Landelijk gebied, herziening 2022_Regels_Bijlagen.pdf
Tekst van het document
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de planregels Bijlage 1
Indicatieve lijst van nevenactiviteiten/hergebruiksactiviteiten
Bijlage 2
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 3
Parkeernormen gemeente Aalten
Bijlage 4
ErfinpassingsplanAladnaweg 7 te Aalten
Bijlage 5
ErfinpassingsplanBarloseweg 1-1a te Aalten
Bijlage 6
Vergunning Wnb Barloseweg 9
Bijlage 7
Erfininrichtingsplan CWV Barlo
Bijlage 8
Akoestische maatregelen CWV Barlo
Bijlage 9
ErfinpassingsplanBarloseweg 9 te Aalten
Bijlage 10
ErfinpassingsplanDrenthelweg 1 te Aalten
Bijlage 11
ErfinpassingsplanDrenthelweg 8 te Aalten
Bijlage 12
ErfinpassingsplanGendringseweg 32a-b
Bijlage 13
ErfinpassingsplanHaartseweg 10 te Aalten
Bijlage 14
ErfinpassingsplanHeuvelweg 12 te Aalten
Bijlage 15
ErfinpassingsplanHofstedeweg O 1326
Bijlage 16
ErfinpassingsplanLeemhorstdijk 4 te Aalten
Bijlage 17
ErfinpassingsplanKiefteweg 14 te Aalten
Bijlage 18
ErfinpassingsplanKruisdijk 1 te Aalten
Bijlage 19
ErfinpassingsplanNijmansdijk 18
Bijlage 20
ErfinpassingsplanStokkertweg 7-7a te Aalten
Bijlage 21
ErfinpassingsplanThijsweg 3-3a te Aalten
Landelijk gebied, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00111-VG01
vastgesteld
1
I N D I C AT I E V E L I J S T V A N NEVENACTIVITEITEN EN HOOFDACTIVITEITEN BIJ HERGEBRUIK Verklaring: H = hoofdactiviteiten N = nevenactiviteiten
Overige gronden
ontwikkelingszone
Overige zone - groene
natuurnetwerk
FUNCTIE
Overige zone - gelders
- = niet toegestaan
Verblijfsrecreatie - kampeerboerderij
N/H
N/H
N/H
- appartementen
N/H
N/H
N/H
- hotelaccommodatie
N/H
N/H
N/H
- bed & breakfast
N/H
N/H
N/H
- pension
N/H
N/H
N/H
- lichte horeca
N/H
N/H
N/H
- bezoekerscentrum
N/H
N/H
N/H
- paardenpension / -stalling
N/H
N/H
N/H
- sauna
N/H
N/H
N/H
- paardenverhuur
N
N
N
- fietsenverhuur
N
N
N
- kanoverhuur
N
N
N
- trapautoverhuur
N
N
N
- manege
N
N/H
N/H
- huifkarcentrum
N
N/N
N/H
- privékliniek
N/H
N/H
N/H
- kuuroord/beautycentrum
N/H
N/H
N/H
- dagverblijf
N/H
N/H
N/H
- dierenkliniek
N/H
N/H
N/H
- sociale nevenfunctie op agrarisch-
-
N/H
N/H
- caravans / boten
N
N
N/H
- inboedel
N
N
N/H
Dagrecreatie
Zorg
bedrijf (resocialisatie, therapie, gehandicapten)* Opslag
- overige opslag
Overige gronden
ontwikkelingszone
Overige zone - groene
natuurnetwerk
Overige zone - gelders
FUNCTIE
N
N
N/H
- loonbedrijven
-
-
N/H
- veehandelbedrijven
-
-
N/H
- spermabank
-
N
N/H
- fouragehandel
-
N
N/H
- zaaizaad en potgoed
-
N
N/H
- opslag agrarische producten
-
N
N/H
- hoefsmederij
-
N
N/H
- hoveniersbedrijven
-
N/H
N/H
- boomverzorgingsbedrijven
-
N/H
N/H
- natuur- en landschapsbeheer
N/H
N/H
N/H
- bosbouwbedrijven
-
N/H
N/H
- vis- escargot- wormkwekerij
-
N/H
N/H
- verkoop eigen agrarische producten
-
N
N
- slachterij
-
N
N
- vleesverwerking
-
N
N
- zuivelverwerking
-
N
N
- plantaardige productverwerking
-
N
N
- imkerij
-
N/H
N/H
- palingrokerij
-
N/H
N/H
- wijnmakerij
-
N/H
N/H
- ijsmakerij
-
N/H
N/H
- bierbrouwerij
-
N/H
N/H
- riet- en vlechtwerk
-
N/H
N/H
- bouwbedrijven
-
N
N/H
- schildersbedrijven
-
N
N/H
- glas in lood zetterijen
-
N
N/H
Overige activiteiten
Agrarische hulpbedrijven*
Agrarisch toeleverende bedrijven*
Semi-agrarische bedrijven*
Ambachtelijke landbouwproductverwerkende bedrijven*
Overige ambachtelijke bedrijven
Overige gronden
ontwikkelingszone
Overige zone - groene
natuurnetwerk
Overige zone - gelders
FUNCTIE - installatiebedrijven
-
N
N/H
- electrotechnisch installatiebedrijf
-
N
N/H
- dakdekkersbedrijf
-
N
N/H
- rietdekkersbedrijf
-
N
N/H
- houtbewerkingsbedrijven
-
N
N/H
- houtzagerij en -schaverij
-
N
N/H
- speeltoestellenfabricage
-
N
N/H
- lasinrichtingen / bankwerkerijen
--
N
N/H
- vervaardiging medische
-
N
N/H
- meubelmakerij / restauratie
-
N
N/H
- meubelstoffeerderijen
-
N
N/H
- vervaardigen en reparatie sieraden
-
N
N/H
- vervaardigen en reparatie muziek-
-
N
N/H
- spel- en speelgoedfabricage
-
N
N/H
- spinnen en weven van textiel
-
N/H
N/H
- vervaardiging van textielwaren
-
N/H
N/H
- kledingvervaardiging
-
N/H
N/H
- reparatiebedrijven gebruiksgoederen
-
N/H
N/H
- pottenbakkerij
-
N/H
N/H
- natuursteenbewerking / beeld-
-
N/H
N/H
- zeefdrukkerij
-
N/H
N/H
- grafische bedrijven
-
N/H
N/H
- cursuscentrum
-
N/H
N/H
- crèche / peuterspeelzaal
-
N/H
N/H
- museum/ / tentoonstellingsruimte
-
N/H
N/H
- dierenasiel / -pension
-
N/H
N/H
- kappersbedrijf
-
N
N
- computerservicebedrijf
-
N/H
N/H
- adviesbureau
-
N/H
N/H
- geluids- en/of TV-studio
-
N/H
N/H
- telecommunicatie
-
N/H
N/H
instrumenten/precisie-instrumenten en orthopedische artikelen
instrumenten
houwerij
Overige dienstverlening
Overige gronden
ontwikkelingszone
Overige zone - groene
natuurnetwerk
Overige zone - gelders
FUNCTIE - antiekhandel
-
N/H
N/H
- kunsthandel
-
N/H
N/H
-
N/H
N/H
- dierenarts
-
N/H
N/H
- atelier
-
N/H
N/H
- overige aan-huis-gebonden-
-
N/H
N/H
Aan-huis-gebonden-beroep - individuele (para)medische of therapeutische praktijk
beroepen
*
sociale nevenfuncties op het agrarisch bedrijf, agrarische hulpbedrijven, agrarisch toeleverende bedrijven, semiagrarische bedrijven en ambachtelijke landbouwproductverwerkende bedrijven worden gezien als ‘agrarisch verwante bedrijven’.
S TA AT V A N B E D R I J F S A C T I V I T E I T E N
SBI
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
15
vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken
1581
brood- en banketbakkerijen:
1593 t/m
- v.c. < 2500 kg meel/week
2
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
2
1595 18
Vervaardiging van kleding; bereiden en verven van bont
182
Vervaardiging van kleding en –toebehoren (excl. van leer)
20
houtindustrie en vervaardiging artikelen van hout, riet, kurk e.d.
205
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
22
uitgeverijen, drukkerijen en reproductie van opgenomen media
221
Uitgeverijen (kantoren)
1
2222.6
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
2
2223
Grafische afwerking
1
2223
Binderijen
2
2224
Grafische reproductie en zetten
2
2225
Overige grafische aktiviteiten
2
223
Reproductiebedrijven opgenomen media
1
24
Vervaardiging van chemische producten
2442
Farmaceutische productenbedrijven:
2442
- verbandmiddelenfabrieken
33
vervaardiging van medische en optische apparaten en instrumenten
33
Bedrijven voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.
36
vervaardiging van meubels en overige goederen n.e.g.
362
Fabricage van munten, sieraden e.d.
2
363
Muziekinstrumentenbedrijven
2
40
productie en distributie van stroom, aardgas, stoom en warm water
40
Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: - < 10 mva
40
2
2
2
2
Gasdistributiebedrijven: - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C
40
2
2
Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: - blokverwarming
41
winning en ditributie van water
41
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: - < 1 mw
2
2
SBI
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
50
handel/reparatie van auto's, motorfietsen; benzineservicestations
5020.5
Autowasserijen
51
groothandel en handelsbemiddeling
511
Handelsbemiddeling (kantoren)
1
5121
Grth in akkerbouwproducten en veevoeders
2
5122
Grth in bloemen en planten
2
5125, 5131
Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen
2
5132, 5133
Grth in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën
2
5134
Grth in dranken
2
5135
Grth in tabaksproducten
2
5136
Grth in suiker, chocolade en suikerwerk
2
5137
Grth in koffie, thee, cacao en specerijen
2
5138, 5139
Grth in overige voedings- en genotmiddelen
2
514
Grth in overige consumentenartikelen
2
5156
Grth in overige intermediaire goederen
2
5162
Grth in machines en apparaten
2
517
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.)
2
60
vervoer over land
6022
Taxibedrijven, taxistandplaatsen
61, 62
vervoer over water/door de lucht
61, 62
Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
65, 66, 67
financiële instellingen en verzekeringswezen
65, 66, 67
Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen
70
verhuur van en handel in onroerend goed
70
Verhuur van en handel in onroerend goed
72
computerservice- en informatietechnologie
72
Computerservice- en informatietechnologiebureaus e.d.
73
speur- en ontwikkelingswerk
731
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
2
732
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
1
85
gezondheids- en welzijnszorg
8512, 8513
Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven
1
8514, 8515
Consultatiebureaus
1
91
diverse organisaties
9111
Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)
2
9131
Kerkgebouwen e.d.
2
2
2
2
1
2
1
1
SBI
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
92
cultuur, sport en recreatie
9251, 9252
Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.
1
9262
Sportscholen, gymnastiekzalen
2
93
overige dienstverlening
9302
Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten
1
9304
Badhuizen en sauna-baden
2
9305
Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
1
de gebruikte afkortingen zijn: <
kleiner dan
cat.
categorie
e.d.
en dergelijke
n.e.g.
niet eerder genoemd
v.c.
verwerkingscapaciteit
de grootste afstanden zijn: categorie 1:
0 of 10 m
categorie 2:
30 m
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
1. Inleiding Het parkeerbeleid in Aalten is onderdeel van het verkeer- en vervoersbeleid, zoals vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Aalten 2010-2020 (GVVP). In het GVVP is aangegeven dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gebruik wordt gemaakt van de kengetallen voor parkeren afkomstig van het CROW (publicatie 317). Omdat op grond van nieuwe wetgeving beleidsnota’s geen normen meer mogen bevatten, is besloten een aparte beleidsregel parkeernormen op te stellen. Het parkeren moet nadrukkelijk worden getoetst bij een bouwproject. Deze beleidsregel heeft als doel om de toepassing van parkeernormen inzichtelijker te maken, zodat het voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars duidelijker is welke normen gehanteerd worden bij een bouwaanvraag of bestemmingsplanwijziging. De parkeernorm is een middel om bij (ver-)bouw te zorgen dat er voldoende parkeerplaatsen zijn. Hiermee wordt gegarandeerd dat mensen er graag komen voor wonen en werken of bezoek, maar vooral ook dat de openbare ruimte wordt beschermd tegen overlast en hinder als gevolg van foutparkeren. Er kunnen zich specifieke omstandigheden voordoen die aanleiding geven om van de vastgestelde normen af te wijken. In dat geval is een goede motivering essentieel.
In artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht is geregeld dat gehandeld wordt conform een vastgestelde beleidsregel tenzij, wegens bijzondere belangen, de gevolgen van toepassing onevenredig zouden zijn met de door de beleidsregel te dienen doelen. In dat geval is er dus de mogelijkheid om van een beleidsregel af te wijken. Voor het afwijken is een stappenplan opgenomen, waarin is aangegeven wat de initiatiefnemer moet aanleveren en welke stappen de gemeente zet. 2. Ontwikkelingen: stijging van parkeerdruk Er komen nog steeds elk jaar meer auto’s bij die vragen om een parkeerplaats. Steeds meer huishoudens hebben twee of meer auto’s. Ook het aantal bedrijfsauto’s dat in woonwijken geparkeerd wordt, neemt toe. Voor het centrumbezoek en dan met name op de zaterdagen en Duitse feestdagen zijn steeds meer parkeerplaatsen nodig. Gevolg hiervan is dat de parkeerdruk in bepaalde gebieden stijgt. Dit kan leiden tot klachten van bewoners en ondernemers. Het gevolg hiervan is dat het parkeren een steeds prominentere rol speelt bij de beoordeling van bouwprojecten en de bereikbaarheid van het centrum. Er zijn geen wettelijk door het Rijk vastgestelde parkeernormen. Maar het toonaangevende CROW brengt met enige regelmaat richtlijnen uit die voor Nederland vrij algemeen toepasbaar zijn.
Zo is in oktober 2012 de uitgave van Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (publicatie 317) uitgebracht. Rekening houdend met plaatselijke omstandigheden en plaatselijk beleid kan een gemeente besluiten zelf te bepalen welke normen worden toegepast bij bepaalde voorzieningen. Voor inwoners of bedrijven die een bouwvergunning aanvragen is het van belang om te weten hoeveel parkeerplaatsen er bij het plan moeten worden gerealiseerd. Soms vindt een indiener van een bouwaanvraag dat er andere normen moeten worden gehanteerd. In dergelijke gevallen moet de afwijking van de toepassing van de normen helder en duidelijk gemotiveerd worden aangegeven. Bij de uiteindelijke belangenafweging met betrekking tot parkeren worden de verkeerskundige overwegingen met de andere beleidsvelden (economie, wonen, ruimte en milieu) in verband gebracht. Deze afweging is onderdeel van het stappenplan voor afwijken dat is opgenomen in deze beleidsregel.
3. Uitgangspunten Bij het toepassen van de parkeernormen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Iedere initiatiefnemer van een omgevingsvergunning is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen voor de omgevingsvergunning op eigen terrein. 2. Een nieuwe omgevingsvergunning mag geen parkeerproblemen veroorzaken in zijn omgeving. 3. Het toepassen van de parkeernormen moet een positieve invloed hebben op de bereikbaarheid en een duurzame economische ontwikkeling van de gemeente Aalten. 4. Aangezien er in de gemeente Aalten in de huidige situatie geen sprake is van hoge parkeerdruk, worden de minimale kencijfers voor parkeren van het CROW (publicatie 317) toegepast. 5. Wanneer iemand die een bouwaanvraag indient met voldoende argumenten kan aantonen dat de voorgeschreven parkeernorm niet realiseerbaar is in deze specifieke situatie, wordt er gekeken naar alternatieve mogelijkheden om het parkeren op te lossen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van (nog te realiseren) parkeerruimte elders. 6. Wanneer dit alles niet mogelijk is kan de gemeente gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. 7. De parkeernormen zijn gedifferentieerd naar verschillende gebieden: het centrum, de schil rondom het centrum, de rest bebouwde kom en het buitengebied (zie bijlage 3). 4.
Bepalen van de parkeerbehoefte Voor het bepalen van de parkeerbehoefte gaat de gemeente Aalten uit van de minimale kencijfers die het CROW (publicatie 317) aanbeveelt. De stedelijkheidsgraad van de gemeente is bepalend voor de te hanteren kencijfers. Hierbij wordt gekeken naar de omgevingadressendichtheid van de gemeente. De omgevingadressendichtheid per km² ligt in de gemeente Aalten tussen de bandbreedte 500 en 100, waardoor de stedelijkheidsgraad voor Aalten 'weinig stedelijk' is. Het grondgebied van de gemeente is opgedeeld in het centrum, de schil van het centrum, de rest bebouwde kom en het buitengebied. Per functie geeft het CROW kencijfers voor ieder van deze gebieden. De gemeente Aalten gaat dus uit van de minimale kencijfers voor iedere functie als parkeernorm. Voor sommige functies zijn in bepaalde gebieden geen kencijfers gegeven door het CROW. In die gevallen is voor het bepalen van de parkeernorm aangesloten bij de kencijfers voor het meest vergelijkbare gebied. Er wordt bijvoorbeeld uitgegaan van de kencijfers voor de rest bebouwde kom als voor een functie geen kencijfers worden gegeven voor het buitengebied. Deze parkeernormen zijn opgenomen in bijlage 1. Voor het centrum van Bredevoort gelden specifieke parkeernormen voor bepaalde functies, deze zijn opgenomen in bijlage 2.
Als voor een functie in het centrum van Bredevoort geen specifieke norm geldt, dan geldt de norm voor het centrum uit bijlage 1. De volgende stappen moeten doorlopen worden om de parkeerbehoefte te bepalen: 1. Bepaal de nieuwe parkeerbehoefte o.b.v. (bouw-)plan en de parkeernormen van bijlage 1 en 2. 2. Bepaal het aantal fysieke parkeerplaatsen in huidige situatie, die behouden blijven. 3. Als het aantal bij stap 2 groter is dan bij stap 1, is er voldoende parkeerruimte, anders door naar stap 4. 4. Bepaal de huidige parkeerbehoefte o.b.v. huidig gebouw/functie/bestemming en de parkeernormen van bijlage 1 en 2. 5. Als alle bestaande parkeerplaatsen behouden blijven en het aantal bij stap 4 groter is dan bij stap 1, is er voldoende parkeerruimte, anders naar stap 6.
6. De extra parkeerbehoefte is het aantal bij stap 1 verminderd met het aantal bij stap 4 (voor zover deze plaatsen behouden blijven). De initiatiefnemer dient een plan in voor realisatie van extra benodigde parkeerplaatsen. Bij het vergelijken van de parkeerruimte en de parkeerbehoefte mag – indien van toepassing – rekening worden gehouden met gecombineerd gebruik van de parkeerplaatsen, wanneer verschillende functies op verschillende tijden gebruik maken van de parkeerplaatsen. Door middel van een parkeerbalans kan dit gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen onderzocht worden. Voor de berekeningswijze en aanwezigheidspercentages wordt verwezen naar CROW publicatie 317. Bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen, dat in een (bouw-)plan is opgenomen, gelden de volgende kanttekeningen:
de parkeerplaatsen voor bezoekers van woningen worden in de openbare ruimte gerealiseerd; parkeerplaatsen achter elkaar op eigen terrein van een woning (lange oprit) worden per 5 m lengte geteld als 1 parkeerplaats; parkeerplaatsen naast elkaar op eigen terrein van een woning (brede oprit) worden als aparte parkeerplaatsen geteld; een garage/-berging wordt niet geteld als parkeerplaats.
5. Afwijken van de parkeernorm op eigen terrein In de praktijk blijkt dat voor kleine bouwprojecten in het centrum (bijvoorbeeld een klein aantal wooneenheden boven winkels) het parkeren niet altijd op eigen terrein valt op te lossen. Realisering van een ondergrondse parkeervoorziening is voor kleine aantallen parkeerplaatsen vaak economisch niet rendabel. Indien bij de aanvraag van een omgevingsvergunning niet op eigen terrein in de parkeerbehoefte kan worden voorzien is het mogelijk om van de parkeernormen af te wijken. Hiervoor hanteert de gemeente het volgende stappenplan: 1. De gemeente vraagt de initiatiefnemer een motivering aan te leveren, waarin is aangegeven waarom het afwijken van de parkeernormen op eigen terrein nodig is en welke oplossing de initiatiefnemer ziet. In de motivering wordt ingegaan op de volgende vragen: a. Wat is de parkeerbehoefte? (conform de stappen voor het bepalen van de parkeerbehoefte onder ‘4. Bepalen van de parkeerbehoefte’). Zijn de door de gemeente gehanteerde parkeernormen te hoog? Zo ja, waarom, welke parkeernorm is passend? Eventueel kan de initiatiefnemer een mobiliteitsmanagementplan aanleveren waarin is opgenomen hoe een reductie mogelijk is van de parkeerbehoefte (bijvoorbeeld OVabonnementen/fietsen voor werknemers). b.
Is het mogelijk het plan aan te passen, zodat toch aan de parkeernormen kan worden voldaan op eigen terrein? Gedacht kan worden aan verschuivingen qua inrichting zodat parkeerplaatsen zijn in te passen, het bijstellen van het programma of de ambities van de ontwikkeling. Als het aanpassen van het plan niet mogelijk is, wat is de reden hiervoor(bijvoorbeeld vanwege kosten, ruimtegebrek, etc.)? c. Zijn er elders alternatieven voor het parkeren? Bijvoorbeeld in de openbare ruimte (bestaande of door de initiatiefnemer aan te leggen parkeerplaatsen) of op een andere locatie op acceptabele loopafstand? Een parkeeronderzoek kan een goede onderbouwing zijn voor de beschikbare ruimte voor het gebruik van bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Als er geen alternatieven elders zijn kan een bijdrage worden gedaan in het parkeerfonds, waarmee de gemeente zich verplicht in de toekomst de benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen (zie kopje ‘Parkeerfonds’).
2. De gemeentelijk deskundige toetst de motivering. Al naar gelang de casus kan dit snel verwerkt worden en soms vraagt dit meer tijd en overleg / afstemming met andere deskundigen. 3. Uit de toetsing van de motivering volgt een parkeeradvies, waarin het voorstel voor de wijze van afwijken is opgenomen. Er kan worden afgeweken van de parkeernorm, het parkeren op eigen terrein en de storting in het parkeerfonds. 4. Het parkeeradvies wordt voorgelegd aan het college. 5. Het college neemt een besluit met betrekking tot afwijken van de parkeernorm op eigen terrein. Het besluit is vatbaar voor bezwaar en beroep. Parkeerfonds Wanneer een bijdrage aan het parkeerfonds wordt gevraagd door de gemeente, zal zij in de toekomst parkeerplaatsen realiseren om aan de parkeerbehoefte te voldoen. De daarbij gehanteerde afkoopsom is representatief voor de kostprijs van een nieuw aan te leggen parkeerplaats (aanlegkosten en grondkosten). Deze bedragen worden door B&W vastgesteld en kunnen indien nodig worden herzien. Daarbij neemt de gemeente dan de verplichting over om binnen 10 jaar het gelijke aantal parkeerplaatsen te realiseren. Voor woningen moet dat binnen circa 200 m en voor winkels/kantoren en andere functies binnen circa 500m vanaf de locatie van de omgevingsvergunning dat niet in de eigen parkeerbehoefte kan voorzien. Dit impliceert dat de gemeente verplicht is om: 1.
de afkoopsommen binnen 10 jaar te investeren in parkeervoorzieningen; 2. op tijd voldoende parkeerplaatsen aan te leggen om te voldoen aan de contractuele verplichtingen; 3. per nieuw aangelegde parkeerplaats te benoemen voor welke “afkoper” de parkeerplaats is aangelegd. 6. Nadere eisen Naast het afwijken heeft het college van B&W ook de mogelijkheid om nadere eisen te stellen met betrekking tot de te realiseren parkeerplaatsen. Reden hiervoor is dat er ontwikkelingen kunnen zijn die voor een grotere verkeersaantrekkende werking zorgen dan gebruikelijk is voor een dergelijke functie. Een voorbeeld is een ontwikkeling van een fullservice supermarkt in een kern welke geen directe concurrentie in de kern zelf of direct daarbuiten heeft. Deze supermarkt zal zorgen voor meer verkeer uit de omgeving dan een fullservice supermarkt met concurrentie in de kern. Door een hogere parkeernorm te hanteren kan parkeeroverlast worden voorkomen. Dat de verkeersaantrekkende werking groter is dan gebruikelijk is voor de functie dient wel te worden aangetoond door het college.
Bijlage 1: Parkeernormen gemeente Aalten FUNCTIE
Per
Wonen Koop, vrijstaand woning Koop, twee-onder-een-kap woning Koop, tussen/hoek woning Koop, etage, duur woning Koop, etage, midden woning Koop, etage, goedkoop woning Huurhuis, vrije sector woning Huurhuis, sociale huur woning Huur, etage, duur woning Huur etage, woning midden/goedkoop Kamerverhuur, zelfstandig kamer (niet-studenten) Kamerverhuur, studenten. kamer Niet-zelfstandig Aanleunwoning en serviceflat kamer Werken Kantoor (zonder baliefunctie) 100 m² bvo Commerciële dienstverlening 100 m² bvo (kantoor met baliefunctie) Bedrijf arbeidsintensief/ 100 m² bvo bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief/ 100 m² bvo bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Bedrijfsverzamelgebouw 100 m² bvo Winkelen en boodschappen Buurtsupermarkt 100 m² bvo Discountsupermarkt 100 m² bvo Fullservice supermarkt (laag 100 m² bvo en middellaag prijsniveau) Fullservice supermarkt 100 m² bvo (middelhoog en hoog prijsniveau) Grote supermarkt 100 m² bvo Groothandel in 100 m² bvo levensmiddelen Buurt- en dorpscentrum 100 m² bvo Wijkcentrum (klein) 100 m² bvo Wijkcentrum (gemiddeld) 100 m² bvo Wijkcentrum (groot) 100 m² bvo Stadsdeelcentrum 100 m² bvo
Norm centrum
Norm schil Norm rest Norm centrum bebouwde buitenkom gebied
1,4 1,3 1,1 1,2 1,0 0,9 1,1 0,9 1,0 0,7
1,7 1,6 1,4 1,5 1,3 1,0 1,4 1,0 1,3 0,8
1,9 1,8 1,6 1,7 1,5 1,2 1,6 1,2 1,5 1,0
2,0 1,8 1,6 1,7 1,5 1,2 1,6 1,2 1,5 1,0
0,5
0,6
0,6
0,6
0,2
0,2
0,2
0,2
0,8
0,9
1,0
1,0
1,6 2,2
2,1 2,7
2,3 3,3
2,3 3,3
1,3
1,7
2,1
2,1
0,4
0,6
0,8
0,8
1,1
1,5
1,7
1,7
1,3 2,7 2,6
2,2 4,6 4,3
3,1 6,5 5,2
3,1 6,5 5,2
3,1
3,6
4,6
4,6
5,6 6,1
6,6 6,1
7,6 6,1
7,6 6,1
2,3 3,0 3,7 4,1 4,6
2,3 3,0 3,7 4,1 4,6
3,0 3,9 4,5 5,1 5,8
3,0 3,9 4,5 5,1 5,8
Weekmarkt (bij klein wijk-, m¹ kraam buurt- en dorpscentrum) Kringloopwinkel 100 m² bvo Bruin- en witgoedzaken 100 m² bvo Woonwarenhuis/ woonwinkel 100 m² bvo Woonwarenhuis (zeer groot) 100 m² bvo Meubelboulevard/Woonboule 100 m² bvo vard Winkelboulevard 100 m² bvo Outletcentrum 100 m² bvo Bouwmarkt 100 m² bvo Tuincentrum 100 m² bvo Groencentrum 100 m² bvo Sport, cultuur en ontspanning Bibliotheek 100 m² bvo Museum 100 m² bvo Bioscoop 100 m² bvo Filmtheater/filmhuis 100 m² bvo Theater/schouwburg 100 m² bvo Musicaltheater 100 m² bvo Casino 100 m² bvo Bowlingcentrum Bowlingbaan Biljart/snookercentrum Tafel Dansstudio 100 m² bvo Fitnessstudio/Sportschool 100 m² bvo Fitnesscentrum 100 m² bvo Wellnesscentrum (thermen, 100 m² bvo kuurcentrum, beautycentrum) Sauna, hammam 100 m² bvo Sporthal 100 m² bvo Sportzaal 100 m² bvo Tennishal 100 m² bvo Squashhal 100 m² bvo Zwembad overdekt 100 m² bassin Zwembad openlucht 100 m² bassin Sportveld Hectare netto terrein Indoorspeeltuin 100 m² bvo (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner Indoorspeeltuin 100 m² bvo (kinderspeelhal), groot Manege Box Volkstuin 10 tuinen Horeca en (verblijfs-)recreatie Camping (kampeerterrein) Standplaats Bungalowpark Bungalow (huisjescomplex) 1* hotel 10 kamers 2* hotel 10 kamers
0,18
0,18
0,18
0,18
1,0 3,3 1,0 4,4 1,9
1,0 5,4 1,5 4,4 1,9
1,7 7,4 1,7 4,4 2,3
2,0 8,5 1,7 4,4 2,3
3,7 8,5 1,6 2,1 2,1
3,7 8,5 1,6 2,1 2,1
4,2 9,4 2,2 2,4 2,4
4,2 9,4 2,2 2,6 2,6
0,2 0,5 2,2 1,6 5,9 2,4 5,2 1,1 0,6 1,1 0,9 1,2 8,8
0,5 0,7 7,0 4,3 6,5 2,9 5,6 1,8 0,9 3,4 2,9 4,0 8,8
0,9 1,0 10,2 6,9 8,3 3,5 6,0 2,3 1,1 5,0 4,3 5,8 8,8
1,1 1,0 12,7 8,9 10,5 4,6 7,5 2,3 1,5 6,9 6,0 6,9 9,8
2,0 1,3 0,9 0,2 1,5 9,7 9,1 13
4,1 1,9 1,7 0,3 2,3 9,7 9,1 13
6,2 2,6 2,6 0,4 2,6 10,5 11,9 13
6,8 3,2 3,3 0,4 3,1 12,3 14,8 13
0,6
1,4
2,2
2,6
1,2
2,1
3,1
3,6
0,3 1,1
0,3 1,1
0,3 1,2
0,3 1,3
1,1 1,6
1,1 1,6
1,1 1,6
1,1 2,0
0,3 1,2
0,7 2,1
2,4 4,0
4,4 6,0
3* hotel 10 kamers 4* hotel 10 kamers 5* hotel 10 kamers Café/bar/cafetaria 100 m² bvo Restaurant 100 m² bvo Discotheek 100 m² bvo evenementenhal/beursgebou 100 m² bvo w/congresgebouw Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Huisartsenpraktijk (-centrum) Behandelkamer Apotheek Apotheek Fysiotherapiepraktijk (Behandelkamer centrum) Consultatiebureau Behandelkamer Consultatiebureau voor Behandelkamer ouderen Tandartsenpraktijk (-centrum) Behandelkamer Gezondheidscentrum Behandelkamer Ziekenhuis 100 m² bvo Crematorium (deels) gelijktijdige plechtigheid Begraafplaats (deels) gelijktijdige plechtigheid Penitentiaire inrichting 10 cellen Religiegebouw Zitplaats Verpleeg- en Wooneenheid verzorgingstehuis Onderwijs Kinderdagverblijf (crèche) 100 m² bvo Basisonderwijs Leslokaal Middelbare school 100 leerlingen ROC 100 leerlingen Avondonderwijs 10 studenten
1,7 3,0 4,7 5,0 10,0 5,0 4,0
2,9 4,8 7,5 5,0 10,0 11,9 5,0
4,7 7,0 10,2 6,0 14,0 18,9 6,0
6,3 8,5 11,8 6,0 14,0 18,8 6,0
2,0 2,1 1,1
2,5 2,6 1,4
3,0 3,1 1,7
3,0 3,1 1,7
1,2 1,2
1,5 1,5
1,8 1,9
1,9 2,1
1,4 1,4 1,4 25,1
1,9 1,8 1,6 25,1
2,3 2,2 1,8 25,1
2,8 2,2 1,9 25,1
26,6
26,6
26,6
26,6
1,4 0,1 0,5
1,9 0,1 0,5
3,0 0,1 0,5
3,4 0,1 0,5
0,9 0,5 2,7 3,8 3,6
1,1 0,5 3,6 4,4 4,7
1,3 0,5 3,9 4,9 5,8
1,4 0,5 3,9 4,9 9,5
Bijlage 2: Parkeernormen centrum Bredevoort
Bijlage 3: Parkeergebieden gemeente Aalten
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
Deelgebieden parkeernormen Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom Buitengebied
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
Kern Aalten Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom Buitengebied Ondergrond
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
Kern Dinxperlo Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom Buitengebied Ondergrond
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
Kern Bredevoort Centrum Schil centrum Rest bebouwde kom Buitengebied Ondergrond
Erfinpassingsplan Aladnaweg 7 te Aalten
Colofon Erfinpassingsplan Aladnaweg 7 te Aalten
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
Projectnummer en versie: 4192A versie 1.0 Ligging plangebied: Aladnaweg 7 te Aalten Auteur: : Ing. P. Leemreise
Locis Adviseurs
Status: definitief Rapportdatum: 7-6-2022
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................... 3
1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 3
Het ontwerp .......................................................................................................................... 8
3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 8 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 8 3.3 Kansen voor versterking van het erf ........................................................................................................ 8 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4
Inrichting en beheer ............................................................................................................ 10
4.1 Inrichtingsmaatregelen .......................................................................................................................... 10 4.2 Beheer .................................................................................................................................................... 11
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Er zijn plannen om een extra woning te bouwen op een erf aan de Aladnaweg 7 te Aalten. Ter compensatie voor de bouw van de extra woning, wordt overtollige bebouwing op het erf gesloopt. De sloop van de overtollige gebouwen vindt gefaseerd plaats. Gelijktijdig met de bouw, worden een kapschuur en een stal gesloopt. Over enkele jaren wordt een tweede stal gesloopt. De gemeente Aalten stelt als voorwaarde voor een dergelijke ontwikkeling, dat het nieuwe erf landschappelijk ingepast wordt. Op onderstaande luchtfoto wordt de bouwlocatie van de nieuwe woning aangeduid met het gele vlak. Met sterren worden de te slopen gebouwen aangeduid. Als eerste worden de gebouwen gesloopt welke aangeduid worden met de gele ster. Over enkele jaren wordt de stal met de rode ster gesloopt worden. In voorliggend inpassingsplan, wordt een erfinpassingsplan voor het uiteindelijke eindbeeld gegeven.
Aanduiding van de bouwlocatie van de nieuwe woning. Deze wordt aangeduid met het gele vlak.
3
HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Aladnaweg 7 te Aalten. Het ligt in het buitengebied, circa 1,7 kilometer ten noorden van de woonkern Aalten en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarisch erf, ten westen van de Aladnaweg. Op het erf staan een boerderij met aangebouwde stal aan de noordzijde. Verder staan er nog een kapschuur, varkensstal en schoppe, welke ook als stal gebruikt werd. Het erf grenst aan de oostzijde aan de Aaladnaweg, aan de noordzijde aan agrarisch cultuurland, aan de westzijde aan agrarisch cultuurland en aan de zuidzijde aan erf en agrarisch cultuurland. Het zuidelijke deel van het plangebied bestaat uit grasland, in gebruik als ponyweide. Het noordelijke deel bestaat uit grasland (grasweide) en kuilvoerplaten. Tussen de Aladnaweg en de boerderij ligt een fraaie siertuin met gazon, sierplanten, bomen en struiken. Langs de westrand van het erf staat een rij esdoorns. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied weergegeven.
4
Luchtfoto van het erf. Met de gele lijn wordt het plangebied Aladnaweg 7 aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
Zicht op de voortuin van de boerderij.
Zicht op de noordzijde van het erf met de kuilvoerplaten.
5
Zicht op de aanwezige beplanting op het erf. Links de hoogstam fruitboom. Rechts de coniferen en de esdoorns.
Zicht vanaf het erf in westelijke richting.
6
2.3 Landschap Het plangebied en de omgeving behoren tot het kampenlandschap. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.
Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid.
Het kampenlandschap is een oud agrarisch cultuurlandschap dat ontstaan is vanaf de middeleeuwen. Het kenmerkt zich door de grillige, bochtige wegenstructuur waarbij boerderijen tegenwoordig ook op enige afstand van de weg zijn komen te liggen als gevolg van ruilverkaveling waarbij veel zandwegen verloren zijn gegaan. De agrarische percelen hebben ongelijke vormen en volgen het oorspronkelijke landschap. Essen en graslanden wisselen elkaar af en wegen zijn veelal voorzien van laanbeplanting. Veel kavelgrensbeplanting, zoals houtwallen, zijn verdwenen tijdens de ruilverkaveling in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Ook zijn de meeste oorspronkelijke zandwegen verdwenen of verhard. Als gevolg van de ruilverkaveling ‘Aalten’ (jaren ’80 van de vorige eeuw) zijn veel zandwegen verdwenen, nieuwe wegen aangelegd, kavelgrensbeplanting verdwenen en percelen samengevoegd tot grote, meer rationele percelen.
7
HOOFDSTUK 3
HET ONTWERP
3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.
3.2 Uitgangspunten Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). De nieuwe woning wordt gebouwd aan de westrand van het erf, min of meer op de plek van de kapschuur. Om de woning op die locatie te kunnen bouwen dient de kapschuur gesloopt te worden en dienen drie bomen geveld te worden (één conifeer en twee esdoorns).
3.3 Kansen voor versterking van het erf Het erf ligt reeds fraai ingepast in het landschap. Vanaf de Aladnaweg is er vrij zicht op de voortuin welke een groene uitstraling heeft als gevolg van de vele inheemse bomen en struiken en gazon. De beplanting bestaat deels uit oude bomen en deels uit vrij jonge bomen welke in de afgelopen jaren geplant zijn. Aan de achterzijde van het erf staat een hoogstam fruitboom, te midden van erfverharding. Door de verharding rondom de boom te verwijderen, krijgt de boom meer ruimte en kan de boom hopelijk nog decennia mee. Om het zicht op de nieuwe woning te verminderen kan nieuwe beplanting aangeplant worden in de vorm van een struweelhaag. Verspreid op het erf is plek voor enkele solitaire bomen; zowel loofbomen als hoogstam fruitbomen. Achter de te slopen stal, in de zuidwesthoek van het erf, staat een rij coniferen. Door deze te vervangen door een gemengde struweelhaag, wordt de doorkijk naar de buren weggenomen. Deze doorkijk ontstaat als gevolg van het slopen van de stal en het verwijderen van de coniferen.
8
3.4 Het ontwerp Het ontwerp voorziet in het verwijderen van twee esdoorns, een solitaire conifeer, het verwijderen van een coniferenrij en de aanplant van een scheerhaag, struweelhagen, fruitbomen en solitaire loofbomen. Een groot deel van de plek waar nu de kuilvoerplaten liggen, wordt ingericht als hooiland. Concreet worden volgende maatregelen genomen: • • • • • • • • •
Rooien jonge esdoorn (2 stuks); Rooien solitaire conifeer; Rooien rij coniferen; Aanplant hoogstam fruitbomen (3 stuks); Aanplant solitaire loofbomen (3 stuks); Aanplant scheerhaag rond tuin van nieuwe woning; Aanplant gemende struweelhaag (3 hagen); Verwijderen erfverharding rond oude fruitboom; Ontwikkelen hooiland;
Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.
Voorstel voor landschappelijke inpassing.
9
HOOFDSTUK 4
INRICHTING EN BEHEER
4.1 Inrichtingsmaatregelen 1. Aanleg hoogstam fruitbomen Er worden drie hoogstam fruitbomen geplant, (minimaal 1 appel en 1 peer). De bomen komen minimaal vijf meter uit elkaar te staan. Specifieke plantinstructie • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna twee boompalen van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. • U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. • Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 5 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.
Fruitboom met boomband.
2. Aanplant solitaire boom Er worden drie solitaire loofbomen geplant. De nieuwe bomen mogen bestaan uit paardenkastanje, ‘linde’ , ruwe iep, zomereik, haagbeuk, tamme kastanje of walnoot. Er worden drie, als laanboom gekweekte, bomen geplant met een minimale stamomtrek van 14-16 cm op 1,5 meter boven wortelvoet. De jonge bomen worden voorzien van twee boonpalen met boomband. Voor verdere plantinstructies: zie boven.
3. Scheerhaag Langs de zuid- en oostzijde van de nieuwe woning wordt een scheerhaag geplant. De scheerhaag mag bestaan uit liguster, beuk, haagbeuk, veldesdoorn of meidoorn. Er wordt driejarig plantsoen gebruik in de maat 80120 cm. De haag bestaat uit 4 stuks plantsoen per meter haag.
10
Voorbeeld van een scheerhaag.
Uitsnede van de tekening met daarop aangegeven de nieuwe scheerhagen; nummer 14 op de kaart.
4. Gemengde struweelhaag Er worden in totaal drie gemengde stuweelhagen aangelegd. De hagen bestaan uit een (gelijk) gemengde opstand van meidoorn, wilde liguster, vlier, vuilboom, Gelderse roos, Veldesdoorn en hondsroos. Er wordt driejarig plantsoen gebruik in de maat 80-120 cm. De haag bestaat uit 3 stuks plantsoen per meter haag en bestaat uit een enkele rij beplanting.
4.2 Beheer Hoogstam fruitboom Geen beheer of specifiek beheer gericht op vruchtdracht van hoogstam fruitbomen. Solitaire boom Geen beheer. Scheerhaaghaag De scheerhaag wordt jaarlijks één à twee maal geknipt of geschoren om de haag in de wenselijke hoogte en breedte te houden. Struweelhaag De struweelhaag wordt beheerd als hakhout. Dat wil zeggen dat de haag periodiek afgezet mag worden, waarna deze weer zal uitlopen en een dichte haag zal vormen. Tak- en tophout worden afgevoerd of in een ril in het element gelegd.
11
Erfinpassingsplan Barloseweg 1 te Aalten
Colofon Erfinpassingsplan Barloseweg 1 Aalten
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
Projectnummer en versie: 4080A versie 1.0 Ligging plangebied: Barloseweg 1-1a te Aalten Auteur: : Ing. P. Leemreise
Locis Adviseurs
Status: definitief Rapportdatum: 1-6-2022
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding .................................................................................................................................... 3
1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 3
Het ontwerp .......................................................................................................................... 8
3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 8 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 8 3.3 Kansen voor versterking van het erf ........................................................................................................ 8 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4
Inrichting en beheer ............................................................................................................ 11
4.1 Inrichtingsmaatregelen .......................................................................................................................... 11 4.2 Beheer .................................................................................................................................................... 12
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Er zijn plannen om een extra woning te creëren op agrarisch erf aan de Barloseweg 1-1a te Barlo, gemeente Aalten. Op het erf zijn reeds twee woningen aanwezig. De nieuwe woning wordt gerealiseerd in een bestaande schuur. Overtollige bebouwing, zoals een mestsilo en een ligboxenstal worden geamoveerd, evenals een mestvaalt ( ca. 50m2) en een compostvaalt (ca. 75m2). De ondergrond van de stal wordt als tuin ingericht, de ondergrond van de mestsilo wordt ingericht als agrarisch cultuurland. De gemeente Aalten stelt als voorwaarde voor een dergelijke ontwikkeling, dat het nieuwe erf landschappelijk ingepast wordt. Op onderstaande luchtfoto wordt de nieuwe woning aangeduid op de luchtfoto.
Aanduiding van de nieuwe woning (gele vlak), welke ontstaat als gevolg van woningsplitsing. Met de rode vlakken worden de twee, reeds aanwezige woningen aangeduid. De te slopen stal en mestsilo worden met de gele ster aangeduid.
Aanzicht op de als woning te verbouwen schuur.
De nieuwe woning wordt ontsloten via het bestaande erftoegangspad, welke nu ook gebruikt wordt voor de bestaande woningen. In voorliggend rapport wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Bij het opstellen van een plan voor landschappelijke inpassing en versterking van het landschap wordt gekeken naar het omringende landschapstype, de op het erf aanwezige beplanting en de 3
beplanting op de omliggende gronden. Ook wordt gekeken naar de functie van het plangebied. Een woonerf kan soms anders ingepast worden dan een functioneel agrarisch bedrijf of andere bedrijfslocatie. Het plan voor landschappelijke inpassing wordt uitgebeeld op een tekening. In het rapport wordt ingegaan op de keuzes voor type beplanting en de toegepaste soorten. Het plan wordt afgesloten met concrete aanwijzingen voor de aanleg en het beheer om tot het wenselijke eindbeeld te komen.
HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Barloseweg 1-1a te Barlo, gemeente Aalten. Het ligt circa 1,6 kilometer ten noorden van de woonkern Aalten en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarisch erf waar de agrarische activiteiten reeds jaren geleden gestaakt zijn. Op het erf staat een vrijstaande woning en in een deel van de voormalige bedrijfsbebouwing is enkele jaren een tweede woning gerealiseerd. Het ligt in de oksel van de Barloseweg en ’t Villeken op circa 170 meter van de Barloseweg en ‘t Villeken. Het erf wordt ontsloten via een verhard erftoegangspad aan de noordzijde en een zandpad aan de oostzijde. Het erf is aan de zuid-, west- en noordwestzijde fraai ingepast middels een gemende erfbeplanting van solitaire loof- en hoogstam fruitbomen, struiken, hakhout en sierplanten. De oostzijde van het erf ligt meer in het zicht vanwege het ontbreken van erfbeplanting. Ten noorden van de zandweg, welke het erf met de Barloseweg verbindt, ligt een gemengde loofhoutsingel.
4
Luchtfoto van het erf. Met de gele lijn wordt het erf Barloseweg 1-1a aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
Aanwezige beplanting langs de tuin aan de oostzijde en laanbomen langs de erftoegangsweg
Foto link; Langs de oostrand staat minder erfbeplanting. Foto rechts: de noordzijde van het erf wordt aan het zicht onttrokken door de omzoming van opgaande beplanting.
5
Zicht op de houtsingel, welke parallel aan de zandweg tussen het erf en de Barloseweg ligt. In de houtsingel zijn enkele open plekken zichtbaar.
Zicht op de houtsingel, welke parallel aan de zandweg tussen het erf en de Barloseweg ligt en het erf (rechts).
2.3 Landschap Het plangebied ligt in het kampenlandschap. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.
6
Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid.
Het kampenlandschap is een oud agrarisch cultuurlandschap dat ontstaan is vanaf de middeleeuwen. Het kenmerkt zich door de grillige, bochtige wegenstructuur waarbij boerderijen tegenwoordig ook op enige afstand van de weg zijn komen te liggen als gevolg van ruilverkaveling waarbij veel zandwegen verloren zijn gegaan. De agrarische percelen hebben ongelijke vormen en volgen het oorspronkelijke landschap. Essen en graslanden wisselen elkaar af en wegen zijn veelal voorzien van laanbeplanting. Veel kavelgrensbeplanting, zoals houtwallen, zijn verdwenen tijdens de ruilverkaveling in de jaren ’80 van de vorige eeuw.
7
HOOFDSTUK 3
HET ONTWERP
3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.
3.2 Uitgangspunten Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). De te slopen ligboxenstal ligt op het erf waardoor de ondergrond bij het erf betrokken zal worden in de vorm van tuin. De mestsilo ligt buiten het erf, waardoor de ondergrond van de silo nadien ingericht zal worden als agrarische cultuurgrond.
3.3 Kansen voor versterking van het erf Wanneer we naar het erf kijken, dan is de oostzijde van het erf fraai ingepast middels erfbeplanting in de vormt van een gemengde houtsingel tussen de Barloseweg en het erf. Aan de voorzijde ontbreekt deze opgaande beplanting, waardoor er fraai zicht is op de voorzijde van de karakteristieke boerderij. Een passende scheerhaag vormt de begrenzing tussen erf en aangrenzend agrarisch cultuurland.
8
3.4 Het ontwerp Het ontwerp voorziet in het verwijderen van de ligboxenstal en de mestsilo. Te aanwezige jonge beplanting rondom de mestsilo aan de west-, zuid- en oostzijde wordt verwijderd en de ondergrond wordt ingericht als agrarische cultuurgrond. Omdat het erf reeds fors ingepast is aan de zuid-, west- en noordzijde, is de keuze gemaakt om de oostzijde van het erf niet achter opgaande beplanting te zetten. Wel wordt de zuidzijde van het erf omzoomd door het verlengen van de bestaande houtsingel. Dit wordt een gemengde loofhoutsingel welke beheerd zal worden als hakhout met overstaanders. Ook wordt de zuidoostzijde omzoomd door het aanleggen van een gemengde houtsingel. Hier worden de aanwezige jonge eiken, welke nu naast de mestsilo staan, opgenomen in de nieuwe singel. Naast voorstel voor inpassing van het erf, wordt voorgesteld de open plekken in de houtsingel ten oosten van het erf op te vullen met een gemengd bosplantsoen. Concreet worden volgende maatregelen genomen: • • •
Rooien beplanting ten westen, oosten en zuiden van de mestsilo (erfbeplanting); Verlengen twee gemengde houtsingels (erfbeplanting); Verdichten open plekken in bestaande houtsingel (landschappelijke beplanting).
Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor erfinpassing gepresenteerd.
Voorstel voor inpassing van het nieuwe erf
Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor versterking van het landschap gepresenteerd
9
Voorstel voor versterking van het erf.
10
HOOFDSTUK 4
INRICHTING EN BEHEER
4.1 Inrichtingsmaatregelen De volgende inrichtingsmaatregelen worden uitgevoerd; 1. Aanleggen gemengde houtsingel oost en zuid; 2. Verdichten open plekken in bestaande houtsingel; Ad 1. Twee bestaande houtsingels worden verlengd. De houtsingel aan de oostzijde wordt 25 meter verlengd, de houtsingel aan de zuidzijde wordt 30 meter verlengd. De houtsingel wordt minimaal 5 meter breed en bestaat uit drie rijen beplanting. De beplanting bestaat uit een gemengde beplanting van zomereik, ruwe berk, ‘linde’, zoete kers, gewone esdoorn, ruwe iep (allen boomvormers) en wilde lijsterbes, vuilboom, veldesdoorn, meidoorn, Gelderse roos en hondsroos (struweelvormers). De singels bestaan uit drie rijen beplanting in een plantverband van 1,5 x 1,5 meter. Er worden 100 stuks plantsoen geplant (gelijke menging). De boomvormers worden in de middelste rij beplanting geplaatst, de struweelvormer in de buitenste rijen. In de singel worden 4 (oostzijde) en 1 (zuidzijde), als laanboom gekweekte loofbomen geplant. Dat mag een zomereik, ‘linde’ of ruwe iep zijn. De overige beplanting bestaat uit driejarig bosplantsoen. Voordat de beplanting geplant wordt, wordt de ondergrond kapot gefreesd. De als laanboom gekweekte bomen worden voorzien van twee boompalen en boomband.
Specifieke plantinstructie (bomen) • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. • U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. • Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.
Solitaire loofboom, voorzien van twee boompalen.
11
Ad 2. Verdichten open plekken in bestaande houtsingel Op verschillende plekken in de singel zijn open plekken ontstaan. Naar eigen inzicht van de eigenaar, worden struweelvormers in de open plekken geplant. Er wordt gebruik gemaakt van driejarig plantsoen, bestaande uit meidoorn, vuilboom, Gelderse roos, Hondsroos, wilde liguster en wilde lijsterbes. De open plekken worden ingeplant in een plantverband van 1,5 x 1,5 meter. Er worden naar schatting 60 stuks plantsoen geplant.
4.2 Beheer Houtsingel De Houtsingel wordt beheerd als hakhoutwal met overstaanders. Het beheer bestaat uit het periodiek afzetten van beplanting, met uitzondering van de overstaanders. Dit vindt gemiddeld iedere 15 jaar plaats. Tak- en tophout mag in een ril in het element gelegd worden, of afgevoerd worden. Indien het versnipperd wordt, mogen geen bulten snippers in het element geblazen worden.
12
1
a. Ingekomen post - 21243
--ki--ä-~
-_---fe-~_
iïfïslefn ^~:"~1» Mi
f-"lit"
A
te
`ï`
provincie
-_
GELDERLAND
Bezoekadres Huis der Provincie
Postadres Postbus 9090 6800 GX Arnhem
Mark! 11 6811 CG Arnhem telefoonnummer (026) 359 91 11 ze/efaxnummef (aas) ass94 sa pøst@ge/der/and.nI internetsite www.gelderIand.n/
Maatschap BTGUWOUWGV Barloseweg Q 7122 PS AALTEN
e-mailadres
tr
2012-004617
onderwerp A
v
I
`
i
er 2 f
2,..áf
>\Numm
_
Natuurbeschermingswet 1998 definitief besluit '
l1ii\\Vï""
D33-u`"
-
"al N-nm
1
_
Xi Tôim
"
:
i
Hierbij ontvangt u de beschikking op uw aanvraag om vergunning ingevolg Natuurbeschermingswet.
Voor verdere informatie verwijzen wij u naar de bijgevoegde kennisgeving.
-
R,
1
4..,7
X*
Wij verzoeken u bij correspondentie over de vergunningprocedure het bovengenoemde zaaknummer te vermelden
Hoogachtend, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
'Z/,
"".,_"_
mr. H. Boerdam teammanager Vergunningverlening Water Ontgrondingen en Natuur
Bijlagen: beschikking kennisgeving
-
-
inlichtingen bil dhr. B. Gorissen e-mailadres
p0St@ge|derland.nl
reiefonnnmnmer
(O26) 359 96 37
BNG 'seem/enhage, rekeningnummer 2s.so.1o.s24 Rabobank, rekeningnummer 14.39.37.529 ING, rekeningnummer 869762 mw-nummer Ntooiezsi ooßos
IBAN-nummer NL74BNG|-10285010824 SWlFT/BIC: BNGHNLZG
Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 1 van 11
ftf\ `
4
Geachte heer/mevrouw,
_
f-.»'"4
21 januari 2013
'_
<
zaaknummer
"-
datum
1
,
aar\i
a. Ingekomen post - 21243
_.3;.._
--%-_--4%-í-fi
. . Kennisgeving
in
ií_i._í.__;i
cx. ?.
rovincie
s GELDERLAND
u
Barloseweg 9 te Aalten Vergunningverlening Natuurbeschermingswet 1998 Gedeputeerde Staten van Gelderland delen mee dat zij besloten hebben een vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 te verlenen aan Maatschap Brethouwer voor uitbreiding van de melkrundveehouderij, gelegen aan de Barloseweg 9 te Aalten. Tegen het voornemen zijn zienswijzen ingebracht. Het besluit is ten opzichte van het ontwerpbesluit niet gewijzigd. Mogelijkheid van inzien Het besluit en de bijbehorende stukken liggen van 24 januari 2013 tot 7 maart 2013 ter inzage bij de receptiebalie in het Huis der Provincie, Markt 11 te Arnhem tijdens de gebruikelijke openingsuren.
Rechtsmiddelen Belanghebbenden kunnen beroep instellen tegen het besluit vóór 7 maart 2013. Meer informatie hierover is vermeld aan het slot van het besluit zelf. Wilt u meer weten? Bel het Provincieloket, telefoonnummer (026) 359 99 99.
Arnhem, 21 januari 2013 zaaknummer 2012-004617 Gedeputeerde Staten van Gelderland >
Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 2 van 11
a. Ingekomen post - 21243
'"g'""l .%ï)i
provincie
GELDERLAND
BESCHIKKING
D,D.
21 JANUARI 2013 GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
-
ZAAKNUMMER
2012004617
-
VAN
Natuurbeschermingswet 1998 Drempelwaarden op grond van beleidsregels stikstof Gelderland Melkrundveehouderij aan de Barloseweg 9 te Aalten
Aanvraag en procesverloop Bij brief van 5 maart 2012 heeft de heer Brethouwer, Barloseweg 9 te Aalten, hierna te noemen aanvrager, een aanvraag ingediend om een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998, hierna de Nbw 1998. De aanvraag voorziet in een uitbreiding in dieraantallen door de bouw van een jongveestal. De inrichting is gelegen op 5.450 meter van het Natura 2000-gebied Korenburgerveen, op 8.000 meter van het Natura 2000~gebied Bekendelle en op 12.000 meter van het Natura 2000-gebied Wooldse Veen.
Voor de beoordeling van de aanvraag zijn de volgende stukken gebruikt: Aanvraagformulier Nbw 1998 agrarische bedrijven inclusief bijlagen, d.d. 5 maart 2012. AAgro-Stacksberekening aangevraagde situatie. -
Het ontwerpbesluit heeft in de periode van 5 juli 2012 tot 16 augustus 2012 ter inzage gelegen. Het ontwerpbesluit is tevens toegezonden aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Aalten en aan de Gelderse Natuur- en iviilieufederatie waarbij zij in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Er is door Stichting Natuur en Milieu Aalten een zienswijze ingediend als reactie op de terinzagelegging van dit besluit.
Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.
Besluit
GEDEPUTEERDESTATEN VAN GELDERUXND Gelet op de artikelen 10a, 16, 19d, 19e, Nbw 1998 en artikel 3.1, lid 1, sub l en artikel 4, lid 1a, van de Beleidsregels Stikstof en Natura 2000-Gelderland;
HEBBEN BESLOTEN de aanvrager een vergunning conform de beschrijving in de aanvraag te verlenen.
Beoordeling van de aanvraag Op 15 oktober 2011 zijn de beleidsregels Stikstof en Natura 2000fGelderland in werking getreden die op deze procedure van toepassing zijn. Artikel 3.1, lid 1 en artikel 4, lid 1a, van de beleidsregels bepalen, voor zover van belang voor deze procedure, dat een vergunning kan worden verleend indien de geldende drempelwaarden niet worden overschreden.
1
Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 3 van 11
a. Ingekomen post - 21243
.__il>Li/I'f1_C_i_<f-^__________
GELDERLAND
Voor de gebieden Uiterwaarden Llssel, Gelderse Poort, UitervvaardenNederelftijn, Uiterwaarden Waal en Loevestein is de drempelwaarde 1% van de kritische depositiewaarde van de stikstofgevoelige habitattypen. Voor de andere gebieden is de drempelwaarde 0,5% van de kritische depositiewaarde van de stikstofgevoelige habitattypen.
ln tabel 1 is de gewenste veebezetting van het bedrijf weergegeven. De berekeningen van de stlkstofdepositie zijn opgenomen in de bijlage.
Aangevraagdeveebezetting Tabel_1
Y
Diersoort
Vrouwelijkjongveetot 2 jaar Melk- en kalfkoeien '
j
Rav-code/BWL A3 A 1.100 _1
_I_\antal 87 141
Uit het vergelijken van bijlage 1 (AAgro-Stacksberekening) met bijlage 2 (drempelwaarden) blijkt dat de totale stikstofdepositie van de gewenste veebezetting niet tot gevolg heeft dat de drempelwaarden worden overschreden. De aanvraag valt daarmee binnen het beleidskader. Een dergelijke toename achten wij vanwege de dalende achtergronddepositie en de afroming van 70% op de in te trekken milieuvergunningen c.q. meldingen, welke in de salderingsbank worden opgenomen, marginaal. Een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen achten wij in deze situatie op voorhand uitgesloten.
De mogelijk schadelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingenworden in deze procedure uitsluitend veroorzaakt door stikstofdepositie. Aangezien voor dit bedrijf niet eerder een vergunning of een verklaring van geen bedenkingen op grond van de Nbw 1998 is verleend, is verlening van de vergunning mogelijk voor zover vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede regionale en lokale belangen zich hier niet tegen verzetten. Niet is gebleken dat deze belangen vergunningverlening in de weg staan.
Zienswijzen
De Stichting Natuur en Milieu Aalten geeft aan dat uit de ontwerpbeschikking niet blijkt of en zo ja, van hoeveel toename van stikstofemissie, en daarmee stikstof-depositie, er sprake is. Hiermee zijn negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. Reactie op zienswijze ln deze vergunningprocedure hebben wij onderzocht of deze inrichting in betekenende mate is gewijzigd, waardoor siginificant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten. De totale depositietoename van de inrichting bedraagt niet meer dan 0,5% van de kritische clepositiewaarden. in die situatie achten wij significant negatieve effecten niet aan de orde voor zover het aantal krimpende en/of stakende inrichtingen, welke een depositieverlaging op de natuurgebieden Korenburgen/een, Wooldse Veen en Bekendelle als gevolg hebben, groter is dan de depositietoename van de inrichting aan de Barloseweg 9. Het bijgevoegde overzicht in bijlage 3 geeft aan dat de depositieafname groter is dan de depositietoename. Van overige negatieve effecten is niet gebleken, zodat vergunningverlening voor deze inrichting mogelijk is.
2
Scan nummer 1 van 1 - Scanpagina 4 van 11
a. Ingekomen post - 21243
provincie
GELDERLAND
Conclusie Op grond van het vorenstaande hebben wij de zekerheid verkregen dat het project geen significant negatieve effecten heeft. Nu tevens de belangen zoals vermeld in artikel 19e, sub o, Nbw 1998 niet aan de orde zijn, kan de vergunning worden verleend.