CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Motivering TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten

Gemeenteraad 2 juni 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel Herontwikkeling locatie Nijverheidsweg 1 Aalten16.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging plangebied 1.3 Leeswijzer

6 6 6 7

Hoofdstuk 2

Beschrijving huidige situatie

8

Hoofdstuk 3 Voorgenomen ontwikkeling 3.1 Wat houdt de ontwikkeling in? 3.2 Strijdigheid omgevingsplan 3.3 Medewerking opheffen strijdigheid

10 10 12 14

Hoofdstuk 4 Voorbereiding en participatie 4.1 Participatie omgeving

15 15

Hoofdstuk 5 Beleid en regelgeving 5.1 Rijksbeleid en Rijksregels 5.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 5.3 Regionaal beleid 5.4 Gemeentelijk beleid 5.5 Omgevingswaarden

17 17 18 21 23 24

Hoofdstuk 6 Omgevingsaspecten 6.1 Geluid 6.2 Luchtkwaliteit 6.3 Geur 6.4 Bodemkwaliteit 6.5 Water 6.6 Mobiliteit en parkeren 6.7 Omgevingsveiligheid 6.8 Natuur 6.9 Cultureel erfgoed 6.10 Duurzaamheid 6.11 Ladder voor duurzame verstedelijking 6.12 Milieubelastende activiteiten 6.13 M.e.r.- beoordeling 6.14 Gezondheid

25 25 27 28 29 30 32 34 36 37 38 39 39 40 41

Hoofdstuk 7 Beperkingengebieden 7.1 Beperkingengebieden 7.2 Conclusie

42 42 42

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43 43 43

Hoofdstuk 9 Juridische uitvoerbaarheid 9.1 Algemeen 9.2 Opzet van de regels

44 44 44

Bijlagen bij motivering Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan

47 48 50

2

Inhoudsopgave (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

Participatie Ladder voor duurzame verstedelijking Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bodemonderzoek Watertoets Waterberging Stikstofberekening Quickscan natuurwaarden Nader onderzoek vleermuis, huismus, gierzwaluw en steenmarter M.e.r.-beoordeling

Inhoudsopgave (ontwerp)

63 70 77 128 256 265 267 286 329 342

3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

4

(ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Motivering

Motivering (ontwerp)

5

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Op het perceel aan de Nijverheidsweg 1 in Aalten bevindt zich op dit moment een garagebedrijf met een showroom en tankstation. Het perceel ligt op de hoek van de Nijverheidsweg en de Richterinkstraat. Het is de bedoeling om alle opstallen te slopen en te vervangen door woningen. Het plangebied wordt herontwikkeld tot woongebied met 69 woningen. Er ontstaat een gevarieerd woningaanbod met twee appartementengebouwen, rijwoningen, rug-aan-rugwoningen en twee-onder-een-kapwoningen. Hiermee wordt ingespeeld op de woningbouwbehoefte in de kern Aalten. Op basis van het geldende omgevingsplan ontbreken op dit moment de mogelijkheden om de beoogde activiteiten uit te voeren. Volgens het ‘Omgevingsplan gemeente Aalten’, met onderliggend bestemmingsplan ‘Kern Aalten 2011’, hebben de gronden namelijk de functies ‘Bedrijf’ en ‘Groen’. Binnen deze functies ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het realiseren van woningen. Om dit mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggende motivering toont aan dat het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat het plan ruimtelijk wenselijk is.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het noordwesten van de kern Aalten. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Aalten ten opzichte van de directe omgeving met respectievelijk een rode ster en rode omlijning indicatief weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: Plattekaart.nl, bewerk t)

6

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de omgevingsplanwijziging die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk-functionele situatie. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste situatie, de beoogde ontwikkeling en de strijdigheid met het geldend omgevingsplan. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de voorbereiding en participatie van onderhavig plan. In Hoofdstuk 5 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In Hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in diverse planologische en milieuaspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In Hoofdstuk 7 wordt ingegaan op mogelijke beperkingengebieden die in het plangebied gelden. In Hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in Hoofdstuk 9 ingegaan op de juridische uitvoerbaarheid van het plan.

Motivering (ontwerp)

7

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Hoofdstuk 2

Beschrijving huidige situatie

Zoals reeds benoemd, ligt het plangebied op de hoek van de Nijverheidsweg en de Richterinkstraat. Op het perceel bevindt zich in de huidige situatie een garagebedrijf met een tankstation en bijbehorende voorzieningen. Het plangebied is ontsloten op zowel de Nijverheidsweg als de Richterinkstraat, als Uranus via een in-uitrit met een poort. Het gaat om de percelen die kadastraal bekend staan als kadastrale gemeente Aalten, sectie K, perceelnummers 2208, 1831, 3046 en 3045. Aan de noord-, oost- en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door woonfuncties. De ruimtelijk-functionele structuur wordt daarmee in hoofdzaak bepaald door de woonomgeving. Daarnaast vormt de Nijverheidsweg een belangrijke structuurdrager in de directe omgeving van het plangebied. Aan de westzijde, aan de overzijde van de Nijverheidsweg, bevinden zich verschillende bedrijfsfuncties. In afbeelding 2.1 zijn straatbeeldfoto’s weergegeven. Afbeelding 2.2 toont de huidige situatie aan de hand van een luchtfoto. In afbeelding 2.2 is het plangebied indicatief geduid met rode omlijning.

Afbeelding 2.1: Straatbeeldfoto's (Bron: Google Streetview)

8

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Afbeelding 2.2: Luchtfoto van het plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)

Motivering (ontwerp)

9

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Hoofdstuk 3

Voorgenomen ontwikkeling

3.1

Wat houdt de ontwikkeling in?

3.1.1

De ontwikkeling

Het voornemen betreft de sloop van alle aanwezige bebouwing en de sanering van de huidige erfverharding. Vervolgens wordt het perceel als woongebied ingericht. Er worden 69 woningen gerealiseerd in diverse woningtypes: Appartementen studio's (sociaal) en appartementen vrije sector (A in afbeelding 3.1); Appartementen middenhuur (B in afbeelding 3.1); Rijwoningen incl. levensloopbestendig (C in afbeelding 3.1); Rijwoningen (D in afbeelding 3.1); Rug-aan-rug woningen (E in afbeelding 3.1); Twee-onder-een-kapwoningen (F in afbeelding 3.1). Er is een ontsluiting via de Richterinkstraat, tevens is het plangebied ontsloten op de Uranus (uitsluitend voor voet- en fietsgangers). De bestaande inrit vanaf de Nijverheidsweg komt te vervallen. In het nieuwe plan wordt groen toegevoegd en worden wadi’s aangelegd voor de opvang en infiltratie van regenwater. Een deel van de parkeerplaatsen wordt op de eigen kavels gerealiseerd, terwijl de overige woningen gebruikmaken van parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Hiermee betreft het een zorgvuldig ingepaste inbreidingslocatie die voorziet in een concrete lokale woningbehoefte. In Bijlage 1 is het stedenbouwkundig plan opgenomen. In afbeelding 3.1 wordt een overzichtstekening van de nieuwe situatie weergegeven.

10

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Afbeelding 3.1: Stedenbouwkundig plan (Bron: EVE architecten) 3.1.2

Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

Door EVE architecten is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan is als Bijlage 2 bij deze motivering gevoegd. Hieronder worden kort de belangrijkste punten uit het beeldkwaliteitsplan genoemd. Visie op het plangebied Bij de ontwikkeling speelt de positionering van de wadi een centrale rol in de klimaatadaptieve inrichting. Deze wadi, wacht nog op een exacte invulling, maar fungeert als kern voor wateropvang en -infiltratie binnen het groene restant van het plangebied. Hierin worden bomen strategisch geplaatst om schaduwwerking, maatvoering en verblijfskwaliteit te creëren, terwijl de wadi's de waterhuishouding versterken en de wijk klimaatbestendiger maken. De ontsluiting van alle auto's verloopt uitsluitend via de Richterinkstraat, wat de wijkstructuur helder en overzichtelijk houdt. Voetgangers en fietsers kunnen middels een ontsluiting Uranus bereiken. Hiermee is er een goede aanhechting op de bestaande woonbuurt. Parkeren vindt grotendeels plaats in het openbare gebied, met parkeervakken in open verharding die regenwater laat infiltreren. Dit vermindert de verhardingsdruk en draagt bij aan een duurzame opzet. Aan de kop van het plan markeert een appartementengebouw het entreepunt van de wijk en vormt een logische overgang tussen industriegebied en nieuwe woonomgeving. De hogere bebouwing versterkt dit stedenbouwkundige accent.

Voor de appartementen komt een gezamenlijke tuin, plus een optioneel dakterras met pergola op het drie verdiepingen tellende deel. Langs de Richterinkstraat integreert een

Motivering (ontwerp)

11

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) twee-onder-een-kapwoning naadloos in de bestaande rooilijn, waarmee het straatprofiel compleet wordt en aansluit bij de huidige korrel en schaal. Dieper in het gebied ontstaat een kleinschalig erf (pleinachtige inrichting) dat het informele karakter van de binnenwereld versterkt. De eerste zichtlijn vanaf de entree richt zich op de rug-aan-rugwoningen, waarvan de erfzijde als volwaardige voorgevel fungeert en zorgvuldige gevelontwerping vereist. Alle gevels naar de openbare ruimte, inclusief het alzijdig te ontwerpen appartementencomplex, moeten met aandacht worden uitgewerkt om een samenhangend beeld te waarborgen. Beeldkwaliteit 1. Grondgrondgebonden woningen De grondgebonden woningen bestaan uit twee-onder-een-kap, rijwoningen en rug-aan-rug huizen, maximaal 1 tot 2 lagen met hellend dak. De kapvormen ondersteunen de structuur en bevatten mee ontworpen dakkapellen en zonnepanelen in rechthoekige vlakken. De kappen domineren het volume, terwijl gevels rustig en evenwichtig blijven met dorpse raamverhoudingen en zichtbare voordeuren. Materialen zijn warm en natuurlijk, zoals baksteen, hout en keramische pannen, met subtiele kleuraccenten ter ondersteuning van de architectuur.

Bijgebouwen worden mee ontworpen, zijn ondergeschikt en passen met platte of dakbedekte daken in dezelfde hellingshoek als de woningen. De detaillering is eenvoudig maar zorgvuldig, met scherpe, ingetogen contrasten en een eenduidig materiaalgebruik per gebouw. Hiermee wordt goed aangesloten op het omliggende woongebied. 2. Appartementencomplex Het appartementencomplex bestaat uit een deel van 3 en een deel van 4 lagen met een plat dak dat geschikt is voor zonnepanelen. Het massieve volume wordt doorbroken door terugliggende geveldelen en variatie in bouwmassa, wat zorgt voor een heldere gevelopbouw met een verticale en horizontale ritmiek geïnspireerd op industriële gebouwen. De gevels zijn rustig en evenwichtig, met grote raamvlakken voor daglicht en woonkwaliteit. De bovenste laag heeft een afwijkende materialisering of kleur als afronding van het volume. Het ontwerp kenmerkt zich door sobere, doelmatige architectuur met strakke lijnen, gemaakt van baksteen, beton, staal of composiet, passend bij zowel het bedrijventerrein als de woonwijk. Subtiele kleuraccenten versterken het herkenbare beeld. Openbaar gebied De erfafscheidingen aan het openbare gebied bestaan uit hagen, hedera-hekwerken of groenblijvende varianten met variabele hoogte; achtertuinen krijgen altijd een hoge haag, onderbroken voor autotoegang en voetgangerspaden.

Een robuuste wadi in het openbare gebied vangt en infiltreert regenwater als zichtbaar landschapselement voor klimaatbestendigheid. Strategisch geplaatste bomen in de verharding bieden schaduw, maat en oriëntatie. Het parkeerterrein past landschappelijk in met open, infiltrerende verharding, groene eilanden, hagen en bomen. De straat krijgt gebakken klinkers met molgoot, passend bij de dorpse Richterinkstraat voor een sfeervol, robuust geheel.

3.2

Strijdigheid omgevingsplan

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Aalten. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024 (laatst gewijzigd 24 januari 2024). Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit een nieuw en een tijdelijk deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt gevormd door de besluiten die zijn aangewezen in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, de kaarten en besluiten, bedoeld in artikel 3.5, lid 2 en 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en de omgevingsplanregels van rechtswege, bedoeld in artikel 22.2, lid 1, Omgevingswet. Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied zijn met name de bestemmingsplannen 'Kern Aalten 2011' en 'Parapluplan gemeente Aalten' van belang, die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan 'Kern Aalten 2011' opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met de rode contour. De gronden zijn voorzien van de enkelbestemmingen 'Bedrijf' en 'Groen'. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie laag' en de gebiedsaanduidingen 'veiligheidszone - lpg' en

12

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) 'wro-zone - wijzigingsgebied 3'.

Afbeelding 3.2: Uitsnede behorende bij bestemmingsplan 'Kern Aalten 2011' (Bron: ruimtelijk eplannen.nl) De enkelbestemming 'Bedrijf' is voorzien van bouwvlak, verder gelden nog de volgende maatvoeringsaanduiding en functieaanduidingen: Functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf'; Functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; Functieaanduiding 'vulpunt lpg'; Maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte: 10 m'; Maatvoeringsaanduidieng 'maximum bebouwingspercentage terrein: 50%'. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan 'Parpaluplan gemeente Aalten' opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met de rode contour. Op basis van dit bestemmingsplan zijn de gronden voorzien van de gebiedsaanduidingen 'overige zone - nieuwbouw niet toegestaan', 'overige zone - rest bebouwde kom' en 'wetgevingszone wijzigingsgebied 3 vervallen'.

Afbeelding 3.3: Uitsnede behorende bij bestemmingsplan 'Parapluplan Aalten' (Bron: ruimtelijk eplannen.nl) Op basis van het geldende omgevingsplan ontbreken op dit moment de mogelijkheden om de beoogde

Motivering (ontwerp)

13

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) activiteiten uit te voeren. Volgens het ‘Omgevingsplan gemeente Aalten’, met onderliggend bestemmingsplan ‘Kern Aalten 2011’, hebben de gronden namelijk de functies ‘Bedrijf’ en ‘Groen’. Binnen deze functies ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het realiseren van woningen. Om dit mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk.

3.3

Medewerking opheffen strijdigheid

Woonstaete heeft een plan ontwikkeld voor 69 woningen. De stedenbouwkundige invulling en het woonprogramma zijn in samenspraak met de gemeente tot stand gekomen en in overleg met het Gelders Genootschap afgerond. Dit stedenbouwkundig plan vormt de basis voor dit Omgevingsplan.

14

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Hoofdstuk 4

Voorbereiding en participatie

Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit hoofdstuk zal hier verder op worden ingegaan.

4.1

Participatie omgeving

In dit geval is er een inloopbijeenkomst georganiseerd. De volledige verslaglegging hiervan is opgenomen als Bijlage 3 bij deze motivering. Hierin is tevens ook opgenomen welk stedenbouwkundig plan en ontwerp is gepresenteerd tijdens de inloopavond. De notitie beschrijft een inloopbijeenkomst van 14 mei 2025 over de herontwikkeling van Nijverheidsweg 1 in Aalten, georganiseerd door Woonstaete en de gemeente. Op 28 november 2025 hebben EVE architecten en Woonstaete bezoeken gebracht aan de omwonenden die vragen of opmerkingen hebben gemaakt op het plan dat tijdens de informatieavond van 14 mei 2025 is gepresenteerd. Tijdens deze bezoeken zijn de planaanpassingen toegelicht. Begin December 2025 krijgen alle omwonenden, inclusief de op 28 november bezochte omwonenden, die ook de uitnodiging voor de informatieavond van 14 mei 2025 hebben ontvangen, een brief met toelichting over de planaanpassingen met het aangepaste plan als bijlage toegestuurd. Hieronder is er per punt waarop antwoord nodig was uiteengezet wat er mee is gedaan. In Bijlage 3 wordt in paragraaf 2.1 tot en met 2.13 wordt een overzicht gegeven van de avond. Voor slechts paragraaf 2.8, 2.9, 2.10 en 2.12 is verdere toelichting nodig.

De overige paragrafen bieden een feitelijke weergave van de avond of vereisen geen aanvullende verantwoording Paragraaf 2.8 Natuurinclusieve maatregelen zullen worden meegenomen in de uitontwikkeling van het plan. Dit is een goede suggestie waar we graag wat mee doen, maar voor de nu voorliggende omgevingsplanprocedure niet relevant Paragraaf 2.9 De gepresenteerde tweedelijnsbebouwing (het hofje met de woningtypes C, D en E) zijn opgenomen als twee lagen met kap. In deze aangepaste uitwerking zijn ze teruggebracht naar één laag met kap. Tevens wordt in het omgevingsplan opgenomen dat de zijgevels van de woonblokken C naar de bestaande woningen aan de Uranus op de verdieping niet uitgevoerd morgen worden met ramen. Hierdoor is de privacy aan de zijde gewaarborgd. Het bouwblok ten noorden van Neptunus 65 is omgewisseld met het blokje rug-aan-rugwoningen. Het blokje rug-aan-rugwoningen is tevens een kwartslag gedraaid en zoekt daarmee aansluiting met de groenstrook/ het speelveldje aan de Neptunus. Hierdoor is het blok solitair gesitueerd, waardoor de privacy naar omliggende blokken wordt gewaarborgd. Het appartementengebouw is ten opzichte van de voorgaande plannen flink naar het zuiden gesitueerd, waardoor de afstand en inkijk naar de omwonenden aanzienlijk is teruggebracht. Paragraaf 2.10 Het appartementengebouw is flink naar het zuiden gesitueerd.

Het aangepaste plan is ondertussen meermaals besproken met de gemeente en het Gelders Genootschap (die de gemeente adviseert inzake stedenbouw en architectuur). Hieruit is vanuit de gemeente en het Gelders Genootschap aangestuurd op het laten vervallen van de twee solitaire appartementenblokken met daartussen de bergingen. Door het Gelders Genootschap is geadviseerd om het appartementengebouw als één stedenbouwkundige massa uit te voeren, waarin de bergingen onderdeel zijn van de totale massa. Tevens is door het Gelders Genootschap de suggestie gedaan voor een stedenbouwkundig accent in 4 lagen op de hoek van de Richterinkstraat en de Nijverheidsweg. De gemeente heeft aangegeven hier ook medewerking aan te willen verlenen. Paragraaf 2.12

Motivering (ontwerp)

15

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Gezien de benodigde ruimte voor het infiltreren van het hemelwaterafvoer middels wadi's, het creëren van voldoende groen, een buitenruimte voor de appartementsbewoners in het plan en benodigde parkeerplaatsen, blijft er nagenoeg geen ruimte over een extra speelplek voor de buurt. Ook zijn in de directe omgeving al speelvoorzieningen aanwezig.

16

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Hoofdstuk 5

Beleid en regelgeving

5.1

Rijksbeleid en Rijksregels

5.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; de zeespiegelstijging; de overgang naar duurzame energie; de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; de groei en het bereikbaar houden van steden; plekken voor distributiecentra; het versterken van de natuur en biodiversiteit; het behoud van het landschap; de vitaliteit van de landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen.

Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Toetsing De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Dit is van een dermate kleine omvang dat er logischerwijs geen nationale belangen zijn gemoeid met dit plan. 5.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB's)

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. 2. 3. 4.

het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: De dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl);

Motivering (ontwerp)

17

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Toetsing Ten aanzien van dit project zijn de instructieregels omtrent de kwaliteit van de buitenlucht, geluid en geur en bodemkwaliteit van belang. Deze aspecten worden uitgewerkt in Hoofdstuk 6. De overige aspecten zijn minder/niet relevant voor dit initiatief. 5.1.3

Conclusie rijksbeleid

Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk.

5.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

5.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: Energietransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat. Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Aalten. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie. Toetsing Zoals ook blijkt uit de toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan het regionale en gemeentelijke

18

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) woonbeleid (zie paragrafen 5.3.1, 5.3.2, 5.4.1 en Bijlage 4), voorziet de voorgenomen ontwikkeling in kwantitatieve en kwalitatieve zin in de woonbehoefte binnen de gemeente Aalten en naburige gemeenten. Op deze plaats wordt dan ook kortheidshalve verwezen naar de genoemde paragrafen. Er is dus sprake van een inbreidingslocatie om te voorzien in een concrete woningbouwbehoefte. De voorgenomen nieuw te bouwen woningen worden daarnaast niet op het gasnet aangesloten en dragen daarmee bij aan de provinciale ambities met betrekking tot energieneutraal bouwen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 5.2.2

Omgevingsverordening provincie Gelderland

De meest actuele Omgevingsverordening is op 1 mei 2024 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening). Op basis van de Omgevingsverordening zijn met name artikel 5.34, 5.64 en 5.85 van toepassing.

Artikel 5.34 (beschermen Landschap Gelderse streken: Achterhoek) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Achterhoek wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Achterhoek. Artikel 5.64 (doorwerking regionale woonagenda) 1. Een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. Artikel 5.85 (klimaatadaptatie) 1. Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c.

droogte; en d. hitte.

Motivering (ontwerp)

19

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Toetsing Artikel 5.34 Op basis van de in de provinciale Omgevingsverordening opgenomen bijlage waarin de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen zijn beschreven, bevat het plangebied geen specifieke eigenschappen waar rekening mee hoeft te worden gehouden. Artikel 5.64 Zoals blijkt uit de toetsing van het voornemen aan het regionale en gemeentelijk (woon)beleid (zie paragrafen 5.3.1, 5.3.2, 5.4.1 en Bijlage 4), voorziet de voorgenomen ontwikkeling in kwalitatief en kwantitatief opzicht in woningbouw waar behoefte aan is. Artikel 5.85 Waterveiligheid Op basis van het WH-scenario wordt het plangebied niet weergegeven voor wat betreft de plaatsgebonden overstromingskans. Dit is weergegeven aan de linkerzijde van afbeelding 5.1. Dit houdt in dat de overstromingskans ter plaatse van het plangebied verwaarloosbaar is.

Afbeelding 5.1: Plaatsgebonden overstromingskans (L) en gemiddelde laagste grondwaterstand (R) (Bron: Klimaateffectatlas) Droogte Om droogte tegen te gaan is het van belang dat voldoende water in de bodem kan infiltreren en de grondwaterstand bij kan vullen. Op basis van de Klimaateffectatlas is de gemiddeld laagste grondwaterstand in het plangebied op circa 1 tot 1,5 meter, of plaatselijk dieper dan 2 meter onder het maaiveld, zie afbeelding 5.1 rechts. Door groen (bomen, struiken, bloemsoorten, gras) toe te passen krijgt regenwater de mogelijkheid om ter plaatse te infiltreren in de bodem en wordt het grondwater door het jaar heen beter aangevuld (ten opzichte van afvoeren via de riolering). Wateroverlast Hevige neerslag over een korte periode kan lokaal zorgen voor wateroverlast. Dit type wateroverlast komt het meest voor bij wolkbreuken in de zomer. Een groot deel van de Nederlandse straten en pleinen kunnen bij hevige buien onder water komen te staan. Het noordwestelijke deel van het plangebied en de noord- en zuidoostrand zijn kwetsbaar voor wateroverlast bij kortdurende, hevige neerslag (zie hoogtekaart en Klimaatatlas gemeente Aalten, afbeelding 5.2). Het betreft een bui 160 mm / uur, waarvan de kans 1 x per 1000 jaar is. In paragraaf 6.5 wordt toegelicht hoe het hemelwater binnen het plangebied wordt opgevangen.

Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling geen afwenteling van wateroverlast op de omgeving of het watersysteem veroorzaakt. Daarbij wordt rekening gehouden met extreme neerslag, zodat het gebied klimaatrobuust wordt ingericht. Hierbij wordt uitgegaan van de uitgangspunten uit het gemeentelijke Water-, Riolerings-

20

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) en Klimaatprogramma en die van het waterschap.

Afbeelding 5.2: Wateroverlast bij k ortdurende hevige neerslag (Bron: Klimaateffectatlas gemeente Aalten)

Hitte Met de toevoeging van de woningen neemt de hoeveelheid verharding het plangebied af. In de huidige situatie bestaat bijna het volledige plangebied uit bebouwing en verharding. Koelte in de kernen wordt bereikt door het aanleggen van groene, waterrijke structuren. Groene en blauwe oppervlakken absorberen minder warmte dan harde oppervlakken zoals beton en asfalt. In het stedenbouwkundig plan is hiermee rekening gehouden door groene plekken toe te voegen. 5.2.3

Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels

Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Gelderland.

5.3

Regionaal beleid

5.3.1

Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030

Op 28 februari 2023 heeft de gemeenteraad van Aalten de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ('Goed wonen in een vitale regio') vastgesteld. De bevolking in de Achterhoek neemt inmiddels toe en ook de woonbehoeftes veranderen. In de samenstelling van de Aaltense bevolking worden de komende jaren meer ouderen/senioren en kleine huishoudens voorzien. Starters vinden moeilijk een plek op de woningmarkt. Alle reden om het bestaande beleid op wonen te actualiseren en doelstellingen aan te passen. Deze nieuwe agenda kent vier programmalijnen: Vergroten woningvoorraad en versnelling productie De ambitie is om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wil de regio haar woningvoorraad flink en versneld uitbreiden. Het streven is om 1.200 woningen per jaar te realiseren. De gemeenten, de provincie en het Rijk maken in de Regionale Woondeal onder voorwaarden afspraken om tot en met 2030 in ieder geval 8.390 woningen te bouwen in de Achterhoek (waarvan 750 woningen in de gemeente Aalten).

Motivering (ontwerp)

21

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad De ambitie is om zoveel mogelijk woningen kwalitatief en energetisch te verbeteren. Met verbeteren wordt verduurzamen, levensloopbestendig maken en/of herstructurering bedoeld. De Achterhoek, een plek voor iedereen Er wordt fors geïnvesteerd in een toename van betaalbare woningen. Hiermee wordt ingezet op een evenwichtig woningaanbod in de regio. De Achterhoekse gemeenten geven elkaar de ruimte om te bouwen passend bij de lokale behoefte, tegelijkertijd wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid genomen om de extra vraag van jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen te kunnen beantwoorden. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij de ambities van het Rijk om tot en met 2030 tweederde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. Daarbij wordt het volgende nieuwbouwprogramma gehanteerd bij projecten van twintig of meer woningen: 28% sociale huur, 32% betaalbare koop tot € 370.000 (prijspeil 2025) en middenhuur. Voor starters ligt de betaalbaarheidsgrens vast op maximaal € 260.000 (prijspeil 2025). Bij minder dan twintig woningen vindt maatwerk plaats, met inachtneming van de gewenste kwaliteit zoals opgenomen in de regionale woonagenda.

Elke gemeente is verantwoordelijk dat over het gemeentelijk totaal de verdeling in betaalbaarheid gehaald wordt. Wonen als integrale gebiedsopgave Vanuit de regionale woonagenda worden regionale woonstrategieën benoemd. Woonstrategieën zijn regionale aanpakken om op integrale wijze invulling te geven aan de woningbouw en transformatieopgaven in alle Achterhoekse gemeenten, passend bij de gebiedseigen opgaven en context. Het gaat daarbij om de volgende woonstrategieën: 1. Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; 2. Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; 3. Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteitsknooppunten; 4. Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied. Toetsing De ontwikkeling draagt bij aan de doelstellingen uit de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023–2030. Met de realisatie van 69 woningen wordt invulling gegeven aan de programmatische ambitie om de woningvoorraad te vergroten en de woningbouwproductie te versnellen. Het voorziet in een gevarieerd en toekomstbestendig woningaanbod, bestaande uit appartementen, rijwoningen, rug-aan-rugwoningen en levensloopbestendige woningen. Daarmee sluit de ontwikkeling aan op de regionale behoefte aan woningen voor starters, kleine huishoudens en senioren.

De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt verder getoetst in de onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking (Bijlage 4). De toevoeging van groen en wadi's draagt bij aan de duurzaamheid en kwaliteit van het gebied, passend binnen de visie van wonen als integrale gebiedsopgave in vitale kernen. Het betreft een zorgvuldig ingepaste inbreidingslocatie die voorziet in een concrete lokale woningbehoefte. 5.3.2

Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek

De groei van het aantal huishoudens in de regio houdt langer aan dan eerder voorzien. Dit betekent dat er extra woningen moeten komen bovenop het aantal dat nu in afspraken is vastgelegd. Er moet meer ruimte gegeven worden aan de bouw van extra woningen. De prioriteit moet daarbij liggen op woningen waar nu behoefte en een duidelijk tekort aan is. Het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO) geeft een helder advies over de bouwopgave: blijf bouwen voor starters en creëer geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. Dit is vertaald naar het geven van extra ruimte door scherpe voorwaarden te stellen aan nieuwe initiatieven voor woningbouw. Met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek' zijn regionaal kwalitatieve criteria afgesproken waaraan de gemeenten nieuwe plannen moeten toetsen. Dit betreft de volgende drie kwaliteitscriteria: De behoefte is aangetoond; Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop); Inbreiding gaat voor uitbreiding. In september 2019 stemden de zeven gemeenteraden in de Regio Achterhoek in met de kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek. In oktober 2019 is deze door de provincie Gelderland vastgesteld.

De kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn doorvertaald in het 'Afwegingskader nieuwe initiatieven woningbouw' van de gemeente Aalten, vastgesteld op 23 februari

22

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) 2021. Met dit afwegingskader kunnen nieuwe initiatieven omtrent woningbouw worden getoetst. Toetsing Het plan voorziet in een gevarieerd programma met appartementen, rijwoningen en levensloopbestendige woningen, waarmee wordt aangesloten op deze doelgroepen. Hiermee zijn de woningen geschikt voor starters en (actieve) senioren. De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt verder getoetst in de onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking (Bijlage 4). Daarnaast betreft het een inbreidingslocatie binnen het bestaande stedelijke gebied, doordat verouderde bebouwing wordt gesloopt en vervangen door woningbouw. Daarmee wordt zorgvuldig ruimtegebruik toegepast en sluit het initiatief aan bij de voorkeur voor transformatie en herontwikkeling boven uitbreiding. De ontwikkeling past daarmee binnen het kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek. 5.3.3

Conclusie regionaal beleid

Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de regio Achterhoek.

5.4

Gemeentelijk beleid

5.4.1

Woonvisie 2021 - 2026

Op 23 februari 2021 is de geactualiseerde woonvisie vastgesteld voor de gemeente Aalten. De 'Woonvisie 2021 - 2026' beschrijft het beleid van de gemeente Aalten op het gebied van het wonen, zowel voor nieuwbouw als de bestaande woningvoorraad, fysieke- als sociale opgaven. De visie geeft de kaders aan waar binnen via verschillende maatregelen, instrumenten en afspraken wordt gewerkt om de ambities op de gemeentelijke woningmarkt de komende vijf jaar (2021-2026) te bereiken. Deze kaders zijn richtinggevend waardoor er ruimte is voor flexibiliteit en maatwerk. De volgende onderwerpen komen aan bod in de woonvisie: Flexibel inspelen op de woonvraag: op het snijvlak van groei en krimp; Mogelijkheden voor starters vergroten; Meer ruimte voor innovatieve woonconcepten; Mogelijkheden voor woningsplitsing en vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) in het buitengebied verruimen; Wonen en zorg voor ouderen; Spoedzoekers; voor wie moet de gemeente er zijn, voor wie wil de gemeente er zijn en wie zijn zelfredzaam? Evaluatie afwegingskader: meer ruimte voor duurzaam bouwen, grens goedkope koop omhoog. Woningbouwstrategie gemeente Aalten: Als uitwerking van de Woonvisie 2021 - 2026 heeft de gemeenteraad de woningbouwstrategie 'flexibel inspelen op de woningvraag' voor de gemeente Aalten vastgesteld.

In deze notitie worden diverse uitgangspunten en scenario's belicht voor de kwantitatieve woningbouwopgave voor de komende 10 jaar in de gemeente Aalten. Op basis van de verschillende scenario's is de woningbehoefte ingepland op circa 820 woningen voor de periode 2021-2030. Om eventuele planuitval op te vangen werkt de gemeente Aalten aan een planvoorraad van 1.050 woningen. Toetsing De ontwikkeling sluit aan bij de uitgangspunten van de Woonvisie 2021–2026 en de bijbehorende woningbouwstrategie van de gemeente Aalten. Het plan draagt bij aan het vergroten van het aanbod voor starters, kleine huishoudens en senioren, groepen waarvoor de gemeente expliciet extra ruimte wil creëren. Met de toevoeging van appartementen, rijwoningen, rug-aan-rugwoningen en levensloopbestendige woningen wordt flexibel ingespeeld op de veranderende woonvraag en wordt diversiteit in het woningaanbod bevorderd. Doordat sprake is van herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, sluit het initiatief aan bij het streven naar zorgvuldig ruimtegebruik en duurzame verstedelijking. De ontwikkeling past daarmee binnen de gemeentelijke woningbouwstrategie en levert een bijdrage aan de geplande woningbehoefte van circa 820 nieuwe woningen in de periode 2021–2030. De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt verder getoetst in de onderbouwing ladder voor

Motivering (ontwerp)

23

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) duurzame verstedelijking (Bijlage 4). 5.4.2

Conclusie gemeentelijk beleid

Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het wijzigingsbesluit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de gemeente Aalten.

5.5

Omgevingswaarden

De gemeente heeft voorlopig geen gebruik gemaakt van de in het Bkl verankerde bevoegdheid tot het vastleggen van facultatieve omgevingswaarden. Toetsing hieraan is daarom niet mogelijk.

24

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

Hoofdstuk 6

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de ontwikkeling rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderzocht is wat de gevolgen van de nieuwe ontwikkelingen zijn op het onderzochte omgevingsaspect.

6.1

Geluid

Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 6.1.1

(Wettelijk) kader

De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid, het Aanvullingsbesluit geluid en de Aanvullingsregeling geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.

De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: Het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidgevoelige gebouwen en locaties; Het reduceren van geluidbelastingen op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; Het bevorderen van bronmaatregelen; Het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels; Het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaandachtsgebieden. De geluidaandachtsgebieden worden rekenkundig afgeleid van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies. De geluidaandachtsgebieden moeten op termijn digitaal op kaart worden ontsloten in de Centrale Voorziening Geluidgegevens. De geluidnormen zijn opgenomen in het Bkl. Er moet ook rekening worden gehouden met cumulatie van alle relevante geluidbronnen. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw of locatie binnen een geluidaandachtsgebied moet het aspect geluid beoordeeld worden. Overigens moet ook waar geen sprake is van een geluidaandachtsgebied in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties het aspect geluid afgewogen worden. 6.1.2

Toetsing

In voorliggend geval is er sprake van de toevoeging van meerdere geluidgevoelige gebouwen. Hieronder wordt daarom nader ingegaan op de geluidhinder van omliggende wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Geluid door wegen In het omgevingsplan zijn nog geen geluidsaandachtsgebieden opgenomen. Daarom gelden voor wegen en spoorwegen de volgende afstanden: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt: 200 m; en Motivering (ontwerp)

25

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f) voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 m. Het plangebied bevindt zich binnen de geluidszones van meerdere wegen.Om deze reden is een akoestisch onderzoek van het geluid door wegen uitgevoerd, waarvan de rapportage is opgenomen in Bijlage 5 van deze motivering. Hieronder wordt ingegaan op de resultaten van dit onderzoek. Onderzoeksresultaten Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting door de bronsoort provinciale wegen op de bouwblokken B tot en met F niet hoger is dan de standaardwaarde van 50 dB Lden uit het Bkl. Voor appartementsgebouw A bedraagt de geluidbelasting op de noordgevel van de bovenste (vierde) bouwlaag 51 dB Lden. Daarmee wordt de standaardwaarde uit het Bkl met 1 dB overschreden, maar wordt wel ruimschoots voldaan aan de grenswaarde van 60 dB Lden. De geluidbelasting van de bronsoort gemeentewegen met een wettelijk aandachtsgebied, in dit geval uitsluitend de Nijverheidsweg, overschrijdt alleen op de beide appartementsgebouwen A en B en de rug-aan-rugwoningen E de standaardwaarde van 53 dB Lden uit het Bkl. De geluidbelasting bedraagt ten hoogte 60 dB Lden. Daarmee blijft de geluidbelasting ruim onder de grenswaarde van 70 dB Lden.

Voor wegen zonder wettelijk geluidaandachtsgebied (< 2.500 motorvoertuigen per etmaal), in dit geval de Richterinkstraat, zijn de toetswaarden uit het Bkl formeel niet van toepassing. In het kader van het ETFAL is desondanks aan deze waarden getoetst. Uit de beoordeling blijkt dat de geluidbelasting op de voorgevel van de halfvrijstaande woningen F 55 dB Lden bedraagt, hetgeen 2 dB hoger is dan de standaardwaarde van 53 dB Lden. Daarmee blijft de geluidbelasting ruim onder de grenswaard van 70 dB Lden. Redelijkerwijs zijn er geen doelmatige en/of effectieve maatregelen in de vorm van bron (wegdekverharding, snelheid) en overdracht (geluidschermen, afstandsvergroting) mogelijk om de geluidbelasting te reduceren. In dit geval zijn verkeerskundige en afschermende maatregelen (geluidbeperkende maatregelen) niet mogelijk, dan wel vanuit stedenbouwkundig en financieel opzicht niet wenselijk. Het geluid van een voertuig wordt veroorzaakt door het motorgeluid en het geluid van de banden. Vooral vrachtwagens zijn de afgelopen jaren veel stiller geworden. In het rekenmodel is hier al rekening mee gehouden. De initiatiefnemer van het bouwplan waar voorliggend onderzoek voor wordt uitgevoerd, heeft geen invloed op het reduceren van het geluid van voertuigen.

Daarnaast heeft de initiatiefnemer ook geen invloed op de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime. Een aanpassing van het wegdektype kan zorgen voor een reductie van het bandengeluid van voertuigen en daarmee het geluid van een voertuig. Met het aanpassen van het wegdek van de relevante wegen in dit akoestisch onderzoek, kunnen beperkte geluidsreducties worden behaald. Daarnaast brengt het aanbrengen van stiller wegdek hoge kosten met zich mee. De kosten zijn in verhouding te hoog vergeleken met de baten. De wegbeheerder zal bovendien niet instemmen met het stiller maken van een klein deel van de weg, omdat dit tot onderhoudtechnische problemen leidt. Vanuit civieltechnisch oogpunt is het aanbrengen van stiller asfalt dus eveneens niet haalbaar. Een grotere afstand tussen de gevel en de weg leidt tot een reductie van het geluid van wegen op de gevel. Deze maatregel kan in voorliggend geval echter niet worden toegepast, aangezien dit niet past binnen de stedenbouwkundige structuur. Het plaatsen van geluidsschermen is eveneens niet wenselijk vanuit stedenbouwkundig en financieel oogpunt. Bovendien zijn de hogere verdiepingen niet af te schermen met geluidsschermen. Op basis van de methode Miedema is de gecumuleerde geluidbelasting te kwalificeren als goed tot matig.

Om de planvorming mogelijk te maken zal het bevoegd gezag verzocht moeten worden de ten opzichte van de standaardwaarde van 53 dB Lden afwijkende waarden, zie de oranje en cursief gedrukte waarden in tabel 4 van Bijlage 5 (oranje en cursief gedrukte waarden). Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen dient te worden beoordeeld of sprake is van voldoende gevelwering om ter plaatse van de woningen een binnenniveau van 33 dB te waarborgen. Dit is geborgd in artikel 7.7 en 8.7 van de regels van dit omgevingsplan. Geluid door spoorwegen

26

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

De dichtstbijzijnde spoorlijn bevindt zich op circa 500 meter afstand van het plangebied. Een akoestisch onderzoek naar het geluid van spoorwegen kan dan ook achterwege blijven. Geluid door industrieterreinen Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van een industrieterrein met een geluidproductieplafond (gpp). Geluid door overige geluidbelastende activiteiten Om eventuele hinder van overige geluidbelastende activiteiten te beoordelen, wordt gebruik gemaakt van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan 'het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten enerzijds en milieugevoelige gebouwen anderzijds.' Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009. In 2024 is er een nieuwe handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' uitgebracht. De nieuwe handreiking is bedoeld voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en andere werkterreinen en het inwaarts zoneren daarvan. De handreiking biedt handvatten om op grond van het Bkl een aanvullende regeling in het omgevingsplan op te nemen waarmee geluid- en geurwaarden die normaal op de gevel van een geluids- of geurgevoelig gebouw gelden, op een andere locatie te laten gelden.

Gedurende de overgangsfase onder de Omgevingswet is er in veel gevallen echter nog sprake van het omgevingsplan van rechtswege, waar de bestemmingsplannen onderdeel van uitmaken. Hiermee is de zoneringssystematiek uit 2009 nog aan de orde, waardoor de nieuwe handreiking niet aansluit op het omgevingsplan. Daarom kan nog gebruik worden gemaakt van de systematiek uit 2009. Volgens deze systematiek dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een 'rustige woonwijk' of een 'gemengd gebied'. In dit geval wordt uitgegaan van het gebiedstype 'rustige woonwijk', aangezien het plangebied wordt omringd door woonfuncties. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden opgenomen. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende geluidsbronnen aanwezig. In onderstaande tabel zijn deze opgenomen. Opgemerkt wordt dat is gemeten van de grens van het bestemmingsplan van de geluidsbron tot aan de gevel van de dichtsbijzijnde te realiseren woning. Functie

Milieucategorie

Richtafstand

Daadwerkelijke afstand (circa)

Richterinkstraat 26 Bedrijf

2

10 m

27 m

Het Boske 11 Bedrijf - sportcentrum

2

30 m

30 m

Het Boske 9 tot 1 Bedrijf - detailhandel volumineus

2

30 m

33 m

Zoals in de bovenstaande tabel is weergegeven, wordt aan alle richtafstanden voldaan. Het plangebied ligt op voldoende afstand van de omliggende bedrijven. Ten slotte wordt opgemerkt dat de nieuwe woningen binnen het plangebied niet zullen leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, aangezien de toevoeging uitsluitend betrekking heeft op een woonfunctie. Een woonfunctie is geen geluid producerende of milieubelastende activiteit. 6.1.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

6.2

Luchtkwaliteit

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit.

Motivering (ontwerp)

27

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

6.2.1

(Wettelijk) kader

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden; 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier berekend worden of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Buiten de zogenaamde aandachtsgebieden (die liggen in de grotere stedelijke agglomeraties) blijft toetsing aan het onderwerp luchtkwaliteit in het omgevingsplan beperkt tot de aanleg van auto(snel)wegen en langere tunnelbuistrajecten. De rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit gelden niet voor arbeidsplaatsen. Daartoe behoren bijvoorbeeld bedrijventerreinen, maar ook bedrijfswoningen.

Ten slotte moet in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren. 6.2.2

Toetsing

Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, in verhouding tot de standaardgevallen NIBM kan worden gesteld dat het project 'niet in betekende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Het realiseren van het plan blijft namelijk ruim onder de gestelde standaardgevallen uit artikel 5.54 van het Bkl. Een verdere toetsing aan de rijkomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof is niet nodig. 6.2.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied

6.3

Geur

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur.

28

Motivering (ontwerp)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Nijverheidsweg 1 Aalten (hoofdstuk 22f)

6.3.1

(Wettelijk) kader

De instructieregels van het Bkl voor geur afkomstig van rioolwaterzuiveringen en landbouwhuisdieren zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Op industrie- en bedrijventerreinen kunnen bedrijfsmatige activiteiten voorkomen die geurhinder veroorzaken. Die activiteiten zijn dan zelf een relevante geurbron. Het bevoegd gezag bepaalt echter zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Er moet dus worden beoordeeld of de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar is. 6.3.2

Toetsing

Het plangebied bevindt zich niet in de nabijheid van geurbelastende activiteiten. 6.3.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geur geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

6.4

Bodemkwaliteit

Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. 6.4.1

(Wettelijk) kader

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het Aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: Beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; Evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; Duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. 6.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=070ccd6b-77b0-4937-9f0c-86f1a6f16ef1