IHP Aalten 20 juni 2023
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Gemeente Aalten (2023-2039)
Opsteller: Henkjan Kok 20 juni 2023 (versie 8) Vastgesteld in de raadsvergadering van:
1
2
Inhoudsopgave Voorwoord Managementsamenvatting Uitgangspunten 1. Inleiding 1.1. Doelstelling 1.2. Onderwijslandschap van Aalten 2. Beleidskaders en ambities 2.1. Beleidskaders 2.1.1. Zorgplicht 2.1.2. Verordening 2.1.3. Eigendom 2.1.4. Doordecentralisatie 2.1.5. Weeffouten in het stelsel 2.1.6. Wetsvoorstel weeffouten in het stelsel 2.1.7. Verhoging normbedragen VNG 2.2. Beleidsambities: Bouwstenen 2.2.1. Bouwsteen 1: Vorming van IKC+ en inclusiviteit 2.2.2. Bouwsteen 2: Regie 2.2.3. Bouwsteen 3: Duurzaamheid & Kwaliteit 2.2.4. Bouwsteen 4: Renovatie 2.2.5. Bouwsteen 5: Leegstand, Medegebruik/Verhuur en Verwijzen 2.2.6. Bouwsteen 6: Vraag, Aanbod & Samenwerking 3. Accommodaties in beeld 3.1. QuickScan 3.2. Prognose 3.3. Instandhoudingsnorm 3.4. Capaciteitsanalyse 3.5. Urgentiecriteria 4. Financieel 4.1. Ruimtelijke uitgangspunten 4.2. Financiële uitgangspunten 4.3. Financiering extra m2s 4.4. Verantwoordelijkheden in de praktijk 4.4.1. Termijnen en verantwoordelijkheden 4.4.2. Gezamenlijke investering 4.4.3. Bespaarde middelen inzetten voor nieuwbouw 4.5. Tijdelijke voorzieningen en verhuisbewegingen 4.6. Prijspeil, risico’s bouwkosten en andere voorwaarden 4.7. Bewegingsonderwijs 4.8. Stand van zaken reserve onderwijshuisvesting 5. Randvoorwaarden 5.1. Begrotingscyclus van de gemeente 5.2. Actualisatie van projecten 5.3. Actualisatie van het IHP 5.4.
Aanpassingen bij wet- en regelgeving 6. Verduurzaming 6.1. De minimum eisen van het bouwbesluit 6.2. Het ambitieniveau van de beoogde ingreep 6.3. Voorbeeld van duurzaamheidsmaatregelen 6.4. Tussentijds opwaarderen van gebouwen 6.5. Aanpak van verduurzaming 6.5.1. Verbeteren binnenklimaat – energiescan 6.5.2. Meerjarenonderhoudsplan 6.5.3. Financiering 6.5.4. De opgave van verduurzaming 6.5.5. Businesscase 6.5.6. Kosten nieuwbouw 7. Uitvoeringsagenda 7.1. De planning 7.2. De financiële consequenties van fase 1 en 2 8. Bijlagen
3
4 5 6 7 7 8 9 10 10 10 10 10 10 11 11 11 11 13 13 14 14 15 17 18 19 19 20 21 22 23 23 24 25 25 25 26 26 26 26 26 27 28 28 28 28 29 30 30 30 31 31 32 32 32 32 32 33 36 37 38
Voorwoord Voor u ligt het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Aalten 2023 – 2039 (verder te noemen als IHP). Dit IHP is een strategisch meerjarig huisvestingsplan Het plan schetst een ontwikkelperspectief voor lokale onderwijshuisvesting voor de lange termijn. Hoe stemmen we toekomstige behoeften en bestaande voorzieningen de komende 16 jaar zo goed, zo duurzaam en zo efficiënt mogelijk op elkaar af? Dat is de centrale vraag in dit IHP. Vervolgens zal iedere 4 jaar het IHP na evaluatie worden geactualiseerd en worden aangevuld met een nieuwe periode van 4 jaar. Dit IHP is opgesteld vanuit een gezamenlijke visie De betrokken partners die deze visie formuleerden zijn: de gemeente Aalten, de lokale schoolbesturen van het basis- en het voorgezet onderwijs en de partners vanuit de kinderopvang. Organisaties zoals HEVO (adviesbureau voor duurzame huisvesting) en Retrain (bureau voor organisatieontwikkeling) hielpen de betrokken partners bij de totstandkoming van dit IHP. Dit IHP bestaat uit twee delen Het eerste deel (hoofdstuk 1 tot en met 2) gaat over de uitgangspunten voor dit IHP. Na een beschrijving van onder andere het doel, de beleidsambities en de kaders voor dit plan, sluit dit deel af met de resultaten. In deel 3 worden de bestaande onderwijslocaties beschreven. In het tweede deel (hoofdstuk 4,5) volgt de uitwerking van de uitgangspunten uit deel 1.
Hoofdstuk 6 gaat dieper in op de duurzaamheidsopgave. In hoofdstuk 7 leest u de fasering van het overeengekomen scenario en wat dit financieel betekent.
Henkjan Kok
4
Managementsamenvatting Onderwijshuisvesting behoort voor wat betreft nieuwbouw en uitbreidingen onder de zorgplicht van de gemeente. In dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2023-2039 (IHP) wordt vanuit een perspectief van 16 jaar beschreven op welke wijze hier concreet invulling aan wordt gegeven. In het Programma van Eisen Uitvoering Raadsprogramma is opgenomen dat in de raadsperiode 2022-2026 een IHP wordt opgesteld waarin de verduurzaming van de schoolgebouwen is opgenomen. In dit IHP worden beide opgaves (zorgplicht en verduurzaming) binnen de wettelijke wettelijke kaders nader uitgewerkt. Het IHP zoals dat nu voorligt sluit qua visie inhoudelijk aan bij Global Goal 4 dat is gericht op goed basis-, voortgezet en hoger onderwijs voor iedereen, toegang tot kinderdagverblijven en een toename van jongeren en volwassenen met relevante technische en beroepsvaardigheden. En ervoor zorgen dat alle leerlingen kennis en vaardigheden opdoen voor duurzame ontwikkeling, mensenrechten, culturele diversiteit, wereldburgerschap en zorgen voor kind- en handicapvriendelijke onderwijsfaciliteiten. Tijdens de mini-conferentie ‘It takes a whole village to raise a child’ is bevestigt dat deze visie gedeeld wordt met veel van de Aaltense maatschappelijke partners.
Gemeente, onderwijs, kinderopvang en andere maatschappelijke partners staan voor de opgave om te werken aan een kansrijke toekomst voor kinderen. In dit IHP worden deze drie opgaves samengebracht: Kwalitatief goede en passende huisvesting met ruimte voor inclusief onderwijs. Het vaststellen van dit IHP zal tot gevolg hebben dat schoolbesturen er vanuit hun bedrijfsvoering op gaan anticiperen om eventueel uitgaven uit te stellen om nodeloze kapitaalsvernieting te voorkomen en aan de andere kant aan de slag te gaan met het noodzakelijk onderhoud en verduurzaming als dat passend is vanuit de wetenschap dat men voorlopig niet in aanmerking komt voor nieuwbouw. Zij beschikken feitelijk maar over zeer beperkte financiële middelen en nauwgezette wettelijke kaders, die niet in verhouding staan tot de opgave. De concretisering van zowel de verduurzamings- als huisvestingsopgave is financieel enorm. In dit plan wordt een doorkijkje gegeven naar de kosten die gemoeid zijn met de verduurzamingsopgave en eventuele nieuwbouw of renovatie op basis van kengetallen. De gemeente ontvangt tot op heden daarvoor geen aanvullende financiele middelen. Dit geldt ook voor de schoolbesturen, die daarnaast nog te maken hebben met het zgn. investeringsverbod (art. 148 WPO). Alleen al voor verduurzaming c.q.
renovatie gaat het over enorme bedragen (zie deel 6: Ongeveer € 20 miljoen, exclusief onderwijskundige aanpassingen). In dit IHP wordt voorgesteld om de verduurzaming van de onderwijsgebouwen te koppelen aan de verduurzamingsopgave van al het maatschappelijk vastgoed. De eerste stap is dan om het vastgoed te schouwen zodat de investeringsopgave op basis van feitelijke kosten geraamd kan worden. De schoolbesturen hebben verzocht om te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om budgetten naar voren te halen zodat er eerder begonnen kan worden met de verduurzamingsopgave c.q. renovatie/nieuwbouw. Gemeente en schoolbesturen hebben afgesproken om dit verder te gaan onderzoeken. In deel 7 van dit IHP wordt in de uitvoeringsagenda inzichtelijk wat de kosten zijn om nieuwbouw te gaan plegen voor Triangel (naar 1 locatie) en voor Chr. College Schaersvoorde. Zoals bekend zullen hier te zijner tijd aparte raadsvoorstellen aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Op dit moment is voor deze nieuwbouw nog geen dekking gevonden voor de structurele kapitaalslasten.Dat zal wel noodzakelijk zijn voor de besluitvorming in de toekomst. Met het vaststellen van dit IHP wordt een start gemaakt met de voorbereidingen van de fase 1 en 2.
Daarnaast zullen voorbereidingen getroffen worden voor een onderzoek naar de verduurzaming van de schoolgebouwen, als zijnde een onderdeel van het totale gemeentelijk vastgoed.
5
DEEL 1
UITGANGSPUNTEN
6
1. Inleiding. De gemeente Aalten heeft besloten tot het opstellen van een Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) voor het onderwijs. De ambitie om samen met de schoolbesturen te bouwen aan en als gemeente te investeren in de onderwijshuisvesting wordt middels dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (hierna: IHP) ingevuld. Daarbij heeft de nadruk gelegen op samen: het IHP is ontwikkeld in samenspraak met de schoolbesturen in de gemeente. Er is invulling gegeven aan belangrijke thematiek binnen de onderwijshuisvesting: • Aan de vernieuwingsopgave voor de schoolgebouwen zodat deze worden aangepast aan de huidige eisen voor modern (maar ook gezond) onderwijs; • Versterken van de voorschoolse voorzieningen, de doorgaande ontwikkelingslijn en vorming van Integrale Kindcentra-Plus (Gezamenlijke inclusieve voorziening van onderwijs en kinderopvang) door ruimte te bieden voor deze ontwikkeling bij nieuwbouw en renovatieprojecten; • Streven van de gemeente om in 2050 energieneutraal te zijn. Er wordt bij de nieuwbouw van schoolgebouwen uitgegaan van energie neutrale schoolgebouwen, bij renovatie worden de duurzaamheidsambities zo veel mogelijk gerealiseerd, e.e.a. in relatie tot de na renovatie verwachte levensduur van het betreffende gebouw (zie raadsprogramma 2022-2026 hfdst 7, thema 2, blz.
13) Het IHP heeft een strategisch karakter, waarbij vanuit visie en beleid strategische keuzes zijn gemaakt. Er is beleid ontwikkeld dat verder reikt dan de huidige wet- en regelgeving, maar ook verder gaat dan de “regeerperiode” van zittende en volgende raden en colleges. De gemeente en schoolbesturen hebben met dit IHP zicht op de toekomstige ontwikkelingen en de daarvoor benodigde investeringen in de onderwijshuisvesting, zonder dat deze nu al in beton worden gegoten. Door nu een strategisch IHP te ontwikkelen spelen gemeente en schoolbesturen bovendien in op onder andere de volgende landelijke ontwikkelingen: • een mogelijk wettelijke status van IHP’s en renovatie (naar aanleiding van het voorstel van de VNG, VO-raad en PO-raad); • de eis dat alle nieuwe gebouwen in Nederland vanaf 1 januari 2021 bijna energie neutrale gebouwen (BENG) dienen te zijn; • de druk die is ontstaan op de bekostiging van onderwijshuisvesting, door weeffouten in het stelsel en daardoor achterblijvende rijksmiddelen uit het gemeentefonds; • de mogelijk wettelijke verankering van de vorming van integrale kindcentra, het wettelijk recht op voor- en vroegschoolse educatie en de introductie van een basistoegangsrecht: een publiek gefinancierd basistoegangsrecht voor kinderen van 2 tot 4 jaar voor 16 uur per week en voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar voor 10 uur per week; • de Rijksoverheid stelt
structureel te weinig gelden beschikbaar voor zowel gemeenten als voor schoolbesturen voor de genoemde opgaven en gewenste kwaliteit van onderwijsgebouwen te kunnen waarmaken (conform ‘Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting’ PO-/VO-raad en VNG). 1.1. Doelstelling Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders waarbinnen de gemeente Aalten, samen met de schoolbesturen, investeert in de onderwijshuisvesting, overigens met inachtneming van ieders onderscheidende verantwoordelijkheid. In tegenstelling tot de werkwijze op basis van de Huisvestings Verordening Onderwijs, wordt in het IHP uitgegaan van proactief onderwijshuisvestingsbeleid. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen.
Het IHP: • vormt het inhoudelijk beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2023 – 2039; • het IHP wordt elke 4 jaar (of zoveel eerder indien noodzakelijk) herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de financiële kaders van de gemeente en die van de schoolbesturen, de behoeften van het onderwijs van dat moment en de wensen van de onderwijsbesturen; • stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op de korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren; • biedt een meerjarenperspectief waarop het (investerings-)beleid van zowel de gemeente als de schoolbesturen kan worden afgestemd;
7
1.2
Hoe ziet het onderwijslandschap van Aalten er dan uit?
Binnen de gemeentegrenzen van Aalten wordt zowel primair- als voortgezet onderwijs aangeboden. Het primair onderwijs is gesitueerd op verschillende locaties in de grotere kernen (Aalten en Dinxperlo) en in de meeste kleinere buurtschappen. Het voortgezet onderwijs is per 1 augustus 2023 alleen gesitueerd in de kern Aalten. - Primair Onderwijs Het scholenlandschap van Aalten voor het basisonderwijs is divers. Er zijn verschillen in denominatie, onderwijsconcept en omvang. Er zijn 5 schoolbesturen voor PO in Aalten actief. Gezamenlijk hebben de schoolbesturen 16 scholen of vestigingen verspreid over 15 locaties. Ze verzorgen het basisonderwijs voor 2.186 leerlingen (teldatum 1 oktober 2022). Opmerking: teldatum 1-10-2022 betreft schooljaar 2023, in de tabellen in het IHP wordt daarom gesproken over 2023. Scholen
Locaties
Leerlingen aant. 2021
Leerlingen % 2021
Protestants-Christelijk
10
11
1592
72,8
Rooms-Katholiek
1
1
111
5,1
1
165
7,6
2
178
8,1
1
140
6,4
16
2.186
100
Schoolbestuur
Denominatie
Accent Scholengroep Stichting Katholiek Basisonderwijs Gelderland Stichting Essentius
Rooms-Katholiek
1
Paraat Scholen
Openbaar
2 1 15
St. Interconfessioneel RK/PC Onderwijs Bredevoort Totaal
Tabel 1
- Voortgezet Onderwijs Er is één schoolbestuur voor VO in Aalten actief. Dat verzorgt het voortgezet onderwijs voor 1.545 leerlingen (teldatum 1 oktober 2022). Achterhoek VO biedt VMBO, HAVO en VWO aan. Opmerking: teldatum 1-10-2022 betreft schooljaar 2023, in de tabellen in het IHP wordt daarom gesproken over 2023. Schoolbestuur
Denominatie
Achterhoek VO
Protestants-Christelijk
Scholen
Locaties
Leerlingen aant. 2022
Leerlingen % 2021
1
2
1.557
100%
Tabel 2
- Kinderopvang Hoewel de kinderopvang niet behoort tot de zorgplicht van de gemeente, maakt de kinderopvang inmiddels in Aalten wèl deel uit van het onderwijslandschap. Kinderopvang en basisonderwijs zoeken elkaar in eerste instantie op vanwege pedagogische motieven. Er is vaak een gezamenlijke wens om doorlopende ontwikkellijnen te realiseren of om onderwijsachterstanden te verkleinen. Kinderopvang en onderwijs werken inmiddels intensief samen aan een ‘stevige inhoudelijke samenwerking in de vorm van structurele doorlopende ontwikkellijnen’. Hier en daar zien we dat samenwerking al verder gaat. Voorbeelden daarvan zijn o.a. afspraken rond ouderbetrokkenheid en handelingsplannen voor kinderen die ondersteuning nodig hebben. Die samenwerking is één van de concrete voorbeelden vanuit de visie “It takes a whole village to raise a child” (zie ook 2.2.2. Bouwsteen 2). In Aalten zijn verschillende kinderopvang organisaties actief. Vanuit gemeentelijke perspectief wordt de keuze die scholen op dat punt maken gerespecteerd en waar nodig gefaciliteerd. De gemeente heeft een duidelijke verantwoordelijkheid rond de Vroeg Voorschoolse Educatie (VVE). Samenwerken betekent niet altijd dat dat in één gebouw moet. Uiteraard geldt dit wel voor partijen die vergaand met elkaar samenwerken. Zij ervaren voordelen van het dagelijkse contact tussen professionals op de werkvloer.
De twee organisaties treden veelal niet onder één noemer naar buiten. Als ze dat wel doen, dan wordt de term ‘kindcentrum’ gebruikt. In bijlage 1 staat beschreven op welke wijze de gemeente een eventuele wens tot gezamenlijke huisvesting faciliteert.
8
DEEL 2
BELEIDSKADERS EN AMBITIES
9
2. Beleidskaders en beleidsambities Dit hoofdstuk behandelt de beleidskaders en de beleidsambities van dit IHP. Er wordt eerst ingegaan op de wettelijke taak van de gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Daarna worden de beleidsambities van de gemeente en de schoolbesturen benoemd: de Bouwstenen van Beleid. 2.1 Beleidskaders 2.1.1. Zorgplicht. Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in adequate huisvesting voor het Primair Onderwijs (PO), (Voortgezet) Speciaal Onderwijs ((V)SO) en Voortgezet Onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld maar is in de geactualiseerde Verordening opgenomen als mogelijk alternatief voor vervangende nieuwbouw. 2.1.2. Verordening. De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening.
Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling op te stellen. De verordening is de basis voor onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. In de praktijk wordt de modelverordening van de VNG door gemeenten gebruikt en op onderdelen aangepast. De in Aalten vigerende verordening is in 2021 vastgesteld. 2.1.3. Eigendom. Schoolbesturen hebben het juridisch eigendom: dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw in principe juridisch bevoegd en aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw in eigendom terug aan de gemeente. De gemeente heeft het economisch eigendom. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik geven (aan een niet commerciële partij) of verhuren (commerciële partij), indien de gemeente daar toestemming voor geeft. 2.1.4. Doordecentralisatie. Er is een uitzondering op het bovenstaande.
Gemeenten kunnen met één of meerdere schoolbesturen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf geheel verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting, dus ook nieuwbouw en uitbreiding (artikel 76 Wet op het Primair Onderwijs en artikel 111 Wet op het Voortgezet Onderwijs). Daarvoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. Dit wordt doordecentralisatie genoemd. De gemeente behoudt hierbij wel de zorgplicht. De gemeente behoudt de verantwoordelijkheid voor de realisatie van voldoende (zowel kwantitatief als kwalitatief) onderwijshuisvesting. De verantwoordelijkheid voor onderhoud en beheer welke volledig bij de besturen wordt neergelegd.Gemeenten en schoolbesturen maken dan afspraken over de manier waarop gemaakte afspraken worden gemonitord en hoe verantwoording wordt afgelegd. De gemeente Aalten kiest niet voor deze wettelijke mogelijkheid omdat zij graag zelf de regie wil houden over de schoolgebouwen als vindplaats van kinderen (Visie: It takes a village……..). 2.1.5. Weeffouten in het stelsel. De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud en exploitatie) vertoont gebreken. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken.
Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, ten koste van hoge onderhouds- en exploitatiekosten die voor rekening van het schoolbestuur komen. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente.
10
2.1.6. Wetsvoorstel weeffouten in het stelsel. Op 15 december 2016 hebben de PO-Raad, de VO-Raad en de VNG en staatssecretaris Sander Dekker een gezamenlijk voorstel gestuurd om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel aan OC&W overhandigd. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: • de in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen voor onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen, het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor de eerste periode van 4 jaar vastleggen in een IHP, met een inhoudelijke doorkijk tot het 16e jaar. Dit betekent dat de investeringsopgaven voor de fasen twee, drie en vier die in dit IHP worden gepresenteerd niet meer zijn dan een indicatie van op termijn te verwachten kosten.
Elke andere interpretatie van deze cijfers zou een inbreuk zijn op de begrotingscyclus van de gemeente en het wettelijk budgetrecht van de raad. • de mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar; • het investeringsverbod voor het PO en SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit de WVO (de positie van het VO). PO- en SO-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren; • de concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen. Met de ontwikkeling van dit IHP lopen de gemeente Aalten en de schoolbesturen, binnen de kaders van de vigerende wetgeving, vooruit op dit wetsvoorstel. 2.1.7. Verhoging normbedragen VNG. In maart 2018 en heeft de VNG geadviseerd om de normkosten in de modelverordening te verhogen met 40%.
Vervolgens zijn de bedragen jaarlijks geïndexeerd, zo ook die voor 2022. De verhoging van de normbedragen is echter slechts een advies aan gemeenten en heeft geen gevolgen voor de inkomsten die gemeenten van het Rijk ontvangen voor onderwijshuisvesting. 2.2.
Beleidsambities: Bouwstenen
2.2.1. Bouwsteen 1: Vorming van IKC-+ en inclusiviteit Hillary Clinton schreef een inspirerend boek over jeugdbeleid. De titel ontleende ze aan een Afrikaans gezegde: ‘It takes a whole village to raise a child’. Wat betekent het om op te groeien in Amsterdam, Súdwest-Fryslân, Peel en Maas of zeg Aalten? Kunnen kinderen genoeg spelen, is de opvang geregeld, werkt het consultatiebureau goed, voelen ouders zich gesteund, zijn er veilige routes naar school, weten scholen ernstige problemen vroeg op te sporen en is er dan snel hulp geregeld? Dat zijn de vragen die we moeten stellen, met de leefwereld van kinderen als uitgangspunt. Het beeld van dat dorp is een aansprekende metafoor voor het (integraal en preventief) jeugdbeleid in onze gemeente. Opgroeien gaat meestal gewoon goed met ouders die hun best doen, met daaromheen een netwerk van opa’s, oma’s, vrienden, leerkrachten, ooms en tantes en buren. En als het dan even niet goed gaat, is er altijd wel iemand die helpt. Voor de meeste kinderen werkt het zo. Maar soms zijn draagkracht en draaglast niet in evenwicht met elkaar en is er extra hulp nodig. Soms zelfs zoveel hulp dat specialisten erbij gehaald moeten worden of dat ouders hun kinderen aan specialisten moeten overdragen. Gemeenten en scholen hebben wettelijke verantwoordelijkheden voor de opgroeiende jeugd.
Het gaat in het bijzonder om de Jeugdwet, de wet Passend Onderwijs en de wetten op (resp.) het Primair en het Voortgezet Onderwijs.
11
Met passend onderwijs wil de overheid bereiken dat alle kinderen in het onderwijs die plek krijgen die het beste bij hen past. De talenten en de onderwijsbehoefte van het kind zijn daarbij bepalend, niet de beperkingen. Kinderen moeten niet meer langdurig thuis komen te zitten, omdat er geen passende plek is om onderwijs te volgen. Gemeenten hebben op grond van de Jeugdwet de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden. Het gaat dan om kinderen en jongeren met een beperking, stoornis, aandoening of opgroeiproblemen. Het is belangrijk dat zij de regie blijven houden over hun leven. En dat ze samen met hun eigen omgeving en professionele hulpverleners naar oplossingen zoeken; het “eigen kracht principe”. De Jeugdwet heeft ook als doel (jeugd)hulp tijdig en op maat te bieden. Samenhang in de geboden zorg is daarbij van belang: één gezin, één plan en één regisseur. De wetten op het Primair resp. Voortgezet Onderwijs regelen de verantwoordelijkheden die gemeenten hebben voor de huisvesting van het onderwijs. Onze visie op het integraal preventief jeugdbeleid, tezamen met de genoemde wettelijke taken, maakt samenwerking tussen gemeenten, scholen en zorgaanbieders meer dan ooit van groot belang. In de gemeente Aalten kiezen we ervoor om dit vorm te geven in “Integrale kindcentra plus”, kortweg IKC+’s 1
In een “gewoon” IKC zijn onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang samengevoegd. De rode draad is altijd een breed en gevarieerd aanbod van voorzieningen voor kinderen van 0 tot 13 jaar. Dit aanbod wordt tot stand gebracht door een intensieve samenwerking tussen pedagogische basisvoorzieningen onderling en met de ouders. In een “gewoon” IKC zijn de voorzieningen geïntegreerd en is er één pedagogische visie, één team en veelal ook één locatie. Vandaar deze inhoudelijke exercitie in een bouwstenennotitie die primair gaat over onderwijshuisvesting. Wanneer er geen sprake is van inhoudelijke- en bestuurlijke samenwerking tussen de verschillende gebruikers van een onderwijsvoorziening, is er sprake van een zgn. brede school. Deze vorm kennen we vooral in het Primair Onderwijs. Samenwerking met jeugdhulp krijgt steeds meer de aandacht. Vroeg signalering en hulp dichtbij voor het kind (en ouders) zijn minder ingrijpend en kunnen net zo doeltreffend zijn als verwijzing naar zwaardere vormen van zorg. Daarnaast wordt door deze wijze van interdisciplinair samenwerken ook het pedagogisch klimaat en de deskundigheid van de pedagogisch medewerkers verbeterd. In het belang van de ontwikkeling van het kind is het daarom belangrijk dat IKC’s nadenken over de samenwerking met zorg in hun organisatie.
Zo ontstaat de plus-variant van het IKC, door naast de kinderopvang ook met (lichte en preventieve vormen van) jeugdzorg samenwerking aan te gaan. De raad van de gemeente Aalten heeft over onderwijshuisvesting en het Sociaal Domein het volgende voor het onderwijs relatieve vragen aan het College opgenomen: ✓ Stelt een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) op waarin de verduurzaming van onderwijsgebouwen wordt meegenomen; ✓ Geeft uitvoering aan de nota inclusie2; ✓ Zorgt voor een vindbare, zichtbare en laagdrempelige toegang tot hulp en ondersteuning in afstemming met maatschappelijke partners Om deze redenen maken wij in dit IHP dus de verbinding tussen ons integraal en preventief jeugdbeleid en het beleid rond de huisvesting van het onderwijs. Het is daarbij echter wel van belang dat men zich realiseert dat vanuit onderwijswetgeving schoolbesturen fors worden beperkt in hun (financiële) mogelijkheden als het gaat om een investering in ‘stenen’. Andersom, binnen de daarvoor geldende kaders is het ook mogelijk dat private partijen gevestigd worden in schoolgebouwen. Belangrijk is dat op een transparante wijze de rechten, plichten en risico’s vooraf in beeld zijn gebracht
1
Een Integraal Kindcentrum met één of meerdere extra voorzieningen. Invulling daarvan hangt samen met de specifieke behoefte vanuit de wijk of plaats. Denk hierbij aan sport en bewegen, cultuur (muziek, dans, drama), taalleesgroepen, opvoedingsondersteuning of maatschappelijk werk. Ook kan gedacht worden aan intensieve samenwerking met speciaal (basis) onderwijs en bijvoorbeeld speciale (naschoolse-) opvang. 2
Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin alle mensen kunnen meedoen. Een samenleving waarin mensen dezelfde kansen en mogelijkheden hebben, ongeacht hun achtergrond, leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, godsdienst, seksuele voorkeur en ongeacht of ze een ziekte of beperking hebben.
12
om te voorkomen dat vanuit toezicht kaders inmiddels aangegane verplichtingen als onrechtmatig worden bestempeld. 2.2.2. Bouwsteen 2: Regie Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. De gemeente en schoolbesturen hebben daartoe bouwstenen geformuleerd voor de toekomstige organisatie en financiering van de onderwijshuisvesting. 1. De gemeente en de schoolbesturen voeren samen de regie op schoolgebouwen. Gemeenten zijn o.a. verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen. De schoolbesturen voeren de regie op het onderwijsaanbod en de diversiteit daarvan. In het IHP vindt de afstemming van deze regie plaats door middel van gezamenlijk overleg. Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de verordening onderwijshuisvesting. Voor het onderwijshuisvestingsbeleid wordt daarom in eerste instantie voor alle betrokken partijen het IHP leidend, voordat er wordt teruggevallen op de verordening. 2. Het IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Het IHP geldt voor een periode van 16 jaar en wordt om de 4 jaar geactualiseerd. 3. Het IHP geeft schoolbesturen duidelijkheid over de vervangingstermijn van de gebouwen.
Zodoende zijn de schoolbesturen in staat om het groot onderhoud af te stemmen op aanstaande renovatie e/o nieuwbouw en de daarbij horende investeringen. Dit voorkomt kapitaalvernietiging. 4. Gezien het gedefinieerde duurzaamheids- en kwaliteitsniveau kan van de schoolbesturen gevraagd worden om op basis van het principe van Total Cost of Ownership een ten gevolge van de door de gemeente gefinancierde verduurzaming verkregen aantoonbaar voordeel terug te laten vloeien richting de gemeente. Voorwaarde is dat het gebouw voldoet aan de kwaliteitseisen zoals geformuleerd bij Bouwsteen 3: Duurzaamheid & Kwaliteit. 5. De meest recente prognose is het uitgangspunt voor het bepalen van leerlingenaantallen en ruimtebehoeften in het IHP. Omdat dit nauw samenhangt met de ontwikkeling van de woningbouwplannen van de gemeente, wordt de uitwerking van die plannen gedeeld met de schoolbesturen. 6. Vanwege veranderende omstandigheden in het onderwijsveld, vooral op het gebied van leerlingenaantallen, worden bouw-opgaven in de fase van de uitvoering/beschikking opnieuw geanalyseerd en getoetst aan de dan geldende leerlingenprognoses en financiële kaders van de gemeente en schoolbesturen. 2.2.3. Bouwsteen 3: Duurzaamheid & Kwaliteit Deze bouwsteen geeft aan welke duurzaamheids- en kwaliteitsambitie de gemeente en schoolbesturen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting. 1.
De gemeente en schoolbesturen zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. 2. Het IHP sluit aan bij de duurzaamheidseisen die zijn geformuleerd in het Uitvoerings Programma 2022-2026. Het IHP gaat daarmee uit van de realisatie van Energie Neutrale Gebouwen bij nieuwbouw van maatschappelijk vastgoed. Er is geen rekening gehouden met eventueel circulair bouwen 3. 3. Naast de duurzaamheidsambitie van ENG 4 moeten gaan voldoen aan Frisse Scholen klasse B. Daarbij is de kwaliteit van het binnenmilieu van groot belang. Het Programma van Eisen Frisse Scholen is een product van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het gaat in op vijf thema’s: energie, lucht, temperatuur, licht en geluid. Voor ieder thema zijn drie ambitieniveaus vastgesteld: klasse C (acceptabel), klasse B (goed) en klasse A (zeer goed). Daaraan zijn (prestatie)eisen gekoppeld.
3
Circulair bouwen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij de principes van circulariteit in de bouw worden toegepast.
4
Raadsprogramma gemeente Aalten 2022-2026.
13
4. Naast de bouwkundige kwaliteit van schoolgebouwen vraagt het IHP ook aandacht voor andere (strategische) kaders voor vastgoedbeleid: uitstraling, binnenmilieu, exploitatie en onderwijskundige functionaliteit. 5. Het faciliteren van verandering in onderwijsconcepten is lastig vanwege het statische karakter van vastgoed. Om te zorgen dat de schoolgebouwen in de toekomst toch een ander onderwijsconcept kunnen faciliteren zetten de gemeente en de schoolbesturen in op flexibiliteit van het gebouw. 6. Bij nieuwbouw/renovatie worden indien mogelijk bestaande zonnepanelen overgeheveld naar de nieuwe huisvesting. 7. Vergroening van speelpleinen verdient de aandacht maar zit niet in de reguliere bekostigingsnormen zoals die zijn opgenomen in de Verordening Huisvesting Onderwijs. Samen met de schoolbesturen zal gezocht wordne naar middelen om dit wèl te realiseren. 2.2.4. Bouwsteen 4: Renovatie 1. Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met renovatie: a. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw, schoolbesturen zijn in alle situaties verantwoordelijk voor het goed onderhouden en exploiteren van gebouwen. Renovatie is wettelijk nog niet geregeld, de gemeente Aalten heeft Renovatie al wel als alternatief voor vervangende nieuwbouw opgenomen in haar nieuwe (concept-) verordening. Renovatie kan een duurzamere oplossing zijn dan nieuwbouw.
Ten aanzien van renovatie wordt aangesloten op het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG. b. Renovatie wordt opgenomen als voorziening (in de verordening). In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn technische levensduur is. Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van de technische levensduur is ook renovatie toe te passen in plaats van vervangende nieuwbouw. c. Renovatie is daarbij een integrale levensduur verlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur met 40 jaar, wordt verlengd. d. Uitgangspunt bij renovatie is dat de aanpassingen die leiden tot een levensduurverlenging van ten minste 25 jaar voor rekening komen van de gemeente, waarbij op basis Total Cost of Ownership een investeringsbijdrage van het schoolbestuur aan de dekking van de renovatie kan worden toegevoegd bijvoorbeeld ten behoeve van onderwijskundige aanpassing.5 2.
Bij investeringsopgaven in het kader van het IHP wordt de mogelijkheid van renovatie onderzocht. Daarbij wordt beoogd om de gedefinieerde duurzaamheidseisen (ENG) zo veel mogelijk te realiseren. De kwaliteitseisen (Frisse Scholen klasse B) gelden ook voor renovatie.
3. Per situatie wordt een afweging gemaakt (bijvoorbeeld in een haalbaarheidsonderzoek) of nieuwbouw of renovatie de beste oplossing is voor de betreffende school. Daarbij worden de volgende aspecten meegenomen: a. er worden alleen gebouwen gerenoveerd welke ook na de renovatie goed bezet zijn. Er wordt niet gerenoveerd voor leegstand; b. er wordt bij renovatie rekening gehouden met de onderwijskundige functionaliteit van de gebouwen; c. er wordt bij renovatie rekening gehouden met de architectonische waarde; d. bij de keuze om een gebouw te renoveren zal tevens worden onderzocht of het gebouw (in de toekomst) ENG kan worden; e. de kosten en mogelijkheden voor tijdelijke huisvesting worden meegenomen in de afweging tussen nieuwbouw of renovatie. 2.2.5. Bouwsteen 5: Leegstand, Medegebruik/Verhuur en Verwijzen Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met leegstand, medegebruik e/o verhuur en verwijzen. 1. De gemeente en schoolbesturen streven naar het terugdringen van onderwijsleegstand. De inkomsten van schoolbesturen voor onderhoud en exploitatie zijn afhankelijk van het aantal 5
Als een onderwijsorganisatie wil investeren ten behoeve van verduurzamingsmaatregelen of ten behoeve van kinderopvang, dan is het van belang dat ze dit vooraf bespreekt met haar accountant en voorlegt aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
14
leerlingen. Bij leegstand moet een schoolbestuur met minder inkomsten, hetzelfde aantal vierkante meters in stand houden. 2. Voor het oplossen van leegstand zijn verwijzen (gebruik van ruimteoverschotten door andere scholen met een ruimtetekort) en/of het in medegebruik geven of verhuren van ruimten reële mogelijkheden. Afstoten van leegstand is ook een optie. 3. Bij medegebruik/verhuur wordt er een onderscheid gemaakt tussen niet commerciële- en commerciële partijen. Het uitgangspunt bij niet commerciële partijen is kostenneutraal medegebruik/verhuur. Het uitgangspunt bij commerciële partijen is marktconforme verhuur, om concurrentievoordelen te voorkomen. Voor verhuur is goedkeuring van de gemeente nodig. Bij commerciële verhuur draagt het schoolbestuur uit de ontvangen huurpenningen een bijdrage af aan de gemeente ter grootte van de jaarlijkse kapitaallasten die verbonden zijn met het verhuurde. 4. Geconstateerd is dat er in de gemeente Aalten momenteel verschillende constructies voor medegebruik/verhuur worden gehanteerd. De gemeente Aalten heeft de wens om eenduidig beleid te formuleren ten aanzien van medegebruik/verhuur. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe (nieuwbouw/renovatie) huisvesting.
Voor nieuwe (nieuwbouw/renovatie) huisvesting wordt het Kwaliteitskader huisvesting onderwijs6 (geactualiseerd in 2021) als minimale kwaliteit gehanteerd. In de uitvoering van het IHP wordt per project op basis van de beleidsuitgangspunten maatwerk geleverd. 5. Voorwaarde voor verwijzen naar leegstand zijn: a. Afstandscriterium mits via een veilige begaanbare route: PO: 2 km (hemelsbreed), VO: 10 km (binnen gemeentegrens Aalten); b. “uitwonen” bij voorkeur met twee groepen tegelijkertijd. 6. Mogelijkheden voor het in de toekomst voorkomen van leegstand zijn: a. efficiënt inzetten van ruimten (niet bouwen voor leegstand); b. bouwdelen afstootbaar maken. 7. Bij nieuwbouw c.q. renovatie zullen de diverse aspecten rond sociale veiligheid nadrukkelijk betrokken worden (bv. Voorkomen mogelijkheden voor een hangplek). 2.2.6.
1.
2.
3.
4.
5.
6. 7.
Bouwsteen 6: Vraag, Aanbod & Samenwerking Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente en schoolbesturen nastreven. Het gewenste aanbod van onderwijs is bepalend voor de huisvestingsoplossingen. Daarnaast worden de wenselijke samenwerkingsmogelijkheden benoemd. de lokale opheffingsnorm van de gemeente Aalten bedraagt 65 leerlingen (aangepast per 1-82023). Schoolbesturen hebben de beleidsvrijheid om kleinere scholen in stand te houden via de gemiddelde schoolgrootte-regeling conform art. 157 en 158 WPO. voor het VO is als ideale schoolgrootte ( vanuit bekostigingsperspectief) benoemd: a. VO: ca. 100 leerlingen per leerjaar, per afdeling; b. praktijkonderwijs als zelfstandige vestiging (PRO): ca. 140 leerlingen (10 groepen). de aanvaardbare afstand tot een basisschool is 2-4km, zowel in grote als in kleine kernen. Per onderwijssoort is het schaalniveau bepaald voor de analyse en scenario-ontwikkeling van het IHP: a. PO: kernniveau; b. VO: regionaal niveau: Aalten. Voor het IHP kan samenwerking betekenen dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners (bijv, kinderopvang etc.). Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling, Gebouwelijke samenwerking biedt exploitatievoordelen (delen van ruimten).
Gemeente en schoolbesturen streven naar het behoud en de ontwikkeling van (Integrale) Kindcentra (IKC’s). Bij de keuze van de voorschoolse-/tussenschoolse- en naschoolse partners volgt de gemeente de voorkeuren van de schoolbesturen Bij de ontwikkeling van (Integrale) Kindcentra worden (fysieke) samenwerkingsmogelijkheden met andere beleidsterreinen zoals sport, welzijn en jeugdhulp en cultuur onderzocht. Voor de financiering van IKC’s zijn verschillende constructies mogelijk (o.a.): a. voorfinanciering door gemeente met langdurige huurcontracten;
6
Zie: https://www.poraad.nl/werkgeverschap/onderwijshuisvesting/kwaliteitskader-huisvesting-onderwijsgeactualiseerd
15
b. investering door kinderopvang of andere voorschoolse- en maatschappelijke partijen. Nadere uitwerking hiervan is opgenomen in bijlage. De gemeente zal geen medewerking verlenen aan verzoeken die uitgaan van huisvestingsvoorziening in eigendom die direct dan wel in de directe omgeving van een onderwijslocatie zijn gelegen van een onderwijsvoorziening die door de gemeente vanuit de wettelijke zorgplicht is gefinancierd. In de uitwerking van het IHP, of op projectniveau wordt hier specifiek invulling aan gegeven. 8. Schoolbesturen zetten in op het versterken van de samenwerking tussen de vroeg- en voorschoolse voorzieningen, maatschappelijke partners en het PO en VO.
16
DEEL 3
ACCOMMODATIES IN BEELD
17
3. Accommodaties in beeld De volgende paragrafen gaan in op de analyse en scenario-ontwikkeling van het PO en VO. Dit hoofdstuk behandelt de gehanteerde methoden voor de analyse en scenario-ontwikkeling. 3.1. Quickscan (Uitgevoerd in 2019) Op basis van de huisvestingsverordening is de bouwkundige staat een formeel toetsingscriterium. Voor het IHP is het echter niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom gekeken naar meer dan alleen de bouwkundige staat. Er is ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn kaders voor het strategisch vastgoedbeleid verwoord in dit IHP. Op basis van de door HEVO ontwikkelde ‘Waardenwijzer’ is elk schoolgebouw op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score. De totaalscore geeft daarmee op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduur verlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit: • • • •
Bij <57 punten Bij 57 - 63 punten Bij 63 - 69 punten Bij 69> punten
: binnen 0 - 5 jaar (rood); : binnen 5 - 10 jaar (oranje); : binnen 10-20 jaar (lichtgroen); : over meer dan 20 jaar (donkergroen).
Tabel 3
De quickscanscores zijn input voor het uitvoeringsprogramma en scenario-ontwikkeling. Bij het besluit tot nieuwbouw/renovatie bij de scenario-ontwikkeling wordt ook gekeken naar andere belangrijke factoren zoals leeftijd van het gebouw en overige urgentiecriteria. In deze tabel zien we dat voor meer dan de helft van de gebouwen onvoldoend egescoord wordt op de bouwkundige staat, het binnenklimaat en de exploitatie. Daarmee loopt Aalten in de pas met het landelijk beeld: Ongeveer 50% van de gebouwen ouder is dan 50 jaar en binnen afzienbare tijd vervangen moeten worden c.q. grondig gerenoveerd.
18
3.2. Prognose Hoewel altijd onderwerp van discussie, is het in dit kader toch heel belangrijk om een beeld te hebben van de te verwachten leerlingenontwikkeling in de komende jaren. Om dat in beeld te brengen wordt periodiek een leerlingenprognose opgesteld voor het Primair Onderwijs. De methodiek is wettelijk vastgesteld (zie: Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 november 2013, nr. OND/ODS-2013/47687 M, houdende de vaststelling van prognosemodellen in het primair onderwijs (Regeling modelprognose primair onderwijs 2013). In 2021 heeft MOOZ een leerlingenprognose opgesteld die in tabel 4 wordt weergegeven:
Som van Glla
Kolomlabels
Rijlabels
2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036
02WC-00 Nieuw Hessen
102
93
82
74
73
70
69
68
66
64
64
63
63
64
64
64
65
66
67
68
05GL-00 St Liboriusschool
157
148
138
134
147
134
131
132
132
131
131
130
129
132
133
132
133
134
136
138
05LR-00 Chr Basisschool Barlo
51
51
47
50
52
49
48
48
47
46
45
45
45
45
45
45
45
46
46
47
05QO-00 Chr Basissch De Klimop
81
72
65
65
60
59
58
58
57
56
55
54
55
55
55
55
55
56
57
58
06CP-00 Basisschool De Wegwijzer
89
83
73
67
53
50
49
49
50
49
49
49
49
49
50
49
49
50
51
51
06HV-00 RK Jozefschool
154
134
143
120
115
113
111
110
107
105
103
101
101
103
103
102
103
104
106
107
06YP-00 Basisschool Bastion
152
140
138
139
137
137
142
136
132
128
120
115
116
116
114
115
117
119
121
122
06ZL-00 Basisschool't Mollenveld
64
59
56
50
48
46
46
45
44
43
42
41
41
41
42
42
42
43
43
44
07FK-00 OBS De Slinger
147
138
140
133
136
129
128
126
123
121
118
115
116
117
117
116
117
118
120
121
08BQ-00 Basissch 't Warmelinck
61
60
59
56
54
53
52
52
51
50
49
48
49
49
49
49
49
50
50
51
08CY-00 IKC Uniek
199
183
174
163
145
142
139
135
130
128
125
122
123
123
123
123
124
126
128
129
08RL-00 Groen van Prinsterer
344
346
353
362
346
331
326
321
312
305
296
289
290
293
292
291
294
297
302
305
09DL-00 De Bosmark
391
384
395
392
373
354
344
348
349
346
345
342
340
347
351
347
348
353
358
362
09ZJ-00 Basisschool De Hove
102
112
114
110
113
107
100
98
92
84
82
82
82
81
84
85
85
86
88
89
10JT-00 De Triangel
210
198
189
197
207
196
194
193
189
186
182
179
180
182
183
183
184
186
189
191
10JT-01 De Triangel
209
194
186
180
148
149
147
146
141
138
137
135
135
136
135
133
134
135
138
139
Eindtotaal
2.513 2.395 2.352 2.292 2.207 2.119 2.085 2.066 2.022 1.981 1.941 1.910 1.912 1.934 1.940 1.931 1.944 1.969 2.001 2.021
Tabel 4
Hoewel het verloop tussen de scholen wel verschilt, kan gesteld worden dat we volgens deze prognose in het primair onderwijs de belangrijkste daling achter de rug hebben en zien we dat het leerlingenaantal zich beweegt rond de 2000 leerlingen. Sinds enkele jaren verstrekt ook de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een leerlingenprognose die in tabel 5 wordt weergegeven. Deze prognose is opgesteld naar aanleiding van de telling van 1 oktober 2022 en is dus twee jaar actueler: VESTIGINGSNAAM 2017 2018 Rooms Katholieke Basisschool Sint Liborius 157 148 Christelijke Basisschool Barlo 51 51 Christelijke Basisschool De Klimop 81 72 Basisschool De Wegwijzer 89 83 Rooms Katholieke Jozefschool voor Basisonderwijs 154 134 Basisschool Bastion 152 140 Christelijke Basisschool 't Mollenveld 64 59 Openbare Basisschool De Slinger 147 138 Christelijke Basisschool 't Warmelinck 61 60 IKC Uniek 199 183 Protestants Christelijke Basisschool Groen van Prinsterer 344 346 Christelijke Basisschool De Bosmark 391 384 Basisschool De Hove 102 112 De Triangel 210 198 De Triangel 209 194 Nieuw Hessen 102 93 Totaal 2513 2395
2019 138 47 65 73 143 138 56 140 59 174 353 395 114 189 186 82 2352
2020 134 50 65 67 120 139 50 133 56 163 362 392 110 197 180 74 2292
2021 147 52 60 53 115 137 48 136 54 145 346 373 113 207 148 73 2207
2022 147 50 58 45 112 146 45 141 53 138 340 341 107 247 111 76 2157
Telling 1-10-2022 165 49 61 43 111 140 44 135 54 143 324 375 133 197 139 73 2186
2023 147 47 57 40 115 167 49 144 54 132 349 320 92 284 63 77 2137
2024 148 45 55 37 120 174 49 147 52 132 353 311 92 300 21 79 2114
2025 145 45 55 36 124 182 51 151 50 129 360 302 81 301 1 78 2090
2026 145 49 58 38 122 182 52 152 50 132 354 294 74 298 0 75 2075
2027 152 47 56 39 114 176 51 148 47 134 354 288 73 290 0 74 2044
2028 148 46 56 39 120 170 51 154 47 133 346 278 78 281 0 74 2019
2029 144 47 57 37 123 173 52 155 47 134 356 282 82 271 0 74 2035
2030 141 49 58 37 123 176 52 153 49 138 368 288 70 263 0 75 2041
2031 139 50 59 37 124 170 52 153 50 139 376 289 68 260 0 76 2040
2032 142 50 58 37 123 167 52 152 50 138 376 297 65 258 0 76 2044
2033 147 50 58 39 123 169 52 152 50 139 375 306 75 258 0 77 2068
2034 147 49 58 38 123 179 53 152 50 140 381 306 77 258 0 78 2088
2035 148 51 60 39 125 180 53 155 51 142 384 308 72 264 0 79 2110
2036 148 52 61 39 129 173 54 159 52 144 391 308 68 271 0 80 2130
Tabel 5
Deze prognose komt overall gemiddeld zo’n 100 leerlingen positiever uit dan die van MOOZ, maar ook hier zien we dat de daling achter de rug is en dat er (los van de actuele woningbouwplannen) weer sprake is van voorzichtige groei. 3.3. Instandhoudingsnorm Iedere vijf jaar worden de normen voor de instandhouding (ook wel opheffingsnormen genoemd) door de minister vastgesteld. Per 1-8-2023 zal een nieuwe vijfjaarlijkse periode ingaan. Voor Aalten geldt nu een opheffingsnorm van 65. Wanneer we naar de meest optimistische prognose kijken (DUO) zien we dat er een aantal scholen zijn die onder deze norm verkeren: Barlo, De Klimop, De Wegwijzer en ’t Möllenveld. Deze vier scholen vallen onder zgn. grotere besturen die in staat zijn om deze kleinere scholen in stand te houden volgens de zgn. Gemiddelde schoolgrootte regeling (10/6e regeling). Door
19
het toepassen van een vastgelegde rekenformule kunnen deze besturen door het ‘overschot’ aan leerlingen op de grote scholen, deze kleine scholen in stand houden. Dit is mogelijk tot de grens van 23 leerlingen. Dan wordt een school van rechtswege gesloten. Uitzondering is een van toepassing voor het openbaar onderwijs in zeer specifieke gevallen. Het al dan niet sluiten van kleine scholen is een autonome bevoegdheid van de schoolbesturen, die hiervoor eigen (kwaliteits-)beleid hebben geformuleerd, waarbij niet het min of meer toevallige criterium leerlingendichtheid uitgangspunt is, maar de kwaliteit van de onderwijsorganisatie. Deze kwaliteit is vastgelegd in onderstaande tabel met de 4 kwaliteitskwadranten. Onderwijs Inspectie Passend Onderwijs Schoolgrootte Betaalbaarheid Personeel Materieel Bereikbaarheid
Personeel Leeftijdsopbouw Competenties/kwaliteiten Teamgrootte Innovatie Investeren in kwaliteit MFA’s/IKC’s Onderwijsontwikkeling
Kwaliteit van onderwijs
Tabel 6
Voor toekomstbesteding en kwalitatief goed onderwijs is het essentieel dat scholen op alle vier de deelonderwerpen positief scoren.
3.4. Capaciteitsanalyse Als onderdeel van de quickscans is ook de capaciteit van de schoolgebouwen geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt een ruimtetekort of -overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van een school wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de verordening). Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het aantal vierkante meters dat beschikbaar is: het brutovloeroppervlak (bvo). De capaciteitsanalyse is van belang omdat een ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Schoolbesturen ontvangen een normvergoeding voor materiële instandhouding op basis van het aantal leerlingen, en niet op basis van het aantal m² in een school. Bovendien vormen ruimteoverschotten een risico voor de gemeente. Wanneer een gebouw geheel leeg komt te staan valt het gebouw terug aan de gemeente. Daarnaast dient de gemeente (op basis van de verordening) te voorzien in oplossingen voor ruimtetekorten. Voor de toekomstscenario’s is het belangrijk dat deze ruimteanalyse wordt gespiegeld aan de toekomstige woningbouwplanning, zodat binnen de beperkt beschikbare budgetten toch een goed onderwijshuisvestingsaanbod beschikbaar blijft c.q. komt. Onderstaand overzicht is opgesteld aan de hand van de leerlingentelling 1-10-2022.
Nr
Naam
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13 14 15. 15.
de Triangel Hoog + Laag CBS Barlo t Möllenveld t Warmelinck De Slinger De Höve*) SBO Nieuwhessen De Klimop IKC Uniek Groen van Prinsterer St. Jozef t Bastion De Triangel Laag Gebouw Duplo De Wegwijzer/Liborius c.a. De Bosmark Totaal Basisonderwijs
16. 17. 18.
Schaersvoorde Slingelaan Schaersvoorde Dinxperlo Schaersvoorde Sationsweg Totaal VO
m2s bestaand Normatieve Inclusief Behoefte Achterstandsscore 1.197 1.890 1.890 746 446 446 821 421 421 959 472 472 1.199 879 880 1.039 867 867 1.018 787 787 1.021 507 507 1.755 919 926 1.678 1.830 1.830 1.448 758 762 1.010 904 904 1.462 2.850 1.446 1.452 2.865 2.086 2086 21.068 14.212 14.230 9.508
12.000
7.780 17.288
7.780 19.780
Tabel 7
20
Opmerking: dit is een genormeerde ruimtebehoefteberekening. In de praktijk zijn er efficiënte en minder efficiënte gebouwen. Wanneer een school bijvoorbeeld veel grote gangen heeft, of een grote aula, kan er een genormeerd ruimteoverschot zijn, terwijl dit niet zo wordt ervaren. Er is relatief immers minder lesruimte. Ook wordt in de praktijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot medegebruik of verhuur van ruimten. In het IHP is vanwege het beleidsrijke karakter ruimte voor nuance op de resultaten uit deze ruimtebehoefteberekeningen.
3.5. Urgentiecriteria Met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zijn urgentiecriteria bepaald. Aan de hand van de urgentiecriteria zijn de scenario’s geformuleerd en is in overleg beoordeeld of een scenario aansluit bij de visie en ambitie van gemeente en schoolbesturen (de bouwstenen). Het gaat om de volgende urgentiecriteria (willekeurige volgorde): ✓ quickscanscore (kwaliteit, duurzaamheid en functionaliteit) ✓ vorming van IKC-+ in de kern Aalten; ✓ geen wijzigingen in de huisvesting van het onderwijs in de Dinxperlo, Bredevoort en de kleine kernen; ✓ passende huisvesting o permanent; o reductie van ruimtetekorten/ruimteoverschotten; o het zo lang mogelijk handhaven van de basisschool in de kleine kernen. ✓ minimale schoolgrootte = opheffingsnorm; ✓ afstand tot basisschool in iedere kern 2-4 kilometer;
21
DEEL 4
FINANCIEEL
22
4. Financiële uitgangspunten en vertaling. De in dit IHP gepresenteerde scenario’s (verduurzaming, renovatie en nieuwbouw) worden in dit hoofdstuk voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op de ruimtelijke uitgangspunten alvorens de investeringskosten in beeld worden gebracht. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in een nieuwbouw-scenario en een renovatie-scenario.
4.1 Ruimtelijke uitgangspunten De toerekening van de ruimtebehoefte is voor het Primair- en Voortgezet Onderwijs vastgelegd in de Verordening Onderwijshuisvesting van de gemeente Aalten. Deze verordening is gebaseerd op de modelverordening zoals deze door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt aangereikt. Hierin is per schoolsoort/opleidingstype (Basisonderwijs, Speciaal Basisonderwijs en Speciaal Onderwijs) en opleidingsprofiel (Voortgezet (Speciaal-) Onderwijs beschreven wat de geldende normen zijn. In het kader van de voorbereiding op de verdere implementatie van inclusief onderwijs (zie ook bouwsteen 3) is het voornemen van de schoolbesturen om op termijn (denk aan een periode van ongeveer 10 jaar) om alle kinderen met extra ondersteuningsbehoefte die hiervoor op dit moment het Speciaal Basisonderwijs bezoeken, een plaats hebben op het regulieren basisonderwijs. Zij zullen verdeeld zijn over meerdere scholen binnen de gemeente Aalten. Dit heeft consequenties voor nieuwbouw c.q. renovatieprojecten, want voor deze kinderen zullen extra m2s beschikbaar gesteld moeten worden. Daarom wordt bij nieuwbouwprojecten 25% aan extra m2s opgenomen van het volume dat volgens de huisvestingsverordening beschikbaar gesteld moet worden aan leerlingen die normaliter ingeschreven zouden worden op een school voor Speciaal Basisonderwijs.
4.2. Financiële uitgangspunten Via het gemeentefonds ontvangt iedere gemeente niet geoormerkte gelden voor onderwijshuisvesting. In relatie tot onderwijshuisvesting is dit bestemd voor: • Nieuwbouw • Uitbreiding • 1e inrichting • Constructiefouten • Herstel in geval van bijzondere omstandigheden Renovatie is hier geen formeel onderdeel van. Dit is momenteel niet geregeld in de wet op het Primair Onderwijs. De bekostiging van het Rijk is bij lange na niet voldoende om alle schoolgebouwen te laten voldoen een het Kwaliteitskader Onderwijsgebouwen zoals dat in 2021 door de PO- en VO-raden en de VNG is vastgesteld. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek onderwijshuisvesting (IBO) dat in 2019 is opgevoerd heeft laten zien dat er een integrale, programmatische versnellingsaanpak nodig om de gebouwen op termijn op orde te krijgen. In het IBO staat dat hiervoor jaarlijks € 730 miljoen (prijspeil 2019) extra noodzakelijk is. In zijn laatste brief aan de Tweede Kamer van november 2022 heeft de minister geen enkele perspectief gegeven dat erop wijst dat binnen afzienbare termijn deze middelen beschikbaar gaan komen. Wel zijn er intussen en zullen er binnenkort nog meer projectgelden beschikbaar komen ten behoeve van verbetering van het binnenklimaat en verduurzaming. Veelal zullen deze gelden aangevraagd moeten worden door de schoolbesturen.
In de scenario’s die zijn opgenomen in dit IHP zijn de benodigde investeringen berekend met de bouwkostenconfigurator van bureau HEVO. In de scenario’s zijn de kosten voor zowel het PO als het VO van vervangende nieuwbouw en die van renovatie berekend. Uitgangspunt zijn de prijzen per 1-12023. De volgende criteria zijn gehanteerd: ✓ Voor vervangende nieuwbouw is uitgegaan van een afschrijftermijn van 40 jaar ✓ Bij renovatie is gerekend met een afschrijftermijn van 25 jaar ✓ De gemeente neemt als basis de wettelijke zorgplicht ten aanzien van de onderwijshuisvesting.
23
✓ ✓ ✓
Investeringen en daaruit voortvloeiende jaarlasten die niet onderwijs-gerelateerd zijn komen voor rekening van de voor- en tussen-, en naschoolse deelnemers aan het IKC; Vanwege de duurzaamheidsambities en kwaliteits-overwegingen wordt bij voorkeur gekozen voor vervangende nieuwbouw. Per project kunnen gemeente en schoolbesturen in overleg besluiten om meer kwaliteit te realiseren dan deze standaard. Hierover moeten per project aanvullende afspraken worden gemaakt alvorens bij aanbesteding tot gunning overgegaan kan worden.
In bijlage 1 zijn de berekende investeringen per m² en de financiële vertaling van de scenario’s opgenomen, zowel voor renovatie, vervangende nieuwbouw en verduurzaming. 4.3. Financiering extra m2s Het aantal locaties waarbij er sprake is van gezamenlijke huisvesting van onderwijs en kinderopvang blijft toenemen. Deze ontwikkeling is al meer dan twintig jaar gaande en blijft zich verder ontwikkelen in allerlei variëteiten. Gezamenlijke huisvesting wordt veelal gestuurd vanuit een samenwerking tussen kinderopvang- en onderwijsorganisaties. De mate van intensiviteit verschilt daarbij, passend bij de lokale wensen en de visies van de kinderopvang- en onderwijsorganisaties. Gezamenlijke huisvesting blijft overigens niet altijd beperkt tot kinderopvang en onderwijs. Maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot huisvesting waar consultatiebureaus, bibliotheken, sportvoorzieningen en zelfs ouderenzorg onderdeel van zijn. Deze ontwikkeling naar een breed dienstenaanbod vanuit gezamenlijke huisvesting past bij de decentralisatie van taken waar de overheid in de afgelopen jaren op gestuurd heeft en maakt onderdeel uit van de participatiesamenleving. In kleinere kernen draagt het bij aan het voorzieningenniveau en daarmee aan de leefbaarheid. De praktijk kent mooie voorbeelden van brede maatschappelijke huisvesting.
Kwalitatief goede en goed georganiseerde huisvesting faciliteert de samenwerking en draagt daarmee bij aan kindontwikkeling. In de praktijk lopen zowel gemeenten, kinderopvangorganisaties en onderwijsorganisaties daarbij tegen praktische vraagstukken aan. Deze vraagstukken ontstaan met name vanwege de verschillende stelsels van onderwijs en kinderopvang. Deels zit het ook in onvoldoende kennis over elkaars positie en expertise. Dit geldt ook voor onze gemeente die naast de uitvoering van de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting, zich ook verantwoordelijk voelen voor het faciliteren van organisaties die als partner nauw betrokken zijn bij de vormgeving van een eenduidige pedagogische omgeving voor kinderen zoals verwoord in de visie “It takes a whole village to raise a child” en onderschreven door de partners tijdens de miniconferentie van 13 oktober 2022. Het College ondersteunt de ontwikkeling van (integrale-) kindcentra maar hecht er ook aan dat binnen de gemeente Aalten een pluriform aanbod blijft aan basisonderwijs en opvang. Er moet wat te kiezen zijn voor ouders, niet alle ouders hebben een voorkeur voor (grote) kindcentra. Daarnaast blijft het college kritisch ten opzichte van kinderopvangorganisaties die zich soms wel heel commercieel opstellen.