Bijlage 3 Quickscan natuurtoets + ecologische beoordeling bosperceel Derde Broekdijk in Aalten_definitief
Tekst van het document
Pagina 32
van het broedseizoen gestart. De werkzaamheden mogen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst In het plangebied is geschikt broedbiotoop voor enkele Rode Lijst soorten als boomvalk, grauwe vliegenvanger, grote lijster, koekoek, matkop, ransuil, wielewaal en zwarte mees aanwezig. Om negatieve effecten op broedende Rode Lijstsoorten te voorkomen worden de werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart. De werkzaamheden mogen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden. Grondgebonden zoogdieren Wettelijk: Beschermde soorten In het plangebied is geschikt leefgebied voor de volgende beschermde grondgebonden zoogdieren aanwezig: • • • • • •
Boommarter Das Eekhoorn Grote bosmuis Kleine marterachtigen (bunzing en wezel) Steenmarter
Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek is noodzakelijk voor deze soorten en soortgroep. Voor kleine marterachtigen geldt dat de provincie Gelderland initiatiefnemers de keuze geeft voor (spoor 1) het uitvoeren van een nader onderzoek wanneer niet kan worden uitgesloten dat er kleine marterachtigen binnen een projectgebied voorkomen of (spoor 2) het direct aanvragen van een vergunning op basis van een mitigatieplan. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst In het plangebied is geschikt leefgebied aanwezig voor de Rode Lijst genoteerde haas en konijn. Om negatieve effecten op deze soorten te voorkomen worden de werkzaamheden bij voorkeur buiten de kwetsbare voortplantingsperiode uitgevoerd of ruim voor aanvang van de voortplantingsperiode gestart. De werkzaamheden mogen plaatsvinden, zo lang er maar geen exemplaren van haas en konijn gedood worden. Vleermuizen Wettelijk: Beschermde soorten Binnen het plangebied bevinden zich mogelijk verblijfplaatsen van boombewonende
Pagina 33
vleermuissoorten, (essentieel) foerageergebied voor met name bosgebonden vleermuissoorten en vliegroute voor diverse vleermuissoorten. Gezien de aard van de geplande activiteiten zijn negatieve effecten op voorhand niet uit te sluiten. Aanvullend onderzoek in het kader van de Omgevingswet is noodzakelijk voor vleermuizen. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Rode Lijst vleermuizen zijn ook altijd al wettelijk beschermd en komen hierboven al aan bod. Amfibieën, reptielen en vissen Wettelijk: Beschermde soorten Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn beschermde amfibieën en vissen uitgesloten. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet is voor deze soortgroepen niet noodzakelijk. Voor de hazelworm geldt dat aanwezigheid van leefgebied niet uit te sluiten is. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek is noodzakelijk. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn amfibieën, reptielen en vissen van de Rode Lijst niet te verwachten in het plangebied. Het treffen van maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht is niet noodzakelijk. Ongewervelde dieren Wettelijk: Beschermde soorten Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn beschermde ongewervelde diersoorten uitgesloten.
Aanvullend onderzoek naar het voorkomen beschermde ongewervelde diersoorten en/of het aanvragen van een omgevingsvergunning is niet noodzakelijk. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn ongewervelde diersoorten van de Rode Lijst niet te verwachten in het plangebied. Het treffen van maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht is niet noodzakelijk.
5.4
Conclusie soortenbescherming
Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat voor de geplande flora- en fauna-activiteit, bestaande uit het kappen van een bosperceel aan de Derde Broekdijk in Aalten, aanvullend onderzoek in het kader van de Omgevingswet noodzakelijk is voor de volgende soort(groep)en: • •
Roofvogels, categorie 1 t/m 4 soorten (boomvalk, sperwer en ransuil); Kleine marterachtigen (bunzing en wezel)
Pagina 34
• • • • • • •
Vleermuizen (verblijfplaatsen, foerageergebied, vliegroute) Boommarter Steenmarter Das Eekhoorn Grote bosmuis Hazelworm
Voor elke flora- en fauna-activiteit geldt de specifieke zorgplicht. In het kader hiervan moet voor het plangebied verder rekening gehouden worden met broedvogels, waaronder diverse categorie 5-soorten, overige grondgebonden zoogdieren en amfibieën.
Pagina 35
6
Ecologische beoordeling
6.1
Algemeen
Het plangebied betreft een gemengd bosperceel met dominantie van grove den, ruwe berk en zomereik. In het zuidelijke deel van het bosperceel, grenzend aan de noordoostzijde van een weilandje bevindt zich een bosgedeelte met dominantie van beuk. Verspreid in het bosperceel staan lariksen met een enkele Amerikaanse eik, beuk, (gewone) esdoorn en zoete kers. De lage boom- en struiklaag wordt bepaald door een mix van inheemse soorten als hazelaar en hulst met opslag van exoten als Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers. Zie figuur 6 voor de typologie van het plangebied.
Figuur 6. Typologie van plangebied.
Pagina 36
6.2
Geschiedenis
Tot in het begin van de vorige eeuw, tussen globaal 1900 en 1920, werd de locatie van het plangebied bepaald door verboste heide. Ten oosten bevindt zich het Aaltensche Broek, een van oorsprong nat, lager gelegen gebied. De rechte lijnen in het landschap zijn overgenomen in het stratenpatroon van het bedrijventerrein. Na 1920 is het noordelijke en westelijke deel aangeplant, vermoedelijk met grove den. Het zuidelijke deel was rond deze tijd in gebruik als agrarisch gebied, vermoedelijk weiland. Dit deel van het plangebied is geleidelijk aan aangeplant en verloor in de loop van de jaren ‘60 grotendeels zijn functie als weiland. Het anno 2024 nog aanwezige weilandje voor pluimvee is een restant van dit agrarisch gebruik.
6.3
Bodem en grondwatertrappen
Het bosperceel is gelegen op een overgang van leemarme veldpodzolgrond met zwak lemig fijn zand naar vlakvaaggronden met lemig fijn zand. De delen met uit veldpodzolgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand zijn de heidevelden van vroeger. Een vlakvaaggrond behoort tot de hydro-vaaggronden: het zijn bodems waarin periodieke hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Grondwatertrap VI komt over vrijwel het gehele plangebied voor. In het midden van het terrein komt grondwatertrap VII voor. In de noordwesthoek bevinden zich delen met grondwatertrap VII waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) zich dieper dan 0,8 m beneden maaiveld en ligt de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) dieper dan 1,2 m beneden maaiveld bevindt.
6.4
Flora en vegetatie
De kruidlaag is matig ontwikkeld met lokaal veel braam (Rubus species): dit duidt op verstoring door bijvoorbeeld vermesting. Soorten van matig voedselarme tot matig voedselrijke, matig stikstofrijke omstandigheden als brede stekelvaren, gladde witbol en wijfjesvaren domineren de kruidlaag. Op de bodem is veel dood hout aanwezig. Aanwezige mossen, zoals gewoon dikkopmos, gesnaveld klauwtjesmos en fijn laddermos groeien met name op het dode hout. De bodem is verder afgedekt met een strooisellaag van eikenblad, dennennaalden en stekelvarens. Lokaal is een groeiplaats van een soort van meer voedselen stikstofarme omstandigheden als gewone salomonszegel, struikhei en wilde kamperfoelie aanwezig. In bijlage 2 is een soortenlijst opgenomen met de tijdens beide veldbezoeken aangetroffen plantensoorten. Het betreft geen volledige totaallijst.
Pagina 37
6.5
Fauna
Het bosperceel biedt leefgebied voor allerlei verschillende bosvogelsoorten. Door de aanwezigheid van een redelijk hoog aantal bomen met holten zijn holenbroeders als boomkruiper, mezen en spechten goed vertegenwoordigd. Door de ligging in de rand van de woonkern Aalten is het bosperceel minder in trek bij meer verstoringsgevoelige vogelsoorten als de meeste roofvogelsoorten (buizerd, havik). Opvallend is de aanwezigheid van de zwarte specht. Deze spechtensoort van oude (beuken)bossen is een echte bosvogel en prefereert grotere bosgebieden met voldoende rust. Door het ontbreken van oude (beuken)bomen met grote holten wordt een nestlocatie van deze spechtensoort niet zo snel in het bos verwacht. Mogelijk broedt de zwarte specht in de omgeving van het bosperceel en maakt het plangebied onderdeel uit van een groot broedterritorium. Door de aanwezigheid van allerlei holen, wortelkluiten, takkenhopen, in combinatie met een dichte struiklaag en braamstruweel, biedt het bosperceel geschikt leefgebied voor diverse grondgebonden zoogdieren. Denk hierbij aan egel, haas, konijn, ree, steenmarter en diverse (spits) muizensoorten als bosmuis en rosse woelmuis. Deze locaties bieden ook lokaal ruimte voor eventuele verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen als bunzing en wezel en verblijfplaatsen voor de grote bosmuis.
De bomen met holten zijn interessant als verblijfplaats/nestplek voor de boommarter en eventueel eekhoorn. Voor de eekhoorn is het gehele bosperceel ook geschikt als leefgebied. De aanwezigheid van enkele aangetroffen boomnesten indiceren het gebruik van het bosperceel door de eekhoorn. Door de aanwezigheid van diverse bomen met holten e.d. worden hier verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuissoorten verwacht. Verder is het bosperceel geschikt als vliegroute (stapsteen) voor diverse vleermuissoorten en als foerageergebied voor vleermuizen. Het bosperceel vormt mogelijk ook geschikt leefgebied voor de hazelworm. In bijlage 2 is een soortenlijst opgenomen met de tijdens beide veldbezoeken aangetroffen (sporen van) vogel- en zoogdiersoorten. Het betreft geen volledige totaallijst.
6.6
Samenvatting
Door de ligging in de rand van de woonkern Aalten is er, door betreding, illegale stort van tuinafval/-planten en vermesting, sprake van enige mate van verstoring. De natuurwaarden beperkt zich dan ook grotendeels tot wijdverspreide vogelsoorten en algemene grondgebonden zoogdieren van bos. De flora en vegetatie is matig ontwikkeld en bijzondere vegetaties en zeldzame plantensoorten zijn hier niet aanwezig. Voor enkele minder algemene en kwetsbare soorten als boommarter, bunzing, grote bosmuis, hazelworm, zwarte specht en diverse soorten vleermuizen vormt het bosperceel mogelijk (essentieel)leefgebied. Verder vormt het bosperceel voor diverse grondgebonden zoogdiersoorten en vleermuizen
Pagina 38
mogelijk een belangrijke stapsteen/migratieroute tussen bebouwd gebied en het buitengebied van Aalten. Bij omvorming van het bosperceel tot bedrijventerrein is compensatie noodzakelijk. Deze dient bij voorkeur in de directe omgeving van he huidige bosperceel gerealiseerd te worden.
Pagina 39
Literatuurlijst Kennisdocumenten - Bij12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12, versie 1.0, juli 2017. - Bij12 (2017). Kennisdocument Das. Bij12, versie 1.0, Utrecht. - Bij12 (2017). Kennisdocument Buizerd. Bij12, versie 1.0, Utrecht. - NGB (2023). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming.
Websites - https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal - https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproducten-natuur/informatiekaartnatuur - https://www.natura2000.nl/gebieden - https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/habitatrichtlijn - https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/vogelrichtlijn - https://iplo.nl/thema/natuur/bescherming-soorten/soorten-dieren-planten-nationaal-belang/ - https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/rode-lijsten - https://www.sovon.nl - https://www.vogelbescherming.nl - https://www.vlinderstichting.nl - https://www.nederlandsesoorten.nl/
Pagina 40
Bijlagen 1 2 3
Impressie plangebied Soortenlijst flora en fauna Natuurbescherming onder de Omgevingswet
Pagina 41
Bijlage 1 Impressie plangebied
Pagina 42
Bijlage 2 Soortenlijst flora en fauna FLORA Akkerkool Amerikaans krentenboompje Amerikaanse eik Amerikaanse vogelkers Beuk Bijvoet Bleeksporig bosviooltje Bochtige smele Bonte gele dovenetel Braam species Dagkoekoeksbloem Gewone berenklauw Gewone esdoorn Gewone hennepnetel Gewone kropaar Gewone salomonszegel Gewone vlier Gewoon jakobskruiskruid Gewoon struisgras Gewoon varkensgras Gladde witbol Grote brandnetel Grote weegbree Grove den Harig wilgenroosje Hazelaar Hondsdraf Hulst Kleefkruid Klein kruiskruid Kleine maagdenpalm
Klimop Kruipende boterbloem Lariks species Look-zonder-look Paardenbloem species Pijpenstrootje Pilzegge Rankende helmbloem Ridderzuring Robertskruid Ruwe berk Schapenzuring Sint-Janskruid Smalle stekelvaren Spaanse aak Stinkende gouwe Struikhei Valse salie Veldzuring Vogelmuur Vuilboom Wilde kamperfoelie Wilde lijsterbes Wolfspoot Zevenblad Zoete kers Zomereik Zomprus Zwarte braam Zwarte els
VOGELS Appelvink Boomklever Boomkruiper Buizerd Gaai Grote bonte specht Heggenmus Holenduif Houtduif Huismus Kauw Koolmees
Kuifmees Merel Roek Roodborst Tjitftjaf Vink Winterkoning Zanglijster Zwarte kraai Zwarte specht Zwartkop
Pagina 43
GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Das Eekhoorn Haas
Konijn Ree
Pagina 44
Bijlage 3 Natuurbescherming onder de Omgevingswet
Pagina 45
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641 910 info@staringadvies.nl
Pagina 46