Kadernota 2024-2027 .pdf
Tekst van het document
19
De ontwikkeling van het macrobudget BUIG ziet er per regeling als volgt uit6: Overzicht macrobudget participatiewetuitkeringen (x € 1.000) Algemene bijstand
€
5.320.715 €
5.489.951 €
5.587.595 €
5.721.052 €
5.855.357
Loonkostensubsidie
€
377.191 €
457.345 €
518.116 €
550.880 €
583.552
IOAW
€
241.276 €
226.370 €
199.377 €
187.072 €
177.853
IOAZ
€
29.585 €
30.826 €
31.387 €
31.387 €
31.387
BBZ
€
46.136 €
46.136 €
46.136 €
46.136 €
46.136
Macrobudget totaal
€
6.014.903 €
6.250.628 €
6.382.611 €
6.536.527 €
6.694.285
Raming 2023
Verwachte procentuele ontwikkeling uitgaven macrobudget per jaar Algemene bijstand
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Mutatie 2024 t.o.v. Mutatie 2025 t.o.v. Mutatie 2026 t.o.v. Mutatie 2027 t.o.v. raming 2023 raming 2024 raming 2025 raming 2026 3,18%
1,78%
2,39%
Loonkostensubsidie
21,25%
13,29%
6,32%
2,35% 5,93%
IOAW
-6,18%
-11,92%
-6,17%
-4,93%
IOAZ
4,19%
1,82%
0,00%
0,00%
BBZ
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Macrobudget participatiewetuitkeringen totaal
3,92%
2,11%
2,41%
2,41%
Het macrobudget 2024 wordt voorlopig vastgesteld in september 2023 voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Het macrobudget 2024 wordt gedurende het jaar nog bijgesteld naar aanleiding van gewijzigde inzichten in conjunctuur, realisaties, Rijksbeleid en loon- en prijsbijstelling (lpo). Hierover worden gemeenten geïnformeerd bij het nader voorlopig budget in het voorjaar van 2024 en bij de definitieve toekenning van de budgetten in september 2024. Het definitieve macrobudget wordt bepaald door uit te gaan van de gerealiseerde prijs en het gerealiseerde volume in het voorgaande jaar, van een inschatting van de effecten van de conjunctuur en Rijksbeleid in het begrotingsjaar zelf en van een indexering van de gemiddelde prijs. Voor de conjunctuurraming worden de actuele en onafhankelijke rekenregel en de autonome correctie van het Centraal Plan Bureau (CPB) gevolgd. Het meerjarenbeeld met betrekking tot de ontwikkeling van lasten in de begroting van Laborijn zal in de begroting 2024 – 2027 opgesteld worden aan de hand van bovenstaande gegevens, de werkelijke ontwikkeling t/m ultimo 2022. Het voorlopig BUIG-budget 2023 is in september 2022 bekend geworden (zie hiervoor de tabel onder deze alinea). Om een inschatting te maken van het BUIG-budget voor de jaren 2024 tot en met 2026 is het aandeel per gemeente in het macrobudget constant verondersteld.
Doordat het macrobudget vanaf 2022 toeneemt, zal naar verwachting het BUIG-budget per gemeente vanaf 2022 ook toenemen. In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van het BUIG-budget weergegeven. Ontwikkeling BUIG-budget (x € 1.000) Aalten
€
4.390 €
4.562 €
4.658 €
4.771 €
4.886
Doetinchem
€
18.987 €
19.731 €
20.148 €
20.634 €
21.132
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Voor de ontwikkeling van de kosten hanteren we dezelfde trend. Er is echter een aantal elementen dat het moeilijk maakt om in te schatten hoe de kosten zich ontwikkelen: • •
6
steeds vaker gaan mensen met loonkostensubsidie aan het werk. Dit bespaart wel op de bijstandskosten maar betreft niet meer de hele uitkering de samenstelling van huishoudens kan wijzigen waardoor de hoogte van de uitkeringen zal wijzigen
Bron: Rijksbegroting 2023 Sociale Zaken en Werkgelegenheid
20
4.2 Re-integratie-budget Vanaf 2023 zijn de middelen bestemd voor het ontwikkelen van inwoners (reintegratiemiddelen) niet meer 1 op 1 herleidbaar vanuit de rijks circulaires. Hierin volgen we vanaf het begrotingsjaar 2024 2 lijnen: de hoofdlijn is dat Laborijn een plan maakt voor de reintegratie/ontwikkeldienstverlening met daarbij de benodigde middelen. Daarnaast maken we ook de historische lijn inzichtelijk door het laatst bekende bedrag te indexeren. Eind 2022 is door Cedris en Divosa een opdracht verstrekt een Berenschot om een rekentool7 te ontwikkelen waarmee de beschikbare budgetten voor re-integratie berekend kunnen worden. De rekentool is heel recent (december 2022) beschikbaar gekomen. Uit een eerste analyse blijkt dat de gemeente Aalten en Doetinchem substantieel meer re-integratiemiddelen ontvangen dan voorheen. We juichen deze ontwikkeling, in het licht van de inhoudelijke opgave zeer toe. De stijging houdt verband met de aanpassing van de maatstaven voor het toekennen van de middelen. Het is nu nog te prematuur om de uitkomsten van deze tool op te nemen in de kadernota, echter bij het opmaken van de begroting verwachten we hier meer zicht op te hebben en is deze tool voor de toekomstige begrotingsjaren zeker bruikbaar.
Bij het opmaken van de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025- 2027 betrekt Laborijn de in de afgelopen jaren opgebouwde bestemmingsreserve re-integratie bij. De bestemmingsreserve re-integratie wordt de komende jaren afgebouwd.
Hoofdlijn voorlopig inschatting inzet re-integratiemiddelen: Prognose benodigd budget
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Ontw ikkeling inw oners
265.000
265.000
265.000
265.000
265.000
Nieuw e inw oners
325.000
325.000
325.000
325.000
325.000
Integrale samenw erking
202.312
204.509
206.741
209.009
212.177
Arbeidstoeleiding
702.000
705.000
655.000
662.000
662.000
Hulpmiddelen en vergoedingen
410.000
410.000
410.000
410.000
410.000
Interne klantondersteuning
1.783.933
1.841.283
1.901.686
1.956.378
1.999.418
Totaal
3.688.245
3.750.792
3.763.427
3.827.387
3.873.595
2e lijn indexatie van de laatst bekende budgetten volgens de rijks circulaire: Inschatting Rijksbudget totaal per gem eente*
Begroting 2023
Aalten
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027**
366.959
379.280
395.402
412.001
421.065
Doetinchem
2.558.724
2.625.603
2.719.041
2.817.657
2.879.646
Totaal
2.925.684
3.004.882
3.114.443
3.229.658
3.300.711
* Dit betreffen de laatst bekende budgetten zoals opgenomen in de begroting 2023-2026 ** Geindexeerd (utigangspunt septembercirculaire 2022)
Inschatting afbouw bestemmingreserve Verw achte afbouw bestem m ingreserve
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begrote inzet re-integratiemiddelen
3.688.245
3.750.792
3.763.427
3.827.387
3.873.595
Laatst bekende budgetten
2.925.684
3.004.882
3.114.443
3.229.658
3.300.711
762.561
745.909
648.984
597.729
572.884
1.099.439
353.530
-
-
-
-
-
295.454
597.729
572.884
Tekort (te onttrekken uit bestemmingsreserve) Inschatting eindstand bestemmingreserve re-integratie Niet meer te dekken uit bestemmingsreserve
De bestemmingsreserve re-integratie zal naar verwachting in 2-3 jaar volledig ingezet zijn. Dit betreft een inschatting. Bij het opmaken van de begroting worden de bedragen en inzichten geactualiseerd.
7 https://cedris.nl/nieuws/handreiking-en-rekentool-bij-gemeentefonds-participatiemiddelen/
21
4.3 Rijksbijdrage SW De Rijksbijdrage SW per standaard eenheid (se) stijgt vanaf 2020. Daarbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat de blijfkansen moeilijker zijn in te schatten over een periode van 5 jaar. Hierdoor kan de Rijksbijdrage SW per se in die jaren nog zowel positief als negatief muteren. Omschrijving Se Wsw landelijk
2021
Voorlopig 2022
61.919
Blijfkans t.o.v. 2021
Voorlopig 2023
58.803
100,00%
Voorlopig 2024
55.692
94,97%
52.534
89,94%
84,84%
Voorlopig 2025
Voorlopig 2026
49.059 79,23%
Voorlopig 2027
45.639
42.303
73,71%
68,32%
Macrobudget Wsw
€
1.780.879.000 €
1.787.781.000 €
1.712.184.000 €
1.646.919.000 €
1.580.063.000 €
Rijksbijdrage per se
€
28.761 €
30.403 €
30.744 €
31.350 €
32.208 €
33.173 €
34.229
5,03%
5,02%
5,10%
5,61%
5,52%
5,39%
Verwachte ontwikkeling afname se's (op basis van blijfkans jaar daardoor)
1.514.000.000 € 1.447.967.000
In onderstaande tabel is de totale Rijksbijdrage per gemeente weergegeven: Rijksbijdrage Sw (x € 1.000) Aalten
€
6.059 €
5.896 €
5.661 €
5.343 €
5.145
Doetinchem
€
7.852 €
7.435 €
7.158 €
7.000 €
6.819
Montferland
€
3.983 €
3.848 €
3.695 €
3.559 €
3.343
Totaal
€
17.894 €
17.178 €
16.515 €
15.903 €
15.307
Voorlopig 2023
Voorlopig 2024
Voorlopig 2025
Voorlopig 2026
Voorlopig 2027
Het absolute bedrag neemt af doordat het aantal Wsw-medewerkers afneemt. Dit komt met name door pensionering, arbeidsongeschiktheid en overlijden. Het Rijk schat de blijfkansen van de Wsw-medewerkers per gemeente in. Voor de deelnemende gemeenten ziet dat er als volgt uit: Gemeente
Geschatte blijfkans t.o.v. definitieve stand 2021
Aantal se's ultimo 2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Aalten
219
94,50%
89,80%
85,70%
80,10%
73,40%
68,50%
Doetinchem
281
95,00%
90,90%
84,40%
79,10%
75,10%
70,90%
Montferland
148
92,40%
87,30%
82,70%
77,30%
72,30%
65,80%
2022 207
2023 197
2024 188
2025 176
2026 161
2027 150
267
255
237
222
211
199
137 611
130 582
123 548
115 513
107 479
98 447
Gemiddelde blijfkans jaar
94,24%
95,19%
94,14%
93,58%
93,49%
93,28%
Gemiddelde afname per jaar
5,76%
4,81%
5,86%
6,42%
6,51%
6,72%
Gemeente
Geschatte volumes t.o.v. definitieve stand 2021
Aantal se's 2021
Aalten
219
Doetinchem
281 148 649
Montferland Totaal
Op basis van de uitgangspunten in de begroting 2023 en de verwachte wijziging van die begroting als gevolg van de ontwikkelingen tot nu toe, zal in de begroting 2024 - 2027 het totale SW-resultaat worden doorgerekend.
4.4 Overige technische uitgangspunten Prijsontwikkeling kosten algemene overhead De prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product zoals opgenomen in de septembercirculaire van 2022 (zie onderstaande tabel). Prijsontwikkeling % aanpassing
Voorlopig 2023
Voorlopig 2024
Voorlopig 2025
Voorlopig 2026
Voorlopig 2027
4,9%
2,5%
2,5%
2,2%
2,2%
22
Loonontwikkeling ambtelijke medewerkers Bij het opstellen van de begroting gaan we uit van de bekende cao-afspraken en ramingen van de ontwikkelingen in de sociale lasten. Indien er nog geen ontwikkelingen bekend zijn gaan we uit van de meeste recente raming uit de circulaires van het Rijk. De cao-gemeenten is afgesloten tot en met 2022. De ontwikkelingen voor 2023 en verder zijn nu niet bekend.
23