CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 Bijlagen_Deel1

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied23.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen motivering

TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 Aalten

DATUM IMRO IDN

03-12-2025 NL.IMRO.0197.TAM20240009-ON01

PROJECT PROJECTLEIDER

Landelijk gebied, herziening 2025

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20250348

AUTEUR STATUS

A. Flapper, P. van Dijk ontwerp

Inhoudsopgave Bijlagen motivering

5

Bijlage 1

Aladnaweg 26 Aalten

7

Bijlage 2

Barloseweg 6a-b Aalten

317

Bijlage 3

Barloseweg 8 en 8a Aalten

347

Bijlage 4

Barloseweg 9, 9a9 9b en 20 Aalten

349

Bijlage 5

Bolwerkweg 13 Aalten

405

Bijlage 6

Bosweg 2 Aalten

495

Bijlage 7

Boterdijk Antennemast

555

Bijlage 8

Brakenweg 4a Aalten

569

Bijlage 9

De Heurnseweg 1 Aalten

577

Bijlage 10

Driehonderdmeterweg antennemast

689

Bijlage 11

Elshoekweg 5 en Slatdijk 2-I Aalten

701

Bijlage 12

Eskesweg 2-2a Aalten

1015

Bijlage 13

Gandvoortweg 4 en 4a te Aalten

1021

Bijlage 14

Geersweg naast 3 De Heurne

1023

Bijlage 15

Gelkinkweg 2 De Heurne

1073

Bijlage 16

Gendringseweg 11 Aalten

1287

Bijlage 17

Hagtweg 13 te Aalten

1367

Bijlage 18

Hollenberg 4 Aalten

1457

Bijlage 19

Kalverweidendijk 7 Dixperlo

1827

Bijlage 20

Kempinkweg 2 - 4 Aalten

1835

Bijlage 21

Koningsweg 10 Aalten

2033

Bijlage 22

Kruisdijk 14 Aalten

2035

Bijlage 23

Lage Heurnseweg 34 en 34a De Heurne

2083

3/3561

Bijlage 24

Navisweg 1 en 1A Aalten

2085

Bijlage 25

Nijmansdijk 6 De Heurne

2289

Bijlage 26

Seinsdijk 1, 1a en 3 Aalten

2325

Bijlage 27

Oude Scheperweg 3 Aalten

2595

Bijlage 28

Roelendijk ong - Aalten

2635

Bijlage 29

Seinsdijk 1,1a en 3 Aalten

2639

Bijlage 30

Slaadijk 14 Aalten

2957

Bijlage 31

Tammeldijk 4 Aalten

2961

Bijlage 32

Tolhuisweg 8a Aalten

3069

Bijlage 33

Varsseveldsestraatweg 88 en 88a Aalten

3295

Bijlage 34

Varsseveldsestraatweg 114 - Antennemast

3297

Bijlage 35

Veldweg diverse percelen

3311

Bijlage 36

Welskerveen 1 De Heurne

3319

4/3561

Bijlagen motivering

5/3561

6/3561

Bijlage 1

7/3561

Aladnaweg 26 Aalten

Postbus 119 7120 AC Aalten T (0543) 49 33 33 E gemeente@aalten.nl www.aalten.nl

BESLUIT VERLENING OMGEVINGSVERGUNNING Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) GEMEENTE AALTEN nr.: Z2023-00000496

besluitdatum: 22 april 2024 verzonden: 23 april 2024

AANVRAAG Op 19 oktober 2023 ontvingen wij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, deze betreft het splitsen van een woning aan de Aladnaweg 26 te Aalten. Het registratienummer is Z2023-00000496. De aanvraag heeft betrekking op het perceel kadastraal bekend gemeente Aalten sectie N, nummer 133. ZIENSWIJZE Het ontwerpbesluit omgevingsvergunning heeft vanaf 6 maart 2024 gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijze ingediend. BESLUIT Wij besluiten aan dit verzoek mee te werken. Wij verlenen de gevraagde omgevingsvergunning. Het gaat hierbij om de volgende activiteit(en): - Bouwen, (artikel 2.1, lid 1, onder a van de Wabo); - Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, (artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wabo); De onderstaande bijlagen worden meegezonden met het besluit. Deze bijlagen maken onderdeel uit van de omgevingsvergunning.

"23-2338-B02_ 13-11-2023_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_ 1_Situatie_bestaand_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_2_Erfinpassingsplan_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Ruimtelijke_onderbouwing_def_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_ 1_Situatie_nieuw_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op "Bijlage_5B_Gebruiksfase_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op "Aanvraagdocument publiceerbaar (geanonimiseerd}" ontvangen op "Bijlage_ 1_Constructie_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op "5484_QS_Aladnaweg_26_Aalten_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op "ijlage_5C_Aanlegfase_en_gebruiksfase_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_5A_Aanlegfase_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_5_Stikstofparagraaf_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "2023-6890_Rapportage_BENG_Berekening_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op "23-2338_Bouwbesluit_ 13-11-2023_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op "23-2338-B03_ 13-11-2023_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_3_Verkennend_bodemonderzoek_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op , .�.

"Bijlage_6_Akoestisch_onderzoek_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "23-2338-802_13-11-2023_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op "Bijlage_1_Situatie_bestaand_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op "Bijlage_2_Erfinpassingsplan_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op Ruimtelijke_onderbouwing_def_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_1_Situatie_nieuw_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_5B_Gebruiksfase_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Aanvraagdocument publiceerbaar (geanonimiseerd}" ontvangen op Bijlage_1_Constructie_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op 5484_QS_Aladnaweg_26_Aalten_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "ijlage_5C_Aanlegfase_en_gebruiksfase_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op Bijlage_5A_Aanlegfase_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_5_Stikstofparagraaf_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op 2023-6890_Rapportage_BENG_Berekening_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op 23-2338_Bouwbesluit_13-11-2023_pdf (geanonimiseerd}" ontvangen op "23-2338-803_13-11-2023_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_3_Verkennend_bodemonderzoek_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Bijlage_6_Akoestisch_onderzoek_pdf (geanonimiseerd)" ontvangen op "Ontwerpbesluit hogere grenswaarde Aladnaweg 26" ontvangen op "Begeleidende brief ontwerpbesluit" ontvangen op "Ontwerpbeschikking omgevingsvergunning" ontvangen op INWERKINGTREDING De vergunning is voorbereid met de uitgebreide

voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht. Er kan nu nog geen gebruikgemaakt worden van deze vergunning. De vergunning treedt namelijk pas in werking zes weken plus een dag na die waarop de beroepstermijn ingaat (zie publicatie in het huis-aan-huisblad 'Aaltens Nieuws.nl' of op de gemeentelijke website www.aalten.nl, onder Aalten Actueel). Een voorlopige voorziening (schorsingsverzoek), voorkomt dat de vergunning na de genoemde periode in werking treedt.

,~

I\

Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten, 4

i 1

!)

J e _ rs.A. . M. Gildhuis

secretar,algemeen directeur

BIJLAGE behorende bij het besluit Z2023-00000496, voor het splitsen van een woning aan de Aladnaweg 26, 7122RR Aalten. Inhoud:

1

- Beoordelingen en overwegingen - Voorschriften

BEOORDELINGEN EN OVERWEGINGEN

Beoordeling Wij hebben het plan getoetst aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriele regeling omgevingsrecht. De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing (paragraaf 3.3. van de Wabo). Volledigheid De aanvraag is ontvankelijk. De aanvraag voldoet aan de indieningsvereisten (op grond van artikel 2.8 van de Wabo en nader uitgewerkt in §4.2 van het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriële regeling omgevingsrecht). Overwegingen onderdeel bouwactiviteit De beoordelingscriteria zijn vermeld in artikel 2.10 van de Wabo. Bestemmingsplantoets Het plan is in strijd met het bestemmingsplan. Op grond van artikel 2.10 lid 2 van de Wabo wordt de aanvraag voor een vergunning voor de bouwactiviteit ook aangemerkt als een aanvraag om een vergunning voor een planologisch strijdige activiteit. De inhoudelijke overweging staat onder "Overwegingen onderdeel planologisch strijdige activiteit". Welstand Het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. In de gemeentelijke welstandsnota geldt welstandsgebied "Landelijk Gebied'. Het Gelders Genootschap heeft het plan hieraan getoetst. Het advies was positief. Wij hebben dit advies overgenomen. Bouwverordening van de gemeente Aalten Het plan is getoetst aan de Bouwverordening. Het betreft bepalingen over het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem.

Het voldoet hieraan voor zover van toepassing. Bouwbesluit Het plan is getoetst aan het Bouwbesluit. In het bouwbesluit zijn bepalingen opgenomen over de sterkte van de bouwconstructie, de technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu, de voorschriften inzake installaties, het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen en bouw- en sloopwerkzaamheden. Het voldoet hieraan voor zover van toepassing. Overwegingen onderdeel planologisch strijdige activiteit De beoordelingscriteria zijn vermeld in artikel 2.12 van de Wabo. In het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2015" is het perceel bestemd tot "Waarde - Archeologie lage verwachting". Het plan is in overeenstemming met deze bestemming. In het bestemmingsplan Parapluplan gemeente Aalten heeft het perceel de gebiedsaanduiding overige zone- rest bebouwde kom. Het plan is in overeenstemming met deze aanduiding. In het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2015" heeft het perceel de bouwaanduiding "Karakteristiek" Een omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen van de gemeentelijke culturele erfgoedcommissie.

Er is advies ingewonnen en op 6 november 2023 hebben wij een positief advies ontvangen onder voorwaarde dat het hooiluik aan de tuinzijde wordt behouden en deze opening enkelvoudig wordt ingevuld. Het plan is hierop aangepast. Strijdigheid bestemmingsplan In het bestemmingsplan "Landelijk Gebied 2015" is het perceel bestemd tot "Wonen-1". Het plan is niet overeenstemming met deze bestemming. Per bestemmingsvlak is één woning toegestaan, dan wel ten hoogste het aangegeven aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden. Door het splitsen van de woning wordt een tweede woning toegevoegd. Afwegingskader Buitengebied. Op 30 november 2021 heeft de gemeenteraad van Aalten het "Afwegingskader Buitengebied" vastgesteld. In paragraaf 2.1 staan de kwaliteitscriteria voor het realiseren van een extra woning door middel van woningsplitsing in het buitengebied. De lokale kwaliteitscriteria voor het realiseren van een extra woning door middel van woningsplitsing in het buitengebied zijn: 1. alleen binnen de bestemmingen 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarde', 'Bedrijf', 'Wonen-1' of Wonen-2" in het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2015' van de gemeente Aalten (of een opvolgend (veeg)plan) is woningsplitsing mogelijk; 2.

woningsplitsing is mogelijk, mits deze zich beperkt tot de toegestane contouren van de hoofdbouwmassa en het woon- en leefklimaat voldoende gewaarborgd is (minimaal 60 m2 bruto aan woonoppervlak);

3.

er wordt voorzien in een aantoonbare woonbehoefte. Uit de aanvraag dient te blijken wie de toekomstige bewoners van het erf zijn. Het gemeentebestuur beoogt hiermee een speculatieve woningsplitsing te voorkomen;

4.

voor woningsplitsing komen in aanmerking de hoofd bouwmassa, waarvan inhoud van de hoofdbouwmassa ten minste 1.000 m? bedraagt waarin reeds de woonfunctie aanwezig is; een aangebouwd bijbehorend bouwwerk (evt. verbonden met een kleine gang aan het hoofdgebouw) mag bij de inhoudsmaat worden meegerekend;

5.

op basis van woningsplitsing zijn ten hoogste twee zelfstandige woningen binnen de hoofdbouwmassa toegestaan; dit aantal doelt op de mogelijkheid betaalbare woningen te realiseren en - waar van toepassing - karakteristieke elementen van het (de) object(en) worden verstrekt; (een derde woning is mogelijk met een sloopverplichting van 500 m2);

6.

er dient sprake te zijn van een zorgvuldige stedenbouwkundige- (erfprincipe) en landschappelijke inpassing, rekening houdend met de ter plaatse van toepassing zijnde gebiedskwaliteiten. De initiatiefnemer dient hiertoe een kwalitatief goed uitgewerkt erf- en landschapsinrichtingsplan te overleggen. Uitgangspunt hierbij is de 'één erf-gedachte'. Het erfen landschapsinrichtingsplan moet binnen 1 jaar na oplevering van de gesplitste woning gerealiseerd te zijn;

7.

bijgebouwen: indien de omvang van de bijgebouwen op het erf waar de woning wordt toegevoegd méér bedraagt dan het bestemmingsplan toestaat, dan zal dat meerdere gesloopt moeten worden, tenzij het om monumentale - of karakteristieke bebouwing gaat.

Uit de aanvraag is gebleken dat het bouwplan voldoet aan bovengenoemde kwaliteitscriteria.

Verklaring van geen bedenkingen Op 30 november 2021 heeft de gemeenteraad besloten om: 1. in te stemmen met de bij dit besluit behorende 'Lokale kwaliteitscriteria voor het toevoegen van een woning in het landelijk gebied van de gemeente Aalten'; 2. een ontwerpverklaring van geen bedenkingen, zoals bedoeld in artikel 2:27 van de Wet algemene omgevingsrecht, af te geven voor een aanvraag om een omgevingsvergunning, die aan deze lokale kwaliteitscriteria voldoet; 3. te bepalen dat de onder 2 bedoelde ontwerpverklaring voor een project kan worden aangemerkt als een definitieve verklaring van geen bedenkingen wanneer er gedurende de termijn van de ter inzage legging geen zienswijzen worden ingediend omtrent die aanvraag; Afwijken bestemmingsplan De activiteit is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening, zie de "Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. omgevingsvergunning Aladnaweg 26 te Aalten". Deze ruimtelijke onderbouwing is als bijlage toegevoegd bij dit besluit. Wij verlenen toestemming om af te wijken op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1 VOORSCHRIFTEN

Voorschriften onderdeel bouwactiviteit Aan de omgevingsvergunning zijn de volgende voorschriften verbonden: - de start van de bouw uiterlijk twee werkdagen voor begin bouw melden, en het gereedkomen uiterlijk melden op de dag van beëindiging van de werkzaamheden. Gebruik hiervoor de bijgevoegde kennisgevingsformulieren. (bij voorkeur per mail naar gemeente@aalten.nl}; - op eigen terrein dient een infiltratievoorziening aangelegd te worden met een statische capaciteit van minimaal 40 mm regenwater per m2 verhard oppervlak (daken en bestrating, mits de bestrating reeds afwatert op uw perceel). U moet er rekening mee houden dat regenwater afkomstig van opritten niet mag worden afgevoerd richting openbaar terrein maar deze dient aangesloten te worden op uw eigen infiltratievoorziening; Voordat gestart wordt met de werkzaamheden moeten onderstaande stukken worden ingediend. Dit kan per e-mail naar gemeente@aalten.nl, ter attentie van afdeling Ruimte, team Openbare Ruimte onder vermelding van het nummer Z2023-00000496: - ter controle berekeningen en tekeningen van de constructies zoals van fundering- beton-, staal- en houtconstructies en systeemvloeren, minimaal drie werkdagen voordat met de uitvoering/wijziging wordt begonnen;

Ruimtelijke onderbouwing t.b.v. omgevingsvergunning (geanonimiseerd) : (geanonimiseerd) e

Ruimtelijke onderbouwing voor

(geanonimiseerd)

Opdrachtnemer Locis Adviseurs

B.V.

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 0315

820

100

Alle rechten

voorbehouden.

Niets uit deze

opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dt rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs,

verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander

gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud

en kan

veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.

\

J

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied..

13 Vigerend bestemmingsplan..

2 Beschrijving van het plan… 2.1 Beschrijving van het plan. 2.2 Bestaande

situatie .

2.3 Toekomstige situatie …

3.2 Provinciaal belei

32.1. Algemee:

3.2.2 Omgevingsvisie. 3.2.3 Omgevingsverordening 3.2.4. Instructieregel klimaatadaptie (art.2.65b) … 3.3 Regionaal beleid

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1. Woondeal …

3.4.2 Afwegingskader buitengebied

4 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem.

4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Flora en Fauna …

4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000... 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk.. 4.3.3 Soortenbescherming … 4.4 Geluid.. 4,5 Luchtkwaliteit. 4.6 Geur.

4.7 Bedrijven- en milieuzonering. 4.8 Externe veiligheid 4.9 Water.…

4.10 Verkeer en parkeren…

4.11 Kabels en leidingen… 4.12 Milieueffectrapportage…

5 Uitvoerbaarheid van het project 5.1 Economische

haalbaarheid..

5.2 Maatschappelijk draagvlak..

o unm—

TEKENINGEN

PROJECT

ERFINPASSINGSPLAN

VERKENNEND

BODEMONDERZOEK

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA STIKSTOFPARAGRAAF AKOESTISCH

ONDERZOEK

LLINLEIDING 1.1 Aanleiding Op het perceel aan de Aladnaweg 26 i momenteel één vrijstaande woning met en door een tussenlid verbonden schuur en een drietal vrijstaande bijgebouwen aanwezig. Zowel de woning als de daaraan met tussenlid verbonden schuur zijn karakteristiek. De bestaande karakteristiek woning en aangebouwde schuur worden gesplitst waardoor er binnen de karakteristieke bebouwing twee wooneenheden ontstaan.

De volledige

tekeningen van de beoogde ontwikkeling zijn toegevoegd onder bijlage 1

S

D

a

E

4 kantoor D aaen] 90

! l

°

== DODDT

d eetnoek

E

w

D

xÊek

LEl

2

z s ©

OO HHH

keuken L

EM

mm

n

entree

Pl

i

{ J 3 Sees £ nlk;ukenzä-

W

s

:

di |de ] 5

z

-

deel /berging

‚ Êfif…"î':“%})aa

vraen

u

*

G

2875

e B

sltese

;

n

a

Ì

H

#

Figuur Iweergave beoogde ontwikkeling

C

5100 10

-.

v

w

: p

+T

we

_B£/8

erros

g;_

J

L3

| £ “| |_ 2 stuks parkeerpiaatsen &

1.2 Plangebied De projectlocatie (kadastraal bekend gemeente Aalten sectie N nummer 133) is gelegen op ruim 3,7 kilometer afstand

van de kern van Aalten

Figuur 2 ligging project!ocatie bij rode marker t0.v omgeving (bron:ruimtelijkeplannen.nl)

Het perceel betreft een woonperceel met één woning en een drietal bijgebouwen en heeft een oppervlakte van circa 4400m2.

Figuur S projectlocatie

(bror:kadastralekaartcom)

13 Vigerend bestemmingsplan Het perceel igt binnen het bestemmingsplan “Landelijk gebied 2015” (vastgesteld 4 maart 2020) en heeft hierin de enkelbestemming “Wonen -1° en de dubbelbestemming “Waarde — Archeologie lage verwachting”. Tevens geldt de bouwaanduiding “karakteristiek” voor zowel de woning als de daaraan met tussenlid verbonden schuur.

:

o

@ 236067.3, 442465,5 Enkelbestemming 1

2249 E

---

Bouwaanduiding

Figuur 4 uitsnede bestemmingsp/ankaarten met rood gemarkeerd de project!ocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Geconcludeerd moet worden dat het ontwikkelen van de projectlocatie t.b.v. het splitsen van de karakteristieke woning niet past binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. De gemeente Aalten staat echter positief tegenover de plannen en het plan wordt kansrijk ingeschat mits er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze ruimtelijke onderbouwing toont aan dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat er geen belemmeringen zijn die de beoogde ontwikkeling in de weg kunnen staan.

2BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Beschrijving van het plan De projectlocatie is in eigendom van initiatiefnemer en het betreft op dit moment een woonperceel met één vrijstaande woning met en door een tussenlid verbonden schuur en een drietal bijgebouwen.

Zowel de woning

als de daaraan met tussenlid verbonden schuur zijn karakteristiek. In de beoogde situatie wordt de bestaande karakteristiek woning en aangebouwde schuur gesplitst waardoor er binnen de karakteristieke bebouwing twee wooneenheden

ontstaan

2.2 Bestaande situatie De bestaande woning is gerealiseerd omtreeks 1927. De karakteristieke schuur is van het jaartal 1955.

In 2013 i

het tussenlid gerealiseerd waardoor de karakteristieke panden met elkaar zijn verbonden. De twee noordelijke vrijstaande bijgebouwen zijn van het jaar 1955. In 2013 i het derde vrijstaande bijgebouw gerealiseerd. Deze bijgebouwen hebben een totale oppervlakte van circa 200m2 Het woonperceel is bereikbaar via een tweetal inritten welke direct aansluiten op de Aladnaweg. Hieronder een weergave.

Bijgebouwen

Karakteristieke woning

Tussenlig

Karakteristieke schuur

-

figuur 5 weergave perceel

È

B

ê

A Karaktenstwekewomng

e

a

Karakteristieke schuur

figuur 6 weergave te splitsen woning met inritten (bron: google maps)

Hieronder een weergave van de bestaande situatie met bij de gele pijl de toegangen tot het perceel

2.3 Toekomstige situatie Het is de wens van initiatiefnemers om op het perceel een tweede wooneenheid te creëren binnen een bestaand karakteristiek pand. Deze nieuwe wooneenheid wordt gasloos en levensloopbestendig uitgevoerd. De locatie ís bereikbaar via een bestaande toegang welke direct aansluit op de Aladnaweg. behoren tot de oorspronkelijke karakteristieke woning.

Alle bestaande bijgebouwen gaan

De nieuwe wooneenheid zal qua bijgebouwen voldoen

aan de voorwaarden voor bijbehorende bouwwerken en overkappingen conform de regels van het

bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 20157 of een opvolger daarvan. Hieronder een weergave van de toekomstige situatie. Het volledige erfinpassingsplan is toegevoegd als bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing

Figuur 7 Beoogde situatie

3BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie naar de Tweede Kamer gestuurd. De NOV is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert.In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven.

Denk aan periodes van droogte

afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen Ook de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op

te ossen en de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra zijn van belang Denk ook aan het versterken van de natuur en biodiversiteit, het behoud van het landschap en de vitaliteit van de landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland.

Niet alles kan, niet alles kan overal

De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterkerte maken en daarbij voortte bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden Concluderend

Het project voorziet in de realisatie van éé nieuwe wooneenheid in een bestaand pand en treft geen rechtstreeks nationaal belang 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van een bestemmingsplan voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang.

De gebieden van

nationaal belang zijn rijks vaarwegen, project mainportontwikkeling Rotterdam, kunstfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele

waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorzieningen, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kunstfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Concluderend:

Deze gebieden zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening op kaarten aangegeven.

De projectlocatie

ligt niet in een gebied van nationaal belang.

3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (oktober 2012) is “de ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (ladder) is toegevoegd aan artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motivatievereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 i de gewijzigde ladder in werking getreden. Concluderend:

10

á

Met betrekking tot woningbouw is sprake van een ladder-plichtige stedelijke ontwikkeling vanaf 12 woningen Het betreft de realisatie van één extra wooneenheid binnen een bestaand pand. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft daardoor niet dorlopen te worden.

Het Bro heeft verder geen doorwerking op het initiatief,

3.2 Provinciaal beleid

32.1. Algemeen Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn beide op 1 maart 2019 in werking getreden.

Op 14 januari 2023 heeft Provinciale Staten (PS) voor het laatst de

Omgevingsverordening Gelderland geactualiseerd

De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast 32.2 Omgevingsvisie De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend

9

9

Gelderland

centraal

Gezonden veilig dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid Schoon en welvarend, dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennisen onderwijsinstellingen.

Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van

grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijkte houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstandte voorkomen, is bouwen verstedelijkt gebied het vertrekpunt.

binnen bestaand

De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen

en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig.

De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van

bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken.

Daarnaast is de provincie met haar partners in

gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oo op de gezondheid van de Gelderlanders. Concluderend:

Het initiatief past binnen het provinciale beleid. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod

in de provincie te garanderen dat aansluit bij de wensen van de

inwoners.

11

á

3.2.3 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie.

De

verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal

De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veiligte stellen of om uitvoeringte geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke lesfomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Concluderend

In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daa te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking zie de volgende paragrafen. Hierin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past 3.2.4. Instructierege! klimaatadaptie (art.2.85b) De provinciale omgevingsverordening bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatveranderingte voorkomen ofte beperken en de afweging die daarbij is gemaakt.In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken:

waterveiligheid,

wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet de beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas.

Toetsing van de ontwikkeling Op basis van de klimaatatlas gemeente Aalten is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering

e _ Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied geen plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui e _ Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied warm zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige bebouwde situatie. De geplande nieuwbouw is goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee is de woning ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode

e _ Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 nauwelijks verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee i en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van beperkte droogtegevoeligheid.

Door het

hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infitreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf. Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het

voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering e _ Overstroming.

De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen dijken en watergangen in nabijneid

van de planlocatie liggen.

Daarbij vormt overstroming geen risico vormt voor het plangebied

Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen

12

á

3.3 Regionaal beleid 33.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals: e

energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen;

©

bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en

e _ de verandering in de landbouw en het landelijk gebied.

De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste

wijze te kunnen faciliteren. gemeenten te zoeken.

Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen

Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale

economie en een zeer prettige omgeving om n te wonen en te reoreëren.

De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden’. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten. Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie Feit is dat er in de achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Vooral hierom is er behoefte aan extra woningen.

Dit is nader beschreven n het beleidsdocument Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek (zie hierna) 33.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 De regionale woonagenda 20232030 is geldend vanaf 4 maart 2023 en tot stand gekomen op basis van brede bevraging van stakeholders en is door het bureau Ruimtevolk opgesteld in een nauw overleg met een ruime vertegenwoordiging uit de Thematafel Wonen en Vastgoed(accounthouders) en uit het Ambtelijke overleg wonen regio Achterhoek. Daarnaast is de voortgang en de vaststelling van de woonagenda voortdurend en integraal besproken aan de Thematafel Wonen en Vastgoed. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen

In de woonagenda is de woningbehoefte in beeld gebracht op basis van drie belangrijke factoren. Dat zijn de grotere en gewijzigde woonbehoeftes uit onze regio zelf, de behoefte aan aanvullende arbeidskrachten en de toenemende trek naarde Achterhoek vanuit andere delen van het land. De woonagenda is gericht op de huisvesting van alle doelgroepen.

Daartoe behoren starters op de woningmarkt, ouderen en inwoners behorend

tot de bijzondere aandachtsgroepen.

Dit vraagt om een passend aanbod aan woningen, waarvan een aanzienlijk

deel betaalbaar moet zijn zowel in de koop als n de huur. Naast kwaliteitsaspecten als duurzaam en toekomstbestendig bouwen, geeft de agenda aandacht aan de belangrijke aspecten die spelen in de fysieke Ieefomgeving zoals een goede leefbare woonomgeving, bereikbaarheid en voorzieningen maar ook klimaatadaptie en een goede ruimtelijke inpassing. De Regionale Woonagenda 2023-2030 anticipeert op de groeiende behoefte aan woningen en het versnellen van de woningbouw en biedt een nieuw kader voor woningbouwplannen

13

á

Toetsing van de ontwikkeling Het initiatief betreft de realisatie van een nieuwe wooneenheid binnen bestaande bebouwing.

De nieuwe woning

voldoet aan de eisen van deze tijd. De woning wordt tevens gasloos uitgevoerd. In die zin past het initiatief binnen het regionale beleid.

3.4 Gemeentelijk beleid 34.1.

Woondeal

De woondeal Achterhoek igt in het verlengde van de regionale woonagenda. De Achterhoek wil in 2 stappen 8.390 tot 11.500 nieuwe woningen toevoegen, waarvan 60% betaalbaar. inclusief 28% sociale huur. Voor de gemeente Aalten geldt een opgave van 750 woningen Toetsing van de ontwikkeling

Er wordt een nieuwe wooneenheid binnen een bestaand pand toegevoegd. Deze valt niet onder de 60% betaalbare woningen of 28% sociale huur, maar valt wel binnen de opgave van de gemeente Aalten om voor 2030 ruim 1.050 nieuwe woningen te realiseren 34.2 Afwegingskader buitengebied Op 30 november 2021 heeft de gemeenteraad van Aalten het beleid 'Afwegingskader Buitengebied' vastgesteld Op 10 mei 2022 s hierop een aanvulling gedaan, De gemeente ziet een toenemende vraag naar wonen in het buitengebied. Op basis van de prognoses en de daaruit voortvloeiende woningbouwstrategie wil de gemeente Aalten 75 woningen toevoegen in het buitengebied

in de eerstkomende periode. Dit is mogelijk middels woningsplitsing, hergebruik/functieverandering van voormalige agrarische gebouwen en met rood voor rood.

Daarnaast worden ook mogelijkheden geboden voor

tiny houses Door stoppende boeren komt er naar verwachting de komende jaren veel agrarische bebouwing leegte staan Daarnaast staan er in het buitengebied gemiddeld gezien grotere woningen dan in de kernen. Het onderhoud hiervan is kostbaar. Ook bestaat bij sommigen de behoefte om met meerdere generaties op een erf te kunnen (blijven) wonen. Uitgangspunt voor het buitengebied is dat het toevoegen van extra verstening ongewenst is, het behoud of zelfs de versterking van het groene karakter staat hier daarom centraal.

Een initiatief voor

woningbouw mag niet ten koste gaan van aanwezige natuur- en/of landschapskwaliteiten. Voor elk type woningbouwplan geldt dat er in een erf- en/of landschapsinrichtingsplan moeten worden aangetoond dat het plan voldoende ruimtelijke kwaliteit biedt. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied is een van de hoofddoelstellingen binnen dit beleidskader. De lokale kwaliteitscriteria voor het realiseren van een extra woning door middel van woningsplitsing in het buitengebied zijn: 1

alleen binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’ 'Agrarisch met waarde’, Bedrijf, ‘Wonen-1’ of Wonen-2" in het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2015 van de gemeente Aalten (of een opvolgend (veeg)plan) is woningsplitsing mogelijk: 2

woningsplitsing is mogelijk, mits deze zich beperkt tot de toegestane contouren van de hoofdbouwmassa en het

woon- en [eefklimaat voldoende gewaarborgd is (minimaal 60 m2 bruto aan woonoppervlak): 3.

er wordt voorzien in een aantoonbare woonbehoefte. Uit de aanvraag dient te blijken wie de toekomstige bewoners van het erf zijn. Het gemeentebestuur beoogt hiermee een speculatieve woningsplitsing te voorkomen;

14

á

voor woningsplitsing komen in aanmerking de hoofdbouwmassa, waarvan inhoud van de hoofdbouwmassa ten minste 1.000 m bedraagt waarin reeds de woonfunctie aanwezig is; een aangebouwd bijbehorend bouwwerk (evt. verbonden met een kleine gang aan het hoofdgebouw) mag bij de inhoudsmaat worden meegerekend; 5

op basis van woningsplitsing zijn ten hoogste twee zelfstandige woningen binnen de hoofdbouwmassa toegestaan; dit aantal doelt op de mogelijkheid betaalbare woningen te realiseren en — waar van toepassing — karakteristieke elementen van het (de) object(en) worden verstrekt: (een derde woning is mogelijk met een sloopverplichting van 500 m2); 6

er dient sprake te zijn van een zorgvuldige stedenbouwkundige- (erfprincipe) en landschappelijke inpassing, rekening houdend met de ter plaatse van toepassing zijnde gebiedskwaliteiten. De initiatiefnemer dient hiertoe een kwalitatief goed uitgewerkt erf- en landschapsinrichtingsplan te overleggen. Uitgangspunt hierbij is de '&én erf-gedachte’. Het erf- en landschapsinrichtingsplan moet binnen 1 jaar na oplevering van de gesplitste woning gerealiseerd te zijn; 7.

bijgebouwen: indien de omvang van de bijgebouwen op het erf waar de woning wordt toegevoegd méér bedraagt dan het bestemmingsplan toestaat, dan zal dat meerdere gesloopt moeten worden, tenzij het om monumentale — of karakteristieke bebouwing gaat. Ad1

De locatie is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2015' en heeft hierin de bestemming ‘Wonen 1

Ad2

De woning wordt gesplitst binnen de toegestane contouren van de hoofdbouwmassa. Na splitsing is minimaal 60m2 aan bruto woonoppervak voor beide woningen aanwezig. In de directe nabijheid (<200meter) zijn geen (agrarische)bedrijven aanwezig die invloed hebben op het woon- en leefklimaat. Dit is nader onderbouwd in Hoofdstuk 4 Ad3

De toekomstige bewoners van de nieuwe woning zijn bekend bij de gemeente Aalten Ad4.

De hoofdbouwmassa (bestaande woning)heeft een inhoud van circa 1104m3.

Het tussenlid is 87m3.

De schuur

heeft een inhoud van circa 900m3. Ad5

Binnen de bestaande hoofdbouwmassa waarbij aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden meegerekend, wordt d.m. splitsing een extra woning gecreëerd. Deze beschikken n de eindsituatie over hun eigen voorzieningen. Ad .

De locatie is in de bestaande situatie ruim voorzien van groen. Na een positief principebesluit gaan we graag in overleg over de landschappelijke inpassing waarin rekening wordt gehouden met de gebiedskwaliteiten. Ad7

De bestaande karakteristieke wooneenheid behoud de bestaande bijgebouwen. circa 200m2.

Dit betreft een oppervlakte van

De nieuwe wooneenheid zal qua bijgebouwen voldoen aan de voorwaarden voor bijbehorende

15

á

bouwwerken en overkappingen conform de regels van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2015 of een opvolger daarvan Concluderend

Het plan betreft het splitsen van een bestaande woning en voldoet aan de voorwaarden die het afwegingskader buitengebied stelt 3.4.2 Welstandsnota

In de vergadering van juli 2010 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota vastgesteld. Aan de hand van de welstandsnota worden bouwplannen beoordeeld waarvoor een vergunning wordt aangevraagd

16

á

4

OMGEVINGSASPECTEN

4.1 Bodem

Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijkte kunnen maken is er een bodemonderzoek uitgevoerd. Hieronder de conclusie van het rapport. Het complete rapport is als bijlage 3 (verkennend bodemonderzoek door Montferland Milieu B.V. projectnummer MM23070 met datum 5 juni 2023) bij deze toelichting gevoegd Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd e

Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden

e

In de grond(meng)monsters en het grondwater zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof.

e _ De tevoren gestelde hypothese 'De onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht

worden beschouwd' wordt aangenomen e

Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen.

De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik Concluderend:

Met inachtneming van de inhoud van het uitgevoerde bodemonderzoek vormt het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan

4.2 Archeologie en cultuurhistorie Voor de projectlocatie geldt een lage archeologische verwachting. Voor het gebied met een lage archeologische verwachting geldt: voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 5.000m2 geldt dat er een rapport opgesteld dient te worden. In dit geval betreft het geen ontwikkeling van die grote. Daarom is er geen archeologisch onderzoek uitgevoerd.

@

220075 020753 Enkelbestemming Wonen-1

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie lage verwachting

-l

Bouwaanduiding karakteristiek

iguur 8 uitsnede bestemmingsplankaart met de lage archeologische verwachting (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Mocht tijdens werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dienen deze conform de erfgoedwet 2018 artikel 5.140 bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem. Uiteraard wordt bij aantreffen van archeologische waarden o0k de gemeente geïnformeerd

17

-°

Concluderend:

De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.3 Flora en Fauna

Met de beoogde ontwikkeling mogen beschermde soorten flora en fauna niet worden gefrustreerd. Tevens moet beoordeeld worden in hoeverre beschermde gebieden (negatief) worden beïnvloed. Het wettelijk kader hieromtrent is de Wet natuurbescherming. Het plangebied is op 15 augustus 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en

voortplantingslocaties.

Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op

beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Hieronder is het rapport samengevat en volgt de conclusie. Het volledige rapport (Quickscan flora en fauna door Natuurbank Overijssel, met datum 15 augustus 2023 en nummer 5484) is als bijlage 4 toegevoegd. 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000 Het plangebied ligt op ruim 5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000gebied, is het Korenburgerveen. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven. Gezien de grote afstand, tussenliggende verstorende elementen (zoals wegen en woningen), de reeds bestaande achtergrondverstoring van de omliggende kernen en de beperkte omvang van het voorgenomen project, is het uitgesloten dat de beoogde ontwikkeling een negatief effect zal hebben op de natuurwaarden van Natura-2000 gebieden. Meddo Lieveide N319

Lichtenvoorde

Vragender

/

Wv'ïlf\k

a

Corle

N313

Barlo

N318

bal

Bredevoort

s

lle

Figuur9 locatie t0.v. natura-2000 (bron: aerius.nl)

Stikstofparagraaf Uit de berekeningen met Aerius-calculator blijkt dat er ter hoogte van kwetsbare habitattypen in de Natura-2000, ten gevolge van de stikstofuitstoot binnen dit planproject, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn

18

á

Voor de complete stikstofberekening wordt verwezen naar bijlage 5 (stikstofparagraaf (geanonimiseerd) e Locis adviseurs 23 juni 2023) De stikstofemissie ten gevolge van de realisatiefase en gebruiksfase vormt daarmee geen belemmering, de depositie is immers nul

4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk Het plangebied ligt op minimaal 118 meter van gronden die tot het Groene ontwikkelingszone behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.

è|© 118 meter afstand tussen het

plangebied en de gronden die tot het GO behoren

==

Figuur 10 Ligging to.v. GNWen GO (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied behoort niet tot Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN en G0, omdat de bescherming van het GNN en 60 geen externe werking kent. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten worden

4.33 Soortenbescherming Het plangebied is geen geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten. Daarnaast vormt het plangebied ook geen geschikt functioneel leefgebied voor beschermde dieren. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig, nestelen geen vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren of amfibieën geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd dier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats van een beschermd dier beschadigd of vernield Concluderend:

Flora en Fauna vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

19

Ó

4.4 Geluid

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) is de Wet geluidhinder van toepassing, De Wet geluidhinder kent drie geluidbronnen waar geluidzones voor gelden railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en industrielawaai. Wanneer een ontwikkeling in een zone valt zoals aangegeven in de Wet geluidhinder, moet akoestisch worden aangetoond dat aan de grenswaarden in deze wet wordt voldaan.

Wordt niet voldaan aan deze grenswaarden, dan hebben Burgemeester en Wethouders onder

voorwaarden de mogelijkheid hogere grenswaarden vast te stellen.

Hierbij wordt een procedure doorlopen die

aan de eisen van de Wet geluidhinder moet voldoen Aailverkeerslawaai

In de omgeving van het plan bevindt zich geen spoorweg. geluidhinder is niet van toepassing.

Het onderdeel railverkeerslawaai van de Wet

Industrielawaai

In de omgeving van het plan bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein.

Het onderdeel industrielawaai van de

Wet geluidhinder is niet van toepassing, Verkeerslawaai

In de omgeving van het plan bevinden zich wegen met een wettelijk zone. Voor een ontwikkeling binnen de zone van wegen moet akoestisch onderzoek aantonen dat het verkeerslawaai op de gevel van (bijvoorbeeld) de woning voldoet aan de grenswaarde uit de Wet geluidhinder. gebouwen

Voor woningen en andere geluidsgevoelige

binnen een zone geldt een voorkeurswaarde van ten hoogste 48 dB

Om bovenstaande te onderzoeken is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Deze is toegevoegd als bijlage 6 bij deze toelichting (Akoestisch onderzoek Aladnaweg 28 door Sain Milieuadvies met nummer 2033-3044-0 en datum 3 juli 2023) Planspecifiek De geluidsbelasting vanwege de Aladnaweg overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op beide

woningen. Op de bestaande woning wordt wel voldaan aan de maximale grenswaarde van 58 d8. Op de nieuwe woning wordt de maximale grenswaarde van 53 dB echter overschreden. Maatregelen ter reductie van de geluidsbelasting door de Aladnaweg zijn niet doeltreffend, financieel niet haalbaar of niet mogelijk. Daarom zijn hogere waarden vanwege de Aladnaweg nodig, voor beide woningen. Bij de nieuwe woning dient bovendien de westgevel uitgevoerd te worden als dove gevel. Er kan worden voldaan aan de voorwaarden uit het HW-beleid om de hogere waarden te kunnen vaststellen Concluderend:

Nu voldaan kan worden aan de voorwaarden uit de Wet geluidhinder en het HGW-beleid, wordt de geluidsbelasting aanvaardbaar geacht. Een hogere grenswaarde procedure wordt doorlopen. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling 4.5 Luchtkwaliteit

Op 15 november 2017 is de Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. Ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht gelden uitsluitend bepalingen uit deze Titel In bijlage 5 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofdioxiden, fijnstof (PM1O), lood, benzeen en koolmonoxide. Bestuursorganen moeten er bij het uitoefenen of toepassen van hun bevoegdheden, waaronder het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van

een omgevingsvergunning, voor zorgen dat deze grenswaarden niet (verder) worden overschreden Tegelijkertijd met het in werking treden van de luchtkwaliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het Besluit niet n betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (hierna: NIBM) in werking getreden. In

20

á

dit besluit is geregeld dat (nu er een plan is bekendgemaakt, zoals wordt bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, namelijk het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van 10 juli 2009) uitbreidingen zijn toegestaan wanneer aannemelijk is gemaakt dat de concentratie in de buitenlucht van fijnstof ten gevolge van de uitbreiding niet de 3% grens overschrijdt De 39% grens is 39% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10). grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie is 1,2 ug fijnstof (PM10 per m3) Door de toevoeging van een wooneenheid nemen

de verkeersbewegingen licht toe.

39% van de

Per woning wordt uitgegaan

van 8 (auto)verkeersbewegingen per werkdagetmaal (norm crow.nl) Door middel van de NIBM-tool is berekend of het extra verkeer invloed heeft op de luchtkwaliteit. De NIBM-to0l is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit kan worden vastgesteld. Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier bepaald worden of een plan niet-in-betekende-mate bijdraagt (NIBM) In de figuur hieronder is de berekening van de NIBM-tool weergegeven.

Geconcludeerd is dat de toename van het

verkeer niet-in-betekende-mate bijdraagt.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2023

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)|

g

Aandeel wachtverkeer|

0.0%)

NO: in pg/m| PMso in pg/m|

0,00| 0,00| 12

| Maximale bijdrage extra verkeer [Grens voor "Niet n Betekenende Mate" n g'm Conclusie

De bijdrage van het extra verkeer is niet n betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 11 NIBM -tool (brorsínfomilnl) Concluderend

Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling 4.6 Geur Er moet worden aangetoond dat het beoogde plan enerzijds geen belemmering vormt voor (agrarische) bedrijven en dat er anderzijds sprake i van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het beoogde plan aan de Aladnaweg 28 In de directe omgeving liggen geen veehouderijen. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object ten minste 50 meter afstand te worden gehouden indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Het meeste dichtbij zijnde agrarisch bedrijf ligt op een afstand van ruim 250 meter. Hiermee wordt ruimschoots aan de minimale afstand voor geurgevoelige objecten voldaan. Gezien de ruime afstand van de woonbestemming tot aan agrarische bedrijven is het te verwachten dat in het projectgebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De agrarische bedrijven worden omgekeerd niet in hun bedrijfsvoering belemmerd Concluderend:

21

á

De te realiseren woning ligt op voldoende afstand van omliggende geurbronnen. De voorgenomen ontwikkeling werkt niet belemmerend voor deze bedrijven. Ook het woon- en leefklimaat op de locatie zelf is hierbij niet in het geding.

Het onderwerp geur vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling

4.7 Bedrijven- en milieuzonering De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) is een hulpmiddel voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen bij en rondom opgenomen

bedrijven.

De in deze uitgave voor bedrijven

richtafstanden gelden ten opzichte van een rustig woongebied of een rustig buitengebied.

De

richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Bij het voldoen aan de richtafstanden is in beginsel sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden omliggende bedrijven niet onevenredig benadeeld in hun mogelijkheden. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.

Milieu

etegorie

Richtafstand tot ustige

_ woonwijk of ustig

Richtafstandtot

'gemengd gebied’

buitengebied" 1

10

0

2

30

10

31

50

30

32

100

50

41

200

100

Figuur 12 lijst met richtafstanden (brorzinfomil)

In de directe nabijheid van de projectlocatie liggen vooral locaties met de enkelbestemming “wonen”.

In dit geval

is er sprake van een rustig buitengebied’. Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf betreft een melkveebedrijf (Nijhofsweg 5-5a) welke op een afstand van ruim 250 meter is gelegen waarvoor een vaste afstand van 50 meter geldt. Op korte afstand zijn geen bedrijven gelegen Concluderend:

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.8 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Hoe moet worden omgegaan met risico's voor mensen in de omgeving van risicobronnen i in verschillende wet- en regelgeving opgenomen.

Hierna wordt kort ingegaan op deze regelgeving.

Besluit en Regeling externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revì) regelen hoe de veiligheidsafstanden en het plaatsgebonden risico en het groepsrisico rond inrichtingen wordt vastgesteld. Besluit en Regeling externe veiligheid buisleidingen

Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft onder andere veiligheidsafstanden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen aan. De normstelling is in lijn met het Bevi. De risicoafstanden en de manier van risicoberekening staan net als bij het Bevi in een regeling (Revb) Besluit en Regeling externe veiligheid Transportroutes

22

á

Vanaf 1 juni 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking. Voor de uitwerking en toepassing van de risiconormen is zoveel mogelijk aangesloten bij Bevi en Revi.

Besluit risico's zware ongevallen Het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo) is de vertaling in Nederlandse wetgeving van de Europese Seveso II-richtlijn. Het Brzo integreert wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsveiligheid, externe veiligheid en rampbestrijding in één juridisch kader. Doelstelling is het voorkomen en beheersen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het Brzo stelt hiertoe eisen aan de meest risicovolle bedrijven in Nederland. Een Brzobedrijf i ook automatisch een Bevi-bedrij. Vuurwerkbestuit

Het Vuurwerkbesluit is van rechtswege van toepassing op inrichtingen voor het opslaan of bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik. Vanuit het Vuurwerkbesluit gelden externe veiligheidsafstanden. Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik In deze cirgulaire zijn regels opgenomen voor onder andere de opslag van zwart buskruit, en ontplofbare stoffen die worden gebruikt bij slopen, seismische onderzoek. een veiligheidsafstand

Rond iedere opslagplaats voor ontplofbare stoffen geldt

Besluit ruimte

Het beleid voor de externe veiligheid rond munitiecomplexen i vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Besluit ruimte). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie veiligheidszones rondom die complexen, waarbinnen voor activiteiten of objecten bepaalde beperkingen gelden Activiteitenbesluit

Het Activiteitenbesluit schrijft voor bepaalde typen opslagen en installaties externe veiligheidsafstanden voor. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om gasdrukmeet- en — regelinstallaties, propaantanks (met een inhoud van

maximaal 15 m®) en vuurwerk (tot 10.000 kilogram consumentenvuurwerk) Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden n risicovolle inrichtingen (onder andere Ipg-tankstations) en vervoer van gevaarlijke stoffen en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen

Uit de Risicokaart is gebleken dat op korte afstand van de projectlocatie geen risicobron aanwezig is.

23

á

Broek

uid-West

De Kamp Zuid

Broekdijk

O 97 >

E

Groot Deunk

_E

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=63f7062f-9205-439f-a06c-dd8adf64972f