Bijlage 2 - ruimtelijke onderbouwing bosaanleg Gendringseweg Aalten
Tekst van het document
Standaard onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de aanleg van een bos aan de Gendringseweg te Aalten Auteur Eelerwoude Datum 9 december 2025 Versienummer 3
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 2 1.
2.
3.
Inleiding ...................................................................................................................................... 4 1.1.
Aanleiding .......................................................................................................................... 4
1.2.
Ligging projectgebied......................................................................................................... 4
1.3.
Procedure .......................................................................................................................... 5
1.4.
Leeswijzer .......................................................................................................................... 5
Beschrijving huidige en toekomstige situatie............................................................................. 6 2.1.
Huidige situatie .................................................................................................................. 6
2.2.
Voorgenomen ontwikkeling .............................................................................................. 7
2.3.
Strijdigheden omgevingsplan ............................................................................................ 8
Voorbereiding en participatie .................................................................................................. 10 3.1.
4.
5.
6.
Participatie omgeving ...................................................................................................... 10
Beleidskader ............................................................................................................................. 11 4.1.
Rijksbeleid en Rijksregels ................................................................................................. 11
4.2.
Provinciaal beleid en provinciale regels .......................................................................... 13
4.3.
Regionaal beleid .............................................................................................................. 15
4.4.
Gemeentelijk beleid......................................................................................................... 16
Gevolgen voor de fysieke leefomgeving .................................................................................. 18 5.1.
Bodemkwaliteit................................................................................................................ 18
5.2.
Cultureel erfgoed en archeologie .................................................................................... 18
5.3.
Duurzaamheid ................................................................................................................. 20
5.4.
Ecologie en natuur ........................................................................................................... 21
5.5.
Geluid............................................................................................................................... 23
5.6.
Geur ................................................................................................................................. 24
5.7.
Gezondheid ...................................................................................................................... 24
5.8.
Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................................ 25
5.9.
Luchtkwaliteit .................................................................................................................. 26
5.10.
M.e.r.-beoordeling........................................................................................................... 26
5.11.
Mobiliteit en parkeren ..................................................................................................... 27
5.12.
Omgevingsveiligheid ........................................................................................................ 27
5.13.
Trillingen .......................................................................................................................... 29
5.14.
Water ............................................................................................................................... 29
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 32 6.1.
Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 32
Pagina 2 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
6.2. 7.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................. 32
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties.................................................................... 33 Bijlagen .......................................................................................................................................... 34
Pagina 3 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
1. Inleiding 1.1. Aanleiding Het voornemen bestaat om op twee percelen nabij de Gendringseweg 11 in Aalten een 3 hectare bos aan te planten. Hiervoor is reeds een subsidiebeschikking ontvangen vanuit de provincie Gelderland. In de huidige situatie zijn de desbetreffende gronden, behorende bij het agrarische bedrijf, nog in agrarisch gebruik (grasland). Gezien de gronden op dit moment een agrarische functie kennen, past het voornemen niet binnen het huidige omgevingsplan van de gemeente Aalten. Zodoende wordt voor dit initiatief een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd.
1.2. Ligging projectgebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Aalten, oostelijk van de woning aan de Gendringseweg 11, tussen de Gendringseweg en de Rosierweg. In onderstaande figuur is de ligging ten opzichte van de kern Aalten weergegeven.
Figuur 1: Ligging Gendringseweg 11 en agrarische percelen onderdeel uitmaken van het plangebied De percelen waarvoor de subsidie voor bosaanleg is toegekend staan kadastraal bekend als gemeente Aalten, sectie G, percelen 4725 en 5239. In figuur 2 is een luchtfoto van de desbetreffende percelen weergeven waarop de kadastrale begrenzing zichtbaar is.
Pagina 4 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
5239 4725
Figuur 2: Begrenzing kadastrale percelen 4725 en 5239
1.3. Procedure Op grond van artikel 5.1, lid 1 van de Omgevingswet dient een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) te worden aangevraagd.
1.4. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De toekomstige situatie beschrijft de doelen voor het projectgebied, het initiatief en de strijdigheden met het omgevingsplan. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe participatie heeft plaatsgevonden. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 en 5 het project getoetst aan relevant beleidskader en aan relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de haalbaarheid van het plan. In hoofdstuk 7 wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Pagina 5 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
2. Beschrijving huidige en toekomstige situatie 2.1. Huidige situatie Het voornemen is om in totaal 3 hectare om te vormen naar bos. De begrenzing van het toekomstige bosperceel is in onderstaande figuur weergegeven met een rode omlijning. Het betreft een uitsnede van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2015’, welke op 21 maart 2017 is vastgesteld en van rechtswege onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan van de gemeente Aalten. De desbetreffende gronden kennen de bestemming ‘Agrarisch’ en deels de bestemmingen ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ en ‘Waarde – Archeologie lage verwachting’.
Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2015’ ter plaatse van het plangebied De gronden worden in de huidige situatie ook agrarisch gebruikt ten behoeve van het agrarische bedrijf aan de Gendringseweg 11. In de omgeving zijn enkele andere agrarische bedrijven en woonpercelen aanwezig. Ten zuiden van het plangebied is een kleinschalige camping aanwezig.
Pagina 6 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
2.2. Voorgenomen ontwikkeling Het voornemen bestaat uit de realisatie van 3 hectare bos, in overeenstemming met de provinciale doelstelling om het areaal aan bos buiten het GNN uit te breiden. Het betreft een dennen-, eiken- en beukenbos (natuurtype N15.02), welke passend is bij de bodemsituatie ter plaatse. Daarnaast is het uitgangspunt dat de oorspronkelijke hoogteverschillen op de locatie waar mogelijk worden hersteld, zodat de natuurlijke hoogteverschillen weer zichtbaar worden in het landschap. Op 24 januari 2023 heeft het college van B&W van de gemeente Aalten besloten medewerking te verlenen aan de realisatie van nieuw bos. De initiatiefnemers hebben ervoor gekozen om een BOPA procedure te starten. Initiatiefnemers hebben eveneens een subsidie aangevraagd bij de provincie Gelderland voor de aanleg van bos buiten het GNN. De subsidieaanvraag is door provincie Gelderland beschikt in juni 2024. Zoals reeds aangegeven betreft het gedeelten van de percelen welke kadastraal bekend staan als gemeente Aalten, sectie G, percelen 4725 en 5239. In onderstaande figuur is de begrenzing van het toekomstige bosperceel weergegeven.
Figuur 4: weergave toekomstige begrenzing bosperceel beschikt door provincie Gelderland Echter is in 2025 uit archeologisch onderzoek gebleken dat een deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft, vanwege de aanwezigheid van een oud dekzandkopje en de voormalige locatie van een huis met erf uit 1832. Zodoende is besloten, in overleg met de provincie, om een deel van het bosperceel enkel met struweel te beplanten, om de archeologische waarden in de ondergrond te beschermen. In onderstaande figuur is deze locatie voor het struweel weergeven
Pagina 7 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
met de oranje begrenzing. De aanplant van bomen vindt plaats op het overige (met groen aangegeven) gedeelte van het plangebied met een lage archeologische verwachting. Zie ook 5.2 Cultureel erfgoed en archeologie.
A15.02 Struweel en ruigte Ca. 1 ha
Figuur 5: gedeelte van het plangebied waar enkel struweel wordt geplant (weergegeven met oranje) De initiatiefnemers wensen bos aan te leggen om een bijdrage te leveren aan de klimaatverandering, vergroting van de biodiversiteit en een duurzame leefomgeving, ook voor de generaties die nog komen. Daarnaast is een bijkomend maatschappelijk en landschappelijk voordeel dat de megastallen aan de Gendringseweg 9 uit het zicht worden ontnomen voor zowel de bewoners aan de Gendringseweg 11 als omliggende woonpercelen. De realisatie van bos op deze locatie past bij het landschappelijke beeld rondom Aalten, dat van oudsher een bosrijk gebied betreft en zich heden ten dage kenmerkt door een afwisseling van agrarische gronden met kleine bospercelen.
2.3. Strijdigheden omgevingsplan De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van een permanent bos. Binnen de huidige agrarische functie is enkel de realisatie van een productiebos toegestaan. De omvorming van het grasland naar bos past niet binnen de vigerende agrarische functie van de percelen. Zodoende moet buitenplans van het vigerende omgevingsplan worden afgeweken met een BOPA. Daarnaast is binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ het aanleggen van bos vergunningsplichtig. Voorliggende aanvraag ziet zodoende toe op een aantal activiteiten. Allereerst betreft dit het planologisch strijdige gebruik (aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit) ten aanzien van het omvormen van de percelen tot bosperceel. Daarnaast betreft dit het toestaan van de aanlegactiviteiten voor de bosaanleg (aanleg van het bos op gronden met een archeologische verwachtingswaarde).
Pagina 8 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
Pagina 9 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
3. Voorbereiding en participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het afwijken van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit hoofdstuk zal hier verder op worden ingegaan.
3.1. Participatie omgeving Voorafgaand aan het indienen van de provinciale subsidieaanvraag en vervolgens voor het indienen van deze BOPA-aanvraag is er gesproken met buren op de Gendringseweg 2, Gendringseweg 8, Gendringseweg 13 en Rosierweg 1. Er bestaat vanuit deze omwonenden geen bezwaar tegen de aanleg van nieuw bos. Zij staan juist positief tegenover het initiatief omdat hierdoor het zicht op de megastallen aan de Gendringseweg 9 verbetert. De aanleg van nieuw bos draagt bij aan een betere landschappelijke inpassing van de varkensstallen aan de Gendringseweg 9. Met eigenaren van het varkensbedrijf Gendringseweg 9 is niet gesproken over de aanleg van dit bosgebied.
Pagina 10 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
4. Beleidskader In deze paragraaf wordt ingegaan op het Rijks- (NOVI), provinciaal (POVI) en gemeentelijk beleid (GOVI). Ook regionaal beleid en gemeentelijke programma’s of beleidsstukken kunnen hier beschreven en getoetst worden. Benoem daarbij doelen en ambities voor dit specifieke gebied en toetst het initiatief daaraan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: -
beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken; instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl).
Geef bij elk relevant beleid aan in welke mate/hoe deze van toepassing is op de ontwikkeling dan wel hoe het beleid geleid heeft tot projectaanpassing dan wel waarom daarvan wordt afgeweken. Beleid dat niet relevant is voor de ontwikkeling is niet in dit hoofdstuk opgenomen.
4.1. Rijksbeleid en Rijksregels 4.1.1.Beleid: Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: -
periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; de zeespiegelstijging; de overgang naar duurzame energie; de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; de groei en het bereikbaar houden van steden; plekken voor distributiecentra; het versterken van de natuur en biodiversiteit; het behoud van het landschap; de vitaliteit van de landbouw.
Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Het project is in overeenstemming met de nationale omgevingsvisie. De realisatie van bos draagt bij aan de doelstellingen van het Rijk om bij te dragen aan klimaatadaptatie en de biodiversiteit te versterken. Daarnaast doet de ontwikkeling geen afbreuk aan het bestaande landschap, maar
Pagina 11 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
versterkt deze juist door aan te sluiten op de kenmerkende afwisseling van landbouwgrond en bospercelen in Aalten. 4.1.2.Regels: Instructieregels Rijk (AMvB’s) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. 2. 3. 4.
het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: -
-
Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Het voornemen om 3 hectare bos te realiseren betreft een relatief kleinschalige ontwikkeling. De ontwikkeling van bos heeft geen invloed op de veiligheid. De ontwikkeling doet ook geen afbreuk aan de waterbelangen, maar draagt juist bij aan een stabiele waterhuishouding. Regenwater valt op de bomen en drupt geleidelijk via stam en takken op de grond en zakt in de bodem naar het grondwater. De grond slaat dan niet dicht, maar kan blijvend water opnemen. Daarnaast hebben bossen een zuiverende werking op het water, wat de biodiversiteit ten goede komt. Een bos heeft geen negatieve milieueffecten voor omliggende functies, zoals luchtkwaliteit, trillingen, geluid, geur of bodemkwaliteit. In tegendeel, een bos heeft bijvoorbeeld juist een luchtzuiverende werking en vormt in vergelijking met het huidige intensieve agrarische gebruik van de percelen een verbetering voor de bodemkwaliteit.
Het ontwikkelen van bos op deze locatie is passend bij de landschappelijke karakteristieken in de omgeving en doet geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden. Het bos kan daarnaast een rol spelen in het verbeteren van de verbindingen tussen GNN gebieden in de omgeving. Aan de oostzijde haakt het bos aan op de GNN/GO-zone ten westen van Aalten waardoor het bos als ecologische stapsteen kan dienen binnen deze zone. Het initiatief heeft geen betrekking rijksinfrastructuur of de openbare buitenruimte.
Pagina 12 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
4.1.3.Conclusie rijksbeleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk.
4.2. Provinciaal beleid en provinciale regels 4.2.1.Beleid: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat.
Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: -
ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid.
Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Aalten. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: -
Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie
In de omgevingsvisie is opgenomen dat de provincie wil werken aan een veerkrachtig en duurzaam water, natuur- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit een klimaatbestendige en schone bodem en ondergrond en uit schoon en gezond grond- en oppervlaktewater en drinkwater. De ontwikkeling van een bos doet hier geen afbreuk aan, maar draagt hier juist aan bij. Zo zorgt het voor een stabiele waterhuishouding, verbetering van de bodem- en waterkwaliteit en een verhoging van de biodiversiteit. Daarnaast draagt het bij aan de verbinding tussen GNN-zones van de provincie Gelderland.
Pagina 13 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
4.2.2.Regels: Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 23 april 2024 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden 1 mei 2024. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: • • • • • • •
Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).
Ten aanzien van dit project zijn enkele artikelen uit de omgevingsverordening van toepassing: Artikel 5.34 (beschermen landschap Gelderse streken: Achterhoek) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Achterhoek wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Achterhoek. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het aanleggen van bos op twee percelen in het buitengebied van Aalten. Een belangrijke kernkwaliteit van de streek ‘Achterhoek’ is de rijke afwisseling tussen grondgebruik, resulterend in een halfopen coulisselandschap. Weide, akkergronden en bouwlanden, wisselen af met houtwallen, hagen, singels, bos- en natuurterreinen en beken, laken en weteringen. Een belangrijk uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is het behouden en versterken van de kleinschaligheid en bijdragen aan het herstel van de structurerende en bijzondere groene landschapselementen. De voorgenomen ontwikkeling betreft geen ontwikkeling die afbreuk doet aan het kenmerkende Achterhoekse coulisselandschap.
Het initiatief draagt juist bij aan de ontwikkeling van het halfopen landschap en voegt een waardevol groen landschapselement toe. Daarnaast draagt het bij aan de verbinding tussen verschillende landschappelijke elementen en GNN-gebieden, waardoor het bos ook kan dienen als ecologische stapsteen. Artikel 5.85 (klimaatadaptatie) 1. Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die
Pagina 14 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. De instructieregel klimaatadaptatie is van toepassing op het voornemen voor het aanleggen van bos. De uitwerking van deze instructieregels is opgenomen in hoofdstuk 5. 4.2.3.Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Gelderland.
4.3. Regionaal beleid 4.3.1.Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals: • • •
energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening; de verandering in de landbouw en het landelijk gebied.
De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden’. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau door het benoemen van ruimtelijke speerpunten: • • • •
omgaan met de krimp; externe relaties; veranderingen in het landelijk gebied; overstap naar duurzame energie.
Pagina 15 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Om die reden is er behoefte aan extra woningen. De ontwikkeling is in overeenstemming met de regionale structuurvisie. Het betreft een klimaat adaptief initiatief, dat ook een bijdrage levert aan de lokale biodiversiteit. Daarnaast draagt het initiatief bij aan het provinciale doel om meer bos te realiseren buiten het GNN, waarmee het initiatief ook een bijdrage levert aan de verbinding van GNN-gebieden in Gelderland. 4.3.2.Conclusie regionaal beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de regio Achterhoek.
4.4. Gemeentelijk beleid 4.4.1.Woonvisie 2021-2026 en Woningbouwstrategie gemeente Aalten De woonvisie van de gemeente Aalten voor de periode 2021-2026 is op 23 februari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de woonvisie staat beschreven De woonvisie kent de volgende thema’s: • • • •
Flexibel inspelen op de woonvraag; Op weg naar een duurzame woon- en leefomgeving; Voldoende betaalbare woningen; Aandacht voor wonen met zorg.
De woningbouwstrategie van de gemeente Aalten is op 30 november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het thema “flexibel inspelen op de woonvraag” uit de woonvisie is hierin verder uitgewerkt. De woningbouwstrategie geeft een uitwerking aan de woningbouwopgave voor de komende jaren. De strategie is flexibel opgezet, zodat er afgeschaald en opgeschaald kan worden. De opgave van het aantal toe te voegen woningen is een indicatie op basis van de bekende informatie, afkomstig uit het Achterhoekse Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek (AWLO). Op basis van de prognoses bestaat de woningbouwopgave voor de komende 10 jaar uit het toevoegen van ca. 820 woningen. 4.4.2.Afwegingskader Buitengebied In het afwegingskader buitengebied zijn beleidsregels opgenomen ten aanzien van woningsplitsing, functieverandering van agrarische erven en dergelijke nieuwbouw initiatieven in het buitengebied van de gemeente Aalten. Zowel de woonvisie als het afwegingskader voor het buitengebied zijn niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkeling heeft geen betrekking op het nieuwbouw of functieverandering van agrarische erven, maar op de aanleg van bos.. 4.4.3. Landschapsontwikkelingsplan Aalten Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Aalten bestaat uit een hoofddocument en afzonderlijke “ensembleboeken” voor de negen landschapsensembles binnen de gemeente.
Elk ensembleboek bevat een visie, beleidsdoelen en een bouwpakket met karakteristieke landschapselementen. Het Ensembleboek Lintelo beschrijft het landschap als een klassiek Achterhoeks dekzandkopjeslandschap met een kleinschalig karakter, afgewisseld door beekdalen, essen en verspreide erven. Binnen Lintelo worden vier zones onderscheiden: de kern met de omliggende dekzandkopjes, het landbouwontwikkelingsgebied, de droge ecologische verbindingszone in het oosten en de zone langs de Boven Slinge.
Pagina 16 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten Belangrijke doelstellingen voor dit ensemble zijn onder meer: • het versterken van ecologische verbindingszones (zoals langs de Boven Slinge en de droge zone richting Aalten); • het behoud en herstel van kleinschalige landschapsstructuren met hagen, singels en bosjes; • het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen via “verevening”, waarbij nieuwe landschapselementen worden toegevoegd; • en het vergroten van de natuur- en recreatieve waarden in het buitengebied.
De aanleg van nieuw bos past goed binnen de doelstellingen van het Landschapsontwikkelingsplan en het Ensembleboek Lintelo. In het plan wordt het versterken van de natuurstructuur en het vergroten van het areaal aan landschappelijk en ecologisch waardevol groen expliciet als ontwikkelingsrichting genoemd. Ook het herstel en de toevoeging van karakteristieke beplantingen, zoals hagen, singels en bosjes, zijn belangrijke middelen om de landschappelijke kwaliteit te verbeteren. De aanleg van nieuw bos draagt direct bij aan deze ambities: het vergroot de biodiversiteit, versterkt de groenstructuur, en bevordert de samenhang en herkenbaarheid van het landschap. 4.4.4. Conclusie gemeentelijk beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente Aalten.
Pagina 17 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
5. Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 5.1. Bodemkwaliteit Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. 5.1.1.(Wettelijk) kader Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: •
• • •
Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).
Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • • •
Beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; Evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; Duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.
5.1.2.Conclusie De ontwikkeling heeft betrekking op de omvorming van grasland naar bos. In de huidige situatie is er geen sprake van een gevoelige functie zoals wonen binnen het plangebied. Dit zal in de toekomst niet veranderen. Ten opzichte van de huidige situatie, waarin sprake is van intensief beheerd agrarisch grasland, zorgt de omvorming naar bos juist voor een herstel en verbetering van de bodemkwaliteit.
5.2. Cultureel erfgoed en archeologie Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarde. Gezien de aspecten archeologie en cultuurhistorie vaak met elkaar verweven zijn, worden deze hier gezamenlijk besproken.
Pagina 18 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
5.2.1.(Wettelijk) kader In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: • • • • •
Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.
Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteiten en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 5.2.2.Onderzoek Voor archeologisch erfgoed worden onderzoekverplichtingen vastgelegd in het omgevingsplan. 5.2.3.Conclusie In het vigerende omgevingsplan kent het plangebied deels een lage en deels een hoge archeologische verwachting (zie ook figuur 3). In de regels is voor beide verwachtingswaarden opgenomen dat bij het aanleggen van bos een vergunning voor een aanlegactiviteit benodigd is, waarbij een archeologisch rapport dient te worden overlegd waarin voldoende is aangetoond dat er geen archeologische waarden worden geschaad. Ten behoeve van het plan is allereerst in januari 2025 een bureauonderzoek uitgevoerd door Transect. Op grond van dit onderzoek is een verkennend booronderzoek geadviseerd voor het deel van het plangebied met een hoge archeologische verwachting. Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd in september 2025, waaruit is gebleken dat archeologische vondsten in het deel van het plangebied met een hoge archeologische verwachting niet kunnen worden uitgesloten. Dit betreffen een oud dekzandkopje en een huis met erf uit 1832. Het relevante archeologische niveau waar vondsten worden verwacht betreft de top van het dekzand (50 cm -Mv).
Zodoende wordt bij de aanleg van bos binnen deze begrenzing een nader proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Initiatiefnemers zetten echter (in overleg met provincie Gelderland) in op het toepassen van struikvormers binnen deze zonering, waardoor er geen sprake is van dieper wortelende beplanting dan 50 cm beneden het oorspronkelijke maaiveld. Daarmee wordt uitgesloten dat er eventuele aanwezige archeologische waarden worden geschaad.
Pagina 19 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
Figuur 6: Begrenzing van het gebied met een hoge archeologische verwachting, waar enkel struikvormers (niet-diep wortelend) worden aangeplant
5.3. Duurzaamheid Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen. 5.3.1.(Wettelijk) kader Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet en komt tot uiting in verschillende aspecten van de wet. Zo introduceert de Omgevingswet het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ als een overkoepelend doel. Duurzame ontwikkeling wordt gedefinieerd als een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit betekent dat bij besluitvorming rekening moet worden gehouden met langetermijneffecten. Het (wettelijk) kader voor duurzaamheid onder de Omgevingswet wordt verder ingevuld door onderliggende regelgeving, zoals het Bkl en het Bbl. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuw te bouwen bouwwerken. Er gelden BENG-eisen voor de thermische isolatie, de luchtdichtheid en de technische bouwsystemen. De berekening dat aan de eisen wordt voldaan is onderdeel van een aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast moet gebruik worden gemaakt van een alternatief voor aardgas voor verwarming.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de milieuprestatie van een woonfunctie, een kantoorgebouw en nevengebruiksfuncties daarvan (artikel 4.159 Bbl). De milieuprestatie wordt bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie gebouwen en GWW-werken. Voor het thema klimaatadaptatie wordt verwezen naar de waterparagraaf in dit hoofdstuk.
Pagina 20 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
5.3.2.Conclusie De ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van een permanent bos, wat bijdraagt aan het behouden en versterken van een duurzaam Achterhoeks landschap, ook voor de generaties die nog komen. Daarmee draagt de ontwikkeling bij aan het aspect duurzaamheid.
5.4. Ecologie en natuur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de omliggende natuur door stikstofdepositie. 5.4.1.(Wettelijk) kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven). De bescherming van habitats (en soorten) is geregeld in afdeling 3.7 en afdeling 4.4 (programma's natuur) Bkl. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Ow. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. 5.4.2.Conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied (zie figuur 6), GNN-gebied of Groene Ontwikkelingszone. In figuur 7 is te zien dat het plangebied wel in de nabijheid van enkele GNNgebieden ligt, welke zijn verbonden in een ecologische verbindingszone (EVZ model dasijsvogelvlinder).
Het voornemen om bos aan te planten past goed in de omgeving omdat dit kan dienen als ecologische stapsteen richting de GNN-gebieden en tussengelegen ecologische verbindingszone. De dichtstbijzijnde natura 2000-gebieden (Korenburgerveen en Bekendelle) zijn gelegen op een afstand van minstens 10 kilometer. Vanwege deze grote afstand worden er geen negatieve effecten verwacht op de natura 2000-gebieden ten aanzien van stikstofdepositie. Daarnaast is de aanleg van een bos gelijk te stellen met de intensieve agrarische bewerking (en bijkomende stikstofuitstoot) die nu al op de percelen is toegestaan. Zodoende zijn negatieve stikstofeffecten als gevolg van de ontwikkeling uitgesloten.
Pagina 21 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
Figuur 7: Ligging van het plangebied (zwarte stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden Korenburgerveen en Bekendelle
Figuur 8: Ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van GNN (donkergroen) en ecologische verbindingszone (lichtgroen)
Pagina 22 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
Soortenbescherming Het plangebied is in de huidige situatie in intensief agrarisch gebruik en bestaat enkel uit monotoon Engels raaigras. In een dergelijke omgeving worden geen beschermde soorten verwacht die hier een (al dan niet vaste) verblijfsplaats hebben. Ook op broedende vogels worden geen effecten verwacht, omdat de werkzaamheden ten behoeve van bosaanleg worden uitgevoerd buiten het broedseizoen. De periode waarin bosaanplant normaliter plaatsvindt strekt zich namelijk enkel uit over de periode vanaf eind september tot en met begin maart. Zodoende wordt ook ten aanzien van het aspect ecologie voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.5. Geluid Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 5.5.1.(Wettelijk) kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels.
In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (artikel 22.57 Bruidsschat). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • • •
activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).
5.5.2.Conclusie Bij de aanleg van het bos zal slechts voor een korte periode sprake zijn van geluid bijkomend bij de werkzaamheden. Dit geluid is vrijwel gelijk te stellen met het geluid dat in de huidige situatie wordt geproduceerd tijdens de bewerking van het grasland. Verder zal binnen het plangebied geen sprake zijn van geluidsproductie waar omliggende functies door kunnen worden gehinderd. In het
Pagina 23 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
plangebied zijn daarnaast geen geluidsgevoelige gebouwen aanwezig. Het aspect geluid vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
5.6. Geur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. 5.6.1.(Wettelijk) kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1 lid 3 onder b en c Ow) worden ten aanzien van diverse sectoren regels gesteld op het gebied van geur(hinder). Het gaat onder meer om veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb’s. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: • • • •
Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS).
Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Bkl staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. 5.6.2.Conclusie Zowel bij de realisatie van het bos als in de toekomstige situatie waarin sprake is van permanent bos, komt geen geur vrij. Daarnaast zijn er binnen het plangebied geen gevoelige functies aanwezig die mogelijk hinder ondervinden van veehouderijen in de omgeving. Het aspect geur is dan ook niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling.
5.7. Gezondheid Een doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: •
Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?);
Pagina 24 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
•
Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid).
5.7.1.(Wettelijk) kader Volgens artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. 5.7.2.Conclusie Het initiatief draagt bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, met een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 Omgevingswet). De aanleg van bos heeft een positieve impact op de omgevingskwaliteit. Een bos past in het bestaande landschap, is positief voor het bodem- en watersysteem en levert een positieve bijdrage aan de biodiversiteit. Daarnaast wordt met de aanleg van het bos het zicht op de megastallen aan de Gendringseweg 9 ontnomen voor meerdere omliggende woonpercelen, waarmee ook wordt voorzien in een maatschappelijke behoefte. Gezien de positieve impact van een bos op de omgeving, kan worden gesteld dat de kwaliteit van de leefomgeving niet onevenredig verslechterd, maar juist verbeterd.
Daarmee voldoet de ontwikkeling ook op dit vlak aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.8. Ladder voor duurzame verstedelijking Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. 5.8.1.(Wettelijk) kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bkl opgenomen.
Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als: ‘de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’ Of een ontwikkeling of uitbreiding voldoende substantieel is volgt uit jurisprudentie. Daaruit blijkt onder meer dat een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie. Ook een kantoor, detailhandelsvoorziening of bedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 BVO kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling.
Pagina 25 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
5.8.2.Conclusie Het aanleggen van een bos kan niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Zodoende is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing op dit initiatief.
5.9. Luchtkwaliteit In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren. 5.9.1.(Wettelijk) kader Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Als een BOPA betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen. Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied (die liggen in grotere stedelijke agglomeraties) plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden.
5.9.2.Conclusie De aanleg en ontwikkeling van een bos heeft geen negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit. Ten behoeve van de aanleg van het bos zal slechts voor een korte periode sprake zijn van verkeer, bijvoorbeeld ten behoeve van het aanleveren van plantmateriaal en het gebruiken van machines om de toplaag af te graven. Echter, is er in de huidige situatie ook al sprake van verkeer voor de bewerking van de agrarische gronden. De verwachting is dat de verkeersbewegingen tijdens de aanleg van het bos slechts in weinige mate en voor een korte periode toenemen. Na de aanleg van het bos zal er geen sprake meer zijn van verkeersbewegingen van en naar de percelen. In vergelijking met de huidige situatie is de invloed op de luchtkwaliteit dus zelfs minder nadat het permanente bos is aangelegd.
5.10.
M.e.r.-beoordeling
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Bij wijzigingen van het omgevingsplan en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling in het kader van de fysieke leefomgeving een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. 5.10.1. (Wettelijk) kader De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (hierna: Ob). In Bijlage V van het Ob is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een BOPA project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de
Pagina 26 van 34
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, bosaanleg nabij Gendringseweg 11 Aalten
kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). 5.10.2. Onderzoek De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, betreft de aanleg van een kleinschalig bos. In dit hoofdstuk is reeds voldoende gemotiveerd dat de ontwikkeling geen negatieve milieueffecten met zich meebrengt. 5.10.3. Conclusie Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen aanzienlijke milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.
5.11.
Mobiliteit en parkeren
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de aspecten mobiliteit, verkeer en parkeren. 5.11.1. (Wettelijk) kader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Ow en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De beleidsregels parkeren gemeente Aalten gaan wel op deze aspecten in. De beleidsregels parkeren zijn onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan gemeente Aalten. Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid blijven de CROW-richtlijnen belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. 5.11.2. Conclusie De aanleg van een bos leidt tot minder motorvoertuigbewegingen gezien de huidige agrarische activiteiten in de toekomst niet meer plaatsvinden op deze percelen. Daarnaast is er bij bosperceel geen sprake van verkeer of een parkeerbehoefte.
5.12.
Omgevingsveiligheid
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de omgevingsveiligheid gewaarborgd wordt. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 5.12.1. (Wettelijk) kader Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.