Bijlage 1 toelichting
Tekst van het document
Motivering
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69 vastgesteld
Motivering
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
3
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
4
Inhoudsopgave
Motivering
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging projectgebied 1.3 Leeswijzer
7 7 7 9
Hoofdstuk2
Beschrijving huidige situatie
11
Hoofdstuk3 Voorgenomen ontwikkeling 3.1 Wat houdt de ontwikkeling in? 3.2 Strijdigheid omgevingsplan 3.3 Medewerking opheffen strijdigheid 3.4 Conclusie
13 13 15 17 17
Hoofdstuk4 Voorbereiding en participatie 4.1 Participatie omgeving
19 19
Hoofdstuk5 Beleid en regelgeving 5.1 Rijksbeleid en Rijksregels 5.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 5.3 Regionaal beleid 5.4 Beleid waterschap 5.5 Gemeentelijk beleid 5.6 Omgevingswaarden
21 21 22 26 29 31 34
Hoofdstuk6 Omgevingsaspecten 6.1 Geluid 6.2 Luchtkwaliteit 6.3 Geur 6.4 Bodemkwaliteit 6.5 Water 6.6 Mobiliteit en parkeren 6.7 Omgevingsveiligheid 6.8 Bedrijven en milieuzonering 6.9 Natuur 6.10 Cultureel erfgoed 6.11 Duurzaamheid 6.12 Ladder voor duurzame verstedelijking 6.13 Ontplofbare Oorlogsresten (OO) 6.14 Milieubelastende activiteiten 6.15 M.e.r.- beoordeling
35 35 36 38 39 40 42 43 45 45 47 49 50 51 51 52
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
5
6.16
Gezondheid
53
Hoofdstuk7 Beperkingengebieden 7.1 Beperkingengebieden 7.2 Conclusie
55 55 55
Hoofdstuk8 Uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
57 57 57
Hoofdstuk9 Juridische uitvoerbaarheid 9.1 Algemeen 9.2 Toedelen van functies aan locaties
59 59 59
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
6
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Op het perceel aan de Lichtenvoordsestraatweg 69 te Aalten bevindt zich in de huidige situatie een varkenshouderij. Het projectgebied is deels bebouwd met agrarische bedrijfsbebouwing en kent een omvang van circa 2,7 hectare. De agrarische bebouwing op het perceel is nog redelijk recent en is grotendeels voorzien van zonnepanelen. Verder is binnen het projectgebied de bestaande bedrijfswoning aanwezig. De initiatiefnemer is voornemens de agrarische bedrijfsactiviteiten te stoppen, de stallen te slopen en hiervoor woningbouw in de plaats te realiseren. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van een zogenaamde 'Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties'. De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) is een subsidieregeling voor veehouders die willen stoppen met hun bedrijf of een locatie van hun bedrijf. Het doel van de regeling is om de stikstofuitstoot vanuit de veehouderij te verlagen, zodat natuur die daarvoor gevoelig is, kan herstellen. Deze beoogde ontwikkeling heeft in samenwerking met de gemeente Aalten vorm gekregen. Zij zien een kans om dichtbij de kern van Barlo een deel van de huidige vraag naar woningen te kunnen realiseren. Andere alternatieve locaties voor de bouw van woningen zijn rond deze kern niet voorhanden, gelet op de ligging van de kern Barlo in de Groene Ontwikkelingszone in het essenlandschap.
Het projectgebied is ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen bestemd als 'Agrarisch met waarden'. Op grond van het 'Omgevingsplan gemeente Aalten', met onderliggend het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2015', is de bouw van de nieuwe woningen niet toegestaan. Om dit te realiseren, is het wijzigen van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggende motivering toont aan dat het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat het plan ruimtelijk wenselijk is.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt ten noorden van de kern Aalten, aan de Lichtenvoordsestraatweg 69 in de directe nabijheid van de kern Barlo. De omgeving kenmerkt zich door de aanwezige agrarische bebouwing en agrarische teelt. Op de topografische kaart uit ca. 1850 is te zien dat de boerderij al aanwezig was en gelegen was tussen een aantal bospercelen. Op de oudere kaarten is ook goed te zien dat de woonboerderij en andere boerderijen in de omgeving op de rand van een es zijn gesitueerd. Barlo is aan de rand van dezelfde es tot stand gekomen. De es is altijd meer open en grootschaliger geweest dan de gronden tussen de essen. Een aantal kenmerken van dit gebied zijn: Weidebouw en bouwland op de es; Om de es een gordel van kleinschalige afwisseling van wonen, landbouw, recreatie- en andere bedrijvigheid, daaromheen een overgang naar de agrarisch gebruikte ontginningen; Steilranden en hollewegen; Eikensingels en -bosjes om de es; Slingerende wegen. Op de navolgende afbeeldingen is globaal de ligging en begrenzing van het projectgebied met een rode stippellijn weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het projectgebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit plan.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
7
Globale ligging projectgebied
Globale begrenzing projectgebied
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
8
1.3
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de omgevingsplanwijziging die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk-functionele situatie. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling en de strijdigheid met het geldend omgevingsplan. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de voorbereiding en participatie van onderhavig plan. In Hoofdstuk 5 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in diverse planologische en milieuaspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op mogelijke beperkingengebieden die in het projectgebied gelden. In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in Hoofdstuk 9 ingegaan op de juridische uitvoerbaarheid van het plan.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
9
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
10
Hoofdstuk 2
Beschrijving huidige situatie
Het projectgebied beslaat circa 2.7 ha. In de huidige situatie bevindt zich ter plaatse van het zuidelijke deel van het projectgebied een varkenshouderij met bijbehorende bedrijfswoning. De varkenshouderij bestaat uit twaalf stallen met in totaal ruim vijfduizend varkens. Daarnaast bevindt zich in het noordelijk deel van het projectgebied agrarische grond. Op de topografische kaart uit ca. 1850 is te zien dat de boerderij al aanwezig is en gelegen was tussen een aantal bospercelen. Op de oudere kaarten is duidelijk te zien dat de woonboerderij en omliggende boerderijen op de rand van een es zijn gelegen. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van de huidige bebouwing en inrichting van het projectgebied.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
11
Impressie huidige situatie projectgebied
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
12
Hoofdstuk 3 3.1
Voorgenomen ontwikkeling
Wat houdt de ontwikkeling in?
Het plan voor het projectgebied is om de bestaande agrarische bebouwing volledig te slopen en te vervangen door woningen. Het schetsontwerp voorziet in de toevoeging van zestien nieuwe woningen. Onderstaande afbeelding toont een impressie van de toekomstige situatie ter plaatse van het projectgebied. De volledige stedenbouwkundige verkenning is als Bijlage 1 opgenomen.
Impressie toekomstige situatie
De bestaande boerderij fungeert als het centrale hoofdgebouw en vormt het hart van het erf. De nieuwe woningen worden in twee zorgvuldig vormgegeven clusters van bijgebouwen gerealiseerd. De clusters maken deel uit van het gezamenlijke erf rond de bestaande boerderij. De clusters zullen bereikbaar worden door het verlengen van de bestaande ontsluitingsweg. Het woningbouwprogramma bestaat uit zes woningen in de vrije sector en tien woningen in de betaalbare koop of huur. De onderverdeling in de vrije sector is als volgt: drie vrijstaande woningen; twee twee-aaneen woningen; één levensloopbestendige woning. De onderverdeling in de betaalbare koop/huur is als volgt: vijf rijwoningen (tussenwoning); vier rijwoningen (hoekwoning); één levensloopbestendige woning.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
13
Woningbouwprogramma
Parkeren wordt mogelijk gemaakt op verschillende manieren; onder een overkapping, welke onderdeel uitmaakt van het bouwvolume van de woning (vrijstaand en tweekappers), op de oprit (Levensloopbestendig), parkeerhavens aan het erf en in twee boomgaardjes (rijwoningen). In het plan zal ruim aandacht worden besteed aan een groene en natuur inclusieve inrichting bouwen. De nieuwe erven met bestaande en nieuwe erfbomen komen tussen twee nieuwe bosschages te liggen en worden hiermee aan de noord- en zuidrand door het groen omzoomd. De bosschage aan de noordzijde komt op een grondwal te liggen, beide bosschages stoppen op de overgang van het half-open coulissenlandschap naar de open es. De twee bestaande prominente eiken vormen de nieuwe brink op het gehele erf. Tussen de erven en de es zorgen losse bomen en heesters voor een groene overgang. Vanaf de es gezien ontstaat een fraai silhouet van een mix tussen daken en groen. Een belangrijk element in het ontwerp is het versterken van de steilrand. De bestaande steilrand die beperkt zichtbaar is, wordt versterkt door het hoogteverschil te vergroten. Dit wordt gedaan door het maken van een laagte (wadi) en het inzaaien van de rand. De laagte dient gelijk voor nodige waterberging van de nieuwe woningen en het kwelwater dat van de hoger gelegen es afkomt.
In deze laagte worden natuurlijke speelelementen toegevoegd en kan men via een gemaaid graspad een rondje wandelen. Daarnaast wordt de openheid van de es benadrukt door het opgaand groen richting de es geleidelijk te verminderen. Tussen de erven komt een laagte waarin het regenwater op de nieuwe bebouwing en het (kwel)water vanaf de es kan worden geborgen. In deze laagte worden natuurlijke speelelementen toegevoegd en kan men via een gemaaid graspad een rondje wandelen. Er worden twee fruitboomgaardjes gemaakt waaronder eveneens geparkeerd kan worden.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
14
Als erfafscheiding tussen de privétuinen worden gemengde hagen gebruikt of takkenrillen gemaakt. Dit gemengde hagen worden geschoren met uitzondering van de hagen die richting de es lopen. Dit worden losse gemengde hagen. De bestaande boerderij fungeert als het centrale hoofdgebouw en vormt het hart van het erf. De nieuwe woningen worden in twee zorgvuldig vormgegeven clusters van bijgebouwen gerealiseerd. De clusters maken deel uit van het gezamenlijke erf rond de bestaande boerderij. Het erf, de woningen en landschappelijke structuren vormen één ensemble. In Bijlage 1 zijn tevens beoogde beeldkwaliteiteisen opgenomen. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de beoogde beeldkwaliteit wordt behaald. Een onderdeel hiervan is dat bijbehorende bouwwerken niet vastgebouwd mogen worden aan de hoofdbebouwing, zodat het erf zijn openheid zal behouden. Dit is tevens zo opgenomen in de regels behorende bij dit plan. Tot slot worden een aantal gronden geruild met omliggend eigenaren. Aan de noordelijke perceelsgrens wordt concreet een strook van 6 m verkocht aan de aangrenzende percelen. De openbare ruimte wordt door een toekomstig op te richten vereniging van eigenaren uitgevoerd. Dit heeft verder geen gevolgen voor onderhavig plan. Onderstaande afbeelding toont een impressie van de toekomstige situatie ter plaatse van het projectgebied op het gebied van natuurwaarden en landschap.
Natuurwaarden en landschap toekomstige situatie
3.2
Strijdigheid omgevingsplan
3.2.1 Geldend omgevingsplan Voor het projectgebied geldt het (tijdelijk deel van het) 'Omgevingsplan gemeente Aalten', met onderliggend het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2015'. Op basis van het Omgevingsplan is de locatie van het projectgebied bestemd als 'Agrarisch met waarden'. Navolgend is met een rood kader de begrenzing van het plangebied aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
15
De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarisch grondgebruik en een grondgebonden agrarisch bedrijf. Per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Daarnaast geldt ter plaatse van het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie hoge verwachting' en een zone met de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie gematigde verwachting'. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan respectievelijk 500 m2 en 2.500 m2 (zie paragraaf 6.10). Tevens zijn er ter plaatse van het projectgebied een aantal functieaanduidingen opgenomen: Intensieve veehouderij: ter plaatse van deze functieaanduiding mag niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering plaatsvinden, zolang dit gebeurt binnen een bouwvlak met een maximum van 1 ha van dat bouwvlak. Openheid: ter plaatse van deze functieaanduiding dient openheid te worden gewaarborgd. Productiebossen zijn hier bijvoorbeeld niet toegestaan. Daarnaast dienen voor het uitvoeren van sommige werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden omgevingsvergunningen aangevraagd te worden.
Specifieke vorm van agrarisch - wisselteelt boomteelt 1: ter plaatse van deze functieaanduiding kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen voor wat betreft het toestaan van het telen van boomkwekerijgewassen door het opnemen van de aanduiding 'bomenteelt' (telen van boomkwekerijgewassen toegestaan) ter plaatse van de aanduiding 'openheid'. Dit mag alleen onder bepaalde voorwaarden. Specifieke vorm van agrarisch met waarden - hoogteverschillen: ter plaatse van deze functieaanduiding dienen hoogteverschillen te worden gewaarborgd. Tot slot is de gebiedsaanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone' opgenomen. Deze gebiedsaanduiding dient als signaleringsfunctie. Voor toetsing aan de groene ontwikkelingszone, zie paragraaf 6.9.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
16
3.2.2 Strijdigheid geldend omgevingsplan Allereerst is wonen ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch met waarden' niet toegestaan. Alleen bedrijfswoningen zijn toegestaan, met een maximum aantal van één. Het initiatief voorziet in de realisatie van zestien reguliere woningen. Gedeeltelijk wordt er buiten het (voormalig agrarisch) bouwvlak gebouwd. Deze functiewijziging, alsmede de in het plan opgenomen goot- en bouwhoogten, zijn specifiek toegesneden op dit initiatief. Ten aanzien van de versterking van de groene ontwikkelingszone dienen deze gronden de bestemming 'Natuur' te krijgen. Ten aanzien van de 'Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties' dient de agrarische bestemming te worden omgezet naar een andere bestemming. Om het initiatief mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.
3.3
Medewerking opheffen strijdigheid
Op 27 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten een principebesluit genomen om medewerking te verlenen aan de functiewijziging van een intensieve veehouderij naar zestien grondgebonden woningen. De gemeente geeft aan dat het bedrijf in de directe nabijheid van de bebouwde kom ligt. Op deze locatie zou dan ook woningbouw ontwikkeld kunnen worden als zijnde uitbreiding van de bebouwde kom. Tevens wordt de forse milieucirkel die over de bestaande bebouwde kom van Barlo ligt gesaneerd met onderhavige ontwikkeling. De gemeente ziet dit als positieve ontwikkeling. Het maximaal aantal woningen voor de uitbreiding van de woonkern Barlo is volgens de woningbouwstrategie en het Afwegingskader buitengebied bepaald op ca. 14. Ten aanzien van de woningbouwcategorie wordt de gebruikelijke verdeling van 28, 32 en 40% toegepast. Het principebesluit wordt als 'kansrijk' bestempeld door de gemeente. In het principebesluit is aangegeven dat een aantal zaken verder uitgewerkt dienen te worden: 1. Het ontwikkelen van een goed onderbouwd en aantrekkelijk ruimtelijk plan in samenspraak met een stedenbouwkundige. 2. Levensloopbestendig en duurzaam bouwen. 3. Rekening houden met aspecten zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. 4. Het gebied ligt in Nationaal Landschap en de Groene Ontwikkelingszone.
De kernkwaliteiten van de als zodanig aangewezen gebieden zijn van belang voor deze woningbouwontwikkeling. Bovenstaande punten zijn nader uitgewerkt en worden nader toegelicht in deze motivering of worden nader toegelicht/bijgevoegd bij de aanvraag van de omgevingsvergunningen bij de technische bouwactiviteit.
3.4
Conclusie
Alles overwegende draagt de ontwikkeling bij aan een goede fysieke leefomgeving. Uit voorliggende motivering blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het Besluit kwaliteit leefomgeving, Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
17
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
18
Hoofdstuk 4
Voorbereiding en participatie
Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit hoofdstuk zal hier verder op worden ingegaan.
4.1
Participatie omgeving
Er hebben diverse participatiemomenten plaatsgevonden. In november 2023 is de directe buurt geïnformeerd. In april 2024 is het conceptplan gepresenteerd door initiatiefnemer en Buro Ontwerp & Omgeving tijdens de Algemene ledenvergadering van Barlo's belang. Hierbij waren 45 personen aanwezig. De presentatie is als positief ervaren. In mei 2024 is vervolgens weer gesprek gevoerd met de drie nabijgelegen families. Het volledige participatieverslag is bijgevoegd als Bijlage 2.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
19
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
20
Hoofdstuk 5 5.1
Beleid en regelgeving
Rijksbeleid en Rijksregels
5.1.1 Beleid: Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; de zeespiegelstijging; de overgang naar duurzame energie; de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; de groei en het bereikbaar houden van steden; plekken voor distributiecentra; het versterken van de natuur en biodiversiteit; het behoud van het landschap; de vitaliteit van de landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes.
Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Toetsing Ten aanzien van dit project wordt er ingespeeld op de opgave van het bouwen van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen. Met de realisatie van het initiatief worden zestien nieuwe woningen gerealiseerd, deels voor de doelgroep starters op de woningmarkt. Tevens wordt er, al zij het op micro-niveau, een bijdrage geleverd aan het sterker en leefbaarder maken van steden/dorpen en regio's. De woningen die op de locatie worden gebouwd dragen bij aan de behoefte aan en ondersteuning van het voorzieningenniveau in Barlo, Aalten en omgeving. Tot slot wordt de agrarische veehouderij opgekocht in het kader van de 'Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties'. De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) is een subsidieregeling voor veehouders die willen stoppen met hun bedrijf of een locatie van hun bedrijf. Het doel van de regeling is om de stikstofuitstoot vanuit de veehouderij te verlagen, zodat natuur die daarvoor gevoelig is, kan herstellen.
Het kabinet wil ervoor zorgen dat in 2030 minimaal de helft van de natuur in beschermde Natura 2000-gebieden op een gezond stikstofniveau zit. Hiermee draagt het initiatief bij aan de benodigde stikstofreductie in Natura 2000-gebieden. TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
21
5.1.2 Regels: Instructieregels Rijk (AMvB's) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: De dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Toetsing Ten aanzien van dit project zijn de instructieregels omtrent de kwaliteit van de buitenlucht, geluid en geur en bodemkwaliteit van belang. Deze aspecten worden uitgewerkt in Hoofdstuk 6. De overige aspecten zijn minder/niet relevant voor dit initiatief. 5.1.3 Conclusie rijksbeleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk.
5.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
5.2.1 Beleid: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: Energietransitie; Klimaatadaptatie;
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
22
Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Aalten. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie. Toetsing Ten aanzien van dit project voorziet het initiatief in de beëindiging en sloop van een intensieve varkenshouderij en de realisatie van zestien grondgebonden woningen. De nieuwe woningen worden duurzaam en gasloos uitgevoerd. Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan de energietransitie. Daarnaast worden er diverse typen woningen gerealiseerd, waardoor er gebouwd wordt voor diverse doelgroepen. De varkenshouderij zorgt in de huidige situatie voor de uitstoot van stikstof op Natura 2000-gebieden en wordt ook aangemerkt als piekbelaster. Daarnaast zorgt de varkenshouderij tevens voor geurhinder in de omgeving. De beëindiging van de varkenshouderij draagt bij aan het verbeteren van de woon- en leefomgeving.
Tevens draagt het bij aan de verbetering van de natuur. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de provinciale Omgevingsvisie. 5.2.2 Regels: Omgevingsverordening provincie Gelderland De meest actuele Omgevingsverordening is op 1 mei 2024 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening);
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
23
Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening). Ten aanzien van dit project zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'woonlocaties', 'groene ontwikkelingszone' en 'klimaatadaptatie' relevant. Paragraaf 5.7.1 'Woonlocaties en recreatiewoningen', doorwerking regionale woonagenda (art. 5.64) In de verordening wordt aangegeven dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen toe laat als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. Paragraaf 5.2.2 'Groene ontwikkelingszone', instructieregel beschermen Groene ontwikkelingszone (art. 5.20) In de verordening wordt aangegeven dat, voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen wordt toegelaten als uit onderzoek blijkt dat: a.
de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat. De versterking wordt bepaald aan de hand van de bijlage 'Versterking Groene ontwikkelingszone'. Paragraaf 5.7.6 'Klimaatadaptatie', instructieregel klimaatadaptatie (art. 5.85) De provinciale omgevingsverordening die op 1 mei 2024 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptatie (art. 5.85). Voor zover een motivering een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij de motivering een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Afdeling 5.3 'Instructieregels omgevingsplan: landschap (art. 5.34) De provinciale omgevingsverordening bevat regels over de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap op diverse locaties binnen de provincie Gelderland.
Op onderhavige locatie zijn kernkwaliteiten 1, 3 en 6 van het landschap met bijhorende ontwikkeldoelen van toepassing. Dit zijn uitgeschreven de volgende kernkwaliteiten: Een karakteristieke en identiteitsrijke streek in Oost Gelderland. Met het Oost-Nederlands Plateau als een bijzonder en hoger gelegen deelgebied (met een duidelijke terrasrand in het westen). Oude IJssel is grens met Liemers.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
24
Rijke afwisseling van grondgebruik resulteert in een half-open coulisselandschap: weide en akkergronden, oude bouwlanden (grote en kleine open essen), houtwallen, hagen en singels, landgoederen en landgoederenzones, bos- en natuurterreinen, beken, laken en weteringen. Oost-Nederlands Plateau: kleinschalig, organisch gegroeid halfopen coulisselandschap met afwisseling van bosjes, houtwallen, landbouwgrond, lanen, meanderende beken, boerderijen; oostelijke helft kleinschaliger dan westelijke helft. Tevens rijk aan microreliëf: o.a. steilranden, essen, eenmansessen. Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van zestien woningen. Er worden verschillende woningtypes gebouwd. Er wordt daarmee voldaan aan de vraag naar verschillende woningtypes binnen de gemeente Aalten. Daarbij zal gezorgd worden voor een goed woon- en leefklimaat en waar mogelijk zal er ook een bijdrage geleverd worden aan de biodiversiteit. Daarnaast valt het plangebied binnen de Groene Ontwikkelingszone van de provincie Gelderland. Hiervoor geldt dat moet worden aangetoond dat de kernkwaliteiten van het gebied worden versterkt. Een uitgebreidere toets aan de Groene ontwikkelingszone is te vinden in paragraaf 6.9. Hierin wordt aangetoond dat de aanwezige kernkwaliteiten van het gebied versterkt worden door gebruik te maken van de rekentabel Groene Ontwikkelingszone.
Met het plan wordt verder een versterking geleverd aan de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen die de provincie voor onderhavige locatie heeft opgesteld. Het karakteristieke en identiteitsrijke landschap van het 'Oost-Nederlands Plateau' wordt in het plan versterkt op verschillende manieren (zie tevens paragraaf 3.1 en Bijlage 1): Versterken van de biodiversiteit, de kleinschaligheid en afwisseling van het kampenlandschap door aanleg en beheer van de boomgaardjes, erfbeplanting, bosschages en open kruidenrijke graslanden; Versterken van de herkenbaarheid van het kleine escomplex door het versterken van de openheid (verwijderde stallen) en het verdichten van de randen (toevoegen van bosschages en erfbeplanting); Versterken herkenbaarheid historisch wegenpatroon door terugbrengen van de historische padenstructuur op het erf; Landschappelijke gradiënt respecteren, zichtbaar en beleefbaar maken. Het microreliëf van de esrand wordt weer zichtbaar gemaakt en versterkt door met de wadi het hoogteverschil te vergroten; Benutten van kwel, bevorder de inzijging en vasthouden uittredend kwelwater door het maken van een wadi onderaan de es.
Deze wordt natuurlijk ingezaaid ten behoeve van de ecologische potenties; Zorgen voor behoud/versterking van zichtlijnen vanaf de hogere gebiedsdelen over de omgeving door in het ensemble van nieuwe woningen en groenstructuren het zicht vanaf de grote eik op de es als beeldbepaler van de compositie; Gebruiken van karakteristieke en gebiedseigen beplanting met een houtwal, houtsingel, hagen, boomgaardjes en erfbeplanting; De afwisseling van de open es met deze opgaande groenstructuren en erfbebouwing versterkt het halfopen coulisselandschap. Op basis van de klimaateffectatlas is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat het projectgebied niet gevoelig is voor wateroverlast als gevolg van extreme neerslag wanneer de ontwikkeling wordt uitgevoerd. De Lichtenvoordsestraatweg en de toegang TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
25
tot de ontwikkellocatie blijven goed begaanbaar in beide scenario's. Het noord-oostelijk gedeelte van het plangebied is kwetsbaar voor extreme neerslag. In de voorgestelde plannen worden in deze hoek van het projectgebied geen woningen of infrastructuur gerealiseerd. Dit zal geen verdere overlast veroorzaken. Daarnaast wordt er in paragraaf 6.5 uitgebreid ingegaan op het aspect water en hoe om te gaan met eventuele wateroverlast. Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied niet warmer zal zijn op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige, bebouwde situatie. Gezien de sloop van de bedrijfsgebouwen en het realiseren van groen zal de hittestress in het plangebied niet toenemen. De geplande nieuwbouwwoningen zijn tevens goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee zijn de woningen ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het projectgebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid.
Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige situatie ook zo is. Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming. De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen watergangen in nabijheid van het plangebied liggen. Er is geen sprake van risico op overstroming. De ontwikkeling past in de regionale woonagenda, zie paragraaf 5.3. Er hoeven op het gebied van klimaatadaptatie geen specifieke maatregelen te worden getroffen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'wonen', 'groene ontwikkelingszone' en 'klimaatadaptatie'. Het initiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten van het provinciaal beleid.
5.2.3 Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Gelderland.
5.3
Regionaal beleid
5.3.1 Beleid: Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 Op 28 februari 2023 heeft de gemeenteraad van Aalten de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ('Goed wonen in een vitale regio') vastgesteld als opvolger van de Regionale woonagenda 2015-2025. De directe aanleiding hiervoor zijn de veranderingen op de woningmarkt, in woonbehoeftes en de wens om wonen meer dan voorheen te bezien als een integrale gebiedsopgave. De vorige regionale woonagenda (2015) ging uit van een krimpscenario. De bevolking in de Achterhoek neemt inmiddels toe en ook de woonbehoeftes veranderen. In de samenstelling van de Aaltense bevolking worden de komende jaren meer ouderen/senioren en kleine huishoudens voorzien. Starters vinden moeilijk een plek op de woningmarkt. Alle reden om het bestaande beleid op wonen te actualiseren en doelstellingen aan te passen. Deze nieuwe agenda kent vier programmalijnen: Vergroten woningvoorraad en versnelling productie
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
26
De ambitie is om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wil de regio haar woningvoorraad flink en versneld uitbreiden. Het streven is om 1.200 woningen per jaar te realiseren. De gemeenten, de provincie en het Rijk maken in de Regionale Woondeal onder voorwaarden afspraken om tot en met 2030 in ieder geval 8.390 woningen te bouwen in de Achterhoek (waarvan 750 woningen in de gemeente Aalten). Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad De ambitie is om zoveel mogelijk woningen kwalitatief en energetisch te verbeteren. Met verbeteren wordt verduurzamen, levensloopbestendig maken en/of herstructurering bedoeld. De Achterhoek, een plek voor iedereen Er wordt fors geïnvesteerd in een toename van betaalbare woningen. Hiermee wordt ingezet op een evenwichtig woningaanbod in de regio. De Achterhoekse gemeenten geven elkaar de ruimte om te bouwen passend bij de lokale behoefte, tegelijkertijd wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid genomen om de extra vraag van jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen te kunnen beantwoorden. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij de ambities van het Rijk om tot en met 2030 tweederde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen.
Daarbij wordt het volgende nieuwbouwprogramma gehanteerd bij projecten van twintig of meer woningen: 28% sociale huur, 32% betaalbare koop tot € 355.000 (prijspeil 2022) en middenhuur (tot € 1.000,- per maand of minder). Voor starters ligt de betaalbaarheidsgrens vast op maximaal € 250.000 (prijspeil 2022). Bij minder dan twintig woningen vindt maatwerk plaats, met inachtneming van de gewenste kwaliteit zoals opgenomen in de regionale woonagenda. Elke gemeente is verantwoordelijk dat over het gemeentelijk totaal de verdeling in betaalbaarheid gehaald wordt. Wonen als integrale gebiedsopgave Vanuit de regionale woonagenda worden regionale woonstrategieën benoemd. Woonstrategieën zijn regionale aanpakken om op integrale wijze invulling te geven aan de woningbouw en transformatieopgaven in alle Achterhoekse gemeenten, passend bij de gebiedseigen opgaven en context. Het gaat daarbij om de volgende woonstrategieën: 1. Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; 2. Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; 3. Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteitsknooppunten; 4. Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied. Toetsing Met het initiatief is sprake van een ontwikkeling van een locatie ten zuiden van bestaand stedelijk gebied (kern van Barlo).
De bestaande agrarische gronden worden vervangen door een uitbreiding van een woongebied, waarbij er sprake is van nieuwe toekomstbestendige woningen. Het plan voorziet in een variatie aan woningtypen (vrijstaand, twee-onder-een-kap en rijwoningen) met goedkope koop/huur en vrije sector koop. Met het initiatief wordt voorzien in een actuele behoefte aan diverse woningtypen. Gezien er minder dan twintig woningen worden gerealiseerd, hoeft er niet strikt te worden voldaan aan de verdeling van sociale huur en betaalbare koop. Desalniettemin zal circa 60% van de woningen aangeboden worden als goedkope koopwoning of als huurwoning. De overige woningen worden in de vrije sector aangeboden.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
27
5.3.2 Beleid: Geactualiseerde afspraken over woningbouwaantallen, betaalbaarheid en randvoorwaarden In april 2025 is de bijlage 'geactualiseerde afspraken over woningbouwaantallen, betaalbaarheid en randvoorwaarden' vastgesteld. Deze bijlage vormt een uitbreiding en actualisatie van de afspraken die zijn gemaakt in de woondeal van de woonregio Achterhoek. Gemeenten, provincies en de rijksoverheid spannen zich in om het huidige woningtekort aan te pakken en de komende jaren versneld meer woningen te bouwen. In de regionale woondeal is een doorvertaling gemaakt van de nationale woningbouwopgave naar de provinciale en lokale opgave per gemeente. Gemeenten zetten zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor het terugdringen van het woningtekort. Er worden afspraken gemaakt over ieders aandeel in het behalen van deze doelstellingen. Daarbij geldt de afspraak dat ten minste tweederde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar is, inclusief 30% sociale huur. De uitzondering voor de betreffende regio staat hieronder weergegeven. In de brief van de provincie Gelderland aan de minister van VRO van 17 december 2024 is benoemd welke extra inspanning provincie en gemeenten willen leveren om het woningtekort terug te dringen, inclusief een specificatie per regio. De afspraken in deze bijlage zijn binnen dat kader gemaakt.
De lange horizon van deze afspraken vereist aanpassingsvermogen en realisme wanneer de omstandigheden wijzigen. Woningbouw kan complex zijn en is afhankelijk van de invulling van randvoorwaarden. Provincie, gemeenten en overige partijen willen er samen alles aan doen om de opgave te realiseren. Zij bespreken frequent de voortgang en ondernemen vroegtijdig actie om deze te waarborgen. In de periode 2025 tot en met 2034 wil de woonregio Achterhoek in totaal 15.110 woningen realiseren. Toetsing Met de actualisatie van de woondeal woonregio Achterhoek blijft onderhavig initiatief voldoen aan de afspraken die gelden in deze woonregio. Zie voor de toetsing paragraaf 5.3.1. 5.3.3 Beleid: Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek De groei van het aantal huishoudens in de regio houdt langer aan dan eerder voorzien. Dit betekent dat er extra woningen moeten komen bovenop het aantal dat nu in afspraken is vastgelegd. Er moet meer ruimte gegeven worden aan de bouw van extra woningen. De prioriteit moet daarbij liggen op woningen waar nu behoefte en een duidelijk tekort aan is. Het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO) geeft een helder advies over de bouwopgave: blijf bouwen voor starters en creëer geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen.
Dit is vertaald naar het geven van extra ruimte door scherpe voorwaarden te stellen aan nieuwe initiatieven voor woningbouw. Met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek' zijn regionaal kwalitatieve criteria afgesproken waaraan de gemeenten nieuwe plannen moeten toetsen. Dit betreft de volgende drie kwaliteitscriteria: De behoefte is aangetoond; Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop); Inbreiding gaat voor uitbreiding. In september 2019 stemden de zeven gemeenteraden in de Regio Achterhoek in met de kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek. In oktober 2019 is deze door de provincie Gelderland vastgesteld. De kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
28
zijn doorvertaald in het 'Afwegingskader nieuwe initiatieven woningbouw' van de gemeente Aalten, vastgesteld op 23 februari 2021. Met dit afwegingskader kunnen nieuwe initiatieven omtrent woningbouw worden getoetst. Toetsing Het ontwerp voorziet in de realisatie van twee levensloopbestendige woningen. Daarnaast zijn alle vrijstaande woningen met kleine aanpassingen goed levensloopbestendig te maken. Hiermee voorziet het initiatief in een aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. Daarnaast zullen de rijwoningen, welke allen in de betaalbare koop/huur worden aangeboden, voornamelijk starters als doelgroep hebben. Het initiatief wordt gerealiseerd op een locatie waar een voormalige veehouderij is gevestigd. Hiermee wordt een nieuwe invulling gegeven aan een gebied waar anders kans op leegstand zou ontstaan. Dit voldoet aan de kwaliteitscriteria om voorrang te geven voor transformatie. 5.3.4 Conclusie regionaal beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de regio Achterhoek.
5.4
Beleid waterschap
5.4.1 Beleid: Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn de doelen van waterschap Rijn en IJssel weergegeven in vier thema's: Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie van het waterschap is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar op ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Daarbij is er aandacht voor een duurzame wijze van beheer en behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied.
Er wordt naar gestreefd dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
29
Toetsing Ten aanzien van dit project zijn geen van de bovenstaande thema's specifiek van belang. Er worden geen specifieke waterschapsbelangen geraakt. Nadere toetsing is om die reden dan ook niet noodzakelijk. 5.4.2 Regels: Waterschapsverordening De eerste versie van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel ontstaat van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Die Waterschapsverordening bevat (op basis van artikel 22.14 van de Omgevingswet en artikel 4.7 van de Invoeringswet Omgevingswet): De regels die zijn opgenomen in de Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009, met uitzondering van hoofdstuk 2 (over de onderhoudsplichten); De regels die zijn opgenomen in de Aansluitverordening Rijn en IJssel; De regels die zijn opgenomen in de Algemene regels, nadere regels en verplichtingen i.v.m. Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009; Artikel 8 Verkeersbesluit Oude IJssel; De zones rond waterstaatswerken, die zijn opgenomen in de legger op grond van artikel 5.1 van de Waterwet; De zogeheten 'bruidsschat': voormalige rijksregels (met name over lozingsactiviteiten), die onder de Omgevingswet niet op rijksniveau terugkeren.
De eerste wijziging van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel heeft tot doel om de Waterschapsverordening die van rechtswege is ontstaan te integreren tot een goed geordende versie, die conform de toepasselijke standaarden is vormgegeven en van de benodigde annotaties en digitale werkingsgebieden is voorzien. Toetsing Het initiatief dient te voldoen aan de waterschapsverordening. Het initiatief raakt verder geen specifieke onderdelen van de verordening. Nadere toetsing is om die reden dan ook niet noodzakelijk. 5.4.3 Overig relevant beleid waterschap De weging van het waterbelang is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. Het heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De weging heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het projectgebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Met behulp van de weging van het waterbelang kan eenvoudig worden bepaald welke wateraspecten van belang zijn. Naarmate er een groter waterbelang is, zal een uitgebreidere procedure van de weging van het waterbelang moeten worden doorlopen.
We maken onderscheid in de volgende drie resultaten van de weging van het waterbelang: 1. Plan raakt geen wateraspecten: geen wateradvies van het waterschap nodig. 2. Korte procedure: het plan past binnen de uitgangspunten van het waterschap. De initiatiefnemer of gemeente ontvangt van het waterschap een standaardwaterparagraaf, en werkt de voor het plan relevante wateraspecten uit. De waterparagraaf wordt vervolgens door het waterschap van een wateradvies voorzien. 3. Normale procedure: er zijn grote of meerdere wateraspecten van belang. De initiatiefnemer overlegt met het waterschap om tot maatwerk te komen. De initiatiefnemer brengt opties in beeld en onderbouwt keuzes m.b.t. de waterhuishouding.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
30
In de toelichting op de omgevingsplanwijziging moet een stapsgewijze benadering van het huidige en toekomstige watersysteem worden opgenomen. Deze bestaat uit de volgende stappen: 1. Omschrijf het huidig watersysteem; 2. Omschrijf de visie op het watersysteem in het projectgebied. Houdt hierbij rekening klimaatontwikkeling en benut uitkomsten uit stresstesten voor wateroverlast, droogte, hitte en overstroming; 3. Omschrijf de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op het watersysteem; 4. Omschrijf welke maatregelen worden genomen om met de gevolgen om te gaan. Hierbij geldt als uitgangspunt, dat de ontwikkeling waterneutraal en klimaatrobuust is. Om te weten of er een waterschapsbelang wordt geraakt, wordt de digitale watertoets ingevuld. Voor de uitwerking/resultaten van de watertoets wordt verwezen naar paragraaf 6.5. 5.4.4 Conclusie beleid waterschap Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap Rijn en IJssel. Voor de uitwerking/resultaten van de watertoets wordt verwezen naar paragraaf 6.5.
5.5
Gemeentelijk beleid
5.5.1 Beleid: Woonvisie 2021 - 2026 Op 23 februari 2021 is de geactualiseerde woonvisie vastgesteld voor de gemeente Aalten. De 'Woonvisie 2021 - 2026' beschrijft het beleid van de gemeente Aalten op het gebied van het wonen, zowel voor nieuwbouw als de bestaande woningvoorraad, fysieke- als sociale opgaven. De visie geeft de kaders aan waar binnen via verschillende maatregelen, instrumenten en afspraken wordt gewerkt om de ambities op de gemeentelijke woningmarkt de komende vijf jaar (2021-2026) te bereiken. Deze kaders zijn richtinggevend waardoor er ruimte is voor flexibiliteit en maatwerk. De volgende onderwerpen komen aan bod in de woonvisie: Flexibel inspelen op de woonvraag: op het snijvlak van groei en krimp; Mogelijkheden voor starters vergroten; Meer ruimte voor innovatieve woonconcepten; Mogelijkheden voor woningsplitsing en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) in het buitengebied verruimen; Wonen en zorg voor ouderen; Spoedzoekers; voor wie moet de gemeente er zijn, voor wie wil de gemeente er zijn en wie zijn zelfredzaam? Evaluatie afwegingskader: meer ruimte voor duurzaam bouwen, grens goedkope koop omhoog. Woningbouwstrategie gemeente Aalten: Als uitwerking van de Woonvisie 2021 - 2026 heeft de gemeenteraad de woningbouwstrategie 'flexibel inspelen op de woningvraag' voor de gemeente Aalten vastgesteld.
In deze notitie worden diverse uitgangspunten en scenario's belicht voor de kwantitatieve woningbouwopgave voor de komende 10 jaar in de gemeente Aalten. Op basis van de verschillende scenario's is de woningbehoefte ingepland op circa 820 woningen voor de periode 2021-2030. Om eventuele planuitval op te vangen werkt de gemeente Aalten aan een planvoorraad van 1.050 woningen.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
31
Toetsing Met het oog op voorliggend initiatief zijn de onderwerpen 'mogelijkheden voor starters vergroten' en 'mogelijkheden voor woningsplitsing en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) in het buitengebied verruimen' van toepassing. De bestaande woningvoorraad bestaat uit relatief veel ruime twee-onder-één-kap en vrijstaande woningen die nauwelijks financieel bereikbaar zijn voor starters. De behoefte aan betaalbare huurwoningen is dan ook groot. Daarbij gaat het met name om appartementen en rij- en hoekwoningen die iets kleiner zijn dan de gemiddelde woning in de gemeente Aalten. Deze ontwikkeling voorziet in negen rijwoningen welke aantrekkelijk voor starters zijn. Deze rijwoningen zullen ook allen als betaalbare koop/huur aangeboden. Daarnaast is er sprake van vrijkomende agrarische bebouwing. Het initiatief wordt gerealiseerd op een locatie waar een voormalige veehouderij is gevestigd. Hiermee wordt een nieuwe invulling gegeven aan een gebied waar anders kans op leegstand zou ontstaan. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de Woonvisie 2021-2026. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van zestien woningen. De ontwikkeling is afgestemd met omliggende functies en bestemmingen en sluit zoveel mogelijk aan op de gemeentelijke visie. Er worden grondgebonden woningen. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
In Hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Deze vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 5.5.2 Beleid: Landschapsontwikkelingsplan Nieuwe Noabers, vernieuwend landschap Op 20 november 2007 heeft de gemeenteraad het landschapsontwikkelingsplan (LOP) 'Nieuwe noabers, vernieuwend landschap' vastgesteld. Het LOP moet gezien worden als een ideeën- en inspiratieboek voor de ontwikkeling en beheer van het landschap. Naast natuur en landschap geeft het LOP ook concrete voorbeelden voor recreatieve ontsluiting en functieverandering van het landelijk gebied. In het LOP worden negen landschapsensembles onderscheiden:
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
32
Landschapsensembles LOP
Voor elk landschapsensemble is een apart werkboek opgesteld. Elk werkboek bevat de volgende onderdelen: de visie voor het landschapstype; doelen vanuit het beleid en vanuit de mensen in het gebied; de bestaande waardekaart; de uitwerking van het LOP in tekst en op kaartbeeld, algemeen en per functie in het landschap; de mogelijke landschapselementen in de vorm van een bouwpakket voor punt-, lijn- en vlakelementen. Binnen het LOP is het projectgebied gelegen binnen het landschapsensemble 'Aalten'. Het valt binnen de zone Aalten-noord. Het motto van dit deelgebied is: 'geef de Noorderes een groene krans met kranspaden en espaden! De Noorderes van Aalten ligt, door een brede rand van beplanting, bijna onzichtbaar ten noorden van huidige rondweg. Enkele wegen met stoere laanbeplanting lopen richting Barlo. Maak deze es weer zichtbaar en behoud de openheid. Bescherm in de kransen de plateauranddalletjes met holle wegen'.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
33
Voor de Noorderes worden de volgende landschappelijke elementen aangemerkt als waardevol en te versterken: Groep van eik of linde bij uitzichtpunt; Hegge: zandpad over es; Kranspad: eikensingel langs esrand; Kranspad: wilde haag langs esrand. Toetsing Een belangrijk element in het ontwerp is het terugbrengen/versterken van de esrand. Deze is, afwijkend van de kadastrale grens, teruggebracht op de originele positie. Het hoogteverschil in de esrand (steilrand) kan worden gemaakt en versterkt door het maken van een laagte en het inzaaien van de rand. Een uitgebreide analyse van het landschap ter plaatse van het projectgebied en toetsing aan het LOP is te vinden in Bijlage 1. 5.5.3 Conclusie gemeentelijk beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de gemeente Aalten.
5.6
Omgevingswaarden
De gemeente heeft voorlopig geen gebruik gemaakt van de in het Bkl verankerde bevoegdheid tot het vastleggen van facultatieve omgevingswaarden. Toetsing hieraan is daarom niet mogelijk.
TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69
NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01
vastgesteld
34
Hoofdstuk 6
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen zijn op het onderzochte omgevingsaspect.
6.1
Geluid
Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 6.1.1 (Wettelijk) kader De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid, het Aanvullingsbesluit geluid en de Aanvullingsregeling geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven.
Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: Het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidgevoelige gebouwen en locaties; Het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; Het bevorderen van bronmaatregelen; Het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels; Het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaandachtsgebieden. De geluidaandachtsgebieden worden rekenkundig afgeleid van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies. De geluidaandachtsgebieden moeten op termijn digitaal op kaart worden ontsloten in de Centrale Voorziening Geluidgegevens. De geluidnormen zijn opgenomen in het Bkl. Er moet ook rekening worden gehouden met cumulatie van alle relevante geluidbronnen. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw of locatie binnen een geluidaandachtsgebied moet het aspect geluid beoordeeld worden. Overigens moet ook waar geen sprake is van een geluidaandachtsgebied in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties het aspect geluid afgewogen worden.