CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2024-2027 .pdf

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel om de jaarstukken 2022 voor kennisgeving aan te nemen en kenbaar te maken dat de raad zich kan vinden in de 1e wijziging 2023 en de begroting 2024 van Laborijn10.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota 2024-2027 Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn

“Meedoen op de best passende plek”

Doetinchem, 4 januari 2023

1

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................ 3

2.

Uitgangspunten ............................................................................................................ 4

3.

Beleidsontwikkelingen ................................................................................................. 6 3.1 Klantstromen................................................................................................................ 6 3.2 Ontwikkelingen op Rijksniveau (SZW) ......................................................................... 7 3.3 Beleidsontwikkelingen Laborijn ...................................................................................11

4.

Ontwikkeling budgetten ..............................................................................................19 4.1 BUIG-budget (bijstand en langdurige loonkostensubsidie) ..........................................19 4.2 Re-integratie-budget ...................................................................................................21 4.3 Rijksbijdrage SW.........................................................................................................22 4.4 Overige technische uitgangspunten ............................................................................22

2

1.

Inleiding

Voor u ligt de kadernota voor de jaren 2024 tot en met 2027. De kadernota is, naast de begroting en de jaarstukken, één van de documenten die wij u jaarlijks voorleggen. Het doel van de kadernota is tweeledig: het weergeven van de beleidsinhoudelijke en financiële kaders en het geven van inzicht in de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opmaken van de begroting. In de aanloop naar het opstellen van deze kadernota hebben we een constructief proces doorlopen met de gemeentelijke beleidsmedewerkers en financieel adviseurs. Het is onze vurige wens dat iedere inwoner kan ‘meedoen op de best passende plek’. Graag ondersteunen we onze inwoners bij het zetten van de ontwikkelstappen daarnaar toe en het behouden daarvan. Ons uitgangspunt daarbij is altijd het realiseren van regulier betaald werk en als dat (nog) niet lukt ondersteunen wij bij het zo optimaal mogelijk participeren in de samenleving. Wij geloven dat echt mee kunnen doen gelukkiger en gezonder maakt. De professionals van Laborijn leveren daaraan dagelijks met veel passie hun bijdrage. In onze dienstverlening staat de mens centraal. In ons werk hebben we logischerwijs veel te maken met wet- en regelgeving. Daar waar deze ons echt belemmert om tot goede stappen te komen zoeken we creatief naar oplossingen. Dat doen we als Laborijn niet alleen.

Graag werken we nauw samen met vele partijen in het brede sociale domein om een bijdrage te kunnen leveren aan bestaanszekerheid. In deze kadernota beschrijven we, grofweg langs 3 lijnen samengevat, de Laborijn bijdrage voor het bieden van bestaanszekerheid voor inwoners en onze medewerkers 1. Inkomenszekerheid: via een dienstverband SW, CAO aan de Slag of een Participatiewet-uitkering zorgen we voor een stabiel inkomen. Daarnaast bieden we voor zowel inwoners als ondernemers advies en ondersteuning bij inkomensvraagstukken 2. Ontwikkeling van inwoners: we bieden op alle treden van participatieladder intensieve trajecten om ontwikkelstappen mogelijk te maken 3. Levensloopbestendig werkgeverschap SW-collega's: de stijgende gemiddelde leeftijd van onze SW-collega's vraagt om begeleiding en maatwerk voor behoud van vitaliteit en werkplezier. Daarbij houden we vast aan onze visie dat we zo veel mogelijk werkplekken invullen in een regulier setting We schrijven deze kadernota in een onzekere tijd. Zo heeft de voortdurende oorlog in Oekraïne op vele fronten impact, hetgeen we onder meer merken in de sterk gestegen kosten voor energie. Dit werkt door op vele fronten. Desondanks hebben we getracht, op basis van wat we wel weten, een goede inschatting te maken van de financiële ontwikkelingen binnen ons domein.

De landelijke verwachting is dat het aantal mensen dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering de komende jaren licht stijgt. Wij verwachten door fors te blijven investeren in de inwoners met een bijstandsuitkering deze stijging beperkt te kunnen houden. Voor de begroting stellen wij voor om de uitvoeringslasten conform de door de raad gegeven zienswijze bij de begroting 2022 zoveel als mogelijk te beheersen. Dit is een forse opgave. Wij gaan de inhoudelijke wens om het intensieve klantcontact met inwoners te behouden en tegelijkertijd de lasten Wsw en van de uitvoering te laten krimpen zo goed als mogelijk vormgeven. Wij verwerken deze structurele effecten in de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027. Doetinchem, januari 2023 J.T. Spruit Algemeen Directeur 3

2.

Uitgangspunten

Bij het opstellen van de begroting 2024 en meerjarenraming 2025 - 2027 hanteren wij een set met uitgangspunten. Deze zijn te verdelen in een tweetal categorieën: 1. Uitgangspunten die voortkomen vanuit vastgesteld Rijks-/gemeentebeleid en/of landelijke ramingen (CPB en Rijksbegroting); 2. Uitgangspunten die Laborijn zelf hanteert.

Ad 1 Uitgangspunten die voortkomen vanuit vastgesteld Rijks-/gemeentebeleid en/of landelijke ramingen (CPB en Rijksbegroting) 1. verbetering Participatiewet middels wetsvoorstel Breed Offensief. Op 29 november 2022 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Breed Offensief. Inwerkingtreding van dit wetsvoorstel wordt voorzien per 1 juli 2023 2. met de ‘Aanpak geldzorgen, armoede en schulden’ gaat het kabinet aan de slag met een meerjarige aanpak met als doel een halvering van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in 2025 (ten opzichte van 2015), en een halvering van armoede en problematische schulden in het algemeen in 2030 (ten opzichte van 2015). De gemeenten krijgen hier naar verwachting een forse taak aan. Laborijn ziet zich ten aanzien van dit onderwerp als belangrijke uitvoeringspartner 3. op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt vanaf 2023 een oplopend bijstandsbestand verwacht. De invoering van een aantal wetswijzigingen leidt ook tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven1. Door een inperking van andere regelingen doen komende jaren naar verwachting meer personen een beroep op de bijstand. Dit zijn onder andere de gevolgen van de invoering van de Participatiewet (per 2015) en de invoering van het onderdeel WW-duurverkorting in de Wet werk en zekerheid, die inmiddels is vervangen door de Wet arbeidsmarkt in balans.

Ook zorgt de aanpassing van de kostendelersnorm voor hogere bijstandsuitgaven vanaf 20232 4. Laborijn blijft inzetten op het beheersen van de uitvoeringskosten voor de jaren 2024 tot en met 2027. Dit is in lijn met de door de gemeenteraden meegegeven zienswijze in het begrotingsproces 2022 5. het huidige vluchtelingenvraagstuk leidt tot een toename van het aantal statushouders. We verwachten dat in de komende jaren meer statushouders zich vestigen in Aalten en Doetinchem dan was voorzien 6. de Motie-Ceder/Palland over een grotere rol voor sociaal ontwikkelbedrijven bij het aan het werk helpen van mensen die langs de kant staan is aangenomen in de kamer3. De impact hiervan is nog niet in te schatten voor deze begrotingsperiode 7. de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 is opgesteld conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) 8. vanaf 2023 is het opmaken van de rechtmatigheidsverantwoording een verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur waar voorheen de externe accountant een oordeel vormde over de rechtmatigheid. Ad 2: Uitgangspunten die Laborijn zelf hanteert. 1. alle inwoners met een Participatiewet-uitkering hebben een actief traject en aanbod om ontwikkeling mogelijk te maken 1 Op blz. 22 is dit per regeling uitgewerkt

2

Kamerstukken II 2021/22, 35 394, nr. 22)

3 De motie is conform het dictum uitgevoerd. De motie is afgedaan met brief (SZW) d.d. 03-05-2022

(Kamerstukken II, 2021-2022, 35 644, nr. 15

4

2. we maken de ontwikkeling van alle inwoners met een Participatiewet-uitkering inzichtelijk (dit doen we onder andere door het gebruik van de Participatieladder) 3. in het licht van de huidige arbeidsmarkt willen we blijven investeren in de ontwikkeling van inwoners. De investering die vanaf 2022 is ingezet blijft gecontinueerd worden in de aanstaande begrotingsperiode. Dit resulteert in inzet van instrumenten en aandacht, en als gevolg daarvan een stabiele inzet van formatie voor inwoners (met name voor diegenen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt) 4. we blijven inzetten op de continuering/verduurzaming van de dienstverlening aan ondernemers (Ondernemerssteunpunt) 5. de doelstelling volumeontwikkeling BUIG is 1% beter dan het landelijk gemiddelde 6. alle Wsw-medewerkers hebben een Individueel Ontwikkelingsplan (IOP) 7. het doel blijft om zoveel mogelijk medewerkers regulier werkzaam te laten zijn. Uitgangspunt blijft dat 80% van WSW-medewerkers dan ook middels externe detachering of Begeleid Werken bij reguliere werkgever verricht 8. de hoogte van de uitvoeringskosten is afhankelijk van het aantal te bedienen inwoners. Als het aantal inwoners dat afhankelijk is van de Participatiewet in de komende periode toeneemt, gaan de uitvoeringskosten voor de Participatiewet ook toenemen (trap op trap af systematiek).

Voor de Wsw gaan de uitvoeringskosten afnemen in verband met de daling van het aantal Wsw-medewerkers. Hoe dit doorwerkt per individuele deelnemende gemeente verschilt en is afhankelijk van het gemeentelijk aandeel in de Wsw en in de Participatiewet. Indien het effect op gemeenteniveau onvoldoende aansluit bij de wens tot beheersing van de uitvoeringskosten worden keuze scenario’s uitgewerkt 9. het gedachtengoed ‘Simpel switchen’ gaan we inbedden in onze reguliere werkwijze. De gemeente Aalten heeft dit vanaf 2023 geformaliseerd. Bij de gemeente Doetinchem ontwikkelen we samen met Buurtplein een soortgelijke werkwijze (werktitel activerend werk) 10. de voorbereidingen voor het inbrengen van de Wet inburgering in de GR vinden in 2023 plaats. Vanaf 2024 worden de baten en lasten met betrekking tot de Wet inburgering in de begroting verwerkt (van mandaat naar delegatie) 11. Laborijn ontwikkelt zich zo flexibel dat incidentele regelingen uitgevoerd kunnen blijven worden 12. Vanaf 2023 zijn de middelen bestemd voor het ontwikkelen van inwoners (reintegratiemiddelen) niet meer 1 op 1 herleidbaar vanuit de rijks circulaires. Hierin volgen we vanaf het begrotingsjaar 2024 2 lijnen: de hoofdlijn is dat Laborijn een plan maakt voor de re-integratie/ontwikkeldienstverlening met daarbij de benodigde middelen. Daarnaast de lijn van het laatst bekende bedrag indexeren.

Eind 2022 is door Cedris en Divosa een opdracht verstrekt aan Berenschot om een rekentool4 te ontwikkelen waarmee de beschikbare budgetten voor re-integratie berekend kunnen worden. De rekentool is heel recent (december 2022) beschikbaar gekomen. Uit een eerste analyse blijkt dat de gemeenten Aalten en Doetinchem substantieel meer reintegratiemiddelen ontvangen dan voorheen. Dit komt doordat de maatstaven voor het toekennen van de middelen is veranderd. Het is nu nog te prematuur om de uitkomsten van deze tool op te nemen in de kadernota, echter bij het opmaken van de begroting verwachten we hier meer zicht op te hebben en is deze tool voor de toekomstige begrotingsjaren zeker bruikbaar. Bij het opmaken van de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025- 2027 betrekt Laborijn de in de afgelopen jaren opgebouwde bestemmingsreserve re-integratie bij. De bestemmingsreserve reintegratie wordt de komende jaren afgebouwd.

4 https://cedris.nl/nieuws/handreiking-en-rekentool-bij-gemeentefonds-participatiemiddelen/

5

3.

Beleidsontwikkelingen

In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste inhoudelijke beleidsontwikkelingen die naar verwachting binnen de looptijd van de kadernota vorm en uitwerking krijgen. Dit gerelateerd aan de te verwachten ontwikkeling van de te bedienen klantstromen. Aansluitend hierop beschrijven we de ontwikkelingen op landelijk niveau zoals onder meer vastgelegd in de Rijksbegroting en maken we een inschatting van de doorwerking op lokaal niveau. Tenslotte worden een aantal inhoudelijke ontwikkelingen voor Laborijn benoemd. 3.1 Klantstromen Laborijn ziet haar klantenbestand langzaam wijzigen. Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de Wsw stopgezet. De Wajong is alleen nog toegankelijk voor mensen met een volledige en duurzame arbeidsbeperking. Inwoners die voorheen in de Wsw en Wajong konden instromen, worden ‘de nieuwe doelgroepen’ binnen de Participatiewet genoemd. De effecten van deze instroom worden zo langzamerhand goed zichtbaar. Ook de ‘nieuw beschut’-doelgroep maakt zijn intrede binnen de Participatiewet. Op alle nieuwe doelgroepen is de Participatiewet van toepassing. Inwoners met een arbeidsbeperking worden middels een langdurige loonkostensubsidie (LKS) geplaatst bij werkgevers. Deze LKS is bedoeld om de verminderde loonwaarde van een medewerker voor de werkgever te compenseren.

Voor wat betreft onze doelgroep zien we een toename van uitkeringsgerechtigden met een activeringsprofiel en de afname van inwoners met een re-integratie profiel. Daarnaast kennen we een nieuwe groep inwoners vanuit de nieuwe Wet inburgering. Voor deze groep inwoners wordt de verbinding gemaakt tussen de nieuwe Wet inburgering en de Participatiewet. Voor nu zien we dat de aanpak voor de nieuwe inwoners intensiever is en maatwerk vergt. Naarmate de tijd verstrijkt, zal tevens de doelgroep ‘nieuw Wajong en voormalig Wsw’ een steeds groter aandeel hebben in het totale bijstandsbestand. De landelijke verwachting is dat er vanaf 2024 (los van de extra instroom door de coronacrisis) een lichte nettostijging van het aantal mensen in de bijstand zal zijn. Omdat de verwachtingen ten aanzien van de ontwikkelingen van de arbeidsmarkt in de Achterhoek nog positief zijn, is het zaak om maximaal in te zetten op het verkleinen van de eventuele afstand tussen mensen en het aanwezige werk. Landelijk zien we het volgende gebeuren ten aanzien van de doelgroepen: de Wsw-populatie neemt jaarlijks af, de doelgroepen LKS en “nieuw beschut” nemen toe. Daarnaast voert Laborijn sinds 2022 de nieuwe Wet inburgering uit voor de gemeente Aalten en Doetinchem, hetgeen resulteert in een toename van het aantal klanten.

In onderstaande tabel is de ingeschatte ontwikkeling van het aantal te bedienen klanten tot en met 2027 inzichtelijk gemaakt. Hierin is duidelijk te zien dat uitvoering van de Wet inburgering betekent dat Laborijn ‘nieuwe’ inwoners gaat bedienen. Hiervan zal een deel ook een bijstands- en of re-integratiedienstverlening krijgen.

6

3.2 Ontwikkelingen op Rijksniveau (SZW) Participatiewet in balans In de uitvoering van de Participatiewet worden door burgers en professionals hardheden ervaren. Strikte eisen en verantwoordelijkheden leiden soms tot onbedoelde en ongewenste effecten, waarbij in de uitvoering soms te weinig ruimte wordt gevoeld om in specifieke situaties het benodigde maatwerk te bieden. In 2021 is het kabinet daarom een traject gestart om de Participatiewet te verbeteren. Als onderdeel hiervan is de wet in lijn met het coalitieakkoord gewogen op eenvoud, menselijke maat en uitvoering. Laborijn juicht deze ontwikkeling toe en ziet het in te zetten traject om de Participatiewet weer in balans te brengen volledig in lijn met onze bedoeling. Het traject wordt door de Rijksoverheid opgepakt als een brede maatschappelijke opgave. Samen met bijstandsgerechtigden, gemeenten, de SVB en andere partijen heeft het ministerie van SZW ervaren hardheden en knelpunten geïnventariseerd, achterliggende oorzaken geanalyseerd en oplossingsrichtingen geformuleerd. Verschillende aanpassingen binnen de Participatiewet zijn al gerealiseerd, andere zijn in gang gezet. Het Breed Offensief is het eerste deel van het traject naar een betere balans. Het traject wordt de komende periode (wets)inhoudelijk middels 3 sporen nader uitgewerkt in het project ‘Participatiewet in balans’.

Doel van het eerste spoor is om bij de uitvoering van de Participatiewet de professionals meer ruimte te geven om de ondersteuning toe te spitsen op de situatie van de inwoner. Deels is hiervoor aanpassing van wetgeving nodig, deels zijn gelijk verbeteringen in de praktijk en uitvoering mogelijk. In het tweede spoor, dat gelijktijdig wordt opgepakt met andere betrokken partijen in het werkveld, ligt de focus op het versterken van bestaanszekerheid in brede zin, met perspectief en integraliteit met de aanpalende wetgeving in het sociaal domein. Dit vraagt een verdergaande verkenning, waarbij concreet te maken keuzes, de achterliggende dilemma's en implicaties in beeld moeten worden gebracht. De uitkomst van deze sporen zijn medebepalend voor de concrete uitwerking van mogelijke beleidsopties. Het derde spoor ziet op het vergroten van de vakkundigheid van de professionals die werken aan de uitvoering van de Participatiewet. Bij brief van 28 november 2022 heeft minister Schouten van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen een nadere voorzet en tijdsplanning aan de Tweede Kamer gezonden. In 2023 zal het traject van verkenning verder worden ingezet. Het streven is om de verbeteringen, 7

waar wetgeving voor nodig is, in te voeren in 2024. De tijd zal uitwijzen of dit een realistisch tijdspad is. Het Breed Offensief Om de arbeidskansen van mensen met een beperking te vergroten heeft het kabinet een Breed Offensief gelanceerd. Het Breed Offensief bevat verschillende maatregelen die ervoor moeten zorgen dat meer mensen met een beperking beter aan het werk kunnen komen en blijven. Diverse maatregelen zijn reeds ingevoerd. Zo wordt door Laborijn het nieuwe gestroomlijnde (preferent) werkproces loonkostensubsidie gebruikt, wordt sinds 1 juli 2021 de uniforme loonwaardemethodiek toegepast en wordt het budget voor loonkostensubsidie met ingang van 2022 door het Rijk op basis van realisatie over de gemeenten verdeeld. Het wetsvoorstel Breed Offensief is op 29 november 2022 door de Eerste Kamer aangenomen. Voor een aantal van de in het voorstel opgenomen maatregelen is een wetswijziging nodig. Belangrijke onderdelen uit het voorstel zijn het vereenvoudigen van de inzet van het instrument loonkostensubsidie en het bevorderen van ondersteuning op maat. Het actuele streven is dat het wetsvoorstel op 1 juli 2023 wordt ingevoerd. 2 wijzigingen (wijziging van de no-riskpolis en herziening van de studietoeslag) uit het wetsvoorstel Breed Offensief zijn via de jaarlijkse Verzamelwet al in 2022 in werking getreden.

Eveneens vooruitlopend op het in werking treden van de volledige wet is per 1 januari 2023 de kostendelersnorm aangepast en is een nieuwe inkomstenvrijlating van toepassing. Laborijn zoekt binnen de toegestane mogelijkheden steeds maximaal naar de ruimte die er is om inwoners te begeleiden richting de arbeidsmarkt, zoals middels de eigen ‘Impulsregeling parttime werk’ of het invulling geven aan het gedachtengoed van het ‘Simpel Switchen’. Aanpassing kostendelersnorm Vanaf 1 januari 2023 tellen personen jonger dan 27 jaar niet meer mee als kostendeler bij het vaststellen van de bijstand. Voorheen lag die grens op 21 jaar. De leeftijdsverhoging betekent bijvoorbeeld dat kinderen langer bij hun ouders kunnen blijven wonen, zonder dat de ouders hiervoor een korting op hun uitkering krijgen omdat ze geacht worden de kosten met hun inwonend kind te kunnen delen. Vrijlatingsregeling inkomen uit werk Voor werknemers die in deeltijd werken, aanvullende bijstand ontvangen en voor wie de werkgever loonkostensubsidie ontvangt, is er per januari 2023 een nieuwe vrijlatingsregeling geïntroduceerd. De regeling kent geen leeftijdsgrens en wordt toegekend voor een periode van 12 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging.

In het kader van de Participatiewet in balans is een bredere toepassing van de inkomstenvrijlating als optie opgenomen, waarbij voor inwoners voor wie deeltijdwerk het hoogst haalbare is, er een financiële prikkel komt om te blijven werken. ‘Simpel Switchen in de participatieketen’ Wie een stap zet van bijvoorbeeld een uitkering naar werk of vice versa, kan in een lastige situatie terechtkomen. De minister beoogt, als onderdeel van het Breed Offensief, een beweging in gang te zetten om overgangen in de participatieketen te versoepelen. Deze aanpak richt zich op 4 sporen. Deze staan voor de verschillende overgangen van niet werken en vormen van dagbesteding naar beschut werk of van een bijstandsuitkering naar deeltijdwerk. Deze sporen zijn: 1. vanuit de uitkering werken - en weer terugvallen 2. beter inzicht verkrijgen in de gevolgen van beginnen met werken 3. meedoen op de best passende plek 4. continuïteit waarborgen in begeleiding en integrale ondersteuning Daarbij kan het gaan om inkomstenonzekerheid bij het aanvaarden van werk, of overgangen tussen dagbesteding, beschut werk, de banenafspraak en regulier werk. Het wordt voor inwoners (met een beperking) gemakkelijker om (meer) te gaan werken, drempels worden 8

weggenomen. Het Rijk vraagt van gemeenten daarin een actieve en initiërende rol op beleidsterreinen als werk, inkomen en participatie, (jeugd)zorg en schuldhulpverlening. Meedoen naar vermogen is het doel van de Participatiewet maar de wijze van meedoen is geen statisch gegeven. Iemands mogelijkheden kunnen wijzigen in de loop van de tijd. Mensen ontwikkelen zich waardoor ze meer aankunnen of ze moeten juist een stapje terugdoen omdat het even minder gaat. Daarom is het belangrijk om de obstakels weg te nemen die een overstap naar een andere fase in de participatieketen belemmeren en de gepaard gaande administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken. Hiervoor zijn en worden drempels om werk te aanvaarden weggenomen en overgangen tussen de verschillende participatiefasen versoepeld. Beschut werk Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. Het gaat daarbij om inwoners die alleen kunnen werken in een beschutte (beschermde) werkomgeving, onder aangepaste omstandigheden. Zij hebben meer begeleiding en aanpassing op hun werkplek nodig dan binnen een regulier arbeidsverband van een werkgever mag worden verwacht. Om in aanmerking te komen voor een beschutte werkplek is een ‘advies beschut werk’ nodig. Dit advies wordt afgegeven door UWV.

Met een positief advies heeft de inwoner recht op het aanbod van een dienstbetrekking waar werk in een beschutte werkomgeving kan worden uitgevoerd. Laborijn zorgt als uitvoerder van de Participatiewet voor het aanbieden van een dienstbetrekking beschut werk en een bijbehorende werkplek. Laborijn geeft in haar publiciteit ruim aandacht aan het bestaan en inhoud van de regeling beschut werk. Het realiseren van beschut werk is echter geen doel op zich. Laborijn zoekt voor de inwoner steeds naar de ‘best passende plek’. Dit kan bij een indicatie een beschutte werkplek zijn, maar ook een andere voorziening of combinatie van voorzieningen kan het best passend zijn binnen het ontwikkelperspectief van de inwoner. Dit wordt individueel en in overleg met de inwoner en bijvoorbeeld de (Pro/VSO) school onderzocht, besproken en ingeregeld. Het realiseren van beschutte werkplekken is relatief kostbaar. Naast de kosten voor de dienstbetrekking en loonkostensubsidie, is ook inzet van intensieve begeleiding (jobcoaching) noodzakelijk. Complicerend daarbij is dat daar waar plaatsing van inwoners met een nieuw beschut-indicatie bij een reguliere werkgever mogelijk is, deze werkgever niet altijd zelf een dienstverband wenst aan te gaan met deze inwoner. Dit bracht in de praktijk vraagstukken omtrent het vormgeven en beleggen van het formeel werkgeverschap met zich mee.

Door Laborijn is daarom in 2021 besloten om zelf als formeel werkgever op te treden. Het onderbrengen van deze inwoners met een arbeidsovereenkomst bij Laborijn maakt dat we hen niet op afstand plaatsen maar zelf verantwoordelijkheid nemen en deze inwoners een volwaardige plek geven, als inclusieve werkgever. We geven daarmee ook deze groep medewerkers de mogelijkheid tot groei in hun (persoonlijke) ontwikkeling en loopbaan. De nieuwe medewerkers vallen onder de cao ‘Aan de slag’. Dit is een cao speciaal voor mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen en die met behulp van loonkostensubsidie in dienst zijn bij een (onderdeel van een) gemeente, een gemeenschappelijke regeling of een andere publieke organisatie belast met de uitvoering van de Participatiewet, met als doel om te worden begeleid naar een reguliere baan. De cao ‘Aan de slag’ kent voorlopig een looptijd van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2023. Uit onderstaande tabel blijkt dat bij beide gemeenten het door het Rijk vastgestelde aantal te realiseren beschut werk dienstverbanden nog niet volledig is ingevuld4. Een eenduidige reden is hiervoor niet direct te geven. Na de wettelijke introductie in 2015 van beschut werk is er in de Achterhoek bewust voor gekozen om primair te blijven inzetten op een zo regulier mogelijke werkvorm en begeleiding.

Wanneer de begeleidingsbehoefte daar echter om vraagt wordt in het begeleidingstraject door Laborijn beschut werk nadrukkelijk als mogelijke voorziening meegenomen en wordt hierin actief bemiddeld. Laborijn beschikt hiervoor over uitgebreide kennis en nauwe contacten met het UWV. Ook wordt nauw samengewerkt met 9

het VSO/ PRO onderwijs. Zodra een inwoner zich met de UWV-indicatie beschut werk meldt, wordt door Laborijn direct het traject naar het dienstverband beschut werk aangeboden en een intensieve begeleiding gestart. Er is geen wachtlijst. Er is nog geen volledige invulling, maar wel is sprake van een geleidelijke groei in het aantal dienstverbanden. Dit zal er waarschijnlijk in de komende jaren toe leiden dat ook aan de taakstelling zal worden voldaan. De vraag zal zich dan gaan voordoen of er meer dienstverbanden dan de taakstelling kunnen worden gerealiseerd. Of dat er alsdan sprake zal zijn van een wachtlijst. Laborijn gaat deze problematiek de komende jaren nadrukkelijk monitoren en hierop anticiperen. Beschut werk ontwikkeling dienstverbanden Voorlopig opgelegd door Ministerie Dienstverbanden per 31-12-2021 Dienstverbanden per 31-03-2022 Dienstverbanden per 30-06-2022 Dienstverbanden per 30-09-2022

Aalten 10 3 4 4 3

Doetinchem 45 12 14 16 16

Totaal 55 15 18 20 19

Wanneer een inwoner binnen Laborijn nog niet bekend is, wordt gestart met een werkervaringsperiode van 3 maanden. In deze periode wordt de inwoner nader gediagnosticeerd. Aansluitend op de werkervaringsperiode (of direct wanneer de inwoner al bij Laborijn bekend is) volgt een dienstverband voor 7 maanden waarop de cao ‘Aan de slag‘ van toepassing is. Op het tijdelijke contract volgt het dienstverband voor onbepaalde tijd. Het grootste deel van de inwoners in beschut werk is jonger dan 30 jaar en voornamelijk afkomstig uit het Pro- en VSO onderwijs. Zeker bij jongeren zonder veel werkervaring blijkt het belangrijk om te voorkomen dat deze jongeren vanuit het beschut werken doorschuiven naar dagbesteding. In de begeleiding wordt daarom ook voorzien in trainingen werknemersvaardigheden en weerbaarheid. Er zijn fluctuaties binnen het aantal ingevulde dienstverbanden. De in beide gemeenten ingezette projecten om overgangen in de participatieketen te versoepelen leiden tot meer beweging tussen dagbesteding en beschut werken, zowel van inwoners die bewegen vanuit dagbesteding naar beschut werk als omgekeerd. Maar ook door de beweging van inwoners die vanuit het werken met een doelgroepindicatie (bijvoorbeeld op grond van de cao ‘Aan de slag’) instromen in beschut werk. Of juist de omgekeerde beweging maken.

Met het begeleiden en faciliteren van deze bewegingen loopt Laborijn vooruit op het geplande vergemakkelijken van het op- en afschakelen tussen beschut werk en het werken met een doelgroepindicatie5. Ter ondersteuning van de groep die aanpalend is aan de inwoners die beschut werken heeft Laborijn in juli 2022 besloten om 25 inwoners met een doelgroepindicatie en een (aanvullende) bijstandsuitkering te ondersteunen door hen voor een periode van 2 jaar een dienstverband aan te bieden op basis van de cao ‘Aan de slag’. Dit vergroot de mogelijkheid om door te stromen naar een dienstverband bij een reguliere werkgever. Daarnaast vergemakkelijkt het ook de doorstroom van beschut werk naar het werken met een doelgroepindicatie. Beschut werk is daarmee binnen Laborijn onderdeel van een brede scoop op werken op de best passende plek en het benutten van ontwikkelperspectief. Er wordt een breed palet voorzieningen en begeleiding aangeboden waarbij het werken in een beschutte omgeving één van deze middelen is, maar is bedoeld als middel en niet als doel. 5 Betreft het aanpassen van het Besluit advisering beschut werk.

10

Wijziging arbeidsmarktinfrastructuur In oktober 2022 hebben de ministers Van Gennip en Schouten van SZW de Tweede Kamer geïnformeerd over plannen om te komen tot een betere afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De ambitie van het huidige kabinet (kabinet Rutte 4) is om een arbeidsmarktinfrastructuur in te richten waarin niemand verdwaalt en iedereen tijdig toegang krijgt tot passende ondersteuning als dat nodig is. Deze plannen sluiten aan op het eerdere advies van de commissie Regulering van Werk (Commissie Borstlap) om te komen tot een eenvoudiger en toegankelijker systeem waarbij de bestaande structuren beter op elkaar aansluiten. Voor de uitwerking van de plannen wordt voortgeborduurd op de opgedane ervaringen met de Regionale Mobiliteitsteams (RMT). De inzet van 1 (digitaal) regionaal loket in elk van de 35 arbeidsmarktregio’s (volgens het ‘no wrong door’ principe), het opstellen van persoonlijke werkplannen en een verbetering van het aanbod voor om- en bijscholing moet werkgevers, werkenden en werkzoekenden gaan helpen bij een betere matching. Een matching waarbij de behoefte van de inwoner centraal staat, en niet de regeling waar iemand onder valt of diens inkomenssituatie. Overheidsinstanties als het RMT en het Werkgeversservicepunt (WSP), sociale partners, uitvoeringsorganisaties en bedrijven gaan hiertoe intensiever en integraal via 1 loket samenwerken.

In het verlengde hiervan is het de ambitie van het kabinet om middels de inzet op het Leven Lang Ontwikkelen (LLO) de leer- en ontwikkelcultuur te stimuleren. Sociale partners blijven verantwoordelijk voor werkenden (van-werk-naar-werk dienstverlening), UWV en gemeenten voor niet-werkenden (van-werkloosheid-naar-werk dienstverlening). De dienstverlening krijgt daarbij invulling op basis van publiek-private samenwerking. Publieke en private partijen bieden, in aanvulling op de diensten van andere partijen, ieder hun eigen specifieke diensten aan. Dit voorkomt overlap in de arbeidsmarktdienstverlening. De dienstverlening wordt een doorlopende lijn en vindt plaats op basis van 1 intake, 1 diagnose en 1 plan, om te zorgen voor soepele overgangen als de verantwoordelijkheid voor de dienstverlening verschuift. Er komt 1 gezamenlijke governanceen ondersteuningsstructuur op landelijk en regionaal niveau voor afstemming over en coördinatie van de regionale arbeidsmarktdienstverlening. Laborijn is verheugd over de kabinetsplannen om de afstemming tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te verbeteren. Wij blijven de ontwikkelingen actueel volgen en hierin een actieve rol vervullen. 3.3 Beleidsontwikkelingen Laborijn Laborijn als (regionale) partner Laborijn werkt nauw samen met landelijke partners als Cedris en Divosa.

Daarnaast is Laborijn in toenemende mate een regionale en innovatieve speler in onze eigen arbeidsmarktregio. Bij het participeren in bijvoorbeeld het RMT Achterhoek en het Werkgeversservicepunt Achterhoek willen we onze verbindende rol als deelnemer en samenwerkingspartner in het regionale arbeidsmarktbeleid nadrukkelijker invullen en willen we een actieve rol vervullen in de verdere vormgeving van de arbeidsmarktstructuur. Dit als partner en in lijn en aansluiting met de in 2022 opgezette Strategische Agenda Inclusieve Arbeidsmarkt van de Achterhoekse arbeidsmarktregio. Daarnaast activeren en participeren we actief (in) lokale en regionale projecten. Dit zowel bij onderwerpen direct voortvloeiend uit de gemeenschappelijke regeling als bij taken die Laborijn mag uitvoeren op basis van een afgesloten dienstverleningsovereenkomst. We beperken onze activiteiten daarbij niet tot enkel het werkveld werk en inkomen, maar zoeken juist nadrukkelijk de relaties en de mogelijkheden tot het bieden van bredere arrangementen en daarmee het ontschotten van de inzet van budgetten met andere (levens)domeinen als jeugd, onderwijs, schuldhulpverlening en WMO. Laborijn is hiermee als ontwikkelbedrijf van grote waarde voor 11

het creëren van meerwaarde (besparingen) in andere levensdomeinen. Faciliteren van ontwikkeling voor inwoners centraal Onze professionals leveren dagelijks een bijdrage om inwoners mee te laten doen op de voor hen best passende plek in de maatschappij. Wij helpen de inwoner aan betaald werk en als dat (nog) niet lukt bieden we ondersteuning bij het participeren in de samenleving. We zetten fors in op het faciliteren van de ontwikkeling van onze inwoners. We doen dit vanuit een tweetal overtuigingen: 1. De mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is momenteel groot en neemt naar verwachting de komende jaren niet af. Het aantal vacatures in Nederland overstijgt het aantal werkzoekenden. Vanuit deze krapte is het nodig om daar waar mogelijk inwoners die nog niet actief (kunnen) deelnemen daartoe op termijn wel (duurzaam) toe in staat te stellen 2. Inwoners die ontwikkelstappen zetten, werken actief aan verbetering van eigen positie. Zij nemen actief deel aan de samenleving. In ons ontwikkelbedrijf zien wij dagelijks welke positieve effecten dit op inwoners heeft. Het deelnemen aan een programma van ontwikkelingsgerichte daginvulling, re-integratie en of werk vergroot het gevoel van eigen waarde, levert waardevolle contacten buitenshuis huis op met collega's hebt en maakt mensen gelukkiger.

Kortom, het is van belang dat inwoners kunnen meedoen op de voor hen best passende plek Bij het ontwikkelen van inwoners maken we, naast de inzet van coaching en begeleiding niet alleen dankbaar gebruik van de eigen instrumenten en infrastructuur van Laborijn maar ook van die van onze samenwerkingspartners. Alleen in nauwe samenwerking tussen partijen en door het ontschotten van geldstromen zijn we in staat aan deze opgave invulling te geven. Ook bij de inzet van de re-integratiemiddelen is een verbreding ingezet. Daar waar in het verleden de inzet vooral een directe bijdrage moest leveren aan volledige uitstroom uit de uitkering kiezen we nu ook vooral voor het (aantoonbaar) faciliteren van de ontwikkeling van inwoners. Daarbij zien we tussenstappen naar zorg, maatschappelijke participatie, vrijwilligerswerk en parttime werken ook als zeer wenselijke resultaten. Deze visie is ook vertaald in de inrichting van de organisatie. Professionals betrokken bij de dienstverlening richting zorg/maatschappelijke participatie zijn nadrukkelijk samen in multidisciplinaire samenstelling gepositioneerd. Zo creëren we een doorlopende ontwikkellijn voor onze inwoners. Een ontwikkellijn die de inwoner een verbetering van de bestaanszekerheid brengt, leidt tot meer kansen en mogelijkheden en kan leiden tot een gezondere manier van leven.

Een investering in re-integratie en maatschappelijke participatie met een bredere positieve uitwerking op uitgaven in het bredere sociaal domein. Laborijn gaat nadrukkelijk de inzet van re-integratie instrumenten, de wijze waarop deze worden uitgevoerd en de (uitvoerings)kosten die hiermee zijn gemoeid, beschrijven. Hiervoor wordt een bestedingsplan opgesteld waarin de re-integratie en maatschappelijke participatie activiteiten en instrumenten van Laborijn worden opgenomen. Daarin is ook aandacht voor innovatie, zoals bijvoorbeeld bij de de uitvoering van de strategische agenda van de arbeidsmarktregio aan de orde komt. Laborijn zal zich daarbij vooral op de actie concentreren welke is gericht op het activeren van onbenut arbeidspotentieel, waaronder de groep niet- uitkeringsgerechtigden (nuggers). Hiervoor worden in de arbeidsmarktregio meerdere zogenoemde leerlijnen ontwikkeld. Laborijn zal 1 of meerdere van deze leerlijnen adopteren om mensen toe te leiden naar werk in de kansrijke sectoren. Vooralsnog is dit in ieder geval de leerlijn horeca. Het bestedingsplan, die wordt opgenomen in de begroting, zal in overeenstemming zijn met de in het kader van het Breed Offensief door de gemeenten in te regelen verordening waarin het gemeentelijk ondersteuningsaanbod nader wordt uitgewerkt. 12

De Participatieladder De Participatieladders is een landelijk methode die zowel de afstand tot de arbeidsmarkt als de individuele ontwikkelfase van de inwoner inzichtelijk maakt. De participatieladder -en vooral de resultaten van de metingen- biedt nuttige informatie voor consulenten. Immers; zij krijgen dankzij deze indeling de eigen caseload goed in beeld. Na verloop van tijd kunnen zij ook de vorderingen van hun klanten constateren en benoemen. Logischerwijs leveren deze gegevens ook aan bestuur en politiek meer inzicht in het bestand van Laborijn en in de gerealiseerde resultaten. Inwoners zetten stappen op de participatieladder. Het doel is het realiseren van de best passende plek. Dit zal zeker niet altijd leiden tot (volledige) uitstroom uit de bijstand. Het begeleiden van de inwoner naar diens best passende plek kan ook leiden tot maatschappelijk rendement en tot opbrengsten of besparingen op andere onderdelen binnen het sociaal domein. De wijze waarop Laborijn vormgeeft aan het methodisch werken in combinatie met het registeren van alle informatie aangaande een inwoner in onze eigen applicaties, bieden samen met de participatieladder inzicht in alle activiteiten die worden ingezet om problemen in één of meerdere leefgebieden op te lossen.

Daarmee geeft de informatie vanuit de participatieladder in combinatie met onze andere beschikbare data, ons inzicht in de behoefte van inwoners voor wat betreft het huidige aanbod en levert het ons waardevolle informatie voor een bijstelling of ontwikkeling van (nieuw) instrumentarium. Ons huidige bestand kent een grote groep bijstandsgerechtigden die veelal lichamelijke, psychische en/of sociale hindernissen kennen. Daardoor zijn ze in de praktijk niet of nauwelijks bemiddelbaar op de arbeidsmarkt. De problematiek van deze groep is complex waardoor stappen op de participatieladder wel tot de mogelijkheid behoort, maar om de reintegratie naar werk te kunnen laten slagen er eerst problemen zoals gezondheid, verslaving of schulden moeten worden aangepakt. Er is in eerste instantie een behoefte aan bijvoorbeeld zorg, ondersteuning of schuldhulpverlening. De stappen die hierop gezet worden vertalen zich in eerste instantie niet direct tot zichtbare stappen op de participatieladder.

13

Intensivering maatschappelijke Participatie (trede 1 tot en met 3) Laborijn zet veel in op het vormgeven van maatschappelijke participatie. Samen met onze inwoner stellen we een plan van aanpak op waarin we invulling geven aan een goede daginvulling, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk. Laborijn werkt hierbij nauw samen met tal van netwerkpartners, waardoor we nog beter en samen in staat zijn om inwoners een goede daginvulling of passende zorg te bieden. Uiteraard kijken we hierbij ook hoe dit kan bijdragen aan het zetten van verdere ontwikkelstappen. Dit doen we bijvoorbeeld door trajecten aan te bieden die een goede voorbereiding vormen voor deelname aan re-integratie op termijn. Het is van belang dat we de kennis en expertise van Laborijn en die van haar netwerkpartners nog beter op elkaar aan laten sluiten. Hierin worden belangrijke stappen gezet. Daarbij kijken we regeling overstijgend en sluiten we aanbod van bijvoorbeeld WMO en Participatiewet nog beter op elkaar aan en waar mogelijk laten we deze integreren. (Nieuwe) Wet inburgering Met ingang van 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering ingevoerd. Deze wet heeft als doel dat inburgeraars snel en volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Het streven is dat inburgeraars het voor hen hoogst haalbare taalniveau bereiken (uitgangspunt is B1-niveau).

Zij moeten vanaf de start van het inburgeringstraject kennis opdoen over de Nederlandse maatschappij en arbeidsmarkt, in combinatie met gerichte inspanningen om naar vermogen te participeren. De gemeenten Aalten en Doetinchem hebben met Laborijn een dienstverleningsovereenkomst (DVO) gesloten om de nieuwe wet gedurende de startjaren 2022 en 2023 uit te voeren. Per 1 januari 2024 wordt de uitvoering van de wet ingebracht in de gemeenschappelijke regeling Laborijn (van mandaat naar delegatie). Naast diegenen die onder de nieuwe wet vallen onderscheiden we de groep inburgeringsplichtigen die voor 1 januari 2022 in Doetinchem of Aalten zijn gehuisvest. Deze groep inburgeringsplichtigen behoort nog tot de oude inburgeringswet en daarmee niet tot de in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) 2022/2023 omschreven doelgroep. Toch zien we het als onze opgave om ook deze groep te begeleiden in de geest van de nieuwe Wet inburgering. Dit betekent voor deze inburgeraars, en voor Laborijn bij de begeleiding, dat nog tot 3 jaar na het verkrijgen van de verblijfstatus het regime van de oude inburgeringswet van toepassing blijft. Van deze groep hebben naar verwachting de laatsten zo rond eind 2024 de inburgering hebben afgerond. Het duurt dus nog geruime tijd tot de oude regelgeving volledig is uitgefaseerd.

Het eerste uitvoeringsjaar (2022) is door Laborijn gebruikt om het totale dienstverleningsconcept rond de uitvoering van de nieuwe wet op te bouwen. Bij de uitvoering van de nieuwe wet maken we enerzijds dankbaar gebruik van bestaande en bewezen Laborijn-producten rondom inkomen, het curriculum van de Werkleercentra en het netwerk rond maatschappelijke participatie. Daarnaast hebben we vanuit onze regierol samen met bestaande en nieuwe partijen uit het werkveld diverse nieuwe producten van dienstverlening ontwikkeld en bestaande bestendigd. Daarbij streven we ook naar ‘ontmoeten’. Inburgeraars die samen (groepsgewijs) activiteiten volgen, elkaar helpen, elkaar ontmoeten maar ook de inwoners uit onze gemeenten ontmoeten. Bij het vormgeven van de nieuwe wet werken we onder meer samen met gecontracteerde partijen als Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO), Buurtplein, Stichting Present, Vluchtelingenwerk en Stichting Figulus Welzijn. Daarnaast onderhouden we nauwe contacten met diverse andere organisaties zoals het Platform Nieuwe Nederlanders (PNN) en Het Taalhuis. Actueel zien we dat het inburgeringsstelsel onder hoge druk staat. Er zijn grote aantallen vluchtelingen die zich nog in de procedure bevinden. De centrale opvangcapaciteit en de mogelijkheden om in gemeenten te worden gehuisvest schieten tekort.

Dit zal landelijk tot een groter beroep en beslag op gemeenten leggen, waarin deze hun verantwoordelijk 14

moeten nemen. Daarbij is het de verwachting dat de toestroom van vluchtelingen de komende jaren op een hoog niveau zal blijven. Een deel van deze groep gaat reguliere bijstands- en of re-integratiedienstverlening van Laborijn ontvangen. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan specifieke expertise voor deze doelgroep. ‘Simpel Switchen’ Laborijn richt zich lokaal met het ‘Simpel Switchen’ op het zo adequaat mogelijk (mede) faciliteren van de overgangen in de participatieketen. Dat doen we in nauw samenspel met tal van netwerkpartners. Daarbij staat onze bedoeling centraal waarbij we de inwoner ontwikkelstappen willen laten zetten naar (bij voorkeur) de reguliere arbeidsmarkt. Dit doen we door te faciliteren in een zo passend mogelijke (werk)omgeving. Hiervoor is de kennis en ook het instrumentarium van veel partners nodig. Om met deze werkwijze ervaring op te doen en verder te ontwikkelen is in de afgelopen periode een tweetal pilots uitgevoerd. Bij beide pilots is de WMO-kennis, vanuit het geïndiceerde en voorliggende kader, gecombineerd met onze eigen re-integratie, ontwikkeling en jobcoachexpertise. Bij deelnemers bestaat vaak angst voor verlies van inkomen en rechten wanneer zich een wijziging voordoet in de (werk)situatie.

Daarbij zorgt de overgang naar een nieuwe plek, zoals van dagbesteding naar betaald werk, voor het nodige papier- en regelwerk door de verschillende financieringen van deze plekken. De ketensamenwerking die wordt gerealiseerd, helpt de inwoners echter om gemakkelijker door te kunnen stromen van dagbesteding naar betaald werk en andersom. Oftewel: ‘Simpel Switchen’. Het investeren in deze methodiek leidt voor Laborijn niet direct tot een reductie van het aantal uitkeringen (BUIG-uitgaven). Wel levert het een belangrijke bijdrage aan het vormgeven van een doorlopende ontwikkellijn voor inwoners in Aalten en Doetinchem. Samen met onze partners verwachten we hiermee een bijdrage te leveren in het beheersen van kosten in het overig deel van het sociaal domein, zoals voor zorgkosten en WMOuitgaven. In zowel de gemeente Aalten als Doetinchem hebben pilots de meerwaarde van het simpel switchen aangetoond. Daarmee is de wens ontstaan deze werkwijze onderdeel te maken van ons reguliere aanbod van instrumenten. De gemeente Aalten heeft hiertoe inmiddels besloten waarmee het voor deze gemeente is ingebed in onze reguliere dienstverlening. In de gemeente Doetinchem is Laborijn mede-initiatiefnemer en partner in het vormgeven van de Doetinchemse variant van simpel switchen; het activerend werken.

Activerend werken in Doetinchem Aansluitend op de pilot wordt actueel in de gemeente Doetinchem, met het onderzoek ‘Activerend Werk’, door Laborijn in samenwerking met Buurtplein een verdiepende invulling gegeven aan het begeleiden van overgangen in de participatieketen. Een volgende stap om op basis van een gedeelde visie op participatie te onderzoeken of het bieden van een methodische route, van participatie tot betaald werk in een zo regulier mogelijke omgeving, mogelijk is. Een route waarin steeds de ontwikkeling van de inwoner centraal staat. Impulsregeling parttime werk (pilot parttime werken) Onze inzet bij re-integratie is er in principe op gericht de inwoner (op termijn) volledig uit de bijstand te laten uitstromen. Maar daar waar dat (nog) niet mogelijk is, willen we ook een impuls geven aan klanten die parttime werken. Ook parttime werk vinden we heel belangrijk. De Participatiewet laat de inkomsten uit werk voor een gedeelte vrij, maar slechts voor een beperkte periode. Laborijn heeft er daarom voor gekozen om parttime werken extra te stimuleren. Hiertoe is in maart 2021 voor een periode van 2 jaar de pilot ‘Impulsregeling parttime werk’ opgestart. De Impulsregeling is vooral ingezet om parttime werk te introduceren bij een klantgroep die naar verwachting (structureel) afhankelijk zal blijven van een Participatiewet-uitkering. 15

Bedoeld om inwoners die nog niet deelnemen aan de arbeidsmarkt daar voor enkele uren per week wel deel van uit te laten maken. De regeling speelt daarmee ook een belangrijke rol in de keten van het simpel switchen. De uitkomsten van de pilot zijn verheugend. Voor de deelnemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en (vooralsnog) aangewezen op parttime werk betekent werken meer maatschappelijke waardering en een verbetering van de bestaanszekerheid (meer inkomen). Daarnaast is gebleken dat de premieregeling bij andere (doel)groepen tot beëindiging van uitkeringen heeft geleid en daarmee is de Impulsregeling ook een opstap voor volledige uitstroom naar werk. De pilot loopt tot maart 2023. Het bestuur van Laborijn onderstreept op basis van het succes van de pilot het belang van parttime werken en dat dit werken voor de inwoner aantrekkelijk moet zijn (werken moet lonen). Op basis van de positieve resultaten uit de pilot, de mogelijke wettelijke en fiscale beperkingen voor de premie verstrekking en de per 2024 te verwachten ontwikkelingen van Rijks wetgeving op dit punt, maken dat de pilot vooralsnog is verlengd tot januari 2024. Mocht een wettelijke regeling niet (tijdig) tot stand komen dan wordt de mogelijkheid van een voortzetting van de eigen Impulsregeling onderzocht.

Ondernemerssteunpunt Aalten Doetinchem Het Ondernemerssteunpunt (OSP) is een, in april 2021, opgericht samenwerkingsverband van Laborijn met de gemeenten Aalten en Doetinchem. Het Ondernemerssteunpunt is de plek waar ondernemers uit onze gemeenten op onafhankelijke wijze worden geholpen bij hun ondernemersvragen over actuele thema’s. De dienstverlening is opgezet vanuit een tijdelijk perspectief. In het licht van de forse opgave voor ondernemers, ook in de komende jaren, kiest Laborijn voor een structurele inbedding van het OSP. Vanuit het Ondernemerssteunpunt bieden we aan ondernemers uit de gemeenten Aalten en Doetinchem financiële ondersteuning vanuit (onder meer) het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) en actuele steun- en herstelpakketten. Daarnaast verzorgen we advies en begeleiding bij de (door)start of beëindiging van een bedrijf. Het steunpunt biedt ook hulp bij schulden en heroriëntatie op ondernemerschap. Ondernemers kunnen zo met al hun vragen terecht bij 1 loket. Inwoners kunnen telefonisch of per e-mail contact opnemen en informatie vinden op de eigen website van het steunpunt. Hierop wordt ook relevant nieuws gedeeld. Binnen het loket geven we ondernemers ook informatie over de minimaregelingen van de gemeenten.

Het Ondernemerssteunpunt beschikt over een groot netwerk van partners en onderhoudt nauwe contacten met de zorgloketten, de afdelingen Economische Zaken van de gemeenten en het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO). We zijn gesprekspartner op particulier en bestuursniveau in het kader van beleids- en economische vraagstukken. We kunnen projectondersteuning op maat bieden. Het Ondernemerssteunpunt is in de korte tijd van haar bestaan geworden tot een belangrijke en laagdrempelige vraagbaak voor ondernemers uit onze gemeenten die in de huidige, en de voor de komende jaren te verwachten verslechterende, economische situatie een onmisbare rol vervult. Voortzetting en verdere professionele uitbouw van het Ondernemerssteunpunt is daarom van groot belang. Samenwerking met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) Het hebben van schulden staat bijna nooit op zichzelf. Vaak gaat het gepaard met problemen op meerdere levensgebieden. Met het aanbieden van een integrale, zo mogelijk preventieve, aanpak van schulden wil Laborijn haar klant/inwoner ontzorgen en beter in staat stellen te participeren en te re-integreren. Dit vraagt een optimalisering van de dienstverlening. Hiervoor is het wenselijk zicht te hebben op alle levensdomeinen, het snel kunnen interveniëren, verbinden en schakelen met aanpalende beleidsterreinen zoals WMO, jeugd en onderwijs.

Om dit te realiseren intensiveren we de samenwerking met het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) zowel voor de gemeente Doetinchem als de gemeente Aalten. 16

Laaggeletterdheid Inwoners met een Participatiewet-uitkering moeten voldoen aan de Wet Taaleis. Laborijn geeft invulling aan de uitvoering van deze wet waarbij de inwoner moet aantonen over voldoende basiskennis van de Nederlandse taal te beschikken. Voldoet de inwoner hier niet aan dan gaat Laborijn samen met de inwoner aan de slag met het verbeteren van het taalniveau. Maar om mee te kunnen (blijven) doen in de samenleving zijn naast taalbeheersing ook een bepaalde mate van reken- en digitale (basis)vaardigheden een vereiste. Ook dat valt onder laaggeletterdheid. Afgelopen jaren is hard gewerkt om aandacht voor laaggeletterdheid te krijgen. Toch lukt het nog steeds beperkt om mensen met Nederlands als hun moedertaal (NT1), te begeleiden naar een passend leertraject. Om de bestaande versnippering in werkwijze en aanbod te stroomlijnen is de regie op de laaggeletterdheid door het Rijk daarom bij de gemeenten belegd. In de Achterhoek is hiertoe in 2021 besloten tot het Regioplan Aanpak Laaggeletterdheid 2020 – 2024. De aandacht voor laaggeletterdheid wordt hierin gekoppeld aan diverse onderdelen in het sociaal domein. Hierdoor kunnen slimme verbindingen worden gelegd waardoor meer mensen een passend ontwikkeltraject kunnen volgen. Laborijn trekt hierin samen op met de gemeenten Doetinchem en Aalten en is partner in de regionale aanpak.

Als Laborijn zijn we immers een belangrijke vindplaats voor het herkennen en erkennen van laaggeletterdheid. Maar naast vindplaats zijn we ook broedplaats om de inwoner met een verbetering van zijn taalbeheersing (verder) te kunnen begeleiden in diens ontwikkeling naar de ‘best passende plek’ in de samenleving. Hiertoe wordt door Laborijn bij al haar activiteiten aandacht besteed aan laaggeletterdheid. Jongeren Jongeren (hieronder verstaan wij inwoners jonger dan 27 jaar) vormen doorgaans een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt. Bijzondere aandacht helpt deze groep bij het vinden van hun weg op de arbeidsmarkt. Deze aandacht vraagt om specifieke kennis en aanpak. Hiervoor is binnen Laborijn expertise gebundeld in een jongerenteam. Met een solide aanpak brengt het team de jongere in beweging en tot ontwikkeling. Hiermee boeken we resultaat. Er is veel dynamiek en er zijn veel mogelijkheden. Deze lijn zetten we komende jaren door. Laborijn is in deze aanpak de partner van andere ketenpartners, zoals het RMC en de Proen VSO-scholen. We sluiten daarbij aan op elkaars structuren en netwerken en werken ook samen met partijen uit diverse branches en beroepen. Deze diversiteit geeft de jongere ruimte om kennis te maken en gevarieerde ervaringen op te doen met werk en scholing. Samen met de jongere zoeken we ook hier naar de best passende plek, voor nu en in de toekomst.

Laborijn is ook partner bij het vormgeven van de regionale sluitende aanpak voor jongeren. We bieden jongeren binnen onze trajecten altijd maatwerk. We kijken altijd naar (terugkeer)kansen binnen het regulier onderwijs, dan wel via een BOL (Beroeps Opleidende Leerweg)- of BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg) – opleiding. Laborijn is actief partner bij de uitvoering van het regionale ‘Actieplan Achterhoekse Jongeren 2.0, 2022 – 2025’ (met daarin onder meer de doorontwikkeling van de communicatiecampagne ‘ZEG Achterhoek’). Ook participeert Laborijn in het ‘Uitvoeringsplan De Rode Loper’, gericht op werk of scholing voor jongeren (vooral met starkwalificatie en zonder uitkering) voor wie niet altijd geschikte begeleidingsmogelijkheden voorhanden zijn. Opgave Wsw In deze paragraaf schetsen we zowel onze inhoudelijke als financiële opgave bij uitvoering van de Wsw. Ons Wsw-medewerkersbestand kenmerkt zich door afname van het volume en een stijging van de gemiddelde leeftijd. Dit is een logisch gevolg van het stopzetten van de instroom in de Wet Sociale Werkvoorziening sinds 2015. Steeds nadrukkelijker ligt daarom het accent op een levensloopbestendig personeelsbeleid voor onze Wsw-medewerkers. Dit 17

komt onder meer tot uiting in vormgeving van nieuw functiehuis Wsw. Dit functiehuis wordt in 2023 geïmplementeerd. De financiële effecten hiervan zijn in de begroting verwerkt. De omzet van detacheren stond sinds het begin van de coronacrisis onder druk. Het aantal Wsw-medewerkers in groeps- en individuele detacheringen is in 2020 sterk afgenomen. Laborijn heeft proactief een herstelplan opgesteld waardoor we in een periode van 2 jaar, vanaf 1 januari 2021, actief nieuwe detacheringen realiseren en het gemiddelde uurtarief laten stijgen. Middels dit herstelplan is het aantal gedetacheerde medewerkers eind 2022 weer op circa 80% gebracht. Laborijn heeft de ambitie om haar positie als 1 van de best presterende Wsw-bedrijven op dit gebied vast te houden. Het doel is om het percentage extern werkenden op 80% te houden voor 2024 en de jaren daarna. Het aantal Wsw-medewerkers dat intern (beschut) werkzaam is, neemt de komende jaren gestaag af. Echter het aantal inwoners dat met een vorm van arbeidsbeperking wil toetreden tot de arbeidsmarkt groeit nog steeds. Zij maakt sinds het afsluiten van de WSW gebruik van andere regelingen, en is lang niet altijd in beeld voor zo regulier mogelijk werk. We zien kansen om onze specifieke kennis en know how te blijven benutten voor nieuwe aanpalende vormen van dienstverlening om deze inwoners alsnog daarbij te ondersteunen.

We verwoorden de mogelijke scenario’s daarvoor in een strategie document voor het bestuur. Wsw financieel Financieel is de voorzichtige verwachting dat de exploitatie per Wsw-medewerker de komende jaren verder verbetert. Dit hangt wel af de compensatie van de Rijksbijdrage naar aanleiding van de stijging van het wettelijk minimumloon en in welke mate de problematiek (ziekte en verlaagde productiviteit) gaat toenemen bij een ouder wordende populatie. Ook spelen de economische omstandigheden vanaf 2024 een grote rol. In onderstaande grafieken is een inschatting gemaakt door Cedris van het landelijk beeld. Aan de linkerkant is de ontwikkeling van de landelijke exploitatie per Wsw-medewerker en rechts is de landelijke ontwikkeling van exploitatie voor de totale Wsw inzichtelijk gemaakt.

Per sociaal werk-ontwikkelbedrijf zal dit een ander verloop hebben. Dit houdt onder meer verband met de samenstelling van het loongebouw en de leeftijdsopbouw van de Wswpopulatie. Maar afgezien van deze verschillen mag op hoofdlijnen verondersteld worden dat, de komende jaren bij ongewijzigd beleid, de financiële problematiek bij de uitvoering van de Wsw voor de meeste werkbedrijven en gemeenten geleidelijk aan geringer zal worden.

18

4.

Ontwikkeling budgetten

4.1 BUIG-budget (bijstand en langdurige loonkostensubsidie) De ontwikkeling van het BUIG-budget van de individuele gemeenten hangt nauw samen met het landelijke macrobudget. Om een inschatting te kunnen maken van het BUIG-budget voor de jaren 2024 tot en met 2027 is daarom de ontwikkeling van het macrobudget van belang. In de Rijksbegroting 2023 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid is hierover het volgende vermeld. Budgettaire ontwikkeling algemene bijstand Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt vanaf 2023 een oplopend bijstandsbestand verwacht. De invoering van een aantal wetswijzigingen leidt ook tot een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven. Door een inperking van andere regelingen doen komende jaren naar verwachting meer personen een beroep op de bijstand. Dit zijn onder andere de invoering van de Participatiewet (per 2015) en de invoering van het onderdeel WW-duurverkorting in de Wet werk en zekerheid, die inmiddels is vervangen door de Wet arbeidsmarkt in balans. Ook zorgt de aanpassing van de kostendelersnorm voor hogere bijstandsuitgaven vanaf 2023. Laborijn verwacht dat zij nog steeds 1% beter dan de landelijk gemiddelde volumeontwikkeling kan blijven presteren waardoor het aantal inwoners dat afhankelijk is van bijstand in Aalten en Doetinchem minder stijgt.

Budgettaire ontwikkelingen langdurige loonkostensubsidie De uitgaven voor LKS worden voor 2023 geraamd op € 377 miljoen. De uitgaven aan loonkostensubsidie nemen jaarlijks toe doordat de doelgroep van LKS sinds invoering van de Participatiewet ingroeit. Budgettaire ontwikkelingen IOAW en IOAZ De IOAW-uitgaven dalen vanaf 2023 door de beperkende voorwaarde dat het IOAW-recht alleen geldt voor personen geboren voor 1965. Dit leidt ertoe dat in 2023 minder mensen een beroep kunnen doen op de IOAW. In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met een opwaarts effect als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd en de doorstroom vanuit de WW. Doordat mensen later de AOW-leeftijd bereiken, blijven ze langer in de IOAW. Door de verwachte oplopende werkloosheid stromen er meer personen uit de WW naar de IOAW. De uitgaven aan de IOAZ nemen beperkt toe door de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Budgettaire ontwikkelingen Bbz De uitgaven voor Bbz levensonderhoud in 2023 worden geraamd op € 46 miljoen. Na afloop van de Tozo per 1 oktober 2021 is een deel van de Tozo-gerechtigden doorgestroomd naar het Bbz. Het Rijk verwacht dat deze groep vanaf 2023 grotendeels is uitgestroomd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=41e48589-dda4-45e0-99a4-a570142a5752