CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2027 inclusief bijlage Ontwikkelingen met financiële consequenties

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel Kadernota 202711.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2027

Inhoudsopgave Inleiding............................................................................................................................................................... 4 Actueel financieel inzicht .................................................................................................................................... 5 Financiele kaders ................................................................................................................................................ 6

Kadernota 2027

Inleiding In de door de raad vastgestelde Financiële Verordening (artikel 212 Gemeentewet) is opgenomen, dat het college de raad de kaders voor de komende programmabegroting 2027-2030 voorlegt. In deze kadernota zijn het actuele financiële overzicht en de financiële kaders voor de begroting 2027 opgenomen. De huidige ontwikkelingen met financiële consequenties voor de begroting 2027 zijn als aparte bijlage toegevoegd. Deze kadernota bevat niet de uitwerking van de meicirculaire. De uitwerking van de meicirculaire wordt medio juni verwacht en wordt middels een raadsmededeling verstrekt aan de raad. De raad heeft dan bij behandeling van de kadernota 2027 de meest actuele informatie om de kaders zowel financieel als beleidsmatig te kunnen vaststellen. In lijn met afgelopen jaren wordt in het najaar de begroting bestaand beleid aangeboden. Daarnaast biedt het college de raad een voorstel aan met ontwikkelingen met financiële consequenties om te komen tot de meerjarenbegroting 2027-2030. Dit betreft dan de 1ste begrotingswijziging die middels een aparte bijlage bij de begroting door uw Raad wordt vastgesteld. Het college van burgemeester en wethouders.

Kadernota 2027

4

Actueel financieel inzicht Om inzichtelijk te maken waar de gemeente Aalten momenteel begrotingstechnisch staat, wordt eerst aansluiting gezocht bij de meest actuele raming. Dit is het actuele vastgestelde begrotingssaldo na de vastgestelde begrotingswijzingen voor de komende jaren: Omschrijving

2026

Begroting 2026 Ontwikkelingen met financiële consequenties correctie 2026 Mutatie najaarsnota 2025 Begrotingswijziging 1-2026 verbouw 't Slaa 5-7 Actuele vastgestelde begrotingssaldo

Vrijval onvoorzien Mutatie voorjaarsnota 2026 Stand na voorjaarsnota 2026

2027

Bedragen x € 1.000 2028 2029 2030

-484 848 2.607 2.220 2.220 312 832 1.322 1.322 1.322 -182 -112 -80 -48 -48 40 70 70 70 70 -314 1.638 3.919 3.564 3.564 overschot tekort tekort tekort tekort

(A)

-25 0 0 0 0 1.430 429 429 329 329 1.091 2.067 4.348 3.893 3.893 tekort tekort tekort tekort tekort

Zoals bovenstaand te zien loopt het tekort op begrotingsbasis op van ruim € 1,6 miljoen in 2027 tot ruim € 3,6 miljoen in 2030. Dit is op basis van de reeds vastgestelde begrotingswijzigingen waarbij de totale begrote lasten van de gemeente Aalten voor het jaar 2026 € 102 miljoen bedragen. In de tijd dat deze kaders door de raad behandeld worden wordt ook de Voorjaarsnota 2026 voorgelegd om vast te stellen. Om die reden is de stand na de voorgestelde voorjaarsnota 2026 ook bijgevoegd. Het tekort voor 2030 loopt hierin verder op tot € 3,9 miljoen. Voor wat betreft het gemeentefonds lopen er nog onderzoeken naar diverse onderwerpen die van belang kunnen zijn. Het meest actueel is de herziening verdeling gemeentefonds per 1 januari 2027. Het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds is per 1 januari 2023 ingevoerd, zij het met een overgangsmaatregel van meer dan tien jaar waarvan alleen over de eerste drie jaar besloten is. Dit met als reden dat een dergelijk ingrijpende wijziging een behoorlijke financiële impact kan hebben op een afzonderlijke gemeente. Om die reden is destijds besloten een ingroeipad in te stellen van drie jaar (2023 € 7,50, 2024 € 22,50 en 2025 € 37,50 per inwoner), in afwachting van de resultaten van aanvullend onderzoek. Aalten is een voordeelgemeente, waarbij destijds in 2022 een bedrag van € 85 per inwoner is berekend.

Op 1 april 2026 heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) zijn advies Herverdeling Gemeentefonds 2027 overhandigd aan minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De Raad voor het Openbaar Bestuur adviseert negatief over de voorstellen voor de herverdeling van het gemeentefonds wat betreft het cluster jeugd, de maatstaf inwoners van buiten Europa en de maatstaf Huishoudens met laag inkomen. Op 17 april 2026 heeft de VNG het advies Herijking verdeling gemeentefonds gepubliceerd. Hierna heeft de minister van BZK de Tweede Kamer op 22 april 2026 geïnformeerd dat hij “voornemens is de Eerste en Tweede Kamer medio mei te informeren over zijn besluit over de aanpassingen aan het verdeelmodel, het ingroeipad en hoe te komen tot een ordentelijk proces voor het vervolgtraject.” Op het moment van schrijven is hier (nog) geen verdere duidelijkheid over. Ontwikkelingen met financiële consequenties begroting 2027 Het geactualiseerde overzicht met de ontwikkelingen met financiële consequenties voor de begroting 2027 is als apart bijlage bijgevoegd bij de kadernota. De genoemde ontwikkelingen en ombuigingen zijn nog niet vastgesteld door het college dan wel door de gemeenteraad. Ze komen voort uit lopende ontwikkelingen en vastgestelde kaders uit het uitvoeringsprogramma en/of eerder vastgestelde begrotingen en/of tussentijdse rapportages.

De financiële uitwerking hiervan zijn geen zekerheid maar gebaseerd op de kennis van wat medio mei 2026 bekend is. Voor alle in het overzicht genoemde ontwikkelingen en ombuigingen geldt dat besluitvorming door college en de gemeenteraad nog moet plaatsvinden.

Kadernota 2027

5

Financiele kaders Het college streeft naar een structureel sluitende begroting voor 2027, zo mogelijk ook voor de jaren daarna maar dat is nogal afhankelijk van externe factoren zoals aangegeven. De volgende uitgangspunten worden voorgesteld: 1. 2. 3. 4.

5. 6. 7. 8. 9.

Het jaar 2027 wordt reëel sluitend gemaakt, eventueel indien nodig via ombuigingen. De algemene uitkering wordt zoals gewoonlijk opgenomen op basis van de meicirculaire 2026, eventueel aangevuld met de meest actuele informatie over belangrijke richtlijnen/afspraken rondom het gemeentefonds. In afwachting van duidelijkheid over de genoemde onderdelen van de algemene uitkering wordt voorgesteld indien mogelijk geen verplichtingen aan te gaan met structurele financiële consequenties die het te verwachte begrotingstekort vanaf 2027 verder doen toenemen. De bijdragen aan verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen worden op basis van vooraf gemaakte afspraken geïndexeerd. Ontwikkelingen met (structurele) financiële consequenties voor verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen buiten indexaties zullen worden meegenomen in de begroting nadat de begroting van de verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen door het bestuur van de verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen is vastgesteld. Subsidies en bijdragen aan derden worden geïndexeerd op basis van de prijsindex overheidsconsumptie voor 2027 uit de meicirculaire 2026, tenzij er budgetafspraken zijn gemaakt over de indexering. De budgetten die betrekking hebben op externe kosten worden eveneens volgens de meicirculaire prijsindex geïndexeerd, tenzij er andere afspraken zijn gemaakt met leveranciers.

Beoordeeld wordt waar er extra indexatie moet plaatsvinden zoals bij de inkoop zorg, energie en brandstof. Met betrekking tot de loongerelateerde budgetten wordt uitgegaan van de in meicirculaire 2026 opgenomen ‘loonvoet sector overheid’. Zoals gebruikelijk worden de afvalstoffen- en rioolheffing op een dekkingspercentage van 100% gesteld. De begroting zal zoals gebruikelijk worden opgebouwd met de prijsindex overheidsconsumptie zoals aangegeven in de meicirculaire 2026. Hieronder vallen ook de OZB en de leges.

Kadernota 2027

6

Ontwikkelingen met financiële consequenties begroting 2027

Inhoudsopgave Ontwikkelingen met financiële consequenties begroting 2027.......................................................................... 1 Inhoudsopgave ................................................................................................................................................... 3 Ontwikkelingen met financiële consequenties begroting 2027........................................................................... 4 P1.1 Herontwikkeling Schaersvoorde Dinxperlo ................................................................................................ 6 P1.2 Meerjarenonderhoudsplan wegen .............................................................................................................. 7 P1.3 Programma duurzaamheid uitvoering ........................................................................................................ 8 P1.4 Gebiedsontwikkeling Slingeplas – ’t Broock ..............................................................................................

9 P1.5 Uitbreiding bedrijventerrein Aalten ...........................................................................................................10 P1.6 Uitleglocatie woningbouw kern Aalten .....................................................................................................11 P1.7 Woningbouw Singel 1 en 2 Aalten ...........................................................................................................12 P1.8 Aanpak energiearmoede ..........................................................................................................................13 P1.9 Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) .......................................................................................................14 P2.1 Crossfire ...................................................................................................................................................15 P2.2 Beleidsvisie beweegvriendelijke leefomgeving ........................................................................................16 P2.3 Uitvoeringsplan Sterke Lokale Teams .....................................................................................................17 P2.4 Subsidie Lokale Omroep/Streekomroep ..................................................................................................18 P2.5 Inloopvoorzieningen

.................................................................................................................................19 P2.6 Zwembad ..................................................................................................................................................20 P2.7 Cultuursensitieve en collectieve trauma/gedragsaanpak Internationale schakelklas (ISK).....................21 P2.8 Samen sterk in opvoeden ........................................................................................................................22 P2.9 Stelselherziening kinderopvangtoeslag....................................................................................................23 P2.10 Huisvesting en opvang ...........................................................................................................................24 P2.11 Kracht in Crisis .......................................................................................................................................25 P3.1 Digitaliseringsstrategie .............................................................................................................................26 P3.2 Verduurzaming gebouwen (DMJOP) .......................................................................................................27 P3.3 Gebiedsgericht werken

............................................................................................................................28

Ontwikkelingen met financiële consequenties begroting 2027 In onderstaand overzicht zijn de ontwikkelingen met financiële consequenties voor de begroting 2027 geactualiseerd. De genoemde ontwikkelingen en ombuigingen zijn nog niet vastgesteld door het college dan wel door de gemeenteraad. Ze komen voort uit lopende ontwikkelingen en vastgestelde kaders uit het uitvoeringsprogramma en/of eerder vastgestelde begrotingen en/of tussentijdse rapportages. De financiële uitwerking hiervan zijn geen zekerheid maar gebaseerd op de kennis van wat medio mei 2026 bekend is. Voor alle in het overzicht genoemde ontwikkelingen en ombuigingen geldt dat besluitvorming door college en de gemeenteraad nog moet plaatsvinden. bedragen x € 1.000 Nr.

Omschrijving

I/S

Begroting 2026 Ontwikkelingen met financiële consequenties correctie 2026 Mutatie najaarsnota 2025 Begrotingswijziging 1-2026 verbouw 't Slaa 5-7 Actuele vastgestelde begrotingssaldo Vrijval onvoorzien Mutatie voorjaarsnota 2026 Stand na voorjaarsnota 2026

(A)

2026

2027

2028

2029

2030

-484 848 312 832 -182 -112 40 70 -314 1.638 overschot tekort

2.607 1.322 -80 70 3.919 tekort

2.220 1.322 -48 70 3.564 tekort

2.220 1.322 -48 70 3.564 tekort

-25 0 1.430 429 1.091 2.067 tekort tekort

0 429 4.348 tekort

0 329 3.893 tekort

0 329 3.893 tekort

Mogelijke toekomstige ontwikkelingen met financiële consequenties begroting 2027 en verder Structureel Herontwikkeling Schaersvoorde Dinxperlo maatschappelijk deel investeringen buitenruimte P1.1 Herontwikkeling Schaersvoorde Dinxperlo wonen P1.2 Meerjarenonderhoudsplan wegen P1.3 Programma duurzaamheid uitvoering P1.4 Gebiedsontwikkeling Slingeplas – ‘t Broock, stichtingskosten sport/clubgebouw P1.4 Gebiedsontwikkeling Slingeplas – ‘t Broock, mogelijke dekking huur sportvereniging P1.8 Aanpak energiearmoede P1.9 Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) P2.5 Inloopvoorzieningen P2.6 Zwembad P2.7 Cultuursensitieve en collectieve trauma/gedragsaanpak ISK P2.8 Samen sterk in opvoeden P2.9 Stelselherziening kinderopvangtoeslag P2.11 Kracht in Crisis P3.1 Digitaliseringsstrategie P3.2 Verduurzaming gebouwen (DMJOP) P3.3 Gebiedsgericht werken Totaal structurele mogelijke toekomstige ontwikkelingen met financiële consequenties begroting 2027 en verder P1.1

Incidenteel Gebiedsontwikkeling Slingeplas – ‘t Broock grondexploitatie Gebiedsontwikkeling Slingeplas – ‘t Broock, grondexploitatie, dekking Reserve Grondexploitatie P1.4 Gebiedsontwikkeling Slingeplas – ‘t Broock, grondexploitatie, dekking Algemene Reserve P1.5 Uitbreiding bedrijventerrein Aalten P1.6 Uitleglocatie woningbouw Kern Aalten P1.7 Woningbouw Singel 1 P1.7 Woningbouw Singel 2 P1.8 Aanpak energiearmoede P2.1 Crossfire P2.2 Beleidsvisie beweegvriendelijke leefomgeving P2.3 Uitvoeringsplan Sterke Lokale Teams P2.4 Subsidie Lokale Omroep P2.10 Tijdelijke opvang nieuwkomers Totaal incidentele mogelijke toekomstige ontwikkelingen met financiële consequenties begroting 2027 en verder P1.4 P1.4

Ontwikkelingen met financiële consequenties

S

0

PM

PM

PM

PM

S S S S

0 0 0 0

PM PM 51 0

PM PM 51 80

PM PM 51 80

PM PM 51 80

S

0

0

PM

PM

PM

S S S S S S S S S S S (B)

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

280 333 0 0 20 30 0 PM 270 PM PM 984

PM 258 60 0 20 30 0 PM 270 PM PM 769

PM 258 60 0 20 30 PM PM 270 PM PM 769

PM 258 60 0 20 30 PM PM 270 PM PM 769

I I

0 0

1.864 -567

0 0

0 0

0 0

I

0 -1.297

0

0

0

I I I I I en/of S I en/of S I en/of S I en/of S I I (C)

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

PM PM PM PM PM PM PM PM PM PM 0

PM PM PM PM PM PM PM PM PM PM 0

PM PM PM PM PM PM PM PM PM PM 0

PM PM PM PM 280 PM PM PM 20 PM 300

4

Mogelijke opties ombuigingsplan Toeristenbelasting verhogen van € 1,55 naar € 2,00 p.p.p.n. = € 45.000 Subsidies verenigingen (totale subsidies € 100.000) OZB verhogen 1% = € 55.000 Geen indexering toepassen (1% is € 100.000) Ombuigingsplan 2027 Leges verhogen (100% kostendekkenheid waar mogelijk) Totaal mogelijke opties ombuigingen Totaal mogelijke toekomstige ontwikkelingen met financiële consequenties en opties ombuigingen

S

0

PM

PM

PM

PM

S S S S S (D)

0 0 0 0 0 0

PM PM PM PM PM 0

PM PM PM PM PM 0

PM PM PM PM PM 0

PM PM PM PM PM 0

(A+B+ C+D)

0

1.284

769

769

769

1.091

3.351

5.117

4.662

4.662

tekort tekort

tekort

tekort

tekort

Saldo na mogelijke toekomstige ontwikkelingen met financiële consequenties en opties ombuigingen Mogelijke ontwikkelingen met financiële voordelen Besparingsopgave Hervormingsagenda Jeugdzorg (indexatie na 2019) S Gemeentefonds, herverdelingseffect invoering nieuw verdeelmodel S (erg onzeker) Totaal mogelijke ontwikkelingen met financiële voordelen Saldo na mogelijke ontwikkelingen met financiële voordelen

Ontwikkelingen met financiële consequenties

0 0

0 0

-762 -1.285

-762 -1.285

-762 -1.285

0

0

-2.047

-2.047

-2.047

1.091 3.351 tekort tekort

3.070 tekort

2.615 tekort

2.615 tekort

5

P1.1 Herontwikkeling Schaersvoorde Dinxperlo Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Uitvoeringsprogramma thema 1 Leefomgeving en wonen: 1a Geeft uitvoering aan de lokale woonvisie en lokale woningbouwstrategie. 1b Houdt bij de bouw van woningen rekening met betaalbaarheid voor verschillende doelgroepen, circulariteit, duurzaamheid, landschap, ontsluiting en verkeersveiligheid. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Sinds 1 augustus 2023 is de locatie aan de Europastraat 6 in Dinxperlo, voorheen in gebruik door scholengemeenschap Schaersvoorde, niet langer in gebruik als onderwijs locatie. Het pand is inmiddels in beheer en in eigendom van de gemeente. De locatie is in beeld voor herontwikkeling. Daarnaast hebben verschillende partijen ideeën geopperd voor de herontwikkeling. De (on)mogelijkheden voor herontwikkeling zijn onderzocht. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek heeft de gemeenteraad in de zomer van 2025 besloten om ongeveer 950 m² van het gebouw, te weten de voormalige aula, gymzaal en een gedeelte van de entreeruimte her in te richten met maatschappelijke functies. Waaronder de huisvesting van het technieklokaal Dinxperlo. Dit gedeelte wordt in eigendom overgedragen aan een maatschappelijke stichting waarin de maatschappelijke partijen zijn vertegenwoordigd. Het overige deel van het pand (voormalige lokalen) wordt getransformeerd naar wonen.

De omgevingsvergunning voor de verbouw van het maatschappelijke gedeelte is verleend. Inmiddels zijn er steeds meer initiatieven die willen gebruik maken van het gebouw. Ook is de plek aangewezen voor het noodsteunpunt. De mogelijkheden voor vergroten van het maatschappelijke gedeelte icm met wonen worden nu onderzocht, waardoor splitsen en daarmee overdracht van het pand nog even mee wordt gewacht. Wat is de financiële consequentie? Minimaal 950 m² van het gebouw, te weten de voormalige aula, gymzaal en een gedeelte van de entreeruimte wordt heringericht met maatschappelijke functies. Dit gedeelte wordt in eigendom overgedragen aan een maatschappelijke stichting waarin de maatschappelijke partijen zijn vertegenwoordigd. Voor het overige deel van het pand vindt verdere uitwerking plaats ten behoeve van de realisatie van woningen. Bij verhuur van de woningen zal er in het pand worden geïnvesteerd om woningen te realiseren. Tegenover de kapitaallasten voortkomend uit de investeringen staan inkomsten. Indien wordt gekozen voor verkoop van het deel van het pand voor de bouw van woningen dan worden de gemaakte kosten ingebracht in een grondexploitatie welke uiteindelijk zal resulteren in een winst of een verlies. Voor aanpassing van de buitenruimte dient nog een investering te worden gedaan.

De kapitaallasten, voortkomend uit de investering, worden voor een deel gedekt door inkomsten. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Indien de gemeente besluit de woningen te verhuren middels de Wooncoöperatie, worden de kapitaallasten voortvloeiend uit de investering gedekt door de huurinkomsten. Wanneer wordt gekozen voor verkoop van (een deel van) het pand ten behoeve van woningbouw, wordt een grondexploitatie opgesteld en vastgesteld. De grondexploitatie zal resulteren in een winst of een verlies welke ten gunste of ten laste wordt gebracht van de Algemene reserve. Mocht een groter gedeelte van het gebouw maatschappelijk worden ingezet dan dient hier een marktconforme vergoeding tegenover te staan.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

6

P1.2 Meerjarenonderhoudsplan wegen Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Het onderhoud van de wegen is een wettelijke taak. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Voor het onderhoud van de wegen wordt in 2026 een nieuw beleidsplan opgesteld en vastgesteld met het daarbij behorende uitvoeringsplan voor de komende tien jaar. Daarbij wordt ook gekeken of het huidige budget/reserve voor het onderhoud voldoende is. Wat is de financiële consequentie? Voor het groot onderhoud van de wegen is een bestemmingsreserve beschikbaar. Jaarlijks wordt er een vast bedrag gestort in deze bestemmingsreserve, waaruit tevens jaarlijks een bedrag wordt onttrokken ten behoeve van de uitvoering van het onderhoud. De bestemmingsreserve heeft als doel reservering voor het groot onderhoud op de lange termijn. De hoogte van de reserve zal naar alle waarschijnlijkheid niet toereikend zijn. Hierdoor zal een verhoging van de jaarlijkse storting noodzakelijk zijn. Hiervoor is binnen de huidige (meerjaren) begroting geen ruimte. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? De financiële consequentie wordt ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

7

P1.3 Programma duurzaamheid uitvoering Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Dit betreft een wettelijke taak en verplichting vanuit het Rijk: - Het begrip duurzame ontwikkeling neemt binnen de Omgevingswet een belangrijke plaats in. De Omgevingswet kent drie overkoepelende maatschappelijke doelen: duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en beschermen en verbeteren van het leefmilieu. Het programma duurzaamheid werkt aan deze doelen. - In het landelijke klimaatakkoord tussen overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties is het doel om de CO2-uitstoot in 2030 met 55% te verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% zijn afgenomen. - In 2050 moeten alle woningen en gebouwen van het aardgas af. Via Europese wetgeving, het landelijke klimaatakkoord én het regionale Akkoord van Groenlo zijn we hieraan verbonden. De gemeente heeft de wettelijke verplichting om voor 31 december 2027 een Warmteprogramma vast te stellen. In samenwerking met de andere Achterhoekse gemeenten streven we naar eind 2026. Uitvoeringsprogramma thema 2 Duurzaamheid en Klimaat: 2a Energieneutraliteit. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Zowel landelijk als regionaal is de doelstelling om in 2050 klimaatneutraal en circulair te zijn.

Daarnaast werkt Aalten als Sustainable development goals gemeente actief aan de duurzame ontwikkelingsdoelen. Om zicht te houden op de voortgang van deze doelen en integraal te kunnen werken is het programma duurzaamheid van belang. Het gaat hierbij om circulariteit, energietransitie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit en biodiversiteit. Voor de komende periode zal met name de energietransitie, het opzetten van het warmtekoudeprogramma en natuurinclusief werken veel aandacht vergen. Dit heeft impact op onze wijken en inwoners. De gemeente wil samen met inwoners, ondernemers, organisaties actief aan de slag blijven gaan met deze duurzame doelstellingen. Met onder andere het Energieloket Achterhoek ondersteunen we inwoners met de verduurzaming van hun woningen. Wat is de financiële consequentie? Als het gaat om het budget voor de uitvoeringskosten van het Energieloket dan wordt er vanaf 2027 een stijging verwacht van 40% ten opzichte van het huidige budget. Dit komt onder andere door een stijging van het aantal aanvragen en personeelskosten. Voor de loketfunctie en het afhandelen van de subsidieregelingen zal voor het Energieloket vanaf 2027 een bedrag nodig zijn van € 335.000. Dit is een stijging van structureel € 96.000 ten opzichte van 2026. (Dit is exclusief de uitvoeringskosten voor energiearmoede, die worden behandeld in P1.8 Aanpak energiearmoede).

Voor de overige budgetten die meerjarig beschikbaar zijn gesteld voor duurzaamheid is de verwachting dat deze voldoende zijn. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? De verwachting is dat een deel van het bedrag, € 45.000, dat nodig is voor de loketfunctie en het afhandelen van de subsidieregelingen door het energieloket kan worden gedekt uit de middelen vanuit het Rijk (SPUK LAI en CDOKE). Niet voor alle uitvoeringskosten worden middelen beschikbaar gesteld door het Rijk waardoor de financiële consequentie, € 51.000, ten laste wordt gebracht van het begrotingssaldo. De verwachting is dat het begrotingssaldo niet toereikend zal zijn, er zal dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

8

P1.4 Gebiedsontwikkeling Slingeplas – ’t Broock Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Dit betreft geen wettelijke taak, maar een kans die zich voordoet vanuit het ambitiedocument Slingeplas- ’t Broock welke is opgesteld door initiatiefnemers. Uitvoeringsprogramma thema 1 Leefomgeving en wonen: 1a Geeft uitvoering aan de lokale woonvisie en lokale woningbouwstrategie. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? In Bredevoort zijn in 2022 ideeën en ambities voor de Slingeplas en sportpark 't Broock vastgelegd in het ambitiedocument Slingeplas - 't Broock. Belangrijkste initiatiefnemers zijn vakantiepark De Twee Bruggen, Sportvereniging Bredevoort en Bredevoorts Belang. Dit betreft de verplaatsing van het sportpark naar de Slingeplas, woningbouw op de locatie van het huidige sportpark en het vergroten van de recreatieve mogelijkheden van de Slingeplas. De raad heeft in juli 2025 het voorlopig ontwerp vastgesteld en is akkoord gegaan met het opstarten van de gebiedsontwikkeling. Wat is de financiële consequentie? Het verwachte tekort op de grondexploitatie bedraagt incidenteel € 1,9 miljoen voor 2027, dit is exclusief de stichtingskosten van het nieuwe clubgebouw. Deze bedragen € 1,3 miljoen en de jaarlijkse kapitaallasten hieruit voortkomend vanaf 2028 bedragen ongeveer structureel € 80.000.

Er wordt geprobeerd de stichtingskosten naar beneden bij te stellen door het pand mogelijk casco op te leveren. Ook staan er nog huuropbrengsten tegenover maar deze zijn lager dan de kapitaallasten. In 2023 heeft Antea Group een financieel haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Naast een doorrekening van het ontwerp in het ambitiedocument is ook een aantal varianten doorgerekend. Uiteindelijk is gekozen voor variant 1 waarin kostenbesparingen zijn gerealiseerd bij het bouw- en woonrijp maken, met name door bruggen te vervangen door duikers. De benodigde bijdrage voor deze variant is berekend op € 1,8 miljoen (excl. btw). Metafoor heeft vervolgens een financiële toets uitgevoerd, waaruit blijkt dat het verwachte tekort van de grondexploitatie overeenkomt met de eerdere berekeningen van Antea Group en bijna 1,8 miljoen euro bedraagt. Omdat de financiële toets vorig jaar is gemaakt is deze exclusief het verplaatsen van de kade zoals dat in het nieuwe ontwerp is opgenomen. De kosten hiervoor worden geschat op zo’n € 85.000 waarmee het verwachte tekort van de grondexploitatie hoger uitkomt maar nog wel in de lijn met de bedragen zoals destijds genoemd door Antea Group. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Het te verwachten te kort op de grondexploitatie wordt voor een deel gedekt door de bestemmingsreserve grondexploitatie Slingeplas- ’t Broock.

De raad heeft op 8 juli 2025 besloten om een bedrag van € 567.000 van het rekeningresultaat 2024 toe te voegen aan een nieuw te vormen bestemmingsreserve grondexploitatie Slingeplas- ’t Broock. Het resterende deel van het te verwachten te kort wordt gedekt uit de Algemene Reserve. Voor de kapitaallasten van de investering is geen ruimte binnen de huidige budgetten in de meerjarenbegroting. Wel zijn er diverse subsidiemogelijkheden waar we mogelijk aanspraak op kunnen maken voor dit project. Ook worden er nog huuropbrengsten ontvangen maar deze zijn lager dan de kapitaallasten. In zijn totaliteit worden de structurele lasten ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

9

P1.5 Uitbreiding bedrijventerrein Aalten Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Uitvoeringsprogramma thema 4 Ondernemen en economie: 4a Realiseert voldoende vesting plekken voor bedrijven en zzp’ers en zorgt voor een goede ontsluiting. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Er is tot en met 2030 behoefte aan ongeveer 11 hectare netto uitbreiding bedrijventerrein bij de kern Aalten. Uit een verkenning naar locaties blijkt het gebied ten westen van het bestaande bedrijventerrein ’t Broek de meest kansrijke locatie. Voor deze locatie is een plan van aanpak opgesteld en een financiële haalbaarheidsscan uitgevoerd. Voor de voorkeurslocatie is een ecologische beoordeling uitgevoerd van het aanwezige bos gevolgd door een verdergaande financiële doorrekening. De uitkomsten van de onderzoeken hebben geleid tot het voorstel om het gebied ten zuidwesten van het bestaande bedrijventerrein en ten noorden van de Keizersbeek te ontwikkelen tot een nieuw bedrijventerrein. Wat is de financiële consequentie? Eind 2024 is de raad akkoord gegaan met het uitvoeren van verdiepende onderzoeken als eerste stap in het kader van de planvorming voor het bedrijventerrein. Er is een voorbereidingskrediet van € 600.000 beschikbaar gesteld vooruitlopend op een in de toekomst vast te stellen grondexploitatie.

Indien de grondexploitatie niet binnen 5 jaar zal worden vastgesteld dan komt het bedrag van € 600.000 ten laste van het jaarrekeningresultaat of er kan een voorziening worden gevormd. Hierdoor kunnen deze kosten later alsnog worden ingebracht als er tot een grondexploitatie wordt besloten voor het betreffende gebied. Op basis van de uitgangspunten van de gemeente heeft een extern bureau zich beziggehouden met de doorrekening van de diverse varianten. De kostenraming moet nog verder uitgewerkt worden waardoor de financiële consequenties nog kunnen wijzigen. De uitbreiding zelf leidt naar verwachting tot een incidenteel nadeel in 2029. De bandbreedte van de verschillende scenario’s zit tussen een nadeel van € 800.000 en € 1.700.000. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Het te verwachten nadeel op de grondexploitatie wordt gedekt uit de Algemene reserve.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

10

P1.6 Uitleglocatie woningbouw kern Aalten Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? De hernieuwde regionale Woondeal 2.0 die in 2025 is vastgesteld vloeit voort uit rijksbeleid. Uit de woondeal volgt de woningbouwopgave. Uitvoeringsprogramma thema 1 Leefomgeving en wonen: 1a Geeft uitvoering aan de lokale woonvisie en lokale woningbouwstrategie. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? De gemeenteraad heeft op 5 november 2024 een motie aangenomen waarin het college is verzocht om in 2025 een onderzoek uit te voeren (mede in het kader van de Omgevingsvisie) naar een nieuwe uitleglocatie nabij de kern Aalten. Hierdoor wordt inzicht verkregen in mogelijke uitbreidingsrichting(en) voor het dorp Aalten zodat de woningbouwopgave voor Aalten kan worden gerealiseerd, rekening houdend met te ontwikkelen inbreidingslocaties. Wat is de financiële consequentie? De financiële impact van daadwerkelijke realisatie is nog niet bekend. Deze ontwikkeling staat nog helemaal in de beginfase. Er zal eerst onderzoek gedaan moeten worden voordat er meer duidelijkheid is over de financiële consequentie. Dat is mede afhankelijk van bijvoorbeeld locatie(s) en ontwikkelstrategie.

Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Afhankelijk van de locatie en ontwikkelstrategie zal blijken of er een grondexploitatie wordt opgesteld of dat de kosten worden verhaald middels een anterieure overeenkomst. Het uitgangspunt is dat het daar waar mogelijk budgettair neutraal wordt uitgevoerd.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

11

P1.7 Woningbouw Singel 1 en 2 Aalten Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Dit betreft geen wettelijke taak, maar er zijn wel provinciale afspraken gemaakt over woningbouwopgave in de woondeal 2.0. Realisatie van woningbouw op deze locatie kan een belangrijke bijdrage leveren aan deze opgave. Uitvoeringsprogramma thema 1 Leefomgeving en wonen: 1a Geeft uitvoering aan de lokale woonvisie en lokale woningbouwstrategie. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? De urgentie op de woningmarkt is groot. Op de locatie Singel 1 en 2 is omdat de grond al in eigendom van de gemeente is, relatief snel woningbouw te realiseren waardoor het woningtekort en met name in het betaalbare segment kan worden verkleind. Het college van B&W heeft daarom op 8 juli 2025 een besluit genomen om een stedenbouwkundig plan op te stellen en hiervoor een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen. Wat is de financiële consequentie? Het college heeft een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld van € 50.000 vooruitlopend op een in de toekomst vast te stellen grondexploitatie. Na afronding van het stedenbouwkundig plan worden één of meerdere grondexploitaties opgesteld. Deze kosten worden ingebracht in deze grondexploitatie(s).

Als de grondexploitatie(s) niet binnen vijf jaar wordt vastgesteld dan komt het bedrag van € 50.000 ten laste van het jaarrekeningresultaat of er kan een voorziening worden gevormd. Hierdoor kunnen deze kosten later alsnog worden ingebracht als er tot een grondexploitatie wordt besloten voor het betreffende gebied. Bij vaststelling van de grondexploitatie(s) zal blijken of er een voor- of nadeel is op de grondexploitatie. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Het te verwachten voor- of nadeel op de grondexploitatie komt ten gunste of ten laste van de Algemene reserve.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

12

P1.8 Aanpak energiearmoede Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? De Europese Unie verplicht lidstaten, onder meer in de Energy Efficiency Directive (EED) en vanuit het Sociaal Klimaatfonds, om energiearmoede effectief en doelmatig aan te pakken. Gemeenten hebben de regie voor de energietransitie en daarmee ook voor het onderdeel energiearmoede. Door de stijgende energieprijzen neemt de energiearmoede toe bij huishoudens met koop- én huurwoningen. Dit is aanleiding om in afstemming met het sociaal domein, woningcorporatie en het energieloket deze huishoudens te ondersteunen en de huidige aanpak energiearmoede voort te zetten en door te ontwikkelen. Landelijk is er wel het Tijdelijk Noodfonds Energie voor inwoners die hun energierekening niet kunnen betalen maar dat maakt geen structurele verandering op de energierekening op de lange termijn. Uitvoeringsprogramma thema 2 Duurzaamheid en Klimaat: 2a Energieneutraliteit. 2d Energieneutraliteit bevorderen 2g Stimuleringsmaatregelen duurzaamheid en klimaat 2i Aanpak energietransitie Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Energieprijzen blijven stijgen, inwoners inof in de buurt van, energiearmoede kunnen de energierekening niet of nauwelijks betalen, laat staan investeren in isolerende maatregelen.

Ook is de doelgroep energiearmoede voornamelijk een inwoner met een huurwoning, die afhankelijk is van de verhuurder wat betreft de keuzes in/tot verduurzaming. Structurele verandering kan alleen met het werkelijk verduurzamen van de woning doormiddel van isolerende maatregelen, het aanbrengen van radiatorfolie, tochtstrips etc. en gedragsverandering binnen het energieverbruik. Daarom willen we doorgaan met een gemeentelijke aanpak Energiearmoede, het inzetten van een bespaarhulp aan huis die helpt met de gedragsverandering en het aanbrengen van de kleine isolerende maatregelen. Ook willen we door met de isolatiesubsidie laag besteedbaar inkomen voor inwoners met een koophuis en een kleine portemonnee. Er zijn al gemeentelijke en rijkssubsidies om woningeigenaren financieel te stimuleren om te verduurzamen maar die bieden geen mogelijkheid om direct aan de uitvoerder uit te betalen, dat biedt de isolatiesubsidie laag besteedbaar inkomen wel. Hierdoor heeft een inwoner de mogelijkheid direct een isolerende maatregel te treffen zonder zelf voor te financieren en achteraf de subsidie aan te vragen. De energiearmoede aanpak met de bespaarhulp aan huis en de isolatiesubsidieregeling voor inwoners met een laag besteedbaar inkomen zetten we graag de komende jaren nog in zodat deze doelgroep mee kan doen in de energietransitie en niet verder achteropraakt.

Hiervoor zal er in 2026 een herijking van de aanpak energiearmoede plaats vinden. Wat is de financiële consequentie? De opgaven betreffend energiearmoede worden de komende jaren eerder groter dan kleiner. De SPUK Energiearmoede gelden vanuit het Rijk vervallen in 2027. Er is nog geen zicht op een nieuwe financieringsvorm aan gemeenten om nieuwe gemeentelijke energiearmoede aanpakken vorm te geven. Bij continuatie en verbetering van de gemeentelijke aanpak energiearmoede zullen er gemeentelijke gelden beschikbaar gesteld moeten worden. Als we de ondersteuning voor inwoners met energiearmoede op de huidige wijze voort willen dan is er jaarlijks een structureel bedrag nodig van € 280.000. Dit is inclusief de uitvoeringskosten van het Energieloket (inclusief de verwachte indexering van 40%). Gezien de onzekerheid rondom financiering hiervoor vanuit het Rijk en de herijking van de aanpak energiearmoede in 2026, wordt voorgesteld om het bedrag incidenteel voor 2027 beschikbaar te stellen. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Als blijkt dat niet voor alle opgaven gelden beschikbaar worden gesteld door het Rijk dan wordt de financiële consequentie ten laste gebracht van het begrotingssaldo. De verwachting is dat het begrotingssaldo niet toereikend zal zijn, er zal dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

13

P1.9 Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Het betreft hier een wettelijke taak voortkomend uit de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Samen met de Omgevingsdienst Achterhoek willen we voldoen aan het wettelijk verplicht niveau van een robuuste en toekomstbestendige organisatie. Daarnaast willen we toewerken richting een fusie met de omgevingsdienst de Veluwe. Hiervoor is in december 2025 een intentieverklaring ondertekend door alle deelnemende partners van de omgevingsdienst Achterhoek. Wat is de financiële consequentie? Conform de concept-begroting 2027 van de ODA zal de bijdrage aan de ODA toenemen met een structureel bedrag van € 258.000 tot in totaal een bedrag van € 1.178.000 en daarnaast voor 2027 een bedrag van € 75.000 voor de fusiekosten. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Conform artikel 10a WGR en artikel 193 onder b Gemeentewet zijn de bedragen die zijn opgenomen in de begroting van verbonden partijen en gemeenteschappelijke regelingen verplichte uitgaven voor de gemeente. Het uitgangspunt is dat de bijdragen aan verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen op basis van vooraf gemaakte afspraken worden geïndexeerd.

Ontwikkelingen met structurele financiële consequenties voor verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen buiten indexaties worden meegenomen in de begroting nadat de begroting van de verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen door het bestuur van de verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen is vastgesteld conform art 34 lid 1 Wgr.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

14

P2.1 Crossfire Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Aan Nederlandse kant zijn de gemeenten en de veiligheidsregio’s verantwoordelijk voor de brandweerzorg. De huisvesting van de brandweerposten is de verantwoordelijkheid van de gemeenten en die dragen dus ook de huisvestingslasten. De gemeente stelt de kazerne ter beschikking aan de veiligheidsregio. In Duitsland is de brandweer een volledig gemeentelijke taak, inclusief de kosten voor huisvesting. Voor de kazerne van Suderwick geldt dat deze arbo-technisch niet meer aan de eisen voldoet waardoor vervanging noodzakelijk is. Uitvoeringsprogramma thema 6 Burgerparticipatie, Bestuur en Veiligheid: 6g Werkt in samenwerking met de gemeente Bocholt en de VNOG aan een plan om tijdens deze bestuursperiode te komen tot een gezamenlijke brandweerkazerne Dinxperlo-Suderwick. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Een gezamenlijke locatie voor de brandweer en Feuerwehr welke wordt gezien als een innovatieve oplossing om aanzienlijke veiligheidsvoordelen voor de grensregio te creëren en tegelijkertijd de Europese gedachte uit te dragen. Dit leidt tot een versterkte samenwerking langs de grens en daardoor ook meer slagkracht. Recentelijk speelt ook het kabinetsvoornemen om een netwerk noodsteunpunten te willen organiseren om ervoor te zorgen dat de samenleving kan blijven draaien en mensen de noodzakelijke hulp kunnen krijgen.

De VNOG en de VNG werken hiervoor de eerste contouren uit. Aan de nieuw te ontwikkelen kazerne kan een dergelijk noodsteunpunt eenvoudiger als functie worden toegevoegd, dan ergens in een bestaande situatie. De gezamenlijke kazerne verbindt twee brandweer- en crisisorganisaties aan elkaar waardoor ook de bovenlokale (internationale) samenwerking versterkt wordt. Wat is de financiële consequentie? De financiële consequentie van daadwerkelijke realisatie is nog niet bekend. Deze ontwikkeling is nog volop in de onderzoeksfase. Bij de locatiekeuze moet rekening worden gehouden met de Nederlandse en Duitse wet- en regelgeving. Momenteel is nog geen duidelijkheid over wat de investeringskosten zijn en wat er met de oude kazernes gaat gebeuren. Uitgaande van afronding van de locatiekeuze in 2026, is start realisatie van de nieuwe brandweerkazerne op zijn vroegst mogelijk in 2027. Uitgaande van deze planning, de standaardblauwdruk voor kazernes van de VNOG (het zogenaamde “Model Didam”), het door bureau AntwortIng uitgewerkte programma ven eisen en een daarop gebaseerde verdeling van 42% voor Aalten en 58% voor Bocholt, dient rekening gehouden te worden met een investering van ca € 3 - 4 miljoen. De jaarlijkse kapitaallasten bedragen bij een investering van € 4 miljoen op dit moment € 240.000. En vooralsnog vanaf 2028 afhankelijk van de start van de nieuwbouw.

Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? De huidige budgetten voor de brandweerkazerne Dinxperlo kunnen worden ingezet; deze bedragen jaarlijks circa € 67.500 (kapitaallasten en exploitatielasten). Deze lasten zijn relatief laag omdat in verband met de Crossfire ontwikkeling alleen de hoogstnoodzakelijke kosten nog worden gemaakt. De investering zal initieel mogelijk leiden tot hogere lasten. Daar staat tegenover dat een nieuw en duurzaam gebouw zal leiden tot lagere onderhoudslasten en energiekosten. Temeer omdat gedeeld gebruik (met de brandweer Suderwick) op de lange termijn altijd efficiënter is. Verder kan de vrijkomende kazerne bijvoorbeeld verkocht worden of beschikbaar gesteld worden als nieuwbouwlocatie. Wanneer er meer duidelijkheid is dan zal gekeken moeten worden naar de mogelijke dekkingsmiddelen (incidenteel/structureel).

Ontwikkelingen met financiële consequenties

15

P2.2 Beleidsvisie beweegvriendelijke leefomgeving Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Deze ontwikkeling komt voort uit het Uitvoeringsprogramma van de Raad namelijk: Uitvoeringsprogramma thema 3 Sociaal Domein: 3n Stimuleert een gezonde leefstijl en houdt hiermee rekening bij de inrichting van de openbare ruimte en een gezonde leefomgeving. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Om sporten en bewegen voor inwoners zo goed en laagdrempelig mogelijk te kunnen faciliteren, is het noodzakelijk dat de openbare ruimte dit ook stimuleert. De raad heeft in haar uitvoeringsprogramma dan ook benoemd dat sport en bewegen een integraal onderdeel dient te zijn van de Omgevingsvisie en ruimtelijke plannen, om zo ruimtelijke sport gerelateerde vraagstukken in de brede context van gebiedsontwikkelingen op te kunnen pakken. De openbare ruimte dient een inclusieve leefomgeving te zijn die mensen faciliteert, stimuleert en uitdaagt om te bewegen, spelen, sporten en ontmoeten. Om hieraan duiding en handvaten te bieden is er in de Adviesnota Toekomstbestendig Sportlandschap, die in december 2024 is vastgesteld door het college, een aantal concepten en principes voorgesteld om invulling te geven aan toekomstig beleid om sporten en bewegen in de openbare ruimte te stimuleren.

Het vervolg is nu om deze in 2026 uit te werken in een visie op sporten en bewegen in de openbare ruimte waarin ook de financiële consequenties helder worden. Wat is de financiële consequentie? Implementatie van de beleidsvisie voor een beweegvriendelijke leefomgeving heeft mogelijk financiële consequenties, ook omdat het deels een herijking van het speelvoorzieningenbeleid gaat zijn. Uit de beleidsvisie moet blijken of er vanaf 2027 incidentele en/of /structurele middelen nodig zijn. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Binnen de huidige (meerjaren) begroting is budget beschikbaar voor de inrichting en onderhoud van speeltuinen. Dit zou mogelijk ingezet kunnen worden als dekking. Mocht dit budget niet voldoende zijn dan wordt de financiële consequentie ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

16

P2.3 Uitvoeringsplan Sterke Lokale Teams Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Deze opdracht komt voort uit de wetgeving binnen het sociaal domein (o.a. Jeugdwet, Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Participatiewet, Wet Inburgering en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) en vraagt van gemeenten om ondersteuning integraal en dichtbij inwoners te organiseren. De Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (0–100) versterken deze opdracht. Zij vragen onder andere van gemeenten dat we uiterlijk in 2028 de schotten tussen jeugd, volwassenen en participatie doorbreken, en ook de schotten tussen de sociale basis en geïndiceerde zorg opheffen. Ook de regiovisie Samen Veilig versterkt de opdracht van de ontwikkeling naar een Sterk Lokaal Team. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Landelijk wordt gezien dat gezinnen en huishoudens nu te vaak vastlopen in regels, doorverwijzingen en versnipperde hulp. Problemen binnen een huishouden hangen meestal samen en vragen daarmee om een team dat dichtbij is, vroegtijdig signalen oppakt, passende ondersteuning inzet en waar nodig deskundigheid bijschakelt. Normaliseren is hierbij leidend: uitgaan van de eigen kracht van onze inwoners en hun netwerk en vragen zoveel mogelijk oplossen in het gewone leven.

Een sterk lokaal team maakt het mogelijk om breed te kijken, eenvoudiger te handelen en sneller passende ondersteuning te bieden, in nauwe samenwerking met de sociale basis en het informele netwerk. Op deze manier versterken we eigen regie, zorgen we voor de meest passende oplossing en dragen we bij aan een toekomstbestendig, betaalbaar en inwonersgericht sociaal domein. Wat is de financiële consequentie? Voor het ontwikkelen van een blauwdruk voor een Sterk Lokaal Team en het opstellen van het implementatieplan is in deze fase voornamelijk inzet van uren nodig van betrokken medewerkers binnen de gemeente Aalten. Na bestuurlijke vaststelling van de blauwdruk wordt het implementatieplan uitgewerkt. In deze fase worden ook de financiële consequenties in beeld gebracht. Vooruitlopend hierop is het van belang om te onderkennen dat zonder verruiming van financiële middelen niet kan worden voldaan aan de uitvoerende taken van een Sterk Lokaal Team. Deze ontwikkeling brengt extra taken en verantwoordelijkheden met zich mee voor het lokale team binnen het sociaal domein. Dit vraagt om passende randvoorwaarden, waaronder voldoende capaciteit en middelen. Deze bewustwording is essentieel.

De opbrengsten van deze investering laten zich niet direct vertalen in financiële termen, maar liggen primair in maatschappelijke winst: een positieve bijdrage aan het welzijn van inwoners, een grotere sociale impact en een beter passend antwoord op hulpvragen. Tegelijkertijd mag worden verwacht dat deze investering zich op de langere termijn terugverdient, door minder escalaties, het voorkomen van overlap in werkzaamheden, het eerder in beeld krijgen van hulpvragen en een sterkere inzet op preventie. Dit wordt des te relevanter gezien de toenemende complexiteit van hulpvragen en de verwachte ontwikkeling dat een groeiende en complexere vraag moet worden bediend met beperkte middelen, onder druk van arbeidsmarktkrapte en oplopende wachttijden binnen het sociaal domein. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Binnen de huidige (meerjaren) begroting is geen dekking voor de uitvoering van het plan Sterke Lokale Teams. Er zal gekeken moeten worden naar dekking binnen de huidige budgetten. Mocht dit budget niet voldoende zijn dan wordt de financiële consequentie ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

17

P2.4 Subsidie Lokale Omroep/Streekomroep Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? De gemeente heeft een wettelijke bekostigingsplicht voor de lokale omroep en ontvangt hiervoor een ongeoormerkte bijdrage in het gemeentefonds. Er wordt medio 2026 een stelselwijziging voor de lokale publieke omroep verwacht. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Mediawet wijzigt de financiering van de lokale publieke omroep. De verwachte ingangsdatum van deze wijziging is 1 januari 2028. De Rijksoverheid neemt vanaf dan de bekostiging over. Dan wordt er in plaats van een lokale omroep een streekomroep voor de streek “De Achterhoek” aangewezen. Als gevolg van deze stelselwijziging vervalt de gemeentelijke bekostigingsplicht en wordt de huidige bijdrage via het gemeentefonds beëindigd. Tegelijkertijd bestaat de verwachting dat de rijksfinanciering ontoereikend zal zijn om een volwaardig en lokaal toereikend media-aanbod te waarborgen. Dit is van belang, aangezien de omroep een essentiële rol vervult in het versterken van de lokale democratie en de verbinding met de lokale samenleving en cultuur.

De verantwoordelijke portefeuillehouders hebben afgesproken om na wijziging van de Mediawet met de negen gemeenten af te stemmen op welke onderdelen we in onze streek al dan niet gezamenlijk in actie (moeten) komen om straks tot een advies voor de aanwijzing van de streekomroep te komen en binnen deze streekomroep het lokaal toereikend media-aanbod te borgen. De toekomstige financiering is daarbij ook onderwerp van gesprek. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Het realiseren van een zo optimaal mogelijke overgang naar een streekomroep per (naar verwachting) 1 januari 2028. Wat is de financiële consequentie? De financiële consequentie voor 2027 betreft € 20.000. Voor de periode vanaf 2028 kan het noodzakelijk zijn om aanvullend middelen beschikbaar te stellen ter aanvulling op de rijksbijdrage, indien deze ontoereikend blijkt voor de instandhouding van een lokaal toereikend media-aanbod binnen de streekomroep. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Binnen de huidige (meerjaren)begroting is geen budget beschikbaar. De financiële consequentie wordt ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

18

P2.5 Inloopvoorzieningen Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? De inloopvoorzieningen is een wettelijke taak in kader van maatschappelijke opvang. In regionaal verband (acht Achterhoekse gemeenten) is afgesproken dat iedere gemeente voorziet in een vorm van inloop voor inwoners met psychische problematiek. Onze inloop is een algemene inloop, zonder indicaties en openstaat voor alle inwoners. De inloop is in 2025 verder uitgebreid samen met Estinea, die de lunch verzorgt omdat eten verbindt. Hiermee is de inloop verder uitgebreid en komen meer mensen naar de inloop. Omdat lunch lokaal genoeg bezoekers trekt (ongeveer 25 per moment) gaat we na de zomer deze ook uitbreiden naar donderdag de andere dag van de inloop. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Het versterken van ontmoeting en sociale samenhang tussen inwoners, het bevorderen van onderlinge steun en het stimuleren van gezamenlijke activiteiten. Daarnaast wordt beoogd tijdige en passende ondersteuning te bieden aan inwoners die dat nodig hebben. Wat is de financiële consequentie? Op dit moment worden beide zaken gefinancierd uit de (incidentele) overschotmiddelen Beschermd Wonen vanuit Doetinchem. Voor 2026 en 2027 is er dekking voor de inloopvoorziening. De financiële consequentie bedraagt vanaf 2028 structureel € 60.000.

Momenteel wordt regionaal gewerkt aan een nieuw convenant Opvang en Bescherming vanaf 2027. Op dit moment is nog onduidelijk in hoeverre binnen de (regionale)middelen voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang opnieuw sprake zal zijn van overschotten die kunnen worden ingezet voor deze voorziening. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? De beschikbare dekking is afhankelijk van de verdere uitwerking van de decentralisatie van Beschermd Wonen en/of Maatschappelijke Opvang. Daarnaast is de dekking afhankelijk van de (financiële) afspraken binnen het nieuwe regionale convenant, in het bijzonder de mate waarin middelen beschikbaar worden gesteld aan individuele gemeenten voor de uitvoering van deze wettelijke taken. Indien middelen voor individuele gemeenten beschikbaar worden gesteld kan deze voorziening worden bekostigd vanuit deze middelen. Indien deze middelen niet beschikbaar zijn, zal er vanaf 2028 in de (meerjaren) begroting naar alternatieve dekking moeten worden gezocht.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

19

P2.6 Zwembad Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Een zwembad is geen wettelijke voorziening/verplichting. Wel draagt een zwembad bij aan het realiseren van gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vergroten van de zwemvaardigheid en het meer bewegen van onze inwoners. In het uitvoeringsprogramma thema 5 Ontspanning en Vrije Tijd is onder punt 5d opgenomen dat een startnotitie wordt opgesteld over de toekomst van de zwembaden in de gemeente Aalten. De huidige exploitatieovereenkomst voor de Zwembaden 't Walfort en Het Blauwe Meer eindigt per 1 januari 2032. In die wetenschap heeft de raad op 30 januari 2024 de startnotitie ‘Toekomst Zwembaden’ vastgesteld. Daarin staat hoe het nu gaat met beide zwembaden en wat belangrijk is voor de toekomst. Naar aanleiding hiervan is een projectteam 'Toekomstvisie zwembaden gemeente Aalten' gevormd. Het projectteam heeft de opdracht gekregen om binnen de kaders van de startnotitie samen met de stakeholders te komen tot de meest optimale toekomstvisie/scenario voor het zwemwater, c.q. de zwembaden, in onze gemeente. Hierbij is het doel om zwemmen binnen de gemeente op een wenselijke en betaalbare manier vorm te geven, ook na 2032. Om te komen tot het meest optimale scenario heeft de projectgroep het bureau Synarchis gevraagd om hier vanuit haar expertise en binnen de kaders van de startnotitie onderzoek naar te doen.

Op basis van het uiteindelijke advies heeft het college de raad in november 2025 een toekomstvisie op de zwembaden voorgelegd. Tijdens de daaropvolgende oordeelsvormende raadsvergadering in november 2025 is met de raad afgesproken dat, alvorens het voorstel in de raad aan de orde komt, het college met een nadere duiding op deze visie komt. De fracties konden hiervoor tot 1 februari 2026 hun vragen en opmerkingen op het voorstel indienen bij de griffie. Om de gestelde vragen te beantwoorden vindt er momenteel aanvullend onderzoek plaats. Naar verwachting kunnen in de tweede helft van 2026 de gestelde vragen worden beantwoord, zodat verdere behandeling van de toekomstvisie door de raad kan worden opgepakt. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? We willen zwemmen binnen onze gemeente ook na 2032 op een wenselijke en betaalbare manier vorm kunnen geven. Wat is de financiële consequentie? De financiële consequenties zijn op dit moment nog niet concreet te bepalen. Na beantwoording van de gestelde vragen kan de verdere behandeling van de toekomstvisie door de raad kan worden opgepakt. Afhankelijk van de daaropvolgende keuze(s) van de raad kunnen de financiële effecten (zowel incidenteel als structureel) vanaf 2032 in beeld worden gebracht. In de huidige meerjarenbegroting is nog geen rekening gehouden met deze mogelijke financiële consequenties.

De jaarlijkse exploitatiebijdrage bedraagt in 2026 € 553.000. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? De financiële consequentie voor het vervolg wordt ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

20

P2.7 Cultuursensitieve en collectieve trauma/gedragsaanpak Internationale schakelklas (ISK) Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? In het nieuwkomers onderwijs (ISK) komen veel culturen samen en hebben de kinderen die er naar school gaan veel meegemaakt. Dat uit zich in veel gevallen in negatief of onbegrepen gedrag. De reguliere preventie die we inzetten binnen het onderwijs is voor deze vorm van onderwijs niet voldoende. GGNet heeft een speciaal programma ontwikkeld wat nu is uitgerold binnen de ISK en wat aanslaat. De kosten hiervan zijn niet begroot. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? We willen bereiken dat de jongeren op een laagdrempelige en collectieve manier aandacht krijgen voor wat ze hebben meegemaakt en hier handvaten voor krijgen. Een bijkomend doel is dat ze tot leren kunnen komen en problemen niet groter worden. Wat is de financiële consequentie? Het gaat om structurele kosten van € 20.000 op jaarbasis vanaf 2027 voor inzet van GGNet op de ISK. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Binnen de huidige (meerjaren) begroting is geen dekking. De financiële consequentie wordt ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

21

P2.8 Samen sterk in opvoeden Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Vanuit het preventieplatform Jeugd maar ook lokaal zetten we in op het versterken van ouders zodat ze op eigen kracht hun kinderen kunnen opvoeden. Ook als dat een keer wat moeilijker gaat. Met de training ‘samen sterk in opvoeden’ krijgen ouders collectief een training. Thema's die aan bod komen zijn grenzen stellen, welke invloed heb je als ouder en hoe verander of versterk je gedrag. In de training leren ze ook andere ouders kennen en zien ze dat ook andere ouders soms worstelen met de opvoeding. Wat willen we met deze ontwikkeling bereiken? Ouders weerbaarder en sterker maken zodat ze, zonder inzet van 2e lijn zorg, hun kinderen kunnen opvoeden. We willen ze handvaten meegeven zodat ze zelfredzaam zijn. Een bijkomend doel is dat we het ondersteuningsteam en inzet van jeugdhulp willen voorkomen, daar waar het kan. Wat is de financiële consequentie? De financiële consequentie betreft structureel € 30.000 vanaf 2027. Welke mogelijke dekkingsmiddelen kunnen worden aangedragen? Binnen de huidige (meerjaren)begroting is geen budget beschikbaar. De financiële consequentie wordt ten laste gebracht van het begrotingssaldo. Als het begrotingssaldo niet toereikend is dan zal er dekking binnen de (meerjaren) begroting gezocht moeten worden.

Ontwikkelingen met financiële consequenties

22

P2.9 Stelselherziening kinderopvangtoeslag Wat is de aanleiding van deze ontwikkeling? Het Ministerie van SZW werkt aan het wetsvoorstel financiering kinderopvang. Dit is de basis voor een nieuw financieringsstelsel, waarmee de kinderopvangtoeslag wordt vervangen door een hoge, inkomensonafhankelijke vergoeding voor kinderopvang. Deze vergoeding zal als subsidie direct aan de houders van kindercentra en gastouderbureaus worden uitgekeerd. Gemeenten hebben verschillende rollen met betrekking tot de kinderopvang, waarop dit wetsvoorstel mogelijk impact heeft, waaronder: • De ontwikkeling van het kind: De gemeente is verantwoordelijk voor het aanbieden van peuteropvang aan kinderen van niet-werkende ouders en voor- en vroegschoolse educatie (VVE), waardoor de ontwikkeling van het kind bevorderd wordt. Daarnaast kunnen gemeenten sociaal-medische indicaties (SMI) afgeven. • Bestaanszekerheid en kansengelijkheid: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vergroten van de bestaanszekerheid van hun inwoners, onder andere door te zorgen dat zij via (betaald) werk kunnen participeren in de samenleving. Toegankelijke en betaalbare kinderopvang kan bijdragen aan de arbeidsparticipatie van ouders. Ook hebben gemeenten (en kinderopvangorganisaties) de maatschappelijke opdracht om te werken aan inclusieve kinderopvang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=a99276b9-2a60-4fd9-95de-7c70c5fefb84