Bijlage 1c - TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 Bijlagen_Deel2
Tekst van het document
HOOFDSTUK 4
INRICHTING EN BEHEER
4.1 Inrichtingsmaatregelen 1.
Aanleg hoogstam fruitbomen
Er worden 8 hoogstam fruitbomen geplant, (minimaal 6 appel en 2 peer). De bomen komen minimaal vijf meter uit elkaar te staan.
Specifieke plantinstructie
e
Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmetingte hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los.
«
Plaats daarna twee boompalen van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal.
e
U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld
e
potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is $ meter. Een volwassen
Fruitboom
boom
met boomband.
kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.
Uitsnede van de tekening met daarop aangegeven de nieuwe scheerhagen; nummer 14 op de kaart.
4.2 Beheer
Hoogstam fruitboom Geen beheer of specifiek beheer gericht op vruchtdracht van hoogstam fruitbomen.
10
Erfinpassingsplan @
Woning (bestaand)
@
Woning (nieuw)
®
Bijgebouw (bestaand) Erfverharding (bestaand)
@ ®
© @ ® @ @
Hakhoutsingel (bestaand) Solitaire boom/laanbomen (bestaand) Scheerhaag (bestaand) Kleindierenverblijf (bestaand) Tuin/erf (bestaand)
Dakplatanen (bestaand)
®
Poel (bestaand)
®
Hoogstamboomgaard (bestaandy
8
Walnoot (bestaand)
8
Hoogstamboomgaard (nieuw) Knotwilgen (bestaand)
8
auteur:
PLeemreise
datum:
30-4-2033
project: Aadnaweg 26 Aalten Status:
deinitiet
prinr.
20235494
(OVERUSSEL
STIKSTOFPARAGRAAF
Van
Locis Adviseurs B.V.
Betreft
Stikstofparagraaf project Aladnaweg 26 te Aalten
Datum
23 juni 2023
Inleiding Aan de Aladnaweg 26 te Aalten wordt de bestaande woning met aanbouw gesplitst. Onderdeel van de daarvoor benodigde omgevingstoetsingen, is de beoordeling van de aan dit planproject gerelateerde stikstofemissie.
Doel
Het doel van de stikstofparagraafis het in beeld brengen en beoordelen van de effecten van de stikstofuitstoot ten gevolge van de activiteiten welke nodig zijn ter realisatie van het project aan de Aladnaweg 26 te Aalten.
Figuur 1: uitsnede plangebied met rode markering de nieuwe woning (bron: kadastralekaart.com)
Stikstofparagraaf planproject Aladnaweg 26 te Aalten
1
=_
a{p LOCS [] L ] bestaande
woning ongewijzigd
26/
1 verbouw
tot
GomeupelY Figuur 2: 20- impressie bouwplan op projectlocatie (bron: Locis Adviseurs B.V.]
Stikstofparagraaf planproject Aladnaweg 26 te Aalten
schuur
woning
ADVISEURS
Wettelijk kader In het kader van de toets aan de Wet natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. Voor plannen dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling,
getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen,
projecten en andere handelingen s uitgewerkt in paragraaf 23 van de Wet natuurbescherming.
Figuur 3: ligging planlocatie t.0.v. Natura-2000 gebied “Korenburgerveen” (bron aerius.nl)
Op ruim 5,2 kilometer afstand van de planlocatie bevindt zich Natura-2000 gebied “Korenburgerveen” (zie figuur 3). Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstanden.
Stikstofparagraaf planproject Aladnaweg 26 te Aalten
3
=_
a{p LOCS Stikstofrelevante activiteiten aanlegfase Bij de aanleg en bouwwerkzaamheden wordt, door de inzet van materieel aangedreven door verbrandingsmotoren, stikstof in de vorm van NOx uitgestoten. Hierbij wordt uitgegaan van een “worstcase” benadering. De duur van de voorgenomen bouwactiviteiten worden globaal geschat op 15 weken
(75 werkdagen). Tijdens de bouwactiviteiten wordt er, door de inzet van materieel aangedreven door
verbrandingsmotoren, stikstof in de vorm van NO, uitgestoten. Er is voorzien in zwaar transport van beton, zand, stenen en materiaal, in totaal komen er 25 vrachtwagens (zwaar
wegverkeer) en gaan er 25
vrachtwagens (zwaar wegverkeer). Verder is er een periode een verreiker (Stage IIB, 80kW) en een betonpomp (Stage IV, 30kW) aanwezig. Gedurende het bouwproces wordt er in de “worst case”
benadering van uitgegaan dat er per werkdag 3 personenauto of bestelbusje komen (licht verkeer) (5 dagen per week) en na afronding van de bouw een (mobiele) kraan (stage IV, 100 kW) aanwezig is voor
het egaliseren/straatwerk. In onderstaande tabel 1 is het in te zetten materieel weergegeven TE
lvertagen [aasies
(vermogen
acon
[aanegtase I|verreiter, de bomweranheden
fBetonpomp, tijdens bovwwerkzsamheden
SfMotiete raon,grondwertzaamneden a bomw
\mobiele werktuig |stge Wasse [nebielwerktug _ [stage 1E —
[mobielwerktug — [stage v [motiel werkuig
fstage
\wegverteer _ [wegverteer zwaa_ [wegverkeer zwaar
|oon |zwaar [ewaar
|Vraehtwagen, aamvoer beton (noord] komen/gaan 3vrachtwagen. aanvoerbeton (zuid)komen/gaan _ vrachtwagens,aa/af-voerbouwmatereel, {materaa, ete (noord}komen/gaan hwegverkeer vrachtwagens,aan/a-voer
[aw
_
[perjear E B
o
ET
_
[pagen
Taamalper |aa __
E
[
[orasiuren
[piesetverbruik
|perjaar
peruur*
oerbik
_
nuyjn E
d
a
|
|> E
C
aa
[soorwegverkeer Sletand. verdisconteerd zwaa wegereer Slftand. verdisconteerd,zwaar wegverkeer
waar_[rwaar
20letand.
verisconteerd,
zwaar wegverkeer
waar
[rwaar
z0letand.
verisconteerd,zwaar wegverkeer
_
[icht
209stand
verdsconteer, icht wegverkeer
_
[ieht
229|rand.
erisconteerd, icht wegverkeer
ozijvox
aoofws
bouwmstenee,
7[material ete (aui) komen/gaan Personen vervoer, bouwbusjesSperwerktag, 5 a werkdagen per week) (noor}komen/gaan __ Personen vervoer, bouwbusjes(3per werkdag o werkeagen per week) (uid}komen/gaan
[wegverteer,
[wegverkee,lcht [wegverteerienn
Tofstatonair draaten aanlegfae
T
Ï
[
Tabel 1: ingezet materieel aanlegfase
*
Het brandstofverbruik in liters per uur = B (ltr/uur) = 0,095 * Pmax (kW) + 0,54 (Pmax is het maximale
+*
AdBleu
vermogen van het werktuig) verbruik is 69% van het dieselverbruik.
Wegverkeer Het wegverkeer is ingevoerd als een lijnbron. Elke lijn staat voor het verkeer dat komt of gaat. De helft van het wegverkeer gaat richting het noorden en de ander helft gaat richting het zuiden.
De lijnbronnen
zijn ingevoerd met een zodanig grote lengte, dat wordt voldaan aan het uitgangspunt dat het verkeer moet zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld
Stikstofparagraaf planproject Aladnaweg 26 te Aalten
4
á
ET
Stationair draaien van voertuigen in de aanlegfase
Het stationair draaien en manoeuvreren van voertuigen (weg verkeer) op de inrichting wordt ook meegenomen.
Stationair draaien is onder de sector “anders” opgegeven n de AERIUS-calculator. Er wordt gebruik gemaakt van de sector anders zodat zowel de NOx als de NH3 emissie ingevoerd kunnen worden.
Er
wordt uitgegaan van een mix van voertuigen. Als een bedrijf gebruik maakt van vrachtwagens van derden, dan zal het wagenpark een mix zijn van Euro IV (2005), Euro V (2008) en Euro VI (2013) vrachtwagens. Het gemiddelde wagenpark in Nederland verandert voortdurend. Dit is terug te zien in de emissiefactoren
die ieder jaar door het ministerie worden gepubliceerd.
Voertuigtype Wegtype Component | Eenheid personenauto's, bestelauto's en motoren | stad stagnerend NOx g/uur personenauto's, bestelauto's en motoren | stadstagnerend | NH3 g/uur vrachtauto's> 20ton GVWentrekkers | stadstagnerend | NOx g/uur vrachtauto's> 20ton GVWentrekkers | stadstagnerend | NH3 g/uur Tabel 2: Gehanteerde normen verkeer stationair draaien jaar 2023 (bron: TNO)
2023 4,02 0,1992 79,0392 0,9072
In tabel 2 staan de emissiecijfers in gram per uur, deze zullen nog vermenigvuldigd moeten worden met de tijd waarop het stationair draaien plaatsvindt. De volgende formule worden gebruikt om stationair
draaien uit te rekenen: EF = EF_stationair*Tijd_stationair. Op de locatie komen en gaan vrachtwagens en personenauto's. Alle vrachtwagens die komen en gaan staan gemiddeld 5 minuten stationair te draaien en of zijn aan het manoeuvreren. Bij aanvoer van beton zijn de vrachtwagens 25 minuten per keer stationairte draaien voor het pompen/draaien van beton. De bouwbusjes (licht wegverkeer) staan gemiddeld per keer 30 seconden te manoeuvreren en of stationairte draaien.
In tabel 3 is een overzicht weergegeven van de gebruikte gegevens om het stationair draaien en het manoeuvreren te berekenen van de vrachtwagens en auto's/busjes die komen en gaan naar de projectlocatie. Aanlegfase
\stationair draaien per voert Izwaar verkeer
|Soort verkeer
|aantat
|laad-
\perjaar
|Totale laad/ |lostijd uren
|lostijd/
[vracht [minuten vraehwagens aa
komen/gean
vraehnesgenstossenbeton o
__
dasenpervoenuz
[ewaarwanereer
|_
[soorvereer
licht verkeer
INormNox [Norm 3 |perjaar |perjaar kg/jaar |ke/jaar
2
aa wractwereer
| L
l
|aa
|aa
\perjaar
|lostijd/
_
2ee|
oom
oooooz|
aie
a
209
oorsoe
oomsen|
oad
oo
|aa
No
|s
|lostijd uren
|Emissie
|Emissie
[wacht
INorm NOx
[minuten aa
ougesboumereer
_
[uehtwegeneer
aa kiogammen
z
[NOx H3 Emissie |Emissie
o
kg/jaar aa
oo
|[Norm NH3 |perjaar |perjaar
\kgjaar
oo
o
E
oo
|
Tobel3: berekening stationair draaien en manoeuvreren
De totale emissie van het verkeer voor het stationair draaien en manoeuvreren is berekend op 0,15 kg/j NO, en 0,00 kg/j NH.
Stikstofparagraaf planproject Aladnaweg 26 te Aalten
5
á
LOCIS ADVISEURS
Depositieberekening aanlegfase In onderstaande tabel 4 zijn alle bronnen van de aanlegfase die zijn ingevoerd in Aerius weergegeven. ToE
Em [aabies
eron
|aantegtae
mobiele werktuig
I|verreiter, feetonpomp, detijdensbomweranheden bouwwerkeaamheden
S[Mobiete traon, grondwertzaamneden a bow
—
_
|stagease
[mebielwerktug [nobielwerktug _ [stage[stage1Ev
[motiel werkuig
—
(vermogen |w
fstagev
T
|oagen eriar
EE E
[orasiuren [verjaar _
[ieselverbruik [peruur®
E
Ea
E
\verbrai j
Eaa ET
ET
[aantlper \wegverteer
_
|oo
a Vrenwagen, zanveerbeton(noord] omen/gaan [wegverkeer 3vrachtwagen.aanvoerbeton (zuld)komen/gaan _ [wegverkeer
zuzar zwaar
[ewaar [awaar
vrachtwagens,aan/af- voerbouwmatereel o [materialete
(nooré]
vrachtwagens, aa/af-voerbouwmateneel 7 [material et (aui) komen/gean ersonen vervoer bouwbusjes (3 perwerkdag,
[soortwegerkeer
Slztand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer Sfftand. verdisconteerd,zwaar wegverkeer
wegverkeer
waar_[rwaar
stand. verisconteerd,zwaar
wegverkeer
\wegverteer
waar
rwoar
etand
verdiscomteerd, waar wegverkeer
|icht
209stand
verdsconteer, cht wegverkeer
3 __
Personen vervoer, bouwbusjes(3per werkdag
o werkdagendraaten er week}aanlegfae (2 komen/gaan Tofstatonair
_
-
komen/gaan
s werkdagen per week (noorgkomenggaan
ar
[wegverkeerlicht
_
\wegverteer.ien ozijnor _ [icht
226|rand. erisconteerd, icht wegverkeer ooofws T
Tabel 4: ingezet materieel aanlegfase
Het resultaat van de berekeningen luidt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
em
Erzijn geen resultaten voor deze situatie.
Figuur 4: Screenshot AERIUS Calculator, rekenresultaat voor Nederlandse Natura 2000-gebieden
Daarmee staat op voorhand vast dat de activíteiten, nodig voor de aanlegfase binnen het gewenste plan, in de “worst-case”-benadering geen nadelig effecten hebben op de instandhoudings-doelstellingen van de omliggende beschermde Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten tijdens de aanlegfase vormt daarmee geen
belemmering voor het uitvoeren van het gewenste plan.
Stikstofparagraaf planproject Aladnaweg 26 te Aalten
6
á
Stikstofrelevante activiteiten gebruiksfase Ook bij het n gebruik hebben van een woning kan NO, ontstaan (bijv. door gasgestookte cv's). De uitstoot van de bestaande woning wordt meegenomen n de Aerius berekening. De nieuwe woning wordt gasloos gebouwd voor deze woning worden alleen de vervoersbewegingen meegenomen in de Aerius berekening.
Gebruik woningen Om het gebruik van de vrijstaande woningte bepalen wordt gebruik gemaakt van de bron: CROW-
publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. De vrijstaande woning valt onder het buitengebied — weinig stedelijk, in figuur 5 is met rood omcirkeld welke verkeersgeneratie die bij de woning hoort. Gemiddeld
komen er (7,8+8,6 /2=) 8,2 auto's per dag. Dit komt dus in het “worst-case” scenario neer op (8,2 * 365 dgn. =) 2993 vervoersbewegingen per woning per jaar. erkeesgenerai z
zeerwek
t
e t
stedlijk
tedelk
wedeijk
7
7
w
Wonn
em
ebonde
a
j2
2
|a
|n
E
A
E
C
C
C
a
E
|e
s&
N
e
ss
Figuur5: verkeersgeneratie vrijstaande woning (bron:
CROW)
Wegverkeer Het wegverkeer is ingevoerd als een lijnbron.
Elke lijn staat voor het verkeer dat komt of gaat. De helft
van het wegverkeer gaat richting het noorden en de ander helft gaat richting het zuiden. De lijnbronnen zijn ingevoerd met een zodanig grote lengte, dat wordt voldaan aan het uitgangspunt dat het verkeer moet zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld
Uitstoot bestaande woning Emissie per woning Oudere woningen
(huishouden)
_ [ Type woning
NOxinkg/jaar
Vrijstaande woning
_
3,59
[NH3 in kg/ jaar b,47
Tabel 5: Emissiewaarden voor vrijstaande woningen (aerius.nl/ factsheet ruimtelijke plannen emissiefactoren, 5 Juli 2018). Stationair draaien van voertuigen in de gebruiksfase
Het stationair draaien en manoeuvreren van voertuigen (weg verkeer) op de inrichting wordt ook meegenomen.
Het gemiddelde wagenpark in Nederland verandert voortdurend. Dit is terug te zien in de emissiefactoren die ieder jaar door het ministerie worden gepubliceerd
Voertuigtype
Wegtype
Component _ [ Eenheid
personenauto's, bestelauto's en motoren | stadstagnerend _ | NOx personenauto's, bestelauto's en motoren | stadstagnerend _ | NH3 Tabel6: Gehanteerde normen verkeer stationgir draaien jaar 2023 (bron: TNO]
g/uur g/uur
2023
4,02 0,1992
In tabel 6 staan de emissiecijfers in gram per uur, deze zullen nog vermenigvuldigd moeten worden met de tijd waarop het stationair draaien plaatsvindt.
De volgende formule worden gebruikt om stationair
draaien uit te rekenen: EF = EF_stationair*Tijd_stationair .
Stikstofparagraaf planproject Aladnaweg 26 te Aalten
7
á
De auto's kunnen 7 dagen per week, 365 dagen (td operatief) per jaar komen en gaan. Voor de auto's is gerekend met 10 seconden per keer dat de auto’s aan het manoeuvreren of stationair draaien zijn. In tabel 7 is een overzicht weergegeven van de gebruikte gegevens om het stationair draaien en het manoeuvreren te berekenen van de auto's die komen en gaan. [Gebruiksfase
r draaien per voertuigIcht verkeer
erkeersgeneratie
bestaande woni
ie nieuwe
woni
[Soortvereer
ucht
wegverkeer
ucht
wegverkeer
[aantar
|laad-
perjaar
lostijd/
_
\vracht
[Toraleaad7 |lostijd uren
s
NormNox |Norm H3
[Emissie
|perja r |perjaar
0,000:
otaalki
Tabel 7: berekening stationair draaien en manoeuvreren
De totale emissie van het verkeer voor het stationair draaien en manoeuvreren is berekend op 0,10 kg/j
NO, en 0,01 kg/j NH; Depositieberekening Aerius-calculator gebruiksfase In onderstaande tabel 8 zijn alle bronnen van de gebruiksfase die zijn ingevoerd n Aerius weergegeven.
G
[Wegverkeer
1|Uitstoot bestaande wonng Aladnaweg 76 te Aalten
2|Verkeersgeneratie komen/gaan bestaande woning (noor] 3|Verkeersgeneratie komen/gaan bestaande woning (zuid} a|Verkeersgeneratie komen/gaan nieuwe woning (noord) s|Verkeersgeneratie komen/gaannieuwe woning (zuid) _ [Stationair draaien wegverkeer gebruikstase
wegverkeer,Teht [wegverkeer.licht _[wegverkeer.licht [wegverkeer,icht__
soort|Aantalper jaar|Soort wegverkeer
359[NOx
0
_ _ _
2993|stand. 2993|stand. 2993|stand. 7993|stand. 000[NH3
|icht [icht [icht [iht Go[Nox
27[ne3
verdisconteerd, verdisconteerd, verdisconteerd, verdisconteerd,
leht licht licht licht
Tabel 8: ingezet materieel gebruiksfase
Het resultaat van de berekeningen luidt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
lein:e
\5ses
o
Erzijn geen resultaten voor deze situatie.
Figuur 6: Screenshot AERIUS Calculator, rekenresultaat voor Nederlandse Natura 2000-gebieden
Daarmee staat op voorhand vast dat de activiteiten in de gebruiksfase geen nadelige effecten hebben op
de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermd Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten tijdens de gebruiksfase vormt daarmee geen
belemmering voor het uitvoeren van het gewenste plan.
Stikstofparagraaf planproject Aladnaweg 26 te Aalten
8
á
Algehele conclusie stikstofparagraaf Uit de berekeningen met Aerius-calculator blijkt voor zowel de aanlegfase (bijlage 1) als de gebruiksfase (bijlage 2 dat er ter hoogte van kwetsbare habitattypen in de Natura 2000-gebieden geen
rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/iaar zijn. Volledigheidshalve is ook een berekening gemaakt van de aanlegfase en de gebruiksfase tezamen.
Geconcludeerd kan worden dat er ook dan geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/iaar zijn. Daarmee staat op voorhand vast dat de realisatie en het gebruik van de bestaande en nieuwe vrijstaande woningen geen nadelige effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermde Natura 2000-gebieden.
Bijlage 1: depositieberekening Aerius aanlegfase d.d. 23-06-2023 Bijlage
2: depositieberekening Aerius gebruiksfase d.d. 23-06-2023
Bijlage 3: depositieberekening Aerius aanlegfase + gebruiksfase d.d. 23-06-2023
Stikstofparagraaf planproject Aladnaweg 26 te Aalten
9
á
De raad van de gemeente Aalten gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 oktober 2021; gelet op het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUIT
1. in te stemmen met de bij dit besluit behorende ‘Lokale kwaliteitscriteria voor het toevoegen van een woning in het landelijk gebied van de gemeente Aalten’; 2. een ontwerpverklaring van geen bedenkingen, zoals bedoeld in artikel 2:27 van de Wet algemene omgevingsrecht, af te geven voor een aanvraag om een omgevingsvergunning, die aan deze lokale kwaliteitscriteria voldoet; 3. te bepalen dat de onder 2. bedoelde ontwerpverklaring voor een project kan worden aangemerkt als een definitieve verklaring van geen bedenkingen wanneer er gedurende de termijn van de ter inzage legging geen zienswijzen worden ingediend omtrent die aanvraag; 4. geen separaat exploitatieplan voor de onder 2 bedoelde projecten vast te stellen. AALTEN, 30 november 2021 De Raad voornoemd, De Griffier,
De Voorzitter,
M.A.J.B. Fiering
mr. A.B. Stapelkamp
Bijlage 2
317/3561
Barloseweg 6a-b Aalten
Postbus 119 7120 AC Aalten T (0543) 49 33 33 E gemeente@aalten.nl www.aalten.nl
BESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING Op grond van de Omgevingswet _________________________________________________________________________________ GEMEENTE AALTEN besluitdatum: 16 juli 2025 nr.: Z2024-00001025 verzonden: 16 juli 2025 _________________________________________________________________________________ AANVRAAG Op 24 oktober 2024 ontvingen wij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, deze betreft plan voor het splitsen van een boerderijwoning aan de Barloseweg 6A te Aalten. De aanvraag heeft betrekking op het perceel kadastraal bekend gemeente Aalten, sectie O, nummer 1765. BESLUIT Wij besluiten aan dit verzoek mee te werken. Wij verlenen de gevraagde omgevingsvergunning. Het gaat hierbij om de volgende activiteiten: • Bouwactiviteit (omgevingsplan) • Afwijken van regels in het omgevingsplan • Bouwactiviteit (technisch) De vergunning bestaat uit dit besluit inclusief de bijlagen met beoordeling, overwegingen en voorschriften en de bijbehorende gewaarmerkte stukken.
• “R24-33 Ruimtelijke onderbouwing splitsing woonboerderij Barloseweg 6 Aalten_11042025” ontvangen op 1 mei 2025 • “R24-33 BB_10042025.pdf” ontvangen op 14 april 2025 • “Verzoekformulier” ontvangen op 24 oktober 2024 • “R24-33_DO-02_Heijnen De Weldaed_20241007_gesplitst.pdf” ontvangen op 24 oktober 2024 • “R24-33_DO-01_Heijnen De Weldaed_20241007_bestaand.pdf” ontvangen op 24 oktober 2024 INWERKINGTREDING Het betreft een besluit waarop de reguliere procedure van toepassing is. De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking aan de aanvrager. Er kan nu gebruikgemaakt worden van de vergunning Namens het college van burgemeester en wethouders van Aalten
B. Witjes Team Openbare Ruimte
Motivering en overwegingen Hier leest u hoe wij tot dit besluit zijn gekomen en welke regelgeving wij hebben gebruikt. Uw aanvraag was niet compleet Op 17 maart 2025 hebben wij u de tijd gegeven om uw aanvraag aan te vullen. De ontbrekende gegevens hebben wij op 2 mei 2025 ontvangen. De aanvraag bevat voldoende informatie zodat wij de gevolgen van de activiteit(en) op de fysieke leefomgeving kunnen beoordelen. Wij hebben uw aanvraag inhoudelijk beoordeeld Voor uw aanvraag omgevingsvergunning is de regulier procedure van toepassing. Hiervoor geldt standaard een beslistermijn van acht weken. Participatie U geeft aan dat er participatie heeft plaatsgevonden met betrokkenen. Besluit omgevingsvergunning Wij verlenen de omgevingsvergunning. Het besluit om u deze omgevingsvergunning te verlenen, doen wij op basis van de overwegingen per activiteit, de ontvangen documenten en de voorschriften. Deze gegevens maken onderdeel uit van dit besluit. Wij hebben gebruik gemaakt van de volgende wet- en regelgeving: • § 5.1.3 van de Omgevingswet, om de aanvraag te beoordelen • Artikel 7.4 van de Omgevingsregeling, waarin gestimuleerd wordt om bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning aan participatie te doen • §16.5.2 van de Omgevingswet, waarin de reguliere voorbereidingsprocedure wordt beschreven met een termijn van acht weken
Bouwactiviteit
Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning hebben wij getoetst aan onderstaande toetsing onderdelen. Uw aanvraag is getoetst aan het tijdelijk deel omgevingsplan gemeente Aalten, onderdeel bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015, waarin het de bestemming Waarde – Archeologie gematigde verwachting heeft. Ook is de aanvraag getoetst aan het tijdelijke deel omgevingsplan gemeente Aalten, onderdeel bestemmingsplan Parapluplan gemeente Aalten, waarin het de gebiedsaanduiding overige zone – buiten gebied heeft. Er is geen strijdigheid met het omgevingsplan. Uw aanvraag is getoetst aan het tijdelijke deel omgevingsplan gemeente Aalten, onderdeel bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015, waarin het de bestemming Recreatie- Recreatiewoning. Uw project is in strijd met het omgevingsplan. Voor de overwegingen om hiervan af te wijken zie ‘Afwijken van regels in het omgevingsplan’. Uw aanvraag is niet getoetst aan de criteria van de welstandsnota Er vinden geen uiterlijke wijzigen plaats. Het plan is niet voorgelegd aan de commissie Omgevingskwaliteit. Uw aanvraag voldoet aan de gemeentelijke regels over bodem Het project is getoetst aan de regels over bodem in het omgevingsplan gemeente Aalten. De aanvraag voorziet in het splitsen van een bestaande woonboerderij en een bestaande recreatiewoning, een onderzoeksrapport niet nodig.
Wij hebben gebruik gemaakt van de volgende wet- en regelgeving: • Artikel 5.1, lid 1 onder a van de Omgevingswet waarin staat het verboden is om zonder omgevingsvergunning deze activiteit uit te voeren. Conclusie Voor de activiteit ‘Bouwactiviteit – Omgevingsplan’ ontvangt u van ons de gevraagde omgevingsvergunning.
Afwijken van regels in het omgevingsplan
Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning hebben wij getoetst aan onderstaande toetsing onderdelen. Omgevingsplan gemeente Aalten Uw aanvraag is getoetst aan het tijdelijk deel omgevingsplan gemeente Aalten, onderdeel bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015, waarin het de bestemming Recreatie- Recreatiewoning heeft. Uw aanvraag is in strijd met artikel 15.1 van het omgevingsplan. In dit artikel is bepaald dat de voor 'Recreatie - Recreatiewoningen' aangewezen gronden bestemd zijn voor recreatief wonen. Het splitsen (toevoegen van een woning) is niet toegestaan. Wanneer een aanvraag niet voldoet aan het omgevingsplan, toetsen wij de aanvraag aan (landelijke) regels om af te wijken van het omgevingsplan. Afwijken van het omgevingsplan Afwegingskader Buitengebied. Op 30 november 2021 heeft de gemeenteraad van Aalten het “Afwegingskader Buitengebied” vastgesteld. In paragraaf 2.1 staan de kwaliteitscriteria voor het realiseren van een extra woning door middel van woningsplitsing in het buitengebied. De lokale kwaliteitscriteria voor het realiseren van een extra woning door middel van woningsplitsing in het buitengebied zijn: 1. alleen binnen de bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met waarde’, ‘Bedrijf’, ‘Wonen-1’ of Wonen-2” in het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2015’ van de gemeente Aalten (of een opvolgend (veeg)plan) is woningsplitsing mogelijk; 2.
woningsplitsing is mogelijk, mits deze zich beperkt tot de toegestane contouren van de hoofdbouwmassa en het woon- en leefklimaat voldoende gewaarborgd is (minimaal 60 m2 bruto aan woonoppervlak); 3. er wordt voorzien in een aantoonbare woonbehoefte. Uit de aanvraag dient te blijken wie de toekomstige bewoners van het erf zijn. Het gemeentebestuur beoogt hiermee een speculatieve woningsplitsing te voorkomen; 4. voor woningsplitsing komen in aanmerking de hoofdbouwmassa, waarvan inhoud van de hoofdbouwmassa ten minste 1.000 m³ bedraagt waarin reeds de woonfunctie aanwezig is; een aangebouwd bijbehorend bouwwerk (evt. verbonden met een kleine gang aan het hoofdgebouw) mag bij de inhoudsmaat worden meegerekend; 5. op basis van woningsplitsing zijn ten hoogste twee zelfstandige woningen binnen de hoofdbouwmassa toegestaan; dit aantal doelt op de mogelijkheid betaalbare woningen te realiseren en – waar van toepassing – karakteristieke elementen van het (de) object(en) worden verstrekt; (een derde woning is mogelijk met een sloopverplichting van 500 m2); 6. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige stedenbouwkundige- (erfprincipe) en landschappelijke inpassing, rekening houdend met de ter plaatse van toepassing zijnde gebiedskwaliteiten. De initiatiefnemer dient hiertoe een kwalitatief goed uitgewerkt erf- en landschapsinrichtingsplan te overleggen.
Uitgangspunt hierbij is de 'één erf-gedachte'. Het erfen landschapsinrichtingsplan moet binnen 1 jaar na oplevering van de gesplitste woning gerealiseerd te zijn; 7. bijgebouwen: indien de omvang van de bijgebouwen op het erf waar de woning wordt toegevoegd méér bedraagt dan het bestemmingsplan toestaat, dan zal dat meerdere gesloopt moeten worden, tenzij het om monumentale – of karakteristieke bebouwing gaat. Uit de aanvraag is gebleken dat het bouwplan voldoet aan bovengenoemde kwaliteitscriteria.
Verklaring van geen bedenkingen Op 30 november 2021 heeft de gemeenteraad besloten om: 1. in te stemmen met de bij dit besluit behorende ‘Lokale kwaliteitscriteria voor het toevoegen van een woning in het landelijk gebied van de gemeente Aalten’; 2. een ontwerpverklaring van geen bedenkingen, zoals bedoeld in artikel 2:27 van de Wet algemene omgevingsrecht, af te geven voor een aanvraag om een omgevingsvergunning, die aan deze lokale kwaliteitscriteria voldoet; 3. te bepalen dat de onder 2 bedoelde ontwerpverklaring voor een project kan worden aangemerkt als een definitieve verklaring van geen bedenkingen wanneer er gedurende de termijn van de ter inzage legging geen zienswijzen worden ingediend omtrent die aanvraag; Evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij de aanvraag is een onderbouwing voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit ingediend. Uit deze onderbouwing blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wij hebben het algemeen belang, uw belangen en ook de belangen van omwonenden en (eventuele) andere belanghebbenden gewogen. Wij vinden dat deze belangen niet onevenredig worden aangetast.
Wij werken daarom mee aan een afwijking van het omgevingsplan Wij hebben gebruik gemaakt van de volgende wet- en regelgeving • Artikel 5.1, lid 1 onder a van de Omgevingswet, waarin staat dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning deze activiteit uit te voeren • Artikel 8.0a, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, om af te wijken binnen de mogelijkheden van het omgevingsplan • Artikel 8.0a, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, om af te wijken van het omgevingsplan Conclusie Voor de activiteit ‘afwijken van regels in het omgevingsplan’ ontvangt u van ons de gevraagde omgevingsvergunning.
Bouwactiviteit – Technisch
Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning hebben wij getoetst aan onderstaande toetsing onderdelen. Besluit bouwwerk leefomgeving Wij hebben vastgesteld dat uw project voldoet aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Wij hebben gebruik gemaakt van de volgende wet- en regelgeving: Artikel 5.1, lid 2 onder a van de Omgevingswet waarin staat het verboden is om zonder omgevingsvergunning deze activiteit uit te voeren Besluit bouwwerken leefomgeving waarin technische eisen zijn opgenomen waaraan een bouwwerk moet voldoen • Artikel 5.20 van de Omgevingswet (artikel 5.18 beoordelingsregels aanvraag bouwactiviteit) o Voor een bouwactiviteit worden de regels, bedoeld in artikel 5.18, gesteld met het oog op: ▪ het waarborgen van de veiligheid, ▪ het beschermen van de gezondheid, ▪ duurzaamheid en bruikbaarheid. o De regels strekken ertoe dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de regels over bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, of daarover gestelde maatwerkregels. • Artikel 5.34 van de Omgevingswet (voorschriften omgevingsvergunning), aan een omgevingsvergunning worden de voorschriften verbonden die nodig zijn voor de regels, bedoeld in de artikelen 5.18, 5.19, 5.30 en 5.31.
Conclusie Voor de activiteit ‘Bouwactiviteit – Technisch’ ontvangt u van ons de gevraagde omgevingsvergunning.
Standaard onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) te gebruiken bij omgevingsvergunningen voor BOPA’s Auteur Rinke ter Haar Datum 11 april 2024 Versienummer 1
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ....................................................................................................................................... 3 1.1. Aanleiding ............................................................................................................................ 3 1.2. Ligging projectgebied .......................................................................................................... 3 1.3. Procedure ............................................................................................................................ 3 1.4. Leeswijzer ..................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2. Beschrijving huidige en toekomstige situatie.............................................................................. 4 2.1. Huidige situatie.................................................................................................................... 4 2.2. Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................ 4 2.3. Strijdigheden omgevingsplan .............................................................................................. 5 3.
Voorbereiding en participatie ..................................................................................................... 5 3.1. Participatie omgeving .......................................................................................................... 5 4. Beleidskader ................................................................................................................................ 5 4.1. Rijksbeleid en Rijksregels..................................................................................................... 5 4.2. Provinciaal beleid en provinciale regels .............................................................................. 7 4.3. Regionaal beleid .................................................................................................................. 8 4.4. Gemeentelijk beleid .......................................................................................................... 10 5. Gevolgen voor de fysieke leefomgeving ................................................................................... 10 5.1. Bodemkwaliteit ................................................................................................................. 10 5.2. Cultureel erfgoed en archeologie ...................................................................................... 11 5.3.
Duurzaamheid ................................................................................................................... 12 5.4. Ecologie en natuur............................................................................................................. 12 5.5. Geluid ................................................................................................................................ 13 5.6. Geur ................................................................................................................................... 14 5.7. Gezondheid........................................................................................................................ 14 5.8. Ladder voor duurzame verstedelijking .............................................................................. 15 5.9. Luchtkwaliteit .................................................................................................................... 16 5.10. M.e.r.-beoordeling ........................................................................................................ 17 5.11. Mobiliteit en parkeren................................................................................................... 17 5.12. Omgevingsveiligheid...................................................................................................... 18 5.13.
Slagschaduw en windhinder .......................................................................................... 19 5.14. Trillingen ........................................................................................................................ 19 5.15. Water ............................................................................................................................. 20 6. Uitvoerbaarheid ........................................................................................................................ 22 6.1. Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 22 6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................... 23 7. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties..................................................................... 23 Bijlagen .......................................................................................................................................... 23
Pagina 2 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
1. Inleiding 1.1. Aanleiding Tot voor kort – medio 2024 – was op de locatie Barloseweg 6A en 6B “landgoed De Weldaed” gelegen. Op de locatie stonden een woonboerderij en 2 recreatiewoningen. Deze locatie is aangekocht de familie Heijnen – ter Haar en de heer en mevrouw Nijenes – ter Haar. De intentie is om hier te gaan wonen en te gaan werken. De naam “De Weldaed” is gehandhaafd: op het adres 6C bevindt zich nu een salon waar diverse behandelingen worden aangeboden. Zie De Weldaed Aalten. Barloseweg 6A (de boerderijwoning) en Barloseweg 6B (recreatiewoning) zijn aan elkaar gebouwd. Op 24 oktober 2024 is de aanvraag ingediend om de boerderij- en recreatiewoning te splitsen in 2 woningen. Vooraf is er overleg geweest met de gemeente Aalten: vooraf is toegezegd om met deze gewenste splitsing mee te werken.
1.2. Ligging projectgebied De locatie Barloseweg 6A, 6B en 6C ligt in de buurtschap Barlo, ten noorden van het dorp Aalten:
Barloseweg 6B
Barloseweg 6C Barloseweg 6A
Bron: PDOK viewer
1.3. Procedure In de mail van 26 september 2024 heeft De heer Scheffer het volgende aangegeven: De hoofdbouwmassa (incl. aangebouwd bijbehorend bouwwerk) van de objecten Barloseweg 6A en 6B heeft een omvang van in totaal meer dan 1.000 m³ en komt dus voor woningsplitsing in aanmerking voor wat de omvang betreft. Strikt formeel is woningsplitsingsregeling niet toegestaan binnen de bestemming ‘Recreatie’ (zie de beleidslijn onder 2.1, onder 1). Wij zijn bereid -onder voorbehoud van instemming van de gemeenteraad- hieraan medewerking te verlenen door middel van een wijziging van het omgevingsplan (zgn. TAM-IMRO) dan wel een BAPO, mits ook aan de overige voorwaarden van de woningsplitsing wordt voldaan. Dit is namelijk wel in lijn van de woningsplitsingsregeling.
Pagina 3 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
2. Beschrijving huidige en toekomstige situatie 2.1. Huidige situatie De bestemming van de locatie is “Wonen-1” en “Recreatie”.
Bron: Omgevingsloket
Barloseweg 6A is als een zelfstandige woning verbouwd. Dit geldt ook voor de recreatiewoning 6B. Deze recreatiewoning is optimaal geïsoleerd en uitgevoerd als zelfstandig woonhuis.
2.2. Voorgenomen ontwikkeling Jochem Heijnen gaat met zijn gezin wonen in 6A, de bestaande boerderijwoning. De wens is dat de (schoon)ouders (de heer Fred Nijenes (1966) en mevrouw Sandy ter Haar (1969)) in 6B gaan wonen. Deze recreatiewoning is prima geschikt voor een levensloopbestendige woning: slaap- en badkamer op de begane grond, geen dorpels en brede deuren. De recreatiewoning 6C wordt in gebruik genomen als salon. De bebouwing die er staat is van goede kwaliteit. Het interieur wordt uiteraard naar eigen wens aangepast, maar bouwkundig worden er niet of nauwelijks aanpassingen verricht. De erfindeling blijft ook zo als het nu is. Voor de vergunningaanvraag zijn de tekeningen (met foto’s) van de bestaande en de nieuwe situatie ge-upload op het Omgevingsloket.
Pagina 4 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
2.3. Strijdigheden omgevingsplan Het huidige bestemmingsplan laat permanente bewoning van Barloseweg 6B niet toe. Middels de aanvraag van 24 oktober 2024 is het verzoek ingediend om de bestemming “Recreatie” te veranderen in “Wonen-1”, voor het adres Barloseweg 6B.
3. Voorbereiding en participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het afwijken van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief.
3.1. Participatie omgeving De nieuwe bewoners en gebruikers van Barloseweg 6A, 6B en 6C hebben eind vorig jaar “buurt gemaakt” en de directe omgeving verteld van hun plannen. Deze plannen zijn warm onthaald door de buurt. Er is geen verslag van gemaakt; er is wel getoast op de nieuwe buren!
4. Beleidskader In deze paragraaf wordt ingegaan op het Rijks- (NOVI), provinciaal (POVI) en gemeentelijk beleid (GOVI). Ook regionaal beleid en gemeentelijke programma’s of beleidsstukken kunnen hier beschreven en getoetst worden. Benoem daarbij doelen en ambities voor dit specifieke gebied en toetst het initiatief daaraan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken; instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Geef bij elk relevant beleid aan in welke mate/hoe deze van toepassing is op de ontwikkeling dan wel hoe het beleid geleid heeft tot projectaanpassing dan wel waarom daarvan wordt afgeweken. Beleid dat niet relevant is voor de ontwikkeling is niet in dit hoofdstuk opgenomen.
4.1. Rijksbeleid en Rijksregels 4.1.1.Beleid: Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; de zeespiegelstijging; de overgang naar duurzame energie; de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; de groei en het bereikbaar houden van steden; plekken voor distributiecentra; het versterken van de natuur en biodiversiteit;
Pagina 5 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
-
het behoud van het landschap; de vitaliteit van de landbouw.
Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Ten aanzien van dit project: Dit project betreft een kleinschalige herbestemming in het buitengebied van Aalten. De verstening neemt niet toe. Er wordt een woning toegevoegd voor een doelgroep die moeilijk een geschikte woning kan vinden. Daarmee past deze ontwikkeling prima in het landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid. 4.1.2.Regels: Instructieregels Rijk (AMvB’s) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3.
het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.
In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Ten aanzien van dit project: Dit project betreft een kleinschalige herbestemming in het buitengebied van Aalten. Het heeft niet of nauwelijks invloed op de Instructieregels Rijk (AMvB’s).
Pagina 6 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
4.1.3.Conclusie rijksbeleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk.
4.2. Provinciaal beleid en provinciale regels 4.2.1.Beleid: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Aalten. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie.
Ten aanzien van dit project: Dit project past goed bij het beleid en de ambities van de provincie Gelderland. 4.2.2.Regels: Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 23 april 2024 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden 1 mei 2024. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: • Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening);
Pagina 7 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
• • • • • •
Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).
Ten aanzien van dit project: De gewenste bestemmingsplan wijziging van dit project heeft nagenoeg geen invloed op de omgeving. 4.2.3.Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Gelderland.
4.3. Regionaal beleid 4.3.1.Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals: • energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; • bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening; • de verandering in de landbouw en het landelijk gebied. De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen.
Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden’. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau door het benoemen van ruimtelijke speerpunten: • omgaan met de krimp; • externe relaties; • veranderingen in het landelijk gebied; • overstap naar duurzame energie. Feit is dat er in de Achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Om die reden is er behoefte aan extra woningen. 4.3.2.Regionale woondeal 2023-2030 en regionale woonagenda 2023-2030 In februari/maart 2023 hebben de Achterhoekse gemeenten en de provincie een nieuwe Regionale Woonagenda 2023-2030 vastgesteld waarin langs 4 programmalijnen de woondoelen uit de
Pagina 8 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
Achterhoek Visie 2030 verder zijn uitgewerkt. In Aalten is deze agenda op 28 februari 2023 vastgesteld. Deze agenda bevat het volgende: • De Achterhoek wil in 2 stappen 8.390 tot 11.500 nieuwe woningen toevoegen, waarvan 60% betaalbaar, inclusief 28% sociale huur. • De Achterhoek investeert in de kwaliteit van de bestaande voorraad, onder andere door verbetering van 7.000 sociale huurwoningen en 24.000 particuliere woningen. • De Achterhoek wil een plek zijn voor iedereen, voor starters, ouderen, werknemers en arbeidsmigranten en andere aandachtsgroepen. • De Achterhoek wil dit realiseren via gebiedsgerichte integrale opgaven: o Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; o Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; o Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteits-knooppunten; o Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied. Dit initiatief sluit aan op deze agenda: Kwalitatieve behoefte: De her te bestemmen recreatiewoning zijn prima geschikt als levensloopbestendige woning. De woning zijn zorgvuldig gebouwd, geïsoleerd als nieuwbouw woning. Score: sterk. • Transformatie: De locatie ligt in een bebouwd gebied. De sympathieke herbestemming versterkt het gebied. Score: sterk. • Inbreiding: Planologisch verandert er niets: het bouwwerk blijft hetzelfde, de hoeveel “rood” wordt in het gebied niet uitgebreid. Score: sterk.
• Langer zelfstandig wonen: De schoonouders kunnen langer zelfstandig wonen. Hoewel de heer en mevrouw Nijenes – ter Haar nog jong en fit zijn, is de aanwezigheid van de kinderen op het erf wenselijk. In een eerste fase kan senior bijstaan met allerlei hand- en spandiensten (denk aan oppassen kleinkinderen) en in een tweede fase kan er een stukje mantelzorg verleend worden door de kinderen. Score: sterk. • Innovatie / duurzaamheid: Aan de bouwwerken wordt niets veranderd. De woningen zijn zorgvuldig verbouwd en geïsoleerd en worden duurzaam verwarmd. Score: sterk. Andere mogelijke van toepassing zijnde regionale beleidsstukken (alleen relevant beleid hieruit opnemen): • Afsprakenkader detailhandel regio Achterhoek • Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2024-2028 • Nota bodembeheer Regio Achterhoek 2020 en bodemkwaliteitskaart Regio Achterhoek 2020 • Vrijetijdsagenda Achterhoek 2020-2030 • Beleidskader huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten in de regio Achterhoek 4.3.3.Conclusie regionaal beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de regio Achterhoek.
Pagina 9 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
4.4. Gemeentelijk beleid 4.4.1.Woonvisie 2021-2026 en Woningbouwstrategie gemeente Aalten De woonvisie van de gemeente Aalten voor de periode 2021-2026 is op 23 februari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de woonvisie staat beschreven De woonvisie kent de volgende thema’s: • Flexibel inspelen op de woonvraag; • Op weg naar een duurzame woon- en leefomgeving; • Voldoende betaalbare woningen; • Aandacht voor wonen met zorg. De woningbouwstrategie van de gemeente Aalten is op 30 november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het thema “flexibel inspelen op de woonvraag” uit de woonvisie is hierin verder uitgewerkt. De woningbouwstrategie geeft een uitwerking aan de woningbouwopgave voor de komende jaren. De strategie is flexibel opgezet, zodat er afgeschaald en opgeschaald kan worden. De opgave van het aantal toe te voegen woningen is een indicatie op basis van de bekende informatie, afkomstig uit het Achterhoekse Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek (AWLO). Op basis van de prognoses bestaat de woningbouwopgave voor de komende 10 jaar uit het toevoegen van ca. 820 woningen. 4.4.2.Uitnodigingskader Woningbouw/Afwegingskader Buitengebied https://www.aalten.nl/woningbouw 4.4.3.Conclusie gemeentelijk beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente Aalten.
5. Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 5.1. Bodemkwaliteit
Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. 5.1.1.(Wettelijk) kader Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerksvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); • Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); • Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) • Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).
Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang;
Pagina 10 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
• • •
Beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; Evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; Duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.
5.1.2. Onderzoek Om aan te tonen of de bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogde gebruik is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen. 5.1.3. Conclusie Betreffende dit project: de bodemkwaliteit is niet onderzocht. De bestemming “Recreatie” heeft geen invloed op de bodemkwaliteit gehad dus het ligt niet in de lijn der verwachting om bodemvervuiling aan te treffen.
5.2. Cultureel erfgoed en archeologie
Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarde. Gezien de aspecten archeologie en cultuurhistorie vaak met elkaar verweven zijn, worden deze hier gezamenlijk besproken. 5.2.1.(Wettelijk) kader In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: • Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; • Verplaatsing van beschermde monumenten; • Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; • Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; • Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteiten en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Let op: met betrekking tot archeologie geldt de archeologische beleidskaart. Deze schrijft per gebied voor, welke onderzoekverplichtingen gelden. 5.2.2.Onderzoek Voor archeologisch erfgoed worden onderzoekverplichtingen vastgelegd in het omgevingsplan.
Voor monumenten moet onderzocht worden welke invloed de activiteit heeft op de aanwezige monumentale waarden, en op de omgeving van het monument. In het geval van de activiteit sloop moet ook bij panden met de aanduiding cultuurhistorisch waardevol onderzocht worden welke invloed sloop heeft op karakteristieke uiterlijke kenmerken van het pand. 5.2.3.Conclusie Betreffende dit project: er is geen sprake van cultureel erfgoed; de woonboerderij heeft geen monumentale of karakteristieke status.
Pagina 11 van 24
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, <Splitsen Barloseweg 6A en 6B>
5.3. Duurzaamheid
Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen. 5.3.1.(Wettelijk) kader Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet en komt tot uiting in verschillende aspecten van de wet. Zo introduceert de Omgevingswet het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ als een overkoepelend doel. Duurzame ontwikkeling wordt gedefinieerd als een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit betekent dat bij besluitvorming rekening moet worden gehouden met langetermijneffecten. Het (wettelijk) kader voor duurzaamheid onder de Omgevingswet wordt verder ingevuld door onderliggende regelgeving, zoals het Bkl en het Bbl. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuw te bouwen bouwwerken. Er gelden BENG-eisen voor de thermische isolatie, de luchtdichtheid en de technische bouwsystemen. De berekening dat aan de eisen wordt voldaan is onderdeel van een aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast moet gebruik worden gemaakt van een alternatief voor aardgas voor verwarming. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de milieuprestatie van een woonfunctie, een kantoorgebouw en nevengebruiksfuncties daarvan (artikel 4.159 Bbl).
De milieuprestatie wordt bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie gebouwen en GWW-werken. Voor het thema klimaatadaptatie wordt verwezen naar de waterparagraaf in dit hoofdstuk.