleidende bossen H91 DO Hoogveenbossen H7120 Herstellende hoogvenen H7210 Galigaanmoerassen H401 OA Vochtige helden H6410 Blauwgraslanden

,Woo/dse Veen (rand)

O40 , 0 40

Depositie 0,83 0,83

241 501 241 501 241 596 241 586 242 277 242 665 242 865

van Emissie Punt: Code Txpe A3 Vrouwelijlíjongvee

0,5 05

uwcnln

_

2 3

X-coord. 236 558 236 548 236 527

___.

lvolgnr. 1

`u1`<.n`<.n <0 .-> m

Punten:

BronlD Stal 1 Stal 2 Stal 4

(634)

(635)

Emissie 9.5 3.9

4

Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 6 van 11

Totaal 1121 136.5

20 402 1 258

ü.

-5-

ä

ín

àx

"__

f K

É

,_,_,"

'

1 ff

""'

'

"",

*

...J

I

Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 7 van 11 ""."_

1

L;

Q

E"f `*ï

"LJ

> `

ä

Éig

"",LW,"

.

q

4"_"

`

_

i

=

_

=,_"/._

"=

§

X

,

.\z L.

§

.-~"\_\ ":%; .".\

.`_,""".,

'

*

pv

>""Ví,."s

g E w'

Q "gt ÃJ

_J

_"

I

WJ

5

4

"

`

__

í

_ "

i"±"ëg

WK

Y*

_V-""_

?%

___,...

`v""*>

LJ.

ïiíw 'wi ;fi" ßïs %" "J%.?.>;«_"<.`__ 1

'

_

Éså

Us.

""É' ro

c?

ë

~

U

;n> 24%%%%^.%-%1ïåï"""íí#-?"~ Z ï

K

ä px

úmímøj

'

".,""__,"__-1

Pn~f:ï"L""l""í 1 ,.?3"""_.J

>"§

"

PTH? A

Wm!

g;

x

Â

ï

1

W

.__","_,_`TiL,5.."""\d_"MQ; "____ï

F É

4

M

V"7".M"""\í_M"

""

_

w1

`*'~

"

}\ *føxës

i

§ ,4§§§%gïë É_ivlë ' s , ; L,J

.L

"WM

WLM

3,1.,

F"

§L_,f""[`

+a@§+?~ 240591 \X

240086

z395s1

zssore

237561 233065 23857'

237055

238551

235540 2aao4s

zasuss

234530 {""T

s

> LM"

__,."

ï

.««*f'1iïr:>""" í""A»~«->~\s s "/'

I

234025? ïjwåssï,

W 233520

232510 2 3° 01

_

231%" U É L"""l<s"ïVWIÉÉÉ zazuos1ï i"§lg;';>1§?

sësssësëgssssssssëås Eszazwääaaaßaaaäaäää

ä

a. Ingekomen post - 21243

a. Ingekomen post - 21243

provincie

GELDERLAND

BIJLAGE 2: Kritische depositiewaardes

en grenswaardes

habitattypes

H2310

Stuifzandheiden met struikhei

1071

H2320

Binnenlandse kraaiheibegroeiingen

H2330

Zandverstuivingen

H3130

Zwakgebufferde

H3140 H3150

5,4

10,7

1071

5,4

10,7

714

3,6

7J

571

2,9

5,7

Kranswierwateren

>2400

n.v.1

n.V.É.

Meren met krabbenscheer en íonteinkruiden

2143

10,7

21,4

H3160

Zure Vennen

714

3,6

7,1

vennen

H3260A

Beken met waterplanten

>2400

n.v.t.

n.v.t.

H3260B

Rivieren met waterplanten

>24O0

|'1.V.[

n.V.I.

H3270

Slikkige rivieroevers

>2400

n.v.t.

n.v.t.

H401OA Vochtige heiden op zandgronden

1214

6,1

12,1

H401 OB Vochtige heiden, Moerasheide

786

3,9

7,9

H4030

Droge heiden

1071

5,4

10,7

H5130

Jeneverbesstruweien

1071

5,4

10,7

H6120

Stroomdalgrasianden

1286

6,4

12,9

H6230

Heischrale graslanden

714

3,6

7,1

H6410

Blauwgrasianden

1071

5,4

10,7

H6-430A Ruigten en zomen, nat zoet, iaaggynamisch

>2400

n.v.t.

n.v.t

H6430B Ruigten en zomen, nat en dynamisch H6430C Ruigtenen zomen, droog

>2400

n.v.t.

n.v.t,

1857

9,3

18,6

H6510A Gianshaverhooilanden

1429

7,1

14,3

H651 OB Vossenstaartgrasiand

1571

7,9

15,7

H7110B Actief hoogveen H712O

Hersieilende hoogvenen

H714oA Trilvenen

786

3,9

7,9

500

2,5

5,0

1214

6,1

12,1

H7140B

Veenmosrietiand

714

3,6

7,1

H7150

Pioníervegetaties met snaveibiezen

1429

7,1

14,3

H7210

Gaiigaanmoerassen

1571

7,9

15,7

H7230

Kalkmoerassen/Alkalisch laagveen

1071

5,4

10,7

H9120

Beuken-eikenbossen met hulst

1429

7,1

14,3

H916OA Eiken-haagbeukenbossen

1429

7,1

14,3

H9190

Oude eikenbossen

1071

5,4

10,7

H91D0

Hoogveenbossen

1786

8,9

17,9

H91 EOA Rivierbegeleidende zachthoutooibossen

2429

12,1

24,3

H91 EOB Rivierbegeieidendeessen-iepenbossen

2000

10,0

20,0

H91EOC Beekbegeleidendeailuviale bossen

1857

9,3

18,6

H91F0

2071

10,4

20,7

Droge hardhouiooibossen

6

Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 8 van 11

Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 9 van 11

i

onder drempeiwaarde

per habitattype

4.13

1033

HQIÖGÂ

HQIEOC

18,876

ZGAZÖ

1312

2.70

H9120

Hahítamgne ?ppemtakie (ha) sa «o {mol!j_§q;}

Registratie

stíkstofdepositiaruimte

Kies een bankcategorie:

Beschikbare

i

;<,=;fx Tabel

Bekendelle

99.4

Omschrijving:

Gelderland

Oppen/lakte

(ha):

Provincie Geiderland

Beheerder:

Eekendelle nummer: 63

Bekendelle

Provincie:

Natura2000

Naam:

Natuurgebied:

tot 0,5%-1%

fi

en bankcategorie

BIJLAGE 3: Ciiiermatig overzicht saldo categorie

7

GELDERLAND

__I2m\_f.ir>i`<f_____

>

a. Ingekomen post - 21243

Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 10 van 11

197.041

109,388

0.32

115,82

3.62

39.34

31.09

H5410

H712ü

H7210

HQIDO

H91EOC

19,211

657,854

1,888

13.58?

2.61

H40ï0A

v

en bankcategorie

m<>%i;àafÉ' sàsa?

onder drempelwaarde

per habitattype

'aáazfampaøppewnme im

Registratie

stikstofdepositieruímte

Korenburgerveen

Kies een bankcategoríe:

Beschikbare

V\<;a`rg Tabel

Omschrijving:

Gelderíand

486,2

Oppervlakte

(hal:

Pmvsncie Gelderland

Provincie:

nummer: 61

Korenburgerveen

Koranburgerveen

Beheerder:

Natura2000

Naam:

Natuurgebied:

8

GELDERLAND

_,__tLcs.>.\1iL`e_.__._

a. Ingekomen post - 21243

Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 11 van 11

i

i

Wooldse Veen

uw

É

207588

4.ï>04

26.60

5,12

H7i20

H9lDO

v]

en bankcategnrie

#ppé_Niaíkte,{ha) Saldeínwlfiazy-4}'

onder drempeiwaarde

per habitattype

;".«>`<§,"cq|«>@<>n;

Habitattype

Registratie

stikstofdeposiüeruímte

Kies een bankcategorie:

Beschikbare

zgn

Wooldse Veen

66,9

(ha):

Oppervlakte

Omschrijving:

Provincie Gelderland

Gelderiand

Provincie:

nummer: 64

Beheerder:

Natura2000

Naam:

Wooldse Veen

øeçßsmafuimzê q@fgg""i"ga;;Jf;ag_

Natuurgebied:

(nme,

9

GELDERLAND

__t>_r_Q_\1±@_,__

í

a. Ingekomen post - 21243

Erfinrichtingsplan CWV Barlo

Ten behoeve van de bouw van een nieuwe werktuigenberging

Colofon

Erfinrichtingsplan CWV Barlo

Ten behoeve van de bouw van een nieuwe werktuigenberging

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever : Contactpersoon:

Van Westreenen dhr. B. Wopereis Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde

Projectnummer en versie: 452, versie 1.0 Projectleider: Ing. P.Leemreise Ligging projectgebied: Lichtenvoordsestraatweg 91 in Barlo

Veldmedewerker(s): Ing. P.Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 8 maart 2019

Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122RR Aalten E: info@natuurbankoverijssel.nl T: 0543-451142

1

1. Inleiding Coöperatieve Werktuigenvereniging Barlo, gelegen aan de Lichtenvoordsestraatweg 91 in Barlo, heeft Natuurbank Overijssel gevraagd om een erfinpassingsplan op te stellen. Het erfinpassingsplan wordt opgesteld in het kader van de wenselijke nieuwbouw van een werktuigenberging op het bedrijf en wordt opgesteld op basis van een analyse van het huidige erf, het omringende landschap en abiotische omstandigheden zoals bodemtype en grondwater. Bij het opstellen van het erfinpassingsplan wordt rekening gehouden met de eisen die de gemeente Aalten aan dergelijke uitbreidingen stelt. Naast een advies voor inrichting van het erf en uit te voeren inrichtingsmaatregelen, wordt dit rapport afgesloten met een advies over het wenselijke beheer van de beplanting.

2.Landschapsanalyse 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Lichtenvoordsestraatweg 91 in Barlo. Het ligt in het buitengebied, ca 1 kilometer ten noorden van de dorpskern Barlo. Op onderstaande kaart wordt de ligging van het plangebied in de omgeving weergegeven.

Ligging van het plangebied in de omgeving.

2.2 Het landschap Het type landschap op en rond het plangebied wordt gerekend tot het kampenlandschap. Vooral in OostGelderland komen aan het oppervlak langgerekte dekzandruggen voor, waar de westenwind het zand opstuwde. Daar tussenin stroomden beekjes. Hier is het kampenlandschap ontstaan. Het kampenlandschap bestaat niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers. De boerenbedrijven voeren een gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Ieder kamp bestaat uit akkers op de hoger gelegen dekzandrug, grasland langs de beekjes tussen de ruggen en het boerenerf er tussen in op de flanken van de rug. Omdat de grond vaak arm was, brachten de boeren mest en heideplaggen als bemesting op het land. Honderden jaren bemesting zorgden ervoor dat de akkers steeds hoger werden, met een vrij steile rand. Om de gewassen te beschermen tegen wildvraat en wind, werden ze omgeven met houtwallen en houtsingels. Wegen volgden de hogere delen in het landschap en hadden hierdoor vaak een bochtig verloop (bron: Landschapsbeheer Gelderland).

2

2.3 Karakteristieke beplantingsvormen en soorten in de omgeving Ieder landschapstype kent eigen beplantingsvormen en karakteristieke soorten. Vooral de aanwezige soorten in het landschap worden sterk bepaald door het bodemtype en (grond)watersysteem. De volgende beplantingsvormen zijn karakteristiek voor het kampenlandschap; Heggen en hagen Heggen of hagen kunnen voorkomen rondom de voortuin, moestuin, boomgaard. Om de boomgaard kwam van oudsher meidoorn of een gemengde doornhaag voor. Rondom de voortuin gaat de voorkeur uit naar meidoorn, beuk of haagbeuk. Hoogstamboomgaard In dit landschapstype zijn boerenboomgaardjes een waardevolle aanvulling. In zo’n boomgaardje stonden fruitbomen voor de eigen voorziening. Denk daarbij aan een handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer pruim en kers. Niet alle soorten zijn zelf bestuivend, sommige rassen hebben een ander ras nodig om vrucht te kunnen dragen. De adviseur van landschapsbeheer Gelderland kan helpen met de rassenkeuze. Solitaire bomen Op het erf staat vaak een solitaire boom, zoals een walnoot, zomereik, wintereik, tamme kastanje, paardenkastanje, groene beuk of linde. Houtwallen en Houtsingels Houtwallen en singels komen voor rondom de percelen. Soorten die veel in een houtsingel voorkomen zijn zomereik , elzen, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, Gelderse roos, inheemse vogelkers, vuilboom, hazelaar, lijsterbes, etc.

Het is belangrijk de soorten in de juiste aantallen en verhoudingen aan te planten, om tot het gewenste eindbeeld te komen. De adviseur van Landschapsbeheer Gelderland kan hier mee helpen. Geriefhoutbosje Geriefhoutbosjes staan vaak op een overhoekje en werden aangeplant om zelf in de houtvoorraad te voorzien. Geriefhoutbosjes bestaan vaak maar uit een of twee soorten, zoals zomereik of hazelaar. Laanbomen Langs de wegen is laanbeplanting van zomereiken aangelegd. Indien er voldoende ruimte is, is deze beplanting aan weerszijde van de weg aangelegd.

2.4 Ruimtelijke opbouw van het erf Het plangebied bestaat nagenoeg volledig uit erfverharding en bebouwing. Op het erf staan twee grote gebouwen welke hoofdzakelijk gebruikt worden als werktuigenberging van het materieel van CWV Barlo. Aan de oostzijde van het onderste gebouw bevindt zich een werkplaats en kantoor. Het erf wordt ontsloten naar de Lichtenvoordsestraatweg aan de oostzijde. Ten noorden en ten zuiden van het erf liggen burgerwoningen. Aan de achterzijde grenst het erf aan agrarische cultuurgrond. In de westhoek van het erf liggen grond- en puinbunkers. Deze worden niet omzoomd door beplanting.

3

Luchtfoto van het erf (bron: provincie Gelderland).

2.5 Aanwezige erfbeplanting Op en rond het erf staan verschillende bomen en landschapselementen. Langs de Lichtenvoordsestraatweg staat een beukenhaag met haagbeuken (zuilvorm) aangelegd welke aan de noordzijde aansluit op een struweelhaag. Deze vormt de scheiding tussen het plangebied en de burgerwoning ten noorden van het plangebied. De beplanting bestaat uit veldesdoorn, els, vuilboom, Gelderse roos, vlinderstruik, wilde krent en wilg. Ten noorden van de werktuigenberging staan 11 solitaire essen en acacia’s. Langs de perceelscheiding aan de zuidwestzijde staan een zoete kers, acacia, 2 berken en een paardenkastanje. Langs een groot deel van de erfgrens staat een rij Italiaanse populieren welke recent getopt zijn op 6 m1 hoogte. In de recent aangelegde struweelhaag ten noordoosten van het erf ontbreken boomvormers. Voor de huidige grote werktuigenberging staan twee zomereiken (waarvan één met dubbele stam).

Afbeelding links: aanwezige erfbeplanting op het erf. Foto rechts: detailopname van de beide te rooien eiken voor de werktuigenberging.

4

5

3 Ruimtelijke kwaliteit 3.1 Analyse Ondanks de forse gebouwen op het erf, is het erf niet nadrukkelijk aanwezig in het landschap. Het zicht vanaf de naastgelegen doorgaande weg op de bebouwing is beperkt omdat het ligt ingeklemd tussen twee woningen met een forse erfbeplanting. De achterzijde van het erf grenst aan het essencomplex van Barlo; hier liggen geen doorgaande wegen. Wel is er zicht op de achterzijde vanuit enkele woningen ten noordwesten ervan. De rij Italiaanse populieren, welke op de perceelgrens staan aan de zuidwestzijde van het erf, vormen een niet streekeigen beplantingsvorm en uit niet inheemse beplanting. Geadviseerd wordt om de rij Italiaanse populieren om te vormen tot een streekeigen beplantingsvorm met inheems plantmateriaal. De rij essen en acacia’s aan de noordzijde hebben het moeilijk. Deze bomen ogen weinig vitaal en het ligt in de lijn der verwachting dat deze binnen afzienbare tijd afsterven. Hetzelfde geldt voor de solitaire acacia aan de westzijde. De rij Italiaanse populieren zijn vitaal, maar dit vormt een niet streekeigen beplantingsvorm. Aan de voorzijde van de grote werktuigenberging staan twee zomereiken.

Analyse van de ruimtelijke kwaliteit.

6

Italiaanse populieren aan de zuidwestgrens van het erf; niet streekeigen beplanting.

3.2 Conclusie Ondanks de forse omvang van de bebouwing op het erf, is de ze niet nadrukkelijk aanwezig in het landschap. Wel is er zicht op de keerwand en het erf aan de achterzijde. Door het aanbrengen van beplanting kan de inpassing aan de westzijde versterkt worden. De rij Italiaanse populieren vormen een niet streekeigen beplantingsvorm (getopte rij bomen) en bestaan uit nietinheemse beplanting. Geadviseerd wordt om deze beplanting om te vormen in een streekeigen beplantingsvorm met inheemse beplanting, zoals een struweelhaag. De rij solitaire bomen ten noorden van de werktuigenberging zijn weinig vitaal. Geadviseerd wordt om deze bomen te vervangen door soorten die ter plekke beter gedijen.

7

4. Voorgenomen activiteit Er zijn concrete plannen om een nieuwe werktuigenberging te bouwen, in aansluiting op een bestaande. Op de onderstaande afbeelding wordt de huidige bebouwing en de wenselijke uitbreiding weergegeven. Om de bouw mogelijk te maken moeten beide zomereiken, die ten oosten van de werktuigenberging staan, gerooid worden.

Weergave van de huidige- en wenselijke uitbreiding.

Verbeelding van de nieuwe werktuigenberging (bron: Van Westreenen).

8

5. Uitgangspunten voor het ontwerp 5.1 Algemene uitgangspunten Het nieuwe erfontwerp is tot stand gekomen op basis van een ruimtelijke analyse waarbij gekeken is naar de aanwezige erfbeplanting, de functies van het erf, de nieuwe wenselijke ontwikkelingen, het omringende landschap en streekeigen- karakteristieke beplanting. Bij de ontwikkeling van het erfbeplantingsplan zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Zichtbaarheid bebouwing ‘Agrarische’ bebouwing mag zichtbaar zijn in het agrarisch cultuurlandschap. Het uitgangspunt is niet om alle bebouwing achter een ‘groene muur’ te plaatsen. Lelijke objecten worden bij voorkeur wel achter ‘groen’ geplaatst. Streekeigen beplanting Als plantmateriaal voor nieuwe beplanting wordt streekeigen beplanting gebuikt. Dit is beplanting welke karakteristiek is voor het landschap en geschikt is op de locatie (bodem, water). Naast het aanleggen van beplanting, kan het zinvol om bestaande niet inheemse beplanting te verwijderen en al dan niet te vervangen voor inheems plantmateriaal.

5.2 Kwantitatieve eisen aan bedrijfsuitbreiding van de gemeente Aalten De gemeente Aalten heeft geen kwantitatieve normen als richtlijn vastgesteld voor toe te voegen nieuwe erfbeplanting en landschapselementen bij uitbreiding van bebouwing. Het erfinpassingsplan wordt beoordeeld aan de hand van de ruimtelijke analyse en de wens om nadere beplanting aan te leggen.

9

6. Het ontwerp 6.1 Algemeen Het erfbeplantingsplan voorziet in de aanleg van de volgende onderdelen; Landschappelijke inpassing - Aanleg enkele rij struweelhaag langs de volledige westgrens van het perceel. Deze struweelhaag vervangt de Italiaanse populieren aan de achterzijde van het erf; - Aanleg hakhoutsingel met overstaanders. Deze hakhoutsingel vervangt een kwijnende bomenrijl; Op de onderstaande afbeelding wordt de toe te voegen beplanting weergegeven.

Toe te voegen beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het erf.

10

Wanneer we kijken naar de bestaande beplanting en de toe te voegen beplanting, dan ontstaat het volgende eindbeeld (zie onder).

Eindbeeld; bestaande en nieuwe beplanting op het erf.

11

7. Inrichting en beheer Om tot het wenselijke eindbeeld te komen, dienen de volgende inrichtings- en beheermaatregelen uitgevoerd te worden.

7.1 inrichting Verwijderen bomenrij ten noorden van de werktuigenberging De rij essen en acacia’s ten noorden van de bestaande werktuigenberging is weinig vitaal. Deze dienen gerooid te worden en vervangen te worden door nieuwe beplanting. Verwijderen Italiaanse populieren De Italiaanse populieren, langs de westrand van het erf, zijn niet inheems en niet steekeigen. Deze dienen gerooid te worden en vervangen te worden door een enkele rij struweelbeplanting. Aanleg struweelhaag Er wordt een enkele rij struweelhaag aangelegd met een totale lengte van 225 meter. De struweelhaag bestaat uit één stuks beplanting per strekkende meter haag. Deze haag wordt aan de buitenzijde van de aangebrachte grondwal aangebracht. De struweelhaag bestaat uit een gelijk gemengde haag van hondsroos, Gelderse roos, veldesdoorn, wegedoorn, lijsterbes, liguster en vuilboom. Als plantmateriaal wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen. Aanleg hakhoutsingel De houthoutsingel wordt 5-7 m1 breed en bestaat uit drie rijen bosplantsoen met een plantverband van 1,5x1,5 m1. Beplanting wordt in voldoende groot plantgat geplant. De hakhoutsingel bestaat uit een gemengd plantsoen met, zomereik, els, es, berk, hazelaar, lijsterbes, Gelderse roos, vuilboom en liguster (gelijk gemengd). De minimale maat van het plantsoen bedraagt 60-80cm. Als plantmateriaal wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen.

In de houtsingel worden vijf als laanboom gekweekte zomereiken aangeplant en voorzien van boompalen en boomband. Deze bomen mogen zich ontwikkelen als overstaanders in de hakhoutsingel. Op onderstaande afbeelding wordt een hakhoutsingel met overstaanders getoond.

Hakhoutsingel met overstaanders (Schurinkweg Harreveld, 2014)

12

7.2 Beheer Het is wenselijk om na aanleg vervolgbeheer uit te voeren om tot het wenselijk e eindbeeld te komen. De aangelegde elementen dienen als volgt beheerd te worden. Hakhoutsingel De singel wordt beheerd als hakhoutsingel. Goed onderhouden houtwallen en houtsingels bestaan uit een boom-, kruid- en struiklaag. Na ongeveer 5-6 jaar zullen de takken in de houtsingel of wal elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na 10 jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. De meeste houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet. Afzetten betekent dat de bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Bij voorkeur dient er kleinschalig gewerkt te worden waarbij niet alle singels tegelijk een onderhoudsbeurt krijgen. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte van de singel te worden afgezet. Bij het afzetten is het in elk geval van belang dat er genoeg licht op de bodem valt om de stobben te laten uitlopen. Dat betekent vaak een vrij drastische dunning. De zomereiken laanbomen worden bij het afzetten van de singels gespaard zodat deze kunnen uitgroeien tot volwassen zomereiken. Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhoutsingel.

Na 10 jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. De meeste struweelhagen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet. Afzetten betekent dat de beplanting op 10 à 20 cm boven de grond wordt afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Bij het afzetten is het in elk geval van belang dat er genoeg licht op de bodem valt om de stobben te laten uitlopen. Dat betekent vaak een vrij drastische dunning Bron: Landschapsbeheer Gelderland. Zie ook www.landschapsbeheergelderland.nl

13

HOUTSINGEL AANLEG EN BEHEER

Stichting Landschapsbeheer Gelderland heeft een reeks informatiebladen voor bewoners van het buitengebied ontwikkeld. Hierin staan praktische tips voor de aanleg en beheer van kleine landschapselementen, teneinde de kwaliteit van het landschap te versterken. Houtsingel Een houtsingel is een brede landschappelijk waardevolle afscheiding, vaak ook tussen weilanden, die bestaat uit bomen en struiken. Een houtsingel is een lijnvormig landschapselement van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels lijken veel op houtwallen. Bij een houtwal is er sprake van een opgeworpen wal, waar de beplanting op staat.

ALGEMENE AANPLANTINSTRUCTIE 1. 2. 3. 4. 5.

6.

Het aanplanten van een houtwal of singel kan plaats vinden tussen half november en half maart, mits het niet vriest. Gebruik inheems plantmateriaal, wat passend is in de streek. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor 3-jarig bosplantsoen met de maat 80-100 cm hoogte. De te beplanten oppervlakte dient te worden bewerkt, dit kan door frezen en/of planten in bewerkte grond. Plant de soorten aan in groepen van minstens 5-7 stuks per soort. Op die manier voorkomt u dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat (houd de grond op de schop), plaats het plantsoen zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantsoen vasthoudt. De grond iets aanduwen. Indien u niet direct alle bomen en/of struiken kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen en/of struiken tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de bomen met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen grond. opkuilen

SPECIFIEKE AANPLANTINSTRUCTIE 1.

2.

Plant de houtsingel of houtwal in rijen aan met een plantafstand van bij voorkeur 1,50 bij 1,50 meter. Boomvormers dient u in het midden van de singel aan te planten, struiken aan de randen.

bovenaanzicht aanplantschema

houtsingel lay-out drukker.indd 1

1-12-2010 16:59:20

INSTRUCTIES NA AANPLANT

1. 2.

Plaats een afrastering op 2 meter afstand van de houtsingel, om de nieuwe aanplant tegen vraat door vee te beschermen. Geef de jonge aanplant, indien mogelijk, met name de eerste twee jaar na aanplant voldoende water in droge perioden en houd het element zoveel mogelijk onkruid vrij. BEHEERINSTRUCTIES

Goed onderhouden houtwallen en houtsingels bestaan uit een boom-, kruid- en struiklaag. Na ongeveer 5-6 jaar zullen de takken in de houtsingel of wal elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na 10 jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. De meeste houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet. Afzetten betekent dat de bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Bij voorkeur dient er kleinschalig gewerkt te worden waarbij niet alle singels tegelijk een onderhoudsbeurt krijgen. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte van de singel te worden afgezet.

pas afgezet

1 jaar na afzetten

Bij het afzetten is het in elk geval van belang dat er genoeg licht op de bodem valt om de stobben te laten uitlopen. Dat betekent vaak een vrij drastische dunning. Oude bomen blijven meestal staan, evenals bomen met holten die vaak het domein van vogels en vleermuizen zijn. 2 jaar na afzetten

houtsingel met hakhoutbeheer

3-4 jaar na afzetten

Tekst en beeld: Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal. T 026-3537444. E info@landschapsbeheergelderland.nl. I www.landschapsbeheergelderland.nl. November 2010, op de website is de hele reeks te bekijken.

Landschapsbeheer Gelderland maakt deel uit van een samenwerkingsverband van twaalf provinciale organisaties: Landschapsbeheer Nederland. Zij streven naar behoud, beheer en ontwikkeling van een ecologisch cultuurlandschap met een streekeigen karakter. Het groen rond boerderijen, bedrijven en woningen maakt daar een belangrijk deel van uit. Natuurlijk groen rond huis en bedrijf, het erf in de ruimste zin van het woord, betekent meer dan een ideale woon-en werkomgeving. Het leidt tot evenwicht tussen mens en natuur. Landschapsbeheer Gelderland stimuleert ecologisch beheer van het erf door kennis en middelen ter beschikking te stellen en samen te werken met de eigenaar van de grond: particulieren, boeren en overheid.

houtsingel lay-out drukker.indd 2

1-12-2010 16:59:30

STRUWEELHAAG AANLEG EN BEHEER

Stichting Landschapsbeheer Gelderland heeft een reeks informatiebladen voor bewoners van het buitengebied ontwikkeld. Hierin staan praktische tips voor de aanleg en beheer van kleine landschapselementen, teneinde de kwaliteit van het landschap te versterken. Struweelhaag Een struweelhaag is een lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken, die vrij uit mogen groeien. Zo ontstaat een weelderige haag in tegenstelling tot een geknipte haag. Een struweelhaag bestaat vaak uit soorten als meidoorn, sleedoorn en hondsroos.

ALGEMENE AANPLANTINSTRUCTIE 1. 2. 3. 4.

5.

Het aanplanten van een haag kan plaats vinden tussen half november en half maart, mits het niet vriest. Gebruik inheems plantmateriaal, wat passend is in de streek. Voor de aanplant van een haag wordt vaak gekozen voor 3-jarig bosplantsoen met de maat 80-100 cm hoogte. De te beplanten strook dient te worden los gemaakt, dit kan door frezen. Let op dat u niet te diep plant. De diepte is afhankelijk van de omvang van het wortelstelsel. Steek een gat, (houd de grond op de schop), plaats het plantsoen zo dat alleen de wortels in het gat zitten. Gooi de grond weer in het gat, terwijl u het plantsoen vasthoudt. De grond iets aanduwen. Indien u niet direct alle struiken kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de struiken met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen opkuilen grond. SPECIFIEKE AANPLANTINSTRUCTIE

1.

2.

Voor de aanplant van een struweelhaag kunt u kiezen voor het graven van een plantsleuf in plaats van het frezen van een oppervlakte. Bij een struweelhaag plant u een enkele rij, voorzien van 2 struiken per strekkende meter.

struweelhaag lay-out drukker.ind1 1

2-12-2010 13:51:00

INSTRUCTIES NA AANPLANT

1.

2.

Plaats een afrastering op 2 meter afstand van de haag om de nieuwe aanplant tegen vraat door vee te beschermen. Geef de jonge aanplant, indien mogelijk, met name de eerste twee jaar na aanplant voldoende water in droge perioden en houd het element onkruid vrij.

BEHEERINSTRUCTIES De struweelhaag mag vrijuit groeien tot een brede en hoge haag en wordt niet vaker dan eens in de zes jaar gesnoeid of afgezet. Afzetten betekent dat de struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De struiken groeien uit zichzelf weer uit. Houd het eerste jaar na afzetten de stobben vrij van onkruid. Na ongeveer 3 jaar zal de aanplant een meer gesloten karakter krijgen en kan waar nodig gesnoeid worden. Dit snoeiwerk bestaat voornamelijk uit het weghalen van takken die problemen geven. Als u er voor kiest de haag af te zetten, dan kan dat tussen de 6 à 15 jaar plaatsvinden.

Vrij groeiende struik pas afgezet 1 jaar na afzetten

2 jaar na afzetten 3-4 jaar na afzetten

Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals het vlechten. Dit is een oude ambacht die werd toegepast om de haag ondoordringbaar te maken voor vee. Vlechten kunnen we grofweg in twee grote groepen verdelen; namelijk het leggen en het invlechten van een haag. Invlechten gebeurt door middel van het inhakken en ombuigen van takken; leggen gebeurt door het inhakken en ombuigen van een hele struik. Meer informatie over vlechtheggen kunt u vinden op de website www.heggen.nu. Tekst en beeld: Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Rosendael 2a, 6891 DA Rozendaal. T 026-3537444. E info@landschapsbeheergelderland.nl. I www.landschapsbeheergelderland.nl. November 2010, op de website is de hele reeks te bekijken.

Landschapsbeheer Gelderland maakt deel uit van een samenwerkingsverband van twaalf provinciale organisaties: LandschapsLandschapsbeheer Gelderland maakt deel uit van een samenwerkingsverband van twaalf provinciale organisaties: Landschapsbeheer Nederland. Zij streven naar behoud, beheer en ontwikkeling van een ecologisch cultuurlandschap met een streekeigen beheer Nederland. Zij streven naar behoud, beheer en ontwikkeling van een ecologisch cultuurlandschap met een streekeigen karakter. Het groen rond boerderijen, bedrijven en woningen maakt daar een belangrijk deel van uit. Natuurlijk groen rond huis karakter. Het groen rond boerderijen, bedrijven en woningen maakt daar een belangrijk deel van uit. Natuurlijk groen rond huis en bedrijf, het erf in de ruimste zin van het woord, betekent meer dan een ideale woon-en werkomgeving. Het leidt tot evenwicht en bedrijf, het erf in de ruimste zin van het woord, betekent meer dan een ideale woon-en werkomgeving. Het leidt tot evenwicht tussen mens en natuur. Landschapsbeheer Gelderland stimuleert ecologisch beheer van het erf door kennis en middelen ter tussen mens en natuur. Landschapsbeheer Gelderland stimuleert ecologisch beheer van het erf door kennis en middelen ter beschikking te stellen en samen te werken met de eigenaar van de grond: particulieren, boeren en overheid.

beschikking te stellen en samen te werken met de eigenaar van de grond: particulieren, boeren en overheid.

struweelhaag lay-out drukker.ind2 2

2-12-2010 13:51:10

Erfinpassingsplan Barloseweg 9 te Aalten

Colofon Erfinpassingsplan Barloseweg 9 Aalten

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Projectnummer en versie: 4264 versie 1.0 Ligging plangebied: Barloseweg 9 te Aalten Auteur: : Ing. P. Leemreise

Locis Adviseurs

Status: definitief Rapportdatum: 29-4-2022

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 3

1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 3

Het ontwerp .......................................................................................................................... 8

3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 8 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 8 3.3 Kansen voor versterking van het erf ........................................................................................................ 8 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer ............................................................................................................ 10

4.1 Inrichtingsmaatregelen .......................................................................................................................... 10 4.2 Beheer .................................................................................................................................................... 11

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen om een extra woning te creëren op agrarisch erf aan de Barloseweg 9 te Barlo, gemeente Aalten. De nieuwe woning wordt gerealiseerd via woningsplitsing. Een deel van de bestaande hoofdbouwmassa wordt geschikt gemaakt voor bewoning. De gemeente Aalten stelt als voorwaarde voor een dergelijke ontwikkeling, dat het nieuwe erf landschappelijk ingepast wordt. Op onderstaande luchtfoto wordt de nieuwe woning aangeduid op de luchtfoto.

Aanduiding van de nieuwe woning, welke ontstaat als gevolg van woningsplitsing.

Aanzicht van het te verbouwen deel van de hoofdbouwmassa. In het achterste deel (twee kappen) wordt een nieuwe woning gerealiseerd.

De nieuwe woning wordt ontsloten via het bestaande erftoegangspad, welke nu ook gebruikt wordt voor de bestaande boerderij. In voorliggend rapport wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Bij het opstellen van een plan voor landschappelijke inpassing en versterking van het landschap wordt gekeken naar het omringende landschapstype, de op het erf aanwezige beplanting en de beplanting op de omliggende gronden. Ook wordt gekeken naar de functie van het plangebied. Een woonerf kan soms anders ingepast worden dan een functioneel agrarisch bedrijf of andere bedrijfslocatie. 3

Het plan voor landschappelijke inpassing wordt uitgebeeld op een tekening. In het rapport wordt ingegaan op de keuzes voor type beplanting en de toegepaste soorten. Het plan wordt afgesloten met concrete aanwijzingen voor de aanleg en het beheer om tot het wenselijke eindbeeld te komen.

HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Barloseweg 9 te Barlo, gemeente Aalten. Het ligt circa 2 kilometer ten noorden van de woonkern Aalten en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarisch erf. Het ligt ten westen van de Barloseweg. De boerderij wordt aan de zuid- en oostzijde omgeven door een siertuin met gazon, solitaire bomen, scheerhagen en sierplanten. Tussen de Barloseweg en het erf, ten oosten van de woning, is een gemengde hakhoutsingel aangelegd welke het direce zicht op de zijkant van de boerderij weg neemt. Rondom het overige erf ontbreekt erfbeplanting waardoor er vrij veel direct zicht mogelijk is op het erf en de bedrijfsgebouwen. Ten oosten van het erf ligt een woonerf (Barloseweg 9A). Dit woonerf valt buiten het plangebied. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven.

4

Luchtfoto van het erf. Met de gele lijn wordt het erf Barloseweg 9 aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).

5

Aanwezige beplanting langs de tuin aan de oostzijde en laanbomen langs de erftoegangsweg

Aanwezige beplanting tussen de tuin aan de oostzijde en de Barloseweg.

Aanzicht op de voorzijde van de boerderij, vanaf de Barloseweg.

Deel van het erf dat ‘vergroend’ zal worden (verharding wordt vervangen door gras en scheerhaag).

2.3 Landschap Het plangebied ligt in het kampenlandschap. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.

6

Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid.

Het kampenlandschap is een oud agrarisch cultuurlandschap dat ontstaan is vanaf de middeleeuwen. Het kenmerkt zich door de grillige, bochtige wegenstructuur waarbij boerderijen tegenwoordig ook op enige afstand van de weg zijn komen te liggen als gevolg van ruilverkaveling waarbij veel zandwegen verloren zijn gegaan. De agrarische percelen hebben ongelijke vormen en volgen het oorspronkelijke landschap. Essen en graslanden wisselen elkaar af en wegen zijn veelal voorzien van laanbeplanting. Veel kavelgrensbeplanting, zoals houtwallen, zijn verdwenen tijdens de ruilverkaveling in de jaren ’80 van de vorige eeuw.

7

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.

3.2 Uitgangspunten Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, schuift de huidige parkeerplaats iets op. Hierdoor gaan twee jongen laanbomen verloren.

3.3 Kansen voor versterking van het erf Wanneer we naar het erf kijken, dan is de oostzijde van het erf fraai ingepast middels erfbeplanting in de vormt van een gemengde houtsingel tussen de Barloseweg en het erf. Aan de voorzijde ontbreekt deze opgaande beplanting, waardoor er fraai zicht is op de voorzijde van de karakteristieke boerderij. Een passende scheerhaag vormt de begrenzing tussen erf en aangrenzend agrarisch cultuurland. Langs de erftoegangsweg zijn recentelijk oude beuken vervangen door jonge laanbomen. Vanwege de aanwezige beplanting, zijn er weinig mogelijkheden de erfinpassing aan de oostzijde te versterken. Door het ontbreken van erfbeplanting aan de noordzijde van het erf, is direct zicht mogelijk op het erf. Om zicht op de woningen Barloseweg 9A te verminderen, kunnen enkele bomen geplant worden.

8

3.4 Het ontwerp Het ontwerp voorziet in het verwijderen van twee jonge beuken laanbomen, het omzomen van de nieuwe parkeerplaats en het verminderen van het zicht op het erf door de aanplant van enkele fruitbomen. Concreet worden volgende maatregelen genomen: • • • • •

Rooien jonge beuken (2 stuks); Aanplant vijf hoogstam fruitbomen; Aanplant scheerhaag langs parkeerplaats; Aanplant scheerhaag rond tuin van nieuwe woning; Vervangen erfverharding door gazon;

Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.

Voorstel voor landschappelijke inpassing.

9

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inrichtingsmaatregelen 1. Aanleg hoogstam fruitbomen Er worden vijf hoogstam fruitbomen geplant, waarvan twee appelbomen en drie perenbomen. Specifieke plantinstructie • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. • U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. • Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.

Fruitboom met boomband.

Uitsnede van de tekening met daarop aangegeven de nieuwe hoogstam fruitbomen.

10

2. Scheerhaag Langs de zuidzijde van de nieuwe parkeerplaats en rond het nieuwe gazon wordt een scheerhaag geplant. De scheerhaag mag bestaan uit liguster, beuk, haagbeuk, veldesdoorn of meidoorn. Er wordt driejarig plantsoen gebruik in de maat 80-120 cm. De haag bestaat uit 4 stuks plantsoen per meter haag.

Voorbeeld van een scheerhaag.

Uitsnede van de tekening met daarop aangegeven de nieuwe scheerhagen; nummers 7 op de kaart.

4.2 Beheer Hoogstam fruitbomen Geen beheer of specifiek beheer gericht op vruchtdracht van hoogstam fruitbomen. Scheerhaaghaag De scheerhaag wordt jaarlijks één à twee maal geknipt of geschoren om de haag in de wenselijke hoogte en breedte te houden.

11

Toelichting op de landschappelijke inpassing

Korte historie Het plangebied ligt aan de Drenthelweg ten oosten van het dorp Aalten. De boerderij ‘Leemhorst’ heeft altijd op de huidige plek gestaan. De locatie is op de verschillende kaarten, gebruikt in dit rapport, weergegeven als stip (kaart 1920) en omcirkeld (overige kaarten). In de omgeving is leem gedolven voor de steenbakkerij. Het bos aan de overzijde van de Drenthelweg staat bekend als ‘de leemgate’. Landschappelijk gezien maakt het plangebied deel uit van het ‘kampenlandschap’. Een van oorsprong grillig en zeer kleinschalig landschap ontstaan door geleidelijke individuele ontginning. De boerderijen liggen verspreid in een omgeving met vrij veel reliëf. Op de hogere delen zijn door ophoging bouwlanden ontstaan, de zogenaamde kampen. De lagere delen bestaan uit weiland afgewisseld met (nog niet ontgonnen) heide percelen. Dit alles in een zeer dicht netwerk van hakhoutsingels, bossen en bosjes. Huidige situatie In de huidige situatie ligt het plangebied op de overgang van een relatief gaaf stuk oud cultuurlandschap aan de zuidzijde: landgoederen ‘Beestmans’, ’t Winkel’ en natuurterrein ‘de Maote’ van Staatsbosbeheer. Aan de noordzijde bevind zich een volledig voor de moderne landbouw ingericht cultuur landschap.

De noordzijde is dan ook voor het grootste deel in de loop der jaren van beplanting ontdaan, zoals te volgen is op de reeks toegevoegde historische topografische kaarten.

situatie ca. 1920

situatie ca. 1950

situatie ca. 1930

situatie ca. 1960

situatie ca. 1970

situatie 2001

Het erf zelf sluit aan op de noordzijde d.w.z. er is nauwelijks erfbeplanting aanwezig (zie ‘het erf’). Op de verschillende topografische kaarten is te zien dat ook de wegenstructuur in de loop van de tijd sterk is veranderd. Directe omgeving: De bij de boerderij horende gronden van ‘Leemhorst‘, in eigendom bij de familie van der Lede, zijn momenteel in gebruik als grasland. De nabijgelegen agrariër heeft deze gronden de laatste jaren in gebruik gehad en zal dat seizoen 2022 ook nog beheren. Langs de Drenthelweg en aan de oostzijde ligt een vrij diepe sloot. Door veel leem in de ondergrond (het is niet voor niets ‘Leemhorst’) zijn het percelen met vaak stagnerend water.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=7f5a5e5c-64e1-4d51-ac60-bcba624393a7