Kadernota 2027 inclusief bijlage Ontwikkelingen met financiële consequenties
Tekst van het document
• De gemeente is verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op kwaliteit en veiligheid van de kinderopvang. De GGD voert in opdracht van de gemeente het toezicht uit. • Huisvesting: De gemeente heeft geen wettelijke taak in de huisvesting van kinderopvang. Wel heeft de gemeente een wettelijke taak met betrekking tot onderwijshuisvesting. In praktijk worden schoolgebouwen vaak gebruikt als huisvesting voor de kinderopvang. Voor het openen van nieuwe locaties is bovendien soms ook aanpassing van het bestemmingsplan nodig. Op dit moment is onduidelijk hoe de stelselherziening uiteindelijk vorm gaat krijgen. Het is onduidelijk of de vraag van ouders naar kinderopvang in onze gemeente hierdoor toe gaat nemen. De stelselwijziging in de kinderopvang is uitgesteld naar 1 januari 2029. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Het proactief volgen van de ontwikkelingen om tijdig te kunnen anticiperen op de lokale gevolgen van de stelselherziening. Wat is de financiële consequentie? Op dit moment is nog niet duidelijk wat de financiële consequenties gaan zijn van deze stelselherziening. Er zijn namelijk meerder scenario’s uitgewerkt, die elk een ander (financieel)gevolg heeft. In de periode van januari tot en met april 2026 heeft VNOG Realisatie een uitvoeringstoets gedaan op het wetsvoorstel Financiering kinderopvang.
Deze uitvoeringstoets brengt de uitvoeringsconsequenties voor gemeenten in beeld. Omdat nog veel onduidelijk is zijn er in deze uitvoeringstoets verschillende scenario’s uitgewerkt. De impact voor gemeenten hangt af van de ontwikkelingen die optreden in vraag- en aanbod, en daarvan afgeleid de ontwikkeling van wachtlijsten en/of tarieven. Het rapport wordt medio 2026 uitgebracht. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Gezien de huidige onzekerheden over de financiële gevolgen, is nog geen concrete dekking aan te wijzen. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de definitieve stelselwijziging en de bijbehorende financiële effecten, kan een concretere uitwerking van de dekking worden opgesteld.
Ontwikkelingen met financiële consequenties
23
P2.10 Huisvesting en opvang Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? De gemeente Aalten staat voor een omvangrijke opgave op het gebied van de fysieke huisvesting van nieuwkomers. De verschillende groepen die gehuisvest moeten worden zijn asielzoekers, statushouders, nareizigers van statushouders, meerderjarig wordende alleenstaande minderjarige vluchtelingen en Oekraiense ontheemden. Op het gebied van huisvesting vinden er veranderingen plaats. Volgens actuele prognoses worden er de komende jaren een groot aantal nareizigers verwacht. Er wordt door de gemeente en partners gewerkt aan passende huisvestingsvormen voor deze doelgroep om optimaal gebruik te maken van de beschikbare woningvoorraad, alswel tijdelijke woonvormen, om zo de huisvesting van zowel statushouders als andere urgente doelgroepen te kunnen realiseren. Voor de opvang van asielzoekers geldt op dit moment de wettelijke verplichting om minimaal 200 opvangplaatsen te realiseren. De gemeenteraad heeft hiervoor begin 2026 kaders vastgesteld, waaronder onder meer een duur van vijf jaar en de mogelijkheid om de opvang op één of twee locaties te organiseren. Op het moment van schrijven heeft de minister van Asiel en Migratie de landelijke capaciteitsraming voor de tweede wetcyclus vastgesteld (periode 2027 en 2028).
Voor de gemeente Aalten is de indicatieve opgave vastgesteld op 143 opvangplekken, waarvan 9 voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’ers). Daarnaast loopt er nog een beroepsprocedure tegen de wettelijke taakstelling uit de eerste cyclus. Wanneer dit voorkomt is nog niet duidelijk. Ook is niet duidelijk of de gemeente Aalten gehouden wordt aan de taakstelling uit de eerste cyclus omdat landelijk het aantal opvangplekken naar beneden is bijgesteld. Vluchtelingen uit Oekraïne hebben verblijfsrecht in Nederland onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) met een huidige looptijd tot en met 4 maart 2027. Na beëindiging van de RTB komen vluchtelingen (ontheemden) uit Oekraïne in aanmerking voor een tijdelijk transitiedocument dat drie jaar geldig is. Bij het transitiedocument horen op termijn rechten, plichten en voorzieningen die vergelijkbaar zijn met andere inwoners van Nederland. Zo kunnen ontheemden uit Oekraïne zoveel mogelijk voor zichzelf zorgen en actief bijdragen aan de Nederlandse samenleving. Door het rijk wordt er gewerkt aan een samenhangend pakket van rechten, plichten en voorzieningen voor Oekraïense ontheemden. Bijvoorbeeld op het gebied van het verblijfsrecht, onderwijs, zorg, participeren & inkomen en wonen.
Deze verschuivingen zullen impact hebben op verschillende domeinen, maar nog niet alle details en risico’s zijn door het rijk in beeld gebracht. Dit is deels ontstaan door de recente publicatie van de contouren (november 2025), de verschuivingen in de nationale politiek en de keuze om de allocatie van middelen en financiële besluitvorming mee te laten lopen in het reguliere proces van de voorjaarsbesluitvorming Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Met deze ontwikkeling wil de gemeente Aalten toewerken naar een samenhangende en toekomstbestendige aanpak voor de opvang en huisvesting van nieuwkomers. De opgave is structureel en wordt bepaald door wettelijke verplichtingen, landelijke capaciteitsramingen en de veranderende positie van Oekraïense ontheemden. Door tijdig te bepalen hoe opvanglocaties worden georganiseerd en hoe we inspelen op de overgang van tijdelijke bescherming naar een transitiedocument, creëren we duidelijkheid voor inwoners, partners en uitvoeringsorganisaties. We streven naar een aanpak waarin opvang, huisvesting en ondersteuning goed op elkaar aansluiten, risico’s beheersbaar blijven en nieuwkomers zo snel mogelijk kunnen deelnemen aan de samenleving. Deze ontwikkeling vraagt mogelijk om aanvullende formatie, omdat de uitvoering van de nieuwe taken en verantwoordelijkheden structureel zwaarder wordt.
Op dit moment wordt onderzocht welke personele inzet hiervoor nodig is. Hiermee leggen we een stabiele basis voor het uitvoeren van onze wettelijke taken. Wat is de financiële consequentie? De omvangrijke en structurele opgave voor de opvang en huisvesting van nieuwkomers kan leiden tot aanzienlijke financiële gevolgen voor de gemeente Aalten. Deze liggen vooral op het vlak van investeringen in opvanglocaties, hogere uitvoeringskosten binnen het sociaal domein door o.a. veranderende rechten en voorzieningen voor Oekraïense ontheemden, en mogelijke extra formatiekosten, waarvan de benodigde inzet momenteel wordt onderzocht. Tot op heden verschilde de bekostigingsmethodiek per doelgroep binnen, het rijk werkt op dit moment aan een wijziging in deze systematiek. Er wordt gewerkt aan een doelgroep flexibele opvangregeling om de lokale overheden langjarig voor de duur van vijf jaar beter in staat te stellen opvang voor de diverse doelgroepen te realiseren. Deze regeling vervangt onder andere de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne. De beoogde inwerkingtreding van de regeling is nog onzeker en onder voorbehoud van de definitieve financiële besluitvorming. Tot de inwerkingtreding lopen de bestaande regelingen nog door. De impact van deze wijziging voor de beoogde en lopende initiatieven zal worden uitgewerkt zodra de regeling gepubliceerd is.
Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Gezien de huidige onzekerheden over de financiële gevolgen, is nog geen concrete dekking aan te wijzen. Zodra meer duidelijkheid bestaat over de vorm van opvang, kan een concretere uitwerking van de dekking worden opgesteld. Ontwikkelingen met financiële consequenties
24
P2.11 Kracht in Crisis Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren instabieler geworden door geopolitieke spanningen, klimaatverandering en toenemende digitale kwetsbaarheid. Hierdoor is een grootschalige crisis met ontwrichtende effecten realistischer dan voorheen. Naast fysieke en maatschappelijke risico’s spelen ook digitale dreigingen zoals cyberaanvallen op vitale infrastructuur, datalekken en verstoringen van communicatiesystemen een steeds grotere rol. Landelijke en regionale overheden benadrukken daarom het belang van een weerbare en samenredzame samenleving, waarin zowel fysieke als digitale veerkracht centraal staan. Gemeenten moeten voorbereid zijn op situaties waarin basisvoorzieningen tijdelijk uitvallen, óók wanneer deze uitval wordt veroorzaakt of verergerd door cyberincidenten. Voor de gemeente Aalten betekent dit dat zowel de organisatie als inwoners beter toegerust moeten worden op de eerste 72 uur van een crisis. Dat geldt niet alleen voor het omgaan met uitval van elektriciteit, water of communicatie, maar ook voor het herkennen en beperken van digitale risico’s die de crisis kunnen versterken.
In dit kader is het project Weerbaarheid & Veerkracht gestart en is Aalten geselecteerd als pilotgemeente voor het ontwikkelen en testen van noodsteunpunten, waar inwoners tijdens langdurige verstoringen terecht kunnen voor informatie en basisvoorzieningen. Deze noodsteunpunten spelen tevens een rol in het vergroten van digitale weerbaarheid, door betrouwbare informatievoorziening te garanderen wanneer digitale systemen onder druk staan of tijdelijk niet beschikbaar zijn. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Met deze ontwikkeling willen we de paraatheid van inwoners en de gemeentelijke organisatie vergroten, zodat Aalten beter is voorbereid op langdurige verstoringen van vitale voorzieningen. Dit doen we door inwoners bewust en zelfredzaam te maken, de organisatie crisisbestendig te maken en de digitale weerbaarheid te vergroten bijvoorbeeld door aandacht te besteden aan cybersecurity-maatregelen die essentieel zijn om verstoringen door cyberincidenten te voorkomen of te beperken. Daarnaast realiseren we goed ingerichte noodsteunpunten die functioneren als betrouwbare fysieke informatie- en ondersteuningslocaties wanneer digitale systemen uitvallen of onder druk staan. Wat is de financiële consequentie? De financiële gevolgen zijn nog niet volledig te overzien, maar het is duidelijk dat deze ontwikkeling structurele kosten met zich mee zal brengen.
Denk aan investeringen in de inrichting van noodsteunpunten, benodigde technische voorzieningen, samenwerking met partners en extra structurele personele inzet. Voor de pilot is € 80.000 beschikbaar, maar voor de verdere uitrol van meer noodsteunpunten en het verder toerusten van de organisatie en inwoners op (digitale) crisissituaties zijn aanvullende middelen nodig. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? De financiering van het noodsteunpunt in Dinxperlo kan in de pilotfase deels worden gedekt uit het door de VNOG beschikbaar gestelde budget van € 80.000. Voor de verdere uitwerking en toekomstige inrichting van meerdere noodsteunpunten is het wachten op structurele middelen vanuit het Rijk, maar hierover bestaat tot op heden nog veel onduidelijkheid. Enige terughoudendheid bij de uitbreiding van noodsteunpunten is dan ook gewenst. Daarnaast zijn er middelen nodig voor voorzieningen, structurele samenwerkingen en structurele inzet van personeel voor het (digitaal) crisisbestendig maken en houden van onze gemeente. Binnen de huidige (meerjaren)begroting is geen budget beschikbaar. De financiële consequentie wordt ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.
Ontwikkelingen met financiële consequenties
25
P3.1 Digitaliseringsstrategie Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Nieuwe wet- en regelgeving en bijbehorende normenkaders op het gebied van digitale weerbaarheid en cyberbeveiliging, waaronder de NIS2-richtlijn, de Cyberbeveiligingswet, de AVG en eisen rondom informatiehuishouding en governance, stellen steeds hogere eisen aan aantoonbare risicobeheersing, bestuurlijke controle en beheersing van informatie en digitale processen. Dit vergroot de noodzaak tot een samenhangende en betrouwbare informatiepositie. Met de komst van de Cyberbeveiligingswet verschuift een belangrijke verantwoordelijkheid op het gebied van (digitale) risicobeheersing naar bestuurders van organisaties die persoonlijk bestuurlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. Voor gemeenten gaat het daarbij om het college van burgemeester en wethouders. De wet verplicht gemeenten tot het treffen van passende maatregelen om digitale risico’s te beheersen. Bij de bestuurders ligt uiteindelijk de taak om hierop toe te zien en de maatregelen goed te keuren. Daarbij gaat het om identificatie van risico’s, beoordeling van maatregelen en inschatting van gevolgen van maatregelen. Het is vanzelfsprekend dat deze bestuurlijke taak vraagt om een adequate informatievoorziening (inclusief robuust databeheer) en een integraal inzicht in risico’s en beheersmaatregelen.
Daarbij verschuift de opgave in toenemende mate van uitsluitend technische beveiligingsmaatregelen naar het organisatiebreed verkrijgen van grip op data, samenhangend inzicht en bestuurlijke stuurinformatie. De toenemende ontwikkeling van het uitbesteden van ICT-diensten (zoals de ICT-Samenwerking en leveranciers van cloud-oplossingen) vermindert overigens onze lokale verantwoordelijkheid niet. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Met deze ontwikkeling beoogt de gemeente Aalten haar digitale regie en beheersbaarheid te versterken zodat processen, data, informatie en digitale risico’s beter kunnen worden gestuurd, beheerst en verantwoord. Dat doen we door onze eigen organisatie te versterken met noodzakelijke capaciteit om de genoemde ontwikkelingen en wetgeving uit te kunnen voeren. Daarmee zetten we een fundamentele stap in onze digitaliseringsstrategie. Voor onze inwoners betekent dit dat zij erop kunnen vertrouwen dat de gemeente de veiligheid van haar data, informatie en processen op orde heeft. Voor onze bestuurders betekent dit dat zij in staat zijn om op basis van juiste en volledige informatie sturing te geven aan de gemeentelijke processen (waaronder beveiliging). Op deze manier wordt de continuïteit, bestuurlijke grip en toekomstbestendigheid van de gemeente Aalten duurzaam geborgd.
Wat is de financiële consequentie? Om deze ontwikkeling verder vorm te geven is het nodig om onze eigen organisatie te versterken met noodzakelijke capaciteit om de bovenstaand genoemde ontwikkelingen en wetgeving uit te kunnen voeren. Om deze fundamentele stap te zetten in onze digitaliseringsstrategie is naar verwachting uitbreiding van formatie nodig met een geschatte structurele last van jaarlijks € 270.000. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Binnen de huidige (meerjaren)begroting is geen budget beschikbaar. De financiële consequentie wordt ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.
Ontwikkelingen met financiële consequenties
26
P3.2 Verduurzaming gebouwen (DMJOP) Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Het doel is om een gemeentelijke vastgoedportefeuille in eigendom te hebben die in 2050 volledig CO2 neutraal is. Om deze beleidsambitie te realiseren is een uitvoeringsagenda opgesteld voor de komende vier jaar. Deze uitvoeringsagenda is inmiddels opgesteld en ligt te beoordeling bij de raad. #ligt ter beoordeling voor Uitvoeringsprogramma thema 2 Duurzaamheid en klimaat: 2a Zet zich in om in 2050 (of zoveel eerder als mogelijk) energieneutraal te zijn. Om dit te realiseren worden heldere realistische tussendoelen voor deze bestuursperiode opgesteld. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Een groot deel van de gemeentelijke vastgoedportefeuille dat door de gemeente zelf wordt beheerd en onderhouden, bestaat uit panden die op het gebied van verduurzaming nog diverste stappen moeten zetten om de doelstelling voor 2050 te behalen. Op basis van de geactualiseerde DMJOP’s en de in 2025 opgestelde maatwerkadviezen is het mogelijk geweest een vertaalslag te maken naar de uitvoeringsagenda. Het verduurzamen van de panden is om meerdere redenen van groot belang. Allereerst draagt dit bij aan het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen.
Daarnaast geeft de gemeente hiermee een krachtig signaal richting inwoners: een gemeente die zelf actief inzet op duurzaamheid, geeft het goede voorbeeld. Wat is de financiële consequentie? Op basis van de opgestelde DMJOP’s en de maatwerkadviezen is de uitvoeringsagenda samengesteld. Hierin zijn de panden uit de gemeentelijke vastgoedportefeuille opgenomen die in de komende vier jaar worden verduurzaamd. Daarbij is rekening gehouden met natuurlijke momenten, waarbij gepland groot onderhoud wordt gecombineerd met verduurzamingsmaatregelen. Voor het pand dat als eerste op de uitvoeringsagenda staat, is reeds een voorstel voorgelegd, hier moet nog een besluit over worden genomen. Dit brengt zowel incidentele als structurele financiële consequenties met zich mee. Voor groot onderhoud aan gemeentelijke gebouwen is een reserve beschikbaar. Volgens eerste globale berekeningen lijkt deze reserve niet toereikend. Daarnaast is het aannemelijk dat investeringen moeten worden gedaan aan diverse panden waar kapitaallasten uit voortkomen. Voor deze kapitaallasten is op dit moment geen budget opgenomen in de (meerjaren)begroting. Investeringen in de verduurzaming van gebouwen kunnen daarentegen leiden tot een verlaging van de structurele lasten, bijvoorbeeld door lagere energiekosten en minder onderhoud.
Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Er zijn verschillende subsidieregelingen in het leven geroepen om de kosten/investeringen van de verduurzamingsmaatregelen te kunnen bekostigen. Enkele voorbeelden zijn: • Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA): Dit is voor verschillende verduurzamingsmaatregelen of een integraal project. • Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE): Voor bijvoorbeeld de aanschaf van zonnepanelen, warmtepompen en het aansluiten op een warmtenet. • Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE ++): Biedt ondersteuning bij de financiering van hernieuwbare energiebronnen. De overige financiële consequenties (dagelijks/groot onderhoud) worden ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.
Ontwikkelingen met financiële consequenties
27
P3.3 Gebiedsgericht werken Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? De ontwikkeling van gebiedsgericht werken komt voort uit meerdere aanleidingen: • Wettelijke taak: De invoering van de Omgevingswet vraagt van gemeenten om integraal, participatief en gebiedsgericht te werken, met meer ruimte voor maatwerk per gebied. • Uitvoeringsprogramma (raadsperiode 2022–2026): Binnen het uitvoeringsprogramma wordt ingezet op “dichtbij” werken en het versterken van de verbinding met inwoners, dorpen en buurtschappen. • Organisatieontwikkeling/Bedrijfsvoering: Gebiedsgericht werken wordt gezien als een organisatiebrede werkwijze om beleid beter te laten aansluiten op de leefwereld van inwoners en om integraal samen te werken. • Nieuw beleid (dienstverlening): De herijking van de dienstverleningsvisie vraagt om een andere manier van werken, waarin maatwerk, nabijheid en samenwerking met de samenleving centraal staan. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Met gebiedsgericht werken willen we beter aansluiten op de leefwereld van inwoners door te werken vanuit nabijheid, samenhang en een continue dialoog. Daarbij wordt ingezet op meer integraliteit, zodat beleid en uitvoering niet langer versnipperd zijn maar in samenhang plaatsvinden, met ruimte voor maatwerk per gebied.
Door intensiever samen te werken met inwoners, organisaties en partners ontstaat meer wederkerigheid en eigenaarschap. Dit draagt bij aan een sterkere verbinding tussen gemeente en samenleving en aan een aanpak die beter aansluit bij wat er in dorpen en buurtschappen speelt. Wat is de financiële consequentie? De invoering van gebiedsgericht werken vraagt geen volledig nieuw budget, maar vooral een andere inzet en bundeling van bestaande middelen, aangevuld met gerichte investeringen in organisatieontwikkeling. Het zal gaan om incidentele kosten (o.a. organisatieontwikkeling en werkwijze) en structurele kosten (inzet van capaciteit en borging). De exacte omvang is afhankelijk van de gekozen ambitie en inrichting (bijvoorbeeld aantal gebieden, aantal gebiedsverbinders, mate van intensiteit). Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Binnen de huidige (meerjaren)begroting is geen budget beschikbaar. De financiële consequentie wordt ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.
Ontwikkelingen met financiële consequenties
28