CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

C29. Aanbiedingsbrief begrotingswijziging 2026 en begroting 2027 (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Mededelingen van de voorzitter en advies van de agendacommissie over de ingekomen stukken16.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

13

5. Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 2 Toezicht en Handhaving x € 1. 000

Begroting 2027 Baten

Programmaplan Programma 2 Toezicht en Handhaving

5. 964

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien

Saldo

Lasten 5. 883

81 0 0

Saldo van baten en lasten

5. 964

14

45

-45

5. 928

36

V. 1.

Programma 3 – Advies

Wat willen we bereiken?

De ODA vervult een wettelijke en ondersteunende rol bij het verstrekken van onafhankelijk en deskundig (milieu)advies ten behoeve van het ontwikkelen , inrichten en beheren van een veilige , gezonde en duurzame leefomgeving. Deze advisering maakt integraal onderdeel uit van vergunningverlening , toezicht en handhaving en wordt daarnaast ingezet binnen ruimtelijke processen en planvorming. De vraag naar advisering vanuit de deelnemende gemeenten is de afgelopen jaren structureel toegenomen , onder meer door de Omgevingswet , complexe gebiedsontwikkelingen en specialistische milieuvraagstukken. Deze ontwikkeling is in de begroting 2027 financieel verwerkt en vormt een structureel onderdeel van de dienstverlening van de ODA. De adviezen zijn gericht op het tijdig en samenhangend beoordelen van de

(on)mogelijkheden van (ruimtelijke) ontwikkelingen en het ondersteunen van een zorgvuldige belangenafweging door bevoegde gezagen. Hierbij worden de relevante milieu- en leefomgevingsaspecten in onderlinge samenhang beschouwd , waaronder archeologie , constructieve veiligheid , geluid , bodem , luchtkwaliteit , geur , licht , externe veiligheid , milieueffectrapportage , milieuzonering , ecologie en natuurbescherming , water , juridische ondersteuning en gevaarlijke stoffen waaronder ZZS zoals PFAS. De ontwikkeling van de problematiek rond ZZS , indirecte lozingen en circulaire economie (zie hoofdstuk I Ontwikkelingen) vraagt structureel om specialistische ondersteuning ,

onder ander op het gebied van: Stofidentificatie en ZZS-duiding ; Afval- en grondstoffenexpertise (circulaire ketens) ; Beoordeling van BBT en alternatieven voor lucht- en wateremissies ; Interpretatie van emissiemetingen (lucht , water en slib) ; Inzicht in verspreiding , depositie en cumulatieve effecten ; Ondersteuning van vergunningverleners , toezichthouders en handhavers bij complexe casuïstiek. In het kader van de Omgevingswet , waarin bij het toekennen van functies aan het omgevingsplan sprake dient te zijn van een integrale afweging van belangen , ontwikkelt de ODA haar integrale advisering verder. Doel hiervan is om milieuaspecten structureel , vroegtijdig en consistent te betrekken bij ruimtelijke besluitvorming en omgevingsplanvorming (zie ook hoofdstuk I Ontwikkelingen). Voor zover mogelijk kunnen gemeenten de kosten van deze advisering (deels) verhalen via leges of door het sluiten van anterieure overeenkomsten. Hiermee wordt bijgedragen aan een doelmatige inzet van publieke middelen , waarbij de kwaliteit , onafhankelijkheid en tijdigheid van de advisering zijn geborgd. 2. -

-

-

-

-

Wat gaan we daarvoor doen? Het binnen afgesproken termijnen leveren van specialistische en juridische adviezen met een zorgvuldige afweging van belangen van de aanvrager , omgeving en

gemeenten/provincie ; Het proactief signaleren van risico’s , randvoorwaarden en afwegingsruimte ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen. Het planmatig inzetten en ontwikkelen van deskundigheid , gericht op integrale en kwalitatief hoogwaardige advisering. Het borgen van klantgerichtheid , betrouwbaarheid en voorspelbaarheid in de dienstverlening ; Het meedenken in mogelijkheden en oplossingen ; Het actueel houden en doorontwikkelen van kennis en expertise van medewerkers , passend bij wet- en regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen. 15

3.

Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 3 Advies Begroting 2027 x € 1. 000 Baten

Programmaplan Programma 3 Advies Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien

2. 026

Lasten

Saldo

1. 873

153

0

Saldo van baten en lasten

2. 026

16

19

-19

1. 892

135

VI.

Programma 4 – Stelseltaken

Inleiding De individuele Gelderse omgevingsdiensten zijn niet voor alle opgedragen taken voldoende “robuust”. Om die robuustheid wel te garanderen , is een Gelders stelsel ontwikkeld. Omgevingsdiensten waar bovenregionale taken zijn belegd , zorgen voor de uitvoering daarvan ten behoeve van alle Gelderse omgevingsdiensten. Op dit moment wordt er onderzocht of het Gelders stelsel nog voldoende functioneert. Mogelijk volgt er in de nabije een toekomst een herziening. Een uitkomst zou kunnen zijn dat het landsdeel Oost , en niet meer alle diensten in Gelderland , taken onderling blijft verdelen. De volgende bovenregionale taken zijn als volgt belegd: Bovenregionale taak

Belegd bij

Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Ketentoezicht Portaal en kenniscentrum Complexe vergunningverlening (provinciale bedrijven)

Omgevingsdienst Omgevingsdienst Omgevingsdienst Omgevingsdienst (ODGM) Omgevingsdienst (ODGM) Omgevingsdienst Omgevingsdienst

Complexe toezicht en handhaving (provinciale bedrijven) , meetdienst en bezwaar en beroep Personeel en Organisatie BSBm (Bestuurlijke Straf Beschikking milieu)

De Vallei (ODDV) Rivierenland ODR) Veluwe (ODV) Groene Metropoolregio Groene Metropoolregio Achterhoek (ODA) Veluwe (ODV)

1. Wat willen we bereiken? In Gelderland hebben gemeenten en provincie gekozen voor een samenhangend stelsel van uitvoeringsdiensten waarin nabijheid , samenhang , kwaliteit en efficiency belangrijke uitgangspunten zijn. De keus om zo veel mogelijk in de regio en daarmee in de eigen organisatie te blijven werken , maakt samenwerking tussen de uitvoeringsdiensten nodig en gewenst. Nodig omdat niet in alle regio’s de uitvoering van alle taken robuust en volgens de landelijk opgestelde en vereiste kwaliteitscriteria 3. 0 mogelijk is. Samenwerking is gewenst omdat het een goede manier is om kwalitatief goede producten tegen een redelijke prijs te leveren. 2.

Wat gaan we daarvoor doen? Kwaliteit en coördinatie Gelders stelsel Om het Gelders stelsel van zes uitvoeringsdiensten blijvend , op een kwalitatief goed niveau te laten functioneren , is het van groot belang duurzaam met elkaar in gesprek te zijn. De ODDV voert daarover de regie.

Ketentoezicht De ODR is verantwoordelijk voor de analyses , de keuze van de ketens en de uitvoeringsplanning. De ketenprogramma’s worden uitgevoerd in samenwerking met de medewerkers van de verschillende omgevingsdiensten. In overleg met de ODR worden projecten bepaald voor de inzet op ketentoezicht. Hiervoor is vanuit de ODA capaciteit beschikbaar gesteld. Portaal en kenniscentrum De ODV fungeert als portaal en kenniscentrum. De ODV verzorgt de gemeenschappelijke contacten vanuit het stelsel met andere organisaties zoals het OM. Daarmee hebben deze organisaties in Gelderland één aanspreekpunt. Complexe vergunningverlening en toezicht en handhaving Vanuit de Omgevingswet geldt dat het bevoegd gezag voor complexe bedrijven ligt bij de provincie. De provincie heeft deze taken belegd bij de ODRN voor vergunningverlening en de ODRA voor toezicht en handhaving. Dit geldt ook voor toezicht en handhaving van vuurwerk en bodemsaneringen waarbij de provincie bevoegd gezag is.

17

Personeel en Organisatie De ODA vervult de rol van trekker van de stelseltaak HRM. Vanuit deze rol coördineren wij het Centraal Lokaal Overleg (CLO) en verzorgen wij de ondersteuning daarvan. Omdat toekomst van het Gelders Stelsel momenteel wordt herzien , kan dit gevolgen hebben voor de inrichting en het voortbestaan van het CLO. Naast het CLO coördineren wij ook de werkzaamheden van de Expertgroep HRM. De Expertgroep HRM fungeert primair als overleg- en afstemmingsplatform voor de gezamenlijke arbeidsvoorwaarden die binnen het Gelders Stelsel zijn afgesproken. Binnen deze expertgroep vindt afstemming plaats over alle HR-regelingen , met als doel om gezamenlijk op te trekken , te voorkomen dat elke omgevingsdienst afzonderlijk beleid moet ontwikkelen en om onderlinge concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. De expertgroep is gezamenlijk verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering van de P&O-taken en wordt hierbij ondersteund door een arbeidsjurist. Het voordeel van deze gezamenlijke aanpak is dat kennis en ervaringen worden gedeeld en regelingen zoveel mogelijk uniform worden toegepast. Dit betreft onder andere de

evaluatie en doorontwikkeling van bestaande regelingen , zoals de reiskostenregeling , het Individueel Keuzebudget (IKB) en de gesprekkencyclus. De gemeenschappelijke arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd in de Lokale Arbeidsvoorwaardenregeling Gelderse Omgevingsdiensten (LAGO) en het Arbeidsvoorwaardenreglement Gelderse Omgevingsdiensten (AvR). De kosten die de ODA in dit kader maakt , zoals personele inzet , het HR21-functiewaarderingssysteem en het HRM-kennisplatform RAP , worden verdeeld over de zes omgevingsdiensten. Bestuurlijke Straf Beschikking milieu (BSBm) De stelseltaak coördinatie BSBm is belegd bij de ODV. Dit gaat om de ‘grijze’ BSBm. Voor deze taak wordt gebruik gemaakt van een centrale registratie. Ook de afstemming met het Openbaar Ministerie wordt door de ODV gedaan. 3.

Wat mag het kosten?

Overzicht baten en lasten Programma 4 Stelseltaken Begroting 2027 x € 1. 000 Baten

Programmaplan Programma 4 Stelseltaken Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien

Lasten

0

532

Saldo -532

0 0

Saldo van baten en lasten

0

18

532

-532

VII.

Programma 5 – Projecten

Inleiding Voorheen stonden in dit hoofdstuk specifieke projecten die een incidenteel karakter hebben , denk daarbij aan de invoering van de Omgevingswet. Voor de aankomende jaren zal dit hoofdstuk zich richten op enerzijds het Interbestuurlijk programma versterking VTH met de daaraan verbonden robuustheidscriteria. Anderzijds zal hierin de voorgenomen fusie tussen ODA en OD Veluwe worden opgenomen , zoals is bekrachtigd met de intentieverklaring op 18 december 2025. 1.

Wat willen we bereiken?

De maatschappelijke opgaven op het gebied van milieu , vergunningverlening , toezicht en handhaving nemen toe in omvang en complexiteit. Door samen te werken en mogelijk te fuseren , kunnen ODA en ODVeluwe hun kennis , capaciteit en expertise bundelen. Schaalvergroting draagt bij aan een sterkere organisatie , beter toegerust om ook op de lange termijn kwalitatief goede dienstverlening te bieden. 2.

Wat gaan we daarvoor doen?

Interbestuurlijk programma versterking VTH Vanaf 2023 werkt ODA aan het Interbestuurlijk programma versterking VTH. Dit programma is gestart vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met als doel om voor 1 april 2026 de omgevingsdiensten te laten voldoen aan de robuustheidscriteria. Dit is de aanleiding om te fuseren met Omgevingsdienst Veluwe. ODA basis op orde Om de daadwerkelijk stap tot een fusie te kunnen maken moeten de te fuseren diensten gelijkwaardige aan elkaar zijn en daarvoor de benodigde stappen zetten in het op orde brengen van de eigen organisatie.

Voorbereidingen op de fusie met Omgevingsdienst Veluwe Dit proces start in 2026 met een nulmeting , waarna vervolgens een meerjarenplan wordt uitgewerkt. Beide diensten zullen worden bijgestaan door deskundigen gespecialiseerd bij fusietrajecten. Integratie van de bedrijfsvoering

Voorafgaand aan de feitelijk fusie zullen de diensten haar bedrijfsvoering integreren. Een belangrijke eerste stap is het harmoniseren van ICT. Er zal op eenzelfde manier gewerkt moeten gaan worden. Dit zorgt voor een integratie van de hard- en software en een eenduidige werkwijze. Daarna zal de financieringssystematiek , sturing op data , HR , wijze van administreren en archiveren volgen. 3.

Wat mag het kosten?

Toelichting op de verwachte fusiekosten zijn hieronder terug te vinden in de paragraaf bedrijfsvoering.

19

Overzicht baten en lasten Programma 5 Projecten Begroting 2027 x € 1. 000 Baten

Lasten

Saldo

Programmaplan Programma 5 Projecten

270

248

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien

22

0 0

Saldo van baten en lasten

270

20

248

22

VIII. De paragrafen Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies , gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de omgevingsdienst Achterhoek. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen , grondbeleid en verbonden partijen achterwege gelaten. De 1. 2. 3. 4.

volgende paragrafen worden achtereenvolgens behandeld: Bedrijfsvoering Risicobeheer en weerstandsvermogen Financiering

Onderhoud kapitaalgoederen

PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Overzicht baten en lasten Overhead x € 1. 000

en

Fusie Begroting 2027 Baten

Programmaplan Fusie Kosten partners Fusie kosten rijksbijdrage Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien Saldo

van

Lasten

Saldo

600 200

600 200

0 0

5. 872

5. 876

-4

0

baten en lasten

6. 672

6. 676

-4

Kwaliteit Voor de beoordeling van kwaliteit zijn de kwaliteitscriteria 3. 0 de uitgangspunten. Periodiek worden zowel de procescriteria als de criteria voor de kritieke massa (op basis van capaciteit , kennis en ervaring van de medewerkers) gemonitord. Daaruit blijkt dat we over het algemeen aan alle kwaliteitscriteria volledig voldoen. We hebben ons als doel gesteld om robuust te zijn op alle deskundigheidsgebieden waarvoor de ODA aan de lat staat. Daarnaast streven we ernaar dat onze medewerkers zoveel mogelijk individueel voldoen. Ons opleidingsplan en andere acties zijn daarop gericht. Om blijvend te voldoen aan de kwaliteitscriteria 3. 0 en aan de eisen vanuit het Interbestuurlijk Programma versterking VTH , wordt vanaf 2027 structureel ingezet op innovatie en deskundigheidsbevordering. Hiervoor zijn in de organisatiekosten twee afzonderlijke budgetten opgenomen: • een innovatiebudget ter grootte van 1% van de loonsom (circa € 140.000) , gericht op procesverbetering , datagedreven werken en kwaliteitsontwikkeling. Onlangs is er een innovatiekalender opgesteld. Hierin staat beschreven wat wij met dit budget willen bereiken.

Daarnaast hebben we een BI-strategie vastgesteld , waarin beschreven staat hoe wij omgaan met datagedreven werken ; • een opleidingsbudget van 3% van de loonsom (voorheen 2%) , waarmee gericht wordt geïnvesteerd in vakinhoudelijke scholing , juridische actualiteit en het voldoen aan individuele kwaliteitscriteria. Deze middelen dragen bij aan een toekomstbestendige organisatie en aan het verminderen van risico’s op kwaliteits- en capaciteitsknelpunten. Informatiebeleid en ICT De ODA heeft een aantal systemen in gebruik. Voorbeelden van deze systemen zijn een vergunningen , toezicht- en handhavingssysteem) , een systeem waar documenten worden opgeslagen en een systeem die de informatie van de ODA op de kaart toont. Al deze systemen staan in verbinding met elkaar. De komst van de Omgevingswet en de huidige AVG-wetgeving stellen specifieke eisen aan enerzijds gegevensuitwisseling en anderzijds 21

het beheer van gegevens. Om aan de regelgeving te kunnen voldoen zijn er regelmatig aanpassingen aan de systemen nodig. Naar aanleiding van de visitatie en de aanbevelingen van Omgevingsdienst NL wordt in 2027 ingezet op verdere professionalisering van de bedrijfsvoering. Dit betreft onder meer: • het verbeteren en uniformeren van de tijdschrijfregistratie , zodat beter inzicht ontstaat in de inzet per taak en per deelnemer ; • het versterken van procesmatig en projectmatig werken , inclusief bijbehorende ondersteuning en opleiding. Deze verbeteringen dragen bij aan transparantie richting opdrachtgevers , voorspelbaarheid van de uitvoering en betere sturing op capaciteit en kosten. aan

Binnen het Gelders Stelsel is er een kernregistratie waarmee we binnen Gelderland informatie over bedrijven uitwisselen. Dit centrale systeem kan ook gebruikt worden voor koppelingen met bijvoorbeeld landelijke gegevensbanken , zoals Inspectieview Milieu (IVM). Bij de aanschaf van een nieuw systeem wordt ook steeds gekeken naar wat er

gezamenlijk binnen het stelsel kan worden opgepakt. Organisatieondersteuning De ondersteuning is nu deels belegd bij 3 en in 2026 2 partners. Dit is vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten met een relatief korte looptijd. Dit om telkens te beoordelen of de samenwerking met de huidige partners nog wel de beste keuze is. Een korte looptijd houdt andere opties voor de toekomst open. Deze overeenkomsten zullen in de zeer nabije toekomst mogelijk herzien worden met het oog op de fusie. Fusiekosten De initiële fusiekosten zijn onvermijdelijk. Denk hierbij aan de harmonisatie van systemen , personeelsregelingen , juridische ondersteuning en communicatie vergen , naar eerste schatting , een investering van circa 2 miljoen. Daartegenover staan structurele schaalvoordelen , zoals gezamenlijke inkoop , efficiëntere bedrijfsvoering en gedeelde overhead. Die schaalvoordelen worden nu geschat op een paar ton. De fusie komt in aanmerking voor een rijksbijdrage van €05, miljoen en bijdrage van de provincie Gelderland. De verwachting is dat een groot deel van de kosten gedekt kunnen worden door de subsidies vanuit het rijk en de provincie. De provinciale subsidie kan door één van de diensten aangevraagd worden. Op het moment van schrijven is het nog onduidelijk of de Achterhoek of de Veluwe de beheerder van deze subsidie zal zijn.

Het restant van de verwachte fusiekosten zullen ten laste komen van de partnergemeenten. PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING De wereld om ons heen verandert snel. Dat betekent dat er altijd ontwikkelingen zijn waar geen rekening mee is gehouden. Neem als voorbeeld de corona. Deze ontwikkelingen kunnen geld kosten. Het is daarom verstandig financiële middelen te reserveren voor eventuele tegenvallers. Hoeveel we moeten reserveren hangt af van de risico’s die we lopen. Het algemeen Bestuur van de ODA heeft daartoe in november 2015 een notitie vastgesteld waarin de risico’s en de benodigde weerstandscapaciteit zijn bepaald. Overigens merken we dat het benoemen van de risico’s al helpt bij het beperken van gevolgen. We letten meer op de mogelijke risico’s en proberen eerder in te grijpen.

de

Definities Hieronder worden de begrippen weerstandscapaciteit , risico en weerstandsvermogen gedefinieerd. Voor de begrippen bestaan soms meerdere definities. Er is steeds gekozen voor de definitie die het meest algemeen in gebruik is of die het beste bij de ODA past. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de ODA beschikt om niet begrote kosten , die onverwachts en substantieel zijn , te dekken , zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Het gaat om die posten waaruit tegenvallers eventueel bekostigd kunnen worden , zoals de algemene reserve. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de organisatie heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit 22

verstaan we middelen die permanent inzetbaar zijn om structurele tegenvallers op te vangen.

Risico Een risico is een onzekere en ongewenste gebeurtenis die een nadelig effect kan hebben op de ODA , de doelen die zijn gesteld of de financiële positie van de ODA.

Weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit noemen we ‘weerstandsvermogen’. Het weerstandsvermogen is toereikend wanneer financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden. Anders gezegd: Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van een organisatie is. Door voldoende aandacht aan het weerstandsvermogen te besteden , kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigingen of een hogere bijdrage van de deelnemers.

23

Om het weerstandsvermogen objectiever te kunnen beoordelen is door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) een waarderingstabel ontwikkeld: Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen Groter dan 20, Groter dan 14, maar kleiner dan 20, Groter dan 10, maar kleiner dan 14, Groter dan 08, maar kleiner dan 10, Groter dan 06, maar kleiner dan 08, Kleiner dan 06,

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Bepaling weerstandscapaciteit ODA De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten , die onverwacht en substantieel zijn , op te vangen. Binnen de ODA kan de beschikbare weerstandscapaciteit uit twee posten worden berekend: • •

Post onvoorzien (structurele weerstandscapaciteit) begroting 2027: € 83.000 ; Algemene reserve (incidentele weerstandscapaciteit) stand 31-12-2025: € 117.000 ;

Welk bedrag is er met de risico’s gemoeid? Om tot een waardering van een risico te komen moeten de (financiële) gevolgen/impact van een risico worden geschat. Vaak is niet exact aan te geven wat de omvang van een risico in financiële zin zal zijn. Daarom maken we gebruik van onderstaande tabel: Klasse

Omvang

1

€0-€25. 000

2 3

€25. 000-€75. 000 €75. 000-€200. 000

4 5

€200. 000-€500. 000 > €500. 000

Hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet? Voor elk risico is een inschatting gemaakt van de kans dat zich een risico voordoet. Daarbij is gebruik gemaakt van de volgende kans-klasse indeling: Klasse 1 2 3 4 5

Waarschijnlijkheid Zeer klein Klein Gemiddeld Groot Zeer groot

Referentiebeeld 1 keer per 10 jaar of > 1 keer per 5-10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar 1 keer per jaar of <

Kans 10% 30% 50% 70% 90%

Gekozen uitgangspunten voor inventarisatie van de risico’s Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Met de deelnemers worden afspraken gemaakt over de dienstverlening en de informatievoorziening over en weer voor de taakuitoefening. Afwijkende situaties per deelnemer kunnen de efficiency-doelstellingen onder druk zetten of kunnen leiden tot te weinig werk per medewerker. Het is ook van belang de afspraken met de andere ’OD’s juridisch goed te verankeren. Het risico bestaat uit dat er meer uren noodzakelijk zijn om de taken uit te voeren waardoor minder vraag naar producten ontstaat dan verwacht. Door regelmatig overleg met de partners wordt de kans hierop risico verkleind. Het risico schatten we op € 50. 000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein).

24

Taakuitvoering Hieronder verstaan we het risico van aansprakelijkheidsstelling bij de reguliere taakuitoefening. Hiervoor zijn de gebruikelijke aansprakelijkheidsverzekeringen gesloten. Het restrisico bestaat uit het betalen van schadevergoedingen waarbij het eigen risico voor de ODA blijft. We schatten de omvang op € 12. 500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (zeer klein). Deelnemers treden uit de gemeenschappelijke regeling Mocht een van de deelnemers de keuze maken om uit de gemeenschappelijke regeling te treden , dan zal dit een groot (financieel) effect kunnen hebben op de ODA. We schatten de omvang op €1. 000. 000 en de kans dat zicht dit voordoet op 10% (zeer klein). Calamiteit bij bedrijf De ODA kan het verwijt krijgen niet goed te hebben gehandeld , nalatig te zijn geweest of onvoldoende te hebben gecommuniceerd tijdens of na een calamiteit. Ook is het mogelijk dat de ODA het verwijt krijgt dat ze vooraf (dus voordat de calamiteit plaats vond) niet goed heeft gehandeld. Het vertrouwen in de ODA bij opdrachtgevers en burgers neemt af ; schadeclaims en negatieve pers. Voor financiële consequenties zie taakuitvoering.

Als beheersingsmaatregel stellen we hier tegenover het opstellen van een communicatieplan/protocol hoe te handelen bij calamiteiten , praktijksituaties simuleren , kwaliteitsborging producten en kennis blijven delen binnen omgevingsdiensten en met de partners. Het (rest)risico schatten we daarmee op nihil. Rechtmatigheid Het niet voldoen aan de rechtmatigheidseisen kan leiden tot juridische procedures en claims. De ODA wordt geacht rechtmatig , d. w. z. overeenkomstig wet- en regelgeving te handelen en moet daarin de opdrachtgevers adviseren. Het onvoldoende rechtmatig functioneren doet afbreuk aan het imago en het vertrouwen in de ODA. Bovendien vormt het rechtmatigheidsaspect onderdeel van de interne controle. We schatten het (rest)risico op nihil. Bezuinigingen bij de deelnemers Het risico is dat het rijk bezuinigt op provinciale- en gemeentelijke uitkeringen (Provinciefonds /Gemeentefonds) en/of dat de partner zelf bezuinigingsmaatregelen doorvoert. Voor de ODA bestaat het risico dat provincie en gemeenten een deel van de rijks- of eigen bezuinigingen afwentelen op de ODA. In de eind 2016 vastgestelde verrekensystematiek zijn onder meer afspraken gemaakt , hoe we met tekorten omgaan wanneer deze worden veroorzaakt door bezuinigingen bij de partner. Ondanks deze afspraken schatten we het risico op €250. 000 (klasse 4) en de kans dat het zich voordoet op 10% (klein).

Loon- en prijsontwikkelingen Aan het begin van 2025 is een nieuwe cao vastgesteld wat zal resulteren in loonstijgingen De daadwerkelijke verhoging bleef hiermee voor 2025 tot medio 2027: in totaal 764%. , risico. Het risico binnen het gestelde hebben we ingeschat op € 150. 000 (klasse 3) en de 50% kans dat het zich voordoet op (gemiddeld). Eigen risico voor werknemersverzekeringen De ODA is eigen risicodrager voor de ziektewet , WW en premiedifferentiatie voor WGA

(Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgehandicapten). De ODA betaalt het eigen risico en de premiedifferentiatie indien een medewerker ziek , verplicht uit dienst gaat of in de WGA komt. We schatten het risico op € 50. 000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).

25

Ziekteverzuim De ODA werkt met een norm aan productieuren van 1. 350. Omgerekend is dit 72% naar beschikbare uren. Indien het ziekteverzuim te hoog is , denk bijvoorbeeld aan de medewerkers die werkzaam zijn binnen het primair proces , zet dat de productieve norm onder druk en daardoor de opbrengsten. We schatten het risico op € 70. 000 (klasse 2) en de kans dat dit zich voordoet op 50% (gemiddeld). Het ziekteverzuim van de ODA was medio 2025 bedraagt 78%. Dit ligt boven het , landelijk gemiddelde voor openbaar bestuur en overheidsdiensten (circa 50% , ; bron CBS). Wel stellen we vast dat het ziektepercentage vooral zichtbaar is in het primair proces. Dit betekent dat de productiviteit achterblijft met de verwachting , en daarmee ook met de begroting. Een deel van het ziekteverzuim heeft te maken met de werkdruk. Ook in 2027 nemen we zoveel als mogelijk maatregelen om werkdruk beheersbaar te houden en te zorgen dat mensen niet ziek worden. Werkkostenregeling Op 1 januari 2015 is de werkkostenregeling in werking getreden. Deze regeling begrenst het maximaal te besteden bedrag aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Boven de vrije ruimte is loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80% verschuldigd. Deze regeling kan financiële gevolgen hebben voor de loonkosten. We gaan daar vooralsnog niet van uit. We schatten het risico in op € 12.

500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 30%

(gemiddeld). BTW Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond wordt overschreden , komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Het risico is dat de gemeenten deze overschrijding (deels) gaan afwentelen op de ODA en daardoor minder

producten gaan afnemen. Vooralsnog schatten we dit risico op nihil. Vennootschapsbelastingplicht Met ingang van 1 januari 2016 worden ook de lokale overheden belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Dit geldt in beginsel ook voor de gemeenschappelijke regelingen zoals de ODA. In 2016 zijn door de Omgevingsdiensten afspraken gemaakt met de Belastingdienst. De inschatting is dat de kans dat ODA vennootschapsbelasting moet betalen zeer klein is.

Productenboek Het risico is dat de gehanteerde normen in het productenboek afwijken af van de werkelijkheid waardoor de kosten per product hoger of lager zijn dan vooraf verwacht. Het is zaak de normen regelmatig te toetsen en bij te stellen waar nodig. In 2019 had de ODA een behoorlijk tekort. In 2020 hebben we een tijdschrijfanalyse uitgevoerd. Aan de hand hiervan bleek dat de productvergoeding voor specialistische ondersteuning onvoldoende kostendekkend was en zijn daarop de normen aangepast. We schatten het risico van onvoldoende dekking op € 50. 000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Automatisering Het risico is productieverlies door uitval en reparatie van de verschillende systemen waardoor meer uren noodzakelijk zijn om de taken te verrichten dan waarmee rekening is gehouden. We schatten het risico op € 12. 500 (klasse 1) en de kans dat zich dit voordoet op 50% (gemiddeld).

26

Aanbestedingen Het risico is dat aanbestedingen niet worden uitgevoerd volgens vastgesteld (Europese en ODA) inkoop- en aanbestedingsbeleid waardoor financiële middelen zijn benodigd voor rechtszaken en de consequenties van deze rechtszaken. We schatten het risico op € 137. 500 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 10% (klein). Outputmodel (medewerkers) Ons outputmodel kan leiden tot meer of minder vraag naar producten , incidenteel maar wellicht ook structureel. Het zal niet altijd vanzelfsprekend zijn dat de vraag naar de (soort) producten overeenkomt met de beschikbare capaciteit. We zullen daarop tijdig moeten inspelen. De strategische personeelsplanning die regelmatig bijgesteld wordt , kan ons daarbij uitstekend van dienst zijn. We schatten het risico op € 50. 000 (klasse 2) en de kans dat zich dit voordoet op 30% (klein). Gelders Stelsel Er is een verbeterplan opgesteld op basis van de uitgevoerde evaluatie van het Gelders Stelsel. De mogelijke maatregelen zijn niet op geld doorgerekend. Mogelijk kunnen een aantal maatregelen leiden tot extra kosten voor de ODA. We schatten het risico op € 12. 500 en de kans dat zich dit voordoet op 70% (groot). Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet kan tot een andere taakverdeling tussen gemeenten , provincie en de ODA leiden.

Het is zowel mogelijk dat dit tot meer als tot minder taken voor de ODA leidt die in de begroting zo mogelijk worden meegeraamd. Het risico schatten we daarom op nihil.

Datalekken Iedereen heeft recht op eerbiediging en bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en een zorgvuldige omgang met zijn persoonsgegevens. De regels hiervoor zijn vastgelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Hierin staat dat persoonsgegevens moeten worden beveiligd tegen verlies en tegen onrechtmatige verwerking. Een datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens als het leidt tot een aanzienlijke kans op ernstige nadelige gevolgen voor de bescherming van persoonsgegevens , of als het ernstige nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van persoonsgegevens. Het datalek moet daarnaast ook worden gemeld aan de betrokkene indien het waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor diens persoonlijke levenssfeer. Bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wbp kan de Autoriteit Persoonsgegevens een bestuurlijke boete opleggen. We schatten het risico op € 150. 000 (klasse 3) en de kans dat zich dit voordoet op 20% (klein). Financieel effect van deze risico’s We willen het totale financiële effect van deze risico’s weten. Dit hebben we nodig om vast te stellen of onze financiële buffer voldoende is. In de volgende tabel wordt het financieel effect berekend. Niet alle risico’s komen tegelijk voor. Ook zijn de gevolgen van de risico’s niet altijd maximaal.

Het geld dat nodig is om de risico’s op te kunnen vangen is daarom minder dan alle risico’s bij elkaar opgeteld. Een praktische methode om het effect te berekenen is het maximale risico te vermenigvuldigen met de kans dat het risico zich voordoet. We noemen dit het kwantificeren van de risico’s. In de tabel kwantificering risico’s zijn de eerdergenoemde risico’s gekwantificeerd.

27

Geschatte

Risico

omvang

Afspraken dienstverleningsovereenkomsten Taakuitvoering Uitreden deelnemer GR Calamiteit bij bedrijf Rechtmatigheid Bezuinigingen bij de deelnemers Loon- en prijsontwikkelingen Eigen risico voor werknemersverzekeringen Ziekteverzuim Werkkostenregeling BTW Vennootschapsbelastingplicht Productenboek Automatisering Aanbestedingen Outputmodel Gelders Stelsel Omgevingswet Datalekken Totaal

€ 50. 000 € 12. 500 € 1. 000. 000 nihil nihil € 250. 000 € 150. 000 € 50. 000 € 70. 000 € 12. 500 nihil nihil € 50. 000 € 12. 500 € 137. 500 € 50. 000 € 12. 500 € 0 € 150. 000

Geschatte kans (in %) 30% 10% 10% 0 0 20% 50% 50% 50% 30%

30% 50% 10% 30% 70% 0% 20%

Financieel effect van de risico's € 1 5.00000 € 1 .25000 € 1 00.00000 € € € 5 0.00000 € 7 5.00000 € 2 5.00000 € 3 5.00000 € 3 .75000 € € € 1 5.00000 € 6 .25000 € 1 3.75000 € 1 5.00000 € 8 .75000 € € 3 0.00000 € 393.75000 , , ,

,

, ,

, , ,

,

, , , ,

,

In de becijfering is rekening gehouden met de kans dat een risico zich voordoet. Het gaat dan om de individuele risico’s en de kans dat dit (individuele) risico zich periodiek voordoet. De kans dat alle risico’s zich op enig moment tegelijkertijd voordoen is o. i. aanzienlijk lager. Daartoe hanteren we een dempingfactor van 05. Het totaal van de financiële risico’s , komt daardoor op € 196. 875.

Weerstandsvermogen Zoals hierboven becijferd , hebben we de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 196. 875. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 200. 000. (Per 31-12-2025 is € 117. 000 van de Algemene Reserve vrij besteedbaar + het beschikbare bedrag voor onvoorzien van € 83. 000).

Gebruiken we de formule en waarderingstabel (zie hiervoor) dan ziet dit er als volgt uit: Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen

=

-------------------------------------

Benodigde weerstandscapaciteit In bedragen: € 200. 000 / € 196. 875 Waarderingscijfer: C

=

10,

Betekenis: Voldoende Uit de analyse blijkt dat het weerstandsvermogen op basis van de berekening die voor ligt voldoende is.

Kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. Doel van deze kengetallen is inzicht te verschaffen of de begroting structureel en duurzaam in evenwicht is. 28

Kengetallen (in procenten)

2024 Jaarrek

1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. Solvabiliteitsrisico 3. Structurele exploitatieruimte 4. Grondexploitatie 5. Belastingcapaciteit

2025 Begroting

2026 Begroting

2027 Begroting

-3 -3 21 0

-3 -3 21 0

-4 -4 7

-3 -3

0

0

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

n. v. t.

5

De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geven inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de ODA in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het percentage is relatief laag. Dit komt met name door een hoog bedrag aan kortlopende passiva en een laag eigen vermogen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Aangezien de geraamde structurele lasten in evenwicht zijn met de geraamde structurele baten is er geen structurele exploitatieruimte.

29

Paragraaf financiering Treasuryfunctie

De wet Financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht de gemeenschappelijke regeling richtlijnen vast te stellen voor het beheer van de geldstromen en de risico’s die daaraan zijn verbonden. De treasuryfunctie maakt onderdeel uit van de ondersteunende financiële diensten die de gemeente Berkelland voor de Omgevingsdienst Achterhoek

verricht.

Risicobeheer De ODA heeft een eenvoudige rol op treasurygebied. De behoefte is: ➢ het aantrekken van langlopende geldleningen voor investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering ; ➢ het overbruggen van de mate van bevoorschotting door de deelnemers. Zodra grotere investeringen in de bedrijfsvoering worden gedaan ontstaat behoefte aan een langlopende financiering. Ook de ODA heeft te maken met het zogenaamde “schatkistbankieren”. De rekeningcourant tegoeden van de ODA bij de Bank Nederlandse Gemeenten worden dagelijks afgeroomd ten gunste van ’s-Rijks kas. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) bedraagt de kasgeldlimiet 85% , van het totaal van de lasten van de primitieve begroting. De totale lasten belopen € 17. 278. 000. De kasgeldlimiet bedraagt voor 2026: € 1. 468. 630. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” heeft tot doel aan te tonen hoe de ODA de

instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Kapitaalgoederen zijn aankopen die een meerjarig gebruik dienen en die we meestal aanduiden als investeringen. Artikel 3 van de financiële verordening bepaalt dat nieuwe investeringen in de begroting moeten worden vermeld. Voor het up-to-date houden van software zijn zoveel mogelijk onderhoudscontracten afgesloten met de leveranciers. De hieraan verbonden kosten worden geacht te zijn begrepen in de vergoeding welke de ondersteunende partner ontvangt van de ODA. Voor investeringen hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen. 4. hardware: 3 jaar 5. software: 5 jaar 6. dienstvervoersmiddelen: 7 jaar Overigens bepaalt de financiële verordening (artikel 7) dat materiële vaste activa met economische waarde lineair worden afgeschreven.

30

De financiële begroting

IX.

Overzicht van lasten en baten Onderstaand de financiële begroting 2027 van de ODA met toelichting. Omschrijving

1

2 3 4 5 6

21 25

26 27

LASTEN Personele kosten/Inhuur en diensten derden

2024 Jaarrekening

2026 Begroting

2026 Begrotingswijziging

2027 Begroting

10. 071

9. 090

11. 601

13. 110

1. 357 0 432 706 0 12. 566

1. 450 66 782 570 81 12. 039

12. 566

12. 039

1. 941 0 520 651 81 14. 795 400 15. 195

2. 087 0 532 666 83 16. 478 800 17. 278

1. 069 11. 400 12. 469

85 11. 954 12. 039

291 14. 505 14. 796 300 100

270 16. 208 16. 478 600 200

Resultaat reguliere bedrijfsvoering

-97

0

0

0

Verrekening resultaat Verrekening met deelnemers rekeningsaldo Bijdrage/Onttrekking algemene reserve Gerealiseerde resultaat

-97

0

0

0

Organisatiekosten Organisatieontwikkeling en SPP Bovenregionale taken Organisatie ondersteuning Algemene lasten Totaal Lasten Fusie kosten Totaal Lasten incl Fusiekosten BATEN Bijdragen van derden Bijdragen deelnemers Totaal Baten Fusie bijdrage deelnemers Tegenmoetkoming Rijksbijdrage Fusie

(bedragen in 1. 000 euro’s)

Toelichting financiële begroting LASTEN

Conform de vastgestelde begrotingsuitgangspunten zijn de salarislasten verhoogd met 51% , (€ 518. 000). De overige kosten zijn geïndexeerd met 23% , (€ 126. 000). Mutaties ontstaan vanuit ontwikkelingen die hieronder verder toegelicht worden. 1. Personeelskosten/Inhuur derden (€ 13. 110. 000) De loonsom bestaat uit de loonsommen van het management , de managementondersteuning en van de primaire processen vergunningverlening , advies en toezicht en handhaving. Daarnaast bestaan de kosten uit de externe inhuur en diensten derden , de zgn. flexibele schil. Deze flexibele schil hebben we nodig om verschillen in de vraag te kunnen opvangen voldoen en daarin flexibel mee te bewegen. De personeelskosten betreft een indexatie op basis van de septembercirculaire. Daarnaast zijn er een aantal ontwikkelingen die zorgen voor een stijging in het personeelsbestand. Er zal 1 fte kennismakelaar naar verwachting worden toegevoegd om te voldoen aan de vraag vanuit ODNL. We zien dat we erg krap zitten op het gebied van financiën en dat het werk veranderd is door de wijziging met betrekking tot de rechtmatigheid. Het werk voor onze financial is erg toegenomen door deze ontwikkeling en het data gedreven werken. Daarom moeten wij onze controlefunctie met 05, fte ophogen. Het uitvoeringsniveau van de ODA laag.

De ODA gaat in 2027 een eerste stap zetten om haar uitvoeringsniveau te verhogen ten gunstig van het milieu en de aankomende , gefuseerde omgevingsdienst Veluwe en Achterhoek. Dit betekent een stijging van 37, fte op gebied van toezicht en handhaving , 1 fte stijging op gebied van vergunningen en 1 fte stijging op het gebied van specialismen. Deze personeelsontwikkeling bedragen een stijging van € 721. 000. Tot slot is er in het kader van duurzame personeelsopbouw is in 2026 gestart met een traineeprogramma voor zes trainees. Dit programma is in 2027 structureel 31

voortgezet en financieel volledig doorgeraamd ( € 270. 000). De inzet van trainees draagt

bij aan: • • •

het verminderen van externe inhuur ; het opvangen van natuurlijke uitstroom door pensionering ; het borgen en ontwikkelen van specialistische kennis binnen de organisatie.

Organisatiekosten (€ 2. 087. 000) De organisatiekosten bestaan uit personele organisatiekosten (opleidingen , reiskosten , bedrijfskleding , personeelsbijeenkomsten enz. ) en bedrijfsvoeringskosten (verzekeringen , accountant , abonnementen , ICT-licenties). De stijgende lasten worden voornamelijk veroorzaakt door prijs- en loonindexaties. De opleidingskosten en WKR zijn gebaseerd op de loonsom. Deze kosten nemen toe door de De overige organisatiekosten zijn geïndexeerd met een percentage van loonindex (51%). , 23%. Naast de indexaties wil de ODA de dienst archiefwaardig maken voor de , aankomende fusie. Dit vraagt een investering van € 50. 000. Organisatieontwikkeling (€ 0. 000) n. v. t.

Bovenregionale taken (€ 532. 000) Een aantal bovenregionale taken is belegd bij verschillende omgevingsdiensten. Hieronder een overzicht welke taken dit betreffen en welke omgevingsdiensten die taken uitvoeren. De kostenstijging zitten enkel in de indexaties. Bovernregionaal taken x € 1. 000

OD De Vallei - Kwaliteit en coordinatie OD de Vallei Voorschot beheerskosten I GO+ 2024 OD de Vallei licenties Happynizr 2024 OD Rivierenland - Ketentoezicht OD Veluwe (voorheen Veluwe - Ijssel) Portaal en Kenniscentrum OD Veluwe BSbM voorschot 2024 OD Veluwe Besluitvorming bijdragen 2024 GOO van gem. per regi OD Regio Arnhem Complexe handhaving , meetdienst en bezwaar en beroep OD Regio Arnhem GCH 2024 OD Regio Nijmegen Complexe Vergunningen OD Veluwe (voorheen Noord Veluwe) Bestuur Strafschikking Milieu OD Arnhem - Werkpakket WPT Stelsel HR vergoedingen OD de ValleiRieverenland , , regio Arnhem , Regio Nijmegen en Veluwe Omgevingsdienst NL Academie bijdrage 2025 Omgevingsdienst NL SPUK-THE-Grondslag €247.068 , bijdrage 175% , Omgevingsdienst NL Wet Open Overheid (WOO)/AVG , Alg. wet bestuursrecht Omgevingsdienst NL Variabele contributie/Vaste contributie/kennisvert I-GO (informatievrz gem. sch OD's) Omgevingsdienst NL SPUK - THE bijdrage Diversen Totaal

Begroot 2026Begrotingswijziging 2026Begroting 2027 23 10 10 54 27 27 2 2 87 94 96 94 90 92 9 9 0 48 0 18 16 17 304 50 51 11 0 114 117 120 -32 -33 15 15 4 4 7 7 57 58 0 54 56 0 29 0 782 520 532

(bedragen in 1. 000 euro’s)

Organisatie ondersteuning (€ 666. 000) Dit betreffen de gastheercontracten met onze partnergemeenten voor de financiëleen salarisadministratie en ICT. De stijgende lasten zijn enkel veroorzaakt door

indexaties. Ondersteunende dienst Omschrijving Berkelland - Financieel (beheer) Bronckhorst - Huisvesting en Fac. Ondersteuning Hanzepad - Huisvesting Doetinchem - Informatisering en automatisering Lochem - Personeel- en salarisadministratie) Totaal

2026 Begroting

(bedragen in 1. 000 euro’s)

32

2026 Begrotingswijzing

2027 Begroting

98

119

122

472

532

544

570

651

666

6. Algemene lasten (€ 83. 000) De raming onder de algemene lasten bestaat uit een bedrag voor onvoorzien van € 83. 000 (verhoogd door indexatie). Algemeen/onvoorzien

2026 Begroting

Onvoorzien

2026 Begrotingswijzing 81 81

Totaal

2027 Begroting 81 81

83 83

(bedragen in 1. 000 euro’s)

BATEN 21. Bijdragen van derden (€ 270. 000) De bijdragen van derden € 270. 000) bestaan onder meer uit subsidies en projectbijdragen voor energie en duurzaamheidstaken , regionale archeologie en specifieke taken in het kader van asbestsanering en de Omgevingswet. Deze bijdragen

hebben een wisselend en deels tijdelijk karakter en worden jaarlijks geactualiseerd op basis van beschikbare regelingen en projectafspraken.

25. Bijdragen deelnemers (€ 16. 208. 000) De omzet bestaat uit de verwachte afname van de producten. Voor toezicht en handhaving is de bijdrage in lijn met het handhaving uitvoeringsprogramma (Hup 2025) die met de partners is besproken. Vergunningenverlening en specialismen zijn vraag

gestuurd en baseren we op verwachtingen gebaseerd op het verleden. Belangrijke kanttekening: het blijft een outputbegroting ; er wordt uiteindelijk afgerekend op basis van de daadwerkelijke afname. De bijdrage is bepaald aan de hand van een uurtarief van € 79-, , exclusief verrekening van de overheadkosten. Opgemerkt dient te worden dat dit een daling lijkt te zijn ten opzichte van de begrotingswijziging 2025 , maar de overheadkosten worden , conform afspraak , separaat in rekening gebracht. Bijdrage partners per productgroep Vergunningen

Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Lochem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Zutphen

Totaal

€ € € € € € € € € € €

1 76. 200€ 3 52. 000€ 2 87. 300€ 2 66. 200€ 2 35. 600€ 1 95. 000€ 2 45. 700€ 2 45. 000€ 1 74. 100€ 1 68. 800€ 2. 345. 900€

Toezicht & Handhaving

Specialismen

4 30. 900€ 9 14. 400€ 7 46. 300€ 6 91. 500€ 6 12. 100€ 4 48. 200€ 6 32. 000€ 5 97. 700€ 4 52. 100€ 4 38. 500€ 5. 963. 700€

1 46. 400€ 3 10. 700€ 2 53. 600€ 2 35. 000€ 2 08. 000€ 1 52. 300€ 2 14. 700€ 2 03. 100€ 1 53. 600€ 1 49. 000€ 2. 026. 400

Overhead

4 24. 300€ 9 00. 400€ 7 34. 800€ 6 80. 900€ 6 02. 700€ 4 41. 300€ 6 22. 300€ 5 88. 600€ 4 45. 200€ 4 31. 900€ 5. 872. 400

Totaal

1. 177. 800 2. 477. 500 2. 022. 000 1. 873. 600 1. 658. 400 1. 236. 800 1. 714. 700 1. 634. 400 1. 225. 000 1. 188. 200 16. 208. 400

Afrekensystematiek Iedere opdrachtgever betaalt uiteindelijk voor de producten die hij afneemt. Indien aan het einde van het jaar ODA een positief of negatief resultaat behaalt , wordt de vastgestelde verrekensystematiek toegepast.

33

Financiële

Meerjarenbegroting

Omschrijving

2026

2029

—

2026

Begrotingswijzí

2027

2029

2030

Begroting

Begroting

Begroting

LASTEN 1

{Personele

kosten/Inhuur

2

__|organisatiekosten

3

__|Organisatieontwikkeling

4

[Bovenregionale

en

diensten

en

SPP

derden

11.601

13.110

13.952

14.689

15.340)

1.941

2.087

0

0

2.171

2.231

2.268

0

0

520)

0

532

544

568)

651

666;

556)

681

696

711

81

83

85

87

88

14.795

16.478

17.432

18.258

18.976

18.258

18.976

taken

5____|Organisatie ondersteuning 6__

|Algemene Totaal

lasten

Lasten

400)

800)

800

15.195

17.278

18.232

derden

201

270

270

247

247

[Bijdragen deelnemers

14.505

16.208)

17.162

18.011

18.729)

17.432

18.258

18.976

Fusie

kosten

Totaal

Lasten

incl

Fusiekosten

BATEN 21 25

_

__

[Bijdragen van

[Totaal Fusie

14.796

Baten

bijdrage

deelnemers

Tegenmoetkoming Rijksbijdrage Resultaat

reguliere bedrijfsvoering

Verrekening

26

__ [Verrekening

Gerealiseerde

in

(bedragen

300,

6)

(geanonimiseerd)

100

200

200

o

o

o

o

o

o

)

o

o

o

resultaat met deelnemers

rekeningsaldo

__[Bijdrage/Onttrekking algemene

27

Fusie

16.478

reserve

resultaat

1.000

euro's)

Toelichting Beleid Het beleid zoals dat is geformuleerd in de begrotingswijziging 2026 is vertrekpunt het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 2030. Beleidswijzigingen waartoe wordt besloten na 1 januari 2026 worden via begrotingswijzigingen verwerkt in de begroting 2027 en volgende jaren.

voor

—

Loon- en prijsontwikkelingen In 2028 zetten we een volgende stap op het gebied van uitvoeringsniveau. Dit betekent dat er 4 nieuwe collega’s nodig zijn per 2028 ter bevordering van het uitvoeringsniveau, In 2029 verwachten we nog 1,5 fte te stijgen. Daarnaast en daarmee onze leefomgeving. baseren we de indexcijfers op de meicirculaire van die jaar. Dit betekent een loonstijging van 4,2 procent in 2028 en 4,5 procent voor 2029 en 2030. Wat betreft de prijsindexatie verwachten we een procentuele stijging van 2,2 procent voor de aankomende jaren. Overzicht

van

Met

van

ingang

overzicht

van

baten en lasten per taakveld de begroting 2018 is het volgens baten en lasten per taakveld op te

het nieuwe

BBV

verplicht

nemen. Begroting 2027

XE

Taakveld

1.000

Programmaplan Programma

1

Programma

2 Toezicht

Vergunningverlening

Programma

3 Advies

Programma

4

en

handhaving

7.4

Milieubeheer

7.4

Milieubeheer

Baten

Lasten

7.4 Milieubeheer

Stelseltaken

7.4 Milieubeheer

Eigen stelseltaak Kosten Gelders stelsel

Omgevingsdiensten

van

Omgevingsdiensten Programma 5 Projecten

7.4

Milieubeheer

Overzichten Fusie Fusie

Bijdrage partners Rijksbijdrage

Overhead

organisatie

Algemene dekkingsmiddeten Bedrag onvoorzien

0.5 Treausury

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten normale

0.8 Algemene baten en lasten bedrijfsvoering

Resultaat

17.278

34

17.278

om

een

Overzicht van de overheadkosten De kosten van de ODA zijn verdeeld over de programma’s waarbij de directe kosten en opbrengsten zijn toegerekend aan het desbetreffende programma. De overhead wordt afzonderlijk gepresenteerd en afgerekend met onze deelnemers. Dit om bij te dragen aan een robuustere omgevingsdienst. Financieel heeft dit geen effect. We halen de overhead uit het uurtarief en verrekenen deze kosten rechtstreeks met onze partners. Overhead (x € 1. 000)

2027

Omschrijving

Begroting

Personeel Management en Staf Inhuur Organisatie Ontwikkeling Organisatie kosten Onganisatie ondersteuning Onganisatie ontwikkeling en SPP Totaal (bedragen in 1. 000 euro’s)

3. 543 0 1. 667 666 0 5. 876

Geprognosticeerde balans De uiteenzetting van de financiële positie bevat naast een overzicht van de geraamde baten en lasten per programma ook een geprognosticeerde begin- en eindbalans voor het begrotingsjaar. ACTIVA Vaste activa

Ultimo 2024

Begroot 2025

Begroot 2026

Begroot 2027

2

2

2

2

Financiële activa Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal vaste activa

2

Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: Vorderingen op openbare lichamen Rekening courant verhouding met het Rijk

0

2

0

1056 360

Liquide middelen Banksaldi -

2

0

0

2273

Overige vlottende activa Overige vorderingen De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voor financiering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Vooruitbetaalde bedragen -

0

0 1694 579

2

0 1139 360

1. 416

0 1700 360

1. 499

2. 060

5 5

0 28

125

0 125

0 125

125

28

125

125

Totaal vlottende activa

2. 403

1. 444

1. 624

2. 185

TOTAAL ACTIVA

2. 405

1. 446

1. 626

2. 187

PASSIVA

Ultimo 2024

Vaste Passiva Eigen vermogen: Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat -

165 448 -97

Voorzieningen

279

Begroot 2025

Totaal vaste passiva

Begroot 2026

Begroot 2027

150 150

118 0

118 0

100

369

369

795

400

487

487

Vlottende Passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar: Banksaldi Overige schulden

410

0 350

0 410

0 450

Overlopende passiva De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Nog te betalen bedragen

6 1. 194

696

729

1. 250

Totaal vlottende passiva

1. 610

1. 046

1. 139

1. 700

TOTAAL PASSIVA

2. 405

1. 446

1. 626

2. 187

0

0

0

0

Aan natuurlijke of rechtspersonen verstrekte borg- en of garantstellingen

35

Besluit

x.

Het

Algemeen

gelezen

Algemeen

Bestuur

het voorstel

van

de

de

van

Bestuur

Omgevingsdienst Achterhoek;

Dagelijks

Bestuur

van

11

maart

2026;

BESLUIT: rn

.

2.

De

begroting

2027

Het tarief voor

normproducten. vast te

WW

NB

‚

De

.

De

.

stellen. stellen op € 79 per uur en dit tarief te verwerken in de Dit uurtarief is exclusief de overheadkosten. Het externe uurtarief

stellen op €

vast te

124.

2030 voor kennisgeving aan te nemen. bevoorschotting overeenkomstig bijlage 1 vast te stellen. Het dagelijks bestuur te machtigen over de post onvoorzien (€ 83.000)

Aldus 2026.

De

vast te

2027

meerjarenraming

besloten

in de

2028

—

openbare vergadering

van

voorzitter,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

36

het

Algemeen

Bestuur

op 7

te

beslissen.

september

Bijlage 1: Bevoorschotting door de partners 2027 Vergunningen

Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Lochem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk Zutphen

Totaal

€ € € € € € € € € € €

1 76. 200€ 3 52. 000€ 2 87. 300€ 2 66. 200€ 2 35. 600€ 1 95. 000€ 2 45. 700€ 2 45. 000€ 1 74. 100€ 1 68. 800€ 2. 345. 900€

Toezicht & Handhaving

Specialismen

4 30. 900€ 9 14. 400€ 7 46. 300€ 6 91. 500€ 6 12. 100€ 4 48. 200€ 6 32. 000€ 5 97. 700€ 4 52. 100€ 4 38. 500€ 5. 963. 700€

1 46. 400€ 3 10. 700€ 2 53. 600€ 2 35. 000€ 2 08. 000€ 1 52. 300€ 2 14. 700€ 2 03. 100€ 1 53. 600€ 1 49. 000€ 2. 026. 400

Overhead

4 24. 300€ 9 00. 400€ 7 34. 800€ 6 80. 900€ 6 02. 700€ 4 41. 300€ 6 22. 300€ 5 88. 600€ 4 45. 200€ 4 31. 900€ 5. 872. 400

Totaal

1. 177. 800 2. 477. 500 2. 022. 000 1. 873. 600 1. 658. 400 1. 236. 800 1. 714. 700 1. 634. 400 1. 225. 000 1. 188. 200 16. 208. 400

De termijnen worden bij aanvang van het kwartaal als volgt als voorschot opgevraagd: Per 1-01-2027 Per 1-04-2027 Per 1-07-2027 Per 1-10-2027 Per 1-01-2027

cumulatief (excl. Overhead) 25% cumulatief (excl. Overhead) 60% cumulatief (excl. Overhead) 80% cumulatief (excl. Overhead) 100% Overhead 100%

Mocht er sprake zijn van een begrotingswijziging dan worden de voorschotten herzien aan de hand van de gewijzigde bijdrage per partner.

37

Bijlage

2:

Bestuursorganen

De ODA is opgericht op 7 november 2012, de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur van de ODA. De ODA kent twee bestuursorganen namelijk het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Op 1 januari 2026 waren de besturen als volgt samengesteld: Algemeen

Bestuur: Functie

Gemeente/

Plaatsvervanger

Functie

Provincie

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Burgemeester vz (geanonimiseerd) Berkelland [|(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)|____| Wethouder [Bronckhorst __ || (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)[Wethouder _| Doetinchem || _ || (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)|___| Wethouder (geanonimiseerd) [Lochem (geanonimiseerd)______[ Wethouder Montferland [| (geanonimiseerd)

________ [Wethouder ___ [OostGere

|| (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder

|__[ Wethouder | Oude IJsselstreek || (geanonimiseerd) Burgemeester [Wethouder | Winterswijk || (geanonimiseerd)____|Wethoudervvz | Zutphen | |T SJ.H.G. Wannet | Wethouder | (geanonimiseerd) __} Gedeputeerde | Gelderland (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Secretaris

(geanonimiseerd)|__________ | Directeur Dagelijks

[1] (geanonimiseerd)

ODA

Afdelingshoofd

Bestuur: Functie

Gemeente

/

Plaatsvervanger

Functie

Provincie

Berkelland __| Burgemeester vz | [Lochem| [| (geanonimiseerd)___| Wethouder

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)_| Wethouder (geanonimiseerd)[Wethouder Wethouder (geanonimiseerd)|_}

Oude IJsselstreek |__—————————T JT

[Zutphen (geanonimiseerd)_________LDirecteur ____[oDA

38

||

(geanonimiseerd)__________L

Afdelingshoofd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=6f272243-7716-4466-9f82-1ee283d98bcf