CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 Bijlagen_Deel3

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied24.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

de ondiepe sloot met enkele knotwilgen langs perceel 474 de steilrand tussen perceel 1337 en 474

zicht vanaf boerderij richting zuid-oost/Aladnaweg met nieuwe beplanting

nieuwe beplanting zuidzijde op ‘erf’grens

Beleid Rijk/provincie De natuur in Nederland is behoorlijk versnipperd. Om daar verandering in aan te brengen, leggen het Rijk en provincies sinds 1990 een samenhangend netwerk van grote en kleine natuurgebieden en natuurlijke cultuurlandschappen aan: het Gelders NatuurNetwerk (GNN). Het GNN is een gebied met een samenhangend netwerk van binnen de provincie Gelderland bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten. Dit Gelders natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHS en bevat tevens zoekgebied voor te realiseren nieuwe natuur. Het doel van het GNN is om te komen tot duurzame populaties van kwetsbare planten en diersoorten. Om de planten en diersoorten gezond en veerkrachtig te houden, moeten ze in verschillende leefgebieden kunnen voorkomen. Dit is belangrijk voor de voortplanting, het bevordert de genetische variatie binnen een soort. Soorten hebben zo meer overlevingskansen en meer uitwisselingsmogelijkheden. Subsidie Voor de ontwikkeling van nieuwe natuur, inrichting en beheer, stelt de provincie financiële middelen beschikbaar via de provinciale regelingen zoals het natuurbeheer, agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer.

Het plangebied ligt ten noordoosten van de verbindingszone (EVZ Aalten zuid) van het GNN aan.

Gemeente In het bestemmingsplan van de gemeente Aalten is het plangebied begrensd als ‘enkelbestemming agrarisch’ met waarde archeologie lage verwachting.

De gemeente Aalten heeft voor het gemeentelijke beleid een landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. Binnen dit plan valt het plangebied onder deelgebied 5: Lintelo. Voor dit gebied zou er aandacht besteed moeten worden aan o.a. heggen, hagen, eikensingels en wallen langs esranden, elzensingels langs waterlopen in de beekdalen, lanen, hoogstamboomgaarden en waterberging. Lintelo is aangewezen als landbouwontwikkelingsgebied. Om die reden is besloten de landschapsstructuur steviger neer te zetten door een flinke verdichting te maken langs wegen en paden in het gebied. Door landbouwintensivering krijgt het landschap een enigszins uitgeklede indruk. Landschapsdoelen voor bebouwing zijn: een mooi landschap en het herkenbaar houden van de Achterhoekse identiteit. Voor erfbeplanting wordt het volgende vermeld: Plaatselijk zijn er, eigenlijk in het gehele gebied, boerderijen die aan landschapswaarde zouden winnen met een mooie erfbeplanting. Eik en linde zijn daarbij de soorten die het meest voor de hand liggen. Wellicht kunnen ze nog verder aan landschapswaarde winnen met een mooie erfbeplanting. Dit moet ook voorwaarde zijn voor nieuwe gebouwen. Hoogstamfruitbomen en walnoot kunnen zowel in het jonge als het oude cultuurlandschap een erf (op den duur) een prachtig aanzien geven.

Toelichting op de landschappelijke inpassing Boerderij het oude Ebbers Het erf heeft in verhouding tot veel andere agrarische erven al aardig wat erfbeplanting, voor het merendeel van passende soorten. Door de sloop van de diverse gebouwen komt er ruimte om de bestaande beplanting structuur nog wat uit te breiden en aan te passen. Uitgangspunt voor het plan is dat het terrein past in de structuur en traditie van een agrarisch landschap en erf en geen parkje wordt. Aan het erf rondom de boerderij zijn daarom nog toegevoegd en uitgebreid een aantal landschappelijke elementen en de daarmee samenhangende ecologische kwaliteiten van weleer. De voorstellen zullen een bijdrage leveren aan het vergroten van de plaatselijke biodiversiteit, en herstel van de landschap structuur. Langs de Aladnaweg komt vanaf de zuidzijde een singel (5) die aansluit op de singel die al door de fam. te Paske is aangeplant. In de gemeente berm bevindt zich ook een rij inheemse beplanting waardoor samen een robuust element ontstaat. Ter hoogte van de boerderij is een opening in de beplanting gelaten om het zicht op de markante typisch Achterhoekse voorgevel van de boerderij zichtbaar te houden. Het weitje in de punt Aladnaweg-Elshoekweg wordt omgeven door een meidoornhaag (2) in een vrij uitgroeiende vorm.

De haag wordt niet jaarlijks gesnoeid maar eens in de 5 tot 10 jaar in fases afgezet, hierdoor ontstaat een bloeiende en vruchtdragende haag waarachter de bebouwing dan weer deels verscholen gaat dan weer zichtbaar is als de haag is afgezet. (zie referentiebeeld). Dit wordt ook wel struweel haag genoemd. De haag loopt door langs de Elshoekweg tot de inrit en hier voorbij voorlangs de schoppe en steekt dan het erf in. De schoppe is daarmee op dezelfde wijze aangekleed als de boerderij, er ontstaat eenheid en rust. Eenheid en rust zijn belangrijke elementen in het steeds drukker wordend buitengebied. Verder langs de Elshoekweg heeft de fam. te Paske knotwilgen geplant, deze worden gehandhaafd en voorzien van een onder beplanting van een meidoornhaag (6) maar ditmaal een jaarlijks geknipte variant. Dit sluit aan op de door de opdrachtgever geplante meidoornhaag langs de boomgaard. Wederom eenheid en door een beperkter hoogte van de haag zullen de kronen van de erachter gelegen boomgaard zichtbaar blijven. Vanaf de Elshoekweg is zo zicht op een in het voorjaar bloeiende boomgaard. (zie zichtlijn op de tekening) De boomgaard (7) bestaat uit oude en jonge bomen. Door ouderdom, droge jaren en engerlingen takelt een deel van de oude bomen af. Er is een start gemaakt met het vernieuwen van de boomgaard. Dit zal worden voortgezet.

Door sloop van schuur 4 komt de boomgaard veel prominenter in beeld op het erf en zijn er mogelijkheden voor uitbreiding en vernieuwing en te herstellen in zijn oude luister. Ingepakt in het groen van de boomgaard is een tiny house gepland. Het tiny house krijgt een eenvoudige schuurachtige vormgeving met een zadeldak. Door het deels slopen van stal 5 komt er ruimte vrij voor een erfbosje (5). Dit bosje sluit aan op de bestaande nieuwe singels. Samen ontstaat zo een samenhangende erfbeplanting. Hierin zijn enkele openingen gelaten voor zichtlijnen vanuit het erf op het landschap en vice versa. Alles bij elkaar ontstaat er een beeld van een Achterhoeks erf, ruim in het in de streek passende groen, maar niet afgesloten van zijn omgeving. Eén en ander sluit naadloos aan op wat in het LOP wordt geadviseerd.

De Bleekery De Bleekery ligt wat verloren in zijn omgeving door het ontbreken van een toegangsweg en een landschappelijk groenstructuur. Voor het plaatsen van de nieuwe woning zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd. De woning komt aan de westzijde van de Bleekery. Door plaatsing aan de westzijde komt de woning dichter bij de Slatdijk te liggen en kan de ontsluitingsweg korter blijven. Hierdoor wordt bebouwing zoveel mogelijk naar de weg ‘toegetrokken’ en niet steeds verder het landschap in. De nieuwe woning staat iets verspringend en haaks op de Bleekery. Hierdoor wordt het ruimtelijk beeld gevarieerder. Gevels en kaprichtingen in lijn geven een wat stijver beeld. Wat vrijer geplaatste gebouwen zijn juist een kenmerk van veel oude boerenerven (zoals ook boerderij het oude Ebbers). Hierbij moet opgemerkt worden dat er dan uitgegaan wordt van een meer traditionele dakvorm. Dit hoeft geenszins het geval te zijn want over de nieuwe woning is nog niets bekend. De ontsluitingsweg is geprojecteerd aan noordzijde. De laan (4) bestaat uit zomereiken aansluitend op de beplanting van de Slatdijk. Door de weg aan de noordzijde te projecteren, blijft tussen beek en toegangsweg ruimte voor een beek begeleidend kruidenrijk hooiland. Dit kan ontwikkelt worden door een verschralingsbeheer van maaien en afvoeren.

Langs de beek is een singel van elzen, passend bij een beek en de omgeving (elshoek) aangebracht. Ook dit sluit naadloos aan op de voorstellen zoals ook in het LOP aangegeven. Deze elementen zouden in de toekomst goed aan kunnen sluiten op een meer natuurlijk oeverbeheer van watergangen wat in de lijn der verwachting ligt. Aan de westzijde en aan de oostzijde van het erf worden een paar knotwilgen geplant op de overgang van erf naar landschap, passend in de beekdal situatie waarin het project gelegen is. Aan de oostkant is hier ook een vrij uitgroeiende meidoorn haag aan toegevoegd zoals ook bij boerderij het oude Ebbers gebruikt is. Toekomstige ontwikkelingen op het erf zijn op deze manier passend ingepast in het landschap.

Beplantingsplan 1 Elzensingel enkele rij met onderbrekingen plantafstand 1 meter Aangeplant wordt een menging van inheems bosplantsoen in de maat 80/100 Het sortiment bestaat uit inheemse streekeigen beplanting o.a.: Struikvormers 10%: Crataegus monogyna Frangula alnus Salix aurita Viburnum opulus

éénstijlige meidoorn vuilboom geoorde wilg gelderse roos

Boomvormers 90 % Alnus glutinosa zwarte els De singel wordt beheerd als hakhout. 2 Struweelhaag 2 st./m¹ in een verspringende rij maat 80/100 Crataegus monogyna éénstijlige meidoorn(ca. 80%) Frangula alnus vuilboom Rosa canina hondsroos De struweelhagen kunnen 1 x per 5-10 jaar afgezet worden 3 (knot)wilgen Plantafstand variabel maat 8-10 / staak Salix alba schietwilg De bomen worden elke 5-10 jaar geknot 4 eikenlaan Plantafstand ca. 6,5x8 meter maat 10-12 Quercus robur zomereik 5 bosje en singel plantafstand 1 x 1,5 m. Aangeplant wordt een menging van inheems bosplantsoen in de maat 80/100 Het sortiment bestaat uit inheemse streekeigen beplanting o.a.: Struikvormers 90%: Carpinus betulus

haagbeuk

Corylus avellana Crataegus monogyna Frangula alnus Sorbus aucuparia

hazelnoot éénstijlige meidoorn vuilboom lijsterbes

Boomvormers 10 % Prunus avium wilde kers Quercus robur zomereik De singel wordt beheerd als hakhout met een deel van de boomvormers als overstaanders 6 meidoornhaag 4 st./m¹ maat 80/100 Crataegus monogyna meidoorn 100% De geschoren hagen worden jaarlijks 1-2 keer geknipt 7 Boomgaard plantafstand ca. 8,5 x 8,5 maat 8-10 hoogstam Aantal afhankelijk van wat gehandhaafd (kan) worden van de bestaande bomen. En in hoeverre de opdrachtgever de boomgaard wil uitbreiden Appel, peer, pruim, kers, walnoot, tamme kastanje in nader te bepalen soorten. De opdrachtgever wordt geadviseerd te investeren in de standplaats voorbereiding i.p.v. in grote maten bomen en struiken. Het sortiment kan nog iets wijzigen maar zal bestaan uit inheems streekeigen plantmateriaal. Door de digitalisering kan het zijn dat de schaal niet meer exact overeenkomt met wat op de tekening vermeld is. Daarvoor is een schaallat aangebracht op de tekening. Copyright Niets uit dit plan mag worden gekopieerd, openbaar gemaakt of overgenomen worden zonder toestemming van de opstellers bureau Bert Kämink tuin- en landschapsinrichting; Bert Kämink en Anouk Richters.

Referentiebeelden

Oudere elzensingel met onderbrekingen

boerderij half verscholen achter een bloeiende struweelhaag

elzensingel enkele jaren na afzetten

Quickscan natuurwaardenonderzoek Elshoekweg 5 & Slatdijk 2-1 Aalten

Effectbeoordeling in het kader van de Omgevingswet, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

1

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Elshoekweg 5 & Slatdijk 2-1 Aalten Effectbeoordeling in het kader van de Omgevingswet, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 5-7 Lichtenvoorde 7131 PZ BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever: Locis Adviseurs Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: 7508 versie 1.0 Ligging plangebied: Elshoekweg 5 & Slatdijk 2-1 Aalten Auteur: M. Mateman

Status: definitief Rapportdatum: 15-04-2025 Veldwerk uitgevoerd door: J. Van Middelkoop

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 1

INLEIDING ............................................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED ...................................................................................................................... 9

2.1 Situering ................................................................................................................................................ 9 Elshoekweg 5 Aalten ................................................................................................................................... 9 2.2 Beschrijving van het plangebieden ..................................................................................................... 10 Plangebied aan de Elshoekweg 5 Aalten ................................................................................................... 10 Plangebied aan de Slatdijk 2-1 Aalten ....................................................................................................... 11 HOOFDSTUK 3 3.1

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN .................................................................................................. 12

Algemeen ......................................................................................................................................... 12

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ........... 13 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer .......................................................................................................... 13 3.4 Vaststellen van de onderzoeksgebieden ............................................................................................. 14 HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS ................................................................................................................. 15

4.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 15 4.2 Omgevingswet; Natura 2000............................................................................................................... 15 4.3 Omgevingswet; Soortenbescherming ................................................................................................. 15 4.4 Specifieke zorgplicht............................................................................................................................ 16 4.5 Regelgeving ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ............................................................. 18 HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING............................................................................................................ 19

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 19 5.2 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 19 5.3 Natura 2000......................................................................................................................................... 21 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................ 23 HOOFDSTUK 6

SOORTENBESCHERMING .......................................................................................................... 24

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ...................................................................................................... 24 6.2 Veldonderzoek .................................................................................................................................... 25 6.3 Resultaten ........................................................................................................................................... 28 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep ............................................................................ 34 6.5 Historische gegevens en overige bronnen .......................................................................................... 41 6.6 Volledigheid van het onderzoek.......................................................................................................... 41 HOOFDSTUK 7

CONCLUSIES .......................................................................................................................... 42

3

SAMENVATTING

Aan de Elshoekweg 5 in Aalten wordt een groot deel van de agrarische bebouwing gesloopt namelijk een varkensstal, quarantainestal, twee mestopslagen en een deel van een bijgebouw aan de zuidzijde van het erf. Aan de zuidzijde van het erf wordt ten westen van het bestaande bijgebouw een tiny-house geplaatst. Aan de westzijde van de veldschuur aan de Slatdijk 2-1 in Aalten wordt een nieuwe woning gebouwd. De veldschuur zal als bijgebouw dienen voor de nieuwe woning. De ontwikkelingen op beide locaties worden uitgevoerd in het kader van de rood voor rood regeling van de gemeente Aalten. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Omgevingswet op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. De plangebieden zijn op 11 april 2024 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, rust- en voortplantingslocaties.

Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermde (natuur)gebieden, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden voor zowel de Elshoekweg 5 als Slatdijk 2-1 Aalten: Beide plangebieden behoren niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het GNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen de plangebieden en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Overige negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring, kunnen ook uitgesloten worden. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten Elshoekweg 5 Aalten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.

Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en amfibieën er een voortplantingsplaats en/of rustplaats. Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en er nestelen mogelijk vogels in het plangebied. Op het erf nestelen mogelijk de categorie 2 soorten patrijs, gekraagde roodstaart, zwarte roodstaart en grauwe vliegenvanger. Door de voorgenomen activiteit wordt mogelijk een nestplaats van deze soorten negatief beïnvloed. Voor categorie 2 soorten geldt dat deze alleen beschermd zijn, tenzij is aangetoond dat er voor de betreffende soort voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is om zich te kunnen vestigen. Voor de soorten gekraagde roodstaart, zwarte roodstaart en grauwe vliegenvanger blijft het erf ook na de ruimtelijke ingreep geschikt en is er geen negatieve invloed op de regionale populatie. Aangezien het tiny house op de plek geplaatst wordt waar mogelijk een territorium van een patrijs aanwezig is kan niet met zekerheid uitgesloten worden dat het erf geschikt blijft voor de soort patrijs. Daarom wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van patrijzen aan de zuidzijde van het erf.

Daarnaast nestelen er mogelijk huismussen in de te slopen bebouwing. Aangezien nesten van huismussen jaarrond beschermd zijn moet er nader onderzoek uitgevoerd worden naar de functie van de schuren voor deze soorten om vast te kunnen stellen of er nesten aanwezig zijn, hoeveel nesten er aanwezig zijn en of er een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd moet worden voor het slopen van de schuren.

4

Door het slopen van de schuren en het bouwen van het tiny-house en het rooien van beplanting tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd of vernield. Van de soorten afgezien van patrijs en huismus die in het plangebied nestelen is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang worden beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren of vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen, mits geen bezette vogelnesten beschadigd of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode van vogels, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

De voorgenomen activiteiten mogen indien er huismussen of patrijzen nestelen op het erf pas uitgevoerd worden nadat er een Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit is verleend en de voorschriften uit de Omgevingsvergunning zijn nageleefd. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de bosmuizen, huisspitsmuizen en rosse woelmuizen die een rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van rust- en voortplantingsplaats’. Deze vrijstelling geldt niet voor steenmarter, voor deze soort dient nader onderzocht te worden of er verblijfplaatsen aanwezig zijn op het erf. Voor de andere beschermde grondgebonden zoogdieren op het erf geldt geen vrijstelling voor het doden. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, dienen ze weggevanen te worden of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood.

Er dient wel nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de aanwezigheid van rust- en voortplantingsplaatsen van steenmarter. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan pas doorgaan wanneer het nadere onderzoek op het erf is afgerond en er eventueel een Omgevingsvergunning is verleend en de voorschriften uit de Omgevingsvergunning zijn nageleefd. Door het slopen van de bebouwing worden mogelijk vleermuizen of verblijfplaatsen van vleermuizen negatief beïnvloed. Vleermuizen zijn strikt beschermd en mogen alleen met een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit negatief beïnvloed worden. Om vast te kunnen stellen of vleermuizen negatief beïnvloed worden, dient de functie van de bebouwing voor vleermuizen vastgesteld te worden. Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek uit te voeren naar de functie van de bebouwing voor gebouwbewonende vleermuizen, conform het vleermuisprotocol 2021. Dat houdt in dat de bebouwing meermaals onderzocht dient te worden in de periode half mei – september. Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde amfibieën, waarvan mogelijk de (winter)rustplaats negatief beïnvloed wordt, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van rust- en voortplantingsplaats’.

Voor het doden van beschermde amfibieën geldt geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten Slatdijk 2-1 Aalten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk

5

nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een voortplantingsplaats en/of rustplaats. Het plangebied wordt door vleermuizen uitsluitend benut als foerageergebied. Door het bouwen van de nieuwe woning tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang worden beschouwd. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is, voor de in het plangebied voorkomende vogelsoorten niet beschermd, aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadigen of vernielen van vogelnesten dienen bij voorkeur buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd of vernield worden.

Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden en dat voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, waarvan mogelijk de voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen beschadigd of vernield worden geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van rust- en voortplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.

Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde amfibieën gedood worden en dat (winter)rustplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde amfibieën, waarvan mogelijk de (winter)rustplaats negatief beïnvloed wordt, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van rust- en voortplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde amfibieën geldt geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit.

Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: Elshoekweg 5 Aalten: • Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van het plangebied voor huismus, patrijs, vleermuizen en steenmarter; • Bebouwing slopen, beplanting rooien en verwijderen opgeslagen goederen buiten de voortplantingsperiode van vogels (of broedvogelscan uitvoeren); • Geen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken);

6

Slatdijk 2-1 Aalten: • •

Bouwen nieuwe woning buiten de voortplantingsperiode van vogels (of broedvogelscan uitvoeren); Geen grondgebonden zoogdieren en amfibieën doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken);

7

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Aan de Elshoekweg 5 in Aalten wordt een groot deel van de agrarische bebouwing gesloopt namelijk een varkensstal, quarantainestal, twee ondergrondse mestopslagen en een deel van een bijgebouw aan de zuidzijde van het erf. Aan de zuidzijde van het erf wordt ten westen van het bestaande bijgebouw een tinyhouse geplaatst. Aan de westzijde van de veldschuur aan de Slatdijk 2-1 in Aalten wordt een nieuwe woning gebouwd. De veldschuur zal als bijgebouw dienen voor de nieuwe woning. De ontwikkelingen op beide locaties worden uitgevoerd in het kader van de rood voor rood regeling van de gemeente Aalten. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Omgevingswet op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies.

Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Gelderland (Natuurnetwerk Nederland).

8

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Elshoekweg 5 Aalten Het plangebied is gesitueerd aan de Elshoekweg 5 in Aalten (gemeente Aalten) en ligt ten noordwesten van het dorp Aalten in de buurtschap Dale. Op de onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

Slatdijk 2-1 in Aalten Het plangebied is gesitueerd aan de Slatdijk 2-1 in Aalten (gemeente Aalten) en ligt ten noordwesten van het dorp Aalten in de de buurtschap Dale. Op de onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

9

2.2 Beschrijving van het plangebieden Plangebied aan de Elshoekweg 5 Aalten Het plangebied aan de Elshoekweg 5 in Aalten bestaat uit een varkensstal, een quarantainestal, een bijgebouw en twee ondergrondse mestopslagen. De varkenstal, quarantainestal en het bijgebouw hebben gemetselde buitengevels met luchtspouw en een geïsoleerd golfplatendak. Aan de westzijde van het erf bevindt zich een kleine boomgaard. Op de onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven met de gele omkadering.

Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met de gele lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

10

Plangebied aan de Slatdijk 2-1 Aalten Het plangebied aan de Slatdijk 2-1 in Aalten bestaat uit een veldschuur. De schuur heeft een enkelsteens gemetselde buitengevel en een niet geïsoleerd golfplatendak. Aan de noord en zuidgevel bevinden zich twee ramen met vensterluiken. Rondom de schuur staat een beukenhaag en aan aantal jonge bomen en struiken. Ten zuiden van het plangebied zich de beek Boven Slinge. Het grasveld rondom de schuur bestaat uit raaigrasvegetatie met intensief beheer (maaien en afvoeren). Op de onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven met de gele omkadering.

Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met de gele lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

11

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Aan de Elshoekweg 5 in Aalten wordt een groot deel van de agrarische bebouwing gesloopt namelijk een varkensstal, quarantainestal, twee ondergrondse mestopslagen en een deel van een bijgebouw aan de zuidzijde van het erf. Aan de zuidzijde van het erf wordt ten westen van het bestaande bijgebouw een tinyhouse geplaatst. Aan de westzijde van de veldschuur aan de Slatdijk 2-1 in Aalten wordt een nieuwe woning gebouwd. De veldschuur zal als bijgebouw dienen voor de nieuwe woning. De ontwikkelingen op beide locaties wordt uitgevoerd in het kader van de rood voor rood regeling van de gemeente Aalten.

Plattegrond met de voorgenomen activiteiten aan de Elshoekweg 5 in Aalten (bron: Locis Adviseurs).

Plattegrond met de voorgenomen activiteiten aan de Slatdijk 2-1 Aalten (bron: Locis Adviseurs).

12

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Omgevingswet: • Sloop varkensstal, quarantainestal, ondergrondse mestopslagen en deel van het bijgebouw aan de zuidzijde van het erf; • Bouwen nieuwe woning ten westen van de veldschuur aan de Slatdijk 2-1; • Aanleggen nieuwe ontsluitingsweg bij woning aan de Slatdijk 2-1; • Plaatsen tiny-house aan de zuidzijde van het erf aan de Elshoekweg 5; • Bewonen nieuwe erven; 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden; Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Doden van dieren; • Afname en verdwijnen van functioneel leefgebied van dieren; 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer.

De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van de voorgenomen activiteit op een beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep. In deze studie wordt gekeken naar het uitvoeren van sloop- en bouwwerkzaamheden en het bewonen van een nieuwe woning. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan de Elshoekweg aan bomen en bosschages waar mogelijk beschermde faunawaarden aanwezig zijn. Er is aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of waarden in de aangrenzende bosschage mogelijk negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten.

13

3.4 Vaststellen van de onderzoeksgebieden Voor de locatie aan de Elshoekweg 5 geldt dat het onderzoeksgebied niet gelijk is aan het plangebied. De beplanting rondom het plangebied wordt meegenomen in het onderzoeksgebied.

Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met de gele lijn, met de rode lijn wordt de beplanting weergegeven die wordt meegenomen in het onderzoeksgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

14

HOOFDSTUK 4

TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.2 Omgevingswet; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een Omgevingsvergunning noodzakelijk. 4.3 Omgevingswet; Soortenbescherming In de Omgevingswet (Bal; Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (Artikel 11.37 t/m Artikel 11.40 Bal): 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder Omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. 2. Het verbod geldt niet, als: a. het verrichten van die activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de artikelen 9, eerste en tweede lid, en 13 van de vogelrichtlijn; of b. de activiteit uitvoering geeft aan: 1°.een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°.een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3.

Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn (Artikel 11.46 t/m Artikel 11.48 Bal); Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder Omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; 15

d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Andere Soorten (Artikel 11.54 Bal) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder Omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. Het verbod geldt niet als: a. het gaat om het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, of om het beschadigen of vernielen van hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden; b.

het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c. de activiteit deel uitmaakt van: 1°.een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°.een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Ow een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Omgevingswet. Er is dan geen Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit nodig. 4.4 Specifieke zorgplicht Een flora- en fauna-activiteit kan nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming.

Iemand die dat weet of kan weten, moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27, Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten.

16

Het Bal geeft aan waaruit de specifieke zorgplicht in ieder geval bestaat. Dat is hierna toegelicht.

Het is niet geheel duidelijk wat de consequenties zijn van een effect van een activiteit op soorten die vermeld staan op de Rode Lijst, evenals het toetsen van het effect van een activiteit op ‘trekvogels’. Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a. voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1° van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2° van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3° dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3°, van de wet; en 4° voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b.

als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen 17

worden getroffen Nieuw is de zorgplicht voor het aantasten van belangrijke leefgebieden en natuurlijke habitats van vogels en soorten van de Rode lijst. Voor activiteiten die leiden tot overtreding van een verbodsbepaling dient een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen te worden (dit heette in de Wet natuurbescherming een ontheffing). Indien sprake is van het aantasten van belangrijk leefgebied of natuurlijke habitat van een Rode lijstsoort, dient een document opgesteld te worden. Dit zal vergelijkbaar zijn met een ecologisch werkprotocol (EWP). In een EWP wordt beschreven op welke wijze een negatief effect op beschermde soorten, soorten van de Rode Lijst en belangrijke leefgebieden en natuurlijke habitats voorkomen kan worden, of hoe dit hersteld kan worden. Ook wordt een monitoringsplicht ingevoerd tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden, indien maatregelen getroffen worden. Dit geldt alleen voor belangrijke leefgebieden en natuurlijke habitats. 4.5 Regelgeving ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland Het Besluit kwaliteit leefomgeving is een AMvB onder de Omgevingswet waarin onder andere regelgeving over de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is opgenomen.

De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels te n aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland.

18

HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Natuurnetwerk Nederland. 5.2 Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een ‘goede ruimtelijke ordening’ als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden.

Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken). Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN’ waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het ‘nee, tenzij’-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Gelderland. Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt.

19

Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied ligt op buiten gronden die tot het afstand van gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Beide plangebied vallen buiten gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone behoren.

Ligging van Natuurnetwerk Nederland (NNN) in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid. Gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone behoren worden met de groene kleur aangeduid (bron: atlasleefomgeving.nl).

20

Toetsing aan provinciaal beleid De plangebieden vallen buiten gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren, daarom hoeft er niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland. 5.3 Natura 2000 De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime Het Besluit activiteit leefomgeving regelt in hoofdstuk 11 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan.

Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: • de leefgebieden van vogels; • de natuurlijke habitats of habitats van soorten; De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op. In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden.

21

Ligging van de plangebieden t.o.v. Natura-2000 Beide plangebieden liggen op minimaal 7,54 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. De ligging van beide plangebieden is op de onderstaande kaart weergegeven met de blauwe cirkel. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Korenburgerveen. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Minimaal 7,54 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren.

Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe cirkel aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: calculator.aerius.nl).

22

Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen uitgesloten worden. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Ten behoeve van de totale ontwikkeling wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de aanvoer van bouwmateriaal en vervoer van materieel en personeel. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tot Natura 2000-gebied kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Beoordeling stikstof (gebruiksfase) Door het saneren van een agrarisch bedrijf en het terugbouwen van een Tiny-house en een woning worden neemt het aantal verkeersbewegingen van en naar de plangebieden niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Gelet op de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (7,54 kilometer kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden tijdens de gebruiksfase op voorhand uitgesloten worden.

Daarom hoeft er voor de gebruiksfase geen stikstofberekening uitgevoerd te worden.

5.4 Slotconclusie Beide plangebieden behoren niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het GNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen de plangebieden en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Overige negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring, kunnen ook uitgesloten worden.

23

HOOFDSTUK 6

SOORTENBESCHERMING

6.1 Verwachting en bureauonderzoek 6.1.1 Algemeen Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • Bronnenonderzoek (o.a. internet en de Nationale databank flora en fauna); • Veldbezoek op 25-11-2024 door ervaren ecoloog; 6.1.2 Bronnenonderzoek Elshoekweg 5 Op 10 april 2025 is de NDFF geraadpleegd om te kijken of er beschermde planten en dieren zijn waargenomen in het plangebied en de directe omgeving. In het zoekgebied is er maar een soortgroep (vogels) waargenomen. De volgende vogelsoorten zijn waargenomen blauwe reiger (1x), boomkruiper (1x), bosuil (6x), groene specht (2x), groenling (1x), grote zilverreiger (1x), huismus (1x – betreft een waarneming van 40 huismussen), putter (2x), roodborsttapuit (1x), sperwer (1x), steenuil (4x), vink (1x), zwarte kraai (2x) en zwarter roodstaart (1x). Alle steenuilen zijn waargenomen op de gebouwen op het erf, zie vier groene stippen in de rode cirkel op de onderstaande afbeelding. Alle bosuilen zijn waargenomen in een bosschage bij de kruising van de Grevinkweg en de Aladnaweg ten oosten van het plangebied, zie oranje cirkel op onderstaande kaart. De 40 huismussen zijn in juli waargenomen aan de westzijde van het erf, zie gele cirkel op de onderstaande kaart.

De sperwer betreft een dood exemplaar die op het erf ten noordoosten van het plangebied is waargenomen, zie blauwe cirkel op de onderstaande kaart. Aan de zuidzijde van het erf is in 2024 tijdens een BMP telling een territorium van een patrijs waargenomen, zie groene cirkel op de onderstaande kaart. Op de onderstaande afbeelding worden het zoekgebied en de waarnemingen in de NDFF weergegeven.

Met de zwarte lijn wordt het zoekgebied in de omgeving van de Elshoekweg 5 in Aalten weergegeven. In de periode 20202025 zijn er 26 waarnemingen vastgesteld in het plangebied en de directe omgeving (bron: NDFF).

24

Slatdijk 2-1 Op 10 april 2025 is de NDFF geraadpleegd om te kijken of er beschermde planten en dieren zijn waargenomen in het plangebied en de directe omgeving. Er zijn in de periode 2020-2025 - 117 waarnemingen gedaan in het zoekgebied. De volgende soortgroepen zijn waargenomen vogels (108), vissen (4) en vaatplanten (5). De volgende vogelsoorten zijn waargenomen blauwe reiger (1x), boerenzwaluw (2x), bosrietzanger (7x), grasmus (2x), groene specht (2x), grote zilverreiger (2x), holenduif (1x), ijsvogel (8x), kleine karekiet (1x), kneu (1x), knobbelzwaan (2x), kramsvogel (1x), kuifeend (23x), meerkoet (4x), roodborsttapuit (23x), sperwer (1x), torenvalk (17x), waterhoen (2x), wilde eend (2x), winterkoning (1x), witte kwikstaart (2x), zwarte kraai (1x) en zwarte roodstaart (1x). Verder zijn er in de Boven-Slinge – vier niet beschermde vissen waargenomen en zijn er vijf niet beschermde vaatplanten waargenomen. Op de onderstaande afbeelding worden het zoekgebied en de waarnemingen in de NDFF weergegeven.

Met de zwarte lijn wordt het zoekgebied in de omgeving van de Slatdijk 2-1 Aalten weergegeven. In de periode 2020-2025 zijn er 117 waarnemingen vastgesteld in het plangebied en de directe omgeving (bron: NDFF).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=d43d4b69-25eb-4ecd-a642-e20cbba8bfa4