CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 Bijlagen_Deel1

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied23.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

°}

E

S

3

w

Barlo

f

ië 5

E

' Villeken

ë ä

Dale

Figuur 16: kaartuitsnede risicokaart nl (projectlocatie bij blauw rondje) Concluderend:

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.9 Water

Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. In het waterbeheerplan 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel laat het waterschap zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten zij in de samenwerking met haar partners willen leggen.

Het waterbeheerprogramma in het kort Beheren en onderhouden het grondwater en het water in beken, sloten en riviertjes.

De zorg voor

schoon water en zuiveren rioolwater. Controleren of iedereen zich aan de regels houdt Gebiedsinrichting zo uitvoeren dat het beter tegen de klimaatverandering kan Kijken naar omgeving en hoe deze het beste kan worden ingericht. Uitgaande van dat het gebied beter kan tegen te nat maar ook tegen te droog weer. Hulp aanbieden zodat inwoners, bedrijven en andere overheden beter kunnen omgaan met de gevolgen van extreem weer. Zorgen voor veilige dijken, nu en in de toekomst. meer verschillende soorten planten en dieren.

Dijken worden o onderhouden dat er ruimte is voor

In 2025 wekt het Waterschap alle energie die ze gebruiken zelf op. Ze gebruiken en verspillen zo min mogelijk grondstoffen en stoten veel minder broeikasgassen uit. Hiervoor worden sommige werkwijzen aangepast en wordt gebruik gemaakt van steeds meer nieuwe technieken. Zorgen voor schoon water in beken en sloten, voor mensen en voor dieren en planten. Het rioolwater wordt steeds schoner gemaakt. Sommige plekken worden geschikt gemaakt voor bijzondere planten en dieren. De andere wateren mogen in ieder geval niet viezer worden Het Waterschap Riijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden.

De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk

worden gemaakt.

24

á

De intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen. Als er op een categorie 2 vraag een ‘a' s geantwoord, is een uitbreide watertoets noodzakelijk. Als er alleen met ‘nee' is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden.

Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema's voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneerde toets vraag met 'ja' is beantwoord)

Thema

Toetsvraag

Veiligheid

T. Ligt n of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (Primaire waterkering, regionale waterkering of kader)

Relevant | Intensiteit Nee

2

rivier?

Nee

2

Riolering en

1 Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m?/uur?

Nee

2

Afvalwaterketen

2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ?

Nee

2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een

3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?

Wateroverlast (oppervlaktewater)

Nee

1 Is e sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan _ | Nee 2500 m2? 2.Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meerdan _ | Nee

1

2

1

500 m??

3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard opperviak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

_ | Nee

1

Nee

1

NeeNee Nee

11 1

Nee Nee

1 1

Nee

1

Nee Nee

1 2

Nee

1

2. Bevinden zich, of komen er functies, n of bj het plangebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen? (Zwemmen, spelen, tuinen aan water) Nee 1. Bevindt het plangebied zich n of nabij een natte EVZ? Nee 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEH of SED-water? Nee 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? | Nee 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? Nee 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? Nee

1 2 2 1 1 1

van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

2

Oppervlaktewater1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater kwaliteit geloosd? Grondwateroverlast _ | 1.I n het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2.Is in het plangebied sprake van kwel? Grondwaterkwaliteit Inrichting enbeheer

Volksgezondheid

3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 4.Beoogt het plan aanleg van drainage? _ | 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een

drinkwateronttrekking?

_ | 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Natte natuur

Verdroging

Recreatie Cultuurhistorie

1 In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde

stelsel?

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer | Nee 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten n het plangebied aanwezig? | Nee

Hemelwater zal ter plekke infiltreren in de bodem.

Het huishoudelijk afvalwater wordt uiteraard wel geloosd op

het gemeentelijk riool. Concluderend:

Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

25

á

4.10 Verkeer en parkeren Qua verkeerbewegingen zal er met de komst van 1 extra wooneenheid een toename optreden van het aantal

verkeerbewegingen. Het CROW hanteert een norm van 8 (auto)verkeersbewegingen per werkdagetmaal De Pakkebierweg heeft voldoende capaciteit om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen te verwerken.

Gestreefd dient te worden naar parkeren op eigen terrein. Volgens de CROW geldt voor een vrijstaande woning 2,2 parkeerplaatsen.

Deze zullen op eigen terrein worden gecreëerd.

Concluderend

Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling,

4.11 Kabels en leidingen Binnen het projectgebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen. Met een zogenaamde klic-melding krijgt initiatiefnemer alle kabel- en leidinginformatie, zodat graafschade en gevaarlijke situaties worden voorkomen Concluderend:

Eventuele kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling

4.12 Milieueffectrapportage Het bestemmingsplan, waarin ruimtelijke belangen worden geborgd, is het resultaat van een integrale

ruimtelijke afweging. In deze integrale afweging worden ook alle milieuonderwerpen meegewogen, los van de wettelijke verplichtingen van de milieueffectrapportage. Welke milieuonderwerpen vanuit een duurzame ruimtelijke ordening voor een plangebied van belang zijn, moet per plan in beeld worden gebracht. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen s afhankelijk van het gebied en de opgave en eventuele wettelijke eisen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a.

Op basís van artikel 7.2, lid 1 Wm (als wettelijk plan): Er ontstaat een m.e.r-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is

1.

p basís van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3): Er ontstaat een m.e.r-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen)

2

Op basís van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan n Kolom 4; Er ontstaat een m.e.r-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

Ad.a: Wanneer uit een toets blijkt dat de activiteit (mogelijk) significante negatieve effecten tot gevolg heeft, dan kan een vergunning alleen worden verleend als uit een passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zullen worden aangetast.

vormt de ADC-toets.

Onderdeel van de passende beoordeling

De ADC-toets houdt een onderzoek in naar Alternatieven, het aantonen van Dwingende

redenen van openbaar belang en het vooraf en tijdig treffen van Compenserende maatregelen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van ruim 5 km van het plangebied.

De

woonactiviteiten op dit perceel hebben geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor dit Natura 2000-gebied ook mede gezien de grote afstand. Een passende beoordeling is dan ook niet noodzakelijk.

28

á

Ad.b en c: Woonactiviteiten worden alleen genoemd in relatie tot een stedelijk ontwikkelingsproject, waarbij meer dan 2000 woningen worden gebouwd (onderdeel D. 11.2 van de bijlage van het besluit

milieueffectrapportage).

In dit geval is, gelet op jurisprudentie,

geen sprake van een stedelijk

ontwikkelingsproject Concluderend

Een milieueffectrapportage, zowel -plicht, -beoordeling als -vormvrij,is niet nodig nu de gewenste activiteiten op perceelsniveau in het Besluit m.e.r. niet worden genoemd. Daarnaast is een passende beoordeling op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet noodzakelijk.

27

á

3UITVOERBAARHEID VAN HET PROJECT 5.1 Economische

haalbaarheid

Het project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie zijn dan ook voor rekening van initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Voor de gemeente zijn er geen andere kosten verbonden aan dit project waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. Tevens wordt er met initiatiefnemer een planschadeovereenkomst en realisatieovereenkomst gesloten. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geachtte zijn aangetoond

5.2 Maatschappelijk draagvlak Van belang is dat er draagvlak i voor de beoogde ontwikkeling. Door initiatiefnemer is met omliggende buren en grondeigenaren gesproken. Zij hebben aangegeven geen bezwaarte hebben tegen de voorgenomen plannen aan de Aladnaweg 26 waarbij één nieuwe wooneenheid binnen bestaande bebouwing wordt gerealiseerd

28

á

Postbus 1 19 7120 AC Aalten T (0543) 49 33 33 E

gemeente@aalten.nl

www .aalten.nl

Ontwerpbesluit hogere geluidgrenswaarde Aladnaweg 26 te Aaltenvan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten .

____________________________________________________________________________________ GEMEENTE AALTEN

besluitdatum: 8 januari 2024 verzonden: ____________________________________________________________________________________ Inleiding Het college van burgemeester en wethouders wil meewerken aan het verzoek tot het splitsen van een woning, door een bestaande schuur te transformeren tot woning, op het perceel Aladnaweg 26 in Aalten. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Aalten, sectie N, nr. 133. Het betreffende perceel ligt binnen de wettelijk vastgelegde zone (op grond van de Wet geluidhinder) van enkele wegen, waarvan voor het geluid alleen de aan het perceel grenzende Aladnaweg relevant is. Andere wegen binnen de geluidszone zijn niet relevant omdat de verkeersintensiteit ervan relatief laag is en het geluid ervan afkomstig, door de afstand verwaarloosbaar is; Bij het verzoek is een rapport akoestisch onderzoek ingediend (Akoestisch onderzoek Aladnaweg 26 Aalten van Sein milieuadvies, profectnummer 2033-3044-0 d.d. 3 juli 2023) Omdat uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op 2 gevels de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, en het treffen van maatregelen in redelijkheid niet mogelijk is, hebben wij voor deze gevels een hogere grenswaarde vastgesteld.

HET ONTWERPBESLUIT Wij besluiten voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting ter plaatse van de nood- en zuidgevel van het tot woning te bestemmen gebouw op het perceel Aladnaweg 26 in Aalten, kadastraal bekend gemeente Aalten, sectie N, nr. 133, een hogere geluidswaarde vast te stellen zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Geluidsgevoelige bestemming Adres/ kadastraal perceelnummer

Soort bestemming

GeluidsBron

Aladnaweg 26, sectie N, nr. 133

woning

N318

Gevels

noord (N04) zuid (N06)

Hogere waarde incl. aftrek

H = 1,5 m H = 4,5 m n.v.t. 53 dB 50 dB

51 dB

De vastgestelde hogere waarde is het gevolg van een akoestische afweging en toetsing aan de Wet geluidhinder.

Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking na de dag van bekendmaking. Aalten, Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten, namens deze,

de heer J. ten Klooster Team Openbare Ruimte

TOELICHTING OP HET BESLUIT Toetsing aan het geldend bestemmingsplan In het bestemmingsplan Landelijk gebied 2015 gemeente Aalten heeft het perceel de bestemming “Wonen”. Er is echter slechts 1 woning toegestaan. Door middel van een omgevingsvergunning afwijking van het bestemmingsplan kan de beoogde woning gerealiseerd worden. Beoordeling en overwegingen Burgemeester en wethouders van Aalten hebben het volgende vastgesteld en overwogen. In art. 74 van de Wet geluidhinder staat dat een weg buiten het stedelijk gebied (buiten de bebouwde kom) aan weerszijden een zone heeft van 250 m. Bij een besluit waarbij: - door middel van een omgevingsvergunning afgeweken wordt van het bestemmingsplan en; - waar als gevolg daarvan een geluidsgevoelig gebouw gerealiseerd wordt, en; - dit plaatsvindt op een locatie die geheel of gedeeltelijk binnen de bovengenoemde zone ligt, moet op grond van de Wet geluidhinder de voorkeursgrenswaarde in acht worden genomen. Wanneer de geluidbelasting op een gevel van dit te bestemmen geluidgevoelig gebouw hoger is dan de voorkeursgrenswaarde (die 48 dB bedraagt), is het in bepaalde gevallen mogelijk om een hogere waarde vast te stellen. Een geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde is zonder meer toelaatbaar. Het geluid wordt dan aanvaardbaar geacht.

Ligt de geluidsbelasting op een gevel van een geluidsgevoelig gebouw echter boven de voorkeursgrenswaarde, maar niet boven de grenswaarde (zie tabel 1), dan is het bestemmen van een geluidsgevoelig gebouw alleen onder voorwaarden acceptabel. Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde wegverkeerslawaai In de onderstaande tabel staat de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidsbelasting voor woningen binnen de bebouwde kom, en binnen de geluidszone van een weg. Tabel 1

Situatie Bestaande weg / nieuw geluidsgevoelig gebouw

Voorkeursgrenswaarde

Maximaal toelaatbare geluidsbelasting (grenswaarde)

Maximaal toelaatbaar binnenniveau

48 dB

63 dB

33 dB

Geluidswaarden nieuwe woonbestemmingen aan een bestaande weg binnen de bebouwde kom o.g.v. de Wet geluidhinder

Burgemeester en wethouders zijn op grond van artikel 110a van de Wet geluidhinder binnen de grenzen van hun gemeente bevoegd een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vast te stellen. Voorwaarde is dat eerst onderzocht moet worden met welke maatregelen de geluidsbelasting in redelijkheid tot onder de voorkeursgrenswaarde teruggebracht kan worden. Toetsing aan de Wet geluidhinder De te bestemmen woning ligt op een afstand van 11 noordzijde en 13 m zuidzijde uit het midden van de Aladnaweg. Daarmee ligt het binnen de geluidszone van deze weg. Uit het akoestisch onderzoek komt naar voren dat het geluid als gevolg van het wegverkeer op de noord- en zuidgevel de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Ook de westgevel ondervindt een geluidbelasting die hoger is dan 48 dB, maar aan die gevel grenzen aan de binnenzijde geen geluidgevoelige ruimten. Afweging geluidsreducerende maatregelen Artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder bepaalt dat een hogere grenswaarde voor geluid alleen wordt vastgesteld wanneer geluidswerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke verkeerskundige of financiële aard.

Als er maatregelen aan de bron en/of in het overdrachtsgebied tussen de bron en de woning getroffen kunnen worden, kan de geluidsbelasting verminderd worden en zou een hogere grenswaarde overbodig kunnen zijn.

Bronmaatregelen Bronmaatregelen zijn het reduceren van de snelheid, intensiteit (aantal motorvoertuigen) of het aanbrengen van een ander (geluidsreducerend) wegdek. Het terugbrengen van de verkeersintensiteit op de Aladnaweg is gezien de aard en functie van de weg onmogelijk. Stil wegdek voor 1 woning is niet kostenefficiënt. Overdrachtsmaatregelen Het plaatsen van een geluidscherm of -wal is in beginsel mogelijk, maar is uit kostenoogpunt en lanschappelijke inpassing geen gewenste oplossing. Bovendien wordt de woning ontsloten aan de westzijde (wegkant), waardoor een dicht scherm alleen om die reden al niet mogelijk is. Maatregelen in en aan woningen Als de gevel van het tot woning te bestemmen bouwwerk doof (dus zonder te openen geveldelen) worden uitgevoerd, wordt deze niet meer als geluidsgevel beschouwd, en hoeft hiervoor geen hogere grenswaarde vastgesteld te worden. 2 dove gevels zijn in deze situatie met het oog op een goed woon- en leefklimaat echter niet wenselijk. Beleid hogere geluidgrenswaarden gemeente Aalten In het op 10 februari 2009 vastgestelde Beleid hogere geluidgrenswaarden gemeente Aalten staan criteria voor wanneer er een hogere geluidsgrenswaarde vastgesteld kan worden.

Voor een situatie waar binnen de bebouwde kom een hoge geluidbelasting als gevolg van een aanwezige weg optreedt op de gevel van een nog niet geprojecteerde woningen, kan alleen een hogere geluidsgrenswaarde vastgesteld worden als het tot geluidsgevoelig gebouw te bestemmen bouwwerk aan ten minste één van de volgende criteria voldoet. De woning(en) word(t)(en): 1e. in een dorps- of stadsvernieuwingsplan opgenomen, of 2e. gaan door de gekozen situering of bouwvorm een akoestisch doelmatige afschermende functie vervullen voor andere woningen - in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend -, of voor andere gebouwen of geluidsgevoelige objecten, of 3e. zijn ter plaatse noodzakelijk om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid, of 4e. vullen door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing op, of 5e. worden ter plaatse gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing. Overwegingen nieuwe bestemming De woning vervangt bestaande bebouwing (criterium 5). Daarmee is het op grond van dit criterium mogelijk om een hogere grenswaarde vast te stellen. Geluidsluwe zijde In het hierboven aangehaalde beleid staat verder dat een woning waarvoor een hogere grenswaarde vastgesteld wordt, over ten minste één stille (geluidsluwe) zijde moet beschikken.

Geluidsluw betekent in dit verband dat aan ten minste een zijde van de woning het geluid niet hoger mag zijn dan 48 dB; de voorkeursgrenswaarde. De beoogde woning beschikt aan de voorzijde (oostzijde) over een geluidsluwe zijde, en voldoet daarmee aan deze voorwaarde. Ook de oostelijke delen van de zijgevels zijn geluidsluw. Bouwbesluit In het Bouwbesluit staat dat de uitwendige scheidingsconstructie (van de geluidsbelaste gevel die een scheidingsconstructie vormt met een verblijfsgebied of -ruimte), een karakteristieke geluidswerendheid heeft die ten minste 20 dB bedraagt. Om te kunnen voldoen aan de eis van 33 dB, moet de minimale geluidswerendheid aan de noord- en zuidgevel 22 respectievelijk 23 dB bedragen SAMENVATTING/CONCLUSIE De Aladnaweg is een weg die op grond van de Wet geluidhinder aan weerszijden een zone van 250 m heeft. De beoogde woning ligt binnen deze zone. Uit het akoestisch onderzoek komt naar voren dat de geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer van de Aladnaweg op 2 gevels van de te realiseren woning een waarde heeft die (na aftrek grond van artikel 110 g Wet geluidhinder /artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift wegverkeerslawaai 2012) boven de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is gekeken naar maatregelen aan de bron (de weg) en in het overdrachtsgebied.

Daarbij is vastgesteld dat (verdere) bronmaatregelen en maatregelen in het overdrachtsgebied (schermen, geluidswallen en dergelijke)

en eventueel een dove gevel voor het bouwwerk ongewenst zijn op grond van stedenbouwkundige, verkeerstechnische, en praktische overwegingen. Met het oog hierop stellen wij vast dat een omgevingsvergunning voor het veranderen van de bestemming alleen verleend kan worden als er een hogere geluidsgrenswaarde wordt vastgesteld. PROCEDURE Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten is binnen de grenzen van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (art. 100a, lid 1 Wet geluidhinder). Op de voorbereiding van het besluit tot het gebruikmaken van die bevoegdheid is afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

veiligheidsglas]

!

t

8

voorgevel (tuinzijde) nieuw

rechterzijgevel woning ongewijzigd

|e

achtergevel (wegzijde) nieuw

8900+

—_— e

be;ta\ondä geisoleerde

m nerae e° Bm

Re=3,

e

SSE

10 0 0 1 0 0 0 D 00 n D n n

Sporenkap >

125m

Ì

Ë

T

Trap gegevens conform $2.5.2 Bouwbesli(Besteande bouw)

E

minimale breedte waptrede 700 n - minimale vrie hoogte boven rap 1900 m EE

|

E

T

.

s

;

|| Ï/_

++ \E

e

EEm

linkerzijgevel schuur nieuw

E

_H_

Binereri

E

KE ESkiood

e

E sten TEsm]

|a

e gm EE

er onder

i

3100+ s

:

EE

P=0

17

!

T

!

T

eL

-ES

zithoek

HA

eethoek

aa

n

‘

z

EERE»

ES

@ &#

U

E

eB- E|r

schuur

u

L

ë

?

niïeuw

langsdoorsnede

schuur

N

#7

| ‚l

Fal

LIDA

overkoppin yerkeppid

T

3/ TelFd

+ |S

Êl @© IE5

.

SN L S

werkkamer]

EN

l

S

DA

ITI

ï

ï

bijkeuken HT

a

ds

plattegrond

z

9|

|S

E

Ù 1 nH

|s

8}

—

D

£

IJ

{

a

[Eann/(®)

Z

/

e n A t

[es!

nieuw

-

U dgE A

ruimte

5 Iëk__

H

J|

__

TT t

E

m

TT

ETE

E

a

_

o

n

T t

m

E!

n

H

D

s

|

!

t | Blegek

!f

3

1

hemelwoterofvoeren _ |[zink, artjs]

IJt

|

Ü

bouwviak]

Gestomnde] woning

ongewijzigd}

|

Î

hout, gebakkenossenbloedrood pan, rood]

|

|

+A :e;……_ SchUUr| 9

hout, wit ij

[dakgoten|

H

ot

hout, grijs — zink, grijs] k L

z3

ì

123

wonin

zonnepanelen

mogelke

2ë

&

ì

Tocotd

H

|

H

!! |ä

H

Ù

m

ii

T

H1

t

H

! ISEL|EL :E !;

“E

ME

‚

-ventilatie badruimte min. 14 dm3/sec. dmv stolen buis 9125, mechanisch

-ventilatie toïletruimte min. 7 dm3/sec. dmv stalen buis #125, mechanisch

-LGeventilatie / berging 1/333 v/h voorzien voeropp. van d.m.v.ieolerende muurroosters uitwendgegaragescheidingeconstructie's beglozng U-waorde 11 W/m?k

f

min. 1200mm --toïletruimte toiletruimte evoorzien n bodruimtevan wandtegels voorzien vontot vloertegels

iit Iä i

1

_oonsluitpunten badruimte trophekken vo rzielektra en vaenn volgenswandtegels t m i n . e t o v e r e n l e n g t e |-troppen, balustrade's tovolgens o1200mm rt. 2.38 mbouwbesluit 6.7 ent/m6.8 3.126bouwbesluit 1010 bouwbesluit oonsluitpunten water volgens orto.rt. 3.123 en 3.131 en t/mNEN 3.132

H

N

_ ventilatie volgens ort. 3.37 en 3.38 bouwbesluit en NEN 1087 en NPR 1088

- afvoer rook volgens ort. 3.57 t/m 3.59 bouwbesluit

:!Ì IE

__ Ë[bestaand metselwerk dik 100 / 220mm z—=|isolgtievoorzetwanden dik 180mm

1

i

S+ | F

m

|

H

!

E

- opstelplaots kooktoestel volgens art. 4.41 t/m 4.43 bouwbesluit

EA

|

T

E

s

u

nieuw]

om

H

à

I L IRE E

L

T

EA

w

o

-daglicht volgens ort, 377 en 378 bouwbesluit

!

}

N

von min. 3000mm tot min. 21007m

E z

!

133

renvool FGentrole verworming Gm.v. wormtepomp en boitenunit - ventilatie verblijfsruimte met kooktoestel min. 21 dm3/sec. dmv stalen buis #125, mechanisch

H

H

a

T +

t Ë

E

D

||

L

H

1|

sss

]

hout, monumentengroen

topgevel [dakpannen|] [dakranden

H

f

ö

hout, monumentengroen

stuukwerk, grijs — metselwerk, donkerrood hout, wit]

| ËB ì

Entruimt

laopk. c 5 ET

s

deuren]

a o

|

||

=

vensters

1i

H

L |& llr ' 8

Stuks porkeerplaatser

T

H

metselwerk, [mortel, grijs] rood]

chalg e w oo e

i

verdieping e perces'

Ä

m

E

g

5.‘Ïvìpvl|( q

ensee

E&

|3

3

|

s|c;c.p_|k. E

I| E

S

J _73/

nì

T

E

i

l

<

e S

Ù

i

f

E '

5 ETE STT E LS] U techniek = Ë ER / } a lbeseode iroer

t

|S

=——

Wbijkeuken I;IÎ Eii o|

S |e

[dee!/oerging] | T

3F

=

N Essr]

H

H

E

a

IHT H

Ù

160

e

nieuw] T

metselwerk gevels Voegwerk gevels|

trasraaml kozijnen en ramen|

| MT ;

A

f

T

B

E

d+

E==

S

fIT

A

<

7

a

l

E

S

H

IE|IE

E

Et

H

z

A

U

7001 700 m.

opstapmogeljkheld tussen 200 mm+ en 700 mm+ het betreffende loopviak

aa

T

!

met een opperviakte van ten minste

c

- tussenruimte spjlen maximaal 100 rm

L EA |

T

e

- mrintrale hoegre lenuning 6007me n

kleurenschemd

!

e

- maximale hoogte leuning 1000 m.

:

E dwarsdoorsnede

L

e

- maxmale spiafstand 100 mm.

rechterzijgevel schuur nieuw

E

t s

voortant van de rede 1307

Woer

e

e

[metselwerk

binnenwonden

dik

100mmm

nouten_geïscleerde binnenwonden dik 100m TIJ

EE EEB Lenzij o n d ij enzi onders vangegeven

mechonische ventiGtie ventiatie erdeing vgs. NEN 2555 rookmelder

1018541 ”"Ê Im

Maten in het

:

133

: 4:1000

(geanonimiseerd) — (geanonimiseerd) m

ADVISEURS Proectomschriving: Woningsplitsing en verbouw bestaande schuur tot woning Onderwerp: Bestektekening nieuw gevels en plattegronden

D m Opdrachtgever B.A.M. Roemaat Beheer B.V (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

werk controleren

_

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) E

nhou

Schaal

)

Fase: Indienen Gate

‘\/ehrbhàfsqeb\ed

Sectienummer

z

overstort warmwoter voorziening

T ‘

787 [m2] 26 [m2

:

wosmachine asdroger ger / centrale verwormin: wormtepomp

/

Gebouwopperviakte Gebruiksoppervakte

Êemeen(|e te: î;:ìen adastrale gemeente Sectie N: en

e

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Tel:

0315-820100

Internet: www.locisadviseurs.nl Datum:

12-10-2023

Wijzigingsdatum 1:

13-11-2023

Wijzigingsdatum2

Wijzigingsdatum 3 : Wijzigingsdatum 4: Schaal

1:100

Adiseur/tekenaar |_ KT/BL Formaat 694x1065mm

Tekeningnummer: 23-2338-B02

Deze tekening mag alleen vermenigvuligd en/of aan derden verstrekt worden met toestemming van Locis Adviseurs.

Quickscan natuurwaardenonderzoek

(geanonimiseerd)

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura

2000

TUURBANK

OVERIJSSEL

Colofon

(geanonimiseerd) Quickscan natuurwaardenonderzoek Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres:

(geanonimiseerd) m (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

TUURBANK

mmm BTW-ID:

NLO001388212856

i

(geanonimiseerd) |

Tel:

OVERIJSSEL

0850-509852

Opdrachtgever:

Locis Adviseurs

Projectnummer en versie: 5484 versie 2.0

Status: definitief

Ligging plangebied:

Rapportdatum:

(geanonimiseerd) Auteur: (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) Veldwerk uitgevoerd door: N

N e

|

15-08-2023

De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

Inhoudsopgave SAMENVATTING . HOOFDSTUK1

_

INLEIDING …

HOOFDSTUK2

_

HETPLANGEBIED

2.1 Situering..

2.2 Beschrijving van het plangebied..

3.1 Algemeen.. 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of -gebieden …. 3.3 Vaststellen van HOOFDSTUK4

de invloedsfeer..

_ TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen..… 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 . 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming. 44

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk

4.5 Wet natuurbescherming; Houtopstanden HOOFDSTUKS

Nederland

…

_ GEBIEDSBESCHERMING ..

5.1 Algemeen.. 5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone . 5.3

Natura

2000..

5.4 Slotconclusie. HOOFDSTUK6

_

SOORTENBESCHERMING.

6.1 Verwachting en bureauonderzoek… 6.1.1 Algemeen. 6.1.2 Bronnenonderzoek 6.2 Veldonderzoek... 6.3 Resultaten..

6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep.. 6.5 Historische gegevens en overige bronnen … 6.6 Volledigheid van het onderzoek. HOOFDSTUK7

_ CONCLUSIES…

SAMENVATTING

(geanonimiseerd) ‘e (geanonimiseerd) Er zijn plannen voor de oprichting van een extra woning op een bestaand erf aan de N B Het voornemen bestaat een bestaande schuur intern te verbouwen tot woning. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten

worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven.

Het plangebied is op 15 augustus 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren

en

beschermde

nesten,

holen,

vaste

rust-

en

voortplantingslocaties.

Ook

is onderzocht

of de

voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders

Natuurnetwerk.

Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Het plangebied behoort niet tot Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN en GO, omdat de bescherming van het GNN en GO geen externe werking kent. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten worden.

Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: Het plangebied is geen geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten. Daarnaast vormt het plangebied ook geen geschikt functioneel leefgebied voor beschermde dieren. In het plangebied zijn geen

verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig, nestelen geen vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren

of

amfibieën geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd dier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats van een beschermd dier beschadigd of vernield.

Gevolgen van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: e

Geen

HOOFDSTUK

1

INLEIDING

(geanonimiseerd) ‘e (geanonimiseerd) Er zijn plannen voor de oprichting van een extra woning op een bestaand erf aan de N B Het voornemen bestaat een bestaande schuur intern te verbouwen tot woning. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten

worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook i

onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties

bepaald van de voorgenomen

activiteiten

Natura

in

het

kader

van

de

Wet

natuurbescherming

(soorten

en

2000-gebied)

en

de

Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk).

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu}onderzoeken in het

kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven

op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (ís de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming

istijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning n uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering

(geanonimiseerd) te (geanonimiseerd) Het plangebied is gesitueerd op het adres N B Het ligt in de gemeente Aalten en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande weergegeven op een topografische kaart.

afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied

/ í 19.9\'\í

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied

(geanonimiseerd) in B (geanonimiseerd) Deze schuur heeft Het plangebied bestaat uit de schuur gelegen op het adres N bakstenen buitengevels en een met dakpannen gedekt dak. Het dak is geheel voorzien van geïsoleerde dakplaten. De benedenverdieping van de schuur is gedeeltelijk ingericht en in gebruik als woonverblijf. De

zolder is geheel leeg. Rondom de schuur ligt een siertuin en erfverharfing. De staat van onderhoud is goed. Het gebouw is wind- en waterdicht. Op onderstaande luchtfoto wordt het plangebied aangeduid.

Luchtfoto en begrenzing van het plangebied (gele lijn).

HOOFDSTUK

3

VOORGENOMEN

ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Er zijn concrete plannen voor de oprichting van een extra woning op het bestaande erf. Het voornemen is een bestaande schuur intern te verbouwen tot woning. Met uitzondering van één nieuwe opening in de

buitengevel t.b.v. een nieuwe voordeur, vinden er uitsluitend inpandige werkzaamheden plaats. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming:

e _ Inpandig verbouwing van schuur naar woning (uitgezonderd één nieuwte maken doorgang in buitengevel); e _ Bewonen

nieuwe woning;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of -gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden:

e

Verstoren

rust-

en

voortplantingsplaatsen

als gevolg

van

geluid,

stof en

trillingen tijdens

de

werkzaamheden;

e permanente invloeden:

e _ Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten;

e

Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten;

e _ Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten; 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer

Naast een tijdelijk effect in het onderzoeksgebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het onderzoeksgebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang

van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Het effect van beschermde soort verschilt per soort en/of soortgroep.

de voorgenomen

activiteit op een

In deze studie wordt gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals bouwwerkzaamheden. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit: Om de effecten van een voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen, is het soms van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend geval grenst het plangebied aan openbare weg en andere

bebouwing.

Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden

plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied is gelijk aan het plangebied.

buiten het

HOOFDSTUK

4

TOETSINGSKADERS

4.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht

waaraan het initiatief getoetst wordt.

4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel

van de Wet

2000-gebieden

en/of

(Vogelrichtlijn-

natuurbescherming

Habitatrichtlijngebieden)

heeft als doel het beschermen van Natura

in Nederland.

Projecten

die

significante

gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel - zonder vergunning — niet toegestaan. Ook het

vaststellen van plannen zoals een

bestemmingsplan

of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het

betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door

geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming.

4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende

beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld Soorten Vogelrichtlijn e

e

(artikel 31 e

lid 1} Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen;

Iid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels wegte nemen;

e

Iid3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben;

e e

lid 4 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Soorten

e

Habitatrichtlijn

(artikel

3.5

lid 1) Het is verboden n het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage I! bij het Verdrag van Bern of bijlage ! bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk

e

verspreidingsgebied opzettelijk te doden ofte vangen; Iid2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijkte verstoren;

e

lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen;

e

Iid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen;

e

Iid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun

natuurlijke verspreidingsgebied

opzettelijk te plukken en te

verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere

Soorten

(artikel

3.10 e.v.

lid 1 Onverminderd artike!3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: e _ onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdee! A, bij deze wet, opzettelijkte doden of te vangen;

e

onderdeel

b. de vaste voortplantingsplaatsen

opzettelijkte beschadigen of te vernielen, of

of rustplaatsen van dieren als bedoeld

in onderdeel a

e

onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld

dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb

een ontheffing te worden aangevraagd. Voor

vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens

een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming.

Er is dan geen ontheffing

nodig. 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk

Nederland

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau

vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk

Nederland

(NNN)/Ecologische

Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI).

Kaderstellende regels ten aanzien van 0.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden

afgewogen tegen

andere

belangen,

indien de voorgenomen

ingreep

negatief

uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Gelderland ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland

zijn opgenomen

zijn

die

de

ingreep

in de vigerende provinciale

4.5 Wet natuurbescherming; Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermd het areaal bos in ons land. Houtopstanden die voldoen aan één van onderstaande criteria vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Dit geldt voor bossen, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en beplanting van bosplantsoen. De opstand moet

buiten het erf liggen. -

De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een zelfstandige eenheid groter dan 10 are (1.000m2); De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een rijbeplanting van meer dan

20 bomen.

(In het plangebied is geen beplanting aanwezig, bescherming van houtopstanden s dus niet aan de orde).

HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING

5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000gebied en het Gelders Natuurnetwerk.

5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk s een samenhangend netwerk van

bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist

in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders

Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk.

De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Centraal staat de versterking van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen

potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte. De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen. De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening wel benoemd, maar er heeft geen provincie dekkende inventarisatie

plaatsgevonden. Bij projecten kan op maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities. Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied ligt op minimaal 118 meter van gronden die tot het Groene ontwikkelingszone behoren. Op

onderstaande afbeelding wordt de ligging van Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.

:

(geanonimise rd)

118 meter afstand tussen het

plangebied en de gronden die tot

k

het GO behoren

-

Ligging van Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene ontwikkelingszone (GO) in de omgeving van het plangebied. De ligging

van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid. donkergroene kleur aangeduid. Gronden aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

die

tot

Groene

Gronden die tot de Gelders Natuurnetwerk behoren worden met de ontwikkelingszone

behoren

worden

met

de

lichtgroene

kleur

10

Beschermingsregime De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid

Omdat het plangebied buiten

Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ligt, hoeft voorgenomen

initiatief niet getoetstte worden aan provinciaal beleid t.a.v. Gelders Natuurnetwerk. 5.3 Natura

2000

De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming.

Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-Jsoorten.

De

onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse

bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime

De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: e de leefgebieden van vogels; e de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming);

wijst

deze

De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt.

Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd

rond projecten die gevolgen kunnen

hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend

door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen

en projecten, de natuurwaarden

waarvoor de gebieden zijn aangewezen

niet significant negatief mogen

beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste

werkzaamheden/ontwikkelingen

een (significant) negatief effect hebben

(op zichzelf of in combinatie met

andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden.

Ligging van het plangebied t.0.v. Natura-2000

Het plangebied ligt op minimaal 5,27 kilometer afstand van Natura 2000-gebied.

Het meest nabij gelegen

Natura 2000-gebied, is Korenburgerveen. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

u

(geanonimise rd)

(geanonimise rd) 5,27 kilometer afstand tussen het

plangebied en de gronden die tot

(geanonimise rd)

Natura

2000

behoren

Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de blauwe stip aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de grijze kleur aangeduid (bron: pdok.nl).

Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische

verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen 2000-gebied uitgesloten worden.

negatieve effecten op Natura

Beoordeling stikstof (ontwikkelfase)

Ten behoeve van de totale ontwikkeling, wordt materieel met een verbrandingsmotor ingezet en vindt er een tijdelijke toename plaats van verkeersbewegingen als gevolg van de afvoer van sloopafval, de aanvoer van bouwmateriaal en vervoer van materieel en personeel. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen

activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura-2000 gebied, kan een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten worden, daarom is er geen nader stikstofonderzoek vereist.

Beoordeling stikstof (gebruiksfase) Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tot Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden tijdens de gebruiksfase,

op voorhand uitgesloten worden, daarom is er geen nader stikstofonderzoek vereist. 5.4 slotconclusie

Het plangebied behoort niet tot Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN en GO, omdat de bescherming van het GNN en GO geen externe werking kent. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand

tussen plangebied en Natura 2000-gebied, uitgesloten worden.

kan een

negatief effect op Natura 2000-gebied

op voorhand

12

HOOFDSTUK 6

SOORTENBESCHERMING

6.1 Verwachting en bureauonderzoek 6.1.1 Algemeen Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

e

Bronnenonderzoek (0.a. internet en de Nationale databank flora en fauna);

e

Veldbezoek op 15-8 2023 door ervaren ecoloog;

6.1.2 Bronnenonderzoek

Op

14 augustus 2023

is de NDFF geraadpleegd

om

te kijken of er beschermde

planten

en dieren zijn

waargenomen in het plangebied en de directe omgeving. In het plangebied en de directe omgeving zijn twee waarnemingen vastgesteld in de periode 2018-2023. Dit betreft een sijs ten zuiden van het plangebied op 7

december 2019 en een grote bosmuis aan de oostkant van het plangebied op 23 juli 2020. Op de onderstaande afbeelding wordt het zoekgebied in de NDFF weergegeven. z B z

Î á

H

L” K

D

-

7

NIJHOFSWEG

:

Met de zwarte lijn wordt het zoekgebied in de NDFF weergegeven. vastgesteld in het plangebied en de directe omgeving.

Er zijn in der periode 2018-2023 twee waarnemingen

6.2 Veldonderzoek

In

het

kader

van

het

natuurwaardenonderzoek

is het

plangebied

op

15

augustus

2023

tijdens

de

daglichtperiode (ochtend) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker (Swarovski 12x50) en zijn de in dit

rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. De onderzoeker beschikte tevens over een warmtebeeldcamera (Helion Pulsar xq28), maar die is niet gebruikt.

3

Methode per soortgroep Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is

matig geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels. De meeste vogels hebben uitgevlogen jongen en de eerste zomergasten zijn vertrokken naar de overwinteringsgebieden, soorten als houtduif, gierzwaluw, huiszwaluw, boerenzwaluw, huismus en kerkuil kunnen nog wel een bezet nest hebben. In het plangebied is gekeken naar

vogels, oude nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is visueel onderzocht op het voorkomen

onderzoeksperiode

van beschermde grondgebonden

zoogdieren.

De

is geschikt voor verspreidingsonderzoek en onderzoek naar voortplantingslocaties. De

meeste grondgebonden zoogdieren hebben geen zogende jongen meer in deze tiijd van het jaar. Er is in het plangebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van

grondgebonden zoogdieren in het plangebied duiden zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten,

pootafdrukken

en

uitwerpselen.

De

bebouwing

is

specifiek

beoordeeld

als

potentiële

verblijfplaats voor steenmarter. Vleermuizen

De onderzoeksperiode is geschikt voor onderzoek naar zomerverblijfplaatsen van vleermuizen. Vleermuizen bezetten doorgaans de zomerverblijfplaatsen in deze tiijd van het jaar. Er is in het plangebied gezocht naar vleermuizen en naar potentiële rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Het plangebied is bezocht op een

moment op de dag dat vleermuizen niet foerageren. Amfibieën

De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën en onderzoek naar voortplantingsplaatsen. Sommige amfibieën hebben de voortplantingswateren reeds verlaten (bruine kikker, gewone pad) en bezetten het landbiotoop. Er is in het plangebied gezocht naar amfibieën en rust- en voortplantingsplaatsen van amfibieën. Overige soorten Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde faunasoorten als reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het

onderzoeksgebied

geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat

het plangebied

buiten

het

normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannenmellijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied

vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten. 6.3 Resultaten

In deze paragraaf worden de resultaten van het veldbezoek onderzoeksgebied vastgesteld zijn, zeer waarschijnlijk in het

gepresenteerd. Alleen soorten die in het onderzoeksgebied voorkomen of soorten

waarvan het onderzoeksgebied een (essentieel) onderdeel van het functionele leefgebied vormt, worden in deze paragraaf besproken.

Vogels Vogels benutten het plangebied niet als foerageergebied en er nestelen geen vogels in het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen in het plangebied en de directe omgeving waargenomen en de

bebouwing wordt niet als potentiële nestplaats voor huismussen beschouwd. Het pannendak van het gebouw is niet geschikt voor huismussen

omdat er geen ruimte is tussen

de dakpannen

en het dakoverstek waar

14

huismussen tussen kunnen kruipen. De dakpannen sluiten overal nauw aan dus ook daar is geen mogelijkheid

voor huismussen om te nestelen. Ook wordt de bebouwing niet als potentiële nestplaats voor gierzwaluwen beschouwd. Holle ruimtes onder dakpannen ontbreken, evenals gaten of andere holle ruimtes in de buitengevel. De schuur is niet toegankelijk voor steenuilen en kerkuilen. Aan het gebouw is geen beplanting

zoals klimop aanwezig waar een vogel n kan nestelen. Als gevolg van de voorgenomen handelingen wordt er geen vogel gedood of nestplaats negatief beïnvloed. Te beoordelen

-

activiteit in het kader van de Wnb:

Geen;

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied vormt geen functioneel leefgebied van beschermde grondgebonden zoogdieren. Het pand is niet toegankelijk voor grondgebonden zoogdieren, zodat zij geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied kunnen bezetten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier negatief beïnvloed. Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb:

-

Geen;

Vleermuizen

e

Verblijfplaatsen

Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. Het gebouw heeft een zolder maar de muur en het dak van het gebouw bevat geen openingen waardoor vleermuizen naar binnen kunnen komen.

Verder heeft het gebouw steens buitengevels waardoor een luchtspouw ontbreekt. Aan het gebouw potentiële verblijfplaatsen waargenomen, of dakpan.

Foto's

van de zolder van de te verbouwen

zijn geen

zoals een holle ruimte achter aan windveer, vensterluik, loodslab

schuur.

Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt er geen vleermuis verstoord of gedood of een verblijfplaats beschadigd en vernield. Te beoordelen

-

activiteit in het kader van de Wnb:

Geen;

15

° Foerageergebied Het veldbezoek s uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende vleermuissoorten rond

de bebouwing en beplanting in het plangebied. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd.

Door het uitvoeren van de voorgenomen plannen neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen

niet af.

Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb:

-

Geen;

°

Vliegroute

Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen. Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen

negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. Te beoordelen

-

activiteit in het kader van de Wnb:

Geen;

Amfibieën

Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied tot een weinig geschikt leefgebied voor amfibieën. Geschikte plekken voor amfibieën om een verblijfplaats ontbreken. Ook ontbreekt voortplantingsbiotoop in het plangebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen amfibie gedood en wordt geen vaste rust- of

voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Te beoordelen

-

activiteit in het kader van de Wnb:

Geen;

Overige soorten

Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.

het

6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen vogel gedood en wordt geen vogelnest of nestplaats verstoord, beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: -

Geen

16

Vleermuizen

°

Verblijfplaatsen

Als gevolg van de voorgenomen activiteit wordt er geen vleermuis gedood en wordt er geen verblijfplaats

verstoort, beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: -

Geen;

e Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen tijdelijk af. Het plangebied betreft echter geen essentieel foerageergebied. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=63f7062f-9205-439f-a06c-dd8adf64972f