CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Onderzoek ontplofbare oorlogsresten

Gemeenteraad 28 november 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot kennisnemen van het concept Provinciaal Inpassingsplan (PIP) N318 Varsseveld-Aalten en van de reactie van het college van burgemeester en wethouders op het concept PIP en geen zienswijzen indienen tegen dit provinciaal inpassingsplan35.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Onderzoek conflictperiode

Rapportage Projectnummer:

GPR10587

Onderzoeksgebied: Landbouwpasseerhavens langs de N318 tussen Varsseveld en Aalten

T&A Survey Bodemonderzoek BV Dynamostraat 48 1014 BK Amsterdam 020-6651368 inf o@ta-survey.nl

www.ta-survey.nl

Projectnummer:

GPR10587

Datum:

03-08-2023

Betreft: Vooronderzoek naar de aanwezigheid van explosieven/Ontplof bare Oorlogsresten ter plaatse van het project ‘Landbouwpasseerhavens langs de N318 tussen Varsseveld en Aalten’

Opdrachtgever: Provincie Gelderland T.a.v. dhr. G. de Vries Markt 11 Arnhem 6811 CG NL T: 026 359 8954 M: 06-52801702 E: g.de.vries@gelderland.nl

Mark van der Gulik Afdelingsmanager

T&A Survey - projectleider: Sophie Jansen MSc Tel: 020 6651368 E-mail: jansen@ta-survey.nl

Inhoudsopgave Managementsamenvatting en leesw ijzer................................................................. 4 1

Het onderzoek .............................................................................................. 7 1.1 Aanleiding van het vooronderzoek .............................................................. 7 1.2 1.3

2

Het onderzoeksgebied ................................................................................... 8 2.1 Begrenzing onderzoeksgebied en buff erzone ................................................ 8 2.2 2.3

3

Projectdoel ............................................................................................. 7 Opzet van het onderzoek .......................................................................... 7

Inf ormatie van opdrachtgever .................................................................. 11 Reeds uitgevoerde onderzoeken ............................................................... 11

Fase 1: Inventarisatie van het bronnenmateriaal .............................................. 12 3.1 Literatuurstudie ..................................................................................... 14 3.2 Archief onderzoek ................................................................................... 18 3.2.1 Gemeentelijk en provinciaal archief ..................................................... 19 3.2.2 3.2.3

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie ..................................... 27 Nederlands Instituut voor Militaire Historie ............................................ 29

3.2.4 3.2.5

Nationaal Archief Den Haag ................................................................ 37 Semistatische archief diensten van Ministerie Def ensie te Rijsw ijk .............. 41

3.2.6 3.2.7

Archief van de EODD ........................................................................ 42 Historische verenigingen en heemkundekringen ..................................... 44

3.2.8 Def ence Overprintkaarten .................................................................. 46 3.2.9 Overige Nederlandse archieven ........................................................... 47 3.2.9.1 Nationaal Brandweer Documentatie Centrum (Brandweerarchief ) ........ 47 3.2.10 3.2.11

Getuigenverklaringen .................................................................... 48 Buitenlandse archieven .................................................................. 49

3.2.11.1 3.2.11.2

The National Archives te Londen ................................................... 49 Library and Archives Canada ........................................................ 52

3.2.11.3 3.2.11.4

The National Archives and Records Adm inistration te College Park ...... 53 Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg ........................................... 54

3.2.11.5 Wardocs (Hans Nauta) ................................................................ 60 3.2.11.6 Service Historique de la Déf ense, Château de Vincennes (Frankrijk) .... 62 3.2.12 Inf ormatie van internet .................................................................. 63 3.3

Luchtf oto interpretatie ............................................................................ 65

4

Fase 2: Analyse bronnenmateriaal ................................................................. 68

5

Conclusie en aanbevelingen .......................................................................... 69

6

T&A en kwaliteit ......................................................................................... 70

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

2 van 94

Bijlage 1a: Bodembelastingkaart OO met onderzoeksgebied - Aalten ................... 71 Bijlage 1b: Bodembelastingkaart OO met onderzoeksgebied - Varsseveld ............. 72 Bijlage 2: Toelichting gebruik tabellen - in bijlage 3 .......................................... 73 Bijlage 3: Chronologische gebeurtenissenlijst ................................................... 75 Bijlage 4: Gebeurtenissenkaart...................................................................... 76 Bijlage 5: Overeenkomst en af spraken opdracht ............................................... 77 Bijlage 6: Algemene evaluatie van de risico’s van explosieven ............................ 83 Bijlage 7: Wetgeving en subsidiemogelijkheden voor explosievenonderzoek .......... 86 Bijlage 8: WSCS-OCE richtlijnen horizontale af bakening verdacht gebied .............. 89 Bijlage 9: Distr ibutielijst ............................................................................... 94

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

3 van 94

MANAGEMENTSAMENVATTING EN LEESWIJZER Ter plaatse van landbouwpasseerhavens langs de N318 tussen Varsseveld en Aalten gaan grondroerende werkzaamheden uitgevoerd worden. Aangezien eventueel aanwezige Ontplof bare Oorlogsresten (verder “explosieven” en “OO”) een risico vormen voor de uit te voeren werkzaamheden, is het van belang dat de kans op het aantref f en van explosieven in het onderzoeksgebied onderzocht wordt. In verband daarmee is onderhavig Vooronderzoek Explosieven/Ontplof bare Oorlogsresten uitgevoerd.

Opzet van het onderzoek Het onderzoek is uitgevoerd conf orm de richtlijnen van het Certif icatieschema “Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplof bare oorlogsresten” versie 2021-01 (verder “CS-VROO”), waarbij de meest recente inzichten ten tijde van de uitvoering van het onderzoek in acht genomen zijn. Daarmee voldoet het tevens aan de richtlijnen zoals opgenomen in het voormalige WerkveldSpecif iek Certif icatieSchema Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE)1. Een vooronderzoek omvat volgens het CS-VROO twee onderdelen, namelijk een vooronderzoek conf lictperiode en een vooronderzoek na-conf lictperiode. Een vooronderzoek kan één of beide onderdelen bevatten. Onderhavige rapportage betref t een vooronderzoek conf lictperiode. Dat wil niet zeggen dat naoorlogse ontwikkelingen geheel buiten beschouwing zijn gelaten, echter er is slechts oppervlakkig naar gekeken. Alleen indien de naoorlogse ontwikkelingen op basis van deze beperkte inf ormatie eenduidig tot een andere conclusie leiden, zijn ze meegenomen in de analyse, conclusies en af bakening. In bijlage 5 zijn de onderzoeksopzet, de gebruikte methodiek en de uitgesloten bronnen omschreven. Tevens zijn daar de deskundigen die het onderzoek hebben uitgevoerd, vermeld.

Conclusie van het onderzoek De analyse van het f eitenmateriaal uit de inventarisatie heef t tot de conclusie geleid dat er geen explosieven (meer) in het onderzoeksgebied te verwachten zijn. Het onderzoeksgebied is daarmee onverdacht gebied.

Per 1 januari 2021 is het WSCS-OCE vervangen door het Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (verder “CS-OOO”). Daarin zijn geen richtlijnen t.a.v. vooronderzoeken naar explosieven opgenomen. Daarvoor in de plaats is er het certificatieschema “Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten” gekomen, waarin richtlijnen voor de uitvoering van vooronderzoeken naar de aanwezigheid van explosieven uiteengezet zullen zijn. 1

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

4 van 94

Uitsnede uit bijlage 1a (de Bodembelastingkaart OO) van onderzoeksgebied Aalten. De blauwe contour geeft de grens van het onderzoeksgebied weer, groen geeft aan dat het gebied onverdacht is. In bijlage 1 a is de kaart in hoge resolutie weergegeven.

Uitsnede uit bijlage 1b (de Bodembelastingkaart OO) van onderzoeksgebied Varsseveld. De blauwe contour geeft de grens van het onderzoeksgebied weer, groen geeft aan dat het gebied onverdacht is. In bijlage 1b is de kaart in hoge resolutie weergegeven.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

5 van 94

Aanbevelingen Grondroerende werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied kunnen op reguliere wijze worden uitgevoerd. Opgemerkt dient te worden dat indien er tijdens de geplande werkzaamheden onverhoopt toch explosieven worden aangetrof f en dit een contra indicatie betref t waardoor de u itgangspunten mogelijk lokaal dienen te worden bijgesteld.

Leeswijzer In onderhavige rapportage is inf ormatie op de volgende plekken terug te vinden: Achtergrond van het onderzoek In hoof dstuk 1 zijn achtergrond en het projectdoel van het onderzoek omschreven. Onderzoeksgebied In hoof dstuk 2 is het onderzoeksgebied omschreven. Hiertoe behoren een omschrijving en een weergave ervan in een kleine topograf ische kaart. In bijlage 1 is een topograf ische kaart met het onderzoeksgebied weergegeven in hoge resolutie. Aanbevelingen De aanbevelingen op basis van het onderzoek zijn verwoord in bovenstaande managementsamenvatting en in hoof dstuk 5. Conclusies De conclusies van het onderzoek zijn verwoord in bovenstaande managementsamenvatting en weergegeven in de Bodembelastingkaart OO in bijlage 1, waarbij de groene kleur het onverdachte gebied voorstelt. Tevens is per gevonden gebeurtenis/oorlogshandeling de conclusie in de tabellen in bijlage 3 vermeld. Gevonden feitenmateriaal en analyse Het gevonden relevante f eitenmateriaal, waarop de conclusies zijn gebaseerd, is in tabellen in bijlage 3 weergegeven. Per gebeurtenis/oorlogshandeling is daarbij een analyse verwoord met bijbehorende conclusies. Geraadpleegde bronnen De geraadpleegde bronnen zijn in hoof dstuk 3 vermeld. Hierbij is van elke bron een omschrijving weergegeven, de betrouwbaarheid ervan en zijn de geraadpleegde stukken vermeld.

Indien er relevante inf ormatie is aangetrof f en, is die in de gebeurtenissenlijst in bijlage 3 uitgewerkt.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

6 van 94

1

HET ONDERZOEK

Provincie Gelderland (“opdrachtgever”) heef t T&A Survey (“T&A”) op 4 juli 2023 schrif telijk opdracht verleend voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de aanwezigheid van explosieven/Onontplof te Oorlogsresten (verder “explosieven” en “OO”) ter plaatse van het project ‘Landbouwpasseerhavens langs de N318 tussen Varsseveld en Aalten’.

1.1

AANLEIDING VAN HET VOORONDERZOEK

Ter plaatse van landbouwpasseerhavens langs de N318 tussen Varsseveld en Aalten gaan werkzaamheden uitgevoerd worden. In het kader van deze werkzaamheden dient er een vooronderzoek naar de aanwezigheid van explosieven te worden uitgevoerd. De opdrachtgever wil inzicht verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van explosieven. Het mogelijk voorkomen van explosieven in de ondergrond houdt over het algemeen in Nederland verband met oorlogshandelingen gedurende de Tweede Wereldoorlog ( verder “WOII”). Voorbeelden zijn bombardementen, gevechten (meidagen 1940, bevrijding 1944 1945), verdedigingswerken (mijnenvelden) en dumpingen (achterlaten van munitie bij overgave of terugtrekking). Aangezien eventueel aanwezige explosieven een risico vormen voor de uit te voeren werkzaamheden, is het van belang dat de kans op het aantref f en van explosieven in het onderzoeksgebied onderzocht wordt.

1.2

P ROJECTDOEL

Het vooronderzoek heef t tot doel om te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplof bare oorlogsresten, en indien deze aanwijzingen er zijn, om het verdachte gebied af te bakenen. Dit gebeurt op basis van verzameld en geanalyseerd (historisch) f eitenmateriaal. Een vooronderzoek omvat volgens het CS-VROO twee onderdelen, namelijk een vooronderzoek conf lictperiode en een vooronderzoek na-conf lictperiode. Een vooronderzoek kan één of beide onderdelen bevatten. Onderhavige rapportage betref t een vooronderzoek conf lictperiode. Dat wil niet zeggen dat naoorlogse ontwikkelingen geheel buiten beschouwing zijn gelaten, echter er is slechts oppervlakkig naar gekeken. Alleen indien de naoorlogse ontwikkelingen op basis van deze beperkte inf ormatie eenduidig tot een andere conclusie leiden, zijn ze meegenomen in de analyse, conclusies en af bakening.

1.3

OPZET VAN HET ONDERZOEK

Het onderzoek is uitgevoerd conf orm de richtlijnen van het Certif icatieschema “Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplof bare oorlogsresten” versie 2021-01 (verder “CS-VROO”), waarbij de meest recente inzichten ten tijde van de uitvoering van het onderzoek in acht genomen zijn. Daarmee voldoet het tevens aan de richtlijnen zoals opgenomen in het voormalige WerkveldSpecif iek Certif icatieSchema Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). In bijlage 5 zijn de onderzoeksopzet, de gebruikte methodiek en de uitgesloten bronnen omschreven en de deskundigen, die het onderzoek hebben uitgevoerd, vermeld.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

7 van 94

2

HET ONDERZOEKSGEBIED

2.1

BEGRENZING ONDERZOEKSGEBIED EN BUFFERZONE

Geografische ligging en grootte onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betref t het werkgebied van de opdrachtgever plus een buf f er van 30 meter. Het onderzoeksgebied bevindt zich ter plaatse van 4 landbouwpasseerhavens langs de N318 tussen Varsseveld en Aalten, gemeenten Oude IJsselstreek en Aalten. Nabij Varsseveld betref t het een gebeid binnen de kilometrering 2.5 en 2.9 langs de N318, bij Aalten betref t het een gebied tussen kilometrering 5.6 en 5.9. Van de gemeente Aalten is een gemeentebreed vooronderzoek naar explosieven uit WOII in het bezit van T&A. De resultaten van dit onderzoek zijn in onderhavig rapport overgenomen. Voor dit deel van het onderzoeksgebied zullen alleen in bijlage 1a de resultaten worden opgenomen. Dit onderzoek is opgesteld conf orm de WSCS-OCE versie juli 2016. Het onderzoek is bekeken en het is bevonden dat het onderzoek tevens aan de richtlijnen van de CS-VROO voldoet. Het onderzoeksgebied is inclusief een 10 meter buf f erzone waarbinnen de door werkzaamheden veroorzaakte trillingen ef f ect kunnen hebben op trillingsgev oelige ontstekers van af werpmunitie. Zie nadere toelichting “invloed van trillingen op explosieven” in hoof dstuk 7).

Figuur 2.1-I. Overzichtskaart van het onderzoeksgebied Aalten (in blauwe contour weergegeven).

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

8 van 94

Figuur 2.1-II. Overzichtskaart van het onderzoeksgebied Varsseveld (in blauwe contour weergegeven).

Bodemopbouw Voor gegevens over de bodemopbouw is de website van Dinolok et geraadpleegd. De bodem in het onderzoeksgebied bestaat voornamelijk uit zand.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

9 van 94

Bufferzone om onderzoeksgebied Ten behoeve van het vooronderzoek zijn niet alleen de oorlogshandelingen binnen het onderzoeksgebied geïnventariseerd en geanalyseerd, maar ook dergelijke handelingen die buiten onderzoeksgebied plaatsvonden, maar wel van invloed geweest kunnen zijn op de conclusies. Hierbij zijn de onderstaande (minimale) af standen gehanteerd: •

100 meter wordt gehanteerd voor verdedigingswerken (loopgraven, schuttersputten, bunkers, (wapenop)stellingen, mijnenvelden, etc.). Dergelijke indicaties kunnen aanleiding zijn explosieven te verwachten binnen korte af stand van de structuur, in de regel tot op maximaal 25 meter. Zelf s met een f outenmarge voor het kunnen plaatsen van de structuur zal dit nooit meer dan circa 50 meter bedragen, waardoor een buf f erzone van 100 meter in deze ruimschoots volstaat. NB: Dergelijke structuren kunnen ook aanwijzingen zijn voor overige oorlogshandelingen zoals bombardementen en artilleriebeschietingen. Indien daar sprake van is, wordt de straal voor die betref f ende oorlogshandeling gehanteerd en dus een grotere buf f erzone dan 100 meter gebruikt.

•

250 meter wordt gehanteerd voor bombardementen, artilleriebeschietingen, raketaanvallen, crashes van vliegtuigen, vernielingen en geruimde explosieven (MMOD en EODD) voor (delen van) locaties die bebouwd waren ten tijde van de betref f ende oorlogshandeling. Reden hiervoor is dat bij bebouwde locaties dergelijke meldingen een vrij grote mate van nauwkeurigheid hebben en in de regel de maximale af bakening van een eventueel verdacht gebied beperkt is tot 181 meter vanaf de oorlogshandeling (bij een bombardement met pin point target).

•

500 meter wordt gehanteerd voor dezelf de oorlogshandelingen als hierboven vermeld, maar voor delen buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is de kans namelijk groter dat eventuele inslagen niet gemeld zijn, bijvoorbeeld omdat alleen de inslagen nabij huizen en wegen vermeld worden, maar niet die in de velden. Zie tevens het laatste punt in deze opsomming.

•

1.500 meter wordt gehanteerd bij ontplof te munitiedepots/treinen, springputten en bij meldingen van doelwitten van bombardementen van de RAF waarbij een coördinaat is gebruikt (wegens beperkte nauwkeurigheid daarvan). Voor de ontplof te munitiedepots/treinen en springputten geldt, dat de spreiding van weggeslingerde explosieven regelmatig in de orde van 900 meter of iets meer plaatsvond, maar niet meer dan circa 1.100 meter. Voor de coördinaten van de RAF geldt dat ze meestal een gebied van een kilometer bij een kilometer representeren. Voor al deze situaties geldt dat een buf f erzone van 1.500 meter ruim genoeg is om relevante meldingen aan te tref f en.

•

Voor alle bovenstaande punten geldt tevens, dat als een bron melding maakt van een oorlogshandeling zonder (nauwkeurige) locatie, maar redelijkerwijs verwacht kan worden dat de locatie in het onderzoeksgebied of binnen de buf f erzone geweest kan zijn, deze in de inventarisatie opgenomen wordt. Ook als uit aanvullende inf ormatie wel een nauwkeurige locatie te achterhalen blijkt en de handeling buiten de buf f erzone plaatsvond. Hiertoe behoren o.a. meldingen van het Verliesregister, waarbij locaties van de neergekomen vliegtuigen vaak niet nauwkeuriger zijn vermeld dan een nabijgelegen dorp of stad. Ook bij bijvoorbeeld schade door bominslagen, zonder melding van de locatie van de bominslag wordt de melding opgenomen in de inventarisatie.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

10 van 94

2.2

INFORMATIE VAN OPDRACHTGEVER

Opdrachtgever heef t onderstaande inf ormatie geleverd aan T&A. Kaartmateriaal Opdrachtgever heef t T&A een digitale topograf ische kaart met RD-coördinaten (pdf f ormaat) ter beschikking gesteld. Hierop staat het onderzoeksgebied aangegeven. Aanwezige informatie over de bodemgesteldheid Opdrachtgever heef t geen inf ormatie beschikbaar gesteld over de bodemopbouw in het onderzoeksgebied. Naoorlogse werkzaamheden Opdrachtgever heef t geen inf ormatie beschikbaar gesteld over naoorlogse werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied.

2.3

REEDS UITGEVOERDE ONDERZOEKEN

In onderstaande tabel is aangegeven bij welke instanties navraag gedaan is of er in het verleden reeds onderzoek uitgevoerd is naar de aanwezigheid van explosieven. In de kolom “bronverwijzing” staat de af korting die in de chronologische gebeurtenissenlijst in bijlage 3 gebruikt is om naar het betref f ende rapport te verwijzen. Opgemerkt wordt dat de reeds eerder door T&A uitgevoerde vooronderzoeken niet vermeld worden in onderstaande tabel, maar wel gebruikt zijn bij de uitvoering van onderhavig onderzoek. Door T&A uitgevoerde opsporingsonderzoeken zijn – indien van toepassing – wel vermeld. Opdrachtgever (Provincie) – dhr. G. de Vries Geen onderzoeken derden geleverd. Gemeente Oude IJsselstreek – mevr. L. Beuting Geen onderzoeken derden geleverd. Gemeente Aalten Vooronderzoek CE Gemeente Aalten, AVG, kenmerk 1962203-VO-02, d.d. 17 juli 2020 ProRail Railmaps geraadpleegd Rijkswaterstaat Geen infrastructuur van RWS zichtbaar in het onderzoeksgebied. Waterschap Niet geraadpleegd.* Via VEO Bommenkaart Geen relevante onderzoeken derden.

Bronverwijzing N.v.t. N.v.t. AVG 1962203-VO-02 Railmaps N.v.t. N.v.t. N.v.t.

* In overleg en met akkoord van opdrachtgever is voor onderhavig onderzoek geen navraag gedaan naar reeds

uitgevoerde explosievenonderzoeken bij deze instantie .

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

11 van 94

3

FASE 1: INVENTARISATIE VAN HET BRONNENMATERIAAL

Het bronnenmateriaal (literatuur, archief stukken etc.) wordt bestudeerd op relevante f eiten en aanwijzingen die onder meer worden gebruikt voor een goede keuze uit de beschikbare luchtf oto’s. Alle betrouwbare bronnen met toegevoegde waarde zijn van belang voor verdere analyse, conclusies en af bakening van (on)verdachte gebieden. In de volgende paragraf en is een overzicht gegeven van de diverse bronnen, die geraadpleegd (kunnen) worden voor een vooronderzoek. Per paragraaf is de betref f ende bron omschreven, met daarin: • • •

• •

Algemene inf ormatie van de bronnen met een vermelding in hoeverre de bron verplicht of aanvullend is conf orm het CS-VROO; Een toelichting op de betrouwbaarheid van de bron; Een overzicht van wat voor onderhavig onderzoek is geraadpleegd, met nadere vermelding van de inventarissen, toegangsnummers e.d. op basis waarvan de bronnen herleidbaar zijn; Indien een bron niet is geraadpleegd, of er zijn leemtes in kennis, dan staat dit vermeld; De in de bron aangetrof f en relevante gebeurtenissen zijn niet uitgewerkt in betref f ende paragraaf , maar in één chronologisch gebeurtenissenlijst in bijlage 3.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

12 van 94

Betrouwbaarheid van de bronnen Conf orm de richtlijnen in het CS-VROO dient gerapporteerd te worden hoe de betrouwbaarheid van de gebruikte bronnen is ingeschat. De standaard richtlijnen bij T&A staan vermeld per soort bron in de betref f ende paragraaf in onderhavig hoof dstuk. Waar in de rapportage af geweken wordt van deze interne richtlijn, zal dit in de rapportage vermeld en onderbouwd zijn bij de analyse van het bronnenmateriaal in bijlage 3. Tevens geldt dat gebeurtenissen uit bronnen die T&A betrouwbaar acht, geen bevestiging van een tweede bron nodig hebben ter bevestiging van de gebeurtenis. In de regel zal T&A wel - waar mogelijk - een tweede bron raadplegen, omdat dit kan leiden tot een betere af bakening van een verdacht gebied.

Uitwerking van de bronnen Op basis van de geraadpleegde bronnen is in bijlage 3 een chronologische gebeurtenissenlijst opgesteld van de relevante gebeurtenissen in (de omgeving van) het onderzoeksgebied gedurende en na WOII. In de betref f ende tabel is elke gebeurtenis voorzien van een uniek markeringsnummer en de bronverwijzing. De kolom ‘markering’ verwijst naar het markeringsnummer, de kolom ‘archief ’ naar het archief waar de inf ormatie vandaan komt, terwijl de kolom ‘bronverwijzing’ verwijst naar de herkomst van de inf ormatie binnen het gegeven archief .

Markeringsnummers Elke relevante oorlogshandeling is voorzien van een markeringsnummer die is weergegeven in de overzichtstabel in bijlage 3 en in de gebeurtenissenkaart in bijlage 4. De toevoeging ‘indicatief ’ bij het markeringsnummer geef t weer dat de melding niet nauwkeurig geplaatst kan worden en dus indicatief in de gebeurtenissenkaart is ingetekend. Een indicatief markeringsnummer kan ook als tekstvlak in de kaart staan. Geen toevoeging geef t aan dat de melding (redelijk) nauwkeurig ingetekend kon worden. In sommige gevallen blijkt dat een melding zich buiten het onderzoeksgebied bevindt, maar dat één of meerdere bronnen impliceren dat de gebeurtenis wel degelijk in of nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden had of kon hebben. Deze meldingen staan wel in de tabel in bijlage 3, inclusief analyse, maar niet in kaartbijlage 4.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

13 van 94

3.1

LITERATUURSTUDIE

De eerste – conf orm het CS-VROO verplichte - stap in een vooronderzoek is in de regel het raadplegen van de literatuur. Middels de literatuurstudie is een beeld te verkrijgen van algemene oorlogshandelingen in een gebied, meestal met data van deze gebeurtenissen en soms met zeer relevante details die niet in andere bronnen te vinden zijn. Deze studie levert zodoende een overzicht op van gebeurtenissen op basis waarvan gericht gezocht kan worden in diverse nationale en internationale archief instellingen. Voor de literatuurstudie bestaat een aantal standaardwerken dat geraadpleegd wordt, aangevuld met regionale en plaatselijke literatuur. Deze literatuur is deels in bezit van T&A en wordt aangevuld met literatuur uit de Koninklijke Bibliotheek (“KB”), het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (“NIOD”), het gemeentearchief en/of plaatselijke bibliotheken en historische verenigingen.

Betrouwbaarheid van de bron Literatuur voor vooronderzoek loopt in betrouwbaarheid uiteen van weinig betrouwbaar tot zeer betrouwbaar. Dit komt doordat boeken geschreven kunnen zijn door auteurs met zeer uiteenlopende achtergronden in opleiding, ervaring en motivatie voor het schrijven van het stuk en ook sterk uiteenlopende bronnen gebruikt kunnen hebben. T&A hanteert de volgende richtlijnen om de betrouwbaarheid in te schatten.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

14 van 94

Primaire bron van een boek betreft archiefstukken Voor sommige boeken is uitvoerig archief onderzoek uitgevoerd en in de betere boeken zijn archief stukken geciteerd of zijn af drukken ervan opgenomen. In de regel zijn deze archief stukken ook ingezien tijdens het archief onderzoek, maar soms zijn ze niet te achterhalen (zoals de zogenaamde ‘gele brief jes’ waar in “het spoorwegbedrijf in oorlogstijd” van C. Huurman naar verwezen wordt). Indien T&A de primaire documenten heef t achterhaald, geldt voor de betrouwbaarheid de richtlijn zoals bij de betref f ende archief instelling omschreven. Als dat niet mogelijk bleek, is beoordeeld wat de betrouwbaarheid is van de primaire bron en hoe deskundig de auteur van het boek is om dat juist te interpreteren en verwoorden in zijn werk. Voorbeelden van werken waarvoor veel archief stukken zijn gebruikt, zijn het boek van Huurman en het veel gebruikte werk “En nooit was het stil” van G.J. Zwanenburg, dat gebruik heef t gemaakt van de operationele aanvalsgegevens van de RAF en USAAF en stukken uit diverse andere archief instellingen. Geschiedenisboeken van (lokale) amateurs versus gerenommeerde geschiedkundigen Een van de grote verschillen in betrouwbaarheid van literatuur wordt veroorzaakt door de achtergrond van de betref f ende auteur. Boeken van gerenommeerde auteurs als V.E. Nierstrasz, L. de Jong, H. Amersf oort, E.H. Brongers en C.

Klep worden als betrouwbaar gezien. Deze boeken zijn gebaseerd op uitvoerig onderzoek in archieven en naslagwerken, interviews met getuigen en een brede kennis van de gebeurtenissen in WOII. 2 De inhoud van boeken van amateurhistorici loopt echter sterk uiteen wat betref t de kwaliteit en betrouwbaarheid. De onderzoeken kunnen nogal summier zijn, bronverwijzingen ontbreken vaak en bij nadere bestudering blijken diverse aspecten van gebeurteniss en door elkaar gehaald. In de regel dienen dergelijke bronnen in de literatuur middels een andere bron bevestigd te worden. Dagboeken uit WOII Meldingen in dagboeken uit WOII worden in de regel als betrouwbaar voor een gebeurtenis gezien, maar niet voor de details omtrent de betref f ende gebeurtenis. Hierbij moet rekening gehouden worden met de specif ieke melding van het gebeurde, of de auteur van het dagboek dit zelf meemaakte of uit tweede hand vernam en de leef tijd en f unctie van de auteur. De opgeschreven eigen ervaringen zijn betrouwbaar, omdat ze kort na een gebeurtenis zijn genoteerd. Vaak bevatten ze ook details die in andere bronnen niet vermeld zouden worden. Anderzijds zijn omschreven gebeurtenissen in dagboeken in de regel vaak overdreven en zijn de auteurs vrijwel uitsluitend leken op het gebied van explosieven. Aantallen en soorten explosieven zullen daardoor middels een andere bron bevestigd moeten worden.

Wat in dagboeken genoteerd is uit tweede hand is vaak matig betrouwbaar en dient middels tweede bron bevestigd te worden.

Hierbij moet wel altijd in ogenschouw genomen worden, wanneer de boeken geschreven zijn en wat de bronnen waren, zeker wat betreft de meidagen 1940. Door diverse auteurs zijn voor hun boeken over de meidagen verslagen van de Nederlandse officieren en troepen gebruikt (dit betreft de stukken uit collectie 409 van het NIMH). Hoewel de meesten ervan vlak na de strijd zijn geschreven, is er ook een aantal dat in de jaren na WOII pas geschreven is en daarmee minder nauwkeurig zal zijn. Bovendien zullen de verslagen van de Nederlandse troepen – bewust of onbewust – overdreven zijn in de gebeurtenissen. Dit blijkt uit zaken zoals meldingen van Duitse pantserwagens bij de Grebbeberg (die daar nooit geweest zijn in mei 1940) en uit tegenstrijdigheden die soms optreden tussen het verslag van een verantwoordelijke officier en dat van een soldaat die ook aanwezig was. Veel boeken die net na WOII geschreven zijn, hebben (soms sterk) de neiging de handelingen van het Nederlandse leger en de omvang en kracht van het Duitse leger te overdrijven. Neemt niet weg dat dit soort werken van gerenommeerde auteurs vaak de beste bronnen zijn voor oorlogshandelingen in mei 1940 en bi j de bevrijdingsgevechten in 1944/1945. 2

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

15 van 94

Het werk van Eversteijn In de branche wordt regelmatig het werk “Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945” van T. Eversteijn gebruikt. Dit is een niet gepubliceerd werk uit 1990 met een update in 2011, zonder bronvermelding van de erin opgenomen oorlogshandelingen. Van een aantal gebeurtenissen is de achterliggende bron vrij goed te achterhalen. Dat betref f en bronnen, die T&A standaard raadpleegt, waardoor het werk van Eversteijn hier geen enkele toegevoegde waarde heef t m.b.t. deze meldingen. Sterker nog, enkele van die oorspronkelijke bronnen komen regelmatig met correcties en aanvullende inf ormatie, die in Eversteijn dus ontbreken. Van andere meldingen is de bron onduidelijk en wordt de melding in de regel in andere literatuur of archief stukken aangetrof f en. Daarnaast geldt dat de versie van 1990 en 2011 soms sterk van elkaar wisselen, waaruit al blijkt dat er grote f outen en slordigheden in de versie van 1990 stonden. Er is geen reden aan te nemen dat de versie van 2011 veel beter is. Gevolg is dat het betref f ende werk geen toegevoegde waarde heef t, omdat de melding soms gedateerd is, meestal middels de oorspronkelijke bron al geraadpleegd is voor het onderzoek en in andere gevallen onduidelijk is wat de oorspronkelijke bron was, waardoor de betrouwbaarheid sterk in twijf el getrokken moet worden.

T&A raadpleegt deze bron daarom niet.

Overzichtslijst gebruikte literatuur Voor de literatuurstudie zijn de onderstaande boeken geraadpleegd. In de kolom “bronverwijzing” staat de af korting die in de gebeurtenissenlijst in bijlage 3 gebruikt is om naar het betref f ende boek te verwijzen. Auteur

Titel

Amersfoort, H. e.a.,

Mei 1940, de strijd op Nederlands grondgebied Bogaarts, M.D., Bevrijding & wederopbouw: naoorlogse perikelen in het bevrijde Gelderland Bollen, H. en Vroemen, Canadezen in actie. Nederland najaar ’44 – P., voorjaar ’46. Brongers, E.H., Inventarisatie uit diverse bronnen van in de meidagen van 1940 Tijdens of door de strijd in Nederland neergeschoten, vernielde Of door vuur beschadigde Duitse vliegtuigen, weergegeven per Provincie of gebied Bruil Traanboer, L.E. Wisch in Bezettingstijd 1940-1945 Dorrestijn, B.J. (coörd) Boerderij en veldnamen in Wisch e.a., Horst, J.G. ter Aalten in oorlogstijd: gebeurtenissen uit de jaren 1940-1945 Huurman, C. Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd, 1939 – 1945 Klep, C. (red.), De bevrijding van Nederland 1944-1945, oorlog op de flank Knottnerus, B.J. Varsseveld rond de jaren 1940-1945: herinneringen van een domineeszoon Korthals Altes, A., Luchtgevaar, luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 Krosenbrink, H., e.a. Met de moed van de angst: Oorslogbelevenissen in Achterhoek en Liemers Molenaar, F.J. De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2 delen) NFLA NFLA-Recovery list

Uitgegeven

Bronverwijzing

Den Haag 2005

Amersfoort (2005)

Nijmegen 2010

Bogaarts (2010)

Warnsveld 1994

Bollen (1994)

Wijnandsrade 2008 Brongers (2008)

s.l. 1987

Bruil Traanboer (1987) Doetinchem 2009 Dorrestijn (2009) Aalten, 1985

Horst (1985)

Eindhoven 2001

Huurman (2001)

Den Haag 1995

Klep (1995)

Soest, 1995

Knottnerus (1995)

Amsterdam 1984 Korthals Altes (1984) Doetinchem 1981 Krosenbrink (1981) ’s-Gravenhage 1970 2003

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

Molenaar (1970) NFLA (2003)

16 van 94

Auteur

Titel

Uitgegeven

Nierstrasz, V.E., e.a.

De strijd op Nederlands grondgebied tijdens ‘s-Gravenhage Wereldoorlog II, diverse delen De Grote Atlas van Nederland 1930-1950 Utrecht 2011

Pater, de B.C., Schoenmaker, B., e.a. Peters, C., Gelderland bevrijd Hulst 1994 Rhebergen, W. en Rhe- Vermist boven de Achterhoek: Naarden 1991 Neergestorte geallieerde vliegtuigen tijdens bergen P., WOII historische feiten en achtergronden Rijnhout, B., De verloren strijd: een fotografisch overzicht Breda 1982 van de massale Duitse luchtinvasie in de meidagen van 1940 Studiegroep luchtoor- Verliesregister log 1939-1945 Veenstra, S.L., In de schaduw van de glorie: overzicht van Zutphen 1992 vliegtuigbergingen in Nederland: 1960-1977 Verhoeven, D., Gelderland 1900-2000 Zwolle 2006 Volker, I. Doetinchem in oorlogstijd: vijf jaar Duitse be- Gaanderen, 1996 zetting in Doetinchem en Gaanderen 1940/45. Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een lucht- z.p., z.j. oorlog – delen I en II

Bronverwijzing Nierstrasz Pater (2011) Peters (1994) Rhebergen (1991)

Rijnhout (1982)

Verliesregister NIMH Veenstra (1992) Verhoeven (2006) Volker (1996) Zwanenburg (z.j.)

Leemte in kennis: • Geen.

Uitwerking van de literatuur Voor de aangetrof f en relevante gebeurtenissen wordt verwezen naar de gebeurtenissenlij st in bijlage 3.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

17 van 94

3.2

ARCHIEFONDERZOEK

Archief stukken zijn de meest belangrijke inf ormatiebron voor een vooronderzoek. Ze hebben doorgaans de meest accurate en betrouwbare gegevens die voor een onderzoek nodig zijn, omdat het vaak primaire bronnen betref f en waarvoor de inf ormatie is vastgelegd korte tijd nadat een gebeurtenis plaatsvond. De stukken bestaan onder meer uit processenverbaal en dagrapporten, maar soms ook uit f oto’s van oorlogsvoorvallen en militair e verslagen waarin planning en uitvoering alsmede resultaten en gebruikte explosieven zijn vastgelegd. Archief stukken voor vooronderzoek liggen in verschillende archieven in Nederland en in enkele buitenlandse archief instellingen. Aan hand van de richtlijnen in het CS-VROO en door de onderzoeker is bepaald welke archieven geraadpleegd dienen te worden voor het onderzoek en of de aangetrof fen inf ormatie relevant is of niet. Per archief is een inventarisatie opgemaakt van de dossiers waarin relevante inf ormatie verwacht mag worden. Deze dossiers zijn ingezien en de inhoud is beoordeeld op relevantie. In bijlage 5 is meer specif iek per archief aangegeven op welke wijze deze is geraadpleegd. Een stuk is niet relevant indien het geen indicaties of contra-indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van explosieven in het onderzoeksgebied of de directe nabijheid ervan bevat.

De geraadpleegde inventarissen, toegangsnummers en stukken zijn per archief in overzichtstabellen weergegeven in de volgende paragraf en bij de betref f ende archief instelling. Voor al deze archieven geldt, dat in de laatste kolom van de tabel van de inventarisatie is aangegeven of een inventaris als relevant is beschouwd. Indien de stukken niet als relevant werden beschouwd, dan is middels een nummer aangeduid waarom een inventaris niet relevant is bevonden. De vermelde nummers in de kolom ‘relevant’ van de tabel van de inventarisatie van elk archief staan voor het volgende: 1. De in de stukken gemelde gebeurtenissen zijn te ver van het onderzoeksgebied om relevant te zijn; 2. De stukken melden geen (aan) explosieven (gerelateerde gebeurtenissen); 3. De stukken melden geen relevante naoorlogse werkzaamheden; 4. De stukken missen in het archief . De relevante stukken zijn verder uitgewerkt en geanalyseerd in de gebeurtenissenlijst in bijlage 3.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

18 van 94

3.2.1 Gemeentelijk en provinciaal archief Archief stukken uit gemeentearchieven bevatten in de regel de meest gedetailleerde en betrouwbare inf ormatie voor oorlogshandelingen in de gemeente, getrof f en locaties, af handelingen betref f ende het zoeken en/of ruimen van explosieven en naoorlogse werkzaamheden. Meestal zijn deze stukken in een lokaal gemeentearchief terug te vinden, maar in andere gevallen liggen dergelijke stukken in provinciale of regionale archieven. Bij het raadplegen van het gemeentelijk en provinciaal archief worden conf orm het CS-VROO ten minste stukken van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetrof f en/geruimde explosieven en oorlogsschaderapporten geraadpleegd. Bij het provinciaal archief worden aanvullend de relevante archieven van het Militair Gezag geraadpleegd. Tevens is bij de gemeente nagevraagd of er in het verleden reeds onderzoeken zijn uitgevoerd naar de aanwezigheid van explosieven. Onderhavig onderzoek betref t een vooronderzoek conf lictperiode. Er is dus niet gekeken naar relevante naoorlogse ontwikkelingen in deze archieven.

Betrouwbaarheid van de bron Archief stukken uit het gemeentearchief of provinciaal archief zijn in de regel betrouwbaar, hoewel dit iets kan verschillen per soort archief stuk. Processen-verbaal van de Luchtbeschermingsdienst (LBD), politie en brandweer Processen-verbaal van de LBD, politie en brandweer zijn betrouwbare weergaven van de situatie zoals waargenomen tijdens en/of na een gebeurtenis. Ze zijn meestal opgesteld kort na een gebeurtenis en op basis van waarnemingen van de verbalisant of directe medewerkers en betref f en in de regel objectieve constateringen, zonder overdrijving van f eiten in eigen belang. Deze stukken worden betrouwbaar geacht betref f ende het plaatsvinden van een gebeurtenis, de betrof f en locatie(s), de af handeling van de gebeurtenis door de autoriteiten en andere zaken die betrouwbaar vanuit de positie van de verbalisant konden worden bepaald. Hieronder valt dus bijvoorbeeld wel het aantal bommen dat ontplof te, maar meestal niet het aantal af geworpen bommen, aangezien dit zelden betrouwbaar waargenomen kon worden.

Stukken betreffende aangetroffen/geruimde explosieven Deze stukken worden als betrouwbaar gezien aangezien deze stukken meestal zijn opgesteld kort na het aantref f en/ruimen van de explosieven en op basis van waarnemingen van de verbalisant of directe medewerkers en betref f en in de regel objectieve constateringen, zonder overdrijving van f eiten in eigen belang. Oorlogsschaderapporten De betrouwbaarheid van oorlogsschaderapporten is wisselend, maar over het algemeen redelijk betrouwbaar. De ervaring leert dat bij schaderapporten twee belangrijke f actoren meespelen voor de betrouwbaarheid van de melding. Ten eerste de melder van de schade. Indien de schade is geconstateerd door de LBD, politie of brandweer , kan gesteld worden dat het een betrouwbare melding betref t. Bij een schadeclaim van de eigenaar bestaat de kans echter dat er sprake is van f raude. Een tweede f actor die meespeelt is de datum van de melding ten opzichte van de datum van de gebeurtenis. Meldingen van maanden of jaren na de gebeurtenis melden vaak de verkeerde datum en/of oorzaak van de schade. Indien schademelding door de eigenaar is gedaan en/of van lang na de gebeurtenis is, dient de melding bij voorkeur door een tweede bron bevestigd te worden, of wordt onderbouwd waarom de melding als (on)betrouwbaar wordt gezien.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

19 van 94

Overzichtslijst geraadpleegde gemeentearchieven en inventarissen Archief huidige gemeente Oude IJsselstreek Bij de gemeente is navraag gedaan m.b.t. de beschikbaarheid van reeds uitgevoerde explosievenonderzoeken. Zie §2.3 voor de resultaten hiervan.

Archief voormalige gemeente Wisch Deze voormalige gemeente maakt tegenwoordig deel uit van de huidige gemeente Oude IJsselstreek. De archief stukken van deze gemeente liggen in het Erf goedcentrum Achterhoek en Liemers te Doetinchem. Hiervan zijn de volgende archieven geraadpleegd: 0824 - Oorlogsdocumentatie gemeente Wisch, 1940-1945 Inv. Nr.

Omschrijving archiefstukken Geen relevante inventarissen

Relevant

0947 - Collectie oorlogsdocumentatie van G.J. Looman te Westendorp, 1940 -1946 Inv. Nr. Omschrijving archiefstukken Relevant Geen relevante inventarissen 1053 – Gemeentebestuur Wisch, (1833) 1922-2004 (2009) Inv. Nr. Omschrijving archiefstukken 3 Herstel oorlogsschade woningen en gebouwen, 1940-1955

Relevant Nee, 1

268 269 270 271

Huisnummering; toekenning en wijzigen map 1, 1950-1979 Huisnummering; toekenning en wijzigen map 2, 1980-1991 Huisnummering; toekenning en wijzigen map 3, 1992-1998 Huisnummering; toekenning en wijzigen map 4, 1999-2004

* * * *

272 361 384 425 2170

Project huisnummering buitengebied, 1999-2001 Rapport over het woningregister en de huisnummering, 1942 Oorlogsgraven, 1940-2008 Luchtbeschermingsplan gemeente Wisch, 1949-1951 Verordening tot het (nader) vaststellen van huisnummering en geven van straten en namen, 1950-1952 Overzicht schade-inventarisatie op 1 april 1945, 1945 Christelijke Nationale School te Bontebrug (Bontebrug 54); aangifte en herstel oorlogsschade, 1947-1954 Rooms-katholieke Meisjesschool te Silvolde; declaratie oorlogsschade, 19511952 Kaart van wegen en voetpaden in de gemeente Wisch uit 1940, met daarop ingetekend plekken en data van afgeworpen bommen en neergestorte vliegtuigen in de periode november 1944 - maart 1945, 1940-1945 Voornamelijk rapporten, opgesteld over ordeverstoringen van zeer uiteenlopende aard, 1935-1944 Stukken betreffende de opgave van oorlogsschade, veroorzaakt door vliegtuigbommen., 1943-1952 Opsporing en ruiming van achtergebleven oorlogstuig (waaronder explosieven) uit de 2e wereldoorlog., 1970-1984

* * Nee, 1 Nee, 2 Nee

4554 4693 4694 4695

Ruimingen van munitie, 2000-2001 Schaderapporten voor oorlogsgeweldschade aan gebouwen; kern Heelweg, 1946 Schaderapporten voor oorlogsgeweldschade aan gebouwen; kern Silvolde, 1946 Schaderapporten voor oorlogsgeweldschade aan gebouwen; kern Sinderen, 1946

Nee, 1 Nee, 2 Nee, 2 Nee, 2

4696

Schaderapporten voor oorlogsgeweldschade aan gebouwen; kern Westendorp, 1946

Nee, 2

2210 2443 2463 3797

3846 3862 3865

Nee, 1 Nee, 1 Nee, 1 Ja

Nee, 1 Ja Nee, 2

Leemte in kennis gemeentearchief • Er zijn geen rapporten van de luchtbeschermingsdienst aangetrof f en.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

20 van 94

Uitwerking van de aangetroffen relevante stukken Voor de aangetrof f en relevante gebeurtenissen wordt verwezen naar de gebeurtenissenlij st in bijlage 3.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

21 van 94

Overzichtslijst geraadpleegde provinciale archieven en inventarissen Provinciaal archief Gelderland De archief stukken van provincie Gelderland liggen in het Gelders Archief te Arnhem. Hiervan zijn de volgende archieven geraadpleegd: 0039 - Gedeputeerde Staten, (1723) 1814-1950 (1971) Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) 391 GS: Registers (besluiten, ingekomen en verzonden stukken) (1940) 403 (1945) 723 Politie: Repertoires, registers van ingekomen stukken, 1815, 1821-1949. (1940) 748 (1945) 1880 Opbouwtoelagen voor secretarissen en ontvangers van gemeenten die bijzonder door de oorlog getroffen waren, 1946-1949.

Relevant Nee, 2, 3

Nee, 2, 3

Nee, 2

6098 7004 7866 8251

Eigendomsoverdracht, brand- en molestverzekering en oorlogsschade, 1943-1951 Inventarisatie van (oorlogs)schade aan monumenten in Gelderland, 1945 -1946. Oorlogsgraven, 1940-1952. Stichting Herstel Gelderland 1945, 1945-1947.

Nee, 2 Nee, 1 Nee, 1 Nee, 2

8252 8253 8254 8255 8256

Commissies voor wederopbouw en herstel, 1945-1948.: Algemene Commissie Commissies voor wederopbouw en herstel, 1945-1948.: Betuwe Commissies voor wederopbouw en herstel, 1945-1948.: Maas en Waal Commissies voor wederopbouw en herstel, 1945-1948.: Veluwezoom Commissies voor wederopbouw en herstel, 1945-1948.: Zuidelijke Achterhoek

Nee, 1 Nee, 2 Nee, 2 Nee, 2 Nee, 2

8257 8268

Commissies voor wederopbouw en herstel, 1945-1948.: Zutphen en Omgeving Nee, 2 Statistische gegevens betreffende oorlogsschade en toegewezen en gebruikte bouwvolu- Nee, 1 mes, 1947-1949

8524

Luchtbeschermingsplannen, 1937-ca. 1944.: Per gemeente, Herwen en Aerdt-Tiel, 1937ca. 1944 Luchtbeschermingsplannen, 1937-ca. 1944.: Per gemeente, Ubbergen-Zutphen, 1937ca. 1944 Overzicht van luchtbeschermingsposten in de omgeving van Herwen en Aerdt, z.j.. Opruiming van mijnen en munitie, 1945-1947.

8525 8526 8529 9607 10336

Nee, 2, 3 Nee, 2, 3 Nee ,2, 3 Nee, 1

Het herstel van oorlogsschade aan wegen en dijken in de polderdistricten Rijk van Nij- Nee, 2 megen, Maas en Waal, Buren, Over- en Neder-Betuwe, 1945-1949. Verbetering van bruggen en herstel van oorlogsschade, 1942-1945. Nee, 2

11821 12596

Gebruik van het voormalige Duitse vliegveld Deelen, 1945-1949. Kaart van de verdeling van de gemeente Arnhem in gemengde woon en industriewijken en een beschermd gedeelte (mogelijk in samenhang met luchtbescherming)

Nee, 2, 3 Nee, 2

12796 127980001

Megchelen (gemeente Gendringen) : wederopbouwplan, mei 1947 Verwoestingskaarten van Nijmegen : behorende bij het wederopbouwplan, juli 1946

Nee, 2 Nee, 3

127980002 127980003 128040001 128040002 128040003

Verwoestingskaarten van Nijmegen : behorende bij het wederopbouwplan, juli 1946

Nee, 3

Verwoestingskaarten van Nijmegen : behorende bij het wederopbouwplan, juli 1946

Nee, 3

[Plan voor de wederopbouw van de burgerlijke gemeente Tiel], 16 juli 1947

Nee, 3

[Plan voor de wederopbouw van de burgerlijke gemeente Tiel], 16 juli 1947

Nee, 3

[Plan voor de wederopbouw van de burgerlijke gemeente Tiel], 16 juli 1947

Nee, 3

128040004

[Plan voor de wederopbouw van de burgerlijke gemeente Tiel], 16 juli 1947

Nee, 3

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

22 van 94

0044 - Tijdelijk Provinciaal Bestuur te Nijmegen, 1944-1945 (1984) Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) 66 Verslagen van besprekingen gehouden in verband met de bevrijding van de gemeente Groesbeek, 1945 feb-mrt. 67 Verslagen betreffende de toestand van de gemeenten Appeltern, Bemmel, Bergharen, Beuningen, Bommelerwaard, Dodewaard, Hemmen en Horssen tijdens en na de bezetting, 1945. 122 Verslag van moedig optreden van een wachtmeester der marechaussee te Ewijk met betrekking tot Engelse piloten, 1945. 123 Correspondentie met de Militair Commissaris voor het Rechtsherstel betreffen de opgave van door Duitse militaire of paramilitaire organisaties achtergelaten goederen, 1945. 132 Stukken betreffende luchtbescherming en brandweerwezen, 1944 -1945.

Relevant Nee, 1 Nee, 1

Nee, 2, 3 Nee, 2, 3

Nee, 1

136

Stukken betreffende het houden van huiszoekingen naar wapens en munitie bij de burgerbevolking, 1945.

Nee, 3

139

Nee, 2, 3

146 159

Correspondentie betreffende uitnodigingen voor herdenkingsdiensten voor oorlogsslachtoffers, 1944-1945. Stukken betreffende de wederopbouw van door oorlogshandelingen verwoest gebied, 1944- 1945. Stukken betreffende het herstel van de landbouw, 1944-1945. Stukken betreffende hulpverlening aan oorlogsgetroffenen, 1944 -1945.

168 169

Stukken betreffende het herstel van telefoon- en telegraafverbindingen, 1944-1945. Nee, 2 Stukken betreffende het herstel van de postdiensten, 1945. Nee, 2, 3

143

0045 - Tijdelijk Provinciaal Bestuur te Lochem, (1936) 1944-1945 Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) 9 51 64

66

29

Nee, 2 Nee, 2

Relevant

Stukken betreffende oorlogsschade aan het provinciehuis te Arnhem en lijst van "geredde Nee, 1 artikelen", 1944. Stukken betreffende gemeentelijke politieverordeningen, 1944-1945. Nee, 2, 3 Stukken betreffende oorlogsschade aan overheidsgebouwen opgegeven door de gemeen- Nee, 1 ten Doornspijk en Doetinchem ingevolge Besluit Bijdrage Opbouw Publiekrechtelijke Lichamen, 1944. Stukken betreffende het onderhoud van zogenaamde "dekkingsgaten" tegen luchtaan- Nee, 2 vallen in diverse gemeenten, 1944-1945.

0047 - Stichting Gelderland 1940, 1940-1950 Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) 17 Lijst met opgave van geleden oorlogsschade per gemeente, met brieven gericht aan de Commissaris van de Koningin, 1940. 18 Staten met opgave van geleden oorlogsschade, 1940: Barneveld, met bijlagen, 1940. 19 Staten met opgave van geleden oorlogsschade, 1940: Wageningen, 1940. 26 Correspondentie met Schade-Enquête-Commissies, 1945-1946. 28

Nee, 2

Relevant Nee, 2 Nee, 1 Nee, 2 Nee, 2

Correspondentie met "Streekbureaus" van het Ministerie van Openbare Werken en We- Nee, 2 deropbouw, 1946-1947. Correspondentie met Districtbureaus voor de verzorging van Oorlogsslachtoffers, 1946- Nee, 2 1949.

0075 – Algemene Commissie voor wederopbouw en herstel in Gelderland Inv. Nr.

Omschrijving archiefstuk(ken) Geen relevante inventarisnummers

0076 - Commissie voor wederopbouw en herstel Zuidelijke Achterhoek Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken)

Relevant

Relevant

Geen relevante inventarisnummers 0077 - Commissie voor wederopbouw en herstel Betuwe Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Geen relevante inventarisnummers

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

Relevant

23 van 94

0078 - Commissie voor wederopbouw en herstel Maas en Waal Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Geen relevante inventarisnummers

Relevant

0080 - Commissie voor wederopbouw en herstel Zutphen en omgeving Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Geen relevante inventarisnummers

Relevant

0081 - Stichting Herstel Gelderland 1945, 1945-1949 Inv. Nr. 6

Omschrijving archiefstuk(ken) Relevant Rekening en verantwoording betreffende het herstel van wegen in de Over -Betuwe, Nee, 2 1946- 1947.

0244 - Provinciale Waterstaat, 1864-1955 Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) 86 Opgaven van oorlogsschade in de provincie Gelderland. 87 Overzichten van opslagplaatsen van munitie in of nabij dijken. 100 146

Relevant Nee, 1 Nee, 1

Overzichten van door oorlogshandelingen langs de dijken beschadigde en vernielde Nee, 1 bouwwerken, 1945-1946. Overzicht van door oorlogshandelingen vernielde gebouwen nabij dijken, 1945. Nee, 1

158 298

Herstel van oorlogsschade aan de Grebbedijk, 1945-1946. Herstel van bruggen in wegen van het Provinciaal Wegenplan en het Tertiair Wegenplan, 1940-1945.

300

Herstel van wegen in het Rijk van Nijmegen en Maas en Waal, 1946-1948.: Correspon- Nee, 1 dentie, 1946-1948. Herstel van wegen in het Rijk van Nijmegen en Maas en Waal, 1946-1948.: Bestekken Nee, 2 voor wegen in de gemeenten Appeltern, Groesbeek, Overasselt en Wamel, 1948. Bescherming van waterstaatswerken tegen luchtaanvallen, 1937-1950. Nee, 2

301 386

Nee, 2 Nee, 1

0377 - Rijkswaterstaat, Directie Bovenrivieren Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Relevant 610 Stukken betreffende onderzoeken naar en de opruiming van explosieven in en langs het Nee, 1 Pannerdensch Kanaal, 1950-1953. 1037 - Militair Gezag in Gelderland, 1941-1948 Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Relevant 62 Stukken betreffende oorlogsschade en de uitkeringen van verzekeringen, 1944 -1945. Nee, 2 69 93

Stukken betreffende schade aan en wederopbouw van woningen en andere gebouwen, 1944. Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, 1944-1945.

Nee, 1 Nee, 2

166 169

Correspondentie betreffende de bevrijdingsdata van gemeenten in Gelderland, 1945. Nee, 1 Notities van H.P.J. Bloemers, oud-burgemeester van Arnhem, over deze stad en oorlogs- Nee, 2 zaken, 1945.

175 191 211

Stukken betreffende het begraven en identificeren van gesneuvelde militairen, 1945. Stukken betreffende het opruimen van mijnen en munitie, 1945. Stukken betreffende de vergoeding van oorlogsschade, uitkeringen aan oorlogsslachtoffers en verzekeringsaangelegenheden, 1945. Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Correspondentie van het hoofd van de Dienst Burgermijnopruiming van het MG Gelderland en de leider van het District Arnhem van de Dienst Burgermijnopruiming, 1945. Rapporten, 1945. Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.1 Hoofd van de Dienst Burgermijnopruiming/District Arnhem: Dag- en weekrapporten betreffende het opruimen van mijnen en munitie, 1945. Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.1 Hoofd van de Dienst Burgermijnopruiming/District Arnhem: Situatieschetsen van mijnenvelden, 1945. Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.2. Districten Nijmegen en Elst:

252 259 260 261

265 270

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

Nee, 1 Nee, 1 Nee, 2 Nee, 2 Nee, 1 Nee, 1 Nee, 1

Nee, 1 Nee, 1

24 van 94

1037 - Militair Gezag in Gelderland, 1941-1948 Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Verslagen over ongevallen, 1945. 271 Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.2. Districten Nijmegen en Elst: Betreffende het opruimen van mijnen en munitie: District Nijmegen. 272 Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.2. Districten Nijmegen en Elst: Betreffende het opruimen van mijnen en munitie: District Elst. 273 Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.2. Districten Nijmegen en Elst: Betreffende het begraven van lijken en kadavers. 275 Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.2. Districten Nijmegen en Elst: Stukken betreffende de aangifte van verblijfplaatsen van mijnen, munitie en ontplofbare stoffen, 1945: District Nijmegen. 276 Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.2. Districten Nijmegen en Elst: Stukken betreffende de aangifte van verblijfplaatsen van mijnen, munitie en ontplofbare stoffen, 1945: District Elst. 285

Relevant Nee, 1 Nee, 1 Nee, 2 Nee, 1

Nee, 1

Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.3. Districten Doetinchem en Zutphen: Stukken betreffende door gemeenten verstrekte opgaven van aangetroffen explosieven, 1945: A-H. Dienst Burgermijnopruiming van het PMC Gelderland: 1.4.3. Districten Doetinchem en Zutphen: Stukken betreffende door gemeenten verstrekte opgaven van aangetroffen explosieven, 1945: L-Z. Stukken betreffende brandweer, mijnopruiming en luchtbescherming, 1945. Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten.

Ja

371

2. Districts Militaire Commissarissen 2.2. Districts Militaire Commissaris te Doetinchem Stukken betreffende politie en politionele aangelegenheden, 1945. Overige stukken

Nee, 2

372 379

Stukken betreffende brandweer, luchtbescherming en mijnopruiming, 1945. 2. Districts Militaire Commissarissen 2.2. Districts Militaire Commissaris te Doetinchem Stukken betreffende openbare werken en wederopbouw, 1945. 2. Districts Militaire Commissarissen 2.2. Districts Militaire Commissaris te Doetinchem Stukken betreffende militaire zaken, 1945. Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS).

Nee, 1 Nee, 2

409 422

Stukken betreffende de luchtbescherming en mijnopruiming, 1944 -1945. Stukken betreffende het registreren van graven van geallieerde en Duitse militairen, 1945.

Nee, 1 Nee, 2

423 433 435 450

Binnenlandse Nederlandse Strijdkrachten, 1944-1945. Oorlogsschade, 1945. Stukken betreffende oorlogsmisdaden, 1944-1945. Stukken betreffende politionele zaken, 1944-1945. N.B. Algemeen, verslag kinderpolitie Nijmegen 1941, plunderingen door geallieerden, verslagen en processen verbaal, interneringskamp De Tuchtschool en andere interneringskampen, bestrijding economische delicten. Stukken betreffende de brandweer, luchtbescherming en mijnopruiming, 1944 -1945. Graven van militairen, 1945.

Nee, 2 Nee, 2 Nee, 2 Nee, 2

286

325 356

383

387

452 470 477

Ja

Nee, 1 Nee, 2

Nee, 2

Nee, 2

Nee, 1 Nee, 2

493

Correspondentie betreffende het gebruik van door Duitse en geallieerde militairen ach- Nee, 2 tergelaten goederen, 1945. Stukken betreffende brandweer en luchtbescherming, 1945. Nee, 2

500 517 540 572

Vergoedingen voor schade, toegebracht door geallieerde militairen. Correspondentie betreffende oorlogsbuit, 1945. Stukken betreffende brandweer, mijnopruiming en luchtbescherming, 1945. Stukken betreffende luchtbescherming, brandweer en mijnopruiming, 1945.

Nee, 2 Nee, 2 Nee, 1 Nee, 1

4615

Staten van beschadigde en vernielde boerderijen, 1945.

Nee, 2

1534 - Collectie Jaquet Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) foto’s uit WOII , Arnhem en omgeving

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

Relevant Nee, 1

25 van 94

1560 - Fotocollectie Tweede Wereldoorlog Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken)

Relevant

o.a. Luchtfoto's, verslagen, foto’s, publicaties etc.

Nee, 1

3059 - Provinciale Waterstaat, 1950-1980 Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Relevant 55 Verslagen omtrent de waterstaatkundige toestand in Gelderland en de aangerichte Nee, 1 schade aan bedijkingen, wegen en gebouwen gedurende de oorlogswinter 1944 -1945 3204 - Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten 1950-1979 Inv. Nr. 1168 1170 1265

Omschrijving archiefstuk(ken) Molestverzekering en schade-uitkeringen, 1944-1958 Opgaven ter verkrijging van de rijksvergoeding, 1951-1956 Herstel van de oorlogsschade aan het archiefdepôt in het oude Provinciehuis, 1945-1955.

3446

Toekenning van rijkssubsidie aan waterleidingbedrijven voor herstel van oorlogsschade, Nee, 1 1949-1961.: Vergoeding van oorlogsschade aan waterleidingmaatschappijen, 1952-1960 Gewijzigd plan in verband met herstel van oorlogsschade, 1946-1954 Nee, 2

3705 3716 7177 7788 8138 8478 8479 10270

Relevant Nee, 2 Nee, 2 Nee, 2

Aanleg en herstel van het Valleikanaal ter verbetering van de afwatering in de Gelderse Vallei, 1933-1957.: Herstel en vergoeding van oorlogsschade, 1947-1957 Overzichten van oorlogsschade aan bruggen in provinciale en tertiaire wegen en van de herstelwerkzaamheden, 1947-1957. Oorlogs- en bezettingsschade geleden door de Provinciale Gelderse Electriciteits Maatschappij (PGEM), 1947-1955. Schadevergoedingen voor vorderingen in de bezettingstijd 1940 -1945, 1951-1962. Herstel van oorlogsschade aan beplanting en bebossing van wegen en plantsoenen, 19491952.: Van gemeenten, 1949-1952 Herstel van oorlogsschade aan beplanting en bebossing van wegen en plantsoenen, 19491952.: Van waterschappen, 1949-1952

Nee, 1

Overzichten van oorlogsschade aan Gelderse monumenten, 1945 -1951.

Nee, 1

Nee, 2 Nee, 2 Nee, 2 Nee, 2 Nee, 2

Leemte in kennis provinciaal archief • Geen.

Uitwerking van de aangetroffen relevante stukken Voor de aangetrof f en relevante gebeurtenissen wordt verwezen naar de gebeurtenissenlij st in bijlage 3.

Vooronderzoek OO – Landbouwpasseerhavens langs de N318

26 van 94

3.2.2 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (“NIOD”) is een kennis - en inf ormatiecentrum over oorlog en bevat diverse (dag)boeken en archief stukken over WOII. Conf orm het CS-VROO dienen hiervan de volgende collecties geraadpleegd te worden: • •

Collectie 216K - Departement van Justitie Collectie 077 - Generalkommissariat f ür das Sicherheitswesen - Höhere SS- und Polizeif ührer Nord-West

Betrouwbaarheid van de bron Archief stukken uit collectie 216K betref f en in de regel vergelijkbare stukken als die uit het gemeentearchief . Indien dit het geval is en de verbalisant van het archief stuk iemand betrof die op locatie is geweest of een directe medewerker betrof van degene die op locatie is geweest, dan geldt hetzelf de als gesteld is voor de betrouwbaarheid van de archief stukken uit het gemeentearchief . Voor collectie 077 is dit echter niet het geval; deze collectie bevat samenvattende rapporten, die gebaseerd zijn op de originele rapporten, telegrammen of een telef oonbericht. Hierbij bestaat de kans op f outen bij het overnemen en samenvatten van inf ormatie. Deze archief stukken rapporteren dus niet uit eerste hand en daarom worden de details (aantallen explosieven, exacte locaties, e.d.) als minder betrouwbaar gezien, maar de gebeurtenis zelf wel als betrouwbaar. Het verdient de voorkeur om bevestiging van de details middels een tweede bron te verkrijgen.

Overzichtslijst geraadpleegde collecties en inventarissen van het NIOD Toegangsnummer 077 - Collectie Generalkommissariat für das Sicherheitswesen - Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West Inv. Nr. Omschrijving archiefstuk(ken) Relevant 518 Verslagen van de Befehlshaber der Ordnungspolizei betreffende de luchtaanvallen Nee, 1 op Nederlands grondgebied van 21 tot en met 27 augustus 1940 993 Verslagen betreffende geallieerde luchtaanvallen op bewapeningsbedrijven in Hen- Nee, 1 gelo en de gasfabriek in Rotterdam, 1942-1943 1328 Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijan- Ja delijke luchtaanvallen, 1940-1941 1332 Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliege- Nee, 1 niers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 1940-1943 1759 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943 Nee, 1 1855 Telegrammen van de marechaussee regio Rotterdam aan het 3. Polizeibataillon over Nee, 1 bominslagen en delicten, 27-30 november 1944 Toegangsnummer 216K - Collectie Departement van Justitie Inv. Nr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=6b8e7634-b274-44c1-93dd-7ae5479556cb