CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - ingredienten - versie 19-12-2025

Beeldvorming raad in zaal Bredevoort 7 januari 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorontwerp Omgevingsvisie Aalten 204039.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

4.2 Wonen en voorzieningen 

Veranderende woonwensen: Starters, gezinnen, senioren en nieuwe doelgroepen stellen andere eisen aan woonvormen, woonmilieus en woonkwaliteit. Er is meer behoefte aan kleinere woningen, flexibele woonconcepten en gemengde woon-werkfuncties, vaak met nabijheid van voorzieningen.

Verouder(en)de naoorlogse woningen: Hiernaast is er de uitdaging van verouder(en)de naoorlogse woningen. Veel van deze huizen zijn inmiddels slecht geïsoleerd, mogelijk niet toekomstbestendig en soms zelfs van matige bouwkwaliteit. Ook kennen veel naoorlogse woonwijken een sterke verdichting, waardoor er weinig ruimte is voor groen en daarmee voor bijvoorbeeld het tegengaan/verminderen van hittestress. Maar omdat veel woningen in kwestie particulier eigendom zijn, kan de gemeente niet zomaar ingrijpen. Enkele benaderingen uit Nederland laten zien hoe hiermee omgegaan kan worden: 

Stapsgewijze wijkvernieuwing met bewoners: In sommige gemeenten wordt ingezet op geleidelijke verbetering van naoorlogse woonwijken en particuliere

22/86

woningen. Door eigenaren te informeren en te adviseren over woningverbetering (zoals isolatie, dubbel glas, groene daken) worden huizen comfortabeler én koeler in de zomer. Dergelijke verbeteringen verlagen niet alleen de energierekening, maar beperken ook hittestress binnenshuis. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed benadrukt dat er veel mogelijkheden zijn om naoorlogse woningen aan te passen aan moderne woonwensen – dit is een reeel alternatief voor sloop en nieuwbouw. Sterker nog, bestaande woningen vergroten of renoveren is vaak goed haalbaar en makkelijker en goedkoper te realiseren dan sloop. Met andere woorden: waar mogelijk is opknappen beter dan afbreken. Gemeenten kunnen huiseigenaren hierbij helpen, bijvoorbeeld via subsidies voor isolatie of door gezamenlijke inkoopacties te organiseren (waardoor bewoners met korting verbeteringen kunnen laten uitvoeren). 

Gerichte verdunning van naoorlogse woonwijken: Een andere benadering is het gericht “verdunnen” van naoorlogse woonwijken, dat wil zeggen het gericht slopen van een beperkte hoeveelheid woningen teneinde daarmee ruimte te creëren voor groen en speel- en ontmoetingsplekken en op die manier ook meteen hittestress te voorkomen danwel te verminderen. Winst dus voor de rest van de wijk, waarbij uiteraard goede afspraken moeten worden gemaakt en hulp moet worden geboden bij sloop en vinden danwel bouwen van vervangende woningen elders.

Samenwerking met wooncorporaties, provinciale steun en eventueel een langetermijnfonds kunnen oplossingen bieden als een hele buurt toe is aan vernieuwing. In de praktijk zou dit kunnen betekenen: samen met een woningcorporatie inventariseren welke huizen in Aalten/Dinxperlo op termijn vervangen moeten worden, en kijken of via vrijwillige verkoop of ruilverkaveling een herontwikkeling mogelijk is. Dit uiteraard altijd in overleg met en met respect voor de huidige bewoners. 

Behoud en spreiding van voorzieningen: Digitale dienstverlening neemt toe, maar fysieke voorzieningen blijven belangrijk voor leefbaarheid, vooral in kleinere kernen. Slimme combinaties van functies en gedeeld gebruik van gebouwen worden belangrijker.

4.3 Mobiliteit en bereikbaarheid 

Mobiliteitstransitie: Duurzamer vervoer wordt de norm. Er is een groei van elektrische voertuigen, deelmobiliteit en fietsgebruik. Goed openbaar vervoer en veilige, aantrekkelijke fiets- en wandelroutes tussen kernen krijgen prioriteit. Verkeersveiligheid, met name in woonwijken en rond scholen, blijft een belangrijk aandachtspunt.

4.4 Economie en werk 

Economische diversificatie en verduurzaming: Traditionele sectoren veranderen door digitalisering, verduurzaming en nieuwe consumententrends. Lokale economieën verschuiven naar meer dienstverlening, recreatie en toerisme en duurzame landbouw/industrie. Online verkoop en belevingseconomie beïnvloeden detailhandel en horeca. Regionale samenwerking binnen de Achterhoek is essentieel voor het behouden van werkgelegenheid.

4.5 Klimaat, energie en milieu 

Klimaatverandering: Extreem weer (hittestress, wateroverlast, droogte) en bodemdaling nemen toe. Dit vraagt om klimaatadaptieve maatregelen in bebouwd gebied en buitengebied, zoals vergroening, waterberging en hittebestendige inrichting.

23/86

Energietransitie: Fossiele energie wordt afgebouwd. Er is meer ruimte nodig voor duurzame energieopwekking, energiebesparing, netverzwaring en opslag. Maatschappelijke acceptatie van energieprojecten wordt steeds belangrijker.

Strengere milieunormen en emissiereductie: Richting 2040 gelden hogere eisen aan luchtkwaliteit, geluid en emissies naar water en bodem. Schonere mobiliteit, industrie en landbouw dragen bij aan een gezondere leefomgeving.

4.6 Landbouw, natuur en landschap 

Transitie in de landbouw: De agrarische sector werkt aan verduurzaming, stikstofreductie, kringlooplandbouw en functiemenging. Er ontstaat ruimte voor verbreding, natuurontwikkeling en herbestemming van erven.

Afnemende biodiversiteit: Versnippering, intensieve landbouw en klimaatverandering leiden tot verlies aan soorten. Herstel van natuurwaarden en versterking van natuurverbindingen zijn noodzakelijk.

Behoud van erfgoed en landschap: Er is toenemende waardering voor het coulisselandschap en cultuurhistorisch erfgoed. Ontwikkelingen in bebouwing, landbouw en infrastructuur moeten bijdragen aan behoud en versterking van de identiteit van het gebied.

4.7 Circulariteit, bodem en ondergrond 

Circulaire economie en afvalreductie: De omslag naar een circulaire economie versnelt. Hergebruik van materialen, afvalscheiding en vermindering van restafval zijn de norm.

Bodem en ondergrond onder druk: Droogte, intensief gebruik en toenemende ondergrondse activiteiten (kabels, leidingen, energieopslag) vragen om zorgvuldig beheer en bescherming van bodemkwaliteit en grondwater.

4.8 Gezonde en veilige leefomgeving 

Gezondheid en leefomgevingskwaliteit: Er is meer aandacht voor schone lucht, weinig geluidsoverlast, voldoende groen en mogelijkheden voor beweging. Groene en gezonde inrichting van de leefomgeving wordt een standaardontwerpprincipe.

Veiligheid en leefbaarheid: Verkeersveiligheid, grensoverschrijdende veiligheid en digitale veiligheid (cybercriminaliteit) vragen blijvende aandacht. Samenwerking met partners en inwoners blijft cruciaal voor een veilige woon- en werkomgeving.

4.9 Zorg en welzijn 

Zorg verschuift naar leefomgeving: De komende jaren verschuift de zorg steeds meer naar de leefomgeving van mensen. Regionale en lokale partijen werken samen in sterke netwerken, maken regiobeelden en -plannen, en organiseren zorg zoveel mogelijk dichtbij huis – terwijl hoogcomplexe zorg doelmatig wordt geconcentreerd waar nodig. Gemeenten, eerstelijnszorg, ggz en welzijnsdiensten trekken gezamenlijk op om ondersteuning eerder en in samenhang te bieden, bijvoorbeeld bij psychische hulpvragen, zodat mensen op tijd de juiste hulp krijgen en wachttijden afnemen.

Extra nadruk op preventie en publieke gezondheid: een gezonde leefstijl wordt onderdeel van het dagelijks leven en ondersteuning daarbij komt eerst uit het publieke en sociale domein. Burgers houden meer eigen regie over hun gezondheid, mede dankzij

24/86

digitale voorzieningen. Digitalisering speelt een cruciale rol: elektronische gegevensuitwisseling wordt de norm en zorg wordt steeds vaker hybride (een mix van fysieke en digitale zorg), onder het motto “zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan”.

4.10 Sociale cohesie 

Sociale cohesie onder toenemende druk: Door individualisering en andere ontwikkelingen komt de sociale cohesie in gemeenschappen steeds meer onder druk te staan. Dit terwijl sociale cohesie een belangrijke bepalende factor is voor de kwaliteit van de leefomgeving en voor de mate waarin mensen bereid zijn om zich samen met anderen in te zetten voor de kwaliteit van de leefomgeving.

4.11 Digitalisering en technologie 

Digitalisering en thuiswerken: Thuiswerken vermindert woon-werkverkeer, maar verhoogt de vraag naar betrouwbare digitale infrastructuur zoals glasvezel en 5G. Technologie verandert de manier van werken, leren en zorgen, en beïnvloedt ruimtelijke keuzes.

25/86

5. KADERS ANDERE OVERHEDEN In dit hoofdstuk per thema (genoemd in 1. Reikwijdte) de beleidsmatige randvoorwaarden die het Rijk, de Provincie en het Waterschap aan gemeenten hebben meegegeven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. Hiernaast de belangrijkste Europese richtlijnen voor de ontwikkeling van de leefomgeving, de opgaven vanuit de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties (door gemeente Aalten ondertekend) en de afspraken gemaakt binnen de Regio Achterhoek.

5.1 Thema-overstijgend 

Nationaal: De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vraagt om een goede balans tussen verstedelijking en leefkwaliteit. Stedelijke groei moet samengaan met behoud van een aantrekkelijk en gezond woon- en leefklimaat. Tegelijk wil het Rijk het landelijk gebied versterken (landschap, natuur) en aandacht geven aan grote opgaven als klimaatadaptatie en een circulaire economie bij alle plannen.

Provincie Gelderland: Hanteert een gebiedsgerichte aanpak. Voor regio’s zoals de Achterhoek zijn specifieke doelen en maatregelpakketten opgesteld. De provincie ondersteunt gemeenten met programma’s, subsidies en kennis om deze doelen te halen.

Waterschap Rijn en IJssel: Eist dat bij nieuwe ontwikkelingen water en bodem vroegtijdig worden meegenomen. Via waterparagrafen in ruimtelijke plannen en participatie van lokale betrokkenen wordt gewaarborgd dat maatregelen voor waterveiligheid en kwaliteit onderdeel zijn van elk project.

Europa/VN: Europese richtlijnen verplichten dat bepaalde plannen en projecten eerst een milieueffectbeoordeling (MER) doorlopen voordat ze worden goedgekeurd. Daarnaast heeft de gemeente Aalten de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s) onderschreven. Dit betekent dat we lokaal bijdragen aan doelen zoals duurzame steden, betaalbare schone energie, schoon water en natuurbehoud.

Regio Achterhoek: In het najaar van 2025 zijn het “Toekomstverhaal Achterhoek 2100” en een daarbij behorende Handleiding verschenen. Het Toekomstverhaal Achterhoek 2100 schetst een gedeelde langetermijnvisie voor de Achterhoek in 2100 en dient als Ruimtelijk Perspectief Achterhoek (RPA). Het is ontwikkeld in opdracht van de regionale 8RHK-ambassadeurs via vier integrale toekomstscenario’s; de rode draden hieruit vormen de basis van één samenhangend verhaal. Dit verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de regio als geheel – niet van individuele gemeenten – en is bedoeld om 3-O-partijen (overheden, ondernemers en maatschappelijke organisaties) gezamenlijk richting te laten bepalen. Door vanuit het toekomstige eindbeeld terug te redeneren wordt duidelijk welke keuzes en stappen nu al nodig zijn richting 2100. Het toekomstverhaal prikkelt zo het gesprek over een gezamenlijke koers en biedt richtinggevende uitgangspunten voor beleid (o.a. input voor de Achterhoek Visie 2050). Met het RPA in de hand kunnen regionale bestuurders de komende 15 jaar proactief inspelen op opgaven die op de Achterhoek afkomen. Kernambities en toekomstbeeld 2100: In de geschetste toekomst heeft de Achterhoek een omslag gemaakt van een perifere uithoek naar een centraal gelegen, veerkrachtige Euregio-regio.

De vraag naar duurzaam voedsel, circulaire grondstoffen, hernieuwbare energie en schoon water is sterk gestegen, wat heeft geleid tot ingrijpende veranderingen in landgebruik en landschap. Dankzij tijdig anticiperen op klimaatverandering – met diverse nieuwe landschappen als gevolg – is de regio leefbaar gebleven, zij het in een getransformeerd landschap. De economie is verbreed met een forse groei van de maakindustrie, gedreven door circulariteit en nieuwe technologie. Tegelijk is de

26/86

bevolking evenwichtiger samengesteld geraakt: de trek van West-Nederlanders naar de hogere, droge gronden van de Achterhoek en het aantrekken van nieuwe werknemers door de bredere economie hebben gezorgd voor meer jonge inwoners en gezinnen. Ook blijven eigen jongeren vaker behouden voor de streek. Gerichte investeringen in bereikbaarheid en innovatie hebben de interne én externe verbondenheid sterk verbeterd. De Achterhoek profileert zich in 2100 met trots op haar brede welvaart, hoogwaardige maakindustrie, kwaliteit van leefomgeving en haar doenersmentaliteit. Deze positionering als zelfstandige regio met Europese oriëntatie vergroot de weerbaarheid in een tijd van geopolitieke en klimatologische onzekerheden. Richtinggevende keuzes en principes: Om dit wenkend perspectief te bereiken is een aantal keuzes gemaakt die richtinggevend zijn voor beleid en ruimtelijke ontwikkeling. Ten eerste wordt actief ingezet op een bredere economie en “dubbele verjonging”: het versterken en vernieuwen van de economische structuur gaat hand in hand met het aantrekken én behouden van jonge mensen. Dat betekent investeren in toekomstbestendige werkgelegenheid (bijvoorbeeld circulaire maakindustrie), uitstekend onderwijs, voldoende betaalbare woningen en levendige kernen, zodat jongeren hier willen blijven of zich vestigen.

Goede fysieke en digitale bereikbaarheid is cruciaal, net als een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en talent. Daarnaast is acceptatie dat het landschap ingrijpend verandert een essentieel uitgangspunt. Klimaatadaptatie en de energietransitie vragen om soms radicale ingrepen. Schaars schoon water en droogte dwingen tot zuinig watergebruik, herstel van natuurlijke waterlopen en aanleg van waterbergingsgebieden; ook worden gewassen geteeld die minder water nodig hebben. Tegelijk worden locaties aangewezen voor duurzame energieopwekking, waarbij energiebronnen en -gebruikers dichter bij elkaar worden gebracht. Deze maatregelen betekenen dat we niet langer alles bij het oude kunnen houden – behoudzuchtige slogans passen niet bij de realiteit. De regio omarmt verandering om klimaatbestendig te worden. Een derde principe is het zorgvuldig zoneren van ruimte via prioriteer- en combineergebieden. Door een actief regionaal grondbeleid zijn gebieden aangewezen waar één hoofdfunctie domineert (prioriteergebieden) én gebieden waar meerdere functies worden gestapeld (combineergebieden). Dit maakt bewuste en zuinige ruimtebenutting mogelijk, behoudt kernkwaliteiten en laat tevens ruimte voor toekomstige opgaven.

Zo wordt bijvoorbeeld gedacht aan industrieclusters voor de circulaire economie bij spoor, weg en water; grote waterbergingsgebieden in lagergelegen delen; en grootschalige landbouwzones op vruchtbare gronden voor voedsel- en vezelteelt. Om hiervoor plek te maken, wordt ook benoemd welke activiteiten in de toekomst minder ruimte kunnen innemen in de Achterhoek. Ondanks de druk op de ruimte blijft zo voldoende rust en leegte voelbaar in de regio. Cruciaal is ook het versterken van de 3-O-samenwerking in het ruimtelijk domein. Overheden, ondernemers en organisaties werken structureel samen op regionaal niveau om integrale keuzes te maken. Men verkent gezamenlijk welke gebieden het meest geschikt zijn voor welke functies, leidend daarbij is de kwaliteit van de ondergrond (bodem). In samenspraak wordt besloten waar een hoofdfunctie prevaleert en waar functies gecombineerd worden, inclusief afstemming over eigendom, beheer en het eerlijk verdelen van lusten en lasten. Deze gebiedsgerichte aanpak bevindt zich tussen topdown en bottom-up: niet centralistisch van bovenaf, maar ook geen versnipperde wildgroei, maar gecoördineerd samenwerken vanuit een gedeeld feitenbasis en overlegstructuur. Het collectieve belang staat voorop; individuele partijen schikken zich daaraan wanneer nodig.

Om dit te ondersteunen wordt gedacht aan een gezamenlijke grondbank en gebundelde investeringsstrategieën, zodat ontwikkelingen eerlijk en effectief plaatsvinden. Tevens krijgen ook “zachte” waarden en jongeren een stem in deze structuur, omdat natuur, landschap en de volgende generaties volwaardig moeten meewegen.

27/86

Een laatste kernprincipe is het definiëren van een “Achterhoek Stijl” om de unieke identiteit en kernwaarden van de streek te borgen in zowel fysieke vormgeving als manier van samenwerken. De Achterhoek Stijl gaat over hoe er gebouwd wordt, hoe met het landschap wordt omgegaan én over de cultuur van aanpakken (hoe men samenwerkt). Veelgenoemde waarden zijn de gemoedelijkheid van de gemeenschap (waarbij dorpsbewoners elkaar kennen en helpen), de traditie van naoberschap (elkaar bijstaan in praktische zin), de waarde van het coulisselandschap, de Oude IJssel en andere landschappelijke elementen, en het industriële erfgoed. Met het oog op de instroom van nieuwe inwoners is men bezorgd deze waarden te verliezen, daarom is afgesproken om gezamenlijk een stijl te formuleren die deze streekwaarden verankert in toekomstige ontwikkelingen. Die stijl moet zowel de uiterlijkheid (regionale architectuur, inpassing in het landschap) als de werkwijze (nuchter, zelfbewust en collectief – modern naoberschap) omvatten. Zo blijft de Achterhoekse eigenheid herkenbaar in 2100, terwijl nieuwe elementen op een passende manier worden ingepast. Transitieopgaven landbouw, energie, wonen: Het toekomstverhaal belicht meerdere grote transities. In de landbouw verschuift de regio naar kringlooplandbouw en grondstoffenproductie.

Op de vruchtbare gronden telen agrariërs diverser en hoogwaardiger gewassen in plaats van veevoer en bulkproductie. Dit versterkt zowel de circulaire economie als de beleving van het landschap, wat op zijn beurt toerisme en leefkwaliteit ten goede komt. De energietransitie manifesteert zich onder meer in de vorm van hernieuwbare energiebronnen die hun plek krijgen in het landschap (bijvoorbeeld zonnevelden, windmolens of innovatieve technieken), gekoppeld aan slimme netwerken en opslag. Daarnaast zet de regio in op klimaataanpassing: water vasthouden in natte natuurgebieden, bodems beter laten infiltreren en grensoverschrijdend samenwerken aan waterveiligheid en kwaliteit. Deze integrale benadering moet de Achterhoek als geheel klimaatbestendig maken. Op het gebied van wonen kiest de Achterhoek voor vraaggerichte, kleinschalige groei. De regio weigert klakkeloos mee te gaan in grootschalige woningbouwopgaven van buitenaf. In plaats daarvan wordt “fijnmazig” gegroeid: in alle kernen kunnen woningen worden toegevoegd, met enkele grotere concentraties in stedelijke centra, maar altijd in balans met economische ontwikkeling en demografische behoefte. Wonen is geen doel op zich; nieuwe huizen moeten bijdragen aan leefbaarheid, economie en de kernwaarden van de regio.

Als het Rijk extra woningen eist, zal de Achterhoek tegenvragen stellen – voor wie bouwen we, en wat krijgen we terug? – en alleen instemmen als dit gepaard gaat met investeringen die de regio sterker maken, zoals verbeterde infrastructuur of vestigingsklimaat voor bedrijven en jongeren. Hiermee voorkomt de regio ongewenste groei en borgt ze dat wonen onderdeel blijft van een breder welzijnsperspectief.

5.2 Beleidskaders per thema 5.2.1 Wonen 

Nationaal: Het Rijk wil tot 2030 een forse versnelling in de woningbouw met de nadruk op betaalbaarheid en duurzaamheid. Gemeenten moeten veel nieuwe woningen realiseren (voornamelijk betaalbare huur en koop) en zorgen dat nieuwbouw energieneutraal en aardgasvrij is. Ook verwacht het Rijk dat projecten natuurinclusief zijn (dus met voldoende groen en aandacht voor biodiversiteit).

Provincie Gelderland: Ook de provincie zet in op extra woningen vóór 2030, grotendeels binnen bestaande dorpen en steden (inbreiding) om het landschap te ontzien. Alle nieuwbouw moet voldoen aan hoge duurzaamheidsnormen: gasloos, zoveel mogelijk circulair gebouwd en met een aanzienlijk aandeel betaalbare woningen.

28/86

Regio Achterhoek: De gemeente Aalten heeft samen met de andere acht Achterhoekse gemeenten, het Rijk en de provincie Gelderland in 2023 een regionale Woondeal Achterhoek gesloten. In de eerste Woondeal (1.0) werd afgesproken om in de regio 8.390 woningen te realiseren in de periode 2022-2030, met een ambitie van 11.500 woningen tot 2035. Inmiddels is deze afspraak uitgebreid tot Woondeal 1.1 (20252034). Daarin is vastgelegd dat de Achterhoek van 2025 t/m 2034 in totaal 15.110 nieuwe woningen toevoegt. De Woondeal maakt deel uit van de Nationale Woon- en Bouwagenda en richt zich op versnelling van de bouw van vooral betaalbare woningen om het woningtekort tegen te gaan. In de Woondeal zijn duidelijke voorwaarden gesteld aan het soort woningen en de randvoorwaarden voor bouw. Zo is afgesproken dat minimaal tweederde van de nieuwe woningen betaalbaar moet zijn (sociale huur of betaalbare koop). Concreet houden de Achterhoekse gemeenten zich tot 2030 aan 28% sociale huur bij nieuwbouw, en voor 2031-2034 aan minimaal 23% sociale huur, aangevuld met 10% goedkope/sociale koopwoningen. Dit past beter bij de woonbehoefte in de regio en vult het aanbod van betaalbare koopwoningen aan.

Daarnaast zijn in de woondeal afspraken opgenomen over het veiligstellen van voldoende bouwlocaties, het omgaan met prijsstijgingen in de bouw en het oplossen van knelpunten zoals stikstofruimte, netcapaciteit voor elektriciteit en voldoende financiering (bijvoorbeeld voor onrendabele toppen). Ook de investeringscapaciteit van woningcorporaties is benoemd als aandachtspunt, gezien de grenzen daaraan en de noodzaak om tegelijk de bestaande voorraad te verduurzamen. Kortom, de woondeal is een pakket afspraken waarin naast aantallen woningen ook de betaalbaarheid, type woningen en de voorwaarden voor realisatie zijn vastgelegd.

Internationaal: De VN (SDG 11) stelt dat iedereen recht heeft op een veilige, betaalbare woning in een duurzame woonomgeving. Dit onderstreept het belang voor Aalten om voldoende betaalbare, energiezuinige woningen te plannen, met toegang tot groen en voorzieningen.

5.2.2 Mobiliteit 

Nationaal: Nederland streeft naar een emissieloos, veilig en inclusief mobiliteitssysteem in 2050. Om dat te bereiken stimuleert het Rijk lopen, fietsen en schoon openbaar vervoer boven autogebruik. Gemeenten moeten hiervoor zorgen: aanleggen van goede fiets- en wandelpaden, veilige schoolroutes en emissievrije OV-verbindingen, zodat veel meer mensen de auto laten staan.

Provincie Gelderland: De provincie wil dat mensen zich vlot, veilig, betaalbaar én klimaatneutraal kunnen verplaatsen, ook in de Achterhoek. Gelderland investeert in betere OV-verbindingen op het platteland (meer bussen, mobiliteitshubs) en in fietspaden. Onveilige verkeerssituaties worden aangepakt (bijv. lagere snelheid in woonkernen) om het aantal ongevallen te laten dalen. Daarnaast wordt schoon vervoer gestimuleerd: alle nieuwe bussen rijden op termijn elektrisch en inwoners worden aangemoedigd vaker de fiets te pakken.

Regio Achterhoek: In het Uitvoeringsplan Mobiliteit (2019) heeft de regio vastgelegd welke stappen worden gezet richting een duurzaam, betrouwbaar en slim mobiliteitssysteem in 2030. De focus ligt op fietsstimulering, een regionale werkgeversaanpak voor duurzamer reisgedrag, betere doorstroming op hoofdwegen, sterkere (ook grensoverschrijdende) OV-verbindingen en verdere ontwikkeling van MaaS-concepten. Ook worden maatregelen genomen voor de regionale wegen (A12, A/N18, N313, N318) en wordt gewerkt aan een hoogwaardig fietsnetwerk, waaronder de route Lichtenvoorde – Aalten – Bocholt. Daarnaast wordt toegewerkt naar een dekkend (grensoverschrijdend) netwerk voor LZV’s, om kosten en uitstoot te verminderen.

29/86

In de Visie Openbaar Vervoer Netwerk (vanaf concessie 2026) staan duidelijkheid en betrouwbaarheid voor reizigers centraal. Door vergrijzing en druk op buslijnen neemt de vraag naar doelgroepenvervoer toe, waardoor een herziening van het ov-aanbod nodig is. Integratie van ZOOV met het reguliere OV en één reisproduct zijn belangrijke uitgangspunten. Ook wordt gewerkt aan betere aansluitingen in het regionale trein- en busnet en aan flexibel vervoer, onder meer in Bredevoort en tussen Aalten en Dinxperlo. In 2025 presenteerde de regio bovendien een plan van aanpak voor Publieke Mobiliteit. Daarin wordt ingezet op een toegankelijk en flexibel vervoerssysteem voor iedereen. Het concept “Bus Agile” (met flexibele haltes) moet kosten verlagen en de kwaliteit verbeteren. Het MaaS-platform GAON bundelt treinen, bussen, deelauto’s, deelfietsen en ritdelen in één app, waarmee reizigers hun volledige reis eenvoudig kunnen plannen, boeken en betalen. 5.2.3 Economie 

Nationaal: Het Rijk stimuleert een duurzame, circulaire economie. In 2030 moet het verbruik van nieuwe grondstoffen al flink lager zijn (doel ~50% minder dan nu) en in 2050 moet Nederland vrijwel volledig circulair werken (alles hergebruiken, geen afval). Ook wil het Rijk dat bedrijven vergroenen en minder overlast geven aan de omgeving – zo wordt bij nieuwe bedrijventerreinen natuurinclusief ontwerp aangemoedigd en milieuhinder beperkt.

Provincie Gelderland: Gelderland streeft naar economische groei met innovatie, maar wel in balans met de leefomgeving (brede welvaart). De provincie plant samen met regio’s voldoende ruimte voor bedrijven, met nadruk op het hergebruiken en moderniseren van bestaande industrieterreinen voordat nieuwe locaties worden ontwikkeld. Leegstand van winkels en kantoren wordt actief tegengegaan om verloedering te voorkomen. Ook zet Gelderland in op circulaire bedrijfsvoering bij ondernemers en stimuleert het toerisme op een duurzame manier (meer bezoekers trekken, maar behoud van landschap en cultuur).

Regio Achterhoek: In regionaal verband (Regiodeal) is afgesproken de werkgelegenheid op peil te houden en de economie te verduurzamen. De Achterhoek wil een lage werkloosheid (lager dan het Nederlandse gemiddelde) en stimuleert circulaire MKB-ketens (bedrijven die elkaars reststromen benutten). Ook op toeristisch gebied trekken de gemeenten in de Achterhoek samen op: de regio ontwikkelt recreatieve routes en voorzieningen om bezoekers te trekken, met oog voor behoud van de eigen identiteit en natuur.

5.2.4 Klimaat en water 

Nationaal: Volgens de Klimaatwet moet Nederland rond 2030 de uitstoot van broeikasgassen ongeveer halveren (ten opzichte van 1990) en in 2050 nagenoeg op nul hebben (klimaatneutraal). Dit vereist een snelle overgang naar duurzame energiebronnen en energiebesparing. Daarnaast moet Nederland uiterlijk 2050 klimaatbestendig zijn ingericht: bij alle ruimtelijke beslissingen moet rekening worden gehouden met waterveiligheid (overstromingen voorkomen), extreme neerslag, droogte en hitte. Gemeenten moeten dus in plannen maatregelen opnemen zoals extra waterberging, minder verharding en meer groen voor verkoeling.

Provincie Gelderland: De provincie zet nog hogere doelen: 55% minder uitstoot in 2030 en volledig klimaatneutraal in 2050. Gelderland koppelt klimaatmaatregelen aan andere doelen (schonere lucht, biodiversiteit), zodat elke maatregel meerdere voordelen oplevert. Bovendien geldt “water en bodem sturend”: ruimtelijke ontwikkelingen

30/86

moeten passen bij de draagkracht van het landschap en de bodem, zeker in kwetsbare droge gebieden als de Achterhoek. 

Waterschap Rijn en IJssel: Het waterschap waakt over waterveiligheid en -kwaliteit. Om aan de Kaderrichtlijn Water te voldoen moeten vrijwel alle beken en sloten in 2027 een goede ecologische toestand hebben. Daarom legt het waterschap extra waterbergingsgebieden (klimaatbuffers) aan en worden waterlopen natuurlijker ingericht. Zo wordt water langer vastgehouden om droogte tegen te gaan en is er ruimte om piekbuien op te vangen zonder wateroverlast.

Internationaal: De Europese Green Deal (het “Fit for 55”-pakket) eist dat de EU in 2030 circa 55% minder uitstoot heeft dan in 1990 en zich voorbereidt op klimaatverandering. Mondiaal vraagt de VN via het Klimaatakkoord van Parijs en SDG 13 (Klimaatactie) alle landen om hun inspanningen te verhogen. Voor Aalten betekent dit dat ook wij onze bijdrage leveren: zowel door de uitstoot te verminderen als door onze leefomgeving aan te passen aan het veranderende klimaat.

5.2.5 Energie 

Nationaal: In het Klimaatakkoord is afgesproken om vóór 2030 veel extra hernieuwbare energie op te wekken (waaronder 35 TWh duurzame stroom op land via zon en wind). Stapsgewijs gaat Nederland van het aardgas af: alle gebouwen moeten uiterlijk 2050 zonder aardgas worden verwarmd. Gemeenten maken hiervoor wijkgerichte plannen (bijv. warmtenetten of all-electric oplossingen).

Provincie Gelderland: Gelderland wil in 2050 energieneutraal zijn. Om dat te halen wordt voor 2030 volop ingezet op zonne-energie (met name op daken) en, waar mogelijk, ook enkele windmolens. De provincie onderzoekt daarnaast nieuwe energieopties, zoals de mogelijkheid van kleine kerncentrales na 2030, zodat ze voorbereid is op toekomstige beslissingen. Ook stimuleert Gelderland energiebesparing bij huishoudens en bedrijven.

Regio Achterhoek: In 2013 hebben de Achterhoekse gemeenten gezamenlijk het Akkoord van Groenlo ondertekend. In dit akkoord zijn afspraken over energiebesparing en grootschalige productie van hernieuwbare energie vastgelegd. In 2023 hebben de gemeenten opnieuw de ambities rondom duurzaamheid vastgesteld. Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2023 (RU23) is de vertaling van de afspraken uit het Akkoord van Groenlo 3.0. In de Regionale Energiestrategie (RES) Achterhoek is vastgelegd hoeveel duurzame energie de regio wil opwekken. Samen streven de Achterhoekse gemeenten ernaar om in 2030 een aanzienlijk deel van hun elektriciteitsverbruik duurzaam op te wekken en ook fors energie te besparen. Bij nieuwe energieprojecten is afgesproken dat minimaal 50% lokaal eigendom is, zodat de lokale gemeenschap meeprofiteert. De gemeenten hebben afgesproken om als regio Achterhoek zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2050, energieneutraal te zijn.

Internationaal: De EU verhoogt voortdurend de doelen voor schone energie en energiebesparing (richtlijn hernieuwbare energie: richting 42,5% van alle energie uit hernieuwbare bronnen in 2030; strengere eisen voor isolatie van gebouwen). De VN benadrukt met SDG 7 het belang van betaalbare en duurzame energie voor iedereen. Voor Aalten betekent dit dat we onze bijdrage leveren aan de energietransitie, maar er ook op letten dat deze voor inwoners betaalbaar en toegankelijk blijft.

31/86

5.2.6 Natuur en biodiversiteit 

Nationaal: Het Rijk neemt ingrijpende maatregelen om de achteruitgang van natuur te keren. Zo moet de uitstoot van natuurvervuilende stoffen (waaronder stikstof) rond 2030 circa gehalveerd worden, zodat kwetsbare gebieden kunnen herstellen. Ook wordt de omslag naar kringlooplandbouw gestimuleerd: boeren verduurzamen hun bedrijfsvoering en werken meer samen met de natuur (doelstelling is dat in 2030 een flink deel van de bedrijven natuurinclusief werkt). Bovendien is afgesproken dat alle overheden hun ruimtelijke plannen natuurinclusief maken – dus ontwikkelingen moeten de biodiversiteit versterken of compensatie bieden als er natuur verdwijnt.

Provincie Gelderland: Gelderland beschermt de kernkwaliteiten van het landschap en werkt aan uitbreiding van het Gelders Natuurnetwerk (nieuwe natuurgebieden en verbindingen tussen bestaande natuur). Uiterlijk 2027 wil de provincie de geplande uitbreiding van natuur afgerond hebben, zodat een samenhangend netwerk ontstaat en de meeste EU-doelen voor natuur gehaald worden. Nieuwe provinciale regels hanteren daarom een streng “ja, mits”-principe: een plan is alleen toelaatbaar als het de belangrijke landschaps- en natuurwaarden behoudt of versterkt.

Waterschap Rijn en IJssel: Het waterschap levert via waterbeheer ook een bijdrage aan biodiversiteit. Het doel is dat in 2027 minimaal 90% van de beken en sloten een goede ecologische kwaliteit heeft, volgens de Europese normen. Hiervoor worden wateren schoner gemaakt en krijgen ze waar mogelijk een natuurlijker profiel (meanderende loop, flauw aflopende oevers) zodat vissen, amfibieën en waterplanten meer leefruimte krijgen.

Internationaal: De EU verplicht via de Vogel- en Habitatrichtlijnen dat lidstaten hun beschermde natuurgebieden (Natura 2000) in stand houden en soortenrijkdom behouden. Dit betekent dat Aalten moet opletten dat lokale plannen Natura 2000-gebieden niet schaden. Ook de VN (SDG 15) roept op tot herstel van ecosystemen en behoud van biodiversiteit voor 2030 – een aansporing voor Aalten om natuur te beschermen en waar mogelijk uit te breiden. Hiernaast geldt dat met de inwerkingtreding van de Europese Natuurherstelverordening (de Natuurherstelwet) een nieuwe fase is aangebroken waarin lidstaten én decentrale overheden (provincies, gemeenten) een concrete bijdrage moeten leveren aan het herstel van aangetaste ecosystemen. Belangrijke mijlpalen zijn: - tegen 2030 minstens 20% van land- en zeegebieden te herstellen; - tegen 2040: 60%; - tegen 2050: 90%. Prioriteit bij herstel in de eerste jaren: gebieden die al Europees beschermd zijn (zoals Natura 2000-gebied Veluwe) en ecosystemen met grote maatschappelijke baten (zoals waterberging, stikstofreductie, biodiversiteit). Voor stedelijke context bevat de wet bepalingen over geen netto-verlies aan stedelijk groen tot 2030 en verhoging van boomkroonbedekking.

Voor gemeenten zijn de belangrijkste consequenties: a) dat bij ruimtelijke besluiten (omgevingsplan, vergunningen) rekening gehouden moet worden met de doelstelling van natuurherstel, zowel op Europees en nationaal niveau als provinciaal (vooral bij ontwikkelingen in of nabij stikstofgevoelige natuur of verbindingen in het natuurnetwerk); b) gemeenten dienen actief te werken aan vergroening, verbetering van ecologische verbindingen, en herstel van natuur binnen de gemeentegrenzen (ook in stedelijke gebieden).

32/86

5.2.7 Voorzieningen 

Landelijk: Zonder ingrijpen dreigt het systeem van zorgvoorzieningen vast te lopen. Daarom heeft het Rijk samen met onder andere de gemeenten in het Integraal Zorgakkoord (IZA, 2022) een gezamenlijke koers uitgezet om de zorg toekomstbestendig, toegankelijk en betaalbaar te houden. Passende zorg is daarbij het leidende principe: “In 2040 draagt de zorg optimaal bij aan het gezond (samen)leven van alle mensen in Nederland, in het besef dat daarvoor niet meer mensen en middelen beschikbaar zijn dan nu”. Dit betekent waardegedreven zorg die samen met de patiënt wordt vormgegeven, die aantoonbaar effectief is, op de juiste plek wordt geleverd en gericht is op gezondheid in plaats van ziekte. Zo kan de zorg blijvend van grote waarde zijn voor het welzijn van iedereen, binnen de grenzen van beschikbare menskracht en middelen.

Provincie Gelderland: Het provinciaal beleid is erop gericht dat ook de kleine kernen leefbaar blijven. Idealiter is in 2030 minimaal 90% van de basisvoorzieningen (zoals supermarkt, basisschool, huisarts) in dorpen behouden gebleven, zodat inwoners niet te ver hoeven te reizen voor dagelijkse behoeften.

Regio Achterhoek: De Achterhoekse gemeenten werken samen om hun dorpen vitaal te houden. In de Achterhoek Visie 2030 is afgesproken dat voorzieningen als scholen, buurtwinkels, sporthallen en dorpshuizen zo veel mogelijk open blijven. Regionale steun (bijvoorbeeld subsidies of gezamenlijk beleid) helpt lokale initiatieven die de leefbaarheid versterken.

Internationaal: De VN (SDG 11) stelt dat iedereen toegang moet hebben tot basisvoorzieningen binnen redelijke afstand. Dit bevestigt het belang voor gemeente Aalten om voor alle inwoners de voorzieningen goed bereikbaar te houden. Daar hoort bij te zorgen dat ook inwoners van kleine buurtschappen binnen korte tijd bij essentiële diensten moeten kunnen komen.

5.2.8 Gezonde en veilige leefomgeving 

Nationaal: Het Rijk wil dat gezondheid een vaste factor is in het omgevingsbeleid. Dat betekent strengere normen voor schone lucht (streven naar de lage waarden die de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert) en minder lawaai- en milieuhinder. Ook moet bij nieuwe ontwikkelingen rekening worden gehouden met klimaatgerelateerde gezondheidseffecten zoals hittestress. In de praktijk vraagt het Rijk bijvoorbeeld dat bij stadsvernieuwing iedereen binnen loopafstand toegang heeft tot een groene plek (park of plantsoen) en dat woonwijken zo worden ingericht dat fietsen en lopen veilig en aantrekkelijk zijn. Inmiddels is op dit punt een “bovenregionale stresstest klimaatbestendigheid” uitgevoerd. Deze is bedoeld om grootschalige, gebiedsoverschrijdende kwetsbaarheden voor klimaatverandering inzichtelijk te maken. Waar lokale stresstesten vooral kijken naar risico’s binnen één gemeente of gebied, richt de bovenregionale stresstest zich op effecten die de grenzen van gemeenten of waterschappen overstijgen.

Provincie Gelderland: De provincie zet actief in op een gezonde leefomgeving. Vanaf 2025 moet bij ieder nieuw ruimtelijk plan een gezondheidscheck worden gedaan: denk aan toetsen op luchtkwaliteit, geluid en veiligheid. Gelderland wil bovendien dat overal in de provincie de luchtkwaliteit de WHO-advieswaarden benadert en dat drinkwaterbronnen goed worden beschermd. Ook stimuleert de provincie gemeenten om voldoende speelplekken, parken en sport- en wandelroutes te realiseren, zodat inwoners gezond kunnen bewegen in hun eigen buurt.

Waterschap/EU: Waterschappen en Europese regels bewaken de kwaliteit van ons water. Uiterlijk in 2027 moeten alle oppervlaktewateren en het grondwater voldoen aan strenge ecologische en chemische normen (volgens de Kaderrichtlijn Water). Voor

33/86

Aalten betekent dit dat het water uit de kraan schoon en veilig blijft, dat landbouwgif en andere verontreinigingen worden teruggedrongen, en dat beken en sloten gezond genoeg zijn voor planten en dieren. 

Internationaal: De VN (SDG 3: Gezondheid en welzijn) roept op tot een veilige, stimulerende leefomgeving voor iedereen. Doelen zijn onder meer dat mensen langer gezond blijven leven en dat iedereen toegang heeft tot groen en openbare ruimte. Aalten neemt dit ter harte door in haar omgevingsvisie prioriteit te geven aan schone lucht, weinig geluidshinder, voldoende groen en verkeersveilige straten.

5.2.9 Landbouw 

Nationaal: De rijksoverheid zet in op een omslag naar kringlooplandbouw. Doel is dat boeren hun kringlopen sluiten (minder kunstmest en pesticiden, hergebruik van reststromen) en de uitstoot van schadelijke stoffen sterk omlaag gaat. Rond 2030 zou een groot deel van de agrarische bedrijven natuurinclusief moeten werken, wat betekent: meer aandacht voor biodiversiteit op het erf, dierenwelzijn en landschapsbeheer. Deze transitie moet ervoor zorgen dat landbouw en natuur beter in balans komen (bijvoorbeeld minder stikstofneerslag op natuurgebieden).

Provincie Gelderland: De provincie wil de landbouw toekomstbestendig maken en tegelijk het agrarisch landschap zoveel mogelijk open houden. Enerzijds komen er strengere milieunormen (om natuur en water te beschermen) en worden bijvoorbeeld uitbreidingen van intensieve veehouderij bij natuurgebieden beperkt; anderzijds ondersteunt Gelderland vernieuwende initiatieven (zoals precisielandbouw of nieuwe teelten) die laten zien dat duurzaam boeren rendabel kan zijn. Waar boeren stoppen, wordt gekeken of vrijkomende stallen gesloopt kunnen worden via subsidie (“rood voor groen”), zodat het landschap opknapt en leegstand wordt tegengegaan.

Waterschap Rijn en IJssel: Het waterschap werkt met agrariërs aan waterbewuste landbouw. Zo worden in samenwerking kilometers natuurvriendelijke oevers aangelegd langs sloten, wat de waterkwaliteit verbetert en tegelijk biodiversiteit oplevert (denk aan bloemenranden). Ook adviseert het waterschap boeren over maatregelen als peilgestuurde drainage en zuinig beregenen, zodat er minder watertekort is in droge tijden en minder uitspoeling van meststoffen.

Regio Achterhoek: Regionaal wordt volop ingezet op innovatie en samenwerking in de landbouwsector. Kennisinstellingen, overheden en boeren ontwikkelen samen pilots voor kringlooplandbouw, emissiearme stallen en andere slimme oplossingen. Doel is dat de Achterhoek in 2030 tot de koplopers behoort met een groot aandeel natuurinclusieve bedrijven (minimaal 25%). Daarnaast wordt gekeken naar verbreding van landbouw: boeren worden aangemoedigd om naast voedselproductie bijvoorbeeld energie (via biovergisting of zonnepanelen) of recreatie aan te bieden. Dit vergroot het inkomen en versterkt de binding tussen boer, natuur en samenleving.

5.2.10 Circulariteit en afval 

Nationaal: Nederland wil in 2050 een volledig circulaire economie hebben, zonder afval en met maximaal hergebruik. Als tussenstap voor 2030 is gesteld dat het gebruik van primaire grondstoffen (zoals metalen, fossiele brandstoffen, bouwmaterialen) met 50% omlaag moet. Dit vereist dat producten anders ontworpen worden (geschikt voor recycling) en dat we veel meer recyclen en hergebruiken dan nu.

Provincie Gelderland: De provincie ondersteunt deze omslag door eigen doelen te stellen voor minder afval. Zo mikt Gelderland erop dat inwoners in 2030 nog maar een fractie van het huidige restafval produceren (o.a. door beter scheiden en afvalpreventie). Ook helpt de provincie circulaire innovaties – bijvoorbeeld in de bouw, waar

34/86

gewerkt wordt met duurzame materialen en modulair ontwerp om latere herbestemming te vergemakkelijken. 

Regio Achterhoek: In de Achterhoekse Circulaire Agenda hebben de gemeenten afgesproken om samen de regio koploper in circulariteit te maken. Lokale bedrijven en organisaties werken samen aan het slim hergebruiken van materialen: wat bij de één afval is, wordt door de ander als grondstof gebruikt. De regio streeft ernaar om in 2030 aanzienlijk meer (minstens 25%) van de grondstoffenstromen te hergebruiken. Ook ondersteunt men burgerinitiatieven zoals deelplatforms, kringloopwinkels en repair cafés om verspilling tegen te gaan.

Internationaal: De EU neemt steeds meer maatregelen om circulariteit af te dwingen. Zo komen er eisen dat producten een minimale hoeveelheid gerecycled materiaal bevatten en dat batterijen en elektronica hoogwaardig gerecycled worden na gebruik. De VN (SDG 12) roept wereldwijd op tot verantwoorde consumptie en productie, waaronder het halveren van voedselverspilling en drastisch reduceren van afval. Deze internationale doelen geven richting aan Aaltens afval- en grondstoffenbeleid: minder verspillen, meer recyclen en duurzaam consumeren.

5.2.11 Bodem en ondergrond 

Nationaal: In het Bodemconvenant is afgesproken dat uiterlijk 2030 alle ernstig verontreinigde bodems zijn gesaneerd (geschoond). Daarnaast streeft het Nationaal Programma Bodem & Ondergrond naar duurzaam gebruik van de bodem in 2050: de ondergrond moet dan schoon, klimaatbestendig en goed beheerd zijn, met bescherming van belangrijke grondwatervoorraden.

Provincie Gelderland: De provincie hanteert strikte bodembeschermingsregels. Zo zijn drinkwaterwingebieden aangewezen waar vervuiling absoluut voorkomen moet worden. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de bodemkwaliteit niet verslechteren; sterker nog, bij veel projecten wordt geëist dat de bodemfunctie (bijv. landbouwgrond, natuurgrond of waterberging) behouden blijft. Gelderland wil dat uiterlijk 2030 de grondwaterkwaliteit overal voldoet aan de normen en dat grote bodemvervuilingen verleden tijd zijn.

Waterschap Rijn en IJssel: Het waterschap ziet toe op de kwaliteit van het grondwater. In beschermingszones rond waterwingebieden gelden bijvoorbeeld gebruiksbeperkingen: minder of geen mest en bestrijdingsmiddelen, om te zorgen dat geen vervuiling in het grondwater zakt. Het waterschap meet regelmatig de waterkwaliteit en rapporteert of er ingegrepen moet worden om het drinkwater veilig te houden.

Europa: De EU bereidt regelgeving voor om bodems beter te beschermen en te herstellen. Zo komt er waarschijnlijk een verplichting voor lidstaten om aantoonbaar gedegradeerde bodems (bijvoorbeeld door industrialisatie of intensieve landbouw) vóór 2050 te verbeteren. Deze Europese ontwikkelingen sluiten aan bij de koers die in Nederland en Gelderland al is ingezet om onze bodem duurzaam te beheren.

5.2.12 Cultureel erfgoed en landschap 

Nationaal: De Erfgoedwet verplicht gemeenten om zorgvuldig om te gaan met cultureel erfgoed. Rijksmonumenten en waardevolle historische gebieden moeten behouden blijven. Voor Aalten betekent dit bescherming van bijvoorbeeld onze oude kerken, molens, boerderijen en dorpsgezichten. Het Rijk stimuleert ook dat erfgoed een nieuwe functie krijgt als het niet meer voor het oorspronkelijke doel gebruikt wordt, zodat zulke panden niet leeg komen te staan maar een tweede leven krijgen (herbestemming).

Provincie Gelderland: Sinds 2024 gelden provinciale landschapsregels voor heel Gelderland. Hierin is vastgelegd dat ruimtelijke ontwikkelingen de kernkwaliteiten van het landschap niet mogen aantasten. Ontwikkelingen zijn alleen toegestaan als ze het

35/86

landschap behouden of verbeteren (“ja, mits” in plaats van “nee, tenzij”). Gemeenten moeten in hun omgevingsplannen expliciet aantonen hoe ze cultuurhistorische waarden en landschap beschermen en versterken. Daarnaast brengt de provincie al het erfgoed en karakteristieke landschapselementen in kaart en ondersteunt herstelprojecten – denk aan het terugplaatsen van houtwallen of behoud van monumentale bomenlanen. 

Waterschap Rijn en IJssel: Ook het waterschap heeft oog voor erfgoed bij waterbeheer. Historische watermolens, oude dijken, sluizen of voormalige kanalen met erfgoedwaarde worden waar mogelijk ontzien en onderhouden. Als er werkzaamheden aan watergangen plaatsvinden, stemt het waterschap af met gemeenten en provincie om ervoor te zorgen dat dit soort culturele elementen behouden blijven of zelfs in ere hersteld worden.

5.2.13 Milieu en emissies 

Nationaal: Het nationale klimaatbeleid mikt op ongeveer 55% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. Daarnaast worden er strenge normen gesteld voor luchtkwaliteit (met het doel deze richting de gezonde advieswaarden van de WHO te brengen) en gelden er plafonds voor geluidshinder en risico’s rond gevaarlijke activiteiten (zoals opslag van gevaarlijke stoffen). De nieuwe Omgevingswet vereist dat bij alle projecten wordt getoetst aan deze milieunormen: een nieuwe weg, fabriek of veehouderij is alleen mogelijk als de uitstoot en hinder binnen veilige grenzen blijven.

Provincie Gelderland: Gelderland ambieert een nóg schonere leefomgeving. Zo wil de provincie dat in 2030 ook op lokaal niveau de concentraties stikstofdioxide (NO₂) en fijnstof (PM₂.₅) onder de strengste norm liggen. Om dit te bereiken stimuleert Gelderland elektrificatie in het verkeer, strengere emissiereductie in de industrie en sanering van oude vervuilende installaties. Ook worden provinciale vergunningen en subsidies steeds meer gekoppeld aan duurzaamheidsprestaties, zodat bedrijven en gemeenten gestimuleerd worden milieuvriendelijk te opereren.

Waterschap Rijn en IJssel: Het waterschap draagt bij aan een schoon milieu door watervervuiling tegen te gaan. Er wordt gewerkt aan het verminderen van overstortingen uit de riolering (zodat bij hevige regen ongezuiverd rioolwater minder vaak de beek in stroomt) en aan het verbeteren van de afvalwaterzuiveringen. Met modernere installaties worden bijvoorbeeld meer nutriënten (stikstof, fosfaat) en medicijnresten uit het water gehaald. Dit komt ten goede aan de waternatuur én aan de volksgezondheid.

Europa/VN: Europese milieuafspraken stellen strenge normen voor lucht, water, geluid en industrie, die in Nederland (en dus ook Aalten) moeten worden nageleefd. Daarnaast spoort de VN (via SDG 11 over duurzame steden) alle landen aan om de negatieve milieu-impact per inwoner flink te verlagen. Dit onderstreept dat Aalten moet blijven werken aan schone lucht, schoon water en een stille, veilige leefomgeving.

5.2.14 Veiligheid 

Nationaal: Nederland heeft strenge waterveiligheidsnormen om overstromingen te voorkomen. In het Deltaprogramma is vastgelegd dat alle primaire dijken uiterlijk 2050 aan de nieuwe veiligheidsnormen moeten voldoen (tegen zeer extreme hoogwaterstanden bestand zijn). Daarnaast regelt de Wet veiligheidsregio’s dat elke regio rampenplannen en crisisorganisatie op orde heeft. Ook gelden landelijke (bouw)voorschriften voor brandveiligheid en constructieve veiligheid van gebouwen, zodat bij brand of instorting de risico’s voor omwonenden klein blijven.

Provincie Gelderland: De provincie speelt een coördinerende rol op het gebied van fysieke veiligheid. Gelderland stelt vierjaarlijks een provinciaal risicoprofiel op waarin de belangrijkste veiligheidsrisico’s (bijvoorbeeld overstroming, grote branden, incidenten

36/86

met gevaarlijke stoffen) in kaart zijn gebracht. Op basis daarvan wordt een Veiligheidsplan gemaakt met maatregelen om deze risico’s te verkleinen. De provincie stimuleert bijvoorbeeld het verplaatsen van zeer risicovolle activiteiten naar locaties verder van woonkernen en ondersteunt gezamenlijke oefeningen voor rampenbestrijding in de regio. 

Waterschap Rijn en IJssel: Het waterschap draagt bij aan veiligheid door te zorgen dat dijken en kades in deze regio voldoen aan de wettelijke normen. Ze inspecteren en onderhouden voortdurend de waterkeringen langs beken en rivieren. Waar nodig worden versterkingen uitgevoerd, zodat ook op de lange termijn (richting 2050) het overstromingsrisico voor Aalten en omgeving zo klein mogelijk is. Verder adviseert het waterschap de gemeente over wateroverlast in bebouwd gebied, om lokale situaties (zoals onderlopende straten) zo veel mogelijk te voorkomen.

5.2.15 Digitale infrastructuur 

Nationaal: De overheid wil dat iedereen kan meedoen in de digitale samenleving. Uiterlijk in 2030 moet er daarom overal in Nederland snel internet beschikbaar zijn (glasvezel of vergelijkbaar, met minstens 1 Gbps). Ook zet het Rijk in op digitale inclusie: zorgen dat ook ouderen, laaggeletterden en mensen zonder digitale vaardigheden toegang hebben tot online diensten. Gemeenten worden geacht mee te werken aan de aanleg van breedbandnetwerken en hun eigen dienstverlening digitaal toegankelijk te maken.

Provincie Gelderland: De provincie heeft zich ingezet om ook de buitengebieden te voorzien van snel internet. Met provinciale subsidies en regie is er een inhaalslag gemaakt, zodat naar verwachting in 2025 nagenoeg 100% van de huishoudens in Gelderland breedbandinternet heeft. Dit is van groot belang voor de leefbaarheid en economie op het platteland – denk aan thuiswerken, online onderwijs en zorg op afstand, die zonder goede verbinding niet mogelijk zijn.

Internationaal: De EU heeft als doel dat in 2030 iedere Europeaan toegang heeft tot gigabit-internet. Ook de VN (SDG 9 en 11) benadrukken dat toegankelijke digitale infrastructuur een basisvoorwaarde is. Voor Aalten betekent dit dat we blijven investeren in snelle verbindingen voor iedereen en in goed online bereikbare openbare diensten.

5.2.16 Ruimtelijke inrichting 

Nationaal: De rijksoverheid neemt de regie om nationaal, integraal te sturen op de ruimtelijke ordening, in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten en waterschappen. De nieuwe Nota Ruimte – die de huidige Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vervangt – legt de hoofdlijnen van dit nationale ruimtelijke beleid vast met een langetermijnvisie tot 2050 en een doorkijk naar 2100. Het is bedoeld als een kompas voor de toekomst: zodat Nederland ook over tientallen jaren nog prettig, gezond en veilig is om in te wonen, werken en leven, en we het vol vertrouwen kunnen doorgeven aan volgende generaties. De grote opgaven vragen daarin om een eerlijke verdeling van lusten en lasten over het land. Daarom hanteert de Nota Ruimte drie leidende principes voor alle keuzes: o

ten eerste meervoudig ruimtegebruik, oftewel waar mogelijk de schaarse ruimte dubbel benutten door functies te combineren;

o

ten tweede gebiedskenmerken centraal stellen, dus aansluiten bij wat een gebied uniek maakt en oplossingen bieden die passen bij de lokale/regionale context;

o

en ten derde niet afwentelen, wat inhoudt dat we problemen niet afschuiven naar andere plekken of naar toekomstige generaties, maar streven naar rechtvaardigheid en duurzaamheid in onze plannen.

37/86

Deze uitgangspunten zorgen ervoor dat bij elke beslissing moet worden gekeken naar efficiënt gebruik van ruimte, behoud van kwaliteit, regionale eigenheid en lange-termijn effecten. Alle keuzes die lokaal in plannen en projecten worden gemaakt, moeten de leefomgeving merkbaar verbeteren. De Nota Ruimte geeft daarbij prioriteit aan een sterke, duurzame economie en een betrouwbare energievoorziening voor de toekomst. Daarnaast zet de nieuwe nota in op een toekomstbestendige landbouwsector, waarin boeren kunnen blijven produceren op een manier die duurzaam is voor natuur en milieu. Landbouwgrond wordt zorgvuldig benut – verspilling van goede grond wordt tegengegaan – en tegelijkertijd wordt de natuur versterkt. Dat betekent onder meer dat waardevolle natuurgebieden beter beschermd en waar mogelijk uitgebreid of met elkaar verbonden worden. Op andere plekken wordt gekeken hoe natuurontwikkeling hand in hand kan gaan met bijvoorbeeld landbouw, waterberging of recreatie. Het combineren van functies kan win-winsituaties opleveren, zoals agrarisch natuurbeheer waarbij boeren een rol spelen in landschapsbeheer. In het algemeen streeft de Nota Ruimte naar een rijkere biodiversiteit in Nederland en een betere waterkwaliteit in sloten, rivieren en meren.

Door emissies uit landbouw en industrie terug te dringen en meer ruimte te scheppen voor natuurlijke waterzuivering (bijvoorbeeld moerassen of bosschages langs waterlopen) verbetert de ecologische toestand van ons land. Een sterke natuur komt op haar beurt weer ten goede aan klimaatbestendigheid en aan de leefbaarheid van iedere regio. Verder moet bij alle ruimtelijke beslissingen het water- en bodemsysteem een belangrijke leidraad zijn. Concreet betekent dit dat beter rekening moet worden gehouden met waar het landschap van nature water vasthoudt of afvoert, en moet voorkomen worden dat we bouwen op plekken die eigenlijk ongeschikt zijn (zoals diepe polders of bodemdalingsgebieden). De zoetwatervoorziening wordt klimaatbestendig ingericht: bijvoorbeeld door ruimte te reserveren voor regionale waterbekkens en het beter beschermen van grondwaterbronnen. 

Provincie: In haar Omgevingsvisie (op dit moment nog getiteld “Gaaf Gelderland”) geeft ook de Provincie kaders voor ruimtelijke inrichting. Daarbij is ruimtelijke inrichting in deze visie breder dan alleen bouwen of wegen. Gelderland ziet de fysieke leefomgeving als samenhang van meerdere onderdelen. Bovendien legt Gelderland nadruk op het behoud en waar mogelijk versterking van de zogenoemde kernkwaliteiten van de Gelderse streken. Dit zijn de karakteristieke landschappelijke, ecologische, culturele en historische kwaliteiten per streek: bodem & watersysteem, natuur & biodiversiteit, cultuurhistorie, ontstaansgeschiedenis, ruimtelijke structuur, etc. Elke ruimtelijke ontwikkeling moet bijdragen aan behoud of versterking van deze kernkwaliteiten. Kaders op deze lijn(en) zijn: o

Gemeenten dienen zich in hun visies en plannen aan te sluiten bij de ambities en doelen uit de Provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening.

o

Bij ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouw, uitbreiding van infrastructuur, bedrijventerreinen, recreatie, etc.) moet rekening worden gehouden met de provinciale belangen zoals waterbeheer, natuur, milieu, landschap, cultuurhistorie, leefkwaliteit — niet alles kan overal.

o

 De provincie biedt ruimte voor initiatieven en lokale ontwikkelingen, maar wil dat die passen binnen provinciale doelen voor duurzaamheid, leefbaarheid, klimaatadaptatie, water- en milieubescherming.

o

Bij ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld woningbouw, uitbreiding van infrastructuur, bedrijventerreinen, recreatie, etc.) moet rekening worden gehouden met de provinciale belangen zoals waterbeheer, natuur, milieu, landschap, cultuurhistorie, leefkwaliteit — niet alles kan dus overal.

38/86

o

De provincie biedt ruimte voor initiatieven en lokale ontwikkelingen, maar wil dat die passen binnen provinciale doelen voor duurzaamheid, leefbaarheid, klimaatadaptatie, water- en milieubescherming.

o

De regels in de Provinciale omgevingsverordening zijn niet zwart-wit: de verordening is zo ingericht dat er maatwerk mogelijk is, mits de beoogde kwaliteitsdoelen worden gewaarborgd. Bij gebiedsontwikkeling bestaat er afwijkingsruimte, mits motivatie en toetsing plaatsvinden.

39/86

6. GEMEENTELIJK BELEID Gemeente Aalten bouwt voort op een breed palet aan lokaal beleid voor de fysieke leefomgeving. In dit hoofdstuk per hoofdthema de belangrijkste gemeentelijke beleidskaders, met zowel het bestaande beleid als nieuwe beleidsplannen die in ontwikkeling zijn. Per thema de kernpunten, de lokale ambities en waar nodig de aansluiting op hogere kaders, om een helder beeld te geven van het huidige beleid (en het beleid nog in ontwikkeling) van gemeente Aalten. Waar relevant zijn de belangrijkste gemeentelijke beleidsstukken in deze Omgevingsvisie verwerkt. Zie bijlage1 voor een volledige lijst van geldende lokale beleidsplannen. Deze dienen bij de uitvoering als referentie.

6.1 Wonen 6.1.1 Bestaand beleid Het voorgenomen beleid van gemeente Aalten op het gebied van wonen ligt in het verlengde van de Woondeal 1.1 en betekent dat gemeente Aalten in de periode tot en met 2035 in totaal 900 extra woningen wil bouwen, vooral gericht op starters en senioren. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat alle nieuwe woningen sinds 2020 energieneutraal (BENG) en aardgasvrij moeten zijn. Daarnaast streeft Aalten ernaar om uiterlijk in 2030 circa 2.300 bestaande woningen van het aardgas te halen. Om een goede mix van woningen te garanderen hanteert de gemeente het Uitnodigingskader Woningbouw 2023 (als opvolger van het Afwegingskader 2021). Dit kader schrijft voor dat nieuwe woningprojecten bestaan uit minimaal 28% sociale huur, 32% betaalbare koop (< €370.000, waarvan de helft < €260.000) en 40% vrije sector. Ook legt het de nadruk op kwalitatieve groei: nieuwbouw moet klimaatadaptief, circulair en natuurinclusief zijn, met voorkeur voor bouwen binnen bestaande bebouwing (inbreiding) boven uitbreiden in het buitengebied. Voor het landelijk gebied geldt het Afwegingskader Buitengebied 2021, dat randvoorwaarden stelt om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Het stimuleert hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en behoud van het groene karakter. Nieuwe plattelandswoningen worden beperkt tot ~50–75 (excl.

tiny houses) en alleen toegestaan bij functieverandering met een kwaliteitsverbetering (bijvoorbeeld sloop van oude stallen of beëindiging van intensieve veehouderij). Vanaf 2023 is dit kader geïntegreerd in het uitnodigingskader. 6.1.2 In ontwikkeling Om in te spelen op toekomstige woonopgaven stelt gemeente Aalten een Volkshuisvestelijk Programma 2026-2029 op. In dit programma formuleert de gemeente – in samenwerking met inwoners, de woningcorporatie en zorgpartners – haar woonambities voor de komende jaren en geeft Aalten nadere invulling aan de bouw van 900 extra woningen in de periode tot 2035. Een belangrijk thema is het creëren van toekomstbestendige wijken: bestaande woningen worden verduurzaamd en waar nodig aangepast, en buurten worden beter bestand gemaakt tegen klimaatverandering (bijvoorbeeld hitte of zware regenval) door extra groen en wateropvang. Leefbaarheid en veiligheid staan centraal, met voldoende groen, speel- en ontmoetingsplekken, zodat iedere inwoner zich thuis voelt in zijn buurt. Betaalbaarheid is een tweede speerpunt: er is krapte aan betaalbare woningen, waardoor starters en mensen met lagere inkomens moeilijk een huis vinden. Aalten wil daarom de komende jaren flink bijbouwen – richting 2035 circa 900 woningen extra – waarbij ten minste

40/86

twee derde in het betaalbare segment valt (incl. veel sociale huur). De gemeente zoekt actief naar bouwlocaties en stimuleert creatieve woonvormen om de prijzen laag te houden. Ook jongeren en starters krijgen speciale aandacht: er komen meer betaalbare huur- en koopwoningen voor starters, de starterslening blijft beschikbaar en er wordt gekeken naar het splitsen van grotere woningen of het toestaan van kamerhuur. Daarnaast gaat de gemeente in gesprek met jongeren over hun woonwensen, zodat plannen aansluiten bij hun behoeften en jongeren voor Aalten behouden blijven. Wonen en zorg is het derde kernpunt: Aalten wil dat mensen die ondersteuning nodig hebben prettig kunnen (blijven) wonen. Er wordt ingezet op de bouw van meer levensloopbestendige woningen, bijvoorbeeld gelijkvloerse seniorenwoningen en combinaties van wonen met zorg. In samenwerking met zorginstellingen en de woningcorporatie worden woningen aangepast en nieuwe woon(zorg)vormen gerealiseerd, zodat ouderen en mensen met een beperking langer zelfstandig in hun eigen kern kunnen blijven wonen met zorg in de buurt. Tot slot besteedt het programma aandacht aan huisvesting van aandachtsgroepen – inwoners in een kwetsbare situatie of met urgente woonbehoefte (zoals spoedzoekers, arbeidsmigranten, statushouders).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=d004a1fa-d246-4fd4-9a61-4e5e7cbff2c6