Bijlage 2 - ruimtelijke onderbouwing bosaanleg Gendringseweg Aalten
Tekst van het document
Pagina 27 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.
Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •
Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).
5.12.2. Conclusie Een bos is geen gevoelige functie: zowel in de huidige als de toekomstige situatie zullen er geen personen voor langere tijd binnen het plangebied verblijven. Daarnaast vindt er in de toekomst ook geen opslag van gevaarlijke stoffen binnen het plangebied plaats. Het aspect omgevingsveiligheid is daarmee verder niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. Er blijft sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Pagina 28 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
5.13.
Trillingen
Trillingen kunnen hinder geven aan personen, gebouwen en activiteiten door golfbewegingen via de bodem. Deze trillingen worden vooral veroorzaakt door weg- en railverkeer en industriële machines. De trillingen die voelbaar zijn, bestaan uit mechanische golvende bewegingen van materialen. Anders dan bij geluid vindt de overdracht niet plaats via de lucht (gasvormig medium), maar via vaste materie (bodem, vloeren, wanden en dergelijke). Trillingen nemen af naarmate de afstand tot de bron groter is. 5.13.1. (Wettelijk) kader De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4.2 van de Omgevingswet. De overheid moet bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening houden met het belang van het beschermen van de fysieke leefomgeving. Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. 5.13.2.
Conclusie De realisatie van bos betreft geen activiteit die trillingen veroorzaakt. Dit aspect is niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling.
5.14.
Water
Bij de vaststelling van het omgevingsplan of buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. In deze paragraaf wordt ingegaan op het waterbelang en klimaatadaptatie. 5.14.1. (Wettelijk) kader Uit de instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat de gemeente bij vaststelling van het omgevingsplan of een BOPA de opvattingen van de waterbeheerder moet betrekken. Voorbeelden zijn: • • • •
watercompensatie in verband met toenemende verharding; Waterkwaliteit, bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning; bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken; waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater.
Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Voor een aantal specifieke rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels. Deze zijn: • • • •
bescherming van primaire waterkeringen, Zie artikel 5.38 Bkl. behoud waterveiligheid kust, artikel 5.40 van het Bkl. behoud waterveiligheid grote rivieren, artikel 5.46 van het Bkl. IJsselmeergebied, artikel 5.49 van het Bkl.
Een BOPA moet ook worden getoetst aan de instructies van in de omgevingsverordening van het waterschap en de provincie. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen
Pagina 29 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeenten kunnen strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. 5.14.2. Waterschapsverordening De eerste versie van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel is van rechtswege ontstaan bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Die Waterschapsverordening bevat (op basis van artikel 22.14 van de Omgevingswet en artikel 4.7 van de Invoeringswet Omgevingswet): • • • • • •
De regels die zijn opgenomen in de Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009, met uitzondering van hoofdstuk 2 (over de onderhoudsplichten); De regels die zijn opgenomen in de Aansluitverordening Rijn en IJssel; De regels die zijn opgenomen in de Algemene regels, nadere regels en verplichtingen i.v.m. Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009; Artikel 8 Verkeersbesluit Oude IJssel; De zones rond waterstaatswerken, die zijn opgenomen in de legger op grond van artikel 5.1 van de Waterwet; De zogeheten ‘bruidsschat’: voormalige rijksregels (met name over lozingsactiviteiten), die onder de Omgevingswet niet op rijksniveau terugkeren.
De eerste wijziging van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel heeft tot doel om de Waterschapsverordening die van rechtswege is ontstaan te integreren tot een goed geordende versie, die volgens de toepasselijke standaarden is vormgegeven en van de benodigde annotaties en digitale werkingsgebieden is voorzien. 5.14.3. Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn de doelen van waterschap Rijn en IJssel weergegeven in vier thema’s: Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie van het waterschap is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar op ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Daarbij is er aandacht voor een duurzame wijze van beheer en behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering.
Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Er wordt naar gestreefd dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende
Pagina 30 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. 5.14.4. Overig relevant beleid waterschap De weging van het waterbelang is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. Het heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De weging heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het projectgebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Met behulp van de weging van het waterbelang kan eenvoudig worden bepaald welke wateraspecten van belang zijn. Naarmate er een groter waterbelang is, zal een uitgebreidere procedure van de weging van het waterbelang moeten worden doorlopen. We maken onderscheid in de volgende drie resultaten van de weging van het waterbelang: 1. Plan raakt geen wateraspecten: geen wateradvies van het waterschap nodig. 2. Korte procedure: het plan past binnen de uitgangspunten van het waterschap.
De initiatiefnemer of gemeente ontvangt van het waterschap een standaardwaterparagraaf, en werkt de voor het plan relevante wateraspecten uit. De waterparagraaf wordt vervolgens door het waterschap van een wateradvies voorzien. 3. Normale procedure: er zijn grote of meerdere wateraspecten van belang. De initiatiefnemer overlegt met het waterschap om tot maatwerk te komen. De initiatiefnemer brengt opties in beeld en onderbouwt keuzes m.b.t. de waterhuishouding. 5.14.5. Onderzoek Op 18 december 2024 is de digitale watertoets doorlopen. Hieruit volgt de normale procedure. In navolging daarop is advies aangevraagd bij waterschap Rijn en IJssel. Op 19 december heeft het waterschap in een reactie laten weten dat er bij deze ontwikkelingen geen waterbelangen spelen. Compensatie eisen vanuit het waterschap zijn dan ook niet aan de orde. De ontwikkeling brengt geen aanpassingen aan het watersysteem teweeg. De transitie van grasland naar bos heeft wel invloed op de waterinfiltratie in het plangebied, in die zin dat bos ervoor zorgt dat het hemelwater geleidelijker kan infiltreren. De realisatie van bos betreft dan ook een klimaatrobuuste en waterneutrale ontwikkeling. 5.14.6. Klimaatadaptatie Zoals beschreven betreft het een klimaatadaptieve ontwikkeling. Er wordt geen verharding binnen het plangebied aangelegd.
Het gaat enkel om het omvormen van intensief beheerd agrarisch grasland naar bos. Daarmee wordt juist een bijdrage geleverd aan een geleidelijke waterinfiltratie. Bossen kunnen de infiltratiesnelheid van water in de bodem verbeteren, water beter vasthouden en geleidelijker afgeven aan de bodem. Ook hebben bossen en waterzuiverende werking en nemen bossen CO2 op. Daarmee betreft de aanleg van bos een klimaatadaptieve ontwikkeling, die ook voordelen oplevert voor de waterhuishouding en waterkwaliteit. 5.14.7. Conclusie Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap Rijn en IJssel. Voor de resultaten van de watertoets wordt verwezen naar de separate bijlage Digitale Watertoets.
Pagina 31 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
6. Uitvoerbaarheid 6.1. Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden. 6.1.1.Nadeelcompensatie In geval voor realisatie van het onderhavige initiatief een schadeveroorzakend besluit nodig is als bedoeld in artikel 15.1, eerst lid van de Omgevingswet, kan dit tot voor vergoeding in aanmerking komende nadeelcompensatie leiden. De gemeente zal met de initiatiefnemer een verhaalsovereenkomst als bedoeld in artikel 13.3c Ow sluiten. Daarmee is voor wat betreft nadeelcompensatie de uitvoerbaarheid van het initiatief geborgd.
6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid In hoofdstuk 3 is beschreven hoe het participatieproces met belanghebbenden heeft plaatsgevonden. In deze paragraaf wordt het formele participatietraject dat hierop volgt beschreven. Conform artikel 16.262 van de Omgevingswet is voor de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) de reguliere procedure (titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. Hiermee is de beslistermijn acht weken. Het college van Burgemeester en wethouders kan gevallen aanwijzen waarvoor bij een BOPA de uitgebreide procedure conform afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is. Voorliggende onderbouwing betreft een ontwikkeling waarvoor de reguliere procedure van toepassing is. Het is mogelijk voor belanghebbenden om bezwaar te maken op het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen.
Pagina 32 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
7. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Het bevoegd gezag mag alleen een omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als aan de beoordelingsregels uit afdeling 8.1 van het Bkl wordt voldaan. Zo wordt de vergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl). In dit kader vindt in hoofdstuk 4 van deze motivering een toets aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid plaats. Hieruit volgt dat het initiatief passend is binnen het huidige rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid en met name een extra bijdrage levert aan de provinciale doelstellingen voor de het landschap in de Achterhoek. Daarnaast moet in elk geval worden getoetst aan de instructieregels voor het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Bkl (artikel 8.0b, eerste lid, sub a van het Bkl) en de instructieregels in de verordening van de provincie voor het omgevingsplan (artikel 8.0b, eerste lid, sub b van het Bkl). In hoofdstuk 5 van deze motivering wordt in de beoordeling van de gevolgen van het initiatief voor de fysieke leefomgeving beoordeeld of en hoe aan deze instructieregels wordt voldaan. Hieruit volgt dat het initiatief past binnen de instructieregels van het Bkl en de provinciale verordening.
Het initiatief brengt geen negatieve milieugevolgen met zich mee, maar draagt levert juist een positieve bijdrage aan het tegengaan van de klimaatverandering, het verbeteren van de biodiversiteit, het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit én de verbinding tussen GNN gebieden. Daarmee kan worden geconcludeerd dat er wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Pagina 33 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
Bijlagen -
Watertoets Rapport archeologisch bureau- en booronderzoek
Pagina 34 van 34
Gemeente Aalten