CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - BOPA toelichting Kruisdijk 14

Gemeenteraad 30 september 2025, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel gebruiken van een bedrijfswoning als plattelandswoning (advies BOPA Kruisdijk 14 Aalten)12.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.9.2. Onderzoek De gemeente Aalten ligt buiten de aandachtsgebieden voor luchtkwaliteit, zodat het aspect luchtkwaliteit slechts marginaal hoeft te worden getoetst. Er is immers geen sprake van de aanleg van auto(snel)wegen of tunnelbuistrajecten. Ten aanzien van het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een plattelandswoning is een aparte toelichting opgesteld om de luchtkwaliteit te beoordelen. De conclusie van deze toelichting is: De relevante milieuaspecten bij het omzetten van een bedrijfswoning naar een plattelandswoning zijn beoordeeld. Daaruit kunnen we concluderen dat we voldoen aan de actuele en van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de plattelandswoning Kruisdijk 14 te Aalten is daarmee gegarandeerd. Voor de complete toelichting wordt verwezen naar bijlage 1 (Toelichting aanvraag plattelandswoning Kruisdijk 14 en 14-I te Aalten, Locis adviseurs 18 oktober 2024) Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een plattelandswoning. Het aantal vervoersbewegingen blijft gelijk. De beoogde ontwikkeling zorgt er niet voor dat het verkeer een negatief effect heeft op de luchtkwaliteit. 5.9.3.

Conclusie De activiteiten in het project behoren niet tot een categorie van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen (standaardactiviteiten zijn genoemd in artikel 5.54 Bkl) of, als de activiteit niet is genoemd, leidt tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. In dit geval is er geen belemmering voor het toelaten van de activiteit.

Pagina 30 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten

5.10.

M.e.r.-beoordeling

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Bij wijzigingen van het omgevingsplan en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling in het kader van de fysieke leefomgeving een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. 5.10.1. (Wettelijk) kader De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (hierna: Ob). In Bijlage V van het Ob is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een BOPA project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten.

De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). 5.10.2. Onderzoek De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, is niet opgenomen in Bijlage V bij het Ob. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld onder nummer J11. Hiervoor is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. 5.10.3. Conclusie Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen aanzienlijke milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

5.11.

Mobiliteit en parkeren

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de aspecten mobiliteit, verkeer en parkeren. 5.11.1. (Wettelijk) kader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Ow en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De beleidsregels parkeren gemeente Aalten gaan wel op deze aspecten in. De beleidsregels parkeren zijn onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan gemeente Aalten. Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid blijven de CROW-richtlijnen belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren.

Pagina 31 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten

5.11.2. Onderzoek Verkeer Het aantal woningen blijft gelijk, de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar plattelandswoning. Parkeren Het aantal woningen en parkeerplaatsen blijft gelijk, de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar plattelandswoning. 5.11.3. Conclusie Mobiliteit en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.12.

Omgevingsveiligheid

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de omgevingsveiligheid gewaarborgd wordt. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 5.12.1. (Wettelijk) kader Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Bij groepsrisico is sprake

Pagina 32 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten

van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •

Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).

5.12.2. Onderzoek De ontwikkeling voorziet in het omzetten van een bedrijfswoning naar plattelandswoning. Het beoogde plan maakt zelf geen risicovolle activiteiten mogelijk. Aan de hand van de risicokaart is bekeken of in de omgeving van het projectgebied risicobronnen aanwezig zijn, die relevant zijn voor het plan vanuit het oogpunt omgevingsveiligheid. Zie hiervoor onderstaande figuur.

Pagina 33 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten

Figuur 11 locatie beoogde wooneenheid rood omcirkeld

Uit de Risicokaart is gebleken dat op korte afstand van de projectlocatie geen risicobronnen of transportroutes en leidingen aanwezig zijn die zijn aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Op ca. 1,3 kilometer ligt een propaantank op een agrarisch bedrijf. De afstand is dermate groot dat deze niet van invloed zal zijn op de veiligheid ter plaatse van de plattelandswoning. Daarnaast veranderd in theorie de functie niet. Het is en blijft een woonobject. 5.12.3. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.13.

Slagschaduw en windhinder

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteiten rekening gehouden wordt met de aspecten slagschaduw en windhinder. 5.13.1. (Wettelijk) kader Het omgevingsaspect slagschaduw (van windturbines) is geregeld in paragraaf 5.1.4.4a van het Bkl. 5.13.2. Onderzoek In de directe omgeving zijn geen windturbines gelegen zodat er geen sprake is van slagschaduw en/of windhinder. 5.13.3. Conclusie Het aspect slagschaduw en winhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.14.

Trillingen

Trillingen kunnen hinder geven aan personen, gebouwen en activiteiten door golfbewegingen via de bodem. Deze trillingen worden vooral veroorzaakt door weg- en railverkeer en industriële machines. De trillingen die voelbaar zijn, bestaan uit mechanische golvende bewegingen van materialen. Anders dan bij geluid vindt de overdracht niet plaats via de lucht (gasvormig medium), maar via vaste

Pagina 34 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten

materie (bodem, vloeren, wanden en dergelijke). Trillingen nemen af naarmate de afstand tot de bron groter is. 5.14.1. (Wettelijk) kader De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4.2 van de Omgevingswet. De overheid moet bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening houden met het belang van het beschermen van de fysieke leefomgeving. Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. 5.14.2. Onderzoek De ontwikkeling voorziet in het omzetten van een bedrijfswoning naar plattelandswoning. In de omgeving zijn er geen trillingsbronnen aanwezig die hinder kunnen veroorzaken. 5.14.3. Conclusie Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan

5.15.

Water

Bij de vaststelling van het omgevingsplan of buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. In deze paragraaf wordt ingegaan op het waterbelang en klimaatadaptatie. 5.15.1. (Wettelijk) kader Uit de instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat de gemeente bij vaststelling van het omgevingsplan of een BOPA de opvattingen van de waterbeheerder moet betrekken. Voorbeelden zijn: • • • •

watercompensatie in verband met toenemende verharding; Waterkwaliteit, bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning; bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken; waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater.

Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Voor een aantal specifieke rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels. Deze zijn: • • • •

bescherming van primaire waterkeringen, Zie artikel 5.38 Bkl. behoud waterveiligheid kust, artikel 5.40 van het Bkl. behoud waterveiligheid grote rivieren, artikel 5.46 van het Bkl. IJsselmeergebied, artikel 5.49 van het Bkl.

Een BOPA moet ook worden getoetst aan de instructies van in de omgevingsverordening van het waterschap en de provincie. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen

Pagina 35 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten

van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeenten kunnen strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. 5.15.2. Waterschapsverordening De eerste versie van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel is van rechtswege ontstaan bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Die Waterschapsverordening bevat (op basis van artikel 22.14 van de Omgevingswet en artikel 4.7 van de Invoeringswet Omgevingswet): • • • • • •

De regels die zijn opgenomen in de Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009, met uitzondering van hoofdstuk 2 (over de onderhoudsplichten); De regels die zijn opgenomen in de Aansluitverordening Rijn en IJssel; De regels die zijn opgenomen in de Algemene regels, nadere regels en verplichtingen i.v.m. Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009; Artikel 8 Verkeersbesluit Oude IJssel; De zones rond waterstaatswerken, die zijn opgenomen in de legger op grond van artikel 5.1 van de Waterwet; De zogeheten ‘bruidsschat’: voormalige rijksregels (met name over lozingsactiviteiten), die onder de Omgevingswet niet op rijksniveau terugkeren.

De eerste wijziging van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel heeft tot doel om de Waterschapsverordening die van rechtswege is ontstaan te integreren tot een goed geordende versie, die volgens de toepasselijke standaarden is vormgegeven en van de benodigde annotaties en digitale werkingsgebieden is voorzien. 5.15.3. Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn de doelen van waterschap Rijn en IJssel weergegeven in vier thema’s: Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie van het waterschap is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar op ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Daarbij is er aandacht voor een duurzame wijze van beheer en behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering.

Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert. Gezonde leefomgeving

Pagina 36 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten

Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Er wordt naar gestreefd dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. 5.15.4. Overig relevant beleid waterschap De weging van het waterbelang is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. Het heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De weging heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het projectgebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Met behulp van de weging van het waterbelang kan eenvoudig worden bepaald welke wateraspecten van belang zijn. Naarmate er een groter waterbelang is, zal een uitgebreidere procedure van de weging van het waterbelang moeten worden doorlopen. We maken onderscheid in de volgende drie resultaten van de weging van het waterbelang: 1.

Plan raakt geen wateraspecten: geen wateradvies van het waterschap nodig. 2. Korte procedure: het plan past binnen de uitgangspunten van het waterschap. De initiatiefnemer of gemeente ontvangt van het waterschap een standaardwaterparagraaf, en werkt de voor het plan relevante wateraspecten uit. De waterparagraaf wordt vervolgens door het waterschap van een wateradvies voorzien. 3. Normale procedure: er zijn grote of meerdere wateraspecten van belang. De initiatiefnemer overlegt met het waterschap om tot maatwerk te komen. De initiatiefnemer brengt opties in beeld en onderbouwt keuzes m.b.t. de waterhuishouding. 5.15.5. Onderzoek Het Waterschap Rijn en IJssel heeft een digitale watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt. De digitale watertoets is bijgesloten onder bijlage 2. Hieruit blijkt dat het initiatief geen wateraspecten raakt. Hierdoor is geen advies van het waterschap nodig. 5.15.6. Klimaatadaptatie Op basis van de klimaatatlas van de gemeente Aalten is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de locatie als gevolg van klimaatverandering: •

Wateroverlast

Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van de locatie sprake is van plasvorming met een grote waterdiepte na korte extreem hevige buien. Deze plassen zijn overigens binnen twee dagen weer verdwenen. Tevens is er sprake van een bestaande bedrijfswoning die wordt omgezet naar een plattelandswoning. Er wordt geen nieuwe woning gerealiseerd dus er komt geen extra bebouwing bij. In de toekomst is er geen overlast van water, zoals het in de bestaande situatie ook niet het geval is, te verwachten valt.

Pagina 37 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten •

Hittestress

Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur op de op te zetten bedrijfswoning koel aanvoelt op warme dagen. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met de groene omgeving (veel bomen en gras). Na omzetting van de bedrijfswoning naar een plattelandswoning zal de temperatuur logischerwijs op vergelijkbaar niveau blijven, omdat de woning nu al op de locatie aanwezig is. In de beoogde situatie veranderd de situatie niet. •

Droogte

De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 weinig verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft op de locatie sprake van lagere grondwaterstanden en van niet tot beperkte droogtegevoeligheid. Door het voornemen om het hemelwater binnen de locatie te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater langer in het gebied zelf aanwezig. De locatie ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. •

Overstroming

De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen dijken en watergangen in nabijheid van de locatie liggen. Daarbij vormt overstroming geen risico voor de locatie . Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat bij het voorliggende initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Er hoeven geen specifieke maatregelen in het kader van klimaatadaptatie te worden getroffen. 5.15.7. Conclusie Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap Rijn en IJssel.

Pagina 38 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten

6. Uitvoerbaarheid 6.1. Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden. 6.1.1. Kostenverhaal De voorliggende ontwikkeling wordt gerealiseerd door initiatiefnemer. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een nadeelcompensatie overeenkomst gesloten. De kosten worden middels de legesverordening bij de initiatiefnemer in rekening gebracht. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking. De economische uitvoerbaarheid van de BOPA is hiermee voldoende aangetoond.

6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid In hoofdstuk 3 is beschreven hoe het participatieproces met belanghebbenden heeft plaatsgevonden. Proces ontwerp De gemeente Aalten legt het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken 6 weken ter inzage. Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging kan iedereen, ongeacht of men belanghebbende is, zienswijzen naar voren brengen. Dit kan schriftelijk of mondeling gebeuren. Als er tijdens de termijn van 6 weken geen zienswijzen op het ontwerpbesluit naar voren zijn gebracht, dan neemt de gemeente Aalten het besluit binnen 4 weken nadat de termijn voor zienswijzen is verstreken. De gemeente Aalten maakt ook dit besluit bekend door toezending of uitreiking van het besluit aan de vergunninghouder en de aanvrager. Inwerkingtreding Een omgevingsvergunning die is voorbereid met de uitgebreide procedure, treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd.

Pagina 39 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Kruisdijk 14 en 14-I, Aalten

7. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Het bevoegd gezag mag alleen een omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als aan de beoordelingsregels uit afdeling 8.1 van het Bkl wordt voldaan. Zo wordt de vergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl). In dit kader vindt in hoofdstuk 4 van deze motivering een toets aan het relevante rijks-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk beleid plaats. Hieruit volgt dat het initiatief past binnen de kader van het relevante rijks-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk beleid. Daarnaast moet in elk geval worden getoetst aan de instructieregels voor het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Bkl (artikel 8.0b, eerste lid, sub a van het Bkl) en de instructieregels in de verordening van de provincie voor het omgevingsplan (artikel 8.0b, eerste lid, sub b van het Bkl). In hoofdstuk 5 van deze motivering wordt in de beoordeling van de gevolgen van het initiatief voor de fysieke leefomgeving beoordeeld of en hoe aan deze instructieregels wordt voldaan. Hieruit volgt dat de genoemde omgevingsaspecten niet voor een belemmering zorgen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het plan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Bijlagen 1. 2.

Toelichting aanvraag plattelandswoning met fijnstofberekening Digitale watertoets

Pagina 40 van 40

Gemeente Aalten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=cb69eebf-3cbf-49a7-97b1-d06d97a6a934